Lezen

Kleurenwaaier

Ik kocht een pakje stiften. Hoewel ik eerder natuurlijke materialen boven synthetische verkies. Omdat de pigmenten in verf of potloden zich beter mengen tot alle kleuren die ik maar wil. Met stiften is nuance in kleur moeilijk aan te brengen.Het gemak van stiften is dat ieder kleur zich op een wit blad laat zetten zoals je het verwacht. Zonder enige moeite. Daarom zijn stiften bij kinderen zo geliefd. Of bij diegene die ze voor hen koopt. Het vraagt geen uitleg, zorgt niet voor potloodslijpsel en is ondertussen ook uitwasbaar. Een setje met de vier basiskleuren is voldoende om de hele wereld in te kleuren. Gele stift voor de zon, groen voor het gras, rood voor de bloemen en blauw voor de witte wolken. En het mensje op de tekening kleur je gewoon niet in. Want die is toch wit. Dankzij de passie van mijn vader voor het kleurpotlood leerde ik er als kind mee omgaan. Mits de juiste techniek kan je de kleuren van het kleurpotlood goed mengen. Met veel geduld en een geoefend oog in het kijken. ‘Tekenen en kleuren doe je met je ogen’, was zijn raadselachtige uitleg die hij poogde te verduidelijken met, ‘Tien keer kijken en één keer tekenen’. Nu ik groot ben besef ik dat ik toen leerde kijken zonder oordeel. Reflecteren met een open kijk. Wolken zijn niet wit maar grijs, blauw en geel. Verf mengt makkelijker maar ook daar is een bepaalde aanpak vereist om het gewenste kleur te bekomen. Het geheim zit in het beginnen met het lichtste kleur. Door druppelsgewijs het donkere kleur toe te voegen kom je al snel tot een prachtig pallet. Omgekeerd is moeilijker. Want om een donker kleur lichter te maken heb je veel wit nodig. Heel veel. Waardoor mijn potje witte plakkaatverf altijd als eerste leeg was. Als jongvolwassene leerde ik dat kleuren mengen net als kleur bekennen is. Vertrek je van een ongekleurd blad dan kan je met een open kijk alle kleuren toevoegen die je wil. Beetje bij beetje. Met oog voor de nuance die ontstaat door het toevoegen van pigment. Ook vooruit denken terwijl je kleur toevoegt is belangrijk om het gewenste resultaat te bekomen.In alle geval is tijdig stoppen de kunst. Een stap te ver kan gevolgen hebben. Net als de gevolgen van een ongenuanceerde donkere mening. Die vraagt heel veel zachte kleuren om tot de juiste nuance te komen. Meer dan één potje witte plakkaatverf. De liefde voor kleuren zit ons in de genen. En ook dochterlief heeft er oog voor. Als peuter mocht ze op school met één kleur waterverf een dégradé tot ver buiten de randen schilderen. Later kon ze met twee kleuren of drie experimenteren. Nu zoekt ze de juiste intensiteit binnen een veelheid van kleuren die haar niet vreemd zijn.De wereld rondom haar is zo divers gekleurd als het palet aan potloden dat ze heeft. Een gekleurde school, blanke pieten en stoere mieten. Roze jongens en blauwe meisjes. De verschillende mengvormen van ouders die kinderen kunnen hebben zijn voor haar evident. Het zit allemaal in de brede kleurenwaaier van de regenboog rond haar wereld. Tot ze deze week uit het paradijs viel. En ontdekte dat het hier op aarde niet zo rooskleurig is. Dat grote mensen nog steeds moeite hebben met het mengen van kleur. Dat iemand zwart maken heel gemakkelijk gaat. Vooral als je het zelf niet bent. Dat een regenboog toch niet tot het universum behoort. En zijn kleuren niet tot aan de andere kant van de wereldbol reiken. Ze bemerkte dat ze tussen haar honderden kleuren nog enkele tinten miste. De belangrijkste om aan haar tekening van de mensheid te kunnen beginnen. Ik kocht dus een pakje huidskleurstiften. En vroeg me af of de wereld wél gekleurd zou zijn waren we allemaal kind gebleven. Kinderen die een grote doos kleurpotloden hadden gekregen in plaats van het set vierkleurige stiften.

ZINinZICHT.
1 1

Kom op met die proharmonica, maar misschien volgende week pas

Ze had het kunnen weten. Dat het maandenlang reikhalzend uitkijken naar twee weken vakantie in het prachtige Italië, een voorbode voor deze post-vakantie-depressie zou zijn. Waarom bestaat daar in godsnaam geen naam voor? En maar zoeken op Google naar een verklaring voor het fenomeen. Toch moet ze zich neerleggen bij het feit dat haar gevoel geen officiële erkenning krijgt. Tuurlijk hebben nog mensen daar last van, weet ze, maar ze wil het zwart op wit door iemand anders gedefinieerd zien, want dan bestaat het echt, toch? Anderzijds, weet ze ook, zou een DSM-diagnose ook slechts een illusie van begrip teweegbrengen. Het weekje Toscane en het weekje Elba waren fantastisch. Geen verantwoordelijkheden. Er was uiteraard wel de dagelijkse routine, maar deze keer tenminste tussen de bloeiende oleanders met zicht op baaien met helderblauw water. Ze was weg van het besef dat op reis zijn zoveel leuker is dan de alledaagse beslommeringen. Ze zat er in het moment, zonder verleden, zonder toekomst. Het Colombus-gevoel van nieuwe plaatsen en mensen te ontdekken, de wanderlust, brachten haar in vervoering. Ze zag hoe ontspannen de mensen die hier leven eruit zien, op deze plek waar de zon de geest verwarmt, dieppaarse bougainvilleas de oude steegjes omarmen en zelfs vervallen gebouwen kunst en schoonheid ademen. Beleefde ze dit zo intens doordat het een jaar was geweest van isolatie en beperking van vrijheid? Hoe zou Napoleon het eigenlijk ervaren hebben, het ballingschap op dit mooie eilandje, vroeg ze zich verder af. Ze waande zich even een wereldheerseres in ballingschap op dit geweldige eiland. De mokerslag bij thuiskomst is hard. Het brengt haar op haar knieën. Als (onder)weg zijn helpt om je beter te voelen, bedenkt ze zich de tweede dag na thuiskomt, waarom kan je dan geen eeuwige wereldreiziger zijn? Maar zo is het ons niet aangeleerd. Nee, we zijn honkvast en we go back to the usual business. Haar brein lijkt ontstoken, de etter onzichtbaar maar drukkend tegen haar hersenpan. Ze kan grijpen naar de pillen. Ze weet dat minstens tien percent van de mensen het neemt. Om toch maar in deze opgedragen ratrace te kunnen blijven lopen. Ze had het ook nodig gehad. Maar nu wil ze koste wat kost de bittere pil slikken, en kiest ze ervoor om haar even goed rot te voelen. Even niet ‘yes, we can’. Even ‘nee nu lukt het niet’. Ze kruipt het bed in en voelt hoe belabberd ze zich voelt. Hoe rot het is om dit rotjaar te verwerken, om afscheid te nemen van illusies, te voelen hoe ze een moeilijke beslissing heeft genomen, hoe dingen werden opgelegd wat ze niet wilde. Ze zit het even uit, dat lastige voel. Ze kan volgende week nog altijd naar die antidepressiva grijpen. Maar dan gaat ze ze wel ‘proharmonica’ noemen. Waarom krijgen sommige woorden ook zo’n negatieve connotaties: 'antidepressiva' - om depressief van te worden.  Ze beslist dan om – na een onbepaalde maar te lange tijd doelloos te 'zijn' – foto’s te kijken, van de mooie beelden, waar iedereen lacht, op plaatsen die ze nu enkel in haar gonzende grijze hersenmassa kan terug oproepen. Dat helpt. Dankbaar zijn voor die mooie tijd. Dat helpt. Net als de wetenschap dat ook dit gevoel, weer overgaat. Ook zonder pillen. Been there, done that. https://ikbinnenstebuiten.wordpress.com/2021/09/14/kom-op-met-die-proharmonica-maar-misschien-volgende-week-pas/  

CasaSara
0 0

Grijze haren

“Kijk, dat is Freddy”, zeg ik naar de tv wijzend. “Ken je hem nog?” Hij kwam altijd in het café waar we als jonge mensen menige jeansbroek hebben versleten. “Ze waren toch met twee broers, niet?”, zeg ik. De naam van zijn broer ontsnapt me. “Hij is oud geworden”, zegt mijn vrouw. Hij werkt voor een museum in de provinciehoofdstad en de lokale tv-zender brengt een item over een nieuwe expo. Je kan inderdaad niet naast zijn lange grijze haren kijken. Vroeger waren zijn haren niet zo lang. Of grijs. Plots besef ik dat ik naar mezelf kijk. Alsof de beeldbuis een spiegel is. Ik ben immers net zo oud. Ook bij mij hebben de jaren hun sporen nagelaten. "Heb ik je dat trouwens verteld van Rita?" Ik leg uit dat ze vrijwilligerswerk deed in de bibliotheek. We lazen wekelijks voor uit prentenboeken en Rita was een van de vrijwilligers. "Ik kwam ze een paar weken geleden tegen. We hadden het over mijn vorige werkplek en dat ze nog steeds vrijwilligerswerk doet." "Ik ben nu wel met pensioen. Het geld komt zo op mijn rekening", zei ze. Het klonk alsof ze de lotto had gewonnen. "Maar jij bent toch ook al met pensioen?" Ze meende het. Ze keek me aan en zag een pensioengerechtigde man staan. "Ik was er serieus van geschrokken", zeg ik tegen mijn vrouw. "Zie ik er echt zo oud uit?" "Misschien ziet ze niet meer zo goed", antwoordt mijn vrouw. Dat zou kunnen natuurlijk. Maar wat als dat niet zo is? Ik laat het onderwerp rusten en stap naar de keuken. In de fruitschaal ligt een appel die enkele rimpels vertoont. Op de duur begin je het overal te zien. De gerimpelde appel moet eraan geloven. Ik zet er mijn tanden in. Hij smaakt nog voortreffelijk.

Rudi Lavreysen
18 0

Kronkelwegen

Lopend door de duinen in de mist Mist die met een beetje zon Nieuwe kleuren maakt Kijkend naar die kleuren om me heen Ben ik zoals gewoonlijk De weg weer kwijtgeraakt   Dus ik dwaal, ik dwaal ik verdwaal Ik weet niet waar ik ben Of waarheen ik moet gaan Dus ik dwaal, ik dwaal, ik verdwaal   Lopend door de duinen in de mist Dwalen mijn gedachten af Naar wat ik nooit bereik Ik kom zo dikwijls niet waar ik wou zijn Omdat ik altijd met gemak De rechte weg ontwijk   Ik volg liever kronkelwegen En loop me daar in vast Zoekend naar een weg die niet bestaat En zo ben ik overal Maar ga ik nergens heen En maak mezelf wijs dat dat volstaat   Dus ik dwaal, ik dwaal, ik verdwaal Want de wereld is te mooi Om gewoon rechtdoor te gaan Dus ik dwaal, ik dwaal, ik verdwaal   Waarom laat je je niet leiden? Waarom altijd alleen? Waarom volg je de gids niet Ga je samen ergens heen? Je zou gewoon kunnen vertrouwen Op iemand die de wegen kent Maar jij weigert om te volgen En zo blijf je waar je bent   Lopend door de duinen in de mist Was ik weer vergeten Hoeveel mensen er bestaan Die me zouden kunnen leiden Maar ik Ik kan niet volgen Ik kan alleen mijn eigen tempo aan   Maar de wegen die ik zoek Zijn door anderen gemaakt Zoals de taal en de muziek En alles wat mij raakt Hoe meer ik kan verdwalen Ver weg van iedereen Hoe meer ik ook besef Ik ben eigenlijk nooit alleen Zoveel mensen in mijn hart Waar ik mij aan heb gehecht Dus laat mij maar verdwalen Ik kom altijd weer terecht   Dus ik dwaal, ik dwaal, ik verdwaal…           annemiecorens@hotmail.com        

Annemie Corens
26 1

ABBA

Onlangs vroeg iemand me wat ik altijd had willen worden. Wat en niet wie. Zonder twijfelen zei ik “Madonna.” Het klonk als een statement en hoewel ik niet de kronkelende MTV Like-a-virgin bruid of de fetisj SM-meesteres bedoelde, refereerde ik eerder tot wat Madonna anno 1985 in Desperately Seeking Susan en later met het innemende Live To Tell mij inspireerde. Madonna heeft me toen het huis uitgejaagd, naar New York en naar Parijs gebracht. Naar muziek, dans en schrijven. Naar seks, soms ook naar liefde. Maar ik miste iets.             ABBA heeft me altijd terug thuisgebracht. Ook vandaag nog.             Niet Madonna maar ABBA is de rode draad gebleven, niet als rolmodel, eerder als inspirerende steun voor mijn teder hartje en mijn soms trieste ziel. ABBA is altijd thuiskomen, vooral als je al zo lang ver weg bent van je home. Ik was 17 toen ik vertrok omdat je als tiener weet dat je het huis uit moet, omdat homo zijn en thuis blijven wonen niet te combineren viel, ook al liet je je kleine zus achter. ABBA is altijd dat hokje gebleven waar je graag in wil en mag blijven, al neem je allerlei bochten in de snelwegen van het leven of sla je aan kruispunten de verkeerde straat in. ABBA heelt, door hun muzikale perfectie, door de melancholie die ik sterk genegen ben en waarbij je niet weet of je tranen van verdriet zijn of van puur geluk omdat je zoveel moois hoort en het je sterk maakt. Als er een hemel zou zijn, dan zijn het de stemmen van Frida en Agnetha die je er hoort. Ik kan écht vol goede energie zitten na intens geluisterd te hebben naar ABBA.             Madonna en ABBA hebben me respectievelijk het leven ingestuurd en naar huis teruggebracht. Of ABBA vandaag nieuwe generaties inspireert, kan ik niet weten. Madonna has been en ABBA blikt met tevreden geladenheid terug. Live To Tell en I Still Have Faith In You komen samen. Na de muziek, na het dansen, na de wilde seks en de intensiteit van de liefde, komt het schrijven. Hier ligt de berusting, hier ben ik terug thuis en ben ik Frida, Agnetha, Benny en Björn eeuwig dankbaar.  

Erwin Abbeloos
18 0

weifelend kwispelen

Ze heeft zwarte haren die stijl naar beneden trekken, als een waterval vol duistere kleuren. Ze heeft valse wimpers en felle, blauwgroene ogen. Een mooi lichaam, al dan niet proper."Je ziet er uit alsof je verlieft wil worden," zeg ik. Ik weet niet goed waarom ik het zeg of wat ik daarmee bedoel. Het is gewoon een ingeving. Verlieft willen worden is gevaarlijk, denk ik dan. Misschien dat iets in me haar wil waarschuwen. Ze is mooi, maar niet alleen mooi. Ze is ook triest. Ze is triest maar ook zwoel. Zwoel en zacht. Al bijten haar ogen als het zout van de Noordzee. Vrouwen worden meestal niet zo snel verlieft. Bij mannen is het bijna een reflex. We vallen als duizend zieke bijen uit de lucht. Een vrouw valt als een boom, en neemt alles mee in haar pad. Er is geen juist of fout, enkel de trilling dat men door heel het bos voelt. Iets dat het hele landschap verandert. "Ik voel me eenzaam," zegt ze. "Maar niet eenzaam. Onbegrepen. Niet onbegrepen maar alleen in het duister. Niet alleen in het duister, maar geteisterd door een maalstroom van gedachtes. Het verleden is namelijk nooit echt verleden tijd." "Liefde is geen remedie, hoogstens een ziekte dat de andere kwalen doet verkleinen," zeg ik dan. Wees voorzichtig! denk ik nog. Maar het is zij dat me waarschuwt voor een aanstormende depressie. Zij die me met raad en daad bijstaat over problemen waar ik me lang geen zorgen meer over maak. Dialogen zijn namelijk groepsmonologen. Iedereen praat tegen zichzelf over zichzelf, dat leer je eens je probeert te luisteren. Ik heb gehoord dat ze schreeuwde, tierde, zich verontschuldigde. Om dan terug te schreeuwen en tieren. Ze verandert de wereld één hart per keer, maar ik zit al drie hoofdstukken verder."Verlieft worden is gevaarlijk, zeker voor vrouwen," zeg ik haar. Ze heeft een mooie neus en een mooie mond. Mooi is natuurlijk niet goed genoeg. Sierlijk maar ook schoon maar ook perfect. Veel dingen komen per drie, zoals bijvoorbeeld een driehoeksverhouding.Ze staart naar de vloer. "Ik wil veranderen. Groeien. Ik wil de waanzin, dan verlichting, dan terug de waanzin. Misschien wil ik wel.."Ze wil 'jou' zeggen. Voor de simpele reden dat ik het gevraagd heb. Maar dat kan ze niet. Ze weet: ik kan liefhebben noch een lief hebben. Ik zit al drie hoofdstukken verder, weet je nogZompige somberheid en natte voeten. Fotosynthese wacht op zonlicht. Ze.. heeft zwartgeverfde haren die als een waterval haar bleke gezicht omgeven.Donkere gedachten dat als maalstromen uit haar ogen komen. Ik lees iets over vallen en branden en alles mag weg. Ze is klaar om het hele landschap opnieuw uit te vinden. Maar ik? Ik zit al drie hoofdstukken verder.

Stelselmatig
4 0

De waanzin uitzitten

Mijn zwijgzaamheid wil wel eens breken. En dan loopt het over, al het geklasseerde in de categorie ‘het heeft geen zin’. Het barst en gutst eruit, als een ongeplande schreeuw. Ik kan er nooit lang van genieten, van dat stromen, daar de kater van twijfel zo snel volgt. Om nog niet te spreken van die immer roterende empathie. Alle kanten zijn altijd zichtbaar, zelfs in de duivel huist een innerlijk kind. Grensoverschrijdend mededogen sust mijn opstandigheid. Ik weet en aanvaard dat werkelijk alles mag zijn, zelfs de waanzin, en oefen in het observeren zonder oordeel. Maar laten we eerlijk zijn: ik ben een mens.Ingebonden door mijn menselijkheid, een te nauw zittend pak, zoek ik naar een comfortabele houding. Ik streef naar een leven dat niet teveel schraapt en schuurt, manoeuvrerend omheen de toxiciteit die aan mijn voeten ligt uitgestald. Ik relativeer de conventies die aan mij bleven kleven en klamp me vast aan de keuzevrijheid die steeds magerder lijkt te worden. Dit alles gekaderd door een sterke hang naar logica, bevestigd door het gevoelsmatig kompas.Ik heb dat extra zetje gekregen, en nu ben ik de hoop op tijdig inzicht verloren. De hoop dat we onze kar zullen keren. De ijdele hoop dat er gewezen zal worden op de vele hiaten en contradicties in het verhaal waarin we onszelf aan het verliezen zijn. Als we zouden inzien hoe onlogisch het plot aan elkaar hangt, dan zouden we onze strategie veranderen. En de als verantwoordelijkheid vermomde onrechtvaardigheid ontmaskeren. Maar ik vrees dat er niets anders op zit dan dieper te gaan in het absurde verhaal dat zich zo bruut doorheen de collectieve geest aan het ploegen is. Die geest ondergaat dat ook zo ongelofelijk gewillig. Verbijsterd aanschouw ik het gebrek aan kritische reflectie en zelfvertrouwen. Ik wist wel dat het gros onder ons te kampen heeft met wankele eigenliefde, maar het is erger gesteld dan ik me kon inbeelden.Vandaag zijn er geen feiten, enkel meningen. En die worden verwacht ergens op gestoeld te zijn. Wat dacht je van ervaring, intuïtie en logische redenering? Voeg daar nog een flinke kwak zelfvertrouwen aan toe, om het geheel te binden. Uiteraard steeds begeleidt met een gezonde dosis zelfreflectie. En niet te vergeten: de intentie om goed te doen. Wat mij betreft de perfecte cocktail als booster tegen pandemische verschijnselen.Waar is het vertrouwen in onze weerbaarheid naartoe? In de natuurlijke weerstand en intelligentie van het lichaam? Een omstreden substantie moet kost wat kost ingespoten worden, anders volgen er sancties. Deze dwingende aanpak is aan geen onderbouwde logica te koppelen. Diegenen die hierop durven wijzen, worden monddood gemaakt. Neem de mondmaskers uit het straatbeeld en de kans is groot dat de actief ingeprente dreiging vervaagt. Dat je stilaan vergeet dat er iets is om angst voor te hebben. Een probleem dat zichzelf oplost, als het ware. Maar dat lijkt niet te mogen gebeuren. De angst wordt levendig gehouden. Voorlopig toch nog. Deze strategie zal uiteindelijk wel eens op haar laatste benen lopen en transformeren. In welke vorm dat zal zijn, hangt van ons af. Ondertussen moeten wij, zij die inzien dat er onrecht en onwetendheid aan het geschieden is, de waanzin uitzitten.https://www.karoliendeman.com/.../9/10/de-waanzin-uitzitten‘Blocked’ - zelfportret met acrylverf op doek - 120x120cm

KarolienDeman
44 1

Het meisje dat geluk wou vasthouden

Er was eens een meisje dat geluk wou vasthouden.   Ze vond vele sprankeltjes geluk. Sneeuw. Een regenboog in de zee. Knisperend haardvuur. Stokrozen. Veel likes op facebook. De smaak van foelie in peperkoek. Ze wist dat van haar oma, zij was ook een sprankel.   Ze had al eens geprobeerd om die sprankeltjes te bewaren, in een potje. Maar dat lukte niet goed. Wanneer ze diep viel, vulde haar hart zich met leegte. De sprankeltjes verdwenen. Vooral op ijzig koude decemberdagen, zonder sneeuw. Als ze naar het nieuws keek. Wanneer haar vriendin meer volgers had. Als ze bleef scrollen op haar smartphone. Wanneer ze zich slecht voelde, en ze zag hoe gelukkig anderen waren, was dat niet zo smart van haar. Ze vroeg zich af hoe ze geluk kon vasthouden. Op een nacht droomde ze dat ze een prinses was, die maar niet wilde wakker worden. Tot er plots een kikker haar wakker kuste. Die kikker kwaakte nog net voor haar ontwaken: “Ga bij de ochtendstond naar het bos, daar zal je antwoorden vinden op jouw vraag, kwaak.” Ze ging die morgen, voor dag en dauw, naar het bos. De zon kwam op, de maan wou nog niet gaan. Ze kwam een wezeltje tegen. Die vroeg haar: “Waar ga je naartoe, zo alleen?” “Ik ben op zoek hoe ik geluk kan vasthouden”, antwoordde ze. Het wezeltje keek haar een beetje verdwaasd aan. “Als jij dat weet, mag je het mij komen vertellen.” Dat stelde het meisje eigenlijk wel gerust, dat er nog een wezentje was dat het niet wist. Het pad kronkelde verder. Er kwam naast haar een lief heksje, met een rood kapje, vliegen. Ze leek wel te klein voor die grote bezemsteel. “Waar ga je naartoe?” vroeg het heksje. “Ik ben op zoek hoe ik geluk kan vasthouden.” “Ik kan je helpen,” zei het heksje. “Als je hoofd aan het dwalen is, zing dan dit versje. Het tovert jouw zorgen weg: Iene miene kou, ik hou van jou Ieze wieze wij, het spijt mij Iene miene kief, vergeef me alsjeblief Ieze wieze wel, dank je wel” En poef! Het heksje vloog bliksemsnel weer weg. “Dat moet ik onthouden!” zei ze tegen zichzelf.   Ineens kwam er pimpelmeesje op haar schouder zitten. Het had onderweg haar vraag gehoord, en zei: “In je hart liggen antwoorden, niet in je hoofd.” Het meisje wou een selfie nemen, wie zou anders geloven dat er een pimpelmeesje op haar schouder kwam zitten? “Maak maar een foto met je hoofd. En volg je hart!”, tweette het pimpelmeesje nog. Wat was die lief.   Op de kruising van twee weggetjes stond ze stil. Plots bengelde er een kruisspin boven haar hoofd, die zei: “Doe toch niet zo onnozel! Meisjes zoals jij, die moeten ze een veeg uit de pan geven.” “En waarom dan wel?!” Ze was altijd bang geweest van spinnen, maar deze maakte haar gewoon boos. “Omdat meisjes zoals jij nooit content zijn. Dan hebben ze alles, moeten ze nog klagen.”   Ze maakte dat ze zo snel ze kon wegkwam, weg van de stomme spin. Ze was in de war, struikelde over een steen en bleef even op de grond liggen. Toen kwam er vanachter een paddenstoel, een kikkertje tevoorschijn. Net het kikkertje uit mijn droom, dacht ze. “Wat zie jij er bezorgd uit. Kom, geef mij een kus, dan geef ik het antwoord op jouw vraag!” Ze vond het wel grappig, maar geloofde het niet. “Nee, ik geloof niet in sprookjes,” zei ze al lachend. “Kwaak”, zei het kikkertje, “ik heb toch maar lekker een lach om je mond getoverd.”   Toen zag ze een uil op een tak zitten, die zei:  “We denken over geluk als over een schat vol goud. Dat we pas gelukkig zullen zijn, als we die hebben gevonden. Maar weet je eigenlijk dat je elke dag al goud vasthoudt?” “Maar waarom weet ik dat niet?”, zei ze vol ongeloof. “Omdat je er niet altijd aan denkt. En soms moet je geluk kunnen laten vliegen. Als een ballon. Het maakt dan heus wel iemand anders gelukkig.” “Maar ik weet niet of het nog zal terugkomen. Dan moet ik huilen.” “Je mag ook verdriet hebben, meisje, om wat niet meer is. Dat hoort erbij. En weet dan dat er altijd hoop is.” “Hoop?” “Ja, erin vertrouwen dat het leven nog altijd iets in petto heeft. De sneeuw, die smelt. De bloem, verwelkt. Niets is voor altijd. Toch komt alles altijd terug. Weet je, boven de wolken schijnt toch ook nog de zon?” Wat een wijze uil, mijmerde ze.   Ze stond recht en ging verder. Om de hoek zag ze uit het niets een peperkoeken huisje verschijnen. Het was net groot genoeg voor haar om erin te passen. Er lag papier op tafel, en een pen. In een kooi zat een gele kanarie. Het haardvuur knisperde. Dit moet magie zijn, dacht ze.   Ze zette zich aan het tafeltje en begon te schrijven. Ze schreef de woorden neer, nog voor ze ze bedacht. “Liefste diertjes en heksje, jullie waren mijn sprankeltjes goud vandaag. Ik heb gelachen. En lachen is goud waard. Ik heb me goed gevoeld door pure eerlijkheid. Ik ontdekte dat verdriet en geluk er altijd zullen zijn. En hoop, als je erop vertrouwt. Jij was niet leuk, spin. Maar door jou besef ik nog meer welke leuke wezentjes ik vandaag ontmoette. Ik vergeef je, zoals het lief heksje me leerde.   En kikker, het spijt me dat ik jou niet geloofde. Heel misschien, bestaan sprookjes wel, en ben jij wel mijn prins.”   Dan zette ze het kooitje open. De kanarie vloog weg. Ze liet het deurtje openstaan. Dit ga ik aan wezeltje vertellen. Want zo alleen met dit mooie verhaal, is ook maar alleen, dacht ze.   Ze ging naar wezeltje, en kuste onderweg naar huis, het kikkertje. En ze leefden nog lang, en af en toe, gelukkig.      

CasaSara
73 1