Lezen

I van Inefficiënt

(uit “verhalen van A tot Z”)   inefficiëntie in de sociale zekerheid…   is een krantenkop  anno  2015. Hoezo?  Moeten Belgen dan niet trots zijn op hun alom geroemd sociaal verzekeringssysteem?  We maken een reis in de tijd.     (verantwoording : De auteur van deze bijdrage was in de vroege jaren tachtig medewerker bij een niet nader te noemen institutie in dit land die een nooit eerder geziene ommezwaai in de werking van de parastatale instellingen moest begeleiden.  Bedoeling was dat er op alle niveaus werk zou gemaakt worden van de broodnodige bijscholing van de ambtenaren en voorzichtig werd er bij vermeld dat ook de hogere functies wel wat managementtraining konden gebruiken.)   Nu ze allen dood zijn, de ene al morser dan de andere mag hun verhaal verteld worden.   Het begin zal eerder saai klinken - het gaat dan ook over de ambtenarij, sorry voor hen die zich aangesproken voelen - maar nadien wordt het smeuïg, beloofd !   In de jaren negentig werd door de regering een éénmalige bijzondere bijdrage ingevoerd om het gat te dempen in de kas van de sociale zekerheid voor zelfstandigen.  Meer dan vijfentwintig jaar later bestaat deze éénmalige en inmiddels ruim geïndexeerde bijdrage nog steeds.  Heeft iemand enig idee wanneer de bodemloze put zal gedempt zijn ?   Bij een volgende gelegenheid moet de heersende oppositie absoluut een definitie afdwingen van het woord “eenmalig”.  Zoals met de vele wetteksten en politiedocumenten in dit land zal het alweer om  een slechte vertaling uit het Frans gedraaid hebben. Het woord eenmalig kan uiteraard een vertaling zijn van het Franse “unique”, maar zo noemen de Fransen ook de oogst van een goed wijnjaar.   Een tiental jaren voor deze eenmalige bijdrage werd bedacht, werd er nochtans alles aan gedaan om onze nationale trots, de RSZ, terug op de sporen te krijgen door een ambitieus opleidings- en vormingsprogramma.  Een soortgelijk programma  werd al eerder met succes geïmplementeerd voor de industrie en kon met een simpele copy paste worden toegepast in de Administratie.    Het aantal parastatale instellingen die onder de grote noemer RSZ vielen (en trouwens nog steeds vallen) was  legio.  De voornaamste “kassen” waren die van de Sociale Zekerheid voor werknemers en zelfstandigen, de Kinderbijslag, de Pensioenen, de Jaarlijkse vakantie voor Arbeiders, nog ergens een kas voor Oorlogsveteranen en uiteraard de “kas” bij uitstek, de bankier van al deze instellingen, de voormalige ASLK (Algemene Spaar en Lijfrente Kas).   Er werd besloten het aantal te beperken tot bovengenoemde instellingen en om enkel op  het allerhoogste niveau te onderhandelen zijnde dit van de Administrateur –Generaals .   Tijdens een diner in een Brussels sterrenrestaurant werd de toenmalige ASLK Voorzitter , mede dank zij de voortreffelijke Pinot Noir d’Alsace,  snel overhaald om het project op te starten.   De eerste bijeenkomst vond plaats in de somptueuze  salons op de hoogste verdieping  van de hoofdzetel van de Bank in de Wolvengrachtstraat.  Het was een publiek geheim dat de keuken in dit oord kon wedijveren met de beste eethuizen van het  land en dat de wijnkelder op de tweede plaats stond na die van het directierestaurant  van het nabijgelegen Gemeentekrediet van België. Ter vergelijking : pas op de derde plaats stond een van de toenmalige Brusselse toprestaurants.   Het succes was overweldigend : alle instellingen waren present!   Er heerste een opperbeste en vriendschappelijke sfeer, al waren de collega Administrateur- Generaals van verschillende politieke signatuur. Ook toen vierden de politieke benoemingen in deze sector hoogtij.  Vrouwen vond men sporadisch op lagere echelons, maar hier zaten enkel heren rond de tafel.   Tot spijt van wie het benijdde werd men op deze verdieping ook enkel door mannen bediend.  Wie daarbij goed oplette merkte dat enkele onder hen zelfs gewapend waren. Tenslotte was dit een bank en in de wandelgangen naar de zalen waar de bijeenkomst en het aansluitend diner plaats had,  bevond zich ondermeer een van de meest waardevolle sculpturen- en schilderijencollecties uit Europa en omstreken.   Het merendeel  van de eerbiedwaardige oudere heren stonden dicht bij hun op rust stelling maar al snel bleek dat het de allereerste keer was dat sommigen elkaar in levende lijve ontmoetten en al zeker niet in groep samen.  Buiten de toplui van de RSZ zelf, die tenslotte instonden voor de inning en het beheer van de miljarden die bij de bank dagelijks binnenstroomden waren geen van de anderen ooit op de hoofdzetel van de ASLK geweest.   Tijdens de voorstelling van het project en de korte discussie nadien werd duidelijk dat er voortreffelijke sprekers in het gezelschap zaten, maar ook verbeten zwijgers. Iets later, bij het aperitief en tijdens het exquise diner kwamen de tongen wél los.    In het verslag dat een weekje later bij eenieder in de bus viel kwam niettemin elke aanwezige uitvoerig  aan bod.  Vooral de zwijgers lazen met verbazing de gevleugelde woorden  waarmee zij te kennen hadden gegeven deel te nemen aan dit groots opgezet programma  en meer nog de stevige beslissingen, die ze blijkbaar eensgezind hadden getroffen.   Een belangrijke beslissing was dat deze groep elkaar voortaan regelmatig tijdens een soortgelijke bijeenkomst annex maaltijd zou blijven ontmoeten.  Volgens een beurtrol ging telkens een andere instelling als gastheer fungeren.   Er werd ook beslist om op lager niveau  werkgroepen op te richten die de nodige aandacht gingen besteden aan de specifieke noden van iedere instelling op het vlak van vorming en management.   Wat nooit in hun verslagen, maar wel onder de opstellers ervan onderling, ter sprake kwam, waren volgende  min of meer onvoorstelbare bevindingen die door deze topontmoetingen aan het licht kwamen.   Zo was er het reeds aangehaalde feit dat deze toplui  zich nog nooit in hun carrière samen in één ruimte hadden bevonden – ook niet op de kantoren van hun voogdijministers !   Voor het eerst raakte bekend dat de Rijksdienst voor Kinderbijslag iedere maand  te laat haar miljarden ontving van de bank , waardoor ze bij diezelfde bankier telkens weer geld moest lenen om haar uitbetalingen aan de rechthebbenden te financieren.   Hetzelfde scenario gold voor de Pensioenkas die keer op keer  beroep moest doen op extra kredieten om te kunnen voldoen aan de tijdige uitbetaling van de pensioenen. De ASLK verschafte ook hier de nodige leningen.   Al snel bleek dat  de oorzaak bij de RSZ zelf lag, die bij de inning van de patronale lasten bij bedrijven en zelfstandigen achterstanden opbouwde en telkens  laattijdig de broodnodige middelen overmaakte aan de overige instellingen.   Het leverde de RSZ  wel het voordeel op dat de duizelingwekkende bedragen langer op hun conto bleven staan en mega intresten opleverden.  Zo kon ze haar reputatie hoog houden en binnen de groep van Parastatalen de meest prestigieuze instelling blijven. De RSZ straalde dit prestige ook uit met haar luxueuze burelen op de Brusselse Waterloolaan, nabij het chique Louizakwartier.  Zij was bovendien eigenaar van haar gebouwen, terwijl de Rijksdienst voor Pensioenen zijn Zuidertoren moest huren, wat al weer een gat in hun kas sloeg.  Ook de Kinderbijslag zat trouwens al jaren in een verouderd huurpand in de Trierstraat. Van vicieuze cirkels gesproken !   De enige andere dienst die ook haar eigen burelen bezat was de  Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie  gelegen in de straat met de ronkende naam  “rue des Champs Elysées” – geen “avenue “ maar ook best luxueus in vergelijking met de collega’s. Dat hier de kas, zoals gebruikelijk, niet leeg maar overvol was lag ondermeer aan het feit dat de eerste golf van buitenlandse gastarbeiders die het land in de vijftiger en zestiger jaren had overspoeld  inmiddels op pensioen was gegaan.    Velen keerden dan meteen terug naar hun heimat, maar lieten na om hun nieuwe woonplaats in het buitenland op te geven.  In hun roes snel weer huiswaarts te keren,  vergaten zij dat ze het jaar nadien nog recht  hadden op hun vakantiegeld. Vijf jaar lang bleef hun cheque onaangeroerd.  Daarna verdween het geld onverbiddelijk in de kas van de Rijksdienst, die er vrijelijk mocht over beschikken.   Een aantal Administrateur- Generaals, gesteund door hun politieke vrienden hebben hierin ooit verandering willen brengen en getracht deze vleespot onder alle instellingen te verdelen.  Maar zij vingen bot. Van solidariteit en sociale rechtvaardigheid gesproken !   Toen het trouwens de beurt was aan deze instelling om bovengenoemde bijeenkomst en het daarop volgende diner te organiseren werden de middelen waarover zij beschikte rijkelijk ten toon gespreid.  Ook de service was navenant, maar iets pittiger dan bij de ASLK.  De blonde, diep gedecolleteerde secretaresse van de baas bediende hoogstpersoonlijk  en in tegenspraak met bovengenoemde krantenkop, zeer efficiënt  iedere aanwezige gast bij het aperitief.  Later bleek  dat zij tevens het nichtje van die baas was.   Dat er vorming en herstructurering nodig waren bleek onder meer duidelijk bij de Rijksdienst voor Pensioenen, waar er nochtans hard gewerkt werd. Zo moest  omwille van een wervingsstop, de financieel directeur het stellen zonder een aantal medewerkers.  Tot drie niveaus lager dan zijn functie moest de man het werk voor eigen rekening nemen.  Het is niet geweten of hij dan, naargelang de pet die hij opzette, ook één tot drie verdiepingen in de building moest afdalen. Wie hem ooit op een werkgroep meemaakte kon maar tot één besluit komen : hij was de efficiëntie zelve!   In de Zuidertoren, het hoogste gebouw van Brussel,  weigerden ambtenaren soms promoties uit angst, omdat ze dan hoger in de toren aan de slag moesten.  Een bekwame kadermedewerkster verschanste zich na de bekendmaking van haar promotie wenend op het toilet.  Ze was tot dan toe verantwoordelijk voor een team van vier personen geweest en moest nu een afdeling gaan leiden met een veertigtal medewerkers.  In haar opzicht kon ze deze functie absoluut niet aan.   De pas vervangen Administrateur-Generaal  in de Pensioentoren was nog geen zestig en vond dat hij te jong was voor deze topfunctie maar hij was de enige kandidaat in deze Rijksdienst die de juiste politieke kaart had en de partij stond erop dat hij zijn verantwoordelijkheid nam.   Tijdens een van de bijeenkomsten vroeg hij of iemand gedurende het weekend in Brussel was geweest en boven op de top van de Zuidertoren het licht had zien branden? “De par sa fonction” en naar analogie met de voorzitter van de ASLK had ook hij zijn kantoor op de bovenste verdieping van het gebouw.  Het venster  dat hoog in de wolken oplichtte was dat van zijn bureel , want hij was er (buiten de houten meubels) de enige die werkte  tijdens weekends.  Het is niet nagegaan of daarvoor dan de twee liften moesten in werking gesteld worden en er voor hem een volledige wolkenkrabber moest verwarmd worden.   De meest gezapige en compleet stress-loze Administrateur-Generaal was deze van de Rijksdienst voor Oorlogsveteranen.  Net als de nog overblijvende rechthebbenden van zijn dienst besefte hij dat hij de laatste persoon was die deze functie zou uitoefenen en dat na hem de hele santenboetiek  zou worden opgedoekt. Er werd sterk getwijfeld of het personeel van deze instelling nog bijkomende vorming behoefde,  maar de Administrateur-Generaal was een persoonlijke vriend van de toenmalige voorzitter van de ASLK en daarnaast was het een soort eerbetoon aan deze toch gedenkwaardige instelling.   De beslissing hem erbij te nemen, bleek later zijn vruchten af te werpen want zowel tijdens de vergaderingen als bij het aperitief en maaltijden zorgde deze uiterst geestige man voor de nodige verademing en wist hij telkens op het goede moment de juiste anekdote of geslaagde grap uit de mouw te schudden.   Een gedreven en kritische man aan tafel was het hoofd van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Zelfstandigen.  In tegenstelling met de meeste collega’s en niettegenstaande het  chronisch gebrek aan middelen, was hij  er in geslaagd een perfect draaiend team van overwegend jonge medewerkers uit te bouwen.  Niet uit noodzaak maar meer uit saamhorigheid hield de man eraan om bij vergaderingen en maaltijden present te zijn.  Collegialiteit was een begrip dat hij hoog in het vaandel droeg.  Dat eiste hij ook van zijn medewerkers . Hij vond dat elkeen van de aanwezigen in eigen boezem moest kijken en er voor zorgen dat zijn Administratie efficiënt draaide.  Wat zijn Rijksdienst dienst betrof was hij er klaar mee en had hij niet meteen behoefte  aan hulp van buitenaf.   Of tenslotte de toenmalige hoofdman van de RSZ ooit is gezwicht om de miljardenstroom binnen deze diensten van het Rijk efficiënter te maken is niet geweten.   Aan de krantenkoppen  die de afgelopen vijfendertig  jaar aldoor verschenen zijn, merkt men dat er nog steeds of alweer veel werk aan de winkel is.                        

Vic de Bourg
0 0

Monoloog: Reizen

Verre reizen, ik heb er echt helemaal niks mee. Ze zijn voor mij zoals de artikels uit de roddelboekjes: much ado about nothing. Vroeger was een mens al gelukkig als-ie voor zijn 20ste de zee zag. Tegenwoordig word je aanzien als een kortzichtige cultuurbarbaar als je op diezelfde leeftijd nog geen voet hebt gezet op alle 7 continenten. Reizen is hip en trendy. Nou mij niet gezien. Het begint al bij die verschrikkelijke luchthaven, waar je uren moet wachten. Daarna volgt er een ellelange vlucht die volgens mij ook totale tijdsverspilling is. Doe mij maar een warm bad en een goed boek. Verbeelding brengt je op veel meer plekken dan eender welke reis. En in je verbeelding is het òòk altijd goed weer als je dat zou willen. Als vrouw neem je bovendien altijd te veel mee op reis. Bijvoorbeeld: dat ene witte jurkje waar je toch al een beetje kleur voor moet hebben voor je het kan aantrekken. Het zou toch zonde zijn dat je nét dat jurkje niet in je koffer hebt gestopt, terwijl nu net dé gelegenheid zich aandient om het wel aan te doen. Geef toe: vele dames onder jullie herkennen dergelijke hersenspinsels. Als ik dan al eens op reis ga, twee dagen naar De Panne ofzo, dan kom steevast met een koffer thuis waarvan 10% is gedragen en 90% verfromfraaid gewoon mee op vakantie is geweest. Alleen als wassen en strijken een hobby van je zijn, kan een mens daar gelukkig van worden. Maar goed, ik heb ze natuurlijk ook, de vrienden die elk jaar naar één of ander exotisch oord trekken. Zodra ze thuis zijn nodigen ze je uit voor een soort debriefing van hun reis.. Alsof ze moeten bewijzen dat ze er effectief zijn geweest. Het begint al bij de 1000 foto’s die er in dit digitale tijdperk worden genomen. Niemand weet eigenlijk nog wat er net op de kiekjes te zien was, inclusief de reizigers zelf. Toch blijft iedereen uit beleefdheid ‘oh’ en een geïnteresseerde ’aha’ uitbrengen bij het bekijken ervan. Was dit nu de witte of de blauwe Nijl? Geen hond die het nog weet, maar het leverde wel een mooie plaatjes op. Als gevolg van de foto’s komt het verschrikkelijkste der verschrikkelijkste: de reisanekdotes. Reisanekdotes zijn naar mijn mening zoals kinderen: ze zijn alleen geweldig als het die van jezelf zijn. Iemand anders ermee opzadelen, is volstrekt irritant. Toch doet iedereen alsof de vertellende reiziger echt hét waanzinnigste ooit heeft meegemaakt. ‘Een slang gewoon op jullie terras? Neen! Echt?!’ Nu vraag je je waarschijnlijk af waar het tussen mij en dat reizen is misgelopen. Welke traumatische ervaring mij zo ver dreef dat ik mijn laatste vakanties vooral aan de Noordzee vertoefde. Dat komt , beste mensen, dat komt door mijn grote broer. Toen die 18 werd, vroeg die voor zijn verjaardag een reis naar Amerika. Het zou mijn eerste verre reis worden. Zo gezegd, zo gedaan: wij vertrokken met ons gezin naar de US of A. Nu moet je weten, mijn broer is niet bepaald de aangenaamste reisgezel. Niet alleen heeft hij de verschrikkelijke gewoonte om ons mee te tronen naar enkel zaken die hij wil zien, mijn broer vindt het ook een absolute must om steeds de plaatselijke culinaire specialiteiten te proeven. In het geval van Amerika: steak, hamburgers en ‘All you can eat’-ketens. Steak en hamburgers daarvoor ben ik nog wel te vinden, het was vooral die ‘All you can eat’ die voor mij de deur dicht deed. Ben je er al wel eens geweest? In zo’n vreetschuur? Het concept is simpel: je gaat er binnen, legt een vooraf bepaald bedrag neer en eet vervolgens zo veel je wil. De ruimte zelf is onderverdeeld in 4 eilanden: drank, voorgerechten, hoofdgerechten en desserts. Op zich lijkt het verhaal tot hier toe nog redelijk alledaags, het zijn echter de taferelen die er zich afspelen die het er in mijn ogen tot een oord van gulzigheid en verderf maken. Waar in normale omstandigheden een mens op restaurant van elke gang 1 gerecht kiest, kan je hier volledig losgaan en dienbladen volladen en verorberen in de hoeveelheid en volgorde die u zelf belieft. Er waren mensen die zo dik waren, dat ze twee zitjes nodig hadden om te kunnen tafelen. Als het ene dienblad leeg was, waggelden ze weer naar het buffet om daar een volgende lading eten te scoren. Ik sloeg de situatie gade en likte van mijn gigantisch zelfgemaakte soft ijsje. Overigens enige wat ikzelf die avond door mijn keel kreeg.   De rest van de reis was ook niet bepaald een voltreffer. Hotels met letterlijk 5 sloten op de deur tegen inbrekers in LA, opdringerige bedelaars in San Francisco en de weg kwijtraken in de Grand Canyon. Als klap op de vuurpijl was er dan nog het afgrijselijke Las Vegas of zoals ik het noem ‘De hel op aarde’. Na een veel te lange rit op bus waar de airconditioning op -5 stond, arriveerden we in deze bloedhete duivelse oase. Het was alsof God de vader zelf met de hamer des oordeels op mijn hoofd sloeg, als straf omdat ik er naartoe was gekomen. Overal flikkerede lichtjes en rinkelende belletjes. De hele dag én de hele nacht. Mocht ik de tijger van Sigfried en Roy zijn geweest, ik had al veel sneller in iemands arm gebeten, zo gek werd in ervan. Brussel een ‘hellhole’? Moet u eens naar Las Vegas meneer Trump!   Toen we na 3 weken Amerika weer aankwamen in België had ik het echt gehad met dat verre reizen. Doe mij maar de Noordzee of in een gewaagdere bui Italië. De wereld? Daar zullen mijn vrienden mij wel over vertellen, foto’s genoeg.

Ans DB
161 0

Congres Internet Librarian 2015 focust op web2.0-toepassingen in de bibliotheek

Doel tekst   Dit verslag van mijn bezoek aan het congres Internet Librarian in Londen wil collega’s in de bibliotheek informeren over recente digitale toepassingen in het internationale bibliotheekwezen. De doelgroep is vertrouwd met de gebruikte terminologie (web2.0, Second Life,...).   Soort tekst   Opiniërend ‘live’ verslag van mijn bezoek aan het congres op de interne weblog voor bibliotheekmedewerkers.   Structuur   Inleiding Overzicht van de belangrijkste lezingen en ontwikkelingen op het congres Conclusie   Congres Internet Librarian 2015 focust op web2.0- toepassingen in de bibliotheek.   Door Karolien Selhorst (beleidsmedewerker digitale bibliotheek)   Deze morgen was ik al vroeg uit de veren om deel te nemen aan 'Internet Librarian', het congres bij uitstek voor bibliotheekprofessionals dat jaarlijks plaats vindt in Londen. Het programma zag er veelbelovend uit: zes sprekers zouden het hebben over web2.0 en er was een beurs waar een twintigtal uitgeverijen hun nieuwste online publicaties zouden presenteren. Op het eerste gezicht waren alle ingrediënten voor een geslaagd congres aanwezig. Of vergiste ik me? U kunt het al raden, de Engelsen en koffie.   De keynotespreker Stephen Abram opende het congres. De man noemt zichzelf een 'lighthouse thinker'[1] en is een fervent aanhanger van web2.0. Hij stak van wal met de vraag of bibliotheken nog nodig zijn als iedereen alle informatie op zijn smartphone heeft. Volgens hem wel, maar dan moeten ze – in tegenstelling tot Google - de informatie filteren en structureren. Ook zouden bibliothecarissen meer tijd moeten investeren in onderwijs, huiswerkbegeleiding en interneteducatie en minder in het opsmukken van de online catalogus.   Na de koffiepauze was het tijd voor de praktijk of hoe zetten bibliotheken web 2.0-toepassingen in? De sprekers van het project ‘Literatour'[2] - een Europees project van bibliotheken, taalinstituten en musea uit vijf landen – toonden aan hoe zij Ning en Second Life gebruiken om internationaal literatuurkennis uit te wisselen. Hun idee is gebaseerd op de ‘taalcafés” van de Stockholmse bibliotheek die allochtonen op een speelse manier laten kennis maken met de bibliotheek en met de Zweedse taal. Een boeiend project, als je het mij vraagt. Want zijn niet alle bibliotheken op zoek naar originele manieren om deze groep klanten beter te bereiken?   Vervolgens kon ik voor het eerst kennismaken met de virtuele wereld 'Second Life'. Spreekster Kitty Pope van de bibliotheek in Melbourne meende dat bibliotheekmedewerkers (cre-) a(c)tiever moeten worden in het uitbouwen van een virtuele wereld om interatief te communiceren met klanten. Of dit de nieuwe manier van communiceren wordt, zoals de spreekster beweert, betwijfel ik: zo vereist de technologie heel wat oefening en is ze allesbehalve stabiel. Bovendien vraag ik me af hoeveel bibliotheekklanten nu al een actief virtueel leven leiden? Neen, zelf zie ik meer heil in tijdsbesparende toepassingen in Second Life zoals virtuele vergaderingen.   Na de lunch vertelden Brian Kelly en Kara Jones van Bath University hoe zij een blog als intern communicatiemedium in de bibliotheek hadden ingevoerd. Ze adviseerden vooral om vooraf na te denken over de doelstelling en de reikwijdte van een blog en rekening te houden met bepaalde barrières zoals de organisatiecultuur.   Nederlander Rob Coers sloot de congresdag af met enkele tips om weerstand tegen web 2.0 in de organisatie te overwinnen. Enkele voorbeelden: voorzie training voor de gebruikers, focus op de voorlopers, heb het niet over de financiële voordelen van web 2.0-toepassingen, maar over 'Return on Participation' , word goeie maatjes met de IT-afdeling en last but not least: ga gewoon aan de slag! Maar toch nog dit: wees geduldig met sommige mensen, maar ook weer niet té geduldig. En met deze wijze woorden in het achterhoofd, keerde ik ’s avonds moe, maar bruisend van ideeën terug naar Nederland.     [1] zie zijn blog:http://stephenslighthouse.sirsi.com/) [2] (presentatie:http://www.slideshare.net/akenyg/literatour-in-library-20/)

karosel
0 0

V van VEIT

(uit “verhalen van A tot Z”)   In Finland Noorwegen en ook in het Noorden van Nederland komt de naam Veit weinig voor. Nochtans gaat het om een variant van de in Zuid-Nederland of Vlaanderen populaire naam “Guido” of “Guy” in het Frans of Engels.   Om na zijn studies de opgestapelde schulden te vereffenen aanvaardde hij in de studentenstad snel het eerste het beste baantje.  Na enkele jaren in een eerder erbarmelijk “studentenkot”  te hebben gehuisd permitteerde hij zich tijdelijk een heuse gemeubelde studio met kitchenette en douche met warm water. Een knauw in het budget, maar soit..!   Precies een jaar later kon hij het dubbele gaan verdienen in de hoofdstad en huurde er een flatje, ditmaal met een iets breder bed, een heuse keuken en zowaar een badkamer met ligbad.   Door de verhuis van de kantoren buiten de stad nam hij amper zes maanden later alweer afscheid van dit flatje om het te ruilen voor een appartement in de stadsrand.    Bij het verlaten van de flat herinnerde hij zich dat er ook nog een kelder bij hoorde, die hij nooit had gebruikt. Net voor de sleutels aan de eigenaar werden terug bezorgd, bezocht hij uit nieuwsgierigheid het lokaaltje.   Het was leeg … geen verhoopt geldkoffertje, geen lijk in de kast, geen zeldzame fles wijn…maar wel enkele oude boeken waarvan één met stevige rode gemarmerde kaft.   Het was een Engelstalig boek met verzamelde werken van Bacheller, Ainsworth en Hume. De tweede “historical romance” droeg als titel “Guy Fawkes” . Hij bladerde in het boek en bij het amper oplichtende peertje zag hij plots iets vreemds.   Het boek was gedrukt in het voor dit soort lectuur meest gangbare lettertype maar ergens midden in het boek aan het eind van het eerste hoofdstuk over de marteling van Fawkes, hield plots de tekst op en stond er de naam “Guido” in handschrift.   Hij heette zelf Guido en voelde in het klamme donkere keldertje een koude rilling over zijn rug gaan. Had hij een geest bevrijd of was er iets anders aan de hand?   Eenmaal terug op de begane grond las hij enkele delen uit het verhaal dat het leven beschrijft van de bovengenoemde beroemde Engelse martelaar die stierf in een koude kerker.  De passage waar de handgeschreven tekst in voorkomt luidt :   “By a great effort, and with acute pain, he succeeded in tracing his Christian name thus : Guido While endeavoring to write his surname the pen fell from his hand, and he became insensible”   Wie nog steeds op zoek is naar het exemplaar van het boek dat hij achterliet in de kelderruimte weet nu dat het terecht is.   De eerlijke vinder zegt al jaren ooit eens op reis te gaan naar het Hoge Noorden. Mocht dit hem ooit lukken, wedden dat hij tijdens zijn verblijf een boom, bank of balk zal vinden waarin de naam “Veit” gekerfd staat?    

Vic de Bourg
0 0

ZINTALITY website

DEEL 1 : Wie ben ik? Dank je alvast om even tijd te nemen om me te leren kennen. Graag wil ik je ook leren kennen.   Mijn passie ligt in het inspireren en enthousiasmeren van mensen. Mensen begeleiden om de ‘self archtiect’ in zich te ontdekken. Ik stimuleer innerlijk welzijn en inzichten als persoonlijke coach en vertrouwenspersoon. Al meer dan 25 jaar werk ik aan carrièreverloop en aan het optimaliseren van persoonlijke ontwikkeling en levenskwaliteit. Ik beschik over sterke ervaring over het menselijk gedrag, gezondheid, interpersoonlijke connectie, emotionele behoeften en andere levensdomeinen. Search & selectie, assessment en coaching zijn ervaren expertisedomeinen. Ik leg graag verbanden tussen de verschillende domeinen en werkt vanuit een holistische, ‘totaalvisie’.   Permanent school ik me bij. In 2008 volgde ik bij Jef Clement (Selfmanagement) twee coachingsopleidingen., Master in Coaching. In 2009 legde ik me toe op Appreciative Inquiry en sinds 2015 ben ik Practitioner NLP een het Ontwikkelingsinstituut.   Ik laat me ook graag inspireren door Mindfulness , Self-coaching®, alsook de Argentijnse tango: de levenskunst van improvisatie, van leiden & volgen. Ik combineer inzichten in de menselijke psychologie met kennis en ervaring in Human Resources Management. Mijn passie voor mensen en human resources reflecteert zich in mijn werk en leven.   Ik ben vrouw, moeder, vriendin, partner, ondernemer, psycholoog. Ik startte binnen de personeelsdienst, deed leerrijke expertise op in zowel industriële omgevingen zoals BASF en Atlas Copco. Binnen de Zweedse retailer Ikea bouwde ik mee aan het personeelsbeheer. Sinds 1994 werkte ik voor vele nationale en multinationale bedrijven. Zware industrie, dienstenbedrijven, afvalbewerking, chemie, overheid ea. zijn bedrijven waarvoor en waarbinnen ik ervaringen heb opgedaan. Ik sta positief in het leven, gericht op ontwikkeling en groei. Met veel begrip en luisterend oor leer ik je anders te kijken naar je vraagstukken. Je ervaart meer kracht en vrijheid van binnenuit.   Ik wil mensen in beweging zetten, hen zuurstof geven en (on)bewuste capaciteiten zichtbaar maken. Als mentor – ‘fluisteraar’ –  mensen begeleiden en hen een caleidoscoop aan inzichten, adviezen bieden.  Adviezen waardoor ze sterker worden en zich goed voelen. Ik geloof dat ieder de  kracht in zich heeft om te groeien en veranderen.   Mijn missie is : stimuleer mensen en organisaties om vanuit nieuwe perspectieven te kijken, dit vanuit een jarenlange expertise. ontsluit talent, via een veelheid aan invalshoeken lever ik op een objectieve wijze een zo compleet mogelijk beeld van competenties, aandachtspunten en potentieel van een individu. breng zuurstof en energie in de loopbaan van bedienden en kaders. Via een persoonlijk ‘mentorship’ zet ik je in beweging. Ondersteun bedrijven in personeelsmaterie, zoals talentscouting, selectie, potentieel-onderzoek, assessment onderzoek   En wie ben jij? Wat zijn je dromen? Wat zijn je doelen? Wat zijn je passies? Kan ik je hierbij helpen. Ik kijk ernaar uit je hierbij te helpen! Let’s find out !     DEEL 2 : Diensten aan particulieren  1. Vitaliteitsmanagement Hoe zou het zijn om: beter om te gaan met wat u aanbelangt? stress, burn-out de baas te zijn en te blijven? de band met anderen meer leefbaar of passend te maken? vitaal in het leven te staan   Wat brengt het je? een meer uitgebalanceerde balans, minder stressgevoeligheid meer zicht op je sterkte en valkuilen manier om je grenzen te bewaken beter leren aanpakken van stressvolle situaties en/of conflicten   Waarmee kunnen we aan de slag? gepieker en gemaal je somber of eenzaam voelen stress, burn-out of depressieve gevoelens geweldloos willen omgaan met een (dreigend) conflict gezien, gehoord, begrepen worden, je verhaal kunnen vertellen Uit onderzoek over stress, burn-out en uit de cijfers van werkverzuim blijkt dat er heel wat zaken de kwaliteit van leven verminderen. De genoemde zaken zijn emotioneel niet te onderschatten.   Wat biedt het je? Je kunt je leven een nieuw perspectief geven Je krijgt out-of-the-box mogelijkheden De kracht in jou wordt aangewakkerd Je doet inzichten en inspiratie op Bruisend leven, stralen van geluk Je raakt beter bestand voor de (soms onbewuste) stress-factoren in je leven Ik werk holistisch en systemisch met het oog op vitaliteit, harmonie en psychosociaal welzijn.     2. Coaching Wat kan ik, persoonlijke coach, voor je betekenen? Je potentieel aan talenten te ontdekken en deze te ontwikkelen Omgaan met moeilijkheden en conflicten op het werk (feedback, communicatie) Hinderlijke denkpatronen ombuigen (verwerken van informatie) Je helpen om beter leiding te geven aan je medewerkers Je helpen om uw voornemens te realiseren Luisteren naar uw persoonlijke vraag en samen een oplossing te zoeken   Wat je vraag of aandachtspunt ook is, de gesprekken zijn afgestemd op je persoonlijke noden. Vanuit mijn kennis, basisattitude en coachende vaardigheden laat ik je graag anders kijken naar werk.  Ik bied je graag met een duidelijk/breder inzicht. Wat zijn je sterke vaardigheden? Wat kan je in de toekomst doen om effectiever en met enthousiasme aan het werk te gaan? Niet enkel IQ, maar ook EQ speelt namelijk een grote rol in het efficiënt functioneren als werknemer of als manager.   3. Loopbaanbegeleiding Heb jij een droom van een job? Het merendeel van je leven breng je op het werk door.  Je goed voelen in je werk is  belangrijk. En dat je het werk doet dat écht bij jou past! Dat kan! Door dat te doen waar je goed in bent en wat je graag doet. Een droom? Nee, wel een doel dat je kan bereiken. Waar wil jij naartoe, wat is voor jou belangrijk, dat is de vraag.   ‘Als we niet weten naar welke haven we koers zetten, is geen enkele wind gunstig.’ (Seneca)   De loopbaangeleiding wordt uitgevoerd ism. Make me Fly!   Welke actie neem je ? Stap 1: Neem contact met inez@makemefly.be
 Stap 2: Bestel je loopbaancheque via www.vdab.be/loopbaancheques/. Stap 3: Start zo snel mogelijk je loopbaanbegeleiding. Resultaat: Jouw eigen Persoonlijk Ontwikkelingsplan of Actieplan. En met goesting aan het werk zijn!   Daarom kies je voor ZinTality ism Make Me Fly! Je werkt met een waarderende coach die focust op je sterktes Je maakt sterkere keuzes, zowel op professioneel als persoonlijk vlak Je krijgt meer veerkracht om initiatief te nemen en met veranderingen om te gaan Je werkt en leeft met meer energie omdat je leert focussen op wat jou echt gelukkig maakt Je kan gebruik maken van Loopbaancheques van VDAB

Inezz
0 0

Een deur verder

Ik ben verhuisd. Ik heb mijn spullen in een doos geladen en naar een andere plek gebracht. Mijn nieuwe werkplek. Dat hoort meestal bij een nieuwe functie. Ik start vandaag op de communicatiedienst. Mijn diensthoofd heeft me dat gevraagd. En ik heb ja gezegd. Na acht jaar aan het onthaal ga ik iets anders doen. Iets helemaal anders. Meer anders kan niet binnen de administratie. Van een onthaal waar je veel contact hebt met mensen die god weet wat vragen, naar een bureau met je computer en je stoel. En daar zit ik dan. Te typen. Ik zou dat niet kunnen, zeggen mijn collega’s van het onthaal. Altijd stilzitten, je blik op het scherm gericht en tokkelen op het toetsenbord. Maar weet je wat? Ik doe dat graag. Niet het tokkelen op zich, maar woorden typen die zinnen, alinea’s en tenslotte teksten vormen. De onderwerpen zijn eindeloos: tentoonstellingen, optredens, wegenwerken, noem maar op. En voor wie schrijf ik? Voor iedereen. Jong en ouder, mannen en vrouwen, koppels en alleenstaanden, ze kunnen allemaal mijn teksten lezen. Dat vind ik geweldig. Dus ik heb geen spijt van mijn verhuis. En mijn collega’s van het onthaal? Die zitten maar één deur van mij verwijderd. Eén deur openen en ik zit tussen de mensen die ik al jaren ken. En terug in de drukte van het onthaal. Ik hoor vragen waar ik jaren op geantwoord heb. Ik hoor vragen waarvan ik denk: dat is blijkbaar nog niet duidelijk, daar moet ik eens over schrijven. Dus ik zit op mijn plaats bij de communicatiedienst. Op mijn stoel met mijn handen op het toetsenbord tokkel ik en kijk ik naar het scherm. Een deur verder.

Lieve Geuens
0 0

P van Puntzak

(uit “ verhalen van A tot Z”) De frieten aan de statie “Een dagboek moet je bijhouden” had hun leraar Nederlands hen destijds op het hart gedrukt.  Met zijn amper  17 lentes  was er nog een zee van tijd geweest,  ook al voelde het toen  reeds aan dat hij  veel  vergeten was. Eénenvijftig jaar en vele seizoenen later spijt het hem nog steeds dat hij destijds niet de daad bij het woord had gevoegd.  Wel had hij zo af en toe een woordje of zinnetje genoteerd dat hij jaren nadien  terug vond.  Dan moest hij op de harde schijf onder zijn hersenpan op zoek naar de overeenkomstige herinnering of wat er van overbleef. Volgens de encyclopedie is het geheugen het vermogen van een mens of dier om informatie te onthouden. Het omvat drie aspecten : de opslag, het vasthouden en het terugzoeken van vroegere belevenissen of indrukken. Leren is het proces waardoor nieuwe kennis en vaardigheden in de hersenen wordt opgeslagen. Vergeten is het proces waardoor informatie in het geheugen afbrokkelt of verloren gaat. Zo vond hij onlangs een minuscuul ringmapje terug met allerlei aantekeningen. Onder “contacten”  vond hij namen zoals “Jefke :  leraar 6e moderne” . Dan zag hij de man voor zich en kwam plots een vloedgolf van informatie aangespoeld.  Hoe deze leraar soms door de klas raasde en naar een onoplettende leerling  stoof.  De leerling sloeg dan beide armen om zijn hoofd omdat Jefke erom berucht stond dat hij graag klappen uitdeelde.  Jefke bleef dan muisstil naast zijn prooi staan tot deze voorzichtig een arm wegnam, waarna  de vlakke hand van de beul op een wang terecht kwam.  Na zo ’n voorval glunderde Jefke voor de resterende lestijd en keek af en toe triomfantelijk  naar de roodgloeiende wang. Verder in het mapje vond hij een eigenhandig getekende tabel (Microsoft Excel was nog ver weg)  en een opsomming van allerlei goederen : brood, bijval, huur, pintje, middagmaal, cursusgeld, cinema, enz…  Telkens werd er een prijs bij vermeld.  De lijst  liep over een periode van een aantal maanden maar stopte bruusk. Het was warempel zijn studentenbudget.  Kwam hij na verloop van tijd  tot het besef dat er met of zonder budget geen boterham méér gegeten of geen pintje minder gedronken werd ?  Als tijdsdocument  toch interessant om te merken dat in de late jaren zestig een pintje in de studentenclub 7 BEF, een klein broodje  6 BEF ( 16 eurocent) of een volledig middagmaal , inclusief drank, in het studentenrestaurant 26 BF (65 eurocent) hadden gekost. Steeds volgens het lijstje kostte een zak friet  met mayonaise 10 BEF en dan viel hem plots te binnen dat op een tijdspanne van een tiental jaar die prijs verviervoudigd was.  In zijn geheugen stond immers het moment gegrift dat hij met zijn vader en een van zijn zussen terugkwam van een uitstapje naar de dierentuin in Antwerpen. Pas vele jaren later , toen hij voor een Amerikaans bedrijf werkte, leerde hij de term “fringe benefits” kennen, voordelen die  bovenop het salaris worden toegekend. In dat verre verleden kreeg zijn vader reeds  een soortgelijke bonus onder vorm van drie treincoupons voor een bestemming heen/terug naar keuze op Belgisch grondgebied. Met zijn kroostrijk gezin had pa dus bedacht dat hij elk jaar met telkens twee van de kinderen  een reisje ondernam. In zijn geheugen was niets meer terug te vinden van die, zonder twijfel, prachtige uitstap : noch de treinreis, noch het verblijf in de Zoo, noch de terugreis.  Alsof het gisteren had plaats gehad herinnerde hij zich des te meer het buitenstappen van het station en de grote puntzak frieten met mayonaise die werd aangekocht bij een van de drie frituren die zich aan “de statie” bevonden. Vaders’  arm zwierde tijdens het huiswaarts stappen heen en weer tot zijn zus van links en hij van rechts de puntzak tot op de bodem geledigd hadden.  Hij wist nog precies wat de frieten gekost hadden want hij had zelf voorgesteld om met  zijn eigen zakgeld te “trakteren” : 3 BEF had hij uit zijn portemonneetje opgevist en zijn pa had hem een halve frank teruggegeven.   Grenzeloos genot en een levenslang souvenir voor de prijs van een zestal luttele eurocentjes. Toen was geluk héél gewoon.                       

Vic de Bourg
0 0

grenzeloos

Dit land is magisch. Niet omwille van de stranden en groene heuvels, niet omwille van de bescheiden maar warme mensen, niet omwille van de heerlijke geur van wilde bloemen, rozemarijn en lavendel, niet omwille van de lucht, die de avondhemel in alle kleuren van de regenboog tooit. Hoewel. Misschien is het precies de lucht die alles anders doet ademen en bewegen en zo de magie doet ontstaan. Op de meest onverwachte momenten, in de meest verdoken hoekjes wacht de magie hier op je. De magie van een ontmoeting die voorbestemd lijkt te zijn. De magie van een plek om te wonen die op het eerste gezicht maar matig voldoet aan de noden, en uiteindelijk de exacte belichaming is van het onbestemde droombeeld van een jarenlange zoektocht. De magie van een kikker, die er ondanks zijn ingebouwde sociale matrix voor kiest om in zijn eentje in jouw badkamerkast te komen wonen, zodat je elkaar iedere ochtend vrolijk goedemorgen kan toekwaken.  De magie van wanneer je denkt dat het niet meer mooier kan, er nóg een cadeautje voor je voeten valt. Je voelt je zo goed dat je zelfs met plezier mijmert over vroegere tijden, vroegere landen, vroegere mensen. Je dwaalt af naar de herinnering van het vertrek. Uiteraard dacht je bij het afscheid, het uitzwaaien en omhelzen en loslaten, dat daar, tussen al die mensen en dingen en contexten, ook je demonen stonden. Je zag hun grijns wel – vanuit je ooghoek – maar schoof het beeld achteloos terzijde. Je gooide je rugzak over een schouder, draaide je om en vertrok. Naar je lotsbestemming. Je wist dat de reis lang kon duren, maar dat baarde je geen zorgen, ze zeggen immers dat de reis belangrijker is dan het doel. Maar oh, kijk daar, je bereikte het doel! Je wist dat het bestond, je geloofde dat het moest bestaan, maar was niet zeker of je er in dit leven nog zou komen. En je kwam er. En nu ben je er. En na inrichten en afstoffen en uitpakken en installeren en meermaals op je knieën de goden danken dat je je bestemming zo snel mocht bereiken en dat het mooier en beter is dan je had kunnen dromen, na dit alles volgt de stilte. Wondermooie stilte, slechts af en toe onderbroken door wat gekwaak. Een stilte die, zuiver als ze is, langzaam maar zeker toch op je gemoed begint te werken. Een stilte die vragen lijkt toe te roepen. Een stilte die je slapeloze nachten bezorgt, van niet-begrijpen, van verwarring.  Je vraagt je af waar het nog schort, wat je tekort komt. Je vindt een heleboel antwoorden van pragmatische aard, maar kijkt dan rond in je paradijs en glimlacht bij het zien van de bloemen, de vogels, de bomen en de haast fluorescerende hemel en bedenkt dat er niets wezenlijks is om ongelukkig over te zijn. En dan plots zie je ze. Achter de grootste boom, de boom die je schaduw en troost biedt, de boom die met je spreekt als er niemand anders in de buurt is, precies achter die boom komen de hoofden van je demonen tevoorschijn, met dezelfde grijns op hun gezicht als bij het afscheid. En je beseft: er was nooit een afscheid, er was nooit een vertrek, een reis, een zoektocht, een vinden , een aankomst, een bestemming. Je was altijd precies waar je was: onderweg. De kikker en de wetenschap te zijn waar je moet zijn bieden troost voor de diepe eenzaamheid die je overvalt. Wanneer je beseft dat je ook hier, in het paradijs, de strijd met je eigen demonen moet aangaan, alleen. Over welke grens je ook je tent opslaat, hoeveel kilometers je ook laat tussen wat was en wat moet zijn, hoeveel beter de parameters van temperatuur – menselijk en andersoortig – ook zijn, de strijd met jezelf is grenzeloos. Pas als je de moed hebt om, op welk terrein dan ook, het gevecht aan te gaan, is de bestemming in zicht. Toegegeven, een beetje magie kan helpen.

LL Rigby
0 0

eleonoor

De schaduw van de boom drapeert zich parallel aan haar dijen.  De boomkevers tjirpen luidruchtig, maar Eleonoor hoort het niet.  Ze zit met haar ogen dicht de geuren, intens als de walm van versgebakken wafels in een kleine keuken, in te drinken. Een beeld van een man dringt zich aan haar op. Een man, robuust en imposant als een mythologisch figuur. Ze ziet zijn gezicht niet maar voelt zijn warme adem in haar nek. Een hond blaft in de verte. Vage verlangens vullen haar gemoed. Verlangens die ze nooit zal kunnen bevredigen. Eleonoor is ‘anders’. Werelds genot is niet voor haar weggelegd. Eleonoor voelt zich inderdaad anders dan de anderen, maar weet niet precies waarom. Voorbij de struiken, aan de rand van het water, ziet ze beweging. Ze richt zich een beetje op en ziet de gestalte van een jongen die een meisje met lange paardenstaart naar zich toetrekt. Hun gezichten plakken aan elkaar. Ze lijken niet los te komen, ze draaien een beetje naar rechts en dan weer naar links, maar het schijnt niet te lukken. Eleonoor kijkt weer naar de lijnen van de boomschaduw en haar benen. Ze let erop om haar knieën niet te buigen zodat het samenspel niet verstoord wordt. Van achter de struiken hoort ze kleine gilletjes van het meisje. Ze gaat weer rechtop zitten om te kunnen zien wat er gebeurt. Maar de hoofden zijn inmiddels achter de struiken verdwenen. Ze zullen zijn gaan liggen, zoals ik, denkt Eleonoor. Op school willen ze allemaal haar vriendinnetje zijn. Ze komen altijd naar haar toe, tijdens de pauzes en tijdens het middageten in de kantine. En dan gaan ze allemaal rond haar staan en zingen liedjes en lachen luid. Eleonoor lacht dan mee, maar om één of andere reden vinden de andere meisjes dat niet leuk en gaan weer weg. Eleonoor hoort nu heel vreemde geluiden van achter de struiken. Het meisje lijkt pijn te hebben, ze kreunt en schreeuwt. Eleonoor zou willen gaan kijken wat er aan de hand is, maar ze wil het patroon van haar benen en de schaduw niet verbreken. Ze meent een gesmoorde hulpkreet te horen, daarna een klap en dan niets meer. Eleonoor spitst haar oren, maar het is volledig stil achter de struiken. Ze haalt haar schouders op en kijkt weer naar het schaduwspel van de bewegende takken vóór haar voeten. Ze glimlacht en probeert haar armen te laten bewegen op het zelfde ritme. Wanneer broer plots naast haar komt zitten, lijkt Eleonoor het eerst niet te merken, zozeer gaat ze op in haar dans met de boom. ‘Noortje, ik had je toch gezegd op het bankje te wachten? Ik heb als een gek naar je lopen zoeken!’ Eleonoor kijkt hem aan maar lijkt hem niet te zien. ‘Noortje!!’ Broer staat  op, grijpt haar bruusk bij de arm en trekt haar met zich mee naar huis. ‘Kan je nou nooit eens normaal doen?’,  verzucht hij gefrustreerd. Normaal… Eleonoor vraagt zich altijd af wat ze met dat woord bedoelen. Ze sjokt een beetje scheef achter broer aan, erop lettend dat elke stap die ze zet precies landt waar broers schaduw zich beweegt.

LL Rigby
0 0

geknipt

Een klein dorp ergens in Europa, 1974. Een man loopt over een zandpad door de velden, het hoofd gebogen, de schouders gekromd. Onder zijn oksel een kappersset. Niets aan het voorkomen van deze man doet vermoeden dat hij ooit rijk en succesvol was. Dat hij ooit de mooiste dame uit de streek tot zijn vrouw had gemaakt en een gemakkelijk leven genoot dankzij de vier goeddraaiende kapperszaken die hij eigenhandig uit de grond had gestampt. Dat hij ooit gelukkig was. De wandelende man loopt langs een kleine boerderij en groet bedrukt maar vriendelijk een oude vrouw die aan de voordeur onder de luifel zit. Hij haalt zijn set onder zijn arm vandaan en toont het haar, bij wijze van vraag. De oude vrouw schudt verontschuldigend het hoofd. Zo loopt deze man, dag in, dag uit, over alle paden en wegen van de dorpen, langs de huizen en boerderijen, langs tavernes en bordelen.  De mensen groeten hem steeds meewarig. Ze kennen zijn verhaal, hoewel slechts in grote lijnen. Ze durven hem er niet naar vragen, waarschijnlijk uit angst zijn dappere maar breekbare voorkomen te kraken. Het verhaal gaat, dat hij op een dag alles kwijtraakte, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn kapperszaken. Er zou een andere man mee gemoeid zijn, een vertrouwenspersoon in de zaak, maar dat zijn slechts speculaties van kwade tongen. In ieder geval  verloor hij alles, onder dubieuze omstandigheden. En sindsdien wandelt hij door de dorpen, met zijn oude kappersset onder de arm. Waar hij kan haalt hij zijn set onder de arm vandaan en knipt haren of scheert een baard. Op de drempel van een huis, op straat, in de tavernes. Na elke knip- of scheerbeurt krijgt hij wat geld toegestopt, doorgaans genoeg om zich ergens één of twee glazen rode wijn te bestellen. Zo komt hij de dagen door. Met elke haal van de schaar snerpt de pijn van het verlies door zijn botten. Met elke teug wijn vergeet hij weer.

LL Rigby
0 0

voortzetting van een verhaal

Rik kijkt uit het raam en ziet de wereld beneden hem bewegen. Hij ziet een oude man, gebogen over zijn wandelstok, langzaam naar de tramhalte schuifelen. Vaag ziet Rik er de poëzie van in, zoals hij dat vroeger altijd deed. Elk nieuw beeld was toen een mogelijke aanzet tot een nieuw verhaal. Hij zag overal schoonheid in, de rauwe schoonheid van het werkelijke leven. Hij had het geluk er zijn geld mee te hebben verdiend. Tien goed verkopende romans in amper vijftien jaar. Hij wordt nu al bij de Vlaamse klassiekers gerekend. Niet dat Rik om de roem geeft. Schrijven is voor hem een noodzaak, zoals ademen en eten. Hij kan eenvoudigweg niet door de wereld wandelen zonder overal verhalen te zien. Het gesprek op de hoek van de straat tussen een traditioneel geklede moslima en haar modern uitziende puberdochter. De tristesse in de ogen van de Pakistaanse verkoper in de nachtwinkel waar hij steevast iedere avond een nieuw pakje Chesterfields koopt. De stad en al zijn kleine fotografische momenten hadden hem succes en een zekere weelde geschonken. En nu was het op. Zijn bron was opgedroogd, hoewel de beelden nog steeds door zijn blikveld liepen. Maar de pellicule leek wel vol, niets bleef hangen, geen enkel fragment ontspon zich in zijn hoofd nog tot een verhaal. Het leek alsof hij een ander opnameapparaat nodig had, een andere omgeving, beelden in andere vormen en kleuren.   Niet dat hij nog hoéfde te schrijven. Maar hij wist nu eenmaal niet wat anders met het leven aan te vangen. Hij bezat vrouw noch kind, en vriendschappen beperkten zich tot een gedeeld glas aan de bar van een willekeurig café. De meest diepgaande contacten van de laatste jaren waren die met de journalisten. Die wilden weten wie hij werkelijk was. Hun nieuwsgierigheid prikkelde ook de zijne. Er was één journaliste in het bijzonder geweest die hem zover had gekregen dat hij echt over zijn leven ging nadenken. Nadine De Smet, heette ze. Een truttige dame van rond de vijftig, die onverwacht scherp uit de hoek kwam en hem met de neus op zijn treurenswaardige levensloop wees. Afgezien van zijn romans had hij niks van belang bereikt in het leven. Ze vroeg zich af waar hij de inspiratie haalde om zo levensecht te schrijven, om zo te schrijven dat de verhalen herkenbaar werden voor mensen van alle afkomsten en leeftijden. Hij moest wel veel levenservaring hebben. Veel mensen kennen. Veel gereisd hebben. Rik kon zich geen van al deze dingen toeëigenen. Hij kwam nauwelijks achter zijn raam vandaan, had nooit veel vrienden gehad en was nooit verder van huis geraakt dan Cap Gris Nez aan de Franse kust, om zijn broer een keer te bezoeken die daar al twintig jaar woonde met zijn vrouw. Na jarenlang aandringen hadden ze het voor elkaar gekregen dat hij hen zou bezoeken voor de kerst. Een keer en nooit meer. Hij had bronchitis opgelopen van de strandwandelingen in de ijskoude decemberwind en ze hadden elkaar niks te vertellen gehad.   Rik probeert nog een keer een verhaal te beginnen, zijn vingers zweven boven de toetsen van zijn oude schrijfmachine. Hoe langer hij twijfelt over het eerste woord, de eerste zin, hoe minder hij weet wat hij eigenlijk wil schrijven. Hij heeft helemaal niks te zeggen. Hij zucht en loopt de keuken in om thee te zetten. Kamille. Vaste prik rond negen uur elke avond. Om goed te kunnen slapen. Het is nauwelijks kwart over zeven, maar Rik bedenkt zich dat hij de dag net zo goed kan afronden. Morgen gaat het vast beter.   Ward ijsbeert door zijn cel. Hij zou willen rennen of boksen, hij heeft een teveel aan energie. De enige mogelijkheid in deze kleine ruimte is echter ijsberen. Als hij een celmaat zou hebben zouden ze samen een beetje kunnen sparren. Hoewel dat vast niet zou mogen van de cipier, maar als ze het stil zouden doen… Tina is niet op het bezoekuur verschenen. Hij is teleurgesteld maar zet een masker van boosheid op. Teleurstelling en verdriet zijn geen gedoogde emoties in de bak. Je bent stoer en boos, of stil en teruggetrokken. Ward koos maar voor het eerste. De andere optie ligt dichter bij zijn persoonlijkheid, maar hij vreest daardoor in het vizier te komen van de bullebakken die altijd een slachtoffer zoeken. Dat hij niet met Tina heeft kunnen spreken of haar heeft kunnen zien maakt hem razend – maar eigenlijk dus verdrietig. Hij heeft een enorme nood aan de gesprekken met haar. Hoewel hij in alle eerlijkheid zou durven bekennen dat het net zo goed met iemand anders zou kunnen zijn. De bak maakt hem harteloos, vreest hij. De waarheid is dat hij van Tina houdt. Maar zijn verlangen naar een luisterend oor heeft niks met liefde te maken. Het is een kwestie van leven of dood. De gedachten in zijn hoofd gaan als een razende tekeer. Elke keer na het bezoekuur lijkt hij minstens voor een deel ontladen. Nu Tina niet is geweest neemt de drukte in zijn hoofd toe. Hij ijsbeert nog een goed halfuur door, in stevig tempo. En gaat dan maar opdrukken.     Het duurt weken vooraleer Rik nog een fatsoenlijke zin op papier krijgt. Op een ochtend gaat de bel, met tegenzin loopt hij naar de deur. Hij krijgt nooit bezoek, wie zou hem ook bezoeken? Dus hij weet dat het een verkoper of een getuige van Jehova moet zijn. Misschien levert het de broodnodige inspiratie op. Rik grijpt zich vast aan elke strohalm, dezer dagen. Het is geen verkoper, ook geen getuige van Jehova. Het is een jongeman die verderop in de straat woont, tenminste dat beweert hij. Rik heeft hem nog nooit gezien. Of Rik elektriciteit heeft? Die van hen doet het niet, hij probeert na te gaan of het een algemeen probleem is of enkel bij hun. Op dit uur van de dag is er bijna niemand thuis in de straat. Rik meldt de jongeman met uitgestreken gezicht dat zijn elektriciteit het prima doet, anders had hij overigens de bel niet gehoord. De jongeman knikt fronsend en verontschuldigt zich. Dan ligt het probleem dus bij hen thuis. Rik vraagt of hij de hoofdschakelaar al heeft gecheckt. De jongeman kijkt hem aan alsof hij net een schunnig woord heeft uitgesproken. De wat? De hoofdschakelaar. In de elektriciteitskast. Rik schat de jongeman achteraan in de twintig, in ieder geval oud genoeg om een basiskennis van elektriciteit te hebben – of van wat dan ook. Hij staat er zo hulpeloos bij dat Rik ondanks zichzelf aanbiedt om even mee te gaan kijken.   Wanneer hij terug thuis komt voelt hij zich ontzettend moe. Nochtans was het klusje op tien minuten geklaard. Negen daarvan hadden ze doorgebracht op zoek naar de elektriciteitskast, de jongeman en Rik. Iemand anders leek er niet in huis te zijn. Toch kreeg Rik de indruk dat het een druk bewoond huis was. Overal rommel en kleren, de keuken duidelijk goed gebruikt. De geuren kwamen hem Indiaas voor, hoewel de jongen er niet bepaald Oosters uit zag. Eerder… Italiaans? Zijn Nederlands was vlekkeloos, vast een derde of vierde generatie migrant. Iets aan de jongen had Rik doen denken aan… Tja, aan wat of wie? Hij kon er de vinger niet op leggen, maar hij wist dat er ergens een oude herinnering langzaam uit de winterslaap van zijn geest kroop. Want hoewel hij aan juffrouw De Smet had laten uitschijnen dat zijn leven van begin tot eind zonder veel deining was verlopen, was dat niet de volle waarheid. Er was een jaar geweest dat… hij moest toen ongeveer de leeftijd van de jongeman hebben gehad… toen was het even anders geweest. Maar toen schreef hij ook nog niet. Rik schudt de vage herinnering koppig van zich af. Alles vóór het schrijven, voor de boeken en de roem, was niet van belang. Het enige leven dat hij bezat, dat hij waardeerde, was dat waarin hij achter de schrijfmachine zat. Het leven waarin hij niet langer leefde in de echte wereld, maar des te meer op papier.   Ward heeft tijdens de middagluchting een kerel zien zitten op de binnenplaats met een boek in de hand. Luchting noemen ze het in de bak. Een half uur frisse lucht op een binnenplein met vier hoge muren eromheen. Je kon er op zijn minst wat rondjes rennen, maar verder was het eerder een marteling dan een cadeau. Na elke luchting moesten ze weer de duffe lucht van hun hol in. Het wees hen elke keer weer op wat ze vooral niet hadden. Zuivere CO2. Ruimte. Tijdens het avondeten was Ward naast de kerel met het boek gaan zitten. Een behoorlijk risico, hij wilde niet door de bullebakken opgemerkt worden terwijl hij met een sufketel zat te praten. (Ward vond de woordenschat van de bak soms erg lachwekkend. Luchten, sufketels en bullebakken, het leek wel een soort kindertaaltje. Maar het was allemaal stoer bedoeld natuurlijk. En hij had zelf ook voor stoer gekozen.) Hij probeert zijn beste bullebak-stem boven te halen wanneer hij de jongen uitvraagt over het boek. Waar hij dat gehaald heeft en wie denkt hij wel dat hij is, meneer de intellectueel. De sufketel staart hem in stilte aan, Ward meent zelfs een minuscule glimlach om zijn mondhoek te zien verschijnen, die de knul wijselijk verhult door zich gauw over zijn eten te buigen. Nauwelijks hoorbaar mompelt hij Ward toe dat hij aan de cipier een boek kan vragen. Dat er een heuse bibliotheek bestaat, ergens in de ondergrondse gangen van de bak. Ward twijfelt of hij zou doorvragen, zijn stoere pose staat op het spel als hij te lang bij de knul blijft zitten. Toch is zijn nieuwsgierigheid te groot. Hij vraagt wat voor boek hij dan moet lezen, hij heeft geen idee. Heeft nooit wat gelezen. De knul raadt hem het boek aan waar hijzelf nu in bezig is, hij heeft het bijna uit.   Rik ontwaakt midden in de nacht, iets wat hem nooit overkomt. Misschien is het omdat hij nu al dagen vroeg naar bed gaat. Te vroeg eigenlijk. Hij besluit op te staan en nog maar een kamillethee te zetten. Nog vijf uur te gaan voor het daglicht door de gordijnen op zijn inmiddels stoffige schrijfmachine zal schijnen. Terwijl hij slaperig aan het aanrecht in de keuken staat schiet een beeld door zijn hoofd. Een kleine ruimte, kaal, zonder kleur of versiering. Een beeld uit een droom. Rik herinnert zich zelden iets van zijn dromen. Hij maakt zichzelf wijs dat hij droomloze slapen slaapt, hoewel hij wel weet dat dat niet klopt. Hij herinnert het zich gewoon nooit. Het beeld blijft in zijn geest hangen. Meer dan een beeld is het een gevoel, van benauwdheid, eenzaamheid. Rik heeft geen idee van wat hij precies gedroomd heeft, maar hij voelt aan dat het iets te maken heeft met de buurjongen. Iets aan die knul heeft een gevoel in hem wakker gemaakt. De waterkoker springt uit, ten teken dat het water gekookt heeft. In plaats van zijn mok te vullen loopt Rik echter op een impuls naar de woonkamer, die in een vreemd licht baadt. Hij lijkt te slaapwandelen, hij weet zelf niet wat hij hier doet. Zonder verder nadenken loopt hij op het raam toe en kijkt voor een keer niet naar de straat beneden hem, maar naar de lucht. Een heldere, bijna volle maan verlicht de hele hemel en geeft de plukjes wolken eromheen een bijzonder schijnsel. Rik beseft met een schok dat hij dit soort tafereel een keer eerder zag. Lang geleden…   Ward slaapt de volgende dagen slecht. Hij probeert te bedenken hoe en wanneer hij de cipier zal vragen naar het boek. Hij heeft de knul niet meer durven aanspreken, maar hij gaat ervan uit dat die inmiddels het boek wel uit heeft. Ward begrijpt niet waarom dit thema hem zo rusteloos maakt, het is maar een boek, jezus man. Hij spreekt zichzelf toe vanuit zijn persoonlijkheid als stoere bullebak maar doorprikt zelf de onechtheid ervan. Als hij maar kon sporten, of met Tina praten. Ze is nu al ruim een week niet meer geweest. Hij mist haar, en ook weer niet. Hij zit hier nog wel een tijdje, dus het heeft geen zin om haar te missen. Tijdens de bezoekjes mag hij haar niet aanraken. Toen het besef begon door te dringen dat hij haar maanden, misschien wel jaren niet zou kunnen, mogen aanraken of zoenen, begon hij zich langzaam van haar los te maken. Maar hij wilde wel dat ze bleef komen. Hij moet kunnen praten. Met haar, met wie dan ook. Met iemand waartegen hij niet de stoere hoefde uit te hangen.   Weken later, Ward loopt weer te ijsberen. Het is midden in de nacht. Hij denkt aan het boek. En het verlangen dat hij voelt. Waarom weet hij niet, maar het boek is een obsessie voor hem geworden. Hoewel hij weet dat hij het maar hoeft te vragen, lijkt het een onbereikbaar iets. Een heilige graal. Een vermoeden van… een nieuwe wereld. Hij durft de gedachten eraan soms niet toe te laten. Hij vermoedt in de gedrukte woorden een soort geheime boodschap, een uitweg. Maar hij is bang voor wat dat zou kunnen betekenen. Al zou hij in alle geheim in zijn cel lezen, het zou zijn stoere pantser onherroepelijk verpulveren. Dat voelt hij, weet hij. En hij vreest het verliezen van zijn pose. Niet eens omwille van de bullebakken. Omwille van zichzelf. Hij vreest een waarheid te ontdekken die zijn verblijf hier ondraaglijk zal maken. De uitzichtloosheid onhoudbaar. En toch verlangt hij. Meer dan hij ooit naar iets verlangd heeft. Hij kijkt uit het kleine raampje van zijn cel en ontwaart een glimp van de volle maan, die de nachtelijke hemel verlicht op een manier die hem een besluit doet nemen. Morgenochtend.   Rik bevindt zich voor zijn schrijfmachine. De ochtend is nog steeds veraf, het water in de waterkoker inmiddels weer koud. Hij weet werkelijk niet wat hij hier doet, waarom hij niet terug naar bed gaat. Hij is nooit het soort schrijver geweest dat diep in de nacht creatieve hoogtepunten bereikte, geen reden dat het nu wel zo zou zijn. En toch… Iets zeurt en knaagt aan zijn onderbewustzijn. Wat was de naam van die knul ook weer? Rik beseft dat hij het niet weet omdat hij het niet heeft gevraagd. Wat was het dat hem herinnerde aan… Aan wat ook weer? Rik schudt zijn hoofd en moet lachen om zichzelf. Een schrijver van middelbare leeftijd met een writer’s block die nu al maanden duurt, die ’s nachts achter zijn schrijftafel kruipt omdat een buurjongen… omdat de maan… Belachelijk. Toch zweven zijn vingers richting toetsen. De kleine ruimte doemt weer op voor zijn geestesoog. Wordt scherper. Hij ruikt de muffe lucht, alsof… Helder als het maanlicht ziet hij plots dat hij in die ruimte is geweest, ooit, lang geleden. Toen hij nog leefde in de wereld buiten het papier. Alsof hij zich wil vergewissen van het bestaan van het papier raakt hij werktuigelijk het lege blad in zijn schrijfmachine aan. Een golf emotie stroomt even onverwacht als vanzelfsprekend door hem heen. Het papier, de letters, de woorden en de zinnen. Hij herinnert het zich weer, hoe het alles veranderde. Hoe niets ooit meer hetzelfde was. En dan, eerst twijfelachtig, maar algauw met zijn gewone elan, maken zijn vingers contact met de toetsen en schrijven het eerste woord, de eerste zin. “Ward ijsbeert door zijn cel.”   Het boek in zijn handen voelt vreemd en toch vertrouwd. Ward weet dat hij voorbestemd is dit boek te lezen. Dat het alles zal veranderen, dat er geen weg terug meer zal zijn. Hij savoureert het moment en neemt zijn tijd. Het lastige deel is achter de rug en bleek inderdaad, zoals de sufketel had gezegd, verbazingwekkend eenvoudig. Hij vroeg de cipier ’s ochtends vroeg bij het openmaken van de cel of hij een boek mocht uit de bibliotheek. Of hij een voorkeur had, thrillers of detectives. Bij het horen van titel en auteur was de cipier zichtbaar verrast, maar verdoezelde het snel met een stuurs Oké, en nu, voortmaken! Diezelfde avond bij de avondklok lag het boek al op zijn brits. Voorzichtig draait hij het bundeltje papier met beduimelde kaft om en om in zijn handen. Hij leest de titel en de naam van de auteur, met aandacht. En eerbied. Als een gelovige die op het punt staat een heiligdom te betreden. Hij ademt nog een keer diep in en uit en slaat dan het boek open op de eerste bladzijde. Hij begint te lezen. “Rik kijkt uit het raam ziet de wereld beneden hem bewegen.”  

LL Rigby
0 0

G van Grandeur

(uit “verhalen van A tot Z”)   “Op deze aardbol zijn er lui die nog nooit gehoord hebben van…..” -  “Hoe is het mogelijk dat niemand dit eerder wist….” - “Was ik toen alleen op de wereld of wat, dat weet toch iedereen ? “   Soms begrijpt men niet dat iemand meer dan een ander geïnteresseerd is in wat  er op onze planeet gebeurt. Daarenboven gaat men bij het ouder worden feiten soms totaal anders inkleuren.  Over wie men hoog inschatte duiken opeens donkere verhalen op of omgekeerd krijgen zwarte periodes uit het bestaan plots een draaglijke lichtheid.   Wat voor de een waardevol is,  kan voor een ander waardeloos zijn.    Zo zegt het kleindochtertje tegen haar opa dat zij absoluut niet begrijpt waarom hij die roze vlek onder de nog grotere rode vlek mooi vindt of die zwarte vorm op een helgele achtergrond : poeh, wat zie je daar in ?    Zo vraagt opa zich dan af of het wel zin had de zeefdruk van “Red over Pink” van Mark Rothko of het originele werk dat door de kunstenares “Dark  on visit” genoemd werd, in zijn huis op te hangen?  Wat heeft het kleinkind aan de boodschap dat het origineel van Rothko’s werk uit 1968 samen met vele andere van zijn meesterwerken voor tientallen miljoenen US dollars geveild worden?  Waarom kostte het tweede schilderij net geen duizend euro : het was even abstract en had nochtans veel meer kleuren als het eerste.   Wat maakt iets onbetaalbaar, wat is groots,  wanneer heeft of krijgt iets of iemand grandeur ?   Wanneer is men een groot, wanneer een klein kunstenaar ?  Alweer een tijd geleden, ontmoette ik op een receptie het duo Miek en Roel.  Roel had inmiddels spierwitte haren, net als ikzelf trouwens.  Miek was zwaarder geworden, net als ikzelf trouwens. Het verwonderde mij dat zij me beiden zo hartelijk begroetten.  Hun grijze hersencellen waren beter getraind dan de mijne want ze wisten nog hoe ik hen in hun prille beginperiode meermaals had ingeleid voor een optreden.   Zo stonden wij ooit samen op de affiche  van de eerste afscheidstournee van niemand minder dan Boudewijn de Groot, zij waren het voorprogramma, ik was de presentator. De Groot zou later nog dikwijls afscheid nemen en nu de man ook witte haren heeft staat hij al weer terug op de planken.    Miek en Roel behoorden tot de schare “klein”-kunstenaars die in Vlaanderen wereldberoemd werden.  Maar het repertoire van de grote De Groot werd evenzeer tot de “klein” - kunst gerekend. Wanneer krijgt kunst een grote “K” toegemeten ?   Bij een andere gelegenheid, schudde ik de hand van Nic Balthazar en vroeg hem of hij nog wist hoe wij samen met zijn broer Tom en zijn ouders in het beroemde restaurant “La Coupole” in Parijs hadden gedineerd?  “La Coupole”, dat eerder op een veredeld stationsbuffet leek, was steeds volgeboekt. Hier wilden de groten der aarden - en de kleinen die zich groot wilden voordoen - gezien worden.  Door de klapdeuren kwam af en toe een beeldschone Française binnen en schreed tussen de tafels door,  schoorvoetend gevolgd door de, soms reeds bejaarde couturier.  Neen, ze hadden geen tafeltje gereserveerd, want ze verdwenen weer langs de andere kant van de zaal, maar dit was de manier bij uitstek om hun nieuwste creatie aan “le tout Paris” te tonen.     Natuurlijk wist Nic dat niet meer, de man was toen een jonge tiener met (nog) een fameuze bos haren.  Later imiteerde hij de haardos of het ontbreken eraan van zijn vader Herman.  Naast een notoir hoogleraar en socialistisch voorman was vader Balthazar ooit provinciegouverneur van Oost Vlaanderen. Later bleek ook dat hij binnen de vrijmetselarij ooit optrad als peter voor mijn inmiddels overleden nonkel bij diens intrede in de Loge.   Met gemeenschappelijke vrienden hadden wij met de Balthazars voordien de voorstelling bijgewoond van “Bodas de sangre” (1933) van Frederico Garcia Lorca.   De in het Nederlands vertaalde “Bloedbruiloft” zou later in het Gentse Multatulitheater worden opgevoerd .   Lorca en “grootsheid” ? Beluister op Youtube  zijn gedicht “A las cinco de la tarde” en je vindt de Spaanse taal de mooiste op de wereldbol, ook al versta je geen jota van wat er ’s namiddags om vijf uur is gebeurd.   Wie dat wel heeft geweten was  Charles de Gaulle, de voormalige president van Frankrijk.  De Generaal was een groot man, letterlijk en figuurlijk en op een of andere manier had hij te doen  gehad met de vrijheidsstrijders van de Spaanse revolutie.    Iets ludieker, werd over de Gaule gefluisterd dat hij volgens een lokaal gebruik rond de kersttijd in een Frans dorpje een geschenk neerlegde bij de kerstkribbe.  Toen de camera op het pakje inzoomde, kon men op het bijhorend briefje lezen : “ Du grand Charles au Petit Jésus”.   Nog iets ludieker loopt  over hem ook het verhaal dat tijdens de pauze bij een toneelvoorstelling in een Parijs theater iemand naast hem in de herentoiletten zei “belle pièce, mon général”  waarop hij lakoniek antwoordde “regardez devant vous, monsieur”.  In beide gevallen kan men zich afvragen of het om zijn letterlijke dan wel figuurlijke “grandeur” ging.   Hoe klein kunnen grote namen zich voordoen, hoe groots kunnen kleine dingen zijn.   Een plaats met zogenaamde grandeur was aan de Belgische Kust het hotel “La Réserve”. Als vijftienjarige stond ik aan het hekken te gluren of ik geen glimp kon opvangen van een of andere beroemdheid die er logeerde.  Een twintigtal jaar later was ik er zelf een gast als medewerker van de internationale hotelgroep die deze inmiddels vergane glorie in Knokke had opgekocht.  Toen kwam aan het licht dat er gezien het immens succes in het roemrijk verleden aan belachelijk hoge prijzen kleine bergplaatsen als logeerkamers fungeerden en dat slechts de enkele onbetaalbare suites over individuele badkamers beschikten.   De grote Goethe sprak de wijze woorden : “ In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister” of  “in de beperking toont zicht pas de meester”.  Wie als iemand met grandeur herinnerd wil worden, doet er best aan een onbesproken pad te bewandelen zonder Lewinskis of  Boëls, tenzij je als François Mitterand in al jouw grootheid lakoniek kunt toegeven : “Et alors ?”  

Vic de Bourg
2 0

Tekst 1: artikel infokrant | Tekst 2: verslag senegalreis

TEKST 1   De Bron ontvangt Senegalese schooldirecteurs.   Van 27 januari tot en met 4 februari was de Lovendegmse school De Bron, maar ook enkele andere scholen uit de LoWaZoNe (De Lieve en De Notelaar in Waarschoot, De Zandloper in Zomergem & Klavertje 4 in Nevele), het decor van een heel bijzonder bezoek. Alassane Bagaga en Malick Niang, schooldirecteurs van basisschooltjes in Thor en Touly kwamen uit partnerregio KeMoPoDi in Senegal overgevlogen om 10 dagen lang kennis te maken met ons onderwijssysteem, maar ook met de leerlingen en leerkrachten in de partnerscholen.   De Bron heeft reeds een hele tijd een band met de school Touly. Niet enkel krijgen de leerlingen hier les over hoe het er op Senegalese scholen aan toe gaat (klassen tot wel 80 leerlingen, schoolbanken die met 5 personen moeten worden gedeeld, en soms zelfs maar 1 pen per 3 leerlingen) en hoe Senegalezen ook buiten school hun tijd doorbrengen. Er wordt ook jaarlijks geld opgehaald om projecten in Touly te steunen. Zo werd in 2015 met mooie gezangen en een rommelmarkt heel wat verzameld! Met dit geld is de muur rond de speelplaats van de Senegalese school afgewerkt (om het rondzwervend vee buiten te houden) en worden er nieuwe klaslokalen bijgebouwd.   Directeur Malick hadden van zijn leerlingen in partnerschool Touly een grote stapel mooie tekeningen van de leerlingen in Senegal meegekregen. En in ruil daarvoor kregen zij een indrukwekkend aantal tekeningen van hun Belgische vriendjes mee. Zowel de Senegalese als Belgische leerlingen lieten op de tekeningen zien hoe ze hun dagen het liefst doorbrengen.   Vanuit Senegal ontvingen wij intussen al een dikke merci aan alle leerlingen die zich hebben ingezet met het maken van tekeningen of het inzamelen van centjes. We hopen dat deze uitwisseling nog lang mag blijven voortbestaan.   TEKST 2   Verslag Inleefreis Senegal 2016 Kort 29 maart tot 7 april 2016 Bestemming: Senegal (specifiek: Keur Moussa, Pout en Diender (KeMoPoDi), partnergemeenten van de LoWaZoNe gemeenten) 15 deelnemers: 14 inwoners van de LoWaZoNe en de Noord-Zuidambtenaar als begeleider Doel Het voornaamste doel van de inleefreis is om de deelnemers (allen inwoners van de LoWaZoNe gemeenten) kennis te laten maken met het dagelijkse leven en de cultuur in onze partnergemeenten in Senegal en de bredere regio (Kaap Verde-Thiès). In een combinatie van bezoeken aan LoWaZoNe-geïnitieerde projecten, andere projecten en meer toeristische bestemmingen en het overnachten in lokale gemeenschapscentra en bij families in de dorpen wordt deze intense reis een ervaring die een maximum van indrukken achterlaat. Bijkomend doel is het onderhouden van de relaties tussen LoWaZoNe en KeMoPoDi en het opvolgen van projecten rond onderwijs, bestuurskrachtversterking en gezondheidszorg die met financiële en logistieke steun van de LoWaZoNe worden uitgevoerd. Dit werd opgevolgd door de Noord-Zuid ambtenaar, de voorzitter van de adviesraad ZON en een lid van de vierdepijlerorganisatie ‘vrienden van kemopodi’ Deelnemers (namen weggelaten wegens privacy)   Programma LoWaZoNe Projecten Bezoek aan de partnerscholen Thor, Keur Guilaye en Pout 2, feestelijke overhandiging educatief materiaal, laptops en financiële middelen verzameld door de LoWaZoNe scholen Werkvergadering met de 5 KeMoPoDi schooldirecteurs, de NZ ambtenaar en de ZON voorzitter Bezoek aan de gezondheidscentra van Thor, Touly en Keur Moussa (financieel ondersteund door de LoWaZoNe via provinciale projectsteun) Bezoek aan een ‘wilde’ en een ‘gereguleerde’ afvalstortplaats Bezoek aan Plan Bobath in Thiès (meer info op onze website: http://www.noordzuidwerkinglowazone.be/initiatieven-in-nevele) Andere projecten Bezoek aan een duurzaam landbouwproject in Pout Bezoek aan een project rond verwerking van fruit door lokale vrouwenverenigingen (opgezet ter bevordering van intrede van vrouwen in de arbeidsmarkt) Bezoek aan een afvalrecyclagefabriek in Thiès Bezoek aan een uitgedroogd meer (door erosie) en een nabijgelegen landbouwproject in Diender Toerisme Bezoek aan Dakar en Île de Gorée (met slavenhuis) Bezoek aan Lac Rose Bezoek aan Popenguine Andere Overnachting in het gemeenschapscentrum “Centre Socio-Collectif de Pout” Overnachting bij lokale families Knutselen & timmeren van educatief materiaal (Japanse verteltheaters) door de deelnemers in samenwerking met een lokale schrijnwerker Ontvangst door de burgemeesters van Pout (gemeentehuis), Keur Moussa (avondmaal bij burgemeester) en Diender (tijdens de parade voor de feestdag voor de onafhankelijkheid) Bijwonen van de plechtigheden ter gelegenheid van de onafhankelijkheid van Senegal in Pout en in Diender Koken van een ‘Belgisch feestmaal met Senegalese ingrediënten’ voor Senegalese betrokkenen van de inleefreis (gastfamilies, begeleiders van projecten, politieke verantwoordelijken…) Evaluatie reis De verwachtingen van een inleefreis werden volledig ingevuld. De diverse deelnemersgroep (van 11 tot 68 jaar, uit 4 gemeentes, …) kwam reeds voor de reis meerdere keren samen (lessen Wolof, planningsmomenten) wat de groepsdynamiek tijdens de reis ten goede kwam Combinatie van het ‘harde’ inleven (verblijf bij gastgezinnen, bezoek aan projecten) met een paar meer ontspannen toeristische dagen was een succes Een evaluatiemoment met alle deelnemers staat gepland eind april   De opvolging van de relaties KeMoPoDi-LoWaZoNe overtrof de verwachtingen De burgemeesters van KeMoPoDi brachten het nieuws dat in elk van de drie gemeenten de samenwerking tussen de KeMoPoDi gemeenten begin 2016 werd vernieuwd Bovendien werd de boodschap overgebracht dat er elk jaar meer en meer effect wordt gemerkt van de samenwerking met LoWaZoNe en dat de wens dan ook bestaat om deze in stand te houden De schooldirecteurs van de partnerscholen uit KeMoPoDi verenigden zich na het bezoek van Alassane Bagage (directeur school Thor) en Malick Niang (directeur school Touly) in de vereniging ‘Ecoles KEMOPODI associées’ die 5 maal per jaar samenkomt om de onderlinge samenwerking uit te werken (zuid-zuid) met de bedoeling om op die manier de samenwerking met de LoWaZoNe scholen verder te stroomlijnen (noord-zuid) De gezondheidsposten die worden ondersteund door LoWaZoNe en de vierde pijlerorganisatie ‘vrienden van KeMoPoDi’ laten een grote vooruitgang zien   Praktisch Wegens de aanslagen in Brussel werd de heenvlucht verplaatst naar Frankfurt. Hiervoor werd een bus ingelegd van Lovendegem naar Frankfurt, de terugvlucht vloog wel zoals gepland op Zaventem Ondanks deze onvoorziene omstandigheden verliep de reis vlot Kosten van de reis worden volledig gedragen door de deelnemers. De PV Noord-Zuidwerking voorziet enkel in de logistieke ondersteuning, de planning en een extra bijstandsverzekering voor alle deelnemers. Deze methode wordt positief geëvalueerd   Terugkoppeling naar de LoWaZoNe Voor de reis werden aankondigingen gepubliceerd in de gemeentelijke infokranten, in de lokale pers en via nieuwsbrieven en sociale media. Tijdens de reis werd een reisblog bijgehouden. Deze blog werd 5000 keer bezocht door 450 unieke bezoekers. Ook op sociale media werden heel wat updates geplaatst. Ook na de reis blijven de deelnemers betrokken bij de Noord-Zuidwerking van de LoWaZoNe. Bij aanvang werd een blijvend engagement in de organisatie niet verplicht, maar de deelnemers lieten zonder uitzondering weten zich verder in te willen zetten voor de uitwisseling tussen België en Senegal. Dit gaat vooral over medewerking aan het Wereldfeest, uitwerken van programma’s en andere evenementen.   In de MJP ’14-’19 van PV Noord-Zuidwerking LoWaZoNe wordt de organisatie van inleefreizen in 2016 en 2019 specifiek vermeld, in afwisseling met gerichte werkreizen in 2014, 2015, 2017 en 2018. De organisaties van reizen in beide richtingen zijn van groot belang voor het onderhouden en verder uitbouwen van de band tussen LoWaZoNe en KeMoPoDi    

LoWaZoNe
0 0

E van Emma

(uit “verhalen van A tot Z”)     Onze tante Emma had twee broers. Eentje ging dood toen hij pas vijf was. Het was een mooi ventje. De andere  kreeg veel kinderen en dus had Emma veel neefjes, nichtjes, achterneefjes en achternichtjes.   In sterke familieverhalen kreeg Emma steevast glansrollen toebedeeld.  Voor neven en nichten, arbeiderskinderen, was ze een "chique madam" uit Brussel.  Dat chique bestond onder meer uit het overdadig gebruik aan gezichtspoeder, rouge en lippenstift en een gebeeldhouwd Fabiolakapsel avant-la-lettre, waarrond steevast een sjaaltje zat gebonden om de boel bij mekaar te houden   Grote broer wist hoe lang destijds de treinreis van de hoofdstad naar het verre Limburg duurde.  Alvorens zij de terugreis aanvatte vroeg hij dan bezorgd of zijn kleine zus zich nog even wou verfrissen? Dat klonk dan zo : “Emma, wilt ge voor ge vertrekt nog eens door uw gezicht vegen ?”. Hilariteit alom bij de andere familieleden die het al zagen gebeuren : het uitgeveegde schilderwerk !   Op bezoek bij een achternichtje wou Emma naar het toilet en vroeg : "waar is hier de koer, meisje?" Zich van geen kwaad bewust, stapte het kind parmantig naar de keuken en opende de achterdeur : daar lag het net aangelegde splinternieuwe koertje !   Neen, Emma heeft niet op dit koertje.........jawel !   Het ideaalbeeld van de welgestelde tante uit de grote stad kreeg een deuk  toen een van haar neven zelf naar Brussel uitweek.    Tijdens een afspraak in een bedrijf was hij nog maar net in de wachtruimte gaan zitten als een welbekende stem luidop door de hall riep : “maar wie we daar hebben!” De receptioniste keek vreemd op toen de “femme de ménage” de bezoeker om de hals vloog.  Emma stond er zonder schilderwerk in haar blauw met wit gestreepte voorschoot te glunderen met emmer en dweil.   Of er ooit nog andere familieleden bij haar thuis waren geweest wist hij niet maar toen de neef in kwestie besloot om in het huwelijk te treden ging hij ook zijn peetvader uitnodigen : de man van Emma. Groot was zijn verwondering toen hij hun woonst vond dicht bij de befaamde Madouplaats.   Toen de deur werd geopend, had Emma een kolenkit in de hand die zij eerst ging vullen in de kelder.  Het appartement was drie hoog en er was geen lift. Na het beklimmen van de eindeloos hoge trappen – kleine tante Emma met kolenkit, die ze onder geen beding wou afstaan : “ik doe dit elke dag” – kwam men in een klein appartement met hoge plafonds en enkel in de living een kolenkachel.    Tijdens het gesprek over het obligate huwelijksgeschenk, bleek het gerucht te kloppen dat de nonkel in Brussel op een ministerie werkte, waardoor hij een fikse korting kon krijgen in een elektrozaak. Als kind stelde men zich destijds van alles voor bij iemand die op een heus ministerie werkte.  Niemand had kunnen raden dat de nonkel in kwestie er in de kelderverdieping voor zorgde dat de “chauffages”  tijdig werden aan- en afgezet.   Zo viel de chique tante uit onze kindertijd van haar piédestal, maar wij zagen er haar niet minder graag om, wel integendeel.          

Vic de Bourg
0 0

Fragment

Zelfs hier in Cadiz kan ik mijn ogen niet van de vrouwen afhouden. Nochtans is dat precies waarvoor ik mezelf enkele weken naar Zuid-Europa heb verbannen. Ik heb tijd voor mezelf nodig. Of toch op z’n minst een periode weg van het vrouwelijk schoon. Parels voor het zwijn dat ik ben geweest. Maar dat gaat veranderen. Dat beloof ik plechtig. Ja, ik voel me schuldig. En schuldgevoel is exact datgene wat me ertoe heeft aangezet dit verhaal te schrijven. In een bar in La Linea zag ik hoe de ondergaande zon de rots van Gibraltar langzaamaan verduisterde. Tot er niets van overbleef. Ik nipte van mijn Sagres, slikte de eenzaamheid weg en bladerde in Pessoa. Die had ik van haar gekregen. De dag dat ik haar vertelde dat we er beter mee konden ophouden. Mijn wandeling in de straatjes van Gibraltar was geen lange conversatie, maar een diep stilzwijgen. Eenzaam in de luide massa wierp ik mijn schaamte, die op me brandde als de huid van Herakles, van me af. Non plus ultra. Er is meer dan zelfreflectie in het leven. Misschien moest ik maar eens volwassen worden. Ze was lang niet de enige wiens hart ik tot gruzelementen had vermalen. Meer dan eens ervoer ik hoe gemakkelijk het was om iemand door middel van puur goede bedoelingen en oprechte emoties toch heel hard te kwetsen. Het enige onontbeerlijke ingrediënt daarvoor was interesseverlegging. Een hartstocht die even gauw gaat liggen als hij was gekomen en die mezelf slechts minimale schade berokkent, maar bij het slachtoffer van mijn amoureuze uitspattingen voor niets minder gaat dan perte totale. Een emotionele lawine die haar hart nog maanden in een coma zal houden. Verschillende vrouwen zijn in die val getrapt. Zo ook ikzelf. Keer op keer. Want als ik niet telkens opnieuw rotsvast geloofde in de liefde die ik voelde, zou het meisje in kwestie nooit zo snel haar verdedigingsmechanisme hebben laten vallen, en zou de schade dus zeer beperkt zijn gebleven. Ik ben een player, een casanova, een don juan, die net als Don Quichote in zijn eigen wereld leeft, gelooft in de beloftes waarmee hij menig vrouwenhart sneller doet slaan. Mijn Heilige Graal is een Ware Liefde die niet bestaat, maar waar ik me aan vastklamp alsof mijn geluk ervan afhangt. Overmorgen neem ik de trein naar Sevilla, dan naar Barcelona, en zo hoop ik via ook nog Nice, Genua, Triëst en de Balkan uiteindelijk Griekenland te bereiken. Ik ga afkickverschijnselen krijgen. Ik zal honderden mooie vrouwen tegenkomen en ik ga hen met rust moeten laten. Er zijn genoeg harten vertrappeld, genoeg doden gevallen.

Gert Vanlerberghe
0 0
Tip

Leo de kameleon

Leo was een kleine kameleon. Diep onder zijn vel zaten felle oranje, rode, gele, blauwe, groene en paarse tinten. Kleuren zijn gevaarlijk, zeiden zijn mama en papa. Je moet de kleur worden van de plek waar je bent. Je moet je vel aanpassen aan andere dieren. Zo blijf je goed verstopt. En kan niemand je pijn doen. Dat is ons geheim. Als Leo in het bos was, werd hij dus groen en bruin. Bij Lieveheersbeestje werd hij oranjerood en zwart. In bad werd hij zo wit als het schuim. Flink jongen, zei mama. Je bent een kanjer, zei papa. Leo voelde zich geen kanjer. Onder zijn vel voelde hij het oranje, rood, geel, blauw, groen en paars tintelen. Eén keer had Leo stiekem zijn kleurenpalet uitgeprobeerd. Alle kleuren die in hem zaten, waren er in één keer uitgekomen. Leo keek naar zichzelf in het grote meer aan het bos. Hij sprong van opwinding en bleef maar lachen van geluk. Dit wilde hij aan iedereen laten zien. Maar buurman Kameleon had hem al gezien en vertelde alles aan zijn ouders. Je blijft twee maanden binnen, zei papa. En geen computer, zei mama. Maar, zei Leo, jullie hebben geeneens mijn kleuren gezien. Ze zijn mooi. Mijn oranje is nog meer oranje dan de zonsondergang. Mijn rood is roder dan bloed. Mijn blauw is blauwer dan de lucht op een zomerdag. Mijn groen is groener dan pas gemaaid gras. Mijn paars is paarser dan violet en purper tezamen. Het is gevaarlijk. Punt uit, zeiden mama en papa. En dus bleef Leo binnen en werd grijs : de kleur van zijn saaie bestaan. Zijn huid jeukte. Zijn lijf spande. Hij kneep zijn ogen dicht en beet op zijn lippen. Hij rolde zich op als een pasgeboren kameleon. Zo hard deed Leo zijn best om niet te veranderen in een regenboog. Hij voelde zich klein, heel heel klein. Op een dag gebeurde het toch : Leo's kleuren ontploften als een bom uit zijn vel. Daar stond hij : kleuriger dan tienduizend regenbogen. Hij was bang en blij tegelijk. Blij omdat alle kleuren er nog waren. Bang omdat dit verboden was. Grijs, grijs, grijs, dacht Leo, ik MOET terug grijs worden. Maar de kleuren vlamden harder dan ooit. En daar hoorde hij de sleutel in het slot. Mama en papa waren thuis. Leo spurtte naar de badkamer, draaide de kraan open en goot de hele fles badschuim in het water. Leo, waar ben je, hoorde hij mama roepen. In bad, piepte hij. Wit, wit, wit, dacht Leo, ik MOET wit worden. Mama en papa lachten toen ze Leo’s ogen zagen blinken in een grote wolk schuim. Gekkerd, zei mama, waarom huil je ? Toen zagen mama en papa het vage kleurenpalet onder de zeepvlokken. Het gaat vanzelf, huilde Leo. Mama tilde hem uit bad. Haar stem trilde : ik…ik…ik wist niet dat jij zo’n wondermooie kleuren had. Ongelofelijk, stamelde papa. Ik wil ze zo graag laten zien, fluisterde de kleine kameleon. Zal je dan voorzichtig zijn ? , vroeg mama zacht. Altijd, riep Leo. Je bent een kanjer, lachte papa. En zo voelde Leo zich ook : een echte kanjer.                      

DqM
112 1