Lezen

Je koffie

1.Als de vogels       donker boven je hoofd  vliegenen de kastanjesnaast je open barstenvallen de deuren op slotperst de geur van schimmeldoor het nieuwe plafonden sta je                            stilje beseft als een zweepslagin een mierennestdat je onderwegde ‘route du soleil’kwijt speelde- tijd voor koffie - zwart en bitterdie je voor de zoveelste keernaar binnen gietmokkend ergens op een                                          Hoog VerdiepIn een stadbadend in de echovan wat boegeroepterwijl de spiegel weigertje nog langer aan te kijkende vogels grijs boven je hoofd dreigen aan te vallenzolang het nat nietvan je gelaat glijdtals een masker van“ik ben niet hier”   2. Totje daarje koffietot je neemtals een oude hoer die niets meer doet                                dan oude klanten afwerken- buiten dromen de spiegelbeelden -alles raast voorbij vanachter de glazen straatomdat je niet vooruit wilen je de shotgun neemtnetjes verborgen onder een versleten boxeren knalt die godverdomse grijze vogelsuit die verdomde versleten luchttot, het valt,              jij valt,                         zij valt de koffieis op, de motorstoptdoor het vensterraam vang je nog een glimpvan een stad die daaltzie je daken zoals je ze nog nooit zagje glimlachtje schuift je stoel naar achterenlaat de vogels vrij en de koffie koud - zo daar ga je dan -het is al laatrust numaar.

Bart Vermeer
29 0

wat zie je?

Perceptie.   "Kijk eens goed.  Wat zie je?": vroeg ze me plots op nogal indringende toon als in een kruisverhoor. Althans zo kwam de onschuldige vraag bij mij binnen. "Heu.. ik zie jou denk ik": antwoorde ik aarzelend veilig, maar met genoeg besef dat mijn antwoord een dikke onvoldoende zou opleveren mocht dit een proefwerk zijn. Neen neen, dat bedoel ik niet, wat zie je echt.  Kijk even rond en wat zie je? Wat valt je op? Wat trekt je aandacht. Wat vind je mooi? Was het de onverwachte vreemde vraag die me uit mijn lood sloeg of was het de plotse interesse die me een ongemakkelijk gevoel bezorgde? Maar iets leek me te waarschuwen dat ik op mijn quivive moest zijn. Dit was niet zo maar een vraag maar een goed gecamoufleerde valkuil.  En ik? Ik voelde me de nietsvermoedende prooi die straks de takken onder zijn poten zou voelen wegzakken. Dit moest de ultieme test zijn. Een toets waar gelijk welk antwoord het foute zou zijn. De repliek, compleet naast de kwestie.  Even bekroop mij het gevoel dat wat ik ook zou "verklaren" bepalend kon zijn voor onze relatie, onze toekomst en mogelijks de opwarming van de aarde en de werelvrede. De neocortex draaide plots op volle toeren, verwerkte de beschikbare info in een verschroeiend tempo  en beraamde als vanzelf in een nanoseconde een passende afweerstrategie.  Ga je bijdehand doen?  Ga je me straks mijn mannelijkeid verwijten?  Heb je een nieuw kapsel of nieuwe mascara en heb ik dat over t hoofd gezien? Een nieuwe BH? Gelaserd, misschien? Die laatste 2 vragen lagen klaar om afgevuurd te worden maar die heb ik olie op vuur vermijdend niet gesteld. De ongepast aggressieve toon van mijn repliek moest iets losgemaakt hebben want ze ging, helemaal niet op haar quivive, rustig ontwapenend verder.   Maar nee Janneke. Help me eens even. Speel eens mee.  Ik zou zo graag een punt maken maar dat lukt alleen als je even meewerkt. Toe zeg het me. Wat zie je rondom jou? Nog steeds op mijn hoede maar al iets minder ongerust dat indien mijn antwoord fout zou zijn we plots zouden overspoeld worden door een metershoge tsunami.   Ik wurmde me haastig in een ongemakkelijk bocht om iets te prevelen dat leek op een geïnteresseerd antwoord. Heum. Wat ik precies zie? In volgorde van belangrijkheid?  Of doet dat er niet toe?  "... Dat doet er niet toe..." Met "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is beige.... " probeerde ik vergeefs alles nog even af te wimpelen. "Janneke?  Serieus? Komaan... wat valt je op? Ik zie heum... Een bruine tafel. 6 stoelen en een bijpassende dressoir. Op de tafel staat een witte orchidee en liggen 6 beige onderleggers te wachten tot er nog eens volk komt eten. De dressoir is voorzien van 2 glazen schuifduren.  Achter de schuifdeuren zie ik 2 leggers waarop boeken zijn uitgestald. Van klein naar groot. ik zie foto's van de familie.  Rechts zie ik een beige leren salon, opgesplitst in een 2 en 3 zit. Flatscreen 120 op 50 denk ik, te duur betaald trouwens dat vind ik nog steeds.  De flatscreen staat op een ikea kastje dat veel te snel in elkaar is gesmeten en daarom 2 krassen vertoont.  Leuke lichtjes.  Links splinternieuw gordijn .. the wave toch he? zo noemde die verkoper dat gordijn toch he.  The wave? Design éénzit. Keuken, 6 barkrukken, netjes. Modern  design, greeploze kasten. Ziet er duur maar is het niet. Functioneel. Praktisch.   Voila dat is het zo wat denk ik. Ben ik er door? Weet je wat ik zie? Vroeg ze misterieus, mijn antwoord niet afwachtend. Ik zie... ik voel mijn thuis... mijn haven. Ik voel gezelligheid, warmte en liefde.  Rust ook.  Ik ruik de kaarsen die ik daarstraks aangestoken heb.  Die waren je trouwens niet opgevallen want je hebt ze niet vermeld in je opsomming. En ik zie ons volgende etentje met leuke mensen en dan fantaseer ik wat we zullen eten en drinken en waarover we het allemaal zullen hebben. Ik zie ons oud worden in dit huis. Zo voel ik het aan. Ben je nu helderziende geworden.  Zie jij dat dan allemaal? Wat ik je eigenlijk wou zeggen is dat het allemaal niet zo belangrijk is.   Het is niet zo belangrijk wat je ziet of hoe je het ziet.  Wat essentieel is is dat zelfs wij op een verschillende manier kijken naar hetzelfde. We ruiken, voelen, proeven en fantaseren verschillend maar we bedoelen het juist en goed omdat we het zelf zo aanvoelen. Als onze politiekers nu ook eens af en toe aan elkaar zouden vragen... wat zie je?  Misschien zouden ze dan van elkaar begrijpen en het eens worden dat ze het niet over alles eens moeten zijn. Euh... moest ik daarom? Laat maar... we hebben een schoon huis.  K ben er wreed content mee.  Met jou trouwens ook ook al stel je soms van die rare vragen.

jan pultau
0 0

Brief aan mijn on(geboren kind

Hoe moet ik een brief aan mijn al dan niet geboren kind , of kinderen, beginnen? Laat me eerst mijn schrijversangst bedwingen alsof alle kinderen samen zingen! Ik hoef niet persé te rijmen, laat mijn kind ook mijn geesteskind a.u.b. een ongerijmd leven leiden en niet lijden. Lijden gebeurt in deze wereld al genoeg en ik wil over Hoop schrijven, mijn zwarte doemdenkerij laten verdwijnen zoals sneeuw wijkt voor zon en groen overwoekert beton... Vandaag, tegen de avond, op een warme zij het regenachtige julidag, heb ik met een jongetje gevoetbald. We wisselden trucjes uit, gaven mekaar hoe kan het anders gepastte passes, de ene keer was hij keeper, dan ik, en het leven rolde net als de bal en de wereldbol vanzelf. Kon dat jongetje weten dat ik me als 56-jarige even terug jong voelde? Samen ravotten, tegen een bal schoppen, door weiden lopen, in bossen rondhossen. Ons samenspel deed me deze naht naar mijn pen grijpen. En ik schreef deze woorden... Al heb ik natuur-gewijs de neiging moralistisch of filosofisch te schrijven, ik wil even bij dit éne mopment blijven...   Op het einde van onze voetballes(ik leerde hem en hij leerde mij zoals het zou moeten horen) gaf ik hem enkele snoepjes (chocolade met kokosnotenvulling) : hij keek me dankbaar aan terwijl hij even in mijn bescheiden sociale woning binnenkwam. Hij mopelde deze voor mij zo waardevolle woorden: "wat is het hier mooi". Ik weet nog steeds niet wat hij precies mooi von: de wanorde op mijn tafel met al die lege en gevulde sigarettenpakjes vast niet.Zou het dan over mijn schilderijen gaan? De inrichting? De goedgevulde boekenkasten? De platenkast? Wat fascineerde dat jongetje wat hem die gevleugelde woorden ontlokte: "wat is het hier mooi"? Een jongetje helaas niet mijn zoon zelfs geen familie... (On)dankbaar gemis. Triest en Hoopvol verleden. Gemiste en gekregen kansen. Ik zou hem willen overstelpen met wijze woorden zoals ik hem voetbaltrucjes leerde. Helaas, in en voor hét echte leven bestaan geen trucjes. Tenminste: ik weiger ze te gebruiken of te misbruiken. Hij zal zijn weg moeten zoeken in en buiten het voetbal. Zoals ik mijn levensdoel zoek in kunst. Ja, misschien waren het toch de schilderijen, de boeken, de platen. Beeldende Kunst, Literatuur en Muziek. Mijn drie Karma's. Mijn drie Musketiers. Mijn Heilige Drievuldigheid.   Ach, beste kinderen van de wereld, ik zou jullie zoveel willen meegeven, meedelen, al mijn levenswijsheid gegroeid uit levensdomheid delen, ongelimiteerde antwoorden geven op de belangrijkste vragen en kinderen kunnen veel vragen, maar bovenal wil ik jullie HOOP OP EEN RIJK GOEDGEVULD LEVEN geven. Dezelfde hoop die dat voetballende jongetje me gaf toen hij die oh zo belangrijke woorden uitte: "Wat is het hier mooi". Hoeft het nog gezegd? De Waarheid komt komt uit een kindermond en dat is pas gezond!!! Droom nu maar in je slaap dat je ooit een Rode Duivel wordt kaliber Eden Hazard of Kevin De Bruyne of Thibout Courtois, dat wens ik je toe, droom zacht en doe je oogjes maar toe! Je toekomst lacht je toe!   Reacties welkom: Danny Smolders tel 014/210983  GSM 0471/415713 danders@telenet.be    

danders
0 0

Nutcase

De schaamte. Ik voel ze vooral hier, in de supermarkt. Mensen mijden oogcontact sinds ik de ronde doe als een virale infectie. Ze kijken me aan wanneer ik mijn boodschappenlijstje doorstreep of het etiket van een fles wijn lees. Hun geniepige blikken branden door mijn winterjas. Het is zelfs zo erg geworden dat ik mijn vlees niet meer laat afsnijden bij de slager. Voortaan koop ik alles voorverpakt. Wat maakt het ook uit. Alles heeft een wrange bijsmaak tegenwoordig.   Ze zeggen dat mijn masker is afgevallen. Ze menen te weten wie ik nu écht ben. Maar wie was ik daarvoor dan? Iemand die de schijn ophield? Dat zeggen ze ook. En oké, ik was de controle verloren en de gevolgen zijn drastisch. Het is een jammerlijk feit uit een leven dat al 41 jaar braaf bestaat. Maar ben ik door het voorval veranderd? Ik geef de planten evenveel water als vroeger. Ik slaap nog altijd op mijn buik en ik kijk met evenveel spijt terug op bepaalde keuzes in mijn leven.   Maar goed. Het is dus gebeurd en veel mensen hebben het gezien. Ik ben nu officieel de nutcase van het dorp. De overdaad aan wijn en goedkope pralines in mijn winkelkar zullen die perceptie alleen maar voeden. Aan de kassa komen daar nog roddelboekjes bij. Mocht ik niet beter weten, ik zou denken dat het bewijs van mijn teloorgang naar de kassière schuift. Ik betaal de rekening en krijg er gratis een afkeurende blik van de winkelbediende bij. Wat een conservatief hol is dit toch.   En als ik eerlijk mag zijn: vóór de schaamte was ik trotst op mezelf. Fier op mijn daadkracht en uitstekend gevoel voor timing. Als een slechtvalk die in vrije val zijn prooi vangt. 12 jaar geleden, toen ik hem voor het eerst zag, had ik het lef nog niet. Hij kwam toen spreken over zijn investeringsplannen in de regio. Ik walgde van zijn dominante houding en vrouwonvriendelijk gezwets, maar als kersvers communicatiemedewerker van de gemeente deed ik wat van mij werd verwacht. Ik bedankte hem na zijn speech voor zijn kostbare tijd met een uitstekende fles Bordeaux. Hij nam de fles aan, gaf me een zoen en fluisterde onder luid applaus in mijn oor: “Heb je plannen vanavond, Barbie?” Ik was te geschokt om te reageren. Hij genoot van zijn macht.   Dat was ons laatste contact tot vorige maand, toen hij terug naar ons dorp kwam. Hij was hier niet om te spreken over de investeringen die uiteindelijk nooit zijn doorgegaan, maar om verkozen te worden. Ik overhandigde hem opnieuw een fles Bordeaux. Deze keer met een extraatje erbij. Om het in de woorden van de wereldpers te zeggen: “Lady grabs Trump by the nuts after speech.”    

Antony Samson
1 0

Diesel-tempo

Nieuwe school, avontuur - Ge wet wel - grote mond. Rondhangen me de vrienden, smore van lampbestuurde grond. Ontgrond, waar ik stond, met tanden van mijn mond, niet gedacht dat het bestond, nog voor dat alles echt begon.    Ik moest er nog mee starten, mee aan de slag, “Hallo - ik ben nieuw hier - ja - eerste dag”. Denkte echt dat da mijn woorden werden? Niks wereld-derde, elke dag die fucking Merde, Sorry dak ff hardop lach.   Vergelijk me met een beest als een tijger, een vechter, een krijger,  altijd eerst op startblokken, de steun van de steiger, Mensen vragen mijn mening, shit - really - ge moogt is raden waarom ik weiger.    “Hallo Mevrouw, goeiemorgen, ik zoek het toilet”, Ook zij had mij weer snel met de mond vol tanden gezet,  ik zeg ‘halloww.. da’s toch ni zo moeilijk he, zeg me gewoon de weg" Die vrouw bleek dus doof te zijn, en niemand da't da efkes zegt?!   Stunt nummer 1, en ik ben een man van vele, zou men stommiteit af en toe moeten kunnen verdelen, lokaal lokaliseren door te transporteren en te transformeren, zodat ik ’t me enkel moet verbeelden.    Dromen is erg maar vaak snel over, een soort manier waardoor ik mij naar een universe tover. Daar is het proper, rein en ongelogen, zonder te betogen, zonder ne moskee of synagoge.   Helemaal niet, waarom voelt gij u nu aangesproken? Ineens - ver uit het niks - komde gij hier aangekropen, ff kloppe, telefonneke, nee niks late wete, en dan nog verwachte da ge hier ’s avonds me ons mee kunt eten?!   Shit weg - die fucking vanzelfsprekendheid, Respect voor mekaar -neje- het volk van vandaag krijgt het schijt, in alle tegenstrijd, niemand is nog toegewijd, ge weet da gij de toekomst zijt, ge hebt zelfs nog geen beetje spijt.    Uw ouders - zo hard gewerkt om er voor u te zijn, centjes op de bank gezet voor uw succesje, groot of klein, Gij moet het wete, gij liever dan de mijn want - de mijn doe ik geen pijn, Gij zult het kruisje van het huisje zijn.   Sorry mama - ik lust da ni - ik wil alleen echte cola, meende gij da nu - men kind - shit verwende Lola. En Lola krijgt alweer haar zin,  dus tegen beter weten in,  klop ik vandaag weer op m’n kin omdat’k niet graag van m’n zusje win.   Ooit moeten we leren, doen we allemaal, en ’t is gewoon een feit, vandaag elk in ons eigen taal.  Fysiek of mentaal, introvert of asociaal. we moeten best massaal, organiseer nogmaals het laatste avondmaal.   Ma da's moeilijk want de tafel is te klein, of misschien hebbe we gewoon te weinig plek. Zijn weer maar eens verhuist, alles behalve fijn, weinig ander keus want den Immo ging op z'n bek.    Neenee, da's ni wa da'k zeg,  hoe wilde da'k het uitleg? Zo da gij mij verstaat, Immo en ik waren beginnen vechten op de straat.   

Flashlab
1 0

Een reisverhaal lezen en schrijven

Doelgroep: NT2-cursisten niveau B2 - Vantage Schriftelijk Voorkennis: Bezoek aan het Red Star Line Museum in Antwerpen (of op zijn minst de website bezoeken) www.redstarline.be Competenties ERK : Lezen : Ik kan informatie halen uit een narratieve tekst. Schrijven: Ik kan notities nemen voor mezelf en een narratieve tekst schrijven a.h.v. een schrijfplan. Ik kan gebeurtenissen chronologisch voorstellen en ik kan hierbij ondersteunende kennis gebruiken (interpunctie, conjuncties, grammaticale structuren en correct gebruik van tijden om heden/verleden aan te geven)   Vaardigheid en Competenties (wat moet de cursist kunnen) Strategie (hoe bereikt de cursist dit?) Lesfase + Materiaal (hoe stuurt / begeleidt de docent dit?) Tijd Spreken en Luisteren   Ik kan zeggen hoe ik me voel. Ik kan over een herinnering spreken.       Ik kan het woord nemen en mijn beurt afwachten. Klas: Ervaringen uitwisselen   Wie is er al eens op reis geweest? (waar, wanneer…) Waarom gaan we op vakantie? - Woordspin op bord Groep 4 Wat was voor jou de meest vreemde bestemming? Welke dingen vielen je daar op? Zintuigen Welke emotie had je daarbij?   Klas: Info bundelen op bord 10’ Lezen Ik kan een narratieve tekst lezen en er info in vinden.   Ik kan context gebruiken als ik iets niet begrijp.   Bijlage + opdrachtenblad: ‘Japan, een reisverhaal’, (Jaap Grave) 20’ Schrijven Ik kan notities nemen voor mezelf.   Ik kan mijn taak voorbereiden. De cst maken een lijstje met dingen die anders zijn in België dan in hun land. Enkel woorden noteren. (vb. ‘eten’) 5’ Vaardigheid en Competenties (wat moet de cursist kunnen) Strategie (hoe bereikt de cursist dit?) Lesfase + Materiaal (hoe stuurt / begeleidt de docent dit?) Tijd Lezen / Spreken Ik kan iets uitleggen, een hypothese maken, mening geven. Ik kan compenseren. Groep 2: De cstn wisselen hun lijstje en raden + geven commentaar op de woorden. Ze gebruiken hierbij ‘ik denk dat…, volgens mij…’’ vb: ‘Ik denk dat het eten in België niet zo pikant is als in…’   De cst maken samen een woordspin rond België (laptop of Groep 2). http://learningapps.org/display?v=p4isir3c201   5’ Schrijven Ik kan instructies geven en anderen overtuigen van mijn mening.     Ik kan ondersteunende kennis gebruiken (briefvorm hanteren) Ik kan argumenten gebruiken. Opdracht:   De cst schrijft een brief / mail aan een vriend uit eigen land en geeft instructies waar die op moet letten als hij/zij naar België komt en legt ook uit waarom (max 1 A4). De cst kan hierbij grammaticale ondersteuning, briefvorm en correcte stijl raadplegen. De cst kan de gepaste taalhandelingen (argumenteren) gebruiken.   25’ Lezen / Luisteren. Ik kan een tekst die me overtuigt van iets begrijpen. Ik kan een verhalende tekst begrijpen. Ik kan vragen om uitleg als ik iets niet begrijp. 1 vrijwilliger leest brief voor / docent leest brief voor Klasgesprek met voorbeeld feedback: Wat boeit of intrigeert? Wat maakt je nieuwsgierig? Wat is er herkenbaar? Welke zinnen raken je? Hoe is de tekst (brief) opgebouwd? Stijl, taalgebruik, woordkeuze?   Bijlage: Formulier feedback 10’ Vaardigheid en Competenties (wat moet de cursist kunnen) Strategie (hoe bereikt de cursist dit?) Lesfase + Materiaal (hoe stuurt / begeleidt de docent dit?) Tijd Lezen / Spreken. Ik kan iets uitleggen, mijn mening geven over een bepaald onderwerp. Ik kan reflecteren op mijn eigen leren. Ik kan samenwerken. Groep 4: De cstn lezen elkaars teksten (op laptop delen via Google Drive klas of docent kopieert 2 teksten per 4 cstn) De cstn geven feedback in groep op de tekst a.h.v. een formulier. (10’ per tekst) De docent loopt rond en stuurt bij, controleert of de schrijver iets heeft aan feedback. De docent neemt de teksten mee en corrigeert achteraf + geeft extra feedback. 40’ Lezen Ik kan een verhalende tekst begrijpen. Ik kan mijn taak voorbereiden. De cst leest een kort reisverhaal. http://www.redstarline.be/nl/verhaal/germaine’s-korte-leven-amerika   of nog meer op: http://www.redstarline.be/nl/verhalen 10’ Schrijven Ik kan een verhaal schrijven over wat ik heb meegemaakt. Ik kan mijn taak voorbereiden. Ik heb de juiste leerattitude. De cst denkt na over een reis / tocht naar een ander land (naar België).   De cst gebruikt een schrijfplan om de reisdag te reconstrueren. De cst verbindt deze acties met emoties, zintuiglijke indrukken, dierbare personen of voorwerpen. De cst schrijft zijn/haar reisverhaal   Bijlage: Schrijfplan 45’ Bijlage: Japan, een reisverhaal (Jaap Grave)   Naast ons appartement staat een lagere school.  De kinderen beginnen er al vroeg en je kunt ze al van verre ‘Ohaio kosaimas’ (goedemorgen) horen schreeuwen. Dat begint al op geruime afstand, zet zich voort tot op het schoolplein waar iedereen door de hele groep en de hele groep door iedere individuele scholier wordt begroet tot ze in het klaslokaal zijn. Daar wordt nog even flink goedemorgen geschreeuwd tot iedereen moe is. Dan kan de les beginnen. Maar soms gaan ze aan het begin van de ochtend in de buurt blaadjes rapen onder het toeziend oog van de leraar. Dat is geen gezellige man in een T-shirtje en spijkerbroek, maar een man in een pak.   Ik verdenk de Japanners ervan dat ze ‘s nachts in de bomen klimmen, voorzichtig voelen of de blaadjes al van plan zijn die nacht de reis naar beneden te maken en als dat vermoeden juist is, dat ze de blaadjes dan alvast veiligheidshalve van de takken plukken. Daarbij dragen ze witte handschoenen.   Omdat er nergens afvalbakken staan, zie je de mensen soms schichtig om zich heen kijken voor ze een sigarettenpeuk in een spleet tussen de straattegels duwen.   Terwijl het in de landen waar ik heb gewerkt gebruikelijk is dat collega’s elkaar vragen waar ze aan werken of waar ze vandaan komen, werd ik hier in de afgelopen weken aan het begin van het gesprek verrast door de vraag of ik ook drink. Die vraag is des te vreemder, omdat de meeste Japanners er zelf niet zo goed tegen kunnen. Na het tweede, toegegeven, grote glas bier begint hun hoofd al onzeker op hun romp te schommelen. Hoe meer hun hoofd schommelt, hoe slechter hun Engels wordt. Ik heb gelezen dat ze dan hun voorzichtigheid laten varen en hun ware gedachten durven te uiten. Maar die versta ik dan niet meer.   De meeste collega’s voelen zich thuis op de campus. Tussen hun werkkamer en de bibliotheek of mensa dragen ze pantoffels of handige slippers.   Halverwege de stad en de universiteit stopt de tram en zit de dienst van de bestuurder erop. Hij neemt zijn pet af en maakt een buiging naar de mensen in de tram. Zijn plaatsvervanger komt binnen met zijn pet in zijn hand, maakt een buiging en kruipt achter zijn knuppel. Zet zijn pet op, laat de bel rinkelen en we rijden weer.   De trams hebben maar één wagon en wie zit, zit. Dat jongeren opstaan voor ouderen, is een onbekende regel, het breeduit zitten van oudere mannen daarentegen zeer bekend. In de spits zijn de trams bomvol en er is maar een uitgang.  Je moet bij de bestuurder je kaartje in een bakje stoppen (niet stempelen) of er een munt van 100 yen in doen. Iedereen baant zich dus door de drukte op weg naar die ene uitgang.   Een paar weken geleden heb ik een wegwerpfiets gekocht.  Ze zijn niet duur, ronde tachtig euro. Ze roesten snel en wie hem niet meer wil gebruiken laat hem gewoon ergens staan. Als zo’n fiets vervolgens ergens een tijdje staat, komt er iemand die er een formulier opplakt.  Maar niemand haalt de fietsen weg.   In Nagasaki kan je niet op straat fietsen.  Daarom fietst iedereen op de stoep en rijden de auto’s, niet gehinderd door fietsers op straat, hard.  Nog steeds moet ik eraan wennen dat ze in Japan links rijden. Het oversteken van grote kruisingen is een avontuur en dat wordt nog versterkt doordat ik nog steeds auto’s zonder bestuurders zie aankomen of soms een bestuurder tegen het raam zie liggen slapen.  Bestuurders zitten rechts.   De fietsen zijn heel klein. Ik heb allereerst het zadel zo hoog gezet dat de stang net niet uit het frame kan vallen. Kennelijk rijden alle Aziaten op kleine fietsjes. Van een collega uit Leiden hoorde ik dat daar na aankomst van een groep Chinese studenten uit Peking, die een jaar in Leiden gaan studeren, binnen enkele dagen alle kinderfietsjes uitverkocht waren. ___________________________________________________________________________   Jaap Grave is werkzaam aan de Nagasaki University in Japan en doceert er Nederlandse taal en cultuur. Deze tekst is een fragment uit een reisverhaal.     Zijn de volgende uitspraken waar of niet waar?     waar niet waar In Japan is een leraar van de basisschool sportief gekleed.     2.  Japanners klimmen ‘s nachts in bomen.     3. Jaaps collega’s vragen bij de kennismaking of hij alcohol drinkt.     4. In Nagasaki fietst men op het voetpad.     5. In Japan rijden ook volwassenen op kinderfietsjes.       Wat bedoelt de schrijver met de volgende uitspraken?   Het oversteken van grote kruisingen is een avontuur. __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   Dat jongeren opstaan voor ouderen, is een onbekende regel, het breeduit zitten van oudere mannen daarentegen is zeer bekend. ______________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Liggen er in Japan veel blaadjes van bomen op de grond? Waarom denk je dat? __________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ naar: Tekst en Uitleg1 _________________________________________________________________________________________ Bijlage: Schrijfplan: mijn reis naar België. Vul het schema zo gedetailleerd mogelijk in voor je je reisverhaal schrijft. Dit helpt om je herinneringen te structureren. Gebruik de gegevens in het schema en verbind ze tot een reisverhaal.     Jaar, seizoen, dag, uur   (ochtend, middag, avond) Setting: Actie + plaats + personen   (Wat doe je, waar ben je, wie /wat is er mee?) Zintuigen   (Wat hoor, ruik, zie, voel, proef je?) Gevoel + sfeer   (Hoe voel je je daarbij? En de anderen?)                                                   Bijlage: Feedback geven :   Geef feedback op de tekst van (NAAM) ______________________________________. Geef een score en kruis aan. Motiveer met voorbeelden, woorden uit de tekst.         Leeservaring ++ + +- - Ik begrijp de tekst. (max 2x lezen nodig)           Ik herken situaties in de tekst.             De situaties zijn levendig beschreven.             De instructies in de brief zijn duidelijk.             Er is motivatie bij de instructies (waarom je iets wel/niet mag doen).           De tekst klinkt als een brief.             Ik vind de tekst grappig, serieus, triestig, zakelijk, optimistisch / pessimistisch, saai, overtuigend...           Schrijftechnisch ++ + +- - De tekst is in briefvorm. (aanspreking, midden, eindformule)         De instructies zijn goed geformuleerd (imperatief) als advies (zou, moeten, het is best dat…)         De woordkeuze is duidelijk en er staan geen Engelse, Franse… woorden in de tekst.           De interpunctie (hoofdletters, leestekens…) en spelling zijn goed. (3-5 fouten)           De zinsstructuur is goed (hoofdzin/bijzin)           De werkwoorden (en tijden) worden juist gebruikt.                                                                                                                                    

wonsea
0 0