Over Dirk Otte

Na een loopbaan in ingenieurswetenschappen en onderzoek ben ik in 2023 begonnen met de opleiding creatief schrijven aan de Academie De Vonk in Oud-Heverlee.

Opleiding

'Creatief Schrijven' - 3e basisjaar, Academie De Vonk, Oud-Heverlee

Publicaties

- 2024 Kortverhaal 'Krassen op het parket' in 'Lezenswaardig! - Contact' (62 korte verhalen div. auteurs)

- 2025 Kortverhaal (cursiefje) 'Bezet' in Alice, literaire katern bij Schrijven Magazine (nummer 03 2025)

- 2025 Kortverhaal 'Memory' in 'Van Suikerspin naar Sleutelrol' (winnende verhalen Baarnse Literatuurprijs 2021-2025)

Prijzen

- 2024 1e weekwinnaar met kortverhaal 'Gazon-zen' Schrijfwedstrijd Kortverhaal.info (thema 'Oranje')

- 2024 Winnend gedicht 'Mist',  Schrijverspodiumprijs (Democratische uitslag 23ste editie

- 2025 Winnaar Publieksprijs Baarnse Literatuurprijs 2025 met 'Memory' (kortverhaal)

Varia

- 2024 Selectie 'UKV van de week' met 'Nest' (Schrijvenonline.org)

Teksten

Bezet

‘Er is plaats zat.’ Veerle en ik stommelen met onze koffers en rugzakken de wagon binnen. We installeren ons knus op twee brede tegenoverliggende banken. De trein hijgt zich krakend en piepend op gang, als wordt hij uit een diepe slaap geschud. Een Belgische trein in Maastricht.  Ik kijk rond in de zo goed als lege wagon. Op de bank naast ons zit een broos bejaard dametje, gehuld in een te wijde beige regenjas. Op haar smalle schoot staat een te grote bruinleren handtas. Haar grijze lokken zijn opgestoken in een oma-dotje. Wakkere oogjes achter een hoornen bril kijken ons onderzoekend aan. Ik knik. Ze grijpt haar tas iets steviger vast.  Ze zit recht tegenover het toilet. Het rode lampje brandt fel en geeft zo een frivool tintje aan de schaars verlichte treincoupé. Buiten miezert het alweer. Snelle stappen. Een jongeman klampt zich vast aan de handgreep van de gesloten deur als aan een reddingsboei. Nerveuze klopjes terwijl hij heen en weer wiegt.  ‘Je ziet toch dat het bezet is! Even ophouden!’ keft het vrouwtje met een zwaar Limburgs accent. Met dichtgeknepen billen en waterige ogen drentelt de jongen nog een paar minuten en druipt dan zuchtend af. Ik heb met hem te doen. Hopelijk is er nog een tweede WC op dit korte treinstel.  ‘Hij zit daar al van minstens drie haltes geleden,’ richt het besje zich tot ons. ‘Een oud mannetje. Met een hele grote boodschap, haha. Misschien voelt die zich niet lekker, zijn tikker of zo.’ Ze laat haar woorden op ons inwerken. Snuift dan. ‘Iemand zou dit de treinbegeleider moeten melden, toch?’ Ze kijkt me vol verwachting aan. Ze beleeft nog eens wat, zo.  Een eind verder op het gangpad verschijnt een blauwzwarte kepie. Ze merkt het niet. Maar ik blijf zitten. Hij komt nog wel deze kant op. We zwijgen alle drie, luisteren naar de stilte, die als een slang vanonder de gesloten deur sluipt, en het ritmisch gedender van de wielen nog versterkt. Plots schettert marsmuziek uit de tas van het omaatje. Na twee coupletten lang scharrelen duikelt ze een mobieltje op. ‘Ik kom er zo aan,’ gromt ze, met een blik alsof ze net vóór de ontknoping van de film de zaal uit moet.  Tegen zijn zin komt de trein knarsend tot stilstand. Eijsden. Ze grabbelt naar haar tas. Stapt fluks uit zonder ons nog aan te kijken. Twinkelden haar ogen?  Wij dragen nu de verantwoordelijkheid over het bezet toilet. Over hoe de film afloopt. Ik verzin scenario’s. De noodrem, de ambulance, onze aansluiting in Luik gemist. Veerle en ik onder kruisverhoor. ’Misschien is hij enkel in slaap gevallen,’ probeer ik. Of is het een zwartrijder.’ Veerle knikt onzeker. ‘Reisbewijzen alstublieft.’ Ik zet me schrap. Zoek bevend de tickets op mijn smartphone. Probeer zo gewoon mogelijk te klinken, en knik nonchalant naar de toiletdeur. ‘O ja, er zit blijkbaar al een hele tijd iemand op, volgens een mevrouw hier.’ Ik wijs naar de vage afdruk op de lege bank.  ‘Oh, niet mogelijk,’ lacht hij in gebroken Nederlands. ‘Ik heb het deze morgen afgesloten, wegens defect. Heb ik ook aan die madame hier gezegd.’ Ik bloos. Natuurlijk. Hij scant onze tickets, twee bliepjes. Dan monkelt hij, ‘Elle vous a bien eu, eh.’   (gepubliceerd in Alice, literaire katern bij Schrijven Magazine, nummer 03 2025)

Dirk Otte
11 1

Monsterscore

Ik klik het oude zwart-wit Philips tv’tje aan, en richt de korte antenne moeizaam naar een bijna sneeuwvrij beeld. De eindtune van het journaal komt krakend mijn kleine studio binnen. Ik haal een blikje Jupiler uit de koelkast. Het weerbericht belooft aanhoudend zonnig en vrij warm weer. Ik installeer me in het ongemakkelijke rotan kuipzeteltje, klaar voor een avondje zorgeloos genieten. De Europacup I finale is de match van het jaar. Juventus tegen Liverpool, ik juich voor de Italianen. Het scherm flikkert flauwtjes en ik zie de contouren van het Heizelstadion. Luid gejoel overspoelt de ruis. Ik merk nog geen spelers op het veld, wel groepjes rijkswachters te voet en te paard, die agressieve hooligans chargeren, en omgekeerd. De ernstige woorden van Rik De Saedeleer komen als welgerichte meppen bij me binnen. Rellen. Paniek. Chaos. Doden. Vijftien, wellicht meer. Opgenomen beelden zoomen in op een stormloop en tonen minutenlang geduw en getrek, als bij een reusachtige rugby-scrum, zonder bal. Ik wil het niet geloven. Het komt wel goed? Ik blijf gehypnotiseerd zitten, half K.O.  De spelers drentelen alsnog de arena in, als onzekere gladiatoren op wat al een slagveld is. Ze ogen schichtig, als opgejaagd wild. Ze weten het wellicht. Ze ruiken de oorlog, gaan er in mee, ze moeten. De wedstrijd gaat helemaal aan mij voorbij. Het spel lijkt nergens op. Juventus wint, er moet een winnaar zijn. Ik moet even het terras op. Vanuit naburige blokken klinken echo’s van het gejoel en gejuich op mijn TV. Eén buur heeft klassieke muziek op staan, in zalige onwetendheid. Het late journaal brengt nieuwe expliciete en gruwelijke scènes, grijpende armen en spartelende voeten, verstikte kreten en radeloos getier. Onder een zwart-witte Juventus-vlag komen blote voeten tevoorschijn. Ik wil schreeuwen, maar er komt geen geluid. Mijn tranen vertroebelen het scherm, maar ik kan de horror niet wegvegen. De teller staat op achtendertig. Het wordt fris buiten, en stil. Ik moet naar bed. Eerst nog een blikje bier dan, maar ik raak niet verdoofd. In mijn hoofd rollen de beelden sneeuwvrij voorbij in een eindeloze replay.   

Dirk Otte
36 2