Over Lore Dewulf

Ik leerde in mijn opleiding pedagogische wetenschappen over opvoeding via theoretische modellen. Niet lang na mijn studies werd ik moeder. Eerst kwam mijn oudste dochter (2010) en daarna mijn jongste (2011), zo gaat dat met rangordes. Na de geboorte van mijn jongste kreeg ik een geboortekaartje ‘1+1 = 3 uur minder slapen’. Toen wist ik: moederschap valt niet te reduceren tot strikte wetenschap. Het moederschap staat bol van de paradoxen en dat fascineert me mateloos.

Opleiding

Licentiaat pedagogische wetenschappen

Publicaties

Prijzen

Teksten

Een tienermoeder die houdt van spaghetti verkeerd

Mijn oudste dochter werd tien jaar in 2020. Ik kreeg een kaartje van een vriendin ‘proficiat, je bent nu een tienermoeder’. Van de leeftijd met één cijfer naar de leeftijd met twee cijfers is spannend voor de 10-jarige, maar geen uitzondering. De overgang van twee naar drie cijfers is uitzonderlijker, maar brengt noodgedwongen minder opwinding met zich mee (je niet opwinden Mariette, dat is niet goed voor je hart). Volgens mijn kaartjesvriendin heb ik sinds maart dit jaar een tiener in huis. Tiener ben je immers vanaf je tiende tot je negentiende. Een andere vriendin zag het kaartje: ‘Je bent toch pas een tiener als je der-tien bent? Tot je negen-tien. Vandaar het achtervoegsel.  Oh, en sorry dat ik geen kaartje stuurde, je weet dat ik niet goed ben met verjaardagen.’ Voor mij is ze tien, maar dat maakt haar geen tiener. De leeftijd tussen tien en twintig is geen eenduidige periode, maar één van meerdere overgangen: van kind naar volwassene (juridisch en naar eigen zeggen), van onwetend naar alwetend (maar iedereen gaat naar die fuif), van alwetend naar onwetend (ik heb geen idee van wie die sigaretten zijn). Als tienjarigen geen tieners zijn, wat zijn ze dan wel? Soms worden ze omschreven als prepubers. Ik vind geen fan van het woord puber, laat staan pre-puber. Een foetus is toch ook geen pre-baby en een lid van okra geen pre-bejaarde? Er bestaat niet zoiets als hét tienerdecennium. Iemand vragen diens tienerjaren samen te vatten in drie termen is hetzelfde als een historicus vragen om in drie termen de middeleeuwen samen te vatten. De tienerjaren zijn vaak een samensmelting van meerdere periodes: het einde van de lagere school, het middelbaar en het begin van de studententijd. Mijn studententijd in drie termen? Blokpauze, Bilbo bezoek en spaghetti verkeerd. De eerste twee waren vaak een duo: tijdens mijn studeerpauzes ging ik doorgaans snuisteren in de Bilbo, een cd-winkel (kunnen we situeren net nà de middeleeuwen) in Gent. En die spaghetti verkeerd? Moeders spaghetti gaat in een potje mee naar je kot. Daar gaat de spaghetti omgekeerd – liefst met één vlotte armbeweging – in een bord en in de microgolfoven.   Moeder: Weet je, ik was vijfentwintig jaar oud toen ik jou kreeg. Een jonge mama. Dochter: Vijfentwintig? Dan was je toch al een kwarteeuwer.

Lore Dewulf
81 1

Wie schaakt Beth Harmon?

Midden in de voorlaatste aflevering kan ik mezelf niet langer bedwingen, ik moet weten of het verhaal van schaakwonder Elisabeth Harmon waargebeurd was. Mijn ontgoocheling is groot wanneer ik ontdek dat het een fictief verhaal is, gebaseerd op een novelle van Walt Tevis. Elisabeth groeit op als een Roald Dahliaans personage in een weeshuis en leert daar haar schaaktalent ontwikkelen onder het toeziend oog van Mr. Shaibel. Waar hij initieel zijn norsheid inzet om haar af te schrikken (‘girls do not play chess’), ontwikkelt hij zich gaandeweg tot haar afstandelijke, maar liefdevolle mentor. Hij verliest zich niet in pushen of dwepen. Hij neemt haar onder zijn vleugels en zegt met een mengeling van verwondering en bewondering: ‘you have so much anger in you’. In het weeshuis ontwikkelt Beth een pillenverslaving. Mijn verontwaardiging was groot, omdat ik toen nog overtuigd was dat het verhaal waargebeurd was. Op volwassen leeftijd komt daar nog een alcoholverslaving bij. Ze slaat aan het comazuipen toen de term nog niet bestond. Het destructieve karakter van genieën wordt meestal opgevoerd als een noodzakelijke voorwaarde voor het ontwikkelen van hun genialiteit. Hier zien we Beth echter keer op keer schaakkampioen worden ondanks, en niet dankzij haar verslavingen. Genieën moeten demonen bedwingen en zoeken hiervoor hun toevlucht in verdoving of hallucinaties. Hun heldenstatus wordt onterecht geënt op de foute assumptie dat hun verslaving wonderlijke bijwerkingen heeft. Genieën zijn einzelgängers, zo laten veel verhalen en biografieën van genieën zich lezen. Dit versterkt hun heldenstatus, maar gaat voorbij aan de realiteit. De meest succesvolle genieën spenderen veel tijd alleen, maar ze laten zich ook omringen door motiverende en inspirerende gelijkgestemden. Beth heeft het geluk zich te kunnen omringen met een aantal ambitieuze, niet-jaloerse, Amerikaanse mannen die haar de titel van winnaar keer op keer gunnen. In de jaren ’60 en ’70 bestonden er blijkbaar geen glazen plafonds of plakkerige vloeren. Ze krijgt de kans om te blijven groeien en wordt geen strobreed in de weg gelegd, tenzij van zichzelf. Het ultieme schaakspel van de reeks, tegen de wereldkampioen Vasily Borgov, gaat door in de voormalige Sovjet-Unie. Beth gaat alleen naar Moskou, maar krijgt al snel telefonisch advies van haar Amerikaanse schaakvrienden. Beth Harmon is een vernieuwend vrouwelijk personage. Ze combineert haar vrouw-zijn feilloos met haar status als genie. Ze is een vrouw in een mannenwereld, maar verliest haar eigenheid niet. Ze laat zich niet intimideren door zelfingenomen tegenstanders: ‘I would say that it’s much easier to play chess without the burden of an Adam’s apple’. Het zou gratuit zijn om haar op te voeren als een emotioneel, hoogmoedig en destructief genie dat ten prooi valt aan roem, foute mannen en haar jeugdtrauma’s. In plaats daarvan schrijdt ze na elk gewonnen spel met een extra portie zelfzekerheid, maar ook met een uitgebalanceerde sereniteit naar het volgende schaakbord. Dat doet the Queen’s Gambit: het laat zien dat vrouwelijkheid en genialiteit op stijlvolle wijze kunnen samengaan. Het Wes Anderson interieur krijgt u er gratis bij. Geen wonder dat deze serie de meest bekeken Netflix serie ooit is. Ik keek ernaar en dacht: in die wereld wil ik ook leven. En ik kan niet eens schaken. Dochter: De queen is echt indrukwekkend. Moeder: Oh, kijk je naar The Crown? Dochter: Nee, The Queen’s Gambit.

Lore Dewulf
42 1

Grote borsten kunnen gevaarlijk zijn

‘Ik werd hartstikke ziek van die borstimplantaten’. Lize Korpershoek vertelt openlijk over haar borstvergroting, van A tot Z (nee, dit gaat niet over haar cupmaat). Haar beweegredenen: ‘ik voelde me minder vrouw, omdat ik kleine borsten had. Ik voelde me onaf.’ Het voormalig fotomodel voelde zich onzeker in haar lijf. Puntjes voor het patriarchaat. De ingreep was ‘fokking pijnlijk’, het herstel ook. Alhoewel, herstel is een groot woord. De pijn verdween niet meer. Na een dure operatie, waarbij dokters sneden in haar borstweefsel om de siliconen in te brengen, was pijn een gratis extraatje. De kers op de taart, de tepel op de nepborst. Lize had, samen het haar grotere borsten, ook last van andere symptomen, gaande van heel erg vermoeid, tot hevige pijn in rug en schouders. De lijst met klachten werd alsmaar langer. Ze ging naar verschillende dokters en specialisten, op zoek naar iemand die haar kon vertellen wat de oorzaak was van haar afgepeigerde en pijnlijke lijf. Nee hoor, de implantaten zaten er voor niets tussen. Voor niets? Welja, ze hadden natuurlijk een handjevol geld gekost, maar de oorzaak van haar gezondheidsklachten kon ze best elders zoeken. Na lang zoeken kwam Lize via via bij Breast Implant Illness terecht. Ze leerde dat haar lichaam de borstimplantaten als iets lichaamsvreemd zag. Maar omdat de implantaten te groot zijn (in tegenstelling tot bijvoorbeeld een splinter), kan het lichaam ze niet afstoten. Tijd voor plan B: het lichaam kiest ervoor het implantaat in te kapselen in bindweefsel, wat bij veel vrouwen resulteert in pijnlijke borsten. En dit is nog niet alles: siliconen zijn giftig. Het is een aanslag op het immuunsysteem, het kan organen en klieren besmetten en het kan vele functies van het lichaam schaden. Lize deelt haar verhaal om meisjes en vrouwen te informeren, omdat ze zelf niet voldoende geïnformeerd werd. Ze voegt hier aan toe: ‘ik moet toegeven dat ik waarschijnlijk niet geluisterd had naar informatie over de risico’s verbonden aan de ingreep en aan het implantaat, omdat ik zo overtuigd was van mijn grote borsten-beslissing’. Vrouwen die hun borsten laten vergroten en implantaten laten zetten, krijgen standaard te weinig informatie. Ook al zijn artsen wettelijk verplicht om hun patiënten in te lichten, toch gebeurt het onvoldoende. De gevaren van borstimplantaten zijn onvoldoende bekend en daar zit de sterke lobby van de farma industrie voor iets tussen. Johnson & Johnson (niet te verwarren met het komisch duo uit de Kuifje Strips, Jansen en Jansen) speelt een vuil spel met de regelgevende instanties. Een Amerikaans gezondheidstoezichthouder vroeg in 2006 een tienjarige studie naar borstimplantaten, met 40 000 vrouwen. Op die manier zouden ze data verzamelen over de impact op de gezondheid en het lichaam. Drie jaar later had méér dan de helft van de vrouwen afgehaakt. Toeval of slechte wil? Dat laat ik in het midden. Het echte slechte nieuws: de gezondheidstoezichthouder liet het daar gewoon bij. Waar is Erin Brokovich als je haar nodig hebt? In 2010 was er in Frankrijk een schandaal met PIP (niet te verwarren met één van de twee hondjes uit Woezel en Pip): de borstprotheses waren gemaakt van slechte, irriterende gel en met een omhulsel dat kon scheuren. De Franse fabrikant Poly Implant Prothese (PIP) had de toezichthouder jarenlang misleid, waardoor de fraude onder de radar bleef. Het slechte nieuws: 150.000 slachtoffers moesten borstimplantaten laten verwijderen. Het slechtere nieuws: veel dokters konden niet vertellen welke van hun patiënten effectief PIP implantaten hadden. Die info ontbrak. Of vrouwen al dan niet een borstvergroting willen, is een persoonlijke beslissing. Maar ze moeten wel correct geïnformeerd worden over de gezondheidsrisico’s. Ook moeten ze serieus genomen worden wanneer ze met gezondheidsklachten bij de dokter komen. Nee, ze zijn niet hysterisch of paranoïde. Naast patiënten, moeten ook dokters geïnformeerd zijn over de risico’s en de klachten, zodat ze die sneller kunnen herkennen.Vergeet the X-files en hun onoplosbare dossiers. Tijd om u in te lezen in The Implant Files.   Moeder: Ik hoorde vandaag een mop op de radio. Het plekje tussen de borsten van Pamela Anderson heet Silicon Valley. Dochter: Wist je dat er in Silicon Valley heel veel giftige stoffen in de bodem zitten? Moeder: Oh, de mop is bijtender dan ik dacht.

Lore Dewulf
186 2

Wat ik mis in de lockdown

Tijd voor een bekentenis. Ik was gisteren op zoek naar die mooie bloempot, toen ik mijn knalrode vaas terugvond. Die nam ik ooit als een soort trofee mee na een avondje stappen. De vaas is spuuglelijk, maar dat was op het moment van het ontvreemden wel het laatste van mijn gedachten. De vaas behoorde toe aan het interieur van een gloednieuw hotel. Het hotel opende net zijn deuren en dat moest natuurlijk feestelijk gevierd worden met mannen in maatpakken en vrouwen in avondjurken. Mijn lief en ik waren op wandel, op zoek naar een café in de stad dat ontdekt moest worden. Het was donker op straat, het tafereel binnen baadde in het licht. We zagen groepjes mensen in geanimeerde gesprekken, er waren bubbels (de goeie soort), er waren verfijnde hapjes op een lopende band en bovenal, er was niemand die zich bezighield met wie het hotel binnen of buiten ging. Mijn lief en ik wisselde een blik, grijnsden naar elkaar en glipten binnen. We dronken te veel en we aten om dat te compenseren. Ik bleef maar kirren hoe fantastisch ik het systeem van de lopende band vond, onderwijl het ene na het andere hapje van de band pakkend. We voerden gesprekken met wildvreemden ('hebben jullie de lopende band met hapjes al gezien?'). Sommigen fluisterden ons toe dat ze wel wisten dat wij niet uitgenodigd waren, anderen vroegen geïnteresseerd wat onze functie was (‘hij iets met sales, ik iets met HR’). Ik staakte mijn zoektocht naar mijn mooie bloempot en haalde de vaas van de plank. Ik kocht bloemen en zette ze op de tafel in de woonkamer. De vaas werd het symbool van al wat ik mis in deze tijden. Ik mis de spontane en onberekende plotwendingen van elke dag. Ik zou zowaar la casa de papel beginnen bingewatchen om toch maar verrassende, ja zelfs vergezochte plotwendingen mee te maken. Ik mis het aan de praat raken met iemand van buiten je cirkel. Onvoorspelbaarheid kan in de juiste dosis inspireren, scherp houden en energie geven. Ik zit gevangen in een keurslijf van voorspelbaarheid. Er is geen opening voor een toevallig gesprek en geen gesprek tijdens een toevallige opening. Tijdens het schikken van de bloemen in mijn rode vaas wist ik plots wat het is dat ik mis in deze lockdown: serendipiteit. En mocht u aan één bekentenis niet genoeg hebben, hier is er nog één. Ik voel me nog altijd schuldig over het ontvreemden van die vaas. Ik heb al een plan als deze lockdown voorbij is: ik breng de vaas terug naar het hotel en informeer intussen of die lopende band met hapjes nog in gebruik is.   Dochter: Ik las net in de krant dat een hotel in de stad failliet is. Check die foto. Hebben wij niet net zo’n vaas als in die lobby? Moeder: Ahja, inderdaad. Wat een toeval.

Lore Dewulf
34 1

Herfstchrysanten en angstschreeuwen

Daar lig ik, op de behandeltafel van de dokter, in mijn ondergoed, met de buitendeur open. De verpleegster heeft corona al de schuld gegeven (een open deur, als u het mij vraagt) en gaat de dokter halen, met de woorden ‘ze komt er zo aan, mevrouw’. Twintig minuten wachten op een laattijdige dokter in je BH en slip valt niet onder de categorie ‘tien activiteiten die je moet doen nu het herfst is’. Bij het binnenkomen trekt de dokter, weinig verrassend, ook de coronakaart. Ik wil haar erop attenderen dat corona aan veel zaken schuldig is, maar niet aan het feit dat zij haar niet aan de afgesproken uurregeling houdt. Na vijf minuten onderzoek neemt ze afscheid op gepaste wijze: ‘dat is dan 75 eurootjes, mevrouw’. Verkleinwoorden, het is een kunst te weten in welke context ze te gebruiken. In de herfst, het seizoen met een disproportioneel aantal medeklinkers, is het tijd om weer muren op te trekken tussen de binnen- en de buitenwereld. In de zomermaanden vervaagt het onderscheid tussen binnen en buiten. Of om het met de woorden van mijn jeugdvriendin te zeggen: ‘het verschil tussen een gesloten en een open glazen deur merk je pas als je er met je gezicht tegen loopt’. Welke les ik daaruit leerde? Poets nooit glazen deuren in de zomer. Ik voegde er nog aan toe: of ramen. U weet maar nooit. In de herfstmaanden is er een duidelijke scheidingslijn tussen binnen en buiten. De buitenwereld is een wereld op zich, één met een eigen dresscode (een passe montagne of apenmuts, iemand?) en specifieke activiteiten (paddenstoelen fotograferen met stip op één). Bepaalde buitenactiviteiten kunt u toekennen aan een specifiek seizoen (gooien met waterballonnen of sneeuwmannen maken), maar wandelen kan werkelijk in elk seizoen. Enkel de randactiviteiten zijn seizoensgebonden. Gezellige picknick op het gras versus op dat ene droge plekje op dat bankje gaan zitten voor wat snelle suikers en merken dat dat plekje toch niet zo droog was. Of u beslist om buiten te komen ondanks of dankzij de herfst, laat ik aan u over. Maar zoals David Lynch zegt: ‘Just slow down and it becomes more beautiful’. Ik zou maar snel mijn apenmuts en wandelschoenen aantrekken. Dus geen angstschreeuwen de komende tijd, wel het tellen van herfstchrysanten. Mocht u het spelletje ‘woorden met de meest opeenvolgende medeklinkers’ spelen op één van uw wandelingen, dan heb ik net de twee topantwoorden uit mijn wollen mouw geschud. Geen dank.   Moeder: Ga je mee naar buiten? Dochter: Wacht even, ik ben bezig. Moeder: Wat ben je aan het doen? Dochter: Ik poets jouw bril, zodat je niet nog eens tegen de glazen deur loopt.

Lore Dewulf
34 2

Gratis therapie en stylohandjes

Mijn moeder is handig: ze vernist, schildert en stukadoort. Ik erfde haar handigheidsgenen niet. Toen ik toch eens een poging waagde, zag ze het met lede ogen aan. ‘Lore, je hebt stylohandjes’. Ik veinsde verontwaardiging en kreeg de slappe lach: ‘Wát heb ik?’. Iemand met stylohandjes is niet handig in het uitvoeren van ruwere handenarbeid. Desbetreffende personen kunnen beter bureauwerk doen met behulp van stylo’s en andere ongevaarlijke bureau artikelen. For the record: mijn moeder had uiteraard gelijk. Zonder air quotes. Wat je wél kan met stylohandjes? Schrijven, bijvoorbeeld. Dat ontdekte ik al als kind, toen ik een dagboek bijhield. Mijn eerste exemplaar was bloemig en voorzien van een hartvormig hangslot. Ik schreef met mijn tienkleurige balpen over vriendinnetjes, uitstapjes en mijn kat, in het geel, het roze en het paars.Later maakte het bloemige exemplaar plaats voor A5 schriften. Ook de toon veranderde: mijn kat maakte plaats voor bijna-liefjes, liefjes en niet meer liefjes. Daar valt heel wat over te schrijven, zo leerde ik onlangs van mijn 16-jarige zelf. Ik schreef hele schriften vol, maar in wezen is de samenvatting van die periode simpel: ik staarde afwisselend naar jongens en naar mijn eigen navel. Daarna volgden enkele jaren van schrijfonthouding – enter studeren en kinderen baren - maar ik keerde terug naar mijn oudste liefde. Het was Julia Cameron die me met haar boek The Artist’s Way terug over de streep trok. Mijn dagboeken werden Morning Papers en mijn schriften werden zwart, elegant en ingebonden. Het dagboek is een ondergewaardeerd genre, omdat het vaak gezien wordt als iets meisjesachtig. Ik hoorde gisteren een man op de radio die met tegenzin toegaf dat hij een dagboek bijhield. Het leek alsof hij zich schaamde voor zijn schrijven. Nochtans gingen mannen van divers allooi hem voor: Charles Darwin, Kurt Cobain, Che Guevara, Franz Kafka. Allemaal dagboekschrijvers. De man op de radio noemde zijn dagboek een journal, om zijn zelfverklaarde imagoschade te minimaliseren.Ook vrouwen mijden de term dagboek. Connie Palmen kiest voor het bijhouden van een logboek, ze noemt een dagboek regressief en de handeling omschrijft ze als ‘dat machteloze schrijven’. Misschien is de naam van de verpakking van ondergeschikt belang. De handeling van het schrijven verdient de aandacht. Schrijven is verhelderend. Het helpt om gedachten vast te grijpen of af te maken (afmaken als in ‘mijn buurman maakt kleine katjes af’ en afmaken als in ‘mijn buurmeisje maakte de theaterschool af’). Schrijven kan u in het ergste geval existentiële crisissen bezorgen en in het beste geval die crisissen bedwingen. Schrijven laat u zien dat u niet alles moet geloven wat u denkt (‘ik zal nooit een serieuze job vinden omdat ik stylohandjes heb’). Schrijven is, in tegenstelling tot spreken, een minder impulsieve daad. Met schrijven kunt u tijd kopen en oordelen uitstellen. Toen ik onlangs mijn zolder opruimde, kwam ik een bananendoos vol dagboeken tegen. Ik bladerde in mijn schriften en las flarden tekst opnieuw. Het voelde vreemd en soms gênant. Er de spot mee drijven lijkt me gratuit. De fik erin, dacht ik. Ik stookte een vuurtje in de tuin en gooide één voor één mijn dagboeken erin. De dag erna schreef ik erover in mijn Morning Papers. Dochter: Mag ik eens voorlezen uit mijn dagboek? Moeder: Ja hoor, graag. Dochter: ‘Vandaag gingen we zwemmen. Ik deed een gekke truc, te gek om uit te leggen hoe het zat. Binnen een kwartiertje doen we een aperitiefje. PS: mama is al begonnen’. Moeder: Ah, ik heb geen dagboek meer nodig. Mijn belangrijkste activiteiten worden al geregistreerd.

Lore Dewulf
24 2
Tip

Spoiler alert: vrouwen hebben ook namen

‘U bent de mama van….?’, vraagt de leerkracht aan het onthaal. Ik zeg mijn naam, maar weet dat hij die niet zal onthouden. Ik heb geen naam, ik ben de naam van mijn kinderen, met ‘mama van’ ervoor. Sommige volwassenen gaan een stapje verder, zij spreken mij aan met mama in het bijzijn van mijn kinderen (zonder aanwezigheid van mijn kinderen zou dit het moment zijn waarop een stemmetje in mijn hoofd zou roepen: ‘lopen!’). Ik vind dat niet alleen tenenkrullend, het is ronduit akelig. Vorige week nog zei de kindertandarts tegen mij: ‘Dan mag je volgende week opnieuw een afspraak maken, mama’. Eigenlijk wil ik dan graag zeggen dat ik zijn moeder niet zou kunnen of willen zijn, dat hij uiteraard ook recht heeft op wat moederliefde en dat ik het jammer zou vinden mocht hij geen moederliefde krijgen en dat… ‘Lukt volgende week dinsdag, mama?’. ‘Ja hoor, geen probleem’. Vroeger, toen ik nog niet de surrogaatmama van de kindertandarts was, maar zelf nog een kind, kreeg ik vaak de vraag: ‘Ah, ben je dan de dochter van H.’? De naam van mijn vader deed belletjes rinkelen. Mijn eigen naam bestond niet op zich, die werd vastgehaakt aan de naam van mijn vader. Barack Obama erkent deze gevoelige kwestie en geeft een speech waarin hij zichzelf aankondigt als: ‘For those of you who don’t know me, I’m Michelle’s husband’. Zijn uitspraak wordt onthaald met luid applaus. U zult Barack Obama de kneepjes van het vak niet leren. Maar u en ik weten allebei dat de man van Michelle Obama eerder aan de progressieve kant van het spectrum staat. Kranten en boeken staan vol met dochters, moeders en vrouwen van. Deze week nog ‘vriendin van Stijn Steels fotografeert de blote buik van de zwangere vrouw van Wout Van Aert’. Welkom in 2020, jongens. Wat dacht u van ‘Layla Vancompernolle fotografeert de blote buik van Sarah De Bie’. Nogmaals, welkom in 2020. Kunnen we gezamenlijk afspreken dat we vanaf 2020 vrouwen bij hun naam noemen en hen niet meer aanspreken via de naam van hun vader, zoon en broer? In de naam van de moeder, de dochter en alle heilige vrouwen. Amen.   Dochter: Ik vind het raar dat de tandarts mama tegen jou zegt. Moeder: Ik ook! Dochter: Zal ik hem de volgende keer broer noemen?

Lore Dewulf
119 12

Waarom kinderen en jongeren geen goesting meer hebben om te lezen

De helft van de Vlaamse vijftienjarigen vindt lezen tijdverlies. Dat lees ik in het internationaal PISA-onderzoek van 2018, een onderzoek waarbij 5.000 Vlaamse leerlingen uit verschillende onderwijsvormen bevraagd werden. En dat is nog niet alles: van alle 79 onderzochte landen en regio’s noteert Vlaanderen de laagste score op leesplezier. Schrijnende cijfers? Ik dacht het wel. Kinderen en jongeren krijgen geen kans om leesplezier te ontwikkelen. De consequenties hiervan zijn veel ruimer dan u aanvankelijk zou denken: kinderen die meer plezier halen uit lezen, presteren op schools vlak significant beter dan andere leerlingen. Van waar komt die negatieve houding tegenover lezen? Het zou makkelijk zijn om met de WhatsApp vinger (de vroegere sms duim) te wijzen naar de smartphone. Dat gaan we even niet doen, want dat brengt ons niet tot de kern van de zaak. Het zou ook makkelijk zijn om met de vinger te wijzen naar het onderwijssysteem. Laat ons dat wel even doen, want hier ligt met zekerheid een groot deel van het probleem. Ons Vlaams leesonderwijs is achterhaald en verschillende wetenschappers zien dit als oorzaak voor het belabberde leesplezier. Leerkrachten blijven kennisgerichte vragen stellen over fictieteksten waardoor leerlingen niet echt kunnen genieten van het lezen. Vraag dus niet what is poetry?, maar verleg de focus meer naar het plezier waarvan O captain, my captain uitgaat. Robin Williams zal u dankbaar zijn. Het fnuiken van het leesplezier begint al vroeg. Want vanaf het eerste leerjaar wordt gewerkt met het AVI systeem. Kort door de bocht: Dat. Systeem. Werkt. Niet. Ook al hoor ik al vijf jaar over AVI-niveaus, het is maar sinds kort dat ik weet dat deze afkorting staat voor Analyse van Individualiseringsnormen. Ik dacht tot voor kort dat het stond voor Afwijzen Van Interesse. Het bepalen van het AVI-niveau heeft een negatief effect op het leesplezier. Alle wetenschappelijke geledingen zijn het daar over eens. Lezen wordt door leerlingen te veel geassocieerd met werken. Daarnaast is het systeem afstompend. Kinderen moeten tegen de klok een tekst lezen om een bepaalde score, een bepaald niveau te halen. Maar wat doe je met kinderen die heel graag lezen, maar traag zijn in hardop lezen? Of een kind dat struikelt over zijn woorden, alleen omdat het een toets is? Mijn dochters kregen in het eerste leerjaar AVI-niveaus, de ene passend bij haar effectieve leesniveau, de andere totaal niet passend. Maar zelfs na het correct toekennen van het passende leesniveau bij mijn ene dochter, gaf de juf niet op. Ze moest en zou het leesplezier ondergraven. Zo kreeg mijn dochter op een dag te horen dat ze het verkeerde boek had gekozen uit de klasbibliotheek. Ze wou het gekozen boek graag lezen omdat het een leuk boek leek. De juf verbood het boek te lezen, omdat het niet tot het juiste AVI-niveau behoorde (for the record: het was één niveau boven of onder haar eigen leesniveau). Tot zover het stimuleren van leesplezier. Een juf met een missie, zo heb ik ze graag. Andere dochter, ander verhaal: ze kon op school geen plezier voor lezen ontwikkelen omdat ze werd ingedeeld in een veel lager leesniveau dan haar effectieve niveau. Zo ziet u maar: er zijn verschillende strategieën om kinderen het leesplezier te ontnemen. Het is een kwestie van kiezen. Gelukkig hebben mijn dochters het geluk om ook juffen en meesters te ontmoeten die hen het plezier in lezen voorlezen en voorleven. Mijn dochters lezen ontzettend graag, maar dat is ondanks en niet dankzij de AVI-niveaus.   Dochter: moeder, waarom lezen wij? Moeder: omdat we niet op dezelfde leest geschoeid zijn als jouw juf van het eerste leerjaar.

Lore Dewulf
112 0
Tip

Donald de Stomme, een parlement uilen en woordarmoede

Groepen dieren krijgen specifieke namen. Denk maar aan een kolonie mieren, een kudde koeien, een meute wolven, een roedel honden. Minder bekende voorbeelden zijn een vendel ganzen, een toom kippen en een parlement uilen. Ik moet toegeven dat de namen van de meeste groepen mij onbekend waren. Maar ik kom nu eenmaal niet dagelijks in contact met een vendel of een toom. Laat staan een parlement. Over hoeveel woorden de Nederlandse taal kent, is geen eenduidigheid. Er gaan verschillende stemmen op: van 1 tot 5 miljoen woorden. Discussies gaan dan over het al dan niet meetellen van samenstellingen, afleidingen, … Ik zocht het even op: er bestaat ook een Taaldatabank van het Instituut voor de Nederlandse taal. In deze computer worden alle woorden en woordvormen (lezen: lees, leest, las, lazen,…) opgeslagen van de 12de tot en met de 21ste eeuw. Die bevat al meer dan 60 miljoen woorden. En toch, toch heb ik soms het gevoel dat de mogelijkheden van de taal  ontoereikend zijn om mijn gedachten te verwoorden. Daar bestaat een mooi woord voor: woordarmoede. Ook al is een taal nog zo uitgebreid, soms schiet ze tekort. Ik hou van het zoeken naar het meest geschikte woord. Juist en accuraat omschrijven van gedachten, situaties, omstandigheden is voor mij soms geen middel, maar een doel op zich. Dat is niet alleen zo in het Nederlands, ook de Engelse taal heeft zijn limieten. Ene meneer Trump zei namelijk, and I quote: ‘I’m highly educated. I know words. I have the best words. I have the best, but there is no better word than stupid’. Daaruit zouden we kunnen concluderen dat we het niet altijd te ver moeten zoeken met die woorden. Less is more, ziet u. Het less is more-advies wordt al eeuwen toegepast. We spreken over Karel De Stoute, Alexander De Grote, Filips De Goede en Jan Zonder Vrees. Als er ooit een stemming komt over een gelijkaardige naam voor Trump, dan hoop ik oprecht dat de Amerikanen kiezen voor Donald De Stomme. Stom is niet enkel een synoniem voor dom, het betekent ook ‘niet in staat om te spreken’. Now we’re talking.   Moeder: Waarover vertelden ze in Karrewiet? Dochter: Over de nieuwe regering. Ze hadden het ook over het parlement. Wat is dat eigenlijk? Moeder: Een parlement is een ander woord voor een groep uilen.

Lore Dewulf
312 6

Mannen in stofjassen en de schokkende waarheid van Milgram

Hoeveel pagina’s heeft een inleiding? Draagt uw boekenkast ook het boek ‘Psychologie: een inleiding’? Het is een knoert van een inleiding: het duurt een slordige 916 pagina’s vooraleer je ingeleid bent in de psychologie. Toen ik het boek voor het eerst in handen kreeg, spraken de psychologische theorieën en de sensationele experimenten tot mijn verbeelding. De vrouw die de lessen algemene psychologie verzorgde (ik kan me haar volledige naam niet meer herinneren, alleen nog dat die op een –y eindigde), kondigde aan dat een groot deel van dit boek cursusmateriaal was. Dat is meteen ook de reden waarom ik nog steeds weet hoeveel pagina’s dit boek telt. Mevrouw Y droeg voor de gelegenheid een truitje met een glinsterend vliegend paard op. Was het een verwijzing naar een optische illusie uit het boek? Ik durfde het haar niet te vragen. We hadden het over Pavlov en zijn kwijlende hond, Skinner en zijn hongerige duiven, Milgram en zijn gehoorzame proefpersonen. Vooral de experimenten van Milgram lieten me geschokt achter (pardon my french). Milgram passeerde de revue, ik passeerde mijn examen. Milgram verdween naar mijn achterhoofd tot ik het boek De meeste mensen deugen: een nieuwe geschiedenis van de mens las. Rutger Bregman legt in dit boek bevattelijk uit waarom de resultaten van heel wat populaire wetenschappelijke experimenten niet kloppen; zo ook de experimenten van Milgram.   De schokkende waarheid van Milgram Stanley Milgram vroeg twee proefpersonen een lootje te trekken om te bepalen wie leraar en wie leerling zou zijn in het experiment. De leraar moest plaatsnemen aan de schokmachine. De leerling moest vragen van de leraar beantwoorden. Bij elk fout antwoord moest de leraar de leerling een stroomschok toedienen met behulp van de schokmachine. Bij elk fout antwoord van de leerling, gaf een man in een grijze stofjas de leraar opdracht om een schok toe te dienen. De schokken werden gradueel opgebouwd: de voltage werd steeds hoger. De leraar startte bij 15 volt, maar bouwde via sprongen van telkens 15 volt (30 – 45 - …) op tot 450 volt. De stroomschokken waren nep en de leerlingen waren medewerkers van Milgram. Milgram wou onderzoeken hoe ver de leraar zou gaan in het toedienen van de schokken. De leraar kon de leerling niet zien, enkel horen. De leerling schreeuwde wanneer de steeds hevigere schokken toegediend werden, bonkte op de muur of smeekte om te stoppen.   De man in de stofjas De New York Times kopte in 1963 ‘Sixty-Five Percent in Test Blindly Obey Order to Inflict Pain’. Los van het feit dat het storend is dat ze hun titel verneuken door het overdreven gebruik van hoofdletters, kunnen we gerust stellen dat ‘Blindly Obey Order’ ‘Ietwat Scherp Geformuleerd’ is. Milgram zelf gebruikte zijn onderzoeksresultaten als ultieme verklaring voor de Holocaust. Hij schilderde de menselijke soort af als wezens die klakkeloos bevelen opvolgen door een autoritair persoon (a.k.a. de man in de stofjas). Bregman onderzoekt het onderzoek en belicht een aantal flagrante fouten. Milgram was eerder een theatermaker dan wetenschapper. Wie zich niet aan het script hield, werd zwaar onder druk gezet. Leraren die geen schokken wilden toedienen, werden tot 9 keer door de man in de stofjas gedwongen om verder te gaan (a.k.a. The People Who Blindly Obey Order). Er is ook bewijs dat bijna de helft van de leraren niet geloofden dat de schokken echt waren. Dat is niet verwonderlijk: hoe zouden marteltechnieken in een onderzoeksetting ooit door de ethische beugel kunnen in een prestigieuze universiteit als Yale?   De mediageile wetenschapper Milgram maakte zijn onderzoekresultaten wereldkundig. Hij beschreef de resultaten als ‘diepe en verontrustende waarheden over de menselijke natuur’ (a.k.a. de mediageile wetenschapper). In zijn dagboek vroeg hij zich echter af of de onderzoeksresultaten verwezen naar significante wetenschap of alleen naar effectief theater? Hij schreef: ‘ik ben geneigd de laatste interpretatie te accepteren’. Het experiment van Milgram en de tot de verbeelding sprekende resultaten zijn bekend bij een heel breed publiek. De conclusie ‘mensen volgen blindelings bevelen op door een autoritair persoon’ is ongecompliceerd en geeft mensen een houvast om verklaringen te geven aan genocides, zoals de Holocaust. Hoe graag we dit ook willen geloven, de waarheid is vaak genuanceerder en gecompliceerder.   Durf denken Ik heb al gans mijn leven een fundamenteel en quasi onverwoestbaar geloof in de kracht van de wetenschap. Het lezen van Bregmans boek dwingt me mijn visie bij te stellen. Ik ben niet sceptisch tegenover wetenschap, eerder nog kritischer dan voorheen.Mijn Alma Mater, de Universiteit Gent, vat het mooi samen: ‘Durf Denken’. Als u beslist ongenuanceerd te zijn in hetgeen u van dit betoog wil opsteken, kies dan voor het toepassen van deze slogan.   Moeder: heb je al je woordpakket gestudeerd? Dochter: ja, maar ik weet niet wat het woord ‘stofjas’ betekent. Moeder: dat is een jas voor mannen die denken dat ze door het aantrekken ervan anderen kunnen commanderen.    

Lore Dewulf
241 0

Tellen tot drie, slapen en de Wallen van Amsterdam

Als snel in slaap vallen een olympische discipline was, won ik zonder verpinken de gouden medaille. Wanneer mijn hoofd mijn hoofdkussen raakt, maak ik in minder dan één minuut de oversteek. Ik slaap tot mijn wekker afgaat, of tot één minuut daarvoor (geconditioneerd zegt u?). De laatste maanden maakte ik echter kennis met insomnia. Het in slaap vallen binnen de minuut bleek nog altijd on point, maar plots werd ik midden in de nacht wakker om de slaap niet meer te kunnen vatten. Nu kan u allerlei trucjes gebruiken om terug de slaap te vatten. Eén daarvan is een app waarbij een nasale stem u vraagt om terug te tellen van 1000 naar 0. Ik kan u verzekeren: mijn frustratiegehalte telde omgekeerd evenredig op terwijl ik de nummers aftelde. Het leek een langgerekte overgang van oud naar nieuw (u kent het wel: glaasje bubbels in de hand, aftellen en toch niet té dicht in de buurt staan van die creep die al een uur lang elke vrouw in de feestzaal aanspreekt om te informeren of ze als eerste met hem wil kussen op middernacht.). Mijn concentratie verlegde zich gaandeweg, eerst tussen de honderdtallen, daarna tussen de tientallen. Bij 933 vroeg ik me af hoe ik me kon laten verleiden door een app, bij 897 vroeg ik me af wie in godsnaam deze app had gemaakt en bij 883 moest ik uit bed om op te zoeken wie de maker van die app was en om te checken of ik misschien toch een vorm van dyscalculie heb (kan iedereen vlot achteruit tellen? Eerlijk?). Vanaf het moment dat ik moeder werd, zie ik slapen als een kostbaar goed. Ook al levert slapen soms de meest onflatterende foto’s op. Ik hoop oprecht dat niemand ooit de fotoreeks in handen krijgt van onze Italiëreis in het zesde middelbaar waarbij het een sport was om een klasgenoot te fotograferen terwijl die in een semi-comateuze toestand op de bus sliep. U wilt niet weten hoeveel kwijl en dubbele kinnen er in één fotoboek gebundeld zijn. Ik behoorde niet tot de groep newborn moeders die gezegend was met doorslapende baby’s, niet op de leeftijd van één maand, een half jaar of één jaar. Ouders die mij vol trots vertelden dat zoon- of dochterlief na enkele weken al doorsliep kon ik geen ruimte geven. Ik kon hen alleen maar aanstaren, met een bleek gezicht en wallen die meer in het oog spongen dan de Wallen van Amsterdam. Ondertussen slapen mijn dochters doorgaans door (langgerekte avondrituelen daar gelaten: ‘ik heb nog één vraagje’). Maar ik ben nog steeds geen moeder die zomaar een kinderslaapkamerdeur kan opengooien om me te vergapen aan de schoonheid van een slapend kind. Doorslapen is één ding, vast slapen iets totaal anders. Wanneer ik me toch in hun kamer waag, krijg ik steevast de vraag: ‘Wat is er, mama? Wat doe je hier?’. Waarna ik sus en mompel dat ik de vuile was kom halen. Ik vraag u dus geen tips om mijn – hopelijk tijdelijke - insomnia te bestrijden, enkel tips om zo stil als mogelijk mijn slapende dochters te aanschouwen in de nacht.   Dochter: Weet je nog hoe je vroeger zei: ‘ik tel tot drie en dan vertrekken we’. Moeder (glimlacht): Ja, maar dat werkte alleen als jullie nog kleuters waren. Dochter: Nu doe je hetzelfde met jezelf. Maar eigenlijk is het niet eerlijk: als volwassene krijg je véél meer tijd.   Moeder: ? Dochter: Je telefoon telt tot 1000 en dan pas moet je slapen.

Lore Dewulf
12 0

Refugee walk, ontoereikend cynisme en dikke duimen

Met één oog check ik whatsapp op mijn telefoon: ‘nieuwe groep aangemaakt: Refugee walk’. Meteen daarna volgt de vraag naar voorstellen voor een groepsnaam voor ons team. Ik zie ‘solitaire mieren’ verschijnen. Wie dit bedacht heeft? De andere leden van mijn gezin. Dit wekt bij mij vragen op: ‘Wiens voorstel? Of komt dit uit de groep? Is dat wel mogelijk bij solitaire mieren?’. Ik krijg een antwoord terug: ‘Het is het resultaat van een gezamenlijke brainstorm. We zijn solidaire mieren, geen solitaire’. Ziehier de reden waarom je beter niet met één oog naar je telefoon kijkt. Samen met 1869 anderen wandelden we als solidaire mieren de Refugee walk, georganiseerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Door de samenstelling van ons wandelgezelschap – de helft van onze groep gaat nog naar de lagere school – kozen we voor de 10 kilometer. De andere optie was de volle 40 kilometer en laat ons eerlijk zijn: geen enkele 8-, 9- of 10- jarige zit daarop te wachten. Ofte: hoe je je kinderen schaamteloos kan inschakelen om je eigen mankerende conditie te maskeren. Elk ingeschreven team voor de Refugee walk krijgt een goodiebox met shirts voor alle deelnemers, een boekje met verhalen van vluchtelingen en een drankje. Na de wandeling vraagt mijn oudste dochter of ze haar Refugee walk shirt de volgende dag mag aandoen voor school. ‘Dit is mijn nieuwe lievelingsshirt, ik wil die tonen aan mijn klasgenoten. Ik wil hen ook graag vertellen over onze sponsorwandeling. Misschien willen zij volgend jaar ook allemaal meedoen!’. Het is gebeurd. De kinderlijke onschuld is verdwijnen, die heeft plaatsgemaakt voor een moreel reagerende mens. Ik mag dan wel eens cynisch uit de hoek komen, in deze context smelt mijn cynische zelf. Weet u wat het is: cynisme is een theorie van alles: het klopt altijd. Maar wat is het omgekeerde van cynisme? Naïviteit? Is het naïef dat u idealen heeft, dat een kind idealen heeft? In dit geval vind ik het noodzakelijk om totale relativering te weigeren, om te weigeren om bepaalde waarden af te geven. Het toeval wil dat ik diezelfde avond naar Becoming keek, de documentaire van Michelle Obama. De voormalige First Lady praat met iedereen, van de Queen of England tot tienermeisjes uit achtergestelde Amerikaanse buurten. Ze motiveert en inspireert en geeft de jonge – vooral vrouwelijke - generatie mee dat ze, net als hen, zoekende is in het leven. Dat ze moeten geloven in zichzelf. Dat zij ook een heel lange weg heeft afgelegd. Michelle Obama heeft heel goed begrepen dat de anderen maar zo dom zijn als jij ze maakt. In die zin behoort ze tot de beperkte groep Grote Empathische Leiders: ze predikt verbondenheid in plaats van tegenstellingen. Daar kan geen cynicus tegen op.   Dochter: Geef eens je hand. Moeder: Waarom? Dochter: Ik ga je duim meten. Moeder: Euh… Ok… Mag ik ook weten waarom? Dochter: Als je me een duim geeft, wil ik weten of het ook een dikke duim is. Moeder: Fair enough.

Lore Dewulf
12 0

Daar zit muziek in

Blokfluit spelen met een klas ongemotiveerde veertienjarigen. Het behoorde niet tot de persoonlijke levensdoelen van mijn muziekleerkracht, maar eerder tot het leerplan waar hij aan gebonden was. Elke week hetzelfde liedje: een uitgebluste leerkracht die zijn blokfluit nam en demonstreerde hoe je een lied speelt, om zich daarna tot de klas te richten, ‘dit liedje gaan jullie vandaag leren spelen’. Op het forum van vogelvisie.nl lees ik dat er verschillende meningen bestaan over welke vogel het geluid van een blokfluit benadert. Sommigen beweren een bosuil, terwijl anderen overtuigd zijn dat het om een zwartkop gaat. Er gaan ook stemmen op richting diamantduif. Toen ik in het onderkoelde collegelokaal zat te luisteren naar mijn fluitende leerkracht, dacht ik niet aan vogels. Vogelgeluiden, of elk ander rustgevend geluid, waren nog verder weg toen de klas uitgenodigd werd om mee te fluiten. Op het examen moesten we elk om beurt een lied spelen. De leerkracht had een grijns en een grijs potloodje om je te beoordelen. Een jongen uit mijn klas kreeg een één voor aanwezigheid. Hoe hij dat klaarspeelde? Hij legde zijn muziekboek open zodat hij de partituur van het lied kon lezen (de eerste noot is een sol). Daarna bladerde hij naar de laatste pagina van zijn boek, naar de grepentabel (hoe positioneer je je vingers om een sol te fluiten?). Na elke noot keerde hij terug naar de grepentabel. ‘Ik heb genoeg gehoord’, zei de leerkracht na zeven noten, en het kleine potloodje kraste een één op de puntenlijst. Muzieklessen op zijn smalst: een opgelegd oubollig lied spelen op je blokfluit en daarop beoordeeld worden door een onverbiddelijke leerkracht met een petieterig potloodje. Onlangs keek ik naar The Eddy, een miniserie over een Jazz club in Parijs, geregisseerd door Damien Chazelle. De serie toont muziek als taal, elk personage gebruikt muziek om te communiceren. Iedereen vindt zijn plaats in en door muziek. Je hoeft de constructies van jazz niet te begrijpen om te weten wat de personages je willen vertellen. Muziek verbindt, troost, lijmt, stimuleert, spreekt, redt, creëert en eert. Ik had de serie graag integraal gezien in de muzieklessen van weleer. Dan was mijn blokfluitkennis beperkter, maar kiezen is niet altijd verliezen. Mijn jongste dochter leert piano spelen. Ze musiceert met een verpletterend plezier. Het gaat niet enkel om haar vingers op de juiste toetsen te zetten, het gaat vooral om de voldoening van het creëren. Een instrument leren spelen is soms instrumenteel, maar het is hoe dan ook niet bedoeld om te beoordelen met een grijs potloodje.   Dochter (met een zelfgemaakt castagnette in de hand): Mama, luister hier eens naar! Moeder: Wat is dat? Dochter: Hier zit muziek in.

Lore Dewulf
6 0

Het familiaal wetenschappelijk kapitaal

Net op tijd val ik binnen in het auditorium. De zaal zit afgeladen vol met universiteitsstudenten. Ik ben er één van. De prof die vooraan staat, kijkt de zaal rond en begint zijn betoog: ‘goeiemorgen dames en … heer.’ Iedereen kijkt rond en jawel, er zit één mannelijke student in de zaal. We kennen hem allemaal. Normaal zouden er nog twee andere mannelijke studenten in de zaal moeten zitten, maar die hebben na onze uitgaansavond van gisteren blijkbaar minder karakter dan ik. Drie mannen versus meer dan honderd vrouwen, dat is de realiteit in een opleiding Pedagogische Wetenschappen. Waarom kozen al die vrouwen en die drie mannen pedagogische wetenschappen en geen STEM richting, hoor ik u denken? De laatste jaren blijkt het criterium ‘wetenschappelijk kapitaal’ steeds crucialer in de studiekeuze voor een STEM richting. Sociologe Louise Archer onderzocht het wetenschappelijk kapitaal en kwam tot de bevinding dat vooral mensen uit de onmiddellijke omgeving interesse in STEM wekken. Ze noemt dit family science capital: wie opgroeit in een gezin waarin één of beide ouders beroepsactief zijn als wetenschapper of als ingenieur hoort thuis aan de keukentafel specifieke gesprekken. Deze gesprekken kunnen de belangstelling voor een STEM richting wekken. In haar onderzoek bij 1700 Britse jongeren vond ze dat de 92 meisjes die bijzondere interesse hadden in wetenschappen, er meer dan 60% opgroeiden in een gezin met een hoog family science capital. Waarom er dus zoveel dames kiezen voor humane wetenschappen, zoals bijvoorbeeld pedagogische wetenschappen en niet voor een STEM richting? Reken en tel. Het family science capital hier in huis is laag. Na een korte check van de familiestamboom kan ik meedelen dat er slechts één grootouder positief bijdraagt aan het family science capital van mijn dochters. Sinds het lezen van dit onderzoek probeer ik me aan de keukentafel te distantiëren van reacties als: ‘Oh fysica, dat snap ik geen jota van!’. In het secundair onderwijs stonden fysica en chemie bovenaan mijn lijstje ‘minst favoriete vakken’. Daar zitten mijn leerkrachten van destijds zeker voor iets tussen, maar dat is een ander verhaal. Ik wil mijn dochters onbevooroordeeld laten beslissen of ze al dan niet fan zijn van deze materie. De schoonheid van fysica en chemie wordt mij wel duidelijk als ik samen met mijn dochters naar Superbrein kijk op Ketnet. Voor wie het programma niet kent: Lieven Scheire ontvangt drie teams die tegen elkaar strijden om de titel van superbrein. In het programma mogen de kandidaten onder andere spectaculaire proeven uitvoeren en nadenken over mogelijke experimenten. Dat zat niet in het lessenpakket in mijn schooltijd. Wat dan wel? Formules moeten overschrijven van het bord (Waarom schrijf je niet? Omdat de formules in mijn boek staan. Je moet de formules overschrijven. Doe ik niet. Ok, dan ga je nu naar de directeur. Goed, dan moet ik tenminste de formules niet overschrijven.) en erlenmeyers molesteren (Wat? Hebben jullie weeral een erlenmeyer gebroken?). Weet je wat het toppunt is van family science capital? De familie Curie. Voor de goede orde: dit is geen grap. Vier Nobelprijzen op hun schouw. Marie Curie won er twee. Ze won de Nobelprijs voor de Natuurkunde met haar man. Acht jaar later won ze er nog één, deze keer de Nobelprijs voor de Scheikunde. Ik vraag me af of er ook zoiets bestaat als family human science capital? Zoniet, dan moeten we dat misschien in het leven roepen. Ik wil hier gerust aan bijdragen vanaf mijn keukentafel. Er is ook nog plaats op mijn schouw, mocht dat ooit nodig zijn. Moeder: Als je sneller wil met je rolschaatsen, kan je best een hellend vlak zoeken. Dochter: Ok. Ik begin met de opdaling, want de afdaling vind ik nu nog te eng.

Lore Dewulf
35 1

over André Hazes, Hallelujah en tatoeages

‘Leef, alsof het je laatste dag is’. André Hazes wil ons doen geloven dat het een goed idee is, maar mij lijkt het toch niet het beste advies. Ik ga niet overstag, want geef toe: wie wil er leven alsof het zijn laatste dag is? Er zijn een aantal voordelen, dat klopt. Je hoeft niet meer spaarzaam om te springen met geld. Koop die sofa met tijgerprint, laat een zwembad graven in je tuin, koop die veel te dure oranje broek. Je kan luidkeels meezingen met André Hazes zonder je zorgen te maken over je reputatie. Je kan – in navolging van André – een nieuwe vlam onder je vleugels nemen. Je kan zelfs een tattoo laten zetten met de naam van die nieuwe vlam. Onder andere omstandigheden zou ik dit ten stelligste afraden, maar op je laatste dag? Gewoon doen. En niet op je onderarm of op je schouder. Doe eens zot! Zet hem op je gezicht (als traantjes!) of op je vingerkootjes.   Er zijn ook enkele nadelen verbonden aan dit levensmotto. Die zitten naar mijn gevoel vervat in de zin: ‘pak alles wat je kan’. Daar zou ik toch, ook op je laatste dag, voorzichtiger mee omspringen. Je wil immers je laatste dag niet in een cel doorbrengen. Eens je in de gevangenis zit, krijgt deze uitspraak een heel andere betekenis.   Ik heb een zwak voor songteksten. Als student spaarde ik mijn geld om cd’s te kopen in de Bilbo. Terug op mijn kot haalde ik het cd-boekje uit de cd-doos om de songteksten te lezen. Als je niet beschikt over een ontwikkelde oog-hand handcoördinatie, is het moeilijk om het cd-boekje onbeschadigd uit dat doosje te halen. Ik kan u vertellen: ik beschadigde menig cd-boekje bij het scheider der boek en doos. Muziek luisteren met een beschadigd tekstboekje in mijn hand werd een op zich staande activiteit waar ik mezelf uren in kon verliezen.   Ik zie bij mijn jongste dochter hetzelfde gebeuren. Ze kan volledig opgaan in muziek. Daar horen schattige taferelen bij, zeker als ze een koptelefoon opzet en luidop meezingt. Ik hoorde nog nooit iemand zo schattig ‘Hallelujah’ zingen. De opgetelde pijn van Leonard Cohen én Jeff Buckley verdwijnen in het niets als je een schattig kinderstemmetje enthousiast ‘Hajelujah’ hoort zingen.   De betekenis van Engelstalige songteksten ontgaan haar grotendeels, maar bij Nederlandstalige nummers luistert ze soms aandachtig naar de teksten. Ik zag haar gisteren scrollen in mijn Vlaamse lijst (buiten de spotify omgeving klinkt dit veel fouter dan ik het bedoel). Ze koos Het Zesde Metaal. Ik kan alleen maar hopen dat ze zich niet te veel laat inspireren door songteksten.   Dochter (neuriënd): Lala… hmm hmm. Moeder: Welk liedje zing je? Dochter: Naar de Wuppe van Het Zesde Metaal. Moeder: Hoe gaat dat ook alweer? Dochter: ‘Er wordt nog altijd meer gedronken, dan dat er wordt gekotst. ’T Is nog al nie na de wuppe. Doe moa voort.’

Lore Dewulf
32 0

over halfvolle glazen, vrije uitloop en Trump

Het is zondag en ik drink in stilte mijn ochtendlijke koffie. Mijn oudste dochter dendert de trap af en voor ik ‘ik-drink-mijn-allereerste-koffie-van-de-dag-in-stilte’ kan zeggen, vraagt ze: ‘Wat betekent economie?’. De tijd dat ik haar vragen uit de losse pols kon beantwoorden en ik als een soort alwetende moeder werd aanzien, ligt al ver achter mij. Om dit in perspectief te plaatsen: mijn oudste dochter is 10 jaar. Ik weet niet of ik hier krediet mee win of eerder verlies. ‘Economie… dat is alles wat met handel en geld te maken heeft’. Ik weiger meteen google in te schakelen. Na vijf bijvragen moet ik toch verstek geven. Ik vraag me af of ze effectief zoveel bijvragen heeft of dat ze vragen blijft verzinnen tot ik door de mand val. Wat maakt het uit, het zijn de mooiste nederlagen. In plaats van de informatie voor je kinderen op te zoeken, kunnen ze zelf op zoek naar antwoorden. Zo kwam een aantal jaren geleden – toen mijn dochter net vlot kon lezen en ze elk woord op elke verpakking las – de vraag ‘wat is vrije uitloop?’. Ik gaf haar mijn telefoon en klopte mezelf op de schouder omdat ik zelfstandigheid stimuleerde. Na wat zoeken, kwam ze triomfantelijk terug: ‘vrije uitloop betekent dat de dooier stuk gaat bij het breken van het ei; het eigeel loopt uit’. Dank, internet. Onschuldige onwaarheden op internet kunnen grappig zijn, minder onschuldige onwaarheden zijn dat niet. Het impeachment verhaal van Trump is daar een goed voorbeeld van. In een video van The Daily Show interviewt Jordan Klepper Trump-aanhangers Hij vraagt aan een man met een MAGA pet: ‘So, easy advice, read the transcript. Did you read the transcript?’. De man: ‘I don’t have to. Everyone else has, so… I can read it if I need to’. Jordan knikt: ‘But it’s important that everybody reads the transcript’. De man: ‘It is! It’s very important. Pay attention and think for yourself’. Jordan: ‘But to be clear, you have not read the transcript’. Zo gaat het gesprek nog even over en weer. De MAGA supporter blijft herhalen dat je geen kuddedier moet zijn en blijft bij zijn mantra ‘think for yourself’. Klepper blijft herhalen: ‘But you didn’t read the transcript’. Als Klepper vraagt op welke bronnen hij zich baseert, krijgt hij ‘mostly facebook and twitter’ als antwoord. Wat meer boerenverstand, hoor ik u denken. Misschien. Maar dan wel geen Texaans boerenverstand als het op de impeachment kwestie aankomt. Internet bevat een schat aan informatie, maar er staat ook meer onzin op te lezen dan in alle boeken samen. Terug naar de oorspronkelijke tactiek: moeder stelt haar kennis ten dienste van de volgende generatie. Geen dank, internet.   Moeder: (…) Dus daarom zeggen de mensen dat je glas halfvol of halfleeg kan zijn. Wat zou je zeggen over jouw glas? Dochter: Het is halfvol. Moeder: Oh, dat is leuk! Maar als je dus zou omdraaien, is het halfleeg. Dochter (draait met haar ogen):  Mama, als ik het omdraai, is het helemaal leeg. 

Lore Dewulf
23 0

over palindromen, zelfvernedering en Hannah Gadsby

Nanette, de veelbesproken show van Hannah Gadsby, stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Nu ik als late adapter ook de weg naar Netflix gevonden heb, was ik klaar voor een avondje comedy. Ze begint haar show gemoedelijk: ‘My name is Hannah, and that is a palindrome. Everyone in my family has a palindromic name, it’s a bit of a tradition. There’s Mum, Dad, Nan, Bob and my brother Kayak’. Er zijn makkelijke grappen, waarmee het publiek hartelijk lacht. Gaandeweg creëert ze tijdens haar show een andere sfeer. Ze vertelt openlijk over haar jeugd. Die was allesbehalve idyllisch. Als lesbisch meisje groeide ze op in Tasmanië, tijdens een periode waarin homoseksualiteit nog strafbaar was. Toen ze ouder was, onderging ze een aantal heel akelige #metoo ervaringen. Ze heeft zeker haar deel ellende gekend in haar leven. En daar maakt ze grappen over. Dat is haar job. Dat heet zelfvernedering. Zelfvernedering op een comedy podium is geen nieuw fenomeen. Hoe ze ermee omgaat wel: ze benoemt namelijk het mechanisme van de zelfvernedering. Ze legt het bloot. Ze legt uit dat moppen uit twee delen bestaan: ‘Jokes have two parts, a question and an answer, a set-up and a punchline. The set-up builds tension, the punchline releases it. That’s my job.’ Bij verhalen ligt het anders: ‘Stories have three parts, a beginning, a middle and an end. To make a joke from a story, you have to leave out some parts of it.’ Om haar betoog te illustreren haalt ze er enkele grappen uit het eerste deel van de show terug bij. Ze vertelt het verhaal achter de grap. De verhalen zijn schrijnend. Zo vertelt ze dat ze op een avond in elkaar geslagen werd bij een bushalte. De grap was grappig, tot het een verhaal werd. Dat grappen uitleggen niet grappig was, wist ik al (‘dus: Wablieft en Wablaf zijn de namen van de twee personen die in die boot zaten!’). Maar ik wist niet dat de verhalen achter de grappen ook nefast konden zijn voor de feestvreugde. Ze werpen een ander licht op haar grappen. Als je terugblikt op het eerste deel van de show merk je dat zelfvernedering de grootste gemene deler is. Door haar verhalen of het meegeven van de volledige context  krijgt het publiek een spiegel van de kwetsbare en vernederde vrouw op het podium. Ik bewonder haar lef om het zelfvernederingsmechanisme bloot te leggen. Ze creëert een intieme sfeer tijdens de show en bevrijdt openlijk haar bestreden demonen. Comedy kan zelfspot verdragen, maar zelfvernedering gaat een brug te ver. Zelfspot werkt prima om te kunnen relativeren, om zaalshows mee op te bouwen. Maar waar eindigt zelfspot en begint zelfvernedering? En wat doet die zelfvernedering met de persoon op het podium? Verwordt het podium dan tot een zelfontworpen schandpaal? Eentje voor eigen gebruik?   Terug naar de palindromen: ik leerde proefondervindelijk dat grappen over palindromen niet altijd lichtvoetig zijn. Dochter: Mama, ik heb een raadsel. Wat is het omgekeerde van dood? Moeder (enthousiast): levend! Dochter (droog): fout! Het juiste antwoord is dood.

Lore Dewulf
39 2

over podcasts, grootmoeders en klasfoto's

‘Wiens klasfoto is dit?’. Mijn jongste dochter wijst naar een zwart-wit foto in het huis van mijn grootmoeder. Mijn 89-jarige grootmoeder volgt de vinger van mijn dochter. Ze lacht: ‘dat is een foto van mijn gezin, met mijn mama, papa, broers en zussen’. Mijn oudste dochter komt er ook bij. ‘Die foto is genomen in 1942. Toen werden nog niet veel foto’s genomen. Een gezinsfoto was uitzonderlijk in die tijd. Kan je mij herkennen op de foto?’. Beide dochters wijzen de meisjes op de foto aan, op goed geluk. ‘Ik ben het jongste meisje’. Mijn grootmoeder is de voorlaatste in een rij van elf kinderen.   ‘Er leven nog twee mensen van op die foto, één van mijn zussen en ik’. Mijn grootmoeder heeft vochtige ogen en weemoed in haar stem. ‘Hoe heet je zus?, vraagt mijn oudste dochter. ‘Thérèse? Oh, hoe grappig. Die heet een getal in het Frans’.   Vorige week luisterde ik in mijn hangmat naar Bob, de podcast van Siona Houthuys, Nele Eeckhout en Mirke Kist. Deze podcast dateert van 2017 en is ondertussen al meer dan anderhalf miljoen keer gedownload. Het stond al lang op mijn verlanglijstje en de hittegolf leek het ideale moment om eraan te beginnen. Een waarschuwing vooraf: eens u begint, is er geen stoppen meer aan. De drie vrouwen vertellen in zes afleveringen het verhaal van de 85-jarige Elisa. Deze demente, oude dame woont in een rusthuis en praat over haar jeugdliefde Bob. De kinderen van Elisa kennen geen Bob en hebben nog nooit over deze man gehoord. Stukje bij beetje krijgen we deeltjes van de puzzel aangereikt, deeltjes die deel uitmaken van het ongehoorde leven van Elisa.   Ze slagen erin een intiem portret te schetsen, zonder oordeel en zonder sensatiezucht (een omgekeerde Dag Allemaal, zeg maar). Je voelt hun oprechte interesse en betrokkenheid. Ze stellen vragen zonder de integriteit van de betrokkenen te schaden en vertellen over hun inzichten zonder voorbarige conclusies te trekken. Het verhaal van Elisa ontroert me, omdat het diepmenselijk is. Elisa ontroert me, omdat ze ontwapenend is. Als ze in haar verleden duikt en over Bob praat, lacht ze schalks, als een verliefde jonge vrouw.   Het verhaal van Elisa voert me terug naar mijn grootmoeder. Wat zou zij vertellen mocht ze dementeren. Welk onderdeel van haar leven zou een eigen leven gaan leiden? Welke woorden zouden uit haar mond rollen als ze niet meer gevangen zouden zitten in haar eigen hoofd? Hoe meer ik erover nadenk, hoe fascinerender ik het vind om haar geschiedenis te kennen. Niet om de feiten te kennen, maar om te weten hoe zij was als jonge verliefde vrouw.     Moeder (wijzend naar een foto): dat is zijn jullie bedovergrootouders. Dochter: heb je ook een foto van hun ouders? Moeder: nee. Wat is de naam trouwens van die generatie? Dochter: dat zijn onze oudouders. Verwarrend toch, want jij bent ook al een oude ouder.  

Lore Dewulf
5 1

over bibliotheken, terminals en wildplassen

Ze staat te trappelen. Van opwinding, neem ik verkeerdelijk aan. Of omdat ze niet kan kiezen. Tot ze zegt: ‘mama, ik moet heel dringend…plas-…’. Bij het laatste woord voegt ze de daad bij het woord. Daar sta je dan, zwetend, met een hele stapel bibliotheekboeken in de ene hand, twee kinderfietshelmen in de andere. Eén kleuter die je op milde fluistertoon meedeelt dat haar zus zojuist in de kinderafdeling van de bibliotheek geplast heeft en een andere kleuter die je wijdbeens en beteuterd aankijkt. Ik keer in gedachten terug in de tijd. Waar ik in godsnaam het idee haalde om met die twee kleine kinderen naar de bibliotheek te fietsen. Ik moet niet ver zoeken: ik hou van bibliotheken, omdat ze een belofte in zich dragen. Een bibliotheek oefent een aantrekkingskracht op me uit, net zoals de schermen in de terminals van luchthavens. Ook zij hebben het vermogen om tot mijn verbeelding te spreken. Ze tonen het gemak waarmee onze schijnbaar verankerde levens zouden kunnen veranderen als we op een vliegtuig stappen. Dat vliegtuig kan ons in enkele uren naar een plaats brengen waar niemand onze naam kent. Een nieuwe wereld. Ook in een bibliotheek liggen andere werelden binnen handbereik. Boeken lezen is de puurste en minst destructieve vorm van escapisme. De romantiek, het idyllische plaatje vergeet ik even wanneer ik stapels boeken op een bijzettafel leg, me naar een medewerker van de bibliotheek begeef en haar al fluisterend en wijzend uitleg dat het kinderhoekje, welja, ondergelopen is. Zij is behulpzaam en geeft me materiaal om schoon te maken. Tussen een sip kijkende kleuter (ik wil naar hui-uis, ik wil andere kleren aandoen) en een instructies gevende kleuter (dáár ben je nog een beetje vergeten, mama) probeer ik het kinderhoekje weer kindvriendelijk te maken. Bij thuiskomst worden de boeken gerangschikt volgens kleur. De rode worden het eerst gelezen. Uit het blauwe boek lees ik net voor bedtijd voor. Als ik in bed lig, begin ik zelf aan een nieuw boek. Ik lees de achterflap en denk terug aan ons bibliotheekbezoek. Toen we eindelijk klaar waren met kiezen en kuisen, gingen we met onze boeken naar de balie. De bibliotheekmedewerkster knipoogde naar mij en zei tegen de kinderen: ‘Jullie hebben wel geluk met zo’n lieve mama’. Dat moet de beste ontdekking van de dag geweest zijn, de ontdekking van de wereld ín de bibliotheek.   Moeder: We moeten vandaag naar de bibliotheek. Dochter: Waarom? Moeder: Omdat mijn boeken anders weer te laat terug zijn. Dochter: Zo boeken, zo baasje.

Lore Dewulf
19 0

over turnen, Turkmenistan en machtsmisbruik

Om aan de top te komen is doorzettingsvermogen nodig. Daar is consensus over. Hoe doorzetten gestimuleerd wordt, is niet eenduidig. Gerrit Beltman werkte, samen met andere trainers, volgens de ‘domme koe’- methode. Die methode bestond uit het kleineren, vernederen, bodyshamen, onverantwoord omgaan met blessures (over de omschrijving van blessures kunnen we het later nog hebben, maar ik geef nu al mee dat ‘kruisbanden scheuren’ niet in de lijst staat), slaan, in het gezicht spuwen en ga zo maar door. Mentale en fysieke mishandeling van gymnasten zit ingebakken in de turnwereld. En niet alleen op het hoogste niveau. Jonge meisjes die topprestaties neerzetten zijn bijzonder kwetsbaar. Een ondersteunende omgeving is cruciaal. U hoeft geen motivatiepyscholoog te zijn om dit te begrijpen. Er bestaan verschillende manieren om te motiveren: door factoren buiten de persoon (‘ik ben gemotiveerd omdat ik afgestraft word als ik niet win’) of door factoren binnen de persoon (‘ik ben gemotiveerd om te winnen omdat ik dat zelf wil’). Dat laatste heet autonome motivatie. Uit de schrijnende getuigenissen van vele turnsters is duidelijk dat er geen sprake was van autonome motivatie. De trainer ziet winnen als zijn doel en reduceert gymnasten tot het middel om tot dat winnen te komen. De hele turnwereld stond erbij en keek ernaar. De mea culpa mantra van trainers is nobel, maar ontoereikend om dit probleem systematisch aan te pakken. Veel turnsters hadden na hun carrière traumatherapie nodig. Dit is misselijkmakend. Nu wordt er gegoocheld met ethische commissies en gedragscodes om tot een gezond topsportklimaat te komen. Maar een omwenteling van de heersende cultuur zal meer nodig hebben, zoals een gedegen opleiding voor trainers, waarbij ze kennis maken met de ware toedracht van autonome motivatie en motiverend coachen. Ik maakte laatst kennis met de president van Turkmenistan (niet persoonlijk, maar online, zoals het moderne mensen betaamt). Meneer Berdimuhamedov (moeilijke naam om te onthouden, gelukkig mag ik hem met zijn voornaam aanspreken: Gurbanguly) is niet alleen de autocratische leider van een politiestaat, hij heeft ook een obsessie met winnen. Hij heeft heel wat titels van het Guinness Book of Records op zijn naam staan. Dat gaat van de stad met het grootste aantal gebouwen bedekt met wit marmer, over het grootste indoor reuzenrad, tot het ‘achter elkaar rijden’ van 3246 fietsers. Hij gaf miljarden uit om deze records te behalen, terwijl de mensenrechten in het land ontelbare keren geschonden worden. Rest alleen nog de vraag: wie haalde de mosterd bij wie? De ethische standaarden tussen Turkmenistan en de gymnastenwereld zijn te gelijklopend om toeval te zijn. Bovendien zouden beide partijen geen genoegen nemen met een gedeelde eerste plaats. Daarom een nieuwe wedstrijd: om ter snelst een ethische standaard bereiken die hoger is dan het grootste indoor reuzenrad en die meer turnsters omhelst dan die schamele 3246. Wat er te winnen valt? Een stukje respect en als u geluk hebt ook een fractie van de veerkracht en het doorzettingsvermogen van alle turnsters die deze wandaden moe(s)ten doorstaan.   Dochter (wijzend naar de tv): Waaw, heb je gezien wat die turnster op de balk deed? Moeder: Ja, echt fenomenaal. Dochter: Waarom wrijft die trainer in zijn ogen? Moeder: Hij probeert die balk uit zijn ogen te krijgen.

Lore Dewulf
23 0