Lezen

De schotelvod

Je hebt het wellicht ooit gelezen in een interview met een bekende manspersoon. Dat hij plots vaststelt hoezeer hij op zijn vader begint te gelijken. Het gebeurt meestal als ze voor de spiegel staan. Dan zien ze niet zichzelf, maar hun vader in het spiegelbeeld. Het gezicht dat dezelfde trekken vertoont, het dunner wordende haar dat ze plots opzij moeten kammen, de rimpels, het ouder worden tout court. Ik kan erover meepraten. Toch gebeurt het bij mij niet voor de spiegel. Het is eerder de schotel- of vaatdoek die het hem doet. Vader zei meestal ‘schotelvod’ en in het plat dialect zelfs ‘het slet’, maar dat mocht hij van ons ma niet zeggen. Toch komt dat gewoon van het Middelnederlandse ‘slette’, wat een lap of vod was. "Zijt ge daar weer met uw vod,” zei onze jongste onlangs. Ik moest het aanrecht netjes maken, want als ze weinig tijd hebben kijken ze niet zo nauw. De kruimels lagen overal. Vader zei ‘greumels’ en het werkwoord was ‘greumelen’. Toen zag ik het. Met die schoteldoek nog in mijn hand zag ik plots ons vader staan. Jaren geleden, in de keuken van ons huis dat er al niet meer staat. Maar het beeld van die keuken is nog zo vers als de groenten uit zijn tuin. Hij moest jonger op pensioen en in de wintermaanden had hij niet veel om handen. Dan maar regelmatig met een schoteldoek over het aanrecht. De ‘greumels’ opruimen. In de andere seizoenen had hij geen tijd voor zijn vod. Dan wenkte zijn fiets of het werk in de tuin. Ik ben niet de enige die de gelijkenis ziet. Mijn vrouw zegt dat ik almaar meer op hem begin te gelijken. Maar misschien moet ik toch opletten met die vod. Overdrijven is nooit goed, of er komen vodden van.

Rudi Lavreysen
15 1

Het kruispunt zonder uitweg

Ik bevind me op een kruispunt zonder uitweg met op elke straathoek een obstakel: een tegenligger, een verlaten werktuig, een verkeersbord met een lamp – elke weg leidt je weg, maar voor mij is er geen uitweg.   De eerste weg brengt je naar het bruisen van de stad: havercappuccino in de ochtend, rijstnoedels op de middag, feestgejoel in de nacht, een avond die eeuwig duurt en een nacht die nooit verdwijnt, maar ik kan er niet komen, want ik sta op een kruispunt zonder uitweg.   De tweede weg leidt naar schapengeblaat: kraaiende hanen in de ochtend, kersenjam op je brood, krekels in de nacht, rust, vrijheid, eenzaamheid, genot, gemak, een leven zonder regels, maar ik kan er niet komen, want ik sta op een kruispunt zonder uitweg.   De derde weg leidt naar de werkwijk: een filmstudio, een uitgeverij, een avondschool, een kantoor, een bank, een ziekenhuis, een bouwwerf, een hotel, een restaurant, een kattencafé… alles waar je ooit van hebt gedroomd en meer, je toevlucht of je nachtmerrie, maar ik kan er niet komen, want ik sta op een kruispunt zonder uitweg.   De laatste weg brengt je terug: zand erover, nieuwe kansen, de veiligste haven die je ooit hebt gekend, een oude identiteit, een herhaalde activiteit, een reis door de tijd, maar ik kan er niet komen, want ik sta op een kruispunt zonder uitweg.   In de verte hoor ik het luiden van de kerkklokken, Tom zwaait naar Nina en Nina zwaait naar Jan in hun leven in Verweggistan, maar ook bij hen kan ik niet komen, want ik sta nog steeds hier, vastgenageld aan de grond, vastgenageld op dit kruispunt zonder uitweg.

Silke Desmet
0 0