Lezen

Met de fiets naar de psychiater

Bij mij thuis staat een fiets. Ik zou ermee kunnen rijden en leuke dingen gaan doen, maar de banden zijn stuk. Een fietsenmaker ben ik niet en het geld om er een te betalen vind ik weggegooid. Dus blijft hij staan. Het is een oude fiets. Af en toe rijd ik er toch nog eens mee als het niet anders kan. Naar de winkel, naar de bib, wanneer iemand mij nodig heeft. Dat kost mij dan veel tijd, moeite en energie, maar het is een mooie fiets. Dus blijft hij staan. Toch ben ik van plan mij er een nieuwe aan te schaffen bij een psychiater in de buurt. Een gespecialiseerd in fietsen. Iedere week ga ik op gesprek. Dan antwoord ik op vragen die nodig zijn om meer over mijn ideale fiets te weten te komen en betaal steeds het gevraagde voorschot. Misschien is daar helemaal niets te koop of heb ik met mijn reeds betaalde voorschotten nog niet het volledige bedrag voor een fiets betaald dat kan ook, maar nog steeds verplaats ik mij door middel van twee platte banden. Met wat pleisters, een tube lijm en een pomp is mijn probleem ook verholpen. Daar heb ik geen fietsenmaker geld of psychiater voor nodig. In de Dijle gooien en verder te voet kan ook, maar ik heb verlatingsangst. Het is een oude fiets.   'Kathleen' vraag ik. 'Wanneer heb jij nu eindelijk het meest geschikte stalen ros voor mij gevonden? Betaal ik je niet genoeg misschien? Is dit hier soms een malafide uit luchtkastelen gebakken internetshop die mij onder het mom van valse beloften aan het lijntje houdt en het geld uit alle twee mijn zakken klopt?'   Ik heb meer feedback nodig zegt ze dan, meer inbreng. Je zit vast in je denken. Het beeld van jouw nieuwe fiets is en blijft te vaag. 'Ik bedoel maar, in welke kleur had je hem graag gehad, welke breedte van banden heb je in gedachten, hoe zwaar mag het frame zijn, wel een bagagedrager, geen bagagedrager, met een slot tegen diefstal of niet?'   Na ons laatste gesprek is mij duidelijk geworden dat mijn psychiater alleen sleutels verkoopt van niet bestaande fietsen die nog lelijker zijn dan mijn mooie oude exemplaar. Dus volgende week vraag ik haar zo'n sleutel, ik heb er trouwens genoeg voor betaald, en ga ik er mij zelf een uitkiezen aan het station. Met kniptang en zonder sleutel.  

Sascha Beernaert
0 1

De gereïncarneerde duivenhater

Ik hoop dat als er zoiets als reïncarnatie bestaat je terugkomt in eenzelfde schijtwereld als deze van vandaag. Een waarin een mama liefdevol toont op welke plekjes je als pas uit het ei-gekomene zoal kunt kakken. In goed onderhouden tuinen van buren, gemeentelijke portalen van geklasseerde renaissance woningen of op hoofden van winkelende voorbijgangers met lange haren in de straten van een stad. Totdat je op een mooie lentedag dé dag van je volwassenheid als duif voor het eerst zelfstandig kan kiezen de plaats en voorwerp van delict. Een witte, blinkende, net uit de carwash gereden auto van een voor jou ongekend merk.   KNAL!   Met een BB gun schiet er iemand recht in je rectum. De dader is een kalende man met dikke buik, bril en zweetvoeten in sandalen. (dat van die voeten is gelogen, da's gewoon kwestie van iets meer dramatiek te brengen in het verhaal)   Alsof je leven ervan afhangt vlieg je weg naar een schuilplaats ergens in de lucht. 10 dagen, 7 uur, 23 minuten en 16 seconden kan je niet meer kakken. En op seconde 12, met een krop in je keel zo groot als een basketbal val je van een tak uit de boom recht tegenover een andere (jouw lievelingsboom waar je vroeger altijd zat totdat er zo'n dag of 10 geleden een of andere halve zool het in z'n kalende hoofd kreeg je in je rectum te gaan schieten)   PLOP! (geluid van een uit een boom vallende duif)   Omdat je niet anders kon dan stikken in je eigenste stront.   Op die bewuste 12 de seconde was je eerste dag als volwassen duif afschuwelijk.   Maar nog nooit had ik zoveel plezier in de dood.  

Sascha Beernaert
32 0

Hoerarij (deel1)

Hoeveel $ (bij de hoer)     Hij houdt hem hoog Zij houdt hem laag (met de rug op het bed zij op hem) Het bordeel als intieme plek   Zij kent hem van vroegere bezoekjes (een vijftig eurobiljet in de hand) Hij consumeert haar alsof elke keer de eerste is (het bosje schaam op de achtergrond)   Bij bed en erectie houdt hij zijn kinderlijke naïviteit staande Geveinsde tirade volgens haar (zij houdt hem laag)   Moederlijk gespreid tussen armen en benen   Als niet gelogen uit een kindermond spreekt hij de waarheid: “Jij bent een hoer” “A?” (zij) (hij): “Rij!” Zij berijdt hem (van paardenmetafoor tot op zijn hondjes) Hij neemt intussen het kussen waar (een doek van zwart satijn) Ontneemt haar de lust met zijn blik Zij ondergaat het machtsspel Verliest haar decorum voor maar even Torenluw staat hij op wacht Doorheen kantelen speurt hij de horizont af Sensueel doch zonder dralen haar intiem toilet Verademing der geslachten Ze lachen (hij en zij) Om lust die was Om afstandelijkheid en paardenmetafoor Om aan- en uitgekleed Om woorden zonder betekenis Om verdronken en weggespoelde zwemmers Om vijf minuten tijd Hij nijpt op bepaalde hoogten (in hoven zonder bloemen) Zij laat het toe voor een biljet extra Helder water besprenkelt haar tuintje Bloemlezing voor de volgende pluk: “Il fait moche aujourd’hui” Hij vertrekt (sleutels portefeuille gsm) Wolken achter glasgordijnen Een kus (nat op beide wangen) Regendruppelsurogaat voor onbeschermd vleselijk contact Schuldig aan wandelen op het troitoir: Hij Onschuldig aan vrouw-zijn: Zij

Sascha Beernaert
73 0

EEN ROOKMELDER KAN JE LEVEN REDDEN

Het was oudejaarsavond 2012. We vierden met zijn tienen de laatste dag van het oude jaar. We hadden gegeten, gedronken, gezongen, een spelletje gespeeld, gedronken en om middernacht geklonken op 2013, gedronken en gezoend. Heb ik al vermeld dat er gedronken werd? Manlief had de grens van lichtjes vrolijk tipsy naar straalbezopen al eventjes overschreden en zat al geruime tijd met een vol glas maar met een lege blik voor zich uit te staren. Een uur voordien had ik hem, tevergeefs, al aangemaand te stoppen om zich vol met rode wijn te gieten. Hij was toen al over zijn ‘theewater’,  sorry ‘wijnwater’ en het kalf was toen al behoorlijk verdronken. Ik zou het ondertussen reeds moeten weten;  je kan geen rede meer van toeterzatte mannen verwachten. Op elke vraag waarop in het nauw gedreven mannen, op dat moment, geen zinnig antwoord meer weten te bedenken, komt steevast de volgende zin op de proppen: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Jong en oud bedient zich hiervan. Mijn oom heeft longkanker, mijn vader is een kettingroker, maar ik rook nu en dan maar eens een sigaretje hoor…: ”Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!”  Mijn hele leven is een festijn, maar na een glas of vijf rode wijn is het leven dubbel zo fijn..: “Ik mag toch iets aan mijn leven hebben hé!” Ze zijn al in de olie en het is vanaf dan een kleine stap om hun herseninhoud tot mayonaise om te klutsen. Enfin toen de vrienden rond 3 uur ’s nachts huiswaarts keerden, zat manlief, als een levend straatstandbeeld aan de tafel te suffen. Twee vrienden, Frank en Julietje bleven, zoals jaarlijkse gewoonte, bij ons overnachten.  Zij trokken zich terug in de logeerkamer op de tweede etage. Ik griste het volle glas voor manlief zijn neus weg en kieperde de inhoud in de keukengootsteen. Het was als water naar de zee brengen. Het was overduidelijk dat, alhoewel hij geen ‘pap’ meer kon zeggen, het woordje ‘wijn’ er nog vol venijn uitkwam. Er zou niet geslapen worden alvorens de tournee langs alle flessen met rode wijnrestjes afgerond zou zijn. Ik liet manlief dan maar alleen met zijn drankkegel en kroop in bed. In de aanpalende kamer hoorde ik al het zachte gepruttel dat een snurkje voorafging. Plots na enige tijd hoorde ik een snerpend gepiep. Was dit een gerinkel van een mobieltje in de logeerkamer, een verlate telefonische nieuwjaarswens?  Na enkele minuten begon het irriterende gepiep opnieuw, nu sneller en sneller op elkaar volgend. Ik kwam uit bed en probeerde het gillende gepiep te lokaliseren.  Boven aan de trap, aan het plafond boven de overloop van de tweede verdieping, hadden wij een rookmelder geïnstalleerd. Het ‘kolereding’ snerpte juist op 1 januari om 3.30 uur midden in de benevelde nacht een boodschap dat de batterij leeg was! Ik klopte met een stok tegen de stoorzender die prompt zijn laatste piep inslikte. Yes! Ik lag nog niet tussen de lakens toen het gekrijs opnieuw startte. Ik zette een keukentrapje onder de boosdoener, klom erop, ging op mijn tenen staan en probeerde met een grote schroevendraaier tot aan de rookmelder te geraken. Ik was bij het uitdelen van de lengtes duidelijk misdeeld geweest en kwam een volle tien centimeter te kort. Ondertussen waren Frank en Julietje slaapdronken op de overloop verschenen en had manlief eindelijk iets van het lawaai waargenomen.  Hij kroop de trap op, maande ons onder theatrale gebaren en gesis terug naar de slaapkamers. Hij ‘de grote strijder, de probleemoplosser, de verlosser van alle vrouwelijke onkunde, de handige Harry van Edegem’ zou de zaak van het krijsende toestel eens snel oplossen en moest daarbij geen pottenkijkers hebben. In benevelde toestand tastte hij naar het keukenhulpje, mikte zijn voet op het trapje en zwijmelde met de schroevendraaier de lucht in.”Ksst, kssst, weg jullie!” Ongerust verdwenen wij van het toneel. Wij hadden de deur van de slaapkamers nog niet gesloten of wij hoorden een geweldig kabaal. Daar viel manlief, in gezelschap van het keukenladdertje en de zwijgende rookmelder de trap af. Met een rotvaart stuiterde hij trede na trede naar beneden, in zijn val een reeks fotokaders van de traphal meevegend. Op de overloop van de eerste verdieping kwam hij, met zijn hoofd naar beneden, tegen de deur tot stilstand. Hij lag er voor Pampus. Vol ongeloof kroop hij op handen en voeten in het halletje rond. Overal was bloed.  Ik beval hem om onmiddellijk stil te blijven liggen en te kijken of er niets gebroken was. Alleen een grote glaspunt zat in de hiel van zijn voet. Ik trok het glas eruit en nog voor ik de wond kon ontsmetten, grijnsde manlief ons ‘debielig’ toe en zei: “piep gedaan”, strompelde in gemarineerde toestand de trap terug op en kroop in bed. Ons gastenduo, alhoewel hevig geschrokken, ging  proberen ook nog wat slaap in te halen. Mijn hart fladderde en de adrenaline pompte door mijn hoofd. Bijna had ik, in het beste geval, de eerste dag van het nieuwe jaar op de spoed doorgebracht. Toen ik de stukgevallen kaders en achtergebleven glasscherven opgeruimd had, hoorde ik op de bovenverdieping al een snurkcanon. Toen ik naast manlief  tussen de lakens gleed, nam hij mij vast en met een dronkemans alcoholwalm vroeg hij: “ziede gij mij nog gère?” Op dat moment zou ik vol overgave de echtscheidingspapieren tegen zijn smoelwerk getimmerd hebben. In zijn droom beleefde hij zijn duikeling waarschijnlijk opnieuw, want slapend riep hij: “Mannekes, mannekes, amaai, amaaai, mannekes, mannekes toch!!”  Het dronken gesnurk klonk als een tractor die door de slaapkamer denderde. Na een uur kon ik het niet meer aanhoren. Ik trok  met mijn hoofdkussen onder mijn arm één etage lager en ging vol zelfmedelijden op de sofa liggen mokken. ’s Morgens verscheen manlief met een verkreukeld aangezicht aan de ontbijttafel, dronk een paar glazen water en keek ons stomverbaasd aan, toen we hem vroegen of hij nergens pijn had. De rode wijnkegel was verdampt. Hij wees alleen naar het onverklaarbare geronnen bloed op zijn voet. Ofwel gaf hij hier een meesterlijk stukje amateurtoneel ten beste ofwel was dit wel degelijk één van de symptomen van comazuipen of Alzheimer rosé. Hij wist van de ganse’“nieuwjaarsduik’ niets meer. Blijkbaar heeft een dronken man dus toch een speciale beschermengel. De ganse verdere week werd alcoholloos doorgebracht. Er werd niets meer aan Bacchus geofferd. Mijn nuchtere wil was wet: “Ik mocht toch ook iets aan mijn leven hebben hé!” Als onze regering ons nu wil wijsmaken dat ‘een rookmelder je leven kan redden’, kan ik onverwijld het tegendeel beweren! Een rookmelder kan je leven verkorten en ik had per 1 januari 2013 zelfs weduwe kunnen zijn!   Sim, 6 januari 2015

Sim
12 0

IK MAAK ER EEN KOOKBOEK VAN!

Het was kerstvakantie en kleinzoontje kwam bij ons logeren. Nu is voor die kleine snoeper geen etentje volledig als er geen nagerechtje achteraan komt. Hij bedoelt dan niet een doordeweeks ijsje, maar een echt dessert. Griekse yoghurt met honing en fruit (maar dan niet met teveel fruit want dat is te gezond), chocolademousse of pudding, rijstpap met bruine suiker, crème brulée of een taartje gaan er zonder veel problemen in. Die kleine zevenjarige smulpaap kan zijn Nana als geen ander rond zijn vingertje winden en dus zou er voor het afronden van het kerstdiner liefst iets heel speciaals uit de lekkernijhoek moeten komen. Ik pijnigde mijn hersens en dacht onmiddellijk aan de profiterolles die ik zo’n 35 jaar geleden eens zelf gebakken had. Ik vergeet nooit die allereerste keer dat ik de echte profiterolles, gevuld met vanille ijs en overgoten met smeuïge chocoladesaus geproefd had. Wij kampeerden in Zuid-Frankrijk, in de omgeving van Agde en gingen op uitstap naar Pèzenas, de stad van Molière.  Het was juli en een hete zonovergoten dag. We hadden voor de lunch een tafeltje in de schaduw gevonden op een terras van een klein restaurantje. Voor dit eethuisje prezen allerlei menuborden de plaatselijke streekgerechten aan. Mijn vader zei altijd: “Probeer zoveel mogelijk van de wereld te zien. Waar je ook bent, ga niet voor de Belgische ‘biefstuk-friet’ maar tracht steeds het locale inwonersmenu te proeven.”  Terwijl mijn twee mannen voor een veilige pizza kozen, ging mijn vaderlijk gen in overdrive en wees mijn vinger onmiddellijk het plaatselijk aangeprezen lunchmenu aan. Er stonden twee gerechtjes op die ik helemaal niet kende. De ongekende keuzes lieten het water alvast in mijn mond  lopen: Brochette d’abats en als dessert profiterolles.  Ik geef toe dat niet alle streekgebonden gerechten overgrote successen waren. Vooral in landen waarvan we de taal niet machtig waren en we de vreemde tekens niet konden lezen, konden we nogal eens voor verrassingen komen te staan. Het was zoiets als Russische roulette spelen. Vier keer ging het goed en de vijfde keer kreeg je soms een met look en peterselie opgesmukte stront op een bordje voorgeschoteld. Dit risico moest je er dan maar bijnemen als je nieuwsgierig en avontuurlijk was. Zo aten manlief en ik, in Thailand gefrituurde krekels en blauwglanzende torren, die lekker knisperend waren en net als onze chips proefden.  In Ecuador smulden wij op de markt van cuy, de op de barbecue geroosterde cavia’s, die net als konijn smaakten. In Vietnam sliepen wij bij de plaatselijke bevolking in een ‘homestay’. Hier kregen wij  een uiterst lekker stoofpotje voorgeschoteld. Nadat wij onze buiken goed rond gegeten hadden en wij de laatste restjes met brood bij elkaar schraapten, vertelde onze gids ons, dat dit een ‘hondjesstoverij’ was. So what..het was verdomd lekker!  Nabij de Victoria Falls in Zimbabwe kregen wij, als inheemse delicatesse, zwarte wormen geserveerd. Onze medereizigers keken kokhalzend toe, toen wij in de wormen beten en er een wit puddingachtig slijm over onze lippen liep. Het liet alleen een afgrijselijke ongedefinieerde verdufte grondsmaak na.  Dit was dus de vijfde kogel van de Russische roulette. In Pèzenas, in de schaduw van de acaciabomen zat ik dus verlekkerd te wachten op mijn nieuwe ontdekkingen.  Terwijl mijn ex-man en mijn zoontje hun tanden in de geurige pizza’s zetten, kwam er voor mij een spies met gegrild vleesafval. Abats, abattoir…slachthuis…had ik eventjes doorgedacht dan had ik het kunnen weten! De brochette met stukken tripes, tong, niertjes en lever was versierd met een blaadje sla, een sneetje tomaat en drie stukjes aardappel. Mijn smaakpapillen kwamen in opstand.  Als er nu één ding ter wereld was, wat ik absoluut niet binnenkreeg…juist. Het hoofdgerecht was voor mij dus een Franse slag in het water. De Pèzenassenaars mochten hun lokale lekkernij zelf oppeuzelen. Ik was( en trouwens nu nog steeds niet) totaal geen fervente dessertmadam, maar nu zat ik toch hongerig en vol ongeduld op de profiterolles te wachten. Daar kwamen ze dan, vijf luchtige soesjes, gevuld met romige vanille ijs en overgoten met glanzende pure chocoladesaus. En engeltje dat op je tong pieste. Terug in Antwerpen ging ik op zoek naar diezelfde lekkernij. Het enige wat ik vond waren kartonachtige fabriekssoezen gevuld met slagroom die in de verste verte niet op het hemelse toetje geleken. Ik besloot voor kerstavond de profiterolles dan maar zelf te maken. We bevonden ons nog in het voorhistorische computertijdperk en het woord “google” was een nog niet uitgevonden begrip. Met een recept van soezendeeg, uit het ‘Grote Kookboek van de Boerinnenbond” toog ik aan de slag. Ik mengde, ik roerde en ik kliederde. Ik spoot met een zelfgemaakte spuitzak bolletjes soezendeeg ‘als eieren zo groot’ op het bakpapier. Vol ongeduld keek ik door het raampje van de oven. De krengen bleven groeien en zwellen. Na 25 minuten had ik aan elkaar gekoekte sinaasappelgrote soezen. Het rook heerlijk in de keuken, naar wafelenbak en het smoutebollenkraam. Ik kreeg het niet over mijn hart, mijn eigengemaakte halve tennisbalgrootte ‘profiterolletjes’ in de vuilnisbak te kieperen. Ik sneed ze open, vulde ze met een grote bol vanille ijs en overgoot ze met warme chocoladesaus. Er konden er juist twee naast elkaar op het dessertbordje en toen ik ze opdiende, was het net of  ik aan iedereen een paar negerinnenborsten cadeau deed. De mannen likten suggestief de chocolade van de soezen terwijl de dames, een beetje lacherig en maten vergelijkend, de lepel in het nagerechtje duwden. Het gelach en het commentaar over mijn ‘tietendessert’ heeft me nog geruime tijd achtervolgd. Na 35 jaar zou ik het goddelijke dessert voor mijn kleinzoontje nog eens opnieuw uitproberen. Ik googlede en kreeg onmiddellijk een honderdtal recepten.  Dus als een volleerde ‘profiterolkenner’ ging ik opnieuw aan de slag. Ditmaal waren ze perfect van grootte en structuur, ze smolten op je tong. Mijn eigen ‘komen eten’-familie gaf me na het kerstdiner een welverdiende 9/10 voor sfeer en gezelligheid. Mijn zevenjarig kleinzoontje glunderde. De chocoladesaus zat overal, van zijn mondje over zijn neusje tot achter zijn oren.  Hij stak zijn bruine duim omhoog en zei dat hij voor dit dessert een overduidelijke 10/10 gaf. Dus tv koks, Jeroen Meus, Piet Huysentruyt en Sofie Dumont jullie zijn verwittigd. Als het aan mij ligt, komt er dit najaar een nieuw erotisch kookprogramma à la Nigella Lawson “Chez Nana” op de buis. Ik zal kookzappend Vlaanderen overspoelen met mijn chocolade ‘tietendessert’ en leg er dan voor de dames nog een aanschouwelijke banaan bij! Om de niet kopers van mijn eerste boek wat over de streep te trekken en om de verkoop van mijn eventuele tweede boek, als kookboek, wat aan te zwengelen, volgt hierna het recept van overheerlijke profiterolles! De ingrediënten in dit recept zijn voor 4 tot 6 personen. de soesjes: 5 eieren 100 g boter 180 g bloem , 2 grote soeplepels zelfrijzende bloem en de rest patisseriebloem 25 cl water = 1 bierglas 1 vanillestokje of een half zakje vanillesuiker. 1 snuifje zout de chocoladesaus: 200 g donkere chocolade 100 g suiker 1 klontje boter 1 dl water de afwerking: 1⁄2 l vanille-ijs bereiding de soesjes: Weeg alle ingrediënten zorgvuldig Zet een kookpot op een laag vuur en giet het water in de pot. Voeg er de boter bij het halve zakje vanillesuiker of  de zaadjes uit de vanillestok . Snij de vanillestok overlangs door en schraap met een mespuntje de zaadjes uit de beide helften van de peul.  Laat de boter smelten en giet dan de bloem in de pot. Zet het vuur op een laag pitje en meng alle ingrediënten met een houten lepel, tot ze samenklitten tot een deeg.  Haal de pot van het vuur en voeg nu de eieren één voor één toe. Meng tussendoor krachtig tot elk ei in het beslag verwerkt is. Dit vraagt een beetje inspanning! Om je een idee te geven: het beslag moet de dikte hebben van egale stopverf.   Voeg een snuifje zout toe, meng goed en vul de spuitzak met het soezenbeslag. Indien je geen spuitzak hebt, neem dan een plastiek diepvrieszakje er snij er aan één hoek een punt af Verwarm de oven voor op 180°C. Hou de ovenplaat er uit.  Bedek de ovenplaat met een vel bakpapier.  Neem de spuitzak en spuit egale toefjes beslag op de bakplaat. Laat voldoende ruimte tussen de porties beslag, want het volume zal tijdens het bakken verdubbelen.(denk aan mijn eerste baksel 35 jaar geleden!) Kies voor porties die half het volume hebben van de inhoud van je ijsschepper. Bak de soesjes gedurende 25 minuten in een oven van 180°C, en laat ze nadien even afkoelen.Je kan de soesjes ruim op voorhand bakken, ze vullen en ze in de diepvriezer bewaren. Laat ze daarna +- 15 tot 30 minuten ontdooien. de chocoladesaus:Zet een steelpannetje op het vuur en doe het water en de suiker erin. Breng het mengsel aan de kook zodat er een bleke suikersiroop ontstaat. Breek de chocolade in stukken en smelt ze in de siroop. Roer voortdurend met een garde, tot je een glanzende saus krijgt.  Meng ten slotte een klontje koude boter door de saus. de afwerking: Snij de gebakken soesjes middendoor. Gebruik hiervoor een scherp mes (bv een steak- of broodmes).   Leg op elk half soesje een bolletje vanilleijs. Plaats er de hoedjes op, en serveer de profiteroles met een flinke lepel warme chocoladesaus.    

Sim
34 0

WERELDRECORD

Manlief bereidt zich voor om in het Guinness World Record boek 2015 te verschijnen. Manlief wil het wereldrecord knoopjesdraaien halen. Hij heeft, samen met mij, al gedurende meer dan een twintigtal jaren goed kunnen oefenen. Hij heeft zich ondertussen, zonder noemenswaardige concurrentie, probleemloos tot in de halve finale gedraaid. Ik zie jullie de wenkbrauwen al fronsen en peinzen tot welke sporttak ‘knoopjesdraaien’ dan wel behoort! Ik zal het eventjes proberen uit te leggen. Manlief haalt uit de kast een juist versteld en gestreken hemdje en knoopt dit daarna dicht. Niets bijzonder hoor ik jullie denken.  Later op de avond laat hij zich lekker op de sofa onderuitzakken en geeft zich vervolgens over aan zijn tic ‘het knoopjesdraaien’! Onbewust cirkelen de kleine witte hemdsknoopjes tussen zijn plukkende vingers tot de draad het uiteindelijk begeeft. Het knoopje vind ik dan later, in het beste geval, ergens op het tapijt of tussen de sofazetels terug. In het slechtste geval verdwijnt het minuscule knopje overnacht ergens in de knoopjeshemel. In de grote knopen verzamelzak moet er dan een vergelijkbaar exemplaar gevonden en met bijbehorende kleur terug aangenaaid worden. Ik hoor jullie al reageren: “Waarom leer je hem dit dan niet af?” Denken jullie nu echt dat ik nog geen enkele poging ondernomen heb? Ik heb manlief, met naald, draad en schaar achternagezeten en geroepen dat hij vanaf nu zijn eigen averij maar moest herstellen. Manlief haalt dan glimlachend zijn schouders op, legt zich op de sofa en begint aan het volgende knoopje. Olie op het knoopjesvuur? En wie, denken jullie dat er met de vinger gewezen wordt, die arme man die er slonzig, knooploos bijloopt of die luie huisvrouw, die bedankt voor de eeuwigdurende reparaties. Ik weet het, we hebben allemaal, na meer dan een kwarteeuw huwelijk of samenwonen, wel ergens een partner zitten met een tic, waarvan je stilaan krankjorum wordt. Toen we verliefd waren vond ik het zo schattig en ontwapenend als manlief met zijn ene hand in mijn hand en zijn andere knoopjesdraaiend naast me op de sofa zat. Het leek wel een knuffelde kleuter met een teddybeer. Maar na 20 jaar knoopjesverstelwerk heb ik het stilaan wel een beetje gehad. Waarom knaagt hij niet aan zijn nagels? Die groeien kosteloos en zonder echtgenootreparaties probleemloos terug aan! Waarom draait hij in een ontspannen- of thrillermoment geen pijpenkrullen naast zijn oren? Juist ja, het grijze haar wordt ondertussen niet lang genoeg meer en valt liever uit dan als ‘tic nerveux’ dienst te doen. Ik hoor hordes vrouwen zich nu bedenkelijk afvragen, waarom ik toch te klagen zou hebben, want zelf kunnen ze wel encyclopedieën volzeuren over alle ergernissen die hun wederhelften oproepen…Ja we weten ondertussen dat de meeste mannen geen lades en kasten sluiten en zich uit de situatie proberen te redden met: “Wat ik eruit gehaald heb, moet er straks toch terug in, dus liet ik ze maar gewoon openstaan.” Of hebt U ook zo’n exemplaar in huis dat na een afwasje, niets, maar dan ook letterlijk niets op de juiste plaats terugzet. U kookt al meer dan 30 jaar in diezelfde keuken, met dezelfde kasten waar alle huisraad, potten, pannen, tassen en koppen al gedurende het ganse huwelijksleven op identiek dezelfde plaats staan, maar manlief presenteert je na al die jaren nog steeds een afwas- huisraad- zoektocht. Of heb je ook zo’n slechthorende editie, die nooit luistert en alleen hoort wat hij wil horen. Dames, hoe we ook trachten hun gezellige oude dag met ons gezanik te verstoren,  besef voor eens en voor altijd; mannen blijven kleine kinderen en kunnen na de trouwpartij, en cours de route, nooit meer veranderd worden. Hoe groen al het houtwerk*, door alle ergernissen in de loop van de relatiejaren verkleurd werd, meestal is ‘what you see, is what you get and …even less’.  Dus zet ik voor de duizendste keer’ met liefde’ opnieuw een afgedraaid knoopje terug aan het hemd. Ik zet een streepje in mijn notaboekje en hoop dan dat manlief , met zijn discipline ‘knoopjes afdraaien’, ooit samen met de poging polonaisedansen, het langste traject dominosteentjes laten vallen, het meeste hamburgers eten, het langst op een paal zitten en het grootste kussengevecht op een dag in het Guinnes World Record boek zal mogen staan.   *groen hout zijn : ruzie tussen man en vrouw   Sim,                       4 augustus 2015 en op weg naar het wereldrecord!

Sim
0 0

Onbepaald

Ik had zonet een van die momenten waarop je achteraf met een moeilijk te bepalen gevoel achterblijft. Mijn sportzak is een juten boodschappentas en die draag ik zo elegant om mijn arm dat het lijkt alsof ik een dure designertas heb.   Zo met mijn open handpalm naar boven gericht en mijn telefoon in de andere hand kwam ik van de fitness de nu al donkere en verlaten straat op. Met mijn grote zwarte hoed van de rommelmarkt op leek het al helemaal alsof ik recht uit de Vogue kwam aanwandelen.   'Verzeihung, Verzeihung!" riep iemand. Het duurde even voor ik mijn verzonken blik verward afwendde van mijn telefoonscherm en besefte dat het tegen mij was. “Ja?” antwoordde ik aan de Duitse krullenbol van een jaar of zestien en vertraagde mijn stap met behoedzame twijfel.   Stamelend en stotterend en na een vijftal “uuh uhh”’s kwam er een vraag uit die hij overduidelijk zonet ter plekke bedacht had: “Wissen Sie was darauf steht?”. Hij wees naar een rij bellen met naamplaatjes aan een deur.   Ik volgde zijn wijzende vinger met mijn blik en keek dan terug naar hem. Plots voelde ik hoe onbeschermd mijn rug was. In een fractie van een seconde besloot ik om niet te gaan kijken naar de naamplaatjes, nog snel een verlegen “Ich kann kein Deutsch” eruit te gooien en mijn hoofd snel weg te draaien. Ik hoorde hem nog “uhh uhh uhh ok, uhh ok” zeggen.   Terwijl ik met dat onbepaald gevoel de jongen verliet zonder om te kijken, wist ik niet goed of mijn hart brak omdat het de stad was die me vervreemdde van mijn onbekende medemens of dat ik me opgelucht moest voelen omdat ik net ontsnapt was aan een op mij gepleegde overval.

Veronica De Rycke
0 0

Pubers

Kinderen zijn een mensensoort die tot de homo sapiens behoort. Zo wordt beweerd, maar dat is een dwaling. Er is een aanzienlijk onderscheid tussen de twee. Alleen al het verschil in levensverwachting is significant. Waar de gangbare mens - waartoe u en ik behoren - gemiddeld een leeftijd van tachtig jaar behaalt, worden kinderen zelden ouder dan twaalf! En waar de homo sapiens doorsnee 173,5 cm lang is, zit er bij kinderen een enorme rek op, maar haast nooit worden ze groter dan anderhalve meter. Kinderen kunnen dus bezwaarlijk als volwaardige mensen worden beschouwd. Ten hoogste zijn ze een ondersoort. Iedere ouder houdt er zijn hart voor vast, maar de realiteit is nietsontziend: op een mooie ochtend betreed je vrolijk neuriënd de slaapkamer van je oogappel, en doe je de vreselijke vaststelling dat je telg 'overnight' verdwenen is! In zijn plaats ligt er een vreemd wezen in zijn sponde. Een karikatuur die uiterlijk vage trekken van je kind vertoont, maar er verder weinig mee te maken heeft. Het hele gezicht van het vreemde wezen zit onder de vieze pukkels. Plukjes onvolgroeid haar duiken her en der op uit openstaande poriën. En het schepsel drukt zich uit bij middel van een vreemd overslaand keelgeluid dat je eerder aan het roestige geknars van een waterpomp herinnert dan aan het liefelijke stemmetje van je spruit. Even wil je nog geloven dat alles op een misverstand berust, maar wanneer je ontdekt dat de alien ook karakterieel nauwelijks enige gelijkenis vertoont met je eigen broed, weet je dat het drama zich heeft voltrokken. Het kind, waar je meer van hield dan van jezelf, blijkt verdwenen te zijn en vervangen door een slechte imitatie. De volgende dagen, weken en jaren ga je door een hel. De tijd dat je kleine, schattige mormeltje iedere morgen je hart deed smelten met een stralende glimlach, is definitief voorbij. Het nieuwe specimen heeft een ochtendhumeur waar niet door te raken is. De stomme grapjes, waar je jarenlang succes mee wist te boeken, worden op verveeld ooggedraai onthaald. Verder ben je plots in je eigen huis niet meer vrij om te gaan en te staan waar je wil. De slaapkamer van je oogappel blijkt nu privéterrein te zijn waar je aanwezigheid niet is gewenst. En wanneer er gedoucht moet worden, wordt de toegang tot de badkamer je ontzegd omdat edele delen plots voer vormen voor diepe schaamte. En het drama wordt steeds ingrijpender. De cd's met liefelijke kinderliedjes worden in een duistere la weggemoffeld. De handdoeken met het echtpaar Mickey en Minnie Mouse worden je aangereikt om te gebruiken als vod. Kinderprogramma's op zondagochtend moeten het met een kijker minder stellen. Uitstapjes waar je koter een paar weken tevoren zelf nog enthousiast om verzocht, worden als oeverloos saai ervaren. Speeltuinen worden gemeden alsof er zwarte pest heerst. Films die niet tenminste het label 16+ dragen worden afgedaan als stom. Gezinsmomenten als het ontbijt zijn uit den boze. De nieuwe mens verslaapt liever de helft van de dag om ergens diep in de namiddag helemaal alleen een ongezond ontbijt te nuttigen. Niet op een comfortabele stoel aan de keukentafel, maar rechtopstaand aan het aanrecht. Meisjes beginnen bij het minste achterlijk te giechelen, en jongens verbergen kartonnen zakdoeken onder hun matras. Het voordien zo onontbeerlijke speelgoed wordt door jezelf in dozen gemoffeld om het te bewaren voor een volgende generatie. Het slaapkamerbehang, dat getooid is met figuurtjes uit Walt Disneyfilms, wordt vakkundig overplakt met tientallen centerfolds waarop levensbelangrijke popsterren prijken. De schattige outfits, waarmee je spruit daags voordien nog vrolijk liep rond te paraderen, worden hopeloos belachelijk gevonden. Het schattige anorakje, waar dat kleine kotertje zo beeldig mee stond, krijgt het predicaat 'kinderachtig' mee. Een sweater met capuchon zal voortaan bescherming moeten bieden tegen weer en wind. De sterke laarsjes met verharde tippen worden ingeruild voor een paar sneakers waarin de voeten zweet zullen vergaren tot er een geur uitslaat die tot hersenverlamming leidt. De hinkelpas waarmee je spruit zich over straat bewoog, wordt vervangen door een tergende slenterpas waaruit een grenzeloos balen blijkt. En zo kan ik nog even doorgaan. Het punt is dat er iets niet klopt. Geen mens kan op zulke korte tijd zo drastisch veranderen dat hij zelfs voor zijn eigen moeder en vader een vreemde wordt. Daarom twijfel ik geen ogenblik aan mijn stelling. De wetenschap is nog niet klaar om het te erkennen, maar ik kijk nu al uit naar de dag dat het wereldkundig zal worden gemaakt: kinderen zijn een niet erkende ondersoort van de homo sapiens, een soort met opmerkelijke kwaliteiten maar met een ernstige handicap: zijn wankele gezondheid, de reden wellicht waarom hun houdbaarheid niet meer dan twaalf, hooguit veertien jaar bedraagt. Mag ik daarom een oproep richten tot alle wetenschappers, dokters en weet ik wie die zich met het welzijn van de mens bezighouden? Laat die ouderdomskankers voor wat ze zijn! Zoek niet langer een remedie tegen dementie, alzheimer, Parkinson en andere vreselijke kwalen die bij de aftakelende homo sapiens tot de dood zullen leiden. Stel uzelf tot doel een middel te vinden om die arme kinderen langer te laten leven! Misschien komt het dan nog wel goed met de mensheid... en met de wereld. Onze nakomelingen zullen u dankbaar zijn! 

Lou Van Lier
2 0

Het motief

In onze zetel ligt een kussentje. Dat heeft mijn creatieve nichtje gemaakt. Vorig jaar voor Music for Life. Sewing for Life, heette haar bijdrage. Ik kon niet anders dan het kopen van haar, voor haar. Ze verdiende het helemaal. Dat het ook nog prachtig accordeert met de kleuren in onze living, dat was pure bonus. Dus reisde het kussentje vanuit België helemaal af naar Jordanië, en vond het een thuis in het kloppend hart van ons nest. Overdag slapen er poppenhoofden op, daar naarstig neergelegd en vergeten door de zorgende moeders die onze dochters zijn. ’s Avonds vleien wij er onze moeë rug tegen. Zoals zovele dingen, heeft het kussentje twee kanten en een binnenste. Lime groen aan de ene kant. Een stofje van fleece aan de andere kant. Naar de binnenkant heb ik het raden, zoals wel vaak. Er is geen voor- en achterkant, maar eerst was dat fleecen kantje bijzaak. Het was de limoengroene zijde die onze woonkamer alle eer aandeed. Had je mij gevraagd de andere zijde van het kussen te beschrijven, ik had het niet gekund.   Toen ik op een dag de school van dochter Julie binnenwandelde, ving ik in het voorbijgaan een glimp op van de berenbedjes die er in een lokaal klaar staan voor de kindjes in hun spel geveld. Enkele bedden waren bezet, zoals wel vaker aan het eind van de middag. Daar sliepen een paar van die donkere kopjes. Uitgeteld en opgekruld. En toegedekt onder een dekentje. Mijn ogen bleven aan het dekentje haken. Ik kon het niet goed onderscheiden. Omdat zo’n kamer met slapende kinderen een heiligdom is, ging ik niet binnen. De volgende keer keek ik wat beter. In het halfduister kwam de stof van de dekentjes mij vertrouwd voor. Vanwaar kende ik toch die zachtgrijze krinkelingen in dat pluizen wit? Toen ’s avonds mijn ogen nog eens door onze huiskamer zeilden, zag ik het. Hetzelfde fleecen stofje van de ene kant van het kussen. Globalisering dus. Klaarblijkelijk had niet alleen het kussentje gereisd. En dat hetzelfde motiefje ook nog een ander deel van Julie’s habitat inkleurde, dat vond ik wel een knusse gedachte.   De dagen kwamen en gingen. Tussen woonkamer en buitenwereld, kussen en deken, pendelden wij onze gewoonlijke routes. Met de dagen kwam en ging ook het nieuws. Er was ook nieuws dat bleef. En beklijfde. Toch voor even. Of waren het de beelden die bleven? Eerst boten onder de zon, dan treinen door de regen, en tenslotte lange stoeten, langs, op, en over afsluitingen, tot in de parken van ons vaderland. Toen zagen wij pas met hoevelen zij waren en hoe vol die treinen en boten moeten hebben gezeten: mensen van hun nesten en woonkamers ontdaan, op weg achter de hoop aan. De beelden regen zich aaneen. Elke keer keek ik wat beter. Of ik niet iemand herkende op die foto’s. Want door in Jordanië te wonen komen al die gezichten mij zo vertrouwd voor. Vooral de kinderen – zij kunnen de vriendjes van onze dochter zijn die zich gisteren nog in prinsessenkleren hulden en dartel door het leven gingen. En toen ik zo goed aan het kijken was, zag ik het plots overal opduiken. Hetzelfde motief. Op het dek van de boten, in de bermen langs de weg, over schouders, onder een hoofd, over een baby, een dood kind gelegd: de zachtgrijze krinkelingen in het pluizen wit van dat o zo gekende fleecen stofje. Globalisering dus. Klaarblijkelijk was ook dat bekende motief mee op de vlucht geslagen. Een stuk van onze living in die hallucinante beelden. Wat past niet in het rijtje.   Ondertussen zie ik wat minder van die fleecen dekens in het nieuws. Waar zouden ze allemaal gebleven zijn? Hoe dan ook, dat de zachtgrijze krinkelingen in het pluizen wit naar ergens anders dan de zelfkant mogen leiden.

Marjanne Sevenant
1 0
Tip

We maken ons zorgen

Snel snel snel. Waar zijn mijn sleutels? Die verdomde sleutels die er steeds in slagen onder een tijdschrift of tussen vuile borden te belanden. Het lijkt alsof ze een eigen wil hebben en hun bestaansreden is om mijn handtas te ontvluchten. Daar! “Helena?” Waar is mijn dochter? Vijf minuten geleden zat ze nog rustig in de zetel haar strip te lezen. Eén blik op de klok zegt me dat ik toen had moeten vertrekken om haar op tijd bij haar juf af te leveren. Haar juf. Ik ben nooit een fan geweest van kleuterjuffen, dat toontje waarop ze zowel tegen hun kleuters als tegen de ouders spreken, alsof de hele wereld bestaat uit mensen die duidelijke instructies nodig hebben. Die alleen een boodschap verstaan als elk woord met nadruk wordt uitgesproken. Ik geef toe dat juf Eva anders is, ze is lief tegen de kinderen en waarschijnlijk streng als het moet. Ze doet normaal tegen de ouders. Helena heeft haar graag. Ze veroordeelt me niet en net daarom haat ik het haar telkens teleur te stellen.   “Helena?” Waar is mijn kind? Ze is er zo goed in te verdwijnen. In de winkel als je even haar hand loslaat. Knuffelend met een vreemde hond als je vijf seconden de andere kant op kijkt. Naar haar kamer als de ruzies tussen mij en Thierry ontploften en we vergaten dat ze er was. Ik kon juf Eva natuurlijk niet blijven teleurstellen. Nadat ik Helena zeven keer laattijdig had afgeleverd bij de klas, waarvan twee keer met spaghetti in haar haren. Nadat ik vier keer haar boterhammen ’s avonds op het aanrecht zag staan en ze me fier vertelde dat juf Eva ervoor gezorgd had dat ze toch kon eten. Dat de boterhammen die juf Eva voor haar maakte lekkerder waren dan de mijne. Nadat ik een speelplaats vol prinsessen, draken en tijgers zag en besefte dat ik vergeten was voor Helena een kostuum te kopen (ik had het je nochtans gevraagd mama). Toen liet de verdraagzame juf me weten dat ik de volgende dag verwacht werd voor een multidisciplinair overleg rond mijn dochter.   Zou ze in de tuin geglipt zijn? Soms wilt ze voor school nog even afscheid nemen van haar konijn Matilde, een schattig dwergkonijntje dat na enkele weken uitgroeide tot een Vlaamse reus. Ik heb Thierry vaak gesmeekt het hok groter te maken maar nu ben ik ook voor taken waar enige handigheid en ruimtelijk inzicht voor nodig is op mezelf aangewezen.   Ik was bloednerveus voor het overleg. Een uur heb ik voor de spiegel gestaan, mijn outfits vergeleken en me afgevraagd wat het beste paste bij een goedbedoelde moeder die de boel misschien een beetje te ver had laten komen. “Ga zitten mevrouw Lambrechts.” Ik telde vijf gezichten die me ernstig en begripvol aankeken. Na het rondje functieomschrijvingen (wat is in hemelsnaam het verschil tussen een psychopedagogisch medewerker en een leerlingenbegeleider?) stak ik meteen van wal. “Ik weet het, ik ben de afgelopen periode niet de meest zorgzame moeder geweest. Ik sta er alleen voor na mijn scheiding en ik krijg het allemaal nog niet goed georganiseerd. Vroeger hielp mijn moeder mee, maar ze is aan het revalideren na een heupoperatie.” Vier gezichten keken me vragend aan. Juf Eva schoof heen en weer op haar stoel. “Ik had het nog niet vermeld, maar het is inderdaad wel eens gebeurd dat Helena te laat op school kwam.” “Hoe vaak?” De Directrice, een magere vrouw met een natuurlijke neerbuigendheid richtte zich tot Eva. “Euh. Zes keer denk ik.” Er ging een zucht door het groepje. De Directrice schudde haar hoofd. “Dat is inderdaad niet zo best mevrouw Lambrechts, maar we zijn hier om een andere reden bijeen gekomen. We maken ons zorgen.”   Ze is niet bij haar konijn. “Helena? Helena?” Het is nog koud buiten maar de warmte kondigt zich al aan in de staalblauwe hemel. Doe ik haar een jasje aan of niet? Wat is het toch met kinderen dat simpele keuzes zo moeilijk worden? “Dochter kwijt?” Yvonne, onze joviale maar nieuwsgierige buurvrouw, tuurt door de haag. Het is vast geen toeval dat ze zo vroeg al buiten rondloopt. “Ach ja, kinderen, je weet hoe ze zijn.” “Als ze ergens naartoe willen zijn ze weg. Ze denken dat hun ouders wel weten waar ze zijn.” “Ze denken dat we hen altijd wel zullen vinden.” Yvonne knikt. “Het kind heeft veel meegemaakt natuurlijk.” Ik huiver en loop terug naar binnen. Wat heeft dat er nu weer mee te maken? Mijn kind heeft zich altijd normaal gedragen en plots is alles anders, want het heeft veel meegemaakt.   “Kijk mevrouw Lambrechts,” de Psychologe neemt nu het woord alsof er op voorhand een script is afgesproken – hoe brengen we het slechte nieuws op een empathische maar toch duidelijke manier, dat de chaotische moeder beseft dat het echt wel menens is. “We hebben er begrip voor dat u momenteel door een moeilijke periode gaat. We weten dat u het welzijn van uw kind altijd op de eerste plaats zet en alles doet wat binnen uw mogelijkheden ligt om haar leven verder zo normaal mogelijk te laten verlopen.” Ik knik een beetje beschaamd, voel een traan prikken, wat zou het een opluchting zijn te janken nu, gewoon te janken en te schreeuwen dat het allemaal niet waar is. Ik weet gewoon niet of het waar is. “Helena mist haar vader.” Ik open mijn mond maar voor ik iets kan zeggen herpakt de Psychologe zich. “We weten dat hij niet de biologische vader is en dat hij geen aansprak op haar maakt. Maar ze mist hem.”   Het was een opluchting geweest hem aan de deur zetten. Zo vanzelfsprekend hij in ons leven gegleden is, zo makkelijk was het na alle ruzies, verwijten en dagelijkse sleur hem uit het mijne te zetten. En uit dat van Helena, dacht ik. “Liefje?” Daar zit ze terug in de zetel met dezelfde strip. “We moeten vertrekken mama, ik ga weeral te laat zijn. Kijk, ik heb mijn boterhammen al zelf gepakt.” Juist, die boterhammen die al sinds gisterenavond op de frigo in de kelder staan omdat ik dacht dat het me beter zou lukken eraan te denken als ik ze ’s morgens niet meer moet smeren. “Kom, ik breng je naar school.”

Marie Jacobs
0 1

TRIESTE OGEN

Op het einde van mijn vijfde – en voorlopig tevens laatst geplande - bezoek aan Harare, de koningin van Zimbabwe en, bij uitbreiding, van heel zuidelijk Afrika, weet ik het nu wel zeker : deze stad is ongetwijfeld een dame van stand ! Ze gedraagt zich immers geheel anders dan een gewone vrouw. ’s Ochtends rekt ze zich nog eens lekker uit, nog wat moe van de vorige avond, en wacht op haar butlers om zich klaar te maken voor de dag. Dat heeft vanzelfsprekend zijn tijd nodig, zodat ze pas tegen de middag stilaan op gang komt. Maar terwijl de uren verder wegtikken, komt ze op dreef. Dan leeft ze, werkt ze…beweging is haar ding ! Aan de namiddag heeft ze een hekel : een hoop drukte in haar straten zonder enig belang. Maar ‘s avonds… Ha, ’s avonds maakt ze zich op, klaar om de honderdduizenden mannen te verleiden. Arbeiders, bedienden en toeristen zal ze in haar armen ontvangen. De kleine, voor haar onbetekenende vlekjes werkt ze zorgvuldig weg : ze bekijkt hen, lacht hen luidkeels uit en spuwt ze uit haar gebied…haar eigendom…haarzelf. En als eindelijk al de werklozen, gehandicapten en bedelaars uit haar zicht zijn verdwenen, is ze helemaal klaar om bemind te worden door de rijken ! Ja, de rijken zal ze aan haar borst drukken en troosten indien nodig…ze zal hen voorzien van de broodnodige liefde ! Oh ja, er is geen twijfel…deze stad is een dame, bemind door sommigen, veracht door velen. Ach, ik weet wel dat haar plaatselijke economie niet de mogelijkheden heeft om nog langer “Bencom” producten te importeren, maar wat dan nog… Birgit, mijn echtgenote en tevens de verantwoordelijke voor de boekhouding van ons bedrijf, begint zich echter vragen te stellen over het nut en – vooral – de daaraan gekoppelde kosten van deze tussenstop, na mijn zakelijk bezoek aan het immer voorspoedige en winstgevende Zuid-Afrika. Maar hoe kan ik haar in hemelsnaam verklaren dat ik, na typisch “mannelijke steden” zoals Johannesburg, Durban en Kaapstad, hunker naar Harare en haar inwoners ? Dat ik bij aankomst in Johannesburg voor een rondreis van zowat 2 weken, reeds uitkijk naar de aantrekkelijkheid van mijn volgende bestemming ? Want ik moet het toegeven : ik hou van haar ! Ze heeft een tiental jaar geleden mijn hart gestolen en weigert het terug te geven aan de rechtmatige eigenaar. Want oh ja, de liefde is wel degelijk wederzijds…vooral ’s avonds, als ik haar donkere straten bewandel op zoek naar plaatselijk vertier ! Het is een vreemd idee, dat besef ik maar al te goed, maar het lijkt wel of zijzelf het 5***** hotel ‘Meikles’, gelegen in de wat rustigere Jason Moyo Avenue, speciaal voor mij heeft laten bouwen. En tevens het fantastische personeel zelf heeft geselecteerd ! Ook al kom ik er slechts eens om de 2 jaar, toch word ik steeds onthaald met het – in mijn oren en hart - geweldig klinkende “Hello, mister ‘B’ ! We’re so glad to have you back !”. En eerlijk : weinig beelden doen mij zoveel als het verschijnen van de ‘Meikles Mercedes’, die me bij aankomst reeds staat op te wachten om de 10 kilometer van de luchthaven naar het hotel zelf, te overbruggen. En verdomd als het niet waar is : zelfs de chauffeur is gebriefd : “Welcome back, mister ‘B’ !”. Maar ‘thuis’ voel ik me pas echt wanneer de prachtige en zo efficiënte receptioniste Jahzara mij verwelkomt. En, zoals steeds, wordt deze korte stop meteen gevolgd door het eerste bezoek aan de “All Night Bar”, waar barman Younes me ontvangt als een lang verloren vriend. En de ‘mister ‘B’ blijft maar op me afkomen : poetsvrouwen, tuinmannen, de stoere kerels die het zwembad op het dak onderhouden, enzovoorts. Vanzelfsprekend weten ze allemaal dat ik Benny heet, maar ook hoe ik geniet van de stijlvolle bijnaam. Mijn eerste stop bij Younes is altijd de langste van het verblijf. Ik wil de tijd rekken, genieten van elke minuut in dit hotel…in deze stad ! Eens op mijn kamer, behoorlijk in de wind, besef ik natuurlijk dat Birgit gelijk heeft : wie kan er zich in deze tijden in dit land onze prachtige, maar dure koffers, trolleys of rugzakken veroorloven die tot ons assortiment behoren ? Allemaal prachtspullen, volgens onze eigen wensen gemaakt in Europa en onder onze eigen naam verdeeld. Voor ons bedrijf geen rommel uit het Verre Oosten ! Onze laatste ultrazachte lederen laptopzakken waren een schot in de roos geweest en via een bevriend transportbedrijf kon ik ze wereldwijd goedkoper exporteren dan welk ander bedrijf ook. Ik besefte op mijn laatste avond in het ‘Meikles’, dat zeer spoedig enorme aantallen zouden besteld worden via onze hard werkende agent in Johannesburg. Helaas moest ik eveneens aan mezelf toegeven dat zowat 10 % van de verdiende winst in Zuid-Afrika, er op één enkele week werd doorgejaagd in deze stad ! En dat was deze reis zeker niet anders geweest : een dagtrip naar Victoria Falls, van daaruit naar Hwange Park voor 2 dagen safari en het onvermijdelijke bezoek aan Bushman Rock voor de plaatselijke, uitstekende wijnen. En vanzelfsprekend alles in eerste klasse via het redelijk vlot lopende Air Zimbabwe, in samenwerking met Lufthansa. En overal, elke dag opnieuw, een tiental uur zon, gekoppeld aan een zalige temperatuur van zowat 30° Celcius. Oh man, besloot ik voor de zoveelste keer, dit kan…dit mag niemand mij afnemen. Zelfs niet, ook al heb ik de afgelopen 6 dagen slechts 5 (kleine) bestellingen mogen noteren, een vlaggetje dat de lading absoluut niet dekt ! Maar, besloot ik, dat waren zorgen voor later, wanneer Birgit me nog maar eens zou confronteren met haar zwarte inkomsten/uitgaven boek ! Vandaag is het vrijdag en morgen reeds zal, tegen de middag, de ‘Meikles Mercedes’ me opnieuw  naar de luchthaven brengen voor de uiteindelijke thuisreis. Maar zover is het nog niet, want op vrijdagavond is de dame absoluut op haar best ! Dan opent ze armen en benen voor welgestelde mannen van midden veertig met veel Euro’s op zak… Mannen zoals ikzelf ! Ik trek mijn pak van Hugo Boss uit en neem een verkwikkende douche. En dan moet er opnieuw gekozen worden. Ik neem een nieuwe boxershort van Punto Blanco en kies voor een Jeans van Armani, hemd van Kapaza en mijn makkelijke schoenen van Dione. Voor alle zekerheid doe ik mijn lederen vest van Usual Way ook maar aan, want ’s avonds kan het hier flink afkoelen. Als ik met de lift beneden in de lobby aankom, zit de verplichte pianist reeds een muzak-versie te spelen van Elton John’s ‘Blue Eyes’…hoe origineel ! Ik begeef me dan maar naar de “All Night Bar” om  wat in de stemming te raken. Terwijl ik aan mijn tweede Macallan (‘no ice please, Younes !’) nip, bedenk ik dat ‘Operatie  Murambatsvina’ in 2005, vanzelfsprekend in gang gezet door President Mugabe, waarbij alle sloopwijken met de grond gelijk werden gemaakt met duizenden daklozen tot gevolg, het land nog dieper heeft weggeduwd op de kaart van Afrika en een ware exodus naar Zuid-Afrika heeft veroorzaakt. En daar stonden ze nu ook niet meteen klaar om deze mensen met open armen te ontvangen ! En tevens de talrijke Europeanen, waarvan de meeste Engelsen, vluchtten terug naar hun thuisland, nadat hun gronden waren afgenomen en verdeeld onder de lokale bevolking. Het stond in de sterren geschreven dat binnen de kortste keren alle landgoederen werden verwaarloosd, met een depressie en ongeziene devaluatie als gevolg. Dezer dagen wil niemand nog betaald worden in ‘Zim $’, daar die niets meer waard zijn. US Dollars en Euro’s  daarentegen zijn méér dan gewild ! Inmiddels is de werkloosheid en armoede ongezien en het sterftecijfer stijgt jaarlijks… “Another one, mister ‘B’?”, onderbreekt Younes mijn gedachten, maar ik besluit om nu eerst een hapje te gaan eten. De Mercedes wordt weer voorgereden en ik geef hem de naam op van ‘Paula’s Place’, waarop hij onmiddellijk koers zet naar Samora Machel Avenue. Ach, eerlijk : ik zou de  afstand makkelijk te voet kunnen afleggen, maar de plaatselijke veiligheid ’s avonds (en een belangrijk gevoel van status) raden me aan de meeste verplaatsingen per wagen te doen. En oh man (wat heeft Birgit er trouwens een hekel aan dat veel van mijn zinnen hiermee beginnen…of eindigen !), ik zou een moord doen voor de ‘Lemon Baby Chicken’ bij Paula’s ! Minstens even belangrijk : ze maken meteen een tafel vrij voor mister ‘B’, alsof het twee jaar heeft staan wachten op mijn volgend bezoek. Het is er, zoals steeds tijdens het weekend, enorm druk, maar bij de deur komen de zalige reuken, de prettige sfeer èn Paula zelf me reeds tegemoet. “Hey mister ‘B’, long time no see” begint ze, terwijl 2 stralend blauwe ogen en een lach als één uit de duizend, me verwelkomen in haar ‘Place to be’. Paula zelf ziet er geweldig uit in haar nauwsluitend rood kleedje en haar kortgeknipt blonde haar. We praten wat bij en, zoals elke keer opnieuw, brengt ze me een lokaal drankje (waar ik niet echt gek op ben). Maar het is gratis en met liefde gemaakt, wat alles goed maakt. Andere dranken zullen moeten wachten tot later op de avond. En terwijl prachtige Portugese Fado uit de luidsprekers weerklinkt, vertelt Paula me (nog maar eens) dat ze alle albums van Dana Winner (‘Do you know her ?’) en Helmut Lotti in haar bezit heeft. Het streelt mijn ego niet echt, maar pretendeer alsof dit een onwaarschijnlijke zaak is. Dan wordt het jonge kippetje met citroen en gebakken rijst geserveerd, vanzelfsprekend begeleid door een geweldige Syrah uit Stellenbosch en verlaat Paula mijn tafel. Dat de maaltijd een werkelijk mond-orgasme is, hoef ik haar niet langer te vertellen. Een knipoog en een glimlach zeggen haar voldoende. Ze glimlacht terug en weet het : mister ‘B’ is tevreden ! En dat betekent als vanzelfsprekend een extraatje in de kassa vanavond ! Het dessert laat ik aan mij voorbijgaan : ik ben niet gek op zoetigheden. Maar de koffie, begeleid door een ‘Black Bowmore’, staan reeds voor mijn neus voor ik ze besteld heb. En de ober houdt tevens een houten kistje open met een keur aan sigaren. Ik kies voor een Panatella en word onmiddellijk voorzien van het nodige hout, lucifers en asbak. Oh man, wat een zalig, maar toch ook triest einde aan mijn voorlopig laatste reis naar dit land…onvergelijkbaar met enige andere reis die ik jaarlijks moet ondernemen. Na de rekening te hebben voldaan en een flinke tip te hebben achtergelaten, begeef ik me weer op straat. Ik kan natuurlijk de ‘Meikles’ bellen voor hun service of opteren voor de veelvuldig aanwezige lokale taxi’s, maar besluit om tijdens een wandeling nog een keer de Afrikaanse lucht op te snuiven. Misschien zal ik die nog wel het meeste van alles missen ! Genietend kuier ik door de straat van mijn maîtresse. Ik wil echter niet teveel afdwalen van de hoofdstraten.  Niet dat ik snel bang ben – helemaal niet zelfs – maar je moet er natuurlijk ook niet om vragen ! Zoals ik reeds zei, lijdt het land aan een enorme armoede en je moet die negers ook niet teveel vertrouwen, ook al lachen ze je toe ! Geld ja, daar zijn ze op uit ! Maar ervoor werken…ho maar ! Oh man, wees maar zeker : ze zijn allemaal in het bezit van een GSM, laptop, grootbeeld televisie, enzovoort. Maar ze vergeten verdomme wel aan wie ze dat allemaal te danken hebben en wat hebben we ervoor terug gekregen ? Opstanden, moorden, verkrachtingen, brandstichting en ga zo maar door… Ik word verstoord in mijn gedachtegang door muziek die duidelijk uit een nabijgelegen café of dancing komt. Ik herken het meteen : de mannen van U2, samen met BB King en ‘When love comes to town’. Ik beslis om op het geluid af te gaan en eens te kijken of daar nog iets te beleven valt voor mijn laatste avond. Want dit is de dame die me ten dans vraagt en zo’n uitdaging kan je niet afslaan ! 5 minuten later en 2 straten verder bereik ik de ‘Nelson Mandela Avenue’, waar ‘Club Sphinx’ zich bevindt en Bono’s stem me tegemoet komt. Terwijl ik me afvraag wie er in deze tijd nog wil en kan investeren in het uitgaansleven in Harare, begeef ik me naar de inkomhall, die duidelijk al een flinke cent heeft gekost. Ik betaal het inkomgeld (‘Oh man, één drankje inbegrepen’) en begeef me naar de vestiaire, waar ik – alweer tegen betaling – mijn lederen jekker achterlaat. En nu maar hopen dat het later op de avond nog steeds de mijne is ! Jonge kerels en nog jongere meisjes eisen hun plaats op de dansvloer op. Maar op enkele blanke  stelletjes en – voornamelijk – single mannen na, is ook hier de hoofdkleur zwart. En dat terwijl het inkomgeld toch niet minnetjes was. Maar plezier hebben ze voor tien ! Ze swingen, dansen, zingen en zenden inmiddels hun signalen uit naar elkaar. De dansvloer is zowat vol, de tafeltjes allemaal bezet, maar gelukkig is er aan de bar zelf nog voldoende plaats. Inmiddels wordt de dansvloer één grote deinende menigte, wanneer de Simple Minds het roer overnemen met ‘Alive and kicking’. Met veel moeite, vanwege het volume van de muziek, bestel ik aan de barman, die zowat zijn oor in mijn mond steekt, een Jack Daniel’s met ijs. De hitte binnen is enorm, ook al draaien de airco’s en rookwegzuigers op volle kracht. De barman zet de Jack Daniel’s voor mijn neus en schuift er een papiertje onder. ‘Prima’, denk ik, ‘blanken worden hier nog vertrouwd !’. Ik draai een halve ronde op mijn lederen barkruk en zie de menigte…lachen, kussen, dansen, koppelen. En terwijl ik me opnieuw naar de bar draai om een nieuwe Daniel’s te bestellen, staat ze daar…plots, zonder enige waarschuwing, vlak naast mij. Ik kan niet anders dan haar bekijken : zowat 30 centimeter kleiner dan ikzelf en meer dan 50 kilo kan ze nooit wegen. Ze heeft lang, zwart krullend haar dat valt tot op haar kont en bekijkt me even met grote, bruine ‘Bambi’ ogen. Het volgende dat me opvalt is hoe geweldig ze gebouwd is en dat al haar aantrekkelijke vormen fantastisch uitkomen in het rode, aanspannende kleedje dat ze draagt. Opnieuw kijkt ze me aan en schenkt me een blik op een prachtige lach met spierwitte tanden. Dat ze – bovenaan – geen lingerie draagt, is me meteen opgevallen en ik laat mijn blik zakken naar perfect gevormde benen en kleine voetjes, een beetje verstoken in mooie, zwarte pumps. Haar huidskleur is als koffie met een klein scheutje melk…maar mijn gedachten zaten nu al eerder bij de ‘suiker’ ! Onze blikken kruisen elkaar opnieuw, samen wachtend op de barman, die het duidelijk erg moeilijk heeft om te volgen. En dan zegt ze plots iets tegen mij, dat lijkt op ‘Makadi’. Haar stem gaat op het einde een beetje omhoog, wat me doet vermoeden dat het hier om een vraag gaat. Ik kijk haar even fronsend aan, waarop ze me meteen begrijpt en lachend herhaalt : “How are you, sir ?”. Oh man, ik kan echt niet anders dan haar verzekeren dat het momenteel meer dan prima met me gaat en vraag meteen naar haar naam. Ze antwoordt “Diara”, waar ze meteen aan toevoegt, “that means gift.” En een geschenk, dat was ze zeker ! Zelf ben ik atheïst, dus ik heb geen idee welke god verantwoordelijk is voor dit heerlijke schepsel, maar al snel onderbreekt ze me in mijn gedachten. “You buy me drink, sir?” Ik weet – uit ondervinding – wat prinsessen drinken en bestel meteen een fles Piper-Heidsieck en twee glazen, die verrassend vlug op de bar verschijnen. Diara neemt me bij de arm en leidt me naar een inmiddels vrijgekomen tafeltje aan de dansvloer. Ik zet alles neer op de tafel en besef natuurlijk dat ik zwaar ben afgezet wat betreft de prijs voor de bubbels. Maar dat zal ik allemaal wel op mijn thuisbasis uitleggen…nou ja, verzinnen. Voor Birgit blijft het toch maar bij die ene gedachte : ‘Kan het afgetrokken worden?’. En trouwens : moeten potentiële klanten niet gepamperd worden ? We raken aan de praat en hoewel Diara van oorsprong Shona spreekt, gaat het Engels haar helemaal niet slecht af ! Inmiddels wordt het rustig op de dansvloer : DJ Gamba heeft zonet Michael Bolton opgelegd met zijn (enige bekende ?) song ‘How am I supposed to live without you’, waarop Diara mijn hand vastneemt en me begeleidt naar de dansvloer. Onder het dansen vertelt ze me dat ze 18 jaar jong is en volgend jaar hoopt haar opleiding als kapster te kunnen voltooien in Johannesburg. Ik hoor haar wel, maar mijn gedachten dwalen af naar het lichaam dat ik momenteel in mijn handen hou. Haar hoofdje rust tegen mijn schouder, terwijl mijn handen stilaan afdalen van haar rug naar haar kont, waarmee ze geen problemen lijkt te hebben. Na Bolton is het opnieuw prijs met Billy Idol en ‘Dancing with myself’, waarop we terug naar onze tafel keren en ik een nieuwe fles bubbels bestel, tot groot genoegen van Diara, die er flink weg mee weet. Even komt ook de toestand in Zimbabwe zelf ter sprake en dat brengt ons tot ‘Bencom’. En dat ikzelf de stichter en dus bedrijfsleider ben, lijkt Diara in een soort van verafgoding te brengen. Ze kijkt me nu constant aan, lacht veel en (schijnbaar) gemeend en even voel ik mij als een soort god die voor haar ogen is verschenen. En dan…het moment…ik voel haar kleine handje op mijn dij, wel erg dicht bij mijn kruis, waarop ‘Little mister B’ onmiddellijk reageert. En dat is haar duidelijk niet ontgaan, gezien de ondeugende glimlach die op haar gelaat verschijnt. “Where you stay ?”, vraagt ze in het haar eigengemaakt Engels. “Meikles Hotel”, antwoord ik naar alle eerlijkheid, waarop, voor de eerste keer sinds ik haar heb ontmoet, de glimlach van haar prachtige gezichtje verdwijnt. Ik vraag me af waarom, een beetje angstig dat deze nacht met haar me wel eens door de vingers zou kunnen slippen. “You know it?”, vraag ik. “You don’t like the hotel?”, voeg ik er nog in mijn meest simpele Engels aan toe om een oplossing te kunnen vinden voor alle problemen die de komende nacht in de weg zouden kunnen staan. “Yes, of course I do, but…”. En dan plots zwijgt ze en kijkt enigszins beteuterd naar ons tafeltje, waar de tweede, eveneens half opgedronken (vooral door Diara) fles bubbels nog in de ijsemmer staat. Ik word nu wel wat zenuwachtig…Ga ik deze nacht met haar missen ? Probeert ze me erin te luizen ? Was het haar enkel om de drank te doen ? “But what ?”, vraag ik haar, klaar om elk mogelijk probleem, dat mijn laatste droomnacht met Diara in de weg zou staan, op te lossen ! “Well…I am not allowed in there…They don’t like me at that hotel.” En even…heel even sta ik stil bij het feit dat Diara dus blijkbaar reeds in gezelschap in het ‘Meikles’ is geweest. Er steekt iets dat ik niet langer voel wanneer Birgit flirt met een andere man. Jaloezie ? Wantrouwen ? Ik kan mijn vinger er niet precies opleggen. Maar ik moet er meer over weten ! “So”, en opzettelijk neem ik even een pauze, “You have been there before ?” De blik die ze me op dit moment schenkt, lijkt me een mengeling van schuld, schaamte maar eveneens opstandigheid !! “You same as them ! You think I whore !” schreeuwt ze uit, zo luid dat zelfs enkele dansers opkijken. Terwijl ze me nog steeds enigszins beledigd aankijkt, schenkt ze haar glas nog eens vol. “Yes, I have been there once, but wasn’t allowed to enter ! I just wanted to drink something at bar and go to toilet”, zegt ze op een rustigere toon en ik ben meteen geneigd haar te geloven. Zeker wanneer ze eraan toevoegt : “I never go to hotels to pick up men. I no whore.”. Vanzelfsprekend laat ik me leiden door haar kant van het verhaal ! Ik besluit ook om de zaak te laten rusten. Nog één boze uitval en ik kan een streep maken over mijn droomnacht, daarvan ben ik nu wel overtuigd! Trouwens, wat had ik nu gedacht ? Dat een 18-jarige schoonheid op meer dan 8000 kilometer verwijderd van mijn woning zou zitten wachten op mijn uiteindelijke verschijning ? Maar geen enkele gedachte is zo erg om haar te zien vertrekken. Ik word wat kwaad op mezelf…ben verdomme 46 jaar en al bijna 20 jaar leider van ons bedrijf ! En hier zit ik…tegenover een zwarte schoonheid met woorden tekort ! Ik besluit om de stier nu echt wel bij de hoorns te nemen ! “Listen”, begin ik, “if you want to stay with me tonight, I will take care of everything.”. Mijn zin komt goed over : langzaam richt ze haar blik omhoog van haar glas naar mijn ogen en even vraag ik me af wiens glimlach het grootst – en meest gemeend – is ! Na de 2 flessen champagne neemt zij nog één ‘Sphinx’, de huiscocktail, terwijl ik opteer voor nog één enkele whisky. En dan, zonder enig  probleem, verlaten we samen, hand in hand, de club en nemen één van de vele taxi’s die vertrekkensklaar staan aan de dancing. Ik verzoek de chauffeur ons naar de ‘Meikles’ te brengen. Het antwoord klinkt ietwat grommend, zeker gezien de korte afstand, neem ik aan. Bij aankomst besluit ik dan ook het vereiste bedrag te verdubbelen, wat hem duidelijk in een andere stemming brengt. En daar, op de brede trap van het hotel, met de nachtportier reeds in aanslag, slaat plots de gevreesde twijfel bij me toe ! Verdomme, ik neem een iets ouder, maar jonger lijkend meisje dan mijn eigen 15-jarige dochter Sandy, mee naar mijn hotel…naar mijn kamer ! En dat ze overduidelijk onder invloed is (hopelijk enkel van de alcohol !), maakt deze affaire er echt niet beter op. Maar dan kijk ik weer even naar haar en mijn eigen lul overtuigt me. En dan moet ik de zwaarste drempel nog nemen : de prachtige Jahzara, die nachtdienst heeft, kijkt me reeds lachend aan, tot ze eveneens Diara in het oog krijgt. De glimlach verdwijnt en de ogen verliezen hun glans, om plaats te maken voor een kille blik. ‘From a view to a kill’, gaat het door mijn hoofd. Ik steek een Camel aan en begeef me – alleen, zoals afgesproken – naar de receptie. We bekijken elkaar, maar woorden worden niet gewisseld. Ik hoef me ook helemaal niet aan te dienen bij Jahzara : ‘Meikles’ werkt niet langer met sleutels, maar met de tegenwoordig gebruikelijke lezerskaart. En die hou ik als vanzelf in mijn eigen portefeuille. Maar ik laat mijn hand schuiven over de counter van de receptie en wanneer ik mijn hand weghaal, is het briefje van 20 Euro even snel verdwenen als verschenen. Ik besluit om ter plaatse nog heel even het ijs verder te breken (of is het angst ? Zenuwen ? Twijfel?). Ik neem Diara mee naar Younes’ bar, waar – zeker op dit uur, ook al is het dan vrijdag – nog flink wat mensen aanwezig zijn. We nemen plaats aan de bar zelf en Diara besluit ‘haar overwinning van de avond’ te volgen en eveneens een whisky te bestellen. Dan verschijnen opnieuw de Bambi-ogen en terwijl ik erin verzuip als een onopgeleide duiker zonder zuurstofflessen in het nabijgelegen meer, hoor ik haar zachtjes zeggen : “I lied to you, mister ‘B’ ”. Ik laat haar woorden even tot mij doordringen en vrees de ergste dingen…Is ze dan toch een prostitué ? Een man ? Nee, onmogelijk ! Oh man, toch niet bij de lokale politie ? Maar veel tijd om de ergst mogelijke waarschijnlijkheden door te nemen, krijg ik niet. Het verdict volgt onmiddellijk : “I only 14 years old !”. Een ijskoude priem doorboort mijn hart en brein. Maar op hetzelfde moment lijken mijn buik en kruis in vuur gezet. Mijn balzak spant zich aan en de grootte van mijn lul lijkt nu van een onevenaarbare lengte ! Het lijkt wel of Diara op een reactie zit te wachten, maar die blijft even uit. Mag ik dit ? Kan ik dit ? Maar alle vragen worden van tafel geveegd door één enkele andere vraag : Wil ik dit ? Verdomme, ja natuurlijk ! Ik spreek mezelf ook moed in : ‘Ach komaan, op dit continent zijn meisjes al lang geen maagd meer op die leeftijd ! Dit heeft ze al meer gedaan. Dus…waarom zou ik er niet van mogen genieten ? Als ze niets had gezegd over haar leeftijd, had ik het toch ook nooit geweten ? Ik ben verdomme ook geen robot, wel ? En ik kan onmogelijk mezelf – en mijn steeds harder kloppende lul – nu nog teleurstellen. Dus laten we, zonder nog meer tijd te verliezen, de knoop maar doorhakken ! Ik neem haar hand vast en leid haar, om de receptie – en vooral Jahzara – te ontwijken, naar de lift aan de ‘Eastwing’. En, zonder inmiddels nog één woord te wisselen, komen we zowat 5 minuten later aan bij kamer 308, waarna ik haar, als een echte gentleman, de kamer binnen laat. Terwijl ik ons nog een drankje inschenk uit de minibar, komt ze achter me staan. Ze tast met haar rechterhand naar mijn kruis en fluistert : “Wow, you’re big for a white man !”. En op dat moment vallen alle twijfels weg : ik ben dus niet de eerste ! En na beiden een slok te hebben genomen van de beschikbare champagne van het huis, neemt ze me vast en komen haar jonge lippen langzaam op de mijne af. Ik laat het gebeuren en proef kersen op haar lippen. En wanneer ze haar mond opent, lijkt het wel of een klein, nieuwsgierig visje, mijn tong, tanden en verhemelte wil verkennen. Haar tong gaat rustig zijn gang, alsof ze steeds nieuwe dingen ontdekt. En rustig…heel erg rustig… (oh man, ze is pas 14 jaar !) laat ik mijn handen een verkenningstocht houden over haar ganse lichaam. En dan voel ik dat ze nog beter gebouwd is dan ik ooit had durven te dromen ! Voorzichtig neem ik de schouderbandjes van haar rode kleedje vast tussen mijn duimen en wijsvingers en laat het langzaam langs haar jonge en zo aantrekkelijke lichaam glijden. En ja hoor, bij het licht van één enkel nachtlampje, is er geen twijfel meer mogelijk : dit is het mooiste lichaam dat ik ooit heb mogen aanschouwen ! Ik bekijk haar smalle hals, de rechte schouders, haar prachtige – en grotere – borsten dan verwacht! Oh man…en verder…de zorgvuldig geschoren venusheuvel, de naakte oksels, de grote tepels en twee benen die haar uit de hemel lijken te zijn geschonken ! Zonder enige vorm van verlegenheid, lacht ze me toe en begint mij zachtjes uit te kleden, tot ik enkel nog in mijn – inmiddels flink gevulde – Punto Blanco voor haar sta ! En dan plots – zonder enige waarschuwing – vlijt ze zich neer op het mega-waterbed en neemt een onverbiddelijke pose in… Het lijkt ingestudeerd, maar is het zo ? Ze gaat liggen op haar rechterzijde en laat haar hoofdje rusten op haar rechterhand. Ik heb zicht op haar prachtige kont, daar ze deels met haar rug naar mij ligt. Met haar linkerhand gooit ze haar lange haar naar achter, waarbij ze me even aankijkt, haar ogen half sluit en haar tong over haar lippen laat gaan. Ik kan me niet herinneren wanneer – en of – Birgit dergelijke houding ooit voor mij heeft aangenomen. Nog steeds met haar rug naar mij gekeerd, vraagt ze : “You come, baby ? I know you want Diara… You need Diara ! And you know ? Diara wants you as well.” Dan draait ze haar hoofdje een beetje verder naar links en bekijkt me  zoals enkel prachtvrouwen met een ingestudeerde act dat zouden kunnen ! Grote ogen, die je verlangend aankijken en een lach waar je moorden voor zou begaan ! Maar dan, met al die schoonheid op mijn bed, gebeurt er iets… Mijn lust, bijna zelfs liefde voor haar, verandert. Ze maken plaats voor mijn gevoel van overmacht, net als bij ‘Bencom’. Ik ben de leider…zij leidt mij niet, verdomme ! Oké, thuis, in bed met Birgit, werken we de gebruikelijke volgorde af tot we beide enigszins tevreden zijn. Maar hier…hier heb ik het leiderschap. Oh man, in het begin probeer ik deze gevoelens nog onder controle te houden. In kruip achter haar op het bed, kus haar in de nek en steek mijn rechterhand onder haar lichaam om met mijn hand uit te komen bij haar clitoris. Mijn linkerhand bevoelt haar mooie, stevige borsten en ik voel me hemels. Ik leg haar op de rug, kus haar, langzaam zakkend van nek via borsten en buik tot aan haar vagina en begin haar te beffen. Ze kreunt en hijgt wel, maar blijft verdomme lachen ! Is dit een komedie ? Speelt die kleuter verdomme met mijn kloten ? ‘Okay’, denk ik bij mezelf, ‘maak dan maar kennis met my way of pleasure.’ Terwijl ik haar verder bef, zoeken mijn beide handen naar haar borsten en beginnen ze wat ruwer te behandelen. Ik knijp hard in haar beide tepels en nog even wordt het gekreun luider, maar al snel maakt het plaats voor het geluid van een dreinend kind dat zijn zin niet krijgt. Ik knijp nog harder…en dan volgen plots de eerste woorden waar ik op wacht : “Please, no hurt sir !”, roept ze uit, maar geen hond die ons kan horen ! Ze huilt inmiddels en na een korte penetratie, waarvan ze opnieuw schijnt te genieten, draai ik haar op haar buik en, als een geboren leider die weet wat hij wil, steek ik mijn lul zonder enige waarschuwing diep in haar kont. En geloof me of niet, maar na het geluid dat ze op dat moment voortbrengt, weet je wel zeker dat ze op die plaats in elk geval nog maagd was ! Want als huilen plots omslaat in gillen, weet je gewoon dat je een nieuwe bron hebt aangeboord ! Om mijn leiderschap over haar nog groter te maken, ga ik zo diep mogelijk, en schuif zelf omhoog, zodat mijn kin net op haar hoofd rust. En om haar alles helemaal duidelijk te maken, schuif ik mijn rechterarm onder haar keel en grijp ermee naar haar linkerborst. Eindelijk voel ik me nog eens oppermachtig…en niet alleen op het werk, maar ver van huis in het buitenland. Ze willen hier niet bestellen ? Goed, dan bestel ik zelf wel… Ik ben godverdomme niet voor niks naar dit kutland gekomen ! Als het gillen nog erger wordt, gebruik ik mijn linkerhand om haar eindelijk te doen zwijgen en leg ze om haar keel. Ik voel het zaad in mijn zak borrelen…denk even : geen condoom…Goed bezig, Ben…En dan nog  langs achter… Maar oh man, het is te laat : terwijl het gegil verstomd (eindelijk geniet ze ook !), voel ik alles omhoogkomen en spuit als nooit ervoor ! Verdomme, wat een gevoel : klaarkomen in een kont van een14-jarig meisje… Dichter bij de hemel kan je niet komen ! Ik geniet minstens 30 seconden van een nog nooit eerder meegemaakt orgasme. Ik hoor mezelf brullen…en dan, zachtjes, laat ik mijn lichaam opnieuw  zakken tot ik opnieuw op Diara’s rug lig en geef mijn hart de tijd om opnieuw een normaal ritme aan te nemen. Inmiddels kus ik Diara’s hoofd, nek en schouders. Ik plaats mijn mond dicht bij haar oor en fluister : “Did you like it ?”, misschien een nogal overbodige vraag, gezien het gehuil en geschreeuw dat onze neukpartij begeleidde tot ik haar hoofd tijdens het neuken ook wat dieper in de aanwezige kussens had geduwd. Diara blijft stil en ik besluit haar ook wat rust te gunnen, dus trek me langzaam terug uit haar. “Sorry, better now ?”, vraag ik, maar opnieuw moet ik het stellen met volledige stilte. Voorzichtig – ze is immers slechts 14 jaar – draai ik haar opnieuw op haar rug, om dan plots in 2 wijd opengesperde en – vooral – trieste ogen te kijken. Ik fluister opnieuw haar naam, maar stilaan besef ik dat ik geen antwoord meer hoef te verwachten. De ogen…de enorme rood-blauwe plek op haar keel…de complete stilte…alles aan haar zegt mij meer dan voldoende. Ik schuif zo snel als ik kan van haar af, doe zo vlug mogelijk opnieuw mijn kleren aan en pas dan grijp ik naar de aanwezige telefoon ! “Hallo”, zegt een bekende stem, “you’ve reached Jahzara at reception desk. How may I help you ?” De angst en twijfel overvallen me, maar zoals steeds moet ik wel doorzetten ! “Hi Jahzara, this is mister ‘B’. There has been an accident in room 308 !” “I will be right there”, antwoordt ze rustig, alsof ongelukken in kamers zich dagelijks voordoen, en legt de hoorn onmiddellijk neer. Bevend zet ik me terug neer op het bed en kijk nogmaals in de trieste, maar dode ogen van Diara. Het lijkt een eeuwigheid te duren, maar slechts 3 minuten later wordt er op mijn deur geklopt. Ik open de deur tot zover de veiligheidsketting het toelaat en zie, tot mijn opluchting, enkel het fijne gelaat van Jahzara. Ik laat haar binnen om meteen daarna de deur opnieuw te sluiten. Inmiddels bekijkt Jahzara de kamer en neemt meteen de toestand op. Ze zegt niet één woord en, na wat een enorme periode lijkt, draait ze zich beheerst naar me om en kijkt me recht in mijn ogen. “The usual, mister ‘B’ ?”, vraagt ze me, zonder een teken van enig gevoel. Verlegen, betrapt…maar vooral opgelucht, zoals ik me telkens voel wanneer ik hier verblijf, kijk ik enigszins beschaamd naar de vloer en knik met mijn hoofd. Ik neem € 250,- uit mijn portefeuille en geef ze, zonder één verder woord te uiten, aan Jahzara. En ze zijn even vlug opnieuw verdwenen. “And now…as always please”, spreekt ze me vriendelijk, maar toch tevens bevelend aan. Inmiddels heeft ze nog niet één gelaatsspier veranderd. Opnieuw knik ik, kijk nog even in de trieste ogen van Diara en verlaat dan de kamer op weg naar Younes in de “All Night Bar”. “Hey, mister ’B’, last night here again ? I remember it’s always difficult for you to fall asleep the last night”, verwelkomt hij me. Ik besef wel dat hij geen weet heeft van de afspraak tussen mij en Jahzara, maar het zijn inderdaad de enige avonden dat ik nog zo laat zijn bar betreed. “Yes, Younes… Tomorrow, it’s back to cold Belgium again.” “Well, mister ‘B’, we will sure miss you around here !”, antwoordt hij, terwijl ik even vermoed dat er genoeg zijn die daar anders over denken. Maar Younes merkt dat ik – zoals steeds op de laatste avond – niet veel zin heb om te praten, schenkt me een dubbele Macallan’s in en gaat dan verder de bar afruimen. Naast mezelf, is er nog één koppeltje aanwezig van rond de dertig. Ze kijken elkaar constant in de ogen en houden handjes vast, alsof er een angst bestaat dat ze er anders zullen afvallen. Ik nip van mijn glas, kijk op mijn trouwe Rado om vast te stellen dat het inmiddels 03.35 u. is. Nog 25 minuten te gaan. Verdomme, op deze momenten duurt elke minuut een kleine eeuwigheid…en dan geef ik Jahzara meestal nog zowat 10 minuten extra. En het hotel verlaten behoort niet tot de mogelijkheden, gezien de veelvuldige aanwezigheid van veiligheidsagenten en de instructies van Jahzara. Ze zouden zich ongetwijfeld afvragen waar een blanke man om dit uur nog heen zou gaan… Dus bestel ik nog een Macallan en vraag Younes – naar gewoonte op de laatste avond – wat hij van mij wil drinken. Met zijn gebruikelijke glimlach schenkt hij zichzelf een biertje in. Het laatste koppeltje verlaat de bar met een duidelijke zin in andere dingen…Ik check even : 03.50 u. Younes merkt lachend op dat het geen koppel is (alsof dat mij momenteel interesseert), maar beiden werkzaam bij dezelfde firma, die deze week een congres houden in het hotel. En, voegt hij er ter informatie aan toe, dat zij uit Zweden komt en hij uit Nederland. We praten nog even bij en eindelijk – tot mijn groot genoegen – stel ik vast dat het 04.00 u. is. Ik neem nu voor de laatste keer afscheid van Younes en begeef me rustig – op kousenvoeten – terug naar kamer 308. Ik haal mijn kaart door de lezer en ga binnen. Nooit…echt nooit zal ik gewoon worden aan dit zicht : de kamer ziet er piekfijn uit, alsof er de laatste weken niemand verbleef en gewoon wacht op een nieuwe toerist of bedrijfsgezant! Ik kleed me opnieuw uit en kruip meteen onder de nieuwe lakens, om als een blok in slaap te vallen…vreemd genoeg begeleid door de dromen der onschuldigen… De volgende ochtend sta ik vroeg op, neem een verkwikkende douche en trek dezelfde kledij aan als gisteren. Beneden gekomen neem ik een uitgebreid ontbijt en check dan uit bij een mij volledig onbekend meisje. ‘Natuurlijk’, denk ik bij mezelf, ‘Jahzara had nachtdienst.’ En ja hoor : daar staat hij weer te blinken, mijn eigen ‘Meikles Mercedes’ om me terug naar de luchthaven te brengen en de volgende 19 uur te overbruggen…terug naar België, het land van…Tsja, van wat eigenlijk ? En oh man, hoe goed ken ik de vragen van de 2 personen die me staan op te wachten ! “Hoe is de verkoop gelopen ?” en natuurlijk ook : “Wat heb je voor mij meegebracht ?”. En ja hoor, wat zal ik blij zijn om ze beiden in mijn armen te sluiten, van ze te houden…ze te beschermen tegen alle kwaad dat deze wereld overheerst ! En oh man, wat zal ik genieten van de komende 3 weken…bestellingen, logistiek, het zwarte boek dat Birgit gelukkig maakt en Sandy alles kan geven wat ze zich maar kan wensen ! Maar meer dan 3 weken kan èn mag ik dit niet volhouden : dan vertrek ik voor 8 dagen naar Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten voor een verblijf in het reeds geboekte hotel ‘Silverene Tower’, waar zonder enige twijfel Aaliyaa en Varisha me zullen staan opwachten ! En daar kijk ik nu reeds naar uit, want Dubai…. Die stad is pas een echte dame van stand ! Oh man…

Paul Smeyers
0 1

versgetijden

I.  ontredderd afgestompt ongekend dagelijks rumoer raast ergens nergens heen ik voel onmenselijk veel immense gevoelens immens veel im-mens Im Mensch Glauben Sie?   nee excuseer ik geloof niet en wij kopen niet aan de deur   maar ondertussen sta ik al jaren te pacht te pas en te onpas weeldig tierend tussen al dat volk die tirade aan stemmen waarvan er geen een geen enkel lijkt te wankelen rotsvast en onverbiddelijk slaan ze mij te niet de kleine profeet een nietige Ezra die in dit barre land zoekt naar zijn verlies vervlogen rijkdom allegaar.   ik zou u kunnen kussen, liefste lotgenoot al waar het dan dat ik u zou verdoemen tot een eeuwigheid in mijn armen   omarmd met al mijn mankracht ontmanteld in al mijn armoede   II.  ‘t zijn de kinderen van de desertie zonen en dochters van een april reeds vervlogen de grond is dor hun ogen tranen puur stoffelijk overschot de resten van hun onschuld in materie hun moeders voelen zich niet langer gehecht machinaal verwijderd ergens tussen nageboorte en nageslacht losgerukt van identiteit   men zou u maar al te graag definiëren u willen neerpennen gelijk ik nu doe ongeacht mijn intenties is mijn inkt niets niets meer of niets minder dan een ijdel wapen   kijk, ik zou u dragen als goddelijke profeten u doen neerdalen jef jef jef mijn Hindenburg uw Al-Djoedie en een onvergeeflijk einde aan al uw zonden als bannelingen als godvergeten volk   maar gepreek en gepalaver later strijkt ge nog steeds neer in goten en koterijen als beesten beesten gestrand aan de voeten van de rattenkoning als een gepolijste troon een troon met doornen, gelakt met uw kristallen tranen     III. gebarsten mannen staan met versplinterde tanden in bloederige rijen aan stukken gereten en paraat   hun klapperende gebit scheurt hun kaken aan flarden hun handen beven ratelende knoken als een slangendans vervellen hun sidderende lichamen versteend tussen de jaren barsten zij in tranen uit rollen over rauwe kaken en kussen zilte lippen de comateuze streling van hun bevroren huid   en mijn gedoornde armen als een christuskroon getooid in bloed rood bloed omdat het zo zeldzaam is omarmen lijven versleten geruïneerde restanten van waarheid en vervlogen leugens die als vleugels te pletter storten in het zilt     IV.   Ezra – Azra’il gevederd herrezen uit de tandeloze zee doods zolang er gegil te horen is uit de golven als dolle hellehonden de striemen van hun riemen grafzerken in het vlees vurige tongen vlammen hun gal geladen klanken als ijzeren engelen donderen zij verwoesten zij hunkeren zij huilen zij net als gij en ik   want ook wij zijn niet opgewassen tegen de wassende zee

Daan Janssens
0 0