Lezen

Valentijn niet van toepassing

‘Heb jij een vriendje?’ vraagt ze en flipt haar ellenlange blonde haren elegant naar achter.‘Neen, die heb ik niet.’ zucht ik een beetje wanhopig.Ik ben al een hele poos single en toch breekt mijn hart elke keer die vraag mij wordt gesteld.‘Zou je je dan niet haasten? Je bent al voorbij de dertig hoor,’ zegt ze met een volstrekt serieuze blik.Wie denkt dat ze een grapje maakt, heeft het mis. Dat maakt ze namelijk helemaal niet. Ze kijkt me onderzoekend aan alsof ze speurt naar de reden waarom ik gedoemd ben als single door het leven te gaan.‘Ach een man, dat is toch alleen maar miserie,’ zeg ik stoer, terwijl ik vanbinnen een beetje sterf. ‘Ik heb daar allemaal geen tijd voor.’‘Dat zal wel ja,’ antwoordt ze op een gemene toon en draait zich ostentatief om. Jammer genoeg is de net genoemde blondine niet de enige die mij bedenkelijk aanstaart nadat ik vertel dat ik alleen op deze wereld rondloop. Sinds ik de dertig gepasseerd ben, bevind ik me steeds vaker in dergelijke penibele situaties. Alsof je vanaf je dertigste als vrouw totaal abnormaal bent wanneer je geen man en kinderen in je huis hebt wonen. De blik van ‘jij zal wel een heel moeilijke zijn’ of ‘jij kiest er zeker voor om alleen te zijn’ zijn mij sinds een jaar of drie zeer vertrouwd. Het aller-pijnlijkst moment was misschien wel mijn laatste verjaardag. Goed geluimd trok ik ’s ochtends naar de kapper. Als je jarig bent, dan mag je jezelf wel eens trakteren op een nieuwe coupe, vond ik. Zoals dat gaat bij kappers, begon de coiffeuse een goedbedoeld praatje tegen me. Eerst over het weer, dan over de drukte in hun zaak, dan over de geplande vakantie om zo bij hun dochter Tasha uit te komen. Tasha ging dit jaar met hen mee op vakantie, want het was net uit met haar vriend. Dat was toch wel erg jammer, zo stelde de kapster, want nu was ze weer alleen en als je vierentwintig bent dan is het niet meer zo simpel om nog iemand te vinden.Ik zakte een beetje dieper weg in de kappersstoel, want ik voelde dat de gemeenste vraag der vragen weer in aantocht was.‘Heb jij een vriend?’ vroeg  de kapster terwijl ze een klodder anti-krulgel in mijn haar smeerde.‘Neen, ik ben alleen,’ glimlachte ik schaapachtig.‘Ach gut.’  Ze trok een pijnlijk gezicht. ‘En hoe oud ben jij?’’Drieëndertig jaar,’ zei ik alsof dat een zonde was.‘Oei’ siste ze en trok een gezicht alsof ze net een hele citroenboom had leeg gegeten.‘Het zal er wel een keer van komen zeker. Zoiets kan je niet forceren,’ probeerde ik een positieve noot in de situatie te brengen.‘Ja, ik weet niet hoor, als je zo oud bent. Het wordt er toch ook niet gemakkelijker op.’ schudde ze met haar hoofd. ‘Gewoon stijl zoals altijd?’‘Huh?’‘Je haar? Gewoon stijl gebrusht?’ vroeg ze met de haardroger al in de aanslag.‘Perfect’ knikte ik en beet een beetje sip op mijn onderlip.Het heugelijke feit dat ik die dag jarig was, durfde ik niet meer te vertellen.

Ans DB
0 0
Tip

Sorry

Ik merk dat het me steeds zwaarder begint te worden je te moeten missen. Ten eerste omdat ik nu al twee teksten op één dag moet schrijven om ze enigzins door te komen. Ten tweede voel ik dat het me echt uitput en me langzaamaan weer (permanent) ongelukkig maakt. Permanent kan natuurlijk niet want dan zou ik me nooit meer gelukkig voelen, wat ik wel doe, maar enkel als ik bij jou ben. Ooit gaat dit weer over, nadat ik weer maanden liefdesverdriet over jou heb gehad en er al een andere jongen me wil troosten. Ik wil het zo graag ontkennen maar ik weet dat het zo gaat. Zo zal het altijd zijn.   Ik gebruik dit platform eerder als een digitaal dagboek en trek me dus niks aan van het niveau van mijn teksten. Als iemand ze toch zou lezen is dat oké maar het gaat snel vervelen. Daarom, als iemand dit nu zou lezen, het spijt me maar dit is gewoon pure therapie. Waarom ik het dan niet op privé zet? Geen idee, ten eerste kan ik het dan evengoed in Word typen en ten tweede, ook dit ontken ik niet, vind ik het helemaal niet erg om mijn zorgen met anderen te delen. Zielig hoor ik je denken, en geloof me dat is het ook. Ik voed me met het medelijden van anderen. Niet dat ik jou nu om medelijden vraag want daar heb ik helemaal niets aan, ik ben het gewoon gewoon om alles open met iedereen te delen. Tot hier mijn excuses die niet echt excuses zijn maar wel zo bedoeld waren.    Je moet weten dat ik al wat heb meegemaakt op vlak van liefde en vooral liefdesverdriet. Hoe bizar het ook klinkt uit de mond van een 17-JARIGE, ik meen wat ik zeg. Al meerdere keren heb ik niets liever gewild dan het gewoon op te geven en inderdaad, te sterven. Maar zelfs dat was me te veel moeite en dat is denk ik de reden waarom ik hier nu nog rondloop. Ook omdat ik "niet echt dood wou", ja die theorie heb ik ook al gehoord en dat kan zo zijn maar dat maakt het niet minder zwaar. Als ik op de momenten dat ik mijn zelfmoord plandde, had geweten dat ik ze nooit zou uitvoeren, had ik waarschijnlijk een andere snellere manier gezocht en misschien wel gevonden. Jammer genoeg of gelukkig, hangt af van welk moment ik het bekijk, kan ik niet in de toekomst kijken. Iemand anders kan dat wel. Ik geloof helemaal niet in waarzeggerij, ik vind mezelf niet bepaald goedgelovig maar dit is echt speciaal. Een paar maanden geleden ging ik voor het eerst bij een vriendin van mijn mama langs om voor de zoveelste keer te "praten". Ze vroeg me toen nog eens terug te komen en dat deed ik ongeveer een maand later. In die periode had mijn toenmalig vriendje/lief onze relatie beëindigd. Toen ik haar dit vertelde reageerde ze dat ze dat eigenlijk al sinds onze vorige ontmoeting wist. Ik was niet onder de indruk want dit kan natuurlijk iedereen zeggen. Toen ging ze verder en vertelde dat ze had gemediteerd voor ik kwam (mediteren zal ik altijd iets bizar vinden en zeker in deze context). Tijdens die meditatie werden haar "dingen doorgegeven", je weet wel, van engelen ofzo. Nog steeds was ik niet onder de indruk. Dat was ik pas toen een paar maanden later uitkwam wat ze me toen vertelde. Ik zou een nieuwe jongen leren kennen, die ouder was en het zou niet lopen zoals ik dat gewoon was of verwachtte en dit alles zou voor nieuwjaar beginnen. Ik hield dit wel in mijn achterhoofd maar dwong mezelf er niets van te geloven. Enige tijd later, ik heb geen idee meer hoeveel tijd exact, was er een leidingsfeestje waarop ik net iets te veel gedronken had en met één van de leiders naar buiten ging. Wat er gebeurde durf ik zelfs hier niet te zeggen (daar kan je je zelf wel al wat bij voorstellen). Ik wist niet wat te doen en was verbaasd (in de zeer negatieve zin van het woord) over waar ik toe in staat was. Dat was ik gewoon niet. Toch bleef hij door mijn hoofd spoken, dagen, zelfs weken later zag ik nog steeds beelden van die avond voor mij. Ik kon niet ontkennen dat dat me hielp om mijn ex-lief uit mijn hoofd te zetten, die voor de duidelijkheid nog steeds in mijn klas zat. Meer dan een maand na dat feestje, was er nog een gelegenheid waarop ik wel even alleen met hem kon zijn en stiekem hoopte ik daarop, ook al had het me de vorige keer zo verward. Ik zat de hele avond met hem in mijn gedachten en wou niets liever dan dat hij met mij zou praten en uiteindelijk even samen weg wou gaan. Ik besefte zelf ook wel dat het mij enkel om zijn aandacht ging en niet om hemzelf, maar ik kon me niet bij hem vandaan houden. Op het einde van de avond lukte het mij dan bij hem te gaan zitten en wat in een groepje mee te praten. Uiteindelijk eindigden we samen aan de muziek en kon ik hem verbazen. Hij was zo onder de indruk dat hij die avond toch wel bij mij wou slapen, maar hij had wel enige overtuiging van mijn kant nodig. Achteraf gezien had ik daar natuurlijk spijt van want voor hem draaide het waarschijnlijk gewoon om de seks en dan is het normaal dat een jongen niet weigert als je hem vraagt of hij niet bij je wil liggen. Ik sliep verschrikkelijk slecht. De volgende ochtend was hij verward en zonder een woord te zeggen liep hij naar de grote zaal waar de anderen lagen te slapen en sliep daar gewoon verder. Mijn zelfvertrouwen kreeg een enorme deuk en ik snapte zijn reactie helemaal niet. Achteraf begon hij mij vaker berichtjes te sturen en sindsdien is onze "relatie" alleen maar geëvolueerd. De andere teksten op dit profiel gaan bijna allemaal over hem en mijn niet verdwijnende twijfel of hij me gewoon gebruikt of niet. There's more to the story ofcourse, maar dat schrijf ik wel eens op als ik nog eens veel tijd en zin heb. Als ik nu aan buitenstaanders vraag wat ze hiervan vinden is de conclusie overduidelijk dat hij me gebruikt. Dat neem ik niemand kwalijk. Maar laat ik je misschien toch nog even vertellen wat er daarna gebeurde. Ik weet niet meer wanneer ik hem de derde keer heb gekust (of iets meer dan dat) want dat is ondertussen alweer een paar maand geleden. Ik weet alleen dat er al veel vordering is gekomen in wat wij hebben. Het is enkel door hoe het begonnen is en door mijn eigen onzekerheid dat ik zo vaak aan zijn oprechtheid twijfel. Wie probeer ik eigenlijk te overtuigen? Het enige dat ik zoek is geruststelling en wie kan mij die geven? Enkel hij en ikzelf. Op nieuwjaarsdag stelde hij zelf voor om aan de rest van onze leidingsgroep toe te geven dat het misschien iets kon worden. Daaruit lijkt het mij dat hij er mee bezig is en het toch zou overwegen. Het enige probleem is dat het nog lang kan duren tot hij het officieel wil maken en ik weet dus niet of ik dat zo lang volhoud. Ik zou het hem misschien moeten vragen maar ik wacht tot ik het besproken heb met iemand die er meer verstand van heeft. Ik besef dat ik dit niet had moeten typen om me beter te voelen want dat doe ik nu niet en het enige dat ik geschreven heb is het negatieve. Ik heb niks verteld over die ene keer dat hij twee uur lang gewoon naast me lag en met me praatte en lachtte en mijn arm streelde. Het spijt me.

Layla Clarke
0 0

Vos

Ik hoorde de kippen kakelen. Niet verontwaardigd zoals gewoonlijk, wanneer de ene de andere op de poot getrapt had. Of wanneer ze het allemaal op hetzelfde graantje gemunt hadden. Of wanneer de hond te dichtbij kwam. Mijn kippen waren steeds verontwaardigd. Maar deze keer niet. Ze kakelden eigenlijk ook niet. Ze krijsten. IJzingwekkend, zo midden in de vriezende nacht. De hond blafte. Ik rende de trap af en trok mijn laarzen aan. De sleutel had ik gelukkig op de deur laten steken, uit schrik dat het slot anders kapot zou vriezen, want ik beefde te hard om de sleutel er in te steken. Met een grote lamp rende ik naar het kippenhok. Ik gleed bijna uit, maar kon me vasthouden aan de omheining. Het gekrijs was opgehouden. Ik trok het hok open en zag mijn kippen, morsdood. Koppen afgebeten. Verontwaardiging in hun ogen. Achter me hoorde ik gejank. Ik draaide me om en scheen met mijn lamp op de vos. Hij had Tilly in zijn bek, de kleinste en zachtaardigste kip van het hok. De vos had een grote wonde tussen zijn ogen en miste wat vacht. Hij ademde snel, zag ik aan de wolkjes die uit zijn neus kwamen. Hij rende weg, onze weide in, richting het bos. Ik rende achter hem aan, maar hij was te snel. Ik gleed uit. Waarom had ik het ook geprobeerd? Wat had die vos mij ook misdaan? Het vroor nu eenmaal, en hij had vast honger. En zijn gehavende kop en vacht bewezen dat de kippen zich verweerd hadden. Maurice, de oude haan, had zijn dames vast goed proberen te beschermen. Waar was Maurice eigenlijk? Ik had hem niet gezien tussen de slachtoffers. Ik stond op en wandelde weer naar huis. En daar lag Maurice, dood in de weide, in stukken als de kalkoen die we nog niet zo lang geleden voor kerst aten. Voor het eerst in zijn leven keek hij niet verontwaardigd. Beschaamd eerder, dat hij hen niet had kunnen redden. Ik raapte op wat ik kon. Hij was een goeie jongen, onze Maurice. Ik wilde hen ’s ochtends begraven, maar wilde hen niet nog enkele uren daar in de kou laten liggen. Misschien kwam de vos wel terug. Ik nam een spade en probeerde die in de bevroren grond te duwen. Min twaalf, zo koud is het in geen jaren geweest. Ik bleef steken tot ik een diepe put had, ook al zou ik daarna nog twee weken stijf zijn. Ik legde hen zo dicht mogelijk bij elkaar in de put en gooide de bevroren stukken zand er weer op. Daarna nam ik een stoel, en bleef zitten bij hun graf. Min twaalf. Het zijn maar kippen, zei ik mezelf. Maar waren het maar kippen? Had ik hen als kuiken niet grootgebracht en een naam gegeven? Had ik geen emotie gezien in hun ogen, en gehoord in hun gekakel? Had Tilly niet keer op keer haar hoofd tegen mijn schouder gelegd, wanneer ik haar optilde omdat ze zo dom was om in de regen te blijven zitten? Had ik hen niet telkens bedankt voor hun eieren met een krop sla of een bloemkool? Hadden de kippen en ik dan geen band waarin we elkaar voedden? Een soort natuurlijke band? In de verte hoorde ik een vos keffen. Misschien was het wel de vos die Tilly meegenomen had. Misschien riep hij zijn kinderen wel. Of zij. Dat er eindelijk nog eens eten was, na dagen van ontbering en koude. Ik stond op en wandelde naar de rand van de weide. Misschien is de natuur wreed, maar bij min twaalf is wreedheid soms de enige manier om te overleven. Als mijn kippen en ik een soort natuurlijke band hadden, heb ik hen nu teruggegeven aan de natuur.

MDB
0 0

Plankgasboetes

Ik wil eens op padIn ‘t kot van de nachtIk wil dat ik wil datHeb ik al zo vaak gedacht Met een rokje tot onder mijn kontZorgeloos aan het wachtenAlsof er op mijn voorhoofd stondJa, mij moogt ge verkrachtenIk wil dan liggen op 't straatNeus naar het asfalt gerichtZien hoe het fout gaatMet groene verf op het rode lichtIk wil dan kei hard brullen:"De Sint bestaat niet moet ge weten"En mijn stem mag de straten vullen Omdat iedereen het uur is vergetenIk wil eens een keer eerlijk zeggenWat ik van een baby vindSchaamteloos uitleggenDat het lijkt op elk ander kindDat zijn ogen er maar raar bij staanHij kijkt een beetje scheelEn over zijn gewicht verdergaanMet 'is dat niet wat veel'De luchthaven laten trillenMet eendags Gilles De La Tourette Vol overgave gillen Allah Akbar, ik bom gezet Ik wil eens één keer diegene zijnDie het kind ermee confronteerdKijk 't is misschien niet zo fijnMaar ge zijt geadopteerdEn negentig jarige man Die sla ik uit zijn loodMet 'amai jong, dan..zijt gij bijna dood.' Elk dreigement op de ritArrogant afkraken Met ' pas op of ik zal van uw gebit.... eens een puzzel maken.'Een kleuter in noodVan het antwoord staven Ja, uw hamster is doodIk heb dat levend begraven Een onbekende vrouw geef ik een briefOver de seks die ik met haar man hadVond je het nu niet een beetje naïefSorry 'ik heb hoofdpijn schat'?Ik wil eens een familiefeest onderbreken Met getik op mijn glasZeggen dat ik toen ze niet keken Aan het masturberen wasGewoon om eens te zien Wat dat geeft qua rampenNonchalant een stuk of tien Joden omver stampen Zonder make-up in 't openbaarOp 'dat ik er wat ziek uitzie'Zeggen 'ja, 't is waar'Aids, griep en een kanker of drieBij mijn Mc Donalds-stopVraag ik weinig beleefdEen eurodeal en of ze de jobVan haar dromen gevonden heeftHet laatste dat ik onthulIs mijn dag als een ventWaar ik rondzwaai met mijn lulAls een volwaardig zedendelinquentSssst  Zit daar nu niet te verkrampenVermomd als kei beleefdGe wou ook al eens iets omver stampenOm te zien of het nog leeft    

Lot
0 0

Zo? Of, meer zo?

Blijkbaar praat ik te veelEn ontbreek ik een paar beleefdheidsvormenNu wil ik me echt wel geheelAanpassen aan andere normenMaar ik leerde meer dan alleenFietsen, stappen en pratenIk leerde kennen, houden vanRoepen en haten Ik leerde te lijkenOp mijn omgevingIk leerde te kijkenEn van wat ik opving Van de plaatsen die ik zagIk leerde blijven of te gaanVan elke slechte dagIk leerde bestaan Van de onbekende mensenDie me aanspraken op de busVan de reactie op mijn nieuwjaarswensenVan de eerste niet-mama-kus Van wat ik goed deedEn vooral van wat foutIk heb muurtjes stukgeslagenEn af en toe heropgebouwd Van wat ik zagVan wat ik kon horenVan elk uur op elke dagDat ik ooit heb verloren Er is een redenWaarschijnlijk een detail, zo kleinWaardoor mijn wilde harenNiet elke dag gekamd zijn Mijn mama treft geen schuldDie deed ze elke dag netjes bij mekaarMet een kam en oneindig veel geduldStoomde ze haar prinsesje klaar En toen kwam ik misschien iemand tegenEn werden knopen plots mijn dingHet maakte me op geen enkel moment verlegenDat het verward op mijn schouders hing Ik ben volwassen voor de wetMaar ben daarom nog nietHelemaal vastgezet Maar ik ben niet zacht meerIk ben een gedane zaakIk neem geen keer Ik zeg al zo lang watIn plaats van wabliefIk ben arrogant en gevatSoms gewoon assertief Ge zijt ergens nog zo kleinEen kind dat een puzzel vraagtOm gewoon juist te zijn Maar, ik zie weinig gelukWant er is geen mens die een kindLaat wroeten aan een stukOmdat hij het juiste niet vindt De puzzel moet maar meebuigenOok al lijkt de wolk een driehoekGe moet er niet op zuigenGa maar verder op zoek Want de man met drie benenStaat met zijn hoofd in een wolkEn dat kindje zal wel wenenZonder mama tussen het volk Ik ga nooit minder woordenGebruiken dan ik wilIk laat alleen de dagen mij vermoordenAlleen de tijd krijgt mij stil Ik ben uw puzzelstukDat ge tot passen verplichtMaar als ik mij erover bukVind ik het geheelAbsoluut geen zicht.

Lot
0 0

Hashtag no filter

Mensen ik weet het, het liefst van alZou ge mij willen zijnIk snap dat Mijn Instagram staat vol met foto’s van het ontbijt op bedDat mijn lief met zijn ‘I LOVE LIESELOT’-truiElke ochtend heeft klaargezet Op Facebook komt mijn huisRecht uit een wooncataloogEn ik bezit nu net die ene manDie nog nooit iemand bedroog Mijn kusfoto’s verraden vol lofDie vibrator in mijn nachtkastjeEn zijn dikke lag stof Online is mijn man zowel nieuw als stoerIk ben niet alleen zijn prinsesMaar ook zijn beste vriendin, zijn mooiste droomEn zijn vuile hoer Aan boeren en scheten doet hij niet mee En ook als er voetbal op TV is mag ik gerust zappenNaar Vitaya of Vijftv Maar helaas… Wat is de waarheid lelijkAfschuwelijk genantZoals elke steak die mijn lief baktIs de waarheid zwart en aangebrand Mijn prins op ‘t witte paardRijdt op een ponyEn lag al in bed met Jan Piet JorisEn met Conny Mijn held kijkt porno en laat schetenEn dat laatste mag ik daarbovenopOok gerust weten Mijn ridder trakteert mij hoogstens op een pintWanneer hij in zijne dunne portefeuilleNog een laatste euro vindt Al mijn kleren zijn op voorhandAl een miskoopEn mijn huis komt hooguit uit een reclameblaadjeVan de eerste de beste kringloop Het haar op mijn benen groeit als het onkruid in mijn hofEn mijn vibrator kent voornamelijk slijtageIn plaats van stof Bij de zoekgeschiedenis van mijn heldSta ik niet van de pornosites maar van hoe kook ik een eiHelemaal versteld Niet omdat hij niet weet hoe hij een ei bakken moetMaar omdat hij blijkbaar toch weerEen bescheiden poging tot koken doet De laatste keer dat hij kookte moest ik wenenWant dat pakte serieus op mijn ogenAl is de rookschade ondertussen verdwenen In tegenstelling tot de kotsgeur naast mijn bedDaar heeft de mengeling van McDonalds en zwaar bierZich voor eeuwig in de grond gezet Nu blijf ik steeds gracieusVerwrongen elegantKheb dan ook geen andere keusDoor die kermisring om mijn hand Ik wil maar zeggen : Tussen blindheid en liefdeIs wel degelijk een verbandWant, een man strooit gegarandeerdUw ogen vol met met zand.

Lot
0 0

DROMENVANGER GEZOCHT

Ik scharrel door een donkere buis. Het stinkt hier enorm. Ik kruip hier niet alleen door. Achter mij grijpt een man regelmatig mijn voeten en enkels vast, duwt zijn neus tegen mijn kont. Voor mij kruipt een vrouw met een achterste als een immens grote pompoen. Zij ontneemt mij alle zicht op het einde van de enge tunnel. Het is hier verschrikkelijk warm. Het zweet druipt van mijn gezicht en pikt in mijn ogen. De ruimte is zo eng, dat ik het vocht niet uit mijn wimpers kan wrijven. Het is hier zo smal dat ik mijn armen amper tot aan mijn hoofd kan brengen. Mijn ellebogen schuren tegen de glibberige wand.  De angst omklemt mijn hart en mijn hoofd bonst alsof ik alle seconden een infarct ga maken. Heet, zo ontzettend heet. In de verte hoor ik Herbert Flack naar me roepen dat ik me moet haasten. Als ik hem terugroep dat de lamp op mijn hoofd uitgegaan is, dat ik niet meer zie waar ik kruip en dat mijn hoofd tegen de bovenkant bonkt als ik over die kolossale kont wil loeren, brult hij, dat ik mijn traumatische claustrofobie nu maar eens moet overwinnen! Hij loeit dat ik met mijn handen de wanden moet aftasten en verdomme zo snel als mogelijk in het kantoor moet komen. De vrouw voor mij stopt met kruipen, zij blijft in de benauwde ruimte vastzitten. Iemand moet haar met touwen uit de spleet trekken. De hele menselijke kruiptrein stokt. Warm, de loeiwarme temperatuur stijgt. Er is nauwelijks zuurstof meer. Het is hier om te stikken. Dorst!  Als mijn voorgangster als een gigantische ontstopper uit de rioolbuis plopt,  strompel ik op handen en voeten in een immens grote hal van een grot. Flack duwt mij een draagbare pc in de handen. Mijn vingers zijn verkleumd en hangen vol smurrie, mijn knieën liggen open en in mijn hoofd suizen mijn oren een tamtamliedje. In de grote ruimte staan duizend aangezichtsloze blote mensen. Ze staren me angstaanjagend aan en wijzen met hun handen naar de computer.  Verhalen, ze willen verhalen. Ik typ azerty- woorden op een querty- klavier. Geen zinvol woord komt er op het computerscherm. Het wordt griezelig stil. Angst, ik moet hier weg. De meute komt dichter en dichter en wil mij vastgrijpen. Ze verandert in de hoofddoekjesbrigade die mij, met mijn inkopen,  naar hun kassa in de winkel willen sleuren. Ik hoor ze schateren omdat ik geen religieusloze kassierster meer vind.  Plots hoor ik een harde knal en de winkel begint in te storten. De bommen zaaien dood en verderf. Een hoop stenen en een zware balk denderen juist naast mij op een groepje winkelende mensen. Ik kan amper de afbrokkelende stenen voor mijn aangezicht wegstoten. Warm, heet, nachtmerrieachtige toestanden en ik kan nauwelijks ademen.  Ik strompel uit het stenen graf.  Overal liggen huilende, vuile en bebloede kinderen. In hun verdrietige ogen wriemelen duizend vliegen. In de verte zie ik mijn zoon staan. Niet de bijna 40 jarige bonk, die hij nu is, maar de kleuter van een jaar of 4, die hij toen was. Hij huilt hartverscheurend. Ik ren naar hem toe en sleur hem mee het winkelcentrum uit recht naar de grote marmeren trappen. Hij roept dat hij moe is en dat hij in de buggy wil zitten. Nergens vind ik een niet beschadigde kinderwagen. Als ik mij omdraai, verandert zijn gezicht in het aangezicht van mijn kleinzoontje. Ik neem hem op mijn arm en ren met hem een lange gang in. Kilometers witte wanden en overal zitten deuren. Ik open ze één voor één, aan de andere kant zie ik alleen maar rotsen en stenen maar nergens een uitgang. Enkel achter één deur vind ik een lift. Paniek bonkt in mijn keel. Tweestrijd, dilemma, red ik ons beiden? Maar ik durf de lift niet in te gaan. Liften zijn eng, traag en blijven overal hangen.  Helemaal in de verte hoor ik mijn tante roepen dat ik mij moet haasten want dat anders de boot zonder mij naar Bordeaux wegvaart. Op het allerlaatste moment kan ik nog aan boord springen. Radeloos zoek ik naar mijn kleinkind. Het schip, dat groter en groter wordt en cruiseschipafmetingen aanneemt vaart met een rotvaart van de kant weg. De boot bonkt tegen de golven in. Mijn maag ramt tegen mijn slokdarm aan. Dorst, ik moet drinken. Heet, warm, de misselijkheid golft over mij heen. Laurette Onckelinck sust mij, zij toetert wat scheldwoorden over mij heen. Het totale horrorverhaal kan niet meer erger worden. Zij troont mij mee naar een kajuit helemaal onderin het megaschip. In mijn kajuit zijn er geen ramen en staat er alleen een bed, er is geen badkamer of wc voorzien. Ik moet dringend plassen. Op zeeziektebenen ga ik op zoek naar een toilet. Het is er aardedonker. Hyperventilerend tast ik alle meubels en muren af op zoek naar de deur. Ik duw ze open, ga twee trapjes af en zet me op het toilet. Net als ik wil plassen hoor ik achter mij geroep. Het geluid komt van heel ver. Plots steekt er iemand een licht aan en word ik wakker. Ik zit in mijn blote reet in een campingzeteltje onder de luifel van de caravan. Mijn hart gaat nog steeds van boemtataboem en mijn blaas staat op springen. Manlief kan er niet meer om lachen. Dat is nu reeds de tweede keer deze week dat ik, na een nachtmerrie, slaapwandelend,  in het midden van de nacht mompelend de caravan uitstrompel. Hij foetert dat ik moet stoppen met juist voor het slapengaan die enge thrillerverhalen te lezen!  De nacht heeft nauwelijks voor afkoeling gezorgd. Alle kampeerders liggen gelukkig nog lekker te slapen. Ik blijf nog even zitten, kijk naar de sterrenhemel en luister naar het fluiten van een nachtuil. Mijn hartritme wordt stilaan terug normaal. Ik waggel terug de caravan in en laat me op het toiletje neerzakken. Ik drink een glas gekoeld water en laat me terug in het caravanbed zakken. Manlief duwt zijn arm knuffelend over mij heen. Gered door mijn alerte bedgenoot anders had ik wel degelijk een plas door de campingstoel op het grondzeil gemaakt. Iemand die mijn droom kan ontleden, schrijf mij gerust!   http://cornelissimone.blogspot.be  

Sim
38 0

Apache

Ik hou niet van telefoneren. Ik heb er geen verklaring voor, het is gewoon zo. En het wordt erger met de jaren. Behalve mijn mobiele telefoon, waarin een Belgisch nummer en een Frans nummer zit, heb ik ook een satelliettelefoon. Die was inbegrepen in mijn internetverbinding. Ik bel er zelf nooit mee. Het is een vervelend toestel want de gesprekken komen met vertraging door, zodat de beller en ik soms door elkaar praten. Telefoneren in het Frans vind ik het ergst van al. In een gewone conversatie trek ik me goed uit de slag, maar aan de telefoon gaat het meestal mis. Ik versta de beller slecht, ik begin te stotteren en ik hoor mezelf fouten maken. De weinige mensen die mijn satellietnummer hebben zijn Nederlandstalig, vandaar dat ik, toen mijn telefoon gisteren overging, hem zonder hartkloppingen opnam. Maar voor ik er erg in had, was ik in een chaotisch Franstalig gesprek verwikkeld met een zekere Gianni. Ik kon hem heel moeilijk verstaan, hij sprak snel en ongearticuleerd en hij had het over een briefje met mijn telefoonnummer dat ik ergens achtergelaten zou hebben. Ik begreep er niets van en ik zei dat het wellicht een vergissing was, maar hij hield niet af. Naast hem hoorde ik een vrouwenstem die hem leek aan te moedigen. Ik probeerde meer te weten te komen, maar het enige wat ik nog kon verstaan was dat ik ‘du boulot’ voor hem zou hebben. Ik begon iets van de vasthoudendheid te begrijpen, maar ik moest hem teleurstellen. Het was een vergissing zei ik, klaar om in te leggen.‘Maar is dit dan niet uw nummer?’ vroeg hij en hij ratelde mijn satellietnummer af.Dat moest ik natuurlijk toegeven, anders was hij niet bij mij terecht gekomen.‘Ik heb in ieder geval geen briefje achtergelaten,’ zei ik. Ik was trouwens een paar dagen de deur niet uit geweest, want het regende al achtenveertig uur aan een stuk.Ik hoorde hem stilaan opgeven en haar ook. Nu de woordenstroom wat minderde, profiteerde ik ervan om het gesprek af te ronden en in te leggen. Het was onprettig. Ik stelde mij Gianni en zijn vrouw voor met het briefje waarop mijn nummer stond dat iemand bij hen onder de deur geschoven had. Ik had er geen idee van hoe ze eruitzagen, maar ik kon de teleurstelling op hun gezichten raden. Een paar uur later belde hij terug. Zijn vrouw was er ook weer bij. Hij stak hetzelfde verhaal af, alsof we elkaar nog niet eerder gesproken hadden. Ik herinnerde hem aan het vorige gesprek. Maar hij bleef het over dat briefje met mijn nummer hebben.Toen vroeg hij of mijn man thuis was.‘Ik heb geen man’, zei ik. En ik had meteen spijt dat ik dat gezegd had. Want wie was die Gianni eigenlijk? En wat voor informatie probeerde hij mij te ontfutselen?‘Het spijt me, ik kan u niet helpen,' zei ik. En toen zei ik nog eens ‘je suis désolée’ en ik legde in. De hele avond bleef ik aan die twee gesprekken denken, aan Gianni en zijn vrouw die hun hoop op een klusje in rook zagen opgaan omdat het nummer niet klopte. Misschien dachten ze dat ik het wel was geweest met dat briefje, maar dat ik van gedacht was veranderd en het klusje niet meer aan hen wou geven. Misschien zonnen ze nu op wraak.Het hield me ook bezig of ik wel spijt mocht hebben van het feit dat ik gezegd had dat ik geen man heb. Was dat geen misplaatst wantrouwen? Ik werd er meer en meer onrustig van. Rond negen uur ging de telefoon weer over. In weerwil van mijn telefoonangst, hoopte ik dat het Gianni was. Ik zou hem vragen om traag te spreken en alles nog eens met hem doornemen. Misschien was er een twijfelachtig cijfer in het nummer. Maar het was een andere meneer. Zijn stem klonk ouder.‘Solange?’ was alles wat hij vroeg.‘Nee,’ zei ik, ‘Hier is geen Solange.’Ik zei mijn naam maar niet. Hij excuseerde zich en legde in. Had die man misschien het briefje van Gianni in handen gekregen? En dacht hij misschien dat het een streek van Solange was? In mijn hoofd ontrolde zich een Franse zwart-witfilm met een jonge Belmondo als Gianni en Jean Gabin als de laatste beller. Op één dag had ik vier mensen leren kennen: Gianni en zijn vrouw, de oudere man en Solange. Maar meer dan vier personages in dit verhaal zullen ze niet worden, want er werd niet meer gebeld via de satelliet.   *** Vanmorgen zat er een bedelaar bij de ingang van de natuurwinkel in Prades. Voor een bedelaar zag hij er netjes gekleed en weldoorvoed uit. Maar hij zat op een muurtje met een paar muntjes voor zich uitgestald en hij sprak iedereen die passeerde buitengewoon vriendelijk aan. Achter hem zat een magere vrouw naar de grond te staren. Af en toe fluisterde ze iets in zijn oor. Ik was niet van plan om hen iets te geven. Toen ik naar binnen wou gaan, kwam er net een dorpsgenote naar buiten met een volgeladen winkelwagen. Voor we met elkaar in gesprek geraakten, ging ze naar de bedelaar en gaf hem een fles vruchtensap. Uit het contact dat ze hadden, begreep ik dat ze dat hadden afgesproken: geen geld, wel iets te eten of te drinken. Ik vond dat slim van haar. Het paar deed me denken aan Gianni en zijn vrouw. Ik dacht erover om zijn naam te vragen. Als het nu eens Gianni was? Dan kon ik meteen de zaak rechtzetten.Ik raapte mijn moed bijeen en vroeg hoe hij heette.‘Apache,’ zei hij, ‘comme l’indien.’Zijn vriendin heette Geneviève.Het voorbeeld van mijn buurvrouw volgend vroeg ik wat ik voor hen kon meebrengen uit de winkel. De vrouw schudde haar hoofd: ‘Niets.’Apache bestelde melk.‘Demi-écrémé de préférence, s’il vous plait.’Ik kocht twee dozen melk en gaf ze bij het naar buiten komen aan Geneviève, want Apache was al weg. Ik overwoog nog even om te vragen of ze een Gianni kende, maar Genevieve had duidelijk geen zin in een gesprek. 

Christine Van den Hove
14 0

Nooit meer dromen

“Ik droom eigenlijk nooit,” zegt hij. “Dan moet jij wel heel zen in het leven staan, als je ’s nachts niets te verwerken hebt.”   In mijn hoofd zie ik een oertriest dromen-coördinatie-lokaal, waarin één dof mannetje werkt met een knoert van een bore-out. Elke avond zet hij zich met een zucht achter zijn bureau, duwt hij zijn bril wat hoger op zijn bleke neus en legt zijn magere hand op een lege A4. Alweer niks. Geen angsten, geen frustraties. Traag neemt hij de rode stempel, drukt die zorgvuldig en gelijkmatig neer en zet bedachtzaam een krabbel met een glanzende, zilveren pen. Het lege blad komt in het uit-bakje, hij trekt zijn grijze regenjas aan en doet de deur stilletjes toe. De rest van zijn uren doodt hij dan maar in het stationsbuffet.   Bij mij krijgt de dromencoördinator – afgekloven nagels, rood aangelopen wangen, een wijde blouse waar ze om de 9 seconden aan pulkt – het amper gebolwerkt. Elke shift opnieuw stoot ze op een uitpuilende inbox, een verse stapel dossiers vol post-its en uitroeptekens en een genadeloos tikkende klok. Ze vloekt aan één stuk door omdat ze alweer een fucking nachtmerrie over “het is de avond van onze première en ik ben al mijn tekst vergeten” moet combineren met “vastzitten op een hoog platform dat steeds kleiner wordt”, terwijl er nog drie onzinnige dialogen liggen te wachten, een woeste kus, een fictief huisdier dat plots zoek is en, want dat kan er ook nog wel bij, een verse guts schuldgevoel, voor half zes. En dat is alleen de originele planning, he, dus daar komt sowieso nog iets tussen – je zal het godverdomme elke keer zien. Wanneer er een telefoontje binnenkomt met de vraag of die ene futiliteit die 11 jaar geleden fout liep niet nog eens aan bod kan komen, smijt ze de hoorn neer. Het bruistabletje plopt het glas koud water in. Het wordt een lange nacht.  

Sofie Rycken
27 0

PIS, PLAS, POEP EN KAKCONTRACT

Vorige weken ergens in de krant:   “Consternatie in Nederland nu aan het licht is gekomen dat een rusthuis van een concern dat er zeker twintig uitbaat bejaarde bewoners een “plascontract” laat tekenen. Daarin staat dat ze slechts drie keer per dag naar het toilet mogen. Gisteren maakte RTV Rijnmond bekend dat in rusthuis Grootenhoek in Hellevoetsluis, behorend tot de groep Careyn, de bewoners op vaste tijden om 11, 14 en 18 uur naar het toilet kunnen gaan. Buiten deze tijden om is dat niet mogelijk, of doet het personeel daar moeilijk over. Soms moeten bewoners wachten met toiletbezoek totdat het personeel klaar is met de koffiepauze.” Als U in Nederland woont, hebt U dan al samen met Uw uitvaartverzekering, een pamper rekening en een plascontract afgesloten? Als U zulke onzin van onze noorderburen leest, denkt U dan als tachtig jarige al eens twee keer na over dat euthanasiepilletje. Misschien hebt U al eens rondgekeken op welke spoorwegovergang U het best met Uw rolstoelwielen kan blijven steken voor er zo’n zelfmoordexpresstrein U uit Uw plaslijden komt verlossen. Stel je voor dat zo’n plascontract een Europese stelregel wordt! Willen wij, zelfs wanneer we gehandicapt en lichtjes dementerend zouden worden, dan nog wel op deze wijze oud worden, als anderen voor ons gaan beslissen wanneer we mogen pissen en kakken? Je moet maar toevallig in zo’n rusthuis met tweedehands verzorgers terechtkomen. Is dit misschien het begin van het opruimen van de steeds groter wordende bejaardenberg? Oké zulke maatregelen ontspruiten uit het brein van rusthuismanagers met een schrijnend personeelstekort. Ik kan me echter niet voorstellen dat zo’n rusthuisopperhoofd zijn eigen moeder of vader een halve dag met een ‘moeraspamper’ tussen zijn benen zou laten zitten! Dit idee is toch van de pot gerukt! Of juist niet, kak of gene kak, de pot op en wel op de uren die in het contract vastgelegd werden. Terwijl U drukt en tevergeefs wacht tot Meneer de Bruin zich meldt, vermindert U in één keer de werkdruk van het personeel. Als negentig jarige niet-Alzheimer rusthuisbewoonster, die echter niet meer zelfstandig uit haar bed of uit de rolstoel kan, heb je dan toch schijt aan zulke contracten! Je moet maar juist na de verversbeurt van 11 uur de drang voelen opkomen om een bruine trui te gaan breien. Moet je dan wanhopig je laxerende verteerde en gecomposteerde avondmaal zitten terugduwen totdat zo’n Nederlands rusthuis verzorgstertje haar koffiekoek met bakje troost doorgeslikt heeft? Kunt U zich voorstellen hoe het moet voelen als men U, tussen de vooropgestelde uren, met een sompige naar ammoniak geurende pamper in Uw rolstoel hijst en U de gangen richting refter door duwt? Kan U ook reeds voelen hoe U tevergeefs Uw bruintje tussen de contracturen zal proberen terug te duwen? Al staat de sluitspier nog zo strak, aan Uw kont kleeft strakjes kak. Leuk dat Uw lotgenoten, die met U samen aan de 12 u lunch zitten, U al op afstand  kunnen ruiken als U komt aanrijden. Leuk om als U met zijn allen de gehaktballen met puree tussen Uw tanden zit te vermalen, de stront langs Uw steunkousen naar beneden sijpelt. Het woordje smeerpijpen krijgt dan ineens de juiste betekenis, niet?  Toen pissen, plassen werd is het gezeik begonnen! Het Nederlandse plascontract plan lijkt wel een Big Brother bejaardenaflevering. Welke incontinente, gehandicapte, Alzheimer of Korzakov dementerende houdt het langst stand zonder tussentijds onderhoudsscenario? Wie het eerst een plas of een mosterd- bruinkleurige baggervijver onder zijn rolstoel krijgt, vliegt er onverbiddelijk uit. De winnaar wint een persoonlijke toiletverzorgster, inclusief een jaar gratis pampers en mag de WC eend voeren op elk gewenst uur van de dag. Het is onbegrijpelijk dat in een land waar, in het tijdperk van de centrale verwarming, waar kinderen nog nooit een schoorsteen gezien hebben, men zijn hoofd breekt over de Zwarte of de Schoorsteen Pieten en tegelijkertijd met zo’n bejaarden- zeikplan op de proppen komt.  Gehandicapte senioren, AOW’s  en licht dementerede noorderburen verenigt U en vraag massaal in België asiel aan een paar meer of minder zullen de zaak niet maken! Wij hebben hier nog verzorgsters die met plezier Uw pamper zullen verversen!    

Sim
227 0

PEUMPERSWEUDEN

Vraagje: In wat voor ‘pampermaatschappij’ leven wij nu toch? Ik las vorige weken in de krant dat men in Zweden de teruggekeerde jihadisten, gratis woonst, gratis rijbewijs en belastingvoordeel wil schenken! Zijn ze daar nu helemaal van de Zweedse pot gerukt? Ik zou nog verder gaan en ze allemaal een job geven. Vermits de doorsnee jihad- collaborateur met zijn herseninhoud zelfs geen Ikea kast in elkaar gezet krijgt, stel ik voor dat ze allemaal een militaire opleiding bij de Zweedse staat aangeboden krijgen. Bij het leger krijgen ze dan een versnelde opleiding bij de Svenska ontmijningsdienst en dan kunnen de Zweuden ze onmiddellijk terug op missie sturen. Zij weten als geen ander waar hun IS- vriendjes hun booby traps, bergbommen en springstoffen verborgen hebben en hebben voor de volgende vijftig jaar gegarandeerd werk.  Als er dan al eens eentje op een mijntje trapt is er nog geen kalf verdronken. Staan de doorsnee rökt -kaviarpastasmeerders en köttbullarvreters nog achter zulke stupide krantenuitspraken?  Vindt men in de andere Europese lidstaten niet, dat het lijkt alsof de hersens van de Zweedse politici aangetast werden door de, meestal jarenlange, thuisgestookte alcohol ? Raar dat er van geen enkele normaaldenkend Europees land commentaar kwam. Waren de Europarlementariërs allemaal teveel bezig met hun postjesstoelendans en het Canadees handelsverdrag? Zaten ze met zijn allen op de televisie naar debatten tussen de Amerikaanse presidentskandidaten te kijken en zich te verkneukelen hoe Donald modder trumpetterde over Hilary of waren ze te opgefokt door Poetin’s  spelletjes Stratego en zeeslag? Was de Russische vloot misschien via het Kanaal en de Middellandse Zee onderweg om voor ons de zuidelijke Europese grenzen eens degelijk af te bakenen?  Europa blijkt er tot op vandaag niet veel van te bakken. Tot op heden kunnen we duidelijk niet voorkomen dat dagelijks opnieuw overladen opblaasbare bootjes en luchtmatrassen vol zwarte gelukszoekers van de Libische oever weggeduwd worden en onze richting uit dobberen. Heel veel vroeger verzamelden wij,als kind, voor de arme negertjes, tonnen zilverpapier van de ingepakte repen chocolade. Wat ze daar, in dat donkere Afrika allemaal met die vrachten zilverpapier deden, bleef voor mij toen en tot op dit moment een gigantisch groot raadsel. Toen ginds de zilverpapierberg geen echte oplossing bood, gingen de hulporganisaties allerlei evenementen bedenken om geld in te zamelen.  Het meeste bij elkaar gebedelde geld diende vervolgens om de riante lonen en het grote wagenpark van de zaakvoerende hulpverleners te betalen. Met de overgebleven kruimels besloten de humanitaire instellingen om in de Afrikaanse hongerdorpen waterputten te graven en er pompen bij te installeren.  Al na drie maanden zag je de zwarte vrouwen terug met bidons op het hoofd en emmers aan de hand, op blote voeten, twee kilometer afleggen om drinkbaar water te gaan halen. De dorpswaterput lag er verlaten bij en de mooie koperen pomp hing bij de dorpsoudste in zijn hut te blinken. Het was opnieuw een waterdruppel op de hete kokende Afrikaanse plaat. Daarna betaalden wij met zijn allen, via onze belastingen een deel aan ontwikkelingshulp. Geld dat nooit bij de noodlijdende bevolking terecht kwam, maar waarmee de plaatselijke corrupte presidenten en koningen hun kastelen nog wat rijkelijker lieten versieren. Nog een vraagje: Nu de wereld voor deze Afrikanen, via satelliet en internet zo klein geworden is, schrikken wij er dan van dat die zwarten nu de omgekeerde weg, richting noordwaarts, vanwaar het geld ooit kwam naar oorsprong, onze geldbeugel, al stappend, varend of zwemmend afleggen. Zouden wij in hun plaats niet hetzelfde ondernemen om eindelijk een stukje van de op de televisie getoonde welstand op te eisen? Van honger- naar bijstandsneger. In Antwerpen werd vorige week de eerste sigaretten- en prullariaventer in dienst van de ‘zwartemannekesleurdersmaffia’ op de Groenplaats gesignaleerd, zijn zakken vol asielweigeringen en papiertjes met: U moet ons land verlaten. Voor we het weten, zullen we niet meer ongestoord op een Antwerps terrasje een koffie kunnen drinken, zonder dat we voordurend houten maskers, speren, handtassen en namaak merkkledij onder onze neus geduwd krijgen. Vraag drie: kijkt U al eens naar ‘De Buurtpolitie’ met zijn fantastisch nagespeelde maar soms lachwekkende en onnozele echte politiezaken?  In de krant stond te lezen dat echter de echte politiemensen en rechercheurs, en zeker diegenen die rond het Brusselse patrouilleren, regelmatig tegen een burn out zitten. Zouden jullie niet gefrustreerd raken als je het crapuul, met het middenvingertje omhoog, vrij voorbij het commissariaat ziet lopen nog voor je het proces verbaal uitgetypt hebt? Al wat deze agenten doen, is gewoon dweilen met de kraan open. Om hun werk wat op te leuken, sluiten ze nu intern weddenschappen af: De pot is voor diegene die kan raden, hoe lang in uren, minuten en seconden het duurt voordat een onderzoeksrechter het juist aangehouden boefje terug laat lopen. Wat voor watjes zijn die rechters! Het voorgeleide schorremorrie was al een veertigtal keer voor diefstal opgepakt en had met een engelengezichtje, met de hand op het hart, voor de veertigste keer aan de onderzoeksrechter beweert dat hij het nooit meer zou doen en werd opnieuw zonder straf  door die zachte ei-rechter terug de grote boze dievenwereld ingestuurd. Krijgen wij als burger niet stilaan het gevoel, dat deze rechterlijke schijtlijsterreacties de straffeloosheid in België in de hand werken? Wereldvreemd mag je hen niet noemen! Hoe noem je die ivorentorenmagistraten dan?? Je moet maar als slachtoffer, met een gebroken heup in het ziekenhuis liggen nadat dit handtassentrekkertje je onderuit gesleurd had en horen dat die wereldvreemde halfzachte rechters het gespuis, soms zelfs niet eens onder voorwaarden, terug vrijlaten. Met hun vermanende pasop- vingertje hebben ze het boefje toegesproken en wachten nu geduldig af tot het schoelje zijn 100ste diefstal pleegt, zodat ze hem een ‘volhoudingsmedaille’ kunnen uitreiken! Nog een vraagje: Begrijpen jullie dat sommige advocaten nog de slaap der rechtvaardigen slapen?  Hebben zij misschien een duister complot met een aantal knoeiboelmagistraten, die keer op keer door procedurefouten het tuig ongemoeid moeten laten lopen? Wat mankeert er aan ons rechtssysteem? Nu moet men mij toch eens eventjes vertellen, waarom men, een jihadmoeder, die al in de gevangenis zat, midden in terreurniveau 4, terug vrij gelaten werd in afwachting van de uitvoering van een nieuw proces in beroep! Waarom worden terugkerende Syriëstrijders met een enkelbandje en de hoop dat ze uiteindelijk ooit eens gaan deradicaliseren, terug in onze maatschappij geretourneerd? En die pedofiel, die door verschillende mensen ontmaskerd werd, waarom liet men die na ondervraging terug lopen? Waarom kunnen drugdealerkopstukken lachend het gerechtsgebouw verlaten, omdat er ergens op een papiertje een verkeerde vertaling staat?  Vragen, vragen, zoveel vragen. Gaat daar ooit een oplossing voor gevonden worden? Ik betwijfel het…meer nog ik weet wel zeker van niet! Dus laat ons al eens beginnen met aan die Zweedse idiotiska retande politiker en linkse grav laxlikkepotte te laten weten dat wij, de rest van Europa,  helemaal niet achter hun naïeve wollegeitesokken- krantenidee staan en dat ze dringend moeten stoppen met hun peumpergedeu!

Sim
0 0