Lezen

vanuit de zetel ..

Beste Wim,   We zien mekaar soms in een zaal. Jij staat dan op een podium, ik zit in een -meestal makkelijke- zetel, samen met heel wat andere mensen. Zijn dat jouw fans Wim? Ik ga mezelf niet rekenen onder de fans. Voor mij voelt dat aan alsof ik voor altijd aan iets verknocht ben en nooit iets mis. Dat geeft een druk. En ik vermijd dat graag. Soms lukt me dat niet en moet de druk van de ketel. Een voorstelling van jou is daar de ideale manier voor. Die paar uur op dat podium, dan heb je mijn volledige aandacht. Welke kronkels jouw gedachten ook nemen, ik laat mij meevoeren. Jouw absurditeit is grenzeloos, jouw gedurfde humor is top, en ik hou ervan. Meer nog, ik heb dat nodig om sommige dagen door te komen. Jouw losgeslagen en ontspoorde gedachtengang leidt tot iets waanzinnig sterks. Dat stelt mij dan weer gerust over wat er in mij allemaal opborrelt.   En in de donkerste maanden van het jaar, de zogeheten wintertijd, zien we mekaar bijna dagelijks (juister om te zeggen is dat ik jou bijna dagelijks zie) Met Winteruur (niet de menselijke ingreep in het verzetten van de klok, wel het 10 minuutjes durend programma op canvas) voedt je mijn avonden met humor, wijsheid en inspiratie. Een zetel, een golden retriever, een gast met een tekst en jij, zo eenvoudig kan iets zijn. Ik zit niet zo eenvoudig in elkaar, ik denk jij ook niet. Wat uit dat brein van jou komt, beaamt dat alleen maar.   Wim Helsen, er wordt naar u geluisterd, ik ben er één van.    Katrijn  

Trijn
0 0

4

Ledeberg, 14 mei 2018 Liefste Erik,  Het zal deze maand 46 jaar geleden zijn dat ik je heb ontmoet. Niet dat ik daar nog tastbare herinneringen aan heb, ik was 4. Wat ik wel nog weet, is de datum die daarmee samenhangt. Of beter gezegd, de data: 18-22 mei.  We zouden een standaardgezinnetje van 4 geweest zijn. Vader, moeder, dochter, zoon. Met koningswensen waren onze ouders niet bezig, vermoed ik, maar je was zeker wel de kers op de taart. Een eerste kleinzoon ook, langs beide kanten, vreugde alom.  Wie had toen kunnen vermoeden dat je het dieptepunt van het huwelijk van onze ouders zou worden, Erik? In 2015 vierden ze hun 50-jarig jubileum, als hun eerstgeborene was het aan mij om te speechen. Een mooie zaal vol familie en vrienden, rijkelijke spijzen en veel wijn, feestvreugde alom. Ik wist dat ik de domper zou zijn. Maar je niet vernoemen zou je onrecht aandoen, en ook je dappere ouders en een huwelijk dat die pijn kon dragen. 4 dagen zijn 4 dagen, je kan ze niet zomaar wegvegen. Wellicht zijn het de meest intense dagen geweest uit hun meer dan 50 jaar samenleven. Ik heb het alleen maar van horen zeggen.  Hoe je plots blauw begon uit te slaan. Hoe je overgebracht werd naar een ander ziekenhuis. Hoe er allemaal machines aan je kleine lijfje gekoppeld werden. Hoe men ontdekte dat je maar een half hartje had. Hoe je enkel als een plantje zou kunnen verder leven. Hoe er toen, in die tijden, geen medische oplossingen waren. Hou onze ouders uiteindelijk beslisten om de machines stil te leggen.  De kring die je gekend heeft, wordt steeds kleiner, Erik. Je grootouders zijn dood en veel tantes en nonkels heb je niet. En ik herinner me je eigenlijk niet. Op die 4 dagen heb jij mijn leven nochtans zeker bepaald. Ik was enig kind en bleef dat nog 2 jaar extra. Daardoor werd ik supervertroeteld en dat heeft zeker een verwend nest van me gemaakt. Ik ben in mijn latere leven mezelf vaak tegengekomen.   Er kwam een andere broer en zelfs nog een zus als nakomertje. Dat zal de pijn wel verzacht hebben maar je wordt nog steeds gemist, Erik. Ik ben intussen ook moeder. Onze ouders hebben inmiddels 4 kleinzonen en 4 kleindochters. Hoe anders zou het geweest zijn als je hart was blijven kloppen? Zonder jou zijn er kinderen geboren die er anders wellicht niet zouden gekomen zijn.  Je dood golft nog steeds na in volgende generaties. Onbewust heb ik het verdriet zeker aangevoeld. Maakt dat me extra kwetsbaar voor ouders die hetzelfde meemaken? Wil ik daarom hier de namen noemen van de kinderen die veel te vroeg bij hun familie werden weggerukt ?  Rian, het peuterzoontje van vrienden, dat verdronk.  Wannes, het babyzoontje van een collega, dat een maand na zijn geboorte bezweek aan een hersentumor.   En Matthias, net 13 geworden, die de laatste weken zo vaak door mijn hoofd speelt. Een verhaal van heel slecht nieuws krijgen, een dappere strijd, toch weer hoop, en nu elke dag opnieuw de strijd een beetje verliezen.  Gisteren kon ik deze brief niet afschrijven, het lukte me om een of andere reden niet. Vandaag kwam het einde wel. Ik schrijf hier het ongeloof van me af dat je gestorven bent, gisteren, op Moederdag. Zo veel wreedheid ineen, ik kan het niet vatten. Op het werk moest ik dit even delen met mijn collega’s, bijna allemaal ook moeders. Ook al kenden ze je niet, jouw verhaal trof hen diep, ze werden er heel stil van. Allemaal zullen ze vandaag hun kinderen extra knuffelen. Niemand durfde echt stilstaan bij wat je ouders nu moeten doormaken. Rust zacht, jongen. 

Ambrozijn
0 0

Wij, de meisjes

ONGETEMD   Naamloos neergegooid, als een niemandsjurk oneindig wit, bedekt met rode rozen   Een gouden ketting en één titel: meisje De prangende letters losgewrikt, gewikt en   gewogen, de ijzeren hand, de stalen tong Ze zong: ladylike is alles wat we vragen   In ruil een hoekje van de damesruimte waarin je groeien mag, het rag omheen dit lichaam    De sluipstem, ze zei: ik hou erg van je ik hou van jou zolang ik je mag kleden   Mooi, die pastijd is al eeuwenlang verleden tijd en rafels liggen roemloos op een hoop   Dit leven wou al zo lang blootsvoets door de wilde koude regen Niemand   nee niemand houdt ons nu nog tegen     DIER   De palm rond het hart kust ons haperen-   de lucht wordt viervoetig Ze klauwt   het wijde oog van de avond waarin een man, hij zegt   schuif even op, dan maak ik uw vuren los We schragen ons   ontmantelen de nacht, breed als vloeiwater dat langs de muren valt   We wieken samen   Het is een flank aan flank steeds verder  zeilen door een mist van warm   Spinnend lossen we op- laaiend in een meer   vanbinnen       KOESTERBLAUW     Aan de boezem troost- verhalen voorbij het slapen-   gaan we schikken, plekken om te nestelen, twee bij twee   als een verborgen kroost Langzaam ontkleden we de nacht   beneden een wereld waarin geen sprookjes   maar warmer ingestopt   een bloter spreken         WIJ,  DE MEISJES    (bij „Moesseion”, Alexandra Cool)   Vannacht leggen wij een maanbed aan van zacht en steen en stalen tijd, een voetlicht   dat ons kleedt met rechte ruggen Wij gooien sterren in de strijd, het hekst   de dans die nu nog kiemen moet herkneedt de adem uit een ver verleden   Stout trekken wij een lente aan een woud van aardse geuren   wat onze stille wortels groeien doet  is uit een wilder hout gesneden   Neen, wij zijn niet doordeweeks wij, de meisjes   bereiden hier een waadgrond voor Wij beitelen ons   als schalkse feeks         BLADSTEEN   Als de dag breekt plukken we ons van de bomen licht wordt een habijt   Hier sluipen we zachter, stiller onze gouden huiden uit   Wij bruisend brons wij kruisen     wij kerven ons als nerven in een oeroud   buigen over de blanke ribben in uw stem Hoor ons tierelieren   naar uw maan van glas We brevieren er op los, samen leggen we de diepte aan   een wad dat brandt als bloed orgelend onder de eerste zon Roder vloeien we door de lucht   hangen lof en zingen aan de takken van een wilg sterk en buigzaam    als bladsteen     ALS GEGOTEN   Spelend ruisen wij de ramen door verbaasd om zoveel klanken   Zomerzang die ritselt in een zijden avondbries Het houdt de adem gaande   Het lome donker stemt zich af op tast- baar lommeren luidop   sprookjes We geloven ze zo graag   Hoor ons bladeren in elkaar op zoek naar een tekst   die ons past     SPACE   Zo zijn we bezig door te breken in de spiegel van ons luchtkasteel   dwarrelen schaduwbedden stofjes in een manestraal   Rond de wensput codes, we kraken de waarden in ons vel, we kopen   de letters voor een blijfschat Alle muren wijken voor de open zinnen   Een steen schrijft zijn ligging neer Waar wij verwijlen wordt het wijde wijd   en open     VEDERLICHT   Wanneer de aarde stijgt boven de laatste zon kantelt een heuveling, ze splitst zich in de hoogte Het is een open veld waarin wij ons ontgraven   Het trekt een spoor van vuur en strekt zich uit- dagend licht en vlammend duister. Luister hoe wij gensteren, hemelhoog de nachten in   Arm in arm ons wentelen we kunnen het niet laten, branden- de bron te zijn waarin de bedelman verdwijnt   flakkerend is ons vederlicht   HUID VAN GLAS   zo ziet men ons altijd spreekklaar   Maar daarin zijn wij breekbaar licht gezwachteld als een kijkkristal   scherp en transparant We zijn een onversneden spiegelen   een schervend tasten een gloeipit in een amper donker   Voorzichtig houden we de lamp     LANG ZULLEN WE LEVEN    Over water gelopen, bergen beklommen om het groen te meten   aan de andere kant van een luidruchtige lente glanzend en fris   in ademlijsten gekropen ze houden ons samen   op een levende plek waarin lijnen   uitgezet in de groei van een hand die altijd jong zou, en toch   rimpelen de spiegels ja, het kijken houdt ons arm   maar bij elkaar trekken we het rillen uit, strekken    de warmte tot ver onder de kin, her- inneren ons ooit, die bergen tijd   naakter glijden we eromheen vinden loopwater waarop wij, twee tellen   nog steeds verwonderd om zijn sprankels       SKYHIGH   Tussen romp en tenen ligt een schaduwflank resterend grondgebied, diep en wijd, we meten het   en vragen ons verwonderd af hoe ver we reiken wij iele lichten, ontstaan uit zingen, zie   hoe onze vleugels uit hun hoeken wieken onze stemmen plooien tot plezier   Kijk, wij zijn vliegers, gevouwen zweefkunst lichter dan papier

ilse van eepoel
22 0

Bienvenue à Kinshasa, Congo

Tussen de vergaderingen door tolt het in mijn hoofd. “Dit is allemaal zo verziekt.” Ik ben vandaag een ministerie gaan bezoeken… 8 à 10 personen samengepropt in vervuilde, stoffige en oververhitte ruimtes. Geen computers, geen archiefkasten, zelfs geen werk lijkt het. Rondhangen in de bureaus, lachsalvo’s, … er heerst geen sfeer van arbeid of drukte. Iedereen loopt maar wat rond zonder veel te doen lijkt wel. En die stank. Urine en oud eten. Overal in de gangen. Licht is er in vele ruimtes niet. De trappen van het monumentale gebouw worden bevolkt met verkopers. Iedereen loopt in en uit met handelswaren. De traphal binnen lijkt meer op een markt dan op iets dat je van de ene verdieping naar de andere brengt. Het Lingala begrijp ik niet, maar de gesticulaties zijn druk, soms klinkt het verontwaardigd. Er wordt snel overgeschakeld op Frans en op vriendelijkheid als ik onder begeleiding van een Belgische diplomaat voorbijloop. Bonjour Monsieur Laurent, bonjour Maman. “Maman?” Een zweem van verontwaardiging balt zich in mijn maag. Ik rationaliseer het weg. Op deze wereldbol ben ik dan toch Maman voor iemand. Is dat een troost? We rijden onderweg langs vele overheidsgebouwen… ze zien er triest en grotesk uit. En mager. De stalen constructies priemen als een ribbenkast door de betonnen huid van de gebouwen alsof de honger te lang geduurd heeft. De wegen zijn pokdalig, stoffig en het verkeer is chaotisch. Krakkemikkige autootjes met missende deuren, ramen, bijeengebonden met touwen en elastiekjes vroemen chaotisch door elkaar en toeteren onophoudelijk. Les pousseurs prijzen hun waren aan. Vrouwen met manden op het hoofd slenteren heupwiegend door de straten. Ontwikkeling is lelijk. Het samensmelten van het moderne met het traditionele lijkt een verkrompen grimas. Het is niet authentiek, het is niet nieuw, je zit ergens in het midden vast en je geraakt er niet uit weg. De buurten waar de betere restaurants zich bevinden vallen op door de lange rijen landcruisers die de hele straat bezetten. Elke jeep verklapt zijn missie: Corps Diplomatique, ONU, Christian aid, World Health Organization, Memisa, .. en natuurlijk ook de militairen van de Verenigde Naties. Blanke ontwikkelingswerkers en diplomaten steken onhandig de overdrukke verkeerswegen over, zich doof en blind voordoend voor de straatkinderen die hen hoopvol vastklampen. Ze zijn op weg naar een zoveelste ‘meeting’ waar de toekomst van het land onder de loep wordt genomen, waar ‘the big picture’ gedisecteerd wordt, de grote hervormingen die nodig zijn, het aanpakken van de oorlog, de kapitaalsinjectie die de staat behoeft, het economisch beleid dat bijgeschroefd moet worden. Dat bedelend kind “Un franc Maman?” mag ons niet uit onze concentratie halen. Aalmoezen zetten geen zoden aan de dijk. Snel doorlopen, doof en blind. Je negeert het kind, want je denkt aan het land. Juist! Toch?

Namol
0 0

Het mijmermonster in overdrive

Thuisblijven staat niet in mijn lange lijst van hobby’s. Enkele uren Oostwaarts van thuisfront anker ik met mijn vertrouwde busje. Volledig in mijmermodus. Zoals dat vooral kan wanneer je je uit je vertrouwde omgeving waagt. Of wanneer je ‘gewoon’ tijd hebt. De combinatie hiervan maakt dat mijn mijmermonster met vrije teugel kan grazen, springen en dansen, niet zelden in overdrive. Heerlijk is dit! En dat beseft deze geluksvogel maar al te goed.    Anders dan toen ik lang, lang geleden in de renbaan van negen tot vijf liep, speelt mijn leven zich niet meer af in blokjes ‘werkdagen’ en ‘weekends’. Standaard veel te weinig onderbroken door het veel te korte blokje ‘vakantie’. Deze blokken zijn consequent ingeruild door periodes van ‘reizen’, ‘onderweg zijn’, wanneer nodig onderbroken door korte blokjes ‘thuiskomen’. Wat maakt dat mijn leven voelt als een aaneenschakeling van kleine verhaaltjes. Short stories als het ware.   Het huidige kortverhaal zich af ter hoogte van 52° 31.8' N 13° 25.2' O, beter bekend als Berlijn. Waar het hoofdpersonage uren kan verdwalen in de Allee’s tussen immense platanen en statige gebouwen die de grootsheid van deze miljoenenstad alle eer aandoen. Tussen stoere coffeebars en oase achtige parken, tussen hipsters en junkies. Zoals steeds bijgestaan door partner in crime Mila, die kwispelend geniet van de verscheidenheid aan geuren en honden. Minstens even blij, loopt het baasje er bijna kwispelend naast. Met de haviksneus speurend naar LT35’s, Transporters en 508’s en de glimlach nét onder controle. Yep, Berlijn is het Walhalla voor iedereen wiens hart sneller gaat slaan van busjes. En voor fashion-, food-, party-, design-, tattoo- en andere freaks ook natuurlijk.   In deze setting voel ik me meteen een ware Pipi Langkous met een snuifje Alice in Wonderland. Blij als een klein kind sta ik elke paar straten oog in oog met wéér een te stoere bus. Het kost me minimale moeite me in te beelden er in te wonen. Meteen zie ik me er Oost- West- Zuid- Noord-Europa mee doorkruisen. Mijn hart zingt, mijn ziel danst. Ik voel me zo gelukkig als een voetfetisjist die in het zwembad onder de kleedhokjes doorkijkt, bij het zien van zoveel naakte voeten. Me like. De busjes. Niet de voeten(fetisjist).   Mijn mijmerpaard staat scherp. Scherp als het lemmet van mijn trouwe Opinelvriend in mijn handtas. Zoals altijd benieuwd naar de verschillen met Tzie Germans, vraag ik er op los. Statiegeld in plaats van vuilzakken? Cool. Honden niet verplicht aan de leiband. Wunderbar! Wildkamperen getolereerd? Ganz toll!   Mijn traditioneelonproductieve geest gaat zich te buiten aan de rijkdom van creativiteit en de oneindigheid van mogelijkheden die mijn oogjes waarnemen in Berlijn. De kracht van het potentieel. Mijn brein -dat ook wel een ideeënshop voor toekomstige ondernemers zou kunnen zijn- snoept van de overal aanwezige creativiteit.   Wat maakt dat ook hier, mijn hersenactiviteit relatief hoog te noemen valt. Een rustvakantie voor mijn actieve brein is dan ook niet aan de orde, waar ik stiekem blij om ben. Ik voel me namelijk als een roodvleugelvis in het water wanneer ik wandel door het rijk der zinnen, met mijn hoofd zwemmend in toekomstvisioenen. Want zo noem ik het af en toe wel eens, die ideeënstroom...   Maar, hoe heerlijk rondslenteren in de stad ook is dankzij al deze mijmeruitnodigingen, het voelt als een aperitiefhapje. Lekker, dat zeker, maar doet vooral dienst als smaakmaker en voorbereiding om meer van Duitsland te ontdekken. Yep, de natuur!   En hiervoor heb ik mijn andere Partner in Crime: Hannes. We laten de stad en zijn fashion-, food-, party-, design-, tattoocultuur voor wat ze zijn en verliezen onszelf in de natuurcultuur. Kwestie van mijn cultuurbarbarisme -waar ik af en toe van beschuldigd wordt- zo laag mogelijk te houden, stort ik me zonder al te veel tegengespartel in de FKK; Voor de (andere) cultuurbarbaren onder ons: FreiKörperKultur. Een stroming in Duitsland die is ontstaan aan het begin van de 20e eeuw. Het kan gezien worden als het begin van het moderne naturisme, zeg maar. Samen wat natuurcultuur opdoen met deze (voor mij) exotische paradijsvogel, er zijn slechtere manieren om je kostbare nooit meer terugkerende jeugdige tijd mee te verdoen.   Ook hier is het moeilijk om niét te dromen van treehouses, zelfvoorzienend wonen en eindeloze dagen aan het meer en in het bos. Al dan niet in Adam en Eva kostuum. Niet zelden herinner ik mezelf er aan  slechts een half uur verwijderd te zijn van daar waar de wereld gewoon doordraait. En wel aan het tempo dat de meesten van ons zo gewend zijn.  Waarom voelt dit bostempo dan zo natuurlijk? Zelfs na 111 keer al dan niet luidop afvragen, komt er geen antwoord dat toereikend is voor mijn –op dit vlak- kritische geest.   In afwachting van een antwoord dat wél toereikend is, beslis ik om gewoon lekker te blijven dromen. Omdat het kan.   Maar wat met al deze dromen? De dromers onder ons weten echter dat de bijhorende valkuil te zoeken valt in het niet tot in actie brengen van (één van) deze dromen en idee-aanbiedingen. Je hoeft geen SWOT analyse te maken om te beseffen dat je niet alles kan hebben, right? Misschien ontmoet je wel net daarom een exotische paradijsvogel die stevig met zijn voeten op de grond staat. Yin Yang. Zodat dromers kunnen blijven verder mijmeren. Het zou maar zonde zijn om een racepaard op stal te houden, toch?    

angelique
0 0

Het moment

Het toeval bracht ons op een vrijdagmorgen in Averbode. Of all places, zeggen ze dan. Maar wat is het er mooi. En rustig. Toch zeker op een vrijdagmorgen. Op zondag struikel je er over de ijslekkende zondagstoeristen, maar die dag viel het best mee. We waren er zelfs zo vroeg, dat de eerste ijsventers nog moesten arriveren. Dat de dreef in het bos tegenover de abdij in de volksmond de ‘lekdreef’ heet, laat weinig aan de verbeelding over. Ik weet trouwens niet of de paters er zo gelukkig mee zijn, met die ‘lekdreef’. Maar dat terzijde. Na onze wandeling in het heuvelrijke landschap, op de grens van de Kempen en Vlaams-Brabant, was het tijd voor een slok gerstenat en een stukje kaas in “Het Moment”, de taverne van de abdij. Geen slechte naam als je het mij vraagt. Vooral omdat het leven vol belangrijke momenten zit. En omdat je sommige momenten in het leven niet te kiezen hebt.   Zo bleken de kelners van “Het Moment” enkele jongens te zijn die als vluchteling hier waren verzeild. Uit diverse landen, van Syrië tot Afghanistan. Zo stond het ook in het boekje dat op tafel lag. De paters of de bewindslui van de abdij schreven dat ze nieuwe mensen nieuwe kansen willen geven. Geef toe, mooier kan je het niet zeggen. De jongeman die de bestelling opnam sprak al een aardig mondje Nederlands. Zijn collega die ons de abdijproevertjes bracht, had het nog moeilijk. Ook met die vermaledijde Nederlandse taal. De schotel met bier en kaas kwam bibberend op onze tafel terecht. Alsof hij aarzelde of zijn plaats wel hier zou zijn. Ik dacht eraan om het meteen te bevestigen. Maar ‘het moment’ ontbrak. Onderweg naar huis dacht ik nog: toch knap, dat sommige mensen niet aarzelen, om het te bevestigen.  

Rudi Lavreysen
26 0

De Dageraad

De oever van de rivier is haar even dierbaar bij dauw en dageraad als in de furie van onweer. Het rimpelloze water van de rivier weerspiegelt de eerste stralen zonlicht die verschijnen achter de bomen. Dit is al sinds haar kindertijd haar favoriete plek. Ze houdt van het licht, in welke vorm dan ook. Ze komt hier telkens wanneer ze snakt naar stilte.   Ze vindt zichzelf terug op deze plek, ontmoet er steeds opnieuw het meisje dat ze vroeger was. Het meisje dat verliefd werd op de verkeerde jongen, dat hem toeliet om haar te breken. Keer op keer komt ze terug naar hier, waar de wind haar tranen droogt en de zon haar kneuzingen verzacht.   Vandaag is het licht anders dan anders. Onwerelds – fragiel en tegelijkertijd onverwoestbaar. Het brandt zich een weg door haar bonzende hoofd. Toch kan ze haar ogen niet afwenden.   Haar ene oog is zodanig opgezwollen dat ze er niets door kan zien. Als een bloem die de zon volgt, wendt Marie haar gezicht naar de opkomende zon, hopend dat die kou kan verjagen die zich in haar botten genesteld heeft – de angst voor hem.   De geur van bedauwd gras stijgt op van onder haar voeten en brengt een glimlach op haar gebarsten lippen. Het ruikt schoon en fris, niet zoals de alcohol op Seppes adem.   Ze sluit haar goede oog, maar kan de herinneringen aan hem niet verjagen. Zijn vertrokken gezicht terwijl hij tegen haar schreeuwt. Leer jij nou nooit bij? De tranen die opwellen in zijn ogen terwijl hij aan haar voeten knielt en haar hand kust. Zijn zachte gefluister. Het spijt me zo, liefje. Het spijt me zo erg. Zijn bruine ogen die in de hare kijken, terwijl hij zachtjes haar gezicht in zijn handen neemt en haar kapotte lippen kust.   Maar dit is noch de tijd, noch de plaats voor die herinneringen. De zon brandt de kilte uit haar pijnlijke lichaam. Ze glimlacht en de snee in haar lip begint opnieuw te bloeden. Het prikt, maar de pijn doet er niet toe.   Ze wandelt langs de rivier, in de richting van de opkomende zon en de kleuren van de dageraad die de hemel in vuur en vlam zetten.   Haar voet glijdt weg in het natte gras en ze valt. Scherpe pijn boort zich in haar schedel en het bonzen in haar hoofd neemt toe. Ze is echter een meester in het negeren van haar kwetsuren. Zonder aandacht te besteden aan de duizeligheid die zich van haar meester maakt, staat ze op en loopt verder. Met elke stap door de kristalheldere ochtend, verdwijnt de pijn langzaamaan in het niets.   Een glimlach trekt aan haar lippen bij de gedachte aan oudere herinneringen. Herinneringen aan een andere Seppe. Een attente, romantische man met ogen die haar konden doen smelten – die haar knieën konden doen knikken met niets meer dan de voorbode van een kus.   Ze werd de zijne in dat ene, magische moment waarin de nabijheid van zijn lippen brandde op de hare, intiemer dan eender welke aanraking.   Ze was de zijne in de jaren die volgden. Jaren van vuistslagen, gevolgd door tranen van spijt. Zijn beloftes werden steeds opnieuw gevolgd door meer vuistslagen.   De wereld draait om zijn as wanneer ze een tweede maal struikelt en valt. Alles wordt zwart.   Ze opent haar ogen weer en de pijn is verdwenen. Wanneer ze nogmaals opstaat is het met meer gratie dan ze ooit heeft bezeten. Ze kijkt niet om naar het gebroken lichaam dat ze achterlaat. Een gekneusd gezicht staart in het niets, een glimlach op de gebarsten lippen.   Na jaren van pijn is ze niet langer de zijne. Ze laat hem achter en loopt naar het zonlicht toe.   Ze wordt lichter en lichter, alsof het licht haar optilt.   Niet bij machte om aan de roep te weerstaan, rent ze voorwaarts, de dageraad in.

Jasmine Arch
0 0

How to love yourself and why it is so important

Van jezelf houden is zelden een ongecompliceerd proces. We bezitten vaak een onuitputtelijke bron van liefde voor alle mensen die we graag zien, maar dit resulteert vaak dat we onszelf, de enige permanente persoon in ons leven, vergeten. Er zijn dan ook talloze redenen waarom dit zo vaak voorvalt. Meestal zijn mensen bang dat ze narcistisch of egocentrisch zijn wanneer ze positief over zichzelf spreken. Toch is eigenliefde iets volledig anders dan zelfzuchtigheid. We beseffen vaak niet dat we enkel baat hebben bij het liefhebben van onszelf. Wanneer we van onszelf willen leren houden, zullen we dan ook meteen leren om onszelf te accepterenvoor de persoon die we zijn, wat een zeer lastige zaak kan zijn in de maatschappij waar we vandaag in leven. We kunnen deze acceptatie dan ook enkel bekomen door zowel de positieve als de negatieve aspecten te omarmen. Wanneer we ons niet langer schamen voor hoe we eruitzien, zal er ook ogenblikkelijk zelfvertrouwenbij aan te pas komen. Ook zal ons een gevoel van rustbekomen, omdat we geen reden meer hebben om ons druk te maken over wie we zijn. Door al deze nieuwe, positieve gevoelens, zal eigenliefde onverbiddelijk het evenwicht van onze fysieke, psychologische en emotionele staat stabiliseren. Wanneer we van onszelf houden zal de wereld rondom ons ook veranderen. We zullen de dingen, de mensen evenals ons dagelijks leven vanuit een ander en beter perspectief meemaken. Ook als we moeilijkere opgaves voorgelegd krijgen zullen deze minder onmogelijk lijken. Doordat we meer zelfvertrouwen hebben, zullen we onszelf automatisch stimuleren om door te gaan, datgene af te werken en vooral om niet op te geven. Als we in onszelf geloven, zullen we dus meer vooruitgang boeken in het levenen ook niet bang zijnom een uitdaging aan te gaan. Andere mensen zullen ons zien evolueren en meer doelen zien bereiken. Zij zullen ongetwijfeld geïnspireerdzijn door de positieve blik op onszelf en op de wereld. Er zullen altijd mensen zijn die ons bekritiseren en ons met veel plezier een gevoel van onwaardigheid schenken. Ideeën van onhaalbare schoonheid zullen door ons hoofd blijven spoken en we zullen hier en daar een kant van onszelf tegenkomen waar we ons liever niet mee associëren. Er zullen momenten van mislukking zijn en sommige doelen zullen we misschien niet kunnen bereiken. Maar dat is oké. En eens we dat besloten hebben, zal het leven er lang niet meer zo kleurloos uitzien.

Aurélie
0 0

Poppemiekes in de literatuur

Onlangs zei een grijzende man van middelbare leeftijd me dat je tegenwoordig een vlotte, jonge vrouw moet zijn om uitgegeven te worden als schrijver. Vroeger ging het tenminste om de kwaliteit, vandaag gaat het om wat hip is, wat verkoopt. De poppemiekes, die maken het vandaag. Ik maakte dus veel kans, zei hij. Ik hoorde het cynisme in zijn stem. De haartjes op mijn armen kwamen ogenblikkelijk overeind.Beste meneer, je moet helemaal geen jonge vrouw zijn om uitgegeven te kunnen worden. Er komt gewoon eindelijk een beetje meer evenwicht en diversiteit in de literatuur, die al eeuwenlang wordt gedomineerd door oude grijze mannen als u. Geef toe, met een paar uitzonderingen als Virginia Woolf, is literatuur altijd een overwegend mannelijke discipline geweest. Mannen werden serieus genomen, vrouwen zouden beter een beetje gaan koken. Laat het echte denk- en schrijfwerk maar over aan de specialisten. Zo denkt u toch ook, nietwaar? Daar komt nu eindelijk verandering in. Worden er dan minder mannen uitgegeven, vandaag? Neen. Beslist niet. Er worden alleen óók vrouwen uitgegeven. Ik bejubel de Saskia de Costers (jong, vrouw én lesbisch) en de Heleen de Bruynes van onze wereld. Ik ben blij dat jong geweld als Lize Spit en Zita Theunynck het literatuurlandschap openbreken en toegankelijker maken. En er komt stilaan eindelijk ook literatuur van schrijvers met een migratie-achtergrond, zoals Fikry el Azzouzi en Murat Isik (die op de koop toe zelfs de Libris Literatuurprijs in de wacht sleepte). Nee, gender, seksualiteit, leeftijd en origine doen er echt niet toe. En gelukkig maar. Hoe meer diversiteit in het schrijverslandschap, hoe beter. Hopelijk brengt dat ook meer diversiteit in wàt er geschreven wordt en in het soort boeken dat er verschijnt.Klopt, niet alle boeken die vrouwen schrijven zijn hoogstaande literatuur. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Bovendien, ook mannen schrijven niet altijd boeken van orgastisch hoge kwaliteit. Dat is misschien schokkend nieuws voor u, meneer. Het feit dat uw werk maar geen voet aan wal vindt, ligt dus niet aan uw geslacht of uw ouderdom. U maakt zichzelf wat wijs. Nog een laatste puntje, nu ik toch bezig ben. Wat we schrijven hoeft niet per se in één of ander hoogintellectuele literaire canon te passen. Literatuur dient om gelezen te worden. Een boek dat goed verkoopt en dat vaak gelezen wordt, dàt is echte literatuur. Los van hoe poëtisch of hoogstaand het werk is. En los van wie het schreef. Enfin, dat is natuurlijk mijn bescheiden mening. Maar die is evenveel waard als die van u, poppemieke of niet.

Annelies Leysen
27 0