Lezen

Als het ons overkomt

“Intussen zagen ze dat telkens men eruit schepte, het wijnvat zichzelf opvulde en de wijn steeg.” Uit Ovidius’ Metamorphoses; Philemoon en Baukis, vers 679-680 Via IV Novembre, Rome “Mille domos adiere locum requiemque petentes, mille domos clausere serae.”Hij zei het op een elegante manier. Een specifieke combinatie van korte en lange klinkers die hij golvend uitsprak.Jelle vond dat de man een prachtige manier van spreken had, nochtans was de rest van hem niet even vleiend.De storm was verschrikkelijk; heel zijn planning was in de war. Normaal stond hij nu in de supermarkt, de tweede gang van links. Het goedkoopste pak melk stond op de onderste plank en kostte 55 cent, dus veel meer geld had hij dan ook nooit op zak. Hij vond de melk van 55 cent niet te drinken, maar hij moest het kopen, van Eline. Zij was de dominante van het koppel. Te dominant.Nu zat Jelle in een of ander café dat hij nog nooit gezien had. In de ene hand had hij een glas water en in de andere zijn fietssleutel, zodat hij op het moment dat de storm ging liggen, kon ontsnappen.Gezellige muurlampjes verlichtten de kleine ruimte. Alles was van hout: de vloer, plafond, toog. Soms had hij het idee dat de mensen ook van hout waren. Ze mochten geen vuur bezitten, geen gloeiende levenslust, geen brandend verlangen naar vrijheid; want anders zouden ze opbranden en hun warmte zou gebruikt, misbruikt worden door andere mensen. Links van de voordeur van het café was een breed raam. Op de achtergrond was het geroezemoes van pratende mensen te horen. Dat werd telkens verstoord door regendruppels die op het raam kletterden.De barkruk waarop Jelle zat leek het elk moment te kunnen begeven. Maar hij maakte zich meer zorgen om de kruk waarop de andere man zat. Zijn kruk kon elk moment imploderen met dat gewicht. De vetbol heette Pietro, dat had hij gezegd.“Wat betekent die zin?” vroeg Jelle. Meer uit verplichting dan interesse.Hij kon gewoonweg niet opstaan en wegstappen. Dat was de regel.“Ze gingen naar wel duizend huizen om een rustplaats te vragen, maar de huizen bleven vergrendeld.” vertaalde Pietro de Latijnse zin.De man had een nonchalant voorkomen; kroezige baard, gescheurde jeans, rond de veertig. Hij leek het type dat een familiepak frieten in zijn eentje zou opvreten terwijl hij een dieet van Weightwatchers op z’n computer opzoekt. Kwestie van gezond te blijven. “Die tekst, vanwaar komt die?” vroeg Jelle met een ongeïnteresseerde ondertoon.“Metamorphoses, van Ovidius.” Jelle was verbaasd door het feit dat de man meer wist dan het aantal sigaretten dat hij sowieso op zak had.“Jupiter en Mercurius hadden zich veranderd in arme mensen die een slaapplaats zochten. Niemand deed open, behalve het oude koppeltje: Philemoon en zijn echtgenote Baukis. Ze gaven alles wat ze hadden om het de goden zo comfortabel mogelijk te maken. Zoals hun wijn die ze al jaren bewaard hadden.Telkens men ervan dronk, lieten de goden de wijn weer stijgen.Ze mochten een wens doen en beiden wilden ze op hetzelfde moment sterven. Toen hun tijd kwam, veranderden ze beiden tegelijk in bomen. Dat was de metamorfose.”Er viel een stilte waardoor hun gesprek werd gevuld met dat van andere mensen.Buiten waren er nog enkelingen die doorweekt en uitgewaaid vluchtten. Hij beeldde zich in dat hij één van die mensen was, vluchtend van de storm. Die storm had zacht, blond haar dat ruikt naar munt, een schoonheidsvlekje net boven de lippen en stijlvolle schoenen. De storm overrompelde hem, blies hem overhoop, bliksemde hem dood. Daarvoor had hij weinig inbeeldingsvermogen nodig.Hij dacht aan Eline, ze zou zich vast zorgen makenom de melk.Jelles hand zweefde door de lucht naar zijn gsm. Hij moest haar bellen. Plots joeg de wind regen naar binnen tot de voordeur weer dichtsloeg. De vrouw die net binnenstrompelde was helemaal weggespoeld, verloren. Afwezig liet ze een spoor van water achter op de vloer terwijl ze naar een leeg tafeltje slenterde. Haar kap bedekte haar gezicht als een gordijn. Ze staarde met gebogen hoofd naar een zwarte plek in de houten tafel.Telkens ze haar ogen knipperde, zakte ze zachtjes dieper weg. Zweven. Dat was het beste woord om te beschrijven wat ze deed.   Maar zij wist dat ze in die zwarte vlek duikelde; ze werd in de zwarte vlek gezogen en viel steeds naar beneden en staarde versuft naar een bodemloze leegte terwijl ze tolde in een wind gemaakt van niets.   Jelle was ook zo. Hij verstopte het gewoon met blauwe plekken en lichte kneuzingen bedekt door kleren die Eline voor hem kocht.Jelle keek naar Pietro die een babbeltje sloeg met de barvrouw. Gehuld in dat vet en die tabak geur bevond zich toch een gelukkig man. Op een of andere manier was Pietro heel zichtbaar. Niet enkel door zijn buik, maar ook door het geluk dat op zijn gezicht te lezen stond. Jelles gsm trilde, maar hij pakte het niet op. Terwijl hij haar oproep negeerde, beende hij vertwijfeld de storm in. De regen hagelde harder op hem neer bij elke stap die hij zette. Het was een waarschuwing die zijn kleren doorweekte.Er kwam een bus aan die voortgestuwd leek door de wind. De deuren kwamen krakend tot leven en lieten Jelle binnen. Alle stoelen waren leeg, maar hij nam bewust een plaatsje dicht tegen de deur. Dan kon hij nog beslissen of hij zou uitstappen om melk te kopen. Haar melk.Een schim glipte nog tussen de sluitende deuren van de bus en nam plaats tegenover hem.Misschien moest ze ook verplicht melk kopen, misschien was zij ook een gevangene.De bus begon te rijden, zijn fiets stond nog bij het café. Dat wist hij.De bus was onmiddellijk in een andere straat. Via del Plebiscito “Ik zou me omkleden als je thuis bent. Straks vat je kou.” Een vrouwenstem recht tegenover hem klonk in de lucht.Ze deed haar kap uit en liet haar gezicht zien. Rimpelige huid als boomschors. Kastanjebruin haar dat leek te gloeien.“Oh, ik ga niet naar huis,” antwoordde Jelle met een dubbel gevoel. Hij was niet zeker. Ze keek verbaasd.“Ik ook niet. Niet meer.”“Waarom?”“Ik wil niet dat hij het weet,” zei ze verward.“Mijn man,” vulde ze aan.   Een druppel bungelde aan haar haar net boven haar voorhoofd, zonk in de lucht op haar wang, rolde net onder haar ogen, gaf de indruk dat ze huilde.   Ze antwoordde op een vraag die niet gesteld werd. “Mijn dochter…” Ze huilde niet. Er waren geen tranen meer om gehuild te worden. De storm deed dat nu voor haar. Ze had haar verlorenIemand niet te verliezenZe keek met angstHoe de schimmen kwamen   Ze verhulden haar dochterIn een donkere stofZe namen haar meeHaar alles naar niets Hij was sprakeloos geworden door haar verdriet. Jelle besefte dat hij moest ontsnappen uit de gevangenis die Eline had gecreëerd. Pietro, hij zou even gelukkig kunnen zijn als Pietro. De vrouw tegenover hem was al te ver meegezogen in het leed. Jelle kon nog ontkomen aan Eline's geweld.Corso Vittorio Emanuele II“Het spijt me.” Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij wel iets aan zijn pijn kon doen, en zij niets aan de hare.Hier was een halte, ongeveer tien meter van de supermarkt waar hij de melk altijd kocht. De vrouw deed haar kap terug over haar hoofd. Ze had te veel van haar leven blootgegeven. De bus remde af en stopte. Jelle stond intussen weer in de wind, nu recht voor de winkel.Zijn benen leidden hem naar binnen, tweede gang van links, onderste plank.Daar stond de melk. Hij pakte het vast en klemde zijn vingers om de dop. Philemoon liet zijn vuur vlammenZodat de boom langzaam verdampte De melk vloeide over de betonnen vloer. Zodat Baukis’ bladeren nooit inPhilemoons verfrissende schaduw zouden staan Het brik was nooit leeg, het vulde zichzelf op; net als Eline's woede. Zodat hun band via wortels-Verschroeid, verzengd, verbrand- ontbonden was. Jelle liet zijn vuur branden en Eline kon dat niet blussen.Alleen de storm kon dat.    

Etlir Xharra
0 0

Tot ziens, Marianne (deel 10)

Ik hijs me in het plunje dat Marianne me net heeft aangereikt. Kleren die nog van haar vader zijn geweest: een kaki polo die te wijd voor me is waardoor de schouders afhangen, en een uitgerafelde jeansshort. Ik moet toegeven dat ik me niet helemaal comfortabel voel in mijn nieuwe outfit. Niet alleen ruiken de kleren muf; ze zijn ook vreselijk uit de tijd. Het mag duidelijk zijn dat de bermuda vijfentwintig jaar geleden zijn intrede nog niet had gedaan. De pijpen van de short bedekken slechts een fractie van mijn dijen. Omdat ik hele dunne benen heb, lijkt het daardoor alsof ik op stelten loop. Net een waadvogel. Maar wat me het minst lekker zit, is de idee dat Marianne’s vader deze kleren misschien wel droeg op het moment dat hij verongelukte. Het is wellicht een waanidee, maar die vage roestkleurig vlek op de voorkant van de polo, ter hoogte van de buik, doet me net iets te veel aan bloed denken dat in de loop der jaren is verbleekt.   Ik zet de onverkwikkelijke gedachte van me af en betreed de woonkamer. Marianne zit aan de ontbijttafel. Ze houdt haar kop koffie tussen haar handen geklemd, net onder haar neus, als een dampbadje. Ze bekijkt me van onder tot boven.   “Kijk eens aan,” zegt ze zonder een spoor van enthousiasme. “Wat zie je er beeldig uit!” Zonder haar een blik te gunnen, zet ik me op mijn vaste plek aan de tafel. Marianne staat meteen op en steekt, als een zorgzame moeder, een snede brood voor me in de toaster. Ze blijft naast het toestel staan wachten en kijkt me de hele tijd aan zonder ook maar iéts te zeggen. Ik weet ook niet waarover ik het met haar zou kunnen hebben, waardoor de stilte al gauw drukkend wordt. Het enige geluid wat te horen is, is het zachte gefluit van het gedroogd snot dat in mijn neus hangt te vibreren. Marianne reikt me een velletje keukenpapier aan. Terwijl ik mijn neus snuit, neemt zij de toast uit het apparaat en legt hem op mijn bord. Ik smeer een laagje vegemite uit over de bruingebakken korst en neem een hap.   “Wat zijn je plannen voor vandaag?” vraagt Marianne. Het harde stuk brood blijft in mijn mondhoek haperen. Ik moet mijn vingers aanwenden om het naar binnen te werken. Ik voel me een sukkel.   “Nou?”   “Werk zoeken,” antwoord ik met volle mond.   “Zo. Waar dan?”   “Op een andere boot?” Mijn antwoord klinkt eerder als een vraag.   “Denk jij zomaar ergens anders aan de slag te kunnen in de haven?” snuift ze. “Geloof jij dat die kerels niet met elkaar overleggen? Je kunt er van op aan dat iedereen in de haven reeds is ingelicht. Wie wil er nou een klaploper als jij aan boord?” Ik slik mijn hap door en staar voor me uit, terwijl ik van mijn koffie nip. Ze blijft me nog even zitten aankijken en staat dan op.   “Nou, ik wens je geluk,” zegt ze. “En maak nou een beetje voort. We moeten dadelijk de deur uit.” Ze begint de tafel alvast af te ruimen. Ik haast me om die harde smakeloze korst door mijn keel te krijgen.   Op weg naar beneden is de sfeer te snijden. Terwijl we op de lift staan te wachten, maakt ze me duidelijk dat ze er op staat dat ik tegen vanavond een nieuw baantje heb. Ze drukt erop dat ze me wel uit de nood wil helpen, maar dat ze geen geld in me kan blijven pompen. Ik hoor een echo klinken van vader en moeder. In de lift heeft ze het nog even over Xavier. Ze herhaalt wat ze gisteren al zei: dat ze er van overtuigd is dat ik me in mijn ongeluk stort als ik met hem blijf optrekken. Ik heb geen idee waarom ze zo op hem gebeten is, maar tracht haar gerust te stellen door te zeggen dat de kans uitermate klein is dat we elkaar nog tegen het lijf lopen. We hebben niks afgesproken en Sydney is zó groot... Ze trekt mijn woorden in twijfel.   “Wie je wilt zien, zie je nooit, en wie je niet wilt zien, loop je om de haverklap tegen het lijf,” zegt ze. Ze keert zich naar de deur die elk moment kan opengaan. Ik draai verveeld met mijn ogen,  maar ze heeft het gemerkt.   “Kijk eens, Boris, je kunt nu wel het kind uithangen,” zegt ze, “maar als jij de verantwoordelijkheid niet neemt over jezelf, moet iemand anders het doen. Nou, dan ben ik dat maar. Zit ik niks mee in. Maar dan sta ik erop dat je met die gozer geen contact meer hebt. Vergeet niet dat hij er de oorzaak van is dat je al na één dag je baantje kwijt bent. Jij bent geen partij voor zulke kerels, jongen. Je bent veel te naïef.” We verlaten de lift. Nog voor we de straat oplopen, heeft ze haar mobieltje uit haar tas gegrist. Het is de eerste keer sinds we samenzijn dat ik haar haar telefoon zie gebruiken.   Op de stoep wil ik afscheid van haar nemen, maar ze doet me teken dat ik even moet wachten. Tegen haast supersonische snelheid tokkelt ze een berichtje in op haar mobieltje. Ik vraag me af aan wie het gericht is. Pas nadat de sms verzonden is, verleent ze nog even wat aandacht aan me. Ze geeft me een klapzoen op mijn wang en strijkt met haar hand de haren van mijn voorhoofd. Ik trek geërgerd mijn hoofd weg. Ze lacht gemeen.   “Nou, tot vanavond dan?” zegt ze. “Ga je voorzichtig zijn?” Ik haal achteloos mijn schouders op. Ze kijkt me minzaam aan.   “Wees nou niet boos op me,” zegt ze. “Ik tracht je enkel maar te helpen.” Ze werpt een blik op het display van haar mobieltje.   “Maar ik moet nu gaan. Tot vanavond?” Ze loopt gehaast verder.   Ik sla de straat in waarlangs ik naar de haven loop, maar bedenk me halverwege. De woorden van Marianne zijn in mijn achterhoofd blijven hangen. Als het klopt wat ze zei dat die kerels aan de haven elkaar inlichten, is de kans klein dat ik nog aan de slag kan op een boot. Misschien kan ik maar beter elders mijn licht opsteken.   Ik maak rechtsomkeert en doorkruis de stad. Al na een halfuur loopt het zweet me van de slapen en is de polo die ik van Marianne heb gekregen doorweekt. Het is broeierig heet in de stad en overal heerst een zenuwslopende drukte. Ik heb het gevoel dat ik onzichtbaar ben. Mensen doemen voor me op, lopen me tegen het lijf, snijden me de pas af… Niemand lijkt me op te merken. Ik ben als een wolk die even voor de zon schuift en in een oogwenk weer is verdwenen.   De hele tijd loop ik rond te kijken waar ik mijn diensten zou kunnen aanbieden, maar ik heb geen idee wat ik kan doen. Moet ik een slager binnenlopen en hem vragen of ik een koe mag uitbenen! Of een bakker verzoeken om zijn beslag te maken! Ik heb nergens ervaring in en mijn handen staan verkeerd.   Hoe langer mijn tocht duurt, hoe heviger ik er naar verlang om Sydney te verlaten. Ik zou meteen naar Newcastle vluchten als ik kon, weg uit Sydney, weg van Marianne. Alleen kan ik het niet maken mijn laptop achter te laten, net zo min als mijn koffer. Ik ben gebonden aan deze stad zo lang niet alles weer terecht is.   Na een uur of drie doelloos rondlopen, besluit ik het op te geven. Er zit niets anders op dan toch nog een keer mijn kans te wagen in de haven. Al is het om het dek te schrobben van een olietanker. Helaas blijkt de haven onvindbaar. Ik heb zo’n afstand afgelegd en ben zoveel straten in- en uitgelopen, dat ik mijn weg niet meer terugvind. Ik ga dus maar een willekeurige richting uit, in de hoop de haven te vinden. Maar iedere keer wanneer ik denk de weg gevonden te hebben, blijk ik weer op een plek uit te komen waar ik nooit eerder ben geweest. En intussen wordt het alsmaar later en raak ik meer en meer gedesoriënteerd.   Om even tot mezelf te komen, zet ik me neer op een bank in een park en sluit mijn ogen. Door me visueel af te sluiten van de drukte, hoop ik mezelf weer bij elkaar te krijgen. De wereld rond me lijkt van me af te drijven als een ijsschots. Langzaam vervaagt het geluid en raak ik in een andere dimensie. Maar na enkele minuten krijg ik plots het onbehaaglijke gevoel bespied te worden. Ik open mijn ogen en zie een eind van me vandaan een man naar me staan kijken. Spiedend. Mijn eerste reactie is een vluchtreflex. Ik voel me niet veilig in deze grote stad. Maar wanneer ik de man beter bekijk, merk ik dat hij over een flinke bos krullen beschikt en een grijze sik ter grootte van een veldmuis. Meteen veer ik overeind.  “Hey!” roep ik met opgestoken arm. Ik loop op hem toe, maar hij keert zich onmiddellijk van me af en loopt weg.   “Jan! Wacht!” roep ik. Hij blikt even over zijn schouder en versnelt zijn pas. Omdat ik hem deze keer niet uit het oog wil verliezen, begin ik achter hem aan te hollen. Ik schuw daarbij niet mensen, die me in de weg lopen, genadeloos opzij te duwen. Maar ook hij is intussen beginnen te rennen. Als twee gekken hollen we door de straten. Hij soepel, als een getrainde atleet. Ik houterig, met mijn lange magere benen en dunne armen die uitslaan als molenwieken. Wanneer ik hem een drukke straat zie inslaan, vrees ik dat ik hem kwijt zal raken en begin ik nog wat sneller te rennen. Als ik enkele seconden later de hoek omsla, zie ik hem heel in de verte lopen. Het lijkt wel alsof hij plots vleugels heeft gekregen.   “Jan!” roep ik zo luid ik kan. Mijn stem galmt door de straat. Mensen blijven staan en kijken naar me om. Maar niet Jan. Hij blijft gehaast door lopen, alsof de duivel hem op de hielen zit. Ik versnel nogmaals, maar hoe hard ik ook hol, ik slaag er niet in hem bij te benen.   Na een helse tocht door de stad voel ik plots een verkoelende bries in mijn gezicht slaan. Voor me doemt de enorme stalen boogbrug op die de baai van Sydney overspant en de noordelijke regio met het centrum verbindt. Dit stalen gevaarte met een lengte van 1149 meter en een boogspan van 503 meter is een icoon van de stad. Jan zie ik nergens meer, maar hij is er toch maar mooi in geslaagd me naar de haven te loodsen. Het zet me aan het denken. Wat als hij met zijn verstoppertje spelen nu eens de beste bedoelingen heeft? In de zin van engelbewaarder? Hij weet dat ik zo onervaren ben als een welpje van een dag en kent Sydney door en door. Misschien wil hij geen contact met me om me niet voor de voeten te lopen, maar wil hij er zijn wanneer het fout dreigt te lopen. Hij weet dat ik los wil komen van mijn ouders; van de leidende hand. Wellicht wil hij me niet beletten om op eigen benen te staan.   Terwijl ik loop na te denken, druipend van het zweet, wordt mijn aandacht getrokken door de boten die aangemeerd liggen. Ik zal mijn kans maar wagen. Op de eerste boot schrobt een matroos zich het vel van zijn handen. Zijn gezicht vormt een pijnlijk grimas, en het zweet loopt in beken van zijn voorhoofd. Op de tweede boot staat een kapitein tegen een matroos uit te varen. Het speeksel spat hem met kladden uit de mond en de matroos rolt zich op als een egel. Ik wend mijn blik af van het tafereel en loop verder. De derde boot is helemaal verlaten op een gigantische meeuw na, die op het dak van de brug zijn frustraties van zich af zit te schreeuwen. Op de vierde boot tref ik een man die net de loopplank komt afgedaald. Ik schraap al mijn moed bij elkaar en spreek hem aan. Ik vraag hem of hij werk voor me heeft. Zonder me een blik te gunnen, zegt hij: “Nope” en loopt door. Er bekruipt me een gevoel van moedeloosheid.   Ik zet me neer op een bolder en kijk naar het deinende water. Het lijkt me aan te trekken en maakt een gedachte in me los. Een plan. Wat als ik Jan nu eens aan een test zou onderwerpen? Als ik nu eens voorwendde zinnens te zijn me voorover te laten vallen? Van de hoge kade het water in? Zou hij me behoeden voor een fatale duik? Ik besluit de proef op de som te nemen en buig me gevaarlijk ver over de kaderand. Ik kijk naar het water dat onder me doorstroomt en merk dat mijn kop wordt vervormd door het deinende water. Dat smalle, dansende hoofd lijkt iedere keer uit mijn lijf te floepen om daarna weer terug te keren. Ik schuif langzaam naar voren, tot ik nog slechts mijn evenwicht weet te bewaren door me met een hand aan de bolder vast te klampen. Ik hoef dat koude stuk ijzer maar los te laten en duik de diepte in. Waar blijft hij nu? Mijn klamme vingers lossen stilaan hun greep op de bolder. Ik voel me wankelen… maar dan hoor ik de verlossende haastige voetstappen mijn richting uitkomen. Ik kijk verheugd op, maar tref geen Jan Byttebier aan. Wel Xavier, die op me komt afgestormd als een soldaat die vastbesloten is op z’n eentje de vijandelijke linies te doorbreken. Ik hijs me gauw terug op de bolder.   “Here you are!” hijgt hij. “I was looking for you!” Onbevreesd voor de diepte zet hij zich naast me neer op de rand van de kade. Zijn tengere onderbenen, die uit de brede pijpen van zijn bermuda priemen, bengelen als lianen boven het water. Zijn slippers weet hij slechts aan zijn voeten te houden door zijn tenen omhoog te krullen. Hij kijkt schuin naar me op met een dichtgeknepen oog om het te beschermen tegen de zon en vraagt me wat ik hier zo alleen zit te doen. Ik haal mijn schouders op en vertel hem dat ik zonder geld zit en er niet in slaag een nieuwe job te vinden.   “Then I have good news for you!” zegt hij. Hij trekt zijn benen op en keert zich in kleermakerszit naar me toe. Hij balanceert daarbij vervaarlijk op de rand van de afgrond. Ik voel een kriebel in mijn buik.   “I found us a new job!” snuift hij fier. Ik kijk hem ongelovig aan. Met een gloed van waanzin in zijn ogen vertelt hij me dat hij er in geslaagd is een baantje voor ons beiden te versieren op een groot zeilschip. Hij wijst het me aan. Het ligt wat verderop aangemeerd aan de kade. Een pracht van een driemaster die zo uit een piratenfilm weggekaapt lijkt.     “Come, let’s take a look,” wenkt hij me. Hij veert overeind en gaat me voor. Samen lopen we naar het schip toe dat de naam ‘Soren Larsen’ draagt. Het is een juweel van een vaartuig, maar echt warmlopen doe ik niet. Ik heb geen zin meer om me te laten afsnauwen door de bemanning van zo’n walvisvaarder. Xavier lacht mijn bezorgdheid weg. Hij vertelt me dat dit schip een heel ander objectief heeft. Niks geen walvissen spotten. Niks geen bemanning die je de stuipen op het lijf jaagt. Op dit schip, bezweert hij me, gaat het er helemaal anders aan toe. Als ik hem vraag hoe hij dat zo zeker weet, antwoordt hij dat de kapitein een alleraardigste man is die er op staat dat de hele crew met respect wordt behandeld, óók de groentjes. Nu mijn interesse is gewekt, vraag ik hem welk “objectief” het schip dan wel heeft. Hij vertelt me dat het cruises onderneemt naar Gold Coast. Mijn hart springt op. Gold Coast - heb ik geleerd van Jan Byttebier - is  de naam van een hele bijzondere stad aan de oostkust van Australië. Met zijn woelige nachtleven en bruisende casino’s zou ze de vergelijking met Las Vegas moeiteloos doorstaan. Bovendien - vertelt Xavier me - krioelt het er de hele dag door van de meisjes in monokini. En alsof dat nog niet genoeg is, paraderen er ook nog eens oogverblindende vrouwelijke parkeerwachters door de straten. In gouden bikini’s! Ik bekijk hem ongelovig, maar hij verzekert me dat het waar is. Dat ze even bekend zijn als de scheve toren van Pisa of de Eifeltoren van Parijs. Ik fleur helemaal op. Als hij de waarheid spreekt, is Gold Coast het paradijs op aarde! Het hof van Eden! De uitgelezen plek om alle sores te vergeten! Ik vraag hem wanneer we vertrekken. Overmorgen, zegt hij. Wanneer we terugkomen, weet hij zelf niet. Hij schat de termijn op enkele weken.   “So… that means we have a deal?” vraagt hij. Ik knik instemmend. Daarop geeft hij me zo’n geweldige klap op mijn rug dat ik me aan hem moet vastklampen om niet tussen wal en schip te belanden.   Om ons hernieuwde bondgenootschap te bezegelen, nodigt hij me uit om een biertje te drinken. Hij betaalt. We verlaten de haven en duiken de eerste de beste pub in die we tegenkomen. P.J. O’Brien’s. De kroeg is nog maar pas open en er is nog weinig volk. Op de barman na een stelletje toeristen dat in een hoekje met elkaar zitten te smoezen. Het hele interieur ruikt nog naar detergent van de schoonmaak, maar verder is het er best gezellig. Veel houtwerk en massa’s decoratieve elementen, waaronder oude flessen whisky, talrijke spiegels met opschrift, schotels, wandklokken, kistjes, tot zelfs een rode elektrische gitaar die prominent aan de wand hangt. Er zijn aparte boxen en verhoogjes die afgebakend zijn met houten balustrades en waarop enkele tafeltjes en stoelen staan. We nemen plaats aan een klein rond tafeltje in zo’n box. De vloer is er bekleed met turquoisekleurig vast tapijt met een wit terugkerend design. Ik laat me door Xavier een Guinness aansmeren hoewel ik dat bier nooit heb gedronken. Hij verzekert me dat dit het lekkerste bier ter wereld is. Ik ben benieuwd. Wanneer onze glazen ons worden voorgezet, trek ik grote ogen van verbazing. Is dit bier?! Het lijkt wel alsof we elk een glas koude koffie met drab voorgeschoteld krijgen. Het onderste gedeelte van de drank is pikzwart. Het bovenste deel is donkerbruin van kleur en hangt over en weer te schommelen als een dikke olielaag op zee. Heel langzaam trekt deze laag op om een dunne schuimlaag te vormen. Xavier tikt zijn glas tegen het mijne aan en neemt een slok. Voor ik drink, ruik ik eerst even aan het bier. Het heeft een vreemde geur. Ik zet het glas aan mijn lippen en neem een teug. De smaak is zo raar dat ik de barman er van verdenk nagelaten te hebben de leiding te spoelen. Maar Xavier blijkt het superlekker te vinden. Hij smakt met zijn lippen en draait verlekkerd met zijn ogen. Wanneer hij een tijd later voorstelt een tweede Guinness te bestellen, opteer ik voor een cider.   We brengen de hele middag samen door. Xavier betaalt de rekening, maar we gooien het op een akkoordje dat ik hem een deel terug betaal zodra ik mijn eerste gage heb ontvangen.   Tegen de avond keer ik terug naar de flat van Marianne. Ik heb alweer de hele dag zo goed als niets gegeten en voel me door de alcohol loom in mijn benen. Een copieuze maaltijd zou me goed doen. Ik ben benieuwd wat Marianne deze keer voor me heeft klaargemaakt.   Net als de vorige dag staat ze me na het aanbellen op te wachten wanneer ik boven uit de lift stap. Ze lijkt blij me te zien en oogt ontspannen. Helemaal anders dan vanmorgen toen ze kregelig was en onredelijk.   “Hi, sweety!” begroet ze met zwoele stem. Ze slaat haar armen om me heen en drukt me uit alle macht tegen zich aan. Ze perst de lucht uit mijn longen en loodst me binnen. Daar volgt een eerste teleurstelling. In tegenstelling tot de vorige avond staat de tafel niet gedekt en hangt er geen heerlijke braadlucht in de flat. Is de kick er nu al af? Of slaat de krenterigheid toe? Hoe dan ook hoop ik dat ik geen verbrande boterham met vegemite te eten krijg als avondmaal. Dat overleef ik niet.   “Sorry dat ik vanmorgen een beetje kort van stof was,” zegt ze. “Ik durf wel eens last te hebben van een ochtendhumeur. Dat weet ik van mezelf. Ik hoop dat je me dat niet kwalijk neemt. Kun je ’t me vergeven?” Ik haal mijn schouders op en knik. “Tuurlijk,” zeg ik.   “Da’s lief van je. Ik vreesde al dat je boos op me was. Anyway, om het weer goed te maken, wil ik je vanavond eens extra verwennen.” Ik kijk haar verrast aan. Hoe bedoelt ze? Heeft ze nog een standje achter de hand dat ik niet ken? Een extra bijlage van de kamasutra? Ik hoop dat het niet te veel energie vergt. Ik ben kapot!   “Ik had je graag willen verrassen met een etentje,” verduidelijkt ze. “Ik weet hier wat verderop een leuk adresje waar je héérlijk kunt dineren voor een zacht prijsje. Zin?” Ik wil niet de indruk wekken dat ik misbruik van haar vrijgevigheid wil maken, maar zo’n genereus voorstel kan ik niet afslaan.   “Als je het niet erg vindt om me voor te schieten,” zeg ik voor de vorm.   “Ik betáál, Boris!” stelt ze met nadruk. Ze geeft me een kus op mijn mond en duwt haar tong tussen mijn lippen, maar haast meteen trekt ze zich terug. Als een reu aan de kont van een teefje snuffelt ze aan mijn laadklep.   “Heb jij gedronken?” vraagt ze.   “Ja, een paar ciders.”   “Met welk geld?” Er klinkt argwaan door in haar stem. Ik voel me rood aanlopen.   “Een kerel trakteerde me,” is het beste wat ik kan verzinnen.   “Welke kerel?”   “Een kerel met wie ik overmorgen aan de slag ga op mijn nieuwe job.” Haar ogen lichten op. “Heb jij een nieuwe job? Far out! What kind of a job?”   “Op een zeilschip,” antwoord ik. Haar gezicht betrekt. “Not with that Xavier-guy, I hope?” bromt ze.   “Nee,” zeg ik gauw. Haar blik schiet over en weer van mijn ene oog naar mijn andere om te peilen of ik lieg. Ik vertel haar dat het schip cruises onderneemt van Sydney naar Gold Coast en terug. Ze bekijkt me onderzoekend.   “Ben je zeker?” vraagt ze. Ze zegt zich niet te kunnen herinneren dat er zeilschepen voeren van Sydney naar Gold Coast. Ik kan haar niet zeggen waar ik mijn informatie vandaan heb, maar blijf bij mijn standpunt. Wanneer ze overtuigd is, vraagt ze me wanneer we vertrekken. “Overmorgen,” zeg ik. En wanneer ik terug zal zijn. Als ik antwoord: “Over enkele weken” blijft ze me een paar tellen strak staan aankijken, maar wendt zich dan van me af en blijft met licht gekromde rug naar me toegekeerd staan. Even later keert ze zich plots weer naar me toe en kijkt me vernietigend aan.   “Hoe kun je me dit aandoen?” bijt ze me toe. “Na alles wat ik voor je heb gedaan! Weet je wel hoe ik me voel? Heb je enig idee? Ik voel me gebruikt, Boris! Gebruikt!” Tot mijn verbazing zij haar wangen nat van het wenen. Ik begrijp niet wat er gebeurt. En het houdt niet op.   “Realiseer jij je wel wat je allemaal aan me te danken hebt?” vraagt ze. “Wat zou er met je zijn gebeurd indien ik je niet had geïnviteerd om mee te gaan naar die opera? Heb je daar al eens bij stilgestaan? Ik heb je uit de goot gehaald, Boris! Je had niets! Alles heb je aan me te danken! Ik heb je onderdak verschaft, je gevoed, gekleed, goede raad gegeven. Ik was als een moeder voor je! En nou krijg ik dit!”  Ik sta haar met open mond aan te staren. Ik begrijp er niets van. Vanmorgen zei ze nog dat ze niet voor me kon blijven zorgen; dat ik dringend werk moest zoeken… Nu slaat ze een heel andere toon aan.   “Je wilde toch dat ik werk zou zoeken,” stamel ik. Ze kijkt me door haar waterogen aan. “Je begrijpt er echt niks van, hé!” zegt ze. “Heb jij enig idee hoe het voelt om altijd alleen te zijn? Alleen eten, alleen slapen, alleen opstaan… elke dag opnieuw. Nooit eens iemand om je frustraties tegen te luchten. Nooit iemand die je een hart onder de riem steekt als je het even niet meer ziet zitten… I’m fed up with it! Do you understand?” Ik weet niet wat te zeggen of te doen. Wat wil ze? Dat ik haar troost? Ze droogt haar tranen en snuit uitvoerig haar neus. Daarna kijkt ze me weer aan.   “Je hebt nog ontzettend veel te leren, Boris,” zegt ze op mildere toon. “Dat is niet jouw schuld. Je bent nog jong en onervaren. Bovendien denk ik dat je veel te beschermend bent opgevoed. Maar je staat nu op je eigen benen. Je bent een nieuw pad ingeslagen. Je moet nu leren omgaan met de echte wereld. Leren dat je niet zomaar dingen kunt doen zonder rekening te houden met de gevoelens van anderen. Dus, Boris… alsjeblieft… doe het niet. Laat me niet alleen. Please…” Ze ziet er plots vreselijk uit. Haar make-up is uitgelopen van het wenen. Zwarte lijnen zigzaggen over haar wangen. De huid rond haar ogen is rood en dik. Ik kan niet ontkennen dat ik met haar te doen heb, maar als ik denk aan Gold Coast; aan de jonge meisjes in monokini; aan de parkeerwachtsters in gouden bikini; aan de zwoele nachten; het plezier met Xavier... Moet ik dat allemaal opgeven voor haar?   “Het spijt me, maar ik kan niet meer terug,” zeg ik.   “Why?” dot ze huilerig.   “Omdat… omdat ik al een contract heb getekend,” lieg ik. Het is de enige uitvlucht die ik kan verzinnen. Ze kijkt me een tijdlang verward aan en recht dan vastberaden haar rug.   “Okay. If that’s the way you want it!” bijt ze me toe. Ze draait zich met een ruk om en zet koers naar de slaapkamer. Even later krijg ik een deken naar mijn hoofd gekeild.   “Je mag vannacht op de bank slapen,” snauwt ze me toe. Het volgende ogenblik slaat ze de deur achter zich dicht met een klap die het hele gebouw op zijn grondvesten doet daveren. Ik blijf verslagen achter. Ik kan nauwelijks vatten wat er net is gebeurd. Het lijkt onwezenlijk. Een halve week geleden wisten we niet af van elkaars bestaan. Nu hebben we ruzie alsof we al jaren een stel zijn en zij zich bedrogen voelt. Met het deken als een toga om mijn schouder, zet ik me neer op de bank en staar verslagen voor me uit. Hoewel mijn maag grommelt als een beer en het nog erg vroeg is, zie ik geen andere mogelijkheid dan gauw in te slapen.

Lou Van Lier
0 0

Dierlijke lusten

Wat is verliefdheid eigenlijk? En verwarren we dat soms niet met pure lichamelijke lust? Het gevoel van gepakt willen worden. De rauwe, dierlijke lusten in ons loslaten. Bijten, klauwen en kreunen zodat we onze menselijke gereserveerdheid verliezen. Puur instinct. Willen we werkelijk roosjes en versgewassen lakentjes? Nee, we willen veroverd worden. In het duister onder de volle maan. Neergegooid op het zachte bed van rottende bladeren en krakende takken. De grillige bomen rondom ons heen. Ons geheim insluitend en in shock starend naar onze dierlijke wandaden. Of zouden het werkelijk wandaden zijn.? De bidsprinkhaan bijt de kop van haar mannetje af tijdens het neuken. Leeuwen bijten in de nek om ze op hun plek te houden. Toch zijn ze meestal gewillig en onderworpen. Het hele leven is gebaseerd op neuken en geneukt worden. Gewillig onwillig zijn. Waar nee ja betekent en ja nee betekent. De vage grens van pijn en genot in elkaar verwoven. Ons zachte lichaam wilt het hard. Het smeekt om herinneringen naar later. Gekneusd glimlacht het bij een zachte aanraking die het pijnlijke genot weer oprakelt. Al eeuwen zijn we opzoek naar een manier om ons te differentieren van een dier, maar de eerlijkheid wilt of de ironie, genen liegen niet. We zijn dieren. Onder dat laagje gepolijste vorming, schuilt een beest dat af en toe losscheurt van de verstikkende touwen van de beschaving. Het beest dat onderwerpt en onderworpen wordt. Rauwe diepe lusten die als in een droom boven komen. Ik wil bijten en klauwen. Gillend grommend en schoppend klaarkomen terwijl mijn lichaam kneust en schaaft in zijn weg ernaartoe. Ik wil de dagen nadien telkens herinnert worden aan die ene goeie beurt. De nagels op mijn rug, de bijtmarkeringen in mijn lies, mijn heup en mijn borsten. De blauwe vingers op mijn heupen die niet van mij zijn. De gezwollen lip van die ene harde knauw. Die verdiende en het bewijs van mijn ongebreidelde lust. Want geloof me. Als dit de markeringen op mijn lichaam zijn dan zal het lichaam van de andere ook wel wat markeringen dragen. Mijn tanden zullen hem herinneren. Net zoals mijn nagels die er voor zorgen dat zelfs de geringste aanraking van stof op zijn rug hem zal doen huiveren. Ik wil dat hij glimlacht bij het aanschouwen van het geschaafde bloot. Dat het verlangen onder de huid kruipt als een onderhuids orgasme steeds meer opbouwend tot het eindigt in een knagende pijn diep in ons binnenste. Waar het zich nestelt en als een brandende vuurbal blijft rondtollen. Klaar voor eruptie. Het doet huid in vuur ontbranden en als een trage vloed van lava pulseert het door naar buiten. Het schreeuwt om verkoeling. Verlossing! Een verzengende hitte smachtend naar de kus der verkoeling. Maar dat is niet genoeg. Al die  rauwheid blootgelegd onder dat laagje vernis. Als een gapend gat zuigt het ons in de duistere wereld van intimiteit en tomeloze lusten. Daar waar geen mensen zijn, maar slechts dieren. Back to basic. Tijd dat we die schapenhuiden afgooien en huilen met de wolven naar de maan.

Emely Rose
183 0

Lesvoorbereiding kortverhaal

Lesmoment 1   Onmiddellijk met een oefening beginnen. Oefening schrijven van een kortverhaal.   We vragen aan de cursisten om de volgende les een voorwerp mee te brengen.  Dat voorwerp mag eender wat zijn (zal als werkmateriaal op 21 mei zelf enkele voorwerpen meebrengen). We stallen deze voorwerpen uit in een hoek van het leslokaal. We vragen de cursisten een A4 blad te nemen.  We zullen vragen stellen waarop de cursisten een kort antwoord noteren.        Vragenlijst   Kies voor een man of een vrouw Welke kleur ogen heeft hij/zij, Hoe oud is hij /zij? Hoe ruikt hij/zij? Hoe is zijn/haar stem? Welke taal gebruikt hij/zij? Hoe voelt haar/zijn huid? Noteer enkele opvallende fysieke kenmerken Welke studies heeft hij/zij gedaan? Welke job doet hijl:zij? Wat zijn zijn/haar hobby’s? Van welke muziek houdt hij/zij? Met welke auto rijdt hij /zij ? Of hoe verplaatst hij/zij zich het liefst? In welke buurt woont je personage? Welke vervelende gewoontes heeft je personage van zijn ouders geërfd? Voor welk gerecht mag de moeder van je personage hem of haar altijd bellen? Wat is zijn/haar favoriete vakantiebestemming? In welke stad dwaalt je personage graag rond? Wat was het laatste concert of toneelstuk dat je personage bijwoonde? Heeft je personage een verslaving waar hij /zij mee worstelt? Guilty pleasures? Welk doel wil je personage nog bereiken in zijn/haar leven? Waar worstelt je personage mee?   Deze lijst is niet limitatief.  We leren het personage beter kennen op verschillende vlakken: fysisch, sociaal en psychologisch.  Wat niet wil zeggen dat alle antwoorden op de vragen aan bod moeten komen in ons kortverhaal.  Maar het zal de schrijver helpen om het personage op een consequente manier naar gebeurtenissen binnen het kader verhaal te laten kijken.  (bvb. Aas je weet dat je personage bekommerd is om het milieu kan je hem in je verhaal een papiertje van de straat laten oprapen zonder dat je vertelt dat het een milieuactivist is, dit laatste kan later blijken maar je bent je verhaal al aan het kleuren).   Terug naar de oefening.   We hebben een voorwerp gekozen en we hebben min of meer een personages voor ogen.  We zullen dit personage een verhuizing laten voorbereiden.  Bij het opruimen van een kamer vindt hij/zij het voorwerp dat je gekozen hebt.  Dit brengt een sterke emotie.  Het doet iets met je personage.   Zodanig dat het een invloed heeft op het pakken en de verhuizing eventueel. Schrijf dit neer in max. 40 regels.   We hebben hier een vrij afgebakend geheel.  We reiken een personage aan, een kader en een plot.  Ideale oefening voor mensen in de groep die te kennen geven dat ze vaak geen inspiratie hebben.   Lesmoment  2   Kortverhaal: een beetje theorie   Een kortverhaal is meestal beperkt in tijd, ruimte en personages.  Ik geef een voorbeeld .  We willen schrijven over een verjaardagsfeest.  Dan hebben we allerlei aspecten die we aan bod kunnen laten komen in ons verhaal.  De uitnodiging voor het feest, de voorbereidingen, de bezoekers komen binnen, het opdienen van de taart, het opruimen de volgende dag,…  Voor een kortverhaal zullen we niet alle aspecten gaan belichten.  Maar we kiezen er één of twee uit en leggen daar de focus.  Bv het verhaal begint wanneer de eerste bezoeker aanbelt.  Cfr. Ton Rozeman “Je ziet er niets van”.   Een kortverhaal begint meestal midden in de handeling in medias res.  Als we teruggaan naar de verjaardag: de deur gaat open , de jarige laat de eerste bezoeker binnen.    Soorten kortverhaal.   Panoramaverhaal Kan langer gespreid zijn in de tijd en zich op meerdere plaatsen afspelen.  Landschap wordt  fraai beschreven en heeft vaak een functie voor het verhaal.  Er is veel dialoog en tempowisselingen.  Dit soort verhaal zou kunnen verfilmd worden. Voorbeelden: “Brokeback mountain” van Anne Brooks De kortverhalen van Alice Munro “Over de liefde”van Anton Tsjechov   Portretverhaal Personage vult heel de ruimte van het verhaal.  Er zijn weinig tempowisselingen en het gaat over een korte periode.  Er is weinig achtergrond en bijna geen flashbacks.  Alles gebeurt nu.    Voorbeeld: “De dame met het hondje” van Tsjechov   Zeer korte verhaal We kunnen A.L. Snijders beschouwen als de uitvinder van het Zeer Korte verhaal.  In zijn zeer korte verhalen gaat het over de kleine alledaagse dingen maar er is altijd een abstractie en een moraal.  Maar ook Remco Vampert en Nico Dijkshoorn zijn voorbeelden van fantastische ZKV schrijvers.   Het kortste verhaal ooit staat op naam van Ernest Hemingway: “Te koop, babyschoentjes, nooit gebruikt.”   Elk non-fictie verhaal dat korter is dan een novelle (in de novelle komen meerdere personages aan bod), dus ook de anekdote, het cursiefje, de fabel, … kunnen we beschouwen als een kortverhaal.  Toch heeft het kortverhaal zijn specifieke kenmerken en werd het vanaf de negentiende eeuw een apart literair genre.  Zeg dus nooit kortverhaal tegen zomaar eender welk korte verhaal.    Oefening: schrijf een ZKV.   Twee voorstellen:   Je bent op weg naar het containerpark, wat ga je wegbrengen, maak een lijstje van de dingen die je weg zal brengen, en daarna vertel je ons hierover een zeer kort verhaal Je wordt wakker, je hebt geen zin om te gaan werken of naar school te gaan. Dit kan je in twee zinnen schrijven maar we willen een iets langer verhaal maar toch nog een kortverhaal want we willen dat je die twee zinnen gaat “kleuren” (denk aan voorbeeld milieuactivist).   naar keuze!!! Welke opdracht je hier ook kiest, max . 10 regels   Lesmoment 3   We laten op Youtube het filmpje zien en horen van “Honey” door Bobby Goldsboro. Dit is een voorbeeld van een kortverhaal. De schrijver van het lied laat ons een man zien die terugkijkt naar een relatie.  Hij vertelt ons ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen maar die veel vertellen over de vrouw met wie hij een relatie had.  Het moment waarop ze weggaat ontwikkelt zich het plot.  Horen we duidelijk aan de muzikale ondersteuning.    Vragenronde (samen reflecteren over tekst en muziek van het lied)   Wat zien jullie? Waar is de man (zanger van het lied) Hoe is de vrouw weggegaan volgens jullie? Wat is er gebeurd? Wat is de sfeer van het lied en de tijdsgeest? Hebben jullie een duidelijk beeld van de man, van de vrouw? Welke zin in het lied raakte jullie het meest?   Snuffel eens door jullie muzieklijst en geef volgende les door welke liedjes voor jou een kortverhaal hebben. Je mag ook een foto meebrengen die voor jou een heel verhaal oproept.    Oefening hierbij.  Kies een foto die een heel verhaal oproept en schrijf hierbij een kortverhaal. Max 25 regels   Kies een lied en maak er een kortverhaal van.   Als je graag het lied ”Honey” uitschrijft, ga je gang!   Blader door de krant (zoekertjes of kleine faits divers zijn vaak grote bronnen voor inspiratie).

Josien Kee
0 0

Scene 16

acteur:          Hoe lang zijn we nu al samen, jij en ik?                      42 jaren lang bevechten we elkaar als een slecht gematched koppel.                       strijden om te winnen. Danser:     Een bewaarplaats van pijn. Acteur:           Halfvol getankt met beton, wachten op meer, op beter                       waar ideeen stromen, loop jij leeg.                       Je wil niet dood. Danser:     Ik wil leven. Acteur:           Maar ik ben op..... Danser:     Mijn bloed schreeuwt om hulp. Acteur:            Elke dag opnieuw ga ik met je in onderhandeling, onzichtbaar voor de                        buitenwereld.                        Mijn wereld die niet groot genoeg kon zijn werd kleiner en kleiner                        tot alleen ik,.... Danser:       Ik daar nog was.   Acteur:           Ik bewoon jou. Dasner:      ik ben uitgewoond.   Acteur:           Als een opgevoerde brommer sleur ik je als ballast achter me aan.                       Dacht dat wilskracht alles kon overwinnen. Dasner:      Het leven is niet maakbaar, meisje. Acteur:            Onevenwichtig sluip ik over mijn pad.                        Ogen die zien wat andere bedoelen.                        Handen die grijpen maar niks meer voelen                        Voeten die staan om niet te vallen                        Een lichaam om te begeren ligt werkeloos aan de kant. Dasner:      onevenwichtig...... Acteur:            Wat is het dat je wil van mij? Jij lief, leep, lijf van mij. Danser:     Ik wacht... Acteur:            De mazen van het net te groot om me op te vangen. Danser:     Ik wacht..... Acteur:             Jij hebt me lamgelegd. Danser:     Ik wacht...... Acteur:            Een ziel met zoveel willen in een huis dat me niet laat gaan. Dasner:     Ik wacht..... Acteur:            Je hebt me iets geleerd. Danser:     Ik wacht.... Acteur:             Ik kan enkel nog luisteren naar het zacht kloppen van mijn hart                         Een adem die langs mijn lippen zucht. Danser:     Ik wacht.... Acteur:             Het echte verlangen, het wezenlijke zijn. Danser:     Ik wacht... Acteur:             Ik ben thuisgekomen. Danser:     Ik wacht je op aan de achterkant van het leven. Acteur:             Weten dat het leven een kwestie is het juiste moment af te wachten.   (C) tekst/beeld: geschreven voor de theatervoorstelling closed world, Hanneke

Miss Blue Sky.
6 0

Alle dagen, gisteren.

Haar hand trilt een beetje, voorzichtig gluurt ze over haar kopje thee om te zien of zij het ziet. Zij kijkt zwijgend uit het raam, verveeld, alsof ze de minuten weg kan zuchten. Bleke lippen krullen zich over het fragiele porselein. Wit met rode bloemen en gouden randje. Hij had het voor haar gekocht, ze glimlacht, zo sterk, krachtig als hij daar staat in de deuropening. Hij was lang weggebleven deze keer, ze moest nadenken wanneer hij haar voor het laatst in zijn armen genomen had.   Toch geen visser? had haar moeder gezegd, alsof ze de vis kon ruiken. Haar vader vond het prima, weer een dochter de deur uit, rust. Maar zij hield van de zilte geur in zijn haar, vermengt met het zoet rokerige van zijn eeuwige sigaar. Handen, groot, grof altijd geurend naar vis, die haar streelde alsof ze van breekbaar porselein gemaakt was.   ‘Henk’, ze probeert op te staan, zoekend met een hand naar houvast. ‘Henk, lieverd ik heb je zo gemist, kom kus me’. Haar magere hand slaat de theepot van het bijzettafeltje terwijl ze haar evenwicht verliest. ‘Ma, wat doe je nu? Ze was recht gesprongen en probeert haar moeder van het tapijt te graaien. ‘Ik moet naar Henk’, haar kromme vinger wijst richting de deur. Ze zucht diep en drukt op de rode knop. ‘Maar maar, mevrouw de Visser, bent u uit uw stoel gevallen? Een verpleegster op rode Crocs, die een kusgeluid maken bij elke stap die ze zet, pakt haar stevig onder haar oksels en hijst haar weer in haar stoel. Henk, ze fluistert zijn naam zachtjes, hij staat niet meer bij de deur. Zorgvuldig krabt ze de restjes rode nagellak van haar vinger, wanneer had ze hem voor het laatst gezien? Hij komt haar halen om te gaan dansen, dat weet ze zeker.   Zacht valt de deur in het slot, ze gaat naar huis; moeder is totaal niet aanspreekbaar vandaag, morgen beter.   (C) tekst/beeld Hanneke

Miss Blue Sky.
0 0

Zeer korte verhalen schrijven – een kennismaking

AANKONDIGING CURSUS   Zeer korte verhalen schrijven – een kennismaking   Schrijf je graag? Ben je op zoek naar een duwtje in de rug? Ben je benieuwd naar wat anderen van jouw tekst vinden? Dan is de cursus zeer korte verhalen (zkv) schrijven iets voor jou.   Hoe begin je aan een zkv? Hoe breng je een zkv tot een goed einde? Wat kun je leren van Lydia Davis en A.L Snijders? Aan de hand van korte schrijfopdrachten gaan we op zoek naar een antwoord op deze vragen.   Begeleiding: Ward Mertens Wanneer: zaterdag 4 juni van 10u tot 11:30u en zaterdag 11 juni van 10u tot 11:30u Locatie: bibliotheek x, xlaan 14, xxxx xburg Niveau: beginners Leeftijd: 18 jaar en ouder Prijs: 20 euro Genre: proza Meer info: wardmertens@msn.com of 0487 45 76 30   KORTE SAMENVATTING SESSIE   Zeer korte verhalen schrijven – een kennismaking   Doelgroep: Beginners. Maximum 8 deelnemers. De deelnemers kennen elkaar niet. Ze hebben de cursus gevonden via uitinnaamstad.be, Creatief Schrijven, een folder in de bibliotheek, sociale media, etc.   Globale doelen: de deelnemer maakt kennis met het zkv. de deelnemer leert hoe hij aan het zkv begint. de deelnemer schrijft een zkv. de deelnemer leert feedback krijgen en geven. De deelnemer kan na de tweede les zelfstandig het eigen zkv herschrijven.   LES 1   Opstelling lokaal: 9 stoelen geschikt in een cirkel, 1 flip chart, post-its, pen, papier, bijlagen.   10:00 – 10:20 Het datingprofiel – kennismaking deelnemers Materiaal: Pen, papier, bijlage 1 (slagzinnen datingprofielen).   Opdracht: De deelnemer stelt zichzelf voor zoals hij dat zou doen in een profiel op een datingsite. De voorstelling is maximum 4 zinnen lang. De naam van de deelnemer moet in het profiel voorkomen.   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 1. De docent legt de opdracht uit en leest de voorbeeldprofielen voor (4 minuten). De deelnemer schrijft een eigen fictief profiel (6 minuten). De deelnemer leest het profiel voor (10 minuten).   Doel: De deelnemer wordt onmiddellijk aan het schrijven gezet. De deelnemer stelt zichzelf kort voor.   Voor wie: Doeners Beslissers   10:20 – 11:00 Lydia Davis & A.L. Snijders – kennismaking met het zkv Materiaal: Pen, papier, post-its, flip chart, bijlage 2 (Een verhaal dat een vriendin me vertelde, Lydia Davis) en 3 (Jonge schrijver van A.L. Snijders).   Opdracht: De docent leest Een verhaal dat een vriendin me vertelde en Jonge schrijver voor. De deelnemer puurt uit deze verhalen kenmerken (lengte, plot, personage, inhoud, opbouw, stijl, etc) van het zkv.   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 2 en 3. De docent legt de opdracht uit en leest de zkv’s voor (6 minuten). De deelnemer herleest de verhalen in stilte en gaat op zoek naar kenmerken van het zkv. Hij schrijft elk kenmerk op een aparte post-it (10 minuten). De docent polst in groep naar de leeservaring. Welke zkv’s vinden de deelnemers mooi/lelijk, sterk/flauw, diepgravend/vlak etc. De deelnemers worden aangespoord hun leeservaring te onderbouwen met concrete verwijzingen naar de tekst (8 minuten). De docent en de deelnemers overlopen de kenmerken op de post-its. Post-its die gerelateerd zijn worden in groepjes op de flip-chart geplakt (16 minuten). De kenmerken van het zkv worden in groep doorgenomen.   Doel: De deelnemer leert het zkv kennen. De deelnemer leert de kenmerken van het zkv kennen.   Voor wie: Beslisser Dromer Denker   11:00 – 11:25 Doodgewone dingen - aanzet eigen zkv Materiaal: Pen, papier, bijlage 4 (Doodgewone dingen met Carll Cneut)   Opdracht: De deelnemer beantwoordt onderstaande vragen: schrijft drie dingen op: Noem één inzicht dat het leven je heeft gegeven. Vertel over een specifiek moment (een voorval, een ontmoeting) waarop jij je van dit inzicht bewust werd. Welk object (bv. een (gebruiks)voorwerp) of subject (bv. mens of dier) associeer jij met dit moment? Bijvoorbeeld (zie ook bijlage 4): inzicht: ik word blij van lekker eten. moment: mijn eerste boterham met smeerkaas en een hardgekookt ei. Object-subject: een mes om brood te snijden.   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 4. De docent legt de opdracht uit en legt de link met bijlage 4 (3 minuten) De deelnemer schrijft zijn antwoord op de drie vragen neer. Hij kiest voor een inzicht, moment en object-subject dat hij met de groep wenst te delen (5 minuten). De deelnemers lezen hun inzicht, moment en object-subject voor (10 minuten) De docent legt de link tussen roman en inzicht, kortverhaal en moment, zkv en object-subject (7 minuten).   Doel: De deelnemer leert een onderscheid maken tussen inspiratie (gebaseerd op eigen ervaringen) die kan dienen voor het schrijven van een roman, een kortverhaal en een zkv. De deelnemer zet een eerste stap in het schrijven van een zkv.   Voor wie: Doener Beslisser   11:25 – 11:30 Uitleg thuisopdracht Materiaal: Pen, papier, bijlage 5 (links naar filmpjes en interviews)   Opdracht 1: De deelnemer werkt thuis aan een zkv van maximum 200 woorden. Hij gebruikt het object-subject uit de ‘aanzet eigen zkv’ (zie vorige tijdsblok) als uitgangspunt en inspiratiebron. Hij brengt het inzicht over dat aan dit object-subject is gekoppeld, zonder het inzicht zelf expliciet te noemen. De deelnemer mailt het zkv vóór de tweede les naar de andere deelnemers en de docent. Iedereen neemt de teksten vooraf door. De deelnemer brengt 9 exemplaren van de eigen tekst mee naar de tweede les.   Opdracht 2 (facultatief): De deelnemer neemt volgende zaken door: Filmpje 1: interview met Lydia Davis in Boeken over het schrijven van zkv’s. Filmpje 2: ontmoeting tussen A.L. Snijders en Mehmet Dogan (naar aanleiding van deze ontmoeting schreef Snijders Jonge man). Interview 1: interview met Lydia Davis over het schrijven van zkv’s. Interview 2: interview met A.L. Snijders over de eerste zin van een zkv.   Aanpak: De docent legt de opdracht uit (3 minuten). De deelnemer kunnen vragen stellen (2 minuten).   Doel: Opdracht 1: De deelnemer schrijft zelfstandig een zkv. De deelnemer past de theorie uit les 1 toe in een eigen zkv. Opdracht 2: De deelnemer leert de werkwijze van Lydia Davis en A.L. Snijders kennen.   Voor wie: Doener Dromer Denker   Bijlage 1   Enkele slagzinnen uit profielen van een datingwebsite:   ‘Gewoon zin om te delen.’   ‘Na een paar tegenslagen geloof ik nog altijd rotsvast in de liefde !! Eerlijkheid , respect , passie en trouw als basis.’   ‘Ik hou van gewoon, schoonheid door eenvoud, ik heb een passie voor echt en oprechtheid. Ik hoef niet zo nodig spectaculaire zaken om te genieten maar hou ontzettend van originaliteit en creativiteit. Ik ben geen stresskonijn of drukdoener, zoek niet constant de aandacht (denk ik, hoop ik) maar filosofeer wel eens graag en denk vaak over het leven en ongrijpbare dingen na. Ik hou van muziek maar ook van kunst in 't algemeen, maar meestal niet in de klassieke vorm. "You can only hit a homerun, when you're not afraid of missing the ball" en "Probeer alles, behoud het goede" zijn 2 uitspraken die me niet vreemd zijn.’   ‘ik ben een vrolijke, romantische eerlijke vrouw. Een beetje verlegen op het eerste, maar ik krijg het zo goed.’   ‘Generation X. Wijzer met de jaren. Zoek gezelschap.’   Bron: http://nl.rendez-vous.be/   Bijlage 2   Een verhaal dat een vriendin me vertelde (uit De taal van de dingen in huis van Lydia Davis)   Een vriendin van me vertelde me laatst een treurig verhaal over een buurman van haar. Hij was een correspondentie begonnen met een onbekende via een onlinedatingbureau. De vriend woonde op honderden kilometers afstand, in North Carolina. De twee mannen wisselden berichten uit en daarna foto’s en hadden algauw lange gesprekken, eerst schriftelijk en daarna telefonisch. Ze merkten dat ze veel gemeenschappelijke interesses hadden, dat het emotioneel en intellectueel klikte, dat ze zich bij elkaar op hun gemak voelden en lichamelijk tot elkaar aangetrokken werden, voor zover ze dat via het internet konden vaststellen. Ook professioneel lagen hun interesses dicht bij elkaar, want de buurman van mijn vriendin was boekhouder en zijn nieuwe vriend in het zuiden was assistent-hoogleraar economie aan een kleine universiteit. Na enkele maanden leken ze ontegenzeggelijk verliefd en de buurman van mijn vriendin was ervan overtuigd dat ‘dit hem was’, zoals hij het uitdrukte. Toen er wat vakantie aanbrak, boekte hij een vlucht naar het zuiden om een paar dagen met zijn internetliefde door te brengen.   Op de dag van de reis belde hij zijn vriend een keer of drie en praatten ze. Toen kreeg hij tot zijn verbazing geen gehoor meer. Ook was zijn vriend niet op het vliegveld om hem af te halen. Nadat hij gewacht en nog enkele keren gebeld had, verliet de buurman van mijn vriendin het vliegveld en ging naar het adres dat zijn vriend hem had opgegeven. Er deed niemand open toen hij klopte en aanbelde. Alle mogelijkheden schoten door zijn hoofd.   Hier ontbreken enkele stukken van het verhaal, maar mijn vriendin vertelde me dat haar buurman erachter kwam dat diezelfde dag, terwijl hij op weg was naar het zuiden, zijn internetvriend was gestorven aan een hartaanval terwijl hij aan de telefoon zat met zijn arts; de reiziger, die dit ofwel van de buurman van de man of van de politie had gehoord, had zich naar het plaatselijke mortuarium begeven; hij had zijn internetvriend mogen zien; en dus was het daar, recht tegenover een dode, dat hij voor het eerst degene te zien kreeg die, daar was hij van overtuigd geweest, voor altijd zijn levensgezel zou zijn geworden.   Bron: http://tijdschriftterras.nl/de-taal-van-dingen-huis-nieuwe-fragmenten/   Bijlage 3   Jonge schrijver, A.L Snijders   Vannacht om vier uur staat er iemand aan mijn bed met de mobiele telefoon. Hij fluistert dat Peter Vos me wil spreken. Ik ken Vos niet persoonlijk, ik heb hem nooit ontmoet, hij praat met zachte stem, wat me verbaast. Ik heb wel eens van bekwame mensen gehoord dat hij naast Rembrandt als de beste Nederlandse tekenaar beschouwd wordt. Dat ik hem nu aan de telefoon heb, maakt grote indruk op me. Zo groot dat ik me pas later realiseer dat hij zes jaar geleden is gestorven.   Na de nacht komt de ochtend met regen en de middag met felle zon. In die zon ontvang ik Mehmet Dogan, een schrijver die met 1.400 anderen een kortverhaal voor een wedstrijd heeft ingezonden, en bij de eerste vijf is geëindigd. Hij komt er met mij over praten. De ik-persoon is hijzelf. Hij heeft op de middelbare school van Kleef les gehad van een leraar die de wereld van Goethe, Mann en Grass voor hem heeft opengebroken en in een verblindend licht heeft gezet – hij wil schrijver worden.   Na jaren ziet hij de gepassioneerde leraar terug in een ontluisterende kebabzaak in een Kleefse gettobuurt. Hij zit achter een gokautomaat, het is een futloze grijsaard geworden. Aan de muur hangt een bord met de tekst: Wer seine Träume verwirklichen will, muss erstmal aufwachen! De jonge schrijver en de oude leraar komen in gesprek en het verhaal eindigt met afrondende zinnen, de ogen van de oude man stralen weer even.   We praten over dit slot, hij zegt dat hij ze liever niet bij elkaar had gebracht, dat hij de jongeman ongezien met zijn kebab had willen laten vertrekken. Maar hij durfde niet.   Bron: dS Weekblad   Bijlage 4   Doodgewone dingen met Carll Cneut   Een woord dat ik lang niet hoorde opnieuw horen. Onlangs hoorde ik twee madammekes op straat het woord ‘stortbad’ gebruiken voor ‘douche’, voldoende om me de rest van de dag met een glimlach te doen rondlopen. Misschien omdat ik stam uit de tijd dat iedereen een bad had, en toen bijna iedereen een stortbad had, werd dat een douche. De Mentos met watermeloensmaak bereiken in mijn rolletje. Ik heb ondertussen uitgedokterd dat ze altijd per twee zitten in de regenboogrolletjes, en als ik plots na de smaak van appel en pompelmoes aan watermeloen kom, ben ik zo gelukkig dat ik er ook direct twee van eet. De Vlaamse gaai in de tuin van de buren. Het harde getik van zijn snavel tegen een raam irriteerde me eerst, maar nu is het geluid bij mijn werkdagen gaan horen en mis ik hem als hij er niet is. Binnenkijken in huizen. Zeker op donkere dagen waarop mensen hun rolluiken nog niet hebben neergelaten, kan ik dat niet laten. Het dagelijkse leven is inspiratie voor mijn werk. Dat kan iets zijn wat op een vensterbank staat, of de kleren die een vrouw draagt die ik in een zetel zie zitten. Een tube verf openen waarbij er eerst olie uitkomt, en dan pas verf. Dat gebeurt maar bij een paar kleuren, zoals beige, en ik vind het heerlijk omdat het beter smeert en ik daar gelukkig van word. Je zult dan ook zien dat ik in mijn werk veel beige gebruik. Een witte boterham met een dikke laag smeerkaas dubbel room. Ik vind dat een van de allerlekkerste dingen ter wereld, al van toen ik nog een kind was. Ik heb altijd drie à vier doosjes in mijn koelkast zitten, en als ik ooit mijn laatste avondmaal mag kiezen, dan wordt het een boterham met een dikke laag smeerkaas met een glas ijskoude chocolademelk en een hardgekookt ei. Je koffer openen op hotel en zien dat alles nog perfect ligt. Dan leef ik echt uit mijn koffer, omdat ik bang ben dat ik het chaotischer maak door uit te pakken. Mijn haar dat de dag na een kappersbezoek nog steeds goed valt. Als het vlak na het kappersbezoek zo is, weet je: dat komt door de kapper. De dag erna weet je: dat komt hier echt helemaal in orde.   Bron: dS Magazine   Bijlage 5   Lydia Davis in Boeken over het schrijven van zkv’s: http://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2012/18-november.html   A.L. Snijders geeft Mehmet Dogan een masterclass zkv: http://www.vpro.nl/boeken/speel.VPWON_1258937.html   Interview met Lydia Davis over het schrijven van zkv’s: http://www.korteverhalenschrijven.nl/2013/01/09/exclusief-interview-met-lydia-davis-over-het-schrijven-van-korte-verhalen-wat-wil-zij-haar-studenten-meegeven/#more-1597   Interview met A.L Snijders over het belang van de eerste zin in zkv’s: http://www.trouw.nl/tr/nl/4468/Schrijf/article/detail/3476486/2013/07/18/Vanaf-de-eerste-zin-ben-je-waar-je-wezen-moet.dhtml   LES 2   Opstelling lokaal: 9 stoelen geschikt in een cirkel, 1 flip chart.   10:00 – 10:15 De hoed – delen schrijfervaring Materiaal: Hoed, 8 vragen (elk op een apart briefje).   Opdracht: Een deelnemer haalt een vraag uit een hoed en leest de vraag voor. De vragen handelen over het schrijftraject (bijvoorbeeld wat vond je moeilijk/makkelijk aan het schrijven van het zkv? Stond je eerste versie snel op papier? Heb je je zkv aan iemand anders laten lezen, waarom wel/niet? Lijkt de eerste versie van je zkv op de versie die je uiteindelijk naar iedereen mailde? Wat vind je van je eigen zkv? Ben je geslaagd in je opzet? etc.). De deelnemer legt deze vraag voor aan een van zijn medestudenten. Deze beantwoordt de vraag. De anderen mogen inpikken op het antwoord. Vervolgens mag diegene die een vraag kreeg, zelf een vraag uit de hoed trekken en aan iemand anders in de groep voorleggen, enzovoort. Iedereen stelt en beantwoordt één vraag.   Aanpak: De docent zet de hoed met de vragen in het midden en legt de werkwijze uit (1 minuut) De deelnemers stellen en beantwoorden vragen en wisselen schrijfervaringen uit (14 minuten).   Doel: De deelnemer verwoorden hun schrijfervaring. De deelnemer maakt kennis met andere schrijfervaringen.   Voor wie: Dromer Denker   10:15 – 10:45 Feedback zkv’s – continenten (1) Stoelen aan de kant, flip chart op een plek die overal in de ruimte goed zichtbaar is. Materiaal: zkv’s deelnemers, flip chart, pen.   Opdracht: De docent schrijft de namen van de vier grootste continenten (Azië, Afrika, Amerika, Antarctica) op een flip chart. Hij vraagt de deelnemers om zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden op te noemen die ze met de continenten associëren. De ruimte wordt in vier stukken verdeeld. Elk stuk = één continent. De deelnemer leest zijn zkv voor. De andere deelnemers gaan in het vak staan dat volgens hen gevoelsmatig het dichtst aanleunt bij de zkv. De docent vraagt enkele deelnemers hun keuze te verantwoorden.   Aanpak: De docent schrijft de namen van de vier continenten op een flip chart en noteert onder de namen de associaties van de deelnemers (5 minuten). De docent legt de opdracht uit (1 minuut). Vier deelnemers lezen hun zkv voor en krijgen feedback via de continenten (4 x 6 minuten).   Doel: De deelnemer krijgt feedback. De deelnemer leert omgaan met feedback. De deelnemer kan op basis van de feedback een nieuwe versie van zijn zkv schrijven. De deelnemer leert zelf feedback geven.   Voor wie: Doener Beslisser   10:45 – 11:10 Een belegerd huis – herschrijven Stoelen opnieuw in een cirkel. Materiaal: Pen, papier, bijlage 1 (In een belegerd huis (versie 1) en In een belegerd huis (versie 2), Lydia Davis).   Opdracht: De deelnemer vergelijkt versie 1 en 2 van In een belegerd huis en beantwoordt – eerst individueel, dan in groep – onderstaande vragen: Wat heeft de auteur verandert? Waarom denk je dat de auteur voor de verandering koos?   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 1. De docent legt de opdracht uit en leest beide versies van In een belegerd huis twee keer voor (5 minuten). De deelnemer herleest beide versies in stilte en beantwoordt voor zichzelf de twee vragen (10 minuten). De docent polst in groep naar de bevindingen. De belangrijkste bevindingen noteert hij op de flip chart (10 minuten).   Doel: De deelnemer leert kritisch naar een eerste versie van een zkv kijken. De deelnemer maakt kennis met het herschrijven van een zkv.   Voor wie: Beslisser Dromer Denker   10:10 – 11:30 Feedback zkv’s – continenten (2) Stoelen aan de kant, flip chart met continenten + associaties op een plek die overal in de ruimte goed zichtbaar is. Materiaal: zkv’s deelnemers, flip chart.   Opdracht: Zie tijdsblok ‘Feedback zkv’s – continenten (1)’.   Aanpak: Vier deelnemers lezen hun zkv voor en krijgen feedback via de continenten (4 x 5 minuten).   Doel: Zie tijdsblok ‘Feedback zkv’s – continenten (1)’.   Voor wie: Doener Beslisser   Bijlage 1   In een belegerd huis (versie 1), Lydia Davis.   In een belegerd huis woonden een man en een vrouw, met twee honden en twee katten. Er waren toen ook muizen, maar zij werden niet erkend. Vanwaar ze ineengedoken in de keuken zaten, hoorden de man en de vrouw kleine ontploffingen. ‘De wind,’ zei de vrouw. ‘Jagers,’ zei de man. ‘Rook,’ zei de vrouw. ‘Het leger,’ zei de man. De vrouw wilde naar huis gaan, maar ze was al thuis, daar midden op het land in een belegerd huis, in een huis dat toebehoorde aan iemand anders.   Bron: http://www.theatlantic.com/magazine/archive/2014/07/lydia-daviss-very-short-stories/372286/     In een belegerd huis (versie 2), Lydia Davis.   In een belegerd huis woonden een man en een vrouw. Vanwaar ze ineengedoken in de keuken zaten, hoorden de man en de vrouw kleine ontploffingen. ‘De wind,’ zei de vrouw. ‘Jagers,’ zei de man. ‘De regen,’ zei de vrouw. ‘Het leger,’ zei de man. De vrouw wilde naar huis, maar ze was al thuis, daar midden op het land in een belegerd huis.   Bron: Bezoek aan haar man, Lydia Davis.

Ward Mertens
0 0

schrijfsessie voor kinderen uit Lokaal Opvanginitiatief

Lesvoorbereiding    Doelgroep:    kinderen uit Locaal Opvanginitiatief in asielprocedure 9 - 12 jaar   (de meeste kinderen uit deze groep zijn al een tijdje in België, volgen mee in het onderwijs en zijn redelijk goed op weg in het leren van NL / Ze hebben nog geen ervaring in creatief schrijven)   Lestijd: 3 u   Thema: droomreis   Doelen:   In deze les wil ik eerst kijken in hoeverre doel 1 kan bereikt worden om daarna over te gaan naar doel 2. Ik zie het als een opbouw om eerst het gegeven: ‘reis’  via een fictief figuurtje te kunnen beleven en daarna de link te leggen met hun eigen beleving. Het kan zijn dat we het opdelen in 2 lessen.   de kinderen schrijven een reisverslag van een fictieve droomreis op een briefkaart   de kinderen schrijven een autobiografisch dagboekfragment van hun eigen reis naar België   1) Inleiding (10 ‘)   Ik toon aan de kinderen een 3D wereldbol. We bekijken hem samen en proberen te benoemen wat we zien. Wanneer er een beetje sturing nodig is, kan ik vragen stellen: waar is de zee? Waar ligt er veel sneeuw? Wie heeft er al sneeuw gezien? Waar is er woestijn? …    Aan het einde van de inleiding vraag ik: zouden er landen bestaan die wij nog niet kennen?   2) start 1ste opdracht:   A) (15’)   Ieder kind krijgt een groot blad (A3) met hierop een wereldbol en er ruimte omheen. Ik heb een hele mand vol 3Dfiguurtjes (gogo’s, dino’s, playmobil mannetjes, …) meegebracht. Hieruit mag elk kind een figuurtje kiezen.   Ze krijgen ook papier en pen.   We gaan eerst het figuurtje een persoonlijkheid geven. Ik stel vragen, de kinderen mogen hun antwoorden noteren op een blad. Wanneer ze nog niet zo goed kunnen schrijven, mag er ook getekend worden. We kunnen ook elkaar helpen bij het schrijven en benoemen.   Vragen:   hoe heet jouw figuurtje? hoe oud is hij of zij? waar woont hij of zij nu? (dit mag aangeduid worden op de kaart) wat eet het figuurtje graag? wat doet hij of zij graag? Heeft hij of zij een hobby? wat doet het figuurtje overdag? Gaat hij of zij naar school? Werkt hij of zij? Zoja, wat doet hij of zij dan? Als hij of zij een goede vriend heeft, wie zou dat kunnen zijn? (Ook hiervoor mogen de kinderen een 3D figuurtje kiezen)   Feedbackronde:   We stellen elk ons figuurtje aan elkaar voor. (5’)   B) (10’)   Na het beantwoorden van deze vragen, vertel ik heel kort over wat elk figuurtje wil gaan doen.   Inhoud:    Jouw figuurtje wil graag een droomreis maken, naar een plek ergens op deze wereld of naar een plek op een andere planeet. Het land waar hij of zij naar toe gaat, is een land dat nog nooit iemand gezien of ontdekt heeft.   Eerst kiest iedereen een plek op of buiten de wereldbol waar het figuurtje naartoe wil gaan. We duiden het met een stift aan op het blad. We trekken een lijn tussen waar hij of zij nu woont en naar daar waar hij of zij op reis wil.    Vraagstelling:   Welke route legt hij of zij af. Rechtstreeks van A naar B? Of toch via een kleine omweg? Enkel over het land? Of ook via de zee? …   Feedbackronde:   Even per 2 aan elkaar uitwisselen.   C) (30’)   Ik geef de kinderen strookjes papier en pen. Op deze strookjes mogen ze woorden schrijven die passen bij het land dat ze kiezen. Er kunnen meerdere antwoorden zijn. Om hen te begeleiden, stel ik vragen:   hoe heet het land? (Ieder kind bedenkt een naam, liefst iets wat niet bestaat) welk weer is het in dit land? veel zon? altijd regen? sneeuw? … wat zie je vooral in dit land? sneeuw? zand? water? bergen? bossen? rivieren? ijs? veel gras en bloemen? Rotsen? Of zie je dingen die nog niemand ooit gezien heeft bvb. overal snoep? overal diamanten? … welke kleuren zie je vooral? blauw? rood? geel?  … er leven ook dieren in dit land, welke dieren leven hier? Zijn er veel katten? honden? paarden? Of zijn het dieren die we niet kennen? Hoe worden deze dieren dan genoemd?  hoe zien de mensen die er wonen uit? Of zijn het eerder vreemde wezens? hoe worden deze wezens genoemd? welke kleren dragen deze wezens of mensen?   Alle woorden die ze hebben verzameld, leggen ze rond hun blad met wereldbol.   Feedbackronde:   Ik loop rond en bespreek kort met elk kind dat wat ze opschrijven.   D) (10’)   Na de vragensessie leg ik een aantal foto’s / illustraties open.    Op deze foto’s staan voertuigen: auto, vliegtuig, boot, fiets, te voet, skateboard, rolschaatsen, go car, trein, bus, op een paard of ezel, een raket …  We benoemen ze eerst samen. Ik leg er ook lege kaartjes bij, mocht het zijn dat de kinderen zelf nog een voertuig uitvinden bvb. een figuurtje vliegt op de rug van een vogel, …   Vraagstelling:    Hoe gaat jouw figuurtje op reis? Het kan zijn dat hij meerdere voertuigen of manieren neemt. (denk ook terug aan de route die hij of zij wilde afleggen bij B)   Elk kind kiest een (of meerdere) foto (’s) met voertuig uit of tekent zelf een voertuig of manier waarop het figuurtje reist.   E) (10’)   Onderweg heeft het figuurtje ook zelf foto’s genomen. Op deze foto’s staan gebeurtenissen die onderweg gebeurd zijn. Het kan een foto zijn, waarop hij of zij iets moois heeft gezien, iets verdrietig, iets om kwaad van te worden, iets leuks, …   Vraagstelling:   Je mag één foto kiezen die gemaakt is door je figuurtje onderweg. Wat is er op die foto gebeurd? Wat heeft jouw figuurtje gezien of meegemaakt?   F) (15’)   Ook dit materiaal (bij D en E) leggen we bij ieders’ blad met wereldbol. Zo hebben we nu een verzameling van woorden, die weergeven hoe het land is. Een foto van het voertuig, waarmee het figuurtje op reis is gegaan en een foto van een gebeurtenis onderweg.   Feedbackronde:   We leggen alle info per persoon elk op een eigen plek in het lokaal. Daarna gaan we in groep rond om te kijken en te benoemen wat we zien.   G) (20’)   Schrijfopdracht doel 1:   Je figuurtje schrijft een grote briefkaart naar zijn goede vriend(in). Hierop schrijft hij of zij over zijn reis. Gebruik zoveel mogelijk de woorden en dat wat je verzameld hebt rond je blad met de wereldbol (strookjes met woorden, foto’s, tekeningen …) . De kaart is zo groot als een A4, dus meer kan er niet op. Aan de achterkant maken we een tekening van het land waar hij of zij op reis is. Dit kan een tekening zijn van bijvoorbeeld een landschap, van de inwoners van het land, de dieren die je er vindt, …   2) start 2de opdracht:   A) (10’)   We nemen de wereldbol er terug bij. Iedereen van jullie heeft eigenlijk ook een reis gemaakt, maar dan naar België. Ik zou eerst even samen willen bekijken, waar iedereen precies vandaan komt. We laten om de beurt ieder zijn land met naam benoemen en dan kijken we waar het ligt op de wereldbol.   B) (10’)   We nemen terug de foto’s erbij met de voertuigen. Hoe zijn jullie naar hier gekomen? Ze mogen weer elk de foto’s nemen, die ze nodig hebben. Mocht het zijn dat iedereen met een boot gekomen is, dan kunnen we daar toch even bij stil staan, terwijl dat we leren een papieren boot te vouwen.   C) (10’)   Ik geef hen papier, stiften en kleurpotloden.    Inhoud opdracht en vraagstelling:   We hebben gezien bij het figuurtje dat hij een foto had gemaakt van iets dat onderweg gebeurd was. Iets dat hij of zij mooi vond, iets leuks, misschien iets verdrietig, … Kan jij je nog iets herinneren van de weg naar hier toe, iets dat je nog weet? Iets leuks? Of misschien iets waar je heel verdrietig of bang van werd? …    Hiervan mogen ze elk een tekening maken.   D) (30’)   Schrijfopdracht doel 2 (uitbreiding 1):   Ik geef de kinderen een boekje en vertel dat dit een dagboek is. Een boek waarin je kan schrijven wat je op een dag hebt gezien, gehoord, … hebt. Een boek vol herinneringen.   Op de eerste blz. schrijven we een antwoord op de volgende vragen:   hoe heet je? hoe oud ben je? waar ben je geboren? wat eet je graag? wat doe je graag?    Schrijf nu een dagboekfragment dat hoort bij je tekening. In dat fragment mag je schrijven wat je gezien hebt, hoe je het ervaren hebt, wat je erbij voelde, …   Daarna kleven we de tekening bij het dagboekfragment.   Feedbackronde:   Voor wie wil, mag zijn dagboekfragment voorlezen. Indien iemand het liever niet in groep doet, maar liever aan 1 iemand, dat mag ook.     Materialen:   wereldbol, A3 bladen met wereldkaart op, 3D figuurtjes, papier, potloden, pennen, stiften, papierstrookjes voor de woorden, foto’s of illustraties met voertuigen of andere manieren om te reizen, lege kaartjes om op te tekenen, A4 briefkaarten, dagboeken, foto’s met gebeurtenissen, lijm en scharen.       Tekst en inhoud: Hilde Schuurmans                            

Hilde Schuurmans
0 0

Zeer kort verhaal

Schrijfopdracht tegen 21 mei   Thema: Zeer kort verhaal schrijven Doelgroep: volwassenen, open aanbod   Inleiding   Trefwoorden geven met krantenknipsels Metro: Cursisten trekken om beurten een stukje van een titel uit doos of envelop en vullen aan; het titeltje gaat de hele groep rond en iedereen probeert een eigen aanvulling te geven. (niemand hoeft de zinnen te noteren, maar de knipsels kunnen straks nog gebruikt worden ter inspiratie om een zeer kort verhaal te starten of te eindigen). (10 min)   Docent vertelt over volgende situatie: ‘Toen ik tien jaar oud was, werd ik per ongeluk opgesloten in het toilet van mijn grootvader. Ik heb er ongeveer een kwartier gezeten, gebonkt op de deur, geroepen, een beetje geweend. Uiteindelijk kwam mijn tante nonneke me verlossen. Zij was ‘de dader’, had uit gewoonte de deur gesloten en de grendel was van buiten op het slot gevallen. Het was een ouderwets toilet, heel proper, maar ik dacht als kind op dat moment dat ik nooit meer gevonden zou worden. Sinds dat moment heb ik een grote schrik van gesloten deuren.’ Heeft er iemand anders ook een jeugdherinnering die diepe indruk maakte? Die eventueel nog nawerkt af en toe? Positief of negatief, kort of lang, mensen mogen vrij vertellen. Rondje doen en cursisten laten vertellen. (10 min) (Dit eigen verhaal mag straks als inspiratie gebruikt worden om een zeer kort verhaal te schrijven).   Laatste rondje bij de groep: geef een trefwoord dat een sterk gevoel oproept, b.v. jaloezie. Schrijf dat even op. Geef je blad door, de volgende schrijft er een nieuw trefwoord bij: een substantief of een werkwoord dat geassocieerd kan worden met eerste woord. Blaadje wordt nog één keer doorgegeven: met de drie trefwoorden die er op het blaadje staan, maakt elke cursist een zin (mag uit twee of drie regels bestaan). De zinnen worden voorgelezen, kunnen straks als beginzin gebruikt worden bij het schrijven van het zeer kort verhaal. (10 min)   Zeer kort verhaal   Cursisten luisteren naar twee voorbeelden van zeer korte verhalen, docent leest ze voor. Zeer kort verhaal van A.L. Snijders: Geestgronden   Voorbeeld 2: Leen Raats, won de A.L. Snijdersprijs   Bespreking met cursisten: Groepsgesprek aan de hand van een aantal vragen: De twee voorbeelden worden ook uitgedeeld aan de cursisten. Mogelijke leidraad om de zeer korte verhalen te bespreken: Wat vond je van de twee zeer korte verhalen? Kan je ook aangeven waarom je dat vond (goed of niet goed, ronduit slecht..) Wat zijn volgens jullie een aantal kenmerken van een zeer kort verhaal? Tips: lengte, inhoud, vorm          thema: zit er een boodschap in of een ‘les’? is het amusant of wat abstract? Vertrekt het vanuit  een dagelijkse situatie? Proberen om een ‘definitie’ te formuleren, iedereen mag een inbreng doen – trefwoorden of structuur wel noteren (docent) op het bord Plot: ondergeschikt belang, eerder een filosofische vertelling, een grap, een ‘les’ Vertrekken van iets wat er is, iets concreets Lengte: handvol woorden, sommige tot 300 à 400 woorden   Iets verandert of verschuift, de situatie blijft niet hetzelfde (zie ook Jan Patijn met zijn Chinese vrouw) William Peden(professor en verhalenspecialist) gaf volgende omschrijving van een zeer kort verhaal: “het openen of het sluiten van een raam” Eens met deze omschrijving? Waarom (niet)? Is er sprake van een begin, midden en einde zoals in een ‘klassiek’ verhaal?   In een groep waar de taal- of beginsituatie dit toelaat, laat docent een paar voorbeelden zien van Lydia Davis die een paar zeer korte verhalen voorleest (YouTube); soms zijn haar korte verhalen maar een paar regels lang of een paragraaf. https://youtu.be/RHOa_rS2RpE Haar verzamelde verhalen in vertaling (Atlas Contact):’Varianten van ongemak’ en ‘Bezoek aan haar man’. In elk geval wordt ze vernoemd als voorbeeld, winnares van Man Booker prijs. Andere mogelijkheid: via YouTube naar een zeer kort verhaal luisteren van A.L. Snijders: https://youtu.be/AbJ4KcRtBCo  Teleurstelling Zijn er ook verschillen tussen de voorbeelden die we lazen of hoorden? Met andere woorden: elk zeer kort verhaal is anders en niet per se goed of slecht, je mag je eigen invulling geven.   Aan de slag   Groep wordt uitgenodigd om zelf een zeer kort verhaal te schrijven. Kenmerken kunnen ze nog nalezen op het bord of de voorbeelden erbij nemen. Vertrekken vanuit de oefeningen in het begin van de sessie: de krantenknipsels uit de Metro (mag opgediept of gebruikt worden als begin- of eindzin) jeugdherinnering waarover in het begin verteld werd; die kan (deels) gebruikt worden in een zeer kort verhaal, er mag bij verzonnen worden, de herinnering kan dus perfect als beginpunt gebruikt worden of ter inspiratie – hoeft niet te letterlijk, maar mag. Sterk gevoel of emotie met de trefwoorden die werden gezocht door de anderen; kan ook een beginpunt zijn. Cursisten mogen ook zelf aan de slag aan de hand van de voorbeelden die ze hoorden of zagen, de kenmerken die ze lazen of die aan bod kwamen. Schrijftijd: 20 minuten Tenslotte Uitnodiging om je eigen zeer korte verhaal voor te lezen. Anderen luisteren mee en geven feedback.   Anna   Voorbeelden zeer korte verhalen   Paul Dönitz ontmoette ik voor het eerst in de trein van Brussel naar Amsterdam. Hij zat tegenover me in een verder lege coupé. Hij las een boek over Socrates, dat kon ik zien. Wat ik niet kon zien was dat hij geheel getatoeëerd was, zijn lichaam, zijn benen, zijn armen. Ik zag alleen zijn lege delen, zijn twee handen, zijn hals en zijn gezicht. Hij at mandarijnen en bood mij er ook een aan. We praatten. Hij was ondanks de umlaut een Nederlander, woonde in Parijs, studeerde filosofie aan de Sorbonne, en was op weg naar zijn moeder in Haarlem. Hij vertelde dat Socrates ten onrechte als filosoof werd beschouwd. Hij was ook geen leraar, hij was een opvoeder, zijn levensdoel was de zedelijke verbetering van de mens. Hij was van mening dat de deugd leerbaar was, dat iemand die het goede kende nooit slecht kon handelen. Ik kan me het jaar van deze ontmoeting niet meer precies herinneren, het moet ergens in de late jaren vijftig geweest zijn. Het was een begin van een vriendschap op afstand. We zagen elkaar niet vaak en daarom duurde het enige jaren voor ik op een zomerse dag aan het strand van Zandvoort ontdekte dat tatoeages zijn hele lichaam overwoekerd hadden. Tegenwoordig is dat niet ongewoon, maar toen had ik nog nooit zoiets gezien. Vanmorgen zag ik in de krant een foto van Arie Boomsma, een trotse man die zijn tatoeages niet alleen op het strand laat zien. Maar hij heeft dan weer het probleem dat hij bij zijn tweede huwelijk de naam van zijn eerste vrouw heeft moeten laten verwijderen.     A.L.  Snijders Geestgronden   Mijn vriend Jan Patijn woont op de geestgronden van het Kennemerland in een afgelegen huis, groot en verveloos. Hij is er vijftig jaar geleden geboren en woont er alleen. Hoewel hij geen zorgeloos type is, hebben zijn ouders hem behalve het huis ook genoeg geld nagelaten om zorgeloos te leven. Hij heeft sinds twee jaar een Chinese vrouw, die alleen Chinees spreekt en verstaat, terwijl Jan Patijn alleen Nederlands spreekt en verstaat. Toen ze voor het eerst langs zijn huis liep had ze dorst, in de verte zag ze Jan Patijn op zijn zware bosmaaier, hij droeg oorbeschermers en een veiligheidsbril. Ze liep om het huis en zag dat de keukendeur openstond, ze ging naar binnen en dronk water. Toen Jan aan het eind van de middag thuiskwam, had de Chinese vrouw zich spoorloos verstopt. Ze bleef twee maanden in het huis wonen zonder dat hij zich van haar aanwezigheid bewust was. Deze situatie had jaren kunnen duren maar zij vond twee maanden illegaliteit genoeg. Ik zag haar voor het eerst toen ze me na een half jaar samen een bezoek brachten. Ze gebruikten een taal van klanken en gebaren die voor mij geheel ontoegankelijk waren. Ik schatte haar achttien, Jan houdt het op dertig. Hij is van mening dat dit de volmaakte basis voor liefde is, hij beschouwt het als een experimentele buitenkans. Ikzelf denk dat ook de geestgronden er een belangrijke rol in spelen.    A.L. Snijders     Dit verhaal werd gepubliceerd in mijn verhalenbundel 'Barst' bij Uitgeverij Liverse, de bundel 'Kort&goed, de 22 mooiste inzendingen voor de A.L. Snijdersprijs 2004' van Afdh-uitgevers, en de Nederland Leest-bundels die in november 2015 gratis op 400.000 exemplaren werden verspreid via Nederlandse scholen en bibliotheken.  Mijn naam is Treesje. Ik ben geboren op de rechter Schelde-oever. Ik ben 29, bang om 30 te worden en nog veel banger om het niet te worden. Ik heb een hekel aan voetbal, cava en saaie mensen. Wanneer ik alleen thuis ben, dans ik door de woonkamer. Ik ben getrouwd met een Sven en moeder van een Jade. Mijn man wil een tweede kind. Ik heb altijd een raam openstaan, ook als het vriest. Ik wil tocht voelen.   Onderin mijn kleerkast staat een reistas met daarin kleding voor een paar dagen en een portemonnee met 253 euro. In een zijzakje zitten een mp3-speler met mijn favoriete muziek, een haarborstel en een pakje tampons. Die tas staat er al drie jaar.   Ik denk weleens dat ik gewoon te veel van het leven verwacht. Wanneer ik de brievenbus open, hoop ik stiekem dat daar die ene brief ligt die mijn hele leven verandert. Het is een brief die waarschijnlijk nooit komt. Toch blijf ik hem verwachten.    Ik heb geen televisie. Het heeft lang geduurd om mijn man ervan te overtuigen dat zo’n ding enkel maar waardevolle tijd en energie vreet. Er staat nu een tafeltje, met daarop een fruitschaal. Mijn man kijkt voortaan tv op zijn tablet. Ik eet nooit fruit. (c) Leen Raats   Geen dag zonder regel in het leven van A.L. Snijders Hij is een verhalenverteller, een onderwijzer en een moralist. Maar het meest toch een verhalenverteller. Hij was vast zo’n leraar Nederlands, die je later nooit meer vergeet. Nu is hij gepensioneerd, maar de bron met verhalen is nog lang niet uitgeput. Sterker, elke dag moet er geschreven worden. “Nulla dies sine linea” is zijn lijfspreuk, “geen dag zonder regel.” Wie tot de gelukkigen behoort en op de lijst staat van tachtig vrienden en bekenden, ontvangt elke dag een ZKV, een zeer kort verhaal, zoals hij zijn genre benoemt . Het is een genoegen om tussen al je dagelijks geploeter opeens zo’n ZKV op je scherm te zien. Soms blijft een raadselachtig zinnetje de hele dag door je hoofd spelen. Zijn verhalen gaan over simpele zaken zoals brood bakken, boodschappen bij de Lidl, een herinnering aan zijn Amsterdamse jeugd of het weren van de veldmuizen uit zijn landelijke huis. Maar nooit blijft het daarbij. Er is altijd een abstractie en een moraal. Overal vindt hij zijn inspiratie. Nu is er de fotograaf van de krant, die het huis rond speurt naar een fotogenieke plek. Dat is niet moeilijk in het huis van Peter Müller (zoals zijn echte naam luidt) aan een bosrand in de Achterhoek. De boerderij is een verrukkelijke bric à brac in fraaie pasteltinten. De talenten zijn eerlijk verdeeld in Huize Müller. Hij is van de letteren en zij van de beeldende kunst. De keuze van de fotograaf valt op de werkkamer. Maar een kartonnen doosje Ariel waspoeder moet uit het zicht. Müller legt uit: “daarmee bestrijd ik de muizen.” Die middag zit er alweer een kort verhaal in de mailbox:1 Er zijn muizen. 2 Wij wassen met Ariel Color. 3 Er komt een fotograaf op bezoek, voor een krant. Hij vraagt of ik aan mijn schrijftafel wil gaan zitten. Er liggen papieren en boeken, maar ook gereedschap – messen en tangen en schroevendraaiers. Op een stapel boeken staat een leeg doosje Ariel Color. De fotograaf pakt het en zet het buiten zicht. Ik vertel hem dat het huis en de schuren en de hokken vol staan met lege doosjes Ariel Color. Gif erin – een klein rond gat, met een schaar gemaakt. Ik vraag hem waarom het niet op mijn tafel mag staan. Dat hoort niet, zegt de fotograaf. Hij heeft een beeld van de tafel van een schrijver, hij is als iedereen, iedereen heeft een beeld van alles. Ik kan de muizen alleen de baas met behulp van gif en Ariel Color. Ik weet alles van ethiek, pikorde en schuld, maar ik kan niet anders. Ruim een jaar geleden kwam zijn boek uit met 336 ZKV’s en tekeningen van zijn zoon Gijs Müller. Hij wilde niet wachten tot het er 365 waren. Hij houdt wel van het onaffe, streeft niet naar perfectie en bedacht als titel voor zijn boek: “Belangrijk is, dat ik niet aan de lezers denk.” Het had geen hoge verwachtingen van de verkoop van zijn boek. Een oplage van vijfhonderd leek hem aan de ruime kant. Het liep anders. Tommy Wieringa noemde hem de meester van het éénharige penseel, op de VPRO-radio kreeg hij een column en Frits Abrahams prees zijn boek in de NRC als de beste van 2006. Het boek krijgt nu zijn vijfde druk. Afgelopen maanden stond hij als columnist in De Volkskrant en oogstte alom lof. Er kwamen ingezonden brieven naar de krant : Snijders vermorzelt Bril en Mulder.” “Snijders evenaart Remco Campert.” Martin Bril deelt niet graag zijn plek met Snijders op dezelfde pagina en recensent Arjen Peters kraakte hem tijdens het Avro-radioprogramma Opium. Hij noemt hem een krabbelaar buiten de grachtengordel.’ Begrijpelijk vindt Snijders die irritatie. “Ik doorbreek de pikorde.” En meteen is weer een anekdote over Paul Kruger, die op bezoek bij koninginWilhelmina het water uit zijn vingerkommetje op dronk, en daarmee de minachting en spot van de aanwezige gasten opriep. Toen Wilhelmna vervolgens hetzelfde deed, verstijfden ze en volgden haar voorbeeld. Eerlijk gezegd maakt het Müller niet veel uit voor wie hij zijn columns schrijft. Ik hoef er niet meer van te leven, ik heb mijn pensioen. Hij schrijft sinds kort voor het regiokatern van het Zutphens Dagblad. Bij die redactie liggen ook dierbare herinneringen aan de tijd waarin hij columns schreef voor een aantal regionale kranten, die nu samen de Stentor heten. Elke column ging vergezeld van een brief aan de hoofdredacteur Van der Moer. Deze brieven en columns, geschreven in het jaar 1990, zijn ooit al eens uitgegeven en nu opnieuw op de markt gebracht door Thomas Rap. Het was nog in het vóór-internet tijdperk, waarbij fouten op de loer lagen, omdat elke letter gezet moest worden. Mooi zijn de angsten voor zetfouten, die Müller in zijn brieven aan de hoofdredacteur verwoordt. “Onredelijke dierenliefde zou wel eens onzedelijke dierenliefde kunnen worden.” En : “Helaas is een letter weggevallen op een wel zeer cruciale plek in een gedicht van de Zuid Afrikaanse dichter Eybers. Het ging om de ‘t’ in het werkwoord ‘van kant maken.’ De brieven gaan vooral over taal en stijl en zijn net zo boeiend als de columns. Woorden en zinnen worden gewikt en gewogen. “Letters, punten, komma’s, ze zijn onze vrienden en kwelgeesten.” Steeds is er die zelfspot: “Er staat altijd iemand naast me die honend toekijkt.” Fictie en non-fictie wisselen elkaar af in zijn columns. Helemaal duidelijk is dat niet steeds, maar in zijn brieven, verantwoordt hij zich met smakelijke ironie. “Dat we elkaar vaak niet begrijpen, daar ben ik eigenlijk ontzettend blij mee.” Een polemiek met Arjen Peters zal hij niet aangaan. Daar houdt hij niet van “Het is godzijdank een chaos, er is geen enkel solide lijn te ontdekken in de kunst. Alleen op universiteiten en scholen doen ze alsof, omdat hun leven anders geen zin heeft.” A.L.Snijders, Heimelijke vreugde, Uitgeverij Thomas Rap Belangrijk dat ik niet aan lezers denk, AFdH Uitgevers   Lydia Davis Lydia Davis is an American writer who was born in Massachusetts in 1947 and is now a professor of creative writing at the University at Albany, the capital of New York state. She is best known for two contrasting accomplishments: translating from the French, to great acclaim, Marcel Proust’s complex Du Côté de Chez Swann (Swann’s Way) and Flaubert’sMadame Bovary, and writing short stories, a number of them among the shortest stories ever written. Much of her fiction may be seen under the aspect of philosophy or poetry or short story, and even the longer creations may be as succinct as two or three pages. She has been described by the critic, James Wood in his latest collection, The Fun Stuff and Other Essays, as “a tempestuous Thomas Bernhard”. Most of all, as Craig Morgan Teicher, of theCleveland Plain Dealer, wrote in 2009, the year that Davis’sCollected Stories appeared as a single volume: She is “the master of a literary form largely of her own invention.”   Kortverhalenschrijfster Lydia Davis wint Booker Prize 23/05/13 De Man Booker International Prize voor Engelstalige literatuur gaat dit jaar naar de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis die met haar kortverhalen ook in Vlaanderen furore maakt.   Ze was onlangs nog te gast op het Brusselse Passa Porta Festival. Lydia Davis is ook bij ons geen onbekende meer dankzij 'Varianten van ongemak', een recente vertaling van haar kortverhalen. Ze kreeg de Man Booker International Prize voor haar opmerkelijke verhalen die vaak niet langer dan één paragraaf zijn. De Amerikaanse Davis (65) is bekend voor haar werk van korte adem. Ze publiceerde tot nu toe negen bundels verhalen die vaak opvallen door hun aparte poëtische en filosofische formulering. Haar verzamelde verhalen werden in het Nederlands (bji Atlas Contact) in twee delen uitgebracht: 'Varianten van ongemak' en ' Bezoek aan haar man'. "Haar schrijfsels zijn omschreven als verhalen, maar kunnen ook gedefinieerd worden als miniaturen, anekdotes, essays, grappen, parabels, fabels, teksten, gebeden of simpele observaties", aldus de juryvoorzitter. Davis vertaalde ook werk van Marcel Proust, Michel Foucault en Gustave Flaubert. Ze schreef slechts één roman: 'The end of the story' (1995). De Man Booker International Prize werd in 2005 voor het eerst uitgereikt, aan Ismail Kadare. De andere gelauwerden zijn Chinua Achebe, Alice Munro en Philip Roth. FH Hoe een zeer kort verhaal Schrijven?   In het januarinummer van Schrijven Magazine ontdekken we dat je met zeer korte verhalen (flash fiction) vele kanten op kan. In dit nummer geven we je vijf manieren om het uit te proberen, je krijgt er alvast één cadeau. ‘Een container voor verandering’, zo omschrijft Roberta Allen, auteur vanFast Fiction - Creating Fiction in Five Minutes het zeer korte verhaal. Als er iets verandert, hoe minimaal die verschuiving ook is, dan is er sprake van een verhaal. Zonder verandering heb je slechts een situatie. Een andere tot de verbeelding sprekende definitie vond ik bij professor en verhalenspecialist William Peden. Hij vergelijkt het zeer korte verhaal met ‘het openen of sluiten van een raam’. Er gebeurt iets, er beweegt iets. Hoeveel woorden telt een zeer kort verhaal? De kortste bestaan uit een handvol woorden, de langere uit 300 à 400 woorden. Sommige bronnen spreken van 1.000 woorden, maar laten we ons hier concentreren op vertellingen die onder de 400 woorden blijven. Er zijn eindeloos veel manieren om zeer korte verhalen te schrijven. De verhalen van A.L. Snijders zijn anders dan die van Lydia Davis of Sanneke van Hassel. Die van Franz Kafka zijn niet te vergelijken met die van Robert Walser of Ernest Hemingway. Geen klassiek begin, midden en eind In zeer korte verhalen is de plot vaak van ondergeschikt belang. Deze vertellingen kunnen net zo goed de vorm aannemen van een filosofische bespiegeling of een grap. Kijk maar eens naar de verhalen van Lydia Davis. Haar verhalen hebben geen klassiek begin, midden en eind. Omarm de vrijheid. Toch kan het fijn zijn om te vertrekken met iets wat er al is. Blader eens in een krant of magazine en ga op zoek naar een regel die je intrigeert. Gebruik die als beginzin of juist als slotzin. Of misschien gebruik je hem wel ergens in de loop van je verhaal. Je kan dit ook doen met een gedicht. Gebruik een versregel.        

Anna
20 0

Fictieve reis - Ariane

Het thema: fictief reizen De drie sessies vormen één geheel. Elke oefening in elke sessie is een puzzelstuk van het grotere geheel. Omschrijving van de doelgroep met gratis scrabble-woord: kwetsbare jongeren. Specifieker: laaggeletterde, laaggeschoolde jongedames – jonge twintigers - in een doelgroepwerknemersstatuut. De oorspronkelijk Nederlandstalige dames hebben hun middelbare school niet afgewerkt. Ze zijn gemiddeld tot het vijfde middelbaar geraakt. De voornaamste reden: “geen goesting nie meer”. De anderstaligen zijn in hun land van oorsprong naar de middelbare school geweest. Ook zij hebben hun middelbaar niet afgewerkt. In België hebben ze basiscursussen Nederlands gevolgd en daarna beroepsvoorbereidend Nederlands (niveau 2.4) bij VDAB. Ervaring met schrijfcursussen: bijna nihil. Drie korte sessies verslagen schrijven, twee sessies mails schrijven en één sessie gedichten schrijven. Dat laatste zagen de dames niet zitten. Gedichten schrijven is “moeilijk”, “zever”, “de moeite niet”, “ik heb honger ik ga eten”. Ondertussen hebben ze een herhaling gevraagd en één jongedame wil graag een echte cursus volgen.     Sessie 1 Vakdoel: de deelnemers kunnen een zintuiglijke beschrijving geven de deelnemers kunnen beeldend schrijven   Theorie: zintuiglijk & beeldend schrijven Materiaal: geurzakjes   Stap 1: 30” Vertel wat je vanmorgen hebt gegeten. Schrijf op. Hoe smaakte het? Beschrijf: hoe voelde het in je mond, wat proefde je en waarmee kun je dat vergelijken? Welk effect had dat eten op jou? Hoe voelde je je? Gebeurde er iets met je huid, met je ogen,… Gebruik “alsof”. Voorbeelden geven van”alsof”-omschrijvingen. Docent gaat langs bij de cursisten; polsen of ’t lukt en bijsturen zo nodig. Voorlezen: wie wil. Uitwisseling in de groep: wat gebeurt er met jou als je de beschrijvingen hoort? Krijg je zelf zin in dat eten? Of niet? Waarom niet, waarom wel? Docent begeleidt plenair. Theorie: zintuiglijk en beeldend schrijven, wat is het en welk effect heeft het. Beeldspraak is een vorm van speciaal taalgebruik. Je omschrijft de werkelijkheid met ‘beeldend taalgebruik’, op een indirecte manier. Door dat beeldende taalgebruik kan de lezer zich iets goed voorstellen. Bijvoorbeeld: “onze papa wil dat wij als geraniums aan de muur hangen”, “wiskunde is voor mij een doolhof”. Schrijf met je zintuigen: wat proeft jouw personage, wat ruikt hij,… Zo kan je lezer zich inleven in jouw personage. Bijvoorbeeld: “de geur van verschaald bier deed mijn neus krullen”, “het citroensap kneep mijn lippen samen” Voorbeelden uit de literatuur Docent leest voor.   Stap 2: 20” Snuffel aan de geurzakjes. Pik er twee uit waarvan jij vindt dat ze lekker ruiken. Schrijf op. Welk gerecht ruikt er zoals de twee zakjes die jij koos? Spin: maak een spin rond je gerecht, schrijf alles op wat er spontaan bij je opkomt. Leg je spin even opzij. Je hebt ’t straks nodig. Voorbeeld spin tonen. Beschrijf je gerecht. Hoe ziet het er uit? Wat zit er allemaal in? Welk bijgerecht past er bij? Wat drink je er bij? Je hebt nu het nationale gerecht van een land bereid. Voorlezen: wie wil. Docent geeft feedback.   Huiswerk: Neem de spin die je bij je gerecht maakte. Haal er alle woorden uit die te maken hebben met landschappen, klimaat, landen,…  Beschrijf het land waarvan jij het nationale gerecht hebt gemaakt. Gebruik de woorden uit je spin. Hoe ziet dat land er uit? Hoe ziet het landschap er uit? Wat voor klimaat heerst er? Kijk de volgende dagen goed om je heen. Op straat, op de tram, op je werk,… Kijk uit naar iemand die jou opvalt. Bekijk die persoon zo goed mogelijk, zo lang als je kunt. Tip: je kunt altijd zeggen dat hij/zij erg lijkt op iemand met wie je in de kleuterklas hebt gezeten. Je schrijft in maximum twaalf regels op wat je opviel aan die persoon. Schrijf wat je voelde bij die persoon. Wat voor karakter zou die persoon hebben? Hoe zou hij/zij zich gedragen? Let op: je vermeldt géén haarkleur, kleur van ogen, grootte of lichaamsbouw. Schrijf dus niet: “het is een lange magere man met zwart haar en bruine ogen”. Schrijf bijvoorbeeld “de man was gebouwd alsof hij onderweg was naar de hemel. Zijn haar had de kleur van een woeste kraai.” Gebruik beelden.   Sessie 2 Vakdoel: De deelnemers kunnen een personage beschrijven. De deelnemers kunnen volgens het “toon, vertel niet”-principe een personage laten leven.   Theorie: Toon, vertel niet Materiaal: Kleurpotloden Playmobil-figuren Kaarten met historische periodes Stap 1: 10” Dit is een opwarmer! Trek een kaart waarop een geschiedkundige periode staat. Schrijf op. Welke periode is dit? Wat gebeurde er? Hoe leefden mensen in die periode? Maximum tien regels. Wat je niet weet, bedenk je zelf. Docent gaat langs bij elke cursist en ondersteunt zo nodig. Geef door. Geef jouw beschrijving van de historische periode aan je rechterbuur. Je rechterbuur is jouw partner tijdens deze sessie. De beschrijvingen van de historische periodes houd je even opzij.   Stap 2: 20” Geef je huiswerk met de persoonsbeschrijving aan je partner. Jij krijgt van je partner dus ook een beschrijving van een persoon. Teken de persoon. Wissel opnieuw. Klopt de tekening van je partner met de persoon die jij beschreef? Plenair rondje: hoe duidelijk waren de beschrijvingen, hoe goed lukte dat “tonen, niet vertellen”. Theorie: toon, vertel niet-principe Je vertelt niet wat er exact gebeurt. Je toont gebeurtenissen waardoor de lezer zelf de juiste conclusie trekt. Je knauwt de lezer niets voor. De lezer krijgt aanwijzingen en legt de puzzelstukjes samen. De lezer “doet mee”. Bijvoorbeeld het verschil tussen: “Hij liep naar buiten, waar het koud was.” en “Hij stapte naar buiten, rilde en trok zijn jas dicht.” De lezer snapt vanzelf dat het koud is!   Stap 3: 30” Neem twee Playmobil-figuren. Maak een spin: schrijf alles op wat spontaan bij je opkomt. Schrijf op. Combineer je Playmobil-figuren met de historische periode die je van je partner kreeg. In wat voor huis wonen ze? Welke hobby’s hebben ze? Wat voor werk doen ze? Hebben ze een partner? Hebben ze kinderen? Hebben ze huisdieren? Laat je inspireren door je lijstje. Docent gaat langs bij elke cursist en ondersteunt zo nodig. Per twee. Wissel je tekst uit met je partner. Heeft jouw partner haar figuren goed geschetst in jouw historische periode? Klopt het voor jou? Heb je tips? Plenair kort polsen hoe goed dat lukte: hoe tevreden zijn de duo’s over elkaar? Voorlezen: wie wil. Docent geeft feedback.   Huiswerk: Je hebt intussen: een beschrijving van een land: je huiswerk van de vorige keer een historische periode: die heb je van je partner gekregen je hebt een beeld van enkele inwoners: jouw Playmobil-figuren je kent het nationale gerecht: dat heb je in de eerste sessie bedacht Schrijf het volkslied van dit land en zijn inwoners. Als voorbeeld volksliederen laten horen en op specifieke kenmerken wijzen: één of andere heldendaad, een straffe figuur, de absolute superioriteit van dat land, de goddelijke appreciatie van het land, het eventuele koningshuis als summum van democratie,…   Sessie 3 Vakdoel: De deelnemers schrijven een scène. De deelnemers werken in groep.   Theorie: De scène Materiaal: Playmobil-figuren en accessoires   Stap 1: 5” Elke deelnemer krijgt twee accessoires bij haar Playmobil-figuren. Bedenk. Waarvoor dienen de voorwerpen? Schrijf op een post-it welke accessoires jouw figuren hebben en waarvoor ze dienen.   Stap 2: 25” Per vier. Overleg samen. Stel alle figuren op in het midden van de tafel. Leg de post-its met de info over de accessoires bij de figuren, zodat de andere groepsleden ook op de hoogte zijn. docent gaat langs bij elke groep en stuurt bij als nodig. Kies in overleg één historische periode en één land van één van de groepsleden. Theorie: de scèneEen scène is een stuk zonder sprongen in tijd en plaats. Je beschrijft een situatie zonder wisseling van tijd, plaats en personage(s). Er gebeurt iets: de handeling. Die wordt niet onderbroken. Een scène is kort en er is actie.     Elke deelnemer zit aan één kant van de tafel. Schrijf een scène. De scène speelt zich af in het gekozen land, in de gekozen historische periode. Baseer je op het stuk van de opstelling dat jij voor je ziet. Docent gaat langs bij elke groep en ondersteunt zo nodig.   Stap 3: 15” Leg de vier scènes bij elkaar. Je breit nu de vier scènes aan elkaar tot één verhaal. Je mag stukken schrappen, zinnen bij schrijven,… Doe dit met vier, in overleg. Schrijf jullie grote scène op een groot blad. Leg het blad in het midden van de tafel en leg de volksliederen van de groepsleden er bij. Docent gaat langs bij elke groep en geeft feedback.   Rondgang: 10” De groepen gaan bij elkaar kijken. Elke groep kiest ook weer in overleg het volkslied dat het best past bij de tekst. Plak een post-it op het volkslied dat jouw groep het beste vindt. In eigen groep: Welk volkslied heeft gewonnen? Ben je het eens met die keuze? Waarom wel/niet? Plenair overlopen. Wie wil, kan verduidelijking vragen over de keuze van de andere cursisten.   Afronding: Wat is je bijgebleven van de drie sessies? Wat heb je er aan gehad? Wat draag je zeker mee? Wil je nog schrijfsessies volgen? ’t Zou leuk zijn om de serie af te sluiten met een kooksessie: de nationale gerechten klaarmaken.

Ariane D'Hondt
1 0

De eerste.

  De eerste.   De overwinnaar, de eerste, de beste, de gefortuneerde. Zonder lauwerenkrans, zonder trofee, zonder oorkonde. Wie zou ooit vermoeden dat ik had gemoord. Gemoord om te overleven. Gemoord had, om … het leven. We waren met zovelen. Tweehonderdvijftigduizend, of zo. Waarom ik? Wat heb ik de wereld te bieden dat al die anderen het onderspit moesten delven? Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Niet meer van de jongste, geen genie, geen fotomodel. Niet eens fotogeniek. Wat heb ik tot op heden gepresteerd dat zo belangrijk is? Buiten op deze aardkloot rond lopen. Ik keek naar een foto van twee lachende jonge kinderen die aan de muur hangt. Mijn, of beter, onze kinderen. Ik en mijn man hebben er ook potentiële moordenaars van gemaakt.   Herinneringen aan een leven hiervoor overspoelden me. In den beginne...  Ja toen. Vertrokken al die anderen, soms met twee. Ze verdwenen in een stroom van bloed. Afgevoerd als rioolwater. Elke maand werd er gewikt, geschikt.  Wie zou de volgende zijn?  Ik wisselde van gedachten met een lotgenoot.   ‘Wat denk je? Wie gaat de uitverkorene worden?’ ‘Geen idee. Eerlijk gezegd, ik zou het niet erg vinden.’ ‘Wat erg vinden? Te vertrekken of te verdwijnen?’ ‘Maakt me niet uit. Alles is beter dan zo opeengepakt te zitten. Ik wil eens iets anders zien, meemaken. Misschien win ik wel het groot lot?’ Ik lachte. ‘Een optimist! Zo hoor ik het graag.’ Een ander moeide zich in het gesprek: ‘Je hebt optimisten en doordouwers. Ik heb het meer voor de laatste soort. Doordouwers komen er uiteindelijk wel.’ Ik keek haar geringschattend aan. ‘Laat me gissen… jij bent er zo eentje.’ Ze knikte ernstig. Ik laat me door niets van mijn doel brengen. Wat er voor gedaan moet worden, zal gebeuren.’ Ik haalde mijn wenkbrauwen op. ‘Zelfs moord?’ ‘Als dat nodig is.’ antwoordde ze zelfzeker. ‘Jij niet?’' vroeg ze smalend. Ik dacht even na. ‘Ik ben er het type niet voor. Denk ik,' zei ik onzeker. Er ontstond plots beroering.  Een golf van opwinding trok door de groep. ‘Het is zover!’ riep iemand. Er werd geduwd en getrokken om tot bij de opening te komen. Een groot zwart gat doemde voor me op. Ik werd plotseling opgeslokt door het duister en voortgestuwd tot in een soepele tunnel. Ik hield op met me voort te bewegen.  De stilte en het totale duister werkten op mijn zenuwen. Werd ik paranoïde of was ik werkelijk niet alleen? Mijn zenuwen tot het uiterste gespannen, de oren gespitst als een hond, wachtte ik. Daar was het! Als een natte dweil op parket schoof het dichterbij. De nachtmerrie klampte zich aan mij vast. Ik gilde en mijn belager begon te gieren van het lachen. ‘Coucou!’ ‘Ik kende die stem…de doordouwster!’ ‘De optimist!’ klonk het aan mijn zijde. Ze stootte me opgewonden aan. ‘We hebben bezoek.’, fluisterde ze. ‘Nu al?’ vroeg ik verbaasd. ‘Nu al,'  herhaalde ze blij. Met snelle bewegingen kwamen ze dichterbij, tot ze ons konden omringen, binnendringen en verdelen. We eisten, we smeekten, we vochten voor een eigen onderkomen in de vlezige grot van het leven. Ze brachten ons naar de arena, waar we rivalen werden. Ongenadig werden we aan elkaar geklonken in een hoekje zo groot als een kathedraal. We werden sterker tot de kathedraal onze gevangenis werd.    Gelaten verdroeg ik de schimpscheuten, de nijdige porren en de hatelijke opmerkingen van mijn medegevangene. ‘Je wordt té vet!’ zei ze hatelijk. ‘Ik word niet vet. Ik ben voorbereid op de momenten van schaarste.’ Ze schaterde het uit. ‘Stomme trut! We zijn de belangrijkste spelers! Ze gaan ons écht niet verwaarlozen.’ Ze plaatste een voet in mijn maag die me de adem afsneed. Ik draaide haar verontwaardigd mijn rug toe.  Ze had gelijk. Ik had moeite met bewegen. Het werd hoe langer hoe moeilijker om als eerste het voedsel te bemachtigen. Er volgde weer een ellenboogstoot. Ik voelde me stilaan als een bonte koe. Of erger nog, een levende boksbal. Vermoeid rolde ik me op en trachtte te slapen. Ze bleef schelden en stompen tot ze zelf te moe werd, veronderstelde ik.  Met een zucht viel ik in slaap.   Ik droomde van een levende machine met armen als tentakels die me stilaan wurgde en voelde échte ademnood. Met een schok werd ik doodsbang wakker. De wurgende tentakels deden nog steeds hun werk. Ze had een lus rond mijn hals gedraaid en sleurde er als een gek aan. Sterren kon ik niet zien, toch ging het heel firmament aan mijn gesloten ogen voorbij. Ik worstelde. Gebruikte mijn vetmassa en mijn laatste kracht om aan de lus te ontsnappen. Ze moest me uiteindelijk lossen. Ik voelde aan mijn beurse keel. ‘Je bent gek!’' hijgde ik nog na. ‘IK?’  krijste ze. ‘Ik weet wel wat je van plan bent!’ ‘Ik ben helemaal niets van plan, gek wijf. Wat bezielt jou?’ Ze kromp samen als een adder voor de aanval. ‘Je wilt me versmachten met je vet!’ Ik bleef mijn eerste reactie herhalen: ‘Je bent gek! Stapelgek!’ Razend ondernam ze een twee poging. Ze was vlug en glad als een aal. Ik, enkel sterk. Sterk en doodsbang!  Vanuit de allereerste gevormde cel kwam het oerinstinct naar boven. Overleven! Met mijn vadsigheid duwde ik haar in een hoek en greep onze voedsel- lus vast met mijn mollige handen. Ik was te sterk, ze moest loslaten. Koelbloedig wond ik de lus rond haar hals en begon te trekken. Het was zij of mij! Kaïn en Abel, helemaal opnieuw. Ze keek me met grote bange ogen aan… tot ze braken. Mijn daad bleef niet onopgemerkt. Rumoer en felle lichten zetten onze gevangenis in lichterlaaie. Ruw werd ik uit de moederschoot bevrijd die ons al die tijd het leven schonk.  Nog zwak van de strijd jammerde ik krachteloos tegen mijn beulen die me zo ruw behandelden. Mijn adem stokte en toch bleef de mishandeling voortduren. Ze ranselden me verder tot ik begon te krijsen. Ik kon terug ademen. IK had gewonnen! En toch voelde het aan als een enorm verlies. ‘Het spijt me.’, prevelde ik in gedachten. Het speet me echt! Ik had graag een zus gehad.   Mijn gedachten keerden terug naar het nu en glimlachte naar de foto aan de muur. Daar hing de reden van mijn bestaan. Misschien zijn mijn twee dochters net als Barnabas, goede moordenaars? Survival of the fittest. Nature finds a way, of puur geluk… Wie zal het zeggen waarom de ene cel overleeft en de andere niet? In alle bescheidenheid. Ik voel me bevoorrecht.  Zijn er nog anderen die mijn mening delen? Vermoedelijk wel, maar waarom houden ze niet op elkaar te bevechten?

Fanny Vercammen
0 0

Een streling voor het oog (winkelbeschrijving)

  Zaterdagochtend wekt het zonlicht me.  Ik draai me om, kijk uit het raam.  De geur van vers afgemaaid gras komt me tegemoet. Met een glimlach veer ik uit mijn bed. Ik kijk er al naar uit om naar mijn favoriete winkel te gaan.  Aan de ontbijttafel in de zon geniet ik van een bordje knapperige cornflakes met verse bosbessen en frambozen.  Ik pers drie rijpe oranje vruchten tot een glas versgeperst sinaasappelsap.  De geur van al dat verse fruit brengt me terug naar die zomerdag in het vakantiehuisje ver weg van iedereen, op een klein bergpad in de Ardéche in het Zuiden van Frankrijk.  Heerlijk. Ik spring op mijn fiets.   Daar voor de winkel begint het al.  In de etalage staan ze uitnodigend in een geordende chaos.  Kleine en grote modellen zij aan zij.  Mijn ogen schieten over en weer, alles aan de etalage nodigt uit naar meer.  En ja hoor, ik kan niet 'niet' binnengaan.  Ik word naar binnen gezogen.   Eens binnen worden al mijn zintuigen geprikkeld.  Heerlijk.  Op de hoek van de toonbank zie je rookpluimpjes vormen en in gekartelde slingerende bewegingen hun weg naar boven inzetten.  Een warme vanillegeur snuif ik volle borst naar binnen.  Deze geur omarmt me als het ware en verspreidt zich verder in de ganse winkel.  Mijn ogen weten niet waar eerst naar kijken.  Rechts in de winkel staan op een tiental legplanken allerhande vormen,  dolfijntjes, olifantjes, schildpadden en ook enkele doodshoofden.  Per kleur en per herkomst bijeen gezet vormen ze een spel van 'hide and seek'.  Ontelbare beeldjes vormen een lust voor het oog.  Uren kan ik hier in de winkel vertoeven. Telkens zie ik weer wat anders.   Kijk je naar links, dan zie je weer een ander beeld.  Een andere wereld en toch ook niet. Bovenaan vormen edele ruwe stenen het schouwspel. Grote en ook iets kleinere exemplaren.  Ze zijn grillig van vorm en zo gemaakt door de natuur.  Elk exemplaar is uniek.   Dacht je alles gezien te hebben? Neen hoor.  Onder deze ruwe vormen schitteren geslepen vormen.  Een bol, een druppel, een ster. De ene mooi in zijn eenvoud, de ander verwekt tot een complexer geheel.  Voor ieder wat wils.  Het hele prisma- spectrum is hier levendig vertegenwoordigd.  Geel, oranje, roos, rood, turkoois, blauw, groen, paars, effen, gespikkeld, gestreept, ingesloten ... en nog zo veel meer. In het midden van de winkel staat een mandje met de tekst erbovenop 'kies en knuffel mij'. In alle kleuren van de regenboog liggen ze daar te lonken. Zo'n grote waaier aan keuzes van knuffeltjes.    Wat ik nog niet vertelde...  Elk gesteente heeft haar specifieke eigenschappen.  Ze breng rust, ze ondersteunt je moed, ze biedt meer zelfvertrouwen, ze zorgt dat je voor meer inzichten openstaat...  Ik voel me aangetrokken tot de kristalheldere steen.   Tussen die geordende chaos van stenen en die oase van kleuren kom ik tot rust.   Even tijd voor mezelf.  Even stilstaan, weg van het hectische drukke leven.  Even de kleuren, geuren en het gevoel van rust opsnuiven.     Een bezoek aan deze winkel voelt voor mij aan als een geslaagde meditatie sessie.  Blij en voldaan keer ik - dit keer zonder aankoop- terug naar huis.  De dag kan niet meer stuk.   Inez Senecaut

Inezz
0 0

Brief aan ouders

                                                                                                                26 april 2016   Burgemeester JL Lecocq Diegemstraat 37 1930 Zaventem     Dhr en mevr. Almaci Vlieghavenlaan 45 1930 Zaventem      Betreft: informatie Nederlands leren voor nieuwe inwoners in Zaventem.     Beste familie Almaci,   van harte welkom in de gemeente Zaventem. Met deze brief willen we u informatie aanbieden over de gemeente Zaventem.   Iedereen is welkom in de gemeentescholen van Zaventem. De directeur en leerkrachten kunnen uw zoon en u verder helpen bij vragen of problemen in verband met de schoolloopbaan van uw zoon.  Zaventem ligt in het Vlaams Gewest. Dit wil zeggen dat uw kind onderwijs zal volgen in het Nederlands.   In Zaventem wordt Nederlands gesproken. Het centrum voor basiseducatie 'De Springplank' organiseert samen met de gemeente Zaventem cursussen Nederlands voor volwassenen. De lessen worden aangeboden voor beginners en gevorderden. De taal kunnen spreken is belangrijk voor u en uw familie in onze gemeente. Kom gerust langs in het gemeentehuis en wij helpen u graag verder met meer informatie.   Naast verschillende onderwijscentra is Zaventem ook rijk aan veel verenigingen. Een vereniging is een groep mensen die eenzelfde doel hebben. Bijvoorbeeld: sporten (sportvereniging), concerten of theater bezoeken (cultuurvereniging), e.d. Ook in deze groepen wordt Nederlands gesproken.  Ontdek alle verenigingen op de site van de gemeente Zaventem (www.zaventem.be/) of vraag naar meer informatie aan het infoloket op het gemeentehuis.   Indien u nog vragen hebt in verband met uw verblijf of cursus Nederlands leren, aarzel dan niet om informatie te vragen aan de infobalie van het gemeentehuis. De medewerkers helpen u graag verder.     Veel succes en nogmaals van harte welkom in onze gemeente Zaventem.   Met vriendelijke groet uw burgemeester Dhr. Lecocq

Casier Jessica
0 0