Lezen

Vuilzakkenruzie

Daar zaten ze, op meer dan anderhalve meter van elkaar. Er kon maar iemand zitten om de twee stoelen, die dan ook nog over de vloer schuurden wanneer ze verschoven werden. “Herman, wat ga jij vertellen? Dat het weer mijn fout is?” “Wat anders? Jíj bent altijd zo slordig. Ja, het is jouw fout!” Herman bekeek zijn buurvrouw laatdunkend en trok zijn jas weer bruusk dicht waarbij hij even bewoog en de stoel even schuurde. Sandra slaakte een geërgerde zucht. De gedempte woede was voelbaar in die koude wachtkamer waar de ramen openstonden. Maar binnen sijpelende nattigheid of niet, verluchten was tegenwoordig overal verplicht, ook hier in het gebouw der wet. Door de open deur zagen ze mensen in uniform, met mondmaskers op te mompelen, te roepen, te vragen. Hun drukte drong zich ook in deze kamer steeds luider op. “Nee Herman, dat is het niet. De huisregels zijn duidelijk. Je hebt ze zelf mee opgesteld … vroéger!” Ze benadrukte dat laatste. Hij zal toch al niet dement worden zeker? Maar die gedachte durfde ze Niet uitspreken. “Ja, dat weet ik nog. Toen hielden mensen nog rekening met elkaar én hielpen ze waar er nood aan was, júffrouw Sandra.” Herman durfde zijn gedachte evenmin uitspreken; dat verwende nest nauwelijks van school. Intussen warmde het maar niet op. Niemand die zich zorgen leek te maken over de pruttelende geluiden van de verwarming die waarschijnlijk in geen jaren ontlucht was. Zíj spraken anders wel luid genoeg. Zich verstaanbaar maken, daarvan hoefde  geen van beiden nog iets te leren. “Alsof ik het kan helpen dat ik overuren moet maken. Ik ben ’s avonds laat wel doodmoe. Dan zet ik jouw vuilzakken niet meer buiten als het mijn beurt niet is. Zeker niet wanneer ze zo zwaar zijn.” “Ze zijn niet zwaar!” “Niet zwaar? De laatste keer dat ik jou hielp, zat mijn schouder bijna uit de kom. Kon ik nog die vieze smurrie van de vloer vegen omdat jij te lui bent om plastic helemaal leeg te gieten en bij het PMD te doen.” De verbleekte poster tegen de muur ‘Goede buren maken goede vrienden’ leek een utopie op dat moment. ‘Geef mij maar een verre vriend,’ dacht Herman inwendig kokend. “Het moet zijn ‘de árm uit de kom’! En dat was niet mijn zak. Die was van Jef, onze buur op het gelijkvloers.” “En jij hebt daar tijd voor? Om uit te kijken wat van wie is? Wat dóe jij eigenlijk de hele dag?” “Dat zijn jouw zaken niet. Ik houd wél de boel in het oog. Het zou er anders nogal eens uitzien.” “Oei oei. Meneertje heeft het zwaar hoor, die enkele stofjes opvegen in de gang.” “Wel die van joú hè! En die van jouw vriendjes. Het zijn meer dan stofjes. Bij regenweer zijn het hele modderpoelen. Het zijn lege blikjes bier in de hoek van de hal gegooid. Het houdt niet op bij jou.” Die zat! Sandra zweeg even. Dit leidde nergens heen. Ze was echter te koppig om nu in te tomen. “Dat is één keer gebeurd, hoogstens twee. Daar ga je toch niet over zeuren?” “Zeuren? Wanneer ga jij eens rekening leren houden ….” Een geluid aan de deur deed hen opkijken. “Héla daar! Een beetje rustiger hé. We kunnen onszelf niet eens meer horen denken.” De agent was geïrriteerd. Verdorie, wat was dat vandaag? Nationale Dag van de Burenruzie? “Zijn jullie mevrouw Vissenaken en de heer Veys voor de burenruzie over dat huisvuil?” Ze knikten beiden, te geschrokken van het volume van zijn stem om zelf nog een geluid uit te brengen. “De volgenden zijn jullie! Niet lang meer!” Dat was duidelijk. Klatsj! Die deur was dicht! Het geluid gonsde nog na in Hermans oren. Hij dacht na. Hij had zoveel geprobeerd om Sandra op de uitvoering van het huisreglement te wijzen. Het enige wat ze trouw deed, was elke maand  de huur betalen. Misschien moesten ze toch eens echt vergaderen over alles wat er in hun gebouw makkelijker zou kunnen. Het bestond verdorie maar uit drie appartementen. Sandra begon zich ongemakkelijk te voelen. Was ze toch te ver gegaan? Die blikjes, die waren inderdaad van haar vrienden geweest. Ze wilde niet onderdoen in stoer zijn. En die vuilzakken in de gemeenschappelijke bergruimte, één keer om de drie weken buiten zetten, dat moest toch lukken? Ze voelde zich belachelijk. Werd het niet tijd dat ze zich meer openstelde voor haar buren? “Wat nu?” “De waarheid vertellen! Al zal de jouwe wel wat anders zijn dan de mijne.” “Euhm, Herman, waarom heb jij klacht neergelegd?” “Ik heb die niet neergelegd. Hoezo? Jij ook niet?” “Neen. Maar wie dan wel?” “Jef!” riepen ze simultaan. Ze sprongen tegelijk op van hun stoel en stoven naar buiten. Die zogenaamde hulpbehoevende buurman. Dié had pas de hele dag niets te doen. Ze zouden hem wel eens een klusje geven.

Anemos
36 2

De eerste foto

Ik heb een foto waarop Myrtel voor de eerste keer haar zusje ziet in het ziekenhuis. Ze kan maar net over de rand kijken van het witte bedje op hoge poten. Iedereen vroeg me waarom ik niet die andere foto had uitvergroot. Die waarop ze trots en lachend voor de camera poseert met haar kleine zus in haar armen. Nee, geef mij die eerste maar. Die blik is veel echter, intenser. Je ziet haar veranderen. Van enig kind naar grote zus. Plots beseft ze dat er echt een baby in mama’s buik zat. Een levend wezentje. En dat ze zelf ook in die buik heeft gezeten. Dat ze echt zo klein is geweest als op de foto’s in háár babyboek. Ze legt een handje op de rand van het bed. Ze wil haar zusje aanraken, maar ze durft niet. Jana is zo broos en breekbaar, net een popje. Maar Jana ademt, ze is geen popje! ‘Wil je haar eens vastpakken?’, moedig ik haar aan. Ze knikt. Onze eeuwige babbelkous kan even geen woord uitbrengen, dus ze knikt met alles wat ze heeft. Het resultaat is te zien op foto twee. ‘Ik zal goed voor haar zorgen’, zegt ze. ‘Want vanaf nu ben ik haar grote zus.’ Zoveel toegewijdheid doet me als kersverse moeder bijna in tranen uitbarsten. Bijna, want een kinderbelofte is vaak oprecht gemaakt, maar nog vaker oprecht vergeten. En ik wil haar ook niet met te veel verantwoordelijkheid opzadelen. Dat is voor de grote mensen. Twee en een half jaar later zijn we weer in het ziekenhuis. Hun vader heeft een knie-operatie ondergaan en ze mogen mee op bezoek. Van eerbiedige stilte is er dit keer geen sprake. De patiënt ziet er immers niet broos en breekbaar uit, maar eerder komisch in het gestippelde ziekenhuishemd. ‘Papa draagt een meisjespyjama’, giechelt Myrtel. Jana is gewoon blij om haar papa te zien. Ik geef de kinderen een kleurboek en wijd mij aan de gelofte die ik ooit gedaan heb: ‘in ziekte en gezondheid’. Plots komt er een verpleegster binnen. ‘Waarmee kan ik helpen?’, vraagt ze vriendelijk. We kijken haar allebei verbaasd aan. Ze kijkt één tel even verbaasd terug en ziet dan de kinderen. ‘Hebben jullie misschien op het knopje gedrukt?’, vraagt ze, nog steeds even lief. Jana wijst fier knikkend naar het knopje. Jawel, mevrouw, als ik op mijn teentjes ga staan dan kan ik er al aan. ‘Excuseer’, stamel ik. ‘Ik heb niet goed opgelet. Het zal niet meer gebeuren,…’ Ik zet ondertussen een paar stappen in de richting van de kinderen, maar Myrtel is me voor. Ze springt tussen Jana en de verpleegster in. ‘Niet boos worden op mijn zusje, alsjeblieft’, zegt ze met smekende ogen. ‘Ze is nog klein en ze wist niet dat ze dat niet mocht.’ Ze neemt Jana’s handje vast. ‘Kom, we gaan terug kleuren.’ Lachend verdwijnt de verpleegster uit de kamer. En ik moet stiekem een traantje wegpinken. De belofte was gewoon oprecht. 

Abetje
6 0

Herfstchrysanten en angstschreeuwen

Daar lig ik, op de behandeltafel van de dokter, in mijn ondergoed, met de buitendeur open. De verpleegster heeft corona al de schuld gegeven (een open deur, als u het mij vraagt) en gaat de dokter halen, met de woorden ‘ze komt er zo aan, mevrouw’. Twintig minuten wachten op een laattijdige dokter in je BH en slip valt niet onder de categorie ‘tien activiteiten die je moet doen nu het herfst is’. Bij het binnenkomen trekt de dokter, weinig verrassend, ook de coronakaart. Ik wil haar erop attenderen dat corona aan veel zaken schuldig is, maar niet aan het feit dat zij haar niet aan de afgesproken uurregeling houdt. Na vijf minuten onderzoek neemt ze afscheid op gepaste wijze: ‘dat is dan 75 eurootjes, mevrouw’. Verkleinwoorden, het is een kunst te weten in welke context ze te gebruiken. In de herfst, het seizoen met een disproportioneel aantal medeklinkers, is het tijd om weer muren op te trekken tussen de binnen- en de buitenwereld. In de zomermaanden vervaagt het onderscheid tussen binnen en buiten. Of om het met de woorden van mijn jeugdvriendin te zeggen: ‘het verschil tussen een gesloten en een open glazen deur merk je pas als je er met je gezicht tegen loopt’. Welke les ik daaruit leerde? Poets nooit glazen deuren in de zomer. Ik voegde er nog aan toe: of ramen. U weet maar nooit. In de herfstmaanden is er een duidelijke scheidingslijn tussen binnen en buiten. De buitenwereld is een wereld op zich, één met een eigen dresscode (een passe montagne of apenmuts, iemand?) en specifieke activiteiten (paddenstoelen fotograferen met stip op één). Bepaalde buitenactiviteiten kunt u toekennen aan een specifiek seizoen (gooien met waterballonnen of sneeuwmannen maken), maar wandelen kan werkelijk in elk seizoen. Enkel de randactiviteiten zijn seizoensgebonden. Gezellige picknick op het gras versus op dat ene droge plekje op dat bankje gaan zitten voor wat snelle suikers en merken dat dat plekje toch niet zo droog was. Of u beslist om buiten te komen ondanks of dankzij de herfst, laat ik aan u over. Maar zoals David Lynch zegt: ‘Just slow down and it becomes more beautiful’. Ik zou maar snel mijn apenmuts en wandelschoenen aantrekken. Dus geen angstschreeuwen de komende tijd, wel het tellen van herfstchrysanten. Mocht u het spelletje ‘woorden met de meest opeenvolgende medeklinkers’ spelen op één van uw wandelingen, dan heb ik net de twee topantwoorden uit mijn wollen mouw geschud. Geen dank.   Moeder: Ga je mee naar buiten? Dochter: Wacht even, ik ben bezig. Moeder: Wat ben je aan het doen? Dochter: Ik poets jouw bril, zodat je niet nog eens tegen de glazen deur loopt.

Lore Dewulf
34 2

Er is thee tussen hemel en aarde

Ik voel me een winnaar. Niet om de resultaten die ik de voorbije 20 jaren behaalde in de vele en uiteenlopende dingen die ik ondernam, maar een winnaar in het vinden en delen van plezier en geluk. Mijn geldingsdrang en competitiviteit zijn vooral daarop gericht. Een spel moet plezant zijn en voor mij is dat het pas wanneer ik me vol overgave kan smijten, kan uitleven, kan zot doen zonder te moeten streven naar een overwinning. Mijn kinderen vinden dit geweldig. Vooral mijn dochter, die de winnersobsessie van haar vader heeft geërfd en met mij aan de speltafel dus al één tegenstander minder heeft, maar ook mijn zoon die op die manier toch wat plezier beleeft wanneer zijn vader en zus als freaks hun doel willen bereiken. Ik hoef niet de meeste straten of het meeste geld bij Monopoly, ik wil vooral dat het een fair en leuk spel is voor alle deelnemers, ik wil kunnen lachen om mijn eigen succes of miserie. Die euforie voelen om niets te hebben en toch telkens nog net te overleven, de spanning wanneer ik het zoveelste risico neem en alles dreig kwijt te geraken en dan de totale ontlading wanneer het eindelijk zover is, dat is waarom ik speel. Een bezoek aan een casino of spelen op de loterij zou voor mij pas plezant zijn als ik mijn hele hebben en houden op het spel mag zetten en laten we aannemen dat ik daarvoor voorlopig net niet krankzinnig genoeg ben. Ook wedstrijden op sociale media laat ik meestal liggen. Een bericht sharen en dan wachten tot ik verkozen word om dat droominterieur te winnen bezorgt me weinig plezier. Helemaal anders wordt het wanneer ik door een bericht te delen een ander in de prijzen kan zetten. Dat heb ik gisteren dan ook gedaan. “Er is thee tussen hemel en aarde” prijkt in zwart kalligrafisch geschrift op een crèmekleurige theepot. Een kunstwerkje van mijn vriendin die oproept om dit te delen en vriendinnen te taggen die de theepot dan kunnen winnen. Ik bedacht onmiddellijk voor welke van mijn theedrinkende vriend(inn)en dit een passend geschenkje zou zijn en deelde het. Nu is het wél spannend afwachten wie de winnaar wordt, maar het wordt zeker een vrouw. In mijn zoektocht naar een passende match voor het theepotje probeerde ik een genderevenwicht te voorzien om het stereotype van theedrinkende breiende vrouwen te doorbreken, maar tot mijn verbazing vond ik geen uitgesproken theedrinkende mannen onder mijn dichtste vrienden. Heeft thee dan toch iets gay? Als je de serviezen bekijkt zou je zeggen van wel, met uitzondering dan van de neutrale theepot die mijn vriendin wegschenkt. Een espresso in een flinterdun gebloemd kopje met bijhorend schoteltje heb ik nog niet ontdekt. En koffie wordt volgens mij ook in reclamespotjes nog steeds met mannelijkheid geassocieerd. Ik vraag me af of daar al een studie over bestaat? De genderkwestie bleef in mijn hoofd zitten ik geraakte niet in slaap. Ik bedacht dat ik in het verleden wel theedrinkende vrienden had. Allen waren ze lang en slank met lange haren of een woeste baard, een zachte stem en eeuwige glimlach, vegetarisch avant la lettre, vredevol, tolerant en aanhangers van de vrije liefde. Tot ik ze beter leerde kennen en ontdekte dat de vrije liefde slechts in één richting geldig was of gepaard ging met een zeer christelijke opvatting en voortplantingsdrang waarbij voorbehoedsmiddelen uit den boze waren. De glimlach werd al gauw een ijzig wapen om steeds hun zin te krijgen en de tolerantie en vredelievendheid waren uiterlijke schijn waarachter egocentrisch gedrag zegevierde. De herinneringen alleen al deden me huiveren. Misschien voelden vele vrouwen ten tijde van Jane Austen diezelfde rilling na een theekransje of stel ik me het leven eind 18de eeuw te kil voor? Net voor ik in slaap viel besloot ik dat de enige theedrinkende mannen die ik vertrouw gay zijn of verkouden. Wanneer mannen kiezen voor een hete thee met honing omdat de rum die ze de dagen voordien achterover geslagen hebben (in de hoop de microben tegen te houden) niet het gewenste resultaat bereikte, en ze snotterend en hees op de bank liggen alsof het einde nabij is, dan vertonen ze genoeg mannelijkheid om hen te vertrouwen. Dan ben ik overtuigd dat ze me niet sluw gaan onderdrukken onder een ijskoude zachtheid zoals achttiende eeuwse theedrinkende mannen dit deden. Met veel liefde vervoer ik de snotterende mannen tussen hemel en aarde waar ze met thee kunnen aansterken om dan verder te doen alsof ze het sterke geslacht zijn. Spontaan denk ik aan een oud Canadees scheppingsverhaal, waarbij een godin naar een eiland werd gestuurd en daar zo eenzaam was dat ze al het snot die ze uitgehuild had opving in een paardenmosseldeel die ze dan zo goed verzorgde dat er uiteindelijk een man uit ontstond. Misschien moet mijn vriendin de volgende theepot van een kalligrafisch opschrift voorzien “de man ontsproot uit de liefdevolle zorg van de vrouw voor haar eigen snot”? Wanneer dan opnieuw een wedstrijd wordt gedeeld zal ik uit mijn vriendenkring drie stoere mannen taggen die dan bij de volgende novemberdagen ziek op de bank misschien (nog) meer respect voor hun zorgende vrouw tonen. Laat ik er vandaag maar van uitgaan dat ik pech had en er in de toekomst betere theemannen mijn pad kruisen. Voorlopig prijs ik me gelukkig met mijn koffieverslaafden en geheelonthouders die enkel naar thee grijpen als het einde nabij is en schenk ik de overwinning aan één van mijn sterke zorgende vriendinnen.

Fien SB
80 0

Burn

SCENARIO - BURN     1. INT. – TENT – AVOND   Kooltjes gloeien dieprood en vlammen likken het hout erboven dat knispert en knettert. Kleine stukjes ontploffen, ze lanceren gensters in de koude lucht. De boord van het vestje van KRIS (40) scheert rakelings langs de vlammen. Ze haast zich de tent in en zoekt een plek achteraan tussen feestelijk aangeklede mensen die roezemoezen met een buur of naar voren kijken. Ze ploft neer op een vrije plek en fatsoeneert een losgekomen haarlok. Dan ziet ze de afdruk van teveel fond de teint op haar smartphonescherm. Ze wrijft fanatiek over haar wangen om het te veel daar weg te halen, checkt of het haar vingers hangt. Tenslotte veegt ze ook haar smartphone schoon.   MARC (50), ‘strak in het pak’- CEO, tikt op de microfoon.                       MARC Waarde collega’s, nu Kris ons ook kon vervoegen, dank u Kris, kunnen we verder gaan.   Kris schrikt op, wordt rood en snelt naar het podium met de smartphone nog in de hand, gehinderd door kokerrok, hakken en haarlok die weer los is.                     MARC (CONT’D) Zoals jullie weten heeft Kris sinds het vertrek van onze vorige sales directeur heel hard gewerkt om zijn vertrek op te vangen. Vanavond wil ik het nog hebben over een definitieve invulling van die functie, maar eerst... de sales resultaten.   Marc overhandigt de microfoon aan Kris. Kris draait zich naar de zaal. Haar telefoon begint LUID TE RINKELEN. Onhandig en luid, door het botsen van de microfoon tegen de smartphone, schakelt ze de telefoon uit en glimlacht verontschuldigend naar de zaal. In de zaal zit IRIS (28, zwaar opgemaakt). Ze zwaait bedekt maar vrolijk naar Kris. Kris schraapt haar keel en de eerste slide verschijnt. Bovenaan staat in het groot “Draft”. Kris ziet het meteen.                       KRIS Iris,… dit is niet de juiste versie!   Iris gebaart “ik weet van niks”. Kris draait zich naar Marc die nog steeds op het podium staat.                       KRIS (CON’D) Marc,… sorry. Nee. Dit zijn niet de juiste cijfers.   Ze draait weer naar het scherm, pauzeert even vol ongeloof, maar kijkt dan de zaal in met herwonnen zelfvertrouwen.                       KRIS (CON’D) Niet erg. Ik ken ze van buiten. Dit jaar hebben we in verschillende divisies…   Marc doet een stap naar voren, en onderbreekt Kris.                        MARC Kris..., Kris, misschien dat we toch beter even de juiste visuals zoeken. Marc komt tot in de persoonlijke ruimte van Kris en neem haar microfoon ook vast. Hij fluistert.                   MARC (CON’D) Geeft niks meisje, we lossen het straks wel op.   Kris laat de microfoon los in ongeloof en blijft staan. Marc richt zich tot de zaal.                        MARC (CON’D) Dames en heren, Kris heeft echt hard gewerkt de voorbije periode. Kris is mama van twee kinderen,   De blik van Kris dwaalt naar Iris die “what the fuck” lipt.                        MARC (CON’D) dus het was ongetwijfeld niet gemakkelijk voor haar om dat te combineren met alle verantwoordelijkheden die ze er plots bij kreeg. Maar geloof mij, ze heeft dat uitmuntend gedaan.   Iris gesticuleert met een vinger onder de neus dat ze ernaar kan fluiten. Kris lipt discreet terug “fuck”   MARC (CON’D) Maar er is verbetering op komst, lieve Kris. Daar zullen uw kindjes blij mee zijn.   Kris hoort haar naam en kijkt naar Marc.                        MARC (CON’D) Ik stel u allen voor,  Olivier de Blanpain, onze nieuwe account director.   OLIVIER (32, gladjanus) stapt onder applaus het podium op, hij loopt de perplexe Kris dynamisch voorbij en schudt hartelijk de hand van een glunderende Marc.   Kris kijkt een tel naar het tafereel, ontwaakt uit haar verlamming en daalt af van het podium. Iris staat op en worstelt zich langs benen van de zittende mensen die haar scheiden van het gangpad, maar ze is te traag. Ze reikt nog net met haar hele lichaam naar Kris om haar tegen te houden wanneer ze voorbij loopt, maar mist nipt. Kris ziet het, schudt “neen” en beent door naar achteren.Ze pikt haar handtas op aan haar stoel en loopt verder. Het applaus houdt aan.     2. INT. – GANG VOOR HET KANTOOR VAN MARC -DAG   Tekst: “Eerder die dag” De deur van het bureau van Marc gaat open. Olivier neemt met een handdruk afscheid van Marc.         MARC    Tot vanavond dan. Marc loopt even zijn kantoor weer in, pakt zijn jas en doet hem in de deuropening aan. Marc sluit de deur, wanneer Kris langs komt. Ze heeft een jeansbroek en leren jasje aan en haar autosleutel in de hand.           MARC    Ah, Kris, klaar met de presentatie?           KRIS    Yep. Helemaal klaar. Kris moet plots een misselijke oprisping bedwingen achter haar hand. Marc kijkt bedenkelijk.           MARC Ja. Zeg, euhm, kan je de salesresultaten van de twee merken toch apart presenteren? Niet op dezelfde slides.          KRIS De presentatie is af Marc. Ik moet mij thuis ook nog gaan omkleden.      MARC Het lijkt mij toch beter zo. Stuur maar naar Iris als je klaar bent, die zet de presentatie dan klaar vanavond. Kris kijkt hem met ongeloof aan, ze prutst aan haar autosleutel. Marc wacht haar reactie niet verder af.           MARC   Bon, ik ga mij omkleden, tot straks!   Marc loopt over de open space kantoorruimte naar de uitgang. Hij groet de laatste twee collega’s die aan het inpakken zijn.           MARC Mannekes, op tijd zijn straks, hein. Hup hup, de laatste doet het licht uit.   Kris staat met haar rug tegen de muur naast de deur van het kantoor van Marc. Kris krijgt weer een oprisping, ze sluit een moment haar ogen en loopt dan terug naar haar eigen bureau, weg van de uitgang. De grote plateau waar haar bureau staat is leeg en schemerdonker, alleen haar computerscherm geeft nog licht.   Kris gooit haar sleutel neer op het bureau, opent nog rechtopstaand een bestand, maar bedenkt zich dan. Ze draait een kwartslag en loopt naar het lege kantoortje met glazen wanden in de hoek. Ze checkt even of niemand kijkt. Ze opent de deur, loopt tot achter de grote leren bureaustoel die ze even streelt. Ze neemt voorzichtig plaats. Ze straalt. Kris wijst 1 na 1 naar denkbeeldige personen in de ruimte.              KRIS       Gij: presentatie aanpassen, hup hup!       en gij: haal mij ne milkshake!       en gij: danske doen!   Kris proest giechelig, maar dan wordt ze serieus.              KRIS (CON’D)       Fuck Marc.   Kris zucht, heist zich weer recht uit de luxueuze leren bureaustoel en loopt langzaam terug naar haar werkplek op de eenzame en donkere plateau. Ze gaat aan het werk, enkel verlicht door het blauwe licht van haar computer.     3. INT. – TOILET – AVOND   Kris zit in haar feestkleren op de wc, kokerrok op de enkels. De deur is toe. Voor haar ligt een handboek Frans van het vijfde leerjaar op grond, met woordenlijstjes en prentjes van hout, een kachel, een vuurtje,… Kris zit te prutsen aan het cellofaan rond een kartonnen doosje op haar knieën.         KRIS    Hout.         ROBBE (10)    Bois. Le bois. Kris haalt een zwangerschapstest uit het doosje, neemt de dop eraf en plast erop.         KRIS    Branden         ROBBE    Brûler? LUCAS (5) trekt de wc deur open.         KRIS (verschrikt)    Lucas!      LUCAS    Mama, ik voel mij niet goed.         KRIS    Ga naar papa. En doe die deur toe! Lucas loopt weg. Kris hangt vooruit om de deur te sluiten zonder de test te tonen, maar Robbe doet het snel voor haar. Kris haalt de zwangerschapstest boven en kijkt, maar alleen het controlestreepje is al zichtbaar. KRIS    Vuur         ROBBE    Ja, wacht, ik weet het… Kris ziet na het eerste lijntje, een zwak tweede lijntje blauw worden.         KRIS    Merde!         ROBBE (verbaasd)    Merde?         KRIS    Nee, Robbe, Feu. Merde betekent kak. (tegen zichzelf) no fucking way. Nee, nee, nee, nee, nee, nee,… Tranen springen in haar ogen.     4. INT. – WOONKAMER – AVOND   Kris komt uit de wc met de test discreet in de hand. Ze duwt Robbe vriendelijk maar kordaat opzij, loopt door de korte gang naar de woonkamer en kijkt rond.         KRIS    Bon. BART (40) ligt een volwassen strip te lezen in de zetel. Lucas ligt in de andere zetel triestig te zijn.De woonkamer is rommelig door verspreide strips, een gitaar, kleren en lego. Het open haardvuur brandt en knettert. Robbe gaat bij zijn broer zitten. Kris marcheert naar het haardvuur en gooit de test erin en draait zich om. Kris wijst naar Robbe         KRIS Gij. Trek uw plan met dat Frans. Leg er een blaadje op en vraag uzelf op. Kris wijst naar Lucas           KRIS(CON’D) En gij, klein spook, beetje flink zijn. Luister naar uwe papa.   Kris kijkt naar Bart.         KRIS(CON’D) En gij. Los het hier op.  Ik moet door.      BART Wat was dat in het vuur?              KRIS Ik moet mij haasten. Kris doet haar naaldhakken aan die naast de zetel staan.   BART Gaat het schat? Kan ik u helpen?              KRIS   Awel ja. Beter laat dan nooit zeker?   Ze pakt haar handtas, en vertrekt.     5. INT. TENT – AVOND   Het applaus in de tent sterft uit, Olivier neemt het woord, Kris is bijna aan de uitgang van de tent              OLIVIER Dames en heren, ik ben verheugd om jullie nieuwe sales director te mogen zijn… Kris loopt naar buiten, handtas over de schouder, hand op haar buik.   6. EXT TUIN – AVOND   Het bedrijfsgebouw is een mooi verlichte hoeve met rieten dak. Kris komt uit de tent en loopt de tuin in waar overal hoge receptietafels met bloemstukje en hapjes, daartussen verschillende vuurkorven.  Kris stop aan een receptietafel vlak naast het gebouw, waar verdroogde klimplanten in een houtwerk opklimmen naar het rieten dak toe. Kris begint te snikken, ze leunt op de receptietafel en kijkt naar beneden.   KRIS Fuck.   Door haar tranen heen, zet ze plots een stap achteruit en ze STAMPT een vuurkorf met geweld om. De korf tolt, valt dan toch en rolt naar de klimplanten. Kris kijkt geschrokken. De gloeiende kooltjes hebben weinig tijd nodig om de onderste verdroogde klimplanten vlam te doen vatten.  Kris kijkt gefascineerd naar de vlammen, met de tranen in de ogen, maar kalm nu. Het vuur ontwikkelt zich verder, de vlammen likken al een paar meter hoog.  Kris kijkt om zich heen. Niemand heeft de brand opgemerkt. Ze aarzelt. Ze laat haar handtas van haar schouder glijden, en begint erin te zoeken, zonder haar ogen van het vuur af te halen. Ze vindt haar autosleutel. Kijkt ernaar. Omklemt hem, kijkt naar de parking waar haar auto staat. Kris kijkt weer naar het vuur, maar ziet zichzelf in de reflectie van het schuifraam naast het vuur. Kris kijkt zichzelf enkele seconden in de ogen, vlammen op de zijkant. Zonder weg te kijken, legt ze haar hand op haar buik. Dan rommelt ze plots gericht en gehaast in haar handtas, vindt haar smartphone, drukt een nummer en houdt de telefoon aan haar oor.   7. EXT. - TUIN  – AVOND   Kooltjes gloeien onderaan een vuurkorf, en worden door een korte dikke straal van de brandweerslag gedoofd. De brandweerman wandelt met de slang in de hand terug naar de brandweerwagen, iedereen is aan het opruimen, de zijkant van het kantoorgebouw heeft rookschade. Hij passeert Kris die voor zich uitkijkt naar de ravage. Marc komt van de andere kant op haar af. MARC Ja, wadde.   Kris reageert niet                     MARC(CON’D)    Nog een geluk dat uw presentatie niet juist was. Kris kijkt met ergernis naar Marc.                       MARC(CON’D)    Allez ik bedoel anders had ge de brand niet opgemerkt.   … Meiske toch. Ge moet dan maandag maar eens door die jaarcijfers gaan. Met Olivier.                    KRIS Ik ben geen meiske. En ik moet niks. Daarbij, ik heb uwen Olivier gegoogled. Hij heeft vier kinderen.   Kris rolt met haar ogen KRIS (CON’D) Hoe gaat dié dat combineren? Seriously Marc. Steek uw cijfers waar het licht niet brandt.    Marc kijkt verbaasd. Kris loopt naar haar auto draait zich nog even om en zwaait “bye-bye” met haar autosleutel.                KRIS    Salut, Marc.       8. INT. - RESTAURANT  – AVOND     Kris hangt heerlijk alleen in de zeteltjes bij Starbucks,benen op het lage tafeltje voor haar. Ze heeft een grote gepoederde latte in haar handen, en oortjes in waardoor een vrolijk liedje klinkt. Kris glimlacht volmaakt gelukkig.  Rond haar is het super druk, hippe jongeren komen en gaan, lachen en roepen, maar ze merkt er niets van. Buiten sneeuwt het.

Tine Tytgat
0 0