Lezen

Mishka het kleine blauwe draakje

Heel lang geleden in een land hier ver vandaan toen draken nog bestonden werd een blauwe babydraak geboren. Zijn ouders gaven hem de naam Mishka wat beer in het russisch betekent. Mishka werd geliefd door zijn 6 broers en zussen maar hij was soms zo koppig en wou niet luisteren naar zijn ouders.   Ze leefden hoog in een berg in een inham . De ouders tekenden een lijn die de kinderen niet mochten oversteken of ze vielen naar beneden recht in de handen van de mensen. Mishka was 10 jaar oud toen hij voor het eerst de lijn voorbij ging. Die keer gebeurde er niks omdat zijn ouders het op tijd zagen.   10 jaar later probeerde hij het opnieuw toen zijn ouders op jacht waren. Hij stapte over de lijn en viel naar beneden. Wanneer hij terug bij bewustzijn kwam zat ik gevangen in een grote houten kooi. Jaren gingen voorbij en hij groeide en groeide.   Nadat hij al bijna 80 jaar gevangen zat voelde hij iets in zijn keel, een soort kriebel die niet wegging. Hij hoestte en hoestte wel 2 dagen lang. De mensen kwamen niet te dicht, alleen maar om hem eten te geven.   Toen hij tijdens de derde dag begon te hoesten kwam er een beetje rook uit zijn mond. Hij dacht bij zichzelf dit is mijn kans. Hij probeerde en probeerde en opeens lukte het om een vuurbal te maken zodat de kooi brak. Hij vloog weg en zette een paar huizen in brand uit wraak dat de mensen hem zo lang gevangenhielden.   Mishka vloog voor dagen maar hij vond de berg niet terug. Na weken zoeken viel hij in slzzp in het bos. Toen hij wakker werd keek hij omhoog en zag hij de berg die hij al zo lang aan het zoeken was. Hij vloog omhoog en al snel zag hij de inham waar hij woonde. Toen hij in de inham stapte werd hij aangevallen door een andere blauwe draak, hij was ouder dan Mishka. De draak vroeg waarom hij in de inham kwam en Mishka vertelde dat dit zijn thuis was 80 jaar geleden.de andere draak stopte met vechten en begon te huilen. Hij omhelsde Mishka en vertelde dat hij ooit een broer had die van de berg was gevallen. Ze konden hem niet vinden dus dachten ze dat hij dood was.   Mishka was eindelijk terug thuis en had geleerd dat zijn ouders gelijk hadden en hij had moeten luisteren.   Het einde

ellentjezz
0 0

diep geplooid

Ik ben in Canada geweest. In Thailand. In Guinée-Conakry. In Noorwegen en de Faeröer Eilanden. In de Stationsstraat in Peer ben ik nooit geraakt, dat moet ik toegeven. Toch heeft de wereld geen geheimen meer voor mij. Ik ken haar door en door. Ik geloof haar tot in haar diepste plooien. Elke rimpeling, elke oneffenheid, elke ademtocht: ik weet wat ik eraan heb en wat ik kan verwachten. Een windvlaag zal over zeventien seconden die zilverberk doen sidderen, let op mijn woorden. Bladeren zullen straatstenen bedekken, buren zullen vloeken. Ik vergeef je je kwetsbaarheid. Je tranen. Die keer dat je mij betrapte met dat andere meisje. Je bent zo mooi, ik zweer het je. Je bent de enige die mij kent. Die ik toelaat mij te kennen. Je bent mijn eeuwige rotonde, mijn verkeersdrempel, mijn verkeerd geplaatste wegomlegging. Ze mogen zeggen wat ze willen, maar zonder jou zou ik hier niet zijn. Neen, ik zou een garagebox huren in de Stationsstraat in Peer. Ik zou er onze wagen parkeren en wassen met zeep. Het vuile water zou ik in het rioolputje gieten, daar zijn rioolputjes voor. Ik heb je nooit een rozentuin beloofd, maar kijk, onze tuin staat er prachtig bij. We hebben meidoorn, esdoorn, schietwilg en knotwilg. Ons gras is wild en ontembaar. Drie grasmachines hebben we al kapot gemaaid. Onze leverancier wrijft in zijn vettige handen. Zijn ogen blinken als we zijn kiezelparking oprijden. Hij maakt een Senseo en grijpt blindelings naar een bestelbon. Hij kent jouw naam, niet de mijne. Zijn balpen doet het werk terwijl hij naar je borsten staart. Zijn neus verraadt een onfortuinlijke bokscarrière. Mijn vuisten jeuken. Ik sla hem finaal naar de diepste plooien van ons vlakke land. In de toonzaal hangt een bosmaaier van Stihl. Dat bakje zal de klus wel klaren. We tekenen voor ontvangst en rijden de avond in. De wind zal ons leiden.

Maarten Verhelst
0 1

De eekhoorn die een beer wilde worden

"Later wil ik een beer worden", zei een kleine eekhoorn op een dag tegen zijn moeder. Ze keek verschrikt op: "Geen sprake van! Generaties lang zijn wij al eekhoorns. Jij zult dezelfde weg bewandelen als je voorvaderen."De eekhoorn draaide zich om en pikte een traantje weg. Sinds hij in het bos die beer ontmoette, had hij van niets anders meer durven dromen. Hij weigerde om zijn droom zomaar op te geven. "Dan maar zonder steun van mijn ouders", dacht hij, "Als ik het hard genoeg wil dan kom ik er wel!"Toen de tijd rijp was, zocht de eekhoorn een berenkolonie op. Aanvankelijk was het met bibberende handjes en schuifelende voetjes, maar hij deed zijn uiterste best om erbij te horen.De beren zagen dat en namen hem op alsof hij altijd al een van hen was geweest. Ze hadden het niet anders gewild, want de liefde en toewijding van die kleine eekhoorn hadden ze geen seconde willen missen.Hij begon zonder morren aan de vele opdrachten die je moet vervullen om een beer te kunnen worden. Zijn moed, toewijding en doorzettingsvermogen riepen verwondering op in berenmiddens.Zijn proeftijd rondde hij succesvol af en al snel mocht onze kleine vriend mee op jacht. Al doende leert men. Die eerste vissen waren een zware bevalling. De eekhoorn klampte zich vast aan hun vinnen en werd door het water geschud en geslingerd. "Amai... dit zijn precies wilde stieren", dacht hij bij zichzelf.De beren die hem aan de kant van de oever nauwgezet in het oog hielden, kwamen niet meer bij van het lachen. Maar ze zagen dat die kleine eekhoorn het niet ging opgeven. Daarom leerden ze hem de kneepjes van het vak en stilaan spieste hij steeds meer vissen aan zijn tak.Hij leerde nauwgezet zijn klauwen veilen, draaien met zijn staartje, wiegen met zijn heupen en schudden met zijn kop zoals die kolossen verderop.Bruine beren, grijze beren, ijsberen en hun familie uit alle hoeken van de wereld, kwamen samen om het te vieren toen hij glansrijk slaagde. Je zal het wellicht niet geloven, maar toch was deze eekhoorn stilaan in een echte beer veranderd. "Een beer van een eekhoorn", giechelden zijn broeders.Hij was vervuld van trots toen hij na al die tijd terug voor zijn geboortehuisje stond. Moeder eekhoorn viel achterover toen ze hem zag. Ze trok grote ogen. "Jij? Een beer? Ik had het nooit gedacht", zei ze met haar mond wagenwijd open.Hoewel ze het stiekem moeilijk had met het feit dat hij geen eekhoorn meer wilde zijn, was ze toch trots op haar kleine kereltje. "Als beer kan je vast en zeker de wereld aan!", zei ze.Intussen lijkt het wel alsof ze die woorden al lang vergeten is. Het is nochtans niet meer dan enkele maanden geleden.De beer voelt zich kleiner dan ooit. Helemaal alleen zit hij omhoog te kijken vanuit een diep gat. Maandenlang heeft hij gezocht naar een leuke taak om te vervullen. Een doel. Maar in plaats van zich te amuseren, sukkelde hij tijdens een van zijn omzwervingen in dit gat. Hij kan geen kant op. Met zijn scherpe berenklauwen zoekt hij naar een houwvast, maar de losse kiezels doen hem terug naar beneden glijden.Het landschap buiten wordt elke dag nog mooier. Vrolijke lentekleuren wekken de wereld uit zijn winterslaap. De beer kijkt omhoog en ziet het tafereel deels voor zich afspelen. Deelnemen kan hij niet. Treurig zit hij in de put die hij zelf niet meer kan uitgraven.   Flashbacks uit zijn kindertijd spelen zich voor zijn ogen af. Toen was hij nog een eekhoorn, een wezen in wording. Hij heeft heimwee, maar beseft dat heimwee niet meer dan een vals gevoel is dat hem alleen maar deprimeert. Toch voelt hij heimwee.De andere eekhoorns spelen vrolijk zonder hem verder. Hij is hen letterlijk ontgroeid. Niet dat hij ze mist, die andere eekhoorns. Ze waren tof om mee te spelen, maar daar bleef het dan bij. Het was een onschuldig leven in een prachtig bos vol jonge twijgjes. Hier en daar sneuvelden er een paar, dat komt er altijd bij kijken.Het zijn de beren. Hartverscheurende taferelen maakte hij mee toen hij daar vertrok. Hij is er nog steeds niet helemaal over. Hij is ze nog niet ontwend. Dat maakt het net pijnlijker. "Zouden de beren er ook zo over denken", vraagt hij zich soms af. "Zouden zij mij zo sterk missen als ik hen?"Als hij in een plas water kijkt, ziet hij het evenbeeld van zijn vrienden en lijkt alles even oké. Maar een antwoord krijgt hij niet.

S. Gielis
0 0

Vitamientjes

"At least I'm dry on vitamins." Oscar & the Wolf. Ze kunnen het toch zo goed uiten. Altijd interessant gevonden, die link tussen hoe artiesten zich gedragen voor een camera en daarnaast. Of Jan Paternoster in De Slimste Mens: 'Ik weet niet of ik het moet zeggen (...), maar ik was mijn gat met mijn hand.' Of de vermelding van 'joints' in een ietwat intellectueel TV-programma. Ja. Die grote kloof tussen het leven van de lezers van Brusselmans, Helsen of Verhulst en dan, natuurlijk: zijzelf. Of het nu rockers of schrijvers zijn, ons tv-scherm is altijd weer die verwrongen weergave van een realiteit waarin we ons dagelijks omsingeld voelen door intense, verborgen, ja, bijna ontvlambare emoties. Want waarover schrijven we eigenlijk? Juist. Over die zaken waarover liever niet gepraat wordt. Die ene vibe die we maar al te graag uit de weg gaan.'Hij is een gevoelige ziel. Kan er moeilijk tegen als we bollen nemen in zijn bijzijn.' 'Wat een gelukzak. Geen enkele neiging whatsoever?' Eigenlijk ben ik best wel jaloers. Jij die zomaar je vitamientjes kan pakken als was het je dagelijkse portie suiker. Lichtjes depressief? Vitamine numero uno. Zin in een feestje? Vitamine numero due. Zorgen die je wilt vergeten? Er is tegenwoordig wel een vitamientje voor vanalles en nog wat. Mag ik even eerlijk zeggen: fuck you. Ja, ik ben jaloers. Want terwijl ik hier zit te zwanzen over mijn dagelijkse probleempjes die een dieper, ja pijnlijk dieper, niveau van existentialisme raken, kan jij gewoon alles wegspoelen met vloeibare. Maar hey, "at least I'm not on vitamins". Mijn geluk kan niet op.      

Mongoose
0 1

Klimaatverandering is een feit. Wat nu?

Ook dit jaar hoop ik op een witte kerst. Ik hou van de knerpende sneeuw onder mijn voeten. Ik hou van de fijne, breekbare sneeuw op de takken, van de kristallen op geparkeerde auto’s, van de wittewolkjesadem. Als het sneeuwt, stuif ik warm ingeduffeld naar buiten.   Helaas, we zijn december en het is nog niet koud geweest. De 21e eeuw is vijftien jaren ver en daarvan waren er veertien de warmste ooit gemeten. De klimaatverandering is een feit.    “Lange tijd leek het te volstaan om groen te zijn. Vandaag beseffen steeds meer mensen dat het niet zo simpel is,” begint Anneleen Kenis. Ze is onderzoeker en een vooruitstrevend ecologisch denker aan de KUL. Ik ontmoet haar voor een kritisch gesprek in een Leuvense koffiebar met uitzicht op de Dijle.   Goede voornemens   “Kunnen we de klimaatverandering een halt toe roepen door ons gedrag te wijzigen?,” vraag ik. Want de 1 procent rijksten stoot per persoon 175 keer meer co2 uit dan de armste 10 procent. En Daar voel ik me toch wel schuldig over.   De 21e eeuw is vijftien jaren ver en daarvan waren er veertien  de warmste ooit gemeten.   Voel je de morele druk om je gedrag aan te passen? Je verkleint jouw ecologische voetafdruk door je gedrag aan te passen. Je weet wel: die vijf minuten fietsen naar de bakker en 1 dag per week geen vlees op tafel.   Ik eet bio, omdat dat gezonder is. Ik heb geen auto, omdat het duur en vervuilend is. Ik drink geen flessenwater, omdat ... absurd gewoon. Ik gebruik groene energie omdat ik dit vanzelfsprekend vind. Maar ik koop graag kleren. En mijn toilet werkt op drinkwater. “Heb ik dan gefaald?” vraag ik terwijl ik van mijn thee nip, “Of mag ik ervan uitgaan dat alle beetjes helpen?”   Sensibiliseren is prutsen in de marge   “Natuurlijk hebben individuele inspanningen een impact,” stelt Anneleen Kenis, “maar ik stel me vragen bij de beperkingen ervan. De klimaatverandering is het gevolg van het maatschappelijk en economisch systeem waarin we leven. Door je te concentreren op individueel consumptiegedrag zeg je eigenlijk impliciet dat de grondoorzaak van de klimaatverandering de optelsom is van individuele keuzes. Het is een excuus voor overheden en grote vervuilers om geen structurele problemen door te voeren. “    “Trouwens,” voegt ze eraan toe, “Als het waar is dat er een grote klimaatramp zit aan te komen dan verwacht je toch van de overheid dat ze serieuze maatregelen neemt? Nu beperkt ze zich tot sensibiliseren. Dat is prutsen in de marge. Het probleem met sensibiliserende campagnes is dat ze geen overtuigingskracht hebben.”   Onze individuele inspanningen zijn een excuus voor overheden en grote vervuilers om geen structurele problemen door te voeren.   Ik vraag of sensibilisering dan enkel zin heeft als er daarnaast ook gesleuteld wordt aan de structuren van het kapitalisme. Ze knikt: ”Kijk naar de anti-rookcampagnes. Er is maar echt verandering gekomen, ook in het bewustzijn van mensen, nadat het verboden werd om te roken in openbare gebouwen. Door die maatregel gaf de overheid aan het serieus was, en dat had veel meer effect dan jarenlang sensibiliseren.”   Nood aan ballen en visie   Daarom is de uitkomst van de klimaattop in Parijs zo cruciaal, besef ik. Voor het eerst sinds Kopenhagen in 2009 is een nieuwe dynamiek voelbaar. Er is hard gewerkt. Maar er zijn veel belangrijke knopen door te hakken. Er is behoefte aan concrete maatregelen om de mooie belofte van een maximale temperatuurstijging van 2°C te realiseren. En daar knelt het schoentje volgens mij. Zodra er strikte voorwaarden of geldbedragen aan gebonden worden, kribbelen overheden terug.   Zodra er strikte voorwaarden of geldbedragen aan gebonden worden, kribbelen overheden terug.   We besluiten dat het belangrijk is om druk uit te oefenen. We moeten overheden en bedrijven duidelijk maken dat we de maatschappelijke en economische structuren in vraag stellen. “Vandaag hebben we het al lang niet meer over de vraag hoe we klimaatverandering kunnen tegenhouden. Het gaat er nu om catastrofale klimaatverandering zoveel mogelijk te vermijden”.   Dus wens ik onder de kerstboom een pakje in gerecycleerd papier en neem ik me alvast voor om volgende jaar op elke klimaatmars aanwezig te zijn. Wat zijn jouw goede voornemens?  

Sarava
1 0

Website AvantGarden

AvantGarden is een tuinaannemersbedrijf, opgericht door twee tuinarchitecten in 1980. Hun focus ligt op projecten voor (welgestelde) particulieren of projectontwikkelaars op zoek naar een partner voor de groeninrichting van kantoren, parken of openbare gebouwen. Volta maakt voor AvantGarden een nieuwe website die meer leads oplevert. Het grafische concept steunt vooral op grote beelden van vorige realisaties.   Homepage Elke tuin is anders. De ene is een lusthof. Elke kronkel in het pad leidt naar nieuwe, onverwachte plekken. De andere een Oosters heiligdom: een zentuin waarin u, aan het einde van de dag, opgelucht ademhaalt. Weer een andere? Een knap staaltje architectuur. De grandeur van weleer in de perfecte snit van hagen, perken en gazon.   Elke tuin is uniek. Daarvan maakt AvantGarden een erezaak, al sinds 1980. Een stadstuin, een villapark, een groendak voor het kantoor? Wij zien de droom en doen hem uitkomen.   En u? Welke tuin ziet u in uw gedachten? Particulieren De ideale tuin is een luxe, perfect afgestemd op u. Het is een plek om te ontspannen en te ontsnappen. Een plek die, als het goed is, een stukje droom in werkelijkheid is. AvantGarden maakt van uw tuin een plaatje dat klopt. Dat doen we aan de hand van uw beschrijving van de ideale tuin én een grondige blik op de omgeving. Wat past bij uw woning? Wat verwacht u van uw tuin? En welke kant wil de natuur zelf op? Milieubewust ontwerpen Een tuin ontwerpen betekent: een compromis zoeken tussen architectuur en natuur. AvantGarden vindt het best mogelijke evenwicht en werkt met duurzame materialen. Zo gaat uw tuin een lang, natuurlijk leven tegemoet.   Grondig werk van aan de start AvantGarden is een tuinaannemer én een studiebureau. Uw tuin krijgt dus vorm vanuit een grondig vooronderzoek en met oog voor de kleinste details. Het resultaat? De tuin van uw dromen, perfect uitgevoerd.   Waarom werken met AvantGarden? 'Maatwerk' is geen maat voor niets bij AvantGarden. Elke tuin is uniek, elk ontwerp vergt zijn eigen aanpak. We maken op voorhand goede afspraken. Zo weet u op elk moment waar u aan toe bent. Al onze medewerkers zijn specialisten in hun vak. Ze volgen bijscholingen om u het beste van zichzelf te blijven geven. En ze werken met perfect onderhouden, up-to-date materiaal. Topkwaliteit gaat niet alleen over het eindresultaat. Dat ziet u voor, tijdens én na onze samenwerking. Projectontwikkelaars De meerwaarde van groen hoeft geen betoog. De kleinste binnenplaats in een bedrijf houdt werknemers gemotiveerd. Mensen gaan sneller zitten in publieke ruimtes met wat groen. In elk groot bouwproject is een plaats voor groeninrichting. Tenminste: als die oog heeft voor de eigenheid van de plek en de noden van haar gebruikers.   Elk detail uitgekiend AvantGarden is zowel tuinaannemer als studiebureau. Dat bespaart u een stap in de uitvoering van uw project. Van voorstudie tot nazorg werkt u samen met één partner: een team met meer dan dertig jaar ervaring, oog voor detail en een hart voor groen.   Duurzaam natuurlijk Groeninrichting met respect voor de natuur: voor AvantGarden is dat evident. Daarom werken we met ecologisch verantwoorde materialen en technieken.   Waarom werken met AvantGarden? Publieke ruimte moet functioneel zijn, maar ook mooi. In elk project zoeken – en vinden! – wij de juiste balans. Al onze medewerkers zijn specialisten in hun vak. Ze volgen bijscholingen om u het beste van zichzelf te blijven geven. En ze werken met perfect onderhouden, up-to-date materiaal. Uw tijd is heilig. De onze ook. We werken elk project af binnen de afgesproken deadline. Topkwaliteit gaat niet alleen over het eindresultaat. Dat ziet u voor, tijdens én na onze samenwerking.  

Eleonore
0 0

Daan, de man van honderdvijftig jaar.

  Daan was een man van 150 jaar. Daan woonde in een bejaardenhuis. Daan stond voor de andere bejaarden nu, en klikte zijn gebit klaar om te gaan spreken. Suzy, de verpleegster met rijke boezem, had in zijn oor gebruld: ‘Daan vertel jij eens een herinnering. Je mooiste herinnering Daan! De mooiste herinnering van hééél je leven! Wat was jou mooiste moment Daan?! Kom vertel maar op!’ En zo was Daan naar voren geschoven, schilfertjes en haar verloren.   Daan nam een grote hap adem en vertelde zijn lelijkste herinnering. Zijn stem was warm en aangenaam en was samen met zijn oren als enige niet verouderd.   Daan vertelde over hoe het allemaal begon met ijs en kleine geheimpjes. Hij had Margareta meegenomen naar de foor. Lang geleden. Dat mocht toen niet, maar hij had het toch gedaan. En Margareta moest lachen. Och ze was zo blij. Daan probeerde ook te lachen maar Daan had een rare mond en een vreemd gebit. Dus elke keer als hij moest grinniken, giechelen of bulderen, floot er een fluittoon in een bepaalde toonaard van tussen zijn tanden, hop de wereld in. Ik ben niet zeker, maar volgens mij was het een Fa kruis. Nu, had Daan geen tanden meer want hij was een man van 150 jaar.   Daan was pas de tweede man aan de toog geweest, maar het had niet lang geduurd voor Margareta aan zijn arm hing. Daan was vroeger trouwens heel gespierd. Hij kon al zijn spieren orchestreren zoals hij wou. Margareta had dat graag. Vooral als hij zijn bicepsen opspande. Als hij zijn best deed, dan kon Daan er zelfs een bepaalde toon uit knijpen. Ik ben niet zeker, maar volgens mij was het een Fa kruis. Nu, had Daan geen forsballen meer want hij was een man van 150 jaar.   Daan schoot een beer, en toonde zijn lid hoog boven in het reuzenrad. Allemaal voor Margareta. En Margareta moest lachen. Och ze was zo blij. Maar eens beneden, stonden er van die zwevers. Gladjanussen met goedbedoelde snorren. En allemaal keken ze naar Dirk. Dirk had een stevige kaaklijn en zong: ‘Daar liep laatst een meisje loos’, en hij verslond Margareta met zijn kleine kutkraaloogjes. En wat zong hij mooi. En eerlijk. En mooi. En weg was Margareta. Daan bleef helemaal alleen op de foor. En Daan, die was heel boos. En als Daan boos werd, dan floot er een fluittoon in een bepaalde toonaard van tussen zijn tanden, hop de wereld in. Ik ben niet zeker, maar volgens mij was het een Fa kruis.

Kapitein Wolventand
0 1

De Kaars

   De Kaars     Men zei dat ie blind was. Eén van de ergste dingen die een geleedpotige kan overkomen. Een poot of voelspriet kan een insect best missen maar wanneer het zicht verdwijnt moet je je als geleed dier zorgen beginnen maken. Naar het schijnt kon hij enkel nog horen, voelen en ruiken. Het was een avond in Juni. Een mei- en junikever zaten naast elkaar tegenover een kaars. Het waren de laatste dagen van de meikever. De junikever had zich over zijn versleten neef ontfermd.   ‘Waarde confrater’, begon de junikever, ‘klopt het dat u niet meer kan zien?’ ‘Ik zie niets meer neef, ik ben stekeblind’, antwoordde de oude meikever. ‘Zal ik het licht van de kaars voor u beschrijven?’, vroeg de junikever. ‘Ja, maar breng me eerst wat beukenbladeren en schilfers want ik rammel. Ik heb vandaag nog niets gegeten. Toen ik op het punt stond om op wat bladeren te kluiven moest er zo nodig een onozel kind met het boompje schudden. Ik viel pardoes op de grond. Het was een jong beukenboompje confrater, niet sterk genoeg om een spelend kind tegen te houden.’ ‘Hoe wist u dat? U bent toch stekeblind?’ ‘Ik heb het gevoeld en gehoord neef.’ ‘Juist, ik was vergeten dat u wel kan horen en voelen.’ ‘En ruiken. Ga nu maar die bladeren en schilfers halen.’ ‘Juist’. En de junikever vertrok.   Daar zat de meikever. Hij voelde de warmte van de kaars op zijn dekschilden. Hij had Juni mogen meemaken en dat kan niet elke meikever zeggen. Toen de junikever met spijs was teruggekeerd vroeg hij: ‘Neef, wat is dat geluid dat ik hoor?’ ‘Een mot die rond de kaars vliegt, confrater.’ ‘Vraag hem op te houden. Dat gefladder van hem stoort me mateloos.’ ‘Mot, zou u alstubllieft rond een andere kaars willen vliegen?’ ‘Ha!’, riep de mot, ‘geen denken aan! Ik zal zelfs nog wat harder gaan fladderen!’ De meikever lachtte hartelijk. De junikever voelde zich beledigd. ‘Zo zijn motten neef’, legde de meikever uit, ‘het zijn domme, ijdele, hyperactieve maar bovenal hilarische smeerlappen.’ ‘Ik ben een nachtvlinder!’, riep de mot, ‘Geen mot! Het is sinds heden strafbaar me “mot” te noemen. “Nacht-vlinder”!’ ‘Je maakt wat mee op je oude dag’, grinnikte de meikever en de junikever gaf hem wat te eten.   ‘Ik hoop dat een julikever zich later over mij ontfermd’, zei de junikever. ‘Daar moet je nu nog niet over nadenken’, antwoordde de meikever, ‘je hebt nog een hele maand.’ -‘Ja hij wel’, zei een stem van achter de kaars, ‘ik, daarentegen, ben binnen een paar dagen dood.’ ‘Wie is daar?’, vroeg de meikever. ‘Kom tevoorschijn!’, beval de junikever. Een langpootmug vloog stuntelig van achter de kaars naar de twee kevers. Hij landde hard. ‘Je kijkt zo triest’, zei de junikever, ‘Wat is er?’ ‘Ik had hier afgesproken met Francine’, zei de mug, ‘We kennen elkaar al van toen we nog larven waren. We hadden afgesproken dat we samen…nou ja…je weet wel…’ ‘Een bijdrage aan de soort zouden leveren?’, vroeg de meikever en hij gierde. ‘Jullie hebben haar toevallig niet gezien?’ ‘Ik niet want ik ben blind zie je, stekeblind‘, antwoordde de meikever en er kwam abrupt een einde aan zijn gelach. ‘Ik heb haar niet gezien’, zei de junikever. ‘Nou dan ga ik maar verder.’ De mug vloog weg. ‘Denk je dat hij haar op tijd zal vinden?’, vroeg de junikever. De meikever haalde zijn schouders op en de junikever gaf hem nog wat spijs.   In de verte klonk er een lawaai. ‘Wat is dat geluid?’, vroeg de meikever. ‘Ik kan het niet goed zien’, antwoordde de junikever, ‘maar ik geloof een school kniptorren. En aan hun kabaal te horen zijn ze juist het huis uit.’ ‘Komen ze richting de kaars?’ ‘Ik geloof van wel.’ ‘Dan krijgen we een schouwspel te zien, confrater. Jij toch alleszinds. Ik niet want ik ben blind.’ De kniptorren begonnen rond de kaars te cirkelen. Ze negeerden de twee kevers. ‘Krijgers, we zijn er!’, riep de leider plechtig, ‘Dit moet haar zijn! We hebben haar bereikt! Schrijf dat maar eens naar huis!’ Een lachsalvo. ‘Wat een drukte’, zei de junikever. De meikever antwoordde niet. Zonder waarschuwing sprongen de kniptorren één voor één in de kaarsvlam. De junikever keek vol ongeloof. ‘Geef me nog wat te gaffelen’, zei de meikever.   ‘Wat scheelt er met die ouwe?’, vroeg een krekel. ‘Hij is blind, stekeblind’, antwoordde de junikever. ‘Zwijg me van handicaps’, begon de krekel, ‘ik ben geboren zonder vleugels.’ De krekel pauzeerde maar de twee kevers reageerden niet. ‘Ik kan bijgevolg niet tsirpen. Een serieuze afknapper bij de vrouwen. Gedoemd om alleen te blijven. Maar ik vind het niet erg hoor. De status “Einzelganger” bevalt me wel.’ ‘Tsjirpen doe je toch met je poten?’, vroeg de meikever. ‘Neen, dat is juist de mythe’, antwoordde de krekel. ‘Wel, val nu dood! Wat ik nog leren mag!’, grinnikte de meikever. De drie lachten samen. De meikever en krekel iets uitbundiger dan de junikever. Ze staarden naar de kaarsvlam. ‘Confrater’, vroeg de ouwe, ‘heb je nog wat van die lekkere beukenbladeren?’ ‘Je at ze allemaal op’, antwoordde de junikever. ‘Ga er dan nog wat bijhalen. Als je zo vriendelijk zou willen zijn.’ De junikever vertrok.   Toen de junikever terugkwam, zat de krekel er nog steeds. ‘Hier zijn uw bladeren’, zei de junikever tegen de meikever. ‘Je zal ze zelf moeten opeten’, begon de krekel, ‘die ouwe is de pijp uit.’ Het was waar: De meikever was dood. ‘Heeft ie eigenlijk ooit licht gezien? Of was ie vanaf het begin al blind?’, vroeg de krekel. ‘Geen idee’, antwoordde de junikever. De kaarsvlam was gezakt en danste. De twee geleedpotigen zaten naast de meikever en hun kleine lijfjes wierpen grote schaduwen. ‘Ik zou uren in dit kaarslicht kunnen turen’, zei de krekel. ‘Ik wou hem het kaarslicht zonet beschrijven’, zei de junikever, ‘maar toen kwam er vanalles tussen.     Caspar Vanderschoot  

Kapitein Wolventand
15 0

Cowboys met een kabouterinstinct

Je kent ze vast ook. Snelle auto, gestroomlijnd pak, nieuwste smart Phone en vlotte babbel. Ze komen je bedrijf binnen. Soms tijdelijk, soms voor een langere periode. Ze nestelen zich nooit. En ze worden door alle personeelsleden met argusogen bekeken. In de wandelgangen wordt druk gespeculeerd: “Ja, wees maar op je hoede. Voor je het weet, zijn ze met jouw job ervan door.”. De cowboys van deze tijd. Weet je over wie ik het heb? Inderdaad, de ZZPer, de Zelfstandigen Zonder Personeel. Een groep waartoe ik ook behoor.   Het zelfstandig zijn, werd me met de paplepel ingegoten. Mijn ouders hadden een eigen zaak. Het laatste waaraan ikzelf dacht, was zelfstandig worden. Ja, we hadden het goed thuis. Maar ik zag ook de keerzijde: veel stress en onzekerheden. Na mijn studie ging ik aan de slag als bediende. Drie keer, drie jaar. Altijd op de afdeling marketing en communicatie. Van multinational naar kmo. Rode draad; er knaagde iets na ongeveer drie jaar. In chronologische volgorde: zin in een nieuwe uitdaging, een fusie en een oneerlijke baas. Kroop het bloed dan toch waar het niet gaan kon? Een steeds luidere stem schreeuwde om aandacht. Het was mijn innerlijke ‘ik’. In 2010 waagde ik de stap. Na een eerste Unizo bijeenkomst zette ik een globaal plan op papier. Ik stelde het voor aan mijn aller dierbaarsten. Mijn vader reageerde bezorgd, maar geloofde erin. Mijn man, ook zelfstandige, moest niet meer overtuigd worden. En onze dochter Nora, toen bijna drie jaar, oefende al op de bedrijfsnaam. We beklonken de plannen en ik brak met mijn laatste opdrachtgever.   We zijn nu vijf jaar verder. De stem in mijn hoofd is stil. Ik voel dat ik de juiste beslissing heb gemaakt. Als ik eerlijk ben, heb ik bijna nooit om werk verlegen gezeten. Er is een groeiende nood aan krachten die tijdelijk bijspringen. Vanaf mijn eerste jaar vond ik al vrij snel een evenwicht tussen het hebben van één grote opdrachtgever in combinatie met kleinere taken. Die laatsten werk ik van thuis uit. Voor grote opdrachtgevers werk ik altijd op kantoor, hun kantoor uiteraard. Meestal kom ik in een klein team terecht. Er zijn verschillende redenen waarom ik een lege stoel vul: zwangerschapsverlof, ziekte of een eenmalige opdracht. Nadat mijn taak helder is, ga ik aan de slag. Hierbij hou ik mij op de achtergrond. In het begin toch. Ik tast de collega’s af, luister naar hun gesprekken en meng me zelden. Ondertussen doe ik mijn werk. Ook tijdens de eerste vergaderingen hou ik me rustig en vertoon ik bijna ‘correct’ gedrag. Na een tijdje komen de vragen van teamleden. Er ontstaan gesprekken over het werk. En het ijs is gebroken. Ik voel het vertrouwen groeien, van hun naar mij en andersom. Langs hun kant voel ik vooral opluchting. Op de een of andere manier vormen personeelsleden zich een bepaald spookbeeld van dé ZZPer. En dat zorgt voor onrust in hun hoofd. Ik kan dat alleen wegnemen door simpelweg mezelf te blijven en beloftes na te komen.   Of ik goed verdien? Dat is een vraag die mij af en toe gesteld wordt. Ik denk dat alle zelfstandigen hetzelfde probleem delen: financiën. Als zelfstandige draag je zelf zorg voor nu én later. Daarbij volgen de kosten van ons sociaal systeem. Ja, ik worstel af en toe met rekeningen. Verzekeringen, pensioensparen, belastingen en sociale bijdragen. Het zijn maar een paar van mijn kopzorgen. Aangezien boekhouden niet mijn talent is, draag ik dit over aan mijn boekhouder. Maar ook zij stuurt elk kwartaal een rekening. Een andere uitdaging, dat mogelijk als nadeel wordt ervaren, is ‘flexibiliteit’. Je bent zelfstandig, dus opdrachtgevers verwachten ook dat je elke deadline haalt. Keer op keer. En dat voelt soms als koorddansen. Het komt voor dat ik, kort op elkaar, meerdere deadlines heb. Dan is het alles op alles zetten. ’s Nachts doorwerken en vroeg opstaan. Als het nodig is een paar dagen na elkaar. Maar gelukkig staat de boog niet altijd zo gespannen.   Als zelfstandige moet je jezelf blijven profileren. De wereld draait niet om jou. Maar de wereld heeft jou wel nodig. Dat is een dunne lijn. Misschien dat sommige zelfstandigen, uit een soort onzekerheid, zichzelf daarom een dun laagje vernis aanmeten. Zoals de cowboys. Maar de meesten lijken op mij. Ze staan dichtbij zichzelf en geven elke dag het beste. Mijn vader volgde de eerste jaren van mijn zelfstandig zijn intens op. Hij zei dat ik eigenlijk een soort kabouter was. En hij had zelfs een kaboutertheorie. De financiële crisis maakt dat bedrijven continue bezig zijn met de balans tussen vaste structuur en bijkomende kosten. De bijkomende kosten, dat zijn kabouters. Ze werken hard en vlijtig. Soms alleen, soms samen en altijd tijdelijk. Kabouters maken op hun beurt ook elke dag de balans op. De balans tussen werk en privé is essentieel voor mij. Ik werk vaak harder dan toen ik bediende was. Toch verdien ik netto niet meer. Mijn rijkdom zit in tijd. Af en toe bewust aanwezig kunnen zijn voor onze dochter. Haar van school halen bijvoorbeeld. Hand in hand naar huis lopen terwijl de verhalen van de dag uit haar mond stromen. Die momenten raken me. Dat zijn de momenten waarop ik besef dat ik al bij al een gelukkige kabouter ben. Ik vind het jammer dat sommige mensen een beperkt beeld hebben van ZZPers. Voor zij die enkel de cowboys zien, weet dat er in elke cowboy een kabouter schuilt.    

Alexandra
0 0

Reisgenoot in eigen stad

Verbazing vermengd met gêne zijn op Brams gezicht te lezen. “Dit pleintje heb ik nog nooit gezien,” roept hij uit. “En ik woon al heel mijn leven in Brussel!” Hij laat de letter r in Brussel gretig rollen, op z'n Frans, zoals zoveel rasechte Brusselaars dat doen.   “Toch ben ik daar al enkele keren naar een receptie geweest,” zegt hij verbouwereerd terwijl hij wijst naar het terras van het Hilton Hotel dat uitkijkt over het Spanje-plein.   Don Quijote en zijn sidekick Sancho Panza staan trots op hun sokkel en lijken enig misprijzen te hebben voor Brams onwetendheid. Het duurt even voor hij de hoofdrolspelers uit de wereldberoemde roman van Miguel de Cervantes herkent.   Hij haalt verontschuldigend de schouders op. “Ik kan je helaas niet vertellen hoe deze boekenpersonages in mijn stad verzeild zijn geraakt.” Hij glimlacht een beetje onzeker, maar hij blijft strijdvaardig. “Ik zoek het straks wel even voor je op!”   De sculpturen blijken een cadeau te zijn geweest van de Spaanse overheid in 1989, toen hun EU-voorzitterschap afliep.   Aan zijn schuchtere blik merk ik dat Bram ontgoocheld is in zichzelf, maar ik bespeur ook een glimp van opwinding die hoort bij een nieuwe ontdekking.   “Zo zie je maar,” zegt hij, alsof hij mijn gedachten kan lezen, “dat je in Brussel elke dag iets nieuws kan bijleren.” Er weerklinkt zelfs enige fierheid in zijn stem.   We maken rechtsomkeer om verder door Brussel te trekken en stuiten op het standbeeld van de Hongaarse componist Béla Bartók. “Euh...,” Bram kijkt beteuterd in mijn richting en wrijft zenuwachtig door z'n haar. “Ook hem had ik nog nooit gezien en veel weet ik er echt niet over te vertellen.”   “Dat geeft niet,” lach ik hem toe, “Brussel zit duidelijk vol verrassingen, ook voor rasechte Brusselaars!”   Opdracht Creatief Schrijven-cursus 'Reisverhalen schrijven'  

Larissa Wickx
0 0

BLOEDBROEDERS

“Je zal het godverdomme altijd zien”, mompelde Eric Van Gool, die net zijn toch al zo hectische leven een 10-minuten durende break had toegestaan op het toilet, toen er werd aangebeld. Eric keek naar zijn rechterzijde, waar de papierhouder hing, om pas op dat moment vast te stellen dat het kartonnen rolletje zijn dagen in eenzaamheid sleet. De verwensingen aan gans het gezin – hijzelf uitgezonderd – bleven niet uit. Gelukkig was er zijn vaste begeleider op het toilet in de vorm van het weekblad Humo, waaruit hij meteen enkele pagina’s scheurde. Helaas, besefte hij, zoals altijd ‘net iets te laat’, dat glanzend papier een enigszins ander gevolg heeft bij het vegen der kont dan hun gebruikelijke merk. En terwijl zijn hand (met papier) halverwege zijn rug eindigde, weerklonk de bel van de voordeur opnieuw. Snel trok hij zijn slip en broek omhoog en trok door, om tot zijn verbazing te moeten vaststellen dat het weekblad zich niet zomaar liet verwijderen in het kolkende water. Snel trok hij nog één keer opnieuw door en haastte zich meteen naar de geduldige persoon aan de deur. Roger Sanderse, zijn Nederlandse buurman stapte onmiddellijk de hall binnen, zijn pruik een beetje scheefgezakt door het heersende winderige weer sinds enkele dagen. Het viel Eric meteen op, maar hij besloot er niets van te zeggen. Was hijzelf trouwens ook niet enigszins winderig wegens ‘onafgehandelde zaken’ ? “Hey buurman”, begon Sanderse, “flink windje buiten, niet ?”. Gezien zijn voor de hand liggende reactie iets té intiem leek om met Roger te delen (“binnen ook”), kon hij de stelling enkel beamen. Roger stapte ongevraagd verder de hall in om intussen te melden dat het er naar ‘poep’ rook. Toen Eric hem voorging naar de woonkamer, werd hij gevolgd door de bulderlach, eigen aan Sanderse, waar hij zo’n hekel aan had. “Nou nou Eric, ik hoop maar dat het niets te maken heeft met die streep op je rug, want daarvan lijkt de afkomst me wel erg duidelijk ! Maar goed, alle gekheid op een likstokje, heb jij toevallig een lekker flesje melk in huis ?”. Eric vroeg zich af wat de woorden ‘toevallig’ en ‘lekker’ in deze vraag te betekenen hadden, maar begaf zich naar de keuken, inmiddels een achteloos weggeworpen T-shirt van Johnny van de trapleuning nemend om het aan te trekken. Hij troostte zichzelf met de gedachte dat het er evengoed één had kunnen zijn van Kenzo. Opnieuw in de woonkamer gekomen met ‘het lekker flesje melk’, veranderde de gelaatsuitdrukking van buurman Sanderse als bij donderslag. Eric voelde meteen (toen nog figuurlijke) nattigheid en keerde terug de hall in om zich te begeven naar de manshoge spiegel. Zijn ogen puilden zowat uit hun kassen toen hij het zopas aangetrokken T-shirt zag : onder de tekst “Hey guys, I had sex with this beauty”, wat niet eens zo erg was, ware het niet dat de daaronder weergegeven (naakte) foto er één was van Emma Sanderse, de 16-jarige dochter des huizes ! “Euh…luister Roger, dit shirt is niet van mij natuurlijk. Hij is van mijn zoon, Johnny hoor”, stamelde Eric, alsof dàt het teken moest zijn voor Roger om een vreugdedansje in te zetten ! Trouwens, daar zou niet eens tijd voor zijn geweest, want precies op dat moment weerklonk het geluid van een sleutel in het slot en een zich openende deur. Johnny kwam binnen, keek zijn vader even lachend aan en vroeg : “Hey pa, jij ook ?”. Inmiddels kwam vader Sanderse vloekend de woonkamer uit. “Wel godverdorie, ik moet er meteen van gaan poepen !”, schreeuwde de niet langer erg vrolijk kijkende Nederlander uit op weg naar het toilet. Johnny schrok wel even van deze plotse situatiewijziging, maar voegde er al meteen een welgemeend “Awel, ik krijg ook wel zin” aan toe.  De zo gekende bulderlach bleef deze keer uit ! Terug in de keuken bekeek Eric zijn oudste zoon. “Godverdomme, John,” (een teken dat het hem menens was) “hoe kom jij in hemelsnaam aan dat T-shirt ?”. “Die kan je gewoon laten maken, pa. De tekst is vooraf gedrukt en al wat je moet doen is een foto bezorgen van de gelukkige…et voilà.”  “Et voilà…et voilà”, riep Eric nu helemaal over zijn toeren uit, “en hoe kom jij aan die foto van euh… allez, het buurmeisje ?” Johnny keek zijn vader ietwat schaapachtig aan. “Allez pa, zeg…wat denk je nu zelf ?”. “Maar ik dacht dat jij op oudere vrouwen viel ! Emma is verdomme pas 16 !”. De verdediging liet niet lang op zich wachten ! “Jij moet toch zelf ook reeds hebben gezien dat ze er veel ouder uitziet dan dat ??” Inmiddels was blijkbaar Roger’s toiletbezoek teneinde, te horen aan zijn fel gebrulde : “Hey buurman, het papier is op !!”. Verdomme, helemaal vergeten natuurlijk. “Euh Roger, gebruik maar enkele pagina’s van het magazine dat daar ligt !” Er werd wat gemompeld, maar bleef verder stil, tot plots een enorme schreeuw weerklonk. Eric haastte zich naar het toilet. “Roger, wat is er aan de hand ?” “Aan de hand ? Niks verdomme, aan mijn kont !”, want vanzelfsprekend hielden maar weinig mensen rekening met het gevaar op nietjes bij een toiletbezoek. Inmiddels werd er doorgetrokken, maar zelfs dat verliep niet in de gebruikelijke stilte ! De reden hiervoor was niet ver te zoeken, daar buurman Sanderse met luide stem verkondigde dat dat papier niet verdween op de gebruikelijke manier. Alsof Eric daar nog op gewezen moest worden : hij stond inmiddels met zijn beide blote voeten in het gekleurde water, begeleid door enkele ferme (en vers) gedraaide drollen, onder de iets te hoog opgehangen deur, hem tegemoet zwemmen. Roger verliet het toilet en raakte Eric, die toch al niet zo stevig in zijn schoenen…nou ja, op zijn blote voeten stond, in de zij met de geopende deur, waardoor hij uitschoof en zo volledig in de aanwezige smurrie viel. Hij probeerde zich terug recht te zetten, daarmee met zijn linkerhand in een ongetwijfeld Nederlandse drol pakkend (hij was nog warm !). Nu was Eric’s maag al niet van de sterkste, maar dit overschreed de limiet van het voedsel verterende orgaan, waardoor de reeds erbarmelijke staat van de hall verder werd bevuild met een flinke hoop onverwachte kots. En terwijl de eerste  hondenpootjes duidelijk op de trap waarneembaar waren, kon Eric zich onmogelijk voorstellen dat er iemand op de wereld bestond, die er nog erger aan toe was dan hijzelf. Kon dit nog erger ? Ja, hoor…dat kon ! Inmiddels stond Brenda, Eric’s echtgenote, al zowat 15 minuten te wachten voor het huis van Nick, de vriend van hun andere 16-jarige zoon, Kenzo. Had hij niet beloofd haar buiten te treffen rond 16.00 u. ? Vloekend stapte Brenda uit haar auto, stak de straat over en belde aan. Het bleef echter doodstil in het huis. Brenda naam haar GSM en tikte het nummer van Kenzo in, dat helaas meteen op voicemail sprong. Brenda liep langs het huis heen en was opgelucht te kunnen vaststellen dat de verandadeur, die uitkwam in de keuken, wel geopend was. Ze liep voorzichtig binnen en riep, voor zover haar hese stem het toeliet (het gevolg van een spelletje ’50 shades’, helaas onderbroken door hun Cockerspaniël Rakker én beide zonen) : “Hello ! Is hier iemand?”. Terwijl haar vraag onbeantwoord bleef, nam ze toch een geluid waar op de eerste verdieping van het huis. Het luchtte haar duidelijk op. “Ach, waarschijnlijk videospelletjes aan het spelen en de tijd natuurlijk vergeten”, vergoelijkte ze haar jongste spruit. Terwijl ze de  trap beklom, klonk het geluid nu duidelijker. Het was een nummer dat ze de laatste weken verschillende keren had mogen (moeten !) aanhoren : “Writing’s on the wall” van ene Sam Smith. Het verbaasde haar niet echt : beide jongens waren fervente fans van Bond…James Bond. Eens bovengekomen op de eerste verdieping, liep ze meteen af op de deur die ongetwijfeld toegang gaf tot de bron van de muziek. Ze klopte netjes aan, maar bij alweer een gebrek aan enige reactie, ging ze de kamer binnen. De gekwelde schreeuw van Eric Van Gool klonk ei zo na op hetzelfde moment als de door merg en been gaande gil van zijn echtgenote. Het hoeft geen betoog dat de aanleidingen veel verder uit elkaar lagen ! Bij Eric was het meteen duidelijk wat de aanleiding was tot zijn schreeuw : Rakker had eindelijk de plaats des onheils bereikt en liet zich onmiddellijk vallen om ruggelings door de smurrie te wroeten. Eric probeerde hem weg te duwen, wat hem een beet opleverde tussen duim en wijsvinger van zijn toch al zo gemartelde linkerhand. Buurman Sanderse, niet van een kleintje vervaard, probeerde Rakker vast te pakken, waardoor zijn pruik nog schever op zijn hoofd terecht kwam. Dat was vanzelfsprekend het teken voor Rakker om het kleinood in zijn bek te nemen, het even te laten vallen in de inmiddels kletsnatte hall, om er dan opnieuw mee te verdwijnen naar hoger gelegen verdiepingen. Sanderse riep luidkeels : “Mijn haar ! Mijn haar !”, wat Eric een overdreven reactie vond, gezien de werkelijke afkomst ervan. En geen écht haar op zijn hoofd dat eraan dacht om het opnieuw af te pakken van de hond ! Roger Sanderse had inmiddels wel het water afgesloten, maar toch bleef zowat de ganse katern van  televisieprogramma’s voor volgende week, uit de pot stromen. Mompelend over het verlies van zijn hoofdbedekking, begon Roger Eric te helpen met de opruimingswerken. En ook Eric liet zich uit in verdekte termen.  Waar bleven Brenda en Kenzo ?  En waar was Johnny (onwetend over het vroegtijdig vertrek van zijn zoon na het aanschouwen van het rampgebied) ? Inmiddels kwam Rakker, nog voorzien van een klein plukje haar aan zijn bek, opnieuw de staat van de hall opmeten, daarbij vanzelfsprekend enkele keren door het moeras lopend. “Godverdomme, smerig kutbeest ! Ik maak je kapot ! Ik zaag je in kleine stukjes en voeder je aan de meeuwen !”, schreeuwde Eric, nu nog meer opgewonden van woede. Helaas stonden zowel alle ramen bij het gezin Van Gool (voor de stank) als die bij de andere buren, de familie Leysen (voor wat frisse lucht) helemaal open, zodat Eric’s woorden duidelijk de verschrikte buren bereikten, wat deze niet meteen gerust stelden over de mentale gezondheid van buurman Van Gool. Mevrouw Leysen hoopte maar dat hun jongste zoon niet alweer het slachtoffer was van deze tirade, na het winnen van een of ander spel. Want na de reactie op een spelletje badminton, enkele dagen geleden, had de man zich als een notoir slechte verliezer getoond ! Bij Brenda lag het enigszins anders. Want, wat haar betrof, was haar zoontje het slachtoffer van een verschrikkelijke misdaad, inclusief moord en verminking ! Haar gil weerklonk tot 3 huizen verder. De daders hadden zeker dezelfde ingang gebruikt als zijzelf ! Verder gillend en, inmiddels ook huilend, greep ze naar haar GSM om de politie, brandweer, ziekenhuis en alle andere mogelijke diensten hiervan op de hoogte te brengen. Tot ze plots zag dat er nog enige beweging in Kenzo’s hoofd leek te zitten ! Dat maakte echter in Brenda’s verstoorde brein de zaken er niet beter op : zolang Kenzo’s benen zich naast zijn eigen hoofd bevonden, was er van enig spoedig herstel zeker geen sprake ! En wat hadden die smeerlappen verdomme in zijn mond gestoken ? Veel meer kon ze niet zien, daar de rest van het bed was verborgen onder een donsdeken. Maar die grote bult in het midden deed niet meteen het beste verhopen ! Was dat het lijkje van zijn vriend Nick ? Ze ging voorzichtig de kamer in en zag tot haar ontzetting dat er tevens langs de andere kant van het bed 2 wijd open benen lagen… Brenda slaakte nog net één gil, voordat bij haar het licht helemaal uitging… Het was stil…Bijna muisstil zelfs tijdens het avondeten bij de familie Van Gool. Iedereen was boos en weigerde tegen elke andere aanwezige één woord te uiten. Niemand begreep waarom alle anderen geen enkel begrip konden opbrengen voor hun eigen situatie. Toen Brenda, nog flauw op de benen, maar woedend op Kenzo thuis was gekomen, blonk de hall weer als een spiegel. Zij was ervan overtuigd dat Eric met zijn verhaal alweer flink had overdreven ! Zelfs het aantal beten (Rakker was echt toe geweest aan een bad !) in zijn armen, kon haar niet overtuigen. En haar ‘kleine jongen’ naakt aantreffen onder het omgekeerde lichaam van Nick, had haar humeur zeker geen goed gedaan ! Eric begreep langs zijn kant dan weer niet waarom zijn vrouw zo boos was : hij had meteen met haar willen wisselen wat het doorbrengen van hun middag betrof. Kenzo was erg ontevreden over het onderbreken van zijn vreugdevolle praktijken, die zonder enig ‘happy end’ vroegtijdig waren stop gezet. Zeker nu hem een week huisarrest boven het hoofd hing ! Dezelfde straf was ook Johnny toegewezen door Eric, vanwege zijn voortijdig vertrek ten huize Van Gool ! Gelukkig werd de stilte onderbroken door de deurbel. Eric stond op en liep naar de deur (hij had inmiddels wel andere kleren aangetrokken en het T-shirt met de afbeelding van Emma laten ‘verdwijnen’). Tot zijn grote verbazing stond de volledig haarloze buurman Sanderse op de stoep. “Hey buurman”, begon hij, “heeft u toevallig dat lekker flesje melk nog in huis ?”.

Paul Smeyers
0 0