jan pultau

Gebruikersnaam jan pultau

Opleiding

Publicaties

Prijzen

Teksten

Pimpelmees van de foor.

Hoewel ik haar blik wou vermijden, ontmoetten onze ogen elkaar halverwege het gejoel, ergens tussen het schietkraam en de autoscooter, al heette die attractie in die tijd gewoon nog de botsauto’s. Zij keek snel verlegen weg en ik deed hetzelfde. Indien ik haar was blijven aankijken zou het me zeker zijn opgevallen dat ze lichtjes bloosde en dat ze met de tong voorzichtig haar bovenlip beroerde maar ik was nog veel te groen achter de oren om dat op te merken, dus keek ik ook snel achteloos weg, naar de prijzen die één kapotgeschoten pijpje in het schietkraam zouden kunnen opleveren. Zij kon onmogelijk weten dat ik heel veel moeite had gedaan om haar preutse oogopslag te vangen want telkens ze mij in de gaten kreeg, keek ze schaapachtig weg. Ik zal ook wel gebloosd hebben en mijn ogen zullen wel geblonken hebben maar dat was haar ook niet opgevallen. Mocht ik haar nu tegen het lijf lopen, ik zou haar garderobe goedkoop en een beetje vulgair vinden, maar toen gaven de zwarte plak-netkousen die ze onder haar grijze plooirokje droeg met daarboven een rode wollen jas met veel te brede schoudervulling haar iets mysterieus en onbereikbaar. Voor mij was ze de diva van de foor. ‘For your eyes only’, Sheena Easton zong door luidsprekers in woorden die ik maar half verstond omdat de BBC alleen aan de kust in het zenderpakket zat en we thuis dus alleen maar keken naar Nederlands gesproken uitzendingen van BRT één, BRT twee en Holland één. Ik had vijftig frank, drie jetons voor de botsauto’s en twee kaartjes voor de rups in mijn broekzak. Die zouden die bewuste namiddag nog goed besteed worden op het dorpsplein van Muizen waar de kermiskaravaan voor het lange weekend was neergestreken. In zaal Rerum Novarum vond op dat moment naar jaarlijkse gewoonte tijdens de grote kermis ook de vogelshow plaats. Een paar lokale duivenmelkers toonden hun prijsduiven en een handvol parkietenkwekers en kanarieliefhebbers gaven met evenveel lawaai als de vogels die ze tentoonstelden commentaar op hun favoriete gepluimde vrienden. Toevallig of niet maar zij paradeerde daar ook. Ze laveerde er tussen kooien en keven die overvol zaten met kippen en hanen en tussen volières waar exotische paradijsvogels en Chinese nachtegalen in rondfladderden. ‘Wist je dat de pimpelmees de trouwste zangvogel is en dat de rest van de mannetjesvogels al vreemd gaat vanaf het ogenblik dat de eieren gelegd zijn’, vroeg ik haar stompzinnig omdat ik geen andere veilige openingszin kon verzinnen. Toen ik haar met die wetenschap overviel zal ik zeker zo rood zijn aangelopen als de pioenen die bij mijn grootmoeder een paar straten verder in de voortuin bloeiden. ‘En wat voor vogel zijt gij dan wel? Een pimpelmees, een straatmus of een papegaai want ge kwettert wel nogal.’ Haar brutale antwoord stond me wel aan want ik antwoordde met heel slecht geacteerd zelfvertrouwen, dat ik haar dat wel in haar oor zou fluisteren in de rups. ‘Binnen vijf jaar dan toch’, bitste ze terug,  ‘wanneer ge uit uw korte broek gegroeid zijt’, en er verscheen een soort van glimlach op haar veel te rood gestifte lippen zodat het een grijns leek. Na twee zinnen stond ze al voor op punten en dat was slecht nieuws voor mijn gespeelde zelfverzekerdheid maar ik liet me er net als de vogels niet door uit mijn kot lokken. ‘Ziet ge die eend daar in die keef?’ en ik wees naar een mannetjeseend met een groene kop die wat verderop in een rieten mand nerveus rond trappelde. ‘Die is er veel slechter aan toe dan wij want als die gaat, waggelt zijn gat zo hard dat het lijkt alsof hij de ganse dag heeft paardgereden. Nu ziet ge dat niet maar als die stapt krijgt die zij poten niet meer toe.’ Ze probeerde ongeïnteresseerd haar ogen te rollen maar omdat zij een veel slechtere actrice was dan ik proestte ze het na twee seconden toch uit. ‘Gij zijt een grappig baazeke met uw korte broek en uwe grote mond, van waar zijt ge want ik heb u hier nog niet gezien?’ ‘Van over de stationsberg, van aan den overkant van de Steenweg. Zeg, zijt gij die vogels ook niet een beetje moe? Gaat ge met mij niet mee in de rups, ik heb al kaartjes.’ ‘Ja, om mij proberen binnen te doen zeker? Vergeet het maar, daarvoor is uw broek nog veel te kort. Betaal mij liever ne gesponnen suiker, als ge centen hebt tenminste, daarbij ge hebt me nog niet eens gezegd of ge nu een pimpelmees zijt of niet.’ Door die twee gesponnen suikers en die twee appels op een stokje was mijn kermisbudget een uur later al met een vijfde gesloken. Ik zat precies met een dure vogel op mijn dak bedacht ik en ik moest met mijn resterende veertig frank en met mijn drie jetons nog twee dagen toekomen. ‘Moogt gij karekollen?’ vroeg ik haar goed wetende dat haast geen enkel meisje van vijftien karrekollen lust. ‘Beikes!’, was dan ook zoals te verwachten haar antwoord omdat meiskes van standing in die tijd nog niet ‘ieuw’ zeiden. ‘Dat ga ik nooit van mijn leven eten, dat zijn precies dikke snottebellen uit de zee’, zei ze met een gezicht alsof ze die ooit al eens gegeten had. ‘Ik denk ook niet dat gij dat durft’, zei ik heel zelfzeker omdat ik wist dat ik met dat doordacht manoevre een lijn uit smeet ik waarmee ik in het Vrijbroekpark al dikkere karpers had bovengehaald. ‘Wat krijg ik als… , en ik zeg wel als ik dat toch doe?’ En ze liet die als klinken alsof de beloning er niet mee toe deed maar wel alsof ze tegenover een brutale snaak in korte broek geen gezichtsverlies wou leiden. ‘Ge moet met mij niet durven of doen spelen als ge dat niet wilt he, ik zou het niet op mijn geweten willen hebben dat ge straks ziek wordt …’ Ik kreeg de kans niet om mijn zin met ‘..in de rups’ af te maken want ze onderbrak me met een vastberadenheid alsof ik al haar dapperheid en pit met mijn opmerking in vraag had gesteld.  ‘Peisde echt dat ik dat niet durf, zeg het maar he, wat krijg ik of durft gij niet meer misschien?’ Ik toonde haar mijn jetons van de botsauto’s en de kaartjes voor de rups en zei, ‘als ge dat wilt kan ik u vandaag vrijhouden, ge moogt overal mee in waar ik in ga en ik wil er zelfs nog een kaartje van het spookhuis bijdoen, maar dan moet ge wel op die slakken bijten en ze niet zo maar doorslikken.’ De karrekollen kraakten tussen haar kiezen zoals zand dat doet wanneer je slecht gewassen mosselen proeft. Door het speels geplaag was de romantische spanning de hele middag naar een climax opgevoerd dus wisten we geen van beiden wie de weddenschap nu gewonnen had en wie ze verloren had. Toen in de krakende houten rups, tijdens het vierde rondje dat achterwaarts gereden werd de groene kap dicht viel en ze in mijn oor fluisterde dat ze hoopte dat ik een pimpelmees was, had ik nog veertien frank en vijfentwintig centiemen.

jan pultau
0 0

Vlezige oorlellen en grote oren

Het was een doodgewone bruine kroeg die je vroeger in elk dorp vond. Er hing een intieme sfeer van huiselijke gezelligheid en geborgenheid die je alleen in zulke cafés aantreft. Het doorleefde karakter van dat staminee was authentiek en daarom niet na te bootsen. De verweerde spiegels en de zwart wit, vergeelde foto’s in de houten bruine omlijstingen deed vermoeden dat de krocht vroeger ook nog dienst had gedaan als coiffeurszaak. Tegenover een groep mannen aan de toog die luidruchtig praatten, zat een ongewoon koppel. De man, hooguit een paar jaren ouder dan ikzelf, had het muffe uiterlijk van iemand die zich in een bureau van het plaatselijke postkantoor helemaal in zijn element zou voelen. De dame die in zijn gezelschap vertoefde, was fris en fruitig. Hoewel het behaaglijk, zelfs iets te warm was, stonden twee kippen met de bek door de draad naar mij te staren. Waarom de dame in kwestie, onder die witte bloes geen bh droeg en waarom me dat opviel is vreemd maar niet geheel onlogisch omdat belangrijke details mij nu eenmaal altijd onmiddellijk in het oog springen. Net zoals de subtiele tekening van jing en jang die op haar pols, in permanente inkt was gekerfd, me ook direct was opgevallen. Hij (de man dus), had helemaal niets weg van George Clooney of van Harrison Ford en die vergelijking was een onderschatting. Zijn hoofd was veel te groot voor het kleine gezicht dat hij maar had. Het was een vreemde snijboon. Door het zware hoofd leek zijn nek te lang voor de karakterkop die hij ermee moest torsten maar het waren vooral zijn grote oorlellen die opvielen. Ze waren donzig en vlezig en er groeide dikke grijze haren op. “Eens er haar uit neus en oren groeit, is het vet van de soep”, taxeerde ik de zonderling zonder een verder aanwijsbare reden, die mijn minzaamheid zou kunnen verantwoorden. Op zijn paarse aardappelneus, die rood dooraderd was balanceerde een vierkant brilletje met beduimelde glazen. De trenchcoat die hij droeg, zat vol met vlekken en ingebrande sigarettengaten. Toch hing de jonge vrouw, van hooguit dertig vol bewondering, haast gebiologeerd aan zijn lippen, alsof hij haar de mooiste woorden toe fluisterde. Zonder aarzelen nam ik curieus plaats naast het vreemde stel. Ik was op gehoorafstand gezeten zodat ik weldra, nieuwsgierig zou kunnen achterhalen wat de snuiter allemaal te vertellen had en vooral waarom de liefelijke verschijning al haar aandacht er aan opofferde. Ik werd bediend met koffie. Of wat er moest voor doorgaan. De bak troost werd door een dame met witte schort helemaal naar de verdoemenis geholpen omdat het zwarte sap dat door de espressomachine aan de gemalen koffieboon ontwrongen was, aangelengd werd met veel te veel water. Water dat dan nog te heet was, waardoor de natuurlijke bitterheid van de boon helemaal verbrand werd. Mijn voorkeur gaat eerder uit naar ‘slow coffee’ die traag doorsijpelt in een filterzakje waardoor alle aroma’s en smaken zich op het juiste tempo vrijgeven zodat de bittere zuurte in alle schakeringen kan geproefd worden. Al dan niet met wat zoetigheid. De harde botertruffel met chocoladeschilfers die bij de zwarte leute bij geserveerd werd, compenseerde gelukkig wel ruimschoots de slapte van het brouwsel. ‘Hoe krijgt hij dat toch voor elkaar?’, dacht ik met ingehouden, niet-gespeelde jaloezie, absoluut niet wetend waarover hun conversatie ging of wat hun onderlinge relatie was. Na drie te slappe koffies en drie te harde schilfertruffels, kwam ik erachter dat de man buiten een academische ‘ik begrijp het en hoe voel je je daarbij of hoe ben je daar dan mee omgegaan’, helemaal niets te vertellen had. Met zijn veel te grote oren deed hij niets meer maar ook niets minder dan alleen maar luisteren. Naar dramatische, in trieste verhalen van een jonge dame die al veel te veel had mee gemaakt voor de jaren die nog maar op haar teller stonden. Toen ze even later de deur van de kroeg achter zich hadden dichtgetrokken en elk hun eigen weg gingen dacht ik. Het is helemaal niet door sterke verhalen te vertellen of straf uit te pakken met goed bedoeld slecht advies dat je eerlijke aandacht krijgt. Die krijg je volgens mij alleen maar door er gewoon oprecht geïnteresseerd naar te luisteren. Naar hoe ze ontstaan zijn en naar wat ze aangericht hebben. Ik bestel nog een vierde koffie en besluit ook nog maar wat verder te zwijgen. Misschien mag ik dan straks ook luisteren naar een innemend verhaal zodat ik ook kan vragen hoe je daar dan mee bent om gegaan. Misschien koop ik ook nog wel eens een oude trenchcoat met vlekken en met ingebrande sigarettengaten. Wanneer er grijze haren uit mijn neus en oren groeien.

jan pultau
11 1

Creatief vertraagd.

  Na elke nieuwe, volgeschreven lege bladzijde wacht een volgende lege bladzijde. Het witte blad dat me aanstaart zou angstaanjagend kunnen zijn, mocht ik de ambitie hebben om het helemaal vol te schrijven. Dat lukt soms niet omdat mijn innerlijke criticus me het zwijgen oplegt en zijn rode pen al schrapt wat nog niet is opgeschreven. Op zo’n momenten komt er niets, ben ik creatief vertraagd en vind ik geen inspiratie om een fris of puntig verhaaltje te verzinnen. De juiste hersengolf wil dan niet rollen. Dat overkomt me meestal wanneer ik niet met schrijven kan beginnen omdat het alledaagse leven in de weg zit, omdat ik sociale verplichtingen heb of omdat het gezinsleven me tot andere verplichtingen dwingt. Of wanneer ik te veel tijd en massa’s ideeën heb, dat valt ook voor. Dan heb ik zoveel ingevingen dat ik er ook niet in slaag om er één uit te kiezen en er passende zinnen of een juiste wending bij te verzinnen. Misschien schrijf ik wel het beste op momenten dat van mij verwacht wordt dat ik me met nuttigere dingen bezighoud om dan vast te stellen dat op momenten dat ik er wel tijd voor heb, er niets meer is. Niet productief zijn, is dan de schuld van ‘writers-block’, een aandoening die trouwens niet lijkt te bestaan bij mensen met meer alledaagse vrijetijdsbezigheden. Vissers of voetballers hebben namelijk nooit last van een ‘vissers-block’ of een ‘voetballers-block’, al blijft hun ego wel overeind staan als ze er voor de ene of de andere reden niet toe komen er hun tijd aan te besteden. Meestal echter vindt de creativiteit mij wel, zelfs op momenten wanneer ik het gevoel heb dat ik haar helemaal uit het oog verloren ben. Als ik mezelf dan opsluit en vastketen in mijn gedachten, lijkt de wereld van buiten beter binnen te komen. Fijne details of een op het eerste zicht overbodig feit wordt dan met bezieling in mijn hoofd ingekleurd tot een zotte kronkel of een uitgesponnen anekdote. Op die momenten vergeet ik perfectie en productie en schrijft mijn pen bijna automatisch bladzijden vol met zinnige en onzinnige dingen of over uitgesproken mensen die me opvielen. Ik laat dat graag gebeuren. Wanneer ik er dan zonder verwachtingen aan begin en ik de ambitie kan laten varen om mezelf te overtreffen gebeurt de magie haast vanzelf maar nooit wanneer ik er als een bezetene naar streef. En dan denk ik, ik kan mezelf niet uit een ‘writers-block’ denken, ik kan me er alleen maar uit schrijven en misschien is schrijven over een ‘writers-block’ wel honderd keer beter dan helemaal niets te schrijven.

jan pultau
0 0

Betoverende onwetendheid.

  Ze gaf me indruk alsof ze recht uit het canvas van een bekende schilder was gestapt. Hoewel de parel en de blauwe haarband ontbraken, had ze net zoals Vermeer minutieus lijntjes getrokken en esthetisch verantwoorde kleurtjes aangebracht, om dingen te accentueren of om er andere mee te verdoezelen. Ik vermoedde dat laatste omdat een donkere wal niet helemaal was weg gecamoufleerd zodat een fijn lichtblauw adertje mijn visuele aandacht kreeg. We hadden nog geen enkel woord met elkaar gewisseld en de zwijgende stilte was een handigheid omdat we zo wat tijd kregen om te wennen aan elkaars gemoedstoestand. Dat was nodig omdat die tegenstrijdig leken. Het laatste kwartier pas had ik het een beetje rustig gemaakt en had ik wat plaats gemaakt in mijn hoofd zodat ik beter kon luisteren naar wat ze me te vertellen had. Zorgeloos leek ze deze keer niet, integendeel ze zag er aangedaan uit en getekend door gebeurtenissen, door dingen die niet hadden plaats gevonden of door kwesties die net wel hadden moeten gebeuren. Ze bestelde rode wijn maar niet alvorens te vragen of me dat niet stoorde. Dat deed het niet al vond ik het wel fijn dat ze zelfs nu nog aandacht had voor mijn gevoeligheden. Toen ze met haar verhaal begon, keek ze vaak weg alsof ze achtervolgd werd of alsof ze op een denkbeeldig iemand aan het wachten was. Praten was lastig omdat ze zich schaamde voor het leven dat haar nog maar eens verrast had met een vies cadeau dat verpakt was in een mooi papiertje. Ze ging ronduit door over al die dingen die haar de laatste maanden waren overkomen, waarmee ze geworsteld had en die haar uiteindelijk helemaal uit balans hadden gebracht, over zaken waar psychiater Dirk De Wachter voor waarschuwt wanneer hij er de gelegenheid voor krijgt. ‘Door constante focus op geluk en door continu jacht te maken op geluk jaag je het weg’, zegt hij. ‘Als je als hoofddoel non-stop geluk nastreeft, begint de miserie maar pas goed.’ De woorden van De Wachter vielen me op in haar ogen en in elke lang gerekte zucht waarmee ze de zwaarte van de dingen probeerde weg te blazen. ‘En jij, ben jij gelukkig?’, prevelde ze. ‘Gelukkig ik? Geen idee’, antwoordde ik ontwijkend. ‘Misschien betekent gelukkig zijn gewoonweg niet al te dikwijls ongelukkig zijn? Ik weet het niet, maar dat niet weten maakt me nieuwsgierig zodat ik me elke dag door de zoektocht naar dat mysterie mag laten betoveren.’ Ze lachte voor het eerst die namiddag.

jan pultau
0 0

Te vroeg op vrijdagavond.

Het is vrijdagavond. De fel rode cijfers van de wekker verraden de tijd. Het is 21:17u en ik lig al in bed. Misschien is het te vroeg om me al aan de nacht over te geven? Ik zit er niet mee. De zachte regen tikt ritmisch tegen het dakraam. Ik word er rustig van. De laatste tijd ben ik dikwijls alleen. Alleen en stil op mezelf. Soms ben ik dan ver weg en lijk ik diep in gedachten verzonken en dat is soms wel zo. Meestal ben ik op die momenten druk aan de slag met iets of iemand wat mijn aandacht heeft opgeëist. Met de voorbije week bijvoorbeeld, die weer bol stond van gebeurtenissen waar ik jullie een mening over verschuldigd ben. Dan begin ik te analyseren. Met beschouwen en over-analyseren om dan meestal te eindigen met over-reageren. Maar even dikwijls gebeurt er gewoon helemaal niets. Ik oog dan eenzaam of misschien triest dat is maar schijn. Ik heb dan gewoon geen zin in mensen. Geen goesting om te praten of om aan een sociale norm te voldoen. Ik wil dan geen meningen aan mijn hoofd. Zeker geen gedoe. Op zulke momenten sluit ik me helemaal af en maak ik bewust geen tijd voor nieuws of voor jouw gedachtenwereld. Niet dat je mij niet interesseert of dat jouw dingen me niet bezighouden. Integendeel, het kost me gewoon wat veel moeite of energie om jouw geest er bij te nemen. Om hem te ordenen zodat ik hem begrijp of gepast kan reageren. Ik tracht meestal te achterhalen wat je precies bedoelt. Hoe je het voelt en waarom je het zegt. Of wat je van verlangt zonder het te vragen. Voor juiste interactie of voor een juiste repliek, moet ik je opvattingen eerst verwerken om ze goed te begrijpen. Dat kost wat tijd. Wellicht meer tijd dan dat er geduld kan voor geoefend worden. Een te snelle conclusie dat jouw verhaal me niet boeit is voorbarig en misplaatst. Dat snelle besluit brengt me van mijn stuk. Hoewel het hier van boven razendsnel gaat en ik het probleem klaar en duidelijk zie. Hoewel oplossingen dikwijls in duidelijke beelden voorbij flitsen, kost het me toch meer moeite om dat antwoord juist te formuleren zodat jij ook voelt hoe ik het bedoel. En dan lukt het soms gewoon echt niet. Om erger te voorkomen las ik op zulke momenten een time-out in en neem ik wat afstand. Ik maak dan wat plaats in mijn hoofd zodat volgende druppels mijn emmer niet doen overlopen. Voldoende niets doen werkt! En als ik dan genoeg niets gedaan heb, heb ik hard genoeg gewerkt om straks een beetje tijd over te hebben om iets anders te kunnen doen.

jan pultau
0 0

4

Ik drink niet omdat ik niet drink. 4 jaar al. Geen alcohol meer.  Om het even wat de omstandigheden zijn.  Om het even hoe ik me voel. Vrolijk, verdrietig, opgejaagd of net rustig. Ik doe het zonder. Al 4 jaar lang. Sommige mensen drinken ook niet. Uit principe, omdat ze het niet lekker vinden. Omdat ze te veel dronken en niet meer mogen van hun vrouw of dokter of omdat ze al dood zijn. Andere mensen drinken wel. Omdat het gezellig en lekker is. Of uit gewoonte, of om er bij te horen of omdat ze denken dat het erbij hoort om er bij te horen. Sommige drinken bij de juiste gelegenheid. Anderen hebben zoals ik vroeger geen gelegenheid nodig. En dat is allemaal ok. Maar ik doe het al eventjes op een andere manier, in mijn ogen een betere. Voor mij maakt het allemaal niet zo veel meer uit. Ik ben er niet meer zo mee bezig. Al is dat in het begin wel anders geweest. Soms floept dat kwelmannetje op een onbewaakt moment nog wel eens binnen. Hevig! Als een duivel uit een doosje maar dat duurt nooit lang. Ik weet al een tijdje dat hij snel opgeeft omdat ik slimmer geworden ben dan hem omdat ik het gevecht niet meer aanga.  Hij mag winnen zonder wedstrijd… Ik blijf uit de boksring. Er is veel veranderd. Ik ben veranderd. Bewuster, denk ik dat het woord is dat het meeste de lading dekt. Ik ben meer bezig met mezelf. Niet uit egoïsme maar uit zelfbehoud. Ik moet goed voor mezelf zorgen om gefocust te blijven. En dan doe ik dat maar omdat het met vooruit helpt. Alles is beter dan de donkere duisternis van afhankelijkheid toen drank de keuzes maakte. “Vrienden” van vroeger vinden me soms saai en denken dat ik een kluizenaar ben geworden omdat ik nu meer dan een armlengte verwijderd ben van de toog die ons indertijd dagelijks bij elkaar hield. En af en toe vind ik dat wel jammer maar dan besef ik dat in vele gevallen het enkel de pint was die we als gemeenschappelijke beste vriend hadden en die is al een tijdje dood en begraven.   Soms wordt het wel eens donkerder omdat de gemakkelijke vluchtweg er niet meer is.  Dan neem ik een pauze. Een bewuste time-out om overzicht te krijgen en te beslissen of ik de zaken aanpak of ze beter laat voor wat ze zijn. Die beslissing kunnen nemen zonder te vluchten in iemand die ik niet ben, is me zoveel waard dat ik het hier wil getuigen.  Een beetje fier maar vooral rustig en nederig en niet te overmoedig. Vandaag ben ik ok en morgen? Misschien komt die wel niet en dan is het tijdverlies om me daar vandaag al zorgen over te maken. Rustig verder doen dat is wat ik ga doen. Zeker en vastberaden …  

jan pultau
14 0

Emmerlijst

Is het door de grijze herfst en de dreigende wolken dat de mensen een beetje somberder kleuren en is het dat dan dat hen aan het plannen zet? Steekt die plotse allesoverheersende bewustwording ineens de kop op als iemand dierbaar ons ontvalt? Is het louter een modeverschijnsel of gewoon bon ton om ermee te kunnen illustreren hoe interessant druk we nu wel bezig zijn? Het blijkt in elk geval het uitgelezen instrument om essentiële beslissingen of zaken die we willen doen uit te stellen en voor ons uit te duwen. Tot straks, tot morgen of tot volgend jaar, als de kinderen uit het huis zijn. Als we met pensioen zijn en de lotto gewonnen hebben, dan? Dan beginnen we aan onze ultieme bucketlist en 69 dingen die we moeten gedaan hebben alvorens dit tranendal te verlaten. Misschien komt hij maar pas voor de pinnen nadat we onze eerste ouderdomsvlekjes opmerkten. Wanneer we beslisten dat het leven niet voor altijd zal duren en zo gedwongen worden na denken over zaken die we zeker nog willen gedaan hebben alvorens we de pijp aan Maarten geven. Taj-Mahal in het echt zien en naakt rondlopen op de Galapagoseilanden zijn kanshebbers, hoewel tango’s beluisteren in Cuzco of Machu Pitcchu bezoeken ook een toppertje is als je dat te voet doet, tenminste. Het leven lijkt soms niet de moeite waard geweest als je niet eens met een rekker aan je voeten van de hoogste brug gesprongen hebt. Als je ooit gepast hebt voor die duo-sprong die je een paar minuten deed bengelen onder een parachute of als je niet badend in het poolijs naar het noorderlicht getuurd hebt. Zelf houd ik niet zo van lijstjes. Zeker niet als daar zorgvuldig op geschreven staat wat ik moet doen. Doen en kopen wat op lijstjes staat betekent voor mij in lange rijen staan wachten.  Vergeten wat er op stond om dan thuis te komen en te zien dat ik het belangrijkste liet liggen om dan opnieuw in de rij te gaan staan om mijn lijstje helemaal af te vinken. Neen, ik hoef echt geen lijstjes.  Ik heb lijstjes genoeg afgewerkt. Lijstjes met boodschappen, met moetjes en magjes, met huiswerk en doelstellingen, lijstjes met genodigden… lijstjes met lijstjes. Toen die obligate bucketlijst een hype werd die me opzadelde met al die verplichte opdrachten die ik zeker nog moet doen voor ik de pijp uit ga, werd ik daar niet vrolijk van. Levenslijsten zijn overschat. Met het kattenbelletje dat gebonden is aan de to do list die me er aan herinnert dat er nog een knoop in mijn zakdoek ligt omdat ik niet mag vergeten een reisboek te kopen over de reis die we nog moeten inplannen na onze volgende reis. Neen dank u, voor mij geen zulke wachtlijsten meer. Voor mij mag het allemaal vandaag. De enige lijst die ik nauwgezet bijhoud is die van mijn dagelijks assortiment buitengewone en eenvoudige speciale momenten. Kleine, niet geplande gebeurtenissen aan elkaar geregen door speciale mensen die opeens onverwacht op mijn pad terecht kwamen en die me als ik daar zin voor heb er iets doen over opschrijven. Maar niet nadat ik eerst heel goed geluisterd heb naar wat ze me te vertellen hebben. Liefst rustig met een koffie en een chocolaatje. Als ik me bij het krieken van de dag, op de levensvragen, Kan ik uit bed? Heb ik grote Kak? Weet ik nog hoe ik heet en waar ik ben?, een positief antwoord kan geven, mag ik me gerust stellen dat ik mijn bucketlist voor ben geweest en hoop ik echt dat mijn persoonlijke emmerlijst er morgen ook nog zo mag uit zien.  

jan pultau
0 0

Ego

Soms wil ik weerwoord bieden aan dat stemmetje in mijn hoofd om er kordaat tegen te zeggen: “Je stoort. Mag ik je alstublieft verzoeken om weg te gaan. Je snijdt me de pas af?” Heel af en toe is het gehoorzaam. Dan vervaagt het en gaat het even helemaal weg. Af en toe houdt het zich een paar ogenblikken stil en afzijdig en bemoeit het zich even niet met mijn gedachten. Dan stopt het met souffleren en geeft eventjes geen voorzetten meer op  antwoorden die ik zelf nog moet formuleren of bedenken. Dan kan ik mijn verlegenheid aan de kant schuiven en krijg zelf wat ademruimte voor een afwijkend standpunt of een excentriekere zienswijze. Even dikwijls valt het echter voor dat het niet stopt. Dat het, het gesprek helemaal overneemt of opeist. Om op die manier het hoge woord te kunnen voeren en te beslissen welke richting de conversatie uit mag gaan om er zeker geen grip op te verliezen.  Dan wil ik zeggen: “Maak dat je wegkomt. Ik was hier eerst. Je hebt hier niets verloren. Vlieg maar weg. Bedankt voor alles.” Op die momenten zou ik het willen plukken als een paardenbloem. Dan zou ik de pluizen ervan wegblazen. In een ander grasperk. Om daar te groeien en er te gaan storen in het perfecte groen. Maar ik doe het niet. Ik laat het toe. Ik tolereer het omdat het mij uitkomt. Omdat het bij moeilijke situaties mijn onwetendheid camoufleert. In gênante discussies mijn onzekerheid maskeert. En me bij gesprekken met interessantere of slimmere mensen de illusie geeft expert te zijn over onderwerpen waar ik maar weinig of helemaal niets van begrijp. Mijn ego. Wat een heimelijk venijnig ding is dat toch? Mijn dekmantel en mijn ultieme alibi die me steeds opnieuw influistert wat ik het liefste van al hoor en me uit de wind zet als ik de storm van voren krijg. Maar die bekentenis zou ik nooit doen tegenover jou. Daarvoor is mijn ego net iets te groot.  

jan pultau
0 0

Anders

Hoe gevulder ik mijn dag inplande des te minder ik gereed kreeg. Of hoe minder tevreden ik was met het resultaat van de dingen die ik half zijn gathad geaan. “Kiezen is verliezen”: hadden ze me gezegd. Daarom wou ik altijd alles doen. Desnoods alles tegelijk om niets te missen. En dan was ik dikwijls nog niet eens voor mezelf aan de slag. Ik was zo begaan met mijn drukdoenerij en met ingebeelde verwachtingen tegenover anderen dat ik gedubbeld werd in de race tegen mezelf. Kinderen, lief, werk, familie en vrienden. Alle dagen en uren zorgvuldig ingepland om de beschikbare aandacht netjes te verdelen. Ieder om beurt. Gelijke deeltjes, afgewogen met de apotheekbalans. Behalve voor mezelf. Ik werd uitgesteld naar de volgende planning. Naar een volgend rantsoen. Niet goed. Ik moest het omkeren. Het moest veranderen. Niet uit egoïsme of omdat het me opgelegd werd of omdat ik me tegenover iemand verplicht voelde. Neen, mijn instinct en zelfbehoud spelden me de les: “dit moet anders, dit moet beter kunnen of het loopt slecht af.” Maar mezelf op de eerste plaats? Hoe moet dat? Hoe pak ik dat vast? Ik kwam er snel achter dat sommige zaken gewoon niet tegelijk kunnen. Voor belangrijke dingen neem je beter de nodige tijd, met focus. En wat afstand, om het goed te doen en om goed te doen. Juist. Voor jezelf. Andes loopt het mis. Vroeg of laat. Voor anderen bedenken hoe ze kunnen veranderen is niet moeilijk. Daar heb je geen gedragstherapie voor van doen. Dat lukt zo wel.  Oordelen, is niet zo moeilijk. Preken ook niet. Dat kunnen we allemaal gelijk de besten. Gecompliceerder wordt het wel als je zelf eens goed in de spiegel naar jezelf kijkt.  En tracht uit te vissen hoe je jezelf kan corrigeren op dingen die minder goed lopen. Als je probeert te achterhalen hoe het anders of beter kan. Daar is net iets meer lef, durf en moed voor nodig maar het kan… als je het doet! Maar begin er niet aan als het je wordt opgedrongen. Begin niet aan als je denkt dat je het moet doen om er bij te horen. Doe het alleen puur en authentiek. Wanneer het veranderd is moet het beter zijn. Als je beter wil, moet het veranderen. Maar als het veranderd is en je werd er zelf niet beter van, doe het dan opnieuw. Je leven is van jou. Doe wat je wil en doe het goed en veel. En gedreven. Met een groot hart. En wil je het niet meer? Verander het dan. Van aanpak, van werk.  Van huis. Van lief of van land. Het leven is te kort om te wachten tot het vanzelf komt. Doe het gewoon! Voor jezelf. Vandaag. Alle anderen worden er vanzelf ook beter van. Dit delen:    

jan pultau
0 0

Frieten of kroketten?

2017 is nog maar pas met knallende vuurwerk en confettibommen op gang geschoten.  Dat nieuwe overtollig kilootje, netjes bij elkaar gehamsterd door 1, 2 en meergangen menu's, plakt storend aan je lijf.  Het nestelde zich net op die plaats waar je het liever niet had gehad. Dat nieuwe kussentje confronteert je pijnlijk met de laatste voornemens, zorgvuldig bij elkaar gewenst in de nieuwjaarsbrief aan jezelf. De ogenschijnlijk realistische voornemens,  in euforie en overmoed uitgesproken,  wankelen en vertonen scheurtjes die vergelijkbaar zijn met die van de Brusselse tunnels.   De servetten en het hagelwitte feesttafelkleed liggen fris gewassen  klaar in de wasmand om gesteven en gestreken te worden.  Maar dat stel je nog even uit.  Omdat de nieuwe rodewijnvlekken erop je zeker opnieuw zouden terugbrengen naar die laatste discussie.  Vol kwaad bloed zette je toen met brusk geweld je glas op tafel, rode wijn opspattend omdat die zekere slag niet moest gekocht worden omdat jou harten dame de hoogste kaart in het spel was. Op leste hand. Binnen was het warm.   Kaarsen en theelichtjes branden nog steeds nostalgisch omdat je hoopt zo dat einde-en nieuwjaarssfeertje nog even vast te kunnen houden. Je staart besluiteloos naar de kerstboom. Aftuigen? Ballen en slingers zorgvuldig opbergen in de plastieken  verpakkingen en alles opnieuw naar de zolder in de grote kartonnen doos "nieuwjaar". Of nog een week laten staan?    Frieten of kroketten?  Die vraag haalt me bruusk uit mijn dagdromerij en brengen me tot de orde van de dag.  Want ook in 2017 moet de innerlijke mens gesterkt en moet biefstuk gebakken worden op een heet vuur in een kleefpan. Witloof. grof gesneden met een halve Granny Smith, tuifje versgehakte dragon en een klad versgedraaide mayonaise.   De kerstboom staat er nog en de servetten en het tafelkleed wachten nog op stijfsel en een heet strijkijzer.  Maar dat doe ik morgen wel zodat ik dan ook nog heel even kan wegmijmeren bij de nieuwe rode wijnvlek en die harten dame die zonder enige twijfel een zekere slag was.   En ik staar naar buiten.  Uit de grijze wolken dwarrelen dikke witte vlokken. Ik nip van mij hete koffie.  Binnen is het warm. Ik zag dat het goed was. Ook in 2017 met of zonder afgekochte harte dame op de laatste hand. <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object>

jan pultau
60 0

Vervelend inlegkruisje

Deze dag voelt alsof het inlegkruisje in mijn slip omgekeerd zit. Niet dat ik ooit al een inlegkruisje in mijn slip heb gelegd, voor alle duidelijkheid. Waarschijnlijk daarom dat ik het er verkeerd heb ingelegd. Ze zouden dat beter inkleefkruisje noemen want ik ben er achter dat eens de strips verwijderd en je dat ding in je slip legt de kol aan je kloten plakt.  Gesteld dat je als ventzijnde een inlegkruis in je slip legt natuurlijk.Waar dit naar toe gaat weet niemand....Verveling doet rare dingen in mijn hoofd. Dan maar naar de nieuwjaarsdrink? Gaan mensen kijken die op volledig kosteloze manier hun alcoholpeil op niveau proberen tehouden.  Dit onder het voorwendsel om eens onder de mensen te komen en zich te omringen met mensen die worstelen met hetzelfde excuus? Mensen die hoewel ze ongeveer 2 dagen geleden plechtig beloofd hadden eens het nieuwe jaar aangevat het alcoholgebruik ernstig te beperken toch hetzelde keelgatdebiet benaderen als pakweg 2 dagen geleden. Hoewel het redelijk fris is ga ik niet naast een vuurkorf staan. Al de was en de strijk is gedaan en als ik naast een vuurkorf ga staan ruik ik straks net als een gerookte paling en kan ik opnieuw beginnen. Ik ga zeker ook geen "naar oude vrouwen ruikende oude vrouwen" kussen waarvan de bordeau lippestift die ze ophebben te lang in de schuif gelegen heeft waardoor de smurrie er met stukken en brokken ophangt. Als ik ga, misschien toch beter eerst dat virtuele inlegkruisje van mijn ballen trekken om de mij omringende medemens straks niet te shockeren met mijn opgewekt humeur. Ware het niet dat ik eens gearriveerd op de drink zo  een paar gemeentelijke opcentiemen kon recupereren ... ik ging niet. Dus schol aan de milde gever. (mezelf dus) <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" width="300" height="150" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object> <object id="__symantecPKIClientMessenger" style="display: none;" data-install-updates-user-configuration="true" data-supports-flavor-configuration="true" data-extension-version="0.5.0.161"></object>

jan pultau
0 0

Geen te zotte voornemens.

Deze tijd van het jaar wordt al eens een gepast of ongepast goed voornemen gemaakt. Praktijk en zelfondervinding leert me dat zo'n goedbedoelde aspiraties het gemiddeld genomen, eens het jaar goed en wel van start geschoten, het bij mij maximum 15 dagen uithouden. Nadien mag het allemaal weer als vanouds. Het hoort er allemaal een beetje bij. Er mag al eens gesmost worden met de cliché's en de kortstondige persoonlijke levensverteringsplannen.  Geen enkel project raakt afgewerkt zonder uitgekiend plan. Zo werd ons ingeprent. Ambities dienen fijngesteld.  Doelen bijgewerkt met focus op resultaat, geluk, geldingsdrang of prestige. De lat hoog. Verwachtingspatroon op scherp.   Voor mij mag het allemaal wat eenvoudiger en bescheidener. Waarom? Ten eerste en zo is algemeen geweten omdat ik een gemakkelijke mens ben.  Met weinig content.   Maar ook omdat alles of pak weg het meeste door den band genomen wel goed gaat. Zo was het al in 2016 alzo zal eveneens geschieden in 2017.   Voor mij dus geen straffe uitspraken.   Ik ga mijn sigaret niet even "impilsief" afzweren en vervangen door andere rookpluimen.   Chocolade zal, als hij dan eens in huis is nog steeds snel en gulzig verdwijnen in mijn armemensenzak. Koffie zal nog steeds constant overvloedig doorgeborst worden. Ik blijf irritant lui en nog irritanter zweverig filosofisch.   Ook in 2017 zal ik jullie hier voorzichtig beleefd maar daarom soms niet minder ongepast met mijn persoonlijke levensbeschouwingen blijven teisteren.   Deze boer ploegt dus gewoon voort op zijn tempo zijn spoor volgend en laat andere boeren maar verder dorsen. Eveneens op hun spoor.   Op hun tempo.   Voor mezelf dus  alles van 't zelfde. En voor ieder van jullie en voor jou in't bijzonder een pakje met  Rust of drukte. Liefde (en) of passie. Werk of vakantie. Moed of schijterigheid. Doorzettingsvermogen of loslaterigheid. Vastberadenheid of laksheid. (Wereld)vrede en gezondheid. Plezier en tijd. En dit alles op de momenten dat jij het het meeste nodig hebt. En mocht het daarmee niet lukken graag nog een beetje relativering en humor om met alle mogelijke mislukkingen die je pad kruisen heel hard te kunnen lachen.   J.

jan pultau
38 0

Steenezelig.

Koppigheid wordt me wel eens verweten.... Ik kan er niet onderuit.   Mezelf kan ik nauwelijks als rechtlijnig of consequent bestempen, integendeel. ik ben  eerder nonchalant wispelturig.  Onberekenbaar inconsequent. Soms neemt mijn onredelijke, eigengereidse tegendraadsheid zulke proporties aan dat zelfs ik me er ongemakkelijk bij voel.  Meestal gaat er wel een tijdje over vooraleer ik die ongemakkelijkheid ervaar.  Zoals bij het plotse bezef dat je bad koud geworden is. Bij anderen valt me stijhoofdigheid om een of andere reden meer op dan bij mezelf.  Vaak zijn mensen die dicht bij mij staan mijn gemakkelijkste slachtoffer. In hun nabijheid wordt mijn onredelijkheid dan zeer illustratief en plots word ik een prototype van stringente star-en stijheid. Als ik mezelf al eens een kans geef gelijk te hebben wil ik dat gelijk nog krijgen ook. Beeldt je in! Deze onhebbenlijkheid steekt naar mate ik langer op deze kluit ronddool vaker de kop op dan me lief is.  Onhandige bokkigheid maakt zich dan van mij meester en krijgt overhand op redelijke tollerantie. Ik metamorfeer in een onaangenaam, te mijden, niet nader te willen definiëren "iets".   Ben ik nu moedwillig misverstaan of uitdagend geprovoceerd? Arrogant wijsneuzerig misleid? Werd mijn minzame hulpvaardigheid misbruikt?   Of is het eerder dat zielige, miezerige zelfbeklag dat de kop opstak net omdat ik me zopas even beter, slimmer of handiger waande dan jij? Jij, met wie ik me normaal gesproken steeds op gelijke hoogte waan. Zeer goed beseffend dat dit gevoel meestal hoofdzakelijk gebaseerd is op zelfoverschatting. En dan daal ik langzaam een paar etages. Ik kom voorzichtig, verlegen van mijn troon! Neerdalen uit de verheven hovaardigheid. Heel stilletjes beseffend dat de arrogantie en de moedwilligheid  die ik "hen" verweet precies de projectie was van hoe ik zelf naar het zaakje keek.  

jan pultau
0 0

Gelukkige verjaardag ma.

Moeder.Bij leven had ik nooit gedacht dat ik je dit had kunnen zeggen.Een speciale, zeiden ze. En je weet wat ze bedoelen als ze dat over je zeggen he.Een Speciale. Zoveel is zeker, maar dat kan op zo veel manieren ingevuld worden.2 stenen, die kon jij laten vechten op momenten dat je "het in" had.Tegendraads, averechts, grofggebekt en onwaarschijnlijk taktloos. Eigenschappen die jou precies opschrijven voor mensen die je maar half kenden.Eigenschappen die me naar mate ik meer en meer door de wol geverfd wordt niet gans vreemd zijn omdat ik die ook in me heb.In compagnie, kwam je steeds uit een hoek waarvan iedereen dacht, (maar nooit zei... ) van waar komt dat nu weeral. Waar hebben we dit nu weeral aan verdiend?Onze pa zei altijd. "Dee van ons, want zo zei hij dat. Dee van ons, dee kan er me een kou hand aan komen". En uitspraak die de lading volledig dekt.Een koude hand. Eerst schrik je op en voelt het storend, vervelend en ongepast. Maar je bent wel in een keer wakker, allert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap. Als het niet helemaal ging zoals je plande zei je... kom Jef we geun nar hous. Woorden die nog steeds klinken als was het gisteren. En dan haalde je de sleutel van de voordeur al boven. Een sleutel die bengelde aan een zilveren mercedessleutelhanger die je kreeg toen je eindelijk in pensioen mocht. Niet dat je kon autrijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden. Een beetje zoals Hiacinth Bucket.... the lady of the house. En dan gaf je commentaar op hoe Jefke reed. Ook een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house.Je had veel kantjes, heel veel. Grote en kleine.Het 100-voudige van al je kantjes zou ik nu zo graag nog eens willen nog verdragen .. ik zou je zo graag nog eens willen horen... Janneke schiet er na is out en doo is vouf minuute normaal en slaagda gour...... of kom Jef we geun nar hous... Je was er altijd. Steeds present. Steeds heel aanwezig, bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de waggel. De bloem in de saus. Overal was je. Misschien was het dat wat me stoorde. Misschien was het daarom dat je "kantjes" me toen meer opvielen dan de andere rollen die je opnam. De supporter, de zorgzame, fiere oma, de trouwe partner, de bezorgde moeder... de "er met een koude hand aankomende sigarettenpaffende 33-igerdrinkende zwartkijker...

jan pultau
0 0

wat zie je?

Perceptie.   "Kijk eens goed.  Wat zie je?": vroeg ze me plots op nogal indringende toon als in een kruisverhoor. Althans zo kwam de onschuldige vraag bij mij binnen. "Heu.. ik zie jou denk ik": antwoorde ik aarzelend veilig, maar met genoeg besef dat mijn antwoord een dikke onvoldoende zou opleveren mocht dit een proefwerk zijn. Neen neen, dat bedoel ik niet, wat zie je echt.  Kijk even rond en wat zie je? Wat valt je op? Wat trekt je aandacht. Wat vind je mooi? Was het de onverwachte vreemde vraag die me uit mijn lood sloeg of was het de plotse interesse die me een ongemakkelijk gevoel bezorgde? Maar iets leek me te waarschuwen dat ik op mijn quivive moest zijn. Dit was niet zo maar een vraag maar een goed gecamoufleerde valkuil.  En ik? Ik voelde me de nietsvermoedende prooi die straks de takken onder zijn poten zou voelen wegzakken. Dit moest de ultieme test zijn. Een toets waar gelijk welk antwoord het foute zou zijn. De repliek, compleet naast de kwestie.  Even bekroop mij het gevoel dat wat ik ook zou "verklaren" bepalend kon zijn voor onze relatie, onze toekomst en mogelijks de opwarming van de aarde en de werelvrede. De neocortex draaide plots op volle toeren, verwerkte de beschikbare info in een verschroeiend tempo  en beraamde als vanzelf in een nanoseconde een passende afweerstrategie.  Ga je bijdehand doen?  Ga je me straks mijn mannelijkeid verwijten?  Heb je een nieuw kapsel of nieuwe mascara en heb ik dat over t hoofd gezien? Een nieuwe BH? Gelaserd, misschien? Die laatste 2 vragen lagen klaar om afgevuurd te worden maar die heb ik olie op vuur vermijdend niet gesteld. De ongepast aggressieve toon van mijn repliek moest iets losgemaakt hebben want ze ging, helemaal niet op haar quivive, rustig ontwapenend verder.   Maar nee Janneke. Help me eens even. Speel eens mee.  Ik zou zo graag een punt maken maar dat lukt alleen als je even meewerkt. Toe zeg het me. Wat zie je rondom jou? Nog steeds op mijn hoede maar al iets minder ongerust dat indien mijn antwoord fout zou zijn we plots zouden overspoeld worden door een metershoge tsunami.   Ik wurmde me haastig in een ongemakkelijk bocht om iets te prevelen dat leek op een geïnteresseerd antwoord. Heum. Wat ik precies zie? In volgorde van belangrijkheid?  Of doet dat er niet toe?  "... Dat doet er niet toe..." Met "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en het is beige.... " probeerde ik vergeefs alles nog even af te wimpelen. "Janneke?  Serieus? Komaan... wat valt je op? Ik zie heum... Een bruine tafel. 6 stoelen en een bijpassende dressoir. Op de tafel staat een witte orchidee en liggen 6 beige onderleggers te wachten tot er nog eens volk komt eten. De dressoir is voorzien van 2 glazen schuifduren.  Achter de schuifdeuren zie ik 2 leggers waarop boeken zijn uitgestald. Van klein naar groot. ik zie foto's van de familie.  Rechts zie ik een beige leren salon, opgesplitst in een 2 en 3 zit. Flatscreen 120 op 50 denk ik, te duur betaald trouwens dat vind ik nog steeds.  De flatscreen staat op een ikea kastje dat veel te snel in elkaar is gesmeten en daarom 2 krassen vertoont.  Leuke lichtjes.  Links splinternieuw gordijn .. the wave toch he? zo noemde die verkoper dat gordijn toch he.  The wave? Design éénzit. Keuken, 6 barkrukken, netjes. Modern  design, greeploze kasten. Ziet er duur maar is het niet. Functioneel. Praktisch.   Voila dat is het zo wat denk ik. Ben ik er door? Weet je wat ik zie? Vroeg ze misterieus, mijn antwoord niet afwachtend. Ik zie... ik voel mijn thuis... mijn haven. Ik voel gezelligheid, warmte en liefde.  Rust ook.  Ik ruik de kaarsen die ik daarstraks aangestoken heb.  Die waren je trouwens niet opgevallen want je hebt ze niet vermeld in je opsomming. En ik zie ons volgende etentje met leuke mensen en dan fantaseer ik wat we zullen eten en drinken en waarover we het allemaal zullen hebben. Ik zie ons oud worden in dit huis. Zo voel ik het aan. Ben je nu helderziende geworden.  Zie jij dat dan allemaal? Wat ik je eigenlijk wou zeggen is dat het allemaal niet zo belangrijk is.   Het is niet zo belangrijk wat je ziet of hoe je het ziet.  Wat essentieel is is dat zelfs wij op een verschillende manier kijken naar hetzelfde. We ruiken, voelen, proeven en fantaseren verschillend maar we bedoelen het juist en goed omdat we het zelf zo aanvoelen. Als onze politiekers nu ook eens af en toe aan elkaar zouden vragen... wat zie je?  Misschien zouden ze dan van elkaar begrijpen en het eens worden dat ze het niet over alles eens moeten zijn. Euh... moest ik daarom? Laat maar... we hebben een schoon huis.  K ben er wreed content mee.  Met jou trouwens ook ook al stel je soms van die rare vragen.

jan pultau
0 0

Iets uit niets.

Dikwijls komt er niks van.   Het voornemen in mijn blikveld leek even wat te worden maar strandt op ongefundeerde weerstand of twijfel.  Morgen dan misschien? Of anders? Iets anders?  Vaak blijft het bij onuitgewerkte ideeën of onuitgekristaliseerde bedenksels.  Proefdrukken van begeesterende opwellingen.   Analyses van mogelijke invalshoeken en vage personnages en hun karakteristieken. Staren naar de regels op een wit blad! Scenario's leiden nergens naar toe en resulteren in scrips zonder clou. De wezenlijke essentie mankeert. Gaat het ergens naar toe? Komt er een besluit?   Of blijft de mythe ronddolen zoals rusteloze geesten in een spookvilla die af en toe toch "boe" roepen als een te nieuwgierige bezoeker plots, ongewild het pand betreedt? (Positief) resultaat hing te vaak af van puur toeval.  Van ingebeelde druk van buitenaf of van inspanningen, interesse en curieuze vragen van mensen die als ze even mochten binnen piepen, wel aangestoken werden door mijn wild gepeins, gepieker en gezoek. Nergens naartoe leidende kronkels.  Zo ging het heel vaak! Althans dat is het tot nu toe geweest. Niets uit niets. Niets voor niets, echter. Zo weet ik nu. Sedert kort ga ik er niet meer al te diep op in.  Want het helpt geen zier. Het leidt ook tot niets. Ik tracht me niet te laten meesleuren in de beperking van ongefundeerde voorwaarden die leiden tot excuus- en uitstelgedrag. Ik zie wel en bekijk het als toeschouwer. Even van op afstand.  Ik beschrijf mijn gedachten en portretteer het proces als een proclamatie van mijn theoriën en vooronderstellingen. Wat gebeurt er? Wat voltrekt zich in mijn spinsels? Wat is er wel? Wat is er al? Niet wat per C "zou moeten worden" in een ideaal scenario. Ik treed uit mezelf en laat betijen zonder doelloos te graven en naar oorzaken te zoeken of aan gevolgen te denken. Ik ga verder. Ik ga vooruit.  Ik produceer. (R)evolutie.   Ik evolueer ... van aap naar mezelf. Darwin is er niets tegen.     

jan pultau
0 1

Gordijnen langs de ring.

De lichtblauwe gedrappeerde gordijnen (ont)sieren nog steeds de ramen van wat ooit onze slaapkamer was.   Wanneer ik toevallig voorbij rijd vallen zij het eerst op.   Dan pas het balkon met de roestige ballustrade.   Toen ik de gordijnen zo 'n 20 jaar geleden ophing had ik er al een bloedhekel aan. De combinatie van gedrappeerd lichtblauw kunstsatijn, de voile drapperiën en roze overgordijnen waren fake, nep en kitscherig. Ze hadden, zo bedenk ik me destijds het doel een soort van Holly Hobbiesfeer te creeren en zorgden voor sfeer van kuisheid en fatsoen.   Een soort van zedigheid en sereeniteit die hevig contrasteerden met mijn hitsigheid en tempramentvolle  geestdriftigheid.   De gordijnen waren in mijn ogen functioneel om vleselijke lusten te temperen.  Althans zo heb ik het altijd ervaren.  Wellicht daadoor dat ik er zo'n bloedhekel aan had. Nu nog steeds. Kutgordijnen, maar dat durfde ik toen zo niet zeggen. Het herenhuis langs de ring staat al 17 jaar leeg en lijkt een beetje een spookhuis. De gordijnen hebben de tand des tijds overleefd en hangen er nog steeds op dezelfde manier zoals op de dag dat ik er de deur achter mij dichtsloeg. Onze relatie is het anders vergaan. Daar schiet niets meer van over.   Persoonlijk wijt ik dat aan onderdrukte hitsigheid en passie en te veel Holly Hobbie maar er zullen wellicht nog wel andere redenen zijn voor het scheeflopen. Misschien lag scheef lopen zelf aan de basis van het scheeflopen of was het er een gevolg van, dat laat ik in het midden. Een ding is wel zeker de gordijnen hebben er geen goed aan gedaan.    

jan pultau
0 0

Wil je even gaan zitten?

Ga toch zitten.  Waarom ga je toch niet zitten?  Het zouden onzeker geprevelde eerste woorden kunnen zijn die een gezellige babbel en een spannende avond inleiden ergens aan de bar van een leuk cafee waar je toevallig je eerste lief tegen 't lijf loopt.   Zet je toch even. Als je tijd hebt tenminste. Als je wil? Als het niet derangeert? Wil je daar niet even gaan zitten?   Of het zouden bezorgde woorden kunnen zijn wanneer datzelfde lief (die ondertussen bij je is ingetrokken) wit wegtrekt en blozend gelijk een bak witloof dreigt van haar sokkel te vallen door die vervelende ochtendmisselijkheid. Zet je toch even. Gaat het? Zou je toch niet even gaan zitten?    Wat later klinkt die "zou je niet even willen gaan zitten" als: Af! Zit!  Zit zeg ik! wanneer de hond, die met dezelfde bestelling als het eerste kind mee geleverd, aan je met de eerste spaarcenten verdiende lederen sofa aan het knabbelen is.   Vandaag hoor ik de woorden opnieuw bijna dagelijks door het huis galmen.   Zitten aub!  Waarom kunnen jullie niet gaan zitten? Gevolgd met de "en doe den bril omhoog."   Is het jaloezie?  En zijn vrouwen dan nijdig omdat wij mannen gericht en doelgericht de gazon kunnen bewateren terwijl zij enkel maar hun emmer kunnen uitkieperen? Is het de confrontatie met de fysische plasbeperking, eigen aan het vrouw? Enkel zittend? Of is het die fier opgedroogde gele pislek die op de witte wc-bril prijkt en het daarmee gepaard gaand beeld dat je ongewild influistert "heel even geleden stond hier een echte vent met zijn fluit in zijn handen?"   Akkoord het mikken kan soms beter.  Er wordt wel een enkele keer aan het te bereiken doel voorbij geschoten maar dit is dan hoofdzakelijk te wijten aan de toestand waarin de lans zich op dat ogenblik bevindt.  Als rechtstaand plassen vooraf gaat aan wakker worden zou het kunnen dat er door de hardheid der dingen de roos gemist wordt.  Op deze, maar enkel op deze momenten zou zittend plassen een te overwegen alternatief kunnen zijn.    Maar voor de overschot heeft deze jongeheer de nieuwe-man-grenzen bereikt.  Rechtstaand pissen wordt me niet ontnomen.  Rechtstaand plassen is een mannenrecht! Er gaat niets boven een fier rechtopstaand fijn geproduceerde urinestraal welgemikt in het midden van de pot gespritst. Rechtstaand pissen is het enige wat ons nog onderscheid van vrouwen. Laat er echt geen misverstanden over bestaan.  Echte mannen maken er een erezaak van.  Nooit op de bril.!  De (pis)lek op de bril ontstaat maar uiterst zelden bij het pissen zelf, maar is eerder het gevolg van de afschudactiviteit.  Bij accuraat afschudden gaan menige mannen in de mist en laten zoals slechte indianen sporen achter.  Dus mannen probeer voortaan een voorbeeldindiaan te zijn.  Don't overdo it en ga bij het afschudden nu niet roedejongeleren en hou het bescheiden. Wis je sporen en wees de voorbeeld-Old-Shatthand-van het wc gebeuren.   

jan pultau
0 0

Zinloos vastberaden.

Vastberaden zinloosheid: Niet alles wat ik doe, doe ik ambitieus of dient een groter doel in een een uitgekiend plan. Niet in alles wat ik neerpen heb ik naarstige aspiraties om een doelwit te treffen of om te beroeren. Neem nu deze bijdrage (als je dat zo al mag noemen). Een paar woorden op papier die tot niets leiden! Alleen maar opgeschreven ter eer en glorie van mijn verveling om heel duidelijk te maken dat ik niks te vertellen heb. Kenschetsend mijn zinloze alledaagsheid neerschrijven is in geen buut maar alleen maar een bezigheid die geen enkele maatschappelijke relevantie heeft en maakt op geen enkele manier deel uit van een strategisch plan om dingen in beweging te krijgen. Mijn bescheidenheid fluistert me in dat er al genoeg dingen in beweging zijn die beter stilletjes onberoerd hadden gebleven. Dus zoek niet achter een diepere verborgen beweegreden waarom deze nietszeggende redekalving op papier verscheen want je zal ze niet vinden.En nu ga ik vissen. Ook al zo'n bezigheid waarover de vraag kan gesteld worden welk hoger doel het zou kunnen dienen. Ogenschijnlijk geen enkele dus... of toch?In t beste geval kom ik daar een uurtje tot rust en tot het benul dat ik me in al mijn onbezonnenheid niet hoef bezig te houden met grootse dingen en weidse plannen en dat ik al de drukte en heisa rustig aan mij kan laten voorbij gaan zonder dat ik me er een minuut zorgen over hoef te maken.  Zinloze vastberadenheid om geen enkel verschil te maken.

jan pultau
0 0