Lezen

Effect

Rode vlekken verspreiden zich over het grid en wentelen zich zachtjes om lichamen  vol met ledematen. Iedereen pulseert, als het al te laat is. De uitwisseling begon voortvluchtig, eindigde als passant, raakte ingeburgerd en verbleef, in lichamen, in motieven, hoekjes, overgebleven aan kijkende aristocraten met ooglapjes.Toen begon de overdracht: trillend, voorbijgaand dan weer beginnend voorzichtig vibrerend,  verplaatse de vlekken zicht naar elkaar, dan weer naar ons, en versmolten met de uitegstoken  ledematen, uitgestoken, omdat ze magnetisch zich aanpasten aan de situatie, en overvloedig aanwezig.  De vlekjes vulden de uiteindes ervan met rood licht. Onze lichamen rood, maar het zicht werd groter; vermengde zich met verleden, heden, en weer terug.  Dit effect duurde even maar lang genoeg om mee te gaan en belichamen wat gebeurd was.  Tijd was iets abstracter en kreeg een mede-lichaam.  Quasi onherkenbaar rold zij zich uit aan ons, en verdween verscheen verdween;pulserend niet ontzienbaar.  Mijn lichaam zag rood van de aanwezigheid en ik die mij dierlijk afvroeg hoe ik het daarbij mee overbleef. Het was een effect van voorbijgaande aard jammer genoeg en niet veel later, pulseerden onze lichamen weer afwezig, passant.    Ik was nog niet vergeten hoe dat een ruimte in kon nemen en spreidde mij over je mechanisme.  Plaatse mijzelf over maar tussen jou en mij in. Werd baken, werd anker,  werd fluisteraar, werd mede.  Jouw bloedbanen, die ervoor zorgden dat je zodanig aanwezig bleef,  hielden jou afgeschermd van een globe, een sferisch beeld, dat groter werd en meer ruimte in nam.  Mijzelf als baken uitrollend was al wat ik nog deed herinneren. Greep je mij vast; dan was ik er niet, omdat ik was wat ik was geweest, en dit niet bleef. Greep je naast me, dan was ik al wat er was, omdat ik niet bleef wat ik was, en  dat is alles wat ik altijd al was. 

Dries Verhaegen
20 1

Techno-logie

Rondom de kamer schepsels, cirkelend rond een huis met daarin een kamer, ruimte gemaakt voor en door ruimte, stil, volkomen volmaakt en berekend op de apocalyptische verslaggeving binnenin geluiden, die via een beeldbuis de kamer in, ik, de zijweg ingeslagen, op zoek naar ik. Je sluit je facebook aan op je dromen. Een rave in het hoofd. Hoofd losjes en aangeslagen op de nek. Onthoofd zonder seperation. Set me free! Klaagzang. Kunnen sie ETWAS - En er waren eens mensen en die konden communiceren. … is alles wat ik me herinner. Heimelijk elkaar brieven sturen is ook “sturen”. Zonder vijftigers geen zestigers. Schepsels, losgemaakt van de omgeving, worden beschreven.Er wordt online ruzie gemaakt, zonder audience. Als je wist waar ik het over had, had je kunnen ingrijpen. Als in: een ingrijpend verslag, verlangt ernaar gelezen te worden door een massa. Mijn brieven daarentegen, zouden succesvol kunnen zijn, maar staan op Tumblr, en mijn 15 jaar oude lichaam wordt snel bevredigt, omdat ik erover wrijf met mijn schrijfhand. Het is leesbaar, gelukkig; zonder taal was er al lang geen vrede meer. Geen vrede? zeg je (luidop). Schelden & vloeken verspreiden als hoax. Spam in de mailfolder gesorteerd onder ‘reclame’? Haha. Tumblr opent een nieuw tabblad: het is zomertijd over exact een week.Meer licht, meer tijd om op te gaan.Meer aanstalten maken tot wederopstanding, meer lentelicht. Lentelicht: het verspreidt zich in de wetenschap dat we het niet kunnen zien, dus, je voelt voorzichtig, en even maar. Genoeg om rood aangelopen opnieuw te verspreiden.Ook mensen verspreiden zich, dat weten we, goed genoeg hé.

Dries Verhaegen
0 0

Massale onvrijwille doodslag in rusthuizen

WAARSCHUWING : deze titel behoort tot de categorie ‘fake news’ en de onderstaande column is pure fantasie.   Nog geen jaar geleden, het was juni, de zon zomers en het asfalt rond het rusthuis warm. Met zijn vijven zaten we rond een rechthoek, een tafel in een kleine vergaderruimte van Westervier, een rust- en verzongingshuis te Sint-Kruis (Brugge). ‘Je mag blij zijn dat ik een plaats gevonden heb’, was de repliek van mijn zus geweest op mijn minder enthousiaste reactie na de opname van mijn moeder in dit rusthuis, en dat 'het op aanbevelen van de geriater was’. Ons moeder zat daar in die kamer, of beter lag daar de ganse dag op dat bed, het centrale meubelstuk. Het was een tegelijk haar slaapkamer, living, en verveelruimte, maar ze had geluk, haar kamer was aan de noordoostkant van het gebouw, de ochtenzon kon zonder argwaan binnenschijnen en kreeg verder weinig kans om de kamer al te veel op te warmen gedurende de rest van de dag. Maar na een maand of drie vond ze het genoeg geweest, mijn moeder. Ze wilde terug naar huis. Ik beloofde haar het nodige te doen en daar zaten we, enkele dagen later, aan die tafel in die vergaderruimte. Het lijkt me ook bedroevend dat bij die ouderen doorgaans de indruk gewekt wordt dat ze niets meer zelf te beslissen hebben -ook al zijn ze nog volkomen rechtsbekwaam-, dat daar eerst over beraadslaagd dient te worden, met alle kinderen, met de huisarts en de verantwoordelijke van het rusthuis. Ik had me niet aan een situatie één tegen allen verwacht. Ik bleek de enige te zijn die nog echt oor had voor de wensen van mijn moeder. Het rusthuis zou een veiligere, meer stabiele plaats voor mijn moeder zijn. Opgesloten was ze daar niet. Het scheelde niet veel. Maar wij -dat zijn mijn moeder en ik-, wij hadden er genoeg van. Dit was niet de omgeving waarin mijn moeder haar laatste levensjaren wilde slijten, waar ze wilde wachten op de dood en enkele weken later, nam ik haar mee naar mijn huis, waar ze stilaan weer tot leven kwam, taken in het huishouden weer op zich nam. Het huis van mijn moeder had mijn zus al willen verkopen. Het bleef van mijn moeder. Ze woont er nu weer, in haar eigen huis, ver weg van die rusthuizen, die nu stilaan echte doodshuisjes worden. Oké, het is goed gelopen voor mijn moeder, ze is beter geworden, ze woont weer zelfstandig in haar eigen huis, maar ze had even goed bij ons, bij ons gezin mogen blijven, in quarantaine desnoods, en ik heb het niet gelezen in het 10-puntenplan van Wouter Beke, om zoveel als mogelijk ouderen die nog gespaard bleven van covid-19 op te nemen in het gezin van één van de kinderen. CD&V, de partij van het gezin, die zoiets niet eens voorstelt. Wake up, Wouter, rusthuizen zijn een ziek symptoom van een zieke tijd, waar het eigenbelang voorrang krijgt op de zorg voor de eigen ouders en ik durf zelf te stellen: wie midden maart, toen het duidelijk werd wat ons te wachten stond, zijn ouder niet uit zo’n ziek rusthuis redde, die heeft nu stront aan de knikker, die is nu mede verantwoordelijk voor de dood van zijn eigen moeder of vader. De passiviteit van éénieder die een ouder in een rusthuis heeft, mag gerust misdadig genoemd worden. Besef dat je een leven had kunnen redden en wat je naliet, dat je een doodsvonnis velde over je eigen vader of moeder. Is dat cru gesteld? Kan zijn. Had je iets kunnen doen? Ja! Om een leven te redden? Hoogstwaarschijnlijk! Slaapwel, Wouter. Slaapwel, kind dat zijn vader of moeder achterliet in het rusthuis. Hun dood aan corona mag gerust op je geweten liggen en het proces over de onvrijwillige doodslag zal niet gevoerd worden. Je gaat vrijuit. Dat is normaal in deze zieke tijd.

Roderick Podenco
0 0

Soep

Raar gevoel. Ik weet niet of ik nu verdrietig ben of Nick gewoon mis of nog altijd boos ben om hoe het gelopen is. Ik denk dat het alles zo een beetje is. Ik ben verdrietig dat ik niet meer bij Nick kan zijn, en ik mis hem ook enorm hard. Ik mis "gezinnetje" spelen. Ik mis samen koken, samen slapen, samen lachen. Ik wist dat dit ging komen he, dit moment. Dat ik hier alleen zou zitten en die leegte weer zou voelen. Zonder hem is alles zinloos en leeg. Het is niet dat ik nu niet meer met iets kan lachen ofzo, ik kan het ook wel even vergeten soms, maar niets maakt me nog uit. Er zit geen vuur, geen energie meer in mijn lijf. Geen zin om iets te ondernemen. Dat is moeilijk om te merken want de laatste weken toen ik bij hem was, was dat vuur er wel. Hij geeft me energie en laat me iemand zijn die toch al dichter komt bij wie ik wil zijn. Hij maakt me gelukkig.  Nu een stom voorbeeld, de vorige weken maakte ik twee keer per week soep. Gewoon, omdat ik zin had om eens iets te doen dat resultaat opleverde. Ik genoot daar echt van. Nu denk ik er nog niet aan om soep te maken. ECHT geen zin in. Dat is ook waardoor het me opvalt dat ik nu weer zo anders ben. Omdat ik geen soep wil maken. Want, flauwe woordspeling, maar mijn leven is al een soep. Mijn gevoelens zijn een soep. Ik zit er al zo diep in, dat ik niet meer weet hoe ik eruit moet geraken.  Zoals duidelijk uit mijn vorige teksten, heb ik al een paar "inzichten" gekregen in hoe ik in elkaar zit. Waar sommige dingen fout lopen. Ik dacht dat die inzichten me gingen helpen om uit de soep te geraken, maar ik heb me er helemaal in gewenteld en ben nog veel dieper weggezakt. Ik weet nog dat toen dit allemaal begon, deze moeilijke periode, hoe het toen voelde. Als een chaos, maar wel eentje die nog ver van me af stond. Ik heb me nu die chaos eigen gemaakt. Ik ben die chaos. En daar probeer ik structuur in te brengen, maar het lukt niet. Het brengt geen rust. Wat ik niet zou geven om me gewoon zorgeloos te voelen. Zelfs al is het maar tijdelijk. Om even in die warme cocon van zijn armen te zitten. En mij geliefd te voelen. Dat is alles wat ik wil. Weg uit deze wereld, voor altijd geliefd in zijn armen, in zijn hart.  

Layla Clarke
0 0