Lezen

verslag en werkplan Vera Staes

KORT VERSLAG FEEDBACK   Wat herken ik?   Thema’s: - verhouding man – vrouw in de jaren 60 – 70: evolutie bij Frida nota: Frida doet wat  Joris, wat haar moeder beslist. Ze doet dit niet tegen haar zin: ze hebben eenzelfde culturele achtergrond, en eenzelfde ideaal . - de naïviteit, de onschuld, botst met de gewelddadige werkelijkheid - verbondenheid   Literair: - de springerige, staccato stijl van monologen en dialogen: prima. Maar er zijn ook stukken in de indirecte rede, te breedvoerig, vertellende stijl. Die zouden best omgezet worden in directe rede, meer ingebed. Of , als ze overbodig zijn, gewoon schrappen? dus: al te veel vertragende passages vermijden! - ook op letten: het onderscheid tussen auteur, schrijver en hoofdpersoon. - springerige opbouw in scèns: oké voor het hele verhaal? - perspectief: goed in de gaten houden - maar over het algemeen is de stijl zeer concreet, beeldend, met stijlfiguren enz…   Wat vond je van de feedback?   De bedoeling van de feedback werd vooraf goed uitgelegd. Ik denk dat het daarom is, dat hij vooral positief overkwam, als een middel om te leren; geen ver/be/oordeling. Voor mij was hij zeer leerrijk, zowel in het commentaar op de thema’s (verbondenheid: daar had ik nog helemaal niet aan gedacht!), als die op het literaire natuurlijk! Wat kan ik gebruiken? alles.   Wat wil ik eigenlijk zeggen met mijn verhaal? zie werkplan, de andere mail - expliciet of aanvoelen? het hoofdthema expliciet De subthema’s niet, denk ik. - Lagen, symbolen of duidelijke beelden? ------------------------------------------------------------------------------   WERKPLAN Wat wil ik vertellen?  Een jonge vrouw, een meisje nog, gaat studeren aan de universiteit. Door deze stap te zetten, begint ze aan een emancipatieproces. ( nota: Daar is ze zich zelf niet van bewust. Tot ze  een cursus volgt van Creatief Schrijven:  ‘Schrijven aan het verhaal van je leven’ en dit  met verbazing vaststelt!! Maar zover  ga ik niet in mijn verhaal….) Ik zou hier graag  de ontwikkeling beschrijven van hoe ze als jonge vrouw meegaat met de stroom van haar leven zonder zelf keuzes te maken, tot een vrouw die meegaat met die stroom, maar die wel bewust eigen keuzes maakt. Ik vertel dus het verhaal van Frida: van 1962, als ze naar Leuven trekt (in de jaren zestig: beginnende met onafhankelijkheid van Congo: ‘Indépendance, cha cha cha’, wat waarschijnlijk de titel wordt van dit verhaal), tot aan 1977, als ze beslist om kinderen te adopteren. (Met als slotscène een andere belangrijke ontdekking in deze cursus: haar lijf neemt het over!!!) Wat heb ik al verteld? - 1962 -> 1966: universiteit: openingsscène…wat gebeurt er in de wereld… Jezuieten…Joris… - 1966-> 1967: ongeval… thesis… journaliste?... NEE… huwelijk…vertrek naar ZuidAmerika - 1967-> 1970: Colombia… gringa… verliefd op het land, zijn mensen…en op  Rafael…Alfonso, eerste adoptiekind? …NEE…terug naar Europa Wat er nog bijkomt? - 1970->1972: overgangstijd (univ Antwerpen, de twee Georges (Jezuïet en communautair)… - 1972-> 1977: basisgemeenschap… Delphine…vrolijke stukken…             1974 -> 1986: Appeltuin - 1978 …………: adoptie kinderen   STRUCTUURPLAN Antwoorden op vragen over verhaallijn, type levensverhaal , definitieve plot en dramatisch doel , daar kan ik voorlopig niet op antwoorden. Eigenlijk wil ik het ook niet: ik voel me vastgepind als ik dat zo expliciet doe. Maar natuurlijk wel: ik kies voorlopig voor een caleidoscopische aanpak met losse scènes die samen gehouden worden door overpeinzingen, ruzies, dialogen van de oudere vrouw die terugblikt op haar leven ( Frida) en de schrijver. Soms mengt ook de auteur zich in de discussie. Ook samenhang in thema, subthema’s, motieven en hoofdpersonage (de jonge Frida). Ik start mijn levensloop als Frida 19 jaar is, 1962, en zal misschien hier en daar een flashback inwerken en een flashforward, maar ik denk dat dit dan eerder zal gebeuren in de discussies tussen de oudere Frida en de schrijver. Ik start met de bestaande scène, maar zal die nog grondig herwerken, denk ik.. Vanuit welk perspectief? verder experimenteren! Inbouwen van maatschappelijke, historische en culturele context. Door flarden van liederen, teksten? Ik ben er me van bewust geworden dat ik zorgvuldig moet omspringen met info, opsommingen enz: het verhaal moet spannend blijven!   Wat er bijna zeker nog bijkomt, zijn droombeelden.

versta
11 1

opdracht 7 Hendrik

Verslag van mijn aandachtspunten Wat ik leerde door “fout” te doen. -Naast het gebruik van een beeld het nog gaan uitleggen, waardoor lezer niets meer te doen heeft. Ook een thema te expliciet verwoorden heeft dat effect. -Te veel beelden op en door elkaar. Het onderbreekt de stroom, de dynamiek van een bepaald beeld en het werkt verwarrend; ze kunnen een gebrek aan coherentie hebben. -Een beeld en een motief voldoende uitwerken, anders is het te vluchtig -Een beeld moet geloofwaardig passen bij een personage. Dat kan je uittesten door het in ik- perspectief te zetten. -Schrappen van woorden met een waardeoordeel. Soms zijn zinnen te lang. -Handelingen moeten voldoende betekenis hebben om ze te beschrijven 2. Geleerd vanuit positieve feedback -Religieuze en mythologische beelden dragen bij tot het universele. Ze kunnen helpen bij het verbeelden van onverwoordbare dieptes. -Terugkerende woorden of beelden bvb bij begin en einde van een tekst zijn een structurerend element. Ze kunnen ook tussen de verschillende verhalen verbinding leggen. 3. Ik herken de feedback en heb veel geleerd over de stroom die geblokkeerd raakt door steeds weer nieuwe metaforen, door woorden met een waardeoordeel. Er moet meer gesuggereerd dan uitgelegd worden. Iets laten voelen vanuit beschrijving en beeldspraak, dialoog en interne monologen. Ook het gevaar van ongepaste metaforen, die niet bij een personage aansluiten, vind ik een zeer belangrijk inzicht. Twee vragen Wat wil ik eigenlijk zeggen met mijn tekst. Dat zoeken naar beelden en woorden, naar expressie in het algemeen uiterst belangrijk is voor het verwerken van trauma’s. Dat het leven een groeiproces is, van loslaten van wat men heeft en weet om steeds nieuwe zaken te ontdekken. Een zwaar verlies drukt er je met de neus in. Dat het zoeken naar God daar een archetypisch voorbeeld van is: loslaten van godsbeelden, die altijd dreigen afgodsbeelden te worden. Dat dit zelfde proces zich voordoet in de relatie tussen mensen en in de relatie met zichzelf. De beelden die we van elkaar en van onszelf hebben kunnen loslaten. Wil ik dat de lezer expliciet snapt wat ik wil of eerder aanvoelt? Ik zou graag willen dat hij dit in het beschreven proces a.h.w. meemaakt, voelt. Wil ik lagen, symbolen of duidelijke beelden in mijn tekst? Ik wil dat allemaal omdat het leven veel lagen heeft, ontsnapt aan te duidelijke woorden waar tegelijk ook nood aan is, en toch altijd ontsnapt. Er is geen definitief begrijpen.   Structuurplan Een circulair verhaal, terugblikkend vanuit het heden. Progressief narratief van groei en herstel uit een onderdrukte kindertijd en na een traumatisch verlies van mijn eerste vrouw. De plot: samenvatting van het veranderingsproces, geheel van oorzaken, gevolgen, motieven, redenen en gezette stappen 1. Vastzitten in de oude autoritaire cultuur: vader en God. 2. De dynamiek van het trauma, groei en verhoogd zelfbewustzijn De vijf elementen -Antagonist: vader en God -obstakels: verlies van Marleen, de strakke idealen, onderdrukte gevoelens -Hulpmiddelen, instrumenten: de liefde van Marleen,van Lieve,van God. Reflectie, lectuur, ervaringen, schrijven, professionele ontwikkeling en opleidingen, gesprekken -Handelingen, stappen die HP zet: naar de pastoor, doorgaan met Marleen, een nieuwe vrouw, stamboomonderzoek, doorbreken van taboes wat emoties, gevoelens betreft vnl kwaadheid, schrijven, vorming oa NVR en religieuze lectuur en ontdekken van het denken over God in de mystiek. einde verhaal de tocht naar Scherpenheuvel? De vele lagen -Loskomen van vader: eerste stap door de liefde. Tweede stap: kwaadheid uiten. Derde stap begrip via stamboom, inzicht in het verleden van de familie. Vierde stap verzoening. -Godsbeeld verandert. Oorspronkelijk beeld: straffer, eiser, roeper maar ook trooster. Kwaadheid uiten op God. Experimenteren in het seksuele. God is niet de veroorzaker maar de nabije die op ons wacht als het leven tegenslaat (procestheologie, als het kwaad goede mensen treft). Elk beeld van God is een afgodsbeeld: kwaadheid op God (op de berg, Basset) rekent daarmee af. Eckhart: Godheid en godsbeelden: God de onbekende via mediteren een plaats geven, als het Niets, enkel openheid, loskomen van eigen ideeën en open komen voor de ander, de Ander. -De relatie met Marleen: willen vasthouden (parapsychologie, sjamanisme, communiceren met geesten); de rouw, oorspronkelijke ideeën loslaten (nooit nog een andere vrouw). Werken aan professionele vorming, aan de relatie met Lieve; en Marleen vooral op moeilijke momenten dichterbij halen. -Professioneel: groei van toepassen van technieken naar beleving. Crises als leermomenten (hypnotherapie voor tandartsen); debacle van Huis van Hod en ontstaan van de gezinnengroep. De onmacht van de zwaksten tegenover gevestigde machten. Geweldloos verzet. De tocht naar Scherpenheuvel. -Persoonlijk: omgaan met de neiging tot depressiviteit; te grootse doelstellingen; aanvaarden van niet alles onder controle te hebben, van niet altijd te kunnen voorzien wat het effect is van je optreden, nederigheid en aanvaarden dat dingen een verkeerd effect kunnen hebben, dat je niet iedereen kunt helpen. Mediteren. Heden van het schrijven van dit verhaal. Waar starten Een proloog over Orpheus en Eurydice bestaande openingsscène. Perspectief: hij/zij of ik of meervoudig, wisselend Context Werkplan: wat nog bij te schrijven? Proloog kwaadheid naar vader en hoe dat evolueerde Kwaadheid op God en de tocht naar Scherpenheuvel (?) Hoe ik vrij werd voor de liefde met Lieve slothoofdstuk, aansluitend bij beginhoofdstuk. Met voldoende spanning, een nieuw inzicht, een verzoening… epiloog: nog kort iets over Orpheus en Eurydice Tussenstukjes, ik-vorm in tegenwoordige tijd: meditatie (in betekenisvolle context, aansluitend bij het vorige hoofdstuk), dagboekfragment, innerlijke monoloog bvb over wat ik niet gezegd heb.              

Hendrik Van Moorter
24 0

werk- en structuurplan sabine steels

Premisse: Als kind ben je verplicht om mee te leven in het verhaal van je ouders. Wat je ook doet en verzint, er is geen ontkomen aan. Met een dominante moeder is het moeilijk je eigen pad te zien, te kiezen en te ontwikkelen. Hoe vindt je jezelf (terug)?.    Hoofdthema: Identiteitsontwikkeling – gedijen en loskomen uit een aardig nest – je eigen keuzes willen/kunnen maken – vrijheid versus afhankelijkheid - Ouder-kind relatie Concreet motief: water Abstract motief: spiegeling - Hoe vul je zelf de moederrol (en man-vrouwrol) in?     Neventhema 1 Sociale klasse wat is het abstract motief? Wij versus zij tegenstelling Superioriteit versus solidariteit en begrip Oordelen het concrete motief? de mop - de creativiteit - soorten eten- de ‘hulpjes en ‘verkleinwoordjes’ Neventhema 2 Verbondenheid & samenhorigheid versus Eenzaamheid en Vreemd gaan Aandacht geven versus niet gezien worden wat is het abstract motief? Man – vrouw tegenstelling (ook in de stem? Perspectief?) Veel versus weinig (ook in de samenstelling van de teksten?) Het kind horen? het concrete motief? ·       Feesten – dieren - broekkousen Neventhema 3 Mislukken versus slagen wat is het abstract motief?   het concrete motief? Misschien een draad? Touw? Koord?   Literair/inhoudelijk wil ik een sterk zintuigelijke en filmische tekstschrijven, zonder daarbij de spanning uit het oog te verliezen, zowel in de afzonderlijke scenes als in het geheel. Ik let erop niet te expliciteren wat al zintuigelijk beschreven is, om de suggestie te behouden en de lezer te belonen.    Mensen en plekken zijn belangrijk voor mij, en krijgen dus een plaats in het verhaal. Maar ik zal erover waken dat ik daarbij de lezer niet verlies. Als er vele mensen rondcirkelen, moeten ze een functie hebben in het verhaal en moeten het ‘round characters’ zijn Dat de lezer wat moet werken om alles bij te houden, vind ik op zich geen probleem.   Concrete en abstracte motieven moeten nog wat sterker uitgewerkt worden, al heb ik daar wel al enkele ideeën over. In elk geval zal water in al zijn vormen een belangrijke rol spelen als overkoepelend motief.     Perspectief:Of ik met één of meerdere perspectieven zal werken, weet ik nog niet zeker. Daarin wil ik tijdens het proces nog experimenteren. In elk geval zal de stem van het kind wel behouden blijven, die kwam goed binnen en het onderstreept ook het thema. Wel opletten met perspectiefbreuken binnen een en dezelfde passage.   Structuur:Ik denk nu dat ik zal werken met een raamverhaal vanuit het nu (tussen zomer 2017 en nu) waarin het langzaam duidelijk wordt waarmee de HP worstelt en voor zichzelf op een rijtje zet hoe dat komt, verbanden zoekt en inzichten ontdekt (niet letterlijk, ik laat de lezer het werk doen).   Raamverhaal: zomer 2017 Ik zit op een idyllische plek en en heb het gevoel iets te ‘moeten’ Al geschreven Flashback juli 2017 Thuis Hoepertingen: Mijmering over het feest van mama – intro protagonisten - openingsscene die alle personages en ingrediënten in zich draagt Al geschreven Raamverhaal zomer 2017: Ik voel me slecht en denkt aan het moment in de beek Al geschreven Flashback 1983 Kasteelscene: met velen en de ouders met hun relatie Al geschreven Flashback 1986 Thuis Tiensesteenweg: De scene aan het barelement waarin het kind wil dat het stopt Al geschreven Raamverhaal 2017 of 2018   Scene met mijn gezin aan zee: mijn relatie met mijn man en met mijn kinderen Nog te schrijven Flashback 1986   Bekkevoort, het huis van mijn nichten, als onschuldige kindertijd- zorgeloos met nichten spelen in de beek zwemmen. Not overcrowded Nog te schrijven Flashback 1987   Een scene in het huis van een van de ‘lieven’ van mijn ouders Nog verder uitwerken Flashback- 1990   CESUUR of kantelmoment voor mama: Scene die aangeeft dat de relaties worden stopgezet (aan de telefoon of in het Grieks restaurant) misschien vanuit een ander perspectief?? Nog verder uitwerken Raamverhaal najaar 2017: Gesprek met vriendin (telefoon of restaurant?) en kijken naar eigen relaties, werk, … Nog te schrijven Flashback 1992   Thuis (Hoepertingen): De scene van de verhuis en eerste lief Charlie Al geschreven Flashback 1997   De scene van het zeilen Al geschreven  Flashback 1993   Scene met Charlie - Dansen op Bjork Nog te schrijven Flashback 2014   Gezinsmoment: dansen met de kinderen op de Djembe Nog te schrijven Raamverhaal 2018 CESUUR of kantelmoment voor mij: Jogscene uitwerken? Interne monoloog   Al geschreven Raamverhaal of flashback Een scene waarin HP reageert tegen mama/man – zich losmaakt   Nog verder uitwerken FlashForward 2024   De scene van de uitgeefster Al geschreven Raamverhaal of flashforward Brief aan Charlie ‘I am Heath Legder’ Nog te schrijven  

Sabine Steels
19 0

Verslag en structuurplan Adinda (opdracht 7)

  Aandachtspunten voor mijn schrijven Ik wil het gesprek van de engelen behouden en nog duidelijker in het verhaal krijgen, zonder dat het verwarrend is voor de lezer. De engel heeft de camera in handen, zoomt in en praat als het ware met zijn camera-assistent. Het zijn geen regisseurs, ze voeren ook maar uit, maar hebben er soms wel hun eigen idee over. Ze hebben geen enkele macht om te handelen, ze kunnen enkel kijken. Het perspectief dat je inneemt, verandert op zich niets aan de zaak, de feiten blijven hetzelfde, en tegelijk verandert het alles. Ook dat lijkt een thema van mij (ik heb niet voor niets ‘vergelijkende cultuurwetenschappen’ gestudeerd, bedenk ik nu, en wat het meest is bijgebleven was het vak vergelijkende ethiek waarin we een jaar lang werkten met het boek ‘Moral Imagination’, van ene Mark Johnson als ik me goed herinner). De camera-engel kijkt met zijn zachte blik, de andere vanuit frustratie en ongeduld. Ze verschillen sterk van visie, maar op een bepaalde manier weten ze elkaar ook wel te waarderen: de paradox lost zich langzaam op, al is ze nooit helemaal weg, zelfs daarboven niet (want dat is pas voor in de 7de hemel…) Stijl en stem. Ik heb geen feedback gekregen waar ik me niet in herken. Ik schrijf nog steeds op dezelfde manier als toen ik 15 was. Ook toen stopte ik mijn ‘verhandelingen’ al vol verhaal en beeld, tot ergernis van sommige leerkrachten, tot vreugde van anderen. Er is dus niets veranderd, ik pas gewoon dezelfde trucjes toe, dacht ik eerst. Op dit moment denk ik: het zijn geen trucjes, het is gewoon wie ik ben, ik kan niet spreken met een andere stem dan de mijne. De manier waarop ik schrijf, leert me veel over hoe ik in elkaar zit. Maar ik kan en wil ook graag wat stretchen van daaruit. Beschrijving. Daar wil ik nog verder aan doorwerken en stretchen. Na de oefening met het camerastandpunt schreef ik de scène op de brug. Ik wil in de eerste stukken nog wat filmischer kijken in plaats van helemaal in het fantasiewereldje van dat meisje te gaan zitten. Ze had ook iets met smaken. Maar er zijn ook sterke herinneringen aan klanken en zelfs geuren. Het zintuigelijke kind mag daar nog wat meer verschijnen. Dialoog. Ik laat vooral de engelen in gesprek, maar ben voorlopig niet geneigd andere dialogen toe te voegen. Innerlijke monoloog. Ik heb een hekel aan abstracte woorden, ik gebruik er zo weinig mogelijk. Waar ik ze toch gebruik, wil ik er bewust voor kiezen. Ik ga dit streng in de gaten houden bij het herschrijven. De valkuil van poëtisch is vaag. Al heeft niemand die feedback gegeven, het is die andere engel die ongetwijfeld deze commentaar zou geven, want die vindt dit maar onzin. Ik wil niet dat het mistig overkomt wat ik schrijf. Zonder iets uit te leggen wil ik eigenlijk net een soort transparantie bekomen, de grens tussen hemel en aarde en binnen- en buitenkant even opheffen, zodat je door alles heen kan kijken. Hoe dat effect te verkrijgen weet ik nog niet, mijn aanvoelen zegt dat het op het scherp van de snee schrijven is. Het is het proberen waard…   Structuurplan en wat ik nog schrijven wil Indeling: Ik probeer het zonder hoofdstukken en titels te houden, misschien wel meer witruimte laten waar het past? In mijn word-versie staat bij wijze van werkplan in het rood wat ik nog wil schrijven, maar dat laat Azertyfactor niet toe en is dus hier niet zichtbaar. Dit kleine scheppingsverhaal als een soort prelude, om in de sfeer te komen? Een engel heeft je uit de hemel geplukt. Je was trilling, louter klank. In de kom van zijn handen warmde de engel je op en brak je open. Eeuwenlang lag je klank te zijn in de grote stilte. Tot er een god voorbij kwam die het licht in je aanstak. Twee anderen waren dagenlang in de weer daarrond alle delen van je lichaam aan te brengen. Uiteindelijk wikkelden ze alles zorgvuldig in je natte huid. Het licht begon te glanzen in je ogen, je huid trilde. Bijna was je klaar. God riep je bij zich en fluisterde je iets in. Je fronste. Hij knipoogde: ga nu maar. Zo ga je. Net voor de poort was de engel er weer, hij legde zacht een vinger op je lippen. Stil nu maar. Ze wil niet. Op aarde komen. Nog in de hemel Ze is een tikje roekeloos in de keuze van haar ouders. Moeder, vader, het zwijgen, de macht. Geboortekaartje. Het kleine meisje maakt ook vrienden in de tuin. Ilda en Olda. Ander beeld. De jeugdliteratuur misschien weglaten? Kersen eten! Op school zegt ze niet veel. Alleen nog maar briefjes, doofstomme fantasie verder uitwerken, door toevoeging eerder geschreven mini-sprookje? Er is alleen nog maar grijs, de dagen klitten aan elkaar. Al die moeite erbij te horen. Muziek (en klank) als uitweg. De brug bestaat uit lange rijen die reiken tot boven. Met de liefde is het net als met mooie kleedjes, het is iets voor de anderen. Keukenmeid, leerkracht frans, jongens, oudleerlingenavond Haar Franse lief verschijnt een jaar later op het toneel. De namen van de vogels. Heldere winternacht. Elke dag is het markt in Montalivet. Het bonte gezelschap. Degustatie. Braambessen. Er zijn nog van die scènes in haar leven. Zoals die zomer toen ze afstudeerde. De ochtend op de markt, de oceaan van licht. Het spelletje als redding. Soms is het een sprookje, soms een zootje. De droom in Frankrijk laten (innerlijke monoloog toevoegen, vanop de Eurolines bus? ) Het was niet de bedoeling. Zwanger. Mama. Inzoomen op kinderen. Kijk daar is weer zo’n scène…. Ditmaal zijn ze op reis in Californië. Lost Coast. Geen hand. Bij sommigen –meestal vrouwen, soms ook mannen- beginnen op een bepaald moment vleugels te groeien. Afwas. De ontmoeting met de engel? Inwerken van eerder geschreven stukje over een ontmoeting op de trein met een man wiens naam ik/ze niet vroeg?    

Adinda
0 1

Bened3

"Zing me in slaap", zei de stem aan de andere kant van de videofeed.       Deneb glimlachte om het verzoek. Ze had verwacht dat hij haar ging vragen om op een slagroomtaart te gaan zitten, of om yoga te doen in een apenpak. Na het jarenlange vervullen van bizarre opdrachten voor volslagen vreemden was het toch nog mogelijk om verrast te worden.      "Ben je daar nog?"       Ze staarde naar de verhulde figuur op haar computerscherm en hoopte in zijn houding iets van zijn bedoelingen te kunnen ontwaren. Maakte hij misschien een mopje?      "Zeker. Welk liedje?" vroeg Deneb, en nam de halfvolle fles vodka uit de koelkast, die in haar metalen bureau was verwerkt. Ze schonk zichzelf een glas in en mengde het met zoetroze bietensap, haar drankje van de maand.       "Jij kiest." besloot hij.      Deneb had zichzelf wat tijd gewonnen. Want ze twijfelde. Zou haar stem toonvast genoeg zijn om de onbekende een goede review te laten schrijven op haar AskMeAnything profiel? Ze had punten nodig om eindelijk die telescoop te kopen.      Lang geleden had ze besloten het niet meer te doen. Naar beneden kijken. De stroperige smog die het merendeel van de dagen aan de ramen van haar minuscule studio kleefde, liet het haar trouwens niet toe. Dit was haar wereld, had ze geconcludeerd. Daar buiten, daar ver beneden, dat had ze niet nodig.       "Hallo?" De stem klonk ongeduldig, gretig.      "Ken je 'Little Boxes'?"      "Doe maar", moedigde hij haar aan.      Deneb schraapte haar keel, om het geluid van haar eigen stem te testen, en zocht met enkele vingerslagen de tekst op van het nummer; ze wilde Malvina Reynolds eer aandoen.      Even hoorde ze zijn adem stokken.      "L-little boxes on the hillside,      Little boxes made of ticky-tacky,      Little boxes on the hillside,      Little boxes all the same.      There's a green one,      And a pink one,      And a blue one,       - en je tijd is op."      Deneb hield een vinger klaar om het venster te sluiten, maar iets hield haar tegen. Het leek of hij nog iets ging zeggen, ook al was hij helemaal stil.      "Dank je, Bened3. Slaapwel."       Met een PLOINK werd de verbinding tussen hen verbroken.

B.U.
0 0

Anansi

Anansi   In het begin was er niets. En uit het niets kwam een eerste gedachte. Uit dat eerste gedacht kwam het initiële design. Die verschijning had moeite om te blijven hangen en creëerde een paar poten met weerhaken om zich te verankeren aan die eerste gedachte. En nog een paar, en nog een paar. Ten slotte had het vier paar poten, dat moest volstaan. De eerste grafische interface op het allereerste frame was klaar. De nieuwe wereld was online.   Het design met acht poten nam de vorm van een spin aan. Het gaf zichzelf een naam. ‘Anansi heet ik in deze dimensie’. Het keek rond in de doodse ruimte. ‘Ik moet een platform creëren’, dacht die eerste verschijning, anders moet ik hier heel de tijd doodstil blijven hangen in het oneindige niets’. En uit de eerste gedachte werd een tweede geboren.  ‘Ik maak mijn eigen wereld, ik spin draden en verbindt ze zodat ik zelf mijn terrein kan bepalen, zonder hulp van degene die het in oorsprong heeft bedacht’. De spin begon zich heel erg op haar kont te concentreren, omdat zij dacht dat zij haar kop moest gebruiken om na te denken en haar achterwerk om te werken. Anansi spon een web zo groot, dat zij in alle uithoeken van de denkbare wereld kon komen, zonder veel moeite. Zonder in een zwart gat te vallen. Terwijl ze bezig was, met spinnen en te bedenken hoe het web er moest uitzien, zag ze al haar ideeën en gedachten als donkereballonnen opstijgen; ze vormden een grijzig wolkje in het purperen heel-al.  Hoe langer ze werkte, des te groter en donkerder werd de wolk. Tot er een gigantische zwarte cloud was ontstaan. Anansi was heel tevreden met zichzelf, maar vond het jammer dat zij haar design en content niet kon delen met andere graphics. ‘Ik moet een script schrijven en interactie brengen, of ik verveel me hier dood’, dacht zij. Tenslotte bestaat niemand echt totdat de andere je ervaart. Anansi ging in het midden van het web zitten en dacht lang en diep na. In de cloud begon het te rommelen. Maar verder gebeurde er niets. De spin werd gestoord door haar eigen maag die mee begon te rommelen met de cloud boven haar kop. ‘Als ik niets te eten heb, kan ik op den duur niet meer denken, mijn lijf en brein heeft voedsel nodig’. Vanuit de cloud viel een nieuw idee naar beneden, vlak voor haar voeten. ‘Aha’, dacht Anansi, ‘zo werkt het dus.  Dat ding daarboven verzamelt ideeën en bedenksels. Die wolk is met mij verbonden, daar groeien mijn gedachten en als ze rijp zijn vallen ze neer in de realiteit van mijn web.’ Het idee dat zij moest eten viel vlak voor haar poten: het werd geboren uit een diep verlangen te overleven in haar zelfgecreëerde wereld. Het vertelde haar dat het voedsel in haar web zou vallen zodat zij het moeiteloos kon opvangen.  Makkelijk zat, de spin moest er maar aan denken en het gebeurde, zo ging dat.    En de gedachte ontvouwde zich steeds verder.  Anansi sprak tot zichzelf, ‘waarom het niet een beetje spannend maken?  Het leven moet niet te makkelijk zijn, anders is er niks aan. Als dat eten nu eens poten heeft, zodat het wat kan tegenstribbelen, en ik wat moeite heb om het te vangen.  Als mijn voedsel, net als ik, ook kan denken, zodat het plannetjes kan verzinnen om me om de tuin te leiden, dan wordt het pas spannend!  Ik wil niet enkel dat het mijn bestaan erkend, neen, zowaar,  ik verlang dat het mij vreest. Zo voel ik me niet langer alleen.’ In een oogwenk voelde zij zich oppermachtig. Aha, macht en angst. Het vooruitzicht deed haar watertanden. Zij zag zichzelf als genadeloze jager, gevreesd door de andere characters, ontsproten uit haar gedachten. Weliswaar ondergeschikt aan haar, minderwaardig in geest en leden. Het prototype dat ze voor haar geestesogen zag, had een klein hoofd, twee poten om zich vast te klampen aan het web, en twee poten om zich te verplaatsen. De poten hadden geen weerhaken, zodat het voedsel voorzichtig moest zijn om niet uit het web  te vallen. Zij noemde het prototype ‘man’. Dat vond zij wel mooi klinken. Daar kwamen de eersten al uit de cloud gevallen. Enkelen vielen direct door de mazen van het web, anderen klampten zich stevig vast met hun armen en probeerden met hun benen zo ver mogelijk van de reusachtige spin weg te geraken. Ze schreeuwden en gilden. Anansi snoof diep en hoog: ze kon hun angst ruiken. Een heerlijke geur waar ze beslist aan kon wennen.   Maar net als de spin waren de figuren behept met een enorm grote goesting om in leven te blijven. De eersten, nog onwennig in de neiuwe omgeving, vormden een makkelijke prooi.  Anansi had grote honger en was blij dat zij weinig weerstand boden. Haar grote honger was snel over en al gauw was zij het jagen beu Zittend in het midden van het web, dacht ze na.  Er viel weer een idee, deze keer recht op haar kop. Met één van haar poten krabte ze over haar kopharen en lachte om haar eigen sluwheid. ‘Ik zorg voor een upgrade want dit is al te makkelijk. Weet je: ik geef ze een beetje meer verstand. Ik noem ze man 2.0.’  En inderdaad, na een korte update en een vervelende reboot werden de eerste prototypes vervangen door nieuwe. Uiterlijk was er weinig verschil, maar deze verbetering bood al iets meer weerstand: ze probeerden zich te verdedigen wanneer de spin ze eindelijk te pakken kreeg. Het kostte haar inderdaad meer moeite want de dingen waren ook iets sneller geworden. Zo volgden nog een paar upgrades. Telkens voegde zij een aantal nieuwe features toe, zodat de mannetjes tenslotte min of meer waardige tegenstanders waren geworden.  En hoewel ze nog steeds veel kleiner waren en eerlijk gezegd, niet half zo sluw als zij, voldeden ze aan haar wensen.   In het begin was het spel leuk: Anansi kreeg geen genoeg van de jacht op de mannen.  Dag en nacht was zij er mee bezig: overdag jaagde zij en s 'nachts stond zij in verbinding met de cloud en bedacht zij strategieën om meer levels in het spel in te bouwen. Extra apps en features werden voordurend toegevoegd. Ze lette er wel goed op dat haar prooien niet te slim werden, inferieur bleven aan haar, in elk opzicht. Honger had zij al lang niet meer, daarvoor moest zij het niet meer doen.  Maar zij genoot zo van de macht, de erkenning als jager dat zij het niet kon nalaten om steeds nieuwe ideeën uit de cloud te halen. Na een tijd hingen in het web overal cocons met halfverteerde mannen, dood of amper levend, als bewijs van haar oppermachtigheid. Het web werd een spookachtige schemerzone vol dood en verderf. En niet alleen de sfeer was duister en zwaar. Door het gewicht van de ontelbare cocons begon het web stilaan door te wegen.  Hier en daar bemerkte Anansi een scheur, een losse draad. Trots op haar creatie, repareerde ze in het begin elke scheur die ze tegenkwam. Maar de hardware maintenance eiste veel van haar energie. Bovendien werd ze vet en log van het vele eten en had ze minder en minder interesse in het onderhoud van haar omgeving. Ondertussen was zij toe aan de zevende upgrade van de mens. De mannen konden haar niet meer boeien. Met ogen gesloten droomde ze van een tweede character, complementair aan de mannetjes, zodat ze konden samenwerken.  Toen zij haar vele ogen opende, zag zij dat haar droom werkelijkheid was geworden. Ja, voor haar stond een tweede personage, met  een paar andere features dan de eerste. Het ding miste een paar dingen maar maakte dit goed door andere extra’s. Ze liet het gaan naar de mannen en observeerde hoe de mannen reageerden op haar nieuwe bedenksel. Man upgrade 7.0 was alvast bijzonder geïnteresseerd in de extra features, dat kon zij zo wel merken. En tevreden schiep zij evenzoveel nieuwe characters, die zij makkelijkheidshalve vrouw noemde, om zo het onderscheid te maken.  Zo kreeg ze terug belangstelling in haar verzinsels. En zie, zij genoot weer even van haar zo geliefde spel, de jacht op alle levels.   Niet voor lang. Al snel bemerkte zij een grote vermoeidheid: maintenance van hard en software waren een slopende bezigheid. Zij vond dat zij na dit hard labeur wel een paar dagen mocht rusten. Vol vertrouwen en goede moed, maakte zij zich een warm nestje in het midden van het web.  Zoals elke avond trad zij in contact met de duistere wolk boven haar, die ondertussen enorme proporties had aangenomen.  Net voor zij in slaap viel, werd zij een beetje weemoedig en kreeg in die stemming een flinterdun gedacht: ‘deze mannen lijken een complementaire versie wel op prijs te stellen. Misschien moet ik voor mezelf ook gezelschap verzinnen? Geen gelijke maar kleinere versies van mezelf.’ Dat laatste idee vond zijn weg naar de cloud erboven en zie, zij viel in een diepe, droomloze slaap.  Na die lange tijd van nadenken en jagen gunde Anansi zich een rustgevende, deugddoende slaap die dagen, maanden, jaren duurde.   Na vele jaren werd de spin wakker. In haar nest lag iets wat zij nooit eerder zag: lege schelpen met scherpe randen, en dit met duizenden tegelijk.  Verwonderd, slaapdronken keek Anansi rond. Het enige wat haar op dat moment bezighield, was het lege gevoel in haar lijf. Wat had zij een honger! Geen idee van de tijd die verstreken was en met een voze kop van het lange slapen en stramme poten van het stilliggen, begonnen haar ogen vol slaap terug vormen te onderscheiden. Langzaam klaarde de mist op in haar zicht. Wat zij toen zag, verlamde haar van verbazing. Rond haar nest stond een kring van mensen, beide versies, die elkaar bij de hand hadden, de armen in elkaar gekruist.  Het was alsof ze met hun armen zelf een web gesponnen hadden, Ondanks al haar spinnenogen wist Anansi niet waar eerst te kijken, met zoveel waren ze. Met veel meer dan zij zich had kunnen herinneren. Er waren niet alleen de mannen en vrouwen maar ook andere, kleinere wezens te bemerken.  Eens van de eerste schok bekomen, herpakte de spin zich. Haar achterlijf vulde met venijn. Zij gromde luid, en sprak: ‘houd u vast, want ik ga jullie vangen, één voor één, en dan eet ik jullie allemaal op.  En die kleintjes, bewaar ik voor laatst! Maar tot haar grote verrassing weken ze niet uit elkaar. En ze spraken, al die inferieure wezentjes, veel kleiner, dom en hulpeloos, als met één stem. ‘Jij mag dan groot en sterk zijn, en veel slimmer dan elk van ons afzonderlijk.  Maar wij zijn met velen, en verbonden door een eigen web, dat wij met ons lichaam en geest hebben gesponnen. Door de verbinding met elkaar zijn we veel machtiger dan dat u ooit had durven dromen. Tijdens jouw slaap hebben we de feedback van jouw laatste gedacht opgevangen vanuit de cloud.  Dit gedacht heeft zich vertaald in nieuwe hardware : honderdduizend eieren, met elk een piepkleine versie van uzelf lagen in jouw nest. Daaraan hebben wij ons gevoed en zo hebben wij uw sluwheid en het besef van de kracht van het gedacht en access tot de cloud overgenomen.  Met die nieuwe wijsheid en het voordeel van de massa, want ja zoals u ziet zijn wij met velen, zullen wij u nu doen verdwijnen. Niet langer leven wij in constante angst voor ons leven, samen hebben wij ons eigen web gespannen waarin u, Anansi, niet langer past.   Vanaf nu, kunnen wij, zonder u,  in alle rust verder leven.’ En door de kracht van het gezamenlijk bewustzijn, door de armen stevig te kruisen, een geen moment te twijfelen, zoals Anasi ook nooit getwijfeld had, viel de spin door een scheur in het web, dat zij lang geleden, in haar luiheid en zelfgenoegzaamheid, niet had willen maken.  Zij viel in het zwarte gat, heel ver in de diepte, in de vergetelheid der tijden. Wat waren ze opgelucht, beide versies, mannen en vrouwen. Op dat moment spraken zij als één, nog steeds verbonden in een mensenweb. ‘Nooit zullen wij vergeten dat wij met elkaar verbonden zijn door deze overwinning op de sluwe spin, zij die door eigen gulzigheid en hoogmoed ten val is gekomen.  Laat ons voor altijd het pact tot overleven blijven eren, nooit vergeten dat onze levens onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dat de daad van één een weerslag heeft op het grote Geheel.’   En tesamen dachten zij zich een betere wereld, een wereld waar zij samen in vrede zouden leven. Zij maakten zich los van de grote cloud daarboven en daar verscheen het licht en de blauwe hemel. Zij dachten voorgoed verlost te zijn van de duisternis en de spin. Nooit meer moesten ze vluchten voor hun leven, gedaan met angst voor wat de volgende dag zou brengen. Leven in vertrouwen en vrijheid.   Is dit het einde van het verhaal, een happy end zoals in de meeste sprookjes? Neen, ze leefden nog lang en ongelukkig. Dat wel.   Het mensenvolk, onbedreigd tijdens de diepe slaap van spin, had de kinderen van de spin tot zich genomen. Uit wraak hadden ze de eieren gebroken en de inhoud verorberd om hun grote honger te stillen. Nu er niet langer op hen werd gejaagd en ze in leven bleven, hadden ze voedsel nodig en de eieren waren het enige dat voorhanden was. Zo is Anansi in ieder van hen stilaan beginnen groeien. Haar sluwheid, gulzigheid, luiheid en de wil te overheersen: dat alles dragen zij mee in hun zelfgecreëerde wereld. Anansi is voorgoed geprogrammeerd op hun interne harde schijf. De spin was dood, haar geest bleef leven. Zolang er mensen zijn, is haar nalatenschap gegarandeerd. In de donkerste krochten van de menselijke geest sluimert ze. In duistere uren wordt ze wakker, kruipt ze uit haar nest en is de jacht weer open. De mensen zijn het spinnenweb allang vergeten, samen met het besef van de kracht van het menselijk verbond. En met het inzicht dat alles begint met een gedacht.   EINDE

cristin van ooyen
0 0

Sue

Sue,   Ik weet nog exact wanneer ik jou voor het eerst gezien heb. Het is woensdag 14 juni 2017, 10u30 in New York. Ik zit in de inkomhal van het Moma, het Museum of Modern Art, en vergaap mij aan de drukdoenerij van de museummedewerkers. Elke vijftien meter staat er wel iemand met uitgestrekte arm om uit te leggen welke kant je op moet terwijl er maar één mogelijke richting is naar de ingang. Ik wacht op Veerle die zich een weg probeert te banen door de mierennest buiten. Een halfuurtje later: Ons inkomticket is gevalideerd en we gaan de tentoonstellingsruimte van Robert Rauschenberg binnen. Het is daar dat ik jou zie, Sue! Je bent volledig wit zoals het wit op een röntgenfoto en je staat in profiel, ik zie je linkerzijde, tegen een donkerblauwe achtergrond. Jouw lichte zomerjurk wappert alsof er een zomerbries door de zaal waait. Je leunt met beide handen lichtjes voorover op een houten wandelstok met een gekromd handvat, wat best grappig is voor een jong meisje zoals jij, alsof je bang bent om achterover te vallen. Maar bang ben jij niet, dat merk ik meteen. Integendeel, je straalt! Je oogt als iemand die onbevreesd en vol zelfvertrouwen naar de toekomst kijkt, iemand die vol creatieve ideeën zit die schreeuwen om gerealiseerd te worden. Meer nog dan het Vrijheidsbeeld roep je bij mij het woord “vrijheid” op, net omwille van die ongedwongenheid. Hier, in deze stad, is alles mogelijk. Ik neem een foto van jou, enkel van jou. Ik wil niet dat iemand anders op deze foto staat. Ik blijf nog enkele ogenblikken naar jou staren.   Op een dag kom ik terug naar New York, alleen jammer dat jij er dan niet meer zal zijn.

Dirk Jacobs
0 0

Heinrich

  Heinrich   De herfst kleedt zich langzaam uit. De loden lucht verplettert de dorre velden. Als de wind door het oude gras waait, lijkt het of in de verte kolonnes bruinhemden marcheren. Weldra is de wereld naakt. Niet de ronde naaktheid van mollige vrouwen voor het slapengaan, maar de hoekige van de levende skeletten uit zijn nachtmerries.      Heinrich staat voor het venster, kijkt naar de vale wereld. Hij weet: dit wordt mijn laatste november. Weer breken de beelden doorheen zijn zorgvuldig opgebouwde schild: hoe hij wegrende van het kamp, hoe hij struikelde over het lijk langs de weg, hoe hij kleren en papieren wisselde en dan overgaf. Over de cyaankali capsule twijfelde hij, maar hij stak ze tenslotte toch maar in zijn zak. Pas toen hij het braaksel van zijn mond gewreven had, was de spijt in zijn lijf beginnen sijpelen. Waarom had hij zich in godsnaam laten meeslepen door die glanzende blonde bende die toen zingend door de straten trok?      Een andere naam had hij al, het andere lichaam kwam langzamerhand, tijdens zijn wekenlange vlucht doorheen het kapotgeschoten land. Tegen de tijd dat hij bij de half ingestorte hoeve aankwam, was zijn lijf uitgeteerd en grijs, zoals die op de stapels achter hem.      Toch lachte de jonge vrouw op het erf hem toe. De zon vonkte goud in haar krullen.      'Kom, meneer, ik heb nog wat soep.'      Hij gehoorzaamde. Bevel is bevel. In het begin herinnerde elke hap eten hem aan de zwarte open monden. Maar hij vermande zich, want hij wou leven. Hij bouwde zijn nieuwe bestaan zorgvuldig op. Werken op de boerderij, trouwen, kinderen krijgen met blauwe ogen en blond haar. Toch bleef al die jaren zijn geluk vermengd met de smaak van as.      En nu, vanmorgen op de radio: een zekere Wiesental gaat op jacht naar het verleden.   'Kom Pavel, we gaan eten.' Zijn blonde Hildegarde legt haar hand op zijn schouder, zacht als altijd. Gehoorzaam draait hij zich om en sloft achter haar aan. Een bevel blijft een bevel, in welke toonaard het ook wordt uitgesproken.      Bijna een halve nacht schrijft hij aan de brief. Naargelang de woorden op het papier verschijnen, druppelt de opluchting naar binnen. De naam Heinrich Schloss komt na al die jaren maar aarzelend uit zijn pen.      Zodra Hildegarde de volgende morgen de deur uit is, legt hij de brief op haar hoofdkussen. Dan gaat hij aan zijn kant liggen, deftig in zijn zwarte pak. Hij wrijft nog één keer over haar kant van het bed. Dan bijt hij de capsule door.  

Janne Tevoet
0 0

Heinrich

Heinrich   De herfst kleedt zich langzaam uit. De loden lucht verplettert de dorre velden. Als de wind door het oude gras waait, lijkt het of in de verte kolonnes bruinhemden marcheren. Weldra is de wereld naakt. Niet de ronde naaktheid van mollige vrouwen voor het slapengaan, maar de hoekige van de levende skeletten uit zijn nachtmerries.      Heinrich staat voor het venster, kijkt naar de vale wereld. Hij weet: dit wordt mijn laatste november. Weer breken de beelden doorheen zijn zorgvuldig opgebouwde schild: hoe hij wegrende van het kamp, hoe hij struikelde over het lijk langs de weg, hoe hij kleren en papieren wisselde en dan overgaf. Over de cyaankali capsule twijfelde hij, maar hij stak ze tenslotte toch maar in zijn zak. Pas toen hij het braaksel van zijn mond gewreven had, was de spijt in zijn lijf beginnen sijpelen. Waarom had hij zich in godsnaam laten meeslepen door die glanzende blonde bende die toen zingend door de straten trok?      Een andere naam had hij al, het andere lichaam kwam langzamerhand, tijdens zijn wekenlange vlucht doorheen het kapotgeschoten land. Tegen de tijd dat hij bij de half ingestorte hoeve aankwam, was zijn lijf uitgeteerd en grijs, zoals die op de stapels achter hem.      Toch lachte de jonge vrouw op het erf hem toe. De zon vonkte goud in haar krullen.      'Kom, meneer, ik heb nog wat soep.'      Hij gehoorzaamde. Bevel is bevel. In het begin herinnerde elke hap eten hem aan de zwarte open monden. Maar hij vermande zich, want hij wou leven. Hij bouwde zijn nieuwe bestaan zorgvuldig op. Werken op de boerderij, trouwen, kinderen krijgen met blauwe ogen en blond haar. Toch bleef al die jaren zijn geluk vermengd met de smaak van as.      En nu, vanmorgen op de radio: een zekere Wiesental gaat op jacht naar het verleden.   'Kom Pavel, we gaan eten.' Zijn blonde Hildegarde legt haar hand op zijn schouder, zacht als altijd. Gehoorzaam draait hij zich om en sloft achter haar aan. Een bevel blijft een bevel, in welke toonaard het ook wordt uitgesproken.      Bijna een halve nacht schrijft hij aan de brief. Naargelang de woorden op het papier verschijnen, druppelt de opluchting naar binnen. De naam Heinrich Schloss komt na al die jaren maar aarzelend uit zijn pen.      Zodra Hildegarde de volgende morgen de deur uit is, legt hij de brief op haar hoofdkussen. Dan gaat hij aan zijn kant liggen, deftig in zijn zwarte pak. Hij wrijft nog één keer over haar kant van het bed. Dan bijt hij de capsule door.  

Janne Tevoet
20 0

Stress

Beste collega’s van Berlaar,   Sorry dat ik zo onbeleefd de lippen op elkaar hield.   In een zelfsturend systeem is het toch ongepast dat een teamverantwoordelijke me zonder afscheid uit mijn eigen team komt plukken. Per sms naar regio Berlaar!   “Jij mag alleen maar in de Bosstraat komen om je huisbezoeken te doen.” Andere collega’s beaamden onmiddellijk: “Alleen de Bosstraat, de rest is voor ons. Sorry.” In eerste instantie keek ik jullie begripvol aan. Brave schijn, kan -imagogewijs- in een nieuwe werkomgeving geen kwaad. Het was tenslotte ook niet jullie keuze dat ik er plots bij kwam. In mijn buik begon de ballon zich toch al voelbaar op te blazen.   Zichtbaar werd hij toen daar de vrouw verscheen, waarvan jullie zeiden dat ze ook bij jullie team hoorde en waarmee ik altijd zou moeten samenwerken.   Magda! Van alle vrouwen ter wereld, Magda! “Magd” voor de vrienden, Macht ja! Zij had onze organisatie toch enkele jaren geleden definitief verlaten. Ze wist toen dat dit werk haar niet lag, dat ik haar niet lag, dat wij geen goed duo waren. In mijn hoofd had ik de scheiding al lang aangevraagd! Steeds was ze slim genoeg om uit het zicht te blijven, kantjes er af te lopen maar als er zaken moesten gebeuren, deed ze zich voor als “te dom”. Ik deed jarenlang verwoede pogingen haar professioneel te tolereren, haar manier van zijn te negeren, te accepteren. Dat lukte niet meer dan amateuristisch. Die Magda dus!   De ballon in mijn buik knapte. Dus ik hield mijn lippen geklemd om te belemmeren dat alle kak tussen ons op de grond gutste.   Pas in mijn eigen badkamer, deed de duisternis me vermoeden dat ik net een nachtmerrie had overleefd. Zelden deed een toiletbezoek zoveel deugd. Het glaasje water was mijn toetje. Duim omhoog grijnsde mijn spiegelbeeld en weer bed in.   2019 is nog ver weg. Dan verhuis ik, na 10 jaar, wel naar jullie team. Niks zelfsturend! Comfortzone is voor watjes!   Je toekomstige teamgenoot. Lachend kakske.

Joena C Bigs
0 0

Verjaardag

23 april 2018   Beste Luc,   Gisteren was het mijn verjaardag. De 58ste ook alweer. Vroeger was dat een fijne, rustige dag met een pak kaartjes in de brievenbus. Omslag openscheuren, prentkaart ontdekken, veelal iets met een schattige hond of kleurrijke bloemen, en de zelfgeschreven tekst lezen. Vaak de obligate wensen maar soms ook pareltjes waar wat denkwerk is ingekropen. In deze SM-tijden, ik bedoel ‘social-media’ en niet ‘sadomasochisme’, al komt dat soms op hetzelfde neer, zijn kaartjes schrijven helaas helemaal passé. Nu word je geterroriseerd door het ene sms-je na het andere, of nog erger een telefoontje op je gsm dat je wel moet opnemen om de lieve vrede te bewaren. Zo gaat je verjaardag op aan een timing die door anderen wordt gedicteerd. De omgekeerde wereld. Ik ken jouw leeftijd niet, Luc, maar het moet toch ook ergens in de 50 zijn. Ook een ouwe ziel, geraakt door het geschreven woord. Zal onze correspondentie ooit de brave, geremde aanhef ‘Dag Geert’ en de ‘groetjes’ aan het eind overstijgen?   Hartelijke groet, Geert     ***   24 april 2018   Goede morgen, Luc,   Gisteravond in mijn eentje naar ‘What's Eating Gilbert Grape’ gekeken, een film uit 1993, het jaar waarin ik zo oud werd als Jezus. Zoveel jaar later sta ik nog niet veel verder in mijn groei naar een rijke en stabiele persoonlijkheid, maar dit geheel terzijde. Ik weet zeker dat jij ook ontroerd zou geraken door de liefde van de kinderen Grape voor elkaar en voor hun ziekelijk obese moeder. Jij bent een familieman, gescheiden, doch één en al vaderliefde voor je volwassen kinderen. En je kijkt uit naar de tijd dat je opa wordt en je verhalen kan vertellen aan je kleinkinderen. Mij zal het niet overkomen, mijn kinderdroom werd nooit bewaarheid, maar jou wens ik het ten volle toe. Want jij bent ongetwijfeld het soort vader en grootvader dat mooie en goede mensen op de wereld zet, en die niet wil overladen met materiële verwennerijen maar met echte liefde, de compostgrond voor een écht en vol leven.   Lieve groeten, Geert   ***   25 april 2018   Beste Luc, Gisteren geluncht met een schoolvriendin ter gelegenheid van ons beider verjaardag. Wij schelen slechts 7 dagen in ons 58-jarige bestaan. Zij is precies zo oud als onze kartonnen koning Flup, ik ben een week jonger. Anne en ik zijn erg verschillend en dat heeft ons altijd tot elkaar aangetrokken. Zij is advocaat, zeer bemiddeld, extreem rationeel, zelfzeker, echtgenote en moeder, succesvol, en ik…niet. Ik kijk op naar haar maar wat zij in mij ziet is me altijd een raadsel gebleven. Onze schaarse ontmoetingen vallen helaas meestal tegen omdat we elkaar in het gesprek niet kunnen vinden. Zo heeft het samenzijn ons uitgeput en zijn we na een aanvaardbare termijn met beleefdheden uit elkaar gegaan, elk ons eigen weegs. Dat deed mij verlangen naar vrienden met wie het wel fijn is enkele woorden uit te wisselen. Zoals bijvoorbeeld: schutting, boodschappenlijstje, zomerhoed, papierschaar, klemtoon. Welke woorden zet jij daar tegenover? Is dat dan tijdens een lunch of liever een dinertje? En zal je dan weer een eenvoudige t-shirt dragen omdat je het steeds te warm hebt of kies je voor de gelegenheid toch iets wat meer deftigheid uitstraalt? Mij om het even, als we elkaar maar kunnen raken in ons broze mens-zijn, met iets van troost.   Warme groet, Geert

Geert Moons
0 0

Wij

Nummer 1: 22 april 2018   Beste Charlotte,   Ik was graag met je meegegaan naar de yogales in het Boeddhistisch Centrum, maar je weet hoe dat gaat, te veel in een dag willen proppen heeft ook geen zin. Hoe was het? Ik zie je al puffen en zweten, jezelf bewegen in onmogelijke houdingen, terwijl je probeert om diep te blijven ademhalen. Ik weet niet hoe ik me dat Boeddhistisch Centrum moet voorstellen, lopen daar echte Boeddhisten rond, monniken in kleurrijke gewaden? Ben je in aanraking geweest met mensen die in een verlichte staat van Zijn verkeren? Ik wil er alles over horen als je deze namiddag bij mij een terrasje komt doen. Ik zit alvast te wachten met mijn snoet in de zon en een zonnebril op mijn neus. Ik hou van zondagen zoals deze.   Tot straks, Eva   Nummer 2: 23 april 2018   Beste Lotje,   Je was er altijd al en je bent er nog steeds. Dat maakt me warm vanbinnen. Weet je nog hoe boordevol fantasie we vroeger waren? Weet je nog die keer dat we kermisje deden op de oprit – al was dat niet echt een succes – en we kraampjes hadden met allerlei spelletjes? Op het krijtbord stond in grote letters ‘KERMIS’ geschreven en we zouden een centje vragen aan de bezoekers. We hebben de hele namiddag in de regen gestaan, maar plezier dat we hadden. Weer dat warme gevoel. Ze zagen ons vaak voor zusjes aan, wat was ik dan trots! Ik kijk nog steeds naar je op en ben nog steeds trots.   Veel liefs, Eefje   Nummer 3: 24 april 2018   Liefste nichtje,   Ik ben enorm blij dat jij en Joost beslist hebben om in het Antwerpse te komen wonen. Wie had dat ooit gedacht? Jij en ik bijna onder hetzelfde dak! Ik had verwacht dat je landelijk zou gaan wonen, dicht bij je ouders en bij je roots. Voornamelijk dankzij jouw wederhelft heb ik je nu dicht bij mij, hoera! Ik zie ons in de toekomst nog samen groeien, dichter naar elkaar toe. Ik zal op jouw kindjes passen en jij op de mijne én we zullen er dan ook met zijn allen op uit trekken! Onze kindjes zullen waarschijnlijk gezegend zijn met die bekende blonde lokken en ze zullen dikke vriendjes worden, net zoals wij. Je ziet het nu misschien niet, maar alles komt goed. Ook wij zullen dat gezinnetje hebben. Vergeet niet te glimlachen!   Dikke kus, Je kleine nichtje

Eva
0 0

drieluik

Dag Ahmed,   De tijd vertraagt als jij met mij praat. Het is in brokkelig Nederlands. Maar we proberen, met handen en voeten soms, een beeld, wat muziek. Je gedachten bereiken me langzaam, precies alsof ze een weg moeten banen door een dikke laag mist. Af en toe houden de woorden halt. Af en toe stromen ze op kruissnelheid naar me toe. We praten over je familie en oorlog, aanwezig in je allereerste herinneringen. Over hoe ongelooflijk veel je je klein broertje mist. En over de smaak van halwa, je lievelingsdessert. Het is een gerecht boordevol suiker en boter, iets wat alleszins niet door de lokale gezondheidscommissie goedgekeurd wordt. Het is de eerste keer dat ik je even zie glimlachen. Een streepje licht. Je blijft me verrassen.   Groeten   Winny           Dag zestienjarige jongen,   Ik kan het bijna niet geloven: ben je echt wel zestien jaar ? Je kindertijd lijkt heel ver weg te liggen. Met de vlucht naar hier zijn de laatste sporen van die tijd achtergebleven.   Winny             Ahmed,   Ik weet soms ook niet hoe het verder moet. Ik mag het niet luidop zeggen. Het geeft mij een machteloos gevoel om naar jouw verhaal te luisteren. Ik probeer me op geheel professionele manier, niet volledig te laten meezuigen in de onuitwisbare beelden van mensen die sterven, glibberige gevoelens van gemis en eenzaamheid, ... Wat kan ik jou bieden ? (deze vraag schiet regelmatig door mijn hoofd.) Het zijn slechts kleine momenten, kleine beetjes van gedeelde momenten. Er is hier, er is nu. Ik vang een glimp op van je opgelopen kwetsuren, op zo’n zeldzaam moment als je het deksel opheft. Soms omdat je het wilt, soms omdat het niet anders kan. Ken je The Red Tree van Shaun Tan?  Een verhaal over een felrode boom die groeit in de soms donkere trappenhallen van het leven. Een kracht, een verder bouwen ondanks maar ook dankzij de duisternis. Ik breng het verhaal mee bij ons volgend gesprek. Een kiem van hoop, vaak heel onverwachts. Er is toen, er is later. Dat hopen we dan.     Winny

Yuko
0 0

Show me the money!

‘Show me the money!’ schreeuwt Rod Tidwell door de telefoon naar Jerry Maguire, zijn manager en de hoofdpersoon in de gelijknamige film.   ‘Show me the money!’ had de kassajuffrouw in de supermarkt tegen mij kunnen roepen, terwijl ik met zweterige vingers wanhopig probeerde mijn bankpasje in het daartoe bestemde gleufje van de betaalautomaat te stoppen. Het luistert nauw, het past precies. Als je het goed doet, tenminste.   Het was al eerder gebeurd, dat mijn pasje werd geweigerd. Als je te snel bent, werkt het niet. Zachtjes en teder, en met veel gevoel schuif ik het pasje in de automaat. Stik! Weer geweigerd!   Ik voel de ogen van de mensen achter me in mijn rug prikken. Ik durf niet te kijken, om te vermijden dat ik het ongeduld en onbegrip in hun ogen zie. ‘Je weet toch wel hoe je je bankpas in een betaalautomaat stopt?’ Ja, dat dacht ik van wel.   Hoe voorzichtig ik ook probeer, hoe zacht en teder ook, steeds volgt een afwijzing. ‘Onbekende pas’, gevolgd door ‘Magneetstrip lezen’.   Ah, magneetstrips. Het is iets uit lang vervlogen tijden, dat je je bankpas langs een magneetstriplezer moest halen. Deze betaalautomaat heeft niet eens zo’n lezer, volgens mij. Jammer!   Swipen dan? Noem mij maar ouderwets, het idee dat er geld van mijn rekening gehaald kan worden zonder dat ik een code of wachtwoord in kan voeren, gaat mij te ver. Ik doe mijn best, ik heb een mobiele telefoon waar je meer mee kan dan alleen bellen en sms’en, ik zit op Facebook, Instagram en Whatsapp er op los, maar er zijn grenzen.   De kassajuffrouw, moe van mijn vergeefse pogingen, neemt het over. Hoe ze ook probeert, hard of zacht, snel of langzaam, ruw of teder, het helpt niet. En nu?   Ik word naar een andere kassa gedirigeerd, ver weg van de drukte, starende blikken vol medelijden of ongeduld volgen me. Een andere kassajuffrouw, hetzelfde resultaat. Niks! Nada! Noppes!   Daar sta je dan. Tassen vol met boodschappen, klaar om mee naar huis te nemen. Die krijg je niet zomaar mee. Er zit niets anders op dan even naar huis te gaan om mijn portemonnee te halen. Die had ik niet bij me, aan mijn bankpasje had ik toch genoeg? Als-ie het doet wel, ja.   Snel loop ik naar huis, met lege handen. Met een goedgevulde portemonnee kom ik weer terug.   Nog één laatste poging, als ik weer terug ben in de supermarkt. Nee hoor, de automaat blijft halsstarrig bij zijn weigering. Het leven van een columnist gaat niet over rozen.   Ik reken af, contant. Er was een tijd, nog niet eens zo lang geleden, dat dat doodnormaal was. Nu voelt het vreemd, alsof ik iets van mezelf afsta. Alsof het nu ineens geld kost, nu je het ziet in plaats van een anonieme, onzichtbare afschrijving. Anoniem en onzichtbaar, tot je je afschrift controleert. Online, vanzelfsprekend.   ‘Show me the money!’ Nou, dat heb ik dus gedaan.

EigenWijzer
0 0

Aandachtspunten voor mijn schrijven + structuurplan eindverhaal Jan Loogman

1. Aandachtspunten voor mijn schrijven Uit de feedback destilleer ik dat mijn stijl in het algemeen toont, soms vertelt en dat dit een evenwicht is dat voldoende aan de lezer overlaat. Visueel, filmisch, beeldend zijn terugkerende woorden. In bepaalde scenes gebruikte ik typerende woorden uit specifieke woordvelden. Ook trof mij dat mijn woordgebruik alledaags wordt genoemd, en als ik het goed begrijp is daarmee bedoeld: “zonder veel beeldspraak die voor een lezer lastig te volgen kan zijn.” Dialogen worden voldoende en effectief ingezet, “stuwen de handeling voort” staat er twee keer. Waar ik korte, elliptische zinnen gebruik, in innerlijke monoloog, wordt dit passend gevonden. Voor het eindstuk leid ik hieruit af: doorgaan in de stijl die ik overwegend hanteerde. Wel wil ik proberen iets meer beeldspraak te gebruiken, gewoon om me daarin te ontwikkelen. Bij opdracht 3 kreeg ik negatieve feedback, op de lange complexe zinnen in het begin van het verhaal. In latere bewerking zette ik dit recht en dit werd herkend. Waar ik alert op moet zijn: als ik qua thematiek of structuur het verhaal niet helemaal in de vingers krijg, wordt dit merkbaar in zinsconstructies. Ofwel: betrap ik mezelf op lange ingewikkelde formuleringen, dan moet ik zoeken naar vereenvoudiging in inhoud. Dat vertaalt zich dan vanzelf in de zinsbouw.  Dat wordt oppassen bij de scène die ik nu voorzie als opening (1994) want nog altijd is mij een beetje duister hoe het kwam dat ik toen juist door het ijs zakte.   Over mijn stem is gezegd: licht-ironisch, beetje humor, scherp observerend. Bij opdracht 6, het verhaal De Kom, zeiden mensen: cynisch, sarcastisch. Dat is geen stem die ik wil hebben. In dat verhaal kan ik me de karakterisering enigszins voorstellen. Aan de stem kan ik niet veel veranderen.   Structuur en perspectief: in het algemeen is de verhaalstructuur helder genoemd. Bijna alle verhalen zijn verteld vanuit de belevende ik of hij-personaal, met flashbacks. Per verhaal ging dat lekker, bij opdracht 3 merkte ik dat ik het moeilijk vond om de lijn vol te houden, c.q. om helder te blijven. Toch ga ik voor het eindverhaal proberen die lijn te volgen, het biedt me de optie beschrijving en innerlijke monoloog (die dan flashbacks oplevert) voortdurend te combineren en die vorm bevalt me.   Kortom, ik ga door op de allang ingeslagen weg, wil meer beeldspraak invoegen en proberen in structuur de vorm te handhaven die ik in vrijwel alle verhalen koos.   2. Structuurplan eindverhaal  De thematiek Wat gebeurt er als een slimme verlegen jongen opgroeit in een net, maar eenvoudig RK dorpsgezin met een dominante pa en een ma die de zorg voor de in haar beleving weerbarstige jongen in het grote gezin lastig vindt, terecht komt in een stads en meer welgesteld schoolmilieu, zich ontpopt en zijn talenten (woorden, intellect) ontdekt maar in zijn loopbaan en privéleven zijn afkomst en de kloof met anderen blijft voelen? Strijdt de jongen/man? Blijft hij strijden? Vindt hij een evenwicht tussen zijn neiging afstand te bewaren, zich onafhankelijk op te stellen, en zijn verlangen naar geborgenheid, een plek waar hij er mag zijn zonder iets te hoeven laten zien? Is hij een buitenstaander, een loner of kan hij ook samen zijn/vertrouwen?   Structuur Het liefst kies ik voor een opbouw die ik in de meeste eerdere teksten hanteerde: een hij-personale verteller (of belevende ik-verteller), vertelling in tegenwoordige tijd, door een gebeurtenis of observatie ontstaat een flashback die na een tijdje eindigt, waarna we terug zijn in het vertelheden en het procedé zich al dan niet herhaalt. Er zijn dan dus telkens scènes waarin het HP via zijn handelen en innerlijke monoloog zich aan de lezer laat kennen. Als begin stel ik me “1994” voor, een periode waarin ik uit het arbeidsproces viel door een burn-out, die volgde op scheiding (1991), een ongewenst kind (1992), een verkeerde loopbaankeuze. Een crisis als begin met flashbacks naar het ontstaan ervan. Na dat begin wil ik twee bewegingen maken: een naar de periode ervoor (jeugd enz. tot 1994) en een naar de periode erna (naar nu toe). Als het goed gaat, komt daar een open einde uit, maar wel ziet de lezer dat HP een zekere vrede met zichzelf heeft gevonden, vertrouwen heeft in zichzelf en durft te genieten van geborgenheid die hem geboden wordt en die hij zelf te bieden heeft.   Overige voornemens Mijn verhaal ga ik schrijven vanuit een hij-personaal perspectief, HP is Johan, (maar misschien noem ik hem gewoon Jan), De maatschappelijke context breng ik erin door beschrijving van kleding, manier van omgaan met elkaar, en inhoudelijk, het omgaan met de thematiek, Ik ga dat – als het even kan – niet expliciet doen, maar laat het zien, de lezer kan verbanden zelf leggen. Zo wil ik ook de thematiek inbrengen: zo min mogelijk benoemen, wel tonen.  Jan Loogman    

Jan Loogman
0 0