Lezen

Driehoek

Frank gooit zijn pen neer en kijkt door het grote raam naar buiten. De tijd verstrijkt langzaam. De velden spreiden zich voor hem uit, de bomen deinen zachtjes mee met de wind. In dit niemandsland voelt hij zich thuis, hij houdt van het desolate landschap, van de oneindige leegte die hem rustig laat betijen. Gewapend met een rugzak, een zaklamp, een veldfles gevuld met rode wijn en zijn manuscript gaat Frank de deur uit. Hij haalt zijn fiets uit de schuur en volgt het pad langs de rivier, het rimpelende water schittert in het zonlicht. Hij fietst snel, de wind schuurt langs zijn wangen en huilt in zijn oren als een roedel hongerige wolven. Plots gooit hij zijn stuur naar links, hij rijdt door het gras tot hij aan een beek komt. Hij gaat in kleermakerszit op de grond zitten. Twee eenden protesteren luidkeels tegen zijn komst, hij kijkt hen verontschuldigend aan. De mannetjeseend draait zijn glanzend groene kop soepel in zijn richting en spoort zijn gezellin aan onmiddellijk op de vlucht te slaan. Ze spreiden hun vleugels en zoeken veiligere oorden op. Frank leest voor de zoveelste keer zijn manuscript door. De stilte wordt nu slechts doorbroken door het kabbelende water van de beek. Het is tijd, langzaam kruipt hij overeind. Hij vervolgt zijn weg langs een smalle, flauw oplopende weg die het landschap in tweeën deelt. De akkers liggen er verlaten bij, het avondrood tovert hen om in een vuurzee die smeekt om geblust te worden. Hij kijkt bewonderend naar het betoverende schouwspel waarbij de schaduwen de lichtvakken langzaam uitgommen. Eindelijk vlijt het duister zich als een zacht deken over het glooiende landschap. De kerktoren vangt het laatste beetje zon. Enkele koeien kijken hem nieuwsgierig aan met hun grote, vriendelijke ogen wanneer hij komt aangestoven en een stofwolkje de zachte avondlucht instuurt. Frank is als eerste op de plaats van afspraak. Marie komt enkele minuten na hem. Zijn hart maakt een sprongetje als hij haar lange wapperende krullen in het donker ziet opdoemen. Samen wachten ze op Stijn. Frank, Stijn en Marie wonen al hun hele leven bij elkaar in de buurt. Ze delen de liefde voor hun geboortegrond en de liefde voor het geschreven woord. Als kind lazen ze alle boeken die ze in handen konden krijgen. Ze ruilden hun boeken zoals andere kinderen Panini-stickers ruilden. Eigenlijk was het onvermijdelijk dat ze ooit zelf schrijversdromen zouden koesteren. Vijf jaar geleden richtten ze onder impuls van Stijn een geheim literair genootschap op. Eén keer per maand spreken ze af in een verlaten hut die ze vele jaren geleden per toeval ontdekten. De hut ligt verscholen diep in het bos, overwoekerd door onkruid en struikgewas. Het is een enclave waar tijd en ruimte vervagen. Tijdens hun nachtelijke bijeenkomsten drinken ze wijn, praten ze over boeken en lezen ze voor uit hun werk. Ze zijn vrienden en tegelijk ook concurrenten. Ze beoordelen elkaars teksten en tillen elkaar naar een hoger niveau. Stijn is zonder twijfel de meest getalenteerde schrijver van hen drieën. Enkele belangrijke literaire tijdschriften pikten zijn werk al op en op zijn vierentwintigste staat hij op het punt zijn debuutroman uit te brengen. Stijn is een krak, hij slaagt er keer op keer in de werkelijkheid te vangen met zijn woorden, zijn beschrijvingen zijn loepzuiver en trefzeker. Frank moet het meer hebben van zijn verbeelding, de verhalen in zijn hoofd zijn als wolkjes die zich aan het hemelgewelf vermenigvuldigen, maar als hij zijn verhalen op papier probeert te krijgen, stokken zijn woorden. Hij slaagt er maar niet in uit te drukken wat hij eigenlijk wil zeggen. Frank zit vol verhalen, maar een schrijver is hij niet. Stijn is nog steeds niet komen opdagen. Marie stelt voor van start te gaan, ze bijt de spits af en leest enkele van haar nieuwe gedichten voor. Marie’s gedichten zijn als pleisters op de wonden van een onzekere twintigjarige jongen als Frank. Maar vanavond, zonder Stijn, kan hij zich moeilijk concentreren op de betekenis van haar woorden, enkel de zoete klank van haar stem dringt tot hem door. Frank zet de veldfles aan zijn lippen, hij drinkt zichzelf moed in. Hij geeft de fles door aan Marie en haalt het manuscript uit zijn rugzak. Hij kucht, haalt diep adem en begint de woorden voor te lezen aan zijn muze die loom tegen hem aanleunt. Haar knie rust onafgebroken tegen zijn bovenbeen, hij voelt de warmte van haar frêle lichaam. Zijn woorden doven uit en blijven nog even hangen in de stilte van de nacht die hen omringt. Hij kijkt Marie vragend aan. ‘Dit is het beste wat je tot nu toe geschreven hebt, het raakt me.’ ‘Dank u,’ fluistert hij.   In het karige licht zoekt hij haar ogen. De guitige glans maakt plaats voor een ernstige, donkere blik, vol verlangen, en vol spijt voor wat onvermijdelijk komt. Zijn lippen raken de hare, eindelijk, hij proeft de rode wijn en laat al zijn twijfels varen. Haar lippen zijn mooi en vol, haar kussen zacht en vurig. De nacht loopt ten einde als hij terug naar huis fietst, de zon komt op aan de einder. Hij fietst snel, hij wil thuis zijn voor zijn ouders ontwaken, hij probeert niet aan Stijn te denken.    Hij sluipt naar binnen en voor hij zich op bed neerploft kijkt hij door het grote raam, de velden zijn onaangeroerd, de vogels laten zich rusteloos meedrijven met de wind. Frank slikt zijn schuldgevoelens weg en speurt met kleine oogjes naar nieuwe kansen en onbegrensde mogelijkheden.

Ine Moreels
4 1

tijdlijn

Het was vandaag drie eeuwen geleden dat de pest opnieuw uitbrak en tien jaar geleden ontplofte er een vuurwerkloods in het zuiden  van het land. Ward hield het bij. Van elke datum wou hij de geschiedenis kennen.  Zo kreeg die dag een plek en een betekenis in de grote tijdlijn.  In zijn dagboek was er voorlopig geen ruimte voor de pathos  van de eigen zuchten, de spinsels. De feiten voldeden.  De veilige afstand van de orde. Zo zocht hij van elke datum de geschiedenis op.   Hij had ontdekt dat zijn vriendin verjaarde op dezelfde dag dat Armstrong x jaren geleden een poot in het maanstof zette en zijn zus op de dag dat de eerste vrouw de zuidpool bereikte. Zijn ouders beloofden ‘ja ja in voor en tegenspoed’ op de dag dat Edison de gloeilamp uitvond. Verder was er op het eerste zicht zelden een verband tussen de kleine en de grote feiten, tussen nu en toen. Zijn vriendin was te maanziek om in het pak van een astronaut te kruipen en als ze al zou landen zou dat op de planeet Venus zijn. Zijn zus zou eerder naar de evenaar trekken om er te soezen in de schaduw van een kokospalm dan naar het pakijs van de zuidpool. De gloeilamp brandde niet boven het altaar waar zijn vader de ring aan moeders hand schoof. En het enige licht in de kerk viel koud door de filter van een gebrandschilderd raam.    De mijlpalen van de geschiedenis bleken achteraf gezien banaal.  Als hij erover vertelde zouden de meesten mensen hun schouders ophalen. Maar Ward kon het niet loslaten. Hij leek wel bezeten door lijsten. Veldslagen, verdragen, rampen, uitgestorven diersoorten, ontdekkingen. Je zou de hele geschiedenis kunnen opsommen. Hij geloofde dat er een geheim verband is tussen de feiten. Dat ze een patroon vormen. Waardoor de grote dooddoener ‘de geschiedenis herhaalt zich’ voor hem bewezen was. De dingen kregen pas zin als je ze verbond.   Alles hangt met onzichtbare draden aaneen. Daar ging hij van uit.. Dat er een groot web over de wereld spant. Geen draden van glasvezel waarmee je enkel een schijnwereld schept. Het was eerder iets dat de zijde van de spin benadert. Sterk en rekbaar.  Met dat verschil dat het voor hem een onzichtbaar web was waarin geen prooien spartelen. In zijn verbeelding was dit web nodig om de mensen bijeen te houden en voor sommigen kon het een vangnet worden. De draden tussen de vreemden hadden minder spankracht. Ze waren dun en door de afstand uitgerokken. De draden tussen de vrienden waren dikker. Hij geloofde dat er iets vreemd gebeurt als je een gesprek aanknoopt. Dat de draad dan onder stroom staat en warm wordt. Ja. De overdracht van energie. Wat er gebeurt in cellen, zenuwbanen, aders. De energie die een lichaam aandrijft.

Wim V
0 0

Het kapsalon

Al jaren kom ik in dit kapsalon. Het is te zeggen, een veel dapperdere en tevens fictieve versie van mezelf. Vanop een veilige afstand sla ik het dagelijkse geharrewar gade en droom ik van een ander leven.   Ik zie mezelf naar binnen stappen door de deur die winter en zomer openstaat. De indringende geur van haarlak, verzachter en een pot verse koffie die in het keukentje achterin staat te pruttelen, slaat om me heen en omhelst me als een oude vriend. Het belletje rinkelt en trekt de aandacht van de andere cliënten, maar ook die van haar: de vorstin van het kapsel. Deze versie van mezelf glimlacht vriendelijk bij wijze van begroeting, mijn ogen verraden echter een dieperliggende boodschap. Een waarvan ik weet dat zij, de bloedmooie kapster, ze kan lezen. Met de schaar in de hand, wijst ze me een lege stoel aan en gebaart ze dat ik mag plaatsnemen. Mijn blik volgt deze ravissante verschijning via de grote spiegel en ik observeer met hongerige ogen hoe geoefende handen en slanke vingers de haren van een andere vrouw beroeren, iedere beweging trefzeker en berekend. De mond van mijn knipgodin beweegt ritmisch en ik zie hoe het puntje van haar Elysische tong telkens, kort, haar lippen roert wanneer ze de letter ‘l’ uitspreekt. De lucht is dik van een onuitgesproken verlangen en haarlak.                 Deze versie van mezelf is zelfzeker, koelbloedig en weet perfect wat ze hier komt doen. Ik neem plaats aan de wastafel, frutsel met behendige vingers het elastiekje los en schud een bos blonde haren in model. De aanwezigheid van de goddelijke vrouw achter me doet me sidderen. Doortastende vingers op mijn hoofdhuid vertellen me zonder woorden wat ik wil horen. Elke beweging, elke aanraking, elke ademhaling, … Een bevestiging van wederzijds verlangen. Een belofte op een waardevol einde aan ons verhaal. Het water stroomt en de lucht is nog steeds dik van de haarlak, maar nu ook van de spanning die tussen ons hangt.                 Beleefde plichtplegingen en een stoïcijnse streling langs mijn hals tijdens het vastknopen van de schort. ‘Ja, het is een prachtige dag’, antwoord deze stoutmoedige versie van mezelf en daarbij werp ik de spiegel een knipoog toe die onmiddellijk doel treft. De koningin van schaar en kam slikt hoorbaar en buigt zich voorover. Haar adem streelt de fijne haartjes op mijn kaak en zorgt ervoor dat ze rechtop komen te staan. Of het kort mag? ‘Ja, doe maar heel kort. En neem rustig je tijd.’ Een kneepje in de schouder. De lucht is ondertussen zwanger van een bijna tastbare, erotische lading.                 Vaardige handen ontknopen de handdoek en schudden hem in één beweging uit. Een seconde lang vangen onze blikken elkaar en het lijkt alsof de wereld stilstaat. De kapster reikt me een spiegel aan en terwijl ik hem aanneem, verzeker ik me ervan dat onze handen even raken. Deze versie van mezelf kijkt tevreden, draait zich glimlachend om naar haar kunstenaar en sluit de ogen. Ik voel de warmte van haar lippen op de mijne en ontspan. De geur van de haarlak prikkelt in mijn neus en de anticipatie prikkelt in mijn lendenen.                 Al jaren komt die versie van mezelf in het kapsalon. Dit exemplaar echter, deze angstige en helaas levensechte persona, neigt tot conformisme en komt zo niet verder dan begeren vanop afstand. Een bijna obsceen gadeslaan van achter de veiligheid van het grote, glazen raam. De afstand voorzichtig bewarend door me aan de overkant van de straat te posteren en daar te dromen van een leven dat ik zou kunnen leiden. Het leven dat ik zou willen leiden. Het leven waarover ik niet durf praten en het leven waarvan ik niet weet hoe ik eraan moet beginnen. En dus blijven mijn haren lang.

Sara
0 0

TABLEAU VIVANT CANARIAS

Elk jaar vind ik het opnieuw zo spannend dat ik op Tenerife weer al mijn tatoeages en piercings kan showen. Ik tel de dagen af tot ik eindelijk de Vlaamse slechtweer- bedekkleding kan uitdoen.  Ik heb nog geen voet op het Canarische eiland gezet of ik hijs mijn wit Belgisch regenweerlijf zo snel mogelijk in een lage taille mini short met een blote buik ultra kort haltertopje om mijn beschilderd lijf tentoon te stellen. Want geef nu toe, in België heeft toch niemand wat aan mijn doorboord- en tekeningenlichaam. Maar hier mag ik het allemaal onbedwongen etaleren. De getatoeëerde slang begint ergens tussen mijn borsten, kronkelt vervolgens rond mijn navel en verdwijnt dan onder mijn tailleband. Iedereen vermoedt nu dat het serpent ergens daar beneden in de jungle ophoudt, maar ze waaiert vanuit mijn lies verder over mijn heup en het ratelstaartje eindigt op mijn knie. Door het korte t-shirtje kan iedereen nu ook probleemloos mijn navelpiercing bewonderen. De diamanten imitatiesteen flikkert en blikkert in de zon en vangt de ogen van de passanten. Enkele maanden geleden was ik volledig gehypnotiseerd door de tongpiercing van een bekende TV nitwit. Zij kon voor de camera zo heerlijk sexy, met half open mond met dat bolletje rollen. Er kwam uit het mens niets zinniger dan wat ‘kindertuin- diplomaniveau -gebrabbel uit, maar ik was volledig in de ban van haar tongpiercing.  Dat moest ik ook hebben. Het voelde net alsof je constant een nootje niet weg gekauwd kreeg maar daartegenover lispelde het zo leuk. Manlief werd er knettergek van omdat ik steeds met dat metalen bolletje tegen mijn voortanden kletterde. Manlief is hardhorend en zijn hoorapparaten sloegen tilt bij mijn voortdurend gesis. Vermits hij mij zonder een tongpiercing amper begreep en voor alle verdere discussies in de toekomst te vermijden,  heb ik die mompelvijs maar uit mijn mond laten verwijderen. Ik heb ze onmiddellijk ergens op een andere plaats in mijn lichaam laten inschieten. Het deed verschrikkelijk veel pijn en ik moet toegeven dat vanaf dat moment plassen een stuk moeilijker ging. Ter compensatie heb ik mij nu een tepelpiercing laten zetten. Daar is de boel een beetje verkeerd gelopen, want doordat mijn borst helemaal ontstoken is, loop ik nu met één knalrode ballontiet rond waarvan de tepel op een verfrommelde beschimmelde framboos lijkt. Gaatjes in mijn oren heb ik al jaar en dag. Die probeer ik nu in etappes te vergroten.  Eerst met een potlood erdoor, dan met een wijnstop nog wat uitrekken en met een beetje geluk kan ik er straks een metalen schijf ter grootte van een champagnekurk in kwijt. Manlief vond ook mijn neusring niet zo flaterend. Het deed hem een beetje aan Spaanse stierengevechten denken. Een tijdje geleden had ik ook zo’n superleuke neuspiercing. Maar een gigantische verkoudheid stak niet alleen stokken in de wielen maar ook hopen opgespaard snot achter de voorgevel. Niezen en snuiten werden gedurfde ondernemingen. Toen de boel volledig verstropt was, moest ik die piercing wel wegbonjouren. Het was alsof ik een stop uit het badafvoerputje trok. Als een damdoorbraak glibberden bruingrijsgroene snottebellen tot op mijn bovenlip. Dat bracht me op het idee om daar misschien zo’n lipringetje te bevestigen, maar manlief vond dat ik misschien mooier zou zijn met een gouden wenkbrauwschakeltje. Nu vond ik hier ter plaatse de Tenerifse tattooshop. Ik heb wel een paar uur in hun nieuwste catalogus staan loeren. Ik wil nog wel iets op mijn lichaam laten bijtekenen maar kan maar niet besluiten wat er te combineren valt met mijn wurgslang. Die driekoppige doodshoofden vind ik wel iets gaaf hebben maar als de tatoeëerder zegt dat hij op mijn opgezwollen meloenborst moet beginnen, haak ik af. Manuel- tattoo wijst mij een groot christelijk kruis aan. Dat staat volgens hem ook heel leuk op een vrouwenrug en al zeker als je er vervolgens nog een Christuskop met doornen en wat rood bloed bij tatoeëert.  Ik wil Manuel niet met mijn ongeloof schofferen, maar ik ben ervan overtuigd dat ik onmiddellijk door zijn God dood gebliksemd zou worden  als ik met zulk concept de winkel zou verlaten. Dus besluit ik na wat prakkiseren wat diertjes, vlinders en bloemen en daartussenin mijn naam op mijn rug te zetten. Ik moet me dan wel realiseren dat als de tattoo tot op mijn hals doorloopt ik steeds mijn haren zal moeten opsteken. Ik kan ook de helft laten wegscheren, want anders kan je mijn lieveheersbeestje niet helemaal zien. Terwijl ik hier toch op de tattootafel lig, beslis ik dat helemaal rond de heupen een donkerblauw getatoeëerd jarretellegordeltje met wat nepkousen tot juist boven de knie meteen een pak vrouwelijker zou ogen. Nog ergens halverwege mijn bil een kousenband en achteraan juist boven de bilspleet wat Chinese tekens, liefst met een echte betekenis. Niet dat ik het daar zelf kan lezen, maar de achteropkomende wandelaar verdient ook wat moois. Terwijl ik op mijn buik lig af te zien, vraag ik aan Manuel of hij op mijn linker gathelft een gigantisch zwarte T wil tekenen en op de rechterbil een kapitale grote M. Als ik straks  helemaal naakt in de badkamer, in een jacuzzi of in de sauna voorover buig, dan kan men de naam van mijn zoon lezen. Op mijn armen laat ik nog wat cirkels en krasdesigns zetten. Tegelijkertijd laat ik mij nog snel wat piercings door mijn ene oorlel schieten en een veiligheidsspeld door de andere. Als ik het tattoo- en piercingfeestje wil betalen, huivert mijn creditkaart. Voor dat astronomische bedrag kon ik alle honger Afrikaantjes minstens een jaar te eten geven. Maar desondanks straal ik als ik de tattoo shop Tenerife verlaat. Manuel wuift me uit. Het is zo spannend. Ik ben er helemaal klaar voor om topless de grote strandshow aan te vatten. Vervolgens start ik met een mini bikinibovenste en een mogelijk nog kleinere short een zonovergoten dijkwandeling. Hopelijk vindt iedereen mijn tatoeages keitof en mij nu supercool en is al de pijn en het geld goed besteed geweest.   Sim, piercing- en tatoeageloos vol verbazing starend naar de voorbij slenterende Brexitgangers Costa del Silencio 1/3/2019

Sim
199 0

Appels van Niels

Heb ik je al verteld over die keer dat de ravissante Niels Destadsbader mijn lief en mij een kilo appels heeft verkocht op de zondagsmarkt van Heist-op-den-Berg? Twee weken lang heb ik van ’s morgens tot ’s avonds met gewapend beton in m’n broek rondgelopen. Moet je weten dat ik niet eens voor de mannen ben. Maar de aantrekkingskracht, puurheid en het charisma van die jongen zijn zo sterk dat ze seksuele voorkeur volkomen irrelevant maken. Zelfs nu, maanden later, gebeurt het nog dat mijn lief en ik tegelijkertijd ‘NIELS!’ uitroepen op het moment dat mijn buitenaards gespierd lichaam het hare richting hoogtepunt stoot.   Dit is natuurlijk fake news, jongens en meisjes. Er is maar één man die mij een one way ticket naar het eindeloze buffet van de piemelarij kan doen boeken en dat is Tia Hellebaut. Maar het stuk waarin mijn wederhelft geld geeft aan Niels voor wat fruit op dat fenomeen van Heists cultuurerfgoed dat onze markt is, klopt wel. Zo zie je maar, de weg naar volle sportpaleizen is niet geplaveid tot in Rome en loopt al eens door de Zuiderkempen mits er een wil is.   Wat die sympathieke spring-in-’t-veld daar in hemelsnaam stond te doen achter een paar kratten Jonagold en Pink Ladies interesseert me eerlijk gezegd geen hol. Maar aan de blos op z’n wangen te zien en de hoeveelheid eyeliner waarvan Bart Peeters zelfs zou zeggen ‘h-how jongens’, moet het voor een of ander flutprogramma geweest zijn dat ik gelukkig gemist heb. Hoewel ik Telenet er maandelijks een halve strandvakantie voor betaal, staar ik nog liever een paar uur per dag naar de muur, dan te moeten kijken naar die slecht voorgeschreven, erbarmelijk geacteerde, lauwe dromedaris-cum die het Vlaamse medialandschap in mijn gezicht probeert te stritsen.   Toen we een kwartier later terug langs Niels passeerden, stond die, ondertussen in volledig rood-groen appelkostuum, rond te springen achter z’n marktkraam en te roepen: ‘ik ben een vrolijk appeltje! Kijk naar mij, vinden jullie mij geen vrolijk appeltje? Zou ik geen lekkere fruitcake zijn? Wie wil er eens aan mijn klokhuisje likken?’   In Heist, waar 119% van de marktgangers nog nooit een cameraploeg, laat staan een geschminkt mankind, heeft gezien, wisten ze natuurlijk niet hoe te reageren. Moeders gooiden zure matten in de ogen van hun kinderen om ze af te leiden. Een bejaarde vrouw was zo in extase dat ze haar elektrische rolstoel perte totale reed in het kippenkraam. Terwijl een andere man op het dak van de hamburgerwagen klom, een getatoeëerde swastika op z’n billen ontblootte en met rechterarm in de lucht de Duitse schlagers van Christoff begon te zingen. Ik moet eerlijk zijn, die laatste doet dat elke week en staat binnenkort als getipte favoriet in de voorrondes van Belgium’s Got Talent.   Naar het schijnt kwamen later ook nog Jelle Cleymans, Jonas Van Geel en een andere melkmuil van wie mij de naam ontsnapt, daar in hun gocarts aangetrapt. Ze hebben daar op de markt samen pannenkoeken met choco gegeten, maar na een half uur is Jelle Cleymans bleitend naar huis gereden omdat Jonas z’n chocomelk over Jelle z’n favoriete K3-trui had gestoten.   Wij waren toen al lang thuis en aten op dat moment schijfjes appel van elkaars naakte lichaam, voor dat alles uitmondde in zo’n stomend tafereel dat zelfs de ramen van de overburen ervan aandampten. Op geen enkel moment is Niels Destadsbader door onze gedachten geschoten, al moet ik bekennen dat ik wel een seconde of twee aan de reusachtige vleespiemel van Tia Hellebaut heb gedacht.

Hans Verhaegen
52 1

Het mythologisch verbond tegen het ongecontroleerd zot worden

Ringg, ringg...   'Goeiemorgen! Met het mythologisch verbond tegen het ongecontroleerd zot worden!' 'Ik word zot, ik zie het niet meer zitten!' 'Rustig aan meneer! Eerst en vooral voor de goede orde, moet U mij herhalen, anders mogen wij U niet helpen van het syndicaat!' 'Zeg mij na; Ik word zot, ik herhaal en corrigeer; Ik word ongecontroleerd zot!' 'Ik word zot, ik herhaal en corrigeer; Ik word ongecontroleerd zot!' 'Goed, goed, goed...zeg het eens, wat kan ik voor U betekenen?' 'Wel, ik schrijf me hier zot, hoe meer ik schrijf hoe zotter ik wordt en...' 'Ja, ik hoor het al, een geval van individu hysterie, bij gebrek aan massa!' 'Zeg eens A meneer!' 'A..Aan..hangsel!' 'Ja, ja overduidelijk, zeg eens B!' 'B..Bes..chrijvend!' 'Hmm, ik ben bijna zeker! Zeg eens N!' 'N..NO..Noteren!' 'Juist, juist, meneer schrijft al met twee handen tegelijk zeker!' 'Eh, beh, ja, hoe weet U dat? 'Wij kennen onze pappenheimers meneer!' 'Het is hier een geval van tekort aan dopamines, tekort aan adrenaline als gevolg van een gebrek aan succes!' 'U kunt zichzelf al helpen door één arm af te binden!" 'Denkt U?' ' Vrijwel en geheel zeker, ja! Hebt U al een verzekering tegen gecontroleerd zot worden? Nee, dan kunnen wij U d'r wel één aan de hand doen.' 'Wel, euhh..' 'Kijk, wij hebben een mooie oplossing voor U. U gaat naar een voetbalwedstrijd, liefst zo grootschalig mogelijk, een internationale wedstrijd als het even mogelijk is! U neemt uw schrijfmateriaal mee en zorgt dat uw verhaal af is als er een doelpunt gemaakt wordt. Vergewis U ervan dat de bal inderdaad het doel ingaat, bij het net missen zijn de gevolgen niet te overzien. In zo'n geval dekt de verzekering de schade niet!' 'Ok, ok en wat dan?' 'Wel, zorgt U ervoor, dat U vrije toegang hebt tot het spelersveld, dat uw verhaal af is voor de commotie uitbreekt. Als het doel gemaakt wordt, rent U met uw afgewerkt verhaal het spelersveld op. Zorgt u ervoor dat U uw verhaal hoog in de lucht steekt en U maakt juichende gesticuleringen.' 'Succes verzekerd!' ' Het hooliganisme zal uitbreken, men zal U hoog in de lucht gooien, alsook uw armen breken. Een tweede neveneffect waar we op uit zijn!' 'Hoezo?' 'Wel, men moet van zijn successen genieten, van zijn roem genieten zolang die duurt, maar wij weten hoe moeilijk dat is voor beginnende schrijvers, dus zorgen wij er liever voor dat de schrijver een wijl schrijfonbekwaam is!' 'Hmm, denkt U, misschien het overwegen waard?' 'Ons verbond biedt garantie en kwaliteit meneer!' 'Vergeet U niet uw bijdrage te storten! Houdt U wel in gedachte dat U enkel verzekerd bent in geval van gecontroleerd zot zijn!' 'In geval van twijfel kunt U Thor raadplegen, bedenkt U wel dat Thor bijzonder klopgraag is!' 'Dag meneer en veel succes!'  

Manuel Van den Fonteyne
19 1

I am not your guru

Hij zegt dat we dingen samen kunnen blijven doen; samen dingen bedenken en maken, samen mediteren, samen weg gaan,… Ik lig in zijn armen na een intense vrijpartij, die ontstond toen onze koude woorden zwegen, onze hoofden geboden dat dit écht niet meer kon, maar onze lichamen elkaar vertelden wat we zelf niet meer konden of wilden. Ik snik en ik vraag me af waarom dat als we dat toch allemaal samenkunnen blijven doen, we dan niet gewoon ‘samen‘ kunnen zijn. Ik zeg dat ik van hem hou. Hij zegt dat hij mij niet zo graag ziet als ik hem, dat hij geen ruimte en lucht krijgt, dat we niet in dezelfde ruimte staan. Ik antwoord dat hij ervoor kiest om niet in dezelfde ruimte te staan, om niet open te zijn en om niet te voelen, zich niet te geven. Omdat hij niet anders kan, omdat dat is wie hij is en doet wat hij doet.Hij voelt zich veilig in zijn vrijheid en ik voel me veilig in een verbond. En dat is niet te redden. Laat het even rusten, zegt hij. Alles wat ik voel, heeft niets met rust te maken. Ik sta op, de prop keukenpapier valt tussen mijn benen uit, en warm de soep voor hem op. Hij belt ondertussen met zijn ex en vertelt dat hij nog soep moet eten voordat ze samen naar Bokrijk vertrekken. Dat hij dat met mij doet in mijn huis, wordt vakkundig weggelaten.Ik vraag me af waar ik in Godsnaam mee bezig ben. Ik wil steeds wat niet te krijgen is. In de laatste workshop over zelfliefde ging het erover dat relaties in de toekomst niet meer gaan bestaan op basis van afspraken en regels, maar uitsluitend op basis van vertrouwen en vrijheid. Ik geloof niet dat ik daar klaar voor ben.   Als hij weg is, hernieuw ik mijn profiel op Tinder. Ik stap onder de douche. De stroom wist mijn zoute tranen en zure vocht. Helaas kan de hitte de kilte niet wegspoelen. Om 15u stap ik in mijn pyjama, kruip onder een dekentje en wrijf met een van de proppen onze vlekken van de zetel. Is dat wat erover blijft van liefde? Vlekken? Blauwe plekken.   Anthony Robbins (I am not you guru) brult met een Colgate-smile: ‘in the rejection lays the obsession’ en ‘if you stay in your head, you are dead‘. Ik ben obsessief en dood en besluit verliefd te worden op deze man, mijn guru. Ik moet vieren, want deze man gaat me redden. Ik drink een glas champagne. En nog een. Ik wil niet meer denken, niet meer voelen. Om 22u sms-t hij dat hij toch niet bij me komt slapen en dat hij hoopt dat alles goed met me is. Ik typ vier berichten die ik geen van allen verstuur. Ik ga slapen en ik lig wakker, masturbeer en bid dat deze dag gewoon een nachtmerrie is waaruit ik morgen zal ontwaken.

wohohomanadventures
0 1

Stappen

Ze trok de deur achter zich toe, een laatste keer. Keek niet meer achterom, een verhaal bleek verteld, in ongesproken woorden. Ze stapte een leegte binnen, volledig gevuld met angst. Ze keek naar beneden, voetstappen in de regen, op een pad naar nergens, nochtans van ergens. Nog meer keek ze neer, op zichzelf en een leven dat buiten haar leek te bestaan.   Ze trilde en rilde, verloren pogingen tot verwarmen van een existentiële naaktheid. Ondanks trui en mantel was ze nog nooit zo bloot geweest, of zo puur. Zo zonder lagen van dromen of bedrog. Er waren geen woorden of tranen meer, enkel maar bodemloze diepte. Een zelfverkozen ballingschap of martelaarschap, al maakte dat verschil weinig uit.   Ondanks dit alles, stapte ze, zonder stoppen. Kleine stappen, grote schreden, treden, kuilen en horden. Op de tippen, lichtjes wankelend, maar stappend. Lichtvoetig dan weer niet. Haar haren wapperend in de wind, de orkaan binnenin vooruitlopend. Vlagen tegen haar wangen, als strelingen van een eveneens tollende aarde.   Mensen ontweek ze, wat moest ze daar ook mee? Het bleken listen en zwarte gaten. Nog meer vragen. En er bestaan geen juiste antwoorden op foute vragen. Wel schonk ze ze een glimlach, weer een gemoed gesust en een nieuwsgierig verlangen geblust. Niet de storm en vuur in haar, verpakt in koele onverschilligheid.   Waar ga je heen, mijn kind, zo gezwind in deze gure wind?   Naar morgen, zonder zorgen. Op hakken groot…wangen, lippen en hart vurig rood.

wohohomanadventures
0 1

Minder

Bij het parkeren gisterenavond, kwam er een zwerver op me af. Hij sprak keuriger Nederlands dan ik had verwacht. Hij had ook nog tanden. Ik schat ‘m een jaar of 35. Ik vroeg ‘m een beetje bars wat hij nodig had, alsof ik dat niet wist.   En, ik word boos.   Niet zozeer op hem, de stakker kan er ook niet aan doen, maar op deze maatschappij. Ik vraag ‘m;‘Kan jij nergens terecht, hier in België? Ik betaal me verdomme elk jaar blauw aan belastingen en sociale zekerheid! Hoe kan dit nog zo in dit land?’ Hij dreigde beduusd weg te rennen, maar glimlacht als ik ‘m wat munten in zijn hand duw.   Desondanks, vlucht hij alsnog snel weg, zo duurzaam was dit verbond blijkbaar niet.Ik gaf enkele euro’s, ondanks mijn stellige voornemen nooit iets te geven aan bedelaars; omdat ik vind dat de werkende mens meer dan voldoende bijdraagt aan het sociale systeem en dat ik er mag vanuit gaan dat behoeftigen en zieken geholpen worden.   Maar, ik ben ook maar een mens en die enkele euro’s minder zullen me het niet maken.   Gisterenavond bestelde ik na het klimmen een tweede Blauwe Chimay, ik vertrok om 22.13u en liet een half glas staan. Ik vind dus dat ik geweldig sterk bezig ben. Bezig met minder.   Vanochtend ging ik op de weegschaal staan, die ik al keurig twee weken negeerde, omdat ik niet klaar was voor deze confrontatie, en vermaan me: het moét minder.   Ik liep naar mijn zes meter lopende dressing en kreeg keuzestress; ‘wat moet ik aandoen?‘ Zuchtend sluit ik de deuren en trek de kleren van gisteren, nog op een hoopje op de grond, aan. Een stress minder. Ik heb niet meer kleding nodig, maar minder.   Ik sta in de Colruyt voor de wekelijkse boodschappen. Etiketten, kleuren, karren, dertig types shampoo, ….overprikkelen me. Ik krijg het benauwd en sta na 10 minuten weer buiten met een pak yoghurt en een bak Stella. De bak Stella is niet voor mij, maar voor een vriend in ruil voor zijn oude tafels. Minder kopen, meer krijgen.   Mijn goede voornemen is dus nu reeds gemaakt; minder.Minder doen, minder kopen, minder drinken, minder eten, mindermoeten…..   Voor mijn geestelijke gezondheid, zou ik daar moeten aan toevoegen; minder mannen. Tricky one.   Ik heb een kerstboom mét lichtjes. Ik vind dat ik moet investeren in vrede en warmte. Meer ruimte, meer geven, meer vervulling, meer zingeving, meer verbondenheid,…   2019, here I come!

wohohomanadventures
0 1