Lezen

Show me the way...

Een auto met vreemde nummerplaat reed mij langzaam voorbij en stopte.   Het rechterraam werd neergelaten en een vijftiger vroeg of ik Engels verstond. Op mijn vijftiende had ik pas één studiejaar lang Engelse les gekregen. De afkorting van Global Positioning System behoorde nog niet tot de leerstof. Het eeuwige excuus aan mijn moeder om te rechtvaardigen dat ik op TV tot laat in de nacht keek naar Britse, Amerikaanse of Australische series, was dat ik er veel Engels mee bijleerde. Dat bleek te kloppen want zowel op school als nu met deze authentieke Englishman kreeg ik complimenten voor mijn uitspraak. De man in kwestie vroeg of dit het dorp was waar zich een Engels kerkhof bevond met oorlogsslachtoffers. In mijn mooiste Queen’ s English, of was het Oxford English, legde ik hem uit dat er in het dorp niet enkel een Engels maar ook een Duits kerkhof was en dat er op die begraafplaats zich ook graven bevonden waarop tekens stonden die aangaven dat de gesneuvelden Joden, Moslims of zelfs Hindoes waren. Na mijn begeesterde uitleg en de bewonderende blikken van de medepassagiers, herhaalde de chauffeur nog even hoe hij moest rijden. Tot slot zwaaide ik met mijn rechterarm naar rechts en herhaalde op mijn beurt dat hij aan het volgend kruispunt  dus eerst links moest afslaan.  Hij bedankte me terwijl alle inzittenden naar mij knikten maar keek toch wat bedenkelijk toen hij zijn raampje sloot. Nog even een wuivend handje aan het achterraampje dat mij aan dat van de Queen in haar gouden koets deed denken en de wagen met de exotische nummerplaat en de grote GB sticker op de kofferruimte vervolgde zijn weg. Terwijl ik rond keek of men in het dorp wel goed gezien had hoe ik deze vreemdelingen perfect te woord had gestaan, besefte ik plots mijn blunder. Ik keek naar mijn rechterhand en hoorde mezelf zeggen: ‘Yes, you turn to the left.’  Dan bedacht ik dat het ook wel een beetje de schuld van de Engelsen was.  Waarom zat het stuur in hun wagens ook aan de foute kant, ook al is het de ‘right side’.

Vic de Bourg
19 1

Voetballen in het paradijs

Op een prachtige herfstdag, een halve eeuw na 'de overtreding', werd hij niet aangehouden toen hij het park binnenfietste. Tot zijn verbazing was het politiegebouw omgetoverd tot een grand café 'De Nachtegaal',  tevens de naam van het park.   Hij ging daar aan een tafeltje zitten met uitzicht op hun 'voetbalveldje'. Vervreemdend hoe een lachende ober een menukaart in zijn handen duwde en even later de rekening.   Hij kon de agent die hem woest van zijn fiets sleurde omdat hij het fietsverbod keer op keer aan zijn laars had gelapt, en hem, nog een kind,  totaal onverwacht een boete gaf, maar niet uit zijn hoofd zetten.   Zijn vader was razend geweest  toen hij thuis kwam. Als Adam met Eva, was hij op die bewuste dag uit het paradijs verbannen. Hij zou het nooit vergeten,   ‘Een koffietje graag!’  Hij voelde de warme zonnestralen op zijn, van ouderdom gerimpelde gezicht. Hij luisterde naar het geruis van de kloeke bomen. Het razen van de auto’s op de ring haalden hem uit zijn dagdroom. Ze reden naar de Nederlandse grens waar hij inmiddels vandaan kwam. De jonge fietsers op het  fietspad  dat nu als een groene ader door het park liep, genoten zonder dat ze het  wisten van hun 'nieuwe' vrijheid. Hij nam kleine slokjes van zijn koffie. Verliefd keek hij naar het bomen koppel, dat ooit als doel had gediend. Nu zat een verliefd stelletje in hun midden, op een tapijt van bladeren te zoenen.   Het liefst had hij de bal van onder zijn snelbinder gerold. Hij zou met zijn vrienden  weer een potje voetballen. Alsof de tijd had stilgestaan. Een dribbel, een pas, een schot. Een prachtig doelpunt als apotheose.   Maar de tijd staat niet stil. Noch laat de liefde zich verdrijven. En de dood zit op de hielen van oude mensen.   Toen kwam  een medewerker van het park met een bladblazer langs. De man zag met lede ogen toe hoe al zijn herinneringen op een hoop werden geblazen. Het maakte een vreselijk kabaal!   Hij stond op, haalde zijn huurfiets van het slot,  en liep met een onwerkelijk gevoel uit het park.                                          

Margaretha Juta
0 0

Coronacommunicatie

Beste dagboek, Maar vooral beste meneer Ben Weyts, Als directeur van een basisschool met 535 leerlingen heb ik de voorbije periode samen met mijn team mijn uiterste best gedaan om met uw verwachtingen en die van de onderwijspartners om te gaan. Dankzij een wendbaar en flexibel team schakelden we in no time om naar afstandsonderwijs. We combineerden dit met het organiseren van noodopvang en zorgden dat ouders uit de cruciale sectoren konden blijven werken terwijl wij hun kinderen in de watten legden op school. We motiveerden ouders en leerlingen om het afstandsonderwijs te laten werken. Als directeur werkte ik de weekends door en was het mij nooit teveel om tot 's avonds laat kaders te ontwikkelen, nieuwe planning uit te schrijven, filmpjes te maken en personeel en ouders te voorzien van correcte communicatie. Na de paasvakantie ontwikkelde u samen met de onderwijspartners preteaching en opnieuw werd het schakelen, bijsturen en ontwikkelen. U maakte het ons niet gemakkelijk door steeds eerst de media in te lichten en nadien pas het werkveld in te lichten over de wijzigingen. Dat zorgde er nogmaals voor dat ik vaak 's avonds laat nog kon werken om ouders en personeelsleden te voorzien van een correcte communicatie want zowel u als diezelfde onderwijspartners geven in de media niet altijd de correcte informatie mee.Maar geen probleem we blijven gemotiveerd en nemen onze taak als motivator op en doen dit hoofdzakelijk voor onze leerlingen. Bovendien zoeken we zelf nog naar laptops en tablets om zo iedere leerling te kunnen laten genieten van afstandsonderwijs. Van uw project heb ik geen laptop gezien in mijn school. Maar geen probleem we doen dit met plezier voor onze leerlingen. Iets later bereidt u samen met de onderwijspartners het exitscenario voor het onderwijs voor. Voor de zoveelste keer wordt weer eerst de media ingelicht en moet ik als directeur van een school net zoals iedereen de nieuwe richtlijnen vernemen via de pers. Samen met het wendbare team beginnen we aan het voorbereiden van de heropstart van onze school: klassen verhuizen want de GEES wil social distancing in de klas en op de speelplaats, signalisatie aanbrengen, éénrichtingsverkeer in de gebouwen organiseren, handgel-desinfecterende gel-mondmaskers-koortsthermometer-faceshields...aankopen, leerkrachten van klas laten veranderen, essentiële doelen bepalen voor het eerste, tweede en zesde leerjaar tot het einde van het schooljaar, noodopvang organiseren, afstandsonderwijs blijven organiseren, een nieuwe procedure ontwikkelen voor brengen en komen halen van de kinderen, een poetsschema uitschrijven dat zorgt dat twee maal per dag alle contactpunten gereinigd worden en ieder lokaal dagelijks nat gepoetst wordt.... en dit alles met een team waarvan ook collega's zich in een risicogroep bevinden en dus enkel van thuis uit kunnen werken. Maar geen enkel probleem. We werken weer eens een weekend door, offeren onze avonden op en gaan met volle moed en energie er tegen aan want we zijn wendbare en zelfsturende teams. Amper 3,5 lesdagen later maakt u een evaluatie. U verkondigt dat het onderwijsveld aangeeft dat we meer klassen kunnen openen. U vergeet er wel bij te vermelden dat we ook aangaven dat dit enkel kon als de veiligheidseisen soepeler werden (lees: social distancing in de klas). Samen met die onderwijspartners beslist u om plots alle leerlingen naar school te halen. Bij vele ouders/kiezers bent u de held maar in het onderwijsveld bent u echter zeer ONGELOOFWAARDIG. Voor wie neemt u ons eigenlijk? Zonder schroom verkondigt u samen met de onderwijspartners dat er nu 20 leerlingen in een klas kunnen in de lagere school. Waar zijn die scholen met klaslokalen van meer dan 80 vierkante meter? Bent u samen met die onderwijspartners al eens in een school geweest de laatste tijd? Had u en de GEES dit een week eerder niet kunnen bedenken? En ook nu weer komt u met uw nieuwe plan eerst in de media en daarna naar het onderwijsveld. Of zullen de regels nog eens tien keer wijzigen voor dat het 2 juni is? U doet dat ook nog eens in een verlengd weekend want dan hebben de directeurs tijd om alles aan te passen. Ja, ook wij in het onderwijsveld zijn heel blij dat alle kinderen terug naar school kunnen komen. Dit scenario hadden wij al bedacht in de paasvakantie maar wie luistert er naar ons? Beste minister, ging u ons beroep niet opwaarderen? Hebt u er al eens aan gedacht om de directeurs basisonderwijs beter te ondersteunen?Was er geen masterplan in Vlaanderen voor het basisonderwijs? Al jaren moeten we horen dat we in het onderwijs staan voor de vele vakantiedagen. Premier Wilmès bezocht onlangs een ziekenhuis in Brussel en het verzorgend personeel keerde haar de rug toe. Ik vrees dat het onderwijzend personeel niet eens naar buiten zal komen als u op bezoek komt. Maar weet u wat ik zo dadelijk ga doen? Ik kruip opnieuw met volle moed en met 150% enthousiasme achter mijn laptop om het beste plan heropstart 2.0 uit te schrijven. Om zo mijn leerlingen maximaal op school te krijgen. Ik zal opnieuw mijn wendbaar team enthousiasmeren om hier nog maar eens hun schouders onder te zetten want wij doen deze job toch enkel voor de vele vakantiedagen. En dat doen we niet voor u en niet voor de onderwijspartners maar wel voor onze 535 leerlingen en hun ouders! Tim Stiers, directeur uit Landen

Dagboek van een leerkracht
16 0

Santiago Papasquiaro in één moment

Aan de toegang, die een dag, beginnend voor 6u 's ochtends,kan, maar niet moet verlenen, tot een 'elk moment': hier een gedicht. Toen de anderen racisme uitvonden, om dit in hun gezicht terug te krijgen.Woorden die ik opraap en niet van mij zijn, kunnen iets losweken, iets onwaar, of onecht, om dan te gaan handelen als contra-argument.Waarbij het hem in het woord zit dat het omgekeerde wordt gesuggereerd als les. Toen we dieren bezochten maar ik mijn mooiste ervaring opdeed, in een reizende capsule die tijd opvreet ook al leven we compact hier;een zwart hert met wit gewei bijna rechtstreeks uit een dromerige nawoord van iemands leven (ik wijs op 'Voor het vergeten van P. Verhelst) - of tenminste zo stelde ik het mij voor -die aan ons en dus iedereen verscheen, al beschermde de capsule, die ons beschermde, hem van angsten. Zo verscheen het hert aan een bosrand, en vervoegde zo mijn collectie,eventueel te gebruiken deja vu's voor mijn afterlife, dat nog geschreven KAN worden. Ik ben niet verplicht tot verantwoording, als ik deze niet uitlok. Mijn observaties laten mij nooit in de steek, als ik ze oproep.  Waar nodig kan je een metafoor verzinnen, zoals een essay, over 'tussendingen', die je kan vastnemen, eenmaal, binnen de tekst.  Ik leefde er niet. Maar las er wel in door. Een soort doorreis die niet volledig kan genoemd worden, nooit niet. A disembodied field trip. (Ik wou dat ook zijn kringen er iets van konden begrijpen, al was het als in een vertaaldverslag.) Santiago zette lijnen uit waarnaar (niet waarop) ik balanseer. De lijnen deinen uit naar me toe, als een kustlijn.Niet als een kustlijn, maar als letterlijke materie met water tussen.Gestuwd door intuïtie pen ik neer, dat ik niets wil betekenen, als ik ook niets kan associëren met hedendaags geweld dat gaande blijft. En daarna niets meer. En daarna niets meer. For example:

Dries Verhaegen
8 0

Vergeven...

Wat is vergeving ? Waarom vergeven ? Wie moet ik vergeven ? Hoe moet ik vergeven ? Wie gaat mij vergeven?   Allemaal vragen die mij doen stilstaan, bij wat er nog vast zit in mijn hoofd, mijn hart, mijn keel, mijn maag,… Vragen als ·      Wat ligt er op mijn maag? ·      Wat ligt er op mijn lever? ·      Waar loopt mijn hart van over? ·      Wat blijft er tussen mijn oren hangen? ·      Waarom die hoofdpijn? Wat zegt die hoofdpijn me? ·      …   Hoe ga ik daar mee om? Wat doet het met mij?   Mijn hart loopt over als ik aan mijn kinderen denk, hoe goed ze het doen, welke mooie en aandachtige volwassenen ze zijn geworden. Mijn hart loopt over van trots als ik zie wat zij al bereikt hebben in dit leven, hoe hard zij gevochten hebben om te zijn wie ze zijn, waar ze zijn, elk op hun eigen unieke manier.   Mijn maag keert nog altijd als ik denk aan dingen die mij emotioneel schade hebben toegebracht, door mensen die bewust of onbewust geen rekening hielden met mijn gevoelens, die mij geen kans gaven, geen tijd gaven om die gevoelens te bekijken, afstand te nemen en een gepaste reactie te vinden.  Natuurlijk zit daar een stuk van mezelf tussen; nàm ik wel de tijd, gaf ik mezélf wel die kans?   Op mijn lever ligt nog steeds de onmacht op alle mogelijke manieren, de onmacht om met lede ogen toe te kijken hoe onrechtvaardig er werd gesproken, hoe onrechtvaardig zaken werden verdeeld, hoeveel er op onrechtmatige wijze werd toegeëigend, hoeveel onterecht er werd geoordeeld en veroordeeld…   Ik krijg hoofdpijn telkens ik iets wil vertellen maar de woorden niet vind of het lastig vind om mijn gedachten te verwoorden. Ik kan mijn enthousiasme niet kanaliseren, ik wil mensen vertellen dat een positieve ervaring binnen handbereik ligt. Iedereen kan ervaren wat goed is voor hen. Tegelijkertijd zie ik weer datzelfde zinnetje: ik zie/weet wat goed is voor jou, probeer het eens en dan zal je het wel voelen…   Mensen die tóch doen wat ik hen vraag, en dit niet echt doen omdat ze het zélf willen, maar omdat ik het zo graag wil, om mij te plezieren, of omdat ze geen weerwerk hebben tegen mijn ‘beterweterij’, geven me nadien meestal gelijk, ‘dat ik weet wat goed is voor hen’. Dat geeft me niet de juiste stimulans om het anders te leren doen, dat versterkt enkel mijn weten dat ik ‘weet wat goed is, wat beter is voor anderen’ Van mijn partner krijg ik lik op stuk, hij is als geen ander ooit was, hij is mentaal zeker zo sterk als ik en spiegelt me zeer bewust en dikwijls kort door de bocht dat ik anders moet leren verwoorden. Zeker naar hem toe, hij eist duidelijkheid, op een zeer rationele manier, niet echt makkelijk voor mij…   Tussen mijn oren zweeft altijd het stuk: het is goed zoals het is, alles komt goed, vertrouwen blijven hebben, in jezelf, je intentie, je doelen voor ogen houden en de weg bewandelen… Yoga blijven doen, elke dag, op en naast de mat, balans zoeken in het geheel, balans behouden, opnieuw zoeken, vinden, behouden,… En dan blijft de vraag; waarom zou je vergeven, wat doel heeft vergeven voor jou? Als alles goed is zoals het is, moet je dan nog verder groeien? Ben je er dan al niet…? Nee dus!! Als je alles gelaten aanneemt omdat het is zoals het is ga je voorbij aan jouw gevoelens.   Waar zit nu het vergeven in?   Mijn kinderen zouden mijn kinderen niet zijn als ze me niet een hoop zaken zouden verwijten; ik deed teveel van dit, gaf teveel zus, en te weinig zo. Mijn aanwezigheid werd verstikkend, maar ik was op dat éne, grote moment (toen ze me echt nodig hadden) onbereikbaar. Vergeef me, dat ik de kracht niet had om jullie te kunnen begeleiden wanneer jullie hele wereld instortte. Misschien bracht ik mezelf emotionele schade toe door toe te laten dat anderen mijn zwakke plekken keer op keer triggerden tot ik de nodige lessen geleerd had… Vergeef me dat ik niet sterk genoeg was en ik mezelf tijd noch aandacht genoeg kon geven wanneer ik het nodig had, ik me tot de verkeerde mensen heb gericht met mijn hulpvraag. Vergeef hen dat die mensen mij niet konden helpen op die momenten, toen ik hulp nodig had. Vergeef hen dat ze nooit hebben gezien wie ik was, dat zij daar in al hun wijsheid nooit aan dachten dat ik misschien anders was dan zij hadden gewild of hadden verwacht. Ik had andere noden, die anderen zagen mijn noden niet. Vergeef hen ook omdat mijn gedachtengangen evolueerden in een andere richting dan die van hen, en dat zij zich daar moeilijk iets bij konden voorstellen. Het was voor hen ‘buiten het normale’ en het was  bijgevolg niet ‘wat het moest zijn’, en dus ‘fout’. Dus moest men er voor zorgen dat mijn gedachten zich opnieuw keerden naar het ‘normale’ gedachtenpatroon van het meisje, de jonge vrouw, zelfs de volwassen vrouw die ik was. 'Dat was zeker beter voor haarzelf, dan brengt zij zich niet meer zo in moeilijkheden zoals nu. ’  (Oei, heb ik daar iets meegekregen dat niet werkt??) Ik probeer sinds enige tijd alle emotionele schade om te buigen naar dankbaarheid, dankbaarheid dat ik heb mogen leren van ‘de besten’. Wat bedoel ik met ‘de besten’? Mensen rondom mij die het meest rigide zijn of waren,  en mij vertelden hoe het wél moest. De mensen die mijn koppige hoofd leerden buigen voor wat ik niet kan veranderen. Zij die mij leerden andere wegen te zoeken, en te blijven zoeken omdat ze niet begrepen waar ik het over had, maar dat niet wisten en alles afscheepten als dromerijen. Dat deden ze zolang tot ik éindelijk mijn eigen weg vond en zo op mijn eigen manier leerde in te zien dat het goed is zoals het is. Dat ik leerde vertrouwen op het Universum dat voor mij zorgt, dat mij gaandeweg mijn pad laat zien. Dat Universum dat me doet wachten op mijn tijd (véééél te traag!). Dat me doet wachten op de tijd dat ik er écht klaar voor ben, op de tijd dat ik stop met strijden tegen wat ik niet kan veranderen. Dan pas ben ik klaar om ook te aanvaarden dat het is wat het is. Dan pas kan ik zien dat er een tijd is om te aanvaarden dat de wereld niet altijd is zoals ik ze graag zou willen zien, dat ik enkel kan veranderen wat er beweegt. Zo leer ik voorbijgaan aan dingen die teveel vast zitten zodat ik ze kan leren loslaten,  zo leer ik dat ík de wereld niet moet redden… Het brengt emotionele rust… én vrijheid in je lijf… en openingen naar nieuwe dingen… en tijd… De boosheid die op mijn lever vast zit is een moeilijke: ik kan wel zeggen dat ik hen dankbaar ben, dat ik hen vergeef op dezelfde manier als hierboven, maar dit zijn diepe wonden, die helen niet zo snel. Diepe wonden die geslagen werden in een intieme wereld van jij en ik, van ons, van blindelings vertrouwen, van 1 op 1 relaties, … Hier werd mijn hart gebroken, op zoveel verschillende manieren, op zoveel verschillende plekken, dat er naast de boosheid ook heel veel verdriet vast blijft zitten. Verdriet om die onmacht, om het gebrek aan woorden, verwoorden, de juiste hulp, de afwijzing, de eenzaamheid, alles komt hier samen. Hoe kan ik dit ooit vergeven? Hoe kan ik mezelf dit ooit vergeven? Dat alles zo ver is moeten komen? Dat ik niet jaren eerder duidelijke grenzen kon aangeven, en niet kon communiceren op een gezondere manier? Wat is communiceren op een gezonde manier? In rust, met respect, luisteren en reageren vanuit je hart, of vanuit je denken met de intentie van oplossingen te zoeken. Respect voor de andere, maar ook en vooral voor jezelf, jouw grens, jouw gevoel. Hoe kan ik hen die complete en plotse afwijzing naar mijn persoon ooit vergeven? Het is een proces in actie, ik voel dat ik dit al kan neerschrijven zonder allerlei emoties.. Het is een eerste stap, die vele jaren op zich heeft laten wachten, maar zie, het kan! Ik voel me dankbaar dat jullie die stappen hebben gezet die nodig waren zodat ik uit mijn kring kon stappen. Een kring waarin ik me hoe langer hoe minder goed voelde, waarin ik me had gezet omdat ‘het zo hoorde’, maar waarin ik mezelf beetje bij beetje verloor. Ik heb geen spijt van mijn keuzes, ik ben heel gelukkig geweest vele jaren, maar op een bepaald moment werd de ’berg van beetjes’ te groot en moest ik mezelf stukje bij beetje terugdraaien in een richting waar ik mijn ziel terug voelde, voedde. Dat was voor velen een brug te ver. Na al die jaren ben ik opnieuw bij mezelf gekomen, zie ik mijn pad weer helder en leef ik mijn leven op een totaal andere manier, op een totaal ander energieniveau, en dat is me mogelijk gemaakt onder andere door die totale afwijzing van een groep mensen uit mijn verleden. Na dankbaarheid komt vergeving, daarvan ben ik overtuigd. Dat is de brug, dankbaarheid, daar wil ik naartoe.   Geef me nog even… IK BEN…    

LYDinhu
7 0

Een aarzelende schoonheid

We zijn op weg naar Brussel, voor een concert van onze favoriete band. Ze spelen voor de tweede avond op rij een uitverkochte show. "Heb je gezien wat ze gisteren speelden?", vraagt mijn vriend aan het stuur naast me. "Serieus, staat die playlist online?", vraag ik terwijl ik mijn telefoon uit mijn broekzak haal. "Ze spelen nooit twee avonden na elkaar allemaal dezelfde nummers", zegt hij. "Anders is het voor hen ook niet plezant." "Ja, daar is iets van", zeg ik. "Dat is alsof je elke dag hetzelfde zou eten. Alhoewel, vroeger bakten we thuis op maandag de overschot van de op zondag gekookte aardappelen in de pan. Met wat er over was van de groenten. Ik vond het dan nog beter smaken.” We hebben tijd om over vroeger te mijmeren. "Ze hebben gisteren 'Hesitating beauty' gespeeld", zeg ik met een blik op de setlist. "Wist je dat Woody Guthrie die song geschreven heeft?" Natuurlijk weet hij dat. “Dat wordt geen aarzelende schoonheid vanavond”, zegt hij. We hebben tijd om taallolligheden in het rond te strooien. Nog meer dan het liedje zelf, is de titel van de song een parel. Schoonheid begint aarzelend. Het laat zich niet meteen zien. Soms moet je twintig keer naar een schilderij kijken om die schoonheid te zien. Of een song telkens opnieuw beluisteren. Of dertig keer een gedicht lezen. Echte pracht neemt een aarzelende start, maar blijft dan hangen. Maar dat vertel ik allemaal niet in de auto. "Van Brussel zeggen ze ook dat het een aarzelende schoonheid is”, zeg ik. “Na een tijdje ga je ervan houden.” Dat aarzelend blijkt te kloppen. De bus die ons vanaf de randparking naar de concertzaal brengt, moet aan een slakkengangetje rijden. Brussel zit potdicht. Alsof het prachtig concert ook aarzelend op gang moest komen.  

Rudi Lavreysen
31 1

Huidhonger

Ik pak er niet graag mee uit, zeker niet nu ze zich alle drie in de annalen (gaaay!) der Bekende Vlamingschap hebben laten optekenen, maar het is zo dat Marc Van Ranst, Erika Vlieghe en Steven Van Gucht al jaren goede makkers van me zijn. En wat dan nog, denk je nu. Zo’n saaie expertjes, daar beleef je toch in geen honderd jaar wat noemenswaardigs mee. Het wildste wat die al gedaan hebben is een boek te laat binnenbrengen in de bib. In dat geval kan ik alleen maar zeggen dat jij duidelijk de Ranstbeer, Vliegerke en de Van Gucht niet kent zoals ik. Marcus Auransius, Homo Sapiens Sapiens Sapiens Vanransticus (gaaay!), Maurice Van Ranzigem ... Vlaanderens meest geliefde virusvirtuoos verwierf al vele bijnamen tijdens onze vriendschap. De heerser slaagt er dan ook in om zichzelf om de paar jaar volledig heruit te vinden én te excelleren in alles waar hij z’n zinnen op zet. Zo leerde ik hem kennen in '98 toen hij McBlaffy, onze hond, een beurt gaf in De Woeffalize, zijn razend populaire hondenkapsalon in Houffalize. Amper 2 jaar later stond ik in de tribunes te applaudisseren toen hij het Belgisch Kampioenschap Ritmische Gymnastiek verpúlverde met zijn Titanic-act. Daarna trok hij naar Zweden om er de eerste vegan slagerij van Europa te openen. En ook nu weer gaat hij – excuses – viraal met zijn carrière als viroloog. De Ranstbeer is de Beyoncé van België en mag daar trots op zijn. Maar Erika is me der ook eentje, hoor. Weinig mensen herinneren het zich nog, maar onze Chef Experts deed al eerder een worp naar de bekendheid toen ze in 2003 met haar partner Jordy deelnam aan Temptation Island. Vanaf dag 1 hadden de mannelijke verleiders hun pijlen gericht op de charismatische Erika, maar dat was buiten haar Bijbelse loyaliteit gerekend. Elke avond lagen de roofdieren geduldig te wachten tot Vliegerke voldoende lazarus zou zijn om er diep onkuise dingen mee te doen. Een slimme tactiek, ware het niet dat Erika de lever heeft van een neushoorn en iedereen met gemak onder tafel zuipt. Nooit liet de crew meer helikopters met kisten Bacardi Breezer, Smirnoff Ice en Vodka Rouge aanrukken dan toen. En na een week werden de weinige verleiders die zich nog niet aan elkaar hadden vergrepen afgevoerd terwijl het teelvocht onophoudelijk uit hun ogen spoot. Het andere eiland was andere koek. Tijdens de finale bleek dat de West-Vlaamse Jordy gewuun etwa onskuldig ‘ad lihh’n veuhel’n met alles van verleidsters tot resortpersoneel en cameraploeg toe. En zo werd Vliegerke op slag single en leerde ik haar kennen in de Carré, waar zij de laatste acte de présence van haar contract afrondde en waar ik en Flashdance Van Ranst destijds in een kooi stonden te dansen voor grof geld. En dan is er nog het alfamannetje van ons kwartet. De Van Gucht is het type dat een café binnenkomt, na 20 minuten iedereen bij naam kent en voor de rest van de avond high fivend de polonaise trekt. En een macho dat het geen naam heeft. Als je tegen de Van Gucht zegt: wedden dat jij de eigenares van die D-cup haar nummer niet kan scoren voor middernacht, dan mag je er zeker van zijn dat hij ze om half elf in grand écart op z’n capot ligt suf te pompen terwijl haar minder knappe vriendin hem tussendoor gulzig van fellatio voorziet. Elke keer weer lachen we ons kreupel met Don Juan Van Gucci. Vliegerke vaak wat groener, omdat ze net als alle vrouwen in zijn omgeving vroeger nog iets met Steven gehad heeft. Gisteren zaten we met vier in een Brusselse kroeg – privileges voor experten en hun vrienden, neem het mij niet kwalijk – aan een schuimende La Chouffe van ’t vat te lurken, wanneer de Van Gucht plots zegt: Godverdomme, mannen, huidhonger! Huidhonger dat ik heb tegenwoordig! Ik zweer het, op weg naar hier zag ik een twintigjarige in tennisoutfit voorbijlopen en voor ik het wist, had ik al geroepen: ‘Hey, sappig kutje! Kom maar trainen met de ballen van papa Gucci hier. Ik zie wel dat het handvat van je racket nog nat is, hoor. Kleine hoer!’ Erika schuifelt wat ongemakkelijk over haar stoel en giechelt. ‘Da’s perfect begrijpbaar, hè Steven,’ zegt Marc, ‘je moet je daar niet slecht over voelen. Zo'n goeie knuffel geven, mensen missen dat.’ ‘Ja, maar knuffelen is het niet’, antwoordt Steven. ‘Ik wil echt iemand hersendood penetreren. Gisteren kreeg ik een joekel van een stijve toen ik in het 7 uur journaal tegenover Martine Tanghe zat en haar druk in de weer zag met het scrolwiel van haar muis. En normaal walg ik van muizen. Die dingen zijn als Bobbejaanland voor bacterieën.’ Even is het stil, alsof iedereen de woorden van Steven wil laten bezinken. Tot de Ranstbeer dat vermoeden volledig van tafel veegt door een surreëel luide boer te laten. Erika verslikt zich bijna van het lachen en gaat er vervolgens over met een driedubbele knaller. De Van Gucht lijkt even teleurgesteld, maar de macho in hem neemt het al snel over en brengt dan een exemplaar ten berde dat de enkele beglazing van het café secondelang doet nadaveren. Ik laat met moeite een miniboertje, want ik ben geen fan van makkelijke, platvloerse humor en we lachen er allemaal om, al lees ik in de ogen van Steven dat hij zich afvraagt of z'n vrienden hem eigenlijk serieus nemen. En zo zie je maar, onze experten zijn ook gewoon mensen zoals jij en ik. Het zijn schepsels die, naast de nadelen van de crisis die iedereen ervaart, permanent onder stress staan omdat ze knopen doorhakken die de dood van duizenden tot gevolg kunnen hebben. Denk daar alsjeblief even aan de volgende keer dat m'n kameraad Steven je wild gesticulerend uitnodigt om op z'n gezicht te komen zitten, omdat hij 'hetzelfde wil doen met jou als jij met dat smeltende ijsje in je hand'.

Hans Verhaegen
41 0

Applaus!

Applaus, dagboek! Of toch niet… De krantenkoppen schreeuwen het! De minister is fier! De scholen gaan terug open….Of toch niet… Want er is iets mis met dit compromis. Mijn afgelopen maanden kan je vergelijken met een kleine rollercoaster: constante reorganisatie, ongeruste ouders, enthousiaste en vermoeide collega’s en vooral veel WIFI-problemen. Ik had, samen met 16 000 artsen https://bit.ly/36lTtaR, gehoopt dat het basisonderwijs zijn deuren ging openzetten met als motto “Het nieuwe normaal: kinderen mogen meer dan volwassenen”. Weg met de bubbels en de anderhalve meter! Voor kinderen althans. Maar de logica van 16 000 artsen werd niet gevolgd door de minister en de onderwijspartners. Ik hoor minister Weyts graag zeggen: “Die drie leerjaren komen de ene dag en die drie de andere dag.” of “Er mogen nu tot 20 lagereschoolkinderen in een lokaal zitten (als ze wel elk hun 4 vierkante meter hebben).” 🦠Het feit is, meneer de minister, dat het nu al zeer krap was om al uw bubbels een momentje speeltijd te geven in een van de verschillende vakjes op de speelplaats. Wat als 12 kleuterbubbels nu ook nog eens speeltijd moeten hebben?🦠Het feit is, meneer de minister, dat niet al mijn lokalen groot genoeg zijn om volgens de normen een klas van 25 leerlingen te ontdubbelen. Als ik ze in drie moet splitsen, kan ik nog minder kinderen naar school laten komen en heb ik nog meer leerkrachten nodig. Welke school heeft trouwens lokalen van 88 vierkante meter om een leerkracht en 20 kinderen in onder te brengen?🦠Het feit is, meneer de minister, dat als de helft in de voormiddag komt en de helft in de namiddag, mijn leerkrachten en mijn onderhoudspersoneel ’s middags alles moeten poetsen. Gaat het niet heel druk zijn aan de schoolpoort als alle ouders ’s middags hun kinderen brengen én komen halen? Ik hoop dat de Veiligheidsraad wél naar die 16 000 artsen gaat luisteren en komaf maakt met dit kladwerk, want ik krijg er een een punthoofd van. O ja, lieve ouders, wij willen heeeeeeeeeeeeel graag dat jullie kind morgen weer naar school komt. De mooie woorden van de minister hebben jullie zeker al doen dromen. Sorry dat vele scholen deze droom zullen moeten doorprikken, want alle kleuters (voltijds) en alle lagere schoolkinderen (halftijds) naar school laten komen én daarnaast opvang voorzien is een utopie. Daarvoor hebben we te weinig plaats, tijd en personeel.Dàt, meneer de minister, had u mogen vertellen in het journaal. Want nu ben ik de pineut die vanaf maandag iedereen mag wakkerschudden! Gegroet! Veva, directeur uit Vlaams-Brabant

Dagboek van een leerkracht
13 0

De bacterie

        Iemand bij wie je na vijf minuten ziek wordt. Een visite bij hem heeft altijd wel iets van een ziektebezoek, daar de mensen steeds fruitmanden of zakdoekjes meebrengen. Toch ook vrienden heeft hij amper, men mijdt hem als de pest. En zij, die hij al ziet, keren na enkele minuten reeds huiswaarts. Ja, met koortsig gevoel of een droge tong, plotse zware ledematen of een zilte droogte op de lippen – de eerste aankondigingen van een ziekte, zijn ziekte; telkens in zijn tegenwoordigheid.         Verjaarde hij vroeger, zongen de kinderen spottend in de lagere school: »Happy buikpijn to you«. Zelf loopt hij steeds met zakdoekjes rond. Het lichaam is voor hem een verzameling aan slecht nieuws. Darmloop, een eksteroog, eczeem of een diabetische voet – hij veroorzaakt de uiteenlopendste kwaaltjes bij anderen. Indien zijn naasten hem al willen zien, dan meestal achter transparant glas of van op veilige afstand. Geef hem vooral geen hand! Doe je dat toch denkt hij onbewust: ‘Welkom in mijn ziekte.’         Zelf beseft hij erg goed dat de mensen hem mijden. Herkent hij iemand uit de verte, dan ziet hij hoe die zich snel uit de voeten maakt of met een ver zwaaien hem reeds begroet. Iets dat eigenlijk meer weg heeft van een beleefd, afwerend gebaar.         Hij stelde hen voor brieven te schrijven –die anderen, die enkelen, die weinige vrienden die hem nog opzochten, die enkeling die het toch probeerde en hem uit medelijden een kans gaf–, toch ook van zijn brieven worden de mensen misselijk. Hij leerde het hele morsealfabet van buiten, slechts om ‘s nachts en vanop afstand met een kaarsje te kunnen communiceren. Ja om ook afstand als communicatie te zien en uit liefde, slechts uit liefde, zijn naasten niet aan te steken. Om hen iets mee te kunnen delen. Te kunnen spreken vanuit distanties en er toch te zijn. Het kleinste op te vangen en te kunnen laten weten. Nochtans bleek ook deze toenadering voor de mensen een opgave. Zij willen ’s nachts slapen. Het is het zoveelste te veel, en aldus leeft hij in gedwongen eenzaamheid. Hij, zichzelf en zijn ziektekiemen.          Astmatische gesprekken. Epileptische vingeraanrakingen. Diabetische kameraadschappen. Myocardische knipogen.          Een pientere vorst stuurde hem als spion eens naar de vijand, toch ook zijn eigen informant, niet in het minste de vorst zelf, kreeg de mazelen. Veelbelovende wetenschappers die hem onderzoeken staan voor een grote carrièredoorbraak, toch zij sterven onverklaarbaar jong. Een nietsvermoedende, goedaardige juffrouw bloosde bij zijn plotse knieval, toch haar blos bleek weldra meningitis.         Zijn wereldreisjes? Het worden pandemieën.         Hoe vaak hij zich in zijn kamer opsluit, slechts uit altruïsme. Niet wil hij anderen met zichzelf aansteken. Hij begrijpt, weet intussen: zijn afwezigheid is anderen hun lichamelijk geluk. Hij heeft het leven aanvaard. Heeft hij het beste met iemand voor, dan wil hij hem of haar nooit meer zien – slechts omdat hij hem of haar geen embolie wenst.         Is hij verliefd, dan meldt hij zich niet meer. Nooit meer. Slechts wanneer hij rancuneus of woedend is, nodigt hij zijn vijanden hartelijk uit om te komen eten. Hoor je niets van hem, dan weet je: hij heeft je graag. Toch krachtens zijn afwezigheid vergeet je hem. Slechts wanneer je denkt, neen voelt, plotseling vaststelt, je bent verkouden, besef je: hij zoekt terug contact met me. Anderen mijden hem dan ook, zoals de duivel het gewijde oord, en wensen hem nooit meer te zien, slechts uit ieders obsessie met de eigen gezondheid.         Hij is in diep verlangen, eindelijk eens een vrouw te kussen. Of gewoon iemands hand te kunnen houden! Toch de dames mijden hem, zelfs intuïtief, zo als konden ze het ruiken. Zijn eerste liefjes en hun longontsteking. Zijn leerkrachten die met tuberculose ontslag namen. Zijn buren met psoriasis die verhuisden. Zijn vrienden met roodvonk die logen. Slechts die mensen die iets van hem nodig hebben, die bijvoorbeeld geen zin hebben om morgen op het werk te verschijnen en een verkoudheid wel zouden kunnen gebruiken, ja daarvan hoort hij nog wat. Zij melden zich af en toe bij hem. Zo zijn ze wel, de mensen. Maar ook hen hoort hij nadien niet meer terug. Zelfs geen brieven. Zelfs geen brieven…         Men noemt hem spottend ook wel eens: de bacterie.  

Zduma
37 1