Lezen

Over mezelf, voor G. en J.

Brief over mezelf, voor G. en J. Als ik er over nadenk, zijn het niet ontmoetingen die mijn leven bepaald hebben maar wel gebeurtenissen. Dingen die me zijn overkomen, zonder dat ik er om gevraagd heb. Mijn leven is totaal veranderd de dag dat mijn moeder plots gestorven is. ’s Morgens had zij nog innig afscheid genomen van mijn vader die naar zijn werk vertrok.  Veertien uur later was ze overleden.  Ik bleef echter met een man die zo een verdriet nooit te boven is gekomen.  Als enig kind kreeg ik op mijn elfde een zware last op mijn schouders.  In de stilte van ons huis was ik getuige van de verwoestende kracht van verdriet. Voor mijn vader stopte het leven bij de dood van mijn moeder. Het was alleen nog overleven. Voor hem. Maar ik was jong, groeide op en wou wel leven. Ik wou vooral ook geen medelijden, want dat hadden mijn klasgenoten, de juf, de buren en de familie. Voor alles was ik op mezelf aangewezen.  Ik kon bij mijn vader niet terecht. Trekt uw plan, was altijd zijn antwoord. Dat heb ik gedaan.  Ik heb zelf keuzes gemaakt. Ik studeerde verder, trouwde met de man van mijn leven en liet mijn vader achter. Hij was nochtans een lieve, zachte man die de sterke vrouw naast hem altijd gemist heeft. Hij heeft mij altijd heel graag gezien maar wist niet hoe dat te tonen. Ik was te jong om er op de juiste manier mee om te gaan. Ik had te weinig begrip. Een paar jaar nadat ik uit huis ben gegaan is hij overleden.  Als ik nu terugkijk, heb ik hem teveel in de steek gelaten maar  kon toen niet overweg met wat ik zijn zwak karakter noemde.  Zelfmedelijden en zelfbeklag, zijn dingen waar je bij mij dan ook niet mee moet afkomen.  Je heb altijd de mogelijkheid om je situatie zelf in hand te nemen.  Dat is niet altijd even gemakkelijk, maar als je zelf keuzes maakt en daar dan achteraf geen spijt van hebt, dan heb je volgens mij de goede beslissing genomen.  Ik heb een hekel aan mensen die altijd verwijzen naar vroegere, ongelukkige gebeurtenissen om niets aan te vangen met hun leven.  Je leven dat maak je zelf. Een tweede gebeurtenis die mij veranderd heeft is de tumor die meer dan 10 jaar geleden in mijn lichaam geslopen is en gelukkig (tot nu toe) geen blijvende ravage heeft aangericht.  Ik waande me eerlijk gezegd on-ster-fe-lijk. Was nog nooit ziek geweest, mijn absentie op het werk kon je op één hand tellen.  En ja, toen kreeg ik een serieuze opdonder.  Maar vechter als ik ben heb ik me niet laten doen.  Na een paar maanden was het ergste achter de rug.  Tijdens dit ziekteproces, ben ik wel anders in het leven gaan staan.  Ik vind de dingen niet meer vanzelfsprekend. Ik ben ook nederiger geworden.  Ja, zo een woord van vroeger.  De wereld en wij allemaal hebben teveel pretentie. We wanen ons oppermachtig en rommelen maar wat aan.  Ik ga sindsdien niet altijd bewuster om met mezelf maar ook met de omgeving.  Minder auto, meer fiets.  Duurzame voeding van lokale producenten.  Zachter zijn voor de mensen rondom mij,  me meer in de plaats van de ander stellen.  Iedereen is verschillend en het is juist die diversiteit die het samenzijn boeiend maakt.  Dus neem de mensen zoals ze zijn, maar blijf vooral jezelf. Eerlijk zijn, altijd tegenover jezelf.  Mensen horen niet altijd graag de waarheid, de waarheid kwetst.  Als je dan toch een toegeving wil doen : een klein leugentje om bestwil maakt de omgang makkelijker en is een elegante oplossing. Dit heb ik tot mijn scha en schande gaandeweg ontdekt. Lus

Lus Colpin
0 0

Onderweg

Woorden moeten ooit makkelijk zijn geweest. “Eet smakelijk” bij het avondmaal. “Was de koffie straf genoeg?” Als grootvader naar bed ging, was hij te moe om na te denken. Was ik ook toen al een buitenstaander geweest? Het leek erop dat iedereen wist wat hem te doen stond. Toch hield niemand een agenda bij. Als peuter werd de wereld groter. Toch was het onmogelijk erin te verdwalen. Op een of andere manier vonden we steeds de weg naar huis terug. Al was het maar omdat moeder dat wou. We hoefden maar aan tafel te schuiven. Toen moesten we plots met een boterhammendoos naar school. Daar leerden we dat er soortgenoten waren. Het duurde niet lang vooraleer de eerste samenzweringen zich vormden, de eerste verliefde kleuters zich terugtrokken achter een struik. We moesten een vingertekening maken om later iets te bereiken in het leven. Daar waren de eerste voortekens van mijn uitstelgedrag. Ik bleef echter ijverig werken aan mijn verhaal, in die mate dat mijn persoonlijke vrienden meer en meer op stripfiguren leken. Ieder jaar kon ik met een perfect rapport naar huis, ik droeg het onder de arm als een volwaardig zakenman. Ik was behoorlijk tevreden, ook al hebben ouders de hardnekkige neiging daar een opmerking bij te maken. Gelukkig was er daar de vakantie. Ik trok me terug in grootmoeders schorten en de boerderij. Ik verbeeldde me graag dat er niets anders was dan dit, regenwormen verzamelen in een glazen bokaal. Toch rinkelde de bel opnieuw, ik trof mezelf achter een schoolbank met het uitzicht van een strenge leraar die me wederom de les moest wijzen. Ik staarde liever uit het raam, maar de tijd van dromen was voorbij. Ik had mijn tegel op de binnenkoer vooraleer ik me in de toiletten terugtrok. Het perfect rapport leek meer en meer op het verkreukeld papier dat mijn cursus was. Uiteindelijk brak ik als een potlood dat al te vaak met de grond in aanraking kwam. Sinds die dag werd er niets meer van mij gehoord. Op een nietsvermoedende dag verscheen ik weer op het theater. Het leek wel of ik veranderd was in de persoon die ik destijds wilde zijn. Vanbinnen was ik echter nog steeds een kwetsbaar stukje mens. Ik maakte een vingertekening van mezelf. Uiteindelijk ging het ook voorbij. Toen werd de wereld voor de tweede keer groter. Ik leerde wederom dat er soortgenoten waren, buitenstaanders als mezelf. Mijn nieuwsgierigheid werd groot. Mijn boeken verloerderden langzaam op hun plank. Bovenal leerde ik veel over mezelf, ook al kwam ik ook daaromtrend evenmin met een perfect rapport naar huis. Ik was behoorlijk tevreden. Later kwam het bewustzijn dat studies tot iets veel groters leiden. Ik trok me meermaals terug in bed om me te beschermen voor de samenleving. Ook toen dacht ik al te vaak terug aan mijn kindertijd. Ik verdronk mijn laatste leerkrediet bij voorkeur in de kroeg. De laatste keer dat ik er de zon zag ondergaan leek voor de anderen op een normale dag. Naarmate de dagen vorderden durfde ik meer en meer te dromen, maar eindelijk was ik tevreden gewoon mezelf te kunnen zijn. Niemand had durven voorspellen dat het potlood voor een derde keer zou breken. Toch werd ik de volgende dag wakker in een ziekenhuisbed. Er waren verpleegsters die betaald werden om vriendelijk te zijn.   Toen de deur voor de zoveelste keer openging, deed ik nog weinig inspanning op te kijken. In de schemer zag ik echter een vertrouwd gezicht uit het verleden. Daar zat ik dan tegenover mijn vader, woorden waren nooit moeilijker geweest. We staarden uit het raam maar waren vertrouwd met het zwijgen. Na jaren van uitstelgedrag werd het dan eens tijd voor een gesprek. Sinds kort ben ik terug onderweg.

Robijn Bodijn
22 0

Opheldering

Dag Marijke,   Ik zal je meteen een bekentenis doen. Ook ik heb best wel veel nagedacht over mijn vorige brief aan jou, over de vragen die ik je zou stellen. Zou dat te wijten zijn aan de voorliefde voor stapsgewijze temperamentontginning?   Ik probeer je het mechanisme van de cross-streets uit te leggen. In New York heb je dusdanig lange lanen, denk kilometerslang, dat je best weet tussen welke twee kruispunten een bepaald adres ligt, bijvoorbeeld je moet op Fifth Avenue 357 zijn, dan zeg je “Fifth Avenue between 7th and 8th Street” in de veronderstelling dat nummer 357 tussen die twee kruispunten ligt, zoniet weet niemand wat je bedoelt. Het is ook handig om te weten in welk metrostation je dient uit te stappen. Klinkt dat een beetje logisch? In mijn kleine dorp heb ik hoegenaamd geen last van dat soort toestanden, ik moet al met een vergrootglas zoeken naar één kruispunt die naam waardig. Dat argument heb ik ook ingeroepen ter mijner verdediging bij die lieve vrouw die mij een lift heeft gegeven. Ze zag er de humor wel van in. En dit brengt mij naadloos bij Sue die nu weer is waar ze thuishoort, in de private collectie waar ze deel van uitmaakt. Ik vind het wel leuk dat je mij hebt doorzien! “Sue” is de naam van een kunstwerk van Robert Rauschenberg uit 1950. Het ziet er net zo uit zoals ik het beschreven heb, als een heel bijzondere röntgenfoto waardoor ik meteen geïntrigeerd was. Ik draag Sue altijd mee op mijn slimme telefoon naast een heleboel andere foto’s van kunstwerken. Misschien kan je mij een cultuurstofzuiger noemen. Ik vind het trouwens knap dat jij met je zoon naar Auschwitz bent geweest. Ik kreeg het al een beetje benauwd in het achterhuis van Anne Frank als ik denk aan wat zich daar heeft afgespeeld.   Waar ik je ongewild wel mee heb misleid, is Zele. Dat is nooit mijn woonplaats geweest, wel de plaats waar ik gewerkt heb en van waaruit ik naar Brussel spoorde na mijn werkuren. Ik kan bevestigen noch ontkennen of daar nog apen of leeuwen ronddolen, ik kan je wel zeggen dat ik geen enkel exemplaar tegen het lijf ben gelopen. Grappig en bizar dat jij ook Shrek in gedachten had. Stel je voor dat we ons stukje allebei met “Beste Shrek” waren begonnen? Een mens zou van minder achterdochtig worden in deze tijden van de lamentabele bescherming van de private gedachten.   Ik ben inderdaad best tevreden in mijn huidige job, vooral omdat ik een tweetal jaar geleden nog een dappere beslissing heb genomen: 4/5 werken om meer vrije tijd te hebben, om tijd te hebben om creatief bezig te zijn zoals het schrijven van deze brieven. Ik denk dat je gelijk hebt, dat een schrijver net die lege tijd nodig heeft om te creëren, naast het nodige talent om te schrijven uiteraard. Mag ik je aanmoedigen om te blijven schrijven, Marijke? Je zet echt mooi dingen op papier, ik heb je brieven graag gelezen, maar bovenal wens ik je veel plezier bij het schrijven.   Misschien zien we mekaar op de Schrijfdag. Fijne groeten. Dirk   PS Athos en Porthos bestaan echt!!          

Dirk Jacobs
0 0

Oma denkt dat ik doof ben

  Inzending wedstrijd met opdracht : maak van een 6-woord een 500-woord verhaal.   Uitbundig vieren wij  haar verjaardag.   Vijfentachtig wordt ze.  De jonge dokter, die ze consulteert omdat hij ‘een zo knappe kerel is’, taxeert haar conditie op ruim vijftien jaar jonger.   Oma Lidy is nog een prompte dame.  Aan vrienden toonde ik haar jeugdfoto’s  bewerend dat zij mijn vriendin was. Dat is niet gelogen, want wij hebben  een zeer vriendschappelijke band.  Ze staat er op dat ik haar tutoyeer. In een boek over een adellijke familie las ze ooit dat grootouders zich in die kringen altijd met de voornaam laten aanspreken.  Zij gebruikt steevast  het troetelnaampje dat ze voor mij bedacht toen ik baby was: ‘Bobolino’.  Inmiddels bebaard met een nochtans zwarte kinbegroeiing  begroet ze mij steeds  met: ‘Bobolino amore, mio Barbarossa!’   Destijds rookte ze, niet voor het roken zelf, maar om te pronken met haar lange sigarethouder,  zoals Hepburn  in ‘Breakfast at Tiffany’fs’.   Net als Audrey  bezit Lidy die geïncarneerde elegantie. Ze is altijd welgezind, wat haar jeugdig voorkomen extra in de verf zet.   Glanzend hagelwit geworden zijn haar naar sprookjes refererende  ravenzwarte haren van weleer, voor deze gelegenheid opgestoken door een kapster: ‘je kan ook niet voor alles op jonge goden een beroep doen’.   Het kapsel past perfect bij de wijnrode fluwelen outfit die ze zich voor haar 85 lentes  heeft  aangeschaft.   “Het staat je beeldig, Lidy”, zeg ik. “De prix neggens voor begemmen ”, antwoordt ze. “Wat zei je nu?” vraag ik. “De prix neggens voor begemmen”, zegt ze opnieuw. “Oma, ik versta er echt niets van”, zeg ik. “Oh, gaan we het zo spelen.  Ben ik nu plots jouw oma omdat jij doof begint te worden”, zegt ze verbijsterd. “Sorry Lidy, maar ik versta je niet”, antwoord ik beteuterd. “Laat maar Bobolino , haal nog een drankje.”   Ik druip af op zoek naar een glaasje ‘ premier cru brut ’ die ze in de  supermarkt op de kop heeft getikt.  Met hangende oortjes overhandig ik haar de bubbels. “Echt, schat, je moet jouw oren laten nakijken”, zegt ze bezorgd. Dan ziet ze mijn bedrukt gezicht, heft haar glas en vraagt:  “Hoe vind je mijn nieuwe ontdekking? Du Champagne Veuve Hémard!” “Lekker”,  stamel ik. “En ken je de voornaam van de man zaliger van die weduwe?” vraagt Lidy. “Neen”, zeg ik. “Jean!  -  J’en ai marre!” schatert ze. Wij proesten het  uit en klinken samen op onze vriendschap.   Later doe ik in een hoorcentrum  mijn verhaal over een familielid dat mij aanraadde langs te komen. De test verloopt prima.  “Alles perfect,”  zegt de arts :  “ik stuur jouw huisarts een bericht. “ Toevallig doet een van mijn nichtjes haar doktersstage bij mijn huisarts.  Zij bezorgde mij het voorschrift en krijgt zo het resultaat te lezen van de test.   Wegens  beroepsgeheim delen dokters hun patiënten wel resultaten mee, maar nooit de commentaren.  Mijn nichtje kan  zich echter niet weerhouden voor te lezen:  ‘Patiënt zegt dat familielid beweert dat zijn gehoor slecht is. Naar mijn mening moet dat familielid zelf even bij ons langs komen!’  

Vic de Bourg
57 0

Tussen twee polen smelt men niet

  Dit verhaal kreeg een eervolle vermelding bij de wedstrijd: van 6 naar 500 woorden. Onderaan staat commentaar van de jury.     De zon brandt onverbiddelijk. Miranda rolt zich op haar grote stranddeken tot ze weer onder de parasol ligt. Gisteravond  was het nog redelijk koel geweest toen ze flaneerde onder de palmbomen. Het was haar opgevallen dat er veel minder Duits werd gesproken door de toeristen dan vroeger.  Al jaren was haar vaste vakantiestek vergeven van de Germanen, zoals ze zichzelf noemden als ze met hun vreselijk accent Engels met haar wilden praten. Tegenwoordig viel het op hoeveel Oost-Europese talen werden gesproken. Ze kende er geen maar kon wel het Russisch onderscheiden van de andere klanken.  De nieuwe rijke Russen waren ook het grootst in aantal, reden rond in peperdure cabrioletten en maakten grote sier. Voor haar vakantieliefdes had ze zich voorheen beperkt tot wat de lokale markt aan hunks te bieden had en dat was altijd best meegevallen.  Maar nu ze meer zicht kreeg op de mannenvoorraad uit het Oosten besloot ze haar kennis op dit vlak te verruimen. Zo viel haar oog op twee knappe kerels die iets van haar verwijderd in haar geliefde ‘Tratoria Alberto’ het erg goed met elkaar konden vinden.  Ze twijfelde even of de andere sekse hen überhaupt kon boeien tot ze merkte dat ze haar in het vizier kregen en afwisselend zwoele blikken haar richting uitstuurden. Een dame gaat uiteraard nooit in op de avances van vreemde mannen maar ze hield wel van dit spel en flirtte er danig op los. Glas vasthouden aan de steel en pink in de lucht: op de meest gracieuze wijze nipte zij aan de cocktail die Alberto voor haar had geshaket. Regelmatig gooide ze haar golvende haren naar achteren en streek ze met zorgvuldig gemanicuurde hand door haar nek. Tot na haar cannellonirolletjes hadden de twee hun testosteron in bedwang kunnen houden maar nu stapten ze resoluut naar haar met de vraag of ze voor het dessert mochten aanschuiven. “It is so much nicer to dine in good company”, zei de blonde blauwogige hunk.  “If you so desire, Madame”, voegde de zwartharige donkerogige tegenpool er aan toe in een al even onberispelijk Engels. Ze had het woord enkel gedacht, want ze wist niet hoe het in het Engels klonk maar schaterde het uit toen ze beiden uit Polen bleken afkomstig te zijn: Poolse tegenpolen. Hoe grappig. Wegens de gekozen voertaal, suggereerde ze als dessert een ‘Zuppa Inglese’.  De naam mag dan al verwarrend zijn, Piotr en Wojtek vonden de combinatie van custard met lange vingers goddelijk. Na de obligate grappa van Alberto werd de avond besloten met een fles Prosecco.  Daarna namen ze in stijl van elkaar afscheid met een kuise handkus. ‘ Niet te hard van stapel lopen’, dacht ze. Die morgen op het strand ziet ze langs weerszijden van haar parasol twee bruingebrande voeten verschijnen en herkent ze meteen de stem die vraagt of ze naast haar mogen plaats nemen. Ze knikt instemmend. ‘Het zal dan wel héél warm worden’, denkt ze: ‘maar tussen twee Polen smelt men niet.’   Feedback jury:   De ontknoping was hilarisch. Ik was de titel al even vergeten tijdens het lezen tot ik bij de laatste zin aankwam. Een heel originele manier om de zin te benaderen. Het verhaal leest erg vlot en zou zo in een zomereditie van Flair passen.

Vic de Bourg
67 1

Lieve Nora,

Drie uur in de namiddag. Langs mijn open raam sluipt een fris briesje binnen dat mijn gordijn licht laat golven. De zon prijkt in de blauwe hemel. Toen ik om zeven uur de rolluiken optrok, keek ik in een grijze morgen. Aan de overkant van onze wel zeer brede laan, hing mist tussen de bomen van het bos. Buiten, geen geluid. Ik miste het gekrijs van de kauwen, het roekoeën van de duiven. Ik stak mijn neus buiten en snoof. Geen stank vandaag noch gebulder afkomstig van onze buur. Die ligt aan de overzijde van de Schelde; de petrochemische industrie.   Ook op dit uur lijkt onze buurt een stiltegebied. Files kennen we niet, enkel die van een stoet rolstoelgebruikers die op wandeling vertrekt vanuit het woonzorgcentrum. Een enkele auto zoeft voorbij, een puffende dieselbus, een verdwaalde vrachtwagen dendert over de putten in het wegdek. Op het fietspad, tussen de rijen platanen, een eenzame fietser. In het grasveld twee waggelende woerden. Ieder jaar komen ze terug. Waar zit het vrouwtje? Slaapstad noemt men ons. Misschien is het gewoon uit jaloezie omwille van de ruimte en het groen waarin we wonen.   Voorbij mijn raam wandelen buren die hun hond uitlaten, terugkeren met boodschappen, joggers. Sporadisch waaien flarden van een gesprek mijn woonkamer binnen. Een extraatje van wonen op het gelijkvloers én ik ken bijna iedereen. Vanmorgen kwam ik Sofie nog tegen. Ik probeer haar te mijden. Zij is een beetje een roddeltante en criticaster. Wat zag ze er uit! Pleisters op haar voorhoofd, blauwe plekken in het gelaat, een gekneusde lip. "Gevallen?" Ze knikte. "Ik struikelde toen ik liep om de bus te halen." Dat het niet verstandig was, antwoordde ik, dat er vijftien minuten later toch een volgende bus aankwam. Daarna ging het over het lawaai afkomstig van de fabriek de dag voordien en hoe het tot 's nachts duurde. Ja, ik sliep  ook slecht.   Oh, daar heb je de pakjesman van Post NL weer. De bestelwagen houdt meerdere keren per dag stil voor ons gebouw. Ik benijd die man niet. Hij ziet er altijd zo vermoeid uit. Hij vindt het zelf geen leuke job dat vertelde hij onlangs toen ik een pakje aanam voor een buur. Ik doe het regelmatig uit medelijden met hem.  Ellenlange dagen, overvolle wegen, omleidingen, wegenwerken, agressie. Zijn route slibt steeds meer dicht. Verschrikkelijk. Kilometers vreten om pakjes te bestellen bij mensen die niet thuis zijn. De bel bij de naam zoeken wat op een belpaneel als het onze geen sinecure is. Wachten, een krabbel op het electronisch bakje en hop, naar het volgende adres. Een eenzaam beroep, echt contact is er niet. Natuurlijk bestaan er nog beroepen waarvoor je de baan op moet maar pakjes bestellen zou echt mijn laatste strohalm zijn.   Ik kijk uit naar ons weerzien volgende maand. Samen lekker eten en bijpraten. Hopelijk zijn mijn gezondheidsproblemen dan volledig van de baan   Liefs Mieke

mieke
0 0

Billenbank

Ledeberg, Pinkstermaandag 2018      Dag Lus,      In deze brief zet ik je op de billenbank. Dat klinkt als een straf, maar is het geenszins. De billenbank zijn de W-vragen, open vragen die ruimte laten voor de antwoorden. Als je alle W’s (wie, wat, waar, wanneer, waarom, welk) op een rijtje zit, krijg je een visuele billenbank, tenminste als je mooie, ronde W’s schrijft…    Ik heb zonet je brieven herlezen en er de zinnen uit geplukt waarbij ik bleef hangen.     In tijden van onverschilligheid kan een beetje lief zijn nooit kwaad.   Dit vind ik een hele mooie zin. En ook absoluut waar. Persoonlijk ervaar ik dit de laatste tijd in vriendschap. Iedereen heeft het altijd zo druk, het duurt soms maanden voor je met iemand kan afspreken. Zelfs als je aangeeft dat je het op dat moment moeilijk hebt, blijf je soms in de kou staan.     Ik weet niet waar jij precies op doelde met die zin, Lus.  Waar voel je dan die onverschilligheid?     ***  Ik kijk graag naar de wolken en de lucht.   Ik ben ook een wolkenliefhebber. De wijste les die ik ik in het middelbaar kreeg, kwam van mijn lerares chemie. Geen idee hoe we op dat onderwerp kwamen middenin een chemische proef – die trouwens altijd mislukten bij haar – maar zij zei ons: “Als je het later moeilijk in het leven krijgt, kijk dan naar de wolken.” Dat is me altijd bijgebleven.     Wanneer ben jij een wolkenkijker geworden, Lus?   ***    Alleen onze narcissenberg is ook nog de moeite.  Liefst lig ik in de hangmat te lezen.   Bij een narcissenberg kan ik me niet veel voorstellen. Ik zie een grote molshoop aarde vol narcissen voor me, maar ik weet niet of dit beeld klopt. Met die hangmat heb ik geen visueel probleem. Dat is veruit het enige Mexicaanse object dat hier ontbreekt, vermoed ik. Onze tuin is te klein voor 2 palmbomen en de muren zijn niet sterk genoeg dus die hangmat benijd ik je wel.     Welke boeken lees je graag, Lus? ***  Misschien hou jij niet zo van kerkhoven maar ik vertoef er graag.  Een beetje melancholie is mij niet vreemd en ik denk graag aan vroeger. Is dat ouder worden?   Neen, ik hou niet van kerkhoven, Lus. Tenzij het een Mexicaans kerkhof is. Was het je al duidelijk dat ik een beetje onstandvastig ben? Een kerkhof staat misschien een beetje symbool voor hoe verschillend onze en hun cultuur is. Hier vind ik vaak alles saai en grijs, ginds is alles bijzonder en kleurrijk. Dat merk je vooral bij Día de los Muertos wanneer zij hun doden gedenken. Ik heb dus meer op Mexicaanse kerkhoven rondgezworven dan hier.     Wat doe je dan op ‘jouw’ kerkhof, als ik vragen mag?    ***  Maar Lieke, als jou iets zou overkomen, hoe gaan wij dat hier weten?Ik zie ons dan weer terug op de zolder van de academie.   Je brieven naar Lieke intrigeren me, Lus. Hoe je haar precies hebt leren kennen en wat haar situatie is, blijft vaag.     Wie is die Lieke in jouw leven?     Waarom was er in deze briefwisseling niet meer verbondenheid tussen ons, Lus? Dat heb ik eigenlijk wel gemist. Nu, dat lag eerder aan het concept dan aan ons, volgens mij. Door de opdrachten konden we sommige brieven immers niet rechtstreeks aan elkaar richten.   En voor de rest pleit ik zelf zeker ook schuldig. Ik laat niet zo makkelijk in mijn ziel kijken, noch in stem, noch op papier.    Die laatste brief wordt wellicht het antwoord. Vuur je vragen dus maar af en lok me uit mijn tent…    Lieve groeten,    Tine   

Ambrozijn
0 0

Diepzeeduiken

Beste Marijke,   Na zes brieven richt ik mij een eerste keer rechtstreeks tot jou, een onbekende vrouw, nog steeds. Ook jij doet me ongewone dingen, maar je doet me evenzeer leuke dingen doen, deze brieven schrijven, lezen, stilstaan. De vorige opdrachten leenden er zich niet toe, een enkele keer deed een krinkel in mijn hoofd mij besluiten een omweg te maken, maar deze keer is er geen ontkomen aan, dit schrijfwerk wil in jou duiken. Maar wil jij dat wel? En wil ik zelf gaan diepzeeduiken met jou? "Ik doe liever aan stapsgewijze temperamentontginning." Dat zijn jouw woorden die ik enkel kan beamen. Ik verkies ook de weg van de geleidelijkheid, dat geeft me een veiliger gevoel. Laat ons dus eerst een eindje aan het oppervlak zwemmen. Ik ben trouwens niet zo een goede zwemmer, een korte afstand aan matige snelheid volstaat, dat even terzijde.   Jouw schrijfsels verraden een professionele pen of op zijn minst scherpe zintuigen die woorden van je hoofd naar je hand stuwen. Of zijn het jouw levenservaringen die de inkt doen vloeien? Geef jij ook de voorkeur aan de traagheid van een vulpen bij het schrijven, aan het ritueel van het beginnen, het zoeken en schrappen, het herbeginnen, aan het vinden van een handgeschreven brief 's ochtends in de brievenbus in plaats van het pinggeluid van de mailbox? Misschien word ik wel oud, of enkel maar een dagje ouder.   Ik vraag me af of je Gepetto al hebt kunnen spreken, en of hij je al goede raad heeft kunnen geven die de pijn een beetje doet milderen, de pijn van een moederhart bij het lijden van haar kind. Of overdrijf ik in mijn interpretatie van "Pijnboom"? Wat een contrast met "Ineens" dat mij ook aangreep maar dan op een andere manier, blijheid tegenover verdriet. Je verstaat alleszins de kunst om op een ludieke , ontwapenende wijze diepmenselijke gevoelens weer te geven. Nogmaals, dat is mijn interpretatie. Misschien lees ik wel dingen die er niet zijn?   En zo ben ik toch even in het diepe gedoken. Duik je mee?   Groeten. Dirk

Dirk Jacobs
0 0

Brief uit Belgenland

                                                                                                                            België    Sinksen 2018                      Hallo Leonie, Je bent veel schaarser met woorden dan ik, maar ze zijn zo  goed gekozen en accuraat, dat ik me een beetje overdonderd voel. Ik probeer er toch het beste van te maken.  Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Je eerste brief was wel én niet aan mij gericht. Zoals je schreef noopte technische en organisatorische problemen de opdrachtgever tot rechtzettingen. Zo kwamen we met enige vertraging bij elkaar te recht. In je eerste brief schreef  je over de oceaan die zich niet laat temmen ,  dus had je het niet over België en moest ik mee op reis. Je vaderland is Nederland, maar ik lees ook ergens iets over Suriname. Je bent blond en dat associeer ik nu net niet met Suriname.  Mijn vader leerde me een liedje:” In het land van Suriname, zat een bladluis voor de rame . Oladi jee ola dijo! Wat zat die bladluis daar te kijken? Naar een olifant die stond te strijke.” Ik heb het nog nergens anders gehoord en is het misschien een verzinsel van hem. Wat brengt je soms naar Antwerpen of Gent? Waar logeer je dan en heb je  je eigen fiets bij? Het gevoel van  ‘Hier en Daar’ herkende ik meteen. Zuid-Afrika is wel heel ver weg! Erg duur om er te geraken. Gelukkig ligt mijn lievelingsland slechts een zeetje verder. Alweer een raak beeld van de beschrijving van het paringsgedrag van de eenden. Hoe dikwijls heb ik zelf al medelijden gehad met die arme vrouwtjes . In de mensenwereld zouden alle woerden de gevangenis invliegen voor zulk ongepast, brutaal en gewelddadig gedrag. ‘Nikki’ , een bijnaam ? Van waar komt ie?  Dat je ‘Lee’ wordt genoemd is verklaarbaar. Lief dat je een gedicht deelde, gericht aan je grote liefde. Als je gescheiden bent in 1980, leun je eerder tegen mijn leeftijd aan. Dat verbaasde me, want je klonk eerder als een  jonge vrouw . Was je lang gehuwd? Wie is Gibran? Heel delicaat zijn kinderwensen. Ik leerde dat pas kennen op mijn 39ste, terwijl ik al twee volwassen dochters had. Ik had veel geluk. Mijn zoon kwam zo snel als de internetbestellingen vandaag. Tenslotte ben ik heel benieuwd naar het soort werk dat je doet. Ik heb  geen enkel aanknopingspunt gevonden. Het is vast geen alledaagse job. Mag ik er wat meer over weten? Gent, daar zullen we elkaar hopelijk zien. Je zal de stad ongetwijfeld beter kennen dan ik. Kloosterbiertjes lust ik ook wel. Dan kunnen we toosten op de kennismaking. Liefs, Myriam

Myriam
0 0

Sunny en Jeanne d'Arc

Jeanne d’Arc had wel een en ander aan haar hoofd toen haar onderrok in brand stond. Kon zij, wilde boerendochter, vermoeden dat eeuwen later een tienjarig jongetje in haar verhalen zou opgaan? Waarschijnlijk schreeuwde ze in doodsangst gans Rouen bij elkaar, dus niet. Bradend op een volgelopen marktplein blijven er weinig opties. Nochtans, een vijfhonderd jaar later had de kleine Sunny kennis gemaakt met Jeanne d’Arc, de schapenhoedster die het schopte tot de Franse legertop. Sunny kon als geen ander de strategie van het Beleg van Orléans uit de doeken doen. ‘Hoe heette de koning geholpen door Jeanne, Sunny?’ Dààr ging die vingerknip: ‘Koning Karel VII!’ ‘Zeer juist, mijn vriend!’ Geboeid hing hij aan mijn lippen toen ik hem vertelde over de maagd, gestuurd door engelen, die als een ware hooligan de Engelsen  Frankrijk buiten ranselde. Zijn ellebogen steunend op tafel, zijn hoofd tussen zijn handen, neerkijkend op dezelfde tafel waar alle veldslagen van Jeanne tot leven kwamen. ‘Geschiedenis is leuk!’ riep hij zonder op te kijken. Het klonk als vrolijk pianogetokkel.   De dagen regen zich als kralen in een paternoster aan elkaar in een kasteel waar Sunny verbleef. Het decor zat goed, de pianoriedels bleven aanhouden. De kleine Sunny verdiepte zich verder in de avonturen van de maagd van Orléans terwijl hij tussendoor één en ander noteerde over Koning Arthur en diens beroemde zwaard Excalibur, dat vast zat in een rots. Zelf diende ik me bij te scholen want de vragen die hij me voorschotelde betreffende Jeanne waren niet eenvoudig. Ze hielden hem ’s nachts wakker. ‘Op welke manier stond Jeanne in contact met de geesten?’ (Engelen waren volgens Sunny geesten.) ‘Was dat met een gsm? En zo ja, welk merk?’ Ik  vertelde hem dat Jeanne in haar hoofd met de geesten praatte, een toestand die me zelf niet vreemd is, en stopte hem nogmaals in. Pas dan viel Sunny in slaap, al zwaaiend met Excalibur. Heel regelmatig vond je hem in zijn torenkamertje in een hoekje met een koekje en een tiendelige reeks ‘Wereldgeschiedenis’, zijn hoofd verscholen achter oude bladzijden, knabbelend op speculaas. Neil, zijn overbuur en beste vriend, had het niet zo met al die geschiedenislessen. Sunny trachtte daarom Neil enthousiast te maken voor treinen. Treinen stoppen nooit, al worden ze gegeseld, ze blijven àltijd rondjes rijden. En zo zaten ze dikwijls samen, gehurkt in dat kamertje in een kasteel, gebiologeerd naar rijdende speelgoedtreintjes te kijken. Er viel geen woord. Weg zijn wij. Pianomelodieën namen de plaats in van verhaaltjes voor het slapen gaan. Teneinde zijn carrière als lezer van geschiedenisboeken te volmaken vroeg Sunny me naar een bril. De kleine letters - zo belangrijk – werden onleesbaar. Daar had ik natuurlijk niet van terug. Mijn enige brilervaring heb ik ooit opgedaan in een marginale Stock Americain waar je die dingen haast gratis krijgt. Het is er aan te zien. Of, net niet. Gelukkig kon ik in deze rekenen op Fie wiens benen tot aan de grond reiken. Zij nam als geen ander Sunny op sleeptouw én de snelste weg naar professionele hulpverlening betreffende brillen. Piano valt terug in, zwierige deuntjes vullen de kamer. Vanaf dan waren de kleine letters zichtbaar en kon hij zich weer verstoppen achter oude bladzijden. Als vervanglectuur stopte ik af en toe een vintage ‘Suske en Wiske’ in zijn handen, want hedendaagse stripverhalen horen eigenlijk op het barbecuevuur. ‘Dit verhaaltje is geschreven in Oude Mensen Taal’, merkte hij op. De kleine Sunny confronteerde me met mijn eindigheid en viel nadien in slaap met ‘de Schat van Beersel’ in zijn armen en een knuffel van Fie als kers op de geschiedenisboeken. Voorzichtig nam ze zijn bril weg, plooide deze toe, en legde deze op het deel ‘de 100-jarige Oorlog’. Sunny was bijna elf.   En toen stopte de piano. Plots, onaangekondigd. De stemming sloeg volledig om en Sunny hulde zich in sombere gedachten. Ondertussen kende ik het merk van Jeanne’s gsm; Fie is expert inzake die dingen, maar zelfs daarmee kon ik zijn nieuwsgierigheid niet prikkelen. Ik ging te rade bij de geesten in mijn hoofd, maar daar: niemand thuis, zoals altijd. Dan maar de muren oplopen. Met kleine teugen begon Sunny kristalklare wijn te schenken omtrent zijn somberheid. En dan zette hij alle kanonnen bij. Hij tekende strategieën uit en ging in overleg met  generaals om zijn Orléans te bevrijden. Hij trachtte het zwaard uit de rots te wringen, hij schopte, sleurde, krijste gans de buurt bij elkaar ... het bleef onwrikbaar zitten. Er gebeurde niets, de generaals gingen tafelen en Sunny verdween in de plooien van hun oeverloze gesprekken. Zijn tiendelige reeks ‘Wereldgeschiedenis’ ligt onaangeroerd op zijn kamer, het treintje staat stil op de sporen. De horror van Jeanne d’Arc heb ik hem nooit verteld; de Inquisitie, het eindeloos proces waaraan een jonge boerendeerne  ten onder ging, vernederd door Bourgondische soldaten, Karel VII die haar dumpte als een vuile  zakdoek, de brandstapel waarop ze eindigde, haar hart dat men in de Seine kieperde ... Sunny was pas elf en onderging zijn persoonlijke gruwel. Een paar dagen geleden heb ik ‘Excalibur’ uit de rots getrokken ...   River 01.05.2018

River
0 0

onderweg

Dag Leona,   Het voelde als thuis komen, al wist ik niet eens dat ik iets miste. Ik was negen jaar toen ik voor de eerste keer naar Indonesië ging. Het land waar mijn beide ouders vandaan komen. Tuurlijk wist ik al veel over het land. Verhalen over rijstvelden, schreeuwerige pauwen en krakkemikkige auto’s. De geuren bij ons thuis verraden direct oosterse sferen. Ook het Bahasa Indonesia, de Indonesische taal was me niet geheel vreemd. En toch. De allereerste stap op Indonesisch grondgebied staat me haarscherp voor ogen. Broeierig warm en intens voor alle zintuigen. Prikkelende geuren zoals chili’s en knoflook vermengd met een benzinegeur. Dat soort onverwachte combinaties. Veel kleuren en beweging overal. Een overweldigende ervaring die ergens vertrouwd aanvoelde. Ik leerde mijn ouders ‘opnieuw’ kennen. Niet dat ze zich helemaal anders gedroegen, toch bewogen ze zich op een meer vanzelfsprekende manier in de ruimte. De contacten met de mensen liepen vloeiender. Ik besefte met enige verwondering dat een andere deur bij mijn ouders was geopend. Vanaf het begin vonden mijn zus en ik heel vanzelf onze neven en nichten zelfs zonder gemeenschappelijke taal.  We begraafden de eerste avond samen een cicak. Dat is een soort hagedis die bij het vallen van de avond overal in huis verschijnt. Het hele afscheidsritueel met kaarsen en wat onbestemd gezang, smeedde een soort onwrikbare band tussen ons. Het werden tien intensieve, ongelooflijke dagen (en nachten). De tijd vloog voorbij en stond tergelijkertijd stil. Zoals bij elke bijzondere en intense ontmoeting, reiken woorden vaak niet aan het gevoel. Ook niet de honderden foto’s die we tijdens ons verblijf namen.  Of de dagboekflarden die ik lustig neerpende. Het voelde als een transformatie, een onomkeerbaar proces dat veel van mezelf in beweging zette. Ik leerde leven met nieuwe gevoelens: een soort gemis en onrust samen met een diepe verbondenheid. Soms balanceren deze gevoelens in evenwicht, soms schuren ze op een pijnlijke manier. Ik ben heel graag onderweg. Het geeft me rust. Onderweg zijn met een onbestemd verlangen naar dat ene magische moment : buiten stappen en de deur naar mijn andere thuis openzwaaien.     Groeten   Winny  

Yuko
0 0

Detectivespel

Hallo Winny (Laat ik deze keer niet de puntjes op de i zetten zoals de vorige keer met Winnie),   Creatief Schrijven stuurt ons op ontdekkingsreis, dus ik trek mijn detective-cape aan en haal mijn vergrootglas boven om mee te spelen. Journalist Paul Jambers zal mij vast als fan beschouwen als ik “Wie is ze? Wat doet ze? Wat drijft haar?” meeneem als mantra tijdens mijn onderzoek   3 maal is scheepsrecht. Je lijkt van verstoppertje spelen te houden, aangezien ik jouw epistels niet vlug te zien krijg. Misschien gaat er telkens een wereldreis aan vooraf. Je sprak over een leven waarin 3 continenten een rol spelen. Canada, België en misschien, op basis van je familienaam, iets oosters? Dit maakt je vast een buitenkijker die van universele inspiratie houdt. Lijk ik nu met mijn hersenkronkels een buitenaards wezen? Je 3-luik over vluchteling Ahmed was geschreven met een bovenaards menselijk gevoel dat alle grenzen probleemloos overschrijdt. Je blijkt mama te zijn van 3 kinderen, dus zo komen we 1-2-3 nog tot een heilige 3-vuldigheid.   3 X 3 maakt 9, dus ge9heid. Met je sympathie voor Blauwbaard maakte je een analyse van zijn karakter, waarbij zelfs Freud groen en geel zou uitslaan van jaloezie. Loop ik een blauwtje als ik denk dat jij professioneel een soort psychologisch hulpverlener bent; wie weet kandidaat voor de nobelprijs van de wereldvrede? Of duik je liever onder als zeeMEERmin in de anonimiteit en nog “meer” in dat meer van je foto, om het beste uit jezelf te halen?   Vanz11sprekend geen 13 in een dozijn. Qua uiterlijk lijk je mij een sportieve Jane die ik zo door de lianen zie slingeren bij die boomhutten die je voor Tarzan hebt gebouwd.   Ver-tel mee-r. Tel ik nog mee als ik jou 42 jaar laat tellen? “Een droom op 6-jarige leeftijd” en “36 jaar later” waren de sleutels om tot deze slotsom te komen. Zelfs als kind zette je reddingsacties op touw voor vervelende juffen, dus ook hier verdien je een medaille voor heldendaden.   Krijg ik 10/10? Je hebt zelf aangegeven dat je van vaagheid houdt om de verbeelding vrij spel te geven. Ik ben benieuwd hoe ik dit spel gespeeld heb. Kan ik Sherlock Holmes concurrentie aandoen of concentreer ik mij beter op het schrijven van detectiveromans om mijn verbeelding de vrije loop te laten? Wordt Creatief Schrijven op 2 juni onze missing link zodat we geen Miss Mysterie meer zijn? Draag jij iets rood, zodat ik je als die “red tree” van Shawn Tan” kan spotten in die donkere trappenhallen van zo’n cultureel gebouw in Gent en we kunnen groeien naar wat meer openbloeien? Of heb je onverw8 een geel aura zoals die gele ziel waarover ik eerder schreef? Ik zal dit avontuur rooskleurig bekijken. Met al die kleuren zal ik een regenboog vormen, zodat we aan het einde een schat vinden: een kennismaking van onschatbare waarde om feest te 4en? Kan dat tellen?   Leona alias speelvogel die wil spellen en nu ook mee-tellen.

Leona
0 0