Lezen

Bondgenoten

Mijn hoofd zit vol. Chaos.  Ik ben ondertussen begonnen aan mijn tweede bachelor psychologie. Geweldig interessante studie, maar dit semester vraagt het te veel. Ik ben helemaal overweldigd door de onduidelijkheid van al die verwachtingen die naar mijn hoofd gesmeten worden. Ik verdwaal in artikels en teksten en sylabussen.    Daarnaast is alles eigenlijk best oke. Maar ik vind altijd wel iets om me zorgen over te maken of om over te zagen. Ik heb al zo vaak gezegd dat ik het moeilijk heb met Nick. Al zo vaak dat het me zelf begon te storen. Waarom heb ik het altijd zo moeilijk en waarom verandert daar niets aan? Op de eerste vraag vind ik moeilijk een antwoord, maar ik weet wel waarom er niets verandert: omdat ik er niets aan doe. Ik praat niet, ik discussieer niet, ik maak geen ruzie. Nee, ik zwijg, en dat past helemaal niet bij mij. Al mijn hele leven wordt er mij verteld dat ik het zo goed kan uitleggen en nu klap ik helemaal dicht.    Ook daar heb ik een verklaring voor gezocht. Ik ben bang dat ik Nick ga overweldigen met mijn gepieker en zorgen, en dat hij het gevoel gaat krijgen dat ik hem niet accepteer zoals hij is. Als dat gebeurt, vrees ik dat hij het te moeilijk gaat krijgen en af gaat haken, het gedaan gaat maken. Ik heb lang gedacht dat dat het allemaal niet waard is, dus ik heb gezwegen. Maar de laatste tijd voel ik hoe dat op me weegt, hoeveel kleine zorgen ik met me meedraag. Ik heb dus besloten één van de meest belastende dingen voor mij met hem te delen, en dat heb ik gisteren ook gedaan. Hij reageerde anders dan ik verwacht had. Hij viel uit de lucht en wist niet wat te zeggen, maar het raakte hem duidelijk wel. Ik had gedacht dat hij het moeilijk ging hebben om naar zijn rol in de moeilijkheden te kijken. Ik had gedacht dat hij zich zou afschermen en verdedigen en alles op mij zou afschuiven. Maar ik merkte dat hij er echt mee bezig was, ondanks dat hij toch niet wist wat hij er aan kon doen. We zullen wel zien. Ik ben alleszins blij dat ik het hem heb verteld en dat hij dat aanvaardde. We willen er dus allebei wel aan werken, en dat stelt me echt gerust.

Layla Clarke
0 1

Iedereen zijn geluk

“Je krijgt nooit de regel te zien, altijd de uitzondering.” Het was Rob Wijnberg, een fijne Nederlandse journalist die het ons in de krant vertelde. “Als het bloedt, haalt het de voorpagina”, voegde hij er aan toe. “Terwijl je nooit iets ziet over wat goed gaat. Op die manier maakt nieuws de mensen pessimistischer.” Hij haalde me de woorden uit de mond. Geen wonder dat de angst regeert. Gelukkig ontdek je in de kleine artikels af en toe nog een “man bijt hond” verhaal. Zo las ik het artikel over de Boeddha die ze in Hasselt over de daken zagen zweven. De Limburgse provinciehoofdstad was bijna het Banneux of Lourdes voor de boeddhisten.   Achteraf bleek het geen verschijning te zijn. Een Chinees restaurant had een 4 meter grote en 250 kilogram zware Boeddha besteld en die kregen ze met de aanhangwagen niet op het terras. Er moest een kraan aan te pas komen. Maar goed dat ze op bol.com geen lachende Boeddha besteld hadden. Dat zijn immers de dikbuikige Boeddha’s en dubbel zo zwaar.   Ik ga u het verschil tussen de Boeddha’s besparen, maar het was zowaar op een feestje dat ik met ze in aanraking kwam. Afijn, niet met de dikbuikige Boeddha’s op zich. Laat me u gewoon het verhaal vertellen. Ik vond dat één van de aanwezigen op het feest me een beetje aanstaarde en vertelde dat later ook tegen mijn vrouw. “Ge weet toch uit welk land die mevrouw komt”, antwoordde ze me. Het bleek dat ze in een land woont waar het boeddhisme de belangrijkste religie is. “Als ze over de buik van Boeddha wrijven, brengt dat geluk. Ze had wellicht een keer graag over uw buik gewreven”, plaagde ze me. Enig zoekwerk leerde me dat een ronde buik voor de boeddhisten inderdaad symbool staat voor geluk en rijkdom. “Aai hem één keer per dag over zijn buik en je kansen op fortuin worden groter”, las ik. Mijn antwoord was dat mijn buik helemaal niet zo dik is. Wel had de mevrouw een keer mogen wrijven, op die buik die helemaal niet zo dik is, want ik gun iedereen zijn geluk.   

Rudi Lavreysen
0 0

Geen kans op verveling

Ik sta te wachten. Op een parking in Neder-Over-Heembeek bij Brussel. Een boek van Murakami houdt me aangenaam gezelschap. Het moet meer dan 25 jaar geleden zijn, dat ik iets verderop in het Militair Hospitaal binnenstapte. Ongeveer zo oud als onze mannen nu zijn. Waar zijn ze inderdaad naartoe, al die jaren. Aan de receptie van het hospitaal zaten een vijftal miliciens. Ik zie ze nog zitten. Ik vroeg hun de weg naar de een of andere afdeling waar ik moest zijn. Ze maakten het onnodig ingewikkeld en ik liep hopeloos verloren. Toen ik terug aan de balie kwam proesten ze het uit. Het was wellicht hun ontspanning tijdens de vervelende uren aan de balie. Het doet iets met een mens. Verveling.   Op de parking waar ik nog altijd wacht, amuseert een juf haar leerlingen. Ook zijn moeten wachten. Op een bus die even later verschijnt. Ze laat de kinderen zingen, springen en dansen. De jongens en meisjes amuseren zich geweldig. Wat natuurlijk beter is dan aan elkaars jassen trekken. Ze heeft dat goed bekeken, de juf.  Ze geeft de verveling geen kans. Ik betrap mezelf ondertussen dat ik op het autostuur op de maat van het liedje tokkel, dat de kinderen aan het zingen zijn.   Iets later leg ik mijn boek toch aan de kant om de benen te strekken. Een man passeert me en zegt vriendelijk ‘bonjour’. Ik wens hem ook een goede dag. Wat klinkt dat toch altijd goed. Beter dan ‘hoi’, ‘hey’ of ‘hallo’. Goeiendag, goedemorgen. Ik neem me voor om het daar voortaan bij te houden. Even later is het wachten voorbij en rijden we huiswaarts. Daar aangekomen roep ik blij ‘bonjour’, maar niemand antwoordt. Ze zijn allemaal het huis uit. Och, ook geen probleem. Dan kan ik straks nog eens roepen, als ze thuiskomen.   

Rudi Lavreysen
0 0

Held

Het is weekend, het is herfst, mijn favoriete seizoen, én de zon schijnt, alles kleurt oranje en een beetje groen. De vriend is er een paar dagen vandoor, ergens in een bos, en de hond mocht per uitzondering niet mee. Ik vind de hond een beetje sneu. Hij lijkt te wachten op de vriend bij het raam. Misschien beeld ik het mezelf in of vind ik mezelf een beetje sneu, wachtend in het huis. We gaan een wandeling maken met ons twee, in een natuurgebied, een kwartiertje rijden hiervandaan. Dat voelt ook een beetje zoals op reis zijn. Auto in, hond mee, flesje water en hup. We gaan voor een "libelle"wandeling. Wat leuk! Over een brugje, langs een dreef, over een dennenpad. Ik let niet op en de libelleborden sterven uit. Hoe moeilijk kan het zijn, ik volg gewoon de rode bordjes dan kom ik vanzelf wel weer bij de parking uit. Het is vijf uur in de namiddag, we wandelen al meer dan een uur en ik zie de zon zakken.. Mijn telefoon ligt in de auto, samen met het flesje water. Er komt een jongen aangejogd, zonder shirt aan. Ik klamp hem aan en hoor mezelf zeggen :"mijn telefoon ben ik in de auto vergeten en ik ben verloren gelopen denk ik". Goed bezig Evelien.Ik bijt op mijn tong. Waarom denken mijn hersenen niet langer na voordat ik praat. Slim om tegen een wildvreemde te zeggen dat je als meisje alleen ronddwaalt in een uitgestrekt natuurgebied, zonder telefoon! Hij moet lachen en de hond likt zijn hand. Hij haalt een plannetje boven en wijst de kortste weg naar de parking. Wel doorwandelen zegt hij, het wordt al snel donker! Bedankt. Ik zucht. 

Evelien
12 0

De stofzuigerzak

Lieve lezer, Wat zou u doen als u rijk was? Wat zou u doen als uw vermogen wanstaltige vormen had aangenomen? Wat zou u doen als uw geld zodanig tegen de plinten klotste dat een mensenleven niet genoeg zou zijn om de helft op te maken? Grote huizen of auto’s kopen misschien? Uw geld aan een goed doel schenken? Permanent vakantie vieren? U omringen met veel te dure en potsierlijke kunst om zo uw eigen gebrek aan creativiteit te verdringen? Ik vrees dat ik met die opsomming akelig dicht in de buurt kom. De verdrietige waarheid is dat de meeste mensen onoriginele verlangens koesteren, en niet eens moeite doen om aan hun eigen saaiheid te ontsnappen. Er valt zoveel te willen, zoveel te doen in uw leven, maar u kiest voor de kudde en omarmt de illusie dat uw wol net wat mooier is dan die van de andere schapen. Die gedachte is niet erg aardig en u vraagt zich nu waarschijnlijk af: wie denkt die schrijver eigenlijk wel dat hij is? Is hij dan zo origineel met zijn saaie analyses? Wat zou hij eigenlijk doen met al dat geld, die nietsnut? Het antwoord is heel simpel: ik zou alle stofzuigerzakken opkopen.   Wie wel eens in een huis heeft gewoond weet dat onze wereld de eigenschap heeft om vanzelf smerig te worden, en een stofzuiger is daarom geen overbodige luxe. De stofzuigerzak is daarbij een vaak over het hoofd geziene vriend: zonder stofzuigerzak kan er immers niet worden gestofzuigd. Een sadistische geest zou zich een wereld kunnen voorstellen waarin de mens het zonder dit onmisbare huishoudartikel zou moeten doen, en zich verkneukelen om de handenwringende moeders, de knarsetandende vaders en de juichende kinderen die van het saaie klusje om het tapijt nog eens een beurt te geven verlost zijn.   Welnu, dat is de wereld die ik met mijn rijkdom tot stand zou brengen. ’s Ochtends vroeg als de winkels opengaan (waar koop je die dingen eigenlijk?) staan mijn huursoldaten overal op scherp om zo snel mogelijk naar binnen te stormen en de laatste stofzuigerzak voor als het moet duizend euro per stuk op te kopen. Men kan de schouders ophalen en lachen om zoveel dwaasheid, maar de volgende dag staan ze er weer, en vergis u niet, na drie weken beginnen de huizen stoffig te worden en na twee maanden bent u het zat om stof in te ademen als u zich omdraait in bed. De stofzuigerzak wordt een schaars goed, duur en gewild, maar denk maar niet dat iemand tegen mij op kan bieden: ik ben immers schatrijk en zo gek als een deur, en zal eerder sterven van de honger dan toestaan dat er ook maar een stofkorrel van de aardbodem verdwijnt.   Wellicht bent u op dit moment wat teleurgesteld: is dat nu werkelijk zo grappig, mijn geld gebruiken om de mensheid dwars te zitten en als een klein kind al het speelgoed voor mezelf te houden? Een voor de hand liggende vraag, die opnieuw blijk geeft van een gebrek aan fantasie: dacht u soms dat ik geen plannen had met mijn gekochte waar, dat ik niets zou weten aan te vangen met mijn prachtig glanzende zakken? Dacht u soms dat de stofzuigerzak enkel goed is om stof in op te vangen?   Aanschouw het meest huiveringwekkende bouwwerk dat ooit aan een bewustzijn is ontsproten: mijn berg, mijn kathedraal, mijn toren van Babel, een wereldwonder gemaakt van de grootste verzameling stofzuigerzakken die ooit door een mensenbrein bij elkaar is gedacht. Onvoorstelbaar, verbijsterend, een monstruositeit reikend tot aan de hemelpoort, als een obsceen gebaar naar de God die een wereld schiep uit stof en die haar daarmee verdoemde om in het uur der droefenis tot stof te vergaan. Boven de stofwolken zal ik uitrijzen en als een vorst over de wereld heersen; een wereld zo stoffig dat de zon nooit schijnt en de haan nooit kraait, waar de mensen hun nutteloos geworden ogen uitkrabben om aan voedsel te komen en de meisjes hun vermogen tot spreken verloren hebben. Levend van mijn eenzaamheid zal ik de laatste mens zijn die nog schone lucht inademt, mijn geest helder als de gestofzuigde huizen van weleer, mijn hart gekliefd door het bloedend gekrijs dat steeds onregelmatiger opstijgt uit de stoffige diepte. En ik zal wenen, duizend jaar wenen, een huilende Satan op zijn stofzuigerzakkentroon, wenend om een tot stof verworden mensheid die in de zoektocht verdwaalde en het antwoord nooit gevonden heeft.   Zoals u ziet is het niet moeilijk een absurd universum te scheppen: ieder universum is immers even absurd. Als u die waarheid omarmt zult u zien dat  de mogelijkheden eindeloos zijn. Verschrikkelijk? Zorgwekkend? Gaat het wel goed met me? Maakt u zich maar niet ongerust: in het dagelijks leven ben ik de vleesgeworden saaiheid, en filosofen worden tenslotte toch nooit rijk.

Bardamu
0 1