Lezen

Billy Sønderland (3)

De vuilniszak staat buiten en ik zelf ook. Gelukkig is er geen kat, geen kat die op de loer ligt om de zak open te scheuren, alsof er zilveren muizen zouden wonen achter het Gulden Vlies van de Heilige Maagd, en ook geen kat die weet wat er allemaal wél in steekt.   Alles wordt verbrand, bananenschillen, piep- en scheerschuim, flacons met restjes heimweewater, nageboortes van een schommelveulen, van een babydraakje, haakwerkjes, met liefde werden ze gemaakt om er een bierglas op te zetten en ze zwaait naar me, Doesjka, door het raam, onvoorzichtig, met een losse hand.   Op perron één zal hij op me wachten, de trein naar Zeebrugge-Dorp en na een kwartiertje stappen zal ik er zijn, in café The Old Steamer. Het zal een modern vehikel zijn, dat minder kabaal maakt dan de blauwe blokkentrein die even oud is als ik en van Hamburg via Basel helemaal tot in Genua kan rijden.     Als ik het etablissement achter de donkerrode gordijnen binnenstap, zie ik slechts één man zitten. Dat Marvin Gaye ooit in Oostende woonde, weet zowat iedereen, maar de kerel aan dit tafeltje daar, die woont in Zeebrugge en hij moet het zijn: B.B. King!   “Bernd Vanderbilt." Ik stel me voor, geef hem een hand, waarna hij een gebaar maakt, dat ik aan de andere kant van het tafeltje kan plaatsnemen. De dame die achter de toog twee fluitjesglazen droogde, staat intussen aan onze tafel: “Wat zal het zijn?”   Een Safir wil Billy en ik bestel een gueuze, terwijl ik met beide handen over de zachte flanelle van de zetel wrijf en wat te lang toekijk hoe ze haar boezem wat omhoogdrukt in de zwarte beha onder een spannend, synthetisch pulltje.   “Dat het geen hoerenborsten zijn,” zegt ze terwijl ze twee bierviltjes klaarlegt en een spel kaarten op tafel legt, “met de kaarten wordt hier soms gespeeld.” “Manillen,” zegt Billy, “enkel met een Engels kaartspel."   B.B. King, Billy Bagger King of Hearts, deelt de kaarten uit terwijl voor die twee onbetaalbare borsten van Natascha een kraag schuim op een glas bier verschijnt, een gueuze ingeschonken wordt. Billy vertelt over zijn grootvader, Nils Sønderland, een Deense matroos die in Zeebrugge was blijven plakken, aan het vel van Louise De Wachter, die bij de vismijn werkte en dat hij nu de derde generatie is die baggert bij Decloedt, dat het dankzij hem is dat die Chinese containerchepen binnengeraken in de haven.   Ik zie het zo voor me: Chinese mastodonten die de havengleuf zoeken en Louise, die elke avond weer zich de garnaalpelhandjes, het ganse lijf, zorgvuldig waste met citroenwater, want Nils kon elk moment thuiskomen van het ruime sop om in haar een halve aardling, de vader van Billy te verwekken.   “Dat is mijn job,” zo gaat hij verder, “elke dag weer, baggeren, in de haven, en ook buiten de haven, de vaargeul vrijhouden want op de Noordzee staat een sterke stroming, die zand meesleurt en weer afzet. Dat baggeren kost de staat jaarlijks 70 miljoen en wie gaan daar mee lopen: DEME, Decloedt, De Nul.”   Als ik hem uitleg dat ik meer te weten wil komen over het bommenkerkhof voor het strand van Heist, kijkt hij in zijn glas. “Piques troef”, zegt hij. We spelen, we drinken en telkens als hij als eerste aan slag is, legt hij, als hij kan, steevast de hartenkoning, die hij dan telkens aan mijn aas of harten tien verliest. “Merci, drie punten kado,” dank ik hem in het begin nog. Daarna zwijg ik en zegt hij dat een mens soms gewoonweg verliest, terwijl hij de mouwen van zijn hemd oprolt en ik niet vragen durf naar de littekens op zijn polsen.   Van doorvragen over die duizenden tonnen bommen komt niet veel in huis. “Wat interesseert jou dat,” is zijn antwoord en als ik hem probeer gerust te stellen, dat ik geen journalist ben, vraagt hij me: “Wat zijt ge dan wel, of leef je van de ziekenkas? Zoek toch een deftige job! Slijkspuiter of broldumper,” zegt hij smalend en staat dan recht. “Ik moet ervandoor, morgen vroeg op, weer aan de slag op de Vlaanderen Twintig,” en hij verdwijnt in het deurgat.   Ik blijf nog even zitten, raap de kaarten samen. Natascha komt afruimen, ik betaal het gelag en zij haalt de hartenkoning uit het pakje kaarten. “Neem hem mee,” zegt ze met een knipoog, “Slaap er eens over. Vergeet het niet. Engels kaarten, nooit Franse!”       King of Hearts deel 3 van het historische kortverhaal ‘Billy Sonderland’ uit de reeks  ‘Waanhoop’

Bernd Vanderbilt
1 0

Stemrecht vs. stemplicht

De samenleving is een kluwen. De wereld is een grote bol wol en iedereen lijkt de draad kwijt te zijn. Grijpen mensen daardoor naar een houvast? Ik denk het wel. Mensen gaan in onzekere tijden op zoek naar het herkenbare, de gewoonte. Zo stemmen veel mensen steeds op dezelfde partij, vaak uit traditie of ‘omdat de meerderheid erop stemt’. Waarom denk ik dat? Maak kennis met de 18 – jarige Sara. Ze is net meerderjarig en kan vanaf nu dus ook gestraft worden als volwassene wanneer ze iets mispeutert. Ze mag alcohol en sigaretten kopen. Sara mag ook zelf beslissen of ze nog wil studeren. En nog iets: bij de volgende verkiezingen moet ze naar het stemhokje. Eigenlijk wilt ze dat niet. Ze weet niets van politiek, dus ze stemt dan maar voor dezelfde politieke partij als haar ouders. Dat zal wel een veilige en goede keuze zijn. Of toch niet? We zijn vijf jaar later en ik stoor mij mateloos aan mensen die stemmen op een politieke partij, zonder te weten waarvoor de partij staat. Ik heb de kans gekregen om verder te studeren. Op 18 – jarige leeftijd koos ik voor de opleiding ‘Sociologie’. Dankzij die opleiding kreeg ik meer kennis over onze maatschappij en de politiek. Veel vragen en onduidelijkheden kregen een antwoord. Wanneer ik vandaag de dag in mijn omgeving rondvraag hoeveel mensen het partijprogramma hebben gelezen van de partij waarop ze gestemd hebben bij de vorige verkiezingen, is het antwoord vaak “daar ga ik mij niet mee bezighouden”. Kost dit dan zoveel moeite? Begrijp me niet verkeerd. Niet iedereen hoeft dezelfde ideologie te hebben. Meningsverschillen mogen en moeten bestaan, maar ze moeten wel gegrond zijn. In welke mate heeft democratie nog een waarde als de mens een angstig gewoontedier blijkt te zijn? Bestaat er een draagvlak om eens na te denken over het voorstel om stemrecht te reduceren tot stemplicht? Dit systeem bestaat trouwens al in veel landen. Op die manier zullen misschien enkel mensen gaan stemmen die een bewuste politieke keuze hebben.

Sara Bossers
0 0

Heaven and Hell for Gerard

While mister and misses Clementine were waiting in the faintly yellow waiting room, the man started to scratch heavily behind his ear. He turned his head to the left so he would get the right spot. “Stop it Gerard, you’re making me nervous”, his wife said. Miss Clementine was a small woman, with a hair fool of dense curls. Along with her sharp nose, her hair made her look like a grey poodle.   When the doctor called out their name, the couple walked into his office. “You sit down here Gerard”, the wife said pointing to the second chair. The doctor knew the couple all too well. They had come to him ever since they got married, some 40 years ago. The man, of quite a size but with a remarkable small head, smiled at Gerard. “So, what can I do for you?” Mister Clementine opened up his mouth, but it was his wife who spoke first. “Hush now Gerard, don’t tire yourself. I’ll explain it to the good doctor.” She bent over a bit, keeping her hand seated on her lap. “You see doctor, our daughter just bought a house. Right in the middle of James Street. Yes, such a lovely place!” “Well, that’s nice to hear, kids grow up so fast”, the doctor smiled. “Yes, very fast. But there was still some work to be done in the house, so Gerard offered to help. He’s such a handy man, you know that.” Gerard smiled gently, tilting his head a bit sideways. “During his work, he had to get up the roof, but while he was getting up a ladder, he fell down! Right on his head!” The woman touched her soft curls. “Ouch”, said the doctor and looked at Gerard’s head with an investigative frown. “No, you won’t see a thing doctor, it’s his mind that got hurt.” Miss Clementine started to whisper, “I fear he’s broken.”   “What do you mean with broken? He seems fine to me.” “Yes, he seems fine, but there’s just one thing doctor…” The woman paused, staring at her wriggling hands. “What is it?”, the doctor asked. “Well, … Sometimes… Oh my, It’s quite embarrassing.” “Now, don’t you worry miss Clementine. Everything said here is in complete confidence and without judgement.”, the doctor reassured her. The wife looked at her husband and back at her hands. “Sometimes he… starts to shake his buttocks…” “You mean like in a dance?”, the doctor asked surprised. “No, that’s just it, Gerard never dances. I mean, take yesterday for example. I was cooking when he came home from work. Normally he would give me a kiss and watch the telly. But now, he gave me a kiss and stood behind me shaking him behind!”. “Mmmh I see”, the doctor looked at Gerard who was still smiling gently with his head slightly tilted sideways. “Maybe he’s just looking for attention?”, the man suggested. “Unless he hit and damaged a nerve during his fall of course.” Miss Clementine shifted on her chair. “That’s not all doctor… He also makes this noise. When someone’s at the door, the postman for example. Instead of just opening up, he simply stands there making this growling noise.” The doctor sat back, and started to list up all the mental illnesses in his mind.   “But that’s still not all doctor.” “Oh no?”, the doctor lifted his left eyebrow. “This morning, when I got out of the shower, Gerard was shaving himself at the sink. When he saw me in the shower, he fell on hand and knees and came crawling to me…” “Now miss Clementine,” the doctor held up his hand. “Uhm, I’m just a regular doctor, not one of those fancy new sex therapists.” “Oh no doctor! No, it was nothing sexual, I assure you. He simply licked my wet legs and started waving his buttocks again!” The woman shifted in her chair again. “However, there is one thing though…”   Hearing her tone drop, Gerard dropped his head and stared at his shoes. The doctor became weary. “You see, sometimes when I’m walking through the house, Gerard does this thing.” “This thing?” Gerard’s head was sinking deeper and deeper. “Yes, when I’m walking through the house, he comes standing beside me, and falls on his knees.” “Uhu”, the doctor nodded slowly. “And then he grabs my leg and clinches onto it, but he also makes this upwards and downwards movement. “How do you mean?” Miss Clementine looked at the doctor and whispered, “He humps on my leg doctor.” “he humps?”, the doctor asked. “Like a…” “Like a dog yes, like a dog in heat who needs a bitch. And it’s disgusting doctor. You should see the look on his face when he does it.” The woman took out her handkerchief, and dipped her forehead softly. “It’s unbearable. The noise, the licking, the humping. I can’t stand it anymore! I want my nice little Gerard back.” The doctor thought about it for a while. Gerard looked at his wife like he had just taken a beating.   “I might have a solution.” “You do doctor?”, miss Clementine leaned forward with big eyes. “Yes, we simply have to neuter him.” “Neuter him? What does that mean?” “Well, simply pluck the seeds, cut off the bollocks, remove the bricks if you will.” “I see”, the wife wondered about it. “And how will he be afterwards?” “Oh, he’ll be a lot quieter. Maybe he’ll sleep a bit more, gain a few pounds. But the humping will stop for sure. “Oh, that’s good news, isn’t it Gerard?”   The man, who had kept quiet all that time, finally jumped up. “Now wait a minute”, he yelled. “Sit down Gerard, be a good boy now”, Missed Clementine waved her finger sternly at her husband. He sat back down, staring at the ground. His wife looked back at the doctor. “How will we proceed?” “Well, we can operate tomorrow morning if you will. “The doctor started to write down the appointment in his agenda. “But might I suggest you give him some nice treats tonight? It will keep him calm.” He stood up and opened the door for the couple. “That’s a very good idea doctor. Come now Gerard, follow me.” They stood up, and Miss Clementine shook the doctor’s hand. When Gerard passed him, the doctor stroke the poor man’s hair. “Tomorrow it will all be over, don’t you worry”, he said with the most sadistic smile.

Simon Sileghem
0 0

Billy Sønderland (2)

  Ze moet 's avonds in een bestiaal hoofdstukje van Mieke Maaike’s Obscene Jeugd hebben liggen lezen, daar in haar nest in slaap gevallen zijn nadat de hond naarstig gelikt had, en een droom van jewelste gehad hebben.   De wind is geluwd en ze komt mijn slaap- en schrijfkamer binnen, gaat op de rand van mijn twijfelaar zitten. Zoals altijd is haar jonge lichaam bij nacht en ochtendgloren slechts in een XXL T-shirt gehuld en hangt het katoen tot net onder haar lentetuin.   Of ik het erg vind, dat ze alle potjes chocomoes alleen heeft zitten opeten? Dat er nu enkele bruine vlekken zitten op Boons bladzijden. De antwoorden kent ze. Ik zwijg eerst en vraag haar dan om de vuilnis buiten te zetten. “Vandaag ook PMD, karton en papier,” zeg ik, “maar doe het boek nog niet weg.” Aan haar blik zie ik dat er een voor-wat-hoort-wat-spel zit aan te komen.   “Alleen als ik eens warm paardenzaad, van een Arabisch volbloed mag voelen,” zegt ze zonder op haar lip te bijten, “hoe het over mijn buikje loopt en mijn kerststalletje vult.”   “Dan moet ik je teleurstellen,” antwoord ik, dat in de kelder van dit huis geen bokalen met paardenspul staan heb, dat de gleuf in de voordeur voor mensenpost is en ik niet meedoe aan dat kerstgelul.   “Kijk wat je kunt doen,” en op haar tenen stapt ze over de lege flesjes lambiek die naast mijn bed liggen, trekt haar T-shirt wat naar beneden. “Ik zet alvast koffie.”   Voor het verhaal en na lang goede-huisvader-gegoogel vindt hij die zocht: 8000 EUR voor een scheut Arabisch zaad van Quail Ridge Marc “de mooiste van Dubai”, verkrijgbaar in de stoeterij Knocke Arabians van Paul Gheysen, was in 1980 nog tuinaannemer en heeft nu een vermogen van 650 miljoen EUR, vergaard via Ghelamco, met de bouw van immense hangars in Polen, Rusland en Oekraïne. Nu richt hij zich meer op de Belgische markt, voetbalstadions, louche deals met burgemeesters, financieringen via Optima Bank en watermaatschappijen, Charleroi-aan-de-Leie, blablabla...   “Zuiver van bloed, die hengst, zoon van de merrie Sweet Dreams,” zeg ik haar. Ze is naast me komen staan. Met haar handen rond de tas geslagen, leest ze mee van mijn scherm. “Meer bonen waren er niet,” zegt ze en bladert door die Knack van 22 november, probeert nog wat stront van Daniëls knikker te krabben.   Ik klik op afsluiten, sta op, trek mijn pyjamabroek recht. Het zijn die rustige strepen, die barcode van een zebra, die mij rechthouden. Ik moest maar eens een koud bad nemen, er fris gaan uitzien als een noordzeegarnaal in februari.   “Doesjka, laat ons wachten op de winter.” “Ik weet het,” zegt ze, “dan graast hij stilletjes, hier in de tuin, ruikt hij de klokjes.” “Ja, dat ezeltje, met roze laarsjes, en sokken van een geit.”         Knikkerstront en paardenzaad deel 2 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Gewoon....te.... Liefde

GEWOON………………………………TE………………………LIEFDE    ik zie je                                                                                    ik vertel het je  herkende je bijna niet                                                             die ontmoeting  jij ziet mij                                                                                die ongemakkelijk was  Ik zwaai, uit gewoonte, waarom?                                            ik moet het vertellen    Ik zwaai, uit gewoonte, waarom?                                            ik moet het vertellen  je komt naar me toe                                                                hopelijk doet het geen   niet doen                                                                                 pijn, mijn pijn te zien  ik kan niet glimlachen                                                            vanwege iemand anders    ik kan niet glimlachen                                                            vanwege iemand anders  het doet pijn                                                                           tranen in mijn ogen  om wat je deed                                                                       je ziet het, beetje kwaad  nog steeds                                                                              vanwege hem of mij    nog steeds                                                                              vanwege hem of mij  sta je daar                                                                              "Hij is niet over je"   paar beleefde zinnen                                                              ik wel over hem  meer lukt niet                                                                         en toch die pijn    meer lukt niet                                                                         en toch die pijn  ongemak, zo veel ongemak                                                    maar ook geluk  jij voelt het ook                                                                      geluk vanwege jou  je gaat weg                                                                            die me steunt    je gaat weg                                                                            die me steunt  met datzelfde ongemak                                                        die me liefheeft  ik zie het, ik voel het                                                             die ik liefheb  Toch zwaai ik, uit gewoonte, waarom?                                  samen gelukkig                                                                                                  samen gelukkig                                                                                                ondanks af en toe                                                                                                een beetje pijn                                                                                                vertel ik het je   

Dana's plakboek
0 1

Billy Sønderland (1)

Doesjka woont er nog altijd, in het zonnige achterhuis. Een hersenchirurg zou haar logeerkamer, dat bed met spiralen, dons en overtrek met oermotieven omschrijven als “een broeinest, ergens achter het gebied van Broca, een nest met kraaienkuikens, boven in de vezels van de achterhoofdskwab, waar zij te veel ziet maar zelf niet gezien wordt”, en ze roept naar me dat ik naar de Spar moet, "om drank en drugs!”   Ik zeg haar dat ze mij nooit aan de nicotine of marokkanenhennep zal krijgen en zeker niet op deze quade saterdach, want het stormt, stormwinden heersen over het land, stormschade zal er zijn, een overbelaste noodcentrale, en een eik zal ongelukkig vallen, op een krijsend wijf dat loopt te vechtscheiden in het bos. Haar man zal met zachte hand de schors, het mos en het bloed van haar gezicht vegen, haar optillen, op de achterbank van zijn leasingwagen leggen en naar een ziekenhuis voeren. Hoe het zal aflopen weet ik niet, maar Frank had gewaarschuwd: blijf binnen!   Fuck Frank!  Tegen de wind in ga ik. Bladeren, meeuwen, brokken PUR-isolatie van een in aanbouw zijnde residentie vliegen door de lucht, maar ik geraak er voorbij, voorbij de kraan en de nieuwe blok, die nog grijs is, vanbinnen en langsbuiten. Alles wacht behalve ik, rode pakken baksteen op een metser, kalende mensen op de oplevering, op die eerste druppel water uit de sproeikop van de inloopdouche met handgrepen voor wilde rimpelseks en ik hoor haar naroepen, als een echo die op een grassprietje fluit, dat ik bier moet meebrengen, spekkelbrood, kip curry, chips met paprika. “En chocomoes!”   Het moet jaren geleden zijn dat ik ze nog kocht: een flesje Piraat Tripel Hop en een tijdschrift omwille van de kop. Doch vandaag, nu al dat kwaad dreigt onder een grauwe hemel, laat ik me vangen en koop ik de Knack. Vijf euro vijftig cent voor enkele Russische callgirls. “Dat hij daar nooit voor uitgenodigd werd,” houdt de kop vol. Hij kijkt streng, de lippen op elkaar en boven zijn voorhoofd, staat het, dat Trump een fascist is, over de revolutie van de blanke merderheid, dat De Winter het weer eens gaat uitleggen waarom in een hogedrukgebied de windhozen altijd naar rechts, met de klok meedraaien.   “Het waren beschouwingen over populisme, Piet Piraat, het zwakke vlees op pagina 35 en de malse blik van de kassierster die mij aanzetten tot de aankoop van dit tijdschrift,” leg ik uit aan Doesjka, die op het aanrecht gekropen is, de benen niet stil kan houden terwijl ik het bier, de kip, curry, choco, moes in de frigo steek.   Frank heeft gelijk: binnen blijven, cocooning is in. Straks met Doesjka het bad in, schuimbellen blazen en nadat ze zich afgedroogd zal hebben, zal ze zich de mond roden, met de lippenstift een neerwaartse pijl op haar buik tekenen. Daarna en met dezelfde kleine lepel zullen we proeven uit hetzelfde potje, komen er bruine vlekken op haar warme tong, van de chochomoes.   Met haar wil ik immer, blijven leven, uit dezelfde pot eten, zoals weleer, gewoon, pap van twee broden, bouillabaisse van vijf vissen en hij kijkt toe vanuit zijn kader, de grootvader van mijn grootvader, Victor Vanderbilt, wiens foto niet vergelen wil en die me eraan herinnert: vrijdag is het zover, de ontmoeting met B.B. King te Zeebrugge.       Fuck Frank! deel 1 van het historisch kortverhaal "Billy Sønderland' uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Agonie van lust

Ik hoor geschreeuw, geroep en getier. Geklepper onder mijn voeten, veroorzaakt door schoenen die geen kracht meer hebben om de voeten te dragen. Ik hoor gespuis, geruis, geborrel en weer geschreeuw. Zeg me dat je het ook hoort? Zoals een boot die me weg doet drijven, weg van wezenlijkheid, zo ben jij niet de zeilen, maar de zee. Drijft me met de stroom naar waar jij wilt mee. Door stormen, laat jij golven oprijzen en kapseist mijn boot, terwijl ik vasthou aan wat er nog valt vast te houden, maar nader de kustlijn met lege handen. Alles blijkt weggespoeld. Ik kan niet overleven met niets. Ik zou niet kunnen overleven zonder pijn, wat pijn doet, doet leven. Ik weet dat je er bent, ik weet dat je er nog bent. We zullen altijd weer dat verlangen naar wat slecht voor ons is. Ik kom uit dagen waarin pijn slechts bijzaak was, een middel om meer te genieten van genot. Appreciatie voor alles wat goed voelt, toon je met leed. De agonie van lust, de doodstrijd met verlangen, het lijdzaam begeren. Ik wacht op je, zoals geëxalteerde mannen die wachten op hoeken van straten, op meisjes die veel te jong zijn en veel te onbevangen, met veel te lange haren en veel te korte rokjes op veel te late uren. Hoeken van doodlopende straten, plaatsen waar ik steeds opnieuw in lijk te verdwalen. Ik loop dood op vragen. Ik raap de brokstukken, herbouw het wrak met de overblijfselen, lijm ze aaneen met genoegen, hoop dat het genoeg is. Je jaagt driften na en verdrinkt me dan. Dompelt me onder in wat jij noemt het mooiste wat er bestaat. Sirenenzang en ik ben de enigste die het hoort. Wat zou je doen als je jezelf zou zien verdrinken?   Ik weet niet waar te beginnen. Al sinds jij er was, verzamelde je mijn tranen, de zoete en zoute. Je blik deed me lachen, nochtans wist ik dat ik langzaam aan, verteerd werd door jouw vermogen. Dit zou niet mogen, zou niet hebben mogen. Alsof de greep van een kat de vogel jouw te pakken kreeg, greep je me vast met  lange scherpe nagels. Spijkert me vast aan een plafond vol dode en levende vliegen en ik spartel en doe of ik ook vlieg. Listig heb je me daar gehangen, mijn lichaam is vrij maar toch zo bevangen. Kan nergens heen, zelfs niet in gedachten. Ik heb leren toevlucht te zoeken in het wachten op hoop of wanhoop. In jouw grimas zag ik je tanden blinken wanneer je mijn haren door het slijk sleepte en met een wortelrasp de sproeten van mijn huid dacht te kunnen ontdoen. Toen ik zei dat tijd alles beter zou maken, kon je niet wachten, je kon niet wachten op seconden, minuten of uren. Jij wou niet leven in dagen van weken of jaren. De tijd was niet voor jou gemaakt. Je besloot tussen nachten te leven, sloeg dagen over en bewoog urenlang niet. Soms koos je zwart, dan blauw dan roos en weer zwart. Mijn lichaam vertoonde rode, gele en groene vlekken, verouderde blauwe plekken, die soms nooit blauw waren geweest. Zo raakte ik in de war met de tijd en met jou. Je liet me denken of tellers van wijzers, niet meer telden, tijd niet telden, soms wij niet telden, wij niet wijs werden van tijd.   Waarom een nee? Waarom een na als er een ja te krijgen valt? Waarom een ‘niet doen’ als het toch te doen is? Waarom afblijven als alles zo leuk is om aan te raken, tegen jezelf te voelen, je tong en jezelf er tegen te schuren? Schreeuw ja! Ik pers een ja uit. Een vroeggeboorte van wat nooit geboren zou mogen worden. Maar, nu galmt ze na in de kamer, aan iedereen om te aanschouwen. Iedereen wilt het toch? Waarom lijkt iedereen zo haar handen eraf te kunnen houden? Aan het einde van de winter, peul ik de groene harde blaadjes van knopjes van bomen open, groene knopjes, om de bloem nu al te kunnen zien. Ik kon nooit wachten op de warmte van het weer. Ik wil geven, mijzelf overgeven aan mijzelf, jou en de wereld, alles overgeven en mijzelf, mijzelf doen braken. Uitbraken van brandend gal als een beginnend vuur van ongekende gevaren. Ik wil mijzelf dopen tot mijn eigen doopmeter en vader, ik zal voor mijzelf zorgen, zelfs als ik niet meer kan praten. ’S Nachts lig ik wakker en luister hoe de stad haar liefde met mij bedrijft, vanuit mijn bed drijf ik als het ware weg, op de zee die jij bent voor mij. Steden zijn het engst wanneer ze leeg zijn. Iets dat zo bruisend was maar nu zo ontdaan van elk sprankje rumoer en onrust. Ondoordringbare leegtes onder verborgen watervallen galmen na van wat te luid werd uitgesproken. Door de krochten van de stenen doolhoven, ontsnapt er slecht lucht. Ik luister hoe ik stilval en ik voel hoe de zwarte nacht mij meetrekt in zwetende, bonzende bossen, te dichtbegroeid, zodat we beiden tegen elkaar worden aangedrukt door bosbegroeiing. Hier verdwalen we niet, we volgen sporen van warmte in het duister, ik luister (3x).  

Anna Borodikhina
24 0