Lezen

Papa is boos.

"Kom niet aan onze kinderen" roepen boze papa's en mama's op social media. Kracht-termen vergezeld door foto's van betraande kindergezichten in een houdgreep op een testlocatie. Zo uiten ouders hun woede over de aangekondigde regels in de klas.  Ik vraag mij oprecht af of het in coronatijd ineens sociaal acceptabel is geworden om vooral maar boos te worden op regels die je niet aanstaan. Woede en boze gezichten, al dan niet verscholen achter de mondkapjes waartegen geprotesteerd wordt. Protesten tegen de maatregelen, rellen tegen de avondklok en nu weer boosheid over het testen van kinderen.  Nee dat is niet fijn, een wattenstaafje in je neus. Dat klopt. En inderdaad, het lijkt wat gek een hele klas te testen als er 1 iemand corona heeft. Ik begrijp ook dat het even slikken is dat het je soort van wordt opgelegd voor je gevoel. Dat dat onprettig aanvoelt. Ik begrijp ook nog dat je het niet leuk vindt dat het aan leerplicht wordt gemeld als je de test weigert. En dat je dan je kind thuis moet houden. Maar hee, we moeten ergens beginnen en het gaat om een WATTENSTAAFJE. Opdat ze weer naar school kunnen. Allemaal. Dus ook die kindjes met achterstanden en kwetsbare thuissituaties. Dat zal vast een afweging zijn vermoed ik.  Dus laten we even het grote perspectief blijven zien en ophouden ons te gedragen als verwende kleuters. Dwars worden en stampvoeten omdat de regels je niet aan staan. Die staan niemand aan want we vinden het namelijk allemaal een klote situatie. Jammer dan. En een wattenstaafje in je neus is heus geen aantasting van je lichamelijke integriteit als je er niet al te moeilijk over doet. Dat kun je allemaal heel zwaar gaan maken maar dan nodig ik je vooral uit om eens een darmonderzoek te ondergaan en daarna je visie op dat wattenstaafje grondig bij te stellen. Lichamelijke onderzoeken horen bij het leven, ongemak ook. Dus take one for the team zodat we allemaal veilig naar school kunnen. Niet omdat het leuk of prettig is maar wel omdat het de boel vergemakkelijkt. Al dat geprotesteer en gezanik kost vooral heel veel negatieve energie van iedereen die ernaar moet luisteren. Wout, de papa van Ghandi (zo heten ze niet echt maar het lijkt er wel op) van de school van mijn kinderen ging nog een leveltje verder en poste een heuse rapsong op YouTube. Nou ja, “rapsong”…laten we het een artistieke uitingsvorm noemen. Op zijn hoogst. Angstaanjagend soort van grommend keek hij in de camera en spuugde grootse woorden over het onrecht wat zijn kind werd aangedaan. Het woord verkrachting viel en daarmee was Wout mij als toehoorder definitief kwijt. Een wattenstaafje in de neus vergelijken met een verkrachting is als een uitstrijkje gelijk trekken met een bevalling waarbij je hele onderkant aan flarden scheurt. Het één staat totaal niet in verhouding tot het ander. Bovendien…doen we die uitstrijkjes niet ook massaal preventief om de 5 jaar vanaf ons 30e? Ik wed dat ik al meer uitstrijkjes heb gehad dan Ghandi aan wattenstaafjes in zijn neus zal krijgen de komende periode. Daar hoor je mij verder ook niet over. Maar goed. Wanneer we de boel uit zijn verband gaan trekken lijkt het einde me pas echt goed zoek. Punt niet gemaakt wat mij betreft.  Ik roep vader Wout, en alle andere papa’s, mama’s, ontevreden mensen en activisten die menen meer boosheid de wereld in te moeten slingeren dan ook oprecht op om ermee te stoppen. “STOP HOU OP!” zou mijn 3 jarige dochter zeggen. Er is niks mis met kritisch zijn of je zorgen uiten en hee, ik ben echt de laatste die de vrijheid van meningsuiting zal beperken maar laten we het wel een beetje gezellig houden met zijn allen, dat helpt. En de wereld dan ook niet onnodig bloot stellen aan boze rappende papa’s.  Dank u. 

Marleenvandecamp
15 1

Verheven zullen we alles delen

Het is tegenwoordig de bedoeling dat we duurzaam, vegan en groen zijn. Dat is niet alleen goed voor milieu en planeet maar ook voor ons mensen. Het geeft betekenis aan het normaal zo alledaagse bestaan. Klusjes als je vuilnis buiten zetten krijgen met termen als afval scheiden en biozakken ineens en heel zinvol imago. Daar smullen we van. Dat diezelfde biozakken bij de plaatselijke EKO winkel €8,89 kosten per 10 geeft de boel net dat beetje extra cachet. En daarmee is duurzaam iets elitairs geworden. Niet voor iedereen en dus iets om mee te pochen. En dat is wat er mis mee is. Begrijp me niet verkeerd, ook ik draag graag mijn steentje bij aan het bezweren van de klimaatcrisis. Ook op mijn dak liggen zonnepanelen en in mijn badkamerkastje vind je herbruikbare wattenschijfjes en plasticvrije shampoo. Maar waarom zou je daar zo graag punten mee willen scoren? Waarom vraag je daar applaus voor als je het oprecht voor de planeet doet? Moeder aarde zit heus niet op Instagram jouw post over herbruikbare deksels voor avocado’s te liken. Ik vind dat stom, dat elkaar high fiven op sociale media: “O wat goed Trudy dat jij ook vegan bent geworden. Wij willen nooit meer terug.” #bewustevoeding #reddedieren #wegmetdebioindustrieDe onderlinge complimenten zijn bovendien vaak doorspekt van stiekeme kritiek op hen die het anders doen. Hiermee verwerven de intimi status als lid van een soort prestige clubje wat besmuikt neer kijkt op de onbewustere medemens. “Wat goed dat je je afgeragde tuinset aanbiedt, sommige mensen kopen alles maar nieuw”. “Ik bied deze plastic zakjes aan, ik ben zelf overgestapt naar de duurzame variant van bijenwas maar misschien maak ik er iemand anders (die duidelijk minder milieubewust is dan ik) blij mee. Weggooien is zonde”. “Wij hebben nog wat vlees van toen we nog onbewust met eten bezig waren. Maar voor wie geen hol geeft om zijn carbon foodprint: er ligt nog 3 kilo biologisch varkensvlees in onze vrieskist. Ruilen tegen een fles plasticvrije biocleaner van de Ekoplaza”.Zum kotzen vind ik dat. Wat nóg erger is: heel elitair je spullen alleen weg willen geven aan mensen met “een kleine portemonnee”. Dus die mensen moeten bij jou aanbellen om met het schaamrood op de kaken toe te geven dat ze platzak zijn waarna jij hen met een knipoog je afgedankte spul overhandigt?Omdat jou dat dan zo’n goed gevoel geeft over jezelf, toch? Want daar ging het immers om? Bah. Vergeet ook vooral niet de vrijwilliger van het jaar: “Vandaag weer fijn boodschappen gebracht bij mijn zielige buurman Arie. Zó dankbaar dat mantelzorgen” #payitforward “Dit ben ik bovenop de Alpe d’Huez waar ikbelangeloos naar de top fietste voor ’t goede doel. Hier zie je me in mijn hippe wielrenoutfit poseren in de stralende zon. Voor jou Henri!” Jak. Als je iets goeds wil doen voor de planeet, je buurman of de samenleving, doe het gewoon. Ga er geen foto’s over posten in de hoop dat je tot volksheld wordt verheven. Dat gebeurt waarschijnlijk niet. Een beter milieu begint nog steeds gewoon bij jezelf. En laten we het daar vooral bij houden. Shortlist columnwedstrijd van boekenblog thisishowweread. https://thisishowweread.be/column-op-woensdag-verheven-zullen-we-alles-delen/  

Marleenvandecamp
18 1

The worker

Petra stond in diepe twijfel voor haar kleerkast. Het was maanden geleden dat ze nog naar kantoor was geweest. Een joggingbroek kwam vandaag niet in aanmerking. Het was al wat herfstig buiten en ze werd verwacht op een volle vergadering. Met ramen open en CO2 meter paraat. Was het felblauwe hemdje een optie? Ze moest laagjes voorzien. Als de stress kwam opsteken werd zelfs een vergaderzaal met open ramen te warm vandaag. Petra zuchtte. Ze was het niet meer gewend en had de dag voordien niets klaargelegd. Niet dat dat een oplossing was. Afhankelijk van de mood van de dag moest de outfit volgen. Ze had niet zoveel tijd meer en geen idee hoe het met de files was tegenwoordig. Morgen toch maar eens Waze installeren.  Zou ze de sneakers ruilen voor echte schoenen? Kon ze nog wel stappen met een hakje? Uitgaan was er ook al lang niet meer bij. Een enkel terrasje met een goede vriendin of uit eten met haar 2 uit huis wonende kinderen, dat was telkens fijn geweest.  OK de keuze was gemaakt. Een eenvoudig zwart topje, dat hoefde niemand te zien. Het felblauwe hemdje, een losse zwarte broek en een truitje erop. Zwart of blauw? Blauw vestje! Een jeans was ook mogelijk maar een ganse dag met een spannende jeans... daar moet ze terug op oefenen. Haar jeansvest stopte ze in een tasje, als reserve, tegen de kou. Dat voelde goed. De comfortzone van thuis moest een beetje mee naar kantoor verhuizen.   Ze zou een baguette bestellen. Heerlijk. Smos-kaas, een typische kantoorlunch en ze zou zich trakteren op een cola zero. Alles van de broodjeszaak vlakbij. Een banaan als tussendoortje moet dan maar volstaan. De kilo’s mochten er terug wat af of de kleerkast kon weer opnieuw gevuld worden binnenkort. En omdat het kantoordag was, zou ze een koffie extra nemen. Alleen al maar om aan de koffieautomaat te kunnen staan, de knopjes te lezen, kiezen, drukken en een gevulde beker warme drank te krijgen. De routine om een beker met logo te laten vollopen had ze gemist. Wie weet kwam ze daar wel een leuke collega tegen die het thuiswerken ook beu was.  Een beetje socializen kon geen kwaad. Maar liefst met de juiste outfit. De sneakers met mini sokje waren goed bevonden. Dat was makkelijk als ze de trappen nam naar de 2de verdieping. Lekker sportief.  Haar laptop had ze de avond voordien al in de tas gestoken. Kabel, check! Muis, check! Luidspreker, check! Hoofdtelefoon, check! Schriftje, pen, check! Het voelde als een eerste schooldag. Waren alle gordijnen open? Alle ramen toe? Oorbellen en horloge? Petra kon vertrekken. Laptoptas, handtas met badge en mondmasker, tas met truitje en sjaaltje, banaan. Ze sloot de beveiligingsdeur van haar flat in dubbel slot. Het piepte. Ze zou het eens moeten smeren. Als ze nu de sleutel omdraaide konden alle buren meegenieten. Geen tijd nu en straks zou ze wellicht te moe zijn en het klusje uitstellen tot het weekend. Ze had zo het vervangen van de siliconen rond het bad ook jaren uitgesteld. Dat was niet goed afgelopen. Het plafond van de benedenburen was naar beneden gekomen. Vochtproblemen en een lek onder haar bad. Ze had dan maar ineens de saaie witte tegels rond haar bad laten vervangen door blauwe mozaïek.  Petra reed haar auto de garage uit, 3 verdiepingen lager. Het was een frisse zonnige ochtend en de radio speelde ‘Take a parachute and jump’. Eén van haar favoriete nummers. Ze trommelde mee op haar stuur. De straten met zone 30 waren snel gepasseerd en ze kon vlot de autosnelweg op. Vrij. Eindelijk haar kot uit. De grot uit. Er verscheen een brede glimlach op haar gelaat. Ze zette het volume van de radio wat hoger en zong mee. ‘I’m on my own, I’m on my own and I’m feeling fine’. Na wat aanschuiven en rode lichten parkeerde ze vlotjes aan het kantoorgebouw. Waze was niet nodig geweest. Het was nog vroeg en waarschijnlijk waren er ook nog thuiswerkers dus parkeerplek genoeg. Haar badge opende de weg terug naar haar bureau, het oude vertrouwde kantoorlandschap.  ‘Hallo, goedemorgen, dat is lang geleden!’ De receptioniste was de eerste. Van achter haar toog lachte ze haar vriendelijk toe. Geen mondmasker, neen. Een glimlach. ‘Goedemorgen, Pia, dat is lang geleden...’ Petra wuifde even en ging de glazen deur door naar haar werkplek. Ze raakte de klink niet aan maar gaf handig met haar ellenboog de deur een duwtje. Het was een nieuwe gewoonte geworden. Aan het eiland zat Jean al te werken. Toen hij Petra zag zette hij zijn hoofdtelefoon af. ‘Goedemorgen, kom je ook terug hier werken? Bereid je maar al voor op veel lawaai. Het eiland hierachter was daarstraks precies al een ontbijtfeestje aan het geven.’ Hij rolde even met zijn ogen. Petra had geen zin in negativiteit. Ze wou er een fijne eerste werkdag terug op kantoor van maken. ‘Ach ja dat zal straks wel beteren als ze bijgepraat zijn. En ik zit vanaf negen uur in vergadering. De Nederlandse collega’s komen ook’. Petra installeerde haar laptop en begon de mailtjes te overzien. Haar GSM trilde.  ‘We zullen wat later zijn, file in Breda’, stuurde Jannes. ‘Ok, de koffie staat al klaar’, antwoordde Petra.  Daar begon het al. Videocalls begonnen stipt op de minuut. Echt vergaderen was organisch. Je had die fysieke dynamiek van bewegende lichamen. Mensen gaan naar de koffie, lopen naar het toilet en komen anderen tegen. Er zijn vertragingen en interacties. En ze staan in de file.  Dan maar eerst even langs de keuken dacht Petra. Het was er nog rustig. Enkel Martine van de administratie die even wuifde. De knopjes van de koffieautomaat blonken en deden haar twijfelen tussen espresso, cappuccino, koffie, chocomelk... Het werd koffie. Zwart. De machine pruttelde en spuwde de warme drank de firmabeker in.   Terug op haar plek keek ze wat onwennig rond. Wat verderop hoorde ze Carla over kaar ketodieet en de kilo’s die er af zijn. Haar vriend was er blij om, de kleedjes pasten beter, ze voelde zich als herboren. Lisa onderbrak haar met babyverhalen. Ze was enkele maanden geleden bevallen en haar kindje was voor het eerst naar de creche. Ze hield gedurig haar GSM in het oog. Ze gingen haar via berichtjes laten weten hoe het was met Mattis.  Petra ging alvast naar de vergaderruimte. Ze had nog geen mailtjes kunnen verwerken. Ze opende de ramen en zette zich aan het hoofd van de ruime tafel. Daar had ze een goed overzicht straks. Even rust en stilte. Ze nam de agenda door. Het softwareproject schoot goed op en de bugs werden snel opgelost. Maar er wachtte nog een lijst met todo’s. Vanuit het werkveld bleven de vragen naar verbeteringen komen en de performantie bleef onvoldoende. Hopelijk bracht Nederland de oplossingen mee.  ‘Hallo, hier zijn we dan, wat een lekker weertje vandaag hé, de ideale dag om terug met zijn allen rond de tafel te vergaderen, niet?’ Jannes viel olijk de zaal binnen. Yolanda, collega van Jannes, volgde hem en keek wat afwezig de zaal rond. Ze had een stijlvolle jurk aan met halfhoge botjes. Ze leken nieuw. Met hakjes. ‘Ja, leuk om jullie terug te zien. Hoe gaat het met jullie?’  ‘Nou prima, de kinderen gaan nu beide naar school en ik vind het fijn om terug naar kantoor te kunnen, jullie ook? ‘. Jannes was weer in goed humeur.  ‘Zeker, kom, we gaan eerst langs de koffie’. Petra vergezelde hen naar het keukentje. De botjes van Yolanda galmden in de hal bij elke stap. Ze was net iets langer dan Petra nu. De automaat was vrij en de bekers stonden proper in het witte keukenkastje. ‘Maak jullie keuze, kennen jullie het nog?’ Al grappend werden de bekers gevuld. Petra deed een stapje achteruit. Zo dicht op elkaar staan gaf haar een onwennig gevoel. Ondertussen was haar collega Maarten ook toegekomen. Het socializen ging naar een hoger niveau van decibels. Maarten deed zijn relaas over het laatste fietsweekend.  Petra ging alvast terug naar de zaal met haar koffie. Ze hoorde de anderen pratend tot in de vergaderzaal. Had ze toch niet beter wat langer blijven bijpraten? Netwerken? Maar ze had het verhaal al gehoord en over koersfietsen wist ze niets te vertellen. En er was een hele agenda af te werken. Ze was het drukke leven niet meer gewend. Thuis was het stil, was er rust, was ze alleen.   ‘Zullen we beginnen?’ Maarten en het gezelschap vielen de zaal binnen. Ieder vond een plekje en de laptops werden opengeklapt. ‘Punt 1 op de agenda...’ De dag soesde verder. De broodjes werden besteld.  Problemen werden omgezet tot acties. De koffie werd gedronken. De handen werden niet geschud. Dat was nog niet voor vandaag. De Nederlanders vertrokken weer. Terug de file in.  Petra had nog een korte meeting met haar nieuwe collega Marlies. In een videocall had ze al kort kennisgemaakt met haar. Marlies had toen mooie lange oorbellen gedragen. Oorbellen waarmee je naar een feestje gaat, zo vond Petra. Hoe kon je nou telefoneren terwijl die dingen aan je oor aan het wiebelen waren? ‘Hey dag Petra!’ Marlies viel de meeting room binnen.  ‘Dag Marlies’, leuk om je in het echt te ontmoeten’ lachte Petra. ‘Ja eindelijk zie ik eens een nieuwe collega in het echt.’ Haar haar was in een knotje en Petra’s blik ging weer naar de wiebelende hangers. ‘En vind je je weg al een beetje tussen al de folders en documenten?’ Petra wou Marlies onbevooroordeeld coachen in haar nieuwe job. Marlies had haar firmawagen al gekozen, een bureaustoel voor thuis afgehaald daarnet en haar verlof ingepland. Eén brok energie.  ‘Ja maar mijn verlof valt samen met een paar opleidingen dus die heb ik allemaal laten verzetten. Niets aan te doen, mijn vliegtuig is al geboekt...’.   'Naar waar ga je?’ Petra had geen keuze. Ze moest de vraag stellen. ‘Ik ga met mijn vriend een week naar Egypte, snorkelen’. Marlies straalde van oorbel tot oorbel.  ‘Oh heerlijk’. Petra probeerde enthousiast te klinken. Ze was zelf al twee jaar niet meer op vliegvakantie geweest. En toen was het wel een werkelijk toffe citytrip naar Wenen met een superlieve vriendin. Maar Egypte met je vriend was overtreffend. Na corona, na een scheiding, nog even zon en zee voor de winter eraan komt. Ze kreeg visioenen van hand in hand over het strand wandelen, van lange avonden aan een zeeterrasje met wijntjes, van zwoele nachten en een attente man aan een uitgebreid ontbijtbuffet.  ‘Ja, we willen er nog even tussenuit zonder kinderen’. Petra had geen zin om over haar eigen leven als single te vertellen, over de korte maar toffe wandelweekends in België, over haar kinderen die het huis uit waren, over haar grotgevoel. Marlies had betere plannen en betere oorbellen.   Na wat hyperlinks en powerpoints rondde Petra het infomoment af. Ze stapte haar auto in. Haar oren suisden. Haar nek zat lichtjes vast. Ze zette de radio aan en zapte van pop naar klassiek en terug. Ze vond geen passend nummer. Dan maar geen muziek. Het was al druk genoeg in haar hoofd. En op de baan. Terug in haar flat overviel de stilte haar. De leegte stond in tergend contrast met haar voorbije werkdag met al de gesprekken en verhalen. Ze schopte haar sneakers uit en trok een jogging aan. De zachtheid voelde rustgevend. Op haar terras was nog een restje zon. Ze zette zich en sloot haar ogen. De kraaien, de merels, ver hondengeblaf, ze was thuis. Gelukkig had ze geen plannen vanavond. Ze was het gewend om haar hoofd bij zichzelf tot rust te laten komen. Lange tijd miste ze het ventileren na de werkdag. Nu liet ze haar gedachten maar wat tollen. Ze stopten vanzelf ook wel. Morgen was het thuiswerkdag. Dan kon ze snel tussendoor wat opruimen, een klein wasje draaien en ‘s avonds met de vriendinnen gaan zwemmen en bijbabbelen in het bubbelbad. Morgen zou ventileren wel nodig zijn. Ze had een one to one met haar nieuwe jonge leidinggevende, Linda. Een videocall. Petra zou haar pokerface opzetten. Dat had ze ondertussen goed onder de knie. Elke frons wordt expliciet op het scherm waar je hoofd uitvergroot de ander toespreekt. En Linda bewaakte elke grimas. Een burnouter in haar team was als een persoonlijke afgang. Ze zou nog liever iedereen een weekje preventief ziek naar huis sturen. Zou dat aangeleerd worden in de dure cursussen rond coaching? Petra zuchtte. Met de nieuwe spotify list motiveerde ze zichzelf tot actie. Na een snelle maaltijd legde ze zich in de chaise-longue voor het zeven uur nieuws.  ‘De coronacijfers gaan de verkeerde kant uit. Telewerk wordt weer sterk aanbevolen…’  Mocht ze terug haar grot in? Of was het moeten? Mocht ze terug in haar werkkamer wegkruipen en gesprekken met zichzelf voeren aan de koffie?   Mag de dagelijkse joggingbroek terug aan? Liep er niemand met irritante hakjes meer naast haar? Waren sneakers en Birckenstocks terug goed genoeg? Kon ze tijdens de lunch weer op haar zonneterrasje picknicken? Of in stilte de herfstkleuren in het park bekijken op de middag?  Een half uurtje langer slapen? Zou ze mensen terug missen?   Ze checkte haar werkmail. Ook de werkgever raadde het telewerk terug aan.  Petra vroeg zich af hoelang deze golf weer zou duren. Deze keer zou ze het toch anders aanpakken. Zwemmen moest blijven, liefst elke week. Wandelen zou terug een topactiviteit worden, elk weekend, weer of geen weer, met vriendinnen of met een groep mee. En ze zou elke dag na het werk buiten gaan. Even naar de supermarkt of de bakker om de hoek. De break met de werkdag moest duidelijker worden.   Haar favoriete Netflix serie nam haar mee naar een andere realiteit en naar het einde van de dag. Terug naar het land van de stilte. Geen botjes met hakjes, geen oorbellen.  De wekker kon alvast een half uur later. Slaap wel wereld vol tegenstellingen. Het bed met dons dekte haar warm en zacht toe. Het rolluik bewaakte de grens tussen haar en de buitenwereld vol prikkels. Petra soesde weg, de veilige nacht in.  In een droom zag ze een grot met welkom-bord boven, de toegang was vrij, er brandde een gezellig vuur. Nieuwsgierig liep ze binnen. ‘Hallo is daar iemand?’ Ze hoorde enkel de echo van haar eigen stem. Ze legde zich naast het vuurtje. Zouden hier nog grotten zijn? Morgen zou ze op ontdekking gaan.   

Lumes
55 3

Erven

Op de middagradio leest iemand haar dagboekschrijfsel voor. Dat ze ’s nachts erg bezig is geweest met wat ze van de mensen die ze kent, zou willen erven. Een bekentenis die in een dagboek thuishoort, dus. Ik zou woorden willen erven, zegt ze en capteert daarmee mijn aandacht die tot nu naar het zo snel mogelijk vullen van de drie bordjes voor mij ging. “Heel veel honger”, had Sien gezegd.“Verstaat ge?”, zei de opa van de mij sympathieker geworden radiostem na bijna iedere zin en dat had haar zo getroffen dat ze het zinnetje in haar bezit wou. Er kwam ook nog een verklaring waarom.“Weten jullie wat ‘erven’ betekent?” Ik versta de kunst van overbodige vragen stellen. “Beuh”, zei Basten schouderophalend, een populair geworden manier om “ik weet niet en het interesseert me niet” te zeggen.Sien keek vragend. Meer heb ik niet nodig.“Als iemand sterft, dan gaan zijn geld, zijn huis, zijn kleren naar zijn kinderen. Die ‘erven’ die spullen dan. De mevrouw op de radio wou een zinnetje erven van haar opa.”Gelach achter de bordjes met soep.“Wat zouden jullie willen erven als ik sterf?”Sien kijkt mij ernstig aan.“Je bril, opa”, zegt ze tenslotte. “Die leg ik dan in een glazen kistje. Als ik er dan naar kijk, zal ik aan jou denken.”“Zo”, zeg ik en doe alsof ze gezegd heeft dat de soep lekker is.“En jij, Basten?”“Oh, je geld, opa, en je ring.”Brede glimlach. Ondertussen blijft Sien onverstoord naar mijn bril kijken.“Dat was een grapje, opa. Ik wil niet rijk worden.”En dan op andere toon:“Ik wil niet dat je doodgaat en oma niet en mama ook niet en papa. En Sien niet, want dan heb ik niemand om mee te spelen.”Op de radio kondigt de presentator de dagboekschrijfster af. Ik ruim de tafel. Dat is gewoonlijk hun taak. Uren later in de auto. We staan net op het punt uit te stappen, wanneer Basten:“Opa, als jij sterft en het is woensdag, wie komt ons dan van school halen?”Ik doe de deur van de auto weer dicht.“Weet je wat”, zeg ik, “als ik sterf en het is woensdag, dan zal ik eerst iemand bellen die jullie kan komen halen. Ok?”“Ok dan.”Opgeruimd stappen we binnen bij de slager. De blijheid kent geen grenzen als die hen meteen twee zweetbandjes in de nationale kleuren cadeau doet en twee tricolore lekstokken.“Zo goed als een erfenis”, lach ik naar de slager.

Luc Vanhelmont
23 0

De waarheid

Dat ze niet bestaat, althans niet in de duale realiteit die wij ervaren, luidt de som van mijn doorgedreven (zelf)bevredigende contemplaties. Want hier* is elke ervaring subjectief. Elke interpretatie van het leven vindt plaats vanuit een uniek perspectief, een persoonlijk kader dat de authentieke grenzen afbakent. Objectiviteit is niet meer dan de bereidheid om daarmee rekening te houden. Aangezien niets kan bestaan zonder zijn tegengestelde, is geen enkele bewering absoluut (ook deze niet). Niets is geheel waar of onwaar. Het omgekeerde van elke uitspraak leeft evenzeer en is evenwaardig. Toch spelen wij mensen graag een spel dat Verdeeldheid heet. De ene zegt iets en de ander doet een tegenbewering. We doen alsof iemand het bij het rechte eind kan hebben. En schrijven de ene waarheid meer waarde toe dan de ander. Maar de ‘waarheid’ is dat ze niet zonder elkaar kunnen. Elke bedenking, bewering en beweging die ik maak, werpt een contrasterende schaduw. Dat hoort onlosmakelijk bij het creatieproces. Mijn handelen stamt voort uit de bron van mijn persoonlijke waarheid. Het is een kern waarop ik mijn keuzes afstel, rechtstreeks gelinkt aan mijn gevoelswereld. Sommigen zullen mijn waarheid herkennen, waardoor we elkaar zullen aanduiden als gelijkgestemd. Anderen zullen erop botsen en ze als onzin afdoen. Als de waarheid niet bestaat, dan is er niets afgebakend. Dan is werkelijk alles mogelijk. De combinaties en variaties zijn oneindig. De scheppingskracht (God, natuur, universum, …) sluit niets uit. Deze onbegrensde inclusie zouden we absolute liefde kunnen noemen. Dualiteit is zowel een overkoepelende wetmatigheid als een eigenschap van iedere schepping. Zo is iedere mens begrensd, alsook onbegrensd. Dit inzicht druppelde via verschillende (om)wegen bij mij naar binnen. Op sommige momenten werd ik er haast door overspoeld en vond ik mezelf vrolijk plenzend te midden van stralen klaarheid. Het diepgaande besef dat alles bodemloos paradoxaal is, kan anderzijds ook verlammend werken. De notie van oneindigheid heeft dat effect op onze beperkte vleselijkheid. Om succesvol te overleven, zijn hokjes handig. Net als iedereen, dien ik mezelf af te bakenen, te bepalen tot waar ik reik, doch weet ik dat ik tegelijkertijd onbegrensd doorstroom in alles rondom mij. Dit maakt dat ik geen externe schade kan toebrengen zonder daarmee ook mezelf te raken. Mijn intenties naar de buitenwereld toe weerspiegelen hoe ik met mezelf omga. Alles waarvan ik mij afscheid, zorgt ervoor dat ik mezelf (her)ken. Elke scheiding baart een verbinding, net zoals juist altijd op zoek zal gaan naar fout. De dwarsliggende waarheid van een ander, houdt de mijne overeind. * in dit universum of tot waar onze ervaring reikt. Daarbuiten kunnen er andere wetten gelden.https://www.karoliendeman.com/blog/2021/12/13/de-waarheid

KarolienDeman
10 1

HP is ook een merk van printers

                                                                                             Beeldkunstenaar: Luk Versluys Het is toch niet ‘mijn’ boek? Waarom zou ik mij inspannen voor hen die het willen lezen en in krantenartikelen, boekenprogramma’s en uitgeverijen, ja tot zelfs in hun dagelijkse gesprekken laten doorschemeren dat ze zich zorgen maken over de verkoop ervan? Wat kan het hen schelen dat het wel of niet over de toonbank wordt geschoven? Of willen ze zelf een wit voetje halen bij wie van dit genre houdt? Willen ze erbij horen en niet opzij gezet worden als zij, die nooit van mijn wedervaren gehoord hebben? Sommigen loven de surrealistische stijl, anderen hebben het over magisch realisme. Alsof ik niets in de pap te brokken heb. Ik weet zelf toch wel wie ik ben, ook al denken velen dat ik enkel besta bij de gratie van hem, die zij mijn ‘bedenker’ noemen? Wat kan het mij deren dat die zogenaamde bedenker er materieel beter van wordt? Stel je voor dat hij door mijn succes nog andere personages gaat bedenken die nog meer geld in het laatje brengen. Dat is waar het echt om draait. Hoeveel gaat het opbrengen en hoe graag word ik gelezen opdat nog meer lezers kunnen aanhalen dat ze daadwerkelijk tot die groep behoren die het werk kennen. Zover is het gekomen dat lezers zelf wel bepalen wat een bestseller hoort te zijn. Ze gaan zelfs zover om boeken te kopen die ze nooit lezen, maar wel op televisie en in sociale media besproken worden. Natuurlijk draait dit boek om mij. Ik ben de HP, de hoofdpersoon op wie ze verliefd worden of die ze haten. Door mij worden zij tot wanhoop of wandaden gedreven. Ik red hen of stort hen in de verdoemenis. Hen doen inzien hoe fout ze zijn of hen aanzetten om meer te doen omdat ze van zichzelf vinden dat ze ‘goed bezig zijn’. Daar gaat het om. Nee, mij zullen ze niet kunnen verwijten dat ik geen deel uitmaak van het echte leven. De naakte waarheid in al zijn hevigheid ‘la vérité nue et violente’,  is mijn motto. Ach, waar ben ik nu zelf mee bezig?  Straks is de inkt op of wordt opnieuw het verhaal verteld van die keer dat de tekst gewoon van het papier kon worden geblazen omdat de toner van de printer van slechte kwaliteit was, waardoor hij niet ‘pakte’ op papier …  

Vic de Bourg
14 0

Slagerseenvoud

De slagersvrouw is een taalvirtuoos. Met liefde splitst zij de woorden op de bordjes die me in de koeltoog aankijken. Kip-filet. Boeren-worst. Parma-ham. Met een slagersmes snijdt ze woorden in hapklare lapjes en brokjes. Ze kruidt de taal ook met woorden waarop spellingsregels geen vat krijgen. In haar eindejaarfolder prijst ze ‘tappa’s’ aan, of ‘fijne bouilionsoep’. Verder hoeft taal voor haar niet al teveel om het lijf te hebben. ‘Worst’, ‘ham’. Wat je leest, is wat je krijgt. Voor haar hoeft er geen verfijning bij te zijn. Geen Provençaalse kruiden. Geen Ardeense varkenshaasjes. Eenvoud siert. Dat merk je ook aan de winkelinrichting die minstens al 25 jaar dienst doet en waar een oude vergeelde poster met onderaan enkele scheurtjes nog spreekt over Belgische frank. Ik hoor het haar ’s avonds zeggen tegen haar man. Hoe de tijden vanzelfsprekend waren in de jaren ‘90, hoe hun klanten enkel verlangden naar een kotelet en geen vragen stelden over kip op Thaise wijze of gemarineerd vlees van Duc d’O varkens die op kastanjedieet staan om hun vlees die nootachtige smaak te geven. Geen vragen over pulled pork of slow cooked steak. Nee, kotelet op woensdag, worst op donderdag en vrijdag naar de visboer. Zekerheid zat gebeiteld in het dagelijks avondmaal. Het is mijn beurt. Van achter de koeltoog lacht ze me toe. Haar mondmasker hangt half onder haar neus. Haar ogen schitteren maar ze kan de weemoed niet verbergen die in haar bruine irissen ligt. ‘M’dam, zeg ’n kee’. Ze kapt haar woorden. Ze fileert en houdt enkel nog de essentie vast. Ik bestel en spreek in korte lettergrepen. Meer heeft zij niet nodig. ‘goe’navon’, zegt ze nog vrolijk als ik de slagerij uit wandel. Morgen ben ik er terug. Ieder mens heeft zijn dagelijkse portie eenvoud nodig.

Jolien Van de Velde
32 3