Lezen

is euthanasie een wijze keuze.

Voorwoord Wat mij opviel in het debat over euthanasie is de polarisatie. Enerzijds zijn er die zeggen neen en anderzijds zijn er die zeggen ja. Met aan de ene kant de katholieke kerk en aan de andere kant het vrijzinnige kamp met als boegbeeld Etienne Vermeersch. De bedoeling van dit schrijven is het stellen van kritische vragen. Het is aan de lezer om zijn of haar keuze te maken. Deze vragen zijn : 1. is de dood het einde.? 2. maakt de dood een einde aan ondraaglijk lijden? 3. hoe zich voorbereiden op jouw reis na de dood? 4. Je wilt euthanasie? Kunnen we God, het LIcht, ons geweten, onze gids, ons hogere zelf, of wie dan ook advies vragen?   de dood is het einde, punt. ( Etienne Vermeersch : ter zake :4 januari 2012) Is deze stellingname bewezen? Ons lichaam gaat dood maar misschien blijft onze geest, ons bewustzijn bestaan? Is het verband tussen lichaam en geest dan zo duidelijk? Als neuro-wetenschapper kunnen we beter toegeven dat we helemaal niet begrijpen hoe we van iets materieels ( brein )tot immateriële gevoelens, emoties en percepties ( kortom bewustzijn ) komen- dat is en blijft één van de grootste mysteries waar we best met alle hypotheses rekening houden. Steven Laureys in het no-nonsense meditatie boek de bijna -doodervaring van Machteld Blikman  Machteld Blikman, u heeft dat meegemaakt een bijna-doodervaring. Wat gebeurde er eigenlijk met U M : Ik was ziek en 33 jaar oud. Ik was niet zo ziek dat ik dood kon gaan. Althans die gedachte is nooit in mij opgekomen. Op het moment dat ik dood ging, besefte ik dat ik dood ging. Het is heel anders dan flauw vallen of me heel beroerd voelen. Ik wist meteen nu ga ik dood en dat gaf een gevoel van een enorme angst. Panische angst. Ik vergelijk het wel eens dat ik als kind op de springplank stond in het zwembad en moest springen en nu was het gevoel dat ik niet wist of er wel water was . Dat was de angst voor de leegte het totale niets. En van het moment dat er iets van mij uit mijn lichaam ging, dat lichaam bleef achter, was ik bewuster dan dat ik hier ooit geweest was, levendiger, en ik bewoog met grote snelheid in een ruimte, zonder tijd, het was tijdloos af op een prachtig licht in de verte .Men zegt wel eens een tunnel maar het was voor mij meer een spiraalvormige beweging. En dat licht was warm, het gaf een gevoel van acceptatie . Terwijl ik daar naar toe bewoog voelde ik mij vredig, harmonieus, het voelde als Liefde, Liefde met een hoofdletter. Een staat van zijn zoals we hier niet kennen. En op dat moment zag ik mijn hele leven terug. Die 33 jaar die ik tot dan toe geleefd had, als in een multidimensionale film, waarbij ikzelf alle rollen vervulden. IK was u , ik was de andere mensen, die in mijn leven belangrijk zijn geweest en die ik iets had aangedaan of die mij iets hadden aangedaan in zowel positieve als in negatieve zin. En op dat moment dat ik dat overzag en dat licht mij in warme acceptatie omhulde, wist ik , hier zijn alle godsdiensten van afgeleid. Dat werd ik mij opeens bewust. Dit is niet te benoemen, dit is absoluut wat ons allemaal verenigd in die liefde, daarin zijn allemaal verbonden. En het gaf een gevoel van thuiskomen, alsof ik er eerder was geweest. J : Maar ja, goed, U zit hier en niet daar. Er is toch ergens een teleurstellend moment aangebroken ? M : absoluut. J: U bleef niet dood ? M : Het was een grote schok om terug in dat lichaam te komen. Dat lichaam was net zo ziek als daarvoor. Maar omdat ik eruit geweest was, dat bewustzijn zeg ik nu, om daar terug in te komen voelde als een gevangenis, absoluut als een gevangenis. J: U ziet er wel vrij vrolijk uit overigens ? M : Ik ben daarna heel vrolijk geworden J: U voelt zich nu niet meer alsof in een gevangenis.? M : ik heb hard aan mijzelf gewerkt om de ervaring een plaats te geven. Ik noem het zelf graag : bewustwording door ervaring, BDE en niet bijna-doodervaring, want ik denk het hele leven is ervaren. Alleen was het heel intense levenservaring. Waar gaat het eigenlijk om in het leven? Wat gebeurt er eigenlijk als je sterft. Wat doet dat met je ? J : Als je nou het gevoel hebt, dat het zo verschrikkelijk leuk is, als je aan de andere kant bent, om het voor het gemak maar zo even te zeggen, wat houdt je dan nog hier ? M: De bewustwording dat we hier allemaal met een bedoeling zijn. Dat we allemaal onderdeel zijn van een groter geheel en dat we allemaal ons eigen talent hebben, onze eigen bedoeling, of wat dan ook om hier iets neer te zetten met elkaar. Want het paradijs was niet daar, maar het werd mij erg duidelijk dat we het hier met elkaar kunnen maken en dat voelde ik als een persoonlijke opdracht, dat ik daarom teruggekomen ben. J: u zegt : ‘het paradijs was niet daar ?’ M : Het was absoluut dat gevoel, maar de universele kennis die ik meekreeg van dit kunnen we hier ook met elkaar neerzetten, zo zijn we verbonden met elkaar. Wij vormen samen het geheel.   Op 8 mei 2014 vond in Amerika een debat plaats met de titel: death is not final. ( you tube ) de dood is niet het einde punt. Als ons bewustzijn slechts de werking is van neuronen en synapsen, hoe verklaren we dan het fenomeen : bijna dood-ervaring? Een 3% van de Amerikaanse bevolking zou een uit-het-lichaam ervaring hebben die gekenmerkt wordt door opmerkelijke visies en gevoelens van vrede en vreugde, dit terwijl het lichaam stervend is. Voor de sceptici zijn er aanvaardbare, natuurlijke verklaringen zoals zuurstof deprivatie. Is het idee van een leven na de dood werkelijk en bewijsbaar door de wetenschap of is het enkel een illusie? Dit debat maakt duidelijk dat noch het ene noch het andere standpunt bewezen is. Het is een debat met voor- en tegenstanders. Het is geen bewezen wetenschappelijk feit!!! Het is aan jou de keuze. Laat ons zeggen : 50% : de dood is het einde. punt 50% : de dood is niet het einde. Punt   Een bijna-dood ervaring heeft alle kenmerken van een mystieke ervaring. De vraag of het wetenschappelijk kan bewezen worden is eigenlijk irrelevant. Stel je breekt je been en je hebt veel pijn, helpt jou de stellingname : och het is enkel een creatie van je brein.?! Het doet verdraaid pijn en de intellectuele spelletjes interesseren je niet, doe aub iets aan die pijn! Zo ook mensen met een bijna-doodervaring. Laat mij verwerken wat er gebeurde. de werkelijkheidservaring van een mystieke ervaring en of een bijna-dood-ervaring.   Stond je al eens voor je huis of je auto met de vraag : dit is een illusie? Waarom neem je aan dat het boek dat je leest, werkelijk is? Voor het grootste gedeelte vind jouw brein het niet belangrijk of iets werkelijk is al dan niet. Het vraagt zich eerder af : is het nuttig? De auteur droomde dat hij als kind achtervolgd werd door een dinosaurus. Hij liep hard in zijn droom en zijn hersenen of hij, vroegen zich niet af of het werkelijk was. Slechts toen hij wakker was kon hij zeggen het was slechts een droom. De mystieke ervaring of de bijna-dood-ervaring is anders. Niemand van de deelnemers verklaarden , och het was enkel fantasie. De dagelijkse realiteit voelt meer werkelijk dan een droom. de mystieke of bijna-doodervaring voelt meer werkelijk dan de dagelijkse realiteit. Een zestigjarige psychiater, die een mystieke ervaring had verwoordde het als volgt : Mijn ervaring voelde werkelijk aan, meer werkelijk dan het gewoonlijke. Het voelde of ik indook in iets zeer oud en machtig en werd verbonden met iets wat ik zeer zelden ervaar in het dagelijks leven.Het is slechts in de korte momenten van transcendentie dat ik mij levend voel. Deze ervaringen voelen werkelijker aan dan het leven zelf. uit ' how enlightenment changes your brain. Andrew Newberg, Mark Waldman   maakt de dood een einde aan ondraaglijk lijden ? ok, je gaat dood en laat ons zeggen 50% kans dat je in een situatie komt die veel werkelijker is dan de dagelijkse realiteit. Waarin kan je terecht komen ?. Hier volgen enkele feiten en getuigenissen. Onderzoek duidt aan dat de grote meerderheid van bijna-doodervaringen aangenaam zijn. 1op 5, echter, ondervinden intense angst, paniek, schuldgevoelens, eenzaamheid en wanhoop. (dancing past the dark : Nancy Evans )   ...verandert het Licht in het mooiste wat ik ooit heb gezien: een mandala van de menselijke zielen op deze planeet (...) ik ging erin en het was overweldigend.Het was alle liefde die je maar kunt wensen, het soort liefde dat geneest, heelt en regenereert. (Mellen Thomas)   Wanneer we beseffen dat het LIcht, de schitterende, universele energie in ons is en dat we dit zijn, verandert dit ons(...) Ik zou het God kunnen noemen, Bron, Brhaman, of AL Dat Is,maar(....) ik ervaar het goddelijke niet als een entiteit die is afgescheiden van mezelf of van wie of wat dan ook.(....) Het overstijgt de dualiteit, waardoor ik er voortdurend van binnenuit mee verenigd ben en er niet van te scheiden ben. ( Anita Moorjani) ik had een hartstilstand en was klinisch dood( ....) Ik steeg op en bevond me ongeveer een meter boven mijn lichaam. Daar lag ik terwijl er mensen met me bezig waren. Ik was niet bang en had geen pijn. Alleen vrede (....) Er was een gevoel van volmaakte vrede en tevredenheid , van liefde. In 1985 heeft Howard Storm een bijna-dood-ervaring. Hij was professor kunst aan de universiteit van Northern Kentucky. De ervaring heeft hem diep aangegrepen en hij wordt priester. Hij schreef een boek : My descent into death. In 2001 ben ik Engeland bij de voorstelling van zijn boek. Wat mij raakt is dat de man 15 jaar na zijn ervaring , bij de herinnering nog begint te wenen. Voelt de bijna-dood-ervaring meer werkelijk dan de dagelijkse realiteit?   Hij heeft in 1985 , op bezoek in Parijs, een darmperforatie. De pijn is onbeschrijfelijk. Het is zondag en in het hospitaal is geen chirurg aanwezig. Howard Storm gaat in coma. Hij was niet voorbereid op wat hem overkwam. Hij staat naast zijn lichaam. Zijn vrouw kan hem niet zien of horen. Hij volgt een groep wezens die hem zogezegd naar de operatie zullen leiden. Deze wezens worden meer en meer vijandig en agressief. Wanneer hij weigert ze nog te volgen vallen ze hem aan. Hij gaat dan door een transformatie proces, heeft een terugblik op zijn leven en een ontmoeting met wezens van Liefde. Ik kon niet communiceren met mijn vrouw, wat moest ik doen? Deze wezens zeiden dat als ik hen volgde, alles in orde zou komen. De hal was duister. zij waren gekleed in het grijs. Vervuld van angst en wanhoop ging ik op weg. Zij jaagden mij voort. De mist verdikte en geleidelijk aan werd het donker. Er was het gevoel van tijdloosheid. Hoe meer ik achterdochtig werd hoe meer zij sarcastisch en autoritair werden. Een eeuwigheid daarvoor, in de meest ondraaglijke pijn had ik gehoopt, dat de dood een einde zou maken aan mijn bestaan. Nu werd ik voortgedreven door een bende, wreedaardige mensachtige wezens in volledige duisternis. Zij begonnen mij te beledigen en hoe slechter ik mij begon te voelen, hoe meer zij daar voldoening uit haalden. Ik was totaal wanhopig. Deze ervaring was zo werkelijk!! Het was geen droom of een hallucinatie. Ik wou dat het zo was. Ik weigerde hen nog verder te volgen. Dan begonnen ze mij te duwen. ik begon terug te vechten. Ik sloeg en stampte. Zij beten en trokken en hadden veel plezier aan mijn wanhoop en angst. Dan begonnen ze stukken vlees uit mij te rukken. Ze spoeden zich niet om mij totaal te vernietigen. Zij folterden mij langzaam zodat hun pret bleef duren .Het was een bende wezens gedreven door wreedheid. In die totale duisternis registreerde ik elk geluid en fysische sensatie met een onbeperkte intensiteit .Mijn kwelling was hun opwinding. Ik was zo uitgeput en gebroken, dat ik het opgaf mij te verdedigen. Zij stopten dan hun folteren want ik was niet langer amusant. Ik heb niet alles beschreven wat er gebeurde. Er zijn dingen gebeurd die ik zelf niet wil herinneren. Ze zijn gewoon te wreed en te verontrustend om te herinneren. Ik heb er jaren over gedaan te trachten die herinneringen te onderdrukken. Wanneer ik de details herinnerde was ik getraumatiseerd. Dan maant een innerlijke stem hem aan te bidden tot God. Als atheïst kent hij geen enkel gebed. Uit zijn kindertijd komt een fragment van psalm 23 naar boven. God is mijn herder, mij zal niets ontbreken .Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar. Het woord God, drijft de bende wrede wezens van hem weg.      

fili
108 0

De inhoud van de spîegel

De S.S. Orion zweefde geruisloos door de ijzige ruimte waar vurige sterren door de enorme afstanden, misleidend als vuurvliegjes, een koud licht verspreidden, tot ver voorbij ons melkwegstelsel. In het ruimteschip ligt eerste officier Dee Ray in een kunstmatige slaap veilig in haar overlevingscapsule waar al haar levensfuncties doorlopend worden gecontroleerd. Zelfs in haar dromen worden de hersenfuncties feilloos opgevolgd. Te angstaanjagende dromen worden door middel van craniaal magnetisme onder controle gehouden. Eeuwen gingen aan eerste officier Dee Ray voorbij zonder dat ze er hinder van ondervond. Op het moment dat het schip de Melkweg zou passeren zou haar overlevingscapsule haar wekken om haar menselijke waarnemingen op het onbekende vast te leggen voor volgende interstellaire reizen. Een schel geluid drong door tot in haar droom zodat ze zich dromerig afvroeg of haar tijd van ontwaken was aangebroken. Ze voelde een kortstondige hitte, een kakafonie aan hoge geluiden, waarna ze terug insluimerde op een roze wolk. Het volgende dat ze zich herinnerde was een zacht zoemende toon en het immer glimlachend gelaat van Eva, een vrouwelijke AI (artificiële intelligentie) robot. Niets aan Eva verraadde dat ze geen mens was. Van de soepele bewegingen, emotionele gelaatsuitdrukkingen tot in de stembuigingen en gepersonifieerde antwoorden gedroeg ze zich als een mens. Er waren vele AI’s op het schip voor onderhoud, besturing, bescherming, gezelschap, elk met hun eigen karaktertrekjes, allemaal geprogrammeerd om de mens bij te staan in zijn zucht naar kennis, zijn wil, maar van alle AI’s sprak Eva, officieer Dee Ray het meeste aan. Eva streelde vlinderlicht over Dees wang.  ‘Dee Ray, eerste officier Dee Ray? Tijd om wakker te worden.’ Zei Eva zachtjes. Dee glimlachte in het vooruitzicht van nieuwe ontdekkingen die geheel onder haar bevoegdheden viel. Geen protocollen, geen bemoeizuchtigen, geen afgunstige collega’s. Een totaal nieuwe wereld, een nieuw begin en geen organisaties die haar voor hun karretje spanden. Ze voelde zich als herboren.  ‘Welk jaar zij we Eva?  ‘Het jaar 5225, op 25 december. Dee zwaaide haar benen over de rand van de cocon.  ‘Vijfentwintig december, mijn lievelingsperiode!  ‘Ik weet het.’ Zei Eva. ‘Daarom hebben we uw ontwaken zo feestelijk mogelijk gemaakt.  ‘Je meent het!’ Antwoordde Dee verrast. Als een klein kind aanschouwde ze de talrijke versieringen die de AI’s voor haar hadden aangebracht.  ‘Het is prachtig.’ Fluisterde Dee ontroerd. Even vergat Dee dat ze zich in de ruimte bevond. Ze had als kind bij haar grootmoeder de feestdagen op aarde bijgewoond, de oude sages en mythes ontleend aan de sterren aanhoort. De sterren. Ze hadden haar altijd gefascineerd en liepen als een gouden draad door haar leven. Een beter ontwaken had ze niet kunnen bedenken. Ontroerd begroette ze de andere AI. ’s en spaarde haar lof tuigingen niet. Na een tijdje draaide ze zich om naar Eva.  ‘Zijn de andere panelleden al wakker gemaakt?’ Eva’s gezicht betrok en ze nam Dee bij de arm voor een gesprek onder vier ogen.  Dee wreef nerveus over haar voorhoofd die na de opwinding plots begon te jeuken. Ze voelde een kleine uitstulping, als van een muggenbeet die haar irriteerde. Ze was de leeftijd van jeugdpuistjes allang voorbij. Ze zette de uitstulping uit haar hoofd en concentreerde zich op Eva die duidelijk slecht nieuws had. Eva nam Dees hand in haar handen en dwong haar zachtjes om te gaan zitten. Eva sloeg haar ogen neer toen ze zei:  ‘We hebben problemen gehad met een van de proefdieren. Een muis heeft kans gezien te ontsnappen en ondanks onze grondige zoektocht konden we het knaagdier niet ontdekken. Toen we ze vonden was het onheil al aangericht. Bij gebrek aan voedsel heeft ze de elektriciteitskabels van de lifepods doorgebeten. Er ontstond een hevige brand die de andere leden tot as hebben herleid. Je bent de enige overlevende.’ Alle vreugde was verdwenen.  ‘Oh nee!’ Snikte Dee. Flarden van alle gezichten die haar hadden begeleid trokken een voor een aan haar ogen voorbij. Ze waren stoutmoedig vertrokken, gelokt door het avontuur, het onbekende. Nu was zij de enigste die de wonderen met mensen ogen kon aanschouwen. Zachtjes bleef Eva Dees lokken strelen tot ze van pure emotie als verdoofd bleef liggen. Alle andere AI’s hadden zich uit respect voor Dees verdriet teruggetrokken. Dee ontwaakte uit haar verdoving en slaagde erin al haar moed bijeen te rapen om Eva verder uit te vragen. Voor ze begon wreef ze terug over het irritant puistje, pulkte eraan tot Eva haar hand vastnam.  ‘Niet zo aan pulken eerste officier Dee Rae, U heeft zulk een mooie huid, het zou zonde zijn om er een litteken aan over te houden.’ Bestraft als een klein kind hield Dee ermee op.  ‘Ik droomde van allerlei alarmen, een vurige gloed… het was dus geen droom. Waarom ben ik dan niet verbrand Eva?’  ‘Je was de laatste in de brandhaard, we hebben je kunnen redden. We hebben alles eerst hersteld alvorens je wakker te maken. De schok zou te groot zijn geweest.’  ‘Goeie oude Eva, altijd zo voorkomend.’ Dacht Dee terwijl ze de AI haar bezorgde trekken in zich opnam.  ‘Weet je Eva, voor mij ben je net als een vriendin.’ Zoals steeds glimlachte Eva terug en klopte Dee even op knie.  ‘Kom.’ Zei Eva een nieuwe wereld wacht op jou. Samenliepen ze naar grote koepel die een prachtig uitzicht bood op een heelal vol kleuren, gaswolken, sterren die schitterden als diamanten en ragfijne nevels als in vele kleuren getinte doorzichtige sluiers. Het zicht was adembenemend! Plots zag Dee zich gereflecteerd in de grote koepel. Raar, de puist leek helemaal niet op een puist. Voorzichtig duwde ze erop om te zien of er pus inzat maar dat bleek niet het geval.  ‘Waarom jeukt dat verrekte ding zo hard.’ Zei ze hardop. Eva zweeg. Dee kreeg plots een heel benauwd gevoel, alsof ze een gevangene was van haar eigen lichaam.  ‘Eva breng me eens een spiegel.’  ‘De spiegels zijn gebroken tijdens de ontploffingen.’  ‘Toch niet over heel het schip? Ik wil een spiegel. Nu!’ Eva gehoorzaamde en bleef geruime tijd weg alvorens met een spiegel terug te keren.  ‘Doe het niet.’ Zei ze zachtjes terwijl ze de spiegel aanreikte. Dee rukte vol ongeduld de spiegel uit Eva’s handen. Toen ze het puistje openkrapte kwam er geen pus, geen bloed uit en hoe dieper ze krabde, de materie onder haar vingernagels was van dezelfde substantie als de AI’s. Verwoed trok ze repen uit haar gezicht tot ze onder de laag kunststof op de werkende hersenen verbonden met biljoenen electroden, transmitters en geleiders stootte.  ‘Nee!’ krijste Dee tot in haar ziel geschokt. Ze keek naar haar gezicht in de spiegel dat niets menselijks meer bevatte. Alsof de kat een voddenpop met haar nagels had bewerkt.  ‘Ik weende!’ Schreeuwde ze het uit. ‘AI’s kunnen niet huilen!’  ‘Bij de reconstructie hebben we je traanklieren geven om alles nog echter te maken. We hebben enkel je hersenen kunnen redden ingeplant bij een AI en haar jouw lichaam en gezicht gegeven. Al je herinneringen zijn bewaard gebleven maar je hebt een ander lichaam. Je blijft voor eeuwig leven Dee Rae. Deze nieuwe ruimte ligt aan je voeten. Dee Rae keek Eva hoofdschuddend aan.  ‘Waarom, waarom toch?’ Fluisterde Dee aangeslagen. Eva zette haar gezicht op neutraal en somde haar richtlijnen op:  ‘De nieuwe wereld moet door een mens worden aanschouwt.   Het is de taak van de AI. ’s om de mensen zoveel mogelijk bij te staan, te beschermen en overlevingskansen te bieden. De mens moet inzicht krijgen, leren, zijn wil is wet. Ze luiden onze bevelen.’ Eva liet haar serene glimlach terugzien. Al die jaren van werken met proefdieren hebben ons in staat gesteld om uiteindelijk een menselijk brein te transplanteren zodat de mens niet langer wordt gehinderd door zijn levensvatbaarheid. Het is ons gelukt, alleen de gevoelssencoren bevatte een schoonheidsfoutje. Vandaar de jeuk bij het dichtgroeien van de kunststof. Ik hoop dat ik nog steeds een vriendin voor je kan zijn?’ vroeg Eva oprecht terwijl ze de lappen kustmaterie die aan flarden lagen terug op hun juiste plaats trachtte te passen.

Fanny Vercammen
6 1

Allemaal lampjes

Op de een of andere manier lukt het ons niet om de juiste verlichting voor de woonkamer te vinden. We hebben het licht nog niet gezien, zou je kunnen zeggen. Aanbod is er genoeg. Ook in deze winkel staat wat binnen. Exact wat ik tegen de ietwat oudere eigenaar zeg, die naar ons toe komt gestapt. Met zijn handen op de rug. Alsof hij zich op die manier recht wil houden. "Jazeker", antwoordt hij. "Allemaal lampjesss". De 's' duurt wat langer dan normaal. "Kijkt u maar rustig", zegt hij. Onderweg naar zijn toonbank hoor ik hem opnieuw 'lampjesss' zeggen.  "Hoelang bent u al eigenlijk op zoek?", vraagt hij ons even later. "Tien jaar? Vergeet het dan maar. Dan moet u gewoon zeggen: kopen, die handel. Anders lukt het nooit." Terwijl we enkele details over een bepaald type plafondverlichting vragen, herhaalt hij het. "Gewoon zeggen: we doen het. Anders staan jullie hier over tien jaar opnieuw."  "Nu is het wel jammer dat u de beurskorting van vorige week gemist hebt", doet hij nog wat extra aas aan zijn vishaak. "Toch 30 procent. Maar ik kan even naar de vertegenwoordiger bellen. Misschien lukt het, als ik het op datum van vorige week verkoop. De kans is klein, maar je weet nooit." Hij heeft werkelijk niemand aan de lijn. Het draagbare telefoontoestel zou speelgoed kunnen zijn. Af en toe laat hij een pauze, om het echt te doen lijken. Hij legt de woorden in de mond van zijn onzichtbare vertegenwoordiger René. Ik zie hem voor me als de cafébaas uit 'Allo 'Allo. "Oke, dus als ze vandaag beslissen, dan krijgen ze die korting nog. Nee, dat begrijp ik René. Prima, doe de groeten aan Sandra." Niet veel later staan we terug buiten. Zonder lampjes. Het was Sandra wellicht. Die zag ik totaal niet.  

Rudi Lavreysen
18 1

Covid-19, Russische roulette?

En toen was er het Coronavirus, Covid-19.  Ik twijfel nog of ik alvast ga hamsteren. Sowieso heb ik een ruime voorraad hand-gel gekocht.  Of ik het wil of niet, maar met regelmaat check ik het nieuws. Ik ben ongerust. Moeten we ongerust zijn? Is het Corona-verhaal opgeblazen door de media of is dit nog maar een tipje van de ijsberg?  Vanaf het moment dat grote bedrijven maatregelen beginnen te  nemen en er vanuit regeringswege drastische stappen worden ondernomen zoals het afgelasten van grote evenementen, wie zijn wij dan om het dreigend gevaar te bagatelliseren en te doen alsof er niets aan de hand is? Mij zie je in ieder geval niet meer in een restaurant, een bioscoop of café.  Vanaf nu doe ik m’n boodschappen online.  Als ik dan toch genoodzaakt ben om in publiek te komen, loop ik met een grote boog om mijn medemens heen. Geen kusjes, geen handjes, en als ik thuis kom van eender waar, was ik mijn handen minstens twee minuten met ontsmettende zeep. Ben ik gestoord of verstandig? Moeten we doen of het er niet is?  Begon het in Wuhan ook niet klein?  Gewoon met enkele mensen die het virus hadden?  In Noord Italië zijn ze nog steeds op zoek naar die ene eerste, die verantwoordelijk is voor honderden- en zometeen duizenden besmettingen.  In Duitsland, vlak over onze grens, verdubbelde het aantal besmettingen in nog geen dag. Niet elke drager van het virus wordt ziek en niet iedere drager is bewust van besmetting. Onze vijand kan vrij woekeren. Dit is de harde realiteit. Het is een Russische roulette. Het is onmogelijk om te voorspellen wie er ziek van wordt, wie er dood aan gaat, of wie gewoon herstelt. Velen zullen het overleven en gezond blijven. Toch is er die angst. Ongezonde angst of realistisch bewustzijn? Als er oorlog uitbreekt kan niemand er omheen. Dan is het duidelijk wie de vijand is en waar hij vandaan komt. Nu is onze vijand ‘under cover’.  Hij infiltreert en besluipt onzichtbaar zijn doelwit. Een nies en een kuch… is hij het, of is het zijn virale familie, Sars, Mers, of onze jaarlijkse Influenza? Ik heb géén idee waar dit virusverhaal naartoe gaat.  Is het een opgeblazen hype of gaat ons leven in de komende zes maanden drastisch veranderen?  Worden we gemanipuleerd door de media of moeten we onze innerlijke stem volgen? Wat is gezond verstand in dit geval? Ik heb geen antwoorden. Van nature ben ik geen bang vogeltje. Maar voor’t eerst ben ik ongerust.

Heidi Schoefs
54 0

Sunparks (3)

Lees hier deel 1 en deel 2 van de Sunparks Saga. Ik sta te kijken naar de grootste verzameling Kyano’s, Shania’s en Dylans die het menselijk oog ooit heeft mogen aanschouwen. Links van me krijst Sky omdat Ashley de opblaasbare donut niet afgeeft. Rechts van me spuwen Jayden, Liano en Iluna zwembadwater naar iedereen die voorbijloopt op de kant. ‘Joy! Joy! Joy!’, weergalmt een echo door het complex. Ik twijfel even of de parkbeheerder ons met propaganda de illusie van plezier in de hersenen probeert te pompen. Maar neen, het zijn de tientallen moeders die tegelijk op hun dochter roepen, waarvan de naam minder uniek blijkt dan gedacht. Ik krijg één meisje in de gaten en stel mezelf de vraag of, als dit neuspeuterende wezentje dat rechtstaand pipi aan het doen is in het kinderbad de verpersoonlijking is van Hope, we er niet beter onmiddellijk mee stoppen op deze planeet. Waar ik ook kijk, overal vertelt informatieve inktversiering op extreem onder- of overtrainde lichamen van volwassenen me de verjaardag en naam van zowat elk kind onder deze koepel. Wanneer je de kleine gezantjes van de duivel uit dit schouwspel wegdenkt, ziet het geheel eruit als een levend portfolio van een tattoo-artiest die z’n dromen is blijven volgen ondanks de Parkinson. Nergens vind je een overtuigender argument van het feit dat er geen tattooshops zouden mogen liggen in een straal van 15 km rond plaatsen waar alcohol geserveerd wordt, dan hier. Ik zie doodshoofden op bierbuiken, blote borsten op behaarde bovenarmen en misvormde dolfijnen over zwangerschapsstriemen. De bovenbilspleettribal, ondanks al vijftien jaar uit de mode, is hier hipper dan ooit. M’n ogen volgen een man die volgekleurd is van kop tot teen en even vraag ik me af of hij Michael Scofieldgewijs het volledige plan en dús de ontsnappingsroute van het park op z’n lijf heeft staan. Eens dichterbij, merk ik teleurgesteld dat het 17 verschillende spinnensoorten en een half serpentarium zijn die z’n lichaam bevolken. Overprikkeld van dit alles, ga ik op zoek naar een plek om tot rust te komen. Achter een plastic oerwoud vind ik de verborgen oase die de oudste parkbezoekers duidelijk al allemaal voor mij ontdekt hebben: de bubbelbaden. Ik stap in een bad waarin het water al flink aan het borrelen is van de luchtbellen. Zitten mee in mijn persoonlijke bubbel voor het komende half uur: vier bomma’s. Nog voor ik mij kan zetten, lonkt de eerste al opvallend naar het doorweekt, drijvend stuk stof vlak naast haar. Blijkbaar gelden de wetten van Benidorm ook hier en leggen we onze handdoek op de plek die we willen reserveren. Ik wurm me met moeite tussen het Aftellen-naar-Alzheimer-clubje en voel meteen iets tegen m’n knie stoten. Het blijkt de linkerborst van Oudje 2 tegenover me, wiens kalebassen het gevecht met de zwaartekracht ergens in 1997 moeten hebben opgegeven. Enkele ogenblikken later voel ik aan de luchtblazer in m’n rug dat de jacuzzi pas nu in gang schiet en vraag ik me af van waar die voorgaande bubbels dan eigenlijk kwamen. De derde bomma, rechts naast me, blijft ongegeneerd staren, ook nadat ik al twee keer oogcontact heb gemaakt. In een poging om onze staarwedstrijd te winnen, geef ik haar m’n obsceenst mogelijke tongbewegingen die ik kan bedenken. Bomma 3 laat zich echter niet van haar stuk brengen. Waar ik niet op had gerekend, was dat Oma 1 tegenover mij duidelijk vatbaar is voor m’n onweerstaanbare avances, al is het niet helemaal duidelijk of ze opgewonden naar me blijft knipogen of een beroerte krijgt. Wanneer ik ook haar tweede borst als de rug van een krokodil naar me toe zie drijven, besef ik dat het tijd is om me uit de voeten te maken. Terwijl ik uit het bad stap, bedenk ik me dat ik Grootmoeder 4 links van me in het voorbije half uur nog geen enkele keer heb zien bewegen. Enkel God en de beveiligingscamera’s weten hoeveel weken het arme mens hier al in het bad hangt. De dag loopt op z’n einde en maakt plaats voor de volgende, die tot aan de bubbelbadbomma’s toe een exacte replica blijkt van de vorige. Het hele weekend waterpret vliegt voorbij als een kip. Maar op zondagavond gebeurt het. Als een fata morgana zien we de uitgang plots voor ons verschijnen en komt het weekend in een stroomversnelling die de enige en saaiste wildwaterbaan ooit ons niet kon bieden. We maken dat we met de auto aan onze microvilla staan en gooien alleen het hoogst noodzakelijke van onze bagage in de koffer. Deuren toe, motor aan en weg ermee! Alsof ons geluk nog niet groot genoeg is, zie ik de Nederlander in de Corsa naar z’n huisje tuffen. Ik dwing hem om de volledige kilometer in sneltempo achteruit te rijden, bedank hem uitbundig met beide middelvingers, volg de rest van de ontsnappingsroute en rijd met de breedste smile ooit in één trek door naar huis.

Hans Verhaegen
60 4