Lezen

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 2 D - Happy End

Er werd ietsjes zachter op de deur geklopt. Paarse Roberta droogde haar tranen en deed open. Voor haar stond een vrolijke Blauwe Robert."Dag meiske, ik zag je door het dorp rennen en dacht, ik moet dringend Paarse Roberta gaan bezoeken. En voila, hier ben ik!"Huilend viel Paarse Roberta in Blauwe Roberts armen. Hij troostte en suste haar totdat haar tranendal was opgedroogd. Ze snikte nog een beetje en was blij dat Blauwe Robert daar was. De sterke man leidde het droeve meisje naar een stoel waarop ze dankbaar neerplofte."Vertel me alles wat er gebeurd is. Ondertussen brouw ik een lekkere pot bazelnootjesthee."Paarse Roberta vertelde over haar grote avontuur met een even grote pot thee. Na haar derde kopje breide Paarse Roberta een einde aan haar verhaal."En dan kom ik thuis en vind dit briefje dat ik niet kan lezen."Blauwe Robert nam het briefje en draaide het in zijn kolenschoppen van handen om."In dit dorp was alleen je moeder in staat om te lezen en te schrijven. Gelukkig weet ik wat er in staat omdat je moeder het me heeft voorgelezen."Paarse Roberta was op slag dolgelukkig toen ze vernam dat haar familie veilig en wel in de Grote Stad leefden. Die avond ging Paarse Roberta vroeg naar bed om morgenvroeg, met het eerste licht, te kunnen vertrekken.Bij het eerste gekraai van de nieuwe dag stond Paarse Roberta op, trok haar kousen recht in haar knobbelschoenen en stapte, met de drie tovervoorwerpen en goed gemutst, naar buiten. Tot haar verbazing werd ze opgewacht door het hele dorp. Ze waren speciaal uitgerukt om haar uit te wuiven. Er vloeiden heel wat traantjes en alle mensen omstuwden Paarse Roberta met afscheidswensen. De moed zonk in haar knobbelschoenen terwijl ze moeizaam haar voeten richting Grote Stad dwong. Haar moed keerde terug naarmate haar dorp achter bomen en bergen verdween. Paarse Roberta was opgelaten, vrij en vrolijk. Ze genoot met volle teugen van deze reis die achter iedere bocht een nieuw en opwindend landschap tevoorschijn toverde.Na de zoveelste opwindende bocht, hield Paarse Roberta haar pas in. In de verte hoorde ze een licht geschrei en tuurde voorzichtig om de volgende kronkel. Ze schrok zich bijna een nieuw hoedje toen ze de vreemde edelman herkende."Arme vreemde man, wat zit jij droef te wezen? Gaat het niet zo goed?"Paarse Roberta begreep niet waarom, maar de edelman lachte door zijn droefheid heen."Ach lieve kind," snotterde de edelman. "In het dorp waar ik nu woon is de knuppelkoorts uitgebroken. Al eenendertig mensen zijn ziek. Ik ben nu op zoek naar knuppelfruit, het enigste middel dat deze vreselijke ziekte kan genezen."Paarse Roberta deed verschrikt een stap achteruit, maar de vreemde edelman stelde haar gerust."Ik heb de koorts al in mijn jeugd gehad, dus ik kan deze ziekte niet meer krijgen of doorgeven. Daardoor ben ik de geknipte persoon om hulp te zoeken."Er was iets anders aan deze kerel, maar Paarse Roberta wist niet wat..."Waarom huil je dan? Dat fruit groeit toch overal? Wat is het probleem?" Vuurde Paarse Roberta haar vragen af."Het is niet het juiste seizoen!" Jammerde de edelman."Tja," dacht Paarse Roberta bedroefd. "Het is nu eenmaal hoogzomer en dan draagt winterfruit geen vruchten."Terwijl ze de snikkende edelman probeerde te kalmeren, kreeg ze een lumineus idee. Verwoed begon Paarse Roberta in de Diepe Knapzak te rommelen totdat ze de harige schil van een knuppelvrucht voelde en die aan de verwonderde edelman gaf. De verwonderde man wreef zijn tranen droog en nam het cadeau dankbaar aan."Lieve kind, ik ben zo dankbaar als maar kan.""Och, het is niets hoor. Ik help waar ik kan. En eerlijk gezegd, dat is iets dat iedereen kan."Daarna toverde Paarse Roberta de ene vrucht na de andere uit haar Diepe Knapzak terwijl de vreemde edelman enkele manden vlocht. Al vrij snel hadden ze vier manden vol. De edelman was dolgelukkig en nam glimlachend afscheid van Paarse Roberta.Paarse Roberta reisde vrolijk verder totdat ze in een heel vreemd dorpje belandde. Ze kon het niet anders omschrijven als een modderdorp met modderhuizen, modderwegen en bewoond door moddermensen... Moddermensen die heel rumoerig met toortsen, mestvorken en vlegels aan het zwaaien waren. Onder al dat hels geschreeuw hoorde Paarse Roberta iemand mompelen over een koe met vijf poten en een ander had het over een haan die eieren kon leggen."Gelukkig zwaaien ze niet met zeisen rond." Mompelde Paarse Roberta. "Anders zouden ze hun hoofden verliezen."Toen ze het dorpsplein naderde, werd de mensenmodder dichter en woester. Paarse Roberta moest op de tippen van haar knobbelschoenen staan om te zien waar al die dorpelingen zo kwaad om waren. De hele gemeenschap stonden rond vijf oude vrouwtjes te drummen... neen... de vijf oude heksen!"Die mensen durven nogal, tegen weerloze oude mensen!" Brulde Paarse Roberta, maar ze raakte niet boven het oorverdovende rumoer van de modderboeren. Haar woede rees met iedere domme leus die rondom haar werd uitgekraamd. Paarse Roberta kon haar gevoelens niet langer in toom houden. Ze ontblootte haar Onoverwinnelijke Zwaard en onder luid, pijnlijk gekerm begon ze zich een pad door de modderboeren te hakken. Zonder al te veel schade aan te richten, raakte ze tot bij de vijf heksen die bibberend op een kluitje stonden. Vervaarlijk met haar zwaard zwierend, hield ze de dreigende moddermassa op een afstand. Een boom van een kerel stapte, gewapend met een immense vlegel, op het kleine nietige meisje af... Maar Paarse Roberta hield het hoofd koel en met een sierlijk houw van haar magische zwaard, viel de vlegel in drie stukken op de grond. Dit kunststukje legde de moddergemeenschap het zwijgen op. In die vreemde stilte ging alle aandacht naar Paarse Roberta die ze gebruikte om haar woede uit te schreeuwen."Zijn jullie helemaal gek geworden? Alleen idioten vallen arme oude dametjes lastig! Jullie moesten zich allen diep schamen!"De stilte die op deze tirade volgde werd kuchend verbroken toen iemand zijn hand opstak."Maar die ouwe lelijke wijven zijn overduidelijk slechte heksen die...""Stelletje idioten!" Schreeuwde Paarse Roberta terwijl ze dreigend haar zwaard op en neer zwiepte. Enkele modderboeren probeerden gillend weg te rennen, maar glibberden plat op hun gezicht door het modderige dorpsplein. Paarse Roberta bedaarde en begon met klare stem aan haar betoog."Omdat iemand oud is, wilt dat nog niet zeggen dat iemand lelijk is. Omdat iemand lelijk is, dan is die iemand niet automatisch een heks. En omdat iemand een heks is, betekend dat nog niet dat die persoon een slecht mens is."Rustig borg ze haar zwaard op. Tot haar opluchting keken vele dorpelingen beduusd naar de modder aan hun voeten waardoor ze letterlijk en figuurlijk een modderfiguur sloegen. Er speelde een flauwe glimlach op Paarse Roberta's lippen."En wat zeggen we dan?""Sorry." Mompelden enkele dorpelingen.Paarse Roberta moest de vraag een paar keer herhalen totdat alle dorpelingen luid en duidelijk hun excuses hadden aangeboden.Paarse Roberta keek heel tevreden toe hoe de samenscholing beschaamd uiteenviel. Waarschijnlijk gingen de modderboeren terug naar hun gewone bezigheden zoals modder scheppen, modder gooien of modder eten. Het kon haar weinig schelen, zolang de dorpelingen de oude mensjes maar met rust lieten.De heksen schuifelden dankbaar buigend weg. Paarse Roberta vond dat een beetje eigenaardig, totdat ze de angst in de ogen van de oude besjes zag. De heksen maakten het haar duidelijk dat ze zich niet op hun gemak voelde en wilden zo snel mogelijk het dorp uit. Paarse Roberta begreep dat en besloot om bij hen te blijven. Het bleek nodig, want hier en daar stond er een dorpeling klaar om iets onnozels te proberen. Maar zelfs bij de dappersten onder hen zonk de moed in hun schoenen als Paarse Roberta, haar hand nonchalant rustend op het gevest van haar zwaard, hen dreigend aankeek.De heksen bleven verrassend stil totdat ze het modderdorp achter zich hadden gelaten en de angst uit hun ogen verdween. Toen het tijd werd dat hun paden zich scheidden, wuifde Paarse Roberta de dankbare heksen vrolijk uit."Ik heb echt medelijden met die arme dorpelingen. Hoe kun je toch zo dom en onwetend blijven?"Paarse Roberta wist dat ze in haar eentje nooit een antwoord kon vinden, dus liet ze haar vraag voorlopig wat ze was.Paarse Roberta reisde onbekommerd verder totdat het Okerpad abrupt eindigde aan de oever van een brede rivier. In de verte schitterde de torens en daken van de Grote Stad en Paarse Roberta wist dat haar tocht er bijna opzat. Op zoek naar een manier om de rivier over te steken, ontdekte Paarse Roberta stroomopwaarts een huisje. Achter het huisje stak het tuigage van een schip in de lucht. Terwijl ze naderde zag ze hoe de veerman met drie monniken stond te praten. Alhoewel ruziën een beter woord was."Geen geld, geen overzet!" Schreeuwde de veerman."Maar wij zijn arme bedelmonniken die proberen terug te keren naar het moederklooster. Eens we daar zijn, kunnen we u het verschuldigde bedrag in drievoud overmaken.""Boter bij de vis." En met dit spreekwoord eindigde de veerman de discussie. Terneergeslagen begonnen de monniken te huilen. Nu herkende Paarse Roberta de drie mannen... Het waren de drie blinde monniken van haar vorige reis! Ze was emotioneel gepakt door al dat verdriet en besloot om de monniken te helpen. Terwijl ze uit het zicht van nieuwsgierige ogen verdween, nam ze het Machtige Toverhoutje ter hand. Snel en ongezien raapte ze enkele twijgjes op en veranderde die in goud.Met de flair van een adellijke dichter, stapte ze op de veerman af en sprak hem op arrogante toon aan."Hoeveel is het om overgezet te worden?""79 smikkels." Baste de veerman.Krampachtig haar gezicht in die arrogante plooi houdend, gooide Paarse Roberta een gouden twijgje voor de voeten van de veerman. Door de gouden glinstering verloor de veerman op slag zijn tong. Toen hij ontdekte dat het goud echt was, daalde zijn denkvermogen tot ver onder het vereiste minimum."Ik wil dat je je veerboot onmiddellijk klaar maakt voor vertrek. Ik heb dringende zaken in de stad."De veerman stotterde onverstaanbaar en Paarse Roberta dacht een "Ja Edele Dame" te horen."En voor die prijs reizen de drie blinde monniken met ons mee." Declameerde ze met autoritaire overtuiging.Er verscheen een denkrimpel tussen de wenkbrauwen van de veerman. Paarse Roberta herkende de gevaarlijke mix van twijfel, goudkoorts en bloeddorst in de ogen van de veerman. Ze wees naar het gouden twijgje met haar Onoverwinnelijke Zwaard."Voor die prijs koop ik je hele rimram op!"Zijn verguld brein herkende het vervaarlijke zwaard en de veerman concludeerde dat Paarse Roberta wel degelijk de eigenares van zijn hele jandoedel was. Zonder een woord te zeggen, wenkte hij iedereen om hem te volgen en werd kwaad toen de monniken bleven staan. Voordat hij begon te schelden, gleed zijn ogen over het Onoverwinnelijke Zwaard, kalmeerde en begeleidde de drie blinde monniken naar zijn veer.De monniken waren heel blij met het onverwachte geluk en dankten Paarse Roberta uitvoerig."Och, het is niks. Ik moet ook naar de Grote Stad en ben blij dat ik dat in goed gezelschap kan doen."De rest van de reis werd doorgebracht met het palaveren over de Grote Stad. Paarse Roberta zoog alle informatie op als een spons. Ze leerde de maniertjes en gebruiken van de poorters, de namen van de Stadmeesters, de tradities van de nachtwacht en de gebreken in sanitaire voorzieningen. Paarse Roberta was een gulzige leerlinge, maar besloot halverwege de lessen dat de stad haar maar moest aanvaarden zoals zij was en niet andersom.Aangekomen aan de stadspoort namen de drie blinde monniken afscheid van Paarse Roberta en droegen de poortwachters op om goed voor haar te zorgen. "Kunnen jullie mij helpen bij het vinden van mijn familie?" Vroeg Paarse Roberta aan de wachters.De soldaten salueerden en na een beetje speurwerk vonden ze een adres. Onder een erehaag brachten ze haar naar een overdadig versiert huis waar een komen en gaan van rijke heren het haar niet makkelijk maakte om tot aan de voordeur te geraken. Paarse Roberta baande zich een weg totdat ze plots haar hele familie zag staan. Moeder, Vader en alle broertjes en zusjes vielen Paarse Roberta huilend in de armen. Het weerzien was zo heftig dat de poetsvrouwen een hele week nodig hadden om de vele traantjes op te dweilen.Na de grote opkuis werd er een gigantisch feest gegeven. Iedereen was blij en gelukkig en niemand leed honger, dorst of kou. Na het feest lag Paarse Roberta alleen in haar veel te grote bed. Ze staarde naar het plafond en tuurde met haar geest de uitgestrekte sterrenhemel af. Ze keek naar de muren en daar doemde de vergezichten op die ze tijdens haar reizen had mogen aanschouwen. In haar dromerige blik lag het verlangen naar nieuwe horizonten en kon pas de slaap vatten nadat ze een besluit had genomen.De volgende ochtend, net voordat de stad ontwaakte, maakte Paarse Roberta zich klaar om te vertrekken. Ze deed verse reiskleren aan en wierp een kritische blik op de nieuwe schoenen die ze tijdens het feest had gedragen. Ze zette de glimmende muiltjes terug op hun plaats en snoerde vol plezier haar oude knobbelschoenen vast. Daarna nam ze haar drie magische voorwerpen en sloop stilletjes door het huis. Voordat ze vertrok, nam ze eerst uitgebreid afscheid van haar broers en zussen. Paarse Roberta legde hen uit dat ze moest reizen, dat de Grote Stad niets voor haar was. Tot slot beloofde ze dat ze hen zo vaak als mogelijk zou komen opzoeken.Met het ochtendgloren begon Paarse Roberta de stad te verlaten. Het deed een pijn om haar geliefde familie achter te laten, maar ze was er redelijk gerust in dat alles goed met hen zou gaan... ze waren veilig en zorgeloos. Paarse Roberta was al een eind van de stad vandaan toen ze zich omdraaide om alles goed in zich op te nemen. Ze zette haar grote hoed op die nu perfect paste en lachte. In haar hart maakte ze een ijzersterke belofte."Ik kom terug. Dat beloof ik."*Toen kwam er een rattenvanger met een lange fluit en blies dit verhaaltje uit.*

Wibboo Jozefs
22 1

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 2 C - Een Realistische Conclusie

Er werd nu niet zozeer geklopt, maar eerder gekrabbeld aan haar deur. Paarse Roberta veegde haar tranen weg en deed nieuwsgierig de deur open. Blauwe Robert viel morsdood haar huis binnen, zijn lijf met een dozijn pijlen doorboord. Naderende krijgsgejoel werd overstemd door het klepelen van de alarmbel. Het dorp werd aangevallen! Paarse Roberta bewaarde haar kalmte en grabbelde de drie magische voorwerpen bijeen. Om zich heen begonnen al de eerste vlammetjes te likken. Dit was niet het moment om blind geweg naar wat dan ook voor problemen te gaan rennen en Paarse Roberta besloot om al die problemen met een berekend hoofd tegemoet te treden!Gewapend en klaar voor de aanval, liep ze over een slagveld dat eens haar dorp was geweest. Overal om zich heen zag ze genoeg leed om een heel leven met verdriet te vullen."Om dit te overleven," besloot Paarse Roberta. "Moet ik van mijn hart een steen maken." Gewapend met dit stenen hart en het Onoverwinnelijke Zwaard, hakte Paarse Roberta zich een weg door de rovers. Geen enkele rover kon zich weren tegen deze paarse furie. Het werd donker en de slachting die Paarse Roberta aanrichtte, ging maar door. Bij het ochtendgloren baadde het hele dorp in het bloed.Met de eerste zonnestralen kwamen ook de eerste dorpelingen weer tevoorschijn. Eerst nog onzeker en bang, maar toen ze merkte dat Paarse Roberta alle bandieten had verslagen, kropen ze massaal uit hun schuilplaatsen. Enkelen rommelden wat rond, sommigen zaten terneergeslagen in de geblakerde ruïnes van hun huis, maar de meesten begonnen puin te ruimen en hadden de hoop om alles snel herop te bouwen. Houthakkers waren praktisch aangelegde mensen die meestal goed wisten wat er gedaan moest worden, maar nu waren ze een beetje verloren... Wat te doen met al die dooie bandieten?Hier nam Paarse Roberta resoluut de leiding!"Onze geliefden moeten met alle eer en zorg begraven worden. Alle bandieten worden gecremeerd, hun assen verzameld en begraven in een grote donkere pot."De gelovige dorpelingen maakten een teken om het kwade oog af te weren. Zelfs het meest kwaadaardige wezen verdiende een waardige begrafenis! Maar de meeste dorpelingen vonden dit een gepaste straf voor zielloze schurken."En ik beloof plechtig dat ik er alles aan ga doen opdat ons dorp weer vrij en gelukkig kan zijn!"Vanaf die dag werd Paarse Roberta gerespecteerd en gevreesd vanwege haar durf en kordate optreden. Ze gebruikte haar nieuw verworven respect en macht om haar dorp op te bouwen, beter dan voorheen! Ze had het trouwens beloofd en op een belofte van Paarse Roberta kon je een huis bouwen."Er moet een betere manier bestaan om in alle veiligheid te kunnen wonen en werken?" Zei Paarse Roberta met het Onoverwinnelijke Zwaard in haar hand. Ze keek naar het zwaard en wist wie haar kon helpen. Ze koos vijf jonge mannen en gaf hen de opdracht om door het land te reizen totdat ze de vreemde edelman hadden gevonden. Paarse Roberta gaf een gedetailleerde beschrijving van de man en wenste de boodschappers veel succes bij hun zoektocht. Ze was blij voor deze dappere jongens, want uit ervaring wist ze dat die kerels een geweldig avontuur tegemoet gingen. Na drie maand kwam slechts één jongeling terug, maar hij had wel de vreemde edelman gevonden. Paarse Roberta heette hem welkom en er werd een voedzaam feestmaal klaargemaakt. Tijdens het dis vertelde Paarse Roberta aan de vreemde edelman wat ze wou bereiken."Ik wil het dorp beschermen tegen bandieten, schurken en rabauwen. De dorpelingen moeten zich kunnen verweren en wapens maken. Als edelman bent U onderwezen in de krijgskunst... wilt U ons onderwijzen?"De vreemde edelman zuchtte bedroefd."Ik wil uw dorp graag helpen, maar ik kan dat pas doen nadat ik mijn eigen queeste heb voltooid."Er welden tranen op in de ogen van de vreemde edelman, maar dat liet Paarse Roberta koud. Ze had een dorp te redden!"En wat houdt die queeste in?" Vroeg ze koud-zakelijk."Het dorp waar u mij naartoe stuurde is getroffen door een vreselijke ziekte: de knuppelkoorts. Ik ben immuun voor deze ziekte en dus vertrok ik, op zoek naar het geneeskrachtige knuppelfruit. Iedere dag dat ik niks vind, gaan er mensen dood. Ik ben al zo lang op zoek..."Paarse Roberta dacht diep na. In dit seizoen groeide er geen fruit meer aan de bomen. Om de hulp van de edelman te krijgen, moet ik knuppelfruit vinden."Deze nacht ga ik het woud in om knuppelfruit te plukken en daarmee kun je de mensen waar je van houdt mee genezen."Van pure vreugde huilde de vreemde edelman zo hard, dat zelfs de laatste olifanten mee huilden."Je moet me wel beloven dat je daarna mij komt helpen!" Voegde Paarse Roberta er streng aan toe.Door zijn tranen heen beloofde de edelman alles te doen wat Paarse Roberta maar wilde.Die nacht ging Paarse Roberta, gepakt, gewapend en gezakt het woud in. Toen ze ver genoeg van rondsnuffelende neuzen was verwijderd, opende Paarse Roberta de Diepe Knapzak en begon erin te rommelen. Ze bleef zoeken totdat ze de harige schil van een knuppelvrucht voelde. Met de twijgjes en takjes van een rubberwilg maakte ze een mand en vulde die tot over de rand met vruchten. Voor de zekerheid maakte Paarse Roberta nog drie manden.De volgende ochtend kwam ze zwaar beladen het bos uit en legde de fruitmanden voor de voeten van de vreemde edelman neer. Vol ontroering huilde die arme man echte vreugdetranen met tuiten. Nadat de tranen gedroogd waren, beloofde hij terug te keren van zodra alle dorpelingen weer gezond waren. Na een maand ongeduldig wachten, keerde hij terug.Toen begon de geleidelijke transformatie van simpel houthakkersdorp naar een kleine vestingstad. Wekelijks oefende de mannen zich in het krijgsgeweld. Stevige huizen vervingen de armtierige hutten en men begon met de bouw van een dikke verdedigingsmuur. Het bouwen kostte handenvol goud, maar met het Machtige Toverhoutje kon iedere rekening zonder morren betaald worden.En toch was Paarse Roberta niet tevreden.De mannen raakten op allerlei manieren gewond: ze verpletterden tussen grote stenen, ogenschijnlijk kleine wondjes werden fataal, mannen werden kreupel door onverzorgde breuken en sommigen forceerden zich zo erg dat ze hun rug braken. Paarse Roberta schreef die ongelukken toe aan het onverantwoordelijke gedrag dat eigen was aan jongens, totdat ze wat beter om zich heen keek. Toen merkte ze dat niet alleen jonge mannen nood hadden aan medische hulp... Oudere mensen die hun hele leven hard hadden gewerkt, liepen als halve lijken rond. Sommige kinderen haalden hun derde levensjaar niet en Paarse Roberta kende heel wat vrouwen die in het kraambed bezweken aan zo'n hevige koorts, dat zelfs het krachtige knuppelfruit niet meer hielp.Ondanks haar stenen hart had Paarse Roberta veel verdriet om al dit mensenleed en vond dat er een eind aan moest komen. Daarom vroeg ze de vreemde edelman om raad."Hoogedele dame," begon de edelman. "Ik kan uw dorpelingen beschermen tegen kwaadaardige mensen maar ik kan hen niet behoeden van ziekte, dood of verderf. Wat u nodig heeft, zijn heksen."Paarse Roberta dankte de vreemde edelman voor zijn inzicht en ging onmiddellijk aan het werk. Onder de dorpelingen zocht ze vijf jonge vrouwen uit. Die kregen de opdracht om de vijf heksen te vinden en ze te overhalen om in het houthakkersdorp als genezeressen te komen werken.Paarse Roberta was een beetje jaloers op de vijf vrouwen. Ze koesterde de hoop zelf ooit nog eens te reizen en misschien zou ze haar ouders, broers en zussen terugvinden... Helaas had ze verantwoordelijkheden in het dorp en moest ze, wederom, van haar hart een steen maken.Na drie maanden van pijn en leed, stonden daar plots de heksen voor de nieuw gebouwde stadspoort. De jongedame die hen begeleide, was compleet omzwachteld. Paarse Roberta had medelijden met het gewonde meisje, maar het sterkte haar wel in de overtuiging dat de heksen bekwame genezeressen waren. Ze nodigde hen uit voor de thee en legde hen de situatie uit."Wij begrijpen uw grieven." Kraste Agaat de opperheks. "Maar helaas kunnen we U niet helpen." De vier andere heksen keken beteuterd voor hen uit."Waarom?" Vroeg Paarse Roberta nogal bars. Ze had moeite om haar woede te beteugelen."Dorpelingen uit een modderdorp hebben ons zwaar mishandeld en zij hebben onze bundels met medicijnen afgepakt. Zonder medicamenten kunnen we niemand genezen." Met het einde van hun verhaal begonnen de heksen te huilen.Paarse Roberta dacht diep na."Luister wat ik ga doen," zei ze plots. "Deze nacht ga ik naar het woud en ga enkele stevige knuppels voor jullie maken. Daarmee kunnen jullie die modderdorpelingen een afstraffing geven die ze zich nog lang zullen heugen."Zo gezegd, zo gedaan. Die nacht ging Paarse Roberta voor de tweede keer het woud in. Toen ze ver genoeg van spitse oren was verwijderd, zocht ze vijf grote en stevige takken uit. Ze schraapte voorzichtig vijf metaalsplinters uit haar Onoverwinnelijke Zwaard en verstopte die in de knuppels. Ze hoopte dat de kracht van het zwaard daarmee door de knuppels kon laten stromen.De volgende ochtend strompelde Paarse Roberta, gebukt onder het gewicht van vijf lompe knuppels, het dorp in. De heksen probeerden de knuppels uit en deden dat, tot tevredenheid van Paarse Roberta, niet slecht. Het was alsof ze hun hele leven niets anders hadden gedaan dan mensen de kop in te slaan. De heksen dankten Paarse Roberta voor de wapens en vol vertrouwen gingen ze hun medicijnenbundels terug claimen.Voor Paarse Roberta ging de tijd niet snel genoeg voorbij. Uiteindelijk stonden de heksen, triomfantelijk met hun medicijnen zwaaiend, terug in het houthakkersdorp. Zonder verdere plichtplegingen gingen ze onmiddellijk aan de slag en al na enkele weken was er een zichtbare verbetering. De gewonden genazen zonder complicaties. Oudere mensen liepen iets makkelijker rechtop. Op de wangen van de kinderen verscheen een gezonde blos en zwangerschappen eindigden steeds voorspoedig. Paarse Roberta moest erkennen dat de heksen bijna miraculeus te werk gingen.En toch was Paarse Roberta niet tevreden.De kinderen, gezond en vol kattenkwaad, begonnen een probleem te vormen. Ze riep de vreemde edelman en de heksen bijeen en vroeg hen om raad."We moeten de kinderen van de straat houden, maar hoe?""Ik kan enkele jongens opleiden tot Verdedigers Van Het Dorp, maar niet meer dan twintig tegelijk." Zei de vreemde edelman."En wij kunnen een paar meisjes opleiden als genezeres." Kakelde de hoofdheks."Dat betekent dat er nog een hele hoop kinderen rondlopen zonder doel. Waar moeten die dan naartoe?""Die moeten naar school." Zei de vreemde edelman vol overtuiging."En monniken zijn de beste leraren in deze wereld." Declameerde Agaat, krassend bijgestaan door haar vier kompanen.Paarse Roberta dankte haar vrienden voor het advies. Gelukkig kende ze drie blinde monniken die wel geknipt zouden zijn.Paarse Roberta wou dolgraag zelf op zoek gaan naar de monniken, maar het dorp had haar ijzeren vuist nodig om de onhandelbare jeugd in te tomen. Daarom koos ze vijf jong getrouwde koppels uit die de monniken gingen opsporen. Ze was nijdig en jaloers maar verborg dat onder een vrolijk masker. Na drie maanden van relletjes en pesterijen, bracht één koppel de drie blinde monniken voor Paarse Roberta. Ze begon haar geduld te verliezen en wou zo snel mogelijk aan de slag... maar de monniken hadden daar hun eigen idee over."We zijn vereerd en willen graag helpen. We keren onmiddellijk naar ons klooster terug om boeken, papier en schrijfpennen op te halen. Er is wel een klein probleempje.""Daar gaan we weer." Zuchtte Paarse Roberta en met tegenzin vroeg ze wat dat probleempje wel was."Kort gezegd: onderwijs kost geld.""Als dat het probleempje is, dan presenteer ik jullie morgen de oplossing." Zei Paarse Roberta. "Ga naar bed en rust goed uit, want morgenvroeg ga je om het schoolgerief."Die avond ging ze voor de laatste keer naar het woud en raapte, ver weg van kijklustige ogen, twijgjes en takjes op. Met haar Machtig Toverhoutje transmuteerde ze de houtstukjes in goud. Tegen het ochtendgloren had ze een flinke stapel en keerde terug naar het dorp.De monniken waren verbaasd bij het zien van zo'n schat en beloofden zo snel mogelijk terug te keren. Voor Paarse Roberta was zelfs dat te lang en probeerde haar teleurstelling voor zich te houden. Uiteindelijk, na één maand met onlustjes en brandjes, stonden de monniken voor de stadspoorten. Ze menden enkele karren vol schoolspullen en hadden zelfs extra leerkrachten mee. De kinderen protesteerden en mopperden, maar door de strenge invloed van ouders en leerkrachten begon de opstandige jeugd te kalmeren.Het armtierige houthakkersdorpje had een ware metamorfose ondergaan en ieder jaar werd het leven beter. De mensen waren veilig, leefden gezonder en jaar na jaar werden ze ook slimmer.En toch was Paarse Roberta niet tevreden.Er groeide een verlangen in haar waar ze geen gehoor aan kon geven. Ze wou op reis... maar iedere keer als ze dacht vrij te zijn, kwam er een nieuw probleem op de proppen. Ze was een leidinggevende held in haar dorp en beloofde iedereen te helpen die om haar hulp vroeg. Ze had spijt dat ze, nadat Blauwe Robert morsdood haar huis binnenviel, niet haar dorp was uit gevlucht. Dat knaagde aan haar.En zo knaagden de jaren voorbij. Met iedere ademtocht werd Paarse Roberta een beetje grimmiger. Naar haar einde toe, maakte ze de balans op van haar leven.Paarse Roberta had vele dingen gedaan en had maar van weinig dingen spijt. Er waren goeie dingen, grootse dingen, veel kleine dingetjes en enkele verschrikkelijke dingen.Haar dorp had het overleefd en was uitgegroeid tot een welvarend stadje. Ze kon trots en blij zijn met haar verwezenlijkingen. Maar toen dacht Paarse Roberta terug aan alle pijn uit haar lange leven. Er was de dood van goeie vrienden en het leed van haar dorpelingen. Het waren wel dingen waar ze geen vat op had, maar waar ze zich evengoed verantwoordelijk voor voelde.Paarse Roberta had toch van een paar dingen spijt en terwijl ze diep nadacht, daalde ze af naar het donkere deel van haar ziel."Ik heb mijn leven opgeofferd aan dit dorp, maar ten koste van wat? Ik heb mijn familie nooit teruggevonden. Ik heb het plezier van het reizen nooit meer kunnen proeven. Nooit heb ik van de liefde kunnen proeven. Het opgroeien van eigen kinderen... Allemaal gemist."Paarse Roberta had van heel veel dingen spijt.Ze moest vrij zijn!Op dat moment besloot ze om haar oude leven achter zich te laten. Moeizaam pakte Paarse Roberta al haar waardevolle spullen bijeen en zwaar beladen ging ze op pad. Met slepende tred hinkte ze naar de stadspoort, regelmatig halt houdend om op adem te komen en afscheid te nemen van haar dorpelingen. Paarse Roberta was niet meer van de jongste en haar krakende botten verdienden af en toe wat rust. Met veel moeite had ze eindelijk de poort bereikt. Het felle zonlicht stroomde haar tegemoet terwijl ze diep hortend ademhaalde.Paarse Roberta zette drie passen voordat ze dood neerviel.Er was geen tijd meer voor een laatste gedachte.Er was geen tijd meer voor spijt.Het was gewoon... veel te laat... voor alles.*Waarom dit einde?*

Wibboo Jozefs
0 0

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 2 B - Het Deprimerende Einde

Het was stil aan de andere kant van de deur, een beetje te stil... maar ja, dit was nu eenmaal een rustig dorpje."Och, zolang de alarmbel niet klepelt, is er niets aan de hand. Waarschijnlijk een flauwe grappenmaker." Mompelde Paarse Roberta, terwijl ze tevergeefs op zoek ging naar een groot glas harseikappelwijn.Haar profetische woorden waren nog niet koud of de alarmbel begon te slaan. Zo snel als ze kon, pakte ze haar drie magische voorwerpen beet voordat ze naar buiten vluchtte. Ze had echter geen tijd meer om haar hoed te pakken omdat de voordeur in duizende splinters ontploften. In de vernielde deuropening stond een reusachtige rover. Paarse Roberta trok haar Onoverwinnelijke Zwaard en in dezelfde vloeiende beweging hakte ze het hoofd van de bandiet af. Geschrokken sprong ze over het bloedende lijk naar buiten. Rondom haar raasde een vuurzee. Een ongecontroleerde woede maakte zich van haar meester. Ze was alles kwijt geraakt: haar ouders, broertjes en zusjes en nu haar dorp en al haar vrienden. De angstkreten en het doodsgereutel rond haar droegen alleen maar bij aan de chaos die in Paarse Roberta's hoofd rondwaarde.Tussen de brokstukken door sloop Paarse Roberta naar het dorpspleintje. Verstopt achter een afgebrokkelde muur keek ze naar een man op een paard die allerlei bevelen brulde. Paarse Roberta begreep dat dit de leider van deze waanzin moest zijn. Ze sprong tevoorschijn en met een vervaarlijke zwaai doodde ze het paard. Nog voordat het nobele dier stuiptrekkend tegen de grond dreunde, vloog met een sierlijke boog het hoofd van de roversbaas een brandend gebouw in. Toen werd het stil. Een van de rovers stormde op Paarse Roberta af, met de bedoeling haar met zijn strijdknots neer te knuppelen. Het Onoverwinnelijke Zwaard sneed hem in twee gelijke stukken. De sluwste onder de rovers wierp zijn zwaard voor de voeten van Paarse Roberta en riep, luid genoeg zodat iedereen het kon horen: "Heil aan onze nieuwe hoofdman!"Verdwaasd keek Paarse Roberta de man aan terwijl ze werd bejubeld en gelauwerd. De rovers namen haar op de schouders en voerde haar mee naar het rovershol, dat in het donkerste deel van het Sleutelwoud verscholen lag. Tijdens de rit werd er stevig gedronken en Paarse Roberta durfde de haar aangeboden drank niet te weigeren. Er gierden allerlei gedachten door haar hoofd, maar ze kon niet bevroeden dat ze nooit meer terug zou keren naar een normaal leven.Het rovershol was, in Paarse Roberta's ogen, een absurde verrassing. In plaats van een compleet verwaarloosde en smerige bende aan te treffen, leek het rovershol meer op een goed georganiseerd chaos. De vele mannen, vrouwen en kinderen liepen met een doelbewuste drukte rond in een wirwar van straatjes en steegjes. De mensen onderbraken hun bezigheden toen de rovers arriveerden en werden al snel omringd door honderden mensen. Sommige 'dorpelingen' waren blij en kusten hun geliefden terwijl anderen klagelijk huilden. Ondanks de alcoholdampen in haar hoofd, begreep ze de reden van al dat verdriet.Paarse Roberta werd door een joelende mensenhaag voortgestuwd naar het Grote Dorpsplein waar ze door luitenant Arend, de sluwste onder de rovers, tot rovershoofdvrouw gekroond.Ze hoorde nauwelijks zijn toespraak die doorspekt leek met woorden als schatten, goud, weelde en rijkdom. In plaats van te luisteren, dwaalde haar ogen over 'haar' volk. Ze zag mannen met pure bloedlust in de ogen, klaar om ieders keel over te snijden. Hier en daar was er een enkeling met een grimas vol groeven en littekens. Anderen leken een perverse lust uit te stralen. De meeste mannen keken Paarse Roberta aan met een mengeling van haat en wantrouwen. Het leek alsof ze geduldig afwachtte om haar bij de minste misstap een kopje kleiner te maken. Paarse Roberta slikte een flinke brok angst weg met een beker bier die naast haar stond. Ergens huilde een kind en dit leidde Paarse Roberta genoeg af om de roverssmoelen te vergeten. Ze keek het huilende hummeltje aan dat succesloos door de moeder werd getroost. Paarse Roberta schrok van de vrouws uitdrukkingsloosheid. Ze tuurde rond en merkte dezelfde doffe ellende in de ogen van alle vrouwen."Dit is het goede leven!" Brulde de luitenant en de mannen brulde vrolijk mee terwijl de vrouwen moedeloos hun hoofden schudden. Paarse Roberta werd triomfantelijk door het troosteloze dorp gedragen en beraamde een plan om het leven van deze mensen een beetje te verbeteren.De volgende dag werd Paarse Roberta wakker met een stevige kater. "Waarom heb ik toch zoveel gedronken?" Dacht Paarse Roberta terwijl ze haar tollend hoofd in bedwang hield. "Om mijn zinnen te verdoven..." Kwam het verrassende antwoord.Ondanks de pijnlijke haren en de nare herinneringen, liet ze haar luitenants komen om een nieuwe overval op haar oude dorp te beramen."We kunnen zo kort op elkaar hetzelfde dorp niet aanvallen.""Er valt weinig tot niets meer te roven in dat dorp.""De mensen willen buit, geen gemene bijlslagwonden!""Ik laat mijn buik niet openrijten voor een magere buit."Paarse Roberta had moeite om de orde te handhaven en zag de gulzige blikken van de luitenanten. In een onbezonnen opwelling nam ze haar zwaard en sloeg, op haar dooie gemak, de zware vergadertafel in kleine stukjes. Het kunstige staaltje hakwerk snoerde zelfs de grootste mond."We gaan daar niet voor de buit, maar voor de mensen die er wonen en werken. De mannen bouwen dit rovershol om tot een stad terwijl de vrouwen koken, wassen en plassen. Wat denken jullie?"De meeste luitenants waren gewonnen voor dit idee en stemden in met het plan. Alleen Zwarte Jules stemde tegen."Lang geleden, in een vorig leven, was ik een slaaf. De ontberingen hebben van mij de man gemaakt die ik vandaag ben. Ik kan en wil niemand tot dit lot veroordelen.""Maar dit is niet hetzelfde!" Reageerde Paarse Roberta furieus. Haar boosheid groeide evenredig met haar onmacht om het verschil tussen haar plan en slavernij uit te leggen. De andere luitenanten interpreteerden haar uitbarsting als een erezaak en sleurden een hevig verzettende Zwarte Jules naar buiten. Eens buiten hield het schreeuwen op. Paarse Roberta wist niet wat er gebeurde met de man, maar ze zou hem nooit meer terug zien. Ze vroeg een glas water om haar emoties door te spoelen, maar kreeg een kroes bier in de plaats."Water is giftig, dit is gekookt en zit vol granen en kruiden. Veel beter voor de gezondheid." Verzekerde Eerste Luitenant Arend.Die nacht gingen ze op pad. Voor Paarse Roberta was dit een totaal nieuwe ervaring waarbij spanning en angst afwisselend door haar lijf gierde. Om een beetje te kalmeren dronk Paarse Roberta af en toe een slokje harseikappelwijn. Eerste Luitenant Arend had haar een flacon gegeven als hét middeltje tegen de kou.Paarse Roberta positioneerde haar troepen rond het dorp en drukte hen op het hart te wachten totdat zij het bevel gaf tot de aanval. Toen de maan opkwam, zag Paarse Roberta dat het meeste puin in het dorp was geruimd. De houthakkers waren praktische en ordentelijke mensen en dat vervulde haar met een zekere trots. Het versterkte ook haar idee dat haar beslissing juist was.Toen het laatste lichtje in het dorp eindelijk werd uitgeblazen, heerste stilte over de nacht. Op dat moment beval Paarse Roberta, met het gekras van de nachtraaf, haar bende om aan te vallen. Het gevecht was kort en brutaal. Een van de houthakkers liep bijlzwaaiend op Paarse Roberta af maar ze trok haar Onoverwinnelijke Zwaard en hakte de arme man aan mootjes.Paarse Roberta zat op een heuveltje terwijl het dorp in lichterlaaie stond. Ze zag hoe de oude huizen in de vlammen dansten en probeerde zich te herinneren of er nog iets waardevols in haar huis lag... haar reishoed misschien, maar wat kon ze met dat oude ding nog aanvangen?Van het hele dorp werden er uiteindelijk 79 mannen, vrouwen en kinderen gespaard. Zonder onderscheid werden ze allemaal in de boeien geslagen. Paarse Roberta begon haar plannen aan de versufte overlevenden uit te leggen."Verzet is zinloos, jullie zijn nu veilig. Jullie zullen nooit meer honger lijden. Er zal voor jullie gezorgd worden. Wij zullen jullie kleden en nooit meer zullen jullie zich zorgen hoeven te maken over de wilde wouddieren. En wat vragen wij daarvoor in de plaats? Een beetje werk zodat onze thuisbasis de mooiste stad van het Halverwegeland wordt. Met jullie kracht en ons vernuft, kunnen we bergen verzetten!"Terwijl Paarse Roberta haar daden goed probeerde te praatte, merkte ze een rare vogel op tussen de haveloze houthakkers. Het was de vreemde, bontgekleurde edelman! Wat deed die hier? Met een kort knikje werd de arme man hardhandig uit de rij geplukt en apart gezet.Aldus werd er een trieste stoet gevormd die zich traag in beweging zette. De eerste zonnestralen verdreef, behalve de nacht, ook de versufte gedachten onder de gevangen en hun verbazing groeide."Was dat Paarse Roberta op dat grote paard?""Waarom is zij niet gevangen?""Dus zij heeft echt tegen ons gesproken?""Zij kan onmogelijk de leider zijn van deze roversbende?""Heeft zij ons verraden?""Ze kon toch gewoon onze hulp gevraagd hebben?""Rovershoofdvrouw! Hoe is het mogelijk dat ze zo laag gevallen is. Ik heb haar nog gekend toen ze nog zó groot was."Alle geroddel en gepraat ging volledig aan Paarse Roberta voorbij. Ten eerste omdat ze al aan haar derde flacon harseikappelwijn toe was en ten tweede omdat al haar gedachten rond de vreemde edelman dansten. Waarom was hij hier?Terug in het rovershol werd Paarse Robert door Eerste Luitenant Arend naar de kerkers begeleid."De vreemdeling probeerde te ontsnappen, vandaar dat we hem zo hardhandig hebben aangepakt."De vreemde edelman lag bloedend vastgebonden op een tafel, zijn bloemetjespyjama hingen als oude vodden om zijn magere lijf. Paarse Roberta vond het een beetje naar dat haar troep hun gevangenen zo slecht behandelden. De edelman keek haar vuil aan, alsof het allemaal haar schuld was."Moest hij maar niet vluchten!" Dacht Paarse Roberta verontwaardigd terwijl ze gemeende bezorgdheid op haar gezicht toverde."Vertel me je verhaal en ik zal je helpen. Je wonden zullen verzorgd worden."De edelman hield zijn lippen stijf op elkaar."Ik kan je helpen en al wat ik van je verlang is dat je je verhaal vertelt."Het stilzwijgen irriteerde Eerste Luitenant Arend zo erg dat hij de vreemde edelman hard in het gezicht sloeg."Als onze leider je iets vraagt, dan antwoord je haar... jij schurftige hond!"Paarse Roberta zag de bloedspetters in het rond vliegen. Ze huilde bijna, maar hield haar tranen in bedwang."Ik wil je geen pijn doen." Smeekte ze bijna. "Alsjeblieft, vertel mij je verhaal."Waren het de zoete woorden van Paarse Roberta? Wekte ze echt het nodige vertrouwen op? Geloofde hij echt in de oprechtheid van haar woorden of was het de angst voor nog meer pijn? Wat het ook was, de vreemde edelman begon te praten."In het boerendorp waar je me heen stuurde, is de knuppelkoorts uitgebroken. Omdat ik de ziekte als kind heb gehad, kon ik niet meer ziek worden en de dorpsoudsten belastten mij met de nobele taak om wat knuppelfruit te vinden.""Dat fruit is het enigste middel dat helpt... maar het is het seizoen niet." Mompelde Eerste Luitenant Arend."En tijdens mijn zoektocht ben ik in het houthakkersdorp terecht gekomen dat jullie overvielen."Het nobele verhaal maakte weinig indruk bij Paarse Roberta en na een kort afscheid liet ze de arme man over aan haar luitenant."Laat hem wel in leven, want ik heb het gevoel dat we hem nog nodig zullen hebben."Die nacht kon Paarse Roberta de slaap niet vatten. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen spookten als een absurde nachtmerrie door haar hoofd. Het gegil golfden in haar oren en de rook prikte in haar neus terwijl beelden van dood en verderf zich in allerlei kronkelende kleuren voor haar geestesoog ontplooiden. Ze had een man gedood, iemand die ze kende. Ze herinnerde niet wie het was en in haar dromen veranderde zijn gezicht constant: eerst haar vader, toen Blauwe Robert, haar oudste broer, terug haar vader...Paarse Roberta had het te warm en gooide de dekens van zich af.Ze moest hier weg.Paarse Roberta kleedde zich zo onopvallend mogelijk. Ze stak het Machtige Toverhoutje in de vouwen van haar mantel, gorde het Onoverwinnelijke Zwaard om en gooide de Diepe Knapzak over haar schouder. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van de schaduwen, doolde ze door het rovershol, op zoek naar een ontsnappingsweg. Onderweg merkte ze dat er nog veel levensloze ogen haar vol honger aanstaarden. Die miserie sneed diep in haar ziel en met behulp van de Diepe Knapzak begon Paarse Roberta voedsel uit te delen. "Misschien dat mijn muizenissen en zielenroerselen zo tot bedaren zullen komen." Dacht Paarse Roberta. Maar de honger die ze zag, kon ze niet stillen en de pijn om al die miserie deed haar onrustige ziel geen deugd. Tijdens haar barmhartige tocht vormde zich een plan. Ze liet haar voedselbedeling voor wat het was en haastte zich naar haar kerker waar de edelman met zware ketens aan de muur vast geklonken zat. In de duisternis kon Paarse Roberta moeilijk opmaken hoe het met haar gevangene gesteld was, maar nam niet de tijd om naar zijn welzijn te vragen. Ze knielde zodat ze op ooghoogte met de gevangene kon praten."Hoe groot is dat boerendorp van jou?"Met rammelende ketens schrok de edelman wakker en keek haar vol angst aan. Paarse Roberta begon haar geduld te verliezen en om haar woorden extra kracht bij te zetten, trok ze het Onoverwinnelijke Zwaard half uit zijn schede."Hoe groot is dat verdoemde boerendorp?"Paarse Roberta zag in het flakkerende toortslicht dat er tranen over de magere wangen van de edelman gleden. Paarse Roberta had spijt van haar uithaal, maar gedane zaken nemen geen keer. Ze moest nu, kostte wat het kost, doorgaan. Onder haar borende blik begon de bibberende edelman te vertellen."Ik ben in een welvarend boerendorp terechtgekomen. Ze hebben vijf enorme voorraadschuren, zo groot als paleizen en tot de nok toe gevuld met allerlei lekkers. Het zijn eenvoudige mensen die geen verdediging hebben tegen het kwaad in deze wereld."Paarse Roberta herinnerde zich de vallei."Ik heb daar een kasteel gezien. Er moeten daar ridders of soldaten in wonen."Rammelend aan zijn kettingen, schudde de edelman zijn hoofd."Dat kasteel is een schuur en wordt bevolkt door kazen, hammen en kippetjes."Peinzend liet Paarse Roberta de arme edelman achter in zijn eenzame cel. Bij een directe aanval vielen er heel wat slachtoffers en goed geschoolde werkers waren goud waard. Ze had een sluw plan nodig om iedereen ongehavend te kunnen vangen. Van al dat denken begon haar hoofd te tollen en Paarse Roberta besloot om wat te ontspannen met enkele karaffen wijn. Ze nodigde Eerste Luitenant Arend uit om wat voor haar te zingen. Hij koos een bloeddorstige ballade uit waarin de gasten van een huwelijksfeest meedogenloos werden afgeslacht.Die nacht, tijdens de gebruikelijke nachtmerries, droomde Paarse Roberta een plan bijeen. Nadat ze zichzelf had wakker gegild, riep ze al haar luitenants bij zich en legde haar plan voor. Goedkeurend luisterden ze naar haar en begonnen onmiddellijk de nodige voorbereidingen te treffen.De daarop volgende dagen geurde het hele rovershol als een distilleerderij. Iedereen en alleman offerde iets van hun schaarse voedsel op om alcohol te stoken. Dat werd daarna op smaak gebracht met knuppelfruitsap. Paarse Roberta laveerde door de bedrijvigheid heen en toverde knuppelfruit tevoorschijn uit haar Diepe Knapzak. Overal waar ze kwam moest ze een slokje proeven en het duurde niet lang of Paarse Roberta strompelde half verdoofd door het rovershol. Er was nog steeds veel miserie rondom haar, maar dankzij haar benevelde brein zag ze het niet meer.De vaatjes knuppelfruitlikeur stapelden zich zo snel op dat men al na enkele dagen voldoende hadden gestookt om een klein leger dronken te voeren. Het valse hulpkonvooi werd klaar gemaakt voor vertrek en volgde de weg die Paarse Roberta al eerder had genomen. Met moeite hield ze haar tranen in bedwang toen ze de verkoolde resten van haar oude dorp passeerde. Maar zoals het Sleutelwoud ooit haar dorp zou overwoekeren, zo verdwenen ook haar herinneringen. Nou ja, de hoeveelheid alcohol die ze consumeerde, hielpen daar een handje beetje bij.Licht beneveld naderde Paarse Roberta en haar troep het boerendorp. De bekende geur van rozen die haar toezweefde, ontnuchterde haar een beetje. Er was een herinnering aan de rozen verbonden en ze probeerde die op te halen... maar haar gedachten werden abrupt onderbroken door het gekakel van een oude, afschuwelijk lelijke vrouw. Het oudje was zo spuuglelijk dat Paarse Roberta op slag nuchter werd. Ze herkende de oude vrouw als één van de vijf toverkollen. Zo statig mogelijk reed Paarse Roberta tot aan de heks die vastberaden de weg versperde."Ik en mijn troep brengen medicijnen tegen de knuppelkoorts."Argwanend begon de heks de vaatjes te controleren en na een korte inspectie maakte ze de weg vrij. Paarse Roberta gaf, met een onbenullig handgebaar, haar luitenants het bevel om het hele dorp dronken te voeren. Iedereen die na drie kroezen medicijn nog in staat was om weerstand te bieden, moest worden geëlimineerd.Het medicijn verrichtte wonderen. Al na de tweede kroes verdween de knobbelkoorts en bij de derde ging bij de meeste het licht uit. De enkelingen die nog overeind stonden, werden snel uitgeschakeld. De grootste weerstand kwam echter van de vijf oude heksen. Ondanks hun hoge leeftijd verdedigden ze zich met hand en tand. Helaas, zelfs met hun magie, overrompelde de overmacht hen. Geboeid, gekneveld en geblinddoekt werden de heksen, samen met de hele boerenbevolking, afgevoerd in ijzeren kooien.Paarse Roberta werd triomfantelijk onthaalt en in een toespraak beloofde ze voorspoed en geluk voor haar volk. Omdat ze al stevig had gedronken, lalde ze er vrolijk op los. Het deerde haar volk niet, want sinds een eeuwigheid was er voldoende eten geroofd en hoop flikkerde op. Jammer genoeg woekerde er ook een slecht verborgen bloedlust onder de manschappen. Paarse Roberta ontplofte toen Eerste Luitenant Arend haar daarvan op de hoogte bracht."Zien die ondankbare sukkels dan niet dat hun levenstandaard erop vooruitgegaan is?"Arend probeerde haar te kalmeren."Mensen hebben behoeften die ze moeten voldoen. Anders kun je niet leven.""Een mens hoeft toch alleen maar te eten, drinken en te slapen!" Onderbrak Paarse Roberta, maar geduldig ging haar luitenant verder."Eens die 'basisbehoeftes' vervuld zijn, ga je op zoek naar iets anders. Een mooie vrouw, goud, spel en drank..."Paarse Roberta knikte terwijl ze haar kroes volgoot met harseikappelwijn. Ze kon de redenering van haar luitenant volgen. Vroeger, toen ze constant honger had, was er geen behoefte naar alcohol. Tegenwoordig had ze een oncontroleerbare drang om het spul te drinken. Haar luitenant ging verder met zijn uitleg."Als je op dat punt gekomen bent dat je zin hebt in goud, dan moet je aan die behoefte voldoen... en onze mannen wachten op jouw bevel om hun gouddorst te lessen."Paarse Roberta dacht na en gaf Eerste Luitenant Arend gelijk. Wat was die Eerste Luitenant van haar toch een een slimmerik! Hij herkende de noodzaak nog voordat die zich voordeed... Zoals hij haar ook voorzag in al haar drankbehoeften."Er is een behoefte gecreëerd en ik moet er gehoor aan geven." Zuchtte Paarse Roberta diep en nam een flinke slok van haar wijn. "Wel luitenant, dat hebben we weer mooi geregeld."Paarse Roberta vertoonde zich nog maar zelden in het openbaar en moeide zich zo min mogelijk met staatsaangelegenheden terwijl ze haar nachtmerries in alcohol probeerde te smoren. Ze wisselde haar slempen af met het plannen van rooftochten of zat zelf in het zadel de aanval te leiden. Paarse Roberta hield niet van het krijgsgeweld en dronk voor iedere aanval zich de nodige moed in. Haar rooftochten waren zo vreselijk dat haar troep algauw tot de meest beruchte vogelvrijverklaarden van Halverwegeland behoorden. Bij gevangenschap werd het doodsvonnis onmiddellijk uitgevoerd.Het rovershol kende een ongeziene groei dankzij geroofde buit en gedwongen arbeid. Er was een overvloed aan alles en algauw vonden handelaars hun weg naar een bruisende stad.Als Paarse Roberta tussen twee rooftochten door lang genoeg in de stad verbleef, hield ze extravagante feesten waar ze haar gedwongen arbeiders tentoonstelde. Vooral het optreden van haar heksen, onder dreiging van folteringen, werden door haar gasten fel gesmaakt. Tijdens één van die feesten hoorde ze enkele handelaren praten over een immense stad aan het begin van het Okerpad. Er kwam een vage herinnering bij Paarse Roberta op en nieuwsgierig luisterde ze de handelaren af. Haar afgunst groeide terwijl de handelaren de wonderen en de geneugten van de Grote Stad bejubelden met diepe Oh's en grootse Ah's.Die nacht woekerde de woede in haar en kon Paarse Roberta de slaap moeilijk vatten. Voor dag en dauw had ze haar luitenants bijeen geroepen."De Grote Stad is een doorn in mijn oog. Alle goeie dingen van deze wereld gaan naar die decadente vlek... en wat krijgen wij? Kruimels! Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ben het beu om me met simpele kruimels tevreden te stellen."Haar razende tirade ging nog een tijdje door en sommige van haar luitenants werden ongerust. Toen Paarse Roberta eindelijk uitgeraasd was, stond Eerste Luitenant Arend op."Wat onze glorieuze leidster bedoelt: we zijn klaar voor het echte werk! De Grote Stad behoort ons toe! Wij zijn onoverwinnelijk en het werd eens tijd dat we ons met de goden zelf gingen meten... en weet je wat?"Een dramatische pauze zorgde voor de nodige spanning en iedereen zat op het puntje van zijn stoel."We gaan de goden verslaan."Een onbeschrijfelijk gejuich steeg op en golfde over het rovershol. Jong en oud juichte mee en hun gejoel overspoelde het land."Nieuwe buit, nieuwe goden!"Paarse Roberta vond dat goddelijke idee maar niets, maar als dit gewauwel ervoor zorgde dat de Grote Stad tot as gereduceerd zou worden, dan liet ze haar troep maar in de waan.Er werden grootse plannen gesmeed waarbij de vorige rooftochten op picknickjes leken. Het werd Paarse Roberta soms teveel, maar de gedachte aan die arrogante handelaren deed haar woede weer opflakkeren. Toch ging het niet zo vlotjes. Veel van de plannen miste een zekere krijgshaftigheid. Vooral de idiote plannen werkte op haar systeem."We stoppen dodelijke steekbijen in glazen potten die we dan met katapulten over de stadsmuren smijten waarbij die beestjes dan de poorters doodsteken.""En hoe gaan we die bijen vangen zonder zelf doodgestoken te worden?" Vroeg Paarse Roberta.De luitenant die het geniale plan bedachte, had dat punt nog niet uitgewerkt. Paarse Roberta's geduld was ten einde en gaf het bevel om de onfortuinlijke man vast te binden aan een boom, in te smeren met honing en af te wachten tot de steekbijen prikten.Na een dag vol van absurde plannen, zette Paarse Roberta het op een drinken. Het was tijdens de laatste slemppartij dat het haar te binnen schoot: er woonde in haar kerker een echte krijger!Paarse Roberta schrok hevig toen de vreemde edelman werd voorgeleid. Het waren niet de lange baard of de rafelige kleren... om nog maar te zwijgen over de smerigheden op zijn lichaam... het was de edelmans haarkleur waarvan ze echt schrok. Zijn ravenzwarte haren waren zilverwit geworden. Paarse Roberta nam een grote slok van haar harseikappelwijn voordat ze haar gevangene toesprak."Welkom in ons midden. Hopelijk gaat alles goed?"De vreemde edelman glimlachte terwijl hij met stijve spieren een buiging maakte."Geëerde gastvrouw, drink je niet teveel?"Alle aanwezige luitenants legden hun handen op hun gevest, klaar om deze belediging te wreken. Paarse Roberta glimlachte wrang en antwoordde heel kalm."Net genoeg om de controle niet te verliezen.""Ik wist niet dat je zoveel dronk." Zei de vreemde edelman met schrapende stem."Net genoeg om anderen mijn wil op te dringen.""Ik wist niet dat je zoveel dronk.""Net genoeg om het vuur diep in mij aan te wakkeren.""Ik wist niet dat je zoveel dronk.""Net genoeg om het vuur weer te doven.""Ik wist niet dat je zoveel dronk."Paarse Roberta zocht iets in de koude ogen van de vreemde edelman en moest uiteindelijk haar eigen ogen neerslaan. Ze kon de kilte niet meer verdragen en gaf het bevel om de edelman te fatsoeneren en een feestmaal voor te bereiden.Het feestmaal verliep in stilte die Paarse Roberta probeerde op te vullen met dans, muziek en andere vrolijkheden. Omdat niets van al dat fraais ook maar enig effect had op de vreemde edelman, besloot ze om met de deur in huis te vallen. Ze schetste hem de frustraties die ze voelde voor de Grote Stad."En als je mij helpt om deze verderfelijke beerput te vernietigen," eindigde Paarse Roberta haar tirade, "dan zal ik je rijkelijk belonen. Werk me tegen en je zult me om de eeuwige verlossing smeken."In de ijskoude blik die ze als antwoord kreeg, zat er een klein sprankeltje mededogen verborgen dat haar bloed deed koken. Wat dacht die halvegare gek wel! Ze greep een groot mes en plantte dat keihard tussen de vingers van de vreemdeling."Je hoeft enkel te knikken en je wordt gespaard van gruwelijkheden. Dus vraag ik het je voor de laatste keer: Ga je mij helpen of niet?"De getormenteerde edelman kon zijn tranen niet meer bedwingen en knikte."Heel goed!" Kirde Paarse Roberta. "Laten we beginnen met het krijgsgeweld."Al snel bleek dat iedereen nog veel had te leren... een grote stad veroveren is niet hetzelfde als een boerendorp overvallen. De trainingen waren zwaar en kostte handenvol goud dat Paarse Roberta met haar Toverhoutje tevoorschijn toverde.Het ergste van al dat gedoe, waren de langdradige theoretische uiteenzettingen en op een dag had Paarse Roberta er genoeg van. Ze had net een les over de cruciale rol van spionage in een oorlogssituatie achter de rug en besloot om samen met Eerste Luitenant Arend te gaan spioneren in de fameuze Grote Stad.Aan het begin van het Okerpad kwamen ze uit bij een brede rivier. In de verte zag ze een gouden schittering. Haar luitenant vertelde haar dat dit de fameuze gouden daken van de Grote Stad waren. De glinstering deed niet zo zeer pijn aan haar ogen, dan wel aan haar ziel. Paarse Roberta werd extra kribbig omdat ze geen harseikappelwijn meer hadden. Haar gemoed klaarde op toen zij even verderop een veerpont met een staminee ontdekte en ze hielden er halt om een houtbiertje te drinken.Terwijl het bier getapt werd, verkende Paarse Roberta de afspanning. Aan de waterkant zaten drie bekende gezichten. Zo vrolijk mogelijk ging ze de blinde monniken begroeten. De drie heilige mannen hadden een hutje aan de oever gebouwd waar ze, tegen betaling, de verdwaalde reiziger met spirituele steun terug op het rechte pad brachten. Ze hadden samen een lang en vruchtbaar gesprek. Binnenkort vierde de Grote Stad het Festival van H.G.H.E. Eucalyptus Van den Werkmensch (Hoog Geëerde Heilige Eminente patroon van de kleine man die met plezier al zijn geld aan de regerend klasse afstaat). De feestvierende poorters hadden dan enkel aandacht voor het feest waardoor een heel leger makkelijk de stad kon infiltreren. Paarse Roberta had een aanvalsplan en als leuk extraatje pikte ze het zuurverdiende geld van de blinde monniken.Op de dag van het festival stroomde de stad vol met gewapende mannen die zich onopgemerkt tussen het feestgedruis mengde. Stadswachters en soldaten werden discreet uitgeschakeld en Paarse Roberta's rovers namen hun plaatsen in. Toen iedereen op zijn plekje stond, gaf Paarse Roberta het bevel om te plunderen. Het duurde niet lang of het werd een slachtpartij die de hele stad in totale paniek onderdompelden. Op hun vlucht vonden de doodsbange poorters enkel dood en verderf.Paarse Roberta deed vrolijk mee en omsingelde een groot en overdadig versierd huis. Met een simpel handgebaar werd het huis in brand gestoken. De vlammen grepen snel om zich heen en Paarse Roberta liet haar fantasie meedansen met het vuur. Ze fantaseerde over het komen en gaan van rijke heren die gehaast hun zaken kwamen afhandelen. Op het randje van een delirium veranderden de denkbeeldige mannen in monsters. Haar ogen werden groot en vol schrik probeerde ze de monsters van zich af te slaan. Ze zwaaide zo hevig met haar zwaard dat ze de controle verloor en haar wapen kletterde op de grond.Op dat moment ging de voordeur van het grote huis open en een man stormde naar buiten. Hij leek op iemand die Paarse Roberta, ver en lang geleden, had gekend. Een soort vaderfiguur? Terwijl de man op haar afstormde, opende ze velangend haar ongewapende armen. Ijskoud staal gleed in haar buik. Vol onbegrip keek Paarse Roberta haar vader aan en viel ongracieus op de grond. Groteske figuren en monsterlijke wezens dansten vol plezier om haar heen en wenkten haar om mee te doen.Paarse Roberta kreeg het benauwd.Het waren niet de demonische dansers die haar zorgen baarden.Er knaagde iets anders aan haar...Paarse Roberta wist met zekerheid dat ze van iets spijt moest hebben, maar met de beste wil van de wereld kon ze zich het wat of waarover niet meer herinneren. Toen raakte ze in paniek. Ze moest het zich herinneren!Eerste Luitenant Arend, was dat niet de man die mijn leven ruïneerde?Wie was mijn Moeder?Waarom werd alles dimmer?Het geluid... het licht... geuren... gevoel...Paarse Roberta werd doodsbang.Dit kon toch niet?Ze had nog zoveel te zeggen, ze wou het uitschreeuwen... maar er kwam geen geluid meer over haar lippen.*Neen, zo kan haar verhaal niet eindigen!*

Wibboo Jozefs
0 0

Het Grote Avontuur Van Paarse Roberta - Deel 1 - Het Begin

Heel lang geleden, ergens halfweg in de tijd. In het verre Halverwegeland, op een kwartje van hier vandaan, woonde er een arme ketellapper in het Sleutelwoud. In een woud vol bos was er weinig werk voor een arme ketellapper. Het woud zat vol gevaarlijke en woeste rovers en het weinige geld dat de ketellapper verdiende werd iedere keer weer door een rondtrekkende bende geroofd. Het was niet makkelijk om zijn achttien kinderen, negen zonen en negen dochters, van eten en kleren te voorzien. De ketellapper jammerde zo wanhopig dat zijn vrouw, Rooie Sonja, besloot om in het woud op zoek te gaan naar eten. De ketellapper smeekte haar om het niet te doen, uit angst voor de vele rovers. Zijn smeekbeden haalden niets uit en al op haar eerste strooptocht verdween zijn echtgenote. De arme ketellapper was ontroostbaar en werkte dag en nacht door zijn verdriet heen.Op een hongerige nacht besloot de middelste dochter dat het zo niet verder kon! Ze wou geen honger meer lijden en zou daarom naar het woud gaan, op zoek naar eten. Het dappere kind heette Paarse Roberta. Iedereen noemde haar zo omdat ze veel op haar buurman, Blauwe Robert, leek. Ze deed haar reiskleren aan en snoerde de veters van haar knobbelschoenen strak. Tot slot zette ze haar veel te grote hoed op die over haar ogen zakte en nam emotioneel afscheid van haar broers en zussen."Ik ga op zoek naar eten voor ons allemaal en ik ga onze moeder terugvinden. Dat beloof ik."Paarse Roberta kwam haar beloftes altijd na. In feite waren haar beloftes zo sterk, dat ze gebruikt werden als funderingen van kastelen. Licht nerveus omdat ze het onbekende avontuur tegemoet ging, vulde Paarse Roberta haar knapzak met stijve sleutelbloemen en knalharde harseikappels. Tot slot haalde ze een puntige naald uit de kousenmand en verstopte die in de zoom van haar rok.Gepakt en gezakt trok Paarse Roberta over het Okerpad, steeds dieper en dieper het Sleutelwoud in. Toen ze op een open plek aankwam, werd ze tegengehouden door drie blinde monniken. Nog voor Paarse Roberta iets kon zeggen, declameerden de drie slechtzienden een gedicht over het gevaar dat ze op haar pad zou vinden."Stinkende brei en gladde wegen.Kom je verder en zekers tegen.""O Dwaze Mensen, die toch verder gaan!Luister toch eens goed en mijd deze baan.""Voor je eigen veiligheid mijn kind!Je slaat onze raad niet in de wind.""Voor geluk wrijf op onze bollie.Dan krijg je een lekkere lolly."Paarse Roberta lustte geen lolly's en voelde er weinig voor om op wat dan ook te wrijven. Ze nam dringend maar beleefd afscheid en keek toe hoe de visueel mindere patertjes op een sukkeldrafje het Okerpad afvielen. Paarse Roberta was niet veel wijzer geworden van hun vreemde rijmelarijen... Dus haalde ze haar schouders op en liep, met een vrij gerust gemoed, het Okerpad af.Paarse Roberta kwam net vanonder het loemerte van het bladerdak, toen ze glibberig weggleed over de oranje bananenschillen die her en der over het Okerpad verspreid lagen. Ze hoorde een vreemd geluid en met schrik in het hart keek ze op naar enkele laaghangende takken. De schrik sloeg om naar volle paniek toen ze de monsterlijke wezens ontdekte. Op een dikke tak zaten vier Roze Groezelapen. Uit hun tandeloze bek walmde de geur van dood en verderf. Paarse Roberta zoog haar longen vol verse lucht voordat ze een stap durfde te zetten. Ze wist dat, dankzij hun broze botten, Roze Groezelapen zelden een aanval waagden. Die vieze beesten hoefden ook niet echt te vechten, want ze hadden hun vieze adem waarmee ze zelfs de sterkste mens konden vellen. Met hun adem kon je zuiver goud oplossen. Met de tranen in haar ogen grabbelde Paarse Roberta in haar knapzak in de hoop iets te vinden dat de apen zou verjagen. Vertwijfeld balde ze haar rechtervuist rond de stijve sleutelbloemen en gooide die uit alle macht naar de krijsende Roze Groezelapen. Die schrokken zo erg van de zoete bloemengeur dat ze hun evenwicht verloren en van hun tak vielen. Al hun broze botten waren gekraakt en gebroken. De vieze Roze Groezelapen waren op slag dood. Voorzichtig en met dichtgeknepen neus, schuifelde Paarse Roberta verder. Ze haalde pas opgelucht adem toen de stinkende massa ver achter haar lag.Het Okerpad leidde Paarse Roberta steeds dieper het Sleutelwoud in. Achter een van de vele meanders, kwam ze oog in oog te staan met een vreemd ogende kerel. Hij droeg een zijde bloemetjespyjama en zijn haar zat in een kunstig knotje samen gebonden. Paarse Roberta vond dat hij een adellijk voorkomen had... toch was er iets geks aan deze man. Om de een of andere reden vertrouwde Paarse Roberta zijn vreemde ogen niet. De edelman zat op het zachte mos in kleermakerszit en schilderde een natuurtafereeltje op een plankje. Paarse Roberta probeerde stilletjes langs de vreemdeling te trippelen, maar werd ontdekt!"Bloesem in de wind, je lawaai verstoort de rust, wat doe je mij aan!""Sorry heer," stamelde Paarse Roberta. "Ik wou u niet storen in uw... bezigheden. Ik volg gewoon dit pad op zoek naar eten voor mij en mijn familie.""Nobel is je doel, maar je tocht is vol gevaar, als je verder gaat.""Wat bedoelt u? U spreekt in raadsels, edele heer.""Zwijg cultuurbarbaar, mijn dichtkunst is mijn leven, spot met een ander."Die rare kwiet irriteerde Paarse Roberta enorm. Als hij verder bleef zagen en kreften, zou ze hem een lap rond de oren verkopen!Heftig met zijn verfborsteltje zwierend, orakelde de edelman verder: "Versperd is je pad, sleutels groeien in het wild, openen de poort."Voorzichtig wiebelend verwijderde Paarse Roberta zich, in haar ogen, van de malloot weg. Ze hoopte dat zijn eer niet gekrengd was en een wapen zou trekken."Hopelijk vermijd ik een zwaardstoot zolang ik oogcontact hou." Mompelde Paarse Roberta - bijna - onhoorbaar.Toen ze vond dat ze ver genoeg was, draaide ze zich om en knalde hard weg.De vreemde edelman riep haar nog iets na: "Je krijgt een lolly, als je mij eens goed verwent, met een kleine aai."Paarse Roberta werd nu echt kwaad en schakelde een versnelling hoger. De edelman schreeuwde nog iets, maar ze was al veel te ver weg om het te verstaan.Een beetje in de war liep Paarse Roberta verder. Omdat ze zo diep in gedachten was verzonken, merkte ze de stevige houten poort die haar de weg versperde veel te laat op. Ze knalde met een professionele kopstoot, die een kleine olifant kon vellen, tegen de massieve poort. Gelukkig voor haar wist ze niet wat een olifant was en na die galmende kopstoot zou ze in haar hele leven geen enkele olifant te zien krijgen. Die 'kopstootgalm' was namelijk in de hele wereld te horen en geen enkele 'goed-bij-zijn-verstand-zijnde' olifant durfde zich nog in de buurt van Paarse Roberta te vertonen.Toen de sterretjes in en rond haar hoofd eindelijk waren verdwenen, dansten er twee identieke deuren voor haar ogen. Paarse Roberta knipperde een paar keer met haar ogen totdat er nog maar één deur voor haar stilstond. Het was een stevige houten deur, gemaakt van dikke oeroude planken. Ze morrelde aan de klink, maar de poort bleef potdicht. Ze bekeek het slot en zag dat het sleutelgat in de vorm van een stijve sleutelbloem was gemaakt. Ze graaide in haar tas en haalde er enkele harseikappels uit. Paarse Roberta had al haar bloemen opgebruikt. Ze keek beteuterd naar de lelijke vruchten in haar hand. Het huilen stond haar nader dan het lachen... totdat ze zich herinnerde dat het sap van harseikappels heel brandbaar was. Paarse Roberta schudde de appels hard en snel voor gebruik. Zachtjes kneep ze het sap eruit en smeerde die heel secuur uit over de deur. Het duurde een tijdje voordat het hele houten oppervlakte was besmeurd. Ze haalde de naald uit haar zoom en schraapte die een paar keer over de poortstenen. Er sprongen enkele vonkjes op en de poort vatte vlam. Paarse Roberta rende van het vuur weg. De hitte was zo ondragelijk dat het bijna haar wenkbrauwen schroeide! Het helse vuur brandde een hele dag en nacht door. Aan de ene kant was Paarse Roberta blij met dit inferno omdat het de wilde dieren op een afstand hield. Aan de andere kant lokte dit heldere vuur heel wat motmuggen die, voordat ze hun lijf en ziel met vrolijke doodsverachting aan het vuur offerden, zich eerst tegoed deden aan Paarse Roberta's bloed. Het vleugelgefladder en de beten bezorgden haar een moeilijke nacht. Gelukkig maakte de prachtige sterrenhemel het ongemak een beetje goed. De eerste zonnestralen wekte Paarse Roberta. Haar humeur was alles behalve opperbest. Het verbeterde aanzienlijk toen ze merkte dat de stevige deur helemaal was opgebrand. Met haar stevige knobbelschoenen stampte ze het deurvormig overblijfsel finaal aan gruzelementen. Ze dacht hiermee haar frustraties in één gebalde woede-uitbarsting kwijt te raken. Helaas leverde het haar enkel een pijnlijke teen op. Zuchtend mankte ze over de nog hete brokstukken van de ex-deur.Het Sleutelwoud was hier minder dicht en na een paar uurtjes goed doorstappen kwam Paarse Roberta eindelijk aan de rand van het woud. Onder haar strekte een vruchtbare vallei uit, omzoomd met groene heuvels. Een zacht briesje voerde de zoete geur van rozen met zich mee. Paarse Roberta was eventjes van haar stuk gebracht, maar met een einddoel voor ogen keek ze gretig uit waar het Okerpad haar naar toe zou leiden. Het pad eindigde aan de oevers van een meertje met in het midden een kasteeltje. De opgekropte emoties van de laatste dagen kwam als een zachte, maar diepe zucht over haar lippen.Terwijl ze voor zich uit staarde, hoorde ze een soort gezang dat verdacht veel klonk op het gekrijs van gevilde tijgerkatten. Ze luisterde ietsjes aandachtiger en stelde haar eerdere hypothese drastisch bij... dit was overduidelijk tijgerkattengekrijs. Paarse Roberta gruwde pas echt toen ze ontdekte wie dit onmenselijke gekrijs voortbracht.Achter haar, uit het woud, schuifelden vijf heksen tevoorschijn. Paarse Roberta herkende hen onmiddellijk als heksen dankzij de misvormde kenmerken: groezelige huidskleur vol wratten, kromme haakneuzen vol wratten en vieze wratten met hun eigen wratten."Wij zijn heksen en zijn aardig noch schoon.Wij toverknallen er vrolijk op los.En zingen altijd vals en uit de toon.Rol Rol Toverknol,Rol Rol Toverbol,Rol Rol Toverhol,Rol Rol Toverwol.Wij zijn boze heksen en heel erg stout.De toverketel staat reeds op het vuur.En dan sprokkelen we rond in het woud.Rol Rol Toverlol,Rol Rol Tovertol,Rol Rol Toverrol,Rol Rol Tovertrol.We zijn altijd gemeen en kijken zuur.Neem je vliegbezem en de heksenzalfen vlieg de nacht in op het heksenuur.Rol Rol Toversnol,Rol Rol Toverkol,Rol Rol Toverdol,Rol Rol Toverschol.""Wat gaan we nu beleven..." mompelde Paarse Roberta terwijl de vijf afschuwelijke wezens dichterbij schuifelden."Gegroet, gegroet." Klonk de schraperige stem van de hoofdheks."Zonder een hoed." Kakelden de andere vier.Paarse Roberta fronste haar wenkbrauwen terwijl ze een groet terug mompelde."Lang en gevaarlijk is je weg geweest?""Pas op voor de koe, het is een wreed beest."Paarse Roberta was compleet uit het veld geslagen. "Euh ja, dank u voor de tip over de koe en zo... en... euh... is iedere weg niet een beetje lang en gevaarlijk? Allez, dat denk ik toch.""Je reis is bijna voorbij, tot aan dat kasteel.""De meest gevaarlijke kleur is het vale geel."Paarse Roberta ergerde zich over het heksenkoor dat er maar op los leek te rijmelen. Oké, het leek iets traditioneels of zo, iets dat je van heksen kon verwachten! Maar dat betekende niet dat Paarse Roberta het mooi moest vinden. De hoofdheks oreerde lustig verder."In dat kasteel vind je de laatste beproeving.""Wat je ook mooi vindt, kies toch voor de bronzen ring.""Neen." Zei Paarse Roberta."Ga heen en volbreng... hoe bedoel je neen?""Schrik niet van een beetje bot want alleen daar is het goed."Het duurde even voordat het heksenkoor snapte dat er iets niet klopte en keken elkaar verward aan. Een van de heksen kraste: "Agaat, dat rijmt hier niet!"Hoofdheks Agaat keek woedend naar haar genoten en richtte daarna haar dodelijke blik op Paarse Roberta."Wat bedoel je met neen?"Terwijl in haar achterhoofd alle dwaze figuren en de ontberingen van de reis de revue passeerden, groeide de woede bij Paarse Roberta. Ze ontplofte en de vijf heksen kregen de volle lading."Neen, neen, neen! Ik ben het beu! De hele situatie is zo absurd dat het niet meer grappig is. Wat denken jullie wel? Dat ik in een sprookje leef of zo? Bekijk het maar!"De hoofdheks wou iets zeggen, maar Paarse Roberta liet haar de kans niet."Kijk, ik ben op zoek naar een beter leven voor mij en mijn familie. Ik wist op voorhand dat het niet makkelijk zou worden, maar dat ik onderweg belaagd ging worden door een stel idioten en debielen, dat wist ik niet. De hele situatie is ongepast voor een klein meisje als ik. Dit is ontoelaatbaar, ik pik het niet meer!"Vol ongeloof staarden de heksen haar aan. Paarse Roberta kwam nu pas goed op dreef."En wat is het doel van dit alles? Ik vraag het jullie! Wat is het uiteindelijke doel van al dit leed en verdriet?"Het was eventjes stil terwijl de hoofdheks moeizaam haar gedachten verzamelde en haar moed ordende."Het... het doel van dit alles is de ultieme vervulling van je Lot. De prijs voor al je leed en verdriet is de Aura der Verwezenlijkingen."Vol woede stampte Paarse Roberta een gat in de wereld. De heksen deinsden angstig en vol ontzag achteruit."Ik ben geen instrument dat door het lot bespeelt wordt. Ik ben een volwaardig mens. Mijn naam is Paarse Roberta en ik neem mijn eigen Lot in mijn eigen handen."De heksen schrokken zo erg van deze uitbarsting dat ze achterover op hun gat vielen. De woede vlamde in Paarse Roberta's ogen op terwijl ze langzaam naar de terugdeinsende heksen toe stapte."Ik verzaak het mij toegekende Lot. Ik verwerp de prijs van de Wezen Aura...""De Aura der Verwezenlijkingen..." Zei Agaat zwakjes.Paarse Roberta negeerde het gemompel van de hoofdheks terwijl haar woede tot een hoogtepunt kwam."Ik wil een echte prijs voor mijn moeite. Een echt ding van tastbare materie... Zoals een volle zak goud! Zo kan ik graan en zout voor mijn hongerige familie kopen."De vijf heksen kropen van pure angst dicht bij elkaar en wachtten geduldig af totdat Paarse Roberta was uitgeraasd. Zachtjes krasten ze terwijl Paarse Roberta terug op adem kwam. Na kort overleg schuifelde hoofdheks Agaat zo gedistingeerd mogelijk naar Paarse Roberta en raapte onderweg een lang fijn twijgje op. De heks mompelde een paar bezweringen over het stokje en raapte een tweede op. Met het eerste tikte ze drie keer op het andere dat onmiddellijk in goud veranderde. Hoofdheks Agaat gaf Paarse Roberta het toverhoutje en waggelde met de andere heksen, zonder nog iets te zeggen, terug het woud in.Ondanks de woede die nog steeds door haar raasde, voelde Paarse Roberta zich een beetje beter. Een laatste keer keek ze naar de vruchtbare vlakte, de groene heuvels en het kasteeltje in het midden van het meer. Met het machtige toverhoutje stevig in haar hand gekneld, snoof ze de rozengeur op die iets zoeter leek dan daarjuist. Ongewild verscheen een glimlach op haar gezicht en met een opgelucht gemoed ving Paarse Roberta de terugreis aan.Paarse Roberta volgde, nu in omgekeerde richting, het Okerpad naar huis. Ze was al goed opgeschoten toen ze de vreemde edelman zag zitten. De man schilderde heel geconcentreerd en groette Paarse Roberta niet toen ze hem passeerde. Ze vond dat nogal onrespectvol en besloot om de vreemde edelman een lesje te leren. Paarse Roberta schuifelde zo stilletjes mogelijk dichterbij en nam haar Machtige Toverhoutje ter hand. Snel tikte ze drie keer op het houten schilderplankje dat in goud veranderde. De edelman schrok zo hard dat hij het loodzware onding uit zijn handen liet glippen, recht op zijn voet. De pijn moest verschrikkelijk zijn, dacht Paarse Roberta terwijl de edelman enkele vulgaire vloeken uitbraakte."Luister goed!" En na een dramatische pauze ging ze dreigend verder. "Want als je dat niet doet verander ik je bloemetjesjurk in een gouden gevangenis.""Ik luister, ik luister..." Bibberde de edelman.Een onzichtbare glimlach verscheen op Paarse Roberta's gezicht. De edelman sprak al een heftig toontje lager en dat vond ze fijn."Vertel me eens... wat doe je eigenlijk een ganse dag?""Ik zit hier hele dagen op deze of andere plek en draag mijn poëzie voor aan passerende reizigers.""En? Verdient dat goed?""Niet echt... daarom trek ik vaak mijn Onoverwinnelijke Zwaard om het nodige respect af te dwingen." Terwijl hij dat zei, trok de vreemde edelman een lang rank zwaard in een flamboyante stijl tevoorschijn. Paarse Roberta had de neiging om verschrikt achteruit te deinzen, maar onderdrukte haar angst voor dat scherpe wapen. Het leek alsof de lucht voor haar ogen in kleine reepjes werd versneden. Ze slikte al haar moed bij elkaar en met het Machtige Toverhoutje als haar degen, stapte ze dapper naar voren. Ze merkte niet dat de edelman voor haar achteruit deinsde."Doe me alstublieft niets!" Griende hij. "Ik zal u mijn Onoverwinnelijke Zwaard geven als u me laat leven!" Hij boog diep en mompelde onhoorbaar terwijl het ranke zwaard omhoog zweefde. Paarse Roberta knielde neer om het zwaard aan te nemen en hoorde wat de edelman murmelde."Verander me alstublieft niet in goud, verander me alstublieft niet in goud, verander me alstublieft niet in goud..."Toen ze het zwaard oppakte, voelde ze een geweldige kracht in haar lijf vloeien. De vreemde edelman boog zich nog dieper in het stof."Dit zwaard is al vijf generaties in onze familie. De ziel die in dit zwaard huist, is ongelofelijk machtig en zorgt ervoor dat zijn drager onoverwinnelijk wordt in elke strijd."Speels zwiepte Paarse Roberta rondjes met het zwaard en schrok toen een bosje dikke worteldennen met het nodige geraas omvielen. Ze onderzocht het gladde zwaardblad en kon het maar moeilijk bevatten dat zij die bomen had geveld. Vol ongeloof, gewapend met het Machtige Toverhoutje en het Onoverwinnelijke Zwaard, torende ze hoog boven de steeds dieper in het stof kruipende edelman. Om de sacrale stilte voorzichtig te doorbreken, schraapte Paarse Roberta plechtig haar keel."Wat ik wil dat je nu doet, is je leven beteren. Vanaf vandaag geen gezwam of geroof meer in het woud! Je volgt dit pad het woud uit totdat je aan een vruchtbare vallei komt. De mensen die daar wonen ga je helpen. Is dat duidelijk?"Het lukte de edelman om nog dieper in het stof te kruipen. Vol ongeloof hielp Paarse Roberta de arme man opstaan, borstelde hem af en wuifde hem uit... zijn nieuwe bestemming tegemoet.Op een slag en een keer voelde Paarse Roberta zich beter omdat ze een talentloze rijmelaar op weg had geholpen naar een beter leven. En als dat nieuwe leven hem niet beviel, dan stond het hem vrij om een ander te kiezen. Paarse Roberta filosofeerde verder en goot haar gepeins in de hypothese dat de edelman een heel leven had om een beter leven te ontdekken. Als hij dat wenste.Paarse Roberta wandelde langzaam verder en begon te genieten van al wat er rondom haar gebeurde: de fluitende vogeltjes, het ruisende bladerdak, de tsjirpende insecten en de religieuze gezangen. Paarse Roberta bleef abrupt staan terwijl haar humeur een gek sprongetje maakte voordat het de dieperik induikelde. Ze herkende de stemmen van de drie blinde monniken die haar met belachelijke rijmpjes op pad hadden gestuurd.Door hun gezang hoorden de drie geestelijken haar niet naderen en Paarse Roberta zag hoe die mannen zich tegoed deden aan allerlei wonderlijke spijzen. Ze had honger en de smakelijke geuren deden haar watertanden. Ze dacht aan haar familie die honger leden en die gedachte maakte haar kwaad. Het was niet eerlijk dat sommigen zich zo vol konden proppen terwijl anderen stierven van de honger. Op dat moment besloot haar maag zo luid te knorren, dat de drie monniken verschrikt opluisterden, hun blinde ogen schichtig ronddraaiend."Reiziger zo groot!""U deed ons schrikken.""Zeg, wat is uw nood?"Paarse Roberta beantwoordde het kunstige rijmpje door haar nieuw verworven zwaard te trekken. Het sissende geluidseffect ging verrassend goed samen met Paarse Roberta's furieuze stem."Luister goed volgevreten wietelingen (wietelingen zijn een soort van schijnbare dikke vogeltjes die hun donzig uiterlijk enkel te danken hebben aan hun zware botten en redelijk dun verenkleed)! Het hoort niet dat monniken zomaar rond zwerven en mensen bestoken met raadselachtige rijmpjes die dan leiden tot nutteloze queestes!"Paarse Roberta gaf de bange monniken niet de kans om te antwoorden en donderde lustig verder."Het is tijd dat jullie terugkeerden naar het klooster waar jullie ongetwijfeld uw tijd en energie aan nuttige zaken kunt wijden: echte mensen helpen met echte hulp!"De monniken probeerden zich te verdedigen, maar werden onverbiddelijk door Paarse Roberta afgesnauwd."Ik was nog niet klaar met mijn tirade! Hoe komt het toch dat jullie zo dik zijn? Ik kan niet zeggen dat jullie zwaar bepakt rondreizen. Dus waar halen jullie in vredesnaam al dat eten vandaan?"De stilte die volgde werd enkele tellen later verstoord door Paarse Roberta's knorrende maag. De middelste monnik tastte rond zich totdat hij zijn knapzak vond en die aan Paarse Roberta gaf."Zak zonder bodem. Zit magisch zo vol. Fruit, vlees of desem.""Slechte rijm mijn broeder." Sneerde Paarse Roberta. Ze had onmiddellijk spijt van deze harde woorden en voegde er iets vriendelijker aan toe: "Weet je, volgende keer ga je weer een goed rijmpje vinden."Het angstige gezicht van de monnik klaarde een beetje op en toen het tijd werd om afscheid te nemen, had Paarse Roberta een aangename middag met de monniken achter de rug."We zijn opgelucht.""Dat we naar huis gaan.""Zonder klacht of zucht.""Voor ons ist gedaan.""Beu zijn we de reis."" 't Werd van ons verwacht.""Maar dit ist bewijs.""Nu doen we de plicht.""Terug naar 't klooster.""Helpen waar men kan."Goedkeurend knikkend, merkte Paarse Roberta op dat de drie laatste regels niet meer rijmden en opgelaten wuifde ze de drie monniken uit.Helemaal verkwikt vatte Paarse Roberta de laatste etappe huiswaarts aan. Iedere stap bracht haar dichter bij haar vader, broers en zussen en deed haar hart jubelen tot in haar keel. Toen de rand van haar dorp opdoemde, begon ze te rennen. Ze was thuis! Als een gek stormde ze het huis binnen en schrok omdat het leeg stond. De haard was koud, de kasten leeg gehaald. Ze doorzocht alles, van het kleinste kamertje tot de hoogste nok... maar er was niets of niemand daar. Het leek alsof iedereen hals over kop was vertrokken. Zelfs de dooie muizen waren weg gegaan. Paarse Roberta begreep er niets van en ging met een verdrietig plofje aan de keukentafel zitten.En toen vond ze het briefje. Ze griste het naar zich toe en herkende het zwierige handschrift van haar moeder."Liefste Roberta,Als je dit briefje leest, weet je dat ik nog leef. Ik ben tot in de Grote Stad geraakt waar ik een baan als Naaister vond. Ik was zo goed in dit werk dat ik op korte tijd heel veel geld heb verdient. Zoveel zelfs dat ik nu een eigen huis heb met mijn eigen Naaisters. Je hoeft nooit meer honger te lijden, mijn allerliefste kindje. Daarom heb ik je vader, broertjes en zusjes al naar de Grote Stad laten overkomen.Ik wacht enkel nog op Jou.Veel liefs,Maman"Paarse Roberta had tranen in haar ogen. Oh, had ze nu maar leren lezen! Dan wist ze wat haar Moeder had geschreven.Tussen een tranendal en een emmer vol verdriet door, werd er hard op de deur geklopt."Wie stoort er mij in mijn onmetelijke verdriet?"*Is dit het einde van het verhaal? Neen! Wie stoort Paarse Roberta? Zal ze ooit haar familie terugvinden? Wie is de vader? Waar gaat dit verhaal heen?Welnu Beste Lezer... hier wordt het nu interessant (of niet). Vol ijver heb ik vier verschillende eindes verzonnen voor dit verhaal. U krijgt de keuze. Ofwel kiest u het einde dat bij u past, ofwel kiest u ervoor om alles of niets te lezen. Maak uw keuze aan de hand van onderstaande titels:*2A Het Korte Einde2B Het Deprimerende Einde2C Een Realistische Conclusie2D Happy End

Wibboo Jozefs
0 0

De Spooktrein

Een bliksemschicht gevolg door een hevige knal.De regen gutste neer en zette het bos in een mum van tijd onder water.Reeën, herten, everzwijnen en andere wilde dieren renden het bos uit, het aangrenzende berggebied in en zochten daar een goede schuilplaats. KNAL! Opnieuw een bliksemschicht gevolgd door een nog hevigere donderslag als de vorige. Arachnia, een spinachtig wezen, die zich schuilhield in zijn hol onder de grond voelde het water binnensijpelen en hij zocht paniekerig naar een uitgang. Hij begon te graven tot hij uiteindelijk uitkwam op de begane grond en vluchtte weg van zijn hol.Hij zag andere dieren ook wegrennen en hij begon opnieuw te panikeren.Deze dieren had Arachnia nog nooit gezien, maar zij leken geen aandacht aan hem te schenken.Behalve dan de laatste kudde, wiens weg hij versperde toen ze passeerden en hij vluchtte dieper het bos in. De kudde everzwijnen volgden hem en ze dreven hem naar de andere kant van het bos.Aan de rand stopte hij en keek achterom.De kudde was nergens meer te bespeuren en toen hij terug voor zich keek zag hij in de berg voor hem een gat en hij begaf zich nieuwsgierig, maar ook een beetje achterdochtig, naar het gat in de bergwand.Benieuw wat hij daar zou aantreffen. De volgende ochtend De intercity trein tussen Inverness en Fort William reed met hoge snelheid over het spoor dat tussen de bergen liep.Rolf, die was opgestapt in Fort Augustus, begaf zich naar zijn vaste plaatsje in deze vrij drukke ochtendtrein. Tegenover hem zat een man die naar schatting even oud was als hij.“Goeiemorgen” zei Rolf.“Morgen”, zei de man, James, op zijn beurt,” Alles oké?”“Blij dat het vrijdag is” zei Rolf, “ er leek wel geen einde te komen aan deze week!” Onderweg praatten ze verder over het verloop van de week en over de plannen voor het weekend, terwijl de trein verder reed.Rolf en James kenden elkaar al jaren.Ze zaten al minstens tien jaar elke dag in deze trein, in deze wagon en op deze stoelen. Rolf was tweeënveertig en was werkzaam als technisch bediende in een bedrijf waar hij al bijna twintig jaar werkte.James was iets jonger dan Rolf, en was al bijna tien jaar actief als veiligheidsbeambte bij de douane van Fort William. Ze waren al zo gewend aan deze rit geworden, dat ze het niet eens meer merkten dat ze een tunnel inreden.Plots minderde de trein vaart, ze keken beiden uit het raam en James zei: “we kunnen er nog niet zijn, dat zou wel heel erg snel zijn.” Uit het niets maakte de trein een noodstop en op het zelfde moment werden ze flink door elkaar geschud.Heel even werd het muisstil en toen werd iedereen opgeschrikt door een helse kreet, die bijna onnatuurlijk leek.Het licht in de wagons viel weg, de motor viel uit en er viel een gespannen sfeer die iedereen in zijn bezit nam. Rolf en James stonden gelijktijdig op uit hun stoelen.“Hallo!” riep Rolf.Van alle kanten hoorden ze paniekerige kreten en mensen in het wilde weg rennen. Opnieuw werd de trein door elkaar geschud en opnieuw hoorden ze een helse kreet.Heel even werd het muisstil, maar toen sloeg de paniek pas echt toe.Rolf dacht bij zichzelf: “ we moeten iets doen om de mensen te kalmeren”Hij dacht na. James was intussen naar de stuurcabine gerend om te kijken wat er gebeurt was.Toen hij daar aankwam zag hij dat de bestuurder bewusteloos lag, met zijn hoofd op het stuur.Hij rende naar de man toe en probeerde hem weer bij zinnen te krijgen. Hij nam een stuk chocolade uit zijn jaszak en toen hij er uiteindelijk in geslaagd was de bestuurder weer bij bewustzijn te brengen gaf hij hem een stuk.“Hier neem dit” zei James, “zo kom je weer terug wat op krachten”“Wat is er gebeurd?” vroeg hij aan de bestuurder.De bestuurder keek James met grote ogen aan en nam eerst een hap van de chocolade richtte zijn aandacht terug op James en zei toen met een beverige stem:“Ik zag plots twee gele ogen, ze kwamen steeds korter bij.Ik kon nog net op tijd aan de noodrem trekken en toen viel ik in een diep, zwart gatHet laatste dat ik zag waren dezelfde gele ogen, groot en angstaanjagend vlak voor me.” James keek door het raam naar buiten, maar hij zag alleen een dikke, angstaanjagende duisternis.Iets vertelde hem dat er iets in huisde, maar wat?Hij kreeg er onwillekeurig een rilling van die door zijn hele lijf liep, alsof het angst was die langzaam bezit nam van hem.   De paniek die over de mensen in de trein heerste was ondertussen een beetje afgekoeld iedereen was terug een beetje rustiger geworden.James had de taak op zich genomen zich te ontfermen over de mensen in de trein. Hij probeerde met iedereen te praten en te helpen waar hij kon.Hierbij kreeg hij hulp van enkele anderen en daar was hij hen enorm dankbaar voor.Hij had ook contact proberen op te nemen met Scotland Yard, maar omdat ze in een tunnel zaten had hij geen bereik en moest hij noodgedwongen een andere oplossing zoeken. Rolf was bij de bestuurder van de trein gebleven en samen probeerden ze de motor terug te starten.maar hoewel ze nu al bijna een halfuur bezig waren hadden ze nog steeds geen succes.Rolf besloot dan maar de trein in te gaan en op zoek te gaan naar technische hulp.Toen hij de wagons afging vond hij enkele mensen met een technische achtergrond die meteen bereid waren te helpen. Onderweg kwam hij James tegen en ze praatten even over de stand van zaken.James vertelde hem dat hij een paar mensen aan het zoeken was die bereid waren met hem naar buiten te gaan en te proberen het einde van de tunnel te bereiken zodat ze hulp konden zoeken.Aanvankelijk vond Rolf het geen goed idee, maar hij zag zelf ook geen betere oplossing en dus ging hij met tegenzin akkoord. en zette hij zijn weg verder naar de locomotief. Na een klein kwartiertje kwam James ook de locomotief binnen met enkele bereidwillige mensen.Na een korte briefing openden ze de voorste deur deur met behulp van de noodopener en gingen ze op weg.Met zijn vijven gingen ze de angstaanjagende stille duisternis in, zij het allen met een klein hartje.   “Brrr, wat hangt er hier voor griezelige sfeer” fluisterde James.Hij zag overal gigantische spinnenwebben en een vieze gel-achtige slijm hangen.“Ik wil het liefst zo snel mogelijk het einde van de tunnel bereiken” fluisterde een vrouw, Beth, die naast James was komen lopen, en ze huiverde. Af en toe hoorden ze een geluid achter hen en draaiden ze zich bliksem snel om, om dan te zien dat er steeds gewoon iets viel.James was onwillekeurig blij dat Beth erbij was.Hij kende haar weliswaar niet heel goed, hij wist dat ze ook al jaar en dag op deze trein zat maar ze hadden nooit echt kennisgemaakt. Naarmate ze wandelden werd het steeds koeler en wist James dat ze bijna bij het einde van de Tunnel moesten zijn.Plots stopte hij, hij had iets gehoord achter zich.“Hoorde je dat?!” vroeg hij gespannen terwijl hij zich omdraaide. Ook Beth draaide zich razendsnel om.“Ja” fluisterde ze met een gespannen stem.Ze keken rond zich heen, maar zagen niet meteen iets en ze besloten daarom meer vaart te maken.“Hoe sneller we uit deze tunnel komen, en we de politie er kunnen bijroepen hoe beter” dacht James bij zichzelf. Uitgeput plofte Rolf neer in de dichtstbijzijnde stoel.Hij had het afgelopen uur steeds van vooraan de trein naar helemaal achteraan de trein gelopen, en geprobeerd te helpen waar hij kon. Nu kon hij even adem halen.Na enkele minuten voelde hij zich slaperig worden en stond daarom terug op.Slapen was het laatste waar hij nu aan mocht denken.Zijn gedachten dwaalden af naar de mensen in de tunnel en hoopte dat James oké was. “Hoe was het met hen?”“Waar waren ze nu?”“Hadden ze al contact kunnen leggen met Scotland Yard?”Zijn hersenen werkten op volle toeren en hij begon lichtjes wanhopig te worden.Hij hoopte in het diepste van zijn hart dat zijn beste vriend oké was en het idee dat er hem iets zou overkomen probeerde hij te onderdrukken. Hij was zo in gedachten verzonken dat hij niet eens doorhad dat er iemand tegen hem praatte.Pas toen hij het woord monster hoorde werd hij op slag terug in het heden gesleurd.Hij zag dat de mensen weer her en der rondliepen.En hij zag dat de lichten terug waren aangegaan. Hij begon te lopen op weg naar de locomotief.Toen hij daar aankwam zag hij dat de mensen terug leven in de trein hadden gekregen, een van hen stond nog buiten.Ze legden hem uit dat er door de schok enkele zekeringen waren gesprongen en dat ze die hadden vervangen, maar Rolf’s aandacht werd afgeleid door iets anders. Hij zag twee grote lichtgevende bollen recht voor de trein en ze kwamen steeds korter.Hij wist niet wat het was, hij werd verblind door een groot licht, dat steeds korter bij kwam.Hij dacht dat elk moment zijn laatste kon zijn. hij zag twee gigantische ogen op de trein afkomen, angstaanjagend en vol haat.Dit monster had zijn aandacht volledig op het ding gericht dat zijn rust kwam verstoren en het was duidelijk dat het zich aangevallen voelde. het beest was zeker een meter of drie hoog en had veel benen, Het deed Rolf denken aan een spin en de man achter hem riep de naam Arachnia uit en Rolf voelde een rilling over zijn rug lopen toe hij die naam hoorde.Zijn grootvader had hem ooit verteld over een beest Arachnia, een spinachtig wezen dat in bosrijke omgevingen leeft en alles wat in zijn directe omgeving komt verslind. Hij zag het beest steeds dichterbij komen terwijl het zijn bek opensperde en op de trein afkwam tegen volle snelheid.Nog veertig meter, dertig, twintig, tien…hij liep naar buiten om de man, die daar nog stond te gaan redden. Toen hij buitenkwam schreeuwde hij: PAS OP!!!.De man draaide zich om en slaakte een kreet van angst toen hij de arachnia zag aankomen.Rolf zette zich voor hem met zijn armen beschermend voor de man en kneep zijn ogen toe.Hij deed nog een laatste schiet gebedje voor hij zou verslonden worden.Rolf dacht bij zichzelf dat het einde wel heel lang uitgesteld werd.Op dat moment hoorde hij het kletterende geluid van een toeter en hij opende zijn ogen.hij zag een jeep naderen achter het beest en toen hij beter keek zag dat hij er in blauwe letters opstond: Scotland Yard. Zijn hart sprong op toen hij zag wie er ook in de auto zat; zijn beste vriend James.Versuft draaide het beest zich om en richtte zijn aandacht op de wagen.Op dat moment gebeurde er veel dingen tegelijk. Rolf hielp de man terug de trein in en keek nog een keer achterom.De Arachnia had zich volledig op de wagen gericht en Rolf rende terug naar buiten, zijn vriend te hulp.Hij had niet door dat de deur beschadigd was en in zijn snelheid brak hij een hendel af en stormde naar buiten.hij had zelf blijkbaar nog niet door dat hij iets in zijn handen had.Verblind door woede, want zijn beste vriend werd aangevallen, rende hij als een wilde op het beest af en probeerde zijn aandacht te wekken. De Arachnia sloeg zijn poten in het rond en daarbij raakte hij Rolf.Die werd door de tunnel geslingerd en kwam met een smak tegen de muur van de tunnel terecht.“Nee!!” riep James uit.Hij liep naar zijn beste vriend toe terwijl de rest zich op de arachnia richtten. Toen hij bij Rolf aankwam begon hij er tegen te praten maar hij zag meteen dat die buiten westen lag.Hij reageerde in ieder geval niet en hij legde zijn vingers in zijn hals.Hij voelde niet meteen een hals slag en zijn stoppen sloegen door.Rond hem heen gilde en tierde iedereen het uit, maar James hoorde dit niet. “NEE!” riep hij uit.Rolf!! Wanhopig begon hij Rolf te reanimeren. Hij hoorde een onnatuurlijke, ijselijke gil achter zich maar reageerde hier niet op. Anderen kwamen rond hen staan maar James had alleen aandacht voor zijn beste vriend.Hij had door de heisa niet door dat de arachnia verslagen was, hij was te druk bezig zijn vriend proberen te reanimeren. langs alle kanten stonden nu mensen in tranen het tafereel gade te slaan.“James, hij is er niet meer” zei een dokter, die ook op de trein zat, met een bevende stem.James kon zijn tranen niet meer bedwingen en hij gooide zich over het lichaam van Rolf. Hysterisch begon hij te wenen.Zijn beste vriend die hij hier had ontmoet, hij was er niet meer.Hij wist niet wat hij moest doen.Na al die jaren was hij zo gewend geworden aan de aanwezigheid van Rolf en dat werd nu van hem weggenomen.Alsof zijn lichaam in twee werd gescheurd, of zo voelde hij zich toch. Leeg en uitgeput.   “één jaar later.” James zat met zijn hoofd op zijn handen rustend, op een bankje in het station te wachten op de trein.De tragische gebeurtenis waarin hij zijn beste vriend had verloren stonden een jaar later nog steeds op zijn netvlies gebrand.Hij dacht dat hij die beelden waarschijnlijk nooit meer zou kunnen vergeten.De treinrit naar zijn werk zou allicht nooit meer hetzelfde zijn.Hij had de eerste maanden zelfs niet het lef gehad om op de trein te stappen, maar dankzij Beth, De vrouw die hem enorm had gesteund in zijn verlies van Rolf, maar zelf ook steun nodig had omdat ze zelf ook bij het incident aanwezig was geweest. Sindsdien is zij een heel goede vriendin geworden van James en hij was dankbaar dat hij haar had.De tunnel waar het incident zich had afgespeeld was definitief afgesloten en nu nam de trein dus een ander traject.Daar was James blij om want hij had zich niet kunnen voorstellen dat hij elke dag opnieuw geconfronteerd zou worden met de plaats waar hij Rolf had moeten afgeven. Een tijdje later zat hij in de trein op weg naar zijn werk.Twee stations nadat hij was opgestapt stapte ook Beth op en nam plaats tegenover James.Zij zat nu op de plaats waar Rolf altijd had gezeten, daar had James opgestaan.Al had Beth meteen gezegd dat ze niet wou dat James haar als een vervanger zou zien voor Rolf, maar James had haar gezegd dat hij dat nooit zou doen. Uiteindelijk kwam de trein aan in Fort Augustus waar Rolf altijd opstapte en daar hield de trein even halt en werd er één minuut stilte gehouden voor een man die doorzettingsvermogen en kracht bezat.En geen schrik had om zijn vrienden te beschermen. James kreeg er tranen van in zijn ogen, iets wat Beth ook had gezien en ze zette zich naast hem neer en omhelsde hem innig. “Laat het maar gaan, hij was je beste vriend en jullie hebben samen dertien jaar op dezelfde trein, in dezelfde wagon, en op de banken tegenover elkaar gezeten. Het is dus niet abnormaal dat je je er nog niet kan overzetten.” fluisterde Beth in zijn oor. “Bedankt voor je steun…, voor alles.” snikte James.Toen ze elkaar loslieten keek James uit het raam en zag een bankje staan op het perron. “Ooit zien we elkaar weer vriend” zei James zacht en toen de trein verder reed bleef hij naar het bankje staren tot het uit zicht verdwenen was

Andy Meeus
0 0

Charmes

En of alles nog steeds perfect is. Of alweer perfect is, laten we het zo zeggen. Hij ziet mij graag, denk ik. Misschien twijfel ik daar net aan omdat ik het niet kan geloven. Maar ik voel het, ik kan het niet meer ontkennen. Alles wordt moeilijker te negeren, hoe hard ik hem mis als hij er niet is, hoe graag ik hem zie, hoe gelukkig ik word als hij naar me lacht,... Ik haat het dat ik hem zo hard mis. Alles draait rond hem, ik denk aan niets anders en voel me minder gelukkig als hij er niet is of als ik even niets van hem hoor. Ja ik hoor je al denken dat ik blij mag zijn met hoe alles gelopen is en geloof me, dat ben ik ook. Maar zelfs in deze situatie lukt het me niet om echt van alles te genieten, lukt het me niet om me nooit meer verdrietig te voelen. Dat voel ik net meer omdat ik nu weer iets heb dat ik zo snel kan kwijtgeraken. Ik wil hem smeken me niet te kwetsen, want ik weet dat hij dat zou kunnen. Niet om mij pijn te doen, maar ik weet dat hij eerder voor zijn eigen geluk zou kiezen als ik hem toch niet zo gelukkig maak als hij gehoopt had. Dat kan ik hem natuurlijk niet kwalijk nemen.   Het is ondertussen al twee weken geleden dat ik nog eens tegen hem aan kon kruipen, al die liefde in me kon opnemen en m'n batterijtjes daarmee kon opladen. Dat is het probleem denk ik, mijn energietank is even leeg. Ik doe niets liever dan mijn energie in hem steken en mijn best doen om hem tevreden te stellen en daarmee mezelf ook, ook al vraagt dat veel van me. Die energie krijg ik dan elk weekend als ik even bij hem kan zijn. Ik voel dat ik op ben. Ik voel dat ik hem nodig heb en dat ik anders weer een lange week tegemoet ga.    Ben boos hoor, op mezelf, dat ik alles weer veel ingewikkelder moet maken dan het is. Laat me gewoon even klagen, alsjeblieft. Iedereen in mijn omgeving is me zo beu. Al mijn gezaag over Nick. Ik merk het en ze zeggen het me ook steeds vaker. Daar kruipt mijn energie dan ook in.   Voor de laatste keer nu, beloofd: Alsjeblieft, help me me sterk te houden en vertrouwen te hebben. Help me de liefde die ik wel krijg te ontvangen en niet enkel te zien wat ik niet heb. En geef hem een duwtje om mij wat meer bevestiging te geven, want ik heb het nodig. Ik heb hem nodig, een klein beetje veel.

Layla Clarke
0 0

Schriftuur voor een droom

(zij liggen - aan een inham verborgen - bovenop de bedding - te genieten; hun verstrengelde lichamen - onderbrekend - het spontane beloop van de vloed)   (ergens vanuit de struiken - onderga ik - het schouwspel - merk ik op - haar versteende masker - of wat het ook - voor de jongen - verbergt - nu eens verder - dan weer dichter - bij haar gelaat; onder het masker - haar opgestroopte huid - van vele vuren - het nalatenschap; teruggeschrokken voor de brandende zon)   (mijn beeld - onscherp en verduisterd - als een film - verloren voor ons gezamenlijk geheugen; Engelstalige woorden en Nederlandstalige ondertitels)   “een bloem” (merkt ze op - of iets dergelijks - werd onduidelijk nadat alles wakker werd; jongen buigt zich over haar en de bedding - alsof hij haar uiteindelijk - vasthouden zou)   (ergens vanuit de struiken - maak ik - steeds meer - deel uit van het schouwspel; jongen strekt vinger - als een onhandig buitenaards wezen - naar haar gelaat; kleine maar bevrezende insecten - bewegen zich - met minder gelijkmatige lichamen - in evenwijdige paden - van zijn schouder - over zijn arm - troepen samen aan zijn vingeruiteinde)   “wat zijn dat?” (vraagt ze - met verheven Engelstalige stem)   “Nutes” (antwoordt de jongen - zo verzachtend mogelijk - gegroeid uit zijn Engelstalige verbastering van ‘tuinen’ - waar ze - zo vaak mogelijk - in toefden; het gebaar - gebroken als dit schrijfhout - inwaarts - uitwaarts)   (hoewel ik - probeer te begrijpen hoe het - verder afliep - worden - eerst mijn vingeruiteinde - dan mijn arm - vervolgens mijn volledige lichaam - meegesleurd - in mijn ontwakende bewustzijn)   (haar bloem verzinkt - verder in de arme ondergrond - een vroeggeboren vrucht - verdroogt in mijn handen; ik vertrouw de droom - aan dit gebladerte; onversproken - tot nu)

Robijn Bodijn
12 0

De Cosby Nikkers

De Cosby Nikkers.   “Deze stedelijke wereld, is een wereld waarin vlees en bloed minder echt zijn dan papier, inkt en foto’s. Het is een wereld waarin de massa niet in staat is om het leven een zinvolle invulling te geven, het zijn lezers, kijkers en passieve bijstanders, een wereld waarin mensen schaduw helden en heldinnen bekijken om hun eigen onhandigheid te vergeten of hun onvermogen tot liefhebben, waar stakers worden neergeslagen, waarin mensen niet in staat zijn de tirannie van hun bazen te weerstaan, waarin mensen hysterisch met vlaggen zwaaien voor hun land, buurt of kerk maar niet in staat zijn hun meest basale burger plichten te vervullen. Aldus levend, jaar in jaar uit, op afstand van de inwendige en uitwendige natuur, gehandicapt als minnaars en ouders door de routine van de stad en door de constante onzekerheid en de dood die zweeft boven de torens en straten, zodoende levend in een staat die grenst aan de waanzin. Ze worden slachtoffer van fantasieen, angsten en obsessies, die hun verbinden met de leefpatronen van voorouders.” -Lewis Mumford, De cultuur van de stad-   Hoofdstuk 1. We worden vaak de Cosby nikkers genoemd. Tenminste, door andere zwarten. Blanken durven dat natuurlijk niet te zeggen in deze politiek correcte tijden. Cosby nikkers omdat we op blanken willen lijken. Dat werd Bill Cosby ook verweten door sommige zwarten. In de jaren tachtig van de vorige eeuw had hij een tv show die zijn naam droeg: "The Cosby show", over een zwart gezin in Brooklyn, New York. De vader van het gezin is dokter, zijn vrouw is advocaat en de kinderen studeren allemaal. Zeg maar het brave burgerlijke leven. De Amerikaanse droom. Bill Cosby werd als een sell out gezien. Iemand die zich slaafs aanpaste aan de blanke waarden en normen. Daar tegen over stond een beweging die op zoek waren naar hun roots, die waarden en normen zochten buiten het blanke burgelijke leven om. Op zoek naar een eigen zwarte cultuur. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een zwarte cultuur waar een carriere als atleet, rapper of pooier als ultieme carriere wordt gezien. Een cultuur waar alles draait om bling bling, bitches, drugs en met je broek onder je billen proberen te lopen zodat iedereen je merk onderbroek kan zien. Mijn vrienden en ik hebben ons afgekeerd van deze cultuur. Wij willen deze doem cultuur ontstijgen. Wat heb je aan een cultuur waarbinnen een groot gedeelte van je gemeenschap met drugs, criminaliteit, uitkeringen, echtscheidingen en huiselijk geweld te maken krijgt? Wat voor toekomst hebben al die vaderloze kinderen? Het begon mij te dagen, dat er iets goed verkeerd was in onze zwarte cultuur toen ik op school in aanraking kwam met de schrijver Philip Roth. Hij schrijft over de Joodse cultuur. Hoe de ouders van de meeste Joodse kinderen er alles aan doen om ze hoger op te brengen in de maatschappij. Een cultuur waarbinnen onderwijs, het verzamelen van kennis, literatuur en wetenschap in hoog aanzien staan. Die houding binnen veel Joodse gezinnen heeft er voor gezorgd dat Joodse mensen economisch gezien boven aan de Amerikaanse ladder staan. Er zijn dan misschien verdomd weinig Joodse NBA, NFL of MBL spelers en het aantal Joodse drugs dealers en pooiers valt ook vies tegen maar daarentegen zijn er enorm veel Joodse nobel prijs winnaars en is het aantal Amerikaanse Joden wat van foodstamps moet leven ook zeer laag. Al met al een goed voorbeeld voor onze zwarte cultuur. Helaas worden mijn vrienden en ik vierkant uitgelachen. We worden als verraders van ons ras gezien. Een tijdje terug had ik een flinke aanvaring hier in de ghetto met een groep jongens uit de buurt die bij een gang horen. De leider van de groep vroeg me waar ik nu eigenlijk mee bezig was. We waren namelijk aan het folders uitdelen in hun wijk over onze nieuwe zwarte beweging. Hij las onze folder en raakte een beetje pissed off. Hij was natuurlijk bang dat teveel mensen naar ons zouden gaan luisteren en dat zou hem klanten en personeel gaan kosten. “Dus jij wilt zo’n loonslaaf worden”, zei hij. “Weet je dat de slavenarbeid hier in de V.S. eigenlijk is afschaft omdat slaven te duur werden en loonarbeiders goedkoper waren?” Ik had dat inderdaad wel eens ergens gelezen. Het onderdak en het voeden van slaven werd duurder dan het in loondienst nemen van zogenaamde vrije mensen en waarschijnlijk zat daar een grote kern van waarheid in. “Wil je dan zo’n loonslaaf worden van een of ander multi national?” vroeg hij mij. De gangleider was duidelijk niet op zijn achterhoofd gevallen en ik begon enige symphatie voor hem te krijgen maar zijn vrienden stonden klaar om me in stukken te scheuren. Ik voelde me absoluut niet op mijn gemak.   “T’is maar net hoe je het bekijkt”, zei ik. “Je hebt inderdaad wel ergens gelijk maar wat schiet onze zwarte gemeenschap met de huidige stand van zaken op?” “Wij naaien het systeem, we laten blanken voor ons werken en wij leven het mooie pimp leven”, zei de gangleider. “Mooi leven hebben jullie, een kogel door je kop of in de gevangenis. Je kinderen in een Foster Parents gezin en je vrouw aan de drugs”. “Hee, Fuckface, effe dimmen man, anders stop ik dit mooie speelgoedje even lekker diep in je kontje”. Hij liet me een glimmende Smith&Wesson zien. “Sorry, ik dacht dat zo’n intelligente man als jij wel met de waarheid om zou kunnen gaan”, blufte ik. Hij lachte, “Je kunt het mooi brengen pik, maar ik wil je hier niet meer zien met je homofiele Cosby vriendjes.” Zonder verder wat te zeggen smeerden we em gauw.   Veel van mijn vrienden hebben, op Abdul en Kobe na, hun namen te danken aan “The Bad Boys”. Het meest legendarische basketball team dat Detroit ooit heeft gekend. Onder leiding van illustere namen als Isiah Thomas, Bill Laimbeer, Dennis Rodman, Joe Dumars en Ardian Dantley werden eind jaren tachtig twee NBA titels gewonnen en waren de Detroit Pistons mede vanwege hun keiharde spel een van de meest gevreesde teams in de NBA. Wij werden net na de succesvolle jaren van de Detroit Pistons en we werden dus genoemd naar de helden uit een van de weinige succes verhalen van Detroit uit die tijd. Alleen Bill was daar niet zo blij mee. Hij werd vernoemd naar de blanke melkmuil en huil baby center van de Detroit Pistons, Bill Laimbeer. Een zeer nuttige speler, top rebounder, een keiharde gozer en een van de meest gehate spelers uit de NBA. Het viel natuurlijk niet mee om als zwarte in de hood rond te lopen met de naam Bill, maar ja, als je pappie helemaal verzot is van een blanke center dan moet je het er mee doen. Buiten de Detroit Pistons om was er in onze recente geschiedenis weinig om trots op te zijn of je moet het toekennen van de sleutels van de stad aan Saddam Hoessein in 1980 een heugelijk feit noemen. Deze fijne dictator waar we later zoveel problemen mee kregen heeft destijds nog zo’n half miljoen dollar aan een kerk in Detroit gedoneerd. Tja, toen vocht hij nog tegen aartsvijand Iran en de vijand van onze vijand is dan onze vriend natuurlijk. Later konden we misschien nog trots zijn op het feit dat de bekendste en beste rapper van dat moment uit Detroit kwam. Eminem kwam net als ons uit de acht mijl zone in Detroit maar hij was fucking witter dan wit, dus wat dat betreft weer niet echt een rolmodel voor ons. Het deed toch een beetje raar aan zo’n witte gozer met blauwe ogen die de nigger uit probeert te hangen. Hij kan wel fucking goed rappen natuurlijk maar hij is toch niet the real deal.   Detroit kent natuurlijk wel een rijke geschiedenis, vooral als hart van de Amerikaanse industrie. Het was hier dat Gerald Ford zijn eerste fabrieken plaatste en waar de eerste model T Fords van de lopende band rolden, wat het begin was van een immense auto industrie. Ook tijdens de grote wereld oorlogen kwam menig tank en militair voertuig uit Detroit. En dan heb je natuurlijk nog de wereldbekende Motown muziek, genoemd naar een platenlabel uit Detroit dat sterren als The Jackson Five, Diane Ross, Marvin Gaye en Stevie Wonder voortbracht. Detroit is gesitueerd in prachtige meren gebied in het Noorden van het Midden-Westen van de V.S. waar onze stad zich heeft ontwikkeld vanaf een Frans Ford in 1701 tot een van de grootste steden in de V.S Helaas is er van al die glorie weinig meer over. Detroit is een van de meest criminele steden van de V.S geworden en qua werkeloosheid zitten we ook aan de toppen van de Amerikaanse statistieken.   Hoofdstuk 2   We hadden onszelf vaak de vraag gesteld waarom het zwarte ras het zo slecht doet in vergelijking met andere rassen. Misschien waren we het slachtoffer van het Afrikaanse klimaat. Het lijkt me logisch dat een koud klimaat mensen meer aanzet tot het bedenken van oplossingen, meer aanzet tot het nemen van intiatieven, meer een noodzaak geeft om kleren te maken, huizen te bouwen, voorraden op te slaan. Dat klimaat heeft duizenden jaren onze hersens geslepen. We zijn het slachtoffer geworden van toeval. Onze voorouders bleven hangen in de warme gebieden. De Afro-Amerikanen doen het in de recente geschiedenis feitelijk niet veel beter. Ja, we hebben nu een half zwarte president maar als je kijkt naar nobel prijzen, uitvindingen, het opzetten van bedrijven en het algemeen succes van de Afro-Amerikanen dan blijven we toch achter bij Aziaten en Blanken. Het wordt tijd dat wij eens het stokje gaan overnemen, we hebben nu lang genoeg achteraan gerend. Mijn vrienden en ik weten als geen ander wat het is om op te groeien in de ghetto. Onze vaders zitten vaak vast voor criminele activiteiten, zijn werkeloos en zijn bijna allemaal drugsverslaafd. We hebben ze als vader figuur niet of nauwelijks gekend. Met onze moeders is het niet veel beter gesteld, al doen ze dan hun stinkende best om er nog wat van te maken. Ze staan aan de onderkant van de samenleving en zijn meestal werkeloos. Naast mijn moeder heeft alleen de moeder van mijn vriend Kobe een vaste baan. Zij werkt als lerares op een basis school en zij heeft ons ook op dit spoor gezet. Haar naam is Martha en zij is eigenlijk de basis van onze droom. Zij was het die jaren terug een speciaal klasje heeft opgezet voor hoogbegaafde zwarte leerlingen en zo hebben wij elkaar, als vriendengroep, ook leren kennen. De eerste dag dat we les van haar kregen vertelde ze ons: “Het wordt tijd dat de Afro-Amerikanen het verleden van zich afgooien. Blijven hangen in zelfmedelijden en een spiraal van negativisme heeft geen enkel nut. Ja, onze voorvaders hebben enorm geleden door het slaven bestaan en de verschrikkelijke discriminatie die tot ver in de jaren 60 van de vorige eeuw heeft voortgeduurd maar nu moeten we zelf kiezen welke kant we op willen gaan. Kiezen we ervoor om die last die door onze vroegere slavenmeester nog mee te dragen of gooien we die van ons af. Wil je een slaaf zijn of je eigen baas?” “Nou jongens en meisjes, zeg het maar, wat willen jullie zijn slaaf of baas?” “Baas, baas!”, schreeuwden we bijna allemaal in koor. “Prima, mooi om te horen maar wat gaan jullie daar aan doen?”, vroeg juf Martha. “Jullie, zijn de aangewezen personen om jullie generatie te leiden, dat moeten jullie goed beseffen.”   Juf Martha, opende onze ogen. Iedere woensdag hadden we de hele dag les van haar en werden we onderwezen over zwarte mannen en vrouwen die iets hadden gepresteerd en ons tot inspiratie moesten dienen. De juf vertelde ons dat onze eigen vaders en moeders onze vrijheid hadden verkwanseld met hun zogenaamde zwarte cultuur. Hun zogenaamde “Terug naar Afrika” cultuur terwijl vrijwel niemand daadwerkelijk de stap zette om terug te gaan naar Afrika. Ze keken natuurlijk wel lekker uit. Juf Martha walgde van de houding die bij veel zwarten was ontstaan: de zielige, gediscrimineerde zwarten, die zogenaamd gedwongen werden om te vervallen in drugs gebruik en dealen. “Waar is de vechtlust en waar is de bezieling”, schreeuwde ze vaak door de klas. “Wat voor toekomst willen we onze kinderen geven”, “willen jullie dat jullie kinderen ook gaan dealen, pimpen en gaan leven van een uitkering?” Nee, natuurlijk wilden we dat niet maar wat gingen wij daar zelf aan doen?   Ik was inmiddels, naast Kobe, bevriend geraakt met zes jongens uit de hoogbegaafden klas en we besloten een beweging op te richten. We hadden in onze geschiedenis les gehoord van de Franse en de Bolsjewistische revoluties. Het zwarte ras had ook een dergelijk revolutie nodig. De Joden in Rusland werden ook enorm gediscrimineerd onder het regime van de Tsaren. De Bolsjewistische revolutie, waarvan de leiding grotendeels uit Joden bestond wierp de tsaar van de troon en creeerde een nieuwe maatschappij waarbinnen anti semitisme verboden was. Dat het middel uiteindelijk erger was dan de kwaal doet er nu even niet toe. Het gaat om het idee.   We wilden binnen onze beweging de intelligentie en strijdbaarheid van Malcolm X, combineren met de vredelievendheid en burgerzin van Martin Luther King. Mijn allergrootste voorbeeld was echter Cornel West. Deze zwarte Amerikaanse filosoof, schrijver, activist was een grote inspiratie bron voor mij. Hij zegt bijvoorbeeld dingen als: “ik ben een gevangene van hoop, gerechtigheid is openbare liefde, je kunt mensen niet leiden als je niet van ze houdt en je kunt ze niet redden als je ze niet dient, een rijk leven is anderen dienen en de wereld iets beter achterlaten dan je hem vond, om je land lief te hebben zonder het te verraden moet je het zien in haar eventueel toekomstige ideale staat, net als King moeten we onze begrafenis kleren aantrekken en kist-klaar zijn voor de volgende grote democratische slag, de markt moraal en mentaliteit die wordt aangevuurd door het maken van winst tegen elke prijs creeert vooral eenzaamheid, isolatie en verdriet.” Het enige wat me stoort aan West is dat hij het nog steeds zo opneemt voor de zwarte cultuur maar het is nu aan ons om het werk van King, Malcolm X en West verder te laten evolueren. Om die beweging op te zetten en publiciteit te geven hadden we geld nodig. We werkten naast onze studies aan de Openbare Universiteit van Detroit allemaal bij Burger Kings, KFC’s, McDonalds en Wall Marts. Van dat kleine beetje geld wat we verdienden moesten de meesten van ons ook nog geld afstaan aan onze moeders, waarna er weinig overbleef voor idealen. We besloten dat er geld op tafel moest komen maar dat mocht in geen geval crimineel geld zijn. Uiteindelijk besloten we een eigen zaak op te richten. We hadden tenslotte aardig wat talenten in huis. Een stuk of wat juristen in opleiding en een paar computer nerds. We maakten aan iedereen die het maar wilde horen bekend dat we, tegen een kleine vergoeding, formulieren voor uitkeringen invulden, juridische bijstand verleenden en belasting papieren invulden. Onze bedrijfje begon lekker te lopen. Binnen no time hadden we het stervensdruk. Het eerste half jaar verdienden we al 30.000 dollar.     Hoofdstuk 3   “Die vieze, vuile, kutjunk”, zei Scottie over de telefoon. Ik begreep direct wat hij bedoelde. “Hij heeft al ons geld gejat”. Ik werd een beetje raar in mijn hoofd en wist niet goed wat ik moest zeggen. De broer van Scottie had al ons geld, wat Scottie ergens had verstopt, er doorheen gejaagd aan gokken en drugs. Tenminste dat zei hij en als we er een probleem mee hadden dan moesten we maar eens kennis maken met zijn stiletto of zijn Uzi, die hij ons wel eens had laten zien.   We kwamen bij elkaar in het huis van Kobe’s moeder, waar we allemaal met zwaar teleurgestelde koppen om de keukentafel zaten. “Van mij hoeft het zo niet meer”, zei Bill. “Ik heb me een jaar doodgewerkt voor dit geld en nu is alles voor niets geweest”. Dat gevoel speelde ons natuurlijk allemaal parten. “Van hard werken is nog nooit iemand rijk geworden”, was een veel gehoorde kreet bij ons in de buurt en dat bleek maar weer eens te kloppen. Na wat bespiegelingen over de broer van Scottie en alle manieren waarop we hem zouden kunnen terug pakken gingen we als snel praten over hoe we nu verder moesten.   “Waarom maken we niet meer gebruik van onze computer talenten”, zei Bill. “Waarom richten we niet een soort black power hackers collectief op? We kunnen via internet overal in komen en onze idealen verspreiden. Groepen tegen elkaar opzetten, informatie verspreiden, mensen en bedrijven chanteren. We worden een soort virtuele Al Quida. Net als die gasten van Anonymous. Heb je dat gezien hoe ze laatst de Scientology kerk hebben aangepakt? Waarom laten we ons bestelen door banken en allerlei andere witte slavenmeesters. Waarom nemen we nu zelf het heft niet in handen?” We stonden duidelijk voor een tweesprong met onze idealen. Ik was het eigenlijk wel met Bill eens maar ik geloofde nog te sterk in de legale optie’s. Doormiddel van hard werken, studeren, de politiek en goed burgerschap onszelf een weg banen naar de top. Wat zou het worden?: hard doorwerken of criminaliteit en werden we eigenlijk niet in richting van de laatste optie geduwd? We gingen gedesillusioneerd weer uit elkaar. Ik had er een slecht gevoel over. Toen ik van de metro naar mijn huis liep kreeg ik een inval. We maken ons eigen Youtube filmpje! Laatst had ik nog die Beenerkeekee gezien. Een jongen die met wat aangeboren afwijkingen op aarde was gezet en ontzettend leuke filmpjes maakte van bekende hits waarin hij zelf danste en playbackte. Deze vreemde vogel had inmiddels miljoenen volgers op youtube en was dankzij de reclame bij zijn filmpjes rijk geworden. Hoe vaak zag je niet van die filmpjes met een of ander blooper die een paar miljoen keer werd bekeken. De filmpjes die succesvol waren op Youtube hadden bepaalde kenmerken en wij moesten zien uit te vissen wat die kenmerken waren.   De volgende dag belde ik Scottie op. “We gaan dat geld binnen no time terug verdienen en we hoeven er niet hard voor te werken”, zei ik. “En je wil me zeker ook nog een brug verkopen”, antwoordde Scottie. “Nee, luister nou. We gaan een Youtube hit maken”. “Een Youtube hit?” “Ja, we gaan ons even een dag lang de pest pleuris pokken kijken op youtube en we gaan dan de kenmerken registreren van de meest bekeken filmpjes. Daar gaan wij dan een lijst van tien kenmerken uit destilleren en voila.” Scottie zei eerst niets maar antwoorde uiteindelijk toch. “Het lijkt me een beetje ver gezocht, maar waarom niet”. “Mooi, ik stuur zometeen even een WhatsApp dat we morgenochtend om 10 uur allemaal bij jou komen. Is dat goed” “ja, prima joh, mijn moeder moet toch werken en m’n kleine zusjes zitten de hele dag bij een tante”.     De volgende dag zat ik al vroeg bij Scottie. Mijn vrienden waren allemaal op tijd. Een van de hoofdregels van onze beweging was: op tijd komen. Aanwezig zijn is tenslotte het begin van succes. Ik legde de rest van de groep uit wat de bedoeling was. Iedereen had z’n laptop meegenomen. Bij Scottie thuis was bijna geen meubilair of anderzijds normale spullen die bij een inrichting horen, te vinden maar ze hadden wel een mega snelle wifi verbinding en een mega grote flatscreen. Die flatscreen had z’n broer waarschijnlijk ergens gejat maar dat maakte de flatscreen er niet minder mooi om.   Na een paar uur youtube kijken waren we die computer even goed zat. We waren echter wel aardig wat wijzer geworden. Een youtube hit heeft een of meerdere van de volgende kenmerken in zich. Feelgood, grappige dieren, een zeer toevallige samenloop van omstandigheden, een clip van een populaire popgroep of zanger, grappige of schattige baby’s en kinderen, een mooi sport moment, bloopers van alle soorten, vechtpartijen. Het was nu de bedoeling dat we meerder kenmerken gingen samenvoegen om een mega youtube hit te maken. “Kom maar op met die plannen en ideeen”, zei ik. “Wat dacht je van een baby die met een hond gaat vechten, het daarna weer goed maakt met die hond met een knuffel, vervolgens een 360 graden dunk maakt op een basketbal ring en daarna een maffe cover van Kate Perry doet?”, zei Kobe. “Briljant, we beginnen direct”, dacht ik “Nu even serieus mannen, het mag natuurlijk wel maf en gek zijn maar het moet wel uitvoerbaar zijn”, “Hoe zo is dat niet uitvoerbaar?”, vroeg Kobe. “Heb je nog nooit van computer animaties gehoord?” “We zitten hier met zeven nerds. Hoe moeilijk kan het zijn? “   Daar zat natuurlijk wel wat in. We brainstormden nog een tijdje door maar zijn idee was natuurlijk briljant. Gewoon alle kenmerken samenvoegen in een filmpje. Ik begon er al in te geloven. “Oke mannen we gaan er mee aan de slag. We gaan zo snel mogelijk opnames maken. Wie heeft een baby beschikbaar?”, zei ik. Jamaal stak zijn hand op. “Hoeveel wil je d’r hebben, mijn zus werkt bij een kindercreche, voor 20 dollar mag ik er wel even een lenen.” “Dat gaan we dus niet doen”, zei ik. “We zouden ons verre houden van criminele activiteiten en dit begint toch aardig op een soort ontvoering te lijken”. “Wel nee”, antwoordde Jamaal. “Wat heeft ontvoeren nu met vrijwilligerswerk voor een creche te maken? We helpen m’n zus gewoon even, we ontlasten haar. Onze video moet je zien als speeltijd voor dat kind. Kinderen willen toch aandacht? Dat is precies wat wij gaan doen, aandacht geven.” “Laten we nu eerst wat verder kijken dan onze neus lang is en andere opties gaan overwegen. Heeft niemand van jullie nog een familielid die een kind wil uitlenen? “ “M’n zus Shania heeft net een kind gehad en ze heeft een kind van een jaar”, zei Scottie. “Wat een heerlijk voorbeeld voor onze zwarte jeugd, 16 jaar en al twee kinderen”, sneerde Kobe. “Het probleem is dat we niets aan de baby hebben en dat het kind van 1 jaar een huilbaby is”, zei Scottie.   Het plan van Jamaal werd al snel van tafel geveegd. We moesten ons tenslotte aan onze stelregel houden dat we ons niet zouden inlaten met criminele activiteiten en het ontvoeren van een baby viel volgens ons toch wel in die categorie. Mijn tante Latifa was een betere optie. Zij had een stuk of tien kinderen en daar konden we er, tenminste dat dacht ik, wel eentje van lenen. Het probleem was dat ik niet zo goed met deze tante op kon schieten.     Hoofdstuk 4   Mijn moeder komt uit een gebroken gezin. Haar vader was begin jaren 80 van de vorige eeuw ontslagen uit de General Motors fabriek. De directie vond in het kader van winst maximalisatie 500 miljoen winst niet genoeg. De fabriek werd verhuisd, net over de Mexicaanse grens, naar de stad Juarez, de moord hoofdstad van de wereld en in die zin een waardige opvolger van Detroit. Mijn opa raakte aan lager was en begon flink te zuipen. Zijn relatie met mijn oma raakte op de klippen en het hele gezin viel uit elkaar. Met haar oudste twee zuster had mijn moeder bijna helemaal geen contact meer maar met tante Latifa was het contact nog in stand gebleven. Helaas vond ze mij maar een vervelende kwal. Ik had haar op mijn tiende jaar eens even flink de waarheid gezegd over haar drank gebruik en rookgedrag. Bij mij was moreel correct leven en een voorbeeld zijn voor je kinderen er zo ingeslepen tijdens mijn opvoeding, dat ik het niet verdragen kon dat mijn tante in het bij zijn van baby’s zat te zuipen en te roken. Mijn moeder wilde koste wat kost niet dezelfde fouten maken die haar eigen ouders en zo velen bij ons in de buurt hadden gemaakt.” Let jij nu maar op je eigen moeder, die opgepimpte spermaspons”, reageerde tante Latifa toen. Destijds vond ik het wel een grappig woord en snapte ik de belediging die er van uitging niet zo erg maar hoe het ook zei, tante Latifa vond me maar een vervelende snob. Om wat bij haar gedaan te krijgen moest ik dan maar wat klusjes voor haar gaan doen. Gratis belasting papiertjes en dergelijke invullen. Misschien wat computer problemen oplossen of klusjes in en rond het huis. De volgende ochtend ging ik naar tante Latifa toe. Ze woonde in een van de smerigste buurten Detroit net tegen de verlaten spookbuurten van de stad aan. De huren waren daar laag vanwege de slechte voorzieningen en de enorme criminaliteit. Mijn tante is zo’n echte Amerikaanse black bitch. Een dikke kont en een grote bek. Dergelijke vrouwen jagen iedere man die ook maar langer dan een wip blijven hangen onherroepelijk bij hun weg. Mannen vinden ze maar luie klootzakken maar toch trappen ze iedere keer weer in de ene na de andere foute player. Mijn tante heeft zelfs in een wanhopige poging om eindelijk eens een goede man te scoren een poging met een witte man gewaagd. Daar was ze snel van genezen. Hij sloeg haar bont en blauw als hij ’s avonds dronken thuis kwam. “Jullie kunnen toch zo lekker koken en neuken”,  schreeuwde hij haar dan toe, “maar ik heb verdomme weer de enige zwarte hoer die geen van beiden kan.” Toen ze weer eens lekker te grazen was genomen door die klootzak hebben mijn oom Carl en Charlie hem even lekker ouderwets pak op zijn sodemieter gegeven. Hij heeft het er toen net het leven afgehaald en we hebben daarna nooit meer iets van hem gehoord. Acht maanden later werd er nog wel een leuk neefje met een vreemd kleurtje geboren maar daar deed voor de rest niemand moeilijk over. Mijn moeder lijkt totaal niet op tante Latifa. Kwade tongen in onze familie beweren dan ook dat ze van een andere vader is. Dat zou heel goed kunnen . Mijn moeder was, vooral vroeger, zo’n echte black beauty. Een schitterend slank figuur met grote borsten, zwoele lippen en prachtige grote donkere ogen. Het is wel vreemd om zo’n knappe moeder te hebben. Mijn vrienden zitten nog altijd overduidelijk op haar te geilen en Thomas en Adrian hebben al toegegeven dat ze hun ouwe jongen wel eens flink de sporen geven met mijn moeder in gedachten. Niet fijn, als andere jongens masturberen op je vriendin dan ben je nog wel trots, maar op je moeder…echt goor. Mijn moeder was volgens die kwade tongen de dochter van een Jazz musicus van een club aan Park avenue die mijn grootouders vroeger wel eens bezochten. Mijn oma papte aan met deze kerel omdat ze wraak wou nemen op mijn opa die het ook niet al te nauw nam met de huwelijkse trouw. Toen mijn moeder werd geboren was mijn opa zo sportief om niet al te moeilijk te doen over het feit dat het kind uiteindelijk weinig kenmerken van hem had overgenomen. Hij had zelf misschien ook wel wat bastaardjes rondlopen. Mijn moeder zegt zelfs dat ze een streepje voor had bij haar vader. Misschien was mijn opa onbewust wel blij dat ze wat genialiteit van die Jazz muzikant had geerfd en niet zijn eigen looser genen. Tante Latifa deed open in een veel te strakke jurk die haar grote borsten deden uitpuilen en haar andere vet uitstulpingen ook onverbloemd voor het daglicht lieten komen. “What the fuck…als dat mijn betweterige tantezeggertje niet is.” “Hallo tante, hoe is het”, antwoordde ik schaapachtig. “Super, kan niet beter. Tien kinderen, geen geld en geen toekomst. Wat kan een mens zich nog meer wensen”, antwoordde tante. “Fijn dat het u nog steeds voor de wind gaat tante” “Nou voor de draad er mee wat moet je van me?” “Tante, ik heb me in het verleden inderdaad nogal verwaand tegen u gedragen en daar heb ik een beetje spijt van. We zijn tenslotte familie en in deze moeilijke tijden moeten we, als familieleden, elkaar toch blijven steunen. Daarom wil ik het graag goed met u maken. Misschien kan ik helpen met papieren invullen, computer problemen of andere klusjes in en rond het huis. Of misschien kan ik eens voor u oppassen zodat u weer eens lekker uit kan gaan?” “Wel hebben we ooit, ha ha ha, wat ben je ook een heerlijke nerd. Ik geloof er allemaal geen bal van, hier zit meer achter”, zei tante. “Heb je soms het licht gezien?” “Hallelujah”   Tante leek even na te denken en er verscheen een glimlachje op haar gezicht. “Maakt ook niet uit, laat ik je een kans geven. Volgende week zaterdag heb ik een trouwerij, waar ik de hele dag ben uitgenodigd en dan zou ik wel een oppas kunnen gebruiken.” “Prima”, zei ik. “Hoe laat moet ik er zijn”. “Kom maar om uurtje of half elf ‘s ochtends”, antwoordde tante. “Ik ben dan s ‘avonds om een uurtje of twaalf wel weer thuis. “Oke Tante, is goed, zie ik je dan”, zei ik.   Mooi, dat was geregeld. Ik stuurde een bericht naar m’n vrienden, waarin ik ze op de hoogte stelde van mijn vorderingen.   Toen ik thuis kwam zat mijn moeder met een beteuterd gezicht aan de keuken tafel. Ze vertelde me dat ze ontslagen was. Ze werkte al meer dan twintig jaar als schoonmaakster bij een hotel aan de west kant van Detroit. “Fuck, dat kan er ook nog wel bij”, dacht ik. De financiele crisis begon, nu ook in ons gezin z’n sporen achter te laten. We hadden het al niet zo breed en nu kwam dit er ook nog bij. Mijn moeder had nog wel wat achter de hand maar dat geld was eigenlijk bedoeld voor mijn studie en werk vinden in deze onzekere tijden zou nog niet meevallen. Mijn vader had een klein pensioentje nagelaten toen hij in 1993 overleed. Hij was als soldaat in Somalie betrokken bij de gevechten in Mogadishu. Over deze zwarte bladzijde uit de Amerikaanse krijgsgeschiedenis is in 2001 nog een film uitgekomen met de naam “Black Hawk Down.”          Het Amerikaanse leger wilde enkele warlords inrekenen maar hadden deze missie iets te lichtvaardig opgevat. Er ging van alles mis waardoor een regiment slaags raakte met Somalisch rebellen in de straten van Mogadishu. Uiteindelijk kwamen 18 Amerikaanse soldaten en enkele honderden Somaliers om het leven. Mijn vader was een van hen. Ik heb hem eigenlijk nooit gekend, hij overleed, toen ik een jaar of twee was, maar uit de verhalen die ik gehoord heb moet het wel een toffe peer zijn geweest. Hij kon goed sporten en hij was zeer humoristisch. Alleen jammer dat hij, vooral als zwarte, in dienst was getreden van Uncle Sam. Vechten voor een land dat je rasgenoten en voorouders eeuwenlang zwaar heeft gediscrimineerd is nu niet echt erg principieel te noemen. Zijn vader had ook al zijn land gediend in de Tweede Wereld Oorlog. Typisch dat een zwarte man in de tijd vocht voor de vrijheid van Europeanen en zelf in zijn eigen land een derde rangs burger was, die op vele manier werd gediscrimineerd. De Amerikanen hadden een grote bek over hoe Hitler en zijn trawanten de Joden behandelden maar ondertussen waren ze zelf ook lekker bezig tegen de zwarte Amerikanen, Indianen en Amerikanen van Japanse afkomst. Veel praatjes over de ‘Kristalnacht’ en ondertussen werden in het Zuiden van de V.S. tientallen zwarten gelyncht…schijnheiligheid ten top. Mijn vader was een man die zich nooit met politiek bezig hield. Zo lang hij maar z’n natje en z’n droogje had en niet werd lastig gevallen, was het hem allemaal wel goed. Mijn moeder is nooit meer getrouwd. Ze had nog wel eens een vriendje hier en daar maar dat mocht eigenlijk geen naam hebben. Mijn moeder kreeg, als mooie vrouw, natuurlijk aandacht genoeg maar ik denk nu wel eens dat alles in haar leven draaide om mijn geluk. Ze was denk ik bang dat een nieuwe vriend voor mij te problematisch zou zijn. Ze had voor haar zelf een leuk leven. Ze deed erg veel met enkele vriendinnen die ze al vanaf de lagere school kende en bij ons in de flat woonden. Ik voelde me altijd wel schuldig ten opzichte van mijn moeder. Ik had toch een beetje het gevoel dat ik haar leven had verpest omdat ze alles had opgeofferd om het mij naar de zin te maken.   Ik voelde me tenopzichte van haar en mijn vader ook verplicht om wat van mijn leven te maken. Die druk werd me soms wel eens te veel. Ik wilde ook wel eens gewoon, onbedachtzaam en onnozel van mijn jeugd genieten maar ik het gevoel dat ik voor hogere zaken bestemd was bleef toch altijd aan mij knagen. Nu mijn moeder was ontslagen kwam het idee van Bill weer bij me boven. Inderdaad een virtuele black power organisatie zou hoge ogen gooien in de media en op korte termijn ook wel successen boeken maar ik was bang dat we ons doel dan voorbij zouden schieten. Het was mijn ideaal geweest om een zwarte beweging op te gaan richten die op de lange termijn miljoenen zwarte mensen zou inspireren om wat van hun leven te gaan maken en mijn beweging moest uiteindelijk het zwarte ras voortstuwen in de vaart der volkeren. Misschien moesten het idee van Bill een kans geven. Wat we nu deden schoot ook niet erg op. Folderen, keihard werken, eerlijk en oprecht zijn. Misschien moesten we het maar eens over de andere boeg gooien. Terloops moest ik denken aan een verhaal dat ik eens had gelezen over Anonymous. Veel van die gasten hadden elkaar op de site 4chan ontmoet en waren via hun hacking skills op kinderporno sites terechtgekomen. Ze deden zich dan voor als minderjarigen en lieten die pedofielen van alles uitvreten voor de webcam waarmee ze dan vervolgens werden gechanteerd. Binnen onze groep was aardig wat computer kennis aanwezig en die hacking skills zouden we binnen no time onder de knie hebben. Misschien zouden we op een illegale, criminele manier toch nog iets goeds voor de maatschappij kunnen betekenen. Als we nu eens alle pedo’s in de regio van Detroit gingen chanteren. Met het geld van die chantage actie’s konden we dan vervolgens onze strijdt financieren.   Ik stuurde een whatsapp rond en mijn vrienden leken opgelucht dat de meest principiele onder hen nu ook eindelijk tot de conclusie was gekomen dat eerlijk zijn ook niet alles is. S’avonds zagen we elkaar in ons favoriete internet cafe aan Randolph Street. We besloten dat we toch ook doorgingen met ons Youtube filmpje. Op twee paarden wedden was toch beter. Oke, jongens, volgende week zaterdag gaat het gebeuren. Ik ga een script maken en we gaan vanaf vandaag aan de slag op Pedo’s op te sporen. Laten we beginnen.     Hoofdstuk 5   Binnen no time hadden we beet. Jamaal had zich een of andere dubieuze chatbox voorgedaan als een lieftallig jongetje van een jaar of dertien, met de naam “youngboywilliam” die wel wat bij wilde verdienen. De man, “Webster” genaamd vroeg of Jamaal wat naakt foto’s naar hem toe wou sturen. Jamaal had hem te kennen gegeven dat hij dan wel met geld over de balk moest komen. Dat was goed. “Waar spreken we af”, vroeg Webster. De Russell Alexander Alger herdenkings fontein aan Grand Circus Park, vlakbij de kruising, was ons antwoord. “Oke, morgenmiddag vijf uur bij de Russell Alexander fontein.” “Hebben die kip”, fluisterde Jamaal.   De volgende dag stonden we met ons groepje een beetje te hangen bij de fontein. Jamaal had een neefje van een jaar of 11, twintig dollar gegeven om met ons mee te gaan. Hij moest als zogenaamd slachtoffer acteren. We lieten het neefje van Jamaal, Kevin, op bankje bij de fontein zitten. We hadden hem al buiten het park instructies gegeven zodat Webster niet in de gaten zou hebben dat het neefje van Jamaal bij ons hoorde. Ik filmde het hele zaakje onopvallend met mijn telefoon. Het was nu afwachten geblazen. Webster had met deze ontmoetings plaats ingestemd omdat dit een publieke plek was waar veel mensen samen kwamen. Het zou net lijken of Webster met zijn zoontje op een bank van de fontein zat te genieten. Een kwartier later dan gepland kwam een man bij Webster zitten die al een paar keer voorbij was gelopen. De man begon met Kevin te praten. Via de opname apparatuur die we bij Kevin in zijn jas hadden geplaatst hoorden we later dat de man vroeg: “Ben jij William?” Kevin antwoordde bevestigend. “Ik wil die foto’s wel graag van je zien”, vroeg Webster. “Ik wil ook wel meer dan alleen foto’s laten zien”, zei Kevin perfect volgens ons script. Webster antwoordde, “Oke, waar wil je dat doen.” “Loop maar mee”, zei Kevin.   Kevin stond op en de man liep met zichtbare opwinding in zijn broek achter hem aan. Na een meter of tien ging we met z’n allen om de man heen lopen. Hij deed eerst of hij gek was maar we gaven hem ondubbelzinnig te kennen dat hij beter mee kon werken. We maakten hem duidelijk dat we hem op beeld en geluid hadden, dat we zijn internet chats hadden en dat we precies wisten wie hij was en waar hij woonde. Als hij niet binnen een week twintig duizend euro zou overmaken dan zouden we alles bekend maken aan buren, collega’s, familie en de politie. De man stemde al snel toe.   We waren in een uitgelaten stemming toen we s’avonds bijeen kwamen in het huis van Kobe’s moeder. “Ha ha ha, die hadden we goed te pakken, zag je hem trillen. Die vieze pedo”, zei Scottie. “Ik vond het toch wel een beetje zielig”, zei Jamaal. “Welnee”, zei ik. “Met zo’n goorlap heb je echt geen medelijden te hebben. Wie weet hoeveel kleine jongetjes die gozer al heeft verkracht of nog erger”. Daarmee was de kous af en was enig schuldgevoel ook snel verdwenen.   We begonnen contact te zoeken met andere pedo’s en al snel hadden we een man of tien op het oog. Afspraken werden gemaakt en we gebruikten steeds ongeveer dezelfde methode om deze mannen te chanteren.   De zaterdag was aangebroken dat ik bij tante Latifa moest oppassen. Om tien uur stond ik voor de deur. Tante Latifa deed open in een of andere paarse tent die haar blijkbaar mooi moest maken. “Ha, m’n favoriete nerdneef”, zei tante. “Hallo tante”, antwoordde ik. “Ik heb er zin in”. “Nou, jij liever dan ik. Als ik m’n leven over mocht doen dan zou ik m’n kruis na m’n geboorte zo snel mogelijk dicht laten plamuren.” “Er staat trouwens drinken in de koelkast en als de kinderen honger hebben moet je maar even in de snoep kast kijken.” “Moeten ze dan geen brood of warm eten hebben”, vroeg ik. “Welnee, dat is ouderwets. Die kinderen kunnen best voor zich zelf zorgen. Je moet de jongste alleen nog wel wat pap geven maar die lust ook al chips en snoep” Verbaasd keek ik er aan. Ik zou net wat zeggen toen ik me bedacht. “Gewoon veel tv en snoep”, zei tante. “Dat is het geheim van iedere goede opvoeding. “Tante veel plezier op de bruiloft, ik red me wel”, zei ik. Tante liep naar de bushalte. Ik stuurde een bericht dat m’n vrienden konden komen.   De kinderen van tante Latifa braken het hele huis af. Ik waagde nog wel wat pogingen om ze in het gareel te houden maar daar kwam ik al snel van terug. Het was toch verspilde moeite. Ik deed de jongste van twee in een wagentje en ik gaf de twee meisjes die respectievelijk een en twee jaar ouder waren, te kennen dat ze gewoon tv moesten blijven kijken en vooral niet naar buiten mochten gaan. Ik zette een glas drinken, een zak chips en wat snoep bij ze neer en zei dat ik zo weer terug zou zijn. M’n vrienden stonden al voor de deur. We gingen naar het dichtst bijzijnde basketball veldje waar we de eerste opnamen zouden gaan maken. Helaas waren de ringen daar kapot en liep er alleen maar dubieuze types rond. Even verderop hadden we meer succes. Daar was vlak bij de spookbuurten van Detroit een wat vervallen maar wel rustig pleintje waar een ring nog bruikbaar was. Ik liet mijn neefje wat met de bal spelen en maakte voorbereidingen voor de opnames. Mijn neefje was zo op het eerste gezicht een aardig mannetje die zich alles liet welgevallen.   Bill had een trapje meegenomen en het was de bedoeling dat Bill mijn neefje met de bal in z’n handen in de buurt van de ring hield. We zouden dan Bill en het trapje later verwijderen op de computer. “Oke, beginnen maar jongens”, zei ik. Bill pakte mijn neefje uit z’n wagen en klom de trap op. Hij hield mijn neefje vast en ik drukte de bal in de handen van m’n de peuter. De bal liet hij bijna direct al weer vallen dus ik liet Jamaal snel even wat ducktape opscharrelen. Wij gingen intussen even basketballen. Jamaal kwam al snel weer terug met de ducktape. We maakten de bal zo goed en zo kwaad als dat ging vast aan de handen van m’n neefje en begonnen met de opname. Bill liep het trapje op met m’n neefje en hield z’n handen zo dat hij een dunk met de bal kon doen.   Dat was het moment dat ons hele leven veranderde… Ze zeggen wel eens dat de tijd dan langzamer gaat of zelfs stil staat op dergelijke momenten. Voor mijn gevoel was het in een vloek en een zucht over maar blijft het moment zelf wel voor de rest van mijn leven stil staan in mijn hoofd. Het trapje begon te wankelen…Bill probeerde nog te redden wat er te redden viel maar in een lichaamsreflex om z’n eigen hachje te redden liet hij, toen ze samen met het trapje voorover vielen, de peuter los. Ik gooide de camera aan de kant en sprong naar de peuter toe maar ik was te laat. Ook m’n andere vrienden waren niet in staat geweest om iets te doen omdat ze nog achter mij stonden voor de opnames.   Het was gruwelijk. Mijn neefje was met z’n hoofdje op de grond terechtgekomen maar de val was verergerd door een stuk van een baksteen dat daar op de grond lag. De peuter bloede vreselijk en het leek alsof m’n neefje een scheur in z’n schedel had. Het zag er onwerkelijk uit. Een peuter onder het bloed met een basketbal aan z’n handen getaped.   Voor we goed en wel de situatie hadden ingeschat was het al duidelijk dat m’n neefje de val niet had overleefd. Hij werd lijkbleek en er was geen hartritme meer te ontdekken. Ik zag in eens alles heel duidelijk voor me en ik wist precies wat we moesten doen. In een soort paniek reactie of vanuit een overlevingsinstinct zei ik tegen de jongens: “inpakken en wegwezen.” Ik pakte het levenloze lichaam van m’n neefje en stopte het in de wandelwagen. Ik veegde het bloed uit z’n gezicht met m’n shirt en vroeg aan Jamaal om z’n jas, die ik over het lichaam van de peuter legde. Het leek of hij lag te slapen zo. Ik liep weg met de kinderwagen. Mijn vrienden volgden op een afstandje. Kobe zei: “Moeten we 911 niet bellen?” “Hij is toch al dood, dat zie je toch, je bent toch niet achterlijk?” “Maar misschien lijkt hij maar dood, als we hem reanimeren heeft hij misschien nog een kans”, zei Kobe. “Oke, dan checken we hem zo nog een keer.” Ik liep het dichtstbijzijnde steegje in. We gingen allemaal om de wagen heen staan. Kobe pakte de pols van de jongen en voelde tevens in zijn nek. Na een tijdje was hij ook overtuigd. De jongen was zo dood als een pier en er was geen hartritme te bespeuren. “En wat doen we nu dan? “, vroeg Bill met een paniekerige stem. “Dit wordt onze ondergang” “Laten we nu rustig blijven, we moeten nu geen overhaaste beslissingen maken”, zei ik. “Kobe is je moeder thuis?” “Ik denk het niet, die heeft volgens mij een of andere politieke bijeenkomst en anders zit ze meestal op zaterdag bij haar zuster”, antwoordde Kobe. “Goed dan gaan we naar Kobe toe en dan gaan we ons daar opfrissen en eens goed nadenken over onze situatie. Mijn neefje is toch niet meer te redden dus laten we de best mogelijke uitkomst voor onszelf proberen te zoeken.”     Als een soort macabere begrafenis stoet gingen we op weg naar het huis van Kobe. Kobe’s moeder was inderdaad niet thuis. We zetten de kinderwagen met het lijkje in de garage. Ik gooide mijn t shirt in een gemeentelijke afval container die in de buur t stond en leende een shirt van Kobe.   Mijn vrienden waren natuurlijk allemaal geweldig overstuur toen het eindelijk begon door te dringen wat er nu net gebeurd was. Stuk voor stuk zaten ze met de tranen in de ogen snikkend naar mijn dode neefje te kijken die met een vreemd glimlachje op zijn gezichtje in een soort verstilde schoonheid in de kinderwagen lag.   Ik nam het woord. “Oke mannen, hoe gaan we dit oplossen” Het bleef lang stil. Bijna iedereen had nog tranen in zijn ogen. Adrian zat vol uit te janken. Ik was de enige, die niet huilde terwijl het om mijn neefje ging. “Gewoon de waarheid vertellen”, zei Bill uiteindelijk. Dat is misschien op de korte termijn verschrikkelijk maar het zal uiteindelijk de beste optie zijn.   “Oke, zijn er nog andere opties?”   “Verdomme, net nu het zo lekker begon te lopen met die pedo’s”, zei Scottie.   In eens wist ik het. Dat was onze uitweg. Er ging een stoot adrenaline door me heen toen ik beseft dat ik zojuist onze ontsnappings mogelijkheid had gevonden.   “Jongens, dat is het…dat is het”, zei ik. “We gaan het in de schoenen van een van die pedo’s schuiven. We maken contact met een van die gasten en gaan bij hem thuis op bezoek en we zetten iets in scene.”   Kobe zei: “Dit gaat van kwaad tot erger. Het is nu allemaal nog te controleren maar als we deze weg inslaan laten we onszelf in met zaken en krachten die ons meezuigen in een maalstroom van ellende. Laten we dit nu gewoon melden. Het is nu nog niet te laat.”   Ik zei: “Geen denken aan. We zijn nu net goed bezig met onze beweging. We verdienen goed geld. Als dit in het nieuws komt worden we misschien herkend door een van de pedo’s. Wat gaat dat voor gevolgen hebben en wat gaat deze zaak voor gevolgen hebben voor onze toekomst? Misschien betekent zo’n dom ongeluk wel het einde van een revolutie die nog niet eens is begonnen?   Plotseling begreep ik dat als je ergens wil komen en iets wil bereiken in dit leven dat je dan letterlijk en figuurlijk over lijken moet gaan.   Kobe zat me aan te kijken en leek te denken dat ik niet meer helemaal goed bij m’n hoofd was.   Hij zei: “Jongens, ik wil dat we gaan stemmen. Melden we nu dat er een ongeluk is gebeurd en maken we er het beste van of gaan we proberen ons hier uit te redden met de waarschijnlijkheid dat we nog dieper in de put raken? Zeg het maar.” “Wie is er voor nu melden? “   Na enige aarzeling ging er niet een hand de lucht in.   “Oke, ik heb wel in de gaten dat jullie principes en moraal compleet naar de kloten zijn, ik ga er vandoor. Ik wil hier niets meer mee te maken hebben”, zei Kobe.   Hij wilde de keukendeur uit lopen maar ik was hem net voor en versperde hem de weg. Ik zei: “Kobe je zult toch wel begrijpen dat we je niet kunnen laten gaan? Je zult wat tegen de politie moeten zeggen anders ben je net zo strafbaar als ons. Met andere woorden. Als je hier de deur uit loopt dan heb je maar een optie… Je moet dus mee doen.” Kobe antwoordd e: “Ik dacht het niet, dat maak ik zelf wel uit. Aan de kant.” Op eens hoorde ik een doffe dreun en zakte Kobe als een zak aardappels in elkaar.   Scottie, had hem een mep met een honkbal knuppel gegeven. We begrepen allemaal dat we nu door moesten zetten en snel ook.     Hoofdstuk 6   “Jamaal, probeer het adres te achterhalen van die pedo waar je gister contact mee had. De rest helpt mij mee. “ We bonden Kobe vast en verstopten hem in het schuurtje achter het huis. Jamaal had contact gemaakt maar de pedo wilde zijn adres niet geven. Wel had hij over een uur een afspraak gemaakt met hem in het William G. Milliken park. Ik stuurde met de telefoon van Kobe een berichtje naar zijn moeder. “Yo ma, ik ben even met m’n vrienden weg. Ik zie je vanavond. “ “Kom mannen we gaan. Dan kunnen we de zaak daar ook nog even observeren.”   Eerst gingen we een auto proberen te lenen bij een broer van Abdul. De vader van Abdul was in de jaren 70 bekeerd tot de Islam toen veel zwarte activisten zich bij deze godsdienst hadden aangesloten. Abdul’s vader had later al zijn kinderen een moslim naam gegeven. Abdul’s broer Ibrahim had een General Motors busje. Nadat we beloofd hadden wat klusjes voor hem te doen mochten we de bus lenen. Met de bus reden we terug naar het huis van Kobe, reden de oprijlaan op en haalden het lijk van m’n neefje uit de garage en tilden Kobe, die nog steeds bewusteloos was vanuit het schuurtje naar de bus toe. Met Kobe en het lijkje in de bus gingen we op weg.   Onderweg naar het park zat ik enorm in mijn maag met Kobe. Ik hoopte maar dat hij geen al te zware verwondingen had en dat hij er niets aan over zou houden. Nog vuriger hoopte ik dat hij tot bezinning zou komen en ging beseffen dat mijn optie de enige juiste was en hoe zou het met de kinderen van tante Latifa zijn? Misschien hadden ze het huis intussen al wel in brand gestoken.   Bij het William G. Milliken park aangekomen gingen we eerst eens goed rondkijken. Jamaal had met de man afgesproken bij de vuurtoren.   De pedo zou een Detroit Pistons pet en T-shirt dragen. Na een tijdje wachten zagen we hem op een afstandje aankomen. Een lange magere kerel. Op de een of andere manier voldoen dergelijke mensen ook altijd aan je verwachtingen. Echt zo’n loser die het vroeger op school geen aansluiting had en nu als volwassene zijn frustraties gaat botvieren op kinderen. We hadden deze keer het broertje van Jamaal niet bij ons dus we moesten het anders oplossen. Het was de bedoeling hem zo dicht mogelijk bij bus te krijgen en hem dan zo snel mogelijk naar binnen te werken. Er waren echter teveel mensen op de been. Ik overlegde snel met de jongens dat we hem nu beter konden laten gaan en hem proberen te volgen. Op die manier kwamen we met een beetje geluk bij het huis van de pedo en konden we daar ons plan afmaken.   We bleven de man volgen, die na een kwartiertje te hebben rondgelopen op een bankje ging zitten. Een half uur later droop hij gedesillusioneerd af. Hij liep naar een grijze oude Mercedes met geblindeerde ramen. Ik had Jamaal telefonisch instructies gegeven bij welk parkeer terrein we waren. De man reed weg in zijn Mercedes en Jamaal pikte ons op. We reden achter hem aan door de stad over de 75 naar Goddard Street. Daar stopte hij bij een vervallen woning en liep naar binnen. We parkeerden de bus verderop in de straat. “Oké, wat gaan we doen jongens”, vroeg ik. “Ik had zelf gedacht om eerst een even te kijken of hij alleen thuis is. Scottie, ga jij even kijken. Wel zo onopvallend mogelijk natuurlijk.” “Is goed pik. Ik kijk wel even”, zei Scottie. Scottie stapte de bus uit en vijf minuten later kwam hij terug. “Hij is volgens mij helemaal alleen. Ik heb geen aanwijzingen gezien dat daar ook nog andere mensen wonen.” “Perfect”, zei ik. “Jongens, ik heb even zitten nadenken maar het lijkt me het beste als we hem bellen dat we hem door omstandigheden zijn misgelopen in het park en maken een nieuwe afspraak. Als hij dan de deur uit gaat, proberen we binnen te komen. We verstoppen m’n neefje dan in een of andere kast op een slaap kamer of zo. We rijden dan weer naar het basketbal veldje en we doen aangifte van ontvoering. We zeggen dat mijn neefje met wagen en al is weggenomen toen wij een potje basketbal deden. We zeggen dat we met z’n vijven waren, dat we een grijze Mercedes met geblindeerde ramen hebben zien rondrijden en we laten Jamaal een uur later vanuit een telefooncel bij Goddard Street een anonieme tip geven over een vermeende pedofiel die met een kinderwagen een huis is binnen gegaan op Goddard Street.” “Strak plan pik”, zei Scottie, “Maar het enige probleem is dat er sporen van inbraak zullen zijn. Ik neem toch aan dat hij de deur niet open laat staan.” “Dat is inderdaad een probleem maar dat kunnen we misschien ook nog wel oplossen. Als we nu eens wat eieren en een spuitbus kopen. We laten het dan net lijken of er een soort buurt protest is geweest tegen deze vermeende pedofiel en dat een van die eieren of een steen door de ruit is gegaan van de keuken deur”, antwoordde ik. “Je bent echt geboren voor het criminele leven vriend”, zei Scottie.   “Oké mannen, actie.” Jamaal belde de man op die even later weer het huis uit kwam en in zijn auto stapte naar een park dat een half uurtje rijden van zijn huis af lag. Thomas was naar een klein winkelcentrum in de buurt gegaan en probeerde daar eieren en verf te bemachtigen. We brachten de bus zo dicht mogelijk bij het huis. We liepen achterom en met een steen gooiden we een ruit van de deur in. We konden daardoor makkelijk de deur van het slot halen. Daarna haalden Scottie en ik het lijk van m’n neefje uit de bus en we verstopten het op de slaapkamer van de man in een klerenkast en zetten de wagen in een schuurtje achter zijn huis, waar we ook wat verf vonden. Thomas kwam al snel met wat eieren aangezet. We gooiden wat eieren op de achterkant van het huis en we verfden: “Vieze Pedo” op zijn huis. Daarna gingen we op weg naar een basketbal pleintje. We zochten een ander pleintje op dan het pleintje waar we s’ochtends waren geweest. We waren bang dat er misschien toch mensen ons gezien hadden. We speelden een potje en ik belde toen de politie. Ik deed aangifte van vermissing van mijn neefje. Ik belde tante Latifa en deelde haar de vermissing mee. Ze vloekte me voor de telefoon al helemaal stijf dus ik kon me voorbereiden op orkaan Latifa. We hadden Jamaal achtergelaten bij Goddard Street. Hij zou over een uur gaan bellen.   De politie was inmiddels gearriveerd. Er werd onmiddellijk een zoektocht op touw gezet. Wij moesten allemaal een verklaring afleggen waarin ik melde dat ik een Mercedes met getinte ramen heen en weer had zien rijden en gingen daarna ook mee zoeken. ‘Gek genoeg’ konden ze mijn neefje nergens vinden. Mijn tante was ook bij het pleintje gearriveerd en begon me helemaal stijf te vloeken. Een politie mevrouw moest me van haar maaiende armen redden. Ik putte me uit in verontschuldigingen. Ook waren er al verschillende tv ploegen gearriveerd die het verhaal op de buis slingerden. Ze gaven een signalement van mijn neefje en de grijze Mercedes en riepen de mensen op om naar hem uit te kijken.   Ik stond met een politie man te praten toe ik over de scanner van zijn auto hoorde dat er een tip was binnen gekomen over de verdwijning van mijn neefje. Twee politie auto’s bleven bij ons en de rest ging als een gek richting, wat ik aannam, Goddard Street.   ’s Avonds laat zat ik te op de tv al het nieuws te volgen over de zaak. Mijn moeder had me eerst nog wel op m’n kop gegeven over het feit dat ik niet goed had opgelet maar was zo emotioneel geraakt door de zaak dat ze daar verder ook niet over kon praten. Ze was nu bij tante Latifa. Misschien was de ongelukkige dood van mijn neefje toch nog ergens goed voor geweest. Misschien bracht dit de twee zusters wel weer dichter bij elkaar en misschien had de dood van mijn neefje voorkomen dat die vieze pedo nog meer kinderen verkracht zou hebben. Het was nu groot in het nieuws. “Pedofiel uit Detroit vermoord kind van twee jaar.” De politie had het lijkje gevonden in de kast. Daarnaast hadden ze nog wat kinderporno materiaal gevonden. De pedo kwam even later rustig aanrijden waarna hij niet vermoedend werd aangehouden. Eerlijk gezegd was ik wel een beetje trots op mijn meesterplan. Nu moesten we Kobe nog zover krijgen dat hij z’n mond dicht zou houden. Toen we op het politie bureau nog een verklaring hadden afgelegd mochten we vertrekken. We gingen met de bus naar de General Motors bus van Abdul’s broer, die we een paar blokken van het basketbal pleintje hadden neergezet. Daar lag Kobe nog gekneveld en vastgebonden maar hij was gelukkig weer bijgekomen.   We maakten hem los en haalden de tape van zijn mond waarna hij ons begon uit te vloeken. We maakten hem weer vast en plakten de tape weer op zijn mond. Nadat hij beloofd had naar ons te luisteren legde ik hem uit wat wij met elkaar hadden afgesproken. Ik legde hem uit dat als hij met zijn verhaal naar buiten zou komen dat we dan stuk voor stuk een verklaring zouden afleggen waarin hij het brein achter het plan zou zijn. “Als je ons verraad ga je met ons mee de afgrond in.”, waren mijn laatste woorden tegen hem. Kobe begreep toen dat er eigenlijk geen uitweg meer voor hem was. Nadat hij beloofd had niets te zeggen en ons verhaal te steunen, lieten we hem gaan.   De politie en de rest van justititie en ons rechtssysteem tuinden er volledig in. De man, die inmiddels tot het “monster van Detroit” was gedoopt door de media, kreeg levenslang. Mijn rol werd min of meer teniet gedaan door alle aandacht voor de pedo. Er waren wel wat media die het dom van me vonden maar ze richten zich meer op tante Latifa. Haar leven werd door de roddelpers overhoop gehaald en binnenste buiten gekeerd. Heel Amerika smulde van de verhalen over de tokkie moeder met haar tien kinderen, waar ze niet voor zorgde. Een moeder die haar 10 kinderen een dag achterlaat bij een neef die ze al jaren niet meer had gezien, was aldus de publieke opinie geen knip voor de neus waard. De overheid hield haar gezin goed in gaten en al gauw werden de jongste kinderen bij haar weggehaald door jeugdzorg. Mijn moeder en ik hebben nooit meer contact met haar gehad en haar nooit meer gezien.                               Hoofdstuk 7   Onze revolutie kwam niet echt van de grond. Mijn vrienden en ik werden opgezogen door het establishment. Ik kreeg al snel na het afronden van mijn studie een prominente plek binnen de jeugd afdeling van de Democratische partij in Detroit waarna ik automatisch doorstroomde naar een goede positie binnen het stadsbestuur. De vriendschap met, Kobe, scottie, thomas, abdul, bill en Adrian was al die tijd intact gebleven. Jamaal was wat aan lager wal geraakt het het contact tussen hem en de vriendengroep was verwaterd. Kobe was aanvankelijk een paar weken flink boos op ons geweest maar hij besefte uiteindelijk dat hij er net zo diep inzat als ons allemaal en dat er voor hem ook geen eer viel te behalen in deze zaak. Ze werken allemaal voor mij. Op de een of andere manier had ik ze allemaal de top van de Democratische partij van Detroit binnen geloosd. We waren allemaal getrouwd. Living the American dream, vrouw, kinderen, huis in een mooie buitenwijk. Het ging ons voor de wind en alles leek nog mooier te worden. Ik had me beschikbaar gesteld voor de positie van burgemeester van Detroit. Van ons idealisme en onze zwarte revolutie was dan misschien weinig overgebleven maar dat waren misschien ook de idealen van eigenwijze pubers die nog niet zoveel van de wereld begrepen. De wereld zit gewoon anders in elkaar als dat we dachten. Wil je een looser of een winner zijn…zo simpel is het. Of je nu zwart, wit, bruin of geel bent.       Van Jamaal had ik heel lang niets meer gehoord tot er een brief van een advocaat door mijn secretaresse bij me werd gebracht.             “Geachte mijnheer…   Mijn client de heer Jamaal Johnson, wordt door het openbaar ministerie beschuldigd van het smokkelen van grote hoeveelheden drugs en het opdracht geven tot moord. De openbare aanklager is u wel bekend en mijn client denkt dat u uw invloed kunt aanwenden om het van gedachten te laten veranderen en de zaak tegen mijn client te laten vallen. Mijn client heeft namelijk informatie over u jeugd en een zaak die jaren terug zeer groot in de media was en uw rol in die zaak. Deze kennis zal voor u misschien een steuntje in de rug zijn om alles uit de kast te halen zodat we deze zaak tot een goed einde kunnen brengen.   Groeten,   Randy Weaver   Ik dacht dat ik een hartaanval zou krijgen. Die vuile klootzak zou alles voor ons verpesten. Net nu we onze levens zo lekker op de rails hadden. Net nu we het gingen maken en we eindelijk echt iets konden betekenen voor de zwarte gemeenschap, kwam die kloothommel op de proppen met z’n zielige leventje.   Ik stuurde de vriendengroep een bericht om bij elkaar te komen in mijn huis. We waren allemaal getrouwd en zo ver ik weet wisten de vrouwen niets van wat er nu werkelijk gebeurd was. Ik vertelde m’n vrouw dat we een poker avondje hadden en dat ik wel op de kinderen zou passen. “Ga maar eens lekker een avondje uit met je vriendinnen, je hebt het verdiend schat”, zei ik. Het viel natuurlijk ook niet mee om twee kinderen op te voeden met een huishoudster en een au pair in huis. M’n vrouw ging weg en een voor een kwamen m’n vrienden binnen druppelen. Na een paar potjes poker gooide ik het hoge woord er uit. “Mannen, we hebben een probleem.” “Ja, we zijn getrouwd, we hebben kinderen en we neuken te weinig”, zei Scottie. “What else is new.” Ik antwoordde: “Ja, klopt allemaal, maar ik bedoel iets anders, luister.” “Ik kreeg op kantoor een brief van de advocaat van Jamaal. Zoals jullie weten is Jamaal de laatste jaren het spoor nog al kwijt geraakt en een topper binnen de onderwereld kringen geworden. Hij zit momenteel vast voor het smokkelen van grote hoeveelheden cocaine en de moord op enkele concurrenten.” Kobe zei: “Dat had ik echt nooit achter die gozer gezocht, het was altijd zo’n goedzak en je kon echt vreselijk met hem lachen. Een echte droogkloot. Hij had ook altijd een fenomenale bijbel kennis.” “Ja, dat kwam door z’n moeder dat was echt zo’n pinkster freak, die zat de hele dag in de bijbel te lezen en haalde overal Jezus bij. Als ze klaar kwam dan bedankte ze daar Jezus ook nog voor”, zei Adrian. “Weet je nog dat hij toen bij die leraar in de klas zat die ouderling bij de kerk van z’n moeder was. Hij had toen vergeten een repetitie te leren en had helemaal niets opgeschreven tijdens de repetitie. Helemaal onderaan het blaadje had hij een tekst uit Prediker opgeschreven. “Hetgeen ontbreekt, kan niet geteld worden.” Het mooiste is dat die klootzak toen ook nog een zeven kreeg.”   Iedereen had nog wel een mooie anekdote over hem te vertellen en het werd zowaar nog even gezellig op deze gedoemde avond. Ik vertelde uiteindelijk het verhaal over de bief van Jamaal en vertelde dat hij onze toekomst in gevaar bracht met zijn dreigement om ons grote geheim naar buiten te brengen. “Wat gaan we daar aan doen jongens? “, was mijn vraag.   De stemming was inmiddels onder het nulpunt gedaald. Bill antwoordde als eerst. “We moeten een manier zien te vinden die hem onschadelijk maakt en tegelijkertijd ons zo min mogelijk beschadigd.” “Je bedoelt moord”, zei Scottie. “Nee, zo ver wou ik nu nog niet gaan, maar als het niet anders kan dan moeten we dat misschien overwegen”, zei Bill. Kobe keek verdwaasd voor hem uit. “Deja Vu”, zei hij stil. “Ik hoop toch waarachtig wel dat we nu na al die jaren toch iets slimmer en moreel sterker zijn geworden”, riep hij wanhopig uit. “Mannen, rustig, laten we dit nu eens goed overdenken en onze opties afwegen”, zei ik. “Het komt hier op neer dat we natuurlijk een groot probleem hebben als Jamaal dit verhaal gaat rondbazuinen. Wat gaat dat betekenen voor onze gezinnen, voor onze carriere maar misschien nog erger voor de zwarte gemeenschap van Detroit? Ik geloof er heilig in dat wij door een hogere macht op deze positie’s zijn geplaatst om goed te doen voor de zwarte gemeenschap en de zwarte

bubbe
0 0