Lezen

Zondebloemen (7)

Ze rekenen af, Lewis zijn ferme prenten (van Pepper Powel, Machine Gun Kelly, Winnie Garnett en Penny Page), Roeland drie exemplaren van Anneke en Teefje, gesigneerd door de the writer himself, Mike Van Hulle. Roeland had er graag ook een handtekening op gezien van de tekenaar, Benny Weensteen, maar waar Benny momenteel uithangt, weet Mike niet. “Mollen aan het vangen, in een gang onder de grond, het is nu zomer en ze leven minder diep,” zegt Mike lachend.   Ze verlaten het lugubere pand. In sommige dozen hebben ze niet eens gekeken en Lewis wil Roeland in ‘le Clocher' trakteren op een glas kabouterbier uit Achouffe om te toasten op het heengaan van de blauwe gnoom.   Terwijl de barvrouw, voozien van een klokkenspel als een zwangere okapi, met een biermes het schuim op hun glazen een kopje kleiner maakt, leest Roeland de toeristenfolder die hem in de handen gestopt werd door een man (met snor en vernikkelde brilmontuur):   geleide rondleiding in de nauwste spleten van Ham op mosselen vissen aan de oevers van de Semois gratis naailessen in de abdij van Soleilmont kinderspelletjes plus clown in de kelders van Sars-la-Buissière snorkelen bij de watervallen van Coo   “Van een flauwe plezanterik, dat foldertje,” zegt Lewis terwijl hij een peket de Namur bijbestelt en er een bordje koude bloelingschijfjes bijkrijgt, “en nu nog een plaats vinden om te overnachten.” Ze betalen het gelag en vertrekken richting Revogne. Onderweg in de bossen van Daverdisse is er een wegomleiding, en houdt een boswachter de Simca tegen: “dat ze de omleiding moeten volgen en als ze weer op de N355 komen, ze dan best niet afwijken van de hoofdweg. In de bossen van Daverdisse liggen de everzwijnen te creperen van de jeukpest!”   Lewis zet de radio op en terwijl ze luisteren naar ‘Je t’aime moi non plus’ van Gainsborug, denkt Roeland aan tante Gladys, aan de paarse bloemen van haar aubergines met die stamper als een veel te grote clitoris.   “Jeukpest is niet eens besmettelijk voor de mens,” zegt Roeland en Lewis moet fors bijsturen om in een bocht de tegenligger, een donkerblauwe Magirus, te ontwijken. “Hoe weet je dat?” wil Lewis weten. “Mijn vader vervoerde tientallen zwijnen met de jeukpest. Aan een touw rond hun achterpoot sleurden we ze in de kamion en we voerden ze naar Sijsele, waar ze gewoon in worst gedraaid werden. Van Hoornweder stond in zijn handen te wrijven. Geen cent voor betaald, geen mens die het proeft, geen mens die er ziek van wordt, zei hij tegen mijn vader.”         Geen okapi’s te Daverdisse deel 7 van ‘Zondebloemen’ uit de reeks  ‘Roeland Wittebolle’

Bernd Vanderbilt
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Zondebloemen (6)

Rechts voorbij een automobielenfabriek en een gillende meisjesbus, links voorbij een pampermanufactuur en een lijkwagen met verstorven banden, dwars door een gesplitste kieskring, over viaducten, asfalt en volle strepen. Het is een bundeltje ‘best of’ dat aan Roelands voeten ligt. Eva Eden, Irma the Body, Michelle Angelo en Bambi Leigh. Pas aan het vierarmenkruistpunt, waar een stapel Smart-voituurtjes in een glazen koker het Zoniënwoud probeert te overstijgen, komen ze in een file te staan. Roeland kijkt door het raam van de Simca en alles lijkt er op een rij te staan:   Adonis op een Kawasaki Kevin op zijn driewieler plofkipsoldaten in een Unimog vijf prinsessen, tiental peertjes, glazen muiltjes in een overvolle koets moeder met een kruiwagen op het logo van een bouwbedrijf een beestenwagen met elf paarden en één dode poney   “We moeten het bord E411 volgen,” zegt Lewis. Ja de E411, de autostrade naar Stockem en Arlons, die begint na die scherpe bocht en net voorbij die blinde darm, die er als betondiarree uit de aars van Brussel begint te druipen, richting Luxemburg, waar de blanke goegemeente zich met zwart geld de reet schoonveegt.   Lewis moet er remmen, daar in die bocht bij Jezus-Eik en als hij volledig stilstaat, stapt ze in via het rechter achterportier van de Simca, gaat midden op de achterbank zitten. June Palmer herself, in slechts wat zwarte lingerie. Ze spreidt zich de benen en de bijzondere lucht van een nylon poes slaat hen rond de oren. Lewis knipoogt naar haar in zijn achteruitkijkspiegel en als ze haar onderste ledenmaten één voor één tussen de voorzetels steekt, weet Roeland instinctief dat hij die naaldhakschoentjes uit moet trekken. Hij moet aan tante Gladys denken, hoopt dat ze zich niet laat naaien bij die kunstsmid te Poperinge.   June slaakt een zucht van opluchting nu haar voetjes niet meer gekneld zitten en al gauw hangt de zwarte tule van een even donkere beha over de schouder van Lewis. Dat ze niet onderweg zijn naar een beurs voor kwekers van exotische bonen, vertelt Roeland haar, terwijl hij haar zuignapjes bewondert. Te opzichtig misschien, want het lijkt alsof ze haar handen voor de boezem brengt, om er een grote hostie te breken.   Roeland kijkt weer voor zich. De Scania voor hen vervoert varkens en een jonge beer steekt zijn kop door de opening in het achterberd, terwijl June de armen spreidt en haar vingers over de rug van de achterbank glijden, om daarna haar benen nog meer te spreiden en haar tintelteentjes onder de voorstoelen te schuiven.   Lewis rijdt een parking op (van de Aire de Services te Bierges) en tankt de Simca vol. “Rij jij maar verder,” zegt hij tegen Roeland, die uitstapt en plaats neemt achter het stuur. Lewis stapt achteraan in, via het linker achterportier en neemt er plaats naast zijn eeuwige liefde. Roeland schakelt en vindt de versnellingen. Pas als de Simca op volle snelheid is en een volgende helling afbolt, kijkt Roeland in de achteruitkijkspiegel. June en Lewis zijn verdwenen. Het is de blauwe kabouter, die al die tijd in de koffer opgesloten zat, die nu smalend naar hem lacht, zonder ogen, zonder broek. Hij zit aan zijn minipietje te trekken en naast hem liggen een zwarte beha, een ongeopend blik witte bonen (gnomenklootjes in tomatensaus) en ook een stel verleidende ogen, op de cover van Kamera n° 32, photographed by Harrison Marks, featuring June Palmer.   Een gsm rinkelt. Die van Roeland. “Hoe je het, duizend borsten en bananen, in je kop haalt om me achter te laten bij die Esso,” roept Lewis door het toestel. “Ik dacht dat je met haar op de achterbank lag,” antwoordt Roeland. “Ik op de achterbank? Met haar? Met wie? Keer terug, jij geile ukkepuk!” waarna Lewis neerlegt en Roeland naar derde terugschakelt. Via de afrit Waver maakt Roeland rechtsomkeer en als hij weer bij de Esso van Bierges is, trekt Lewis een achterportier open, grijpt de zwarte beha bij de lintjes en de kabouter bij de keel. Hij blijft knijpen en als die blauwe dwerg de pijp uit is, rolt hij hem in de beha en kiepert hem in een vuilnisbak.   “Niemand zit nog met zijn fikken aan dit stuur, behalve ik, en zeker niet zonder rijbewijs,” schreeuwt Lewis, terwijl hij met zijn linkerhand op het stuurwiel slaat, daarna een zakfles uit zijn jas haalt en wat jenever naar binnen kapt. Hij slikt, herpakt zich en zegt: “Gij dreutel, gedomme, hoe is het mogelijk?”. Hij houdt zijn vuist twee seconden lang tegen Roelands kin, start dan de Simca en ze rijden verder, richting Redu.   In Redu parkeert Lewis zijn vierwieler naast ‘Mike & Benny’, een winkeltje in een kramikkelig pand naast een poelier. In de rekken staan en liggen, hangen roze jurkjes, balletbroekjes, macaber zijn de maskers, en vooral veel brol, kettingen en nagels met een punt, zelfbouwdozen voor een spijkerbed, lederen corsetten, riemen voor een hond of elf en nog meer klit en kluwen. Het is hier een echte augiasstal, denkt Roeland bij zichzelf.   “Mein friend Lewis!” roept Mike als hij Lewis ziet en klopt hem op de schouder. “Ik wist niet dat je een soon had,” gaat hij verder. “Deze picaro is de neef van een vriendin,” zegt Lewis terwijl al in een stapeltje vergeeld naakt begint te snuisteren. “Lewis een friendin?” lacht Mike en wijst Roeland een stapel stripverhalen aan. “Hier, fripouille, van mijn hand!”   Roeland knikt en leest het voorblad : De avonturen van Anneke en Teefje, Kelderzipken en de zijnen, tekeningen van Benny Weensteen en tekst van Mike Van Hulle.         Kelderzipken shags Bambi Leigh deel 6 van ‘Zondebloemen’ uit de reeks  ‘Roeland Wittebolle’

Bernd Vanderbilt
30 0

Halt aan milieu- en veiligheidsapathie! Maar hoe?

Hoe kan je mensen aanzetten tot milieuvriendelijk en veilig gedrag? Steven Vromman, bekend van de documentaire en gelijknamig boek“low impact man”, legt uit hoe we milieu – en veiligheidsapathie tegen kunnen gaan in organisaties en daarbuiten.    Gedrag: moeilijk te veranderen De continu verbeterende technieken en productieprocessen staan toe om bv. meer energiezuinige of gerecycleerde producten te ontwikkelen. Ook in de wetgeving worden er bepaalde verplichtingen opgelegd die het milieu ten goede komen. Organisaties kunnen via procedures zelf milieuvriendelijke regels opleggen. Maar wat uiteindelijk moet veranderen, is de attitude en het gedrag van de mensen zelf. En dat is net de grootste uitdaging.  Verschillende factoren kunnen belemmeren dat we ons niet milieuvriendelijk of veilig gedragen: gebrek aan budget, tijd, kennis of interesse, of het idee dat men niet verantwoordelijk is voor het probleem, … Hoewel er heel wat argumenten circuleren die pleiten voor milieu – of preventieacties, hebben deze vaak weinig invloed op ons gedrag.   Waarom is het zo moeilijk om menselijk gedrag te veranderen? Dat verklaart Steven Vromman aan de hand van enkele mechanismen in ons brein, zoals:  Onbewuste intuïtie: ons gemoed bepaalt in grote mate ons gedrag, terwijl we argumenten bewust verwerken in plaats van onbewust.  Default bias: het nemen van de “standaard” keuze is het gemakkelijkst. Eens we een gewoonte hebben, is het moeilijk om die af te leren.  Asymmetrische informatievergaring: we hebben meer oog en oor voor informatie die onze huidige opinie bevestigen, en negeren tegengestelde meningen. 5 tips om milieuvriendelijk en veilig gedrag te stimuleren Hoe kunnen we het hoofd bieden aan deze hardnekkige mechanismes en toch overgaan tot een gedragsverandering? Onderstaande tips van Steven Vromman kunnen helpen om de medewerkers te overtuigen. De centrale boodschap luidt: betrek je medewerkers in het veranderingsproces.  1. Maak er een participatief project vanLuister naar je medewerkers en communiceer transparant naar hen toe. 2. Verander stap voor stap Een verandering wordt als minder drastisch ervaren, als ze in kleine stappen wordt doorgevoerd. Door te starten met een proefproject, kunnen de medewerkers kennismaken met het idee en is er nog ruimte voor het geven van feedback voordat het project officieel van start gaat.    3. Maak engagement openbaar en toon zichtbare appreciatie Zorg ervoor dat de medewerkers openbaar hun engagement kunnen tonen. “Dagen zonder vlees” en “10.000 stappen” zijn voorbeelden van projecten die op dat openbaar engagement inspeelden en zo een groot succes werden.  Zorg bijkomend voor zichtbare appreciatie, bv. in de vorm van een beloning, voor de medewerkers die het goede voorbeeld geven. Zo kunnen ze achterblijvers over de streep trekken.    4. Focus op het gewenste gedrag Formuleer “sociaal bewijs” op een positieve manier, ofwel: leg de nadruk op de personen die het gewenste gedrag reeds vertonen. Als u communiceert dat anderen een bepaalde gewenst gedrag vertonen, vergroot de kans dat de medewerkers dit gewenste gedrag ook zullen aannemen. Bovendien formuleer je zo’n boodschap best niet te algemeen, maar zodanig dat ze heel dicht aanleunt bij de situatie van de ontvanger.  Bv. Hotels die de boodschap in de kamer melden: “gebruik uw handdoek meer dan een keer voor het milieu”, zullen meer succes hebben als ze de boodschap op volgende wijze formuleren: “60% van de hotelgasten hergebruikten in deze kamer hun handdoek.”  Voorbeeld in de bedrijfscontext: “Reeds 40% van uw collega’s dragen hun veiligheidsschoenen waar nodig.”  Als u beeldmateriaal wil verspreiden, werkt het om duidelijk het gewenste gedrag te tonen in een relevante context, zodat de medewerkers zich gaan identificeren met de boodschap. Een mooi vormgegeven affiche kan afleidend werken, als ze niet de focus legt op het gewenste gedrag.    5. Maak het milieuvriendelijke of veilige gedrag aantrekkelijker dan het bestaande Een verandering aantrekkelijk maken, kan bv. door een spelelement toe te voegen. De Cases van the fun theory bewezen reeds hun effect: bv. met een opvallende zeepdispenser wassen mensen hun handen meer na het toiletbezoek dan met gewone zeep.   Bekijk de filmpjes van The Fun Theory via de filmfiches van senTRAL.      Dit nieuwsbericht is gebaseerd op de sessie “Halt aan milieu- en veiligheidsapathie!” van Steven Vromman, op het HSE World Event 2016.  Meer info kan u terugvinden op de website van Steven Vromman: Low Impact Man. 

Kristelw
0 0

Artikel pensionering Mie

Het “Decreet betreffende het Nederlandstalig Openbaar Bibliotheekwerk” dat in 1978 goedgekeurd wordt, legt gemeenten en provincies strikte regels op. Om kwaliteit en spreiding te kunnen garanderen bevat het decreet strikte regels voor financiering, erkenning en erg veel detailregels. Ook het personeelskader en de aanwervingsvoorwaarden worden vastgelegd. Een bibliotheekdiploma wordt noodzakelijk geacht, bibliotheekscholen opgericht.In die context begint Mie Van Boxem haar carrière in de bibliotheeksector. De licentiate geschiedenis behoort tot één van de eerste lichtingen afgestudeerden aan de bibliotheekschool in Antwerpen. Eerst als bibliothecaris en later als docent maakt zij vanop de eerste rij de ontplooiing van de openbare bibliotheken mee. Vandaag gaat Mie op pensioen. Hoewel op de achtergrond, de rol die zij de voorbije vijfendertig jaar speelde, was vaak cruciaal voor studenten, collega’s en bibliotheken.Na haar afstuderen gaat Mie begin jaren ‘80 aan de slag bij de openbare bibliotheek van Deurne. Jong, ambitieus en bevlogen start ze bij de jonge garde in een team van oude rotten. Omdat elk tijdsgewricht fricties geeft, gaat dit niet zonder slag of stoot. Wanneer zich in 1984 de kans voordoet om bibliothecaris te worden in Kalmthout, gaat ze ervoor.Mie maakt in die periode deel uit van het bibliotheekkoppel. Zij met twee voeten in de praktijk, hij aan de knoppen bij de beroepsvereniging. Voor haar een uitgelezen positie om de openbare bibliotheek van Kalmthout te boetseren naar de nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Afscheid nemen van de cultuur van de vrije bibliotheekjes, een bekwaam personeelskader uitbouwen in een voltijdse bibliotheek. Als eerste bibliothecaris in deze kleine gemeente, heeft ze hier een flinke kluif aan. Eerste mijlpaal in haar carrière is absoluut de bouw en inrichting van de huidige bibliotheek die in 1996 geopend wordt. Nadat ze de professionalisering in de bibliotheek van Kalmthout op de kaart heeft gezet, verandert Mie haar focus en gaat in 1997 aan de slag, eerst als docent en later ook als coördinator van de twee bibliotheekopleidingen, SCVO Pestalozzi en SCVO-Sité (Encora), in Antwerpen. Het is in deze rol dat zij voorgoed haar stempel op de bibliotheeksector drukt.Het netwerk aan contacten dat ze tijdens studiedagen en -reizen opbouwde, zal de komende jaren enkel maar uitbreiden, en vooral verdiepen. De kunst om de cultuur van een huis te begrijpen en te doorgronden, heeft ze volledig in de vingers. Mie staat bekend als iemand die kritische vragen stelt, in de diepte luistert en daarop reflecteert. Zowel als mentor, docent als coördinator wordt ze gerespecteerd om haar ernst, principes en inzichten. Maar bovenal wordt zij geprezen voor haar mensenkennis. Elke student die de afgelopen twintig jaar in Antwerpen de bibliotheekopleiding volgde, is door Mie gevormd. Intervisie, stagegesprekken, een babbeltje voor of na. Zowel bij de initiatie als het graduaat worden mensen gecoacht naar competenties en sterktes en uitgedaagd om dat extraatje er ook uit te halen. Deze kwaliteit gecombineerd met haar inzicht in organisatieculturen én haar zorg voor de bibliotheeksector, maken van haar een sleutelfiguur, een rode draad door de professionalisering. Generaties mensen gevormd, de juiste persoon op de juiste plek.  Niet op het voorplan maar wel cruciaal voor de ontwikkeling van studenten, opleidingen en bibliotheken. Bedankt om de professionalisering van de sector op zo’n warme, menselijke en ambitieuze manier mogelijk te maken.Bedankt Mie, en veel succes bij je nieuwe plannen en dromen.

Margot
1 0

De nacht

Die gedachten waarop nachten kunnen breken, verblind door een gebrek aan licht en high van hun eigen duister. Een sombere overpeinzing komt altijd onverwacht. Ze rijt elke jonge nacht, onervaren in haar veelvoud aan mogelijkheden, moeiteloos aan flarden. Amper opgewassen tegen wie geen aandacht heeft voor nachtelijke pracht. Zelfs in het meest volmaakte duister heb je zwartkijkers. En de nacht zet poorten open, laat niets of niemand buiten, dronken door een macht van tolerantie, een drang naar experiment als een dodelijke cocktail. Als stomende seks kan, dan kan ook verkrachting. Als liefde en behagen, dan ook woede en verwarring. Hier krijgt iemand een ingeving, ze wil haar man verrassen. Daar drijft de rommel in zijn hoofd een man naar drank en zelfmoord. Hier woedt oorlog, daar groeien tweede kansen. Hier feesten als de beesten, daar een spuit in de aders. Gekker moet het niet worden, dacht de nacht bij zichzelf, en toen werd het nog gekker. Gierende banden. Een Nissan die zich rond een lantaarnpaal drapeert. Vrouwen nagefloten, ze negeren, krijgen slaag. Wat had je aan? Honden verscheuren elkaar voor hun baasjes vermaak. Een eenzame man die zijn allerlaatste adem uitbraakt. Een dronken val van zes hoog. Een gooi naar macht. Een betoog. Kristalnacht. Lange messen. Een popster vermoord. Een baby doodgeboren. De schemering was zwanger van beloften en van kansen, maar de nacht brengt alle duivels aan het springen, aan het dansen. De nacht snuift lijntjes sterrenstof, voelt zich groter, kan meer aan. Als een zaadje in de hersens groeit een inval tot een daad. En met spijt in hun ogen zeggen zij het was de coke, het was de drank. Maar het was de nacht, onverantwoord, die de rede had verpacht. Het was de nacht, opstandige puber, onstuimig, ondoordacht. De omvang van de schade die ze toelaat had ze nauwelijks verwacht. Het was de nacht, wanneer alles nep en schijn en verdacht. Arresteer de nacht. Veroordeel de nacht. Die junkie. Die hoer. Die gangster. Moordenaar. Bedrieger. Leugenaar. Messentrekker. Manipulator. Pak haar alles af. Trek haar bij de haren. Sleep haar over de grond. Het is de dag die onze zelfoverschatting weer verstomt.

Gert Vanlerberghe
3 0

Zondebloemen (5)

Eerst cirkelen ze nog de ijzervogels, vliedend boven het witte veld, waar in het midden kuit van felrode forellen ligt, meer dan een handvol, tussen de duizenden edelweissjes, net als een merkpunt in Japanse grinttuin, waar van onder elke kiezel een witte bloem kroop, kleurloos als de dood.   Niet Attis, maar de macabare handen van Florimond hebben er een slagnet klaargezet, de rode visparels erin gelegd en hij wacht, in een hazelstruik, tot ze neerstrijken en het net toeslaat.   Het is Chione, godin van de sneeuw, die de ijsvogels redt. Vlokken dwarrelen neer en de rode kuit verdwijnt onder een laag sneeuw. Florimond ontsteekt in woede. Furieus is hij, zijn oogaderen spatten en het bloedt druipt van zijn gezwollen kop, drupt in de sneeuw, lokt een condor, die hem als een reuzenspecht de schedel openhamert, de gruwel, zijn hersenen en de foetus van de Hydra eruit pikt en wegvliegt.   Roeland daalt en landt, stapt uit zijn kleine zeppelin. Zijn beide armen steekt hij omhoog, strekt ze in de vrieslucht en slaakt een kreet van bevrijding naast het lijk van zijn vader.   Op zijn sleutelbeen voelt Roeland een hand, van Chione, die hem sneeuw aanreikt, waarmee hij zich de geest reinigen kan en ze leidt hem mee. Hij zweeft en kleeft aan haar zuivere sluier. Verslingerd raakt hij, zoent haar in het bos van de minne.   Chione, rein en wit, hunkert naar zijn wilde kleuren, kleedt hem uit. Hij voelt haar lichaam warm worden en zijn geslacht zwelt, glijdt tussen haar dijen, eksters tikken op het raam en Roeland schrikt wakker.       Roeland laat Gladys los. Lewis werkt hier en daar het rood en het wit nog wat bij op het schilderij. “Het is geen Oidipus en Iokaste geworden,” zegt Lewis maar dat lag niet aan mij.   “Wat kan ze heerlijk fluisteren...” Veel meer kan Roeland niet uitbrengen en tante Gladys trekt wat velletjes wc-papier van het rolletje, wrijft Roelands zaadcellen uit haar rosse driehoekje en haar lippen zeggen in zijn blozende oor: “Het geeft niet, jongen, ik vergat zelf te stoppen bij het wegvliegen van de condor.”   Ze schenkt hem en Lewis nog wat jenever in. “Als mijn Simca starten wil, rijd ik zachterdag via Rochefort, helemaal tot in Redu. Misschien vind ik er nog wat exemplaren van Kamera of zit June Palmer op me te wachten in l’Auberge du Désir,” zegt Lewis.   “Redu, het boekendorp?“, vraagt Roeland. Gladys knikt en strijkt Roeland door het haar, “en June Palmer stierf tien jaar geleden,” gaat ze verder, “het is gewoon een nare necrofiel, die Lewis!”   Lewis lacht en zegt: “Rij met me mee. We kunnen er overnachten. Een weekendje uit, samen, als een klavertje drie.” Roeland knikt en Gladys vindt het een goed idee: “Neem hem maar eens mee naar die berg schimmelboeken. Zelf kan ik niet. Ik moet naar een kunstsmid te Poperinge.”   “Om haar kuisheidsgordel te laten repareren,” zegt Lewis, die zijn glas achterover kapt.         Kuit voor de vogel deel 5 van ‘Zondebloemen’ uit de reeks  ‘Roeland Wittebolle’

Bernd Vanderbilt
0 0