Lezen

Dit!

Dit huis liet hij voor me neerpoten. Na acht maanden stond het er. Van bouwplan naar realisatie. Echt, dit! Je vraagt je af of hij rijk is? Hij deed het uit liefde! Bepaalde hij de vorm, de ligging? Ik bezat geen grond. En ik, ontvang dit met open handen? Met een open hart! Vanavond krijg ik de sleutel. Het huis krijgt een naam, ik mag erover fantaseren. Hij wil geen naam bedenken. Luister, zeg ik tegen mijn dode moeder, hij weet er echt veel vanaf. Je moet je geen zorgen maken. Ze kent me, en weet dat mijn vingers nooit groen zullen zijn. Ik draag de nagels en de lak. De hakken van mijn schoenen zullen als naalden in de ons omringende natuur, ze maakt zich postuum zorgen. We kijken naar de foto, zitten zij aan zij in onze roze sofa. Poes snurkt. Hij streelt mijn blote been. Deze foto, en nog één met een hoekig tiny huis. Maar hij heeft je ooit geslagen! En nu dit? Mijn moeder haalt met haar assige lijf de oude koei van stal, ze laat ze loeien tot ik ontplof. Ik heb teruggemept, dat weet je toch nog? Ik roep het in haar linkeroor: ik heb hem toen dat blauwe oog! Ze trekt haar hoofd weg, drukt een handpalm tegen het geschrokken schelpje. Links. Prachtige oortjes heb je, ik hoor er de zee in. Dat zei hij op onze eerste date. Ik kuste hem, nam hem bij de hand, zocht het hoge gras, liet me vallen, hij viel naast me neer. Dit huis! Tiny krijgt een woning. Dit nest wil ik voor je neerpoten, dat beweerde hij al na een maand. Hij trok uit de achterzak van zijn jeans een verfrommeld papier. Deze foto liet me dromen. Dromen mag, zei hij. In een berichtje schrijft hij: kom je gauw naar de narcissen kijken? De naam 'narcis' vind ik zeker een optie. Jij?  Geen reactie.          

Ingrid Strobbe
10 1

De blaat-het-schaap-route

De vennen, de bomen, de bewegwijzering, dat alles ligt en staat in Oisterwijk. Geef toe, je denkt toch meteen aan oesters, een wijk vol oesters die in open monden verdwijnen. Met een  coupe champagne staat dat erg chique. Oisterwijk in Nederland dus, het is niet zo heel ver rijden.  We zijn met z'n drieën. Een vierde dame ligt in bed met migraine. Ik parkeer de auto aan Wout waar we allen plassen. Niet samen zoals van vrouwen wordt beweerd, maar iedereen apart. Niet samen bij de spiegel om de lippen te stiften, huidkleurig is oké vandaag. Tegen de dienster zeggen we 'tot straks' en wuiven erbij. De route telt 15km, dat is voor onze getrainde benen haalbaar. De gele cirkel aan de hemel warmt de aarde op, mijn bril met uv-bescherming komt van pas. Onmiddellijk valt de charmante omgeving op; rijhuisjes baden in decoratie en de straatstenen lijken vers gebakken. Het ruikt naar anjers in de bocht die we nemen. Besef nr.1: het plannetje vertoont enkele verrassingen. De cijfers links komen niet overeen met die aan de rechterzijde. Ik moet even herbekijken en draai het plan een keer op z'n kop, Martine neemt het over en concludeert in sneltempo, zij ziet dat al wat links staat horeca is, ik ben traag en moe. De route biedt ons een groene kijk op de wereld zodra we het dorp verlaten. Groen het gras met daarin een smalle beek. Een afgetopte boom zonder vogels, voorlopig horen we geen liedjes uit snavels ontsnappen. Het eerste ven duikt op, we lopen er langs. Ilse in een jeans, Martine en ik dragen een wandelbroek. Ik ben de enige met wandelschoenen van een merk dat wandelschoenen maakt, en toch word ik niet gezien als wandelaar. Ik ben het schaap. Dat zie je aan de vest die ik draag, een reden om mij vaak te knuffelen. Ze vinden dat belangrijk. Is dit een bijzondere dag? Het is een zondag zonder regen, het is een dag om natuurgebieden op te zoeken. Heel veel mensen doen het. Het is ook complimentendag. Het is een dag om te praten over mannen, kleinkinderen, borsten, baarmoeders, ex-en, en nummers. Er klopt iets niet na nummer 38. Na een koffiestop zoeken we nummer 62. Ergens te vinden? Nergens te vinden. Met drie bekijken we het plannetje, dan de omgeving, het plannetje, de wijdere omgeving waar we op de paaltjes enkel pijltjes zien, geen nummers.  Ik herinner me vaag dat ik jaren geleden, die richting uitging, dat kan toch niet kloppen, de herinnering wordt vager zodra ik ze uitspreek, het is echt jaren geleden, die richting is niet voor wandelaars. Hoopvol kijk ik in het rond. Martine neemt de leiding. Gelukkig neemt zij het van me over, ze vraagt het aan een man die bij zijn auto, hij bekijkt het plannetje. Hij kijkt achterom, bedenkt drie zadels die onder onze zitvlakken, hij zegt dat we via het fietspad, we doen wat hij ons vertelt. Zonder wanhoop geraken we verder. Nummer 42 straalt in het zonlicht. Is dat een paard? Ik kijk naar Ilse, dan in de verte, ik zie de rug van het dier, een ruiter ernaast. Kop richting grond, ze nam ons niet te grazen. Verderop lag het Diaconieven, een ven met een wel erg interessante naam. Martine wilde absoluut weten, het googlen begon, het ven was groter dan het Brandven, kleiner dan het Kolkven. We leerden dat het kloosterzusters betrof, we misten nummer 44 wegens onze blik op het scherm. Voor mijn part was het landgoed Lot met de Rosep het meest bijzondere gebied waar we doorheen wandelden; een privé-natuurgebied dat opengesteld voor iedereen nu voor een vijtiental minuten van ons was. Er lag een bruggetje over de Rosep, ik nam er een foto. Een elfde foto die in 2027 zal wissen. In dat jaar zal ik de beek onbelangrijk achten.  

Ingrid Strobbe
0 0

Stoten uit een blinde hoek

Ik zet me op de stoel aan de tafel in de bar waar een jaar geleden een oudere dame zat die gretig probeerde te achterhalen waar ik nu ‘echt vandaan kwam’. Het is zeker niet de eerste keer dat ik een ‘aanvaring’ heb met mensen die geïnteresseerd zijn in mijn raadselachtige etniciteit. Dat betekent niet dat ik daarom goed voorbereid ben op het type ijsbreker dat start met een “Excuseer, maar –” en niet met een “Hallo, ik heet [XXXX], wie ben jij?”. Een ongepaste vraag, die ik probeer zachtjes weg te lachen bij gebrek aan een beter antwoord. Nu ik hier, een jaar later, haar plaats bezet, heb ik nog altijd geen correct antwoord op haar vraag. Blijkbaar zou dit wel bestaan – assertief, geestig, een tikkeltje brutaal zelfs – als ik mijn witte vrienden en familie moet geloven. “Je had haar een lesje kunnen leren! Je had haar neer kunnen zetten en kunnen uitleggen waarom dergelijke vragen kwetsend en frustrerend zijn!” Een ietwat begrijpelijke reactie van mensen die nooit verder dan de schaduw van de kerktoren hoefden te reizen om al hun familie te zien. Om andere mensen met hun eigen tinten en vormen te zien. Daar zijn ze onder gelijken. Zo gelijk zelfs, dat ze misschien wel verlangen naar iets dat hen net een tikkeltje unieker zou maken. Maar dat nog altijd sociaal aanvaard is, uiteraard. “Waarom zeg je niet gewoon wat je origines zijn? Dat is toch niets om beschaamd over te zijn?” Alsof schaamte het gevoel is dat ik ervaar als ik me gevangen voel in hun wit koplicht. Het zijn goedbedoelde vragen, goedbedoelde opmerkingen, stoten uit een blinde hoek. Ik deelde dit voorval, samen met vergelijkbare voorvallen uit het verleden, met mensen die ook deze vragen krijgen, al dan niet vaker dan ik. Ook hier pik ik een patroon op. De ene persoon reageert met een lach en een grap op mijn eerste anekdotes, de andere met wat argwaan in de ogen. Maar na een openhartig gesprek vinden we herkenning en erkenning in elkaars levenservaring. Er volgt geen simpel advies, geen geestige ‘comebacks’, geen gemakkelijke oplossingen.

Eden Oscar
0 0

Ter nagedachtenis van die zomer (slotpagina)

  Het blijft wel zo, zegt de Inspecteur, weinig verandert. Spionage, het plannen van terreur, het is nog altijd strafbaar. Ook al is het slechts een ware hersenschim die van vernieling droomt. Ignace is nochtans morsdood, door mij vermoord. En toch, Meneer de Inspecteur, Ignace hij was niet meer dan een stripfiguur die nooit getekend werd. De muren zuchten en intussen heerst die valse vrijheid, leeft de laatste zomer. Vooralsnog. We zullen proeven van de tijd, Russische vodka proeven. De opwarming van onze Noordzee. Ik voel dat helemaal tot hier. Een frisse duik zit er niet in, het blijft bij drijven door de waarheid, door die eeuwige dwaasheid, door de hoop die Vlaemsche biggen altijd hebben op een beter leven Echt, Meneer de Inspecteur, niets is gelogen. Het is slechts op wat er gebeuren moet. Rampspoed of de komst van Layla, de glimlach van een herfst of Lorelei. En ik voel het in die zijarmen, aan de kreten van de Schelde. Alles moet, ergens uitmonden, eindigen.     Beste schrift, ik heb echt niet alles verbrand. Kafka is dat ook niet echt gelukt. Wat rest van wat ooit was, mijn vriend Ignace, zijn angsten en complotten, Sint-Amandus en zijn geest. Ik was erbij. Bijna. Ik ben daar geweest. Ik las een ziel die voor de wrede wereld zweeg, maar niet voor mij.     So long, Ignace, duizend tonnen bommen wachten onderweg. Ik wens je een behouden vaart. De Styx, de Noordzee en de Volga. Ze wachten op jou. Ze houden van jouw plot en voelen. Hoe na een korte dood. Jouw ziel. Altijd herleeft.   _____ In addenda, ter nagedachtenis aan Ignace Somers zijn betere haiku's. Verder nog, aan alleman die lezen kan:  Adieu, ik moet weer naar mijn cel, mijn isolement. De vrijheid weet het: Zelfs tussen een muur of vier kom ik er wel!       uit de reeks 'Ignace Somers'  

Bernd Vanderbilt
2 0

vergeef mij

Vergeef mij, lieve heer voor al mijn zonden.  Vergeef mijwant ik weet wat genoeg is.ik weet niet of weten genoeg is. Vergeef mijniet omdat ik niets doe,maar omdat wat ik doete weinig weegt. Vergeef mij omdat ik niet naar elke klimaatmars ga,geen geld geef aan goede doelenmaar wel aan Korean skincare. Vergeef mij Omdat ik geen vrijwilligerswerk doe,de geschiedenis van Soedan niet ken,en pas gisteren hoordevan het conflict in West-Papoea. Vergeef mij Omdat ik weet dat er oorlogen zijn,maar weet niet hoe ik moet kijken. Ik staar naar beelden uit Palestina,ben even stil,om vervolgens verder te scrollen. Vergeef mij, heer  Omdat ik post, niet protesteer.Omdat ik deel, niet deelneem. Vergeef mij Omdat ik naar de dakloze vrouw voor de supermarkt glimlachalsof mijn scheve schemering van empathie haar helpt. Omdat ik de meldingen van VRT NWS en De Morgen uitschakel.Omdat ik liever lees over schoonheiddan over schuld. Omdat ik mijn boodschappentas vul in de Lidl,mijn onderbroeken haal bij de H&M, Vergeef mij Omdat ik niet weet hoe het isom afgewezen te worden bij een grens Omdat ik mijn vader niet altijd wijs op het feit dat hij racistisch is.  Vergeef mijomdat ik het vliegtuig nam. Omdat vrouwen in Afghanistan niet mogen spreken en ik wel.  Vergeef mij Omdat ik koffie drink uit landen zonder water.  Vergeef mij omdat ik me schuldig voel, en dat als excuus gebruik. Vergeef mij  Vergeef mij Vergeef al mijn zonden. Wat hebben we nodigin de toekomst?Ik antwoord:Hoop.Verbeelding. Maar wat hebben insecten, Plastic dat plakt, Algoritmes vol ritmes,  aan verbeelding? Kan hoop water zuiveren? Huizen bouwen?  Harten herstellen?  Is dit niet een typisch antwoordvan een geprivilegieerde Vlaamse kunststudente? Ik stel me soms voordat ik naast de vrouw voor de supermarkt zit,dat we samen sterren tellenop een bewolkte dag. Dat ik met een kind dat de zee overstakhet lied van de vogels zing,terwijl de lucht nog niet weetdat het ochtend is. Dat ik elke ochtendde plant water geefdie tussen de opengereten stenen groeit.  Dat iemand een schaduw groeten ik terugzwaai. Misschien is dat verbeelding.Misschien is dat hoop. Vergeef mij Omdat ik “verbeelding” zegterwijl anderen “veiligheid” bedoelen. Vergeef mij Omdat ik studeer om mooie dingen te makenterwijl er mensen zijndie enkel proberen te overleven. Vergeef mij Omdat ik in kunst geloof,maar niet weet of kunst genoeg is. Vergeef mij Omdat ik denk dat woorden iets kunnen redden,maar ik weet niet wat. Vergeef mij omdat ik schrijf,in plaats van te handelen. omdat ik weet dat weten niet genoeg is.  Ik heb gezondigd maar ik blijf mens. En misschien begint hoopdaar.  

anda
3 0