Lezen

Mijn ontwaken

Ergens in mijn troebele tienerjaren besloot ik om mijn ogen te sluiten. Dat gebeurde geleidelijk aan, niemand, inclusief mezelf, die daar bewust getuige van was. Tot ik mij plots, ingesloten door het duister, in een dokterskabinet bevond. Daar werd mij ingeprent dat blindheid nu deel van mijn leven zou uitmaken. Dat ik ermee moest leren leven. En dat deed ik, al was het slechts halvelings. Met mijn andere helft ontwierp ik verhalen waarin het licht mij weer binnen viel. Gewichtsloos badend in het dons van mijn onbehagen, leerde ik mijn contouren kennen. Piepend en krakend, met opstoten en twijfel, begon ik schemering te zien die uiteindelijk openbarstte en helderheid werd. Mijn ontwaken dat ging, vooral in de eerste fase, gepaard met een enthousiasme dat zich morsig wou overhevelen naar de nabije omgeving. En met verontwaardiging die zich aan vanzelfsprekendheden hechtte. Nu het laaien enigszins geluwd is tot een stabiele vlam, zie ik op welke manier mijn echo’s werden ingekleurd door anderen. Ik begrijp nu waarom sommigen mij de rug toekeerden. Mijn gebrek aan nuancering kreeg geen plaatsje onder de reeds verweerde mantel der liefde. Ik zou hartstochtelijk willen repliceren dat er onder mijn opgelapt gewaad steeds ruimte is geweest voor de uitschieters van mijn naasten. Voor al de oordelen die ik had kunnen vellen maar in plaats daarvan met een streling uitwiste. Want dat was toch de veilige ruimte die liefde werd genoemd? Ik geef toe, ikzelf heb echter ook meermaals een kruising naar een splitsing gebogen. Soms hardhandig, maar meestal geruisloos en zacht verpakt. Want zo gaat dat, boetserend in de klei van het levenspad. Met het niet achterom kijken in mijn achterhoofd zou ik mij bijna gaan verontschuldigen. Maar ik heb geen spijt van verbindingen, noch van losse eindjes. We lopen hoe dan ook doorheen hetzelfde weefsel. Als haakse schakeringen die elkaar bekrachtigen. Dat mijn hart puur is. Dat mijn intentie liefde is. Dat ik mezelf, mijn woorden en daden, nog steeds met een te grove borstel, analyseer en overloop vanuit verschillende perspectieven. Dat ik ervan uitging dat dit geweten was, als een ingelijste spreuk aan de muur van het huis dat onze band ooit was. En dat ik zodus dacht mij beschut te kunnen ontplooien, hortend en stotend, maar wel vrij van oordeel en afwijzing. Zo klinkt mijn gedempt weerwoord vanachter de deur. Met deze mantra vaar ik over.https://www.karoliendeman.com/blog/2023/1/31/mijn-ontwaken

KarolienDeman
16 1

klimaatcrisis

Als de geschiedenis van de wereld één jaar is, vind de industriële revolutie plaats anderhalve seconde voor middernacht. Wij zijn middernacht. Op anderhalve seconde tijd zijn we erin geslaagd de aarde zo te veranderen dat er al honderden soorten die samen met ons leefden zijn uitgestorven. Hun pech was dat wij er waren. Op anderhalve seconde tijd hebben we de aarde al 1,2°C opgewarmd. We zijn goed op weg om op anderhalve seconde tijd de aarde volledig te vernietigen.  We zijn goed bezig met op anderhalve seconde tijd onze toekomst te vernietigen. Als we nu niet ingrijpen, is de mensheid gedoemd om op korte termijn uit te sterven. We tekenen onze eigen dood. Onze pech was dat wij er waren.  In de wereldgeschiedenis waren er al vijf massa-extincties, meer dan 75% van alle soorten sterft dan uit. We zijn bezig met een nieuwe massa-extincties te creëren. De eerste niet-natuurlijke. Wij zijn dan verantwoordelijk voor het uitsterven van al deze soorten. Iedereen zit dan op Mars, en op aarde laten we alles en iedereen doodgaan. Bewust! Willen wij deze verantwoordelijkheid dragen? In 1990 wisten we al wat de gevolgen gingen zijn van de klimaatcrisis, en wat hebben we gedaan? Niets! In 1990 verscheen het eerste IPCC-rapport. Het rapport vertelt ons gedetailleerd welk gevolgen dat klimaatverandering heeft op ons, en wat deden we? Niets! Pas in 1997 kwamen de politici samen voor het Kyoto-protocol. Er werden afspraken gemaakt, om de uitstoot van alle landen ze verminderen. Toen duidelijk werd dat de doelen niet gehaald werden, werd de deadline verlengd tot 2020. De doelen werden niet gehaald, en de deadline werd gewoon weer verplaatst. Zo werk het niet. We moeten onze doelen halen tegen de deadline! Als we het niet halen, is onze laatste kans verkeken. Hoe komt het dat er al meer dan 30 jaar door de wetenschap wordt gewaarschuwd voor de klimaatcrisis, en er nog altijd niets aangedaan werd? Het veruit meest voorkomende antwoord is ‘bekijk het niet allemaal zo zwart-wit.’ Dat moeten we wel! Alles is zwart-wit. Vergelijk het met over dun ijs lopen. Het ijs breekt en je zakt erdoor, of het ijs breekt niet en je zakt er niet door. Dat is ook zo met de klimaatcrisis. Hoe warmer we het laten worden, hoe dunner het ijs wordt, hoe meer kans om erdoor te zakken.  Velen van ons hebben al gehoord van de klimaatcrisis. Maar krijgt iedereen wel de juiste info? Weet iedereen wat er gaat gebeuren bij een opwarming van 3,7°C tegen 2100. We zijn daar nu naar op weg. Weet iedereen hoeveel keer vaker we extreem weer krijgen? Weet iedereen hoeveel de zeespiegel dan stijgt? Weet iedereen dan wat de gevolgen zijn? Nee! De optimisten geloven dat de gevolgen overdreven worden, de realisten hebben nood aan hoop. Hoop, vier letters met een enorme betekenis. Maar kan je hoop hebben als je weet hoeveel gevolgen de klimaatcrisis nu al heeft? Kan je hoop hebben als je altijd naar de wetenschap luistert? Misschien moeten we ook eens naar de slachtoffers luisteren. Misschien kunnen we dan onszelf en elkaar dan een beetje hoop geven. Misschien… Als het niet lukt om hoop te krijgen als we met de slachtoffers spreken, gaan we op zijn minst beseffen welke gevolgen onze samenleving heeft op de aarde, en op onze mede-aardbewoners. Dan gaan we beseffen dat we nu actie moeten ondernemen willen we nog iets doen.  Want wij hebben een historische verantwoordelijkheid om de toekomst te redden. Jij en ik hebben die verantwoordelijkheid. Het is nog niet te laat om een ramp te voorkomen, maar dan moeten we nu ingrijpen. Samen kunnen we het onmogelijke bereiken. Maar vergis je niet, niemand anders kan dit doen. Enkel jij en ik. Samen kunnen we de toekomst redden. Onze toekomst.

buitencirkel
0 0

tandenstoker

"Er hangt iets aan uw mond". Hij kijkt beroerd op, veegt langs de mayonaisevlek door. Om de haverklap glipt er een fluitgeluid tussen zijn tanden door. Hij is niet alleen verslaafd aan de drank, ook aan tandenstokers. Wanneer de spleet tussen alle tanden weer de juiste omvang heeft kauwt hij het hout tot splinters die je doorheen het huis vindt. Op de zetelleunig, de wasbak, het aanrecht, zelfs in bed. Ik vraag me af of hij de vuilbak met een reden overslaat, en of hij sporen achterlaat om achteraf iets terug te vinden. De weg naar zijn moeder? Met haar dikke, zwarte krullen, uitgekamd. Zij met een wit slaapkleed, daarna het ziekenkleed waarin ze langzaam wegrotte. Niets smaakt bitterder dan het weten dat een vrouw haar laatste weken stinkend moet doorbrengen. Haar kinderen knijpen hun neus dicht, maar slaan geen dag over om te bezoeken. Soms denk ik dat dat de reden is dat mijn reukzin onbestaande was vanaf mijn geboorte. Om haar te kunnen uitstaan, wanneer ik in mijn eerste levensjaar zonder jammeren onder haar beddenlakens door kroop. Om haar echt te kunnen beleven voor wie ze is, in plaats van hoe hard haar vel vertelt dat haar dood nabij is. Toch duurde het nog maanden. Een doorligwonde die door de matras heen zakt, en onderaan de afdruk van een ster geeft.    En hij bijt zijn tanden maandenlang op elkaar, totdat ze splijten, totdat zijn kaken zo komen vast te zitten dat hij nooit nog zal spreken. Totdat hij zegt "ik mis u", en dat eigenlijk het laatste is wat ik horen wil. Want ik mis u niet. Het is een verademing om van uw stilte verlost te zijn.     

Chloe synkineses
0 0

In de diepte

Er is jou geleerd hoe het hoofd boven water te houden, met een simpele schoolslag kwam je al een heel eind. Maar het duiken heb je jezelf aangeleerd, weliswaar uit noodzaak. Ook omdat het in je aard zit om onder de oppervlakte te kijken. De diepte herbergt mogelijkheden en inzichten waar je je als drijver geen voorstelling van kunt maken. Enkel duikers weten welke schatten er tussen de donkerste spelonken te vinden zijn. Welke waarheden er ver onder de woelige spiegel huizen. Er werd jou aangemaand om je ergens aan vast te klampen. Een stuk drijfhout of een opblaasbare donut, het maakte niet uit, zolang je maar niet op het idee zou komen dat je het op eigen kracht zou redden. Je moest je hoeden voor de golven, zeiden ze. Ze zouden alleen maar erger worden. En eigenlijk moest je je er ook een beetje schuldig over voelen, want het was immers jouw gespartel dat de deiningen mee veroorzaakte. Synchroon met het gespartel van alle andere door verdrinkingsangst gemotiveerden. Maar jij bent dus beginnen duiken. Helemaal op jezelf. Misschien was het aanvankelijk geen bewuste keuze en werd je eerder naar beneden getrokken, gillend de diepte in. Zo gaat het bij de meeste mensen. Maar het kan ook zijn dat je werd geroepen, dat je de stem van Moeder Aarde doorheen jouw gebeente voelde trillen en je het gewoon wist: ik ga onder. Het controleren van je adem werd een sleutel. Daar in het donker gingen je ogen pas echt open. Ver weg van de oppervlakkigheid liet je je ontroeren door de diepste stilte. Ze kwam jou met open armen tegemoet. Welkom thuis, fluisterde ze in je oor. Eerst kon je alleen maar huilen, met halen en schokken die het bezinksel van vele jaren deden opstuiven. Daarna hulde je jezelf troostend in vrede met wat is, een laagje weerbaarheid voor daarboven. En het Weten werd jouw reddingsboei.  Je stuitte op onbegrip. Alleen gekken gingen onder. Daarbeneden zou je niets vinden, het was er bovendien gevaarlijk. Dobberen moest je, geboden en dreigden ze. Maar jij voelde de waterwezens zich rond jouw enkels vleien, jou uitnodigend om weer mee te gaan. Er was daar zoveel te ontdekken. Je hebt het altijd vreemd gevonden dat anderen niet leken te voelen wat er onder het oppervlak speelde. Zovelen gedroegen zich alsof de diepte onder hun voeten niet bestond. Hun blik tekende enkel horizontale lijnen. Wat een verademing was het om, niet zo heel erg lang geleden, andere duikers te mogen ontmoeten. Verbonden door het Weten dat uiteindelijk Herinneren bleek te zijn.  Je had erom gevraagd, de nodige opofferingen gemaakt en vervolgens meer gekregen dan het verlangen had geschetst. Zo gaat dat met keuzes die gedragen worden door eigenliefde. Een beschermende film van dankbaarheid ligt over het heden. De golven lijken niet meer zo angstaanjagend, je deint vol overgave mee. In liefdevol gezelschap en vertrouwen. Wat er in de diepte leeft, vind jij nu ook hierboven. De grens tussen ‘hier’ en ‘daar’ vloeit steeds verder uit. De diepte vermengt zich met de hemel, als de kleuren van een aquarelschilderij. Schoonheid die velen, maar alvast jou niet, ontgaat.

KarolienDeman
26 2

Joeri & De Sloerie II ( non-fictie )

De verveling & vaalheid van het bestaankraste bij Joeri tot metersdiep in zijn zielhoe kan je in godsnaam eenzaam door het leven gaan ?ben ik dan toch een nozem , ben ik dan toch een debiel ?& dan zo heel plots van uit alle willekeurigheid        daar op het waanzinnige wereldwijde webNatasha uit Litouwen , toch geen toevalligheid ?                           eindelijk wat spek voor de bekZe praatten ze lachten                    ze wisselden van gedachtenhet werd zelfs écht heel erg persoonlijkdit had Joeri nooit kunnen verwachtendit ging niet zoals anders , zoals gewoonlijkJoeri voelde warm aan , de oerdrift zette hem schaakNatasha deed niet langzaamaan                                              ze had hem aan de haakJoeri kon zich niet bedwingenzijn broekje plots tot op zijn knieënde papieren zakdoeken bij de handallemaal voor een heetheid uit een ander landMaar plots was Natasha wegmet het Noorderlicht verdwenen              & achterwegeheeft Joeri daar heel hard om moetenen wenen& niet omdat het allemaal te mooi was om waar te zijnMaar plots bleek Natasha . Nathan te zijn , een geldzuchtig zwijnJoeri rook venijn , shit fuck neen , dit kan toch niet zijnwaarom kapte ik zo snel teveel water bij de wijn& nu weten alle vrienden in Joeri zijn Facebooklijst                 hoe onze lieve Joeri zijn vrije tijd bedrijftwant de volle kleine drienhonderdenvijf zielenkunnen nu Joeri zijn momenten op café verziekenWaaraan had Joeri dit toch verdiendal zijn vriendjes hebben nu zijn piemeltje geziende vijf minuten plezierhebben Joeri de rest van zijn leven achtervolgdPs . Peter Van De Veire & Kobe Ilsen gaven Joeri hun steunbetuigingen

Schrikkentist
16 0

(il)legaal homohuwelijk

Er is volk op straat, veel volk. Het lijkt wel alsof heel het land hier plots op straat is gekomen. Of ik nuvoor me kijk, of achter me, overal zie ik mensen. Mensen van allemaal origine. Terwijl ik zo rond mekijk, zag ik je plots. Jij met je hoofddoek aan, die je straks gaat verbranden, jij tussen allemaal anderevrouwen. Achter jou loopt een kind. Een kind van een jaar of tien. Het zou je dochter kunnen zijn.Maar daarvoor ben je nog te jong. Zelfs bij een tienerzwangerschap zou het kind hoogstens een jaarof 7 zijn. Het komt naar je toe, en vraagt je iets. Ik sta te ver van je, en er is te veel lawaai van al deandere betogers, dat ik je niet kan horen. ‘Ow, excuseer.’ Terwijl ik naar jou zit te kijken, botst plots iemand tegen mij. Ik besef maar half dat ikecht zit te staren naar jou, en dat iedereen verder gaat. Langzaamaan kom je dichterbij. Ik zit zo hardnaar jou te staren, dat het opvalt. Je ziet het, en wandelt naar mij. Voor zover dat je het wandelenkunt noemen. In een betoging gaat het nooit vlot. Maar in mijn gedachten sta je onmiddellijk naastme. ‘Is er iets? Je kijkt zo naar me?’ Zeg je. Wat een stem. Ik val in zwijm voor jou. Hopelijk kan ik het eenbeetje verbergen. Op homoseksualiteit staat hier, in Iran, nog altijd de doodstraf. ‘Huh, uh… nee, er isniets,’ antwoord ik. Hopelijk klok de paniek in mijn stem niet hard door. Ik wil namelijk niet dat mijnlaatste uren geslagen hebben. En zeker met al de undercoveragenten van de overheid, weet je nooit.Zelfs tegen mijn verloofde kan ik niets zeggen. Als ik iets te veel zeg, waaruit zou blijken dat ikverliefd op je ben geworden, kan dat onmiddellijk mijn dood betekenen. Maar wat doe ik dan hetbest? Ik kan toch moeilijk heel mijn leven blijven zitten met het idee dat ik elk moment kan wordenopgepakt. Terwijl ik al deze bedenkingen aan het maken ben, wandel je een beetje verder. He! Is dat daar eenstukje zwart haar dat ik zie, onder je blond haar, dat weggestoken zit onder je hoofddoek? Ja hoor.Maar dat betekent dat… Je bent geen vrouw, maar een undercoveragent! En deze betoging wasenkel voor vrouwen! Om jou te ontmaskeren, moet ik rap zijn. Ik neem je hoofddoek en je blondeharen vast, en trek eraan. Hoe kan dat nu? Je bent… mijn verloofde? ‘Sinds wanneer loop je rondverkleed als vrouw op een betoging die enkel voor vrouwen is?’ ‘Wel, ik ben undercoveragent voorde Iraanse overheid. Ik moest infiltreren om zo te achterhalen wie allemaal aanwezig is op dezebetoging.’ Antwoord je op mijn vraag. Nu wordt me wel veel duidelijk. Waarom je altijd weg wastijdens grote gebeurtenissen, waarom ik voor je stem viel, waarom ik je plots herkende, … Het toeval wil, dat we volgende week gaan trouwen. Zo kan ik toch nog, zonder de doodstraf tekrijgen trouwen met ‘de vrouw van op de betoging’. Pff. Wat moet een echt homokoppel toch nietallemaal meemaken in een land zoals Iran.

buitencirkel
5 0

Wat wij weten, maar beter geen aandacht geven

Ik weet het. Veel mensen weten het. Eerst waren er de gevoelens die aangaven dat er iets niet klopte. Die werden aanvankelijk veelal weggerationaliseerd of onder het tapijt van zelftwijfel geveegd. Maar naarmate er meer puzzelstukken werden vergaard, ervaring werd opgedaan, zat er niets anders op dan die gevoelens voor waar aan te nemen. Zo was ik zelf, in totaal 15 jaar, tegen mijn schreeuwende gevoelens in, een trouwe klant van het medisch systeem waar ik met mijn welvaartsziekte kwam aandraven. De logica omtrent mijn lijden, die mij consequent en systematisch werd ingeprent, hing met haken en ogen aan elkaar. De onderzoeken en behandelingen leken ontworpen om vicieus te zijn. Ik was verzeild geraakt in een spel waarbij symptomen telkens opnieuw de kop werden ingedrukt, om daarna op een andere plaats en in een andere vorm weer te verschijnen. De mythe ging de ronde dat de onderliggende oorzaak onbekend was. Wie was ik om de specialisten in vraag te stellen? Wie ben ik in godsnaam? Het heeft veel tijd, diepgaand empirisch onderzoek en een kettingbotsing aan trials and errors gekost, maar vandaag noem ik mezelf een ervaringsdeskundige. Ik ben, zoals zoveel zelfstandig denkende mensen, geruisloos uit dat systeem verdwenen. Mijn medisch dossier is een lijvige thriller die abrupt eindigt bij een zoveelste cliffhanger. Het was meer dan duidelijk dat het handelen naar mijn gevoelens en moeizaam verworven inzichten veel meer zou opbrengen dan de verantwoordelijkheid door te schuiven naar zogenaamde specialisten die de diepgaande wanhoop van een chronische aandoening nooit zelf hadden ervaren. De mensen die mij het meest geïnspireerd hebben tijdens mijn lijdensweg zijn dan ook mensen die min of meer gelijkaardige wegen hebben bewandeld. Ik zeg het al jaren: herkenning  is helend, voedend, troostend en zoveel meer. Uiteraard doet het mij iets, wetende dat er op dit moment zoveel mensen wanhopig verstrikt zitten in het medische kluwen. En het worden er alsmaar meer. Ook vandaag zijn er mensen die een diagnose aangepraat krijgen die ze meteen zullen Googelen, wat vaak het begin betekent van een ellelange externe zoektocht die pas in vraag zal worden gesteld als er een gitzwart breekpunt wordt bereikt. Dan pas, misschien, zal het innerlijke kompas weer geraadpleegd worden. Het veelkoppige (educatief, economisch, medisch, politiek, technologisch, … )  systeem waarin we als mens opgroeien en dienen te passen, is ontworpen om ons weg te houden en af te leiden van onze essentie. Van onze scheppingskracht. En die is niet van de minste, al zeker niet op collectieve schaal. Benoemen wie of wat de mens systematisch probeert weg te houden van zijn ware potentie is een netelige zaak. Alleen nog maar suggereren dat deze mogelijkheid bestaat, kan onaangename gevolgen hebben op sociaal vlak. Het mag geen naam hebben. We worden met een onzichtbare, doch wel harde, hand aangemoedigd om vertrouwen te hebben in hogere machten. Want er zijn alleen maar goede intenties. En als iedereen zijn steentje bijdraagt, dan kan het best aangenaam worden. Meer is er niet. Maar mijn ervaringen en gevoelens, die telkens opnieuw gerangschikt en kritisch geanalyseerd worden door ratio, zeggen al heel mijn leven dat er wel meer is. Dat er wel degelijk krachten actief zijn die mensen klein, beperkt en afhankelijk willen houden. Ik heb nog jarenlang gedacht dat onwetendheid aan de basis van het kwaad lag, maar nu ben ik er toch wel behoorlijk zeker van dat het om moedwillig, zelfs ingenieus uitgekiend, werk gaat. Ik ben niet alleen, veel mensen zijn tot deze conclusie gekomen. De laatste jaren heeft er een versnelling in het zogenaamde ontwakingsproces plaatsgevonden. Bij ontmoetingen herkennen we elkaar aan de hand van details zoals woordgebruik en gedragingen. Ook de blik in iemands ogen kan boekdelen spreken. We lijken in de minderheid te zijn, er openlijk voor uitkomen is dan ook niet evident, toch heb ik het vermoeden dat we met veel meer zijn dan we denken. En als we elkaar ontmoeten, zouden we dan één ding kunnen afspreken? Zouden we kunnen inzien dat het geen zin heeft, dat het zelfs vermoeiend is, om de donkere krachten in de wereld telkens te vernoemen en dus te bevestigen in hun bestaan? Telkens opnieuw wanneer gelijkgestemden het verontwaardigde klaaglied der onrechtvaardigheid van de wereld in koor klaroenen, staat dit gelijk aan een bijdrage van verlaagde frequenties in het collectieve energieveld. Ik haal veel meer vreugde en energie uit het negeren van de beperkende krachten in de wereld, dan ertegen te strijden of ze telkens te gaan verwoorden. Het is heerlijk om iemand te ontmoeten, in alle openheid en vrij van opgelegde voorschriften, en bij afloop te constateren dat er geen enkel woord gerept werd over de heersende onderwerpen die horen bij de collectief opgedrongen angstpsychose. Soms voelt dat zelfs als een overwinning. Mijn verzet huist in persoonlijke keuzes die mijn frequentie en welzijn verhogen, en die vaak haaks staan op voorgeschreven conventionele denkbeelden. Het helpt daarbij om dichtbij de natuur te zijn en geen waarde te hechten aan het op angst gebaseerde narratief dat via verschillende kanalen de wereld wordt ingestuurd. Zelfs als ik mij niet energetisch laat bestralen door de lage frequenties die media en nieuwsbronnen uitzenden, weet ik wat er gaande is in de wereld. Door mijn eigen ogen zie ik klaarder dan door de bril die mij stellig aangeraden wordt. Ik roep jou, gelijkstemde lezer, op om alle externe verhalen die mogelijks angst of onrust opwekken, te negeren en om zonder schroom liefdevol jouw eigen authentiek verhaal neer te zetten. Gevoel is daarbij jouw leidraad. Wees inventief en durf af te wijken van de geplaveide paden. Onthoud dat de beperkende donkere krachten van deze wereld zich voeden met angst en aandacht. Laten we met zoveel mogelijk mensen het ongewenste negeren en focussen op wat goed voelt en waar ons verlangen naar uitgaat. Wat niet hetzelfde betekent als het ontkennen of verbloemen van de moeilijkheden die ons voorgeschoteld worden. Het draait om focus en het maken van bewuste keuzes, al dan niet met niet voor de hand liggende of onzekere gevolgen. Het is belangrijk om je ervan bewust te zijn waar je energie naartoe stroomt, wat aandacht krijgt. En wat dient losgelaten te worden.https://www.karoliendeman.com/blog/2022/10/2/wat-wij-weten-maar-beter-geen-aandacht-geven

KarolienDeman
5 0

Matrixfood

Het is een term die me onlangs door een vriendin geïntroduceerd werd en die voor mij spijkers met koppen sloeg. Het omvat al het voedsel dat ons cultureel en commercieel (vaak een listige combinatie van beide) als ‘normaal’ werd ingeprent, maar dat ons in feite helemaal niet voedt, maar slechts vult en langzaam vergiftigt. Het gaat over het gros van de voeding die in supermarkten en in restaurants te vinden is. Met suiker, zuivel en graan als primaire grondstoffen, machinaal bewerkt en aangevuld met een reeks bewaarmiddelen en additieven die men codeerde naar E-nummers. Maar we hoeven ons zogezegd geen zorgen te maken en vooral niet voor onszelf te denken, want Vadertje Staat ‘beschermt’ ons met wettelijke richtlijnen waardoor onze dagelijkse dosis gif binnen de toegelaten hoeveelheid blijft. Mijn persoonlijke queeste naar gezonde voeding schreef ik deels al neer in mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ maar is zich daarna nog verder blijven ontvouwen. Het hele Covid-gebeuren heeft voor een versnelling in het verwerven van inzichten gezorgd. Ik vergaarde op korte tijd cruciale puzzelstukken die perfect pasten op eerdere levensveranderende conclusies. Opeens zag ik het grotere plaatje: we hebben niet alleen te maken met onwetendheid, maar eveneens met kwaadaardige intenties. Namelijk de intentie om mensen ziek, onzeker en afhankelijk te houden. Mijn (buik)gevoel heeft me nooit in de steek gelaten, ik voel al heel mijn leven wanneer iets niet gezond voor mij is. Of het nu gaat over voeding, een omgeving of relaties: mijn lijf wist het, terwijl mijn brein vaak achterop hinkte en de gevoelens verkeerdelijk interpreteerde of wegredeneerde. En zo ontstaat ziekte. In de tijd dat ik zwaar gebukt ging onder kwalen, wist ik dat dat de sleutel tot verlossing in mijn gevoelswereld te vinden was. Maar de connectie met mezelf was zodanig verstoord dat ik geen idee had wat ik dan concreet moest doen of voelen. Ondertussen heb ik die connectie weten te herstellen en is er veel duidelijk geworden. Een groot deel van mijn helingsproces bestond uit het herprogrammeren van mezelf. Ik wou mezelf ontdoen van overtuigingen die mij systematisch en reeds als kind ingeprent werden die eigenlijk niet goed voelden, maar waarvan ik wel dacht dat ze goed voelden. Omdat dit mij zo was aangeleerd. Een simpel voorbeeld hiervan dat mij nu zo ogenblikkelijk te binnen schiet is het eten van koffiekoeken als ontbijt, vaak met fruitsap. Ik besef dat ik geprogrammeerd ben om dit als een ‘normaal’ ontbijt te beschouwen en daarom komt het water mij reeds in de mond bij de gedachte aan zo’n maaltijd. Maar mijn gevoel, mijn lichaam, heeft altijd aangegeven hier eigenlijk niet zo’n deugd van te hebben, integendeel zelfs. Ik werd er loom van. Soms ook prikkelbaar en onrustig. Hoe vaak heb ik die fysieke respons niet afgedaan als flauw gejengel of als een persoonlijk tekortschieten? Hoe vaak heb ik niet gedacht dat er iets mis was met mij in plaats van met de voeding die me werd voorgeschoteld? Ik heb, reeds op verschillende wijzen, mijn excuses aangeboden aan mijn lichaam omdat ik het niet begreep en mezelf zo vaak tekort heb gedaan door mijn lichaam en gevoel in twijfel te trekken. In plaats daarvan zal ik nu eerder alles dat als normaal wordt beschouwd in vraag stellen. Nu zie ik hoe dat normale vaak in schril contrast staat met mijn authenticiteit. Bij tal van sociale gelegenheden stond ik mij te expliceren en excuseren omdat ik liever niet at wat de conventionele pot schafte. Een tijd lang heb ik gedacht dat ik diegene was met een ‘zwak gestel’ omdat ik niet probleemloos kon eten wat de massa at. Maar nu weet ik dat mijn gestel alles behalve zwak is, maar ontzettend krachtig, vurig en fonkelend. En ik kan dat alleen maar eer aandoen met hoogwaardige zuivere en natuurlijke voeding. Dus ja, nu durf ik te zeggen dat ik mij letterlijk te goed voel om mij te verlagen tot matrixfood, hoe aanlokkelijk dat soms ook mag lijken. Ik ben net als zovelen geprogrammeerd om mij op een warme zomerdag te laten verleiden door een kleurrijk ijsjeskraam of door frisse zoete drankjes, maar het genot is zo verschrikkelijk kortstondig in vergelijking met het herstelproces. Ik haal er ook niet meer de voldoening uit die ik vroeger ervoer, toen het nog niet ten volle was doorgedrongen hoe ongezond die dingen zijn. De grootste hap in mijn budget gaat naar voeding, want in de wereld waarin we leven is gezond voedsel opvallend duurder dan toxisch vulsel. Hoe minder ingrediënten een product bevat, hoe duurder het is. Dat veel van de ingrediënten in matrixfood gewoonweg onleesbaar zijn, omdat ze gecodeerd werden of moeilijke chemisch klinkende namen dragen, lijkt stilzwijgend geaccepteerd te zijn. In een soort kinderlijk vertrouwen openen we massaal onze monden zonder de moeite te doen om voor onszelf te denken of te voelen. Want moest het echt zo slecht voor ons zijn, dan zou het toch niet verkocht worden? Dan zouden ‘ze’ het toch niet aan kinderen geven? Dan zouden ‘ze’ het toch niet aanraden en promoten? In het informatietijdperk van vandaag ligt alle kennis nochtans aan onze voeten, maar we zijn ondertussen al te verslaafd, te mak en te verwend om ons te willen verdiepen in het kwaad dat ons zo vrolijk en hapklaar wordt voorgeschoteld. En diegenen die dat wel doen worden versleten als complotdenkers of geitenwollen hippies. Het is zo ver gekomen dat alleen de reinste ellende voor een ommekeer kan zorgen. Alleen wanneer het lichaam er volledig de brui aan geeft en alle conventionele methodes en oplapmiddelen opgebruikt zijn, rest nog de mogelijkheid om het eigen gevoel te raadplegen en je authentieke zelf terug op te graven vanonder het puin van deze samenleving. Het is een doornige weg die velen zullen afleggen naarmate het bewustzijn steeds toeneemt. En diegenen die zo’n moeilijk pad reeds hebben doorploegd, verlichten met veel liefde de weg voor iedereen die nog volgt.https://www.karoliendeman.com/blog/2022/7/13/matrixfood

KarolienDeman
9 0

Aiko

“Psychiatrische handboeken definiëren ADHD als een gebrek aan aandacht. In werkelijkheid is het een teveel aan liefde.”  Enkele weken geleden balde ik mijn impulsieve, overgevoelige en aandachtsgestoorde ADHD-eigenschappen samen in de figuur van een dolle hond. Een personage creëren om griezelige schaduwkantjes te belichten is een klassieke retorische truc, die schrijvers vaak toepassen om hun duivels te bezweren en dure psychotherapieën te vermijden. Zo’n metaforen hebben hun beperkingen, maar daarover schrijf ik misschien later meer. Voorlopig wil ik nog een extra metafoor gebruiken om de hond recht aan te doen. Tijd voor vuurwerk! Ik doe mijn huisdier onrecht aan door hem op te voeren als een dolle hond. In wezen is hij een braaf beest. Als hij lijkt op een ‘paranoïde, onberekenbare provocateur’ met een ‘lust’ voor ‘bloed’ en een ‘neus voor verval, ziekte en dood’, dan is dat louter omdat de gedachten en emoties onder zijn schedel knetteren als voetzoekers. Die schedel – mijn schedel – is een opslagplaats voor vuurwerk, maar eigenlijk is hij daar slecht voor uitgerust. Zo er al branddeuren zijn dan sluiten ze slecht, en het alarmsysteem schiet pas in werking als het hele kot in de fik staat. “De meeste mensen zijn gedresseerde poedels. Ik ben een terriër met één achterpoot in de wildernis.” Dit is het enige dat mij onderscheidt van ‘normale’ mensen. Een menselijk brein is altijd explosief. Het enige verschil tussen mij en mijn doorsnee soortgenoot is een gebrekkig veiligheidsmechanisme. Of om hetzelfde inzicht in zoölogische termen te beschrijven: De meeste mensen zijn gedresseerde poedels, ik ben een terriër met één achterpoot in de wildernis . De mechanismen van de menselijke geest zijn zo banaal dat ik ze amper durf benoemen. Een gedachte baart emoties. Ze heeft een bepaalde kleur of geur. Ze roept beelden op die de emoties versterken, verzwakken of extra nuance geven. Die emoties kunnen de gedachten zo indringend maken dat ze in de geest worden gebeiteld als herinneringen. De werking van een ADHD-brein is niet zo verschillend. Alleen gaan mijn gedachten niet van punt A naar punt B. Ze lopen alle kanten uit en ik probeer ze te grijpen als een hond die naar de waterstralen van een tuinsproeier hapt. De meeste mensen denken in stappen. Ik denk in explosies van wilde gedachteassociaties. Die ontploffingen zijn van korte duur, maar de kraters die ze slaan blijven lang zichtbaar. Het vuur blijft nog een tijdje smeulen. Laat mij de metafoor nog even op de spits drijven. Net zoals in een vuurwerkramp is de brandweer altijd te laat. Ook in mijn hoofd is de kettingeactie zo snel, dat mijn zelfbewustzijn – hoe sterk ook – pas opduikt wanneer de ramp is geschied. Het enige wat ik dan nog kan doen is puin ruimen en voorzorgsmaatregelen nemen. Welke voorzorgsmaatregelen? Dat blijkt nogal lastig te zijn. Vuurwerk kan men reguleren. De overheid kan het verbieden of het gebruik ervan in handen leggen van professionals. Aan vuurwerk kan je beperkingen opleggen. Maar de menselijke geest is door haar aard onbeperkt. “Gemoedsrust is een opgelegde vrede. Ze is altijd relatief.” Gedachten en gevoelens kennen maar één meester: de tijd. Beelden vervagen, geluiden verstommen. Er komt ruis op de herinneringen die we het meeste koesteren. Zelfs de pijnlijkste trauma’s verliezen hun scherpste kantjes. Wie kent nog het stemtimbre van de vrienden uit de lagere school? Wie kan de waarheid garanderen van de oudste herinneringen? Alles vervloeit, ook gedachten. Dat weetje is een reddingsboei voor dolle honden. Je moet ze trainen om af en toe stil te staan, op hun adem te letten, te denken aan wat ze denken en in die korte momenten waarin de associatiedrift stokt influisteren dat het allemaal voorbijgaat, dat de gedachten die ze vruchteloos najagen heus niet zo belangrijk zijn. Het is een goedkoop trucje, een simplistisch levenslesje gedistilleerd uit het oeuvre van Heraclitus en de Boeddha, maar het werkt – en is een pak goedkoper dan neurofeedback, Bachbloesems of primal scream therapy. Wat overigens ook wel eens helpt is methylfenidaat, dat ik in mijn vorige post verkeerdelijk gelijkstelde aan een amfetamine. Dit medicijn reguleert de productie van neurotransmitters en compenseert daarmee gedeeltelijk het gebrek aan structurele veiligheidsmaatregelen in mijn krakkemikkig vuurwerkdepot. Dit zijn echter lapmiddeltjes. Gemoedsrust is voor hyperactieve viervoeters een opgelegde vrede. Ze is altijd relatief. Het is een kwestie van volgehouden disciplinering, geen natuurlijk verschijnsel. Sommige ADHD’ers zouden niets liever doen dan hun hond laten inslapen. Ik niet. Wie mijn viervoeter doodt, pleegt ook een aanslag op mij. Alles wat hem typeert, typeert ook mij. Van hem heb ik ongeduld, overgevoeligheid, woede en gejaagdheid. Al die zaken zijn slechts schaduwzijden van wat mijn leven de moeite maakt: levenslust, betrokkenheid en enthousiasme. “Psychiatrische handboeken definiëren ADHD als een gebrek aan aandacht. In werkelijkheid is het een teveel aan liefde.” Mijn hond kent geen grenzen. Hij is de oorzaak dat ik een zelfkassa uitschold omdat ik de barcode van een stuk chocolade niet kon scannen. Hij is degene die mij ’s nachts wakker hield om te lachen met belachelijke familienamen die ik ooit in een overlijdensbericht las. Hij stond toe dat vrienden misbruik maakten van mijn vertrouwen, terwijl ik beter partij koos voor mezelf. Hij zorgde ervoor dat ik vroeger mezelf zo vaak zo laveloos dronk, dat ik vandaag maar beter geen druppel alcohol meer aanraak. Maar hij is ook degene die me een hele ochtend doet glimlachen omdat mijn hartjesplant begint te bloeien. Hij zorgt ervoor dat ik mijn tanden zet in een werkproject tot ik alles weet wat over dat thema te vinden is. Hij laat me lachen met mijn eigen gedachten. Hij vult me met liefde voor mensen en haat voor onderdrukking. Hij vindt schoonheid onder elke stoeptegel. Hij legt ideetjes aan mijn voeten zoals andere honden dat doen met muizen en konijnen. Hoewel de meeste vangsten onbruikbaar zijn, heb ik toch voldoende vlees om een lekker pasteitje van te maken. Psychiatrische handboeken definiëren ADHD als een gebrek aan aandacht. In werkelijkheid is het een teveel aan liefde. Laat mij dit complexe dier dan ook niet reduceren tot een dolle hond, maar hem bedanken met een eigennaam en vervolgens met rust laten. Zijn naam is Aiko. Pieter Van der Schoot Foto: Pieter Van der Schoot

Pieter Van der Schoot
18 1

Verhalen die verbinden

‘Heb je het verhaaltje van de verjaardag van de wezel al gelezen?’ vraagt mijn wederhelft met onverhoopte ogen. ‘Nee’ antwoord ik droog. ‘Dat ben ik!’ kirt ze, waarna ze me geen keuze laat het straks voor te lezen aan de kinderen. Dat beloof ik. Het verhaaltje gaat over een wezel die jarig is en een feestje geeft voor alle dieren in het bos. Wanneer het moment bijna is aangebroken, twijfelt hij of de taart wel lekker genoeg is, zijn huis wel groot genoeg en of het wel gezellig zal zijn. Hij besluit de aankomende dieren toe te roepen dat het toch niet doorgaat. Terwijl de laatste dieren al weer op de terugweg hun schouders ophalen, herroept de wezel zijn boodschap. ‘Het gaat toch door!’ Uiteraard ben ik geen onbekende met de dierenepiek van Toon Tellegen, meester in de filosofische bespiegelingen over kleinmenselijkheid. Al sinds ik bewerkingen zag van Benjamin Verdonck op de planken ben ik superfan. De fabeltjes zijn enorm geestig, griezelig herkenbaar en vaak taalfilosofisch van aard. Het gaat bijvoorbeeld over hoe de verjaardag van de eendagsvlieg ook ineens zijn afscheid van het leven is. Over de vraag of argwaan dan wel een soort soep is. Over hoe de kikker trots is dat hij een smet heeft geworpen op het blazoen van de zwaan. Mezelf heb ik nog niet echt gevonden, hoewel het verhaal over de mossel die een feest geeft voor één persoon aardig in de buurt komt. Hij wil eigenlijk helemaal geen feest geven: dan moet je dingen organiseren, lachen en dansen. Maar hij wil het wel begrijpen en er deel van uitmaken. Bovendien houdt hij van gezelligheid, al weet hij niet echt goed wat het is. Sinds een jaar of twee heb ik ook gesloten Toon Tellegen in te zetten in mijn lessen NT2. Wanneer we aanbelanden bij het vaste thema ‘Vroeger’, waarin ik de OVT (de imperfectum) aanleer voor de eerste keer, vind ik het nodig om dit – naast de grammaticaoefeningen – meteen wat in te slijpen. En er is geen betere toepassing dan korte verhaaltjes waarin iedereen wel iemand herkent, bij voorkeur zichzelf. Vandaar volgt het thema ‘Verhalen’, dat ik in gang schop met een kleine intro: een verhaal van Misschien wisten zij alles. Nu, vergis je niet, het is niet omdat het over de eekhoorn en de mier gaat of een olifant die in bomen klimt dat het kinderlijk eenvoudig is. De woordenton waaruit Tellegen zijn woorden grabbelt lijkt bodemloos. Om het enigszins toegankelijk te maken voor een NT2-klas heb ik dus hier en daar wat vrij vertaald van het Nederlands naar het NT2-s. De moeilijkste woorden leg ik dan uit. In het begin vond ik het prettig om het allerlaatste verhaaltje van het boek te vertellen, dat is meteen ook het langste. Het gaat over de eekhoorn en de mier die tijdens een wandeling naar de verte op een muur botsen, die eindeloos lijkt. Ze besluiten dat ze er alleen overheen kunnen, maar wanneer de mier over de muur kijkt, ziet hij niets. ‘Ook geen grond?’ vraagt de eekhoorn? ‘Nee, niets.’ ‘Dus alleen maar lucht?’ ‘Nee, geen lucht, niets!’ En zo gaat het maar door. Tot de cruciale vraag volgt: ‘Kan je je niet naar beneden laten zakken aan de andere kant?’ ‘Er is geen andere kant, er is maar één kant, en nu moet je niets meer vragen.’ De eekhoorn maakt dan een soort Hegeliaanse redenering: als daar niets is, is hier dus alles. Dan concludeert hij dat hij tevreden is met alles aan deze kant. ‘Meer hoeft er ook niet te zijn.’ Wanneer ik het verhaaltje heb gelezen speur ik meteen de gezichten van mijn cursisten af. Dit verhaal maakt altijd iets los, zij het positief dan wel negatief. In mijn ervaring is ongeveer een vierde van de klas enthousiast genoeg om meteen meer te lezen van Tellegen. Een ander kwart is vooral verward en zoekt naar een reden waarom hun leerkracht dit net heeft voorgelezen, behalve de enkele OVT’s. Het derde groepje vindt dit ongelooflijk saai want er gebeurt niets. En de laatste paar cursisten vinden het mooi zonder te weten waarom. Slechts een zeer beperkt aantal cursisten haalt de boodschap eruit. Ik begeleid ze naar deze moraal van het verhaal en zo komen we op het gezegde ‘het gras is altijd groener aan de overkant’, wat we dan vertalen in alle talen uit de klas. Wat ik fantastisch en opvallend vind aan het vertellen van deze verhalen is de eenwording van de groep. Plots is er geen verschil meer tussen de landbouwer uit Afghanistan, de biologe uit Peru, de fysicus uit Syrië, de doctoraatsstudent uit Rusland en de boekhouder uit Turkije. De verhalen overstijgen zowel de taal als het opleidingsniveau als de cultuur. Het verbindt ons als mensen, en dat is meteen de kracht van verhalen in het algemeen.

Lennart Vanstaen
261 2

Ik kom er nog goed vanaf

Ik omhels mezelf steeds vaker. In mijn eigen armen, stevig gekruist rond mijn middel, vind ik troost en warmte. Het is niet zo dat ik de aanraking van iemand anders mis en dat op deze manier tracht te compenseren. Ik schuw fysiek contact niet en heb het geluk omringd te zijn met mensen die daar hetzelfde over denken. Dat is ooit anders geweest, vroeger voelde ik me ongemakkelijk als mensen, zelfs vrienden, mij aanraakten. Alleen van mijn partner kon ik dat hebben. De laatste jaren is dat veranderd en gebeurt het knuffelen spontaan. Soms zelfs met wildvreemden, als het op dat moment juist voelt. Simultaan is het knuffelen met mezelf in mijn bewustzijn gegroeid. Ik ben het beginnen doen nadat ik me diepgaand realiseerde dat niemand zo goed voor mij kan zorgen als ikzelf. Niemand anders dan ikzelf kan haarfijn voelen wat ik nodig heb. Ik weet als geen ander wat ik wil en hoe mijn lichaam werkt. Tergende pijnen, wanhoop en andere eindeloos lijkende beperkingen heb ik doorstaan om er uiteindelijk achter te komen wie ik ben en waar mijn grenzen en sterktes liggen. Ik heb voor mezelf een leven gecreëerd waarin levensvreugde en dankbaarheid het leed overstijgen. Bevrijd van mijn zwaarste struikelblokken kan ik nu dansen, terwijl ik voorheen enkel kon kruipen. De ontdekkingstocht naar mezelf is nog steeds gaande en zal hoogstwaarschijnlijk blijven uitdeinen. Maar nu ben ik op het punt gekomen waar ik mezelf oprecht kan omhelzen en prijzen om de weg die ik heb afgelegd. En om de persoon die ik daardoor geworden ben. Mijn lichaam, dat altijd trouw tot mijn dienst staat, ook al heb ik dat soms geheel anders geïnterpreteerd, heeft veel te verduren gekregen. Zowel extern als intern werd het systematisch belaagd met toxiciteit van diverse aard. Het lijkt quasi onmogelijk om door het leven te gaan zonder daarmee in contact te komen. Het zit in onze voeding, lucht, aarde, water, medicijnen, technologie, kleding, relaties en gedachten. Tal van verdoken zelfdestructieve gewoontes worden al vanaf de kindertijd ingeprent en vaak ook doorgegeven van generatie op generatie. Zo denk ik bijvoorbeeld aan de gewoonte om de eigen gevoelens te onderdrukken en te handelen naar verwachtingen van anderen. Of de gewoonte om hard en veel te werken en de eigenwaarde zo rechtstreeks te koppelen aan prestaties. Of het dagelijks eten van gesuikerde zuivelproducten en het poetsen van de tanden met fluoride tandpasta. Dit zijn slechts 4 luttele voorbeelden in een massa aan manieren waarop we onszelf tekort kunnen doen in deze complexe wereld. Het maakt het leven zwaarder en verwijdert ons steeds verder van onze essentie. Klaarder dan ooit zie ik nu hoeveel destructie mijn lichaam heeft moeten verwerken. Het meest van de tijd was ik er niet bewust van. Wegens een gebrek aan zelfvertrouwen en een handleiding voor het leven, eigende ik mezelf allerlei handelingen en behandelingen toe die eigenlijk niet pasten bij mijn authentieke energie. Natuurlijk voelde ik wel dat er iets schortte, maar ik was het gewoon om mijn gevoelens te overstelpen met een kluwen aan gedachten, zoals zoveel mensen doen. Mijn lichaam liet steeds duidelijker blijken dat ik van mijn pad was afgedwaald, maar op doktersadvies werden deze signalen gesmoord en gelabeld als een ‘ongeneeslijke aandoening’. Het blindelings volgen van zogenaamde ‘geneesheren’ terwijl de eigen innerlijke bron aan kennis gewantrouwd of zelfs niet erkend wordt, is trouwens nog zo’n hardnekkige destructieve gewoonte die collectief als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Al bij al, ondanks alle beproevingen die mij werden aangedaan en die ik mezelf heb aangedaan, kom ik er nog goed vanaf. Meer dan goed zelfs. Ik ben hier en daar wat onderdelen kwijt en ook vandaag moet het nog een ‘aanvaardbare’ dosis toxiciteit verwerken, maar mijn lichaam werkt desondanks prima. Het is veerkrachtig, vergevingsgezind en herstelt zichzelf keer op keer. Daarom omhels ik mezelf en spreek ik mijn dankbaarheid uit. De duisternis in deze wereld kan niet voorkomen dat mijn eigenliefde groeit. Integendeel.________________________https://www.karoliendeman.com/blog/2022/4/10/ik-kom-er-nog-goed-vanaf

KarolienDeman
32 1