Lezen

Allergische bloemen.

Zij hield van bloemen. Hij was er allergisch voor. Hij had geen afschuw of fobie. Dat was het probleem niet. Hij genoot evengoed van de vorm, kleur, symboliek… en dan was er de geur. Ze roken lekker, maar bezorgden hem het uitzicht van een buitenaards wezen. Buiten een rode neus, waar Rudolf het rendier jaloers zou op zijn, had hij nog een aantal probleempjes. Zijn lippen kregen tijdelijk een overdosis Botox en dan waren er nog de rode vlekken. Alsof zijn hoofd veranderde in een rijpe aardbei. Hij stond voor de etalage van de bloemenwinkel, het geld dat hij in zijn handen hield werd akelig klam van het angstzweet. De bloemist keek geregeld naar hem, had geglimlacht om hem aan te moedigen. Maar Harry keek enkel met grote angstogen naar de grote keuze van problemen. Hij kon toch niet zonder bloemen bij haar thuis komen? Harry had zijn hersenen gepijnigd om alternatieven. Pralines? Nee, er kwam geen ongezond voedsel op tafel en dat gold ook voor alcohol. Plastieken bloemen! ‘Nee!’ In zijn gedachten zag hij het boeket jaren in dezelfde vaas staan tot de kleuren zo flets waren geworden als de bloemen op de kerkhoven. Harry liet moedeloos zijn schouders zakken. Zijn toekomst ging naar de haaien. Vrouwtje, huisje, boompje, baby en beestje, daar kon hij een kruis over zetten. Er zat niet anders op dan de winkel binnen te stormen, het grootste boeket uit de emmer te grissen, het geld op de toog te gooien en het terug op een lopen te zetten. Hij zou de bloemen op zijn rug vasthouden, zo zou hij er minder last van hebben. Ja, dat was het! Harry raapte al zijn moed samen en viel de winkel binnen. De bloemist schrok zich een beroerte. De man trok rillend de geldlade open. ‘Neem alles, doe me niets. Alstublieft!’ Harry keek de man stomverbaasd aan. ‘Ik, ik… kom bloemen kopen en snel, want ik ben er allergisch voor.’ ‘Ja, ach ja.’ De man lachte nerveus. ‘Ik maak voor u een héél bijzonder boeket en wikkel het extra in folie. Gaat u maar buiten staan. Ik breng het wel. Voor de verloofde?’ Harry knikte en wilde het geld overhandigen. De bloemist glimlachte begrijpend. ‘Deze zijn van de zaak. Veel geluk.’ ‘Dank u wel, u heeft zojuist mijn toekomst gered.’ Aangekomen bij haar thuis hield Harry het boeket achter zijn rug om daarna triomfantelijk te overhandigen.

Fanny Vercammen
0 0

Struikelen

Ik werd wakker, half drie, ging naar het toilet en tijdens dat kleine wandelingetje door het stille, donkere huis moest ik plots denken aan wie daar ooit zal lopen, wanneer ik er niet meer ben. En of die persoon ook zo'n wakker hoofd zal hebben als ik (weinig kans), of zich 's nachts gewoon kan bezighouden met slapen.   Maar nu ben ik er nog en om dat te voelen, rende ik de volgende dag - ongehoorzaam, ongezien - vier keer een minuut tijdens mijn wandeling, te midden van pisbloemen en de zware geur van koeienstront. Het was een lange rechte betonnen weg met hier en daar een tractorwielafdruk in zand, de lucht vol pluis. Ik kon het einde niet zien, maar wist wel dat het er was en dat stelde gerust. Ik rende tot ik mijn hart kon voelen, de benen een last die diende te worden meegesleept. Ik had gehoopt te zullen zweven, van stappen meteen in de runner's high. In de plaats daarvan trok ik een bh-bandje op een schouder, veegde een haarlok uit mijn mond, spuwde een vliegje uit. Een koe lachte me uit, een boer fietste krakend en nors voorbij. Maar ik, ik leefde nog en had een lichaam wakker gemaakt.   Ik werd wakker, half vijf, en begon te twijfelen over een grapje dat ik op facebook had gemaakt. Of het misschien ongepast was. Of er niet iemand was die daar over zou struikelen. En toen dacht ik aan al die mensen die al over mij gestruikeld zijn, zonder dat ik dat zelf in de hand had. En hoe het 's nachts het hoofd is dat moet worden meegesleept en niet zwaar genoeg op het kussen wil liggen. Een hoofd dat maar niet verdrinken kan. Ik verwijderde het grapje en toen sliep ik toch nog in en droomde dat ik wakker was, en ik was licht als de pluis van een paardenbloem.  

Katrin Van de Velde
0 2

Woordenlakens

ik ben een beddichter mijn lakens vormen een tent waarin ik woorden plooi zinnen verzinsels hersenspinsels hele verhalen of beelden die me die dag verveelden   de slapende kat terwijl ik als een zombie mijn knusse nest twijgje per twijgje afbrak ze vangt graag vroege vogels maar aan nachtraven raakt ze niet   ik deed alsof het doordeweekse slaaptekort niet meer was dan de vlek die koffie op mijn pasgewassen kussen had gemorst vervelend maar afwasbaar onder de douche net zoals die blauwe wallen eigenlijk best verdoezelbaar   alweer lieg ik mezelf voor dat mijn bed een slaapburcht is beschermd tegen wifi en Netflix waar ik de beste koopjes fiks met Klaas Vaak een prima handelaar vermoeidheid kun je inruilen voor dromen en gele korrels op je traanheuveltoppen   helaas ligt de oude man op sterven hij rochelt het strand in een treurig lied op het behang een klare blik nette pyjama's en een kopje onmorsbare koffie dingen waar ik wel van maar niet over droom   dus plooit mijn eivol hoofd woorden in de lakens zinnen verzinsels hersenspinsels beelden of hele verhalen die zich onmogelijk in nachtrust kunnen vertalen ze ademen warm uit op mijn wakkere huid een pikzwart vederkleed zoals dat bij nachtraven heet om die reden wegen mijn dekens 's ochtends zo zwaar en word ik overdag achtervolgd door een spoor van teleurstelling en zwarte pluimpjes   ik ben nu eenmaal beddichter chronisch koffiemorser hartgrondig huisdierbenijder en voortdurend in de rouw om mijn zandman met wie ik ooit de lakens deelde

Amaryllis
0 0

VOOR HET GEVOEL

Tielt. Het gaat gewoon verder. Het slachten. Alleen blijven het schoppen, slaan en andere handelingen waar geen ander woord voor is dan ‘martelen’ nu achterwege. Dankzij cameratoezicht. Althans, dat hopen we dan maar. De gedachte dat we live mee kunnen kijken bij de verwerking van levend dier tot hapklare brokken stelt ons gerust. ‘Doet u maar een pond halfom. Ja hoor, het mag best ietsje meer zijn.’Waarschijnlijk was Tielt geen uitzondering. Immers, de Tweede Kamer stemde in met een motie van Esther Ouwehand (PvdD) om cameratoezicht bij alle slachterijen te verplichten. Camera’s houden iedereen in het gareel, is de onderliggende gedachte. Ze helpen ons om beschaafde mensen te zijn.Helaas is dat onzin.‘Maar het werkt toch?’ hoor ik u zeggen. ‘Dankzij die camera’s laten we het toch uit ons hoofd om in het park tegen een boom te plassen? In de super wordt ná het wegen toch geen enkel sperzieboontje stiekem aan het zakje toegevoegd? En sinds kort slaan we toch niemand meer met een betonschaar de tanden uit zijn mond?’In Nederland hangen een paar honderdduizend camera’s, allemaal om ons een gevoel van veiligheid te bezorgen. En elke keer als er iets gebeurt, iets wat we een ‘incident’ noemen en waarop politici ‘geschokt’ reageren, hangen we er weer een paar extra op. Wij kijken lijdzaam toe en stemmen in met nog meer controle over ons doen en laten; alles voor een nóg groter gevoel van veiligheid.Helaas, camera’s dragen daar niet aan bij. De bewijzen daarvoor worden ons dagelijks gepresenteerd. We zien hoe respectloos wereldleiders omgaan met vrouwen, met buitenlanders, met andersdenkenden. We zien hoe zij de natuur verkwanselen. We zien hoe zij met vuur spelen en hoe duizenden onschuldige mensen daarvan het slachtoffer worden. We zien hen handelingen uitvoeren waar geen ander woord voor is dan ‘martelen’. Je kunt dat geen ‘incidenten’ meer noemen en de uitspraken van politici dat zij ‘geschokt’ zijn, klinken allang niet meer geloofwaardig. Maar het gaat gewoon door, ondanks de duizenden camera’s die op hen gericht zijn, ook al kijkt de hele wereld live mee.U en ik laten ons misschien door glas en elektronica in een keurslijf van normen en waarden duwen, maar zolang wereldleiders daar ongevoelig voor zijn, kun je zoveel camera’s ophangen als je wilt: de wereld zal er niet beschaafder op worden.

Grand Foulard
0 0

Deadline

Er was eens een schrijver zonder inspiratie en met een deadline. Elf woorden had hij nog maar geschreven en zijn inzending moest ten laatste vandaag af zijn of het was te laat. Zijn laptop maakte al de hele tijd een irritant zoemend geluid en de tekstverwerker bleef hem maar quasi leeg aankijken. Buiten kwetterden de vogels naar hartenlust en de buren hielden vlak onder zijn raam een luide conversatie over het eerste lentezonnetje. Hij wist niet van wat hij het meest zenuwachtig moest worden. De schrijver pulkte wat aan zijn sikje alsof hij daardoor inspiratie zou vinden, kreeg warempel wel degelijk een ingeving voor een vervolg op hetgeen hij al had geschreven, typte als een bezetene op zijn laptop de woorden tevoorschijn die in zijn hoofd zaten, las ze hoopvol na, besloot teleurgesteld dat het pure rommel was en verwijderde ze weer allemaal door de daarvoor voorziene toets op zijn klavier ingedrukt te houden. Echter liet hij zijn eerste elf woorden staan. Hij zuchtte eens diep en fluisterde zijn eerste en enige zin tot nu toe: “Een schilder struinde door de duinen van Oostende vergezeld van de maneschijn.”   De schrijver fronste zijn wenkbrauwen. Op zijn vingers telde hij ieder woord van die zin. Hij herhaalde het proces nog eens ter controle en kwam tot de conclusie dat het twaalf woorden waren en geen elf. Hij wreef over zijn sikje, ditmaal kwam er niets. Kwetterden de vogels nu luider dan daarstraks? De buren geraakten maar niet uitgepraat over hoe mooi het weer vandaag wel niet was.   “Hij was op weg naar de Koninklijke Gaanderijen,” typte de schrijver. Hij wist niet waarom hij dat net had verzonnen want hij had geen idee wat zijn personage daar ging uitrichten. “Onder zijn arm hield hij een schetsboek geklemd en in zijn lange overjas staken verschillende potloden verdeeld over de drie binnenzakken, twee links en één rechts.” De schrijver grijnsde schaapachtig, hij was op de goede weg nu. Hij herhaalde in zijn hoofd het laatste deel van zijn laatste zin.   Twee links en één rechts.   Die vogels werden nu wel erg luid.   Twee links en één rechts, twee links en één rechts, twee links en één rechts, …   De schrijver vroeg zich af of die vogels niet elders uit volle borst konden gaan tsjilpen.   Twee links en één rechts, twee links en …   De overbuurvrouw had zich nu gemengd in het gesprek over het goede weer.   Twee …   De echtgenoot van de overbuurvrouw was zijn vrouw kwijt en had haar net weergevonden onder het raam van de schrijver. Hij praatte gezellig mee met de rest.   De buren spannen samen met de vogels.   De buren waren net allemaal uitgepraat en klaar om hun weg te vervolgen toen de voordeur openging van het huis waar voor ze al die tijd een babbeltje hadden staan slaan. Uit het deurgat kwam hen een gek achterna gelopen met een laptop in zijn handen klaar om hen er een tik mee uit te delen. Ze konden niet precies verstaan wat hij riep maar het had met vogels te maken.   Er was eens een schrijver zonder inspiratie en met een deadline.

Michael J. Steeper
0 0

Chocolaatjes

Tanguy stopte nog snel een chocolaatje in zijn mond. Hij veerde van de bank op en stapte op zijn kousen naar de voordeur waar zonet Jonathan had aangebeld. Tanguy wist dat het Jonathan was aan de andere kant van de deur omdat hij hem had uitgenodigd. Toen hij de voordeur opende, was het dan ook geen verrassing dat die laatste er stond. Het was al zo laat op de avond dat de zon plaats had geruimd voor het geluid van krekels. Tanguy gebaarde dat Jonathan binnen moest komen en wees verontschuldigd naar zijn volle mond als de reden waarom hij niet sprak. Jonathan gehoorzaamde, hij voelde zich wat ongemakkelijk maar probeerde dat te verdoezelen. 'Ah, Tanguy,' zei hij overdreven opgewekt. Tanguy slikte zijn chocolaatje weg en zei: 'ja ja, doe je schoenen uit voor je de living binnenstapt, wil je. Lilianne heeft vandaag nog gepoetst.' 'Ah-ah ja, oké,' zei Jonathan en hij hoopte dat hij geen zweetvoeten had. Hij had Tanguy altijd al een rare snuiter gevonden maar hij had er nooit echt de vinger op kunnen leggen wat hem precies zo tegenstak aan die kerel. Het was misschien wel de optelsom van kleine dingen zoals hoe hij daarnet de deur opende zonder hallo te zeggen en niet eens de moeite nam om elementaire beleefdheid te veinzen door te vragen hoe het ging om daarna dan op dat toontje van hem te eisen dat Jonathan zijn schoenen uitdeed. Hij snapte niet wat een vrouw als Lilianne in een bruutzak als Tanguy had gezien. Hij werkte nu al een jaar samen met Lilianne in de bibliotheek op het Hendrik Heymansplein. En deed dus ook al een jaar zijn best om Tanguy te ontwijken, een gevoel waarvan hij zeker was dat het wederzijds was. Het was zowat het enige waar ze op gelijke golflengte lagen: dat ze elkaar niet mochten. En vanavond, plots, had Tanguy hem dan gebeld en gezegd dat hij zo snel mogelijk moest komen. Hij had gebeld met de telefoon van Lilianne en op zijn typische wijze niet vermeld wat de reden was van zijn verzoek, dat verzoek niet eens verpakt als een verzoek maar als een gebod en ingehaakt nog voor Jonathan iets had kunnen zeggen. Ondanks het late uur en gebrek aan uitleg was hij toch gekomen. Voor Lilianne. Ze zou hem eens nodig kunnen gehad hebben. Niet voor die verwerpelijke Tanguy. Die kon een eind gaan verrekken. Het was voor Lilianne dat hij die rotvent verdroeg. Hopelijk niet voor lang meer. 'Ga zitten,' zei Tanguy tegen zijn gebruikelijke onvriendelijke manier in, 'chocolaatje? Ze zijn om een moord voor te begaan.' 'Nee, bedankt,' zei Jonathan en hij nam plaats in de fauteuil die het verst weg stond van de bank waar Tanguy op zat. 'Jammer,' zei Tanguy en hij pakte er nog eentje voor zichzelf. De doos was al halfleeg. Jonathan vroeg zich af waar Lilianne was. 'Lilianne ligt boven in bed,' zei Tanguy en Jonathan voelde zich betrapt. Hij keek Tanguy ongemakkelijk aan. ‘ Ze heeft wat te veel van deze gegeten,' ging Tanguy verder en hij tikte op het doosje met chocolaatjes. Jonathan knikte met een geforceerde glimlach en schraapte zijn keel. Hij verschoof zenuwachtig in de fauteuil. 'Ze zijn van Guylian,' ging Tanguy ongevraagd en ongestoord verder, 'wist je dat die beroemde zeevruchten in chocolade hier in Sint-Niklaas hun oorsprong vonden? Getrouwd koppel, man en vrouw. Hij was patissier, zij bedacht en maakte de vormpjes die zo beroemd zouden worden.' De ademhaling van Jonathan was heel onrustig, zijn hart ging gejaagd te keer. Wat wou die Tanguy van hem? Hij kreeg er de stuipen op het lijf van, hij was zo rustig dat hij nog gekker deed dan anders. 'Toe, Jonathan, neem er eentje.' Tanguy stak uitnodigend de doos uit. Jonathan bedankte. ‘Zonde,’ zei Tanguy. Hij zette de doos weer neer en bekeek Jonathan stilzwijgend. Die laatste deed zijn uiterste best om geen oogcontact te maken. Tanguy kon een monkellachje niet onderdrukken. Hij had die Jonathan altijd al maar een oelewapper gevonden. Zijn grote mond die diende ter compensatie van zijn kleine gestalte. Altijd maar de aandacht naar zich toe willen trekken in de bibliotheek waar hij werkte samen met Lilianne. En zij viel er nog voor ook. Hij had nooit gesnapt hoe zij bevriend had kunnen worden met zo’n blaaskaak. Hij voelde zich toch zo goed omdat hij toevallig eens een boek had gelezen. Tanguy klemde zijn kaken op elkaar.   ‘Tanguy …’ zei Jonathan, ‘het is niet dat het niet gezellig is maar waarom moest ik nu komen? Ik neem aan dat er een reden is dat je speciaal belde op dit uur. Ik bedoel …’ ‘Dat heb jij goed gezien, Jonathan,’ zei Tanguy, ‘jij bent allesbehalve een uil, he.’ Jonathan wist niet of Tanguy dat laatste nu meende of niet. ‘Zal ik jou eens vertellen wat ik vandaag allemaal gedaan heb, Jonathan,’ zei Tanguy. Jonathan voelde zich alsmaar onzekerder worden. ‘Tanguy,’ zei hij, ‘ik weet niet wat je …’ ‘Het heeft er nochtans alles mee te maken waarom jij hier bent, dat verzeker ik je.’ ‘Zeg het dan maar, Tanguy.’ ‘Jij denkt natuurlijk dat ik nu ga zeggen dat ik deze ochtend naar mijn werk in de fabriek vertrok en daar mijn werkdag doorbracht om daarna weer naar huis toe te gaan, naar mijn lieve vrouw.’ Er was iets grondig mis met de manier waarop Tanguy sprak over zijn lieve vrouw, vond Jonathan. Hij moest misschien eens een kijkje nemen bij Lilianne. Zeker maken dat alles oké was met haar. ‘Jonathan?’ ‘Ja, Tanguy?’ ‘Kan je stoppen met dagdromen en mij antwoorden.’ Weer een vraag die geen vraag was van Tanguy. ‘Op wat moet ik dan antwoorden?’ vroeg Jonathan. ‘Of je dacht dat ik gaan werken was, ja of nee,’ zei Tanguy nu iets minder beheerst als hij al de hele tijd was geweest. ‘Euhm, ja,’ zei Jonathan, ‘maar moeten we eens niet een kijkje gaan nemen bij Lilianne? Misschien heeft ze iets nodig.’ ‘Zo meteen,’ zei Tanguy en hij stak wederom de doos met chocolaatjes uit. Met een zucht nam Jonathan er toch eentje, al was het maar om niet telkens één aangeboden te krijgen. Tanguy keek hem lang aan. Te lang. Had hij vergif in die chocolaatjes gedaan? Zou hij het weten van … Oh nee. ‘Tanguy.’ ‘Ja, Jonathan.’ ‘Ik w-weet niet wat je …’ ‘Zoals ik dus zei,’ negeerde Tanguy het gehakkel van Jonathan, ‘denk jij natuurlijk dat ik gaan werken ben vandaag. Dat dacht Lilianne ook. Het is niet zo.’ Tanguy wist het, daar was Jonathan nu van overtuigd. ‘Ik heb stiekem een vrije dag genomen vandaag. Ik wou Lilianne namelijk verrassen. Dat verdiende ze wel, vond ik.’ Nee, hij kon de chocolaatjes niet vergiftigd hebben, hij kon er zelf niet van afblijven. Had hij Lilianne dan bont en blauw geslagen? Ging hij nu hetzelfde doen met Jonathan? Hem zijn verdiende loon geven? ‘Dus trok ik deze voormiddag naar de supermarkt en kocht daar alle ingrediënten voor het lievelingsrecept van mijn vrouw: spaghetti carbonara.’ ‘Tanguy …’ ‘Zwijg,’ antwoordde die dreigend, ‘carbonara dus.’ Tanguy had hen betrapt, ergens gezien. Samen, vandaag. Ze hadden voorzichtiger moeten zijn. Jonathan merkte dat hij nog steeds kauwde op het chocolaatje van daarnet. Alle smaak was verdwenen. De spanning in zijn lichaam was echter zo opgehoopt dat hij zich er niet toe kon brengen het door te slikken. Tanguy bleef doorpraten: ‘toen ik op weg was naar de kassa, viel mijn oog op deze chocolaatjes en …’ Jonathan was als een pijl uit een boog rechtgesprongen en verkocht Tanguy een dreun zo hard als hij kon. Hij zette het op een lopen naar de trap in de gang en riep op Lilianne maar die antwoordde niet. Nog voor hij een eerste voet op de trappen kon zetten, had Tanguy hem al ingehaald en bij de enkel gegrepen. Jonathan viel met een smak voorover. ‘Mijn vrouw!!!’ riep hij. Hij zag er uit als een bezetene en sleurde Jonathan aan zijn beide enkels weer naar de living. Die wrong uit alle macht tegen maar was niet opgewassen tegen zijn tegenstander. ‘Dacht je nu echt dat ik jullie niet had gezien?!’ brulde Tanguy. Waarom antwoordde Lilianne niet? Ze moest nu toch al wakker zijn van het lawaai. ‘Op de parking van de supermarkt wat liggen vozen in die auto van jou!’ zei Tanguy, ‘Onder de middagpauze! Ik zag het! Ik heb het gezien! Ik weet het!’ ‘Tanguy! Nee!’, smeekte Jonathan, ‘Ik zal het nooit meer doen! Je mag haar hebben! Maar doe mij niets!’ Tanguy trapte met zijn platte voet op de neus van Jonathan. Die brak. ‘A-auw,’ huilde Jonathan. ‘Wil je weten wat er met Lilianne gebeurd is, Jonathan?’ vroeg Tanguy met hervonden kalmte, ‘ik zal het je tonen.’ Hij nam een handvol resterende chocolaatjes en duwde die in de mond van Jonathan. Hij kneep zijn neus dicht en lag met zijn volle gewicht op Jonathan zodat die laatste zich niet kon verzetten.   Buiten zou weldra het geluid van krekels plaats ruimen voor de eerste voorzichtige zonnestralen.

Michael J. Steeper
0 0

Just ask!

In zijn advertentie staat, naast zijn leeftijd – 24 – en een foto, geschreven : « Just ask!”.   Ik : If I’d ask, what would you tell? Hij : I don’t know, what would you ask? Ik : Well, I’m asking now, what would you tell? Hij : ??? (niemand begint een zin met enkele vraagteken, dat is iets voor arrogante losers vol pretentie) What would I tell what? Ik : I don’t know, I’m asking you since you ask me “Just ask!”. So, I ask. Hij : I don’t get your point. Ik : Well, I’m asking you. Hij : this conversation is driving me mad! What are you up to? Ik : I don’t know, I’m asking you. Hij : I’m here for fun. Ik : That’s a coincidence, so am I. Hij : I don’t think you want the same fun as me. Ik : Just ask! Hij : I’m off. Ik : Well, you could’ve asked. Hij : Ok, let me try : what are you looking for? Ik : Fun. Hij : Is that all? What kind of fun? Ik : I don’t know, I’m asking you. Hij : This is not gonna work. Ik : You’ll never know if you never ask… Hij : You seem to be a smartass, you seem to know it all. Ik : Is that so? What makes you say that? Hij : You never answer my questioning. You avoid in a smart way what I want to know. It’s driving me mad. Ik : Yes, but I asked and it’s actually you who never answers. You invite me to ask you, and then you don’t say it. I must admit, your profile is a bit confusing. Hij : Confusing?! Me? Ik : No, not you, your profile. Hij : But I’m my profile, I created it. Ik : That’s’ why I ask. Hij : Ask what?!?! Ik : I don’t know, you asked me to ask you. Hij : sigh…. I agree… Would you like to meet for a coffee? I’ll pay. Ik : I thought you’d never ask! Hij : You’re funny. Ik : I’m not but you can always ask. Hij : To be funny? Ik : Yes. Hij : I want you to be funny when we meet. Ik : Just ask!   http://erwinabbeloos.over-blog.com/  

Erwin Abbeloos
0 0

Vertrouwen

Vertrouwen hebben dat het allemaal oke is. Tot mijn eigen verbazing besef ik dat er meer goed gaat in mijn leven dan slecht. Meestal merk ik dat ook echt aan hoe ik me voel, ik heb geen reden meer om ongelukkig te zijn. Toch zit ik al dagen met angst. Angst dat het niet allemaal zo goed kan gaan en er dus snel iets mis zal lopen.    Met Nick loopt alles eigenlijk super, maar vandaag had hij precies iets minder zin om me te horen. Hij antwoordt al enkele uren niet meer op mijn bericht en ik voel het verdriet en de onzekerheid naar binnen sluipen. Maar ik vecht er tegen, deze keer laat ik er mijn volgende ochtend en/of dag niet meer door verpesten. Ik leer vertrouwen te hebben in hem, in mezelf en in ons. Het gaat beter dan ooit, het evolueert de laatste week alleen nog maar positief en ik zie hem echt graag. Dat voel ik. Als ik iets van hem zie passeren op facebook, als ik zijn naam herken in een film of boek, als ik mezelf erop betrap dat alles me aan hem doet denken en dat dat me gelukkig maakt, besef ik dat ik hem echt graag zie. En wat geniet ik ervan me in dat gevoel te storten, alle liefde te laten binnenstromen en te overdrijven in alles wat ik zeg (net als nu, inderdaad).    Geloof het of niet, ik kan nu beginnen wenen. Als ik denk aan hoe gelukkig ik soms kan zijn, hoeveel kansen ik krijg, hoe graag ik nu leef, dan krijg ik tranen in mijn ogen. Tranen van blijdschap, zeker, maar ook tranen uit angst. Ik ben zo bang dat er iets misloopt. De laatste keer dat ik me herinner me zo gelukkig te voelen was ook de laatste keer dat ik mijn papa levend zag. Hoe zielig klinkt het arme meisje dat de dood van haar papa gebruikt voor alle fouten die ze maakt en alle angsten die ze heeft. Ach ja, ik vraag me vaak af hoe ik zou geweest zijn als hij hier nog was. Waarschijnlijk had ik even veel nood aan aandacht en liefde gehad, had ik het even moeilijk gehad met afscheid nemen, was ik even jaloers en emotioneel geweest. Ik was alleen minder angstig geweest om te verliezen, had me minder noodlottige situaties voorgesteld. Noem me fatalistisch, ik voel me net realistischer.    Ik kan begrijpen dat ik in het vorige stukje niet zo gelukkig lijk, ik verschiet er zelf ook van. Toch ben ik het. En ik ben het beu om dat altijd te benadrukken en te moeten bewijzen. Dus ik stop en ik geniet. Ik stop en ik geniet.

Layla Clarke
0 0