Lezen

Zelf beslissen over je lichaam

Het is begin november. We zitten in een kamer in het UZ Gent. Ergens op de tiende verdieping, afdeling neurologie. Mijn man zit naast me op het bed. De kamer geeft een troosteloze indruk (en zo voel ik me ook). Het meisje naast me in het bed verdraagt door episodes van migraine geen felle lichten. Alles is duister. Ik heb de indruk dat het mistige weer met ons mee naar binnen is gekomen. We wachten op de dokter. Ik sta vandaag op de planning voor een biopsie van een lymfeklier om sarcoïdose uit te sluiten. De dag nadien staat er normaal een ruggenmergpunctie gepland. Ik weet niet goed wat er zal gebeuren tijdens de biopsie en misschien is dat soms maar goed ook. Alleen voor de ruggenmergpunctie begrijpen we niet zo goed waarom ze moet gebeuren. En dus blijven we wachten op de dokter voor meer uitleg. Na een lang kwartier is hij er. Hij start zijn uitleg over het waarom van de punctie. Het gaat over de zoektocht naar welke auto-immuunziekte ik nu precies heb. Het uitsluiten van de piste dat mijn eigen lichaam hersenvliesontstekingen veroorzaakt. En verdere onderzoeken van hun kant. Ik ben moe van alle onderzoeken die elkaar in sneltempo de voorbije maanden hebben opgevolgd. Alle mogelijke diagnoses die zijn voorbij gegaan. De pijn, het gehoorverlies, het opnieuw voelen verbrokkelen van al mijn plannen,... De dokter ziet het en zegt: "Mevrouw, u beslist over de onderzoeken ook. Het is uw lichaam.".   Alleen voelt het al sinds 2018 niet meer als 'mijn lichaam'. Ik weet zelf ook niet meer wat dat lichaam allemaal doet. Laat staan dat ik weet waar de grenzen liggen of wat we het best doen. En ik krijg zelfs het gevoel dat de dokters het ook niet helemaal meer weten. Waar ik vroeger een rotsvast vertrouwen had in dat lichaam (alles zou wel lukken als ik er maar voor ging - nog even doorbijten) lijkt het nu zijn eigen wil te hebben en onvoorspelbaar te reageren. En hoe ga je daar mee om? Hoe maak je beslissingen over een lichaam dat zijn eigen wil lijkt te hebben? Een lichaam dat door het aanmaken van verdedigingsmechanismen zichzelf ziek maakt. En wanneer we het door medicatie in bedwang proberen te houden (reguleren zoals dokters dat zo mooi zeggen) dan maar alle ziektekiemen met open armen verwelkomt. Ik ken mijn eigen lichaam niet meer. Dat zou ik tegen de dokter willen zeggen. Maar ik zeg het niet en huil.        

Alice Bremt
76 0

Locatietheater - op de camping

Gemiddeld één nacht op drie poot ik mijn kijkhut neer in een beschermd reservaat. Om daar ongegeneerd het menselijke theater gade te slaan. Nog voor het fluwelen doek openzwaait, komt hij de scène al op gedrenteld. De mens. Halfnaakt met veel borsthaar, getooid in zwart boxershort en goedkope teenslippers, een strandhanddoek rust op zijn schouder. Hij improviseert fluitend een onbeduidend wijsje wanneer hij op het met houtsnippers aangelegde kronkelpad luidruchtig één voor één alle tentjes passeert.  Altijd kraait wel ergens een haan, in het sanitair krijgt zijn eigen vroege vogel het hoogste woord. Ritmisch klateren krachtige stralen tegen het gebarsten porselein. Daarna steekt de protagonist een sigaret op en sloft vijf passen naar het dichtstbij gelegen douchehok waar hij zijn peuk door de goot spoelt. Wanneer het warme water stroomt, verkent hij uitvoerig de akoestische reikwijdte van al zijn lichaamsholten. Hij rochelt en reutelt, blaast en gorgelt, snottert en hoest. Schraapt en spuugt, knettert en schalt, wat is het heerlijk om koning van de schepping te zijn. De regie overdag is vaak voorspelbaar. Meestal verpoost de vrouw, niet zelden van respectabele leeftijd, in haar ligstoel om haar achterstallige society magazines bij te werken. In een actiever moment lost ze legpuzzels op onder de shelter. Vier keer per dag wrijft ze met een schotelvod de plastieken opklaptafel proper terwijl haar man uitvoerig de trekhaak inspecteert. Enthousiast worden sporten beoefend die in eigen land nooit worden uitgeprobeerd. Petanque natuurlijk, met een lauwe Pastis want ijsklontjes hebben ze niet in de caravan. Badminton waarbij enthousiast wordt gekraaid telkens een raket toevallig het pluimpje raakt. En schaken met grote stukken op een aangelegd speelveld waarbij ze de regels niet kennen dus dammen ze maar. Tragedie is er pas ‘s avonds. Wanneer huilende kleuters van de speeltuin moeten geschraapt, de onhandige dochter haar bord spaghetti laat vallen en er van vrouwlief geen nieuwe fles wijn op tafel mag. Wanneer alcoholisch geïnspireerde filosofische gesprekken ontaarden tot vlammende burenruzies en de slechtst bespraakte er met zijn SUV vandoor raast. Pas als het slapenstijd is, zet de Duitse figurant een opgenomen Duitse komedie op en proest hij het telkens uit op aangeven van de lachband. Als ook de allerlaatste lichten van de campers uitgaan, opent de Filipijnse familie, centraal op de camping, het verjaardagsfeest van hun kleine. Als verjaardagscadeau krijgt de tienjarige zoete taart en luide iPad-muziek en ritmisch handgeklap maar eigenlijk wilt hij gewoon wat ook de rest van de camping wil. Slapen.

Cédric Raskin
7 1

Met respect voor moderniteit en traditie

Er was eens een sprookje dat zichzelf wou heruitvinden. Jarenlang was het begeesterend verteld en in verschillende stemtimbres voorgelezen. Uitgebeeld ook vaak, bij amateurtoneelgezelschappen, en in tekenfilmvorm gegoten. Met figuren in plasticine was er ooit een bekroonde stopmotionfilm vervaardigd en op Aziatische webshops kon je zijn personages als actiehelden kopen, maar hoe je het ook draaide of keerde: inhoudelijk bleef de pointe wat ze was. Zijn zwart-witpersonages bekenden geen kleur en de spanningsboog hing er als een slappe vod bij. En dat verdroeg het sprookje niet langer. Het sprookje dacht na. Als het eens begon met een grondige update voor zijn hoofdpersonage? Dat pseudoheldinnetje, met haar duffe rode kapje en haar rieten mand vol cholesterolrijke versnaperingen. Het onnozele, brave kindsterretje was een noodlottige vlaag van zinsverbijstering van die twee Duitse broers geweest. Het sprookje mijmerde. Toen de dieren nog spraken en geen antropomorfische kunstgreep nodig hadden om in sprookjes te mogen figureren, was zijn hoofdpersonage geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. De herinnering aan haar zinnenprikkelend karakter en dito uiterlijk vertoon was een balsem op zijn gekweld gemoed. Dat was me nogal een ferm wijf, monkelde het sprookje. Hoe ze onbevreesd en zonder schroom gevaren te lijf ging; die verre herinneringen kikkerden het sprookje geregeld op. Maar die twee puriteinse paters hadden plots bedacht dat het commercieel wellicht interessant was het rodeoortjesverhaal, dat tussen kruik bier en karaf wijn werd opgedist in de plaatselijke herberg, om te toveren tot een kleutervertelling, waarbij elke vorm van stoutmoedigheid en gratuit geweld angstvallig werd vermeden. Zo had het sprookje het niet bedoeld: nooit had het een zoethoudertje voor pagadders in pampers willen zijn. Zijn Roodkapje werd in ere hersteld, dat stond vast: kap over de haag en verleidelijk vrouwelijk wezen, blonde del van me! Even verstarde het sprookje: een #metoo-claim was wel het allerlaatste waar het op zat te wachten. Maar gesterkt door het straffe, eigengereide karakter van zijn nieuwbakken retroheldin, klopte het sprookje zich vol vertrouwen op de borst: dit was politiek helemaal correct, met respect voor moderniteit en traditie. Ook dat belerende vingertje moest omlaag, besloot het sprookje. Leve de ongehoorzaamheid! Luister voor een keer niét naar je moeder. Alsof zij het altijd bij het rechte eind kón hebben. Het sprookje had geen moeder, dus het had misschien makkelijk spreken. Maar toch, dit voelde als een juiste beslissing. Het sprookje kreeg een opstoot van energie: waarom had het zolang gewacht om zijn leven om te gooien? Wie vandaag nog een ander de les wil spellen, is een norse boomer, bah. Sprookjes brein knetterde: wat als die boomer de slechterik van de nieuwe lichting werd? Een harige boomer met grote oren, ogen en tanden, belust op een lekker omaatje? Het sprookje kon een triomfantelijke glimlach niet bedwingen. Bestaat er een saaiere locatie dan een huisje in het bos? Het sprookje twijfelde. Het besefte dat qua huizenhoog cliché een kasteel of een land hier ver vandaan nog zwakker scoorden, maar levensvreugde schonk deze setting het sprookje allerminst. Soms werd gewag gemaakt van een betoverd bos, maar het bleef gissen naar de bewijzen voor dit kwaliteitslabel. Een wolf, een jager, de grootmoeder, een kronkelend pad: het sprookje had ze al meermaals van erg dichtbij bestudeerd en van magie was geen sprake. Het sprookje wikte en woog: het kleiveld in de polders en de meanderende rivier in een kloofdal vielen af, om velerlei redenen, dus besloot het finaal te kiezen voor ‘de betoverde stedelijke inbreiding’ als zijn nieuwe fabelachtige setting, met respect voor traditie en moderniteit. Niemand mocht claimen dat het sprookje niet mee was met z’n tijd. Hoe het dat ‘betoverde’ zou concretiseren, daar moest het sprookje nog eens grondig over nadenken. Nog was het sprookje niet tevreden. Het wilde van de jager af. Dit idee was niet zozeer ingegeven door een haast puberale rebellie tegen de gevestigde waarden, maar het sprookje vond de jager gewoonweg een kleffe allemansvriend, een patser zonder ruggengraat. Dat die op het eind de redder in nood kwam spelen? Van zo’n happy end werd het sprookje niet blij. Het voerde een ingrijpende wissel door: de jager werd zonder pardon opzijgeschoven voor de creatieve copywriter op het vliegend tapijt, met respect voor moderniteit en traditie. Het sprookje had nog één wens: het benijdde vele van zijn soortgenoten om de luxueuze trouwpartij op het einde. Het zou experimenteren met een paddenstoel of, via via, een magische appel ritselen: een heerlijke trip van zeven dagen en zeven nachten. Zo’n epiloog ontzegde het sprookje zich toch niet? De lijdende voorwerpen voor dit feest lagen voor het grijpen en met slechts drie personages waren de mogelijke combinaties perfect te overzien. Met respect voor moderniteit en traditie liet het zijn oog vallen op Roodkapje en de creatieve copywriter: ze waren een gedroomd koppel dat hoge ogen zou gooien op de dansvloer. Het sprookje droomde van wereldberoemde deejays, multiculturele eetstandjes en een mobiele EHBO-stand. Misschien kon de creatieve copywriter zijn tapijt als taxidienst openstellen voor de aanwezigen? Mensenlief, wat een brainstorm, zuchtte het sprookje. Het moest even bekomen. Het sprookje overliep zijn boude beslissingen en de verstrekkende gevolgen bij een hoog opgeschoten bonenstaak. Zeker, het was een totale omwenteling van zijn existentie. Maar een revolutie op tijd en stond: dat hield je alert. Rust roest: het kende zijn klassiekers en een gelukzalige gloed maakte zich van het sprookje meester. Tijd voor thee in het peperkoeken huisje om alle emoties door te spoelen. Even later nipte het sprookje van een sprekend kopje en het leefde nog lang en gelukkig.    

MaartenV
118 3

Modderig vertrouwen

Het weer is grauw en grijs.De kou bijt in mijn neus.Ik sta bovenaan onze straat en kijk uit over de Erpse velden.Het is mijn eerste wandeling alleen.Mijn man weet dat ik op pad ben, kent de route en kan me komen ophalen als ik ergens mijn evenwicht kwijt raak.Ik stap helemaal langs de kant van de weg want zelfs met hoorapparaten kan ik fietsers niet horen aankomen.De wind waait stevig en lijkt te fluiten in mijn apparaatjes.Daar helemaal bovenaan haal ik adem, met mijn voeten in de modder.Ik trek mijn hoorapparaten even uit.En alles wordt stil.Ik hoor nog geluiden maar dof.Alsof er een stolp over me heen is gezet. Ik adem in en kijk achteruit.Ik zie mijn voetstappen in de modder en denk aan het gesprek dat ik daarnet thuis had.Over toekomstperspectieven, verwachtingen, doktersadviezen, financiële keuzes, eigen verlangens en wensen.De weg die we tot nu toe hebben afgelegd was op zijn minst gezegd soms hobbelig.Ook al heb ik enorm veel om dankbaar voor te zijn.Maar ik wil de laatste tijd niet meer achterom kijken.Ik voel namelijk dat het kleine vlammetje, dat me altijd doet hopen, het soms moeilijk krijgt.Dat er soms wat duisternis komt.En dat wil ik niet. Maar wanneer ik vooruit wil kijken, zie ik een kruispunt.Ik heb geen idee welke weg ik moet inslaan.Verder kijken dan dat kruispunt lukt niet.Elke mogelijke route die ik uitstippel brengt verdriet mee, verlies of een opoffering voor mijn gezin of mezelf.Dus sta ik hier even stil.In de gure wind in de Erpse modder. Ik kijk niet meer vooruit of achteruit maar naar mijn schoenen die in een grote poel modder staan.Soms wou ik dat ik niet alleen mijn schoenen kon zien.Maar ook de voetafdrukken van iemand naast mij.Een soort gevoel van  vertrouwen terugvinden dat alles goed komt.Want ook al weet ik dat er veel mensen naast me staan, soms voelt ziek zijn heel eenzaam.Ik doe mijn hoorapparaten opnieuw in.De stolp wordt opnieuw weggenomen. Het ruisen van de wind komt me al opnieuw tegemoet.Vertrouwen Alice, vooruit. En straks mijn schoenen poetsen.      

Alice Bremt
6 1