Lezen

Benito en de poezenblues

Ik maak me zorgen over Maurice. Maurice is een kat, mijn kat, een grote kat, een stevige kat. Een kat die muisjes in de muil neemt om ze vervolgens uit te spuwen.   Ik weet wat Maurice van plan is. Ik weet niet wat Maurice van plan is, maar ik weet wel waar Maurice mee bezig is.   Maurice schuimt het internet af naar toespraken van Benito Mussolini. Dat zie ik in mijn zoekgeschiedenis.   Ik heb Maurice er al op aangesproken. Ik heb hem gezegd: 'Maurice, die man, die Benito... Dat was een zwarthemd. En een vechtjas. Geen man om een geïndustrialiseerde staat te leiden, dus.' Maar Maurice keek me schaapachtig aan en miauwde iets dat ik niet verstond.   Gisteren heeft Maurice artikels gelezen over de vrouwen van Mussolini. Il Duce stond erom bekend een robuust minnaar te zijn, maar welke boodschap heeft een poes daaraan? Wou Maurice me iets duidelijk maken? Dat zijn castratie niet goed gelukt is misschien? Ik vroeg hem dan ook: 'Maurice, wil je me iets duidelijk maken?' Maar hij liep naar zijn kattenbak. Toen vroeg ik: 'Maurice, wie heeft je Italiaans geleerd? Wie, Maurice?' Geen antwoord.   De poezenpsychologe die wekelijks langskomt, weet het ook niet. Ze is mooi, die poezenpsychologe. Ik doe alsof ik van teflon ben. Ze mag ook eens een beetje moeite doen voor me.   Maurice heeft de beelden bekeken van de Mars op Rome. Hij was volledig opgezweept toen ik thuiskwam. Ik heb hem in de hoek gezet. Hij heeft de nacht erop in alle plantenbakken gekakt. Ik weet niet meer wat te doen.   De poezenpsychologe en ik roken een sigaret in bed. Ze is poedelnaakt en dat staat haar goed. Ik zeg: 'Ik maak me zorgen om Maurice. Hij leunt iets te zeer naar rechts.' De poezenpsychologe lacht: 'Ach, Mussolini was de kwaadste nog niet. Hitler, Stalin, Pol Pot... dat waren massamoordenaars. Maar Mussolini? Een fascistisch clowntje. Een voetnoot in de geschiedenis. Laat Maurice maar doen.' 'Jij kan me geruststellen', zeg ik.   De poezenpsychologe schaterlacht en verandert in een tijger.

Michaël Verest
14 0

Eruptie.

Hij.  Zwijgzaam. Stil en onrustig. Stil, onrustig en onopvallend. Volgt de modetrends niet. Een paar neutrale donkere schoenen, een jeansbroek en een trui zoals er nog vijf andere in zijn kast hangen. Een bril die hij tien jaar geleden gekocht heeft en die nog steeds functioneel is. Een krullende bos haar op zijn hoofd waaraan hij nooit aandacht heeft besteed. Het uiterlijk van een professor, maar dan niet van het verstrooide type. Eerder van het type dat goed georganiseerd is en welbespraakt wat het eigen vakgebied betreft. Zwijgzaam echter wat alles buiten het eigen vakgebied betreft. Een vulkaan die op uitbarsten staat.   Zij  Spreekt voor twee. Praatziek en heel aanwezig. Als hij een zin begint, maakt zij die voor hem af. Het gezicht onopgemaakt. Draag neutrale kleren. Heeft wel schoenen met hakken aan.  Waarschijnlijk ter compensatie van haar kleine gestalte. Een kwetterende vogel die theatraal boven op een tak zit. Die niet kan begrijpen dat andere mensen andere voor- en afkeuren hebben dan zijzelf, die het moeilijk heeft met veranderingen, die voldoende heeft aan haar werk en haar gezin. Heeft er geen idee van dat ze naast haar eigen woorden, ook de onuitgesproken onrust van haar man braakt. Een vulkaan die een deksel nodig heeft.   Zo noteerde Emma, een gerespecteerde relatietherapeute, haar bevindingen van het koppel dat voor haar zat in haar notitieschrift. Dit koppel helpen om gewoontepatronen te doorbreken zou een harde noot worden om te kraken, maar ze had al moeilijkere gevallen over de vloer gekregen en had vertrouwen in zichzelf en in het proces dat ze zouden gaan. Toen ze vertrokken waren, schreef ze verder. Ze maakte graag gebruik van beelden in haar beschrijvingen van vastgeroeste patronen en bezat de gave om deze beelden ten gepaste tijde in te zetten in de therapie.   Reden van aanmelding. Hij. De vulkaan die twee weken geleden tot een gigantische uitbarsting was gekomen. De lava die zo lang had liggen smeulen, was met een enorme kracht naar buiten getreden en had meer dan honderd huizen naar de vernieling geholpen. Hij was geschrokken van zichzelf. De uitbarsting duurde welgeteld 10 minuten maar voor hem leek het alsof het een eeuwigheid had geduurd. Na 10 minuten waren schaamte en schuldgevoel hem ter hulp gekomen. Zij hadden het puin opgeruimd en waren op zoek gegaan naar een reusachtig deksel. Toen ze dat gevonden hadden, hadden ze het op de top van de vulkaan geplaatst. Ze drukten het na twee weken nog altijd stevig op zijn plaats en kregen hierbij ook nog de steun van angst, angst voor een nieuwe uitbarsting. Zij. Hevig ontregeld door zijn uitbarsting. Ontdaan door de agressieve klanken die hij had gespoten en de heftige beschuldigingen die uit hem waren gestroomd. Geschrokken van hoe de fundamenten onder haar voeten waren gaan trillen en hoe haar ramen aan diggelen waren geslagen. Ze had zich klein en nietig gevoeld in zijn aanwezigheid, iets wat hij háár verweet. Ze had zich monddood gevoeld, ook een verwijt aan haar adres. Ze was bedolven geweest onder het puin en had nadien nog heftige naschokken gevoeld. Beetje bij beetje had ze zichzelf opgeraapt, was ze opnieuw begonnen met adem te halen. En toen hij voor de vijfde keer sorry had gezegd, dacht ze het hele voorval voor eens en altijd terug op te kunnen bergen. Ze had het graag in een doosje met slot gestopt en het veilig weggeborgen in een kast. Als niet...

Aline S
0 0

Onzichtbaar

Elke keer als ze naar de stad gaat, hoopt ze hen niet tegen te komen. Als ze de aasgieren op haar ziet afkomen, probeert ze weg te duiken of zich onzichtbaar te maken. Eigenlijk is het frappant dat ze tijdens de vergaderingen op haar vorig werk meestal onzichtbaar was terwijl ze door de aasgieren wonderbaarlijk snel wordt opgemerkt en deze roofvogels in haar een ideale prooi zien.   Ze weet ondertussen heel goed waar de bloeddorstigen die geld proberen te ronselen zich ophouden. En als het ook maar even kan, vermijdt ze die plaatsen.  Vandaag echter wil ze in die ene winkel, waar er vaak twee haar staan op te wachten als ze buitenkomt, ondergoed kopen voor haar vierjarige dochter.   Ze speurt in het rond als ze haar sleutel in het fietsslot steekt, is opgelucht niemand met een duidelijk opschrift op zijn borst te bemerken en is van plan zich snel naar binnen te haasten. Doen alsof je gehaast bent, is altijd een goede tactiek. Ze heeft het al vaak gezien: mensen die op hun duizendste gemak aan het winkelen zijn en die dan plots zeer dringend ergens moeten zijn als ze aangesproken worden door een man of vrouw van het goede doel. Wanneer ze zich terug opricht, staat hij al naast haar. Als een schim lijkt hij uit het niets te zijn opgedoken. 'Dag mevrouw, er is mij verteld dat mensen met coole mutsen met veel plezier geld schenken aan het goede doel. Hebt u even tijd voor mij?' Zijn woorden vormen wolkjes in de koude lucht.   Ze aarzelt en maakt aanstalten om verder te gaan. Het is ijzig koud en ze wil eigenlijk gewoon naar binnen. Ergens voelt ze zich ook wel gevleid en zet ze haar hippe muts wat rechter. De niet onaardig uitziende jongeman, op de been voor Oxfam, speelt gretig in op het moment van twijfel. 'Zal ik u even vertellen wat wij allemaal doen en hoe u ons daarbij kan helpen?' vraagt hij met het enthousiasme van iemand die geroutineerd is en die al menig persoon heeft weten te overtuigen.   Ze voelt zich schaakmat gezet. Nu nog zeggen dat ze geen tijd heeft, is ondertussen geen optie meer. 'Ja, heel even dan,' zegt ze snel met een half oog op de winkel en een half oog op hem gericht. 'Wat vindt u ervan, mevrouw, dat er boeren zijn in het Zuiden die meer dan 10 uur per dag werken en dan toch in armoede leven?' 'Dat is niet eerlijk,' antwoordt ze zacht. En ze vindt het ook echt niet eerlijk en zeer onrechtvaardig en het is ook helemaal niet dat het haar niet raakt, maar op dit moment is ze zelf op zoek naar een nieuwe job en moet ze rondkomen van een werkloosheidsuitkering die na een jaar nog amper 300 euro per maand bedraagt omdat ze samenwonend is. In tegenstelling tot wat haar familieleden denken, is dit een extreem laag bedrag voor iemand die op één jaar tijd duizenden sollicitatiebrieven verstuurd heeft, honderd antwoorden heeft gekregen waarvan 80 negatief; voor iemand die 20 gesprekken heeft gevoerd waarvan twee met positieve feedback maar met geschiktere kandidaten. Dus voelt ze zich ongemakkelijk en wenst ze dat ze assertiever kon zijn en hem zou durven onderbreken, maar dat durft ze niet.   'Nee mevrouw, zo zou het inderdaad niet mogen zijn. En daarom zijn wij er, mevrouw. Wij zijn er om dit onrecht uit de wereld te helpen. Zoals u wellicht weet, gaat een product door heel wat verschillende handen voor het in die van u terechtkomt. Wij willen ervoor zorgen dat elke schakel in dat proces, elke persoon die erin betrokken is, een eerlijke kans krijgt en dus ook een eerlijk loon. Zou het niet mooi zijn, mevrouw, indien u, door ons maandelijks een gift te schenken, uw steentje kan bijdragen op weg naar een betere wereld?' 'Euh ja, inderdaad. Ik zal er eens over nadenken', zegt ze dan. Op het moment dat ze zich wil omdraaien, houdt hij het formulier dat ingevuld moet worden onder haar neus. 'Nu inschrijven, bespaart u heel wat administratieve rompslomp, mevrouw. U kunt uw bijdrage op elk moment stopzetten en uw gift is bovendien fiscaal aftrekbaar. Waarom zou u nog twijfelen, mevrouw met de coole muts, de luisterbereidheid en de mooie ogen?' probeert hij nu het onderste uit de kan te halen. Ze wil zo graag geliefd zijn. Ze is het laatste jaar zo vaak afgewezen geweest dat ze het niet over haar hart krijgt deze jongeman die het hart op de goede plaats heeft en die opkomt voor mensen in moeilijke situaties zoals zijzelf, de rug toe te keren. Voor ze het goed en wel beseft, heeft ze het formulier ingevuld, met een week gevoel in haar maag, dat wel. En hij bedankt haar met zijn jeugdig enthousiasme. Hij neemt haar hand vast en kijkt haar in de ogen. 'U maakt zoveel mensen gelukkig door dit te doen, mevrouw', zegt hij. 'U zal het zich niet beklagen.' En weg is hij, op zoek naar een nieuwe prooi.    In de winkel gaan haar gedachten alle kanten op. Ze overtuigt zichzelf ervan dat ze dit gedaan heeft omdat ze nu eenmaal in een betere wereld wil wonen. Ze probeert zichzelf ervan te overtuigen dat er nog mensen zijn die én aan Oxfam én aan Amnesty én aan Artsen zonder grenzen, geld doneren. Ze maakt zich sterk dat het telkens om een zeer minieme bijdrage gaat en dat het beter is aan elke organisatie iets te geven dan veel aan één enkele. Ze weet alleen nog niet zo goed hoe ze dit nu straks thuis aan haar man zal moeten uitleggen. Misschien kan ze er wel voor zorgen dat hij het niet te weten komt. Tenslotte is zij degene die de geldzaken beheert.   Ze besluit alvast wel om vandaag geen geld meer te geven aan bedelaars. Onderweg naar de stad heeft ze immers al 2 euro in totaal uitgegeven aan bedelende daklozen: een halve euro aan de man die een been miste en toch hoopvol leek, 1 euro aan de vrouw met de meest gepijnigde blik in haar ogen die ze ooit had gezien, en nog een halve euro aan drie sjofel geklede straatmuzikanten waarvan er twee een paar tanden misten. Ze durfde al deze mensen nooit lang aan te kijken, als schaamde ze zich in hun plaats. Met het hoofd naar beneden, ineengedoken, wierp ze snel en behendig het muntstuk in hun hoed of kommetje zonder hun eventuele blijk van dankbaarheid af te wachten.   Maar haar besluit voor vandaag staat vast: haar geldbuidel gaat na deze aankoop voor haar dochter definitief dicht, hoe behoeftig iemand ook naar haar mag kijken. De aasgieren buiten vormen nu geen bedreiging meer. Eens ze jou als prooi gehad hebben, laten ze je gerust en gaan ze cirkelen rond andere bereidwilligen. Ze is dan wel werkloos, maar ze doet vrijwilligerswerk, doneert aan goede doelen en geeft geld aan bedelaars. Jammer dat niemand haar daar ooit eens een pluim voor geeft, dat dat geen kwaliteit is die gewaardeerd wordt in haar zoektocht naar werk. Jammer dat niemand voor haar doet wat zij voor anderen doet. Jammer dat ze onzichtbaar is.

Aline S
0 0

De boot en de woestijn

  Ik heb een botenwinkel geopend in het midden van de Sahara. De passerende nomaden zijn geïnteresseerd in mijn handelswaar, maar vragen er zich het nut van af.   'Het nut? Het nut? Die mooie vrouwen van jullie, zijn die nuttig?' piep ik. Daar hebben ze geen antwoord op, maar ze bieden me er wel één aan. Eén die ik graag in ontvangst neem.   Mijn gloednieuwe vrouw is een harde werkster. Ze heeft marketing gestudeerd aan de universiteit van Caïro. Ze promoot mijn boten via Facebook.   Steeds meer woestijnnomaden vinden hun weg naar mijn winkel, maar hebben geen geld om mijn boten te kopen, hoewel ze me op het hart drukken dat het de mooiste boten zijn die ze ooit gezien hebben.   Mijn vrouw fluistert me in dat ik boten moet ruilen tegen kamelen. Ze fluistert naakt, zoals altijd. Ik luister gekleed. Binnen de kortste keren zijn al mijn boten uitverkocht en heb ik veel, maar dan ook zeer veel kamelen.   Ik vraag mijn vrouw wat een kameel zoal eet. En vooral: waar we dat eten op de kop kunnen tikken. En nog meer vooral: hoeveel me dat zal kosten.   Mijn vrouw heeft geen antwoord op mijn prangende vragen. Ik verlaat haar op een kameel en laat dat dier de etalage van mijn vroegere botenwinkel uit schoppen. Ik weet niet of mijn vrouw één traan gelaten heeft.   We zijn nu enkele weken later en we bereiken de kust. Blijkbaar kunnen kamelen lang zonder eten en drinken. Ik niet, dus ik ben stervende. Ik jaag mijn kameel de zee in, met mezelf nog steeds geklemd tussen zijn twee bulten. Kamelen zijn slechte zwemmers. En ik heb geen kracht meer. Een boot vol nomaden passeert. Zie ik daar mijn vrouw? Of is het een fata morgana? Is zij een fata morgana? Was dat haar naam?   Mijn kameel en ik zinken naar de bodem. De wereld ligt open.

Michaël Verest
0 0

You know what I mean

I wish I could write you a lovesong To show you the way I feel   _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   _________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________   Seems you don’t like to listen   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
12 0

U heeft (1) ongelezen bericht.

Meestal ben ik Rachelle. Profiel : achteraan in de veertig, roodkleurig van haar (geverfd), lang gedragen en zacht gekruld (ingezet), niet echt een verzorgde snit, ook niet vormloos, gewoon lekker in de war. Ik ben eigenares van een kledingzaak voor babies in Marseille en mensen zeggen wel eens dat ik de Elizabeth Taylor van het Zuiden ben : mannen ja, mannen die blijven, ze zouden wel willen, één man die blijft, neen. Op één uitzondering na. Ben één keer getrouwd geweest maar het huisje-tuintje leven was niet voor me weggelegd. Daarom heb ik besloten de mannen niet te ondergaan maar ik zou wel laten weten dat er een Rachelle in Marseille is en heel land zou het weten.   Mijn gevoelens laat ik meestal thuis, mannen zijn alleen uit op wat ik achter mijn slipje hou, hoe vervelend ik dat ook vind. Ik werk in mijn eigen kledingzaak en heb onlangs een jong meisje aangeworven, Wardia, net afgestudeerd en die ik naar mijn hand en de warmte van mijn slipje kan draaien. Maar zover raakt ze niet. Ik heb al vaak gemerkt dat haar hete blik naar mijn wulps lichaam lonkt maar daar ga ik niet op in. Ik kom gewoon iedere avond langs om de kassa te maken. Ik weet dat Wardia vurig verlangt aangepakt te worden in de achterboetiek, zelfs wanneer er nog enkele moeders in de winkel rondhangen. Ik laat ze maar sidderen. Wie weet ga ik er ooit wel eens op in. Eigenlijk haat ik kinderen en mijn lievelingsfilm is nog steeds “Rosemary’s baby”. Ik ben allergisch aan de goede moraal die in mijn stad heerst. Doe dit en niet dat. Nog een beetje en ik verhuis naar andere oorden.   Na de sluiting ga ik meestal een glaasje drinken in het buurtcafé, “La balançoire mystérieuse” waar ook enkele vriendinnen van me vrijwel de hele avond rondhangen. Ook de commissaris komt hier al eens binnenwandelen voor een gezellig vrouwenonderonsje. En ook hier geldt de achterboetiek als een geprivilegieerde ontmoetingsplek voor enkele happy afters avec finition. De diensters bedienen veelal de wenken van het mannelijk schoon dan de glazen die ik bestel. Lang blijf ik dan ook niet hangen en al snel wandel ik halfzat naar mijn appartement waar ik in mijn eentje op het internet surf.   Daar zit ik. In de linkerhand een klassieker, gin-tonic, de rechterhand klaar met pen en papier om telefoonnummers te noteren. Mijn kut is nog ijskoud maar dat ligt aan de animator die me leven inblaast.   Rachelle is een virtuele sexbom die nooit zal ontploffen bij gebrek aan ontsteking en haar enige vrienden zijn enkele goed geschapen rubberen speeltjes die ze verkiest boven zinloze conversaties met van huis weggelopen mannen. Daar heeft ze toch niets aan, altijd dat gezaag over hun saaie wijven en lastige kinderen en hoe slecht het gaat op het werk. Neen, geef haar de aandacht van het wereldwijde web en ze zal zelf wereldwijd ontvankelijk zijn.   Heerlijk is dat, daar ligt ze te genieten van zoveel aandacht. Daar ligt ze, licht gekleed als een onbereikbare en onzichtbare sexgodin boodschappen te sturen naar mannen die ze niet kent. Mannen die ze ook niet wil kennen. De eerste gin-tonic wordt al snel gevolgd door een volgende gin-tonic, niet zonder eerst wat champagne koel te zetten. Als afsluiter van de dag. Rachelle rookt lange fijne sigaren met een lichte geur van vanille die de kamer kleurt. Haar stem heeft het elegante timbre van een vervallen Jeanne Moreau.   De ongebreidelde vrouwelijkheid van Rachelle gaat dwars door het scherm heen en komt sluipend in menig Franse huiskamer binnen waar enkele eenzaam geworden mannen hopen op een virtuele aai, een wilde fantasie of gewoon een reële ontmoeting. René is zo’n kwijler. René Le Quéler. Een klein stukje mensenverdriet van amper een meter zestig, kalend en fel behaard, inclusief nek en rug. Hij kent alleen maar supermarktslipjes en goedkope parfum. Profiel : stoere bink, donkerharig en felgebruind, één meter tachtig, met kennis van het leven, zoekt amoureus avontuur. Sportief, gecultiveerd, reist veel, kaderlid en blablabla.   Doch, het oog van Rachelle is als het oog van God : Rachelle ziet alles. Rachelle is een mythe. Virtueel althans want in het dagelijkse leven is ze gewoon niemand. Daarbuiten bestaat ze niet. Ze weet ook dat René Le Quéler een gemakkelijke prooi is om haar lusten aan te wakkeren en te laten duren. Dat zijn de spelregels van animatie. Nog even een slok van de gin-tonic. Slurp slurp.   Iedere avond is De Kwijler daar. Met lieve woordjes, met attentvolle uitspraken, met offers om de godin gunstig te blijven, met pogingen tot een afspraakje. Die man schreef op een dag dat hij speciaal zijn agenda voor haar een week had opengelaten om elkaar te ontmoeten. Maar Rachelle gaat nooit in op afspraken. Hoe kan ze ook? Niet alleen blijft ze liever thuis om met haar poes te spelen maar wat als René ontdekt dat ik Rachelle ben, een niet onknappe jongeman die ’s avonds wat bijklust om de huur te kunnen betalen.   “Rachelle, ik moet je iets bekennen”. Met iemand die iets te bekennen heeft aan Rachelle valt het ergste te vrezen. En het ergste was geschied. Iedereen weet dat Rachelle haar winkel heeft in de “Rue neuve” van Marseille heeft. Ik persoonlijk ken deze stad niet maar iedere grootstad heeft wel een belangrijke winkelstraat waar her en der een kledingzaak is voor babies. “Ik ben naar je winkel gekomen, Rachelle”. Ik schrik me een aap. Mij komen opzoeken? En wat was er dan te zien? “Ah ja…?” vraag ik vertwijfelend. “Rachelle, ik heb je winkel gezien en ik kon het me niet laten binnen te kijken in de hoop jou te zien”. Het geluk van de man was oprecht. Ik vroeg wat hij precies gezien had. “Rachelle, je bent de mooiste vrouw die ik ooit heb gezien, je bent zo goddelijk als je jezelf beschrijft iedere avond. Je bent een geschenk van de puurheid van de natuur. Wat doet zo’n mooie vrouw als jij iedere avond alleen? Je zou duizenden mannen gelukkig kunnen maken”. Dat wist ze wel en dat deed ze ook.   Het werd tijd om van de goddelijke verschijning een ijskoningin te maken. Een collega, Muriel 7 vroeg  me uit en grinnikte. “Ik heb die ook al gehad en hij sprak veel lof over jou. Als een jaloerse Muriel kan ik dit uiteraard niet hebben dus blijf ik hem uitvragen naar wat die del van een Rachelle wel heeft wat ik niet heb”. “Rachelle… ik hou van jou”. Daar was het. Daar stond het virtueel geschreven, oprecht en overtuigend. Iets waar de schrijver van dit stuk zelf naar verlangde. Ik hou van jou. Het gaf me virtuele voldoening. Zo vergat ikzelf een beetje mijn eigen ongeluk. Ik kon de grens tussen het bijklussen en mijn eigen eenzaamheid verheffen om later die avond gelukzalig naar huis te gaan en weten dat het nog kan gebeuren. En te beseffen dat er ergens nog wel iemand is die van me houdt.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 0

Van Weelde

01 – 25 juni 2016 Norman van Weelde (49) is een boer in Noord-Holland. Hij heeft twee zonen; Rudie (21), Jurrien (18) en een dochtertje, Verle (12). Hij woont samen met zijn tweede vrouw, Heleen van Weelde-Haan (46). Normans nichtje, Robin Rosche (16), logeert van 23 juni tot 27 juni bij hem.   Om 21:18 uur wordt Norman door een onbekend nummer op zijn iPhone 4 gebeld.   Om 21:24 uur belt Norman 112. Hij klinkt bang en lijkt te hyperventileren.   112 DIGITAAL VERSLAG (VANAF 21:25 UUR) 112-telefonist: “Meneer van Weelde, rustig. Ik kan u niet goed horen.” Norman: “Hun oren, vrouw! (onverstaanbaar) hun oren!” 112-telefonist: “Meneer van Weelde, opnieuw, rustig-” Norman: “(onverstaanbaar) mijn dochter! (ruis) mijn vrouw! Oh God, Robin.” 112-telefonist: “Meneer, wat is er met uw familie?’ Norman: “(onverstaanbaar) oren!’ 112-telefonist: “Meneer van Weelde, is er iemand anders waarmee ik kan praten?’ Norman (lijkt 112-telefonist niet te hebben gehoord): “Robin! (ruis) –in! Verle!” 112-telefonist: “Wat gebeurd er, meneer?” Norman: “Hun oren, het zijn hun oren! Het (ruis) hun oren!” 112-telefonist: “Meneer, agenten zijn onderweg naar uw locatie.” Norman: “Sne- (ruis)”   Agenten arriveerden om 21:57. Ze ontdekten de lijken van Jurrien in de woonkamer en Heleen in de slaapkamer van Verle. Rudie, Robin en Verle werden niet gevonden. Norman werd later gevonden, in elkaar gekropen in de kast, zijn iPhone nog in zijn verslapte hand.   POLITIERADIO DIGITAAL VERSLAG (VANAF 22:00 UUR) Agent Tisselink: “Thijs, iets gevonden?” Agent Desmet: “Niets, Bas, huis is leeg… (Geluid van een deur die wordt geopend) Wacht.” Agent Tisselink: “Wat is er?” Agent Desmet: “Het lichaam- van meneer Van Weelde.” Agent Tisselink: “Wat is ermee?” Agent Desmet: “Ik scheen met m’n zaklamp op hem en- toen… Je moet komen, Bas, ik denk dat- (geluid dat Desmet iets over de grond verschuift, vermoedelijk het lichaam van Norman) Ik denk dat er iets in hem zit.” Agent Tisselink: “Wat?” Agent Desmet: “Ik weet- (kucht) niet hoe ik het moet uitleggen. Kom snel.” (Geluid van Tisselink die een trap oploopt, daarna een deur die opengaat.) Agent Desmet: “Hier, kijk dan.” (Korte stilte. Geluid van Desmets en Tisselinks ademhaling. Kort, kokhalzend geluid wordt gehoord.)   Om 22:14 uur draagt Thijs Desmet een bewusteloze Bas Tisselink uit het huis. Agent Desmet zegt dat hij iets in het oor van Norman zag zitten, maar wist het niet zeker. Bij nader inzien leek het alsof een spin of kakkerlak in zijn oor was gekropen. Tijdens het forensisch onderzoek werden er geen sporen van dieren gevonden en ook geen duidelijke doodsoorzaak. Wel werd er bij alle slachtoffers een beschadigde gehoorgang aangetroffen.   Rudie, Robin en Verle werden nog steeds vermist. “Hun oren, vrouw! (onverstaanbaar) hun oren!” 02 – 30 juni 2016 Sinds 26 juni, 06:30 uur, zoekt men naar Rudie en Verle van Weelde en Robin Rosche. Er werd gezocht tussen 06:30 uur en 21:00, met tussendoor pauzes in een 5km-radius van het huis Van Weelde. Buiten deze radius werd er korter gezocht. Op 28 juni werd er om 09:00 uur precies een landelijk AMBER-alert uitgezonden. Er worden vele tips gegeven, maar geen van hen leiden naar de vermisten kinderen.   Op 30 juni, om 21:00 uur, wordt 112 gebeld.   112 DIGITAAL VERSLAG (VANAF 21:01) Rudie: “Hallo? Spreek ik (ruis) politie?” 112-telefonist: “U spreekt met de politie in Assen, met wie spreek ik?” Rudie: “Rudie- Rudie van Weelde. Ik- (ruis).” (De 112-telefonist geeft door dat Rudie is gevonden) 112-telefonist: “Rudie, waar ben je nu?” Rudie: (onverstaanbaar) 112-telefonist: “Rudie, kan je rustiger praten? Ik versta je niet.” Rudie: “Er- er is geen- ik weet het niet.” 112-telefonist: “Kan je je omgeving omschrijven?” Rudie: “Ik ben in een huis- klein huis. Verlaten. Vervallen.” 112-telefonist: “Dan heb je ontzettend veel geluk gehad. Kan je iets zien wat de omgeving onderscheid?” Rudie: “Naast de deur van het- eh- huisje hing een bordje. Van koper, denk ik. Meijers, stond erop.” 112-telefonist: “Ik denk al te weten waar je bent. Blijf in het huis, we komen er direct aan.” (Korte stilte, enkel het geluid van zijn gejaagde ademhaling. Er klinken voetstappen op hout, daarna een keiharde knal.) 112-telefonist: “Rudie…? Rudie…?”   Om 22:59 arriveerde een politiekorps van vier agenten en een ambulance bij het verlaten Meijers-huis in Drenthe. Ze troffen Rudie dood aan op de vloer van de woonkamer. Het mobieltje waarmee hij had gebeld, een Blackberry uit 2004, lag een meter van hem vandaan, het scherm gebroken. Na onderzoek van het huis vond agent Van Damme drie aangevreten en opengescheurde lijken op zolder. Deze konden niet meer geïdentificeerd worden.   Bij terugkomst vertelde agent Van Damme dat hij iets zag rondkruipen in de drie gevonden lijken. Velen zeiden dat dit hoogstwaarschijnlijk ongedierte waren, of zilvervisjes. Agent Greef beweerde dat hij iets zag in het oor van Rudie. Agent Schulte en agent Bone bevestigen dit. 03 – 1 juli 2016 Boekenwinkeleigenaar Laurien Kempes (30) is bezig met de winkel af te sluiten. Haar boekenwinkel, De Boekenwurm, bevindt zich aan het einde van de Jan Klaverstraat. Om 20:08 uur wordt er op het raam van de winkel geklopt door Robin Rosche. Samen met Robin is Verle.   Om 20:23 uur wordt het Henri Veen Ziekenhuis gebeld.   HENRI VEEN ZIEKENHUIS DIGITAAL VERSLAG (VANAF 20:26 UUR) Laurien: “Ja, ze kwamen me inderdaad bekend voor, ja.” Ziekenhuistelefoniste: “Het beste wat u kunt doen is hen naar ons toe brengen. De politie is al gebeld.” Laurien: “Is goed, i- (ruis).” Ziekenhuistelefoniste: “Het spijt me, mevrouw Kempes, de verbinding viel weg. Kunt u herhalen wat u zonet zei?” Laurien: “Ik zie (ruis) oren.” Ziekenhuistelefoniste: “Wat is er met hun oren?” Laurien: (ruis) Ziekenhuistelefoniste: “Mevrouw Kempes. Bent u er nog?” Laurien: “Ja, sorry, normaal gesproken (ruis) zo’n slechte verbinding. Wat ik zei, is dat ik denk dat er (ruis) oren zit.” Ziekenhuistelefoniste: “Er zit iets in hun oren, is dat wat u bedoeld?” Laurien: “Ja, ik- (haar telefoon valt vermoedelijk op de grond)” Ziekenhuistelefoniste: “Mevrouw Kempes? Mevrouw Kempes?”   De politie werd naar De Boekenwurm gestuurd, in plaats van het ziekenhuis. Bij aankomst troffen ze mevrouw Kempes dood aan. In de rechterzijkant van haar hoofd zat een gat, alsof er een kogel door haar hoofd was geschoten.   Verle werd niet gevonden. Robin werd op de bank in de woonkamer aangetroffen. Er droop bloed uit haar oren. Bij het forensisch onderzoek bleek dat ze een ernstig beschadigde gehoorgang had en beschadigde organen. 04 – 22 juli 2016 Op 1 juli werd er direct, na de vondst van wijlen Robin Rosche, een AMBER-alert uitgezonden voor Verle van Weelde. Vele zoektochten werden gehouden, maar leiden tot niets.   Op 22 juli, om 20:54, werd er 112 gebeld.   112 DIGITAAL VERSLAG (VANAF 20:57 UUR) (Doorgegeven dat Verle gevonden is en verblijft bij de familie Dollen in Sneek) Verle: “Kom snel, alstublieft. Ik ben bang.” 112-telefoniste: “Dat begrijp ik, Verle, maar je moet me vertellen waar je was.” Verle: “Ik- ik weet het niet, mevrouw.” 112-telefoniste: “Weet je dat je bijna eenentwintig dagen weg was?” Verle: “Dat weet ik nu, mevrouw, maar (ruis) slechts een paar uur.” Meneer Dollen: “Wat was dat?” 112-telefoniste: “Verle, wat gebeurd er?” Verle: (ruis) (Hard geluid dat vergelijkbaar is met iemand die valt. Gegil van Verle)   Bij aankomst bij het huis van de familie Dollen wordt meneer Dirk Dollen (70) dood gevonden in de woonkamer. Zijn vrouw, Geertje Dollen-Speldt (69), ligt zwaargewond in de keuken. Verle werd in de kast in de woonkamer gevonden. Op de rechterhelft van haar gezicht zaten diepe sneden en schrammen. Datzelfde gold voor de rechterhelft van haar lichaam. Haar kleding was gescheurd en in haar bleke huid zaten sneden.   Verle en mevrouw Dollen zijn allebei met spoed naar het ziekenhuis gebracht. 05 – 31 juli 2016 Op 22 juli, om 21:59, stierf mevrouw Dollen aan haar verwondingen.   Op 30 juli was Verle voor een groot deel genezen van haar verwondingen. Ze werd voor de zekerheid nog een week in het ziekenhuis gehouden.   Op 31 juli, rond 14:00 uur, bezochten agenten Bas Tisselink en Thijs Desmet Verle in het ziekenhuis, op kamer 162.   VERSLAG VAN BAS TISSELINK “Verle, wat is er gebeurd op 25 juni?” Verle: “Er was iets in de telefoon.” “Wat was er in de telefoon?” (Verle haalt haar schouders snel op) “Denk je dat- het spijt me- je ouders hierdoor zijn overleden?” (Verle knikt) Verle: “Bij de oude man en vrouw was het er ook. Het kon toen niet volledig bij mij komen.” “Waarom denk je dat?” Verle: “We belden niet via mobiel.”

Aaron de Bruijn
25 0

Kampvuur en avondrood

De laatste avond aan het kampvuur op scoutskamp was altijd de leukste. Leen porde me aan: ‘Wie vind jij de knapste?’‘Ward,’ loog ik. Ik had daar eigenlijk nog niet over nagedacht, maar dan zou ik er vast en zeker niet bijhoren. Ik was niet zo met jongens bezig in die tijd. Of neen, ik vertel het verkeerd: ik was niet zo serieus bezig met jongens in die tijd. Ik was zeventien en op dat vlak nogal een laatbloeier.‘Oké Ward!’ zei Leen enthousiast ‘Ga er dan maar snel bij staan, want Ina is hem al aan het inpakken.’Ik trok mijn schouders op. ‘Jaja, straks.’‘Ha hier, Leen en Fran.’ Ik keek opzij, recht in de ogen van een blonde jongen. Ik had hem vaagweg wel eens zien rondhangen op het kampterrein bij de andere jongens, maar had nooit echt aandacht aan hem geschonken.‘Ha Bram!’ zei Leen met een hoog stemmetje, zoals alleen jonge meisjes dat kunnen. ‘Ben je aan het genieten van de laatste avond?’‘Ik heb biertjes meegenomen,’ negeerde Bram Leen en hij duwde de flesjes in onze handen.‘Dank je’, zei ik en keek hem arrogant aan. Wie dacht hij wel dat hij was, ik kon mijn bier best wel zelf halen. Bram grijnsde, alsof hij mijn gedachten kon lezen. ‘Ik heb je vorige week gezien,’ zei hij geheimzinnig.‘Oh ja, waar dan?’ vroeg ik.‘In de supermarkt vorige vrijdag, met je moeder.’Verrek, dacht ik, dat klopt. ‘Oh, ja dat kan,’ zei ik en probeerde daarbij zo nonchalant mogelijk te klinken.Leen, die had opgemerkt dat ze overbodig werd in deze scène, zei fijntjes ‘Ik ga dan maar eens daar staan,’ en verdween. ‘Drink van je biertje, straks is het lauw. Niets viezer dan lauw bier,’ zei Bram en wees naar het flesje in mijn hand.Ik nam snel een slok. Bram leunde op zijn linker been en trok zijn ogen tot spleetjes. ‘Ik heb je niet veel gezien dit kamp, heb je het naar je zin gehad?’Ik knikte: ‘Ja hoor, het was heel plezant. Jammer wel van het weer. Veel regen hé?’ zei ik schaapachtig. Typisch, dacht ik, terwijl iedereen vanavond een kampliefje probeert scoren, ben ik over het weer aan het praten.Gelukkig had hij meer zin voor sfeer en romantiek. ‘Je hebt eigenlijk best mooie ogen,’ zei hij.Ik kuchte ongemakkelijk. ‘Vreemd toch dat ik jou niet heb gezien in het warenhuis dan.’‘Ja,’ zei hij schalks. ‘Ik stond nochtans niet zo ver van je vandaan en keek duidelijk in je richting.’Oh jeetje, mijn maag trok samen. Hij glimlachte geruststellend. Er zat een fonkeling in zijn ogen, zo eentje die je niet zo heel vaak in je leven in jongensogen tegenkomt.‘Rook je?’ vroeg hij plots.‘Soms,’ zei ik stoer.Hij greep mijn arm en trok me mee, weg van het kampvuur. Aan de slaaptenten bleven we staan. Hij bood me aan sigaret aan. Onwennig stak ik het ding aan en nam een trek. Er viel een stilte, tot we werden opgeschrikt door gegiechel uit een tent.‘Kijken?’ fluisterde hij.Ik giechelde en knikte hevig. We doofden onze peuken en slopen naar de tent waaruit het geluid kwam. Bram en ik staken onze hoofden naar binnen. Daar zaten Rik en Lena in een innige omhelzing te zoenen. Toen ze ons opmerkte schrokken ze zich rot.‘Oprotten, jullie storen!’ bulderde Rik, terwijl Lena zenuwachtig begon te lachen. Rik gooide vervolgens een kussen naar onze hoofden, die we tijdig konden ontwijken door gierend van het lachen weg te rennen.‘Eindelijk,’ hijgde ik toen we weer bij het kampvuur aankwamen. ‘Lena loopt al maanden gek van Rik. De volle maan heeft de vonk dan toch doen overspringen.’‘Het gevolg van kampvuur en avondrood.’ grijnsde Bram. ‘Ach ja, Rik, knappe jongen en super charmant met meisjes. Wie loopt er niet gek van?’‘Ik niet hoor,’ zei ik.‘Oh neen en van wie loop jij dan gek?’ vroeg hij. Hij zette een stap dichter naar me toe. Ik schrok. Zo dicht had ik me nog niet vaak gevoeld bij iemand, figuurlijk dan. Ik had heus wel al eens met een jongen gekust, maar nog nooit had iemand uit zichzelf zo veel interesse in mij getoond.‘Ik moet naar de toilet,’ flapte ik er uit.‘Oh, dan moet je gaan,’ antwoordde hij. De teleurstelling was van zijn gezicht af te lezen.‘Ja sorry,’ stamelde ik, draaide me om en rende weg.In de toiletten moest ik even op adem komen. Daarna raapte ik al mijn moed bij elkaar en liep terug naar het kampvuur. Bram stond niet meer op de plek van daarnet. Ik plofte neer naast Leen.‘Was het plezant met Bram?’ gniffelde ze.Ik zuchtte. ‘Er is niks speciaals gebeurd hoor.’‘Jammer,’ zei Leen en sloeg haar arm half plagend, half troostend om me heen.‘Ach ja,’ mompelde ik. Op dat moment zag ik Bram aan de overkant van het vuur, in een donkere hoek, zitten. Hij was met een paar andere jongens aan het grappen. Hij leek zich te amuseren. Misschien vond hij het dan toch niet zo erg dat ik was weggelopen. De avond liep ten einde. Onze leiders spoorden ons aan naar onze tenten te gaan en een laatste keer in onze klamme slaapzakken te kruipen. Rik en Lena, die ons ondertussen weer aan het kampvuur hadden vervoegd, gaven elkaar een laatste kus voor deze avond. Ina die knus tegen Ward aanlag, zette zich met veel tegenzin recht. Leen was het druk tegen mij aan het uitleggen, maar wat ze zei, hoorde ik niet. Ik tuurde in het donker, in de hoop nog een laatste glimp van Bram op te vangen. Helaas, hij was nergens meer te zien. Ik draaide me om en liep richting Ina, Lena en de andere scoutsmeisjes.‘Wat een avond,’ zei Ina.‘Ja, wat een avond,’ lachte Leen. ‘Lena, heeft eindelijk met Rik gekust. Wie had dat nog durven dromen,’ zei ze terwijl ze Lena een vette knipoog gaf.‘Ik ben zo gelukkig,’ glimlachte die gelukzalig.‘Het is al goed,’ zei Leen, ‘kom we gaan slapen. Hoe sneller we slapen, hoe sneller je weer bij hem kan zijn.’De meisjes maakten aanstalten om richting tenten te lopen. Ik treuzelde.‘Komaan Fran,’ zei Leen en trok aan mijn mouw.Teleurgesteld draaide ik me nog een laatste keer om naar het kampvuur. Niks. Alleen maar een uitdovend vuur en opkomende ochtendmist. Zo jammer, dacht ik.Ineens schoot er een schim uit de duisternis naar me toe. Het was Bram. Hij liep recht op me af en kuste me vol op de mond. Ik stond als aan de grond genageld.‘Dat was ik nog vergeten,’ zei hij.Ik keek naar hem zoals ook ik dat daarna niet zo heel vaak meer naar een jongen zou doen.‘Tot morgen?’ vroeg hij.‘Tot morgen,’ fluisterde ik.Tevreden draaide hij zich om en liep richting jongenstenten.Leen, die het hele tafereel had zien gebeuren, stond met open mond naar mij te kijken.‘Dat was pas echte liefde,’ zei ze en begon te lachen.‘Neen Leen,’ zei ik ‘dat was gewoon kampvuur en avondrood.’

Ans DB
0 0

Waar open grond is, staat een huis

De steenbakkerij in Steendorp sloot enkele jaren geleden en werd daarna verkocht. De gemeente Temse heeft een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) laten opstellen voor herbestemming. De steenbakkerij ligt aan de Schelde, in stiltegebied, en is bovendien moeilijk bereikbaar vanaf de dichtstbijzijnde grote baan. Het RUP voorziet een KMO-zone en 150 wooneenheden op de site. Milieu- en burgerorganisaties pleiten om het toeristische karakter van de omliggende natuurgebieden en de Schelde verder uit te bouwen met een natuurcentrum of museum om op die manier de overlast van industrie te vermijden en toch jobs te creëren. Waarom moeten we van een oude streekambacht gebruik/misbruik maken om dure appartementen en KMO’s in een ‘historisch kader’ in te plannen? Kunnen we niet simpelweg dat verleden koesteren in een stuk bos met een oude steenschouw als stille getuige? De bestuurders van Temse kunnen dan heel fier verkondigen dat ze het goede voorbeeld in Vlaanderen willen geven en resoluut de kaart van duurzaamheid en natuur trekken.   ‘Alles kost geld’ Neen, in plaats daarvan redeneren zij als volgt: “Alles kost geld. We hebben geen geld om open ruimte te creëren. Een privé-eigenaar – de steenbakkerij is privé-eigendom – kan onmogelijk opdraaien om zijn grond om te laten zetten in groene zone.” Uiteraard verpatst die ene eigenaar zijn grond maar al te graag aan projectontwikkelaars.     De gemeente Temse beweert met duurzaamheid en met andere factoren rekening te houden. Duurzaamheid wil zeggen dat je inzet op economie, milieu en burgerrechten in een evenwichtige verhouding. Duurzaamheid is dus geen kleine factor waarmee je rekening moet houden, het hele plan moet duurzaam worden opgesteld. Burgers worden in de voorliggende plannen pas bij de bezwaarperiode gehoord, niet bij het opmaken van die plannen. Ook lichtte de gemeente Temse de inwoners zo laat mogelijk in. Twaalf dagen voor de deadline van de bezwaarschriften werd een infovergadering georganiseerd, de periode om die bezwaren in te dienen duurde ruim 2 maanden. Het is ook duidelijk dat de economische factor in deze herbestemmingsplannen doorweegt op de milieufactor, anders behoud je koste wat het kost de volledige aanwezige natuur binnen de omheining van de steenbakkerij. Die natuur is waardevol, ze grenst immers aan natuurgebieden. De steenbakkerij ligt ook in stiltegebied van de Scheldevallei. 32 KMO’s, 150 woningen en stiltegebied zijn moeilijk te combineren.   De gemeente Temse ligt in het Land van Waas. Veel boeren van Verrebroek en omgeving zijn slachtoffer van nieuwe natuur. Sommige stukjes landbouwgrond worden daar zomaar tot natuurcompensatiegebied voor de Antwerpse haven gekroond zonder dat de boeren iets mogen zeggen. Maar natuurlijk is het absurd te denken dat we voormalige industriezone zouden omzetten in natuurgebied, want “niemand heeft centen”.   Blijkbaar is er geld voor natuurcompensatie. Blijkbaar liggen er ook veel centen klaar voor natuurontwikkeling in de Scheldevallei. Wil het lukken dat Steendorp aan de Schelde en op een boogscheut van de haven van Antwerpen ligt! De steenbakkerij ligt tussen vijf natuurgebieden, waarom doen we hier niet aan natuurcompensatie? Nieuw natuurgebied tussen bestaande natuurgebieden brengt meer op dan een gebied ergens in een verre polder vlak naast de haven om te toveren tot een broedplek voor vogels.   Toeristisch knooppunt De gemeente Temse heeft zijn redenen voor deze verkaveling: alles kost zoals gezegd geld en dit project zou geld moeten opleveren. En jobs. Als ik 10 dagen per week op café zat, geloofde ik dat. Maar wetende dat 80% van de Belgische KMO’s nul werknemers hebben, twijfel ik er sterk aan of dit project veel jobs brengt. Zo’n KMO-zone verplaatst ook gewoon de jobs van ergens anders. Een nieuw natuurcentrum of museum doet dat niet.Men hamert er ook op dat er een groene buffer voorzien wordt en dat er een ‘toeristisch knooppunt’ komt. Licht- en geluidsoverlast van verkeer naar en KMO-activiteit op de site heeft wel degelijk impact op de omliggende natuur. Ook is een steenschouw onderhouden en een handelspand voorzien wat zwak qua ‘toeristisch knooppunt’. Maar goed, ze houden toch maar mooi rekening met alles. Veel burgers zijn tegen bouwen op slecht gelegen locaties en tegen het in de strot rammen van alles-of-niets-plannen. Want dat zijn deze plannen geworden volgens de gemeente Temse. Ofwel komt deze herbestemming van de gesloten steenbakkerij er, ofwel niets. Er is geen gulden middenweg waarin de belangen van het schepencollege en betonboeren én de belangen van de inwoners hand in hand gaan. No doubt!   De vraag is ook wie er geïnteresseerd is in een gebied dat moeilijk bereikbaar is, ver van de dorpskern ligt en een mooi uitzicht over de Schelde heeft? En dat terwijl er nog meer dan 20 KMO-units in Temse leeg staan. Minister Schauvliege, grijp uw kans. Dit is een serieuze alarmbel. Maar natuurlijk heeft u blind vertrouwen in uw gemeentes (zeker die geleid door CD&V) en komt u bijgevolg niet tussen uit “opportuniteitsoverwegingen”. Het plan mag dus indruisen tegen uw beleid, u komt niet tussen tenzij de plannen indruisen tegen wettelijke regels. Kortom, op Vlaams niveau wilt u het lappendeken Vlaanderen terugdringen, op gemeenteniveau mogen ze alles doen, als het maar binnen de wet past. Leve de verkaveling in stiltegebied! Gezien de commotie rond de nieuwe Vlaamse natuurkaart weten we dat de gemeente Temse niet de enige gemeente is die liever industrie dan natuur ziet komen. Telkens maar weer klinkt de verdediging ‘dat ze er al enkele jaren mee bezig zijn een industriegebied te plannen’, en dan hebben we toch liever snel nog die industrie dan natuur? Want eekhoorns en konijnen betalen nu eenmaal geen belastingen. De langetermijneffecten van industrie midden in de natuur en naast een dorp zijn toch voor later. Leve onze kinderen! gepubliceerd op Apache: https://www.apache.be/gastbijdragen/2017/03/27/waar-open-grond-is-staat-een-huis/ © Apache

Alec Lamberts
23 0

CARINE CHIVAS & ROGER REGAL

1 Als student was het moeilijk kiezen tussen psychoanalyse en experiëntiële therapie. Na een belevenis, een affaire quasi tijdens een memorabel examen is de beslissing vlot gevallen. Mag ik dat verhaal vertellen Kamil?   ‘Natuurlijk.’   Bij een mondeling proefwerk tijdens de tweede kandidatuur was Limak  in verleiding gekomen om de psycholoog uit te hangen. Hij had de zichtbaar zatte professor gevraagd of er iets scheelde.   Scheelt er iets? vond Limak een lieflijke uiting van bekommernis. De uitdrukking verschaft de schijnbaar droevige alle vrijblijvendheid. Een uitzonderlijk gesloten vraag die in tegenstelling tot haar communicatoire definitie toch toelichtende keuze laat. Ja je mag het weten, of neen het gaat je niet aan. ‘Waarom doe je dat Pa?’ ‘’Voor de geste.’’ Antwoordde zijn vader steeds toen Limak hem vroeg naar de finaliteit van zijn curiositeitopwekkende bezigheden. Dit is een communicatie van dezelfde orde, maar dan als respons op de vraag. Ik heb geen behoefte of nog maar reden naar het verduidelijken van het waarom. Gewoon omdat ik daar zin in heb. Alle toelichtinginfo overbodig. Een vriendelijke variant van ‘’Het gaat het je niet aan.’’     De voorzitter van de vakgroep experiëntiële psychotherapie was graag gezien door zijn studenten. Hij leek het basisbeginsel van dit psychologisch perspectief in eigen persoon: empathie, volgens Carl Rogers zijn grootmeester de Koninklijke weg naar therapeutisch succes. Hij sprak steeds op fluisterhoogte, in slow motion en met onophoudelijke lichaamstaal. De man  knikkebolde zoals een derdewereldzwartje bij de bakker naast de kassa, dat dank u blijft knikken zelfs wanneer het een scheet in plaats van een munt aangeboden krijgt. Zo slikte ook de professor gulzigdankbaar alles. “Wees vuilbak!. Slik het leed van je patiënt! Wees gulzig!” Na zijn colleges werd hij door veel cursisten bezocht voor een opbeurend prullenmandavontuur. Velen veinsden een depressie voor de RogersAttractie. De onaangename geur die de man met zich meetrok werd met dit therapeutisch principe verschoond. De lijfgeur van het miserieboeffertje werd toegeschreven aan een chronische kots ten gevolge van deze vreemde eetverslaving. Limak zou ontdekken dat ook de drankverslaving er iets mee te maken had. ‘’Bedoelt u misschien dat…?’’ was zijn hongerige starter. Ook wanneer hem nog niets was gezegd. “Dank dat u dat hebt willen vertellen.” de afsluiter. Zou ik u niet beter bedanken professor. Omdat u zo geduldig en niet oordelend naar me hebt geluisterd? “Beste Man. U  hebt mij uitverkoren om Uw Smart aan Mij te vertellen!” Het heerschap genoot van het leed van de ander. Hij vette er zich niet in maar wentelen wel, alsof hij met het genot, de lust in het lijden van de patiënt vreemdging. Het werd een Jouissance-In-Duplo, een Folie à Deux op een therapeutisch bedje. Een forse fake want  Jimmy zwachtelde het eigen ongelukkig zijn met deze van de ander. Omdat hij ook te pas en onpas de haren beroerde kreeg zijn gefeminiseerde lichaamstaal een jeannetterig surplus. Jimmy Bee, de karikaturale komiek van die tijd werd zijn onvermijdelijk Alter Ego met StinkyJimmy als opgelapte naam. Ook zijn stappatroon kaderde deze bijnaam. Het was niet duidelijk of de man zich hoerig dan wel op zijn catwalks voortbewoog. Een bizarre benige bezigheid onder een lollig laverend lijf. Hij was dan ook de vreemde creatuur onder de professoren die zich door de gangen van de faculteit stiefelde. Die dag overwon de drankgeur deze van het zielebraaksel.  Hij was steeds in gezelschap van Wanda, een volmollige dame die zijn enige assistente bleek. Ze hing steeds in wit of gebroken wit gehuld en waaide als een wattewollige wolk in zijn kielzog. Ze riep een reclamebeeld op van de betere wasverzachter. Een in het wit gedrapeerde huisvrouw die de witser dan witste was uit een witte mand haalt, aan de witte wasdraad windt en zich een witte roes snuift aan de wimpelwaaiende wolfactorische weefsels. Dasch kon er zich een zwier aan waaien. Zo’n contextsfeertje trok de depressieve student aan als de Overpoort feestbeesten die er hun examen- en ander verdriet kwamen verzuipen. Toornige tongen beweerden dat het een uitverkoren patiënte was die met haar liefde voor hem ook deze voor Rogers had ontdekt, of omgekeerd. Dat ze ook zijn studente en meer dan dat was geweest geloofde iedereen. Als duojet zweefden ze steeds door de gangen van de faculteit. Ook ergens tussen Nonkel Bob & Tante Terry en Hugo & Nicole. Limak  had zich niet van de indruk kunnen losmaken dat de blijlachende  studentenvriend een dieplijden torste en dit vermomde met een witgewassen wimpelwaaiend therapeutengewaad. Wanda was er toen niet. De examenwet liet enkel examinator en examinant toe tijdens de ondervragingen. Had hij op Zijn examen gewacht om een stukje van zijn versluierde Ik prijs te geven? Limak zou de technieken van de experiëntiële therapie dan maar een keer illustreren. Met de prof als examinator en patiënt. De nieuwe dubbeldiagnose moest met empathie worden behandeld. Het therapeutisch medicijn dat via het actief luisteren en parafraseren wordt toegediend. Door de levende gevalstudie had hij zijn spiekbriefje niet hoeven bovenhalen.       ACTIEF LUISTEREN Non-verbaal       Gelaatsuitdrukking                   Glimlachen(niet constant)                   Wenkbrauwenfronsen(niet constant)                   Vragende en uitnodigende gezichtsexpressie                       (niet hteatraal)          Lichaamshouding                   Ontspannen                   Lichtjes neigen naar patiënt                   Benen gekruist over elkaar (niet open)                   Aanraken in de persoonlijke zone (0.5 tot1.5 meter)                               Enkel bij ontvangen, troosten en uitlaten                               Ademruikafstand respecteren (zeker bij Stinky Jimmy)                   Oogcontact (Niet staren of geilen)                   Knikken (Niet overdrijven J)                   Stemintonatie (Niet te verwijfd J)                   Klemtoon                   Stiltesrespecteren                            Niet sjieken Verbaal       Vragen stellen                   Belangstellende vragen                   Open vragen                   Doorvragen       Parafraseren                   Inhoudsniveau                   Gevoelsniveau                   Onvoorwaardelijke wijs       Wat denk je nu       Herhalen     Het herhalen van de patiënt en vragen wat deze denkt bij stiltes wilde Limak nog niet uit de therapeutenhoed halen. Deze technieken had hij zelf tijdens de vakoefeningen bedacht, en was ervoor door Jimmy nog gecomplimenteerd geweest. Ze waren het waard geweest om in de luistertruclijst te worden opgenomen. Professoren horen liever wat ze zelf hebben verkondigd, zeker wanneer ze in een identiteitscrisis verkeren. Met actief luisteren zou Limak de professors diepmenselijk lijden vanonder de sluiers van het dagelijks bewustzijn bevrijden. Zo omschreef de docent de miserie van zijn patiënten, die via holding environment kon bereikt worden: de sfeer van nabijheid, veiligheid, bekommernis en genegenheid, naar het voorbeeld van de eerste band met de liefdevolle moeder in een synnergistisch roezig bad. Rogers en Lacan vinden elkaar bij de primaire relatie. De eerste rechtstreekse lijn met het genot.  Dat was de link tussen de experiëntiële en psychoanalytische therapie. De eerste grote Ander, de Moeder. Waardoor Limak niet kon kiezen. Welke Moeder? Scheelt er iets professor? Was Limak geslaagd nog voor de eerste vraag werd gesteld, want een veilige omgeving geïnstalleerd? Als antwoord had de man de fles Chivas Regal fulmeniek van achter het gordijn gegraaid. Het eerste verborgen verlangen was bevrijd. De whiskyboose.   ‘Kwaadheid? Wachter van het verdriet!’ Dit Rogeriaans axioma was alvast toegepast. Het tafereel dat volgde was kolderiek. Elke teug uit de geduchte fles werd door een hoofdknik voorafgegaan. Telkens werden de haren dan opzij gegooid. De wachter van het verdriet en de alcoholintoxicatie hadden de motorische coördinatie doen inboeten. Elke haarzwaai rukte zijn arm mee waardoor de whisky uit de glazen cel dreigde te ontsnappen. De hoofdbeweging drapeerde het haargordijn driftig weg en deed denken aan de betere huisvrouw die met geoefende hand het venstertextiel openschuift door middel van dat eerste voorbehoedend snokje, teneinde scheuren van de gordijnogen te voorkomen. Zijn liefdevol knikken had plaats geruimd voor kwalijk kopslaan. Een kniktic. Een nog niet geregistreerd symptoom. Een tip voor de DSM-5 die haar vernieuwde diagnostische doos aan het plooien was.  “Let ook op non-verbaal gedrag!” was een ander adagium van de krullekerel. want de master in de psychologische wetenschappen, optie experiëntieël non-directief Rogeriaanse  psychotherapie had een imposant kronkelend kapsel.  De tautologie was gezien de mansmannie gerechtvaardigd. De frisuur gaf niet op de fles te willen graaien. Hij dronk intussen agressiefgulzig en klopte de bottel na iedere teug en voor een nieuwe haaraanval met een harde klap op zijn bureau. Het ritueel had een alternerend masculien-feminien karakter en deed denken aan de Rocher-Mon Chériepeet die bij StinkyJimmy in therapie leek te zijn geweest met een identificatie tot de psycholoog als gevolg. De macho allure en vrouwelijke tournure vonden elkaar in een strijdlustige maar gelijkopgaande act. Het ritueel herhaalde zich maar nu begon hij ook te praten. De verbale fase was aangebroken. Na iedere geut spuwde Jimmy er samen met een brok van de slok vuurwater uit “dat hij niet wist waarom hij zijn leven aan het kapotmaken was met C & R  Limak was geen whiskydrinker maar wist dat deze single malt tot de exclusieve Engelse kortedrankmerken behoorde. De zilveren doos waarin de Chivas Regal huisde getuigde dit. Waarom goot deze man zijn lijf vulgariserend vol met dit edele vocht?  Het arsenaal aan Rogerinstrumenten bleek ontoereikend voor een emotionele exploratie. De aankondiging van iedere slok met het gorgelen van de letters C en R bracht Limak tot de herhaaltechniek, zonder pocherig te willen zijn tijd voor de zelfbedachte truuk. IJdelheid werd een onafwendbare zonde om waarachtig diepmenselijk leed te bevrijden. Toen de professor het hoofd weer eens met een koketterige Jimmy Beegeste  achteruit flikkerde, haalde zijn examinant  uit. ‘C & R’   Hij had de letters poezelig maar klaar en duidelijk herhaald. Bedachtzaam vlak na het achtervolgingsmanoeuvre dat de fles op dit gebaar alweer had gemaakt. Op het kleinste ogenblik verwijderd van het erogeen contact tussen fles- en professormond slingerde hij de letters ertussen. Een duiding heeft meest effect vlak voor de patiënt haar invulling zelf gaat meedelen. Hier ging het om een Lazarusgeste. ‘Wat roepen de letters C en R bij U op professor?’ StinkyJimmy’s lippen leken alle spierkracht rond de teut te verliezen. Hij loste ze zoals een indommelende baby de tut. De drank gutste klokkend over zijn hoofd en hals. Het vuurwater likte zijn gelaat, hoofd en nek. Oranje vlammen klommen vanuit zijn kraag omhoog en leken het haar in lichterlaaie te zetten. De whiskygolf verfde zijn kapsel als een betere mis-en-plis en zijn grijze lokken werden golvend oranje. De  chemische reactie van haarlak en alcohol richtten zijn haar vervolgens als een Mexican Wave rechtop. De potsierlijk pagesnit had zich getransformeerd in een puik puntkapsel! Als een stoere punker met trotse roste pieken staarde en stampte hij de beats naar de denkbeeldige groep die op het einde van het rechthoekige lange kabinet een verlammend optreden leek te geven. De frontman van ZZtop had een stagediveke kunnen tuimelen aan het schouwspel. Het tafereel had als promotiefilmpje kunnen dienen. Met de metamorfose als verkooplist.   ‘’Van Kaal naar weelderig met de hairmate!’’ ‘’Van Mager naar Muscled met de bodymate!’’ ‘’Van Sad naar Happy met Will de PsychoMate!‘’ Zijn zatte wankele bewegingen wekten de indruk dat hij aan het dansen was geslagen. Limak woorden, een eenvoudige vraag had de professor doen ontvlammen. ‘’Help! De professor staat in brand.’’   Wachtende studenten op hun examenbeurt waren meteen om Wanda gehold. Ze diende ingelicht te worden hoe haar Rogerslover samen met Limak de werking van de psychoanalyse hadden gedemonstreerd op een examen non-experiëntiële psychologie. Kosmisch Komisch ! ‘Grappig. Waar blijf je ze vinden. Echte filmscenario’s’. Is het toeval dat je omtrent alcoholisme een kortverhaal schrijft?’ Wellicht niet. Mijn vader is tot tien jaar voor zijn dood drankverslaafd geweest. Het thema laat me niet onverschillig.  ‘Tot tien jaar voor zijn dood?’ Hij is plots van dag op dag gestopt, hetgeen niet zo verstandig was. Zijn brein heeft daar ietwat dementisch op gereageerd. Beter is om geleidelijk aan  op te houden. Het hoorde niet om de patiënt te hevig te complimenteren, maar Kamil nam zich voor om meer en meer zijn hart te volgen, erna pas zijn opleiding. Deze therapie was buiten het boekje gestart en zou dit pad blijven volgen. Hoe langer hij naar Limak luisterde hoe meer hij zin kreeg in een experiment. Het experiment van de liefde. Nog het meest omdat hij daar niet in geloofde en dat vond hij spannend. ‘Tot volgende week Limak.’ Tot volgende week Kamil.      

LimakKamil
0 0

Oen, Doos, Trijs

Oen, Doos, Trijs, dat vond hij geschikte namen voor zijn 3 katten, hij vond dat grappig. Dat kat nummer 1 daardoor met vreselijke naam door het leven ging, dat was maar bijzaak. Ik mocht die beesten vanaf de 1ste seconde niet. Ik had in heel mijn leven nog nooit katten gehad en in mijn naaste omgeving waren er ook geen katten. Anders had ik geweten dat ik een serieuze kattenallergie heb. Alles erop en eraan; snotneus, hoofdpijn, niezen. Maar de katten kwamen er gratis en voor niets bij, bij mijn droomman. Over hem kan ik uren zwijmelen, een fotomodel maar met een ruw kantje. Overal waar ik met hem kwam, keken de vrouwen naar ons om. Een man om te houden. Dat hij uit een rijke familie kwam, maakte het geheel helemaal af.   Ik had het na een paar bezoeken bij hem thuis door dat mijn non-stop lopende neus niet kwam van een hardnekkige verkoudheid maar van zijn katten. Het was alsof die beesten het roken. Vooral Doos vond mij prachtig. Overal waar ik ging zitten, was meneer daar ook. Als de katten me mochten, kon er absoluut aan mij niets mis zijn, dat dacht hij toch. Ik liet maar achterwege dat ik absoluut geen dierenvriend ben. Dieren horen thuis in een zoo of als pelsje op mijn jas, dat is mijn mening. Maar als hij mij dan aankeek met die prachtige grijze ogen van hem, dan kwam voor mijn part de hele Ark van Noa hier wonen, het was maar bijzaak.   Na 3 maanden daten, stelde hij voor om bij hem te komen wonen. Ik was in de wolken! Ik had me via het internet voor een prikje 10 dozen anti-allergiepillen gekocht, die ik ergens achter in een kast verstopte. Mijn geheimpje. Na 3 weken die pillen te nemen, begonnen de bijwerkingen zich te manifesteren. Ik kreeg onverklaarbare hoofdpijnen, duizelig, moe en toch niet kunnen slapen. Na de bijsluiter te lezen, wist ik het zeker, ik was allergisch aan mijn anti-allergiepillen. Typisch iets voor mij. Hem maakte ik wijs dat ik leed aan de ziekte van Lyme. Ik veinsde dan ook allerlei tripjes naar de dokter terwijl ik eigenlijk bij een vriendin me zat te beklagen over de katten.   Na 2 maanden samen te wonen, begon ik de eerste scheuren in onze relatie te voelen. Ik was steeds ziek en mijn libido was naar een dieptepunt gezakt. Hij voelde het aan alsof ik hem al beu was. Er moest iets gedaan worden, die katten gingen mijn relatie met de knapste vent ter wereld niet verknallen. Het was geen kwestie van ik of de katten, het was ik en niets anders. Helaas vreesde ik dat hij de katten zou verkiezen dus er zat maar 1 ding op. Oen, Doos, Trijs zouden moeten verdwijnen.   Oen Alle drie de katten zomaar laten verdwijnen zou opvallen. Dus ik besloot te beginnen bij Oen. Eentje kon wel verdwijnen, dus op een mooie zomeravond, toen ik alleen thuis was, stak ik Oen in een doos met wat gaatjes, want ik ben geen onmens, zetten hem in de auto en reed naar een asiel 30 kilometer verderop. Daar zette ik hem aan de deur. Voila Oen was weg, nog twee te gaan.   De volgende dag vond hij het maar vreemd dat Oen er niet was, Oen was de kat die meestal binnen was, niets voor hem om een nacht weg te blijven. Ik stelde hem gerust, Oen zou wel terugkomen. Diezelfde avond werd hij opgebeld en hij keek opgelucht. Hij had die verdomde beesten gechipt! De volgende dag was Oen daar terug, hij keek me aan zoals alleen katten dat kunnen, hooghartig. Hij stak nog net niet zijn middelklauw naar mij op.   Ik zou dit anders moeten aanpakken.   Doos Ik liet Oen maar even voor wat hij was en concentreerde ik me op Doos. Ik had ooit eens gelezen dat katten en rattenvergif niet samen gaan. Omdat Doos de jager was van de 3 en dus de grootste kans had een vergiftigde rat te vangen, besloot ik hem een handje te helpen. Maar hoe? Het was mijn vent die me de oplossing zo aanbood. 2 weken nadat Oen terug was, zag ik hem stukjes paté nemen en er pilletjes in doen. Hij legde me uit dat hij zo de katten hun pilletjes kon geven. Zij vonden paté zo lekker dat ze het in 1 keer opaten.   De volgende dag stond ik bij de beenhouwer en kocht een groot stuk paté. Dan nam ik de doos rattenvergif uit de berging, die hadden we thuis staan tegen de ratten in de schuur. Ik verdeelde het rattenvergif over kleine stukjes paté en voederde ze zo aan Doos. Het zou een nare dood worden en ergens voelde ik me wel schuldig. Dus ik nam Doos op en legde hem achteraan in de schuur zodat ik zijn doodsstrijd niet zou moeten zien.   Doos kwam niet meer terug en tegen dat hij hem terugvond was Doos helemaal verstijfd en zaten de maden hem al in de ogen. Het beest stonk vreselijk. De dierenarts bevestigde dat het rattenvergif was, allicht een reeds vergiftigde rat opgegeten. De dierenarts zei tegen hem dat dit niet verstandig was geweest, ratten vergiftigen, wetende dat Doos graag ratten at. Hij barstte in tranen uit, het was zijn fout dat Doos dood was. Ik bood hem een troostende schouder aan zoals een goede vriendin dit doet. Nog 2 te gaan.   Trijs De dood van Doos had onze relatie doen opleven. Ik verzorgde en troostte hem en dat resulteerde in geweldige seks. Ik had nu even de tijd om te bedenken wat ik met Trijs zou doen. Ik nam mezelf een maandje te wachten vooraleer ik met haar zou afrekenen. Maar na een maand had ik nog geen goede oplossing gevonden, ik gaf het een beetje op. En toen deed de gelegenheid zich zo prachtig voor. Het was een regenachtig avond en het werd reeds vroeg donker, ik reed het straat in en ik zag een hoopje op de baan liggen. Normaal let ik daar niet op maar ik zag het nog bewegen. Ik stapte uit en zag Trijs liggen, duidelijk aangereden. Haar pootje lag in een rare bocht, ik vermoedde dat het nog maar net gebeurd was. Ik stapte in de auto en reed over haar heen terwijl ik luid de radio opzetten en hard meezong en danste, zo voelde ik de bult niet waar ik overheen reed.   Een half uur later kwam hij thuis, met Trijs in zijn armen. Die avond vroeg hij me ten huwelijk. Nog eentje te gaan.   En Oen Daar bleef Oen over. Oen was zijn eerste kat, zoals de naam wel deed vermoeden en dus ook de oudste. 5 maanden nadat ik hem had afgezet aan de asiel, begon Oen ziek te worden. Ik had daar niets mee te maken. Oen was 18 jaar oud en wit, naar het schijnt krijgen witte katten vaak huidkanker. Ik moest niet veel doen, een operatie was mogelijk maar het was niet zeker of hij de narcose zou overleven. Het kostte me even wat overredingskracht maar ik kreeg hem zover om Oen rustig te laten inslapen en te besparen van een lijdensweg. Hij bedankte me voor de gouden raad en vond dat ik gelijk had. Ik ben geen onmens.   De trouw Een jaar nadat ik bij hem was ingetrokken, trouwden we. Het was perfect! Hij zeurde af en toe voor een kat maar omdat ik “ineens” niet meer ziek was en ik me “ineens” deftig liet testen, bekende ik hem dat al die verkoudheden en Lyme-symptomen aan de katten lagen. Omdat hij me had zien treuren om zijn 3 katten en zich bovendien zo schuldig voelde dat ik al die tijd zo ziek was, beloofde hij dat hij geen kat meer in huis ging nemen. En zo trouwden we als het perfecte koppel. Iedereen mocht zien hoe mooi we bij elkaar pasten. Het werd een groot en opzichtig feest, precies zoals ik het wou. Toen de wijn begon te werken en ik voor de 5de keer op rij naar het toilet ging, hoorde ik zijn moeder zachtjes praten tegen zijn zus. “Ik vertrouw dat mens niet”, hoorde ik haar zeggen. “Ze loopt er altijd bij alsof ze een modeshow gaat lopen, zo een jongen is hij niet, hij is zo down to earth. En die trouwerij, zo opzichtig, hij zei vroeger dat hij een trouw zag als een reuze barbecue met vrienden en familie en moet je nu zien! Ik heb het altijd gedacht maar volgens mij blijft ze bij hem vanwege zijn geld. En dan met zijn katten, hij zag die beesten zo graag, zij komt daar wonen en de katten gaan één voor één dood”! “Nou mams overdrijf je nu niet een beetje?” “Dat zou je denken hé! Maar weet je wat hij net kwam zeggen? Ze had helemaal de ziekte van Lyme niet! Ze bleek een allergie te hebben voor katten!” “Denk je dat zij er voor iets tussen zit?” “Het zou me niets verbazen, ik moet haar niet.”   Ik vroeg me af of er goede anti-allergie pillen bestaan tegen schoonmoeders, anders zou ik een andere oplossing moeten zoeken.

Dana's plakboek
0 0

Stel een stel ('t is maar een stelling)

Het deed mijn oren pijnZijn wensen en zijn dromenWaar ik op lange termijnNiet in leek voor te komenHet was niet gewoon zondeGing door al mijn nerven Zout op de gapende wondenIk was aan het stervenMan. Wat wou ikDat mijn hersenmassa niet bestondDan maakte ik een valstrikDie ons voor altijd verbondDan stopte ik met de pilEn beet ik op mijn lipKortgerokt en verleidelijk stilEerder de sluier dan de tipVan uw zorgeloos bestaan Waren uw laatste uren geteldIk liet u in de waanTot aan het alimentatiegeldDan ontbrak ik alle hoekenKzou dan gewoon onbekwaamVragen of ge mee wilt zoeken Naar een goede naamKzou hem 'Ongelukje' dopenTerwijl ik hem had geplandKzou samen met u kleertjes kopenU bellen om elke losse tand Liefst als het kanDat het op u lijktDat ge daardoor danNooit meer van mijn zijde wijktDat ik u simpelweg susEn gij mij blindelings gelooftDat ik u louter professioneel kusVan geen vrijheid heb beroofdIk hoop dat ons levend resultaatWegblijft van mijn doelenU in elke mogelijk staatZoveel mogelijk op mij te voelenDat uw lach een slechte poging isEn ik dat onbeschaamd weetUw levenslust totaal niet misAl badend in uw zweetDat uw leven een slechte regieHeeft gekend door mijn schuldTerwijl ik alleen nog zieHoe gij al mijn admiraties vervuldStel, stel, stel: gisterenavondPuur hypothetisch gesteldDat de stem uit uw mondGewoon iets moois had verteldStel dat gij het belang zietIn mijn adem en mijn hartslagStel dat het nu eens écht niet'aan mij lag'Stel dat wij een akkoord konden bekomenOver elke dag op elkaars kapStel, hypothetisch genomenIk als uw overtreffende trapStel dat ge mij zou kunnen verdragenElke ochtend in uw bedStel dat ge u zonder zou afvragenHoe het toch zou zijn métStel dat de gedachte u zotZou maken tot op een puntDat ge tot door uw huid en op het botNooit meer zonder mij kuntStel dat mijn dodelijk accidentU levend zou vermoorden Dat ineens iedereen u kentAls de man zonder woorden Stel dat ik in u al het leven Blies als een kind in een ballonStel dat geen adem u kon gevenWat de mijne u geven konStel dat ik het ritme in u walsZoals iemand die hartfalen lijdtMet pleisters op uw borst en halsAan mij verbonden zijtStel dat gij allergisch zou reageren Op elk ander lijf dan het mijn Stel dat ge het niet meer zou kunnen keerVan de jeuk, afkeer en de pijnStel dat ik als behandeling bestondEen wandelend doktersreceptEn dat hij driemaal daags mijn mondEindeloos chronisch nodig hebt't is maar hypothetisch hoormaar, stel mij alstublieftoch maar nooit voor aan uw lief(ik bedoel: stel u voor)(stel u voor dat ik die op haar gezicht sla) (haha) (stel u voor) (nee serieus. doe maar niet) (echt)      

Lot
0 0

Zeester

En hij kleedde mij uit tot Ik niet meer was dan een junk Voor eeuwig verslaafd aan het genotVan seks op het ritme van Daft PunkWat waren ze plots toch ver De beloftes die ik hem maakteIk lag op zijn matras als een zeesterDie een arm kwijtraakteIk kon niet meer bewegenKreeg niets meer gezegdIk heb mij daar dan, weinig verlegenEn zeer onelegant, bij neergelegd   Hallo. Ik ben Lieselot en ik begin mijn teksten altijd met ‘hallo’.Ik gebruik ook nooit moeilijke woorden.Dan zeg ik dat ‘dat mijn stijl is’ .En zo laat ik in het middenOf ik die woorden zelfs ken   Hallo, ik ben nog altijd Lieselot en ik ga zo meteen een tekst brengen die gericht is aan iemand die niet mijn lief is – en ik heb er een – iemand die biologisch gezien perfect mijn vader kan zijn en waarvan ik sinds kort hoop dat hij dat in de verste verte niet is.  Ik heb al zoveel geschrevenEn niks pas bij elkaarHet lijkt wat op mijn levenOp de knopen in mijn haar   Ik weet niet of ge het zietMaar: ik ben ‘t kwijtWat gij ziet zie ik nietEn, de laatste tijd   Ben ik vergeten hoe ik moet lopenHoe ik moet pratenAdemen en hopen   Wat ik was, wie ik benWat ik worden wilWaar ik van houd, wie ik kenMan. Da’s hier stil   Ik was toch van het geschreeuwDat ik zelfstandig wasNu het zielig welopverschot van de leeuwDat laatste, meest breekbare ras   Het lijkt alsof ik nog snelDrieeëntwintig jaren zonder stukkenMoest vullen met relEn kei veel ongelukken   Sadistisch van genotenEn nu soms nogAlsof ik hou van verklotenEn geil word van bedrog   Toeval is wat ik vraagAls alternatief voor de rampDie zegt dat ik gewoon graagAlles kapot stamp   Neem me meeStop me onder je jasBreek me in tweeZodat ik in je binnenzak pas   Draag me als een kind En draag me danAlsof elk zuchtje windMe breken kan   Pak mij vast zo ruw Tot witte plekken na het loslatenMe vertellen dat uwHanden daar zaten Kwil da ge me dingen leertFysica, chemie, veel seks en wat taalEn dat ge me zuigend markeertOngeacht hoe fucking puberaal Zorg dat ik alle hoeken vanUw kamer zo hard voeldeDat ik geen idee heb wat een manOoit met een cirkel bedoelde Dat elk risico dat bestaatOp besmetting door contactVerdubbeld wordt in ‘t kwadraatWegens allesbehalve mis – paktOntleed me als een dierZoals vroeger in de klasMaar dan voor het plezierIn 't midden van uw matras Geef mij overal rustBehalve in bedLaat mij daar gekustEn tegen de muur gezet   En kleed mij nietTot op de huidMaar nog net ietsVerder uit. Mijn hoofd is de chaos van een tijd geledenJarenlang geordend, en plots: tevreden. En dan gij. Gij schudt alles door elkaar. Godverdomse klootzak, schud nog eens? Ja, DAAR.Da wast.Hallo, ik ben Lieselot en ik eindig mijn teksten altijd met 'da wast'. Dat is dan volledig niet volgens plan, maar gebeurt gewoon. Soms roept er dan iemand in het publiek 'een wasmachine!'. Want: ik zeg 'da wast' en dan is het grappig om te doen alsof ik hiermee een quizvraag stel. Een quizvraag waarbij alle intonatie die van een stelling een vraag maakt, volledig verdwenen is. En dan lach ik. Ik vind dat niet grappig en wil de stand-up comedian in het publiek pijn doen, maar ik lach. Daar ben ik fier op. 

Lot
0 1

Laag na laag

Laag na laag Ken je het gevoel dat je wacht op het moment dat de hemel op je hoofd zal vallen? Zo leef ik al mijn hele leven. Een kwak wolk, niet zijdezacht, zal neer denderen op mijn achterhoofd en uiteen spatten in kleine, brokkelige stukjes net naast mijn grote teen. Zo stel ik mij het voor. De knal erbij zal mij ineen doen krimpen, net zoals elke zweepslag van de dompteur mij in angst deed opspringen toen ik met mijn moeder en vader in het circus was op een zompige weide. Ik ben het meisje uit het kleurboek met de harde kaft. Je moet mijn springende paardenstaart met strik inkleuren, liefst in geel en groen. Mijn golvende jurkje maakt je blij. Mijn voeten dragen een raar paar schoenen, maar dat hoort zo voor meisjes in kleurboeken. Ik woon in een huis vol zon met stiften en potloden in de lade van de grote kast. De radio staat aan. Mijn moeder zingt altijd mee, zo luid als zij maar kan. Dat voelt ontzettend fijn. Ik ken een lied over een hond die werd doodgeschoten omdat hij oud was. Dat deed mij huilen, maar nu weet ik het, het was toch maar een lied. Of samen vier strofen zingen van “Mijn Herder zijt Gij, o mijn Heer…”De dag is dag na dag dezelfde dag. Een kopje melk aan een drukke tafel, mee naar de badkamer, vertrekken naar school, een dag bij vreemde mensen, thuis komen, huiswerk, een beetje TV, eten en recht naar bed met een boek tot mijn vader roept aan de trap beneden dat het tijd is voor stilte. Het licht gaat uit en na een nacht begint een nieuwe dag. De hemel speur ik immer twijfelend af en ik zie een teken in kleuren van de nacht. “Waar komen die angsten toch vandaan?” Hij vraagt het nauwelijks geïnteresseerd. Zijn voeten trommelen het ritme dat hij leerde op de salsales. Dat is een noodzaak voor zijn veroveringstochten. “Jij bent één van mijn angsten”, denk ik, maar deze tekst rolt niet van links naar rechts over mijn voorhoofd. Angst niet interessant genoeg te zijn, angst verkeerde dingen te zeggen, angst verlaten te worden, angst te zijn wie ik ben maar ben. “Jij bent mijn angst”, schreeuwt het kleine hartje, maar zoals gewoonlijk geeft hij niet thuis. Ik ben geen Alexia, Zulema, Shebon en oningevulde stippellijntjes. Een uitdaging ben ik niet. Hoe fout van mij om net daar de trooster te gaan zoeken. Na twaalf korte berichtjes is dit het echte einde en tot mijn grote opluchting is het leven het daarmee eens . “Ik denk dat ik ga leren synchroon zwemmen.” “Waar komt dat nu weer vandaan?” “Je kent mijn angst voor water?” “En ook je angst voor snelwegen en drukke winkelstraten.” “Water houdt niemand vast en eindelijk ben ik daar klaar voor. De remmen moeten uit mijn leven en water zal mijn nieuwe start zijn. Daar komen al mijn angsten samen,“ zeg ik na een stilte waarin wij allen nadenken. De woorden hebben hun weg gevonden en dat maakt mij kinderlijk blij. Het gevoel van samen zingen met mijn moeder. Mijn vrienden geven nog niet op. “Ik ken niemand die aan synchroon zwemmen doet. En trouwens, jij kan toch niet zwemmen?” Ik moet er hartelijk om lachen. Liefde zit echt overal. In mensen die om je geven bij je nieuwe levensplannen en praktische bezwaren durven opperen. “Ik ga op zwemles.”, verklaar ik nu gedecideerd. “Ik moet nog zoeken naar de juiste leraar, maar dat zal wel lukken, toch? Ik moet gewoon nu doorzetten. Ik noem het de bucketlist van angsten. Eén voor één gaan mijn demonen eraan geloven.” Wat verlang ik ernaar een vette vink te kunnen zetten naast elk van mijn verlammende gedachten. Of weer een draak verslagen en ik kan doorgaan naar het volgende niveau. “Je zou ook op cruise kunnen gaan, dat is ook water. En duizendmaal leuker voor jou, denk ik dan”, oppert een vriend behulpzaam en hij verbergt zijn medelijden. Ik zie mij zo weer aan de reling tijdens mijn eerste ferryovertocht van Zeebrugge naar Ramsgate en alles is er weer. Dat hulpeloos gevoel te midden de zee te zijn zonder kusten te zien, geen anker en geen houvast, staat gapend in mijn hoofd. Ik zeg het toch maar niet. “Toch ga ik op zwemles. En synchroon zwemmen zal ik.” Ik sta op de vloer van het zwembad naast de rand. De geur en de geluiden staan mij tegen. Gelukkig klotst het water niet. Mijn zwemleraar komt al op mij afgestapt. Drie keer diep ademhalen en ik vind mijn klaterend omhulsel terug. Het meisje dat ogenschijnlijk El Capitan bedwongen heeft, maar rillend aan de ladder van het bad staat. “Wij beginnen toch niet in het peuterbadje?”, begroet ik haar hartelijk. Later zal ik misschien huilend in haar armen vallen omdat ik tot aan mijn kin in het water durfde. Zoveel nonsens is voor haar geen levensdoel. “Spring er maar in”, lacht zij en zij negeert mijn ogen gevuld met ongeloof. Wij staan in het water en wandelen heen en weer in het ondiepe. Naast elkaar. Zij doet alsof zij niet bezorgd is. Het water is ijskoud en ik probeer mij in te beelden dat ik ergens anders ben, net zoals ik bij de tandarts doe. Daar ben ik altijd op een berg en de marmotten springen gniffelend om me heen. Als ik nu maar kon zingen dan weet ik dat het goed komt, maar een lied kan ik nog niet verzinnen. “En nu even onder water met dat hoofd”, zegt zij na een aantal doelloze wandelingen in het lachwekkende gedeelte van het zwembad. Ik voer haar bevel uit zonder nadenken, ook al weet ik dat één keer ik onder water ben de doffe tonen van het zwembad mijn hart zullen doen bonken. Het deinen van het water vermengd met de gillende tonen van enthousiaste zwemmers heeft het effect op mij als een nagel die krast op een schoolbord. Mijn hoofd hangt ergens onder water in de lengte van het 25-meter bad, los van mijn verkrampte romp. Angsten denderen in die luttele seconden. Meegezogen ben ik in een nooit eindigende kolk en mijn hoofd probeert tevergeefs greep te krijgen op gedachten die vernietigend zijn. Proestend kom ik weer boven alsof ik gered ben van een gekapseisd jacht op haar zij. “Dat doen wij nog een keer”, zegt zij als ik uit gehijgd ben en weer durf geloven dat dit leven is. Zo zit de eerste les erop. Zo gaat dat weken door. Overdag in het zwembad is elke minuut een strijd en ’s nachts zwem ik loom en trots op mijn rug in een donkerblauw decor met een lichtheid die mijn dagen niet kennen. Het water laat mij los. Er is alleen het geluid van de rimpeling van het water. Voor ik er erg in heb, wordt het pakken van mijn zwemzak een ritueel arm aan emoties. Als de laadklep van de auto met een knal wordt dichtgegooid, stuurt mijn auto mij naar het zwembad. Aan elk rood licht voel ik het water glijden in één beweging aan de zijkant van mijn badpak, het kriebelt en ik moet lachen. “Mira Sofía-a-sin tu mirada sigo, sin tu mirada sigo…. Sé que ya no soy-oy-oy-oy zijn de klanken die ik uitstoot samen met Alvero Soler. Ik fluit, neurie, dans het niemendalletje de hele weg. De vrolijkheid schalt. Dat is het meisje dat al een eeuwigheid leeft, verborgen, en dus niet kan worden bemind. “Je mag trots zijn op jezelf”, zegt mijn leraar na de laatste les bij een koffie in de cafetaria van het zwembad. Beter kan ik niet worden. Ik ploeter naar de overkant in mijn eigen onorthodoxe zwemstijl en voor het eerst schaam ik mij niet voor wie ik ben en wat ik maar kan. “Je kan nu overal het water in,” voegt zij eraan toe. “In dit zwembad zal het wel lukken, maar een rivier, een infinity pool, een zee…” Ik eindig mijn zin niet, maar mijn lerares knikt begrijpend. Wij nemen afscheid zoals onze lessen waren: hartelijk, kordaat en vooral niet sentimenteel. Ik blijf nog even zitten en kijk door het glas naar het zwembad beneden. Het is spitsuur en er is een wirwar van kleuren en bewegingen. Plots zie ik in een hoek van het zwembad mijn vader tot aan zijn middel in het water. Een frêle meisje legt haar handjes achteloos en vol vertrouwen in zijn handen. Dat meisje ben ik. Ik spetter en trappel met mijn voetjes, gillend, met een vader die mijn blik geen moment loslaat. Mijn vader stapt traag achteruit en ik lig lachend in het water met een zwemband vol psychedelische bollen om mij heen. Mijn moeder roept aanwijzingen vanaf de kant. Mijn zus zwemt weg, golvend als een dolfijn, naar het midden van het zwembad en kijkt niet om. Ik leg mijn hand op het tafereel. Het glas voelt koud. Ik zal elk van hen achterlaten, maar kijk nog één keer om: bang, licht, bang.

Anne-Marie De Clercq
8 0