Lezen

#2

Er rollen bloeddruppels langs mijn blote schenen naar beneden. Sommige vallen op de grond, waar ze als inktspatten donkere vlekken maken. Ik ben al twee keer gevallen, maar je blijft gewoon doorlopen. Dat doe ik ook.We razen de bomen voorbij. Door hun besneeuwde toppen lijken ze slechts het zoveelste wit om ons heen. De koude lucht die ik inadem wentelt zich als een mist om mijn gedachten. Je lijkt ver weg, ook al loop je slechts een paar meter voor me uit. Ik kan nog net de topjes van je haar onderscheiden en hoe ze als een zijden sjaal achter je aan wapperen.In gedachten ben ik mijlenver. Teruggedwaald. Het bos uit. Ik ben terug bij het koele flesje van je parfum en hoe ik het in het achterste hoekje van mijn kast legde. Ik liet bewust het dopje ernaast liggen, hopend dat de geur stiekem mijn kleren zou doordringen. Je liet de naam van het parfum met opzet vallen, dat weet ik zeker. Het kwam eruit tussen twee verhalen door, wanneer je weet dat ik het aandachtigst ben.Gabriel waarschuwt me altijd voor je geniepige lachje. Hij beweert dat je grijnst wanneer ik weg kijk. Áls ik weg kijk. Nu lijkt dat moeilijk te geloven.Ik ben een hartenbreker. Mijn kort gesneden, donkere haar omhelst mijn gezicht met warrige krullen en ik heb ogen als de rivier Styx, die de onderwereld in stukken scheurt. Ten minste, zo stond te lezen in de recentste liefdesbrief.Onder mijn huid rust een woede. Ze trekt langzaam door mijn lichaam, slaat haar klauwen in de wand van mijn aders en baant zich zo langzaam een weg van boven naar beneden en ieder hoekje van mijn bestaan. Frustratie doet mijn handen gillen en mijn armen en mijn benen en soms mijn hele lichaam.Je voetstappen maken doffe geluiden in de sneeuw. Onregelmatig, zoals je eigen is. Ik probeer je ritme over te nemen, wil te graag met je verbonden zijn. Ik struikel en val.De bevroren aarde rukt de adem uit mijn lijf en een steen schraapt de huid van mijn handen. Mijn schreeuw racet tussen de bomen. Hij zoekt koortsig naar een pad naar de rand van het bos en weg weg weg. Hij wil mijn verloren gedachten terughalen.Om jouw pols zit een regenboogbandje. Je lacht met je tanden bloot en je hoofd naar achteren gesmeten. Wanneer jij lacht, lach ik ook. Dan tracht ik het rinkelen van je stem op te vangen, zodat ik het vanachter in mijn kast kan verstoppen. Naast de parfumfles.Nu lach je niet. Je rent alleen, hoewel mijn schreeuw je zonder twijfel bereikt heeft. Het doet pijn wanneer ik recht klauter. Het bloed rolt langs mijn arm naar mijn elleboog. In mijn ogen prikken tranen en ik heb het koud.Gabriel zegt dat je mijn ondergang wordt. Je sleurt me mee, beweert hij dan, steelt de adem van mijn lippen, zuigt het leven uit mijn longen.Van een kus kan ik enkel dromen. Met mijn hoofd onder mijn kussen denk ik aan jouw mond. Aan mijn mond. Aan jouw mond op mijn mond. Je lippen zijn gezwollen en gebarsten. De winterkou is gemeen tegen ze. Ze verft ze rood.Eindelijk hebben we het meer bereikt. De oppervlakte is volledig bevroren, net zoals de rest van het bos. Alles is nog steeds wit, behalve mijn bloed en mijn ogen en mijn woede. Je stopt nog steeds niet.Soms vraag je me op je te wachten na school. Dan duw je me met één hand tegen de harde bakstenen en leg je de andere net naast mijn hoofd. Je ademt zachtjes op mijn huid. In en uit en in en uit. Jouw briesje doet me duizelen, steeds opnieuw. Het doet me tuimelen en vallen en rennen. Rennen. Rennen. Steeds achter je aan.Je loopt op het ijs, giechelt wanneer je spontaan begint te glijden. Ik ben nog te ver weg om mee te genieten. Het bos zwijgt terwijl jij danst. Je doet pirouettes en pas de deuxs. Je gouden haar zweeft als een aureool om je hoofd terwijl je giert van het lachen. Het ijs kraakt. Het meer lacht ook.Ik ben nog steeds te ver weg, wanneer je gilt. Het donkere water trekt aan je ledematen, neemt je van me weg. Ook jij hebt het koud.Je verdwijnt onder het wateroppervlak met één laatste schreeuw. Ik zie hoe je regenboogbandje aan mijn zicht ontsnapt. Het ijs doet me wankelen, maar ik ben al veel gewoon. Ik spring in het water. Mijn gedachten zijn nog mijlenver weg. Het ijskoude water bijt en vecht. Het voelt alsof een hamer mijn vingers verbrijzelt en vuur mijn huid verschroeit. In mijn ogen vloeit de rivier Styx en ik vind je haren meteen. Ze zweven nog steeds rond je, verstoppen je blauwe gezicht.Ik stamp en stamp en voel hoe het meer mijn spieren verdoofd. Er is geen plaats meer voor frustratie en mijn woede is te moe. Ik grijp je pols en dan je arm en ik druk je lichaam tegen het mijne. Je hoofd leg ik op mijn borsten. Je haar strijkt langs mijn gezicht, maar ik voel het niet.Gabriel zegt altijd dat jij mijn ondergang wordt.Ik vecht een weg naar boven, naar het licht. Mijn longen schreeuwen om lucht. Het branden is gestopt. Ik zwem en ik zwem.In gedachten ben ik mijlenver. Teruggedwaald. Het bos uit.Gabriel waarschuwt me altijd voor je geniepige lachje. Hij beweert dat je grijnst wanneer ik weg kijk. Ik hoest en proest onder water. Ik duw je nog steeds tegen me aan. Eindelijk bereik ik het wateroppervlak. Mijn hoofd botst tegen iets hards. Het meer is terug dichtgevroren. 

Astrid
4 0

3. Huisnummer 2 - Familie Moes

Het raam wordt vervangen waardoor ik even geen functie heb in mijn eigen woning. Dat is op zich niet ongewoon, maar op die momenten zijn er doorgaans geen toeschouwers. Binnen zitten is niet langer een optie. De vaklui die zich over de taak ontfermen lijken me professioneel genoeg om er geen zootje van te maken.   Mijn straat doorwandelend spuit de regendrek met bakken uit de lucht. Recht op mijn nieuwe schoenen. Echt leder, duur, niet ingespoten en ik voel me vreselijk. Burgerlijke status: intriest. Was ik maar zoals de grote meesters: Strauss, Claus, de paus, Mickey Mouse. Hoewel ik over die laatste nog in dubio verkeer. Het internet meldt dat Disneyland de verantwoordelijkheid draagt voor één van de hoogste zelfmoordcijfers binnen het personeelsbestand. De triestigste blije plek om de hand aan jezelf te slaan.   Ik houd halt voor nummer 2 en inspecteer de inslag in het raam, van het konijn is geen spoor. Dit raam zal een poos niet gemaakt worden zo weet ik, er woont niemand. Ooit was het anders. Er woonde een meisje dat in Disneyland werkte alvorens zich van het leven te beroven. Ze was het enige kind in het gezin Moes, de familie die nummer twee bewoonde voor ze een half jaar geleden andere oorden opzocht. Zolang plaats van rouwproces aan symboliek en historiek is gerelateerd, blijven mensen verhuizen. De immobiliënsector laat weten niet tegen te zijn.   De dochter van het gezin heette Mieke. Mieke Moes. Niettegenstaande die naam werd ze binnen haar functie toch in een Goofy-pak gehesen. Dik tegen haar onderbetaalde goesting. Door de haar toebedeelde naam vereenzelvigde ze zichzelf een leven lang met Mickey Mouse en die gewoonte manifesteerde zich in haar hele doen en laten. De enige beweegreden om Disneyland als werkgever te kiezen lag in het werkelijk worden van het alom bekende muisfiguurtje.   Maar dat zag de personeelschef van het pretpark dus niet zo. Ook de talloze motivatiebrieven die ze aan de bedrijfsdirectie richtte, brachten geen zoden aan de dijk. De bonzen schaarden zich achter het hoofd van de dienst personeel. En dat was dat. Een echte reden is haar nooit meegedeeld. De enige boodschap die ze ontving was dat ze blij mocht zijn met haar rolbedeling. Anderen zouden staan springen om te doen wat zij deed! En als ze goed en hard bleef werken zou ze kans maken op promotie en de ladder opstijgen als een raket. Meer verantwoordelijkheid, autonomie, gezag.   Alsof dat het enige is wat van tel was in het leven van Mieke. Maar vanuit hun managementcursussen hadden ze natuurlijk allemaal geleerd dat het volk op de vloer enorm blij was als ze al eens een taakje bijkregen. Veelbelovend of niet, noodzakelijk of niet, interessant of niet. Dat maakt niet uit. Paaien die handel.   Wel, niet zo bij Mieke. Een droom aan diggelen zien vallen is nooit makkelijk, maar dit was geen droom meer. Ze was werkelijk niet meer wie ze haar inziens verondersteld was te zijn. Een enorme identiteitscrisis had zich meester over haar gemaakt en om dat euvel te overwinnen had Mieke niet de nodige mentale weerbaarheid. Angst voor het niet meer kunnen zijn had zich in haar ziel genesteld en met weerhaken vastgeketend. Het ging niet meer, ze kon niet verder. Geen enkel levensperspectief had ze nog. Hoezeer anderen haar van het tegendeel probeerden te overtuigen, het mocht niet baten.   Gesprongen voor een op hol geslagen mijnkarretje op de ‘Indiana Jones en the Temple of Peril’ - attractie kwam ze aan haar einde. De souvenir foto (gratis geschonken door Disneyland, bijbestellen in andere formaten kon altijd tegen een ‘milde prijs’) die nog steeds prijkt op de kast van de familie Moes toont het levenloze lichaam van Mieke. Gekneld tussen de nephouten onderkant van het karretje en de rails. Haar Goofy-pak is losgescheurd in het gelaat waardoor het lijkt of ze twee gigantische oren op haar hoofd heeft staan en in die zin kan je de verleiding haar als Mickey Mouse te erkennen niet weerstaan. Een schonere dood had men haar niet kunnen wensen.   De foto werd op doek geprint om, gedrapeerd over de doodskist, mee ter aarde te gaan. Mooie dienst. Niet de allermooiste, misschien zelfs niet in mijn top acht, maar toch. Verzorgd. Meer konden we voor haar niet meer doen.

Bluyke
26 0

Uitnodiging voor workshop Identiteitsmarketing

Workshop Identiteitsmarketing   Van MERK-identiteit naar MENS-identiteit     Een tweedaagse workshop waarin je leert hoe je betekenismarketing in de praktijk kan toepassen Open inschrijving   Doelgroep senior marketingprofessionals die bedrijven begeleiden rond marketingvraagstukken, en dit op een nieuwe manier willen aanpakken (marketing-, communicatie- en onderzoeksadviseurs) bedrijfsleiders en marketingmanagers van KMO/MKB bedrijven die op een nieuwe manier willen kijken naar (marketing)strategie en bedrijfsvoering       Wat   Identiteitsmarketing of betekenismarketing kijkt op een nieuwe manier naar marketing.   Identiteitsmarketing richt de focus op de binnenkant van het bedrijf en van de ondernemer. Niet als vervanging van gewone marketing, wel als het vertrekpunt. Het gaat terug naar de diepere bestaansreden van een bedrijf of dienst. Wat beteken je eigenlijk voor je klant, voor je omgeving, en voor de wereld? En hoe kan je op een authentieke manier de belangen van je klant dienen (wat iets anders is dan zijn behoeften vervullen). Wat zet je als bedrijf neer in de wereld, is dat een beredeneerd imago, of is dat een uiting van je echte identiteit?   Betekenismarketing gaat eigenlijk niet meer over merken, maar wel over de mensen die de merken maken.     Klassieke marketing loopt op zijn laatste benen.   Meer en meer bedrijven komen er bij dat de klassieke manier van marketing doen eigenlijk niet meer werkt. In marktonderzoek zien we steeds meer dat klanten en consumenten geen onderscheid meer zien tussen produkten, soms zelfs niet meer tussen merken. Er is ook een soort moeheid opgetreden ten aanzien van klassieke marketing(communicatie); de bewuste klant van vandaag doorprikt alle strategieën, laat zich niet meer zo snel verleiden door emo-truukjes, verwerpt bedachte imago’s, en laat zich ook steeds minder vatten in typologieën of voorspellingsmodellen. Klanten en consumenten zoeken nu veel meer naar wat er achter dat merk schuilgaat. Hij wil zich verbinden met echte mensen.   Bedrijven die zich niet vernieuwen, gaan achteruit. Innovatie is het grote buzzwoord vandaag, maar als die niet vanuit een diepere identiteit ontstaat, slaat innovatie niet aan, of is ze meteen weer passé.             De workshop     Als marketingprofessional leer je hoe je anderen kan begeleiden in identiteitsmarketing. Als bedrijfsleider of –marketeer leer je hoe je een identiteitstraject in je eigen bedrijf kan opzetten en begeleiden. Heel concreet dus   In deze workshop maak je op een ervaringsgericht manier kennis met identiteitsmarketing. Je leert de verschillende stappen van identiteitsmarketing en past die toe op je eigen bedrijf of zaak. Door het proces aan den lijve te ervaren, wordt het ook echt ‘waar’ voor jou en je bedrijf. Identiteitsmarketing is meer dan een concept of een model, het is een beleving die je bij je diepere bron van inspiratie brengt. Mijn persoonlijke ervaring is dat dit een nieuw, ander zakelijke leven op gang brengt, met klanten die jou gelukkig maken omdat zij gelukkig zijn (en andersom).     Concreet: de inhoud van de workshop:   Beknopt theoretisch kader: de zes elementen van identiteitsmarketing: Het opbouwen van een identiteitskaart. De identiteitskaart is de concrete neerslag van ee identiteitstraject: een powerpoint van 6 slides, kort en kernachtig, Deze ID-card is de blauwdruk voor strategie, marketing en bedrijfsvoering in het algemeen Je leert tools om deze identiteitskaart op te bouwen: De juiste vragen om te stellen Technieken uit onderzoek en psychologie, die helpen om de vraagstukken rond identiteit en authenticiteit net 1 laag dieper te pakken, verder dan het rationele Wat zijn de valkuilen als je met mensen gaat werken rond identiteit? Wat is dat eigenlijk, authenticiteit? Hoe weet je of je echt authentiek bent, als mens, als bedrijf? De vernieuwde rol van de identiteitsbegeleider     Werkvormen Indien je beslist om deel te nemen contacteer ik je voor een kort kennismakingsgesprekje, om te kijken of onze verwachtingen overeen stemmen. Na betaling krijg je vervolgens een voorbereidende taak toegestuurd. Die maakt je al meteen duidelijk wat identiteitsmarketing concreet betekent voor jou en je onderneming. Je stuurt je input op zodat er tijdens de workshop ook op ingespeeld kan worden   Tijdens de workshop maken we gebruik van tools uit onderzoek (fotosorts, projectieve technieken), dialoog en reflectie-oefeningen.     Waarmee ga je naar huis na deze 2 dagen? je hebt een dieper besef van wat ‘identiteit’ betekent, voor jezelf, voor je zaak, bedrijf en klanten je hebt een ID-card van je bedrijf opgesteld. Je zal merken dat dit een stevige blauwdruk is om met meer focus strategie, innovatie en medewerkers aan te sturen. je hebt direct inzetbare tools gekregen om een identiteitstraject op te zetten en te begeleiden, bij je klanten, of in je eigen bedrijf.  

Greet
0 0

(Schrap wat niet past) Melding van keuze van levensbeschouwing

(Voor: Charliemagazine – charliemag.be) Niet gepubliceerd Of ik dat formulier alsjeblief zo snel mogelijk wil invullen, vraagt de juf, want de directeur heeft het dringend nodig. Het formulier in kwestie luistert naar de naam ‘Melding van keuze van levensbeschouwing’ en is afkomstig van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Ik plooi het formulier snel in vieren en duw het in mijn handtas terwijl ik mijn zoon een aai over zijn bol geef. Hugo (5, sorry, bijna 6) gaat er prat op dat hij alle sommen tot twintig al kan en ook al vat hij de link tussen betekenis en betekenaar nog niet helemaal,  zijn letters moeten niet onderdoen voor de miniaturen van de gemiddelde middeleeuwse monnik. Kortom, hij is het kleuterdom ontgroeid en popelt om naar de grote school te gaan.  Alleen een levensbeschouwing heeft hij voor zover ik weet nog niet.  'Geef je eigen mening' Ik ben katholiek opgevoed. Ik heb daar – voor alle duidelijkheid – geen trauma’s aan overgehouden. Of dat ook geldt voor de leerkrachten die gepoogd hebben mij te onderrichten in het vak rooms-katholieke godsdienst, durf ik niet met stelligheid beweren. Ik koester warme herinneringen aan de uren op de achterste rij in de vaalgroen geschilderde klas in de meisjesschool ergens in de zuiderkempen. Vooral aan die keer dat we de leraar godsdienst - al de vierde dat jaar -  vanop de achterste rij teisterden met het irritant gerinkel van een speelgoedtelefoontje (het gsm-tijdperk lag nog ver voor ons). Hij vergaf ons tot zeven maal zeventig maal. Wanneer hij dan toch uit zijn slof schoot, kreeg hij droogweg te horen dat we god voor hem aan de lijn hadden. Wat vonden we dat hilarisch. Tienerhumor. Gelukkig evolueert een mens. Minder goeie herinneringen heb ik aan de steeds weerkerende opdracht in toetsen, proefwerken en examens: een in de klas besproken stelling gevolgd door 'Geef uw eigen mening.' Niet dat ik die niet had, die mening, maar het is me nooit gelukt om daar evenveel punten mee binnen te halen als met een fletse reproductie van de mening van de leerkracht in kwestie. Als 'afkeer ontwikkelen van dogma's' in het leerplan stond, heb ik dat leerdoel met glans bereikt.   Ondoorgrondelijke digitale wegen   Ik geloof oprecht dat onderwijsmensen – in of naast of onder welke zuil dan ook – bereid zijn om hun pedagogische werkwijzen in vraag te stellen en aan te passen aan een veranderende maatschappij. Ik ben dan ook hoopvol gestemd over de evolutie van het godsdienstonderwijs sinds de jaren negentig. Het ligt overigens niet in mijn aard om een keuze te maken die louter gebaseerd is op eigen ervaringen of van horen zeggen. Ik besluit de actuele leerplannen voor godsdienst en zedenleer naast elkaar te leggen in de hoop daar de nodige argumenten uit te destilleren voor een doordachte keuze. Zo gezegd, zo gedaan. Of toch bijna. Voor zedenleer ben ik klaar in een paar klikken. Voor katholieke godsdienst ligt dat iets moeilijker. De digitale wegen van de website van de Interdiocesane dienst voor katholiek onderwijs zijn ondoorgrondelijk en als het verloren schaap uiteindelijk de weg naar het leerplan gevonden heeft, blijkt die onheroepelijk dood te lopen. Maar ik volhard in de boosheid en na een mailtje naar mijn zus-die-in-het-onderwijs-staat, belandt een netjes gekaft exemplaar van het leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs naast mijn computer.    Geloofstaal in vraag en antwoord   Zo komt het dat mijn man en ik 's op een frisse pinksteravond elk met een leerplan in de hand doorzakken in de zetel om elkaar beurtelings markante passages voor te lezen. Voor u bedenkt dat wij er wel een vreemd idee over romantiek op nahouden: markant is niet hetzelfde als pikant en we zijn verder niet van plan om hier een gewoonte van te maken.  De uitgangspunten lijken – voor leken die dit soort documenten niet op hun nachtkastje hebben liggen – voor beide planmakers grotendeels gelijklopend. In een notendop: kinderen doen groeien. Daar zijn we helemaal voor.  In het katholieke leerplan herken ik het wollige register uit mijn jeugdjaren dat kinderen leert denken en spreken in 'geloofstaal'. Dat nostalgisch gevoel heb ik niet bij de passages die mijn man voorleest uit het zedenleerplan. Waar de uitgangspunten en de vragen grotendeels dezelfde lijken, lopen de antwoorden wel enigszins uit elkaar. Kort samengevat: God is de weg, de waarheid en het leven versus de mens als maat van alle dingen. (Ja, uiteraard is dat te kort door de bocht.)   Slechts één hokje   Mijn man en ik zijn te ver van ons geloof gevallen om ons gedragen te weten door wat de rooms-katholieken ons kind willen meegeven. We kunnen ons meer vinden in wat de vrijzinnigen ons voorschotelen. Maar we voelen er weinig voor om van de ene naar de andere kerk over te lopen. En we zouden het jammer vinden als onze kinderen helemaal niks zouden meekrijgen uit de rijke roomse traditie.  “U kunt slechts één hokje aankruisen”, zegt het document dat ondertussen al een paar dagen op de keukentafel ligt. Alsof mijn levensbeschouwing in zo’n hokje te vatten is. Laat staan die van mijn oudste zoon. Volgens Van Dale is een levensbeschouwing ‘Iemands beoordeling en opvatting van het bestaan’, ook wel ‘levensvisie’. Mijn bewustzijn heeft toch wel bijna veertig jaar nodig gehad om iets te scheppen dat ik een levensvisie zou durven noemen.  Ze hangt misschien met haken en ogen aan elkaar, maar als er voor een twijfelaar als ik een ding zeker is, dan is het wel dat ze niet in steen gehouwen is. Panta rei, inderdaad.   Inwendige levensbeschouwelijke worsteling   Ik vind mijn eigen worsteling weerspiegeld en versterkt in de media waar al een paar dagen verbale strijd woedt over het voorstel van Lieven Boeve, topman van het Katholiek onderwijs. Hij wil  moslimleerlingen meer ruimte geven in 'zijn' scholen. Een moedig voorstel dat ik een wollig warm hart toedraag,  maar dat eens te meer een inwendige levensbeschouwelijke strijd blootlegt. Misschien dat ik het net daarom wel zo sympathiek vind. Want al twijfel ik meer dan Etienne Vermeersch over het al dan niet bestaan van god, ik ben het helemaal met hem eens als hij stelt dat ieder mens ongeacht de waarden en wereldvisie die hij van thuis uit meekrijgt uiteindelijk autonoom zijn – al dan niet godsdienstige – levensvisie moet opbouwen. En dat je dat proces niet bevordert door van bij de start een bepaalde godsdienst of levensvisie op te dringen.   Levensbeschouwelijke apartheid   Oh ja: of je nu voor godsdienst of voor zedenleer kiest, in beide vakken maken kinderen ook kennis met andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Maar wel nadat ze netjes gescheiden zijn van de kinderen wiens ouders op het formulier een ander vakje aangeduid hebben. Levensbeschouwelijke apartheid in scholen die zichzelf neutraal noemen dus. Hadden we onze zoon dan toch naar een katholieke school moeten sturen waar christenen, moslims en joden samen in de klas het Onze Vader leren bidden? Patrick Loobuyck, moraalfilosoof die in een vorig leven godsdienstwetenschappen studeerde, pleit voor één levensbeschouwelijk schoolvak voor alle leerlingen in alle netten. Hij wil dat vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie , kortweg LEF dopen. Alle kinderen leren samen in één klas wat goed en kwaad is en maken kennis met alle levensbeschouwingen. Dat klinkt aantrekkelijk. Alle Menschen werden  Brüder en we hoeven ons seculier post-christelijk hoofd niet meer te breken over formulieren waarop je maar één vakje mag aankruisen. Al heeft KU-Leuven rector Rik Torfs wel een punt als hij stelt dat zo'n vak niet zo neutraal is als Loobuyck wil laten uitschijnen omdat het vertrekt vanuit een seculiere maatschappijvisie. Ook zijn vrijzinnige vrienden zien overigens weinig heil in het voorstel van Loobuyck, lees ik in UVV-info, het magazine van de Unie Vrijzinnige Vereniginigen. Want er bestaan geen levensbeschouwelijk neutrale leerkrachten die zo'n neutraal vak op neutrale wijze kunnen geven. Maar geldt dat niet voor elk vak en elke leerkracht? Is een vak als geschiedenis met bijbehorende leerkracht politiek neutraal? Ik herinner me hoe Mevr. P., leerkracht godsdienst in het zesde jaar, lesgaf over Marx, Nietsche en Feuerbach. Personages die ik niet meteen in het rooms-katholieke kamp zou situeren. Hun visie strookte niet met het geloof van Mevrouw P. Maar dat was niet erg, integendeel. Zolang ze maar een duidelijk onderscheid maakte tussen de visie van haar geliefde filosofen en haar mening daarover.   Levensbeschouweljke grammatica   Het is geen goed idee om levensbeschouwelijke geletterdheid alleen over te laten aan de zuilen. Niet omdat ze er geen kaas van gegeten hebben. Wel om kinderen een gemeenschappelijke levensbeschouwelijke grammatica bij te brengen die hen toelaat om in dialoog te kunnen gaan met (kinderen met) andere levensbeschouwingen. Samen in één klas, dat spreekt. En als het even kan met gastcolleges van Etienne Vermeersch, Patrick Loobuyck, RIk Torfs en Mevrouw P. Vanmorgen heeft Hugo zijn levensbeschouwing gemeld aan de turnjuf. Ze heeft althans zijn formulier in dank aanvaard en op de juiste plek in het kastje van de juf gelegd. Ongetwijfeld een glorieuze start van Hugo's levensbeschouwelijke ontwikkeling.      

KarenC
0 0

Minstens voor één uur fier om Belg te zijn

Minstens voor één uur fier om Belg te zijn   De herdenkingsplechtigheid, ingeleid door Betty Mellaerts, in vier talen en de namen van alle vermoorde mensen  en voor ieder een witte roos, aangebracht door jonge mensen, door hulpverleners, politiemannen, dokters, militairen, Rode Kruispersoneel. Vervolgens een verantwoorde toespraak van de Koning, de ontroering bij prinses Astrid, voorzitter van Rode Kruis België, bij ‘Imagine’ van John Lennon, gezongen door Getch Gaëtano en nog meer bij ‘Mon Plat Pays, qui est le mien’. Jacques Brel is van jou, van mij én van een wereld op zoek naar troost, naar schoonheid. De toespraken van Eddy Van Calster, de man van Fabienne Vansteenkiste ‘on ne peut pas tuer l’amour’, gedeeld met  Kristin Verellen, de vrouw van  Johan Van Steen, op haar wijze.  Ook  de verwonde man, in jeans en baskets had het over dialoog, Moslims en wij, aan dezelfde tafel, het verschil niet wegmaaien.   De CEO van Zaventem die zijn medewerkers dankt. De CEO van STIP-NMVB-Brussel,  fier  om met zijn ‘volk’ samen te werken, hen dankt voor die dag en voor alle andere dagen. De premier die hartmoedig spreekt, het niet opgeeft om van een Staat in shock – we zijn niet bekomen –  een hartelijke leider te worden, een intelligent besturende liberaal. De poëzie van Geert Van Istendael, Michel, patroonheilige van alle Brusselaars, ‘er is een plek voor iedere ket’, het collectief werkt. Daan, ingetogen en krachtig kwam het Belgisch Volkslied  aangewaaid, kwetsbaar en sterk, nà de Europese hymne. Broederschap voor één uur, of langer? Muziek, poëzie, bloemen en een karig aantal woorden. Onuitgesproken verdriet dat in stilte verder kruipt. Een kraaiende baby op de achtergrond: het leven roept kinderen eerst.   Christina Vanderhaeghe, 22 mei 2016    

Vanderhaeghe Christina
54 0

2. Le Lapin

De gordijnen krakelieren open, het licht snijdt in mijn ogen. Wanneer mijn zicht volledig terug is, sla ik het opgezette konijn dat zich bevindt op de eettafel van huisnummer twee gade. Het kijkt me vervaarlijk recht in de ogen, alsof het ieder moment zijn slag gaat slaan. Me bespringen en de keel doorbijten. Wat kan ik doen in zo’n penibele situatie?Geen angst tonen, vooral geen angst tonen!Met een belachelijk ontspannen indruk begeef ik me richting keuken, daar kan hij me tenminste niet bespieden. Met kloppend hart haal ik opgelucht adem.Zover zijn we al geraakt. Wat nu? Na enig gepeins zie ik vanuit mijn linkerooghoek een fles tequila staan.Nemen man, gaan voor die fles. Niet omkijken, nu nog niet! De fles aait mijn lippen en begint zich te ledigen in de mondholte. Explosieve knallen botsen tegen slaap en oogkas. De fles knalt terug op het aanrecht, terwijl links van me een hand naar het sigarettenpakje dat de wandkast herbergt gritst. What the fuck! Mijn rechterhand neemt het keukenmes en ploft het met een smak in de hand die het sigarettenpakje vast heeft. Godverdomme! Mijn eigen hand …   Het bloed sijpelt als gek naar buiten uit de juliennegrootte wonde. Geleerd op kooklessen, lang geleden. Zo gaan we niet winnen. Herpakken en reorganiseren! De keukenhanddoek met geborduurde smiley lacht me toe. In ware paracommandostijl duik ik erop af, met koprol en al. Een stevige knoop en terug naar de realiteit!   Opeens klinkt uit het niets een oorverdovend belsignaal. De voordeur.Ze bellen aan de fucking voordeur! Met een sprong gooi ik me in de hoek van de keuken. Daar zijn ze. Als ik opendoe lullen ze zich binnen en nemen ze me te grazen. Mooi niet!  Behoedzaam zittend, met het hoofd tussen de knieën, wacht ik af. Als ze toch binnenkomen, doen alsof er niets aan de hand is. Hou je van den domme, ze merken het toch niet. Ze mollen je toch. Ten tweede en derde maal bonst de klepel tegen de bel. Steeds nog niet bewogen blijf ik alert.   Voetstappen weerklinken en verwijderen zich steeds verder. Dit is van mij. Mijn eigendom, van niemand anders. Alleen ik heb hier rechten!  De rest van de fles tequila baant zich een weg door mijn slokdarm. Half buiten zinnen begin ik te raken. Het zal godverdomme niet waar zijn dat meneer konijn denkt dat hij me in mijn eigen keuken gevangen houdt! Mijn eigendom, mijn beslissingen, mijn rechten.   Als ik het me goed herinner was ik in mijn studententijd een kei in wezenloos staren. Dit wedstrijdje kan ik heus wel de baas.  Laten we elkaar maar eens meten. Ergens ligt mijn zonnebril op sterkte, een troef in mijnen tweegen. Met zonnebril op vlieg ik van keuken naar woonkamer. De gordijn is getuige van mijn potsierlijke sprong want ik beland er middenin. Het neergehaalde gordijn drapeer ik gewaadgewijs rond mij.   Zozo, meneertje konijn! Nu is het tussen ons.Vals loenst mijn rechteroog gevaarlijk uitdagend naar mijn linker. Een geschenkje van de leeggemolken drankfles. Olé! Ziet ie toch niet. De zonnebril maskeert en blijkt nog maar eens een zeer verstandige zet te zijn in deze extreem tactische oorlogvoering. Ik sla het raam in met de lege fles die blijkbaar illegaal meegevlogen is.Mentale noot: een nieuw raam (laten) zetten. Frisse lucht staart beter. Tweede voordeel. Le Lapin gaat mogen oppassen! Hij heeft het zichzelf onnodig moeilijk gemaakt. Zie hem kijken met zijn geveinsde onschuldige blik. En ik: handen onder de kin, ellebogen steunend op de vensterbank. Een comfortabele positie waarin ik het nog uren kan uithouden. Om me wakker te houden tap ik met mijn voet tegen de chauffage onder het vensterraam. Het ding heeft geruime tijd geleden de geest gegeven, dus slechter gaat het er niet van worden.   Na drie uur staren blijkt het een taaiere klant dan verwacht. Het wordt tijd voor een offensief. Of een defensief. Maakt niet veel uit, als er maar iets gebeurd. In het wilde weg associeer ik met woorden die op mijn tegenstander rijmen. Te moeilijk. Het karabijn binnen handbereik heeft potentieel. Schouderen lukt zonder mijn ogen af te houden van het doel. Daar heb ik voldoende ervaring voor. Met het voorwaartse schot komt de achterwaartse terugslag die als een vuist tegen mijn voorhoofd slaat. Bewusteloos. De slaap kan ik wel gebruiken.

Bluyke
0 0

Lente

Marie wachtte beneden aan de trap, haar ogen lieten het duistere zoldergat geen moment los. Ze stond te popelen, te springen bijna, tot mama met de fiets de trap af zou komen. Haar allereerste echte fiets! In haar hand hield ze een roze helm met daarop in koeien van letters: Hello Kitty. Een muts of jas zou ze vandaag niet nodig hebben. Mama had het daarnet nog verteld. Het was lente. Blauw! De fiets was blauw! Dat had ze aan haar oudere broer te danken. Ze had het kunnen weten. Gelukzak die hij was. Hij kreeg alles altijd spiksplinter nieuw, terwijl het grootste deel van wat zij kreeg al eens was afgeschreven. Blauw! Marie haatte blauw. Het was de kleur van haar broer, de kleur van jongens, de kleur van de anderen, de kleur van alles wat ze niet was. Roze, dat was haar kleur, de kleur waarmee ze haar wereld blokje per blokje met jurkjes, schoentjes, poppenkleedjes, haarspeldjes, en andere meisjesdingetjes trachtte te vullen. Ze probeerde natuurlijk, maar haar moeder was niet te overtuigen. ‘Een fiets is een fiets’, zei ze. Waren moeders dan nooit meisjes geweest? Van haar vader moest ze ook al geen te hoge verwachtingen hebben. Die paar keer dat ze hem nog mocht zien kwam hij altijd met wel duizend beloftes. Beloftes die hij steevast op hun volgende ontmoeting was vergeten, waarop hij er dan maar meteen duizend nieuwe verzond. Het was een cirkel zonder einde. Een beetje zoals de wieltjes van haar fiets of zoals het komen en gaan van de seizoenen: twee grote, de zomer en winter, en twee in steun, de lente en herfst. Ze wist natuurlijk dat al die verkeerde kleuren slechts aanwezig waren in de wereld van de Open Ogen. De wereld van de Gesloten Ogen daarentegen, was veel gemakkelijker. In die wereld had ze geen broer. In die wereld kon ze zelfs haar pappa zien, `s avonds toen hij leunend over haar bed de roze lakentjes tot aan het puntje van haar kin legde, toen hij zachtjes haar voorhoofd slaapzacht kuste. Ze kon hem zelfs ruiken. Met haar handjes op het stuur zette ze het op een hoekig trappen door de nieuwbouwwijk. Ze kneep haar ogen tot spleetjes. Ze wist dat ze het kon. Luid aanmoedigend liep papa haar achterna. Zie je wel. Wat ze niet zag was dat ze een kruispunt naderde. Uiterst zelden kwam er een auto van rechts. En als er al een kwam, wat was dan de kans dat hij Marie niet tijdig zou opmerken? Tien meter nog. In de wereld van Gesloten Ogen reden geen auto's. Vijf meter nog. In de wereld van Gesloten Ogen was alleen de lucht en het water blauw. Heel even nog, was het lente.  

Stijn
9 0

The American (Dream) Shame

Trump (zoals in olifant) - versus - Hillary (zoals in hilarisch)   Heden ten dagen vindt men alom verspreid opiniestukjes over de Amerikaanse presidentskandidaten.    Trump krijgt het er, terecht, stevig van langs.  Dikwijls ontbreekt  een mening over het alternatief Clinton.  Waarom trouwens Clinton ?  Zij heet Hillary Rodham en dus gebruikt zij de naam van haar eens zo ontrouwe wederhelft enkel voor strategische of marketingoverwegingen.   Ook al deed Obama het protocollair volledig fout toen hij een toast wou brengen op de Queen en beging ook zijn first lady een slipper  toen zij de legendarische vorstin,  zeer ongepast,  maar wel vriendschappelijk bij de heupen nam,  zij hebben beiden “stijl”.   Noch boerenkinkel Trump noch Hillary zie ik het nadoen.   Erg bij de pinken op zijn negentigste, zei wijlen mijn schoonpa ooit  “Wat een wijf, die Hillary”, en hij bedoelde het in de slechte betekenis van het woord.  Dus anders dan Bill, wanneer hij het over “my wife” had. Mijn schoonvader was niet zo gebrand op haar vreselijk plat Amerikaans accent en haar allesbehalve gracieuze voorkomen. Ook al heeft zij er de laatste maanden hard aan gewerkt, het is niet met het inhuren van een Amerikaanse versie van Jani Kazaltzis dat ze het kan redden.   Waarom is het zo aartsmoeilijk om mensen met stijl te vinden in de V.S., laat staan een president? Wat in het oppermachige Rusland of zelfs in veel minder machtige Afrikaanse landen kan, moet  in de supermacht  van onderontwikkelde Trumps toch ook kunnen?   Daarom pleit ik voor een terugkeer naar de “Constitution” van vóór Franklin Roosevelt toen een president nog voor meerdere ambtstermijnen kon herkozen worden.  Hoe is het trouwens mogelijk dat  er in geen van de 50 staten niet één fatsoenlijk mens aan de bak kan komen.   In ons 3 substaten-landje zijn wij dan toch beter af, niet ?  

Vic de Bourg
0 0

Mao was een chinees

Rijp voor opname in het “Gele Boekje”   Neuke Soms komt het als extra  bij hemd en jas Heeft niets de doen met voortplanting Maar alles met vlinder en das.   Koffieprut Het scheelt maar een letter met Koffiepreut Dat is volgens schrijver HB  een vrouw die verzot is op koffie Met andere woorden een koffieleut.   Dank Het scheelt maar twee letters met Stank Dat is wat schrijver HB soms krijgt Voor zijn zoveelste zeikerig boek.   Bleiten Het scheelt maar twee letters met Blèren Van Dale omschrijft het als blaten van een wijfjesdier Maar de ene is al een grotere geit dan de andere.   Dichten Bekend door poëten die rijmen Maar hij die geen rijmtalent had Deed het met de vinger in ’t gat.   Po-épen Het scheelt maar een letter met Poëten In Nederland draait het om uitwerpselen In Vlaanderen om bekakte dichters met een neuke (zie hoger).   Stommerik Onze Rik kon niet praten dus was hij stom Maar kijken deed hij voor twee Boven zijn optiekzaak in Brussel Prijkt  in neonletters  ’t opschrift : “Au Petit chien “   Vogelen In Nederland oude meervoudsvorm van gevleugelde dieren In Vlaanderen een werkwoord.   Lekker In Nederland een uitroep bij het zien van een mooi kontje In Vlaanderen dagelijkse kost.   Poep In Nederland stront In Vlaanderen een kont.   Fijnslagerij In Antwerpen “Twie-e schellekes hesp” In Amsterdam “Twee plakken ham”.   Zomer In Schelle bij Antwerpen “Er zit een weps op d’heps” In  Schin op Geul  bij Maastricht “Er zit een wesp op de ham”.   Zomer Westvlaming aan de Belgische kust : “Jes mi zin pupegoale van den diek geploft” Nederlander op vakantie aan dezelfde kust : “Hij is met zijn kruiwagentje van de dijk gevallen”.   Vraag en antwoord V : Wat hangt aan het raam en het blaft ? A:  In VL : een blaffeture       In NL : een rolluik.   Harrie Cotter Stilleven:  er ligt een hoopje prinsessenboontjes op tafel,  één boontje ligt verderop Opgave:  bedenk een naam voor deze compositie   Antwoord  van de Vlaming : “een Boon Apart” Antwoord van de Nederlander :  “Napoleon”        

Vic de Bourg
16 0

Berichtgeving

Sommige waarheden komen van zodiep dat je ze enkel kunt hoesten.Ver vanuit de bast, de holle put betraliestdoor ribben die bij de minste trilling breken.Dit is geen hart dat gelucht, dit is de ziel uitkotsen,dossiers en blauwdrukken, levenslopen verbondendoor aders en draden, convergerende verhalen.Geef me een lepel en ik schraap de nuance van hetachterste van mijn tong, daar waar smaak zich niet waagt,en katapulteer het in uw verbijsterde gezichten.Zit er nog iets tussen mijn tanden?Heb ik iets van u aan of heb ik mezelfzonet zomaar even averechts gebraakt?Zit mijn façade nu diep in mij verscholen, en kan enkeleen zielenknijper tot bij mijn uiterlijke schijn?Een flinke hoestbui en alweer wat betekenis gelekt.Als klokkenluider reis ik naar het middelpuntvan de waarheid, tot aan de nek in de lava,een strijd tegen draken, met de hoop om af te varenin de bloedsomloop, flarden op pad naar het brein,van een taal die verdwijnt, een schimmenspelvan visies en kanten en water en wijn.De dronken dans relativeert zichzelf te pletterin het aanzien van twijfels die knagen en vreten en bijten,een waarheid met diplomatie besmet, te beleefd en te bedeesdom de straten met kraters te slaan, een wereld die beeftop haar grondvesten, ontdaan van verklaringen, onwetend,in de war, met gewiste hersenlagen, als na een coma.Nee, niets daarvan. De diepgewortelde leugenheeft zich goed ingedekt, tot in het beenmerg verzekerdtegen doofpotten die overkoken, rook waar ook vuur is,complotten die ontpoppen tot feiten. Zot zijn doet geen zeer.Maar nog zo'n hoestbui en je wordt gehospitaliseerd.Dingen zien die er niet zijn, daar hebben ze pilletjes tegen.

Gert Vanlerberghe
0 1

steamy windows

Karin was nerveus. Vanavond was het alles of niks. Ze dronk nog een keer van haar martini en probeerde niet te luisteren naar de regen die op het dak kletterde. Het zou gaan stormen. Het was haar derde vrijdagavond in De Uil, een nachtclub in het havengebied van de stad. Ze keek vluchtig haar papieren door, maar wist dat ze alles tot in de puntjes had geregeld. Ze kon alleen nog maar afwachten. Het was nu kwart over zeven, om negen uur gingen de deuren open. De band had net zijn soundcheck gedaan, alles was klaar. Ze besloot nog even bij de jongens langs te lopen om te kijken of alles in orde was. De drummer van de band was een oude bekende van haar, een vroegere minnaar. Het was omwille van hem dat ze zich nu in deze situatie bevond. Ze had hem een plezier willen doen, hij had haar verzekerd dat het goed zou zijn voor haar carrière. ‘The Windows’ – naar analogie met The Doors –, hadden in korte tijd naam gemaakt in Nederland. Ze speelden voor volle zalen. De vraag was of ze ook in België genoeg publiek zouden trekken. De vraag was of iemand in dit hondenweer buiten zou komen. Ze wandelde het kamertje binnen dat dienst deed als backstage ruimte. De zeven muzikanten zaten op elkaar gepakt, allemaal met een flesje bier in de hand. De sfeer was gemoedelijk. De drummer gaf haar een vette knipoog en trok haar zelfzeker naar zich toe. Ze viel op zijn schoot en rook zijn bieradem. “Het wordt een fantastische avond, Karin, je zal het zien.” Hm. Karin was er niet zo zeker van, maar glimlachte en knikte hem schaapachtig toe. Ze durfde hem niet toe te vertrouwen dat ze door dit optreden te boeken wel eens haar nieuwe baan zou kunnen verliezen. The Windows vroegen veel geld. Té veel. Dat had haar baas duidelijk laten verstaan. Zij had op hem ingepraat en gezegd dat het een gigantische publiekstrekker zou zijn. Het zou de investering waard zijn. Uiteindelijk gaf hij toe, maar met een blik die geen twijfel liet over haar toekomst in de club als de avond een fiasco werd. En nu hing er een storm boven de stad. Het regende al de hele dag gestaag. Karin was ’s middags nog naar het centrum gereden om boodschappen te doen. Snacks voor de band. De Uil was zo’n nachtclub met beperkte middelen en weinig personeel. Karin wist, toen ze de baan aannam, dat ze zelf veel van de nodige hand- en spandiensten zou moeten verrichten. Dat vond ze niet erg. Ze kwam uit het festivalcircuit, waar ze voor een kleine organisatie had gewerkt die circusartiesten programmeerde. Daar was het niet anders geweest. Boekingen, administratie, inkopen, vervoer, Karin had voor alles gezorgd. Na twee jaar was ze compleet uitgeput van al het rondrennen, dus toen ze hoorde van de baan als programmator bij De Uil, hoefde ze niet lang na te denken. De eerste twee vrijdagen waren vlot gelopen, ze had haar contacten gebruikt om achtereenvolgens een ska band uit Brussel en een lokale coverband te programmeren. De opkomst was goed geweest, haar baas tevreden. Maar met The Windows had ze een risico genomen. Ze verliet de backstage ruimte en liep naar de bar, op zoek naar haar baas. De barman informeerde haar dat die net vertrokken was. Hij moest nog iets regelen in de stad. Karen zuchtte en vroeg nog een martini. Met het glas in de linkerhand en bijtend op de nagels van de rechterhand, liep ze richting ingang. Ze opende de deur en zette zich op het bankje naast Walter, de uitsmijter. Ze mocht Walter wel.  “Wat en weer hè,” zei hij. “Hmm.” Ze tuitte haar lippen. “Sigaret?” Walter bood haar zijn pakje Chesterfields aan. Ze twijfelde even, maar bedacht dat het beter was dan nagelbijten. “Vooruit dan maar.” Walter wilde haar sigaret aansteken, maar dat lukte niet. Ze nam de aansteker van hem over en dook achter zijn brede rug om de vlam uit de wind te houden. Ze inhaleerde diep en keek mistroostig naar de regenvlagen, die alle kanten leken op te gaan. Ze zaten beschut onder een luifel maar voelden af en toe druppels opspatten die door de weerbarstige windvlagen voor hun voeten belandden. Ze ging terug naar binnen en nam de ruimte in zich op. Op het eerste zicht was de club een ongezellige, donkere zaal met een hoog plafond. Links een bar en een podium tegen de achterwand. Maar wanneer de lichten aangingen kreeg alles meteen een warme gloed. Karin kende deze plek al lang, ze kwam vroeger zelf regelmatig met vriendinnen naar De Uil voor een concert of gewoon voor de sfeer. Dat maakte het alleen maar leuker om nu hier te mogen werken, om deel uit te maken van de wereld achter de schermen van deze bijzondere plek. Ze keek op haar uurwerk, dat acht uur twintig aangaf. De lichten moesten al aan zijn! Ze haastte zich naar de bar, waar het bedieningspaneel voor de verlichting zich bevond en drukte de juiste knoppen in. Ze draaide zich om naar het podium en glimlachte tevreden. Maar waar bleef haar baas eigenlijk? Om half tien was er nog bijna niemand in de zaal. Karin begon zich nu werkelijk zorgen te maken. De band zou om tien uur beginnen te spelen. Wat moest ze doen? Het nog even uitstellen? Ze kon het niet met haar baas bespreken, want die was nog steeds niet terug en nam zijn telefoon niet op. Ze liep maar weer een keer naar de backstage en zette haar vrolijkste gezicht op. “Gaat het jongens? Zijn jullie er klaar voor?” “Zijn er al veel mensen?” “Euh… tja, valt wel mee.” “Niet dus,” zei de drummer, die haar duidelijk goed genoeg kende om te voelen dat ze loog. “Ach, dat komt goed, schat. We beginnen gewoon te spelen en voor je ’t weet ziet het hier zwart van de mensen!” Karin wist niet of ze boos moest zijn om die ‘schat’, of dankbaar dat hij haar goede moed wilde geven. De zanger hield haar een biertje voor, ze nam het dankbaar aan en gooide zich neer op de sofa. Na nog een biertje en nog steeds geen gehoor bij haar baas besloot Karin dat de band maar gewoon moest beginnen zoals gepland. Het was vijf voor tien, ze wenste de jongens succes en zei in gedachten een schietgebedje. In de zaal stonden inmiddels een paar groepjes mensen, verspreid over de gigantische ruimte. Ze haalde nog een martini, hoewel ze eigenlijk nuchter wilde blijven omdat ze technisch gezien aan het werk was. Maar ze wilde ook de angstgevoelens bedekken met een laagje alcohol. Ze hief haar glas naar de barman met een knipoog en draaide zich naar het podium toe, waar de bandleden zich inmiddels achter hun instrumenten aan het opstellen waren. “Welkom op deze stormachtige avond in De Uil,” klonk de zelfzekere stem van de zanger door de microfoon. “We gaan er een feest van maken. Al diegenen die thuisblijven omwille van een paar spatjes regen zijn dikke losers en missen de avond van hun leven, let op mijn woorden!” Terwijl het beperkte publiek uitbarstte in lachen en handgeklap, weergalmden de eerste noten van de basgitaar. Seconden later vulde de ruimte zich met opzwepende muziek en begon iedereen te dansen. Aan het einde van het eerste nummer zwaaide de deur open en kwamen er een tiental mensen binnen, verwaaid en druipnat. “Welkom!” riep de zanger. “Hop, niet getreurd over je natte broek, kom erbij, neem een drankje en geef je over aan de muziek!!!” Karin was blij dat de band het positief opvatte en zich niet liet neerhalen door de magere opkomst. Ze leken werkelijk te spelen alsof ze voor een zaal vol fans stonden. Tijdens de volgende nummers kwamen steeds meer mensen De Uil binnengedropen. Karin zag de ruimte gestaag maar zeker vol lopen met doorweekte mensen van alle leeftijden. Ze glimlachte bij zichzelf en bedacht dat de aanwezigen hoe dan ook niet gauw zouden vertrekken, om niet opnieuw de storm te moeten trotseren. De zaal vulde zich met een warme, vochtige geur. Iedereen danste. De band was geweldig. Karin had een pauze verwacht maar die kwam niet. The Windows leken helemaal in vervoering gebracht door de dansende massa, en vice versa. Tegen elf uur was De Uil omgetoverd in een hammam; de natte, zwetende lijven van het opeengepakte publiek dampten hun warmte uit, de ramen hoog in het plafond waren volledig beslagen. Karin had zich inmiddels losgerukt van  de bar en danste mee; de lichamen glibberden om haar heen. Ze voelde zich dronken en laafde zich aan de bastonen en de bezwerende energie die haar van onder tot boven als een slang deed kronkelen. Na een lange, lange massa-trance en talloze bisnummers hield de band op met spelen. Karin wist nauwelijks nog waar ze was. Ze hief haar hoofd naar het plafond om te kijken naar de dampkringen op de ramen en wreef een plakkerige lok uit haar gezicht. Iemand tikte haar op de schouder. Haar baas. “Karin, sorry, ik zat vast in de stad… Ik had panne met de auto en…  Ik wilde niet te voet door die regen komen… Maar hoe is het hier gegaan? Sorry dat ik er niet was…” Karin begon te lachen, ze kreeg plots een enorme lachkramp en kon niet ophouden met schudden. “Hahaha. Je zal het jezelf moeten vergeven dat je de beste avond in je eigen club hebt gemist. Jij en alle andere losers die niet nat wilden worden.” Zijn gezicht vertrok en zijn mond viel open. Het kon Karin niet schelen dat ze brutaal was geweest en misschien om dié reden nu ontslagen zou worden. Moest hij maar weten. Ze draaide hem de rug toe zonder een verder woord en stevende op de backstage af, vastbesloten om het feest in al zijn waanzinnige stormachtigheid verder te zetten.

LL Rigby
0 0