Lezen

Melancholie, mijn eeuwige vriendin

Ergens in het duister van mijn hoofd kwam jij door een vonk tot leven Stil in een hoek wachtend tot je nodig was   De regen viel Donkergrijs en wolken Angst en troost zocht ik diep vanbinnen Mijn hoofd en tranen op je schouder Wachtend  op de terugkeer van het licht   Een tipje van de sluier een waakzame blik om de hoek   Onverbiddelijke melancholie duwde me weer naar buiten om groot te worden zo zonder haar in mijn eenzaam - zijn Wachtend tot ze weer nodig was.   Niet meer, niet minder en toch veel te lang liet ik je wachten tot ik niet meer zonder kon Verlammende stormen in mijn ziel jouw hand nam de mijne op weg naar de oorverdovende stilte. Een blik in het ongewisse waarvan ik het bestaan niet ken.   Lieve Melancholie, als een schaduw aan mijn zijde samen in een doolhof dat het leven zou moeten zijn. Verdwaald en toch niet verloren ergens in het midden een heel klein licht.   Melancholie, mijn echte vriendin. je liet me los, liet me gaan. Je zag het verdriet maar ook de vreugde woekeren in mijn ziel   Op een afstand zag je hoe ik groeide, hoe ik opnieuw leerde staan.   Eindeloze stormen Donder, donker en lang Zonder duister hoekje om te schuilen Heel klein en zo ontzettend bang. Het zwarte onkruid in mijn ziel brak me in duizend kleine stukken. en nooit meer helemaal heel.   Fladderend, kloppend klein hart naast het mijne. Melancholie, mijn duistere vriendin, schaduw aan mijn zijde Een warme glimlach en ik toon je de mijne.   Melancholie, mijn eeuwige vriendin Wees mijn duister kantje dat niemand echt kan zien. Geef me vreugde en de liefde en dat beetje gezond verdriet. Zonder dat kan niemand leven zonder dat kan een ziel een mens nooit echt overleven.  

Jasmien
0 0

Het verschil is ..... ORIGINALITEIT !

Als we op zoek gaan naar verschillen, is het dan niet juist de dingen die "anders" zijn die we er uit halen ? Het nieuwe verschil of het oude verschil blijkt uiteindelijk juist hetzelfde te zijn. Steeds weer wordt er gestreefd naar originaliteit en dat is juist wat iets aantrekkelijk maakt.  Je kan er van houden of het verwerpen.  Je kan bljven vast zitten aan je oude gewoontes, je origine, je veilig voelen door niet uit je cocon te stappen. Maar dan zoek je zelfs geen verschillen of originaliteit. Je houdt er van hoe het is.  Mensen die op zoek gaan naar originaliteit, zoeken naar verschillen. Neem nu onze multi-culturele samenleving. Je kan blijven hangen en zeggen : Ik ben Belg en dat is mijn cultuur en mijn gewoonte en ik stap daar niet vanaf ! Of je kan zeggen : Ik woon tussen verschillende culturen en wil daar iets van opsnuiven. Misschien zelfs iets van leren begrijpen, misschien zelfs iets van leren. Eén van de voorbeelden is het koken. Veel mensen zijn constant op zoek naar nieuwe recepten en vinden dit in de buitenlandse keuken. We hebben bijna de hele wereldkeuken in ons land en dat geeft toch aan dat veel mensen (zelfs onbewust) honger hebben naar nieuwe dingen. Naar het verschil met eigen keuken, naar originaliteit in een andere keuken. En als we de "andere" keuken gaan combineren met eigen keuken, hebben we toch iets origineels gecreëerd ? Uw stoofvlees is lekker, maar het verschil is dat ik in het mijne nu Oosterse specerijen gebruik . En dat maakt mijn recept origineel.  Een verschil wordt ook gecreëerd door evolutie. In het schrijven bijvoorbeeld is het toch normaal dat er steeds weer verschillen komen om de zoveel tijd. Ten eerste is er uiteraard het aspect zoals eerst reeds aangegeven. De mens zoekt naar originaliteit in wat hij creëert. Aldus ook een schrijver. Ten tweede is er de verandering van tijdsgeest. We leven nu eenmaal in een wereld van verandering. Het multi-culturele, nieuwe wetten, emancipatie, technische evolutie, aanpassen van de taal (nieuwe spelling, nieuwe woorden), enz. Er leeft zoveel rondom ons dat we er kunnen blijven bij stil staan of dat we er in meegaan. Natuurlijk beïnvloedt dit alles onze manier van leven, denken, schrijven.  Dit leidt tot het verschil annex diversiteit annex ORIGINALITEIT .

Bjorn Vermeulen
23 0

2 teksten: Interview Joost Van Hyfte, Boer&Tuinder // Reportage herfst in de Ardennen, Hippo Revue

Joost Van Hyfte, van Nora de koe tot de KBC-Innovatieavonden   Kok en komiek, en daarnaast ook een beetje knutselaar en innovator. Dat is Joost Van Hyfte. Deze Oost-Vlaming zal vijf avonden lang de KBC-Innovatieavonden aan elkaar praten. Wij mochten eerder al met Joost op pad om de tien innovatielaureaten te gaan bezoeken. Het werd een amusant parcours.   Joost op de boerderij, het is eens wat anders dan op een podium. Vind je het fijn bij deze innovatieve land- en tuinbouwers langs te gaan? “Ik vind het fantastisch. Mijn vrouw daarentegen houdt haar hart vast bij elk bezoek dat ik doe. Ik heb al als kind een liefde voor John Deere en zij vreest dat ik op zo’n landbouwbedrijf de smaak helemaal te pakken ga krijgen en meteen kleine tractor of zitmaaier of iets dergelijks thuis zal komen, zelfs al is mijn gazon daarvoor lang niet groot genoeg.” De vrees is toch niet geheel ongegrond, want je brengt wel eens vaker eigenaardigheden mee naar huis? “Ik heb nog niet zo lang geleden een kermiskraam gekocht, dat vroeger werd gebruikt voor het eendjes vissen. Dat wil ik ombouwen tot een dessertenviskraam! In plaats van het zwemwater van de eendjes komt er een rail met daarop verschillende dessertjes die je dan kunt opvissen. Het wordt ongetwijfeld een topattractie op feesten. Idealiter komt er dan nog een draaimolen naast te staan, maar ik heb de juiste nog niet gevonden.” Uiteindelijk is Joost zonder impulsaankopen thuis gekomen van de tien bezoeken, maar stelen met de ogen kan natuurlijk wel. “Ik heb al lang problemen met mijn kippen thuis. Ze leggen hun eieren overal waar het niet moet, of ze leggen ze in hun nest en bedekken ze dan met een laag mest. Geen van beide scenario’s is handig. Op een bedrijf waar we voor een heel andere innovatie waren, ontdekte ik een manier om kippen naar het nest te lokken en om de eieren op een makkelijke en propere manier uit het nest te halen. Mijn volgende project zal de ombouw zijn van mijn kippenhok, zodat ik dat systeem ook in de praktijk kan brengen.” Van waar kunnen wij Joost Van Hyfte kennen? “Ik ben kok van opleiding en heb jarenlang in de horeca gewerkt. Intussen ben ik al enkele jaren fulltime bezig met comedy. Op tv werkte ik onder andere mee aan Zonde van de Zendtijd en was ik publieksopwarmer bij bijvoorbeeld Extra Time, De Slimste Mens, De Laatste show, … Mensen uit de buurt van Zelzate kennen mij misschien ook als één van de bezielers van Tklooster. Dit oude klooster is nu een podium voor voornamelijk stand-up comedy.” Zonder in detail in te gaan op de winnaars: welk bezoek is jou het meest bij gebleven? Van welk bedrijf of welke persoon was je het meest onder de indruk? En waarom? “Ik was van twee bedrijven bijzonder onder de indruk. Het eerste bedrijf waar we zijn gaan draaien vooral omwille van de persoon. Die straalde zoveel positiviteit uit. Ik had trouwens ook het gevoel dat ik hier aan het interview echt iets kon toevoegen. Door ervoor te zorgen dat de landbouwer op zijn gemak is en door de juiste vragen te stellen, wordt het verhaal nog boeiender. Een tweede bedrijf dat mij meteen aansprak houdt zich bezig met een innovatie waar niet alleen de mens, maar ook de bijenpopulatie wel bij varen. Het bedrijf voelde heel professioneel aan, en het idee zelf is iets waar ik persoonlijk echt in geloof. Ik denk dat dit soort innovatie het verschil kan maken.” Ik zag jou tijdens de opnames van de video’s bij de innovatielaureaten af en toe je notitieboekje nemen om een of ander citaat of opmerking te noteren. Is dat hoe jij altijd werkt? Is het belangrijk om onderweg dingen op te pikken? “Ik heb altijd mijn notitieboekje op zak. Soms geeft een kort, leuk citaat aanleiding tot een belangrijk deel van mijn show. Tijdens de bezoeken aan de innoverende landbouwers heb ik meerdere keren iets genoteerd. Tijdens de KBC-Innovatieavonden zal ik met hen een gesprekje hebben. Het is ook altijd leuk om naar zoiets te verwijzen. Dat zorgt ervoor dat het gesprek veel vlotter verloopt. We kennen mekaar ten slotte al.” Heb jij een band met landbouw of platteland? “Zeer zeker. Als kind mocht ik bij een boer in de buurt gaan helpen, bijvoorbeeld bij het hooien. Het was een melkveebedrijf en zij deden mee aan prijskampen. Eén van hun koeien heette Nora. Dat prijsbeest was mijn favoriet. Nora was een heel zachte koe, en ik mocht met haar deelnemen aan de prijskampen. De medailles die we daar behaalden, hebben nog jaren op mijn kamer gehangen. Er moet trouwens ook ergens een foto bestaan van mij al slapend tegen Nora aan. Ik was naar de wei gegaan waar zij lag te rusten, en ik had mij erbij gelegd. Ik werd wakker omdat de hele boerenfamilie rondom ons stond om een foto te nemen. De foto zelf heb ik jammer genoeg niet. Als kind wilde ik ook heel graag boer worden, maar later besefte ik dat je daarvoor land nodig had, en dat was geen optie. Dierenarts dan maar, tot ik doorhad dat je daar heel lang moest voor studeren. Uiteindelijk ben ik kok geworden, een beroep dat toch ook heel dicht staat bij de land- en tuinbouw.” Wat mogen we van jou verwachten op de KBC-Innovatieavonden? “Goh, mijn rol is eerder beperkt. Ik ga proberen om goede gesprekken te hebben met de laureaten en natuurlijk probeer ik de innovaties zo goed mogelijk voor te stellen.”   KADER: De 10de Innovatiecampagne kent haar winnaars! De KBC-Innovatieavonden zijn het sluitstuk van de innovatiecampagne van het Innovatiesteunpunt. Uit meer dan 100 ingezonden ideeën heeft de vakjury 10 laureaten geselecteerd. Het zijn allemaal ideeën die ontwikkeld zijn door een land- of tuinbouwer en waaruit ook jij inspiratie kan putten. Op deze KBC-Innovatieavonden stellen de winnende boeren hun eigen idee voor. Ze vertellen hoe het proces is verlopen. Hoe kom je tot zo’n nieuwe innovatie? Hoe rijpen ideeën? Wat heb je nodig om van een theoretisch idee naar een realisatie in de praktijk te gaan? Tijdens deze avonden gaan we ook door een andere bril naar (landbouw)innovatie kijken. Steven Van Belleghem is een internationaal gerenommeerd spreker. Hij heeft met zijn presentaties al meer dan 200.000 mensen bereikt en diverse “best speaker awards” gekregen. Zijn boek “When Digital Becomes Human” is verkozen tot marketingboek van het jaar 2015. Deze avonden vormen de unieke gelegenheid om de visie van Van Belleghem over innovatie te ontdekken, zowel in land- en tuinbouw als daarbuiten. Stand-upcomedian Joost Van Hyfte praat de avond aan elkaar, met natuurlijk het nodige gevoel voor humor. Dit evenement is helemaal gratis. Wees van harte welkom op de KBC-Innovatieavond in jouw provincie! We laten ons inspireren op 28 november in Antwerpen, op 29 november in Oost-Vlaanderen, op 1 december in Limburg, op 5 december in Vlaams-Brabant en op 7 december in West-Vlaanderen. Voor meer informatie surf naar innovatiesteunpunt.be   *-*-*-*-*-*-*-*-* Herfst in de Ardennen: verrassend en dichtbij In Mormont in de provincie Luxemburg kan je terecht voor ‘glamping’: luxueus kamperen in een safaritent en dat het hele jaar door. Te paard ontdek je deze ruige streek, die tijdens elk jaargetijde een eigen karakter heeft. “Het is herfst en jij gaat kamperen?” Mijn collega’s kunnen hun verbazing nauwelijks wegsteken. Sowieso ben ik al niet het kampeertype, en de weersvoorspelling is duidelijk: aan meer dan tien graden moet ik mij tijdens mijn midweek niet verwachten. “Het is een luxetent” werp ik op, maar toegeven, helemaal overtuigd ben ik zelf ook niet. Dat verandert al snel wanneer ik arriveer bij de stal van Paul en Natalie in de Belgische provincie Luxemburg. Ik krijg een stapeltje handdoeken en lakens en Paul begeleidt mij naar mijn tent. Hoewel tent niet echt het juiste woord is, het is een luxe lodge met zachte bedden, een gezellig keukentje, een handige badkamer en een leefruimte, met als centrale punt de houtkachel. Paul heeft die in minder dan vijf minuutjes  aan de praat en ik krijg instructies. Erg moeilijk lijkt het allemaal niet. De kachel doet het goed, ik installeer mij in mijn tv- en internetloze tent en word er vooral heel erg rustig van. Dit kan wel ‘ns wat worden! Helemaal zen Want dat is ook de filosofie achter hun project, vertellen Paul en Nathalie. De locatie in de Belgische Ardennen is gemakkelijk bereikbaar vanuit Vlaanderen en Nederland en dus ideaal voor een weekendje of midweek weg. Gezinnen komen hier om de ouders te laten ontspannen, terwijl de kinderen ravotten. En natuurlijk zijn er de paarden, want daar komen we toch voor! Natalie is een getalenteerde dressuuramazone. Intussen al meer dan twee decennia geleden moest ze de keuze maken tussen sport of gezin en ze koos met veel enthousiasme voor het laatste. Toen het Nederlandse koppel en hun vijf kinderen op zoek ging naar een nieuwe woning, werd die niet snel gevonden: hij wou een historisch grachtenpand, zij een boerderij met haar paarden in de buurt. Uiteindelijk landden ze in Mormont in de Belgische Ardennen. “We waren in eerste instantie niet van plan om iets toeristisch te doen”, vertelt Paul. “Maar al snel kwam er bezoek, en nog meer bezoek en we besloten om accommodatie voor deze mensen te voorzien. Iets bouwen in deze landelijke regio is niet zo eenvoudig, maar een tent kon wel.” Die tent is zoals aangegeven niet zomaar een pop-up-iglotentje, maar een luxe safaritent. “Er staan hier nu acht tenten verspreid over het terrein. Vijf daarvan kunnen we voorzien van een extra isolatielaag. Die zorgt er, in combinatie met de kachel, voor dat we deze tenten het hele jaar door kunnen gebruiken.” De tenten hebben allemaal een eigen houtgestookte hottub, om de stramme spieren na een dagje paardrijden weer helemaal los te maken. Enkele tenten beschikken zelfs over een aanpalende paddock, ideaal voor wie met zijn eigen paard de Ardennen wil ontdekken. Paardencoach Natalie is gediplomeerd lesgeefster en zij geeft les aan zowel beginnende als gevorderde ruiters. Ze is daarnaast ook paardencoach, een interesse die geboren werd vanuit een noodzaak. “Ik zag heel veel kinderen gezellig met de pony’s en paarden knuffelen, tot de ouders langs kwamen. Zij hadden schrik, brachten hun angst op de paarden over en iedereen raakte gespannen. Zo ben ik met paardencoaching begonnen. Ook mensen die het niet zo op paarden begrepen hebben, leren deze dieren hier appreciëren.” Paul en Natalie werden verliefd op deze regio, en die liefde dragen ze uit tegenover hun gasten. Als volleerd gastheer haalt Paul ’s morgens nog warme stokbroden voor het ontbijt. Een kopje koffie erbij – zelf gezet met water dat op mijn kachel staat te koken -  en ik kan er tegenaan voor een dag midden in de natuur. “Het is hier heel ruig”, beseft Natalie. “Onze gasten moeten maar enkele uurtjes met de auto rijden, en toch wanen ze zich in een andere continent. Tijdens elk jaargetijde heeft dit gebied zijn charme.” Ruige natuur De regio rond Mormont is doorsneden met wandel- en mountainbike-paden waar ook de ruiters dankbaar gebruik van maken. Ik krijg Bugatti toebedeeld, een mooi bruin Belgisch Warmbloedpaard. Bugatti is één van de 12 paarden waarop Paul en Natalie kunnen rekenen. De kudde gaat van enkele kleine pony’s voor de lessen tot grote Belgische en Nederlandse warmbloeden met een zeer degelijke basis in dressuur die ons natuurlijk buiten ook erg van pas komt. Bugatti blijkt geen race-machine zoals zijn naam aanvankelijk doet vermoeden, maar wel een welgemanierd paardje met een comfortabele draf. De paarden zijn vierkant beslagen en vinden gemakkelijk hun weg in de kleigrond. “Ze kunnen meer dan wij denken”, zegt Natalie en ze heeft gelijk. De bosrijke omgeving nodigt uit om op verkenning te gaan. Na een half uurtje rijden zien we al sporen van herten en omgewoelde aarde waar everzwijnen hebben gewroet. De temperatuur verandert voelbaar naarmate we hoger klimmen. Het lijkt of we het bos wel voor onszelf hebben. Het licht is zacht, de paarden zijn fris en ik waan mij in één of ander exotisch land – minus de Belgische temperaturen dan, maar niets wat een warme jas niet tegenhoudt. En ’s avonds verandert Paul van gastheer en ruiter zowaar in een professionele pizzabakker. “We proberen onze gasten altijd iets extra’s te geven. Soms eten ze gewoon met ons mee, maar geregeld doen we ook iets speciaals, zoals onze eigen pizza’s samenstellen en bakken of genieten van een lekkere barbecue. Dat is heel sfeervol en geeft aan zo’n vakantie toch net dat tikje extra.”   Tekst en foto’s: Liesbet Corthout  

Liesbetje
0 0

Zondebloemen (slot)

Als ze toekomen in de bed & breakfast ‘la Femme du Couchant’ te Revogne, valt de frank van Roeland: “Dat was gedomme de Magirus van mijn vader in die bocht. Hij komt in die bossen everzwijnen laden voor Van Hoornweder!” en hij pakt de sleutels van de Simca uit Lewis’ jas.   “Ik rij wel”, zegt Lewis en ze scheuren over de N355 terug naar Daverdisse. De boswachter ligt al lang met zijn okapi in bed, maar op de bosweg richting oevers van de Lesse, schijnen ze, de koplampen van de Magirus. Een knoeste gestalte sleept spartelende wezens over een laadklep de kamion in, geeft ze met een voorhamer een klop op de kop als ze te veel tegenwerken.   Roeland zoekt en vindt een knots, een kort stuk eik, nadert de man in de rug en slaat hem de schedel in. Als Florimond na een tiental minuten geen stuip meer trekt, roept Lewis: “Hij is verdomme de pijp uit, dat vadertje van je”. In de Magirus vinden ze twee koorden, binden er één rond elke enkel en sleuren Florimond naar de Simca.   Terug in ‘la Femme du Couchant’ neemt Roeland een lange douche, stuurt Lewis een smsje naar Gladys: de dwerg is er geweest, morgen schilderen en een zoen van Roeland   Bij dageraad laten ze Revogne achter zich. Met het lijk van Florimond in de koffer rijden ze door Tilleul en nog verder, tot temidden de immense zonnebloemvelden van Beauraing. Nu nog geen kat of vogel te bespeuren is, binden ze het lijk van Florimond ondersteboven op een achtergelaten driepikkel. Enkel het geraamte staat er nog, vogels zijn met het hooi gevlogen en uit het handschoenkastje haalt Lewis een vlindermes. Het heft legt hij in de hand van Roeland.   “Als een konijn,” zegt Lewis, die een klein spieraam met doek, tubes en kwasten van onder de achterbank van de Simca haalt. Roeland aarzelt niet, snijdt Florimonds kruis eruit, haalt de ingewanden eruit, sleurt ze in een gracht en vilt zijn vader, als een tam konijn. Met een stevige draai wringt hij hem de nek om en snijdt de laatste pezen door, die de kop met bebloede ogen nog vasthouden aan de ruggegraat.   Samen met Lewis, draait hij de romp met ledematen weer met de poten naar beneden. Lewis keert terug naar zijn schildewerk en Roeland vult de romp met kruid en distels, haalt een kleurig kleed uit de tas van June Palmer die ze in de Simca vergat en verscheurt het tot wat lompen voor de vogelverschikker; haar hoed en nog meer gras maken hem compleet.   Lewis duwt wat grijs, zwart, wit en rood, de bodem uit zijn tubes en ze wachten, op de condor. Een gsm rinkelt. Die van Roeland. Gladys, en Roeland stelt haar gerust: “Ik heb er één gevonden, een konijn met rode ogen. Onderweg stoppen we nog bij een Aldi, voor bruin bier, een zakje droge pruimen.”   Vol verwachting. Ze staat. Bijna poedelnaakt. Bij de telefoon en slurpt nog wat vruchtensap uit het heldere glas. Haar lippen bijten het rietje stuk en het sap sijpelt over haar loesjes, langs haar dijen. Tot. In. Haar. Roze. Laarzen. Met print. Van dolle zondebloemen.         Zonnebloemen te Beauraing laatste deel van ‘Zondebloemen’ uit de reeks  ‘Roeland Wittebolle’

Bernd Vanderbilt
0 0

Zondebloemen (7)

Ze rekenen af, Lewis zijn ferme prenten (van Pepper Powel, Machine Gun Kelly, Winnie Garnett en Penny Page), Roeland drie exemplaren van Anneke en Teefje, gesigneerd door de the writer himself, Mike Van Hulle. Roeland had er graag ook een handtekening op gezien van de tekenaar, Benny Weensteen, maar waar Benny momenteel uithangt, weet Mike niet. “Mollen aan het vangen, in een gang onder de grond, het is nu zomer en ze leven minder diep,” zegt Mike lachend.   Ze verlaten het lugubere pand. In sommige dozen hebben ze niet eens gekeken en Lewis wil Roeland in ‘le Clocher' trakteren op een glas kabouterbier uit Achouffe om te toasten op het heengaan van de blauwe gnoom.   Terwijl de barvrouw, voozien van een klokkenspel als een zwangere okapi, met een biermes het schuim op hun glazen een kopje kleiner maakt, leest Roeland de toeristenfolder die hem in de handen gestopt werd door een man (met snor en vernikkelde brilmontuur):   geleide rondleiding in de nauwste spleten van Ham op mosselen vissen aan de oevers van de Semois gratis naailessen in de abdij van Soleilmont kinderspelletjes plus clown in de kelders van Sars-la-Buissière snorkelen bij de watervallen van Coo   “Van een flauwe plezanterik, dat foldertje,” zegt Lewis terwijl hij een peket de Namur bijbestelt en er een bordje koude bloelingschijfjes bijkrijgt, “en nu nog een plaats vinden om te overnachten.” Ze betalen het gelag en vertrekken richting Revogne. Onderweg in de bossen van Daverdisse is er een wegomleiding, en houdt een boswachter de Simca tegen: “dat ze de omleiding moeten volgen en als ze weer op de N355 komen, ze dan best niet afwijken van de hoofdweg. In de bossen van Daverdisse liggen de everzwijnen te creperen van de jeukpest!”   Lewis zet de radio op en terwijl ze luisteren naar ‘Je t’aime moi non plus’ van Gainsborug, denkt Roeland aan tante Gladys, aan de paarse bloemen van haar aubergines met die stamper als een veel te grote clitoris.   “Jeukpest is niet eens besmettelijk voor de mens,” zegt Roeland en Lewis moet fors bijsturen om in een bocht de tegenligger, een donkerblauwe Magirus, te ontwijken. “Hoe weet je dat?” wil Lewis weten. “Mijn vader vervoerde tientallen zwijnen met de jeukpest. Aan een touw rond hun achterpoot sleurden we ze in de kamion en we voerden ze naar Sijsele, waar ze gewoon in worst gedraaid werden. Van Hoornweder stond in zijn handen te wrijven. Geen cent voor betaald, geen mens die het proeft, geen mens die er ziek van wordt, zei hij tegen mijn vader.”         Geen okapi’s te Daverdisse deel 7 van ‘Zondebloemen’ uit de reeks  ‘Roeland Wittebolle’

Bernd Vanderbilt
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Herfst

    De tuin ligt er herfstig bij. Op een paar bladeren na is de Hibiscus nog slechts een bos dorre takken. Slechts in mijn herinnering is ze de met roze en paars getooide bloemenpracht die deze zomer onze tuin sierde.   Ook Muis is onder de indruk van de herfst. De hoop bladeren die bijeen is gewaaid in de border biedt haar alle gelegenheid zich lekker uit te leven.   Als ik met de bezem het straatje schoon veeg is ze niet te houden en ieder opfladderend blad bespringt ze als een mogelijke prooi. Ze buitelt met een verdorde Hibiscus bloem over de grond en houdt het gevangen door er met twee pootjes op te staan. Ineens ontdekt ze dat er meer is. Ze laat de bloem voor wat het is en stort zich vol overgave op de veger die ik klaar heb gelegd om het tuinafval op het bijbehorende blik te stofferen. Dat het blik niet van blik maar van plastic is deert niemand. Ook Muis stoort zich er niet aan. Onbevreesd gaat ze er de strijd mee aan in de stellige overtuiging het te kunnen winnen. Haar nageltjes krijgen geen vat op de kunststof steel en als ze haar tandjes in de borstel zet weet ze niet goed wat ze ermee aan moet. Deze prooi lijkt nog even iets te hoog gegrepen dus laat ze het voor wat het is: een rode plastic veger.   Als een wervelwind stormt ze door de tuin. Achter haar waaien blaadjes op die neerdwarrelen als sneeuwvlokjes. Wanneer ze met een haarspeldbocht weer dezelfde weg terugneemt springt ze naar ieder uit de lucht vallend blaadje dat ze zojuist zelf heeft doen laten opwaaien.   Dit spel zou eeuwig kunnen blijven duren en het schouwspel is zeker amusant te noemen. Alleen al om dit vermaak zet ik af en toe de deur naar de tuin op een kier en als ze de vrijheid heeft gevonden kijk ik haar na vanachter het raam. De overhangende tak van de braam vormt voor haar een uitdaging. Als ze ernaar springt lijkt het alsof ze het heeft voorzien op een niet meer door de late najaarszon gerijpte vrucht. Ze mist de braam en verliest haar aandacht door een blad dat van de boom in de tuin van de buurman haar kant opdwarrelt.   Als ik haar roep is ze in geen tijd binnen. Het kitten speelkwartier is voorbij en Muis verkiest een warme slaapplek om weer op krachten te komen. In Hummer heeft ze gevonden wat ze zocht. Een kameraad die over haar waakt en zijn warmte met haar deelt als ze in dromenland is. Een stoere vriend waarbij ze zich geborgen weet en een bink om mee gezien te willen worden. Is het geen plaatje?

Opa Koe
0 0

Zondebloemen (6)

Rechts voorbij een automobielenfabriek en een gillende meisjesbus, links voorbij een pampermanufactuur en een lijkwagen met verstorven banden, dwars door een gesplitste kieskring, over viaducten, asfalt en volle strepen. Het is een bundeltje ‘best of’ dat aan Roelands voeten ligt. Eva Eden, Irma the Body, Michelle Angelo en Bambi Leigh. Pas aan het vierarmenkruistpunt, waar een stapel Smart-voituurtjes in een glazen koker het Zoniënwoud probeert te overstijgen, komen ze in een file te staan. Roeland kijkt door het raam van de Simca en alles lijkt er op een rij te staan:   Adonis op een Kawasaki Kevin op zijn driewieler plofkipsoldaten in een Unimog vijf prinsessen, tiental peertjes, glazen muiltjes in een overvolle koets moeder met een kruiwagen op het logo van een bouwbedrijf een beestenwagen met elf paarden en één dode poney   “We moeten het bord E411 volgen,” zegt Lewis. Ja de E411, de autostrade naar Stockem en Arlons, die begint na die scherpe bocht en net voorbij die blinde darm, die er als betondiarree uit de aars van Brussel begint te druipen, richting Luxemburg, waar de blanke goegemeente zich met zwart geld de reet schoonveegt.   Lewis moet er remmen, daar in die bocht bij Jezus-Eik en als hij volledig stilstaat, stapt ze in via het rechter achterportier van de Simca, gaat midden op de achterbank zitten. June Palmer herself, in slechts wat zwarte lingerie. Ze spreidt zich de benen en de bijzondere lucht van een nylon poes slaat hen rond de oren. Lewis knipoogt naar haar in zijn achteruitkijkspiegel en als ze haar onderste ledenmaten één voor één tussen de voorzetels steekt, weet Roeland instinctief dat hij die naaldhakschoentjes uit moet trekken. Hij moet aan tante Gladys denken, hoopt dat ze zich niet laat naaien bij die kunstsmid te Poperinge.   June slaakt een zucht van opluchting nu haar voetjes niet meer gekneld zitten en al gauw hangt de zwarte tule van een even donkere beha over de schouder van Lewis. Dat ze niet onderweg zijn naar een beurs voor kwekers van exotische bonen, vertelt Roeland haar, terwijl hij haar zuignapjes bewondert. Te opzichtig misschien, want het lijkt alsof ze haar handen voor de boezem brengt, om er een grote hostie te breken.   Roeland kijkt weer voor zich. De Scania voor hen vervoert varkens en een jonge beer steekt zijn kop door de opening in het achterberd, terwijl June de armen spreidt en haar vingers over de rug van de achterbank glijden, om daarna haar benen nog meer te spreiden en haar tintelteentjes onder de voorstoelen te schuiven.   Lewis rijdt een parking op (van de Aire de Services te Bierges) en tankt de Simca vol. “Rij jij maar verder,” zegt hij tegen Roeland, die uitstapt en plaats neemt achter het stuur. Lewis stapt achteraan in, via het linker achterportier en neemt er plaats naast zijn eeuwige liefde. Roeland schakelt en vindt de versnellingen. Pas als de Simca op volle snelheid is en een volgende helling afbolt, kijkt Roeland in de achteruitkijkspiegel. June en Lewis zijn verdwenen. Het is de blauwe kabouter, die al die tijd in de koffer opgesloten zat, die nu smalend naar hem lacht, zonder ogen, zonder broek. Hij zit aan zijn minipietje te trekken en naast hem liggen een zwarte beha, een ongeopend blik witte bonen (gnomenklootjes in tomatensaus) en ook een stel verleidende ogen, op de cover van Kamera n° 32, photographed by Harrison Marks, featuring June Palmer.   Een gsm rinkelt. Die van Roeland. “Hoe je het, duizend borsten en bananen, in je kop haalt om me achter te laten bij die Esso,” roept Lewis door het toestel. “Ik dacht dat je met haar op de achterbank lag,” antwoordt Roeland. “Ik op de achterbank? Met haar? Met wie? Keer terug, jij geile ukkepuk!” waarna Lewis neerlegt en Roeland naar derde terugschakelt. Via de afrit Waver maakt Roeland rechtsomkeer en als hij weer bij de Esso van Bierges is, trekt Lewis een achterportier open, grijpt de zwarte beha bij de lintjes en de kabouter bij de keel. Hij blijft knijpen en als die blauwe dwerg de pijp uit is, rolt hij hem in de beha en kiepert hem in een vuilnisbak.   “Niemand zit nog met zijn fikken aan dit stuur, behalve ik, en zeker niet zonder rijbewijs,” schreeuwt Lewis, terwijl hij met zijn linkerhand op het stuurwiel slaat, daarna een zakfles uit zijn jas haalt en wat jenever naar binnen kapt. Hij slikt, herpakt zich en zegt: “Gij dreutel, gedomme, hoe is het mogelijk?”. Hij houdt zijn vuist twee seconden lang tegen Roelands kin, start dan de Simca en ze rijden verder, richting Redu.   In Redu parkeert Lewis zijn vierwieler naast ‘Mike & Benny’, een winkeltje in een kramikkelig pand naast een poelier. In de rekken staan en liggen, hangen roze jurkjes, balletbroekjes, macaber zijn de maskers, en vooral veel brol, kettingen en nagels met een punt, zelfbouwdozen voor een spijkerbed, lederen corsetten, riemen voor een hond of elf en nog meer klit en kluwen. Het is hier een echte augiasstal, denkt Roeland bij zichzelf.   “Mein friend Lewis!” roept Mike als hij Lewis ziet en klopt hem op de schouder. “Ik wist niet dat je een soon had,” gaat hij verder. “Deze picaro is de neef van een vriendin,” zegt Lewis terwijl al in een stapeltje vergeeld naakt begint te snuisteren. “Lewis een friendin?” lacht Mike en wijst Roeland een stapel stripverhalen aan. “Hier, fripouille, van mijn hand!”   Roeland knikt en leest het voorblad : De avonturen van Anneke en Teefje, Kelderzipken en de zijnen, tekeningen van Benny Weensteen en tekst van Mike Van Hulle.         Kelderzipken shags Bambi Leigh deel 6 van ‘Zondebloemen’ uit de reeks  ‘Roeland Wittebolle’

Bernd Vanderbilt
30 0

Halt aan milieu- en veiligheidsapathie! Maar hoe?

Hoe kan je mensen aanzetten tot milieuvriendelijk en veilig gedrag? Steven Vromman, bekend van de documentaire en gelijknamig boek“low impact man”, legt uit hoe we milieu – en veiligheidsapathie tegen kunnen gaan in organisaties en daarbuiten.    Gedrag: moeilijk te veranderen De continu verbeterende technieken en productieprocessen staan toe om bv. meer energiezuinige of gerecycleerde producten te ontwikkelen. Ook in de wetgeving worden er bepaalde verplichtingen opgelegd die het milieu ten goede komen. Organisaties kunnen via procedures zelf milieuvriendelijke regels opleggen. Maar wat uiteindelijk moet veranderen, is de attitude en het gedrag van de mensen zelf. En dat is net de grootste uitdaging.  Verschillende factoren kunnen belemmeren dat we ons niet milieuvriendelijk of veilig gedragen: gebrek aan budget, tijd, kennis of interesse, of het idee dat men niet verantwoordelijk is voor het probleem, … Hoewel er heel wat argumenten circuleren die pleiten voor milieu – of preventieacties, hebben deze vaak weinig invloed op ons gedrag.   Waarom is het zo moeilijk om menselijk gedrag te veranderen? Dat verklaart Steven Vromman aan de hand van enkele mechanismen in ons brein, zoals:  Onbewuste intuïtie: ons gemoed bepaalt in grote mate ons gedrag, terwijl we argumenten bewust verwerken in plaats van onbewust.  Default bias: het nemen van de “standaard” keuze is het gemakkelijkst. Eens we een gewoonte hebben, is het moeilijk om die af te leren.  Asymmetrische informatievergaring: we hebben meer oog en oor voor informatie die onze huidige opinie bevestigen, en negeren tegengestelde meningen. 5 tips om milieuvriendelijk en veilig gedrag te stimuleren Hoe kunnen we het hoofd bieden aan deze hardnekkige mechanismes en toch overgaan tot een gedragsverandering? Onderstaande tips van Steven Vromman kunnen helpen om de medewerkers te overtuigen. De centrale boodschap luidt: betrek je medewerkers in het veranderingsproces.  1. Maak er een participatief project vanLuister naar je medewerkers en communiceer transparant naar hen toe. 2. Verander stap voor stap Een verandering wordt als minder drastisch ervaren, als ze in kleine stappen wordt doorgevoerd. Door te starten met een proefproject, kunnen de medewerkers kennismaken met het idee en is er nog ruimte voor het geven van feedback voordat het project officieel van start gaat.    3. Maak engagement openbaar en toon zichtbare appreciatie Zorg ervoor dat de medewerkers openbaar hun engagement kunnen tonen. “Dagen zonder vlees” en “10.000 stappen” zijn voorbeelden van projecten die op dat openbaar engagement inspeelden en zo een groot succes werden.  Zorg bijkomend voor zichtbare appreciatie, bv. in de vorm van een beloning, voor de medewerkers die het goede voorbeeld geven. Zo kunnen ze achterblijvers over de streep trekken.    4. Focus op het gewenste gedrag Formuleer “sociaal bewijs” op een positieve manier, ofwel: leg de nadruk op de personen die het gewenste gedrag reeds vertonen. Als u communiceert dat anderen een bepaalde gewenst gedrag vertonen, vergroot de kans dat de medewerkers dit gewenste gedrag ook zullen aannemen. Bovendien formuleer je zo’n boodschap best niet te algemeen, maar zodanig dat ze heel dicht aanleunt bij de situatie van de ontvanger.  Bv. Hotels die de boodschap in de kamer melden: “gebruik uw handdoek meer dan een keer voor het milieu”, zullen meer succes hebben als ze de boodschap op volgende wijze formuleren: “60% van de hotelgasten hergebruikten in deze kamer hun handdoek.”  Voorbeeld in de bedrijfscontext: “Reeds 40% van uw collega’s dragen hun veiligheidsschoenen waar nodig.”  Als u beeldmateriaal wil verspreiden, werkt het om duidelijk het gewenste gedrag te tonen in een relevante context, zodat de medewerkers zich gaan identificeren met de boodschap. Een mooi vormgegeven affiche kan afleidend werken, als ze niet de focus legt op het gewenste gedrag.    5. Maak het milieuvriendelijke of veilige gedrag aantrekkelijker dan het bestaande Een verandering aantrekkelijk maken, kan bv. door een spelelement toe te voegen. De Cases van the fun theory bewezen reeds hun effect: bv. met een opvallende zeepdispenser wassen mensen hun handen meer na het toiletbezoek dan met gewone zeep.   Bekijk de filmpjes van The Fun Theory via de filmfiches van senTRAL.      Dit nieuwsbericht is gebaseerd op de sessie “Halt aan milieu- en veiligheidsapathie!” van Steven Vromman, op het HSE World Event 2016.  Meer info kan u terugvinden op de website van Steven Vromman: Low Impact Man. 

Kristelw
0 0