Lezen

True Sorry

De trompetsolo van Ibrahim Maalouf scheurt voor de zestiende keer door onze boxen. True Sorry, haar lievelingslied en daarom ook het mijne. Met haar hoofd op mijn borst en mijn vingers die ritmisch door haar rode lokken gingen, konden we uren blijven luisteren naar de platenspeler. Het deed haar denken aan Libanon. Ze vertelde over de drukbezochte markten en hoe oom Badr er kikkererwten verkocht. De beste kikkererwten van Beirut, zo goed dat zelfs de joden ze kwamen halen.     -Als er één ding is waarom ik joden wel kan uitstaan, is het hun humusverslaving. -Haha, ieder zijn charmes hè. -Wat zijn mijn charmes dan?   -Gho, waar zal ik beginnen? Alleen nog maar over je rode haren kan ik bijbels schrijven. En dan zwijg ik nog over je ogen en je heupen.   Ze springt rond mijn nek en smijt haar groene ogen vlak voor de mijne.   -Beloof me dat je niet verliefd op me wordt. Beloof het me, alsjeblief.   Ik neurie met het nummer mee en neem de ingrediënten die op mijn bureau liggen. Ik trek het zilverpapier strak tegen het lege rolletje keukenrol. Twee rekkers zorgen ervoor dat het zilverpapier stevig gespannen blijft. Mijn stem klinkt als C-3PO die net een baard in zijn keel begint te krijgen.   -Master Luke, I am your father. -Euh dinges, Star Wars! -Correcto, maar welk personage? -Ja, die gouden robot… Je weet wel, die dat op Indra-unibrow van de wasserette lijkt. -Ik moet een naam weten, anders zero punten. -Komaan, Isaac, niet zo streng. Je weet dat ik daar opgewonden van word. -Hmm, het lijkt wel alsof iemand de jury wil omkopen. -Ik zou niet durven.   Ik durf niet. Wat als ze niet opneemt? Of als het nummer fout is? Ik pak de wegwerpgsm uit de onderste schuif van mijn bureau en toets de nummer in die slordig op het bierkaartje staat. Ik heb nog nooit zoveel betaald voor een bierkaartje. True Sorry eindigt opnieuw, maar deze keer haal ik de naald van de plaat. Ik pluk de plaat van de speler en steek ze in de hoes. Pour Isac & Tara, staat er met een zwarte alcoholstift op geschreven. Isaac en Tara, wat klonk dat toch zo goed.   -Hallo? Hallo, wie is dit?   Rabbi Louis leerde me over het proportionalisme. Goed en kwaad zijn zo sterk vermengd in onze wereld, dat de moreel juiste keuze niet die kan zijn voor het absoluut goede, maar de keuze is voor het minste kwaad.   -Ik mis u.   https://www.youtube.com/watch?v=HXzv7P7qGdM  

Ram Ordon
4 1

DE SCHAAMTE VOORBIJ

Ik las deze ochtend in de krant dat de ex-directrice van de daklozenorganisatie Samusocial een ontslagpremie van E 280.000 eist. Eventjes recapituleren: Deze socialistische graaimadame had zichzelf behoorlijk verrijkt met geld dat voor de daklozen bestemd was. Nadat dit jarenlange schandaal in de openbaarheid kwam, werd zij, overdekt met pek en veren, de grabbellaan uitgestuurd. Opgeruimd staat netjes, dachten de Belgen. Maar blijkbaar vinden zulke verdorven sujetten schaamteloos een advocaatje, die zonder rode kaakjes een graantje van een eventuele ontslagpremie willen meepikken. De schaamte voorbij… Even straf vond ik het artikeltje in de krant over Mayeur. U weet wel, deze PS ex burgemeester van Brussel, die samen met de gewezen Samusocial directrice allerlei fictieve vergaderingen bijeenfantaseerde en er zich rijkelijk voor liet betalen. Deze Mayeur opent een eigen consultancybureau met als hoofdactiviteit  ‘financieel beheer en analyses’. Zou U door zo’n leugenbeest uw geldstromen willen laten analyseren?  Wie weet wat voor fantoombedragen U mag ophoesten! Tenzij U natuurlijk zelf niet helemaal recht in de poenschoenen staat en U bewust zo’n jokkebrok opzoekt om de centjes onder de belastingsradar te houden. En dan hebben we nog die Gentse ex bankdirecteur Piqueur, die grote sier hield met het kapitaal van zijn nietsvermoedende Optima bank spaarders. Hij zou, volgens de rechtbank, 20 miljoen euro, waarmee hij destijds akkoord was als garantiestelling, van zijn persoonlijk vermogen aan de failliete bank moeten terugstorten. Hij reageerde heel teleurgesteld. Hij betwijfelt, zonder ook maar iets van plaatsvervangende schaamte, dat hij zijn eigen appeltje voor de dorst ook maar ooit zal terugstorten… Maar de kers op de graaicultuur- taart kwam toch van onze noorderburen. Plots stond er in de krant dat de topman van de ING bank, Ralph Hamers, een salarisverhoging van 50 procent kreeg. Hij bleek volgens de gangbare normen heel erg onderbetaald te zijn in vergelijking met andere banktopmannen. Van zo’n luttele 2 miljoen euro, zou zijn loon eventjes tot 3 miljoen euro opgetrokken worden.  Het was zelfs schandaalnieuws op alle Belgische journaals. Hoe gaat dat dan in zijn werk? Stond de ING Hamers dan tussen zijn bankiersvriendjes op het green van de golfclub een balletje te slaan en kwamen dan de verhaaltjes los? Zei één van zijn golfmakkers dan tussen neus en lippen, dat hij straks na het partijtje niet kon nablijven, omdat zijn dochter 18 werd. Dat hij de 350 genodigden niet mocht laten wachten. Dat hij aan zijn echtgenote beloofd had om nog langs de Porche-boer te gaan en dat hij het roze cadeautje voor zijn jarige dochter eigenhandig moest voorrijden.  En ach, dat hij toch ergens met die bonusmiljoenen moest blijven. Luisterde Hamers ademloos naar de verhalen van zijn andere golfgabber, die hem vertelde dat zijn vrouw de vakanties in hun Toscaanse wijnkasteel meer dan beu was. Dat hij volgende week eventjes naar Malaga overwipte om er een villaatje te kopen, omdat hij toch ergens die gratificatiemiljoentjes aan moest uitgeven. Vond die ING topman plots dat hij heel sterk ondergewaardeerd was? Hoe begint men aan zo’n onderhandeling? Hamert Hamers telkens, bij elke bestuursvergadering, op dit feit? Legt hij uit, dat hij datzelfde jaar zo’n 1000 administratieve ING krachten buiten gekegeld heeft en dat dit een flinke slok op de loonsborrel scheelt. Dat hij er misschien nog een honderdtal gaat uitflikkeren, want dat de simpele spaarder via internetbankieren toch alles zelf doet en hiervoor zelfs nog wat aan de bank betaalt. Dat er dan misschien voor hem nog wel ergens een salarisverhoging inzit? Bespreekt de Raad van Bestuur dan een mogelijke aanpassing van de gebruikelijke 2 procent? En wie laat dan het bommetje vallen dat de topman wel 50 procent aanvulling zou verdienen? Hamers zelf?  Enfin bravo voor de Nederlanders. Door de publieke, maatschappelijke en politieke reacties in allerlei kranten, op Facebook en op Twitter, heeft men dan toch beslist om Ralphje zijn huidige loon niet met de helft op te trekken. Hij mocht op het aambeeld hameren zoveel hij wou. De ING aandeelhoudersbeslissing kwam zelfs op de Vlaamse televisiezenders en werd door licht smalende nieuwsankers voorgelezen. Als zulk graaischandaal door onze noorderburen de kop ingedrukt wordt, moeten de Belgen hier dan geen lesjes uit leren? Ik kan me voorstellen hoe bedrukt deze ouderwetse graaitopman zich gevoeld moet hebben, toen hij ’s avonds thuiskwam. Rukte hij, vol woede, de brochure over de Venetiaanse pallazio’s en de Toscaanse wijnkastelen uit de handen van zijn echtgenote? Belde hij, vol nijd, naar de Malaga projectontwikkelaar om zijn planning op hold te zetten en verscheurde hij de 450 uitnodigingen voor de viering van zijn riante opslagje… De schaamte voorbij.. Ik stel voor, dat wij bij al deze schaamteloze graaidieven, vermits het toch een hype is, de wangetjes diep purperrood tatoeëren. Voor het leven getekend met een schaamblos!   Sim, met schamel pensioentje na meer dan 40 jaar werken.  Edegem 20/3/2018  

Sim
0 1

DE POLITIE, UW VRIEND

Ach ik geef grif toe dat mijn eerste mirakel volledig de mist ingegaan is. Ik die dacht dat er geen Goden, godsdiensten, graaipolitici en criminelen meer zouden zijn, moest zelfs de dag nadien spijtig genoeg vaststellen dat de wereld onveranderd was gebleven. De kranten stonden vol artikels over de losgeslagen advocatuur. De ene sensatiezoekende advocaat stelde zijn boek voor, waarin hij beschreef hoe hij hopelijk de Belgische numero uno kelderkindermoordenaar Dutroux vervroegd zou proberen vrij te krijgen. De Belgen steigerden. De schrijvende jurist schrok van de burgerreactie en vraagt nu bescherming, waarschijnlijk nog betaald door de belastingbetaler. Een andere spektakelraadsman trachtte, op de eerste dag van het proces tegen een mislukte laffe bommengordel- terrorist, een echte bom te leggen onder deze rechtzaak, door vrijspraak voor zijn cliënt te eisen door procedurefouten. Heel België gonsde van verontwaardiging. De advocaat schrok vervolgens omdat hij openlijk uit alle hoeken, zelfs van de minister, kritiek kreeg en er haatberichtjes in zijn mailbox binnen vielen. Wat had die man nu verwacht dat heel het land zijn, uit wanhoop uitgeplozen, foutrapportje met applaus zou onthalen? Het procedurefoutadvocaatje reageerde verbolgen van op zijn vakantieadres. In welk skioord en op wiens kosten deze jurist nu ergens van de bergen afskiet is niet meegedeeld, want volgens zijn eigen zeggen verdedigt hij de terreurgozer gratis en voor niets??? Hij wappert nu met het zinnetje “scheiding der machten” en hoopt met zijn roem en glorie aandachtzoekende daad nu opgenomen te worden in het rijtje van de meest vermaarde advocaten! Ik denk echter dat hij een totaal verkeerd cliënteel gaat aantrekken… Enkele uren later gonsde de nieuwsberichten opnieuw over de Brusselse Partie Socialistenschepen. De ex schepen van informatica had een miljoenenconsultancycontract voor een vzw Gial opnieuw voor onbepaalde duur ondertekend. De directeur van dit vzw informaticabedrijfje, had zichzelf als zelfstandige ingeschreven en incasseerde met deze socialistische overeenkomst al 18 jaar lang, 1000 Euro per dag. Voor jullie, die nu denken dat ik het verkeerd opgeschreven heb zal ik het eventjes herhalen. Al 18 jaar lang, zond deze zelfstandige CEO, van deze Vereniging Zonder Winstoogmerk, elke dag een factuurtje van plus minus 1000 euro naar de stad Brussel!! Als jullie weten dat diezelfde socialistische partijen al jaren zogezegd ijveren voor de arbeider, voorvechters waren voor onze lonen en pensioenen, en nu ons nog steeds willen laten geloven dat zij er voor de werkmens zijn, dan vraag ik mij af of deze vrouwelijke Brusselse schepen nog wel enig realiteitszin heeft als zij komt vertellen dat zij dit toch een billijke vergoeding vindt…In ons land moet een doorsnee gepensioneerde, een invalide of een werkmens rondkomen met zelfs minder dan 1000 Euro, per maand! En dan moeten we op dit inkomen nog een flinke belastingaanslag betalen om zulke koekoes te onderhouden! Hebben politici totaal geen notie meer van wat er in de wereld gebeurt of leven die soms in een ander universum? Ik las daarstraks een hele goede quote van Marc Twail op facebook:  Politici en pampers moeten regelmatig vervangen worden en steeds voor dezelfde rede: SHIT. En als genadeslag voor mijn eerste mirakel, zag ik op TV, dat de huidige paus, Paus Paulus VI nog dit jaar heilig gaat verklaren! We spreken hier van de paus die tussen de jaren 60 en70 abortus en anticonceptie, zoals het condoom verbood. Die man heeft bloed aan zijn handen. Hoeveel meisjes werden door zijn kronkel naar engeltjesmaaksters doorgestuurd? Hoeveel HIV- en Aidsslachtoffers heeft die op zijn geweten? En zo’n sujet gaat de katholieke kerk heilig verklaren. Moet men om heilig te worden verklaard niet één of ander mirakel of wonder verricht hebben? Natuurlijk zal men wel weer één of andere non vinden, die komt getuigen dat haar borstkanker volledig verdwenen was omdat zij een nacht met het fotootje van die jandoedel op haar borst geslapen had. Of een priester wiens prostaatvergroting daardoor miraculeus gekrompen was, waar hij het fotootje tijdens de slaap neerlegde, laat ik aan jullie verbeelding over. ’t Zal er zalig worden op die wolk daarboven met Moeder Theresa en al die heilige rakkers…ik wou de a nog vervangen in een u, maar misschien zijn er een aantal bij die hun wiwi nog nooit hebben durven aanraken. Enfin, ik ben volledig goddeloos en als ik ooit bemerk dat God, hij of zij wel echt zou bestaan, dan zal ik er met de meest grote bocht omheen lopen. Ik houd hij of zij verantwoordelijk voor minstens de helft van alle beschreven shit in dat horrorbijbelboekje. Als je de ogen toeknijpt voor alle onheil, onrust, honger, ziekte en oorlog in de wereld, dan vind ik dat je een enorme rotvent of  een hufterin moet zijn om er de facto nooit iets aan te veranderen. Dus als mijn eerste mirakel al geboycot werd, denk ik niet dat er spijtig genoeg een tweede poging in zal zitten.   Sim, 20 februari 2018    Costa del Silencio, Tenerife      

Sim
74 0

EERSTE MIRAKEL VAN SIM DUIDELIJK MISLUKT!

Ach ik geef grif toe dat mijn eerste mirakel volledig de mist ingegaan is. Ik die dacht dat er geen Goden, godsdiensten, graaipolitici en criminelen meer zouden zijn, moest zelfs de dag nadien spijtig genoeg vaststellen dat de wereld onveranderd was gebleven. De kranten stonden vol artikels over de losgeslagen advocatuur. De ene sensatiezoekende advocaat stelde zijn boek voor, waarin hij beschreef hoe hij hopelijk de Belgische numero uno kelderkindermoordenaar Dutroux vervroegd zou proberen vrij te krijgen. De Belgen steigerden. De schrijvende jurist schrok van de burgerreactie en vraagt nu bescherming, waarschijnlijk nog betaald door de belastingbetaler. Een andere spektakelraadsman trachtte, op de eerste dag van het proces tegen een mislukte laffe bommengordel- terrorist, een echte bom te leggen onder deze rechtzaak, door vrijspraak voor zijn cliënt te eisen door procedurefouten. Heel België gonsde van verontwaardiging. De advocaat schrok vervolgens omdat hij openlijk uit alle hoeken, zelfs van de minister, kritiek kreeg en er haatberichtjes in zijn mailbox binnen vielen. Wat had die man nu verwacht dat heel het land zijn, uit wanhoop uitgeplozen, foutrapportje met applaus zou onthalen? Het procedurefoutadvocaatje reageerde verbolgen van op zijn vakantieadres. In welk skioord en op wiens kosten deze jurist nu ergens van de bergen afskiet is niet meegedeeld, want volgens zijn eigen zeggen verdedigt hij de terreurgozer gratis en voor niets??? Hij wappert nu met het zinnetje “scheiding der machten” en hoopt met zijn roem en glorie aandachtzoekende daad nu opgenomen te worden in het rijtje van de meest vermaarde advocaten! Ik denk echter dat hij een totaal verkeerd cliënteel gaat aantrekken… Enkele uren later gonsde de nieuwsberichten opnieuw over de Brusselse Partie Socialistenschepen. De ex schepen van informatica had een miljoenenconsultancycontract voor een vzw Gial opnieuw voor onbepaalde duur ondertekend. De directeur van dit vzw informaticabedrijfje, had zichzelf als zelfstandige ingeschreven en incasseerde met deze socialistische overeenkomst al 18 jaar lang, 1000 Euro per dag. Voor jullie, die nu denken dat ik het verkeerd opgeschreven heb zal ik het eventjes herhalen. Al 18 jaar lang, zond deze zelfstandige CEO, van deze Vereniging Zonder Winstoogmerk, elke dag een factuurtje van plus minus 1000 euro naar de stad Brussel!! Als jullie weten dat diezelfde socialistische partijen al jaren zogezegd ijveren voor de arbeider, voorvechters waren voor onze lonen en pensioenen, en nu ons nog steeds willen laten geloven dat zij er voor de werkmens zijn, dan vraag ik mij af of deze vrouwelijke Brusselse schepen nog wel enig realiteitszin heeft als zij komt vertellen dat zij dit toch een billijke vergoeding vindt…In ons land moet een doorsnee gepensioneerde, een invalide of een werkmens rondkomen met zelfs minder dan 1000 Euro, per maand! En dan moeten we op dit inkomen nog een flinke belastingaanslag betalen om zulke koekoes te onderhouden! Hebben politici totaal geen notie meer van wat er in de wereld gebeurt of leven die soms in een ander universum? Ik las daarstraks een hele goede quote van Marc Twail op facebook:  Politici en pampers moeten regelmatig vervangen worden en steeds voor dezelfde rede: SHIT. En als genadeslag voor mijn eerste mirakel, zag ik op TV, dat de huidige paus, Paus Paulus VI nog dit jaar heilig gaat verklaren! We spreken hier van de paus die tussen de jaren 60 en70 abortus en anticonceptie, zoals het condoom verbood. Die man heeft bloed aan zijn handen. Hoeveel meisjes werden door zijn kronkel naar engeltjesmaaksters doorgestuurd? Hoeveel HIV- en Aidsslachtoffers heeft die op zijn geweten? En zo’n sujet gaat de katholieke kerk heilig verklaren. Moet men om heilig te worden verklaard niet één of ander mirakel of wonder verricht hebben? Natuurlijk zal men wel weer één of andere non vinden, die komt getuigen dat haar borstkanker volledig verdwenen was omdat zij een nacht met het fotootje van die jandoedel op haar borst geslapen had. Of een priester wiens prostaatvergroting daardoor miraculeus gekrompen was, waar hij het fotootje tijdens de slaap neerlegde, laat ik aan jullie verbeelding over. ’t Zal er zalig worden op die wolk daarboven met Moeder Theresa en al die heilige rakkers…ik wou de a nog vervangen in een u, maar misschien zijn er een aantal bij die hun wiwi nog nooit hebben durven aanraken. Enfin, ik ben volledig goddeloos en als ik ooit bemerk dat God, hij of zij wel echt zou bestaan, dan zal ik er met de meest grote bocht omheen lopen. Ik houd hij of zij verantwoordelijk voor minstens de helft van alle beschreven shit in dat horrorbijbelboekje. Als je de ogen toeknijpt voor alle onheil, onrust, honger, ziekte en oorlog in de wereld, dan vind ik dat je een enorme rotvent of  een hufterin moet zijn om er de facto nooit iets aan te veranderen. Dus als mijn eerste mirakel al geboycot werd, denk ik niet dat er spijtig genoeg een tweede poging in zal zitten.   Sim, 20 februari 2018    Costa del Silencio, Tenerife      

Sim
180 0

HET EERSTE MIRAKEL VAN SIM

Ik las deze week in de krant dat de Kerk het 70ste mirakel van Lourdes aankondigt. Een zwaar invalide rolstoelnon zou in 2008, na het bidden in Lourdes voor het beeld van de maagd Maria, een warmte in haar lichaam gevoeld hebben. Zij gooide haar medicatie over de haag, flikkerde haar rolstoel in de hoek en zou plots op miraculeuze wijze genezen zijn verklaard! Eigenaardig dat dit mirakel nu weer juist bij een non terechtkwam. Ik denk dat ze de bankgegevens van deze kloosterlinge eens duchtig moeten uitpluizen want dat er voor 2008 wel ergens een pauselijke Vaticaanbedragje tussen de overschrijvingen te vinden zal zijn met de opmerking ‘mirakelstunt’! Hoe kan je aan al die miljoenen, sinds hun jeugd geïndoctrineerde kaarsjesdragers, die jaarlijks wanhopig  in Lourdes om genezing komen bidden, uitleggen, dat die Heilige Maagd er zomaar willekeurig eentje uitpikt om wat mee te experimenteren? De kans dat ze juist haar genezend oog op jou zou laten vallen is nog miljard keer kleiner dan dat je ooit met de loterij de euro-millions zou kunnen winnen. Moest ze nu al de gehandicapten, invaliden of zwaar zieke mensen, die dagelijks op een brancard voorbij het plaasteren beeld geduwd werden, in een rolstoel biddend voorbij reden of op krukken door dat geïmproviseerde grotje strompelden, daadwerkelijk genezen hebben, dan zou je maar juist van een mirakel kunnen spreken. Als ze effectief, uit deze biddende menigte, nu het 70ste  geval van ziekenfonds- en invaliditeitsoplichters, denkbeeldige zieken en hypochonders  had kunnen halen dan mocht de katholieke kerk volgens mij ook mirakels aankondigen. Maar nu, om de zoveel jaar en tussen de miljoen bezoekers eens een genezend bedevaartmirakel uitlokken, dat is toch peanuts! De kaarsen- wijwater- en heiligenbeeldjesverkoop brengt wel geld in het katholieke laadje, maar mensen willen toch ook na hun investering wat meer resultaat zien! Behandelt die (Onze) Lieve Vrouw Maria alleen lichamelijke klachten of kunnen ook gewezen misdienaartjes, met een verkrachtingstrauma, haar hulp inroepen? Wat gaat er dan door haar heen als zo’n pedopriester-, misbruikpastoor- of  kleuterneukerbisschopslachtoffer, samen met zijn brandende kaars en zijn gebed ook eventjes zijn verhaaltje in het namaakgrotje aan moeder Maria komt doen?  Gaat ze die, voor het leven getraumatiseerde verneukte mensen ook helpen of gaan er nu bij haar allerlei alarmbellen af? Krijgt zij het plaasteren koud zweet als ze aan haar eigen zoon denkt, die zo’n 2000 jaar geleden ook ineens zulke wartaal begon uit te kramen? Dat hij de vrucht was van een onbevlekt ontvangen maagdelijke moeder en een goddelijke spermatozoïde, dat hij water in wijn kon veranderen, dat hij brood uit de bomen kon pukken, dat hij met de vissen kon praten en dat hij over water kon lopen. Zulke onzinverhalen waren natuurlijk een pak cooler, dan aan zijn vrienden te moeten vertellen dat hij een bastaard zoon was van een overspelige ontrouwe timmermansvrouw. Misschien dat haar zoonlief tijdens zijn kinderjaren ook wel iets dergelijks meegemaakt had! Als je in de wereld om je heen kijkt en beseft wat er allemaal gebeurt, zijn er dan nu in de 21e eeuw nog mensen die daadwerkelijk geloven dat er op één of andere wolk een heilige familie huist? Dat die goddelijke bloedverwanten alles zien en iedereen horen en er blijkbaar een sadistisch genoegen in te scheppen om de mensheid zo te zien aanmodderen. God, Allah, Jehova of hoe ze ook mogen heten, vinden het klaarblijkelijk meer dan goed dat al die gelovigen, elkaar de kop inslaan. Ze vinden het blijkbaar heel amusant dat er ergens ver nog zo’n clubje is dat constant tegen een muur loopt te klagen en dat een andere vereniging minstens één keer in hun leven toertjes rond een steen moeten lopen. Ze vinden het allicht best grappig dat nog een ander team wanhopig de plaasteren beelden in Lourdes, Fatima of Scherpenheuvel aanbidt. Of het goddelijke beeld nu op een sokkel staat, aan een kruis hangt of totaal niet uitgebeeld mag worden, mensen brengen nog steeds bakken geld en goud naar al deze sprookjescharlatans om toch maar gehoord of genezen te worden of om straks zeker te zijn van een plaatsje in het denkbeeldige hiernamaals. Dus nu genoeg gekakel over dit Lourdesmirakel. En daarom nu het eerste mirakel van Sim! Straks ga ik slapen en als ik dan morgen mijn ogen open, zal de wereld er hopelijk totaal anders uitzien. Er zullen geen goden, godsdiensten, hemel en hel meer zijn, geen pedofielen, geen criminelen, geen graai- en kakelpolitici, geen klootjesvolkpresidenten, geen tirannen, geen godsdienstterroristen, legers en soldaten.  Alle kerken, moskeeën en synagogen zullen in concertgebouwen, scholen en jeugdopvangcentra veranderd zijn en bedevaartsoorden worden aqualands of pretparken. Iedereen, zelfs de zwaarst geïndoctrineerden , zullen eindelijk beseffen dat ze maar één leven hebben waar ze ten volle van moeten genieten. Dat, at the end, gedaan ook daadwerkelijk gedaan is. Dat we elkaar na de dood nooit meer zullen terugzien, dat er geen zieltjes naar de hemel opstijgen, dat er geen reïncarnatie bestaat en er ginds boven geen 72 neukmaagden meer wachten!   Sim, 14/2/2018  Costa del Silencio Ik ben benieuwd naar morgenvroeg! Als mijn eerste mirakel een succes blijkt te worden, dan gooi ik er daarna misschien een tweede tegenaan…      

Sim
76 0

TELEVISIEAANBOD VOOR GEESTELIJK GESTOORDE KIJKERS

Kunnen jullie nog een drol leggen zonder je smartphone,  Instagram, Facebook of Twitter te controleren?  Doen jullie ook telkens mee als er weer eens een nieuwe hype op het internet circuleert? Bv een emmer ijsklontjes over het hoofd kappen, een wasgeltablet in je mond laten smelten of zoals nu recent, een hele hete peper in je mond nemen? ? The Eat It or Wear It Challenge. 2. Try Not to Laugh. 3. The Whisper Challenge. 4. Speed Drawing. 5. Touch My Body. 6. Chubby Bunny. 7. Innuendo Bingo. Zijn enkele vorige hypes die op het internet circuleerden. Jullie deden toch allemaal mee? Zijn jullie nu niet alleen aan alcohol, drugs en seks verslaafd maar tevens volledig in de ban van jullie telefoontje, zodat jullie, Tournée minerale, een maand zonder vlees of een maand zonder zeuren en klagen prachtige initiatieven vinden? Of wachten jullie massaal op een technologische expert of een IT intellectuele nerd die alle verslavende app’s eventjes, voor jullie, voor een paar weken kan blokkeren, omdat de demarche niet uit jullie eigen hersens opborrelt? Houden jullie je werkelijk bezig met al dat infantiel gedoe? Maken jullie ook nog massaal foto’s en filmpjes, die dan op kleuterniveau bewerkt worden? Niet moeilijk dat televisiemakend Vlaanderen denkt dat wij een bende geestelijk gehandicapten zijn. Nu zenden ze al jaren herhalingen van herhalingen uit en trakteren ze ons telkens weer op opnieuw gerecycleerde programma’s! Soms worden, alle onder contract betaalde, Bekende Vlamingen opgetrommeld om onverstaanbaar door elkaar roepend en hysterisch lachend, zichzelf of elkaar te amuseren. Ze hebben tegenwoordig zelfs het lef om aan de kijkers te vragen om zelf enige plezante mail of You Tube filmpjes door te sturen. Al deze recyclageprogramma’s worden dan aan elkaar geleuterd door één of andere van het schab afgehaalde presentator of een stand up nieuwkomertje. Nog eventjes en ze beginnen aan de zwart/wit fragmenten van de jaren vijftig. Misschien dat ze voor de dementerende rusthuistelevisiekijkers, snel voordat deze de pijp uitgaan, nog  ‘Schipper naast Mathilde’ kunnen inkleuren en als nieuw uitzenden. Wat denken die televisiezenders van hun kijkers, als ze een programma maken met een paar idioten, die ze in een Big Brother huis opsluiten en waar een kluitje onderontwikkelde uit balans geraakte comakijkers zit te loeren hoe deze randdebielen, eten, slapen, zich wassen, douchen en zelfs masturberen.   Al meer dan 25 jaar broeden scenarioschrijvers op ‘Thuis-en Familiesoaps’. Alles is de revue al gepasseerd. Huwelijk, geboortes, overspel, incest, pedofilie, transgenderproblematiek, moord en doodslag, waarbij je eigen familie toch uit een clubje saaie triestige stameltypes lijkt te bestaan.  Begrijpen jullie ook, dat er mensen zijn die al meer dan twintig jaar, elke dag opnieuw, naar dezelfde soaps kijken. Ze kennen de ‘C-soapacteurtjes-would be- Bv’s’ beter dan hun eigen moeder, broer, oom, tante of neefjes. De soapfanclub kan zelfs met hun televisiefamilie een dagje in één of ander pretpark doorbrengen of voor een weekje op een georganiseerde cruise wegvaren! Hoe wanhopig kan je zijn, als je een televisiezender een partner voor je laat uitzoeken in programma’s als  ‘Boer zoekt vrouw’ of ‘Blind getrouwd’? Nog verder gaan de kijkcijferzoekers om bestaande koppeltjes op een ‘Temptation island’ te droppen tussen strakke-tieten snollen en fors gebouwde bodybuildertypetjes, die als verleiders, op een paar wilde avonden, de boel uit elkaar moeten neuken. Hoe mediageil kan je zijn om aan zulke uitzendingen deel te nemen? Hoe krijg je de mensen zo gek? De kijkers die zich met zulke programma’s verkneukelen, zijn toch regelrechte ordinaire voyeurs? En op alle zenders klutsen, mixen, bakken en braden de kookgoeroes de klok rond.  Niet moeilijk dat de jeugd het stilaan voor bekeken houdt en lachend Netflix enz binnenhaalt. Enfin, ik wil maar zeggen, het gaat overal van kwaad naar erger: welkom in de kleutermaatschappij!   Sim, Costa del Silencio Tenerife   6 februari 2018 Helemaal niet blij met het televisie aanbod.                

Sim
10 0

#TATTOEDELOE

Als de passaatwinden hier weer over de Teide denderen en de palmbomen aan de Costa del Silencio heen en weer schudden, zodat de papegaaiennesten er bijna uitvallen, rijden wij altijd naar het meestal windstille, Los Cristanos of Playa de las Americas om op een terrasje mensjes te gaan kijken. Het is overduidelijk het ‘seniorenoverwinteringsseizoen’. Overal wandelen gebruinde grijze koppetjes. Buiten een paar dikbuikige Britse zonzoekers is het overgrote deel van de promenadewandelaars de gepensioneerdenkaap al ruim voorbij. Nu schuifelen meer dan 75 jarige piraten, antieke versies van de Jack Sparrow/Johnny Depp look alikes, met onder hun schipperspet zo’n uitgerafeld grijs staartje, de armen en benen volledig vol getatoeëerd met ankers, papegaaien en schepen, stapje per stapje voorbij. Naast hun lopen de zongedroogde oude besjes, met de aan één kant weggeschoren roze, blauwe en groengeverfde haren. Jullie lezen het goed! Roze, blauw en groen! Het purpergespoelde, gepermanente oude wijven kapseltje is volledig uit de mode. Wat later zie je deze, van chocoladebruin leder geworden dametjes, in monokini met reetveter tangaslip, zich met zonnebrandolie insmeren liefst met hun voorkant naar de wandeldijk gericht, zodat de wandelaar zich kan vergapen aan hun borstjes die permanent naar hun zandtenen wijzen. Ze laten zich dan neerzakken op het strandstoeltje naast hun man, die met een buik als de Mont Saint Michel op het ligbed ligt te ronken. En dan heb je nog die bende, het in de breedte uitgedijde Britse crapuulvolkje. Nu heb ik zelf geen strak afgetraind  mager lichaam meer, en een groot aantal vriendinnen heeft een senioren maatje meer, maar er is wel degelijk een groot verschil tussen wat overgang- en  oudere leeftijdsvet dat blijven vaststeken is en de obesitas kilo’s, die deze, meestal nog jonge mensen al met zich meeslepen. De meeste zijn jonge vrouwen of een iets oudere generatie, in de steek gelaten, waarschijnlijk alimentatieparasiterende ladies. Ze zijn moddervet en vol gekliederd met Chinese inkttekeningen. In vol ornaat waggelen ze over de promenade. Dit soort troela’s heeft blijkbaar nooit last van plaatsvervangende schaamte als ze zich zo in hun half blote flikker aan een restauranttafeltje, tussen de eters, laten neerploffen. Ze zijn misschien nog in de veronderstelling dat ze een Spaanse kelner kunnen versieren en ze roepen de mannen aan met: “Hé lovely boy, of handsome”. Ze kappen zich vol met English breakfast, halve liters bier, glazen sangria  en torenhoge smeltende ijsjes. Ze dragen veel te krappe shorts waarvan de rits steeds een stukje naar beneden open gekropen is en de knoop bovenaan op springen staat. Hun spaghettiband-shirtjes spannen dapper rond het vol gekraste fort. Soms lopen ze bijna half naakt tussen de wandelaars, met alleen een bikinibovenstukje dat amper de voorgevel bedekt. Ze pronken met een mini, minirokje, dat vooraan steeds naar beneden getrokken wordt. Je hoort en ziet de monsterbillen met roodmakende smetsmakken tegen elkaar wrijven. Naast hen loopt dan soms zo’n volledig T-shirtloos mannekesblad met een Nainggolan-kapsel wat verveeld rond te schuifelen. Heel deze uitmonstering is louter en alleen om, de anders in Engeland, volledig bedekte tatoeages nu eindelijk te kunnen showen. Voelt het ook niet een beetje als exhibitionisme, als bij de seks, van op zijn borst of armen steeds opnieuw die vier à vijf getatoeëerde kinderennamen je aanstaren. Wat gebeurt er dan, als je de naam van je geliefde op je armen, borst of rug liet in inkten en de romantiek plots overwaait? Laat je dan de boel weg laseren of vind je het wel kunnen dat je nieuw lief telkens bij een wipbeurt met je ex geconfronteerd wordt? Dat neukt tot niet prettig, denk ik dan maar. Dat de UK er nog steeds niet aan gedacht heeft om zo’n club vol getatoeëerde vette vrouwtjes naar het IS-front te sturen, de vijand ging gillend lopen, zonder ook maar één schot te hebben gelost. Als dan straks zo’n verloofde of man van zulk vol getekend mini nijlpaardje voor de rechtbank moet verschijnen omdat hij grensoverschrijdende smsjes stuurde en zijn hand op een strak lelieblank(leliewit moet men nu in Nederland schrijven en zeggen!) knietje van één of andere #Metoo secretaresse gelegd heeft en er zachtjes in geknepen heeft, moet zo’n rechter deze man dan niet begripvol vrijspreken? Ach ik denk dat dit jaar de meeste mannen niet meer reikhalzend uitkijken naar de Oscaruitreiking. Vorige jaren zag men de, toen nog niet tot het #metoo-besef gekomen, actrices half naakt over de rode loper schrijden. Doorkijkbloezen, met extra donkerbruin gekleurde tepels, die als gedroogde pruimen door de tule moesten piepen, waren bijna het verplichte uniform. Vrouwen met décoltées tot aan hun navel, die naargelang ze ronddraaiden, opbolden zodat je zonder veel problemen de linkse of de rechtse silicone borst tot aan de oksel zag heen en weer wiebelen. Actrices, met bovenaan zedig toe geknoopte lange jurken, met een split tot aan het middel, die in de juiste windrichting gingen paraderen, zodat één kant vrolijk opwaaierde, zodat ze eventjes vol geacteerde paniek hun onderbroekloze blote miejol lieten zien…Het zal dit jaar heel wat anders zijn! Alle carrière jaagsters en blauwtjeslopers gaan nu één voor één, in hoofdloze zwarte boerka’s een statement maken. Begrijp me goed, ook ik vind dat doorgedreven grensoverschrijdend gedrag dat zelfs tot verkrachting leidde, ontoelaatbaar is. Maar eerst je carrière horizontaal omhoog werken en dan nu je hersens pijnigen wie je alsnog na zo’n 20 à 30 jaar als mogelijk bijna seksueel overschrijder kan opvoeren, is een ware heksenjacht. Ik begrijp alleen niet goed waarom zo’n #metoo slachtoffer eerst twee à drie decennia wacht om de boel openbaar te maken?   Sim, Tattoeloos,  Costa del Silencio, Tenerife    28/1/2018  

Sim
28 1

OUVERTURE 1812

oen ik hier op Tenerife uit een Spaans wit huisje enkele flarden van een stuk van Tchaikovsky hoorde, moest ik onmiddellijk terugdenken aan mijn pa. Mijn vader hield van klassiek. Hij was een hardwerkende socialistische atheïstische plaatslager. Een ganse dag blutste hij onder voordurend gebonk  gedeukte auto’s uit. Maar als hij ’s avonds thuis kwam,  kon hij al zijn lawaaistress wegwerken met klassieke muziek. Van het moment dat de naald op de plaat neerdaalde, transformeerde hij in een armenzwiepende dirigent. Zijn lievelingsplaat was de Ouverture 1812 van Tchaikovsky. Een muzikale veldslag tussen Rusland en Frankrijk en die de uiteindelijke Russische overwinning op het leger van Napoleon vertelde. Telkens het meest opzwepende stuk zou beginnen riep hij: “Luister, luister, nu spelen ze de Marseillaise samen met Russische Volkslied en hoor je ze, hoor je de kanonnen?”  Telkens opnieuw, elke keer dat de elpee op de platendraaier gelegd werd, kwam de vraag: “Hoor je de kanonnen?”  Minstens één keer per week schalde de ouverture door de woonkamer. Tot ik, toen een 15 jarige tiener, op een dag gehaast de living in kwam hollen en mij wildenthousiast in de sofa liet neerploffen. Ik had niet gemerkt dat de platenhoes inclusief de Ouvertureplaat op de zetel lag, klaar om op platendraaier gelegd te worden. Krak, de ene helft van de elpee noemde nu 18, terwijl de andere helft 12 heette. Krak, en samen met de plaat dacht ik dat ik het hart van mijn vader hoorde breken. Zijn lievelingsplaat in stukken uit elkaar. Ik voelde me zo schuldig dat ik wel drie dagen aan een stuk  huilde en snufte. Van mijn zondag heb ik toen onmiddellijk een nieuwe uitgave van Tchaikovsky’s 1812 gekocht, maar het was niet meer hetzelfde. Mijn vader lachte mijn schuldgevoel weg en draaide vanaf dan de elpees van Im Weissen Rössl am Wolfgangsee, Het land van de glimlach, Doris Day en Nat King Cole grijs. Maar zelfs nadat mijn pa de revolutie van vinylplaten naar de eerste rechtopstaande bandopnemer met van die megagrote spoelen naar de kleine cassetterecordertjes had meegemaakt en hij voor zichzelf uitgemaakt had, dat zijn lievelingsliedje nu ‘Non rien de rien, van Edith Piaf’ was, bleef ik, waar ik ook in Europa was, in allerlei platenwinkels naar die unieke uitvoering van de Ouverture van 1812 zoeken. Op rommelmarkten in Amsterdam, in Londense muziekwinkels, in Franse supermarkten, zelfs op Spaanse tweedehands toestanden zocht ik tussen het toen slinkende vinylaanbod. Na een tijdje was hij in het bezit van 4 elpees, met 4 verschillende orkesten en 4 verschillende dirigenten, maar de kanonnen zwegen. Er was geen kanon meer te horen. En nu ik dit stukje neerschrijf en via het internet op onderzoek uitga, nu vind ik verdorie die lang gezochte uitvoering! Voor diegenen die het willen beluisteren. Dubbelklik op onderstaande youtube site, luister en denk daarbij aan een 40 jarige man, die als een hartstochtelijke dirigent te keer ging en het verhaal telkens weer vol overgave aan zijn dochter vertelde. En ergens onderweg, als je heel goed oplet, hoor je Pierre roepen: “Nu begint de veldslag, de kanonnen, hoor je de kanonnen!” Mijn pa stierf in 1988, nu zo’n 30 jaar geleden, amper 64 jaar. Ik mis hem nog steeds. https://youtu.be/VbxgYlcNxE8   Sim, 24.1.2018  Costa del Silencio Tenerife.    

Sim
14 0

BART DE WEVER MET SPOED NAAR ANTWERPS HOSPITAAL..

Woensdagavond werd de Antwerpse burgemeester Bart De Wever met spoed in het ziekenhuis opgenomen, want ………hij heeft zich een breuk gelachen! Als het Antwerpse stadhuis niet in renovatie was geweest, dan had het voltallige stadsbestuur nu schaterend, billenkletsend en buikvasthoudend van het lachen over de vloer van het schoon verdiep gerold. Na een ondoordachte laster van de Antwerpse Rode oppositievoorman naar het bestaand stadsbestuur en een redelijk tijd tussen hangen en wurgen scenario, explodeerde het karteltriootje Groen, rood en Beel, na amper een paar maanden. De rode pot verweet de ketel dat hij zwart zag…hm in dit opzicht een niet al te goede vergelijking, maar soit. De Antwerpse socialistist Tom begon, terwijl de regen neer gutste,  zo’n groot mogelijk put te graven, om zoveel mogelijk modder te creëren, maar kukkelde natuurlijk onmiddellijk in zijn eigen valkuil. Wie met vuur wil spelen en het vuur aan de lont houdt, kan door rechtse rukwinden zijn linkse pollen wel eens verbranden. Nu Tom voor de tweede maal in opspraak kwam, trok de groene Wouter Van Besien de stekker uit Samen en nam Tom ontslag uit de Spa en de nieuw opgerichte partij. En nu het allemaal uitkomt, roept Spa, dat er geen Scheiss am knikker is, want dat Meeuske zichzelf toch niet verrijkt had, hij was alleen een beetje creatief geweest met een financieel uit de hand gelopen volkfeestje bij de vervoermaatschappij De Lijn, waar hij toen nog directeur was. Zijn ontslag bij De Lijn werd met de mantel der liefde toegedekt en in alle talen verzwegen, maar is dan toch door één of andere klokkenluider in de media verschenen, met opgesplitste kopie facturen en al. In één televisie interview zei Tom wel tot driemaal toe, dat zijn gefoefel destijds bij De Lijn niet de reden was, dat hij zijn ontslag gaf bij Samen en als Spa leider, maar dat de fout bij diegene lag, die de fraude aan het licht had gebracht en dat er een heuse heksenjacht tegen zijn persoontje aan de gang was! Dus als zijn gesjoemel niet uitgekomen was, dan was alles pais en vree gebleven Begrijpen, wie begrijpen kan!  Wie met modder naar een tegenstander gooit, moet recht in zijn schoenen staan, want er zitten er natuurlijk zeker een paar op vinkenslag om de bal te retourneren! De Spa dame Caroline kopte nog in de krant, dat het nu maar eens gedaan moest zijn met dat moddergooien. De schat bedoelde het goed hoor, maar wie begon met het ‘boem, boem boemerang-pootjelap-moddergevecht’?    Dus ‘Samen’ werd woensdagavond ten grave gedragen . De groene hoofdman Van Besien is gezien! Terwijl Wouter al met een voet op het bordes van het stadhuis stond, werd zijn Antwerpse burgemeestersdroom door de rode ridder aan flarden geschoten.   Ondertussen aanvaardt Spa Tom’s ontslag niet en gaat voor zoveelste keer, de lichtbeschadigde socialistische politieke partij weer met de slogan ‘recht vooruit’ naar de Antwerpse burger! Het lijkt nu al sinds jaren op de processie van Echternacht, twee vooruit, één achteruit. Misschien dat Wouter Van Besien nu nog een kartel kan sluiten met de George Cloony, die opperdraaikont van de CD&V. Maar die kwam speciaal in het Antwerpse wonen om zelf dat burgemeesterslint over zijn hoofd te laten zakken. Spijtig voor de achterban van die ‘Samen’partij, die met goede ideeën en eventuele vernieuwingen klaarstond. De bedoeling was goed, lentegroen zelfs, maar de rode besjes vielen weer te vroeg van de struiken. De Wever ligt in een kramp; dat was werkelijk één cola zero waard. Bij de verkiezingen in oktober zullen de echte Antwerpenaren spreken! De vraag alleen is,  hoeveel echte Sinjoren zijn er nog?   P/S Gisteren zagen wij hier op de dijk van Los Cristianos, twee heupwiegende oudere dametjes rond waggelen. Ze droegen een T-shirt met de opdruk : TAKE  #METOO!!   Sim  Costa del Silencio  20/1/2018  

Sim
23 0

EEN COLA ZERO AUB...

Hoe is het mogelijk dat één respectloos politiek steekspelletje mijn romantische denkwereld over de Coca Cola reclame totaal kon verstoren. Met een slecht stukje amateurtoneel trachtte een rode partijvoorzitter van een Antwerpse slabakpartij het huidige stadsbestuur onderuit te halen.  Hij alludeerde dat de volledige bedrijfsleiding van het Antwerpse schoon verdiep, op uitnodiging, samen met een jarige bouwpromotor was gaan corruptietafelen. Er waren zelfs onder-de-gordel en privacyloze filmbeelden van kussende politici aan de ingang van het feestrestaurant gemaakt. De leden van het nieuwe opgerichte Antwerpse kartel kwaakten allemaal ‘Samen’ over ongeziene belangenvermenging.  Leuk was echter toen bleek dat de lastertong in kwestie zelf vrij nauwe banden met de vastgoedpromotor onderhield en zich de dag na de onthulling rode vingertjes WhatsAppte, om zijn ‘bouwpromotorvriendje’ te laten weten dat deze aanval niet persoonlijk bedoeld was en hoopte dat ze nadien liefst nog even goede maatjes konden blijven. Hij wou alleen eventjes de Antwerpse burgemeester, voor de volgende verkiezingen, een omkoopbaar randje aansmeren. Echt sneu voor de rode kapoen dat zijn achterbakse correspondentie uitkwam en als een echo in alle kranten en op televisie doorzinderde. Boem, boem, boemerang… De ene helft van het nieuwe samengestelde Antwerpse politiekgezinnetje werd rood van ergernis en de kersverse aanvoerder, die zich reeds als de nieuwe toekomstige burgemeester profileerde, kon met deze stommiteitvolle poging tot torpedering van het huidige bestuur, alleen maar heel groen lachen. Slapeloze nachten hield hij er aan over. De rode rakker werd op het groene matje geroepen. Er werd met hem een hartig woordje gesproken over de toekomst van de nieuwe geconstrueerde partij. Loopt de bekladder nu nog steeds met opgeheven hoofd rond in Antwerpen? Na heel de commotie, weet hij nu natuurlijk al lang hoe de doorsnee Antwerpenaar hem ziet en waar ze hem het liefst van al helemaal niet meer willen zien. En eens te meer is het gezegde: ‘Wie een put graaft voor een ander, komt nooit in het bestuur van het Antwerpse stadhuis!’ Dit was heel zeker een totaal verkeerde tactiek om te solliciteren naar een jobke op het Schoon Verdiep. Dus moest er snel een boetekleed aangetrokken worden. Maar zoals we reeds weten, wordt er door deze verlieslijdende partij, in beiden landsgedeeltes, alleen mea culpa geroepen, als hun gesjoemel, vriendjespolitiek en mandaatpakkerij aan het licht komt. Anders hoor je ze niet en blijven ze ongegeneerd en ongestoord met hun vingers in de vetpotten graaien. Maar wat heeft zo’n politiek gehakketak dan uiteindelijk te maken met mijn verstoorde romantische Coca Cola gedachtes en dagdromen? Vroeger zag ik, tijdens de reclame, een blond bloot bovenlijf mannelijk testosteron sixpack fotomodel, met een kratje Cola Light op zijn schouder het kantoor binnendwarrelen. Alle secretaresses werden vloeibaar achter hun computer en snakten onmiddellijk naar een dieetcolaatje. Vorig jaar schalde om het half uur de Italiaanse ‘come prima’ hit door de woonkamer om Coca Cola te promoten.  Twee hormonaal piekende tieners spurten zich de benen onder het lijf om zo snel mogelijk een colaatje naar de in de tuin werkende poolboy te brengen. En dan zag je hoe zo’n hevig zwetende zwembadkuisende halfgod zo’n ijskoel donkerbruin cola zerootje naar binnenklokte. En wat gebeurt er nu als ik aan Coca Cola denk, een Cola Light of Zero no sugar bestel?? Stoorzenders hinderen mijn visioenen van smakelijke sexy coladrinkende stoere binken en mijn fantasie wordt gehackt door de kop van een erg magere Bart De Wever.  De Antwerpse burgemeester, die verontwaardigd in alle media mededeelde, dat hij in het restaurant helemaal niet aan de mogelijk compromitterende feesttafel aanschoof, maar er alleen een Cola Zero dronk. De politiek is bedankt!   Sim, 9/12/2017    https://cornelissimone.blogspot.com          

Sim
0 0

ER ZIJN GEEN ZEKERHEDEN MEER IN HET LEVEN!

Wat is er toch gebeurd met het Roma-zigeunervolkje? Nog maar enkele jaren geleden trokken deze nomaden in karavaan, wonend in een caravan, gans Europa door. Aan de ingang van de supermarkten speelden ze ongevraagd accordeonmuziek en kregen meestal alleen van de purpergespoelde seniorenweduwvrouwtjes wat koperen centjes toegegooid. Je zag de zigeunervrouwen, die met de grote Mercedes op de hoeken van de winkelstraat of aan de uitgang van de metro afgezet werden, met slapende baby’s op de schoot, huilend bedelen. Terwijl jij, al winkelend voorbij wandelde en jij je afvroeg of die kindjes werkelijk zo ziek waren, waren de overige zigeuners en de iets wat grotere kinderen waarschijnlijk op het dievenpad op zoek naar loshangende koperdraad en oude licht dementerende vrouwtjes (zoals mijn eigen moeder meemaakte) waar ze zich met een smoesje binnen konden lullen om wat juwelen achterover te slaan. Ik wil niet veralgemenen, maar ik veronderstel niet dat ze van het accordeon spelen of bedelen met zijn allen konden leven… Telkens wanneer je rond 24 mei ergens in Zuid Frankrijk in de wijde omgeving van Les-Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue kampeerde, kreeg je van de kampeereigenaars de wijze raad alles supergoed achter slot en grendel te houden of je zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Alle campings, de dijk en de omgeving van les Saintes stonden vol witte kleine vrachtwagentjes, grote Mercedes- auto’s en megacaravans. Op die datum kwamen van einde en verre alle Roma- pelgrims bij elkaar om hun zwarte Madonna, de heilige Sara  en bij legende de twee Maria’s die aanwezig waren bij de dood van Jezus, te vereren. Deze twee laatsten zouden dan met een gammel bootje van Jeruzalem tot in de Camargue gesukkeld zijn…Onder gitaargetokkel, dragen zigeunermannen, behangen met dikke  gouden halskettingen met daaraan fonkelende Christelijke kruisen, dan vanuit de kerk in een processie de zwarte Sarah-pop en het duo Maria’s naar de zee. Tegelijkertijd bedelden de kleine smoezelige kindjes in de straten van Les Saintes en stroopten de vrouwen de straatjes af op zoek naar lichtgelovige slachtoffers. Zij vroegen aan de naïeve toeristen om een geldbriefje op hun hand te leggen en terwijl ze dan met wat blaasjes de toekomst voorspelden en hoe oud je waarschijnlijk zou worden, zaten de kinderen langs de andere kant in je handtas of pikten ze ongemerkt je portefeuille. Het achtste gebod: “Jij zult niet stelen”, is vermoedelijk niet in hun zigeunerbijbel opgenomen. Als je in die periode in Zuid Frankrijk op een camping stond en er in de omtrek rondrijzende zigeuners geannonceerd waren, dan kreeg de campinghouder slapeloze nachten omdat hij ’s nachts de boel extra moest observeren. Men mocht het kampeerterrein met prikkeldraad omringen, een bareel aanbrengen, de gracht rond de camping zo diep en zo breed maken als men wou, telkens opnieuw verdwenen er caravans die achteraan op de camping in de winterstalling stonden. Tegelijkertijd, als een dief in de nacht, roofden diefje en diefjesmaat, op de camping, bij hun aftocht, uit alle voortenten en bungalows alles wat maar los en vast zat. Campingzeteltjes, picknicktafels, badhanddoeken en kinderkleding veranderde van eigenaar, zelfs de koelkasten in de voortenten werden leeggehaald. Aangifte bij de lokale kustpolitie was tevergeefs, want die haalden alleen de schouders op. ‘Proces verbaal opmaken was onbegonnen werk! Niets aan te doen! ‘t Was een jaarlijks terugkerende plaag.’ Maar wat gebeurt er nu? In plaats dat die zigeunernomaden in een caravanoptocht rondzwerven en, zonder toelating van de boer, allerlei weides en akkers bezetten, kraken ze nu leuk alle leegstaande en onbewoonde eigendommen. De gratis all in formule is in, de caravanwoonst is out! De kans zit er in dat als je na enkele overwinteringmaanden naar je verlaten huisje of appartementje  terugkeert, er een roedel  gipsy kings in je bed slapen, je gas en elektriciteit opsouperen en met je servies, potten en pannen ‘kokenetentje’ spelen. Er is nu sinds vorige donderdag een nieuwe wet, die kraken strafbaar maakt, maar als eigenaar heb je nog steeds niets in de zigeunerpap te brokken. Je kan de politie bellen, maar als die vaststelt dat je eigendom gedurende een maand of drie onbewoond achtergelaten werd, dan kan of mag de arm der wet nog steeds niets ondernemen. Het binnengedrongen volkje krijgt bijgevolg nog een volle week om je boel af te breken en als je pech hebt gaan ze nog pro deo, op onze kosten in beroep tegen de uitzetting ook! Jij kan als eigenaar of bewoner van het adresje, in afwachting van de uitzetting, nog rustig ergens een maandje op eigen kosten op hotel gaan… Het zou zo simpel kunnen zijn! Politie bellen: ‘Hallo er zitten krakers in mijn huis.’ Of het nu Roma zijn of niet, aan hen het bewijs vragen of nagaan via de gemeente of ze op dit adres gedomicilieerd zijn. Het maakt toch niet uit of dit nu een leegstand of bewoond pand was. Als ik thuis in mijn bed lig en er komt een crapuulboefje binnen, dan heet dat een inbreker. Als ik niet zelf in mijn bedje lig, dan is het een kraker die we met alle sociale egards moeten behandelen…Als zulke nieuwe wet niet zo zielig in elkaar gestoken was, zou het om te lachen zijn. Eens kijken of minister van justitie Geens er mee zou kunnen lachen als zijn villaatje plots gekraakt zou blijken te zijn? Het is zelfs al zo ver dat eigenaars hun lege woning niet meer te koop durven zetten, want die annonce blijkt een aanzuigeffect op het krakervolkje te zijn. Indien dat geteisem geen domicilie kan bewijzen, dan moeten we alle mannen, vrouwen, zelfs diegenen die op het punt staan te bevallen en kinderen onmiddellijk oppakken, met het dievenkarreke naar een gesloten instelling afvoeren en hop terug naar eigen land repatriëren. Vermits Roemenië wel een Europees land is maar zich niet in de Schengenzone bevindt, moet het toch klaar en duidelijk zijn dat dit land voor zijn eigen burgers moet zorgen. En nu kunnen jullie zeggen, ze viseert een bepaalde doelgroep, maar buiten dat ons huis gekraakt werd, hebben wij alles zelf meegemaakt of gezien. Waar is de tijd dat de zigeuners nog met caravans rondtrokken??  Er zijn geen zekerheden meer in het leven!

Sim
28 0

herfst 1985 - perspectief van mama (opdracht 5 - sabine steels)

Herfst 1985   De indeling van het huis valt goed mee deze keer. Die ene helft van het kasteel is ruim voldoende en we horen de mensen van de andere helft bijna niet. “Vooral de living valt echt heel goed mee, met genoeg goede zetels voor iedereen en dan die grote haard” zeg ik in de deuropening tussen de living en de ruime eetkeuken sta. Jos doet de overschot van de pistolets en koffiekoeken terug in de zak. “Ja, en hij trekt ook echt goed” bevestigd jos. Tupje is al vroeg om pistolets gegaan. Zo anders dan Paulus, die denkt daar zelfs niet aan. We hadden een fijne nacht, hoewel ik wel doodop was van de lastige week. Ik hoop maar dat de medische raad me volgt in de beslissing rond Anne. Het is een risico maar ze zullen toch hun verstand gebruiken en hun persoonlijke relatie met haar aan de kant kunnen zetten? Ik kan me niet voorstellen dat ze er anders over gaan denken. “Piet en Anso, jullie ruimen af, en Roel en Jochen kunnen misschien deze ochtend afwassen, dan zijn jullie er al vanaf voor het weekend. En waar is de rest eigenlijk?” vraag ik terwijl ik de melk in de bijkeuken zet. “In de living, en Bik enzo zijn al buiten” roept Anso vlak achter me “ok, jongens, dan gaan we straks een fikse wandeling maken. Tupje, heb jij al een wandeling uitgestipeld? En waar is Paulus eigenlijk?” “Hij zit in de living te lezen” weet Roel. “Anso, kan je hem gaan zeggen dat we seffens gaan wandelen en dat hij zich moet beginnen aan te kleden. Zijn laarzen liggen nog in de auto. En dat hij dan ook mijn dikke jas uit de auto haalt.”   “Is iedereen klaar? Paulus, roep jij de kinderen buiten dat we gaan vertrekken? Waar heb je mijn jas gelegd?” “Je jas ligt daar op de stoel, zoetje” “Allez, Merci hein, Paulusje. Zo fijn dat je zo goed voor mij zorgt” zeg ik met enige ironie in mijn stem en ik geef hem een welgemikte zoen op zijn mond, waarop hij monkellacht en de deur uit gaat.  “Wacht jij nog op ons Binne? Dan gaan wij alvast door” vraag ik aan Paulus. Heerlijk dat het weer zo goed meezit, en dat het bos vlak aan het kasteel begint, de kleuren zijn zo intens. Ik haak mijn arm in bij Jos, en aan de andere kant komt mijn oudste dochter me vervoegen. Annick loopt net achter ons met Roel en Jochen aan haar zijde. Zo heb ik het graag, mijn lang leven. Allemaal samen. “Ik zag dat je ‘Liefde in tijden van Cholera’ meehebt, snoepje. Ben je er al in begonnen?” vraag ik over mijn schouder aan Annick. “Neen, ik heb hem mee om er dit weekend in te starten. Ik was niet helemaal overtuigd van zijnntwee vorige, maar nu wil ik hem toch een nieuwe kans geven met die Nobelprijs.” “Ik lees hem wel heel graag. Het is zo intens en ik denk ook wel dat er wat Zuid-Amerikaans bloed door mijn aderen stroomt ” zeg ik haar. Ik zie Tupje knikken. “Misschien moeten we, naast die paté en kaas die we hebben voorzien voor straks, ook een omelet voor de kinderen voorzien? Wat denk je, Tupje? Zijn er genoeg eieren? mmmm, en een lekker bruin bier straks. Wie moest dat meebrengen?”  ik probeer even door mijn lijstje te lopen want ik heb zelf de taakverdeling opgesteld, dus ik zou moeten weten wie het bier mee heeft gebracht. Maar ik kom er niet meteen op. Ik zie de kleinsten boven op de berm lopen. Ze zijn zo flink altijd, maar nu worde ze moe. “Hoever is het nog, Jos? Is het nog haalbaar voor de kleinsten want we zijn al een hele tijd onderweg.” Ik vertraag het tempo en af en toe stoppen we zodat de hele groep kan aanhaken. De grote jongens lopen al voorop. Paulus is ver achter, met Bine op zijn schouders. Die zullen straks wel een dutje doen in de zetel.   Koeken troef samen met Tom. Tom is niet slecht in wiezen, maar samen met Piet te choleriek. Altijd zo’n heftigheid bij die jongens. Dan is het een zegen om door meisjes omringd te zijn. Daar is er eentje. “Kom maar lekker op mijn schootje. Ik ga met Tom acht slagen koeken troef.” Bine volgt elke slag en af en toe pikt ze een hoopje op om beter te onthouden welke kaarten er al gevallen zijn. Misschien moet ik straks met haar een rondje spelen. “Pak die kastanje maar uit het vuur, maar let op dat er geen spetters op je broekkousen komen, want dat gaat pijn doen”, waarschuw ik haar. De laatste slag is ook voor ons. We winnen met één slag over. Bine is intussen weggeglipt. Naar boven waarschijnlijk. “Doen we nog een laatste ronde? En dan misschien allemaal naar boven? Het is een lange dag geweest en morgen vieren we Bine haar verjaardag, dan moeten we fris zijn.” Snoepje en Paulus hoor ik bevestigend mompelen. Ze is begonnen in haar boek, zie ik. Mijn man leest een of ander wetenschappelijk werk. Ik versta niet hoe hij na zo’n dag nog fris genoeg kan zijn om daar iets van over te houden. “Heb jij die taart nu besteld vanochtend in de bakker, Tupje?” pols ik nog even. “Ja hoor, met aardbeien en slagroom. Ik mag hem morgen tegelijk met de pistolets oppikken. 60 pistolets.”   Wanneer we boven komen, heerst de avonddrukte van pyama’s en tandenpoetsen. De matras in onze kamer is weg. “Anso, ga je niet meer hier slapen?” “Neen mama, ik heb hier nog een plek gevonden bij de rest, hier is plaats genoeg, dat is gezelliger.” Ik kus iedereen slaapwel en zet me op de rand van het bed. Ik heb nog een stukje chocolade en een vol glas rode wijn mee. Het lezen zal van korte duur zijn. Ik ben doodop.

Sabine Steels
0 0

Opdracht 4 – Seks

Nota’s Het aantal bladzijden beperken, was voor mij erg moeilijk. Ik heb er , in Cambria, lettergrootte 12, een elftal geschreven. Tenminste: ik heb er elf bijeengebracht. Op en deel daarvan heb ik al feedback gekregen in vroegere cursussen van Erik en Mieke: jullie feedback erop zal dus meer dan welkom zijn. Maar misschien zitten jullie wel krap in de tijd. Dan zal ik al heel blij zijn met feedback op de nieuwe of zwaar herwerkte scènes. In Cambria grootte 12 zijn dat de bladzijden 1tot 3 ‘(eerste deel, tot na de ‘kale dialoog’) en blz 5 en 6 (één scène verder dan het eerste deel: ‘Een week verder…’, tot en met ‘…ik zal het proberen’, na de drie sterretjes. Van blz. 6 tot 11 is dus al eerder gefeedbacked. Ik voeg hem er wel bij: hij is essentieel voor wat ik schrijf. Hier gaan we dan. De computer doet soms gekke dingen bij de lay-out…       Seks. Ja. Seks. Natuurlijk zou ik daar mee kunnen beginnen. Wat een bres er in die jaren zestig is geslagen in onze manier van elkaar bekijken, beluisteren, strelen, naar elkaar te verlangen, te vrijen. Hoe je vòòr die dijkbreuk bij overtreding van wat mocht niet mocht, je zonder slag of stoot werd buiten gebonjourd.   Zoals dat klasmaatje dat al een tijdje de binders van haar lichtblauwe geruite schort los liet hangen. Ze vond dit mooier, zeker? Wisten wij veel. Op een dag kwam ze niet meer naar school. Haar schriften en haar boeken werden weggehaald. Er werd van hogerhand geen commentaar gegeven. Van school veranderd, dachten we. Of was ze  verhuisd, woonde ze te ver om nog in `t stad te geraken? Later hoorden we het van elkaar: ze was in verwachting. Over en out. Ze bestond niet meer.   Als een lichte zomerregen begon de pil in het sociale weefsel door te dringen. Maar paus Paulus de zesde, de pillenpaus, proclameerde voor de hele wereld (dat dacht hij, dat dachten wij toen nog): het condoom, de pil: verboden!   Op de proclamatie aan het einde van het schooljaar, zongen wij, leerlingen van het laatste jaar klassieke humaniora, in uniform, op het podium, gniffelend, dat we een jeugd van maagden wilden zijn. We dansten rock-‘n-rol.               Maar is dit de juiste weg? Moet ik het – nu al – moet ik het met jullie, voor jullie, al hebben over die seks-tant? Er is in de sixties en de seventies zoveel gebeurd. Belangrijker? Who knows. Maar vooral: het gaat hier niet over wat IK wil of wat JIJ graag zou weten. Het gaat over ZIJ. Hoe laveerde ZIJ door die jaren? Waarvoor liep ZIJ te hoop? Ik sluit de ogen en ik weet het weer. Duidelijker dan toen. De tijd geeft mij begrijpen, toont mij het hele schilderij: de jaren zestig, zeventig. En ZIJ. Toen.                                                              * * *   Toen registreerde ze sommige dingen en klasseerde ze zonder meer op de zolder van haar geheugen. Ze voelde dat het belangrijk was, ongewoon.  Ze plakte er geen naam op, zag niet waar het naartoe ging. Maar het was er. Het hing in de  lucht, lag te wachten in de platenbakken van de mediatheek –wat een uitvinding- thuis keek het je aan op het televisiescherm, of vanaf de nieuwe zetels in skandinavisch design.  De Amerikanen stemden de jongste verkozen president ooit het Witte Huis binnen, ze briesten bij het zicht van Cuba, Fidel Castro, Che Guevara, kwamen massaal aangezet in Zuid-Vietnam. Er ging bij haar geen licht op.      De Congolezen dansten het triomfantelijk, jaren geleden al: ‘Indépendance, chachacha! Indépendance, chachacha!’. Er werd door de volwassenen met interesse over het fenomeen  gesproken. Maar zij was nog te jong, toen. Nu, aan de unief,  kwam ze het tegen in de boeken van Sartre, van Camus, Simone de Beauvoir. Het zwierf rond, het werkte. Het deed met haar zoals Vietnam deed met de USA. Het kwam haar leven binnen, verspreidde zich onderhuids, oncontroleerbaar, verstoorde waar ze mee bezig was, bepaalde op de duur naar welke fuiven ze ging, hoe ze zich kleedde, zich coiffeerde, waarover ze praatte, waar ze winkelde, welke vrienden ze zag.   En dan was er dat incident. Een bijeenkomst van studenten over de politiek van Noord Amerika in Zuidoost Azië. De Amerikaanse ambassadeur nam het woord. Iedereen luisterde, geïnteresseerd. En opeens, van tussen de studenten, was er de stem van een vrouw die luid een verhaal riep over napalm, ontbladering, bommentapijten. Twee forse mannen verschenen vanuit nergens. Ze tilden de vrouw op,  droegen haar buiten. Ze riep verder. 1966. Een vergadering in een studentenclub. Ze begon het zich te realiseren.   En toen was er de kwestie Leuven Vlaams. ‘Wàlen buìten! Wàlen Buìten!’. De stemmen van duizenden studenten botsten tegen de gevels van de statige gebouwen. De gevestigde machten gingen overstag: de boeken van de grote bibliotheek werden in twee gedeeld, de walen verhuisden naar Louvain - la Neuve! Met Bob Dylan en Boudewijn De Groot zongen we triomfantelijk :        Kom vaders en moeders, kom hier en hoor toe. Wij zijn jullie praatjes en wetten zo moe. Je zoons en je dochters die haten gezag, je moraal die verveelt ons al tijden. En vlieg op als de wereld van nu je niet mag, want er komen andere tijden.   De streep is getrokken, de vloek is gelegd op alles wat vals is en krom en onecht. Jullie mooie verleden was bloedig en laks. Wij zullen die fouten vermijden. En de man bovenaan is de laagste van straks, want er komen andere tijden.     Er werd gedacht, gediscussieerd, het broedde. Maar nergens schreeuwde het al op een muur: ‘DE VERBEELDING AAN DE MACHT’. Nog nergens was het mei ’68.                                                  * * *         Nee! NEE! En nog eens NEE! Mei 68! Ik voel het al komen. De oorlogen, wereldwijd, de flower powerbeweging, het anti-autoritaire denken: de Grote Principes van Deze Tijd. Ik wil het er hier niet over hebben.  Daar werden al zoveel woorden aan verkwist, soms ben ik het zat. Het gaat hier om een autobiografie! En trouwens, een overzicht over die oorlogen en zo, dat is fout: dat is een opsomming. En opsommingen kùnnen niet. Dat leest te moeilijk. En het is te abstract. Wablief, te ABSTRAKT? Een meisje, negen jaar oud, naakt,  schreeuwend, zonder vader, zonder moeder, dat vlucht uit haar dorp dat met napalm werd bestookt, bommen die een wijk in de stad van het ene moment op het andere in een hel veranderen, honderden doden. Te abstract? De campings in de Haute Provence, die in de zomer her en der enthousiast uit de grond schieten, waar mannen ongegeneerd hun edelste delen blootgeven, vrouwen op de place publique vrolijk hun kinderen de borst geven; die zorgvuldig hun schaamhaar, hun oksel-en hoofdhaar coifferen. Te abstract?               Nee, dus. Maar toch: dat is geen autobiografie. Mijn protagonist, mijn hoofdpersoon, ziet nog niet de grote lijnen, kan wat er gebeurt nog niet in abstracte woorden vatten. Ze kan het nog niet beseffen. Ze zit in het tweede jaar unief. Ze studeert graag. Ze heeft een warme thuis. Ze is gelukkig. Ze is naïef. Wat zeggen ze, die studenten op de achterste rij?   * * *.   Trouwens, wat zit dat meiske daar te doen? Welk meiske? Die por daar, op de tweede rij. Ja zeg, zeveraar! Er zijn maar twee rijen porren: de twee voorste. Ik vraag me af: zouden die nu nooit eens goesting hebben om mee hierboven bij ons, op de tweeëntwintigste rij te komen zitten? Dan hebben ze tenminste een overzicht. En wij interessante compagnie. Veel gezelliger, toch? Enfin. Wie bedoelt ge nu eigenlijk? Hewel, die por daar met dat bruin haar en die groengrijze ogen. Ah, die! Een toffe griet, hé man. De Soi zegt dat ze op Audrey Hepburn trekt. Dat zal de Soi wel zeggen over -en liever nog aan- de helft van alle porren hier in Leuven. Die meiskeszot! Zie ze in de weer zijn met haar cursus! Die wil er werk van maken, hé. Ze zou beter haar best doen om een lief aan de haak te slagen. Ze gaat nog altijd met niemand. En ons vader zegt, dat meiskes enkel en alleen naar de unief komen, om een goede partij te vinden… Wat zou ze studeren? Rechten? Psychologie? Weet ik veel. Maar als ge er zo curieus naar zijt, waarom vraagt ge het haar niet zelf? Schrik, manneke? Durft ons Kareltje niet? Nee, zeg. Maar ik heb gehoord dat ze zo serieus is. Ze gaat nooit op de lappen. En als ze al eens naar een thee dansant gaat, is het samen met die vriendinnen van haar: niet gemakkelijk om er u tussen te wringen. Nochtans, Kareltje, nochtans… ze zit op het eerste meisjeskot hier in Leuven zonder kotbaas of kotmadam! Negen porren, hun eigen baas! Als ge daar een voet in huis zoudt krijgen… Laat het uit, zeg! Véél te serieus voor mij! Als ze uit gaat, is het naar het theater of naar een concert. Of naar die mannen van de kleinkunst. Naar Louis Verbeek. Of die zanger, Miel Cools. Of Hugo Raspoet, … Ge weet toch dat Hugo Raspoet verleden week ladderzat in de grote aula op het podium stond? De aula zat vol – uw vlam daar was er ook, ik heb ze gezien. Ge zoudt u voor minder een stuk in uw kraag drinken als ge moet staan zingen voor zo’n vijfhonderd man… Maar die Audrey Hepburn hé, die zit elke week in den Bellarmino. Dat is dat studentencentrum van de Jezuïeten. Ze gaat daar naar een vergadering, gesprekken over onderontwikkelde landen, allez, de missies. Hebben ze mij verteld. Ziet ge mij al zitten? ’t Is spijtig, het is een toffe griet, zo te zien. Maar ik ga ‘s avonds toch liever een pintje pakken in den Boule d’Or. …                                                              * * *               Daar gaat ze… En het is weer hetzelfde. Schrijven is tricky voor mij. Ik weet niet altijd klaar en duidelijk het onderscheid te maken tussen ik en zij. Schrijven neemt me mee naar schemerplaatsen in mezelf, naar gedachten, naar gevoelens, die er wellicht altijd al waren maar waar ik nog nooit zo scherp mee geconfronteerd ben geweest. Laat ik hààr nu maar volgen. Laat ik hààr aan het woord. Dan kan ik mezelf vergeten… Zo was ze dus.                                                              * * *            ‘Het is het licht - denkt ze - dit schemerlicht. Alles is er in verzopen.’ En ze stapt het lome weer in van late warme lentedagen. Zalig, hoe ze zomaar, zonder jasje, zomaar, in haar jurk, met blote armen, met blote benen door de stad kan wandelen, denkend, voelend, bijna blindelings, bijna op de tast.    Prachtig toch, waar ze daarjuist weer over discussieerden. Dat alle mensen gelijk zijn. Dat je zelf toch wéét dat je het beste voorhebt met de andere. Je buurman ook. Dat hij zou reageren als jij, tenminste, als hij voldoende vertrouwen had. Maar dat ons eeuwen en eeuwenlang werd aangeleerd en ingepompt dat een mens zelfzuchtig is, een wolf voor de medemens. En dat we dus wantrouwig zijn tegenover elkaar en agressief. Dat we niet beter weten.   Maar het zou anders worden. Wij, beloofden ze aan elkaar – en aan de Jezuïet die hun gespreksgroep begeleidde – wij zullen hier mee breken. We zullen Anders GAan LEVen. Kiezen voor de liefde. Love and Peace, zoals in America. Saaie conventies, verstarde instituten: ze zullen ons leven niet langer beheersen. Geen oorlog meer, geen legerdienst. Burgerdienst. Of helpen in ontwikkelingslanden. Geen sprake meer van onderontwikkelde gebieden. Niet domineren, houden van alle mensen, zonder onderscheid van rang of stand of kleur. Hoe ze hier stapt… Ik ben gelukkig, denkt ze. Ik heb geluk gehad, langs alle kanten. Met thuis, in het algemeen, toch. Met de vrienden van de jeugdbeweging. Met de vrienden hier. En ze geniet. Van elke stap. Van het geroezemoes op de caféterrasjes. Van het gelach uit de open ramen van de studentenhuizen. Van het idee dat god liefde is en dat Alle Menschen Brüder werden.   Het is nu echt donker. En fris. Ze rilt. Het loopt door haar hoofd wat haar doopmeter haar verleden zaterdag vroeg: ‘Heb je er al eens over nagedacht, Frida, wat je voor jezélf zou willen? Zonder al die sukkelaars die je zou willen helpen en die je zullen opeten? Je gaat toch niet naar ’t klooster gaan, zeker? Je wordt toch geen non? Nee. Gelukkig. Hewel, wie wil je dan zijn, binnen, pakweg, tien jaar?’. Zo was ze, die meter, ze nam geen blad voor de mond. Zeker niet als haar moeder er niet bij was. Ze heeft er over nagedacht de voorbije dagen, jawel. En het antwoord is: nee. Ze weet het niet. Zijzelf? Wat ze wil worden? Wie zal het zeggen? Wìl ze iets worden, gewoon, voor zichzelf? Verrek! Het was zo’n volmaakte dag. En nu loopt ze weer te  piekeren! Wat waren die prachtige verzen van Goethe weer? Über alle Gipfeln gibt’s Ruhe... denkt ze. En ook, met zoet verdriet, als bij liederen van Schubert, nocturnes van Chopin, dat haar vriendinnen nu bijna allemaal met een lief rondlopen en zij niet  en dat ze zo alleen is en zou ze ooit...                                                                * * *   Een week later. Nee, nog geen week later staat ze op de hoek van de straat van het museum en het zonnige plein voor de bibliotheek.  Alles gaat zijn normale gang: wandelaars, fietsers, auto’s, duiven. Ze wacht. In de schone maand van mei, jochei! Ze wacht. Verrukt. Opgetogen. Ze wacht op HEM! Op de student waarvan ze deze morgen een brief heeft gekregen.   Ik heb je lief - had hij geschreven. Ik heb je lief met alle verwarring die daar normaal blijkt bij te passen. Verwarring waaruit ik alleen toch niet kan komen. Conclusie: jij zult er mij moeten uit helpen. Verontschuldig mij voor dit bevel: ik zie me tenslotte verplicht jou voor het dilemma te plaatsen waarvoor ik zelf sta.   De eenvoudigste manier om mij te bereiken, is te bellen naar het nummer 28 83 52. Jouw zwijgen is mij een teken, evenveel waard als je spreken.   Ze kende hem van de vergaderingen over ontwikkelingslanden, over het engagement van christenen in deze tijd. Ze vond hem toen, nee, ze dacht toen, nee, ze vond, nee, ze voelde zich, nee, ze dacht dat dàt een man was, ja, daar zou ze, hij was, hij had iets voornaams, nee, niet iets deftigs, hij was iemand interessant, hij had een lage, zware stem die verstandige dingen zegde, hij maakte indruk maar hij was helemaal geen Streber, met zò iemand, op zò iemand zou ze verliefd kunnen worden. Het stak de kop op maar ze sabelde het dadelijk, genadeloos neer – haar moeder… Maar nu had hij die brief geschreven en ze was dadelijk  himmelhoch jaugzend  en ze hadden een afspraak gemaakt om dit uur en op deze plaats . En daar stond ze en de lucht is blauw en ik hou van jou en boordevol verwachting en hoezo hij was er niet hoezo hij is te laat iedereen kan wel eens te laat komen dat is toch geen ramp en de lucht is blauw en ik hou van jou en zie nu toch die duiven hoe gulzig en schrokkerig en de lucht is blauw en ghequetst ben ic van binnen en hij is al zoveel te laat en het zal toch geen grap en ghequetst ben ic van binnen ghequetst so lanc so meer en de lucht is blauw en schrokkerig en daar is Jos op de fiets, hij heeft zijn zwarte jezuïetentoga met fietsspelden vastgeklemd, hij komt zeker weer van één of andere vergadering over ontwikkelingslanden en       ‘Frida, alles goed?’ ‘Dag Jos. Ja, dank u. Ik sta hier te wachten op iemand. Maar hij is een beetje laat. Nu toch al een kwartier. En…’ ‘Frida, jij bent toch niet op Joris aan ’t wachten?’ ‘Jawel. Hoe…’ ‘Snel. Ik ga hem halen. Ik heb hem juist nog gesproken. Hij staat een straat verder te wachten. Ook op iemand. Op jou, dus. Ik ga hem verwittigen dat jij hier staat.’   Jos stapt op de fiets en crost weg. En zij wacht opnieuw verblijd en Ic en kan gerusten dach noch nachte en ze grinnikt ze lacht opgelucht en daar is Joris daarkomt HIJ, ze lopen naar elkaar toe en gooien zich in elkaars armen en de voorbijgangers glimlachen en het licht omstrengelt hen als klimop de bomen en ze lachen hij verontschuldigt zich hij heeft zich van straatnaam vergist en ze plaagt hem hij hoeft zich niet te verontschuldigen maar nu heeft ze levenslang permissie om te laat te komen op afspraken met hem en zijn handen strelen haar haren en die blauwe ogen achter die donkere bril zijn zware lippen op de hare en ze zoenen en dat is ambrosia wat vloeit mij aan uw schedelveld is koelder maan en alle appels blozen…                                                       * * * Maar, toch, ik, toen... Frida. Als je dan toch Klärchens Lied van Goethe citeert: het is wel ‘ himmelhoch jaugzend, zum tode bedrucht’. Je bent het tweede deel vergeten! En waarom voeg je er dan niet dadelijk het volgende fragment aan toe, waar de moeder van Klärchen, het meisje dat die liefdeswoorden spreekt, haar dochter met twee voeten op de grond wil zetten en haar antwoordt "Lass das Heiopopeio!". Hoe naïef was je, Frida, hoe onschuldig, hoe onvoorbereid. Ondanks alle cursussen sociale leer van de kerk en sociologie en politieke en sociale filosofieën en ethiek van de pers aan de universiteit, boeken en schriften vol. Hoe je in het kokende bad van de verre wereld werd gegooid – hoe je jezelf er hebt ingesmeten – samen met dat lang stuk halve Jezuïet van je, waar je tot over je oren verliefd op was. Hoe je het dramatische ongeval met de wagen overleefde (HIJ was de bestuurder, het was ZIJN wagen!). Hoe je amper de tijd kreeg om te ademen voordat je, hals over kop, twee dagen nadat je was getrouwd, bent vertrokken naar Colombia, Zuid-Amerika: vierentwintig uur (?) met het vliegtuig onderweg naar dat passionerende, schokkende stuk van de wereld. Een jonge bruid. Je was nog niet eens bekomen van je gebroken nek…je mocht nog maar sinds een paar maanden zonder halsprothese  rondlopen… Tant pis. Ik heb beslist dat ik dit zou schrijven. Ik doe het. Ik beschrijf Frida, toen. Tenminste, ik zal het proberen…                                                    * * *   Ginder is Frida een gringa. De meeste mensen denken in het begin dat ze uit de USA komt. Want ze is lang,  met grijsgroene ogen en bruin haar. ‘Gringa’ is hier niet onverdacht een eretitel. Ze legt dus altijd uit dat ze uit Europa komt. Uit België. België, waar ligt dat, vragen de mensen. Ambérres – probeert ze dan – Brusélas. Maar dat slaat zelden aan. Ze moet er Frankrijk bijhalen, Parijs, Duitsland, de Noordzee, Engeland, Londen... Ah, zo! Europa! Bolivar! De onafhankelijkheid!.. Vanaf dan is ze geen gringa meer. Maar donja Frida. Of doctora. Of meer liefkozend: monita. Blondje: alles wat niet ravenzwart is, hoogste graad van schoonheid.   Ze heeft nagedacht  over wat ze gaat aantrekken. Jeans en laarzen. Want ze heeft schrik voor de vuiligheid, de modder, de mest, de vliegen, de luizen, de graatmagere  honden, de groezelige handen, de ziektes die in de toegoerios krioelen.   Ze zal haar regenlaarzen aandoen en de beige hemdsbloes met lange mouwen, die tot bovenaan goed sluit.  Ze is er bijna zeker van dat ze met vlooien thuis zal komen. Geen luizen. Ze heeft nooit luizen. Ze doet haar ruana niet aan. De hare is van soepele wol: dat trekt teveel de vlooien en is moeilijk te wassen. Ze draagt een trui: deze maand regent het iedere dag driftig één, twee uur lang. Dan is de zon er terug. Maar even kan het koud zijn, op 2 700 meter hoogte:  het is hier winter deze maand   Ze gaat  mee met een vriendin: Leticia. Leticia is ouder dan Frida – tenminste, dat denkt Frida toch. Ze komt uit een welstellende familie. Ze is sociale assistente bij de Bjenestar Familial. ‘ ‘De senorita’ noemen de mensen haar. Ze werkt in deze miljoenenstad met de onderklasse van de allerarmsten: de 12 000 straatkinderen jonger dan tien jaar - de  gamines. Ze zijn weggelopen van huis, weggejaagd, het zijn weeskinderen, ze waren teveel, ze werden aan de deur gezet, weggeslagen, op een marktplein achtergelaten. Ze overleven en sterven op straat. Zoals bijna alle kleine mensen, draagt Leticia altijd een roeana van ongebleekte, stroeve wol. Zij is van hier.     Ze gaat op huisbezoek  bij een familie in de krottenwijken, die aan de rand van de stad tegen de geërodeerde bergwand zijn gebouwd? aan elkaar gesjord? getimmerd? met leem aan elkaar geplakt? De twee oudste kinderen, de jongens, acht en zes jaar,  zijn gamines. De twee meisjes, ééntje van drie jaar en ééntje van acht maanden, hangen nog letterlijk aan hun  moeders’ rokken.  Leticia gaat praten met de man en de vrouw: de man heeft de vrouw weer afgeslagen. Haar jongens zijn het komen zeggen.    Ze gaat mee met de sociale assistente. Ze heeft schrik van armoede. Ze heeft schrik van de stank, haar maag draait er van om; ze heeft schrik van dieven; ze heeft schrik van graaiende handen op de bus, die in het ijle zweven, die aan geen lichaam schijnen toe te horen en portefeuilles stelen; ze heeft schrik van lange, gele nagels aan gekromde vingers, die te dicht bij haar polsen komen; ze heeft schrik van niet- zichtbare messen onder poncho’s en ruana’s; ze heeft schrik van veel volk samen; ze heeft schrik van wat mensen doen als ze wanhopig zijn. Maar anderhalf jaar nadat ze hier is aangekomen, wil ze meegaan.   Nu. Nu ze de taal een beetje kent, nu ze verstaat wat er gezegd wordt, nu ze heeft geleerd hoe mensen elkaar hier begroeten, nu ze soms al voelt wanneer ze kan praten en wanneer ze beter zwijgt, nu ze niet meer panikeert als er ratten over de weg lopen, nu ze het verhaal kent van dit land van orchideeën, van anjers, van kolibri’s, arenden, caymanes, papegaaien, van anaconda’s, van koeien, muilezels en paarden, van lulo’s, papayas, aguacates en mango’s, van granaatappelen, van chirimoyas en guayabas, van appelsienen, limoenen, pruimen, kersen en bananen; van jasmijn, mimosa, palmbomen, bouguinvilleas, van katoen- en koffieplantages;  van eindeloze,  gelige vlaktes in de hoge paramos, van de besneeuwde bergtoppen in de Sierra Nevada, van  de eeuwiggroene bergketens van de Andes, van witte stranden aan een  helderblauwe oceaan, van broeierige wouden, van okerkleurige rivieren, van smaragden, van goud, van irridium en olievelden,   nu ze zonder nadenken het verschil kan voelen tussen een cumbia, een san juan, tussen porro, paseito, merengue, gaita,  bambuco, chorope, patacore; nu ze de sensuele verleiding kent van sierlijk geheven armen, lage schouders, wiegende heupen,  die iedere stramme westerling in het begin jaloers, gegeneerd weg doen kijken; nu ze ook de afgebeulde mensen verstaat, de geëngageerde doeners, denkers en artiesten, de familienamen weet van de herodiaanse grootgrondbezitters, machtig als despoten, nu ze ook daarin een onderscheid kan maken,   nu ze het weet van de vuiligheid, van het klagende geroep van bedelaars, van de stompjes armen en benen die plots onder haar neus worden geduwd, van het gebonk van lichamen van mensen die in doodse stilte vechten met elkaar; nu ze het weet van de knallen die ’s nachts door de bergen galmen dat het geen vuurwerk is, maar schoten van pistolen en geweren; nu ze het weet in welke bario’s en op welk uur van de dag  ze hoe met wie naar toe kan gaan; nu ze weet wat je moet doen opdat je hart niet zou breken als je ze ziet, de haveloze groepjes opdringerig bedelende kinderen; nu ze gewoon is geraakt aan politiemensen met mitrailletten in aanslag in het midden van de stad; nu ze de droefheid kan verdragen en de haat in de ogen van de mensen kan verstaan; nu ze er klaar voor is, nu wil ze mee. Ze wil het. Ze wil het weten. Ze wil het met eigen ogen zien.   Ze rijden met de bus de berg op zover het kan. Daarna stappen ze op platgetrapte grond, een smalle holle weg voor voetgangers, muilezels en stromend modderwater: se hace camino al andar – denkt ze grimmig.  Ze ziet geen vuiligheid. Ze ziet de grond, wat moet doorgaan voor de muren van de krotten, de golfplaten die bij de gelukkigen dienst doen als daken. Ze ziet niet veel beweging. Ze ziet wat haar vriendin een huis noemt: muren gemaakt van grote platgeslagen benzineblikken, van vermolmde planken, stukken karton en vele gaten, rond een vierkant van drie meter op drie aangestampte grond. Een aarden pot op een paar stenen voor een vuur dat zelden brandt. En overal grond en vuil en grauw. En de moeder.   De indianenvrouw heeft een groezelig vod rond het hoofd gebonden, als iemand met een zere tand in een oud stripverhaal. Ze staat daar niets te zeggen bijna zich te verontschuldigen dat ze bestaat ze staat. Bijna is ze een boom bijna bewegen haar lippen niet bijna vluchten de woorden weg nog voor de lucht hen kan beroeren/ ze zich met lucht vermengen bijna beklagen zich tanden en tong dat er toch woorden worden gevormd en het verhaal toch wordt verteld van een man die geen werk heeft en geen eten voor zijn kinderen die doet wat alle mannen doen hier in de buurt om niet te zien hoe zwart die elke dag de vrouw de kinderen schopt en slaat als ze ‘honger’ durven denken die met de andere mannen zuipt die niet te spreken is hij kan niet spreken hij kan alleen willen vergeten.    En als ze ziet dat hij stomdronken is en wild en dat zijn ogen gloeien jammert ze vanuit verre tijden het onderdrukte klagen van haar onteerde volk triestig triestig het geluid van een gekwetste duif van een kat op zoek naar haar verdronken jongen van een afgeranselde hond van wind in een verlaten huis.  Het maakt hem razend dat zij hem ziet en weet hij kan niet spreken hij heeft geen macht hij rukt een plank los van de muur en slaat wat hij hoort tot stilte -   maar het gilt het gilt en er loopt bloed over de vrouw en ze heft de baby naar hem op en de baby krijst en hun kleine meisje staat voor de moeder ze houdt zich aan  haar rokken vast en hij gooit de plank met de bebloede nagels van zich af en hij zwalpt weg en het verhaal zwalpt weg het is beschaamd het is vernederd het is angstig het valt stil. Ze jankt nu voor zichzelf alleen. Ze wiegt de baby in haar armen. ‘Padresito’ noemt ze de man terwijl het bloed nog verder druppelt.   Ze scheurt een reep van een stuk stof en legt ze op de wonde, draait ze een paar keer rond haar hoofd. Ze zet zich doodmoe op het bed, leunt tegen de muur, de meisjes in haar rokken. ‘Arme mijn man – denkt ze - padresito’.  Hij is de vader van haar kinderen. Hij heeft het niet bedoeld – ze weet het. Ze weet het vuur dat hem verbrandt.  Maar alles voor haar ogen draait. Zijn het haar jongens die ze ziet? Misschien worden haar jongens anders misschien misschien worden ze thuisgebracht misschien worden ze niet vermoord worden ze niet in het gevang  gesmeten misschien worden ze niet verkracht misschien gaan ze niet aan de drugs want er is de senjorita van de Bjenestar Sociàl. Misschien gaan ze toch naar de school misschien kunnen ze later lezen en schrijven misschien kunnen ze iets anders doen dan elke dag de dood uitstellen elke dag razen van honger van schuld en van niets weten misschien geven zij  de familie later wel te eten...   Dan weet ze het niet meer. ‘ En nu vandaag bent u er , senjorita,  met een gringa. Hoe weet u dat... ‘ Natuurlijk! ‘ Senjorita,  waar zijn de jongens?’ vraagt ze.  Zij zijn het,  zij hebben het verhaal bij de buurjongens gevangen. Zij hebben het de weg gewezen tot bij de de senjorita en ze wil weten hoe het met de jongens is  ze zijn  toch niet ze hebben toch niet   Het kleine meisje is  overal. Ze is een spin: in iedere hoek, voor iedere spleet, voor alles wat een raam of deur zou kunnen zijn  hangt ze een spinneweb;  ze zweeft voor elk dreigend gevaar; ze staat de armen wijd gespreid om alles buiten te houden  te proberen dat het niet gebeurt dat de geesten binnenkomen dat de duivel danst als het vuur onder de ketel wordt aangestoken dat de wind krijst rond de muren van het huis dat de regen de grond onder hun voeten verandert in een modderpoel en alles dreigt weg te spoelen. Ze is een vlinder: ze spint een cocon rond hun huis zodat het niet kan breken.   Leticia zegt Ola, ola, donja Clemenza. Stil maar, rustig maar. Ik kom alleen maar kijken . Nee, nee, ik ken u wel. Hij heeft het niet slecht bedoeld, hij was bezopen. Ik zal niet naar de politie gaan. Of wel? Nee. Dat dacht ik. Ola, donja Clemenza, laat me uw hoofd bekijken. Doe die lap eens weg. De jongens? Ja, ze zijn het komen zeggen. Waar ze nu zijn? Ik weet het niet, ze willen nog niet bij ons wonen, dat weet u. Ze zeggen dat ze een thuis hebben: hier, bij u. Ze gaan nu elke morgen naar school. Ze stellen het eigenlijk wel. God geve dat ze geen lijm gaan snuiven. Niet wegtrekken, ik moet zien of die wonde erg diep is. Hebt u ze al uitgewassen? Por Dios, donja Clemenza, dat gaan we dan eerst doen. Ik heb iets speciaals meegebracht. Het gaat pijn doen, maar het moet. Zo. U mag niet ziek worden, dan zouden de kinderen niemand meer hebben. U moet sterk zijn. En waar is hun vader, don Antonio, ik wil met hem praten. Zeg hem dat hij eens bij ons langs komt, hij weet het wel: bij de Bjenestar Familial, op de hoek van de vijfde straat met de Plaza Bolivar. Ik ben er elke morgen van de week.   De gringa ziet vooral de kleuren. Bruin. Grijs. Grauw. De vloer, de muren, de planken, het karton, de vodden op het bed in de hoek, de vrouw, het meisje van twee? drie? jaar: allen, alles bekleed met dezelfde huid, uit de grond genomen. Er zijn ook andere kleuren ziet ze nu.  De platgeslagen verroeste blikken, rood en wit, met blauwe drukletters bedrukt: GASOLINA, benzine. En soms ESSO. Of MOBIL. Het is alsof het huis bij elkaar wordt gehouden  door zeefdrukken van een popartist.  Van Andy Warhol, bijvoorbeeld: zijn reeks ‘Soepen’, tussen de kleur van slijk en wrakhout en de lucht.   Het riekt er naar een stal. Nee, ze ziet geen gat in de grond. Ze hebben waarschijnlijk buiten een latrine gegraven. Het is niet zoals op die trap in het gesloten trappenhuis waar ze één keer toevallig is beland, ook met Leticia, in een meer doenbare buurt, waar de mensenstront en het braaksel zomaar op de overloop lagen te stinken. Ze hoort vooral: dat weinige geluid, dat bijna niets, dat stomme. Ze hoort de onmacht, het te zwak zijn,  te gekwetst, te onderdrukt:  een elegie van kleinkinderen, kinderen, moeders, grootmoeders, overgrootmoeders, generaties aan elkaar geregen in een gevecht met ongelijke wapens in ellende, in honger, in zich schikken in het lot,   De gringa hoort het hoe de moeder voelt dat dit niet is zoals het moet, maar dat ze niet de woorden. het woord.  niet durft te denken, niet onrecht durft, kan denken,  dat ze gevangen is in angst, in slaag. De gringa hoort het verhaal dat siddert, beeft,  dat zich verbergt in de zeven lagen onderrokken van de indiaanse: ze verwarmen de lucht waarin de moeder leeft, ze nemen de geur aan van haar kinderen van melk van grond van mest van stenen van zweet van zaad van bloed; als de onderste rok weer de bovenste wordt, verschijnt het patroon, het enige wat telt: dat ze moet verder leven.   De gringa hoort hier niet. Ze is een indringer, een Peeping Tom, door niemand aangekeken, overal bespied, door iedereen geweten dat je beter van haar afblijft ze is met de senjorita van de Bjenestar Social ze spreekt de taal bij haar valt niets te rapen ze kent de trukken van de foor. Maar daar denkt ze niet meer aan. De schrik is weg. Want in de hoek waar het bed staat - gelukkig denkt ze ‘bed’ - op het bed,  midden tussen de vodden, tussen de kleur van aardappelen en grond is een nest gebroken wit   en daarin zit een kind. Het is een maand of zes en het is levend, gaaf, de bruine ogen glanzen. Het kijkt rond het zit alsof er niets aan de hand is; alsof niet vijfentachtig procent van de grond van haar land in handen is van tien procent van de bewoners (?); alsof er op de wereld geen klopjacht aan de gang is naar meer en meer en van mij alleen en pas op en we vreten het op we stoppen het in een versterkte kluis nog voor er iemand anders aan kan raken we speculeren ermee op de beurs; alsof er  daarvoor geen oorlogen worden gevoerd, geen mensen worden afgeslacht,  uitgezogen, in slavernij gedreven,  gemarteld, in geheime gevangenissen gestopt, levend in de oceaan worden gesmeten, neergeknald;   het kind zit en kijkt alsof ze is: vanzelfsprekend,  zoals de  neefjes en nichtjes van de gringa, de kinderen van de koningin, het petekind van  Inneke Peeters van op de radio, het nichtje van de president, het kleinkind van mevrouw Jansens van om de hoek; alsof ze even bekoorlijk zal zijn,  even vol  verhalen, met even veel te zeggen later. Het weet nog niet dat voor haar alleen het grauw wordt gereserveerd,  geen toekomst geen toekomst geen toekomst geen toekomst geen toekomst grauw geen toekomst geen toekomst geen toekomst geen toekomst niet niet niet niet niet.   Dat ze dievegge wordt, waarschijnlijk.  Waarschijnlijk zal ze, als ze zes is, met grauwe vodden rond haar lijfje, de haren stijf van vuiligheid, met blauwe wallen onder de ogen, waarschijnlijk zal ze, lenig als een kat, gaan hangen aan het open raam van de auto’s, die stoppen aan het rode licht; waarschijnlijk zal ze haar groezelige handje dreigend onder de neus van de bestuurder duwen en bedelen en terugspuwen en wegspringen als er naar haar wordt uitgehaald. Maar ze rekent er op, de uitgekookte helleveeg, dat de mensen haar iets zullen geven om van haar af te zijn: ze heeft de lagere school van wie in bittere armoe leven al doorlopen. De hogeschool is drugs en afpersing en moord en prostitutie. Dat komt later- dat denkt de gringa toch.   En de gringa kan haar niet oppakken en meenemen ver van dit grauwe krot haar hart is nog niet groot genoeg het moet op deze grote hoogte nog dieper leren pompen en ook het kan niet want ze kan niet alle kinderen en dit kind heeft nog een moeder met zeven rokken en een vader die naar huis komt en een zus en twee oudere broers. Misschien als die jongens er in slagen misschien heeft ze dan de Bjenestar Familial of de Beneficencia  en kan ze leren. Ze heeft dus nog heel veel ze is niet uitgemergeld nu nog niet ze ligt nog niet roerloos met opgezwollen buik langs de kant van de weg onder een mimosaboom. Ze is springlevend en kijkt rond. En je zou wel willen dat ze gelukkig wordt maar je weet dat ze geen toekomst heeft ze is gebroken wit tussen zoveel grauw ze is onwetend tussen tekort aan woorden die onbekend wensen te blijven die niet willen bestaan ze heeft geen ze is opgeschreven ten   Als de gringa terug thuis is, stopt ze haar kleren onder water. Ze neemt een douche. Drie vlooien springen van haar weg, spoelen met het water de afloop in. Ze trekt nieuwe kleren aan. Ze zet zich neer. Ze weent. Het is avond. Het is zwart.    Toevallig leest ze kort daarna een artikel in een vroom blad. Er staat een reportage in van een pater. Ook hij ging op bezoek in een krottenwijk. Hij zag er een familie met een gezonde baby. Hij schrijft dat de baby een bloem is op een mesthoop.   De tranen springen haar van woede in de ogen. In haar verbeelding huilt en tiert ze tegen hem. Ze valt hem aan, ze wil hem slaan, altijd opnieuw als ze aan hem denkt. Mesthoop! Don Antonio, donja Clemenza, het dappere meisje, de gevluchte broers: een mesthoop! Ze gooit hem buiten. Ze zet geen voet meer in zijn kerk.    

versta
13 0

Opdracht 5 - Kristien

(gebaseerd op opdracht 3)    Mtoto   Het gezicht van de blanke vrouw straalt, net alsof ze niet weet wat haar te wachten staat. Ze kijkt hem aan. De zwarte man zegt dat alles goed komt en even gaat wandelen. Ze buigt zich over de metalen tafel in de hoek van de witte kamer. Hij kijkt haar aan, stapt naar de deur, trekt de deur dicht en staat in de kale, lege gang. De blanke vrouw was hem opnieuw komen opzoeken in zijn land. Hij had jaren op haar gewacht. Ze had koekjes meegebracht zelfgemaakt in haar land en zin om samen met hem zijn land te verkennen. Hij had haar naar de hoogste top van zijn land geleid. Zij had hem naar de zee, voor hem toen nog onbekend, meegenomen. De golven, het vele water en het strand hadden grote indruk op hem gemaakt. Toen die vele plaatsen niet voldoende waren voor de blanke vrouw, had hij haar voorgesteld de groene heuvels waar bijna nooit toeristen kwamen en zeker geen blanke te verkennen. Na twee dagen reizen met verschillende matatu’s, de minibus, had hij via via het vertrekpunt gevonden. Ze dwaalden weken over de heuvels en leefden op het ritme van de blanke vrouw. Laat opstaan. Rustig de dag starten. Tijd nemen voor een kus. Voor een knuffel. De zwarte man wist toen nog niet dat ze daar op vakantie modus leefde. Daar boven in de heuvels was hij een echte man geworden. Haar buik was sindsdien beginnen groeien, evenals Mtoto, kind.   De zwarte man stapt de gang door. De muren zijn steriel wit. Ook de vloer en de mensen die errond lopen. Zijn stappen weergalmen. Hij stapt de trap af en komt buiten. Lucht. De zon verwarmt zijn donkere huid. Hij ademt in en weet de auto van de blanke vrouw te vinden. Met haar sleutels opent hij de deur, installeert zich op de passagierszetel en zet de CD dat de blanke vrouw van zijn land meebracht op. Ook de komende dagen zou hij zich geregeld terug trekken in deze auto. De muziek brengt de zwarte man terug naar zijn land. Twee weken geleden had hij zijn rugzak gevuld met wat kleren en een paar schoenen en had hij enkele vrienden laten weten dat hij naar zijn vrouw in het Westen ging. Hij reed met een vriend naar de luchthaven. Alles leek zo onrealistisch. Zou hij straks echt met het vliegtuig wegvliegen? Zou hij echt naar een nieuw land gaan? Zou de blanke vrouw daar echt op hem wachten? Hij was geland en had haar gevonden. Overdonderend echt. Voor drie maand, de duur van zijn visum. Daarna zou hij terug naar zijn land gaan. Daarna zou hij wel zien.   De auto brengt hem geen rust. Na een tijdje stapt hij het ziekenhuis terug binnen. Vele verdiepingen, gangen en kamers. Hij vindt de kamer van de blanke vrouw terug. De deur is dicht. Met zijn oog gericht op de deur wandelt hij de gang heen en weer. Op een gegeven moment komt een dame in witte short de deur uit. De zwarte man stapt naar haar toe, kijkt haar aan en knikt met vragende ogen. De dame opent de deur voor hem. Hij glimlacht en stapt de kamer binnen. Op de buik van de blanke vrouw ligt Mtoto. Klein, samengekropen, rozig, met bloedvlekken. Zijn hart wordt vuur warm. Hij stapt langzaam naar haar en de kleine jongen toe en streelt hen. De blanke vrouw kijkt de zwarte man aan met ogen die stralen als bloemen en geeft hem de kleine jongen. Onwennig neemt hij Mtoto aan en kust de jongen. Geleidelijk vindt de zwarte man enkele woorden. Zijn zwartbruine ogen fonkelen, zijn witte tanden glinsteren en zijn donkere huid blinkt. Na een tijdje plaats hij de kleine jongen terug op de buik van de blanke vrouw en gaat naast hen op het bed zitten. De kleine jongen nestelt zich vlakbij de tepel van de blanke vrouw. Zijn vrouw. In zijn land geven de vrouwen ook de borst aan hun baby’s, wikkelen ze baby’s ook in doeken en slapen ze ook samen met hun baby’s in bed. In zijn land liggen de vrouwen echter met velen in een kamer op bedden met of zonder matras en zonder lakens. Hij glundert en heeft niets toe te voegen.   Later op de avond komt de vader van de blanke vrouw even langs. De oude blanke man kust de blanke vrouw en houdt fier de kleine jongen vast. Hij klopt op de schouder van de zwarte man alsof hij voor de eerste keer de zwarte man ziet en samen toosten ze met een glas champagne. Op het leven. De zwarte man straalt en is stil. In zijn land weet zijn bloedeigen vader niet dat hij hier is. Daar is hij één van de zovele kinderen van zijn vader. Daar wordt hij enkel aangesproken om geld te geven. Woorden worden er nauwelijks gewisseld.   Laat na toegestane bezoekuur vertrekt de zwarte man. Hij laat de blanke vrouw en de kleine jongen achter. Uiteindelijk stapt hij de donkere straat op. Leeg. Niemand te zien behalve een paar mensen. Hij weet de bushalte te vinden en bestudeert de voorbijrijdende bussen. Bus 23 moest hij nemen. Net zoals de anderen, steekt hij zijn hand uit. De bus stopt op zijn wenken. Hij stapt in en geeft de buskaart. Geld is niet nodig. Een oude dame zit kranig vooraan met een stok en naast haar een al even oude man. De zwarte man slentert naar achter in de bijna lege bus, blijft recht staan en staart naar buiten. Niemand spreekt hem aan. Voor een groot gebouw vol ramen stapt hij geruisloos uit. Nu kent hij de weg. Gehaast stapt hij door een parkje. In het land van de blanke vrouw mag dit. In zijn land niet. Daar loert de dood in het donker om de hoek. Zelf deed hij het wel eens als het niet anders kon. Zijn schoenen weerklinken op de straattegels in de zwoele donkere nacht. Eenmaal aan het appartement gekomen, beklimt hij de vier verdiepingen. In de studio is het stil. Muisstil. Hij trekt zijn schoenen uit en zet ze netjes naast de deur. Evenals zijn kleren. Uitgestrekt legt hij zich op bed neer en staart naar de sterren door het dakraam. Morgen zal hij Mtoto terug in zijn armen houden. Ook zijn vrouw. Vandaag ontmoette hij zijn kleine jongen. Zijn zoon.

Kristien Vliegen
0 0

In ons klote land

Ze zaten samen aan het ontbijt. Werner staarde voor zich uit, in zijn hoofd was hij wanhopig op zoek naar een ander leven, ver weg uit dit klote landje waar het echt elke dag moest regenen net nu hij noodgedwongen met de fiets moest. Hij liet het niet blijken, Eva was vrolijk aan het rondhuppelen in de keuken. Zij kon met de wagen, gaan genieten van de heerlijke koffie, in echte tassen.   De dag op kantoor begon zoals hij het verwacht had, na het openen van de mailbox had hij na drie e-mails al zoveel stront opmerkingen gelezen dat hij met plezier een enkele reis naar de maan had geboekt. Uitgerekend de manager zelf had dat laatste bericht verkeerd begrepen, misschien had hij het toch beter kunnen verwoorden, maar hierdoor was alles in het honderd beginnen lopen. Het wordt een zeer lange en vooral nutteloze dag, dacht Werner en hij begon eraan. Ze voelde zich goed vandaag, het is tijd om te oogsten, dacht ze bij haarzelf en met haar mok verse koffie nam ze rustig de tijd om zich te installeren. Ze wist wat haar te doen stond en ze wist precies hoe ze het zou aanpakken. Het ontwerp was zo goed als af, ze had reeds opbouwende kritiek gekregen, ze zou het vandaag afmaken en gewoon scoren, ze wist het gewoon, het hing in de lucht al van toen ze wakker werd wist ze het al. Charlotte zat recht tegenover Eva, ze voelde zich niet zo goed vandaag. Met afhangende schouders begon ze haar toetsenbord te mishandelen. Ze klopte de toetsen te hard in en staarde af en toe met lege ogen naar haar scherm om dan na enkele seconden terug in actie te schieten. Eva had het onmiddellijk opgemerkt, normaal wisselden ze kort van gedachten. Zou Charlotte het haar kwalijk nemen, eigenlijk was deze opdracht voor Charlotte maar ze was die dag afwezig geweest, haar zoontje was ziek of zoiets. De opgewekte Eva voelde zich opeens minder zeker van haar stuk. Ze kon moeilijk Charlottes mening vragen, dat zou gewoon verkeerd overkomen. Eva werkte in stilte verder. Het was bijna middag toen Werner op ctrl-S drukte. Met deze Excel file zou het moeten duidelijker worden voor iedereen in het team. Hij was eigenlijk wel tevreden over het resultaat. Had hij daar maar mee begonnen, het zou hem veel ellende bespaard hebben. In ieder geval had hij nu iets om te proberen en als bijlage verstuurde hij het. Hopelijk komt er nu snel een positieve reactie, dan kon deze grijze miezerige dag toch nog iets worden. Verderop werd er uitbundig gelachen. ,,Ga je mee voor het middagmaal Werner” riep Pol die, zoals bijna elke dag, goedlachs klaar stond om een veel te grote portie naar binnen te duwen. Hoe het mogelijk was, Werner had er het raden naar. De middag was meestal een verademing, even weg uit dat muffe kantoor. In de frisse lucht naar de overkant, de kantine, waar het altijd wel gezellig druk was. Over de middag bleef Eva aan haar bureau, ze nam een korte pauze met een verse kop koffie en werkte daarna naarstig verder. Het werk vlotte minder snel dan ze had gedacht. Charlotte was er niet na de middag dus kon ze in alle rust deze opdracht afwerken. De deadline begon te naderen en veel tijd zou er niet over blijven. Nu ze in de finale fase kwam was het misschien verstandig om toch nog een kopie te nemen om weg te schrijven. Eerst had ze het niet door, ze bewoog nog eens met de computermuis maar ze zag nergens het pijltje. Nog eens heftig schudden, en nog eens en nog eens, ze begon op de enter toets te kloppen maar het scherm bleef bevroren. Eva kreeg het warm en koud tegelijk, ze drukte nog eenmaal op de enter toets en toen kreeg ze een blauw scherm. Verstard bleef ze nog even naar het scherm staren, dit kon niet waar zijn. Hij voelde zich terug opgeladen, ze hadden alweer goed gelachen, even niet aan het werk gedacht. Hij had nu eigenlijk wat tijd over dus kon hij toch nog werk maken van de voorbereiding voor de komende meeting. Dit moest nu goed gaan, alleen nu kon hij zijn eigen fout rechtzetten. Tijdens de meeting viel alles op zijn plaats. Hij had zich zorgen gemaakt over niets, de manager vroeg nog wat extra uitleg omdat het een en ander niet duidelijk naar voren kwam uit voorgaande e-mails. Hij kon alles uitleggen en stipt om 16u30 sloot hij zijn PC af. Hij dacht niet aan de regen die opnieuw met bakken uit de lucht kwam. Hij had gescoord, ‘job done’! Een groot stuk van de presentatie was verloren gegaan, Guido van de IT dienst had geen verklaring voor het vastlopen. Dit kan al eens gebeuren, zei hij en wandelde terug weg. Met het schaamrood op de wangen had Eva tegen Marie, haar leidinggevende, moeten zeggen dat de presentatie voor morgen nog niet af was. Ze zou de volgende dag vroeger beginnen om het vooralsnog af te krijgen. Bij het nemen van haar handtas stootte ze nog tegen haar koffie mok die nog half gevuld met koude koffie stond te wachten op de poetsdienst. Ook dat nog dacht Eva, met de geur van oude koffie aan haar handen stapte ze in haar wagen om vervolgens op automatische piloot naar huis te rijden. ,,En hoe was jou dag?” vroeg Werner opgewekt aan Eva. ,,Het kon beter” antwoorde ze en begon aan de bereiding van het avondmaal. Ze zaten samen voor de TV, Werner lag ontspannen languit en onderuit gezakt in de hoek van hun oude fauteuil. Eva zat in de hoek met een deken tot aan haar kin opgetrokken. Ze kon zich niet echt verwarmen die avond en ze zou eens vroeg gaan slapen. Het bleef maar regenen, in wat voor een klote land leven we eigenlijk dacht Eva en ze trok het deken nog iets hoger.                                                                                                                 G.R. Maart 2018

Geert Roelandts
0 0

Het is het licht - opdracht 5

‘Salu allemaal!’ roept hij. En trekt de deur dicht, haast zich naar buiten, HAAR achterna. Hij zoekt haar, gejaagd. Ziet haar stappen aan de overkant van de straat, in het schemerlicht van deze perfecte avond.  Verdomd, Bruno, denkt hij. Doe niet zo kinderachtig.            Het is het licht - denkt ze - dit schemerlicht. Alles is er in verzopen. Ze voelt de warmte  van de late lentedagen. Zalig, hoe ze zomaar, zonder jasje, zomaar, in haar jurk, met blote armen, met blote benen door de stad kan wandelen, denkend, voelend, bijna blindelings, bijna op de tast.    Maar hij weet het: dit is niet kinderachtig. Dit is sterker dan hemzelf. Het heeft hem van onder tot boven in de war gebracht. Hij, student, voorlaatste jaar burgerlijk ingenieur. Van plan om zo vlug mogelijk naar het buitenland te vertrekken, om de wereld te verkennen. Mét de goedkeuring van thuis, nota bene: in hun familie waren er heel wat die veel gereisd hadden: als handelaars. Of op de vlucht voor de hel van oorlogen. Het was een school voor het leven, zegden ze. Dus, als hij een tijdje naar het buitenland wilde: oké. Des te beter. En nu komt daar zo’n meisje tussen gewandeld, dat het allemaal in de waagschaal dreigt te gooien.  Een beeld van een meisje, dat wel.   Prachtig toch, waar ze daarjuist weer over discussieerden, denkt ze. Dat alle mensen gelijk zijn. Dat je zelf toch wéét dat je het beste voorhebt met de andere. Je buurman ook. Dat hij zou reageren als jij, tenminste, als hij voldoende vertrouwen had. Maar dat ons eeuwen en eeuwenlang werd aangeleerd en ingepompt dat een mens zelfzuchtig is, een wolf voor de medemens. En dat we dus wantrouwig zijn tegenover elkaar en agressief. Dat we niet beter weten.   Maar het zou anders worden. Wij, beloofden ze aan elkaar – en aan de Jezuïet die hun gespreksgroep begeleidde – wij zullen hier mee breken. We zullen Anders GAan LEVen. Kiezen voor de liefde. Love and Peace, zoals in America. Saaie conventies, verstarde instituten: ze zullen ons leven niet langer beheersen. Geen oorlog meer, geen legerdienst. Burgerdienst. Of helpen in ontwikkelingslanden. Geen sprake meer van onderontwikkelde gebieden. Niet domineren, houden van alle mensen, zonder onderscheid van rang of stand of kleur.   Jawel, ze was anders dan de meeste meisjes die hij kende. Ze interesseerde zich  voor meer dan voor kleedjes en armbanden en ringetjes en thé dansants en later vele kindertjes. Ze stond perfect haar mannetje in discussies. Deze avond nog, op de vergadering over dat anders gaan leven: hij was helemaal akkoord met wat ze zegde. Ze sprak ook vlot mee over literatuur en beeldende kunst en muziek. Films interesseerden haar niet zo erg. Maar dat was bij te leren…Verdomd! Wat hij uitkraamde!  Wat er in zijn hoofd rondzwalpte! En in de rest van zijn lijf…   Hoe ze hier stapt… Ik ben gelukkig, denkt ze. Ik heb geluk gehad, langs alle kanten. Met thuis, toch. Met de vrienden van de jeugdbeweging. Met de vrienden hier. Een kind zou ze nooit meer willen zijn. Die tijd was zwart.  Maar dat was lang, lang geleden. Dat was ze vergeten. Daar denkt ze niet meer aan. Nooit meer. Jamais! Ze is gelukkig.  Punt. Uit. Ze heeft geluk gehad. En ze geniet. Van elke stap. Van het geroezemoes op de caféterrasjes. Van het gelach uit de open ramen van de studentenhuizen. Van het idee dat god liefde is en dat Alle Menschen Brüder werden.   Opgepast, ze steekt de laan over, ze gaat die zijstraat in. Zie ze stappen, met blote armen, blote benen, in die turquoise jurk, zie hoe die jurk elegant mee zwaait met elke stap die ze zet. Studenten kijken haar na van op de caféterrasjes, geven lachend  commentaar, hier en daar wordt er gefloten. Zij stapt verder,  op haar eigen ritme. Zou ze dat niet doorhebben? Merkt ze dat dan niet? Merkt ze niet dat hij smoor is op haar? Verliefd als de eerste de beste puber. Wat was het toch, dat hem zo fascineerde? Waarom lag hij ’s nachts wakker, twijfelend tussen haar een aanzoek te doen en zijn zin voor zelfbehoud, zijn West-Vlaamse schrik om zich bloot te geven, om met zijn gevoelens te koop te lopen, om zich te laten verleiden.  De ascetische opvoeding op het college bij de Jezuïeten zal daar ook wel voor iets tussen zitten, denkt hij.   Het is fris geworden. Hij moet haar laten gaan. Er is hier bijna geen volk meer op de straat. Het zou teveel opvallen als hij haar nog verder volgde. Maar zìj laat hèm niet los, verdorie. Haar glanzende bruine haren, haar slanke lijf, haar vriendelijke gezicht. En die ogen! De mooiste ogen van alle porren in Leuven – zeggen zijn maten van haar. Tot voor kort had hem dat niets gezegd. Tot voor kort wilde hij iets anders dan achter meisjes lopen. Maar nu hij HAAR was tegengekomen… Het licht, als dauwdruppels in haar ogen… Hola, makker, denkt hij, straks ga je er nog gedichten over schrijven! Ze is Beatrice niet, toch!       Het is donker nu. Het loopt door haar hoofd wat haar doopmeter haar verleden zaterdag vroeg: ‘Heb je er al eens over nagedacht, Frida, wat je voor jezélf zou willen? Zonder al die sukkelaars die je zou willen helpen en die je zullen opeten? Je gaat toch niet naar ’t klooster gaan, zeker? Je wordt toch geen non? Nee. Gelukkig. Hewel, wie wil je dan zijn, binnen, pakweg, tien jaar?’. Zo was ze, die meter, ze nam geen blad voor de mond. Zeker niet als haar moeder er niet bij was. Ze heeft er over nagedacht de voorbije dagen. En het antwoord is: nee. Ze weet het niet. Zijzelf? Wat ze wil worden? Wie zal het zeggen? Wìl ze iets worden, gewoon, voor zichzelf? Verrek! Het was zo’n volmaakte dag. En nu loopt ze weer te  piekeren! Wat waren die prachtige verzen van Goethe weer? Über alle Gipfeln gibt’s Ruhe... denkt ze. En ook, met zoet verdriet, als bij liederen van Schubert, nocturnes van Chopin, dat haar vriendinnen nu bijna allemaal met een lief rondlopen en zij niet  en dat ze zo alleen is en zou ze ooit...       

versta
23 0

opdracht 5 (Adinda)

Opdracht 5 De oorspronkelijke scène: Het kleine meisje maakt ook vrienden in de tuin, ze verzint ze en geeft ze namen, ze heten Ilda en Olda, samen krijgen ze een kind Odrata, later zal ook nog Ekstra geboren worden. Ik moet lachen als ik haar vol overtuiging de naam van de verzonnen boorling hoor uitspreken, jij schudt je hoofd, een meisje dat bezoekjes brengt aan haar zelf verzonnen vrienden in de tuin, wat moet daarvan worden? Maar ik ben het niet met je eens, die verzonnen vrienden helpen haar evenveel, ja zelfs meer dan wij kunnen doen. Wij kijken maar toe, zij delen met haar hun leven, leiden haar de tuin in. Zoals het dreumesje in een van de gedichten die haar moeke zo vaak las. ‘Dreumesje dribbelt door het tuintje, tot ver aan het hek in de heg. Daar staat hij te reiken te reiken, om over de spijltjes te kijken’. Het meisje kijkt met grote ogen naar de wereld, op de foto’s van die tijd zie je haar vaak met de blik in de verte, of naar de wolken. ‘Want achter het hek ligt een weitje en achter het weitje een rij van bloeiende bloeiende bomen’. In de tuin bij het baksteenrode huurhuis aan de steenweg is een bloemperkje met bloeiende stuikheide en daarachter een sparrenbos. ‘En wat daarachter nog zal komen? De hemel denkt dreumesje blij’. Ook zij is er dan nog gerust in. Meer en meer woorden sijpelen haar wereld binnen, ze drinkt ze op. Woorden kan je proeven, ontdekt ze, er zijn van die zinnen die je een lekkere smaak in je mond bezorgen terwijl je ze leest. Haar moeke werkt in de bibliotheek, ze houdt van boeken zonder ze te lezen. Het meisje leert lezen als vanzelf, daar in de bibliotheek staan zoveel boeken te popelen. Ze plukt bosbessen met de kinderen van Bolderburen tot haar vingers er paars van zijn, bakt pannenkoeken in Villa Kakelbont, laat haar lentekreet door de bossen klinken samen met Ronja de Roversdochter. Ze wordt stapelverliefd op Ridder Tiuri en nog meer op zijn maatje Piak. Ze ontpopt zich tot Gods Vlindertje en trekt met een huifkar door Frankrijk om muziek en troost te brengen in dorpen en kastelen. Met een papieren kleedje wordt ze door een boze stiefmoeder de sneeuw in gestuurd met een stuk oud brood en een mandje, want ze moet aardbeien gaan plukken. Maar ze deelt haar brood met een dwerg en die weet aardbeien voor haar te vinden. Ze past een nieuwe groene jurk net als Laura uit het kleine huis op de prairie, maar heeft jammer genoeg niet het koperkleurig haar dat daar zo mooi bij is. Jij zou ongeduldig van haar worden, ‘wat een dromertje’ zou je zeggen, ‘daar heeft de wereld niet veel aan’, maar ik kan het niet laten haar van nabij te volgen. Toegegeven, je moet er je tijd voor nemen, op het eerste zicht is het gewoon een meisje dat wat tekent en knutselt en in fantasiespel is verwikkeld, als ze tenminste niet met haar neus in de boeken zit.  Op school zegt ze niet veel, ze draagt de ribfluwelen broeken uit de fabriek waar haar grootvader werkt, of een schots rokje dat nog van haar nichtje was. Mooi zijn is iets voor in de boeken, of voor andere kinderen. De banken in de klas van het meisje staan in een U, vooraan in de bank is een gleuf, daarin ligt haar vulpen, naast die gleuf is een gat, dat is van toen de inkt nog uit een inktpot kwam, toen schreven ze vast met een ganzenveer. Nu moet je je pen niet in de inkt doppen, maar af en toe de vulling vervangen. Sommige andere meisjes van de klas, bewaren in één vulling de ‘bolletjes’ van de gebruikte vullingen, dat zijn de dekseltjes die je naar binnen prikt als je een nieuwe vulling begint, zij doet dat niet, ze schenkt haar bolletjes aan anderen. Ik zie haar zitten in de klas, ze hoort de juf een vraag stellen, de vingers van de kinderen gaan omhoog, ‘juf, juf, juf’ hoort ze hen smeken, zij bijt op haar lip, kijkt naar haar pen in de gleuf en denkt: ik wou dat ik niet hoefde te spreken, dan schreef ik alleen nog maar briefjes. Dan hoefde ik niet de aandacht te trekken. Als je schrijft, heb je tijd om na te denken en als de mensen lezen, nemen ze tenminste de tijd om te luisteren.   Herschreven vanuit een ander perspectief:   Mijn oudste dochter heeft veel fantasie, ze vertelt me over haar vrienden in de tuin. Ik moet glimlachen om hun namen, ze heten Ilda en Olda en krijgen twee kinderen: eerst komt Odrata, daarna Ekstra. Ik onthoud het allemaal, dan kan ik het haar vertellen als ze wat ouder zal zijn, ze zal er dan zelf om glimlachen. Ik ben in die tijd veel thuis, ze heeft nog een kleine zus en ook het broertje is op komst. Ik lees vaak voor. Ze wil altijd dezelfde gedichtjes horen. Er is het grote boek ‘rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos’, maar er is ook een klein boekje dat ik voorlees tot het versleten is. Waar zou dat nu zijn? Ik volg een opleiding bibliotheekschool, bij ons thuis waren niet veel boeken, maar het lijkt me werk dat ik graag wil doen. Mijn jongste zoon mag nu ook naar school, ik vind werk in een bibliotheek enkele dorpen verder. Bibliotheken zijn open als de mensen vrij zijn, dat is niet handig, op die momenten wil ik liever bij mijn kinderen zijn. Soms komen ze met hun vake langs om me op te halen, onze oudste dochter heeft heel vlot leren lezen. Ze zit dan soms nog even in een hoekje op de grond te lezen terwijl ik afsluit en mijn spullen bij elkaar zoek. Ik blijf niet zo lang in de bibliotheek werken, ik vind werk als maatschappelijk assistent bij de poetsdienst van de ziekenkas, dat is gemakkelijker te combineren met de zorg voor de kinderen. Een keer om de twee weken gaat een van ons met de kinderen naar de bibliotheek. Mijn oudste dochter neemt altijd het maximum aantal boeken mee, sommige boeken leest ze zelfs twee keer. Soms lijkt ze erg afwezig, die dochter van me, dan zit ze met haar gedachten nog in het boek dat ze aan het lezen is. Mijn kinderen zijn gemakkelijke kinderen, ze zijn erg rustig. Mijn oudste dochter staat vaak bij me in de keuken en dan helpt ze me met koken. In de klas is ze een stil meisje, ze heeft goede punten. Ze heeft buikpijn op zondagavond als het maandag zwemmen is. Ik weet dat ze bang is van de badmeester in het zwembad in Ravels, die is erg streng. Meester Walter van het derde leerjaar is een paar keer uitgevlogen tegen Rakesh, het is dan ook geen gemakkelijke jongen. Ik weet dat ze het lastig heeft met dat conflict in de klas. OP school zegt ze niet veel. Haar zus is minder gesloten, die staat vrolijker in het leven en krijgt grote rollen als er toneel gespeeld wordt op school, ergens moet ook nog een opname zijn van toen ze ‘meneer Wonka’ speelde in de musical van de Muziekschool in de Warande.    

Adinda
0 0

Rien à déclarer

Een man verklaart zijn liefde aan een vrouw op straat. Zij antwoordt: dat is lief, maar liever niet. En ook dat liefde niet te verklaren valt.   De man kijkt bedroefd.   Ik heb daar een leuke anekdote over, zegt ze om de man te troosten. Wil je het horen? Ik zag het allemaal zelf gebeuren.   Goed als ik in medias res begin?   Liever ab ovo, zegt de man, dan kan ik beter volgen.   Oké, zegt de vrouw. Ik stond eens in de luchthaven in de rij.   Rien à déclarer? vroeg de douanier. Si, antwoordde een vrouw, mon amour.   De douanier zei dat dat niet grappig was, dat op liefde zware taksen stonden, en dat ze even mee moest komen naar een kamer met een deur waar een slot op zat.    De vrouw antwoordde dat ze dacht dat dat niet waar was, dat ze een koppel kende waarvan beide partijen vroeger elk in een ander Duitsland woonden, en dat dat inderdaad weinig kostenefficiënt was, maar dat nu zowel Duitsland als de Europese markt eengemaakt waren en daardoor de taksen weggevallen. En of hij wist wat een anachronisme was.   Ik kan niet volgen, zei de man.   Niet erg, antwoordde de vrouw, ik vond juist een beter argument. Ik hoorde ooit dat liefde een uitzondering is, omdat het geen grenzen kent. Dat moest hij eerst even opzoeken.    Mag ik je gsm gebruiken? De mijne is plat. De vrouw liet dat toe.   Inderdaad, zei de man na een poos, op liefde is geen VAT te krijgen. Mijn oprechte excuses.   De vrouw zei dat het geen erg was, maar dat ze nu toch wel een beetje nieuwsgierig was geworden naar dat kleine kamertje van hem. De man suggereerde dat als ze het kamertje zo graag wilde zien, ze misschien kon zeggen dat ze vier kilogram cocaïne bij zich had.   Goed idee, zei de vrouw. Ik heb vier kilogram cocaïne bij me, maar het zit wel goed verstopt. Dan zal ik je moeten handboeien, zei hij. Waarom? Zo is nu eenmaal de procedure. De procedure? De vrouw gaf de douanier een knipoog en hij begon  onprofessioneel te blozen.    In het kamertje zei hij nog dat ze het recht had om in het Nederlands te antwoorden, want dat Brussel meertalig was. Maar uiteindelijk werd er tijdens de hele procedure erg weinig gesproken.   Het onderzoek duurde zo lang dat de reizigers tot in de Duty Free Shop stonden aan te schuiven. Zoiets hadden ze in Zaventem nog nooit meegemaakt.   Wanneer de vrouw klaar is met haar anekdote, zegt de verliefde man dat hij niet alles geloofd heeft, maar dat het wel een mooi verhaal is. Dat hij het misschien wel liever hoorde dan de woorden ik hou ook van je.

Johannes D.
27 0

Dreef der Gedachtenis

Dit is een hoek van de begraafplaats aan de Viale Rimembranze in Crone, nabij het Idromeer in Italië. Dreef der Gedachtenis. Bijna vier jaar geleden schreef ik, na de plaats bezocht te hebben, het volgende:     En dan het dode meisje. Achter het kerkje in Crone volgde ik een weg, omboord met zwart-witfoto’s van wereldoorlogshelden, die naar een begraafplaats leidt waar bloemen overheersen. Roze, geel, rood; ze verstikken de graven, verbergen de urnenwanden. Ik zocht daar naar het recentste graf, een verse dode. Bij een urnennis met daarvoor drie vetplantjes zakte ik door mijn knieën, om zo de foto te kunnen bekijken van de Italiaanse schone met weelderig krullende haren. Dat zo’n schoonheid verloren was gegaan, trof me. Ik blijf haar gezicht voor me zien, maar verder wou ik niets laten doordringen, omdat ik al voorvoelde dat ze me zou achtervolgen. Geen naam, geen exacte leeftijd (ik herinner me alleen dat ze ergens in de jaren ’90 was geboren), ik heb nièt de liefdesbrief gelezen die erbij lag, ik heb geen foto van het graf genomen, ik ben er de dagen erna niet naar teruggekeerd. Alleen de sterfdatum (13-05-2014) en het gezicht.
En in de auto op weg naar huis voel ik me dus triest om dat meisje over wie ik niets weet. Omdat ze gestorven is. Omdat er zo veel sterft.     Die Italiaanse schone is me gevolgd tot in 2018. Over twee maanden zal ze vier jaar dood zijn. Ik heb nu spijt dat ik geen foto nam van haar graf. Haar naam, haar foto met het gezicht dat ik inmiddels vergeten ben (ik zie alleen rosse krullen), de liefdesbrief verpakt in plastic. Ik denk niet dat die er nog ligt, maar ik hoop het wel. Vanochtend moest ik plots aan haar denken, zomaar, zonder aanleiding. Of toch een die niet te achterhalen valt. Ik dacht: ik ga haar zoeken op google streetview. Haar zo dicht benaderen als ik kan. Ik typte de plaats Crone in de zoekbalk, vond er nog moeiteloos mijn weg, arriveerde met een paar klikken in de Viale Rimembranze, kwam noodgedwongen tot een halt vòòr de, nochtans openstaande, poort aan de hoofdingang van de begraafplaats. Via een zijweg, die ik wel kon betreden, bereikte ik de achterkant van de plaats, waar ik mij ook een poort herinnerde. Die was zowel in 2014 als op de foto dicht.   Ik herinner mij hoe ik diep op de begraafplaats was doorgedrongen, ik was er alleen en het was er zo stil, de bergen hoog en onoverkomelijk rondom mij. En toen kwamen er drie in het zwart geklede vrouwen door de poort die inmiddels ver achter me lag, ze naderden en liepen me voorbij, zonder naar mij te kijken. Ze praatten niet. En toen ik even na hen een hoek omliep, waren ze weg. Ook al was het kleine stuk achteraan, voorbij die hoek, met lange rijen urnennissen, erg overzichtelijk. Het kon niet anders of ze waren door de achterpoort weer weggegaan. Ik voelde aan de poort, maar die was op slot. En toen werd die stilte zo zwaar, dat ik mijn hart hoorde kloppen. Het enige levende hart daar.   Dus daar op de foto, achter dat zwarte hek, het hoekje om naar links, ter hoogte van de drie vuilniscontainers, staat onderaan tegen de grond de urne van het mooie meisje. Een meisje zo heel erg mooi dat je je nauwelijks kan voorstellen dat zij zou doodgaan. Alleen, zag ik toen pas, is zij er nog niet op deze foto. Hij werd genomen in 'sep. 2011'. Zij is dan nog aan het leven. Nog tweeëndertig maanden. Wellicht loopt zij daar ergens rond, mooi te wezen, zich afvragend wat ze vanavond zal dragen voor het feest. Zich nog van geen kwaad bewust. Misschien kent ze de briefschrijver, die om haar zal gaan treuren, nog niet.   Ik sluit de foto weer, en ook mijn gedachten over haar. Misschien duikt ze over enkele jaren opnieuw op in een stukje. Als ik er dan nog ben.  

Katrin Van de Velde
0 0