Lezen

Flair voor de intermediair (lesvoorbereiding)

LESVOORBEREIDING CREATIEVE SCHRIJFOPDRACHTEN RIET EVERS   ONDERWERP   Flair voor de intermediair – workshop toegankelijk schrijven.   DOELGROEP Onderzoekers die materialen maken voor ‘gezondheidsprofessionals’ (preventieadviseur, leerkracht, tabakoloog, gezondheidsambtenaar gemeente) + doelgroepen (jongeren, kansengroepen, senioren). Waarom volgen ze de cursus? De doelgroep maakt materialen zoals een stappenplan om gezond te eten in een bedrijf, website met tips over stoppen met roken, tool om de veerkracht van jongeren een boost te geven, brochure, … Ze moeten dus schrijven voor zeer uiteenlopende soorten publiek. De deelnemers zijn het niet gewoon om wervende en toegankelijke teksten te schrijven op maat van een doelgroep.   Beginsituatie Groep van 15 collega’s. Ze kennen mekaar redelijk goed en zijn op hun gemak bij elkaar. De groep is onzeker over schrijven en heeft concrete tips nodig + wil van academische stijl af.   LEERDOELEN Uit keurslijf wetenschapper komen, meer durven schrijven met gevoel, niet gewichtiger doen dan nodig, doelgroep letterlijk voor ogen houden, lezers / gebruikers als mensen zien. Denkkaders doorbreken, eenvoudige taal is oké. Afstappen van ‘moeilijk en meer is beter’. Na de workshop moeten ze niet de perfecte tekst kunnen schrijven. Eerder zich inleven in een doelgroep en op maat durven schrijven.   ORGANISATIE   Voor de workshop   De week voor de workshop hangen er in het bedrijf posters (portretten) aan de muur. Niemand weet wie de personen op de affiche zijn of waarom ze er hangen. De personages komen op het eind van de workshop aan bod (zie verder). De week voor de workshop krijgen de deelnemers praktische info via mail. Waar (grote vergaderzaal), wanneer, duur (voormiddag 9.30 u – 12.30 u), wat meebrengen (balpen, blocnote). Met ook teaser (op het gemak stellen en tonen dat het geen ‘droge taalles’ zal zijn).   Setting workshop   In cirkel zitten in vergaderzaal (reserveren) Er staan ook tafels om aan te schrijven Ruimte buiten het lokaal (bistro) is ook vrij. Daar kunnen ze ook     schrijven of rustig nadenken.   Materialen   Affiches met ‘gezocht’ Schema voor associatieoefening PowerPoint schrijfcursus (laptop + beamer) Cursus schrijven (geprinte exemplaren theorie om uit te delen) Tekst voedingsdriehoek Portretten intermediairs (zelfde als affiche ‘gezocht’)     DE WORKSHOP IN STAPPEN Intro Groep welkom heten, ze begeleiden naar stoelen. Indeling workshop aangeven en enkele praktische afspraken maken.   https://www.youtube.com/watch?v=0WNOPW63k3o (versie inkorten, vanaf min. 2) Publiek smaakt dj-set niet en blijft tam staan kijken. Verkeerde set voor dit publiek? Zo gaat ook een schrijfboodschap soms verloren als je niet weet voor wie je aan het schrijven bent. 15 minuten   Midden   Deel 1: associëren en scène schrijven (55 minuten) Stap 1 Vanavond komen je collega’s op bezoek, jij kookt, maar hebt niet meer de tijd om naar de winkel te gaan. Welk ingrediënt dat nog in de koelkast ligt, zou je zeker in je topgerecht willen? Hou dit in je achterhoofd. Stap 2 Ik geef jullie nu een schema met pijlen. Noteer in het schema jouw gekozen product bij het woord ‘ingrediënt’. Je gaat daarna met dat woord associëren. Dat doe je met werkwoorden (doe-woorden) en zelfstandige naamwoorden (het-woorden). Het rode vakje vul je zelf niet in. Je krijgt hiervoor 10 minuten. Klaar? Als je schema is ingevuld, zie je 5 woorden op je papier. Het rode vakje is nog leeg. Geef je papier aan je buurman en laat hem of haar het ontbrekende woord invullen. Doet dat snel, denk niet te lang na. 5 minuten Stap 3 Nu je schema volledig is, schrijf je (je mag zitten waar je wilt) een tekstje van maximum 15 regels over een jongen van 17 die wil stoppen met roken. Hij is op bezoek bij een tabakoloog.   De eerste zin luidt: Ruben heeft vandaag zijn eerste afspraak bij de tabakoloog. Hij is zenuwachtig, want …   In de tekst moeten volgende woorden aan bod komen: de kleur van jouw favoriete ingrediënt in de koelkast en 2 woorden uit je associatieschema. Je kiest zelf welke 2 woorden. Smokkel ook 1 zin uit een wereldhit in de scène. Uit een lied dus dat we ‘allemaal’ wel kennen.   Je mag dialogen gebruiken.   Jullie krijgen hiervoor 20 minuten. Stap 4 Wie leest zijn tekst voor? 3 à 4 personen.   Vraag aan groep: waarom spreekt de tekst die net werd voorgelezen aan?   Je vat daarna de feedback van de groep samen en somt enkele sterkten van de voorgelezen teksten op. Herhaling dus van wat de groep zelf zei. Zo kom je bij toegankelijk schrijven = overstap naar theorie.   20 minuten Voor we overgaan naar wat theorie houden we 15 minuten pauze.   Deel 2: theorie toegankelijk schrijven (40 minuten) Bundel met basisregels schrijven in de vorm van praktische tips. Kort via PowerPoint, de oefeningen zelf kunnen de deelnemers meevolgen in een invulboekje. Deel 3: tekst herschrijven op maat doelgroep (40 minuten)   Stap 1 Na theorie schrijven de deelnemers een tekst over de nieuwe voedingsdriehoek.   De opdracht luidt: schrijf een beknopt online artikel over de vernieuwingen van de voedingsdriehoek. Het artikel wordt via een newsflash verspreid naar intermediairs. Voor de info baseer je je op de tekst die je krijgt. Denk aan de tips die we bespraken.   Je krijgt 20 minuten om het bericht te schrijven.   Stap 2   Als de deelnemers klaar zijn krijgen ze enkele portretten van mensen te zien. Het zijn dezelfde portretten die de week voordien aan de muur hingen. Je geeft via ID wat meer info over de mannen en vrouwen die op de affiche staan.   Vraag voor groep: zouden deze personen jouw tekst over de voedingsdriehoek begrijpen? Zou je de tekst, nu je de persoon ziet, herschrijven? Hoe aanpassen? Waarom?   20 minuten   Slot   De personen op de affiches zijn zeer uiteenlopende types. Ze zijn wel allemaal intermediair. Op die manier duidelijk maken dat ‘dé intermediair die alles weet over gezondheid’ niet bestaat. 10 minuten

Riet
0 0

Reisverhalen schrijven (Inne De Pooter)

Doelgroep: leerlingen in de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) Beginsituatie: deze leerlingen zijn al een tijdje in België, de meesten van hen al een jaar. Ze hebben al eerder kennisgemaakt met woordenschat over kleuren, dingen om mee te nemen op reis, zintuigen. Het is een groep van ongeveer 12 jongeren tussen 12 en 18 jaar oud. Doelstellingen: De leerlingen zijn bereid naar elkaar te luisteren. De leerlingen zijn bereid om voor de hele groep te spreken. De leerlingen zijn bereid om samen te werken in kleine groepjes. De leerlingen kunnen een elfje schrijven aan de hand van theorie en schrijfhulp. De leerlingen kunnen zintuiglijk schrijven. Deze les duurt 3 lesuren of 150 minuten in totaal.   1) Wat voor een reiziger ben jij?   Tijd: 5 minuten uitleg + 5 minuten kiezen en zin voorbereiden + 10 minuten spreken = 20 minuten   Kennismaking   Er liggen diverse voorwerpen op de tafel: een spiegeltje, een plastic zak, een cactus, een nagelknipper,...   De opdracht: Wat voor een reiziger ben jij? Kies een voorwerp en beschrijf het in één zin.   2) Onderweg   Tijd:  20 minuten fase 1 + 40 minuten fase 2 + 20 minuten fase 3 = 80 minuten   Fase 1: elfje schrijven   Start: uitleg van een elfje = gedicht van 11 woorden en 5 regels 1 2 3 4 1   → toelichten met een voorbeeld: water wie gaat ik ben eerst wat is het lekker vakantie   Situatie: Er liggen kaartjes omgekeerd op de tafel. Op de kaartjes staan dingen die je meeneemt op reis: een tandenborstel, een handdoek, een boek,... Het is telkens een foto en een woord.   Opdracht: Trek een kaartje Schrijf een elfje aan de hand van volgende schrijfhulp:   1 woord Schrijf hier het woord dat op je kaartje staat. 2 woorden Beschrijf het woord. Wat is het? Waarvoor gebruik je het? 3 woorden Stel een vraag. 4 woorden Beantwoord je vraag. 1 woord Maak een samenvatting.   → we maken bovenstaande oefening eerst samen met de klas als voorbeeld   Iedereen klaar? Enkele leerlingen lezen hun gedicht voor. De leerkracht heeft er oog voor dat iedereen aandachtig luistert.   Fase 2: Zintuiglijk schrijven   Groepsverdeler: wat heb je zeker nodig op reis? Schoenen om te wandelen! Iedereen gooit 1 schoen in het midden, de leerkracht maakt duo’s van schoenen en zo ook van mensen. De volgende opdracht is per twee.   Situatie: We gaan naar buiten, liefst in een omgeving met veel natuur, zoals een bos of een park.   Opdracht 1: “Op deze plek zijn schatten verborgen. Ze zitten verstopt in filmkokertjes. Ga ze zoeken! Als je er één gevonden hebt, kom je terug naar hier. Je mag het nog niet open doen! De kokertjes gaan pas open als iedereen terug is.”   De leerlingen komen terug. Ze mogen allemaal samen hun kokertje openen. Wat zit erin? Niets! En wat hebben ze te vertellen over de weg ernaartoe? Hebben ze iets gezien, geroken, gevoeld, geproefd, gehoord? Conclusie: soms is onderweg zijn belangrijker dan je eindpunt. Daarom doen we de oefening opnieuw.   Opdracht 2: Elke groep neemt het volgende mee: een kokertje, de 2 elfjes, een balpen, een leeg blad papier en een instructieblad.   De leerlingen gaan op stap in de omgeving. Onderweg observeren ze hun omgeving met hun zintuigen. Op het instructieblad staan de zintuigen, ondersteund met pictogrammen. Bijvoorbeeld:   De zintuigen:   Horen Zien Proeven of smaken Voelen Ruiken   Eerste keer fluiten: verstop de koker Tweede keer fluiten: kom terug   De leerlingen vertrekken en voeren waarnemingen uit volgens de zintuigen op hun instructieblad. Als de leerkracht een eerste keer fluit, denken ze per twee na over 1 woord dat hun ervaring beschrijft. Bijvoorbeeld ‘vogel’ als ze een vogel gezien hebben of ‘trein’ als ze een trein hebben gehoord. Voor een doelgroep met een hoger niveau van Nederlands zou je hier ook met associaties kunnen werken. Ze scheuren het woord van hun blad en stoppen het in de koker. Op de plaats waar ze dan zijn, verstoppen ze de koker.   Vanaf dan gaan ze op zoek naar elkaars koker. Het idee? Als je een koker vindt, mag je het woord erin meenemen. Je moet er wel een ander woord voor in de plaats steken. Dat woord is opnieuw gebaseerd op je zintuiglijke waarnemingen. Je moet dus blijven observeren.   Vergeet niet: iedereen heeft ook zijn elfjes op zak. Je mag ook een elfje in plaats van een woord achterlaten.   Als de leerkracht fluit, komt iedereen terug met woorden en elfjes op zak. De inspiratie voor de volgende lesfase!   Fase 3: Beschrijf een reiziger   Opdracht: leg je verzameling woorden en elfjes voor je. Lees ze. Je kiest minstens 3 woorden of woordgroepen om voor de opdracht te gebruiken.   Maak een profiel van een reiziger, aan de hand van volgend schrijfkader:   Aangenaam, ik ben …………………………………. Ik ben ….. jaar oud en ik woon in ………………….. Mijn favoriete reisbestemming is ……………………… omdat …………………………………………………………………………………. Ik hou van ……………………………………………………………………. Als ik op reis ga, neem ik altijd …………………………………………….. mee. Op mijn laatste reis naar ……………… heb ik iets heel leuks / grappigs / stom / raar / gênant / triests meegemaakt: …………………………………………………………………………………………...…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………   3) Afsluiter: reisquotes   Tijd: 20 minuten woordspin + 10 minuten quote maken + 20 minuten voorlezen   Groepsverdeler:   Situatie: elke groep gaat aan een tafel zitten. Op de tafel ligt een groot blad met in het midden het woord ‘reizen’ op.   Opdracht:   “Je ziet in het midden het woord ‘reizen’. Waar denk je aan bij dit woord? Denk aan je eigen ervaringen, maar ook aan wat we allemaal al gezien hebben over dit thema. Belangrijk: detail: je hebt per groep maar 1 balpen en niemand mag praten. Dat betekent dat je op elkaar moet wachten, zo krijg je de kans om alle woorden aandachtig te lezen.” “Omcirkel elk 2 woorden.” “Ga nu verder op de woorden die je omcirkeld hebt. Waar denk je aan? Wat associeer je hiermee? Met dezelfde beperkingen als daarnet: 1 balpen, niet praten.” “Kies samen 3 woorden. Nu mag je wel spreken.” “Maak een quote over reizen.” We lezen er eerst nog enkele ter inspiratie:   "De wereld is onze speeltuin."   "Bezoek elk jaar een plek waar je nog nooit bent geweest." (Dalai Lama)   "Oost west, thuis best"   "Verzamel momenten, geen dingen"   "Het is beter een mijl te reizen dan duizend boeken te lezen"

Inne
0 0

Brief aan mezelf/Ik wou nog sorry zeggen

Ik wou nog sorry zeggen   Sorry voor Turks fruit. Sorry voor Anna Karenina. Sorry voor Oorlog en vrede. Max Havelaar. De avonden. 1984. Congo. Honderd jaar eenzaamheid. Misdaad en straf. Kaas.   Ik wou nog sorry zeggen dat ik van tientalle klassiekers nog nooit heb gehoord. Ik wou nog sorry zeggen dat ik sommige klassiekers niet heb doorgrond. Ik wou nog sorry zeggen dat mijn boekenkast vol staat met boeken die ik nooit heb gelezen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik lang heb gedacht deze wel ooit te lezen. Sorry als je er nog steeds niet bij bent aanbeland   Ik wou nog sorry zeggen dat ik de Steinerschool heb verlaten. Als ik was gebleven had ik de klassiekers misschien wel gekend. Ik wou nog sorry zeggen dat ik dit niet had kunnen voorspellen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik door van school te veranderen geen manden heb gevlochten geen potten heb gebakken geen sculpturen heb gemaakt niet heb geboetseerd   Ik wou nog sorry zeggen dat ik niet katholiek ben opgevoed. Hoewel dit niet mijn keuze was. Ik wou nog sorry zeggen voor als je hierdoor in vervelende situaties terecht bent gekomen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik mezelf heb wijsgemaakt iets van godsdienst af te weten omdat ik het Onze Vader uit mijn hoofd ken. Ik wou nog sorry zeggen dat ik nooit in een kerk zal kunnen trouwen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik hier enkel zou willen trouwen omdat ik de gekleurde glasramen zo mooi vind.   Ik wou nog sorry zeggen dat ik altijd veel verzameld heb. Ik wou nog sorry zeggen dat je daardoor nu met een te veel aan spullen zit. Schelpen. Theezakjes. Theaterscripts. Filmstills. Retro vakantiefoto’s. Foto’s in het algemeen. Jommekesstrips. Postzegels. Knutselmateriaal. Schoenen. Theatertickets. Filmtickets. Museumtickets. Treintickets. Zwemdiploma’s.   Ik wou nog sorry zeggen omdat ik hierdoor waarschijnlijk mijn keuzestress heb ontwikkeld. Ik wou nog sorry zeggen dat ik vaak doe alsof ik geen keuzestress heb, iets kies en vervolgens spijt heb. Ik wou nog sorry zeggen voor het trainen mezelf wijs te maken dat ik dingen soms anders zeg dan ik ze denk. En sorry zeggen dat ik te lang heb gewacht dit uit mijn systeem te halen. Ik wou nog sorry zeggen dat ik hierdoor sommige kansen heb laten schieten of personen heb weggeduwd. Sorry dat deze anders misschien wel in je leven waren gebleven. Sorry dat ik mijn lief heb gedumpt. Sorry dat ik haar de koffiemachine heb gegeven en nu zelf zonder zit. Sorry dat ik verslaafd ben geraakt aan het drinken van koffie. En aan sigaretten. Sorry dat ik mijn lichaam van binnenuit kapot maak. Sorry dat ik hierin overdrijf. En niet alleen hierin.   Ik wou nog sorry zeggen voor het vele geld dat ik heb uitgegeven. Sorry dat ik het weer over een andere boeg gooi. Dat ik geld te weinig had om mijn reis naar Ijsland te maken. Dat ik heb gedaan alsof ik dat niet erg vond. Dat ik mezelf opzij heb geschoven. Weeral. Opnieuw. Dat ik mezelf telkens heb beloofd dat het de laatste keer zal zijn en er toch weer in slaag. Dat ik dit op mijn karakter schuif.   Ik wou nog sorry zeggen dat ik mezelf denk te kennen maar dat eigenlijk niet doe. Ik wou nog sorry zeggen voor als je dat nu nog steeds niet weet. En sorry voor als je jezelf aanpraat dat je dat wel doet. Dat is oké.   Ik vind mezelf oké.   Ik wou geen sorry zeggen voor elk fietslampje dat ik uitknip als ik het zie branden. Geen sorry voor het opstaan in de bus voor oude mensen. Ik wou geen sorry zeggen voor mijn overbezorgdheid. Mijn vrijgevigheid. Mijn goedlachsheid.   Ik wou nog sorry zeggen uit naam van alle mensen die van bovenstaande dingen misbruik hebben gemaakt. En sorry dat ik dit doe om mezelf gerust te stellen. Ik wou dan nog sorry zeggen dat ik zo slecht kan relativeren. Dat ik tegen mezelf praat om hieraan te werken.   Want alle zorgen nachtmerries verlangens gemis spijt dromen hopeloze gedachten moeilijkheden waar mijn hoofd mee blijft zitten zijn vaak de moeite niet waard. Sorry dat ik dat soms vergeet. Sorry dat ik deze kopzorgen van mijn gehele lichaam bezit laat nemen.   Ik wou nog sorry zeggen voor de slechte bloedsomloop. De koude voeten. De gevoelloze vingers in de winter. De slechte tanden. De zwakke weerstand. Het permanente ijzertekort. De lichte scoliose. De naar binnen staande knieën. De scheefgegroeide tenen. De slechte houding. Het verslechterde zicht.   Ik wou nog sorry zeggen dat deze gehele tekst vol spijtbetuigingen staat. Ik wou nog sorry zeggen dat ik geen gepaste aanspreking vond. Ik wou nog sorry zeggen dat ik ook geen afsluiting zal vinden.

Matilde Quirynen
1 0

Het gesprek

De wind blies haar haar alle kanten op. Irritante wind! Stomme haren, storend in haar gezicht. Ze was zenuwachtig. Nog een uur en ze zou hem eindelijk terugzien. Eindelijk wilde hij weer praten, met haar en met niemand anders. Ze las om de tijd te doden. De woorden drongen niet meer echt tot haar door. Maar ze las toch verder. Het boek ging over ‘graag zien, hoe je uw relatie sterk houdt’. Misschien kon ze hier nog wat informatie uit opsteken die ze kon gebruiken straks bij het gesprek. Dus las ze verder.   Vijf voor. Snel nog even het wc passeren en naar de plaats van afspraak. Ze wilde zeker niet te laat zijn. Dat zou typisch zijn voor haar. Weeral te laat. Deze keer ging dat niet gebeuren. Stipt op tijd stond ze er. Ze was voorbereid. Haar gsm op vliegtuigstand, in de rugzak, rugzak in de fietszak. Ze was onbereikbaar vanaf nu. Anders dan normaal. Waar hij zich steeds aan stoorde, dat ze steeds bereikbaar was, voor iedereen. Nu dus niet. Nu even niet. Nu enkel hij en zij en niemand anders. Ohja, en de hond.   Hij was laat. Ze nam haar rugzak terug uit de fietszak, gsm uit de rugzak en zette haar gsm terug aan. Misschien had hij al gestuurd en had ze dat nu niet gekregen, misschien ging hij nog later zijn, misschien was er iets gebeurd, misschien had hij afgezegd, gevraagd om het te verplaatsen, misschien… Ah! Daar is hij! Ze moest lachen. Ze moest zich inhouden om niet te lachen. Een warm gevoel, ze ontdooide. Zo blij om hem te zien, zo vertrouwd hem te zien sukkelen met de fiets en de hondenbak erachteraan. “Mijn twee mannen”, dacht ze. Maar ze slikte haar tong in en haar lippen werden terug hard. Ze begroette de hond, uitvoerig. Lang geleden. Dan hem, ongemakkelijk. Gelukkig nam hij haar meteen in zijn armen. Hij wist wel wat te doen, of volgde zijn impulsen. De spanning steeg, in haar borst en haar schouders. Ze wilde zo graag ontspannen, ontdooien, plooien, helemaal terug knuffelen, maar ze hield zich stijf. Het was nog niet besproken, het kon nog niet. Nu nog even niet.   Of we nog ergens iets kunnen eten, vroeg hij. De spanning nam toe, ze voelde het in haar lijf. Zij had speciaal op voorhand gegeten. Ze had net gegeten. Ze had net gegeten, zodat ze meteen konden doorgaan naar de hondenwei, zodat ze niet eerst ongemakkelijk moesten neerzitten aan een tafeltje omringd door mensen en in elkaars ogen kijkend. Ongemakkelijk. “Oké” Honger is een akelig beestje, dus “oké, we zullen eerst nog even iets eten en drinken”. Ze gingen meteen zitten bij het eerste het beste dat ze zagen. Hij bestelde eten en drinken, zij enkel drinken. Ze wist niet goed wat te zeggen, maar ze haatte de stilte. Ze vroeg hoe zijn weekend was, hoe het met de hond was, hoe het eten was,… Ze vroeg dingen die niet relevant waren, aan de buitenkant speelde. Spanning liep op, weer voelde ze dit in haar lijf. De wc, de wc was haar uitweg. Altijd al geweest eigenlijk. Haar eigen plekje, waar niemand haar stoort. Hier kon ze even zijn. Ze liet de spanning los en de tranen volgden meteen. Zucht. Ogen afvegen en weer naar hem. De rest van zijn eten was om mee te nemen, ze konden vertrekken. De hond bood afleiding op de roltrappen. “Hoe voelt ge u?” Hij vertelde. Hij was boos geweest, had alles opgeschreven in een brief. Zeer ongewoon voor hem. Hij ging de brief niet afgeven, hij was gekalmeerd nu. Het was beter. Hij wilde haar verhaal horen. Zij vertelde. Ze moest wenen. Ze weende snel. Ze weende om de spanning te bevrijden, weg uit haar lichaam. Ze weende en vertelde en schaamde en voelde schuld. Ze deelde en hield zich dan weer in. Ze vond de woorden niet, aarzelde, probeerde te voelen. Hij begreep haar eerst niet. Dacht dat het enkel om de uitleg rond de zatte kus ging, niet over meer. Dacht dat alles anders was gelopen. En kon het abstracte niet volgen. Hij had nood aan concreetheid, aan 1 + 2 = 3. Zij kon hem dat niet bieden. Zij dacht veel en chaotisch en abstract. Dit viel niet te lijmen. Eerst leek het weer te blokkeren, te stagneren.   De hond in het water bracht ruimte en adem. Blote voeten want het gras was bezaaid met plassen regen. Elk liepen ze aan een kant van het water, het water dat tussen hen lag, de weg naar elkaar splitste. De hond liep ertussen heen en weer, door het water. Probeerde voor verbinding te zorgen. De verbinding die zij zochten, maar zo moeilijk konden vinden. Dat beeld hielp. Het werd concreter. Ze hield niet van die stiltes. Er waren dan te veel gedachten en na een tijdje kon ze die niet meer delen. Ze wist dan niet meer hoe. Ze wilde zijn hand vastnemen, hem licht aanraken met haar vingertoppen, de verbinding letterlijk voelen. Ze hield zich in. Misschien was dat niet zo’n goed idee om nu te doen. Hij deed het wel. Hij deed het in haar plaats. Hij trok haar tegen zich aan. “Meisje toch”. Heel even was het er weer. De verbinding, de connectie. Ze keken naar de hond die in het water plonsde en voor de allereerste keer zwom. Beiden met trots. Ze lachten. Het lachen bracht hen dichter bij elkaar. Samen. Het voelde alsof er niets aan de hand was, alsof alles nog was als daarvoor, alsof alles beter was dan ervoor, alsof alles was zoals het was ‘Oké’. Hij keek naar haar, ze durfde niet goed terug te kijken. Gelukkig was ze kleiner. Ze dook weg in zijn borstkas, begroef haar neus in zijn oksel. Hij tilde haar kin op. Nu moest ze wel kijken. Ze zag zijn gezicht, zo mooi en zacht. Hij kuste haar. Ze kusten. Zacht. Het was met een dubbel gevoel. Ze wist niet wat ze voelde. Ze dacht. “Denken is misschien geen goed teken”, dacht ze.   Zijn zus belde. Hij nam op. Haar gsm stond nog uit, zat in de rugzak, uit de fietszak op haar rug, zij was voorbereid. De spanning kwam terug. Ze voelde het in haar schouders. Ze kromp ineen. Hij was boos, lastig. Ze voelde zijn ambetant zijn in haar lichaam. Ze wilde zich onzichtbaar maken, zorgen dat hij niet nog meer zou ontploffen. Ze wist dat ze iets moest zeggen. Ze moest iets zeggen als ze het anders wou. Ze benoemde het. Die spanning, het ambetant worden van hem, de zwaarte. Hier ging het om, ze wisten het weer. Ze waren het alweer vergeten door de zachtheid, liefheid, humor en verbinding van de dag. Maar dit, deze spanning, die zwaarte, dat is wat hun relatie de laatste tijd was. Hier wilden ze allebei van weg. Hier liep het telkens mis. “Maken we elkaar wel echt gelukkig?” vroeg ze, maar beiden wisten ze het antwoord niet.   Ze willen ervoor gaan, maar hebben de energie niet meer om te vechten. Toch niet nu, niet nu onmiddellijk. Ze nemen terug afscheid. Weer ongemakkelijk. Het is beter nog wat te ademen, elk op zichzelf, even apart. Hij wilt haar meenemen, in hun bed leggen, naast elkaar leven. Zij wilt meegaan, de avond samen eindigen. Maar ze zijn nu slimmer dan alle keren hiervoor. Ze nemen afscheid. Elk hun eigen we. Ze zien het nog. Ze ademen nu eerst even. Dan zien ze nog. Ze zien het nog, we zien wel. Ze voelen het nog even na en gingen nu elk hun eigen weg.

Kristien
0 0

Theedrinken

Verderop wordt nog wat tennis gespeeld. Spel van de derde garnituur, mensen uit de buurt, na de middag in 't cafe. Dit is zo'n beetje de enige heisa, op een stuk of negen mannen in bovenmaatse regenjassen na; zij sjouwen met hekken, rollen de geblokte linten af die zij na het uitstoten van commando's en het maken van brede gebaren weer oprollen. Naast de deur waar net een bleek zonnetje schijnt, de ketel ruist en het water de pot in kan, is het rustig. Het gekrakeel en de honderden meters die omgelopen zouden moeten worden vanwege het rozenfeest, is uit het zicht van de broers. Zij kijken afwisselend naar mekaars ongeschoren bakkesen en de stapel kranten. “Die berg kan nu de kachel wel in,” oppert de tien minuten jongere. De oudere heeft er moeite mee, met het afscheid van de berichten. “Moeiteloos doorbraken ze de sleur.” “Dat zeg je best aardig, zo poëtisch.” “Ik bedoel het toch echt anders.” De jongste zwijgt, hij wil de lummel niet zijn, een misverstand is sneller dan een schot hagel, die kranten staan er vol mee, met dat soort trammelant. Hij schenkt het water in de pot en doet er twee scheppen lapsang souchong bij; even schakelen naar een ander onderwerp. “Die bank, die van onder de appelboom, kan die naar de buurman? Hij tikte eergisteren tegen de ruit en stak zijn duim omhoog dat-ie het wel ziet zitten.” De oudere loopt naar het raam. “Geef-em dan ook van die sla, die is nu groot, de rest kan aan de kant van de weg, tien cent de krop. En dit boeddhistisch theedrinken, daar houden we ook maar eens mee op.”  

PP de Noorderman
141 0