Lezen

Toekomst reisje

Hoi, best lezer En ik heb iets zo cool meegemaakt! Je zou het bijna niet geloven! Misschien moet ik maar bij het begin beginnen.   Mijn mama is een uitvinder en hoe toevallig dat zij een tijdreis machine heeft uitgevonden. Ik denk dat ikeen klein beetje te niewsgierig was, want ik ging er eens in kijken. En dat was de domste beslissing ooit! Die machine stond aan! (maar hoe moest ik dat nu weten) En Floeps ik was weg, ik wis niet precieis waar ik was maar het was prachtig daar. In mijn leven had ik nooit zoiets moois gezien. Toen besefte ik dat de mama de machine klaar het gemaakt voor een reis naar de toekomst, wacht wat de toekomt ik was helemaal overstuur ik rou wel van mijn stokje kunnen gaan. Maar wat ik toen zag verbaasde me echt, ik liep wat verder en ik zag dat die mensen kleding droegen die van blaadjes en lianen (en nog veel meer dingen die je uit de natuur kunt halen) droegen. Wauw dit wilde ik ook gaan proberen en vroeg of ik er oo een mocht hebben. Deze deed ik aan en tot mijn verbazing stond opeens iemand van mams medewerkers voor mijn neus. Hij greep mijn arm vast en ik kon nog net mijn normale kleren meetrekken. We gingen naar de plek waar ik was aangekomen en toen flitste we weer weg. Ik riep nog snel "DAAG!" Maar tegen de tijd dat ik het had uitgeschreeuwt waren we alweer in het loboratorium van mama. Die mij meteen naar mij toe kwam lopen. Ik dacht voor een knuffel, maar nee ze vroeg:"Wat heb jij nu weer aan?" Ik wist daar meteen op te antwoorden:"dit is nu wat wij mensen allemaal gaan dragen in de toekomt. Iedereen keek me aan en lachte!  Met vriendelijke groeten:                                                                                                                                              Anna

Jenthe
2 0

Littekens - Brief aan Prof. Dr. Van Gucht

Gepubliceerd in De Standaard, 'Brief van de dag', zaterdag 2 mei 2020  Geachte heer Prof. Dr. Van Gucht,Beste Steven, Twee aanspreektitels. Dat leest u goed. De eerste in uw hoedanigheid als wetenschapper. De tweede omdat je elke dag steevast langskomt. Je bent ondertussen een goede vriend die eerlijk durft zeggen hoe het er voor staat. Ik geef het toe, tijdens dat moment kan ik mijn ogen er niet van af houden. Tijdens het luisteren dwaal ik af naar die plek waar je huid barst en het litteken begint. Ik hoop dat je me het vergeeft. Ik ben trouwens niet de enige want zo zag ik dat jouw ‘naamgebaar’ in gebarentaal open en bloot verwijst naar je kenmerk.  Stiekem zou ik het willen vragen: ‘Vind je het erg dat men je hiermee aanduidt? Dat je persoon samenvalt met een kwetsuur?’ Iedereen draagt littekens mee. Sommige liggen zeer duidelijk aan de oppervlakte. Andere zitten minder zichtbaar net op of onder de huid. Voor mij zijn het vooral plekken waar de kwetsbaarheid een uitgang zoekt en hunkert om getoond en begrepen te worden. Laat het net bloeiende kwetsbaarheid zijn die ik nu om me heen zie. Er wordt een gemeenschappelijke wonde geslagen. Ooit komt een tijd dat we deze zullen likken. Als mens, als samenleving. Een nieuwe huid kondigt zich aan. Zal ze anders aanvoelen? Ik hoop eigenlijk van wel: Oneffen, maar zachter. Zelfs milder. In de zevende week van deze milde lockdown blijf ik nog steeds in het veilige nest dat mijn kleine appartement is. Ik voel me vaak ‘de prinses in de torenkamer’, wachtend op bevrijding. Prinses, want in deze tijden geniet ik van het privilege om nog steeds te kunnen werken, dansen en schrijven. Het is een adempauze. Consumeren wordt creëren. Boeken en muziek nemen me mee op reis. Ik heb de wereld nog steeds aan mijn vingertoppen. Maar toch… Langzaam sijpelt de eenzaamheid binnen. Het is een bot mes dat zacht over mijn huid snijdt, zo tergend traag maar vastberaden om z’n sporen na te laten. En zo vormt zich mijn gloednieuw litteken. Afgelopen vrijdag sneed het mes wat dieper. Nog langer alleen met als enige uitzicht consumptie als surrogaat voor een zwaar gemis. Op zeer subtiele wijze toont dit dat het ego-virus nog steeds gretig overleeft. In de afgelopen jaren zag ik hoe dit virus het weefsel om ons heen aantast. Hoe we langzaam uit elkaar aan het vallen zijn. Nu pas zien we duidelijk de zwakke plekken van een samenleving waarvan het immuniteitssysteem jarenlang onder vuur ligt. Alle ingrepen tevergeefs, het ego blijft aan de winnende hand. Toch is er hoop. Er ontwikkelt zich solidariteit. We doen boodschappen voor elkaar. We bellen met familie en vrienden. We doen moeite om elkaars situatie te begrijpen. We bieden troost aan. Het blijft echter een fragiele remedie tegen het ego, die zomaar weggevaagd kan worden als we terug naar normaal gaan. Misschien zitten we daar ook nog maar aan die drie à vier procent immuniteit. En vooral, is deze blijvend? Weinigen zullen ongeschonden uit deze periode komen. Elk van ons moet leren om zich te veréénzelvigen met de nieuwe huid die deze tijden overspant. Zou het kunnen dat enkel u de dagelijkse taak kunt dragen? Omdat u weet wat het is, omgaan met een litteken? Ik blijf wel nieuwsgierig. Was het bij jou een uit de hand gelopen ravotpartij als kind? Een stomme val met de fiets in één of andere studentenstad? Ik kom het waarschijnlijk nooit te weten. Om eerlijk te zijn heb ik nooit gehouden van een te gladde huid. Dat lijkt me ontzettend saai. Hou je goed. Nieuwsgierige groeten,   Jolien    

Jolien Van de Velde
1710 1

Opiniestuk : Over activisme

Onlangs zag ik een herhaling van de Vlaamse versie van First Dates. Daarin was een knappe jonge ondernemer te zien die op zoek was naar een toffe vriendin. Jason heette hij. Maar Jason heette niet altijd Jason. Jason is transgender. Het was een mooi moment, hoewel ik het format van reality-tv nooit zal kunnen begrijpen. Bij Jason dacht ik meteen: wij hebben met z’n allen, jong, oud, groot, klein, homo, hetero, blank, zwart, man, vrouw… zij aan zij gevochten opdat vandaag Jason Jason kan zijn in een televisieprogramma en waar de persoon niet wordt opgevoerd als een kermisattractie of een probleemgeval. We hadden een gemeenschappelijke strijd. Misschien niet altijd in een collectief maar wel altijd samen. Nooit tegen elkaar. Daarom doet het artikel over racisme in de LGBTQ-gemeenschap Zizomag meer dan mijn wenkbrauwen fronsen. Ik voel me er eigenlijk door geschoffeerd, beledigd en diep gekwetst. Er wordt een zeer negatief en weinig genuanceerd beeld van de holebi-gemeenschap geschetst dat langs geen kanten klopt en nog minder bewezen is. Het artikel polariseert, beledigt en legt op geen enkele manier de link naar de historiek van een hele holebi-gemeenschap in een gezamenlijke strijd. Blanke holebi’s hebben altijd samen gestreden met gekleurde holebi’s. Ik mis die connectie in de woorden van de coördinator van het Brusselse Regenbooghuis. Ik behoor tot de stilzwijgende generatie x. Ik ben geen boomer en ik ben geen millenial. Waar wij decennialang voor gestreden hebben, niet alleen voor gelijke rechten maar ook voor (bestaans)rechten tout court, binnen onze gemeenschap maar ook mét andere gemeenschappen, wordt in het artikel van de geschiedenistafel weg geveegd. In de jaren ’90 stonden wij als holebi – blank én zwart, zij aan zij – op de frontlijn om aan aidsremmers te geraken, omdat onze vrienden, vriendinnen, mannen en vrouwen van wie we hielden, met wie we soms ook samenwoonden, stierven. We werden op onze seksualiteit afgerekend, er werd ons gezegd hoe we seks moesten hebben, hoe we geen seks mochten hebben en met wie we beter geen seks hadden. Er werd ons gezegd dat we maar beter niet konden trouwen. We werden bespuwd, vernederd, aangevallen, uitgesloten, uitgelachen, scheef bekeken, vermoord zelfs en we konden nergens een klacht neerleggen. We werden ziek en er werd ons gezegd dat we aids eigenlijk wel een beetje zelf gezocht hadden omdat we er een homoseksuele levensstijl op na hielden. We hebben onze partners niet kunnen begraven omdat de familie ons als een koppel niet wou aanvaarden. We werden het huis uitgezet door diezelfde familie. We hadden geen wetgeving om ons te verdedigen. We werden massaal geout omdat we seropositief waren. We werden dubbel geout. We hadden niet de lege namen als influencer of opiniemaker als we iets wilden veranderen en we ventileerden onze mening niet vanachter een futiel schermpje dat zich Smartphone laat noemen. We zetten onze eigen gemeenschap ook nooit tegen elkaar op. Integendeel. We streden. We waren activisten. We militeerden. Echte en serieuze activisten omdat wij allemaal samen voor een toekomst moesten zorgen. We waren van alle pluimage, van alle lagen en van alle kleuren. In die toekomst zagen wij ook de volgende generaties. Omdat we altijd samen onze strijd streden. Als activisten stonden we buiten, we kwamen op straat, we scandeerden onze woede in slogans. We wilden medicatie, we wilden dat onze liefde vrij was. We wilden seks. We vochten tegen extreemrechts. We gooiden fake bloed naar de labo’s, naar de ministeries en naar de beleidsmakers. We moesten onszelf uitvinden want hoe meer kennis we hadden over onszelf, hoe sterker we waren. We hebben moeten leren hoe moleculen werken, wat bloedcellen doen, hoe de hersenen werken. We moesten leren hoe schots en scheef de wetgeving in elkaar zat. We gingen er zelfs voor terug studeren. We hebben veel slaap verloren en de groeven die we vandaag in onze huid gegraveerd staan, zijn de beste getuigenissen. Ze getuigen ook van momenten van plezier. Gelukkig maar. We moesten onze plaatsen, onze ruimtes uitvinden maar ook onze expertise en onze seksualiteit heruitvinden. We hebben geleerd kritisch te denken. We moesten er ook voor zorgen dat onze kennis doorgegeven werd aan een volgende generatie. We hebben nooit onderscheid gemaakt tussen blank of zwart. Nooit. We gaven ook het woord aan degenen die nooit het woord kregen door politieke machtsstructuren openlijk aan te vechten: transgenders, sekswerkers, vrouwen van Afrikaanse origine, druggebruikers, alleenstaande seropositieve vrouwen, verkrachte vrouwen, gediscrimineerde werkzoekenden... allemaal kregen ze hun plaats en hun stem. Empowerment was het eerste item dat bovenaan onze agenda’s stond; helaas werd ook onze agenda door elkaar geschud toen onze vrienden bleven sterven aan aids. We waren verenigd. We waren wij. We waren activist. En dat was amper 25 jaar geleden. Dat is activisme. Dat is je eigenbelang opzijzetten, deleten zelfs en opstaan voor hen die niet kunnen opstaan. Activisme is voor die mensen die nooit een stem krijgen, de weg vrij maken en een stap opzijzetten. Activisme is niet polariseren in je eigen gemeenschap. De coördinator van het Regenbooghuis ledigt in het interview het woord activisme van inhoud, betekenis en kracht. Is dit salonfähig activisme wel activisme? Je kan activisme en sociabiliteit niet met elkaar vergelijken. De Brusselse Kolenmarkt waar het hartje van de LGBTQ-gemeenschap ligt, is een ruimte van sociabiliteit. Holebi’s maar ook hetero’s gaan er in het hartje van de hoofdstad met vrienden en vriendinnen een avond uit. Het is een commercieel gebeuren waar weinig of geen activisme te bespeuren valt. Eigenaars van de bars sensibiliseren bijvoorbeeld niet voor aidspreventie en doen weinig of niets tegen homofobie, tenzij een half afgescheurde affiche ophangen in de donkerte van de toiletten. Ze hebben wel de verdienste om homosociabiliteit mogelijk te maken. Deze sociabiliteit is divers en je vindt er blanke mensen die omgaan met gekleurde mensen en omgekeerd. Grindr en co zijn nieuwe vormen van sociabiliteit. Het siert hen dat deze ontmoetingsapps waakzaam zijn over racistische uitspraken in de profielen van de mensen maar uiteindelijk vind je dezelfde mechanismen terug die mensen hanteren wanneer bijvoorbeeld een bedrijf geen allochtoon aan willen nemen, een eigenaar geen appartement wil verhuren aan iemand met een vreemde naam enz. “Het appartement is verhuurd” en “De job is naar een andere kandidaat, we wensen u veel succes in uw verdere zoektocht.” In het geval van de familie Grindr: “No thanks.” Racisme is een gif dat altijd zijn weg wel vindt. Puur racisme dan, geen toogpraat zoals de roddeltongen van de Kolenmarkt rollen. Sommige mensen zitten vol met vooroordelen en grijpen naar extremen (politiek, religie) omdat ze dat ingelepeld krijgen, omdat een overheid niet goed voor hen zorgt, omdat hun kansen ontnomen zijn of omdat ze hun kansen niet zien en omdat bepaalde media en partijprogramma’s het opium onder het plebs blijven verdelen, ook in coronatijden. Mensen vertegenwoordigen ook levens en generaties. Levenservaringen en alle vooroordelen die daarmee gepaard gaan, veeg je niet zomaar weg. Racisme zit in beleid. En racistisch beleid vergiftigt mensen. De vraag is: hoe komt het dat mensen naar racisme grijpen? Hoe komt het dat holebi’s op extreemrechtse partijen stemmen? Het gemakzuchtige activisme in het artikel is geen activisme. Racisme bestrijd je niet in je eigen gemeenschap. Je spreekt hooguit iemand erop aan wanneer je iets hoort dat racistisch zou kunnen zijn. Racisme bestrijd je buiten je eigen gemeenschap. Waar de systeemfouten liggen, waar de verdraaiingen, de zinspelingen en de Calimero’s van extremen liggen. Het racisme dat in het artikel beschreven wordt, is geen racisme. Het is aanstellerij. Tenslotte is er van de LGBTQI+-gemeenschap felle kritiek geuit op haar verhaal rond het fresco van Ralf König. Het verhaal is niet zo recent als het in het artikel geschreven staat; het dateert al van juni 2019 – Bruzz heeft een artikel hierover Bruzz. Ralf König heeft een weerwoord geschreven op zijn website Ralf König. Het illustreert de povere kennis van het Regenbooghuis van het LGBTQ-archief en het belang en de waarde van de LGBTGI+-historiek te onderschrijven. De blanke personages op het fresco worden overigens ook niet zeer flatterend getekend maar geen haan die ernaar kraait. Omdat we Ralf König en zijn werk kennen en we zijn werk kunnen kaderen in tijd en context. Ik citeer König: ‘So missverständlich kann man's sehen, aber es hilft manchmal, den Inhalt zu kennen.’ en: ‘Ich nehme nicht mal an, dass die Diskussion über Politische Korrektheit noch mit links oder rechts zu tu tun hat, sondern eher mit alt und jung.’ Beter kon het niet verwoord worden. Laten we ervoor zorgen dat activisme in onze gemeenschap én voor onze gemeenschap nog steeds een wij-verhaal blijft. Ik kan “En finir avec Eddy Bellegueulle” en “Histoire de la violence” van Edourd Louis aanraden om het racisme in onze gemeenschap te begrijpen en om de juiste vragen te stellen. Lees tenslotte ook de tekst ‘Progressieve en regressieve politiek in het late neoliberalisme’ van Donatella Della Porta. Daar staan vele antwoorden in. Tenslotte wil ik benadrukken dat je bij discriminatie altijd terecht kan bij Lumi.

Erwin Abbeloos
21 0