Lezen

(M)eer leven in je werk!!

  Eer van je werk hebben. In een team doet nooit iedereen precies evenveel. Soms is de verdeling wel heel erg uit balans. Als jij veel meer hebt gedaan dan een collega is het niet mis er kunnen altijd omstandigheden zijn, maar als het chronisch is dan moet het team samen bekijken hoe dit komt. Eer van je werk geeft voldoening, je kan dit doorgeven aan je collega's, door op een teammeeting laten blijken dat je trots bent op wat je presteert, nee in een team zit geen ik, het is een wij , maar het team moet op alle vlak samenwerken, want een wagen rijdt ook niet met 3 wielen even vlot als met 4. Elke schakel is belangrijk, als een schakel hapert valt de ketting stil, daar moet je het team evalueren en zien waar er zwakte is. en daar op inspelen, niet door uitsluiting maar ondersteuning. Heel belangrijk is dat een team heel het team in de bespreking neemt en niet een uitgeselecteerd deel. want als je het onderste van je wagen niet hebt mis je de basis. Eens je een pracht team hebt dat kan praten en kan evolueren van de eigen taken, waar de samenwerking top is dan haal je eer en genoegen uit je werk. Dus mensen leer dat een team meer is dan samenwerken, het is ook durven stellen waar er tekorten zijn, in eigen buik kijken waar er verstopping zit . En een team is nooit af elke dag kan je werken aan beter en vervollediging. Eer van je werk is thuis komen en weten dat je goed deed, weten dat je andere teamleden je werk zullen respecteren en zullen waarderen. Eer van je werk is een gerust geweten.

Chantal
39 0

Theo en Thea

Theo en Thea zitten tevreden naast elkaar in de trein het voorbijvliegende landschap te bewonderen. Het is heel anders dan in een bus zitten, wat ze de laatste jaren met georganiseerde uitstappen van de seniorenvereniging gewoon zijn te doen. Nu is het maar af en toe dat er auto’s en huizen te zien zijn. Het groen, dat toch overheerst langs deze wegen, geeft hen een warm gevoel. Lang geleden dat ze de trein namen, en dan nog voor een lange afstand. Ze zijn door Els, hun jongste kleindochter uitgenodigd om een paar dagen in een gehuurde chalet in de Ardennen te verblijven. Ze vonden het een zeer vreemde vraag. Een kleinkind alleen in de Ardennen, ze is jong en wil toch wat. Of wenst ze hen gewoon een paar dagen dicht bij haar. Ze verwonderden zich daarover, die lieve kleindochter springt toch regelmatig bij hen binnen. Altijd opgewekt vertelt ze over haar leven waarmee ze Theo en Thea een aangenaam moment bezorgd. De laatste tijd is ze nog opvallender levenslustig. Bij hun vraag of ze de grote liefde ontdekt heeft, is ze lang met blozende wangen en tintelende dromerige ogen blijven staren. Dat heeft een tijdje geduurd, de grootjes drongen niet meer aan. Het bleef leuk te zien hoe ze zich onwennig gedroeg. Een maand geleden kwam het er ineens uit, de woordenvloed over Matthias is sindsdien niet meer te stoppen. Zal zij hem vandaag aan hen voorstellen? Van opwinding moet Thea naar het toilet. Niet dat ze het prettig vindt, zegt ze tegen Theo, maar de uitrusting is veel beter dan vroeger, heeft ze zich laten vertellen. Het moment is blijkbaar niet goed gekozen, ze is net verdwenen wanneer de trein in een station stopt. Mag je dan wel gebruik maken van deze accommodatie? Vroeger in ieder geval niet, dat kan Theo zich nog herinneren. Hij fronst daarom even de wenkbrauwen, maar profiteert toch van de stilstand om even recht te staan en zijn rug te strekken. Daar is Thea al terug. Maar wat is dat nu? De trein krijgt een schok en met haar oude benen kan Thea zich niet staande houden. Gelukkig valt ze tegen Theo, die haar stevig vastgrijpt. “Mmm, wat ruik je lekker, dat lijkt op die goede oude 4711.” “Ja”, giechelt Thea: “Ik wilde je verrassen. Weet je nog hoe wij elkaar ontmoetten?”   Ondertussen zijn ze terug gaan zitten, als een jong koppel met de handen in elkaar geslagen en dicht tegeneen geschoven. Theo heeft, zoals een verliefde jongen, twinkelende ogen bij de herinnering. “Het kan geen toeval zijn. Jij bent toen ook in mijn armen gevallen door een grote schok van de trein. Treinen die gekoppeld worden of zo. Mogelijk was dat nu ook het geval. Maar toen ging dat met nog meer gepiep en was de klap veel harder. Meerdere mensen vielen bijna om. Ik had het geluk dat jij tegen mij viel. En het eerste wat ik merkte, was je prikkelende geur. God ja, je had je voet omgeslagen en we kregen onmiddellijk plaats op een bank. Er waren toen wel minder lege plekken dan nu, maar enkele bezorgde mensen stonden onmiddellijk op, zodat jij je schoen kon uitdoen.” “Ja, en jij was ook toen al zo hoffelijk mijn voet te masseren. Nu noemen we dat hoffelijk, toen was dat onbeschaamd. De mensen zullen wel geschokt gekeken hebben. Maar wij wisten van niets.” “Ik geraakte niet uitgekeken op jou, en je geur was zo heerlijk. Ik denk dat ik dat ook onmiddellijk gezegd heb.” Ja, jij kleine charmeur. Ik liet me volledig inpakken door jou.” “Ik vond het wel spijtig dat ik vroeger moest uitstappen dan jij.” “En daarom deed je het niet, charmeur. Je hebt me bijna thuis gebracht. Tot aan de deur durfde je wel niet.” “We beloofden dat we elkaar gauw gingen terugzien, dat was voldoende.” “Ja voldoende! Achteraf heb je toch gemerkt dat mijn moeder dat vreemd vond dat ik jou zo snel terug wilde zien.” “Jaja, de jeugd wil vooruit zeker, haha. Weet je nog.” Een vette knipoog vergezeld die laatste zin. Met een glimlach kijkt hij Thea aan. “Stouterd, de jeugd wil vooruit. Jij wilde toen te snel zijn,, dat hadden mijn ouders wel onmiddellijk door. En jij maar ontkennen. Je deed toch niets verkeerd. Je wilde mij alleen meer zien, maar je woonde nogal ver. En mijn ouders maar tegenpruttelen. Hihi, wat een tijd.” “Hé zeg, zij zette mij er toch ook toe aan om aan te dringen. Als jonge dame mocht dat in die tijd niet, dat was je argument.” “Dat was toch waar zeker. In onze tijd moesten wij, meisjes, nog heel rustig thuis blijven.” Ze heeft er duidelijk zin in om dit te zeggen. Ondertussen heeft ze haar lange rok mooi glad gestreken en houdt ze haar handen terug gevouwen op haar schoot. “Jaja, ik moest de hete kolen uit het vuur halen. Jonge mannen moesten zich man tonen, of ze konden niet aanvaard worden. Maar het waren niet alleen die kolen die warm waren, ik moest ook zorgen dat deze dame van huis weg mocht, zodat we wat verder op ons geliefd plekje andere hete dingen konden ontdekken, haha.” “Foei zeg, dat op jouw leeftijd. Dat mag je niet zeggen op de trein” Thea kijkt met rode kaken naar Theo die met dromerige ogen een arm om haar schouders heeft geslagen. “Nu moet ik niet meer vallen om in jouw armen te liggen. Op onze leeftijd kan het ook wat trager. Meer moet dat niet zijn, we waren gelukkig”. Met de handen in elkaar geslagen blijven ze gelukzalig tot aan hun halte op die zachte bank zitten.   “Hé Els, is dat nu Matthias? En met zo’n chique auto! Die kan er vaart achter zetten.”

Luc Van Roosbroeck
0 0

HET NIEUWE PASEN

Misschien hield God zelf het vuurtje aan het dak van zijn Notre- Dame?  Gewoon..Eventjes kijken welke reactie zijn achterban zou hebben. Hij had in zijn Bijbelse verleden al meer zulke sadistische spelletjes gespeeld, gewoon om bevestiging te krijgen hoeveel vertrouwen zijn volgelingen wel in hem hadden, dus…Stond hij eventjes perplex toen die superrijken de geldomhaling op gang brachten? Als een lopend vuurtje verwittigden ze elkaar. Hoe die rijke stinkerds sneller dan het licht de knip van hun Louis Vuitton, Gucci en l’Oréal portefeuilles openden en er miljoenen euro’s, als per opbod, uit toverden. Diezelfde  fiscusontduikers die hij enkele jaren voordien Frankrijk met koffers vol geld over de grens zag rennen, om zeker geen belastingen te moeten betalen. Waren die nu hun schuldgevoel aan het witwassen? Dachten ze dat ze met zulke giften recht hadden, om eenmaal als ze boven aan de hemelpoort zouden komen, ze zonder discussie met Petrus in een speciale VIP-lane ontvangen zouden worden? Of bedachten ze alleen maar dat ze deze giften bij hun volgende belastingsbrief als onkosten mochten aftrekken?  God stond ook versteld om te zien hoe de Parijzenaars op 1 nacht een benefietconcert uit de grond stampten. Hoe minder bescheiden giften bij het volk rond gehaald werden. God zag dat het goed was. Zat hij daarboven op zijn wolk, op de leuning van zijn hemeltroon mee te trommelen of op de muziek op en neer te wippen? Deed hij met Petrus en Jezus een polonaise en riep hij: “waar zijn die handjes?” toen hij de rollende rrrr van Mireille Matieu over de Place des Invalides hoorde tuimelen. Had hij daarom geen tijd om zich met de Christelijke paasvierders aan de andere kant van de wereld bezig te houden? Hij wordt toch verondersteld ‘alwetend en almachtig’ te zijn! Waarom wist hij dan niet dat er in Sri Lanka enkelen van dat andere ‘ware geloof’ luxe hotels en zijn kerken zouden binnenknallen? Eventjes een onoplettendheid en 359 doden en meer dan 400 gewonden. Wat vond hij het ergst? Hele families die met een exploderende moslimbom uit elkaar gerukt werden of zijn brandende kathedraaldak? Of bedacht hij dat Petrus het nu wel ineens ontzettend druk zou krijgen aan zijn hemelpoort? Die zou overuren moeten kloppen en zeker geen tijd hebben om mee naar die andere Gods vertegenwoordiger op aarde de luisteren. Die langejurkenman die als een carnavaleske rockster van op een balkon, op dat Vaticaanplein, elk jaar diezelfde woordjes prevelde en kruisjes uitdeelde aan die duizend naïevelingen die naar hem opkeken. God zag dat het goed was…ga en vermenigvuldig U! Zijn lucratief religieus handeltje zou nog eeuwen blijven draaien. God tikte zijn zoon op de schouder en fluisterde dat het sprookje van zijn herrijzenis er bij de gelovigen in gegaan was als zoete koek. Prima gedaan! God zat alleen nog met één dilemma.. wat was er nu waar van Jezus zijn chocolade eieren?   Sim  diep bedroefd over al die religieuze onzin  21/4/2019

Sim
32 0

Leven onder zeeniveau

Verdriet is iets wat anderen overkomt. Anderen ver weg, en hopelijk ook de buurvrouw, want statistisch gezien mij dan niet meer. Mijn ongelukje ligt op de sofa, over te geven. Ik wens het de buurvrouw ook toe, maar toen ze vorig weekend de zandzakken in de voortuin aanvulde, roddelde ze nog over Ella-June van hierboven. De generatie met lelijke namen is groot geworden, en ongewenst zwanger. Niet genoeg punten, ge kent dat, zei de buurvrouw samenzweerderig, die nam elke week het vliegtuig, dan moogt ge niet meer he. Nee, dan moogt ge niet meer. De wereld is er enkel nog voor kinderen van ouders die een klimaarneutraal leven lijden - die braaf de zandzakken vernieuwen en weten waarom soja eten alweer erger is dan een kotelet.  Ik had er bijna voldoende bij elkaar gespaard, en toen dronk ik een fles wijn. Gerecylcleerd glas, maar het kind kon niet hergebruikt worden, dus mijn totale saldo werd toch nog negatief. En nu ligt het resultaat over te geven op de sofa, in lakens die al drie jaar stinken, want extra lakens aan de waslijn kunnen alleen maar voor argwaan zorgen.  Ik staar door ramen die net vuil genoeg zijn, maar wel de blauwe flikkerlichten nog reflecteren. Ze stoppen voor het flatgebouw. Ons flatgebouw.   Later, als het kind in de kast zit en ik de pillen al bijna doorgeslikt heb, wordt er niet bij ons aangeklopt, maar bij de buurvrouw. Ze huilt als ze naar de combi geleid wordt - dat ze van haar af moeten blijven, dat ze het recht niet hebben. Een politieman hoont. Alweer een lijf voor hergebruik. Ik haal het kind uit de kast, wieg het tegen me aan. Verdriet is iets wat de buurvrouw overkomt, die haar kind verkoopt aan Ella June maar zichzelf verraadt met een oogopslag tijdens het ophangen van de was. God verdrinkt daarbuiten, maar ik bedank hem toch. Wij zijn veilig.  

Anke Vandoolaeghe
42 0

Ochtendshow

 “Gaan we een spelletje spelen?” In combinatie met zijn puppyblik (move over Puss in boots) is het moeilijk nee te zeggen tegen Lucas, mijn vierjarige zoon. Ik heb echter geen keuze want om 07u10 op een schooldag hebben we andere prioriteiten. Ik sta in mijn kamerjas in de keuken met kilo’s slaap in mijn ogen. Deze avond ga ik écht wel op tijd slapen, mompel ik nog tegen mezelf wanneer ik grijp naar de koffiezet. “Straks jongen, nu gaan we eerst eten,” zeg ik, voor de eerste (maar zeker niet de laatste) keer, tijdens deze traditionele ochtendrush. Alsof ik hem net verteld heb dat zijn kleutertijd voorbij is en hij vanaf nu shiften van 12u in de koolmijnen moet gaan draaien, laat Lucas zich kermend op de grond vallen. Ik stap over hem om te gaan kijken waar zijn zus blijft. Hoewel ze nog maar 8 jaar is, heeft ze zich al volop gespecialiseerd in puberslaapgedrag. ’s Avonds wil ze er niet in, ’s ochtends er niet uit. Net wanneer ik naar boven wil gaan om haar nog eens – heel zachtaardig, dat spreekt voor zich –  te herinneren dat ze moet opstaan, komt Emma slaapdronken de living binnengewandeld. Haren alsof ze net Amerika doorkruist heeft in een cabrio, een lading knuffels onder haar arm.   Wanneer ik de kinderen even later vraag aan tafel te komen negeer ik de kreten van verongelijkheid en begin alvast aan de boekentassen. Eens aan tafel, na slechts twee keer vragen en één keer eisen, ontvouwt het ontbijtgesprek zich zoals gewoonlijk: “Ik heb geen drinken.” (Je ziet toch dat ik volop water aan het inschenken ben?) “Ik wil deze boterham niet.” (Neem dan deze, net niet identieke boterham) “Ik vind dit vleesje niet lekker!” (Exact hetzelfde vleesje waar je gisteren zo van smulde?) “Ik moet pipi doen” (Toen ik het 5 minuten geleden voorstelde hoefde je niet!) “Mama, waarom heb ik vijf vingers aan één hand?” (Euhm… omdat zes te druk zou zijn?) … Het merendeel van hun ontbijt lijkt eindelijk naar binnen gewerkt dus ik stuur Emma alvast naar de badkamer.   Nog een half uur vooraleer we moeten vertrekken.   Ik ruim snel de keuken weer op en steek in de gauwte nog een was in. Wanneer ik in de badkamer kom, word ik getrakteerd op een mini playbackshow. Ze was toch wel ‘vergeten’ dat ze haar tanden kwam poetsen zeker? Ik maan haar aan voort te maken terwijl ik de tanden van Lucas probeer te poetsen. Meewerkend als hij is, duwt hij zijn lippen stijf op elkaar. “Doe het dan zelf” roep ik op het randje van hysterisch en verdwijn naar de slaapkamer. Zoals elke avond dacht ik gisteren om vandaag eens werk te maken van mijn outfit. En zoals tijdens elke ochtendrush haal ik mijn schouders op en trek snel weer een jeans en een trui aan.   Nog 15 minuten!   Terwijl Emma zich aankleedt, probeer ik hetzelfde te doen bij Lucas. “Ik ben een draakje en jij moet mij pakken!” giert hij uit terwijl hij van me wegloopt. “Nu niet Lucas, we moeten op tijd op school zijn!” “Maar ik wil niet naar school! Ik wil een spelletje spelen” Zijn hoofdje zakt scheef en hij steekt zijn onderlip uit. “Straks, na school,” probeer ik hem te sussen terwijl ik op mijn knieën zit en probeer zijn elastieken benen in zijn broek te wurmen.    Hij verliest bijna zijn evenwicht maar gelukkig heeft hij mijn haar nog om zich aan vast te houden nadat hij me eerst nog per ongeluk een vuistslag verkoopt. Wanneer Lucas eindelijk aangekleed is, heb ik het gevoel dat ik een halve marathon gelopen heb. Nog geen tijd voor rust, nog maar 7 minuten!   In de living zit Emma achter haar tablet. Haar arm hangt stil in de lucht, in haar hand de kam. Tijdens het zoveelste filmpje van Dylan Haegens (Dylan wie?) is ze alweer vergeten wat ze aan het doen is. Ze merkt zelfs niet dat ik de kam uit haar handen neem en snel een paardenstaart probeer te maken. Probeer, want blijkbaar is 8 jaar voor mij nog te weinig om me deze ambacht écht eigen te maken. Hoe dichter we komen bij het moment van vertrek, hoe gejaagder ik me voel. “Lucas, doe je schoenen aan! Nee, niet je laarzen, je schoenen! Emma, doe je jas toe. Je fluo niet vergeten! Waarom heb je toch je laarzen aan? Emma, ga maar al naar de auto, hij is al open. Lucas, waar zijn je schoenen naartoe?”   Bloed, zweet en tranen maar het is gelukt, we zitten op tijd in de auto!   “Mama?” klinkt het aarzelend vanop de achterbank wanneer het me na veel binnensmonds gevloek eindelijk gelukt is in te voegen op de drukke baan. “Mmm?” “Ik heb mijn boekentas niet bij….”   En dan is mijn ‘echte werkdag’ nog niet eens begonnen….

MiMa
0 0