Lezen

stepping stone theory.

In de jaren 70 van de vorige eeuw merkte ik iets op. De overheid, die destijds, en nu, totaal geen idee had, heeft, hoe ze het opkomende drugsgebruik moest aanpakken, opende overal de jacht op drugs. Omdat cannabis sterk ruikt en een groot volume heeft, was de jacht daarop zeer succesvol en opende de markt voor veel verslavende spullen zoals heroïne. Menig burgemeester en politiecommissaris stond destijds glunderend op de foto voor een tafel vol in beslag genomen kruiden — het ultieme bewijs dat hun beleid vruchten afwierp.Door deze harde aanpak verstoorden ze de cannabismarkt zodanig dat er een tijdlang bijna niets meer te vinden was. "Ik wil eens experimenteren met heroïne," zei mijn broer toen. Ik raakte in paniek. Jaren daarvoor had ik een vriendengroep waarin enkelen hetzelfde zeiden; na nog geen jaar was een normaal gesprek met hen niet meer mogelijk. Het enige waar ze het nog over hadden, was waar ze spul konden vinden, wat het kostte en of het van goede kwaliteit was.Ik overtuigde mijn broer om met me mee te gaan naar de grote stad, waar ik een horecazaak runde. Hij stemde toe en sprak niet meer over heroïne. Twee jaar later overtuigde mijn lieve moeder hem echter om terug te keren naar ons geboortedorp. Hij kreeg 300.000 frank, een nieuwe auto en zij zou een huurhuis voor hem inrichten. De enige voorwaarde was dat hij moest trouwen met zijn oude liefde. Wat mijn moeder niet wist, was dat zij inmiddels geen experimenteerder meer was, maar een heroïneverslaafde.Binnen korte tijd was het geld op en begon de ondergang. In 1999 is mijn broer overleden na jarenlang gebruik. Ik heb dikwijls gedacht: had men cannabis toen maar gelegaliseerd, dan was mijn broer misschien bij cannabis gebleven. *********************************************************************** +altaar+der+culturen/ FOTO GALLERY verf ed   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen." Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen, ons collectief geheugen, is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
56 0

Momenten

Peter kijkt nog een keer achterom naar het beeld van de Griekse godin Niké dat op het kerkplein van Lommel staat. ‘Een mooie herinnering aan de slachtoffers van de oorlogen', denkt hij. Hij loopt verder naar de bibliotheek voor zijn cursus om beter te leren schrijven. Boven zijn hoofd verandert de helderblauwe hemel plotsklaps in een donkere avond. Peter hoort geronk van vliegtuigmotoren, een lichtflits knalt door lucht en grote en kleine projectielen schieten alle kanten op. Boem! Pats! Kleng! Geschreeuw om hem heen.  ‘Wat gebeurt hier en waarom in godsnaam?’, vraagt Peter zich af. Hij kan het niet goed verklaren en staart voor zich uit naar het moderne, bruine bakstenen gebouw met driehoekige ramen waar zijn cursus is. Het dak staat in brand! Mensen rennen uit het gebouw en zoeken een veilige plek tegen meer mogelijk onheil. Peter versnelt zijn passen en lijkt ongevoelig van wat er om zich heen gebeurt. ‘Het lijkt verdomme wel of ik een film beland ben!’, roept hij hardop. Maar niemand hoort hem. Iedereen op en rond het kerkplein is met andere dingen bezig. Peter kijkt nog maar eens om naar Niké. Zijn verbazing trilt door zijn hele lijf! Nu lopen daar soldaten die mensen voor zich uit duwen met een geweerloop in hun rug. Sommigen huilen, anderen steken bang hun handen omhoog en er zijn er ook bij die zich met gebalde vuisten naar de soldaten omdraaien. Voorzichtig kijkt Peter naar de lucht die inmiddels pikzwart is. Hij ontdekt vliegtuigen. En uit hun rompen vallen bommen naar beneden. Ze ontploffen met grote knallen vlakbij het kerkplein. De soldaten met hun gijzelaars beginnen nu te rennen en er klinken schoten! Peter is inmiddels de lege bibliotheek binnen gestapt. Hij treft daar één grote ravage aan. Stoelen en banken liggen ondersteboven en bedolven onder de duizenden boeken die ze hier zo braaf verzameld hadden. ‘Wat een puinhoop!’, concludeert hij. Ineens komt hij tot het besef dat de les vandaag wel niet zal doorgaan. ‘Komt er ooit nog wel een les en wanneer houdt deze ellende op’ vraagt Peter zich af. Hij pakt een omgevallen stoel en gaat erop zitten. Hij moet even nadenken over wat hij hier allemaal in een paar minuten meemaakt. Hij maakt zijn tas open en daar valt pardoes de folder uit over de fietstocht langs oorlogsmonumenten in Lommel en Bergeijk die hij maakt in opdracht van de bureaus voor toerisme van die gemeenten. Peter probeert de folder te pakken, maar hij waait weg. Peter staat op en loopt achter de folder aan. Die waait weer verder de deur uit en het plein op en steeds sneller. Peter holt achter het papier aan. Dar bepaalt zijn koers. Dwars door schoten, gekrijs en gebrul. Maar dan ineens blijft de folder stilliggen. Peter kijkt omhoog en recht in de ogen van Niké. Hij krijgt het warm en het wordt donkerder en donkerder. ‘Het duurt wel lang nu. Toch lijkt hij wakker te worden’ hoort Peter nu. Hij opent zijn ogen. Twee groene ogen kijken terug. ‘Maar dat ben jij, stottert Peter’ nu hij zijn goede vriend Willem boven hem ziet hem hangen. ‘Ik dacht dat je doodging man!’, roept deze. En dan herinnert Peter zich alles weer. ‘Ik had je moeten vertellen, dat ik allergisch ben voor donker gerstebier, maar ik had er geen tijd meer voor toen ik per ongeluk net jouw glas met dat spul leegdronk in het café. En dan ga ik hallucineren. Dat weet je toch. Maar wat ik nu weer meemaakte is ongelooflijk! Je weet dat ik bezig ben met een fietstocht langs oorlogsmomenten?’ ‘Ja zegt Willem, daar heb je het vaak genoeg over. Hoezo?’ En Peter barst lost. De volgende dag is het weer maandag dus cursusdag. Peter steekt met een vreemd gevoel het kerkplein over naar de bibliotheek terwijl hij achterom naar het beeld van Niké kijkt.

Dreschrijft
4 0

14:46

haar oortjes  als gebedssnoer tussen de vingers  één minuut stilte voor de slachtoffers    In Sendai en langs de hele kust van de prefectuur Tōhoku Region staan mensen elk jaar op 11 maart stil bij de slachtoffers van de 2011 Tōhoku earthquake and tsunami. Op die dag in 2011 trof een zeer zware aardbeving de noordoostkust van Japan. Kort daarna volgde een enorme tsunami die hele dorpen en kuststroken verwoestte. Duizenden mensen kwamen om het leven en veel families verloren hun huizen, hun vrienden of hun familieleden. Ook overspoelden golven de kerncentrale in Fukushima, waardoor de koelsystemen uitvielen. Daardoor raakten meerdere reactoren oververhit en ontstonden kernsmeltingen en explosies. Veel mensen moesten evacueren en grote gebieden rond Fukushima Prefecture werden tijdelijk onbewoonbaar. Het is een van de ernstigste kernrampen sinds Chernobyl disaster in 1986. Tijdens de herdenking verzamelen inwoners zich vaak bij de kust, bij gedenkplaatsen of in stilte thuis. Om 14:46, het exacte tijdstip waarop de aardbeving begon, houden veel mensen een minuut stilte. Sommigen leggen bloemen neer, anderen steken wierook of kaarsen aan. Ook worden er ballonnen opgelaten of lantaarns op het water gezet, als teken van herinnering en gebed voor de overledenen. Voor veel mensen in Sendai is het niet alleen een nationale herdenking, maar ook een heel persoonlijk moment. Het is een dag waarop ze denken aan wat verloren ging, maar ook aan de kracht van de gemeenschap die daarna samen heeft geprobeerd opnieuw op te bouwen. De zee, die toen zoveel verwoestte, wordt tijdens de herdenking vaak weer rustig bekeken — als een plaats van herinnering, rouw en hoop.

Margaretha Juta
0 1

Magnolia's

In de binnentuin van het oude Gasthuis staat een magnolia. Ik zie hem elke dag door de grote glazen wand van het cultuurcentrum waar ik werk. Oude muren rondom, een modern gebouw van glas en beton ervoor, en daartussen een boom die elk voorjaar roze ontploft. Vandaag staat hij in volle bloei. Bloesems groot als porseleinen soepkommen. Roze, zacht, een beetje overdreven. Alsof iemand met een brede kwast de lente op de takken heeft gesmeerd. Magnolia’s hebben weinig geduld. Terwijl andere bomen nog zitten te twijfelen — gaan we al? nog even wachten? — staat deze madam al in avondjurk. De rest van het park nog half in pyjama en zij al klaar voor het feest. Ik hou van magnolia’s. Misschien een beetje te veel. Want een magnolia brengt me altijd terug naar een andere tuin. Een klein stadstuintje van een grote liefde van vroeger. Daar stond ook een magnolia. En als die begon te bloeien, wist je: het seizoen is open. Stoelen naar buiten. Aperitieven die plots om vier uur begonnen. Een barbecue die al warm stond terwijl we nog deden alsof het maar voor straks was. Hij met een tang in zijn hand alsof hij een Michelinchef was. Ik met een glas wijn en grote theorieën over het leven. Er werd gelachen. Veel te luid. Buurmannen die over de haag kwamen hangen. Vlees dat te lang op het rooster lag omdat we weer eens een verhaal moesten afmaken. En ergens tussen een schaal sla en een aangebrande merguez zat dat grote gevoel waarvan ge denkt: voilà, zo moet het dus. Het jaar na onze breuk zag ik overal magnolia’s. Echt overal. Iemand had de stad volgezet met roze herinneringen waar ik niet om had gevraagd. Ze stonden te bloeien in voortuinen, langs straten, in parken. Roze wolken van gezelligheid waar ik niet meer bij hoorde. Dat was liefdesverdriet in de prille zon. Uitgesmeerd over een hele stad. Ik werd er kwaad van. Op die bomen. Op hun overdreven romantiek. Alsof ze mij stonden uit te lachen met hun bloesems. En dan gebeurt wat elk jaar gebeurt met magnolia’s. Eén nacht vorst. Eén. En het is gedaan. Die majestueuze bloemen vallen plots uit de lucht. Niet meer poëtisch. Niet meer zacht. Maar bruin. Vettig. Plat. Een soort slijmerige bloesemdrek die zich over de tuin verspreidt. Daar ligt dan uw romantiek. Als een nat tapijt waar ge beter niet over loopt. Ik heb ooit echt gedacht: wie zet er nu vrijwillig een magnolia in zijn tuin? Ge weet toch hoe dat eindigt. Eerst een paar dagen operette. En daarna een hoop bruine pulp waar ge met uw schoenen door moet. Gelukkig doet de tijd zijn werk. Verdriet verplaatst zich. De scherpe kantjes verdwijnen. Wat overblijft zijn de verhalen. De avonden. Het gelach. De liefde die er wél was. En zelfs die magnolia. Vandaag kijk ik opnieuw door de glazen wand naar de boom in de binnentuin van het oude Gasthuis. Hij staat daar weer schaamteloos te bloeien. Alsof hij elk jaar opnieuw denkt dat het deze keer anders zal zijn. Roze bloemen. Zon. Lente. En ik denk: ja ja. Wacht maar tot morgen.

Katrien Daniels
89 4