Lezen

Trallaliee, trallalaa... Ilonaaaaaa!

Brief 1 6 oktober 2017 Oooooh Ilona, ik opende daarstraks de voordeur en daar stond je dan... met een knalgele strik om je hoofd, een lichtgroene cilindervormige doos met gele bloemetjes in je handen en minstens negen felgekleurde cadeautjes aan je voeten. Je glimlach versierde elke centimeter van je guitige ondergezicht. "Lang zal ze leven, lang zal ze leven... " schalde schaamteloos luid uit jouw mond en je huppeldepup-dansje kreeg ik er als gewoonlijk gratis bij. Na al die jaren blijf je me nog steeds aan de grond nagelen met jouw gekke fratsen en heerlijke verrassingen. Wat zie ik je graag! PS: Ik vond het al vreemd dat je me dit jaar vroeg naar mijn verjaardagslijstje. Ik nam aan dat je bij uitzondering geen inspiratie had. Wist ik veel dat jij mijn HELE lijst bij elkaar ging sprokkelen. ZOTTE DOOS!    dankjedankjedankje youmademyday Brief 2 1 februari 2018 Siskeloe, ik had niet durven dromen dat je zou komen. Ik had het zelfs niet durven hopen.  Twee oorontstekingen én een infectie van de luchtwegen lijken me immers wat veel voor één lichaam!  Jij hoort in bed. Met thee. En een warmwaterkruik. En de liefde van jouw Wannes binnen handbereik. Maar oh neen; je draait een sjaal rond oren & hals en verschijnt net op tijd om de camion mee uit te laden. Jij weet hoe overprikkeld ik raak van verhuizen. Jij weet hoe grondig ik hekel aan meubelen in elkaar vijzen. Jij weet hoe mijn vader op mijn zenuwen werkt met zijn ongeduld. Je kent elk landschap van mijn binnenwereld, elke oorlogswonde uit mijn jeugd. Je kent mijn handleiding binnenstebuiten.Jij, potdoof als een 100-jarige. Ik, rondhuppelend als een kip zonder kop om het legertje aan helpers gelukkig te houden. We hebben ons ziek gelachen die namiddag. Er bestaat écht maar 1 vrouw ter wereld die mijn chagrijn zo gemakkelijk kan laten omslaan in dolle pret. Hemellief, wat ben ik blij met jou! Ziek nu maar uit, Siske I. Ik wil je niet meer horen of zien alvorens je volledig genezen bent. Tenzij ik iets voor jou kan doen. Eender wat. Dan weet je dat ik op mijn bezem spring en naar je toe vlieg, sneller dan de wind.  (hihihi) Siske K. Brief 3 14 april 2018 Allerliefste snoezepoezeloeterke,   het spijt me ontzettend dat de duisternis jou weer even helemaal in zijn greep heeft. Ik had al zo'n vermoeden. Een week duurt lang zonder iets van jou te horen. Dan weet ik hoe laat het is. Vandaar dat ik je even belde. Je klonk dapper, zo ken ik je. En moe, ook dat hoort erbij. Een diepe overgave bespeurde ik evenzeer. Toch maf hoe simultaan ons intern proces loopt. Volgens mij zijn onze zielen per ongeluk aan elkaar gerist alvorens we geboren werden. Alhoewel... per ongeluk?Veel woorden hadden we niet, aan de telefoon. En toch was die ene zin voldoende om ons beiden in de slappe lach te laten rollen. Zeven volle minuten lang, ik heb het gezien op de klok. Volgende keer moeten we daar toch wat meer pauzes in proberen te stoppen, want dat plekje achteraan mijn hoofd deed weer zoveel pijn! Mijn woorden zijn op. Bedankt, knettergekke vriendin. Je was een streepje zon in mijn bewolkte dag.  PS: Zou dat lachplekje op het achterhoofd algemene kennis/ervaring zijn? Ik vraag het me af. Misschien moet ik hier eens wat mensen over bevragen. Ik houd je op de hoogte!

Kristien
0 0

derde opdracht : brief aan ex

Dorp, 20 april , 2018   Walter, Wat zag je er knap en goedgezind uit op de fotokaart uit Amsterdam !  Fysiek heb ik me na 1984 nog lang tot je aangetrokken gevoeld . Maar je goede luim verdween uit zicht zo gauw we weer thuis waren . Je cafévrienden lokten je ganse dagen en nachten mee , terwijl ik thuis eenzaam op onze twee dochters paste . Zonder veel nadenken en omdat hét moest  waren we in november 1974 in het huwelijksbootje gestapt . Je hebt me nooit verteld wat je dacht van mijn zwarte rok met blazer , die ik toen droeg.  En die zwarte hoed met witte bloemen was nog echt flower power. Wat jij precies aanhad  , weet ik zelfs totaal niet meer . Je moet me eens een foto terugsturen als je wil , want je wou onze trouwfoto’s niet verdelen  bij de scheiding , nu meer dan twintig jaar geleden. We doen nu dus een kleine ruil. Onze huwelijksreis  bestond uit een lang weekend Amsterdam. Veel hebben we van de stad niet gezien indertijd. Ik herinner me vooral de massa’s gehavende fietsen die overal gestald stonden. ’s Avonds durfden we niet buitenkomen , de stad leek dreigend. Ons knusse hotelbed was een  excellent alternatief. De knappe man op de toeristische zwart- wit postkaart is omring door stadsgezichten. Een daarvan is het Anne Frankhuis. Dat bezochten we op onze tienjarige jubileum huwelijksreis. We liepen er samen door de beladen vertrekken. Mijn hoofdmotief voor het bezoek was het feit dat  Anne dagboeken  schreef.  Realiteit boven fictie , misschien een beetje gekleurd , maar toch echt . Jij liep blijkbaar maar met me mee , om de tijd te doden. Tenminste ik weet absoluut niet wat je er van vond en of het je iets deed . Communicatie was zeker niet ons sterkste punt. Het tochtje op de grachten was waarschijnlijk meer je ding. Je kon er een biertje krijgen en je onafscheidelijke sigaret roken. Een drijvende kroeg , dat hield je nog wel wat vol. Zelfs als ik er bij was. Twintig jaar huwelijk hebben we net niet meer gevierd .  Jij hield meer van de drank dan van je gezin en ik dacht een nieuwe liefde te hebben gevonden. Heb jij ooit een traan gelaten om het verlies van je huwelijk ?  Ach, dat zal je me nooit vertellen . Maar in trouwen ben je goed. Ik hoor net van onze oudste dochter dat je het een vierde keer gaat doen. Succes nogmaals !    Myr  

Myriam
0 0

Voor-het-vriendinnetje-van

Hey Annelies,   De baby ligt al in bed. Ze was moe, het warme weer denk ik. Doet me denken aan haar geboorte, toen was het ook zo’n hete dag. Weet je nog, dat we jullie ‘s avonds laat opbelden met het grote nieuws? Wat had ik graag de reactie van jullie kindjes gezien, ze keken al zo lang uit naar de komst van hun nieuwe speelkameraad. Maar ze moeten nog een beetje geduld hebben. Tot de baby geen baby meer is en mee kan ravotten. Dan houden we logeerpartijtjes en kunnen we elkaar een dagje rust gunnen. Iets om naar uit te kijken!   Groetjes Hey Annelies   Ik wou je nog vertellen dat ik blij ben dat het wat beter gaat tussen ons. Onze eerste ontmoetingen, twaalf jaar geleden, waren geen hoogvliegers. Twee verschillende karakters, samen in de mix gegooid: de-vriendinnetjes-van. Dat liep vaak stroef want we zitten nu eenmaal anders in elkaar. Maar je laat ons een rol spelen in het leven van je kindjes want dat vind je belangrijk. Wij zijn wat chaotischer, we lopen niet binnen strak afgezette lijnen. Maar dat begrijp je en je laat ons doen, want als je ons nodig hebt dan zijn we er wel.   Groetjes Hey Annelies   Wat ben ik soms jaloers op je. Een mooie carrière en een huishouden dat draait als een minutieus afgestelde machine. Ik doe zomaar wat. De wasmand puilt uit, de keuken is een puinhoop. Er ligt zelfs aarde in de living, omdat de kat een andere mening heeft over de positie van de kamerplanten. Maar iedereen is gezond, krijgt op tijd eten en drinken, is proper. Daar doe ik het mee. Misschien moet je dat ook soms eens proberen, gewoon even loslaten wat tijd nemen voor jezelf. Het kan zo deugd doen.   Groetjes

JasmienB
0 0

Opladen

                                                                                               Kortrijk, 08 april 2018   Emmely,   Tot zo’n zestal maanden geleden had ik er zelfs nog niet van gehoord. En toen ik na vele omzwervingen in jouw les ‘restorative’ yoga terechtkwam, was het niet direct grote liefde. Echt alles in mij ging in weerstand. Toch bleef ik vastberaden volhouden tot de ontspanning en rust hun intrede deden. En ik me, op de tonen van jouw warme stem en dankzij jouw down to earth-aanpak, steeds meer voelde thuiskomen op de yogamat. Ik vind het wel grappig hoe jij de klinkers zo anders uitspreekt. En hoe je de vorige keer verrukt uitriep: ‘een kaartje!’, toen ik er na zo’n vijftiental lessen eindelijk in geslaagd was om mij een tienbeurtenkaart aan te schaffen. Zelf blijf ik wel hardnekkig de klemtoon van ‘restorative’ anders leggen; een laatste restantje verzet hier diep vanbinnen?    Lieve groet,   Daphne                                                                                                                                                                                                                                        Kortrijk, 10 april 2018   Emmely,   Vanavond mocht ik weer. Inmiddels betekent dat feest voor mijn hoofd en lijf. Vele nieuwe gezichten keken me aan toen ik op het allerlaatste moment de zaal op kousenvoeten betrad. Waarna je ons opnieuw zacht meevoerde in de wondere wereld van de ontspanning. Ik probeer die zachtheid in mezelf ook hierbuiten aan te spreken. En steeds authentieker in het leven te staan; een gigantische uitdaging. Is dat bij jou ook het geval? Het lijkt jou zo gemakkelijk af te gaan, maar misschien zie ik dat verkeerd. Ik laat me er in ieder geval graag door inspireren, alsook door de quote waarmee je ons telkens de nacht instuurt. Al vond ik het de laatste keer wel jammer dat we ons nog in de houding aan het installeren waren; zo kon ik de woorden niet bewust in me opnemen. Ach, niet getreurd, volgende week heb ik een nieuwe kans.    Lieve groet,   Daphne                                                                                                                                                                                                                                          Kortrijk, 15 april 2018   Emmely,   Vrijdag was er een reünie van mijn opleiding en twee dagen lang heb ik er mijn hoofd over gebroken aan wie iemand van de groep mij nu toch zo hard deed denken. Tot ik eindelijk doorhad dat het jou betrof, althans qua fysieke verschijning. Eigenlijk weet ik haast niets van jou, maar je intrigeert me wel. Een babbel bij een lekker theetje - of twee - zou ik dan ook niet afslaan. Ik heb zo’n vermoeden dat we allebei honderduit zouden praten en dat de middag voorbij zou vliegen. Om het op zijn West-Vlaams te zeggen (of althans een poging): ‘ik peis da je gy wel 'n toffe zyt’. En misschien iets helemaal anders, maar ik vind het fascinerend hoe jij jouw gestaag opkomende grijsheid gewoon zijn natuurlijke gang laat gaan. Waar ik die paar glanzende grijze haren al pure horror vind. Misschien zit jouw yogapad daar wel voor iets tussen. Zou ook ik die innerlijke rust steeds meer ervaren, als ik het mijne verder blijf bewandelen?    Lieve groet,   Daphne                                                                                                                                                                                                                                        Kortrijk, 17 april 2018   Emmely,   Vandaag heb ik thuis een halfuurtje de tijd genomen om wat oefeningen te doen en wat was dat heilzaam! Jouw input vanuit de lessen kan ik daarbij goed gebruiken. Je merkt; ik ben ermee bezig. En deze woorden (of wat ik ervan onthouden heb), weerklinken hier nog steeds bij mij van binnen: ‘Rest is not self-indulgence Rest is self-preservation Slowing down is waking up’    Namasté,   Daphne

Daphne Muylle
0 0

Bagagedrager

Brief 1, 23 november 2016   Dag Florian,   Dat was toch je naam hé? Nou, dat vermoed ik me toch te herinneren. Neem het mij niet kwalijk, dit katerhoofd zit vol gaten na vannacht. Je ochtendlijke sms deed me zopas oogrollen en zenuwachtig glimlachen tegelijkertijd. Proficiat! Je scoort alvast door de belachelijke regel “wacht nu 3 dagen af om interesse in haar te tonen” over te slaan. Dat weegt nauwelijks op tegen alles in de contra kolom: een decennium lange relatie waar je net uitkomt, de vijf (!!) minuten durende tijdspanne waarin je me dat feit als eerste verteld had, de vier komma vijf maand lange reis naar Azië die je over exact één komma vijf maand plant te beginnen. Bagage heb je genoeg. Zowel in de verleden als toekomstige tijd. Ik antwoord je straks wel. De belachelijke “ze speelt hard to get” regel pas ik helaas wel toe. Sorry daarvoor alvast.     Doei! Heleen     Brief 2, 28 juni 2016   Dag Aziaat,   Je stond gisterenavond terug voor mijn deur. Na vier komma vijf maand weer terug op Gentse bodem. Rechtstreeks van de luchthaven tot op mijn stoep. Tot zover het plan het eerst weer rustig aan te doen. Ik had zoveel zenuwen om je terug te zien, Florian. Te zien. Je niet meer enkel te horen of te schrijven. Hoe het ook verder loopt tussen ons, ik vergeet gisterenavond niet. Hoe het tien minuten duurde voor je me mocht omhelzen. Hoe het dertig minuten raar en helemaal niet raar was tussen ons. Wat het dan weer net wel raar maakte. Hoe het veertig minuten duurde voor je eindelijk vroeg of je me dan weer kussen mocht. Hoe het na vier komma vijf maand alleen slapen fijn was weer naast iemand wakker te worden.   Tot morgen?   Heleen       Brief 3, 13 maart 2017   Dag lief,   Ik heb je planten zopas met veel zorg en liefde water gegeven. De verwarming staat ook op. Na tien warme dagen Hongkong kan je een kil huis wel missen. Je zal me hoogstwaarschijnlijk straks vragen of ik dat niet vergeet te doen. Jij plant immers de feiten, ik hol er meestal achteraan. Denk je even na wat je graag wil eten als je thuiskomt? Ik zorg er wel voor terwijl jij je jetlag uitslaapt.   Tot snel! xx

Heleen De Grande
4 0

wedstrijdje?

‘He, Polo, doen we een wedstrijdje? Om ter eerste aan de andere kant van het voetbalveld.’ Zulu staat je stralend aan te kijken? ‘Wedstrijdje?’ ‘Ja, wedstrijdje. Je kent het wel, wie het eerste aan de overkant is, die heeft gewonnen.’ De uitdagende blik die ze je toewerpt, kan je niet negeren en je gaat al bijna even stralend op haar voorstel in. ‘Klaar om ingemaakt te worden Zulu?’ ‘Hou jij je maar klaar Polo, want winnen zal je niet van mij.’ Jullie kijken elkaar een laatste keer in de ogen en dan roepen jullie tegelijkertijd: ‘START!’. Als twee gekken komen jullie in beweging. Hink, stap. Hink, stap. Je neemt meteen de leiding en je ziet hoe Zulu je op de hielen zit. Hink, stap. Hink, stap. Je probeert sneller vooruit te komen. Je moet en zal deze wedstrijd winnen. Jij bent de jongen, en je gaat toch niet onderdoen voor je jongere zusje. Hink, stap. Hink, stap.  Sneller en sneller begin je te gaan. Hink, stap. Hink, stap. Je valt bijna over je eigen voet, maar je herpakt je en je gaat verder. Hink, stap. Hink, stap. Het stoffige zand komt in je longen en je begint te hoesten. Maar je negeert het en je gaat verder. Het hoesten heeft je jammer genoeg vertraagd en Zulu haalt je in. ‘Zwakkeling,’ roept ze naar je, terwijl ze haar tong lachend naar je uitsteekt, ‘Trage slak,’ zingend steekt ze je voorbij. Jij doet je best om haar terug in te halen, maar ze heeft de snelheid goed te pakken en ze bolt bijna over het grasveld tot aan de andere kant. Gierend van het lachen hoor je haar steeds verder voorop geraken. ‘Wacht maar zusje, ik haal je nog wel in,’ roep je en je holt haar achter na. Hink, stap. Hink, stap. Jij gaat steeds sneller en sneller. En ook Zulu gaat steeds sneller en sneller. Hink, stap. Hink, stap. De andere kant is niet meer ver en je hebt haar echt bijna ingehaald. Je voet blijft haken achter een kiezelsteentje. Je verliest je grip en stuikt in elkaar. Rollend val je op de grond en een paar meter verder kom je tot stilstand. Zulu heeft je horen vallen. Ze draait zich abrupt om, en door deze beweging blijft haar wiel steken in een putje. Samen liggen jullie op de grond. Jij helemaal onder het stof van kop tot teen, met je krukken een paar meter verderop, zij naast haar omgevallen rolstoel. ‘Polo?’ ‘Zulu?’ Even zijn jullie bang dat iemand zich pijn heeft gedaan. Niet veel later gieren jullie het uit van het lachen. ‘Ik denk dat we kunnen concluderen dat ik de snelste ben,’ zegt Zulu stralender dan ooit. ‘We doen het morgen opnieuw, dan zullen we nog wel eens zien wie de snelste is,’ is jou antwoord voor haar. Je sleept je overeind naar je krukken, je duwt jezelf recht en je hinkt verder naar Zulu. Je helpt haar terug in haar rolstoel en je geeft je krukken aan haar. Je pakt de rolstoel vast en jullie gaan samen terug naar huis. Zij al rollend, jij al hinkend op je ene been.

Lore
0 0

Heimwee

Moeke, mijn moeke,   Terwijl ik deze foto bekijk, krijg ik heimwee. Ik krijg het niet, het overvalt mij.   17 jaar geleden, jij, ons Lien en ik in jouw tuin. Genieten van de zon en van elkaar. Jij straalt met haar op je schoot, ik zwaai naar de fotograaf en zit dicht bij jou. Je tuin is prachtig verzorgd. Net als jij. Zelfs in je nachtjapon ben jij op en top dame. Jij zit mooier op je plastieken witte tuinstoel, dan koningin Paola op een troon. Je witte haren zouden een kroon meer dan waardig zijn. 84 jaar tussen jou en je eerste achterkleindochter is niet te veel en ik ben blij dat ik haar met jou kan delen.   Ons Lien kijkt ook naar haar papa, de fotograaf maar is niet zo ontspannen als wij. Heb jij ooit als 1,5- jarige op de schoot van je overgrootmoeder gezeten? Huid als perkament, beschreven met ontelbare lijnen. Het kind voelde vast wel de liefde tussen ons maar kreeg nooit de band die ik met jou had. Kan ook niet.   Ik logeerde vaak bij jou, in bed verwarmde jij mijn voeten. Je gaf snoep dat thuis zelden was. Tijd had je in overvloed, samen maakten we fotozoektochten door Arendonk, namen we de bus om in Turnhout te winkelen of er het koffiehuis van je zus te bezoeken. Zwarte drop – “zjapkes”- eet ik om jou te eren want die had jij altijd bij je of ik maak gele pudding. Dat deed jij soms nog om 22u omdat je er dan onweerstaanbare trek in had. Of je ging in kamerjas naar de frituur van “Dikke Rik” 200m verderop om er ijsjes voor ons te kopen.   Wist ik toen veel hoe magisch dat allemaal was. Ik was die verwende kabouter die jouw enige kleindochter was. We woonden 50 km uit elkaar, jij reed geen wagen, maar onze band overwon die hindernis moeiteloos. Hoedanook die ervaringen kon je je achterkleinkind niet meer geven. Ik hoop dat zij ook zo’n betoverende mensen in haar leven heeft als jij. Weet je dat ze bijna haar middelbare studies afrondt? Helemaal klaar voor een ander leven en om ons nest deels te verlaten. Weldra.   Het is nu meer dan acht jaar geleden dat we elkaar voor het laatst zagen. Minder mooie omstandigheden. Pijn, afhankelijkheid en quasi blindheid tekenden je laatste levenstijd in een huis vol schimmen. Maar ook dit droeg je waardig. Bewonderenswaardig. Had ik er meer moeten zijn voor jou toen, spookt dan weer door mijn hoofd.   Zit je nu ook in een groene wei, te stralen in de zon? Hou je mij in de gaten en fluister je subtiel geluk in mijn richting? Maakt de tijdloosheid je weer jong? Ik overtuig mezelf dat je het goed hebt ginder. Dat verdien je. Bedankt dat je mijn moeke was. Inge

Joena C Bigs
0 0

Samen sterk

                                                                       Melsele, 18 april 2018 Beste Kay Lee,   Je liet lang op je wachten. Op enkele minuten na duurde de bevalling een etmaal. Dit weet ik van horen zeggen. Ik was er zelf niet bij. Deze uitputtingsslag werd moedig gedragen door je mama, mijn schoonzus. In dezelfde periode dat jij bent geboren, hadden mijn man en ik ook een kinderwens. Je weet uiteraard dat we kinderloos zijn gebleven. Jij werd mijn “ersatz-kind” en ik je “suikertante”. Hoe groter je werd, hoe meer je me om je vinger kon winden. Je lievelingswinkel was “Dreamland”, niet verwonderlijk natuurlijk een walhalla van kleuren, vormen, geluiden en grijpgrage handjes. De kloof kon niet groter zijn. Lieverdjes met omhooggetrokken mondhoeken en iets toegeknepen oogjes, minivoetjes in stevige tred naar de kassa. Speelgoed nog niet betaald, maar stevig omklemd. Enkel de kassierster mag het pakket overnemen. Stel je voor dat moeder het terug naar zijn oorspronkelijke plaats zou brengen. Jij bleef veilig bij me, want je wist maar al te goed dat ik je niets kon weigeren. Ondertussen ben je al vijftien, bijna zelfs zestien. Je plant al volop je “sweet sixteen party”, samen met je hartsvriendin Charlotte. Vroeger waren we onafscheidelijk. Vaak nam ik een dag vakantie om samen met jou uitstapjes te maken. Ik mis ons en ik weet dat jij dat ook mist. Het is vreemd, hoe meer de jaren verstreken, hoe stiller je werd, teruggetrokken, angstig zelfs. Samen weten we dat het verlies van twee bijzondere mensen die je je eerste tien levensjaren hebben gekoesterd, verzorgd en vooral hebben liefgehad, er hard heeft ingehakt. Mijn ouders, jouw bomma en bompa, zijn niet meer, maar het verlies dragen we samen nog elke dag.

Elise Legrande
0 0

En als de bom valt

Zaterdag 14 april 2018, 04.00 uur Welk middeltje gebruikt u om de slaap opnieuw te vatten? Schapen tellen? Of andere dieren? Bij mij werkt zoiets voor geen meter. Die nacht was het opnieuw zover. Meestal twijfel ik tussen een boek en mijn telefoon. Het boek was ditmaal een oudje van Gabriel Garcia Marquez: De generaal in zijn labyrint. Over de laatste maanden van generaal Bolívar, die in 1830 uit zijn Colombia moest vluchten. Een verhaal over wat oorlog doet met een mens. Prachtig, maar niet meteen luchtige kost voor het midden van de nacht.   Daarom zocht ik op de tast naar mijn telefoon. En toeval bestaat niet, zeggen ze, want ook daar las ik ook over oorlogstoestanden. Er waren net bommen gedropt op Syrische doelwitten, als vergeldingsactie voor gifgasaanvallen van het Syrische regime. Het is natuurlijk een schande dat chemische wapens nog altijd ingezet worden. Wat zijn we toch hardleers. Ook onze Amerikaanse vrienden hebben ze ooit gebruikt. Meer bepaald in de Vietnamoorlog, om de dichte wouden van dat land uit te dunnen, zodat de vijand zich niet kon verschuilen. Het toeval (het bestaat niet, ik zeg het toch) wilde dat ik de dag voordien een fotoreportage zag over deze ‘Agent Orange’, de naam van het chemische sproeimiddel. Mensonterend gewoon. Nog altijd, want de foto’s bewezen dat heel wat Vietnamezen, Amerikaanse veteranen en hun familie er zoveel jaren later de gevolgen nog van dragen. Die gruwelijke beelden spookten opnieuw door mijn hoofd. Slapen ging nu echt niet meer. De telefoon ging terug naast het bed.   Het was uiteindelijk een liedje dat me in slaap wiegde. U moet weten dat ik een kind van de jaren ’80 ben. De koude oorlog woedde volop in die jaren. De angst voor de bom en de rode telefoon zat nogal diep. Ik was dertien jaar toen ik voor het eerst ‘De bom’ van Doe Maar hoorde. Het is nooit meer uit mijn hoofd verdwenen. Vooral deze regels: "Laat maar vallen / want het komt er toch wel van / het geeft niet of je rent". Hoe noodlottig dat ook klonk, de bom is toen gelukkig nooit gevallen. Ik denk dat deze zinnen uit het liedje me die nacht enige hoop gaven: "Ik heb van alles, maar geen tijd / Ook niet voor heel even / Maar liever weet ik wie jij bent, voordat het te laat is". Poëzie, als wapen tegen de oorlog. Zou dat geen idee zijn? Ik zou zeggen: doe maar.

Rudi Lavreysen
0 0

Alternatief sprookje

(afbeelding: Lectrr)   Hans keek verdwaasd voor zich uit. Zijn Griet was met haar hebben en houden met de noorderzon verdwenen. Hoe had het zover kunnen komen ?   Toen ze nog met de vader van Grietje, de houthakker en stiefvader van Hansje samen met de moeder van Hansje en stiefmoeder van Grietje aan de rand van het woud woonden waren ze, niettegenstaande hun schrijnende armoede, toch gelukkig geweest.   Het afgeluisterde gesprek tussen hun respectievelijke stiefouders over hun achterlating in het bos had hen geen deugd gedaan en Hansje had het heel stom gevonden dat hij de truc met de kiezelsteentjes nadien met broodkruimels had geprobeerd. Hij had zich doodgeschaamd voor Grietje. Waarom ook moesten die domme bosduiven zijn kruimels oppeuzelen?   Gelukkig dat het sneeuwwit vogeltje al op het stekeldoorntje hen naar het huisje van peperkoek had geleid. Zij hadden zich tegoed gedaan aan de lekstokken die aan het dak bengelden,  de croissants en boterkoeken op de deur en het kleurrijke snoepgoed dat her en der aan de muren hing.  Echt voedzaam waren die dingen niet geweest maar hun buikjes werden eindelijk eens gevuld.   Dat het plots opgedaagde besje hen na haar 'wie knabbelt aan mijn huisje' nog chocolademelk en pannenkoeken met bruine suiker had voorgeschoteld was er teveel aan geweest. Toen dit oud scharminkeltje uiteindelijk ook nog een heks bleek te zijn was het hek van de dam.  Maar er zat niets anders op dan berusten in hun lot en dank zij de vetmesterij van Hansje kon ook Grietje af en toe een stukje hamburger en wat frietjes met mayonaise meepikken. De hongersnood was alvast verleden tijd.   Het verhaal ontplooide zich verder, eerst met de gruwel van het water dat werd gekookt om Hansje in te garen - de oven die opgestookt werd om Grietje in te duwen  en het heldhaftige optreden van Grietje die het oude vrouwtje in de oven duwde waarin deze, zoals het een heks betaamt, levend werd verbrand.    Daarna volgde het stroperige deel met de ontdekking van parels en edelstenen.  Alweer vulde Hansje zijn broekzakken met deze steentjes en Grietje, die nog haar schortje om had van het geveinsde broodbakken in de oven, propte het vol met parels.   Waarom er, later door Disney meermaals geïmiteerde, witte zwanen bij te pas kwamen om de weg naar huis te vinden blijft een raadsel . Het dekselse water waarop de zogenaamde boot ontbrak hadden ze immers nooit opgemerkt op de heenweg naar het heksenhuis .   Dat vader bij het weerzien blij was maar ook weer triest omdat zijn tweede vrouw inmiddels overleden was , niet echt van verdriet maar van pure ontbering en dat hij snel weer vrolijk werd bij het zien van zoveel rijkdom,  kon niet echt een happy end genoemd worden.   Moest er dan een nieuw einde aan het verhaal worden gebreid ? Wat er niet in het verhaal werd verteld maar logischer leek is het feit dat Griet en Hans van elkaar 'stief' en ook stapel waren en dus samen konden trouwen en nog lang en gelukkig leven.   Zo geschiedde dus, tot er haren in de boter kwamen. Hans was nooit zijn overtollige kilo's van weleer kwijt geraakt en Griet had met de vele parels die ze zich had eigen gemaakt de smaak te pakken gekregen en was een  juwelierszaakje begonnen.  Toen Hans zich ook nog in de drank gooide en Griet zich danig begon te interesseren in een knappe vertegenwoordiger van Huize Cartier gingen de poppen aan het dansen.   Het sprookjeshuwelijk waarvan in het ware leven nooit sprake was geweest, maar ook niet in het sprookje, eindigde in een banale vechtscheiding.    

Vic de Bourg
515 1

kijken

Dag gevleugelde lezer,   Ben jij een ‘binnenkijker’ of een ‘buitenkijker’ ? Deze vraag borrelt vaak bij me op als ik iemand voor de eerste keer ontmoet. Het lijkt niet direct de meest prangende vraag om met een persoon –jong of oud- te beginnen communiceren, toch is het voor mij belangrijk om dit te gaan uitvlooien. En met de jaren is mijn drang om dit te weten nog meer gegroeid. Deze categorieën kun je trouwens niet terugvinden in één of andere vuistdikke encyclopedie of op een wikipedia-pagina, mocht je nu naarstig beginnen zoeken. En zoals vaak het geval is: echte vastomlijnde categorieën zijn het ook niet. Je kan best een buitenkijkmoment als binnenkijker hebben en vice versa. Binnenkijkers zijn mensen die een oneindige belevingswereld hebben, een soort explosie of een altijd in beweging zijnde stroom van verhalen in hun hoofd. Buitenkijkers hebben veel meer input nodig van wat er om hen heen gebeurt. Ze zoeken structuren en kunnen met een –voor mij vaak verwonderlijke- helderheid zaken benoemen. Ik vind ze soms wat strakker in hun manier van denken. Al is deze uitleg uiteraard niet evidence based en eerder gestoeld op mijn aaneenrijging van verzamelde verhalen en ervaringen. Want dat vind ik zelf het meest fascinerend:  zoeken naar verhalen en het vasthouden van zeldzame momenten van helderheid van mensen die ik ontmoet.  Ze helpen me ook om mijn mentaal ei uit te broeden. Als ik een pertinente buitenkijkmodus heb, dan zie ik veel gebeuren in mijn straat. Ook in onze straat zijn vele geheimen verstopt in ongekende kieren. Maria is onze overbuurvrouw van bijna 80 jaar. Ze bewaakt de straat met arendsogen en een ongekende helderheid. Een echte buitenkijker en pottenkijker. Met haar hart op de tong kan dat alle kanten opgaan: transparatie troef, dat waarderen mensen vaak wel. Maar soms ook genadeloze botheid. Zo komt ze ongeveer twee keer per jaar in conflict met een buurman, een zeventiger die onze straat reeds van zijn kindertijd bewoont. Kamiel is een ongeremde verzamelaar. Zijn huis staat volgestouwd met spullen allerhande, gaande van platen, servies, meubels tot zeldzame munten. Ze vinden elkaar in het afschuimen van rommelmarkten, zowel binnen de verkoop als de aankoop. Maar bijna dagdagelijkse ritten in een grote gammele auto met een overdaad aan spullen, stelt elke vriendschap danig op de proef. De beproeving krijgt nog een extra boost met de verbaal-op-het-scherp-van-de-snee-staande Maria versus de woordenzoekende-gedecideerde-en-vaak-koppige Kamiel. Nu zijn er veel meer interessante straatbewoners te bespeuren. In de zomer ontwaar je mengelingen van vaak onbekende geuren in de avondlijke uren. Ze laten je reizen naar vele uithoeken van de wereld en laten je dromen van iets dat ver buiten je blikveld ligt en tergelijkertijd je binnenkijkmodus stimuleert. Ben jij er al uit welke richting het zal uitgaan ? Laat dit een start zijn van een ontdekkingstocht, we zien wel waar we elkaar tegenkomen,   groeten     Winny     Ps dit epistel komt later dan gepland. Het heeft deels te maken met een onvoorziene aprilse sneeuwstorm op een ander continent. Maar daarover later meer.

Yuko
0 0

opdracht 2

Dag vriendin,   We kennen mekaar ondertussen meer dan 15 jaar. Mocht er een paspoort van onze vriendschap bestaan, dan stond er geschreven bij geboorteplaats: Tunesië. Het was daar dat we onze eerste week samen doorbrachten. Allebei op zoek naar wat avontuur. Sindsdien passeren we provinciegrenzen in eigen land om mekaar telkens opnieuw te ontmoeten.        Dag vriendin,   Jij bent moeder van twee kinderen. Ik ben, zoals dat dan heet, kinderloos. Het is een keuze. Zoals de vraag die ik vorige week kreeg. Ze kwam uit de mond van jouw 11-jarige dochter: "wil jij mijn moeder zijn?" Toen ze deze vraag stelde, keek ze naar jou. Ik vermoed dus dat deze vraag eerder als boodschap aan jou was bedoeld. Maar ik zit er nu wel al dagen over na te denken. Wacht zij nog op een antwoord van mij?     Dag vriendin,   Tijdens de voorbije slapeloze nacht, bekeek ik vakantiefoto's van Tunesië.  Weet je dat het al 20 jaar geleden is? Een echtpaar viert op zo'n moment hun huwelijksverjaardag. Wat denk je ervan, vieren wij onze 20-jarige vriendschapsband? Ik proost alvast op ons.     Dag vriendin,   Ik wilde dit nog even kwijt. Als jij er niet meer bent, wil ik gerust het moederschap van jouw dochter en zoon op mij nemen. Eerder niet. Wil jij deze boodschap overbrengen? Nu hoef ik er verder niet meer over na te denken.. Dat lucht op.  Ik weet het, zoals je al eerder zei, ik ben de denker, jij bent de doener. Zo houden wij de dingen in evenwicht.               

Trijn
0 0

Bellatrix

Zie je daar dat meisje? Daar op het strand, met die roze knuffel in haar hand?   Dat is Bellatrix.   Bellatrix houdt van kralen, schelpen, sterren en van haar knuffel Bettelgeuze. Ze woont samen met haar papa, haar mama en haar broer in een klein vissershuisje op het strand. Haar papa bouwt er boten en haar mama schildert ze. In hun huisje ruikt het altijd naar houtsnippers en verf. En naar het zout van de zee. Niet alleen Bellatrix' huis is trouwens heel bijzonder. Nog specialer is haar naam. Toch? Ze kent niemand anders die zo heet. Behalve dan haar mama en haar oma natuurlijk. En de mama van haar oma. En de mama van de mama van haar oma. En de mama van… Tja, zo kunnen we nog wel even doorgaan. In Bellatrix’ familie heten alle oudste dochters Bellatrix. Al eeuwenlang. Bellatrix weet niet waarom. Als ze haar mama naar de reden vraagt, glimlacht die alleen maar geheimzinnig. Ze streelt over Bellatrix’ haren en ze zegt: ‘Een wonderlijke naam voor een wonderlijk meisje.’ En verder niets meer.   Elke avond, als alle anderen in huis naar dromenland zijn, kruipt Bellatrix uit haar bed en sluipt ze de ladder op naar de zolder. Samen met Bettelgeuze kijkt ze door de raampjes in het dak naar de sterren. Eerst zoekt ze de Grote Beer. Als ze die gevonden heeft (hij lijkt trouwens meer op een steelpan - je weet wel, zo eentje om eitjes in te koken, dan op een beer), telt ze verder omhoog tot aan de Poolster. Dat is de piepkleine ster waarrond alle andere sterren heen lijken te draaien. Soms kijkt ze nog even naar Cassiopeia. Die sterren vormen samen de letter W. En ze hebben ook al zo'n bijzondere naam. Cassiopeia. Prachtig, toch? Maar haar aller-aller-aller favorietste sterrenbeeld is Orion. De Jager. Naar hem kijkt ze in de winter elke avond net zo lang tot haar eigen adem de raampjes doet benevelen en de sterren verdwijnen. Ze kan zich nooit herinneren hoe ze van de zolder weer naar beneden is geraakt, maar elke ochtend wordt ze wakker in haar eigen bedje.   Op een avond sluipt ze net als steeds naar de zolder. Het is putje winter en het heeft zwaar gestormd. Dikke wolken in ontelbare tinten paars, wit en blauw zijn eerder die dag vanuit de zee over de duinen het land ingerold. Onder het licht van de zon kregen de groene duingrassen een gouden schijn. Tientallen blauwe bollen, groot en klein, speelden verstoppertje in het gele zand. De kleuren en de vormen waren heel anders dan in eender welke andere storm die Bellatrix al heeft meegemaakt. En dat zijn er heel wat. Ondanks de hevige wind en de dikke wolken heeft het bovendien niet geregend. De hele dag niet. Geen druppel. Heel erg vreemd allemaal.   Bellatrix kijkt door het eerste raampje. Alles is donker. Geen ster te zien. De wolken zijn te dik. Het zou kunnen dat ze die avond met haar ogen dicht naar de sterren zal moeten kijken. Ze draait zich om naar het andere raampje. Door een gat in de wolken komt Orion tevoorschijn. Gerustgesteld glimlacht Bellatrix naar Bettelgeuze. Opgetogen kijkt ze weer naar buiten. Maar… ziet ze dat nu goed? Er klopt iets niet. De linkerschouder van Orion lijkt wel verdwenen. Is ze misschien al aan het dromen? Ze knijpt stevig in haar eigen wang. Au. Neen, ze is wakker. Ze kijkt nog een keer. En ja hoor, ze heeft het goed gezien. Orion is stuk. De ster uit zijn schouder is weg. Bellatrix opent het raam en steekt haar hoofd naar buiten. Met haar ogen tot spleetjes geknepen speurt ze de hemel af op zoek naar de verdwenen ster. Plots hoort ze iets achter zich. In een flits ziet ze een blauwe schijn achter de schouw van het huisje verdwijnen. ‘Is daar iemand?’ fluistert ze. Eerst blijft alles donker en stil. Tot plots een klein blauw handje en een klein blauw voetje vanachter de schouw komen piepen. En al snel de rest van een klein blauw wezentje volgt.   ‘Euh… Dag mevrouw. Ik ben Bellatrix.’ zegt het vreemde blauwe schepseltje een beetje aarzelend. ‘Hé, heet jij Bellatrix? Ik heet ook Bellatrix. Zo grappig. En ik ben helemaal geen mevrouw, hoor.’ antwoordt Bellatrix. ‘Waar kom jij vandaan?’ Het wezentje wijst naar boven, precies naar het zwarte gat in de schouder van Orion. Bellatrix kijkt van het blauwe wezen naar het zwarte gat en terug. ‘Je bent een ster? Een echte ster?’ Bellatrix de ster knikt. Gerustgesteld door de vriendelijke reactie van Bellatrix het meisje, begint de ster te vertellen. ‘Vanuit mijn plek aan de sterrenhemel kijk ik elke avond naar hier. Ook al ben ik hier – voor vandaag dan – nog nooit geweest, ik ken de Aarde goed. Van de verhalen van mijn mama. Heel lang geleden heeft zij - zij is ook een ster - hier op Aarde een klein meisje gered dat aan het verdrinken was. Uit dankbaarheid heeft de mama van dat meisje - ze was de dochter van een beroemde kapitein - hun schip geschonken aan mijn mama. Een echt schip! En ik zou er zo graag eens mee varen. Al duizenden jaren droom ik daarvan. Maar bij ons is er geen water. Daarom ben ik naar hier gekomen. Wil jij me misschien helpen?’   De ster wijst naar beneden, naar de zee. Aan de waterlijn ligt een houten zeilschip. Er zijn allerlei wonderlijke wezens op afgebeeld en de twee grote masten steken hoog de hemel in. Bellatrix de ster kijkt Bellatrix het meisje hoopvol aan. ‘Wat denk je, Bellatrix? Wil jij met me meevaren?’ vraagt de ster. Varen met een ster van Orion? Daar moet Bellatrix niet lang over nadenken. Ze propt Bettelgeuze onder de bloes van haar pyjama en wenkt de ster om haar te volgen. Langs de regenpijp glijden ze naar beneden. Zo snel als ze kunnen rennen ze over het strand tot aan de zee. Daar klimmen ze aan boord van het schip. De zeilen plooien vanzelf open. Al gauw zijn ze op open zee. De kabbelende golfjes van de net nog woeste maar nu weer kalme zee klotsen zachtjes tegen de buik van het schip. De wolken breken open en ontelbaar veel fonkelende sterren verschijnen aan de hemel. Vooraan doet de maan het water oplichten van aan de boeg tot aan de horizon.   Dolfijnen springen op uit het water. Ze spelen verstoppertje met het flikkerende licht van de maan op de golven van de zee. De bodem van het schip is doorzichtig. Een donkere schaduw glijdt onder het schip. Bellatrix de ster kijkt met open mond toe. Wanneer de walvis bovenkomt, spuit hij een fontein van water over hen heen. Bellatrix de ster danst door de waterval. Ze giert het uit. Na de dolfijnen en de walvis volgen nog vele andere dieren. Duizenden glinsterende vissen, kwallen en zeesterren zwemmen onder en om hen heen. Bellatrix de ster en Bellatrix het meisje kijken samen toe tot hun adem de glazen bodem doet benevelen en de dieren verdwijnen. Als Bellatrix de volgende ochtend wakker wordt, ligt ze niet in haar bed. Ze ligt nog steeds op zolder, in haar deken gewikkeld, netjes tussen de twee raampjes in. Heeft ze dan toch alles gedroomd?   Ze kijkt naar buiten, op zoek naar een sprankeltje blauw of de masten van het schip, maar ze ziet geen spoor meer van het avontuur dat ze die nacht beleefde. Het schip is weg en de zon staat al hoog aan de hemel. Versuft loopt ze naar beneden. Haar mama is aan het schilderen in de keuken en haar papa leest de krant. ‘Goedemorgen Bellatrix. Je bent zo laat. Heb je weer naar de sterren liggen staren deze nacht?’ vraagt hij. ‘Weet je trouwens dat er een ster is die net zo heet als jij? Bellatrix. In Orion. Kijk, ik lees het hier net in de krant.’ Bellatrix leest de eerste zinnen van het hoofdartikel op pagina één. ‘Bellatrix, de blauwe ster uit het sterrenbeeld Orion was vannacht enkele uren onzichtbaar. Wetenschappers staan voor een raadsel.’ ‘Een verdwenen ster. Waar halen ze het toch?’ zegt haar papa lachend. Bellatrix’ ogen worden groot. Plots voelt ze de hand van haar mama op haar arm.   ‘Bellatrix, een wonderlijke naam, voor een wonderlijk meisje.’ Haar mama knipoogt. Bellatrix, een wonderlijke naam voor een wonderlijk meisje. Ja, ze begrijpt het nu. Die avond kijkt ze samen met haar mama naar de sterren. En terwijl ze naar de machtige Orion kijken, is ze er bijna zeker van dat ze de kleine blauwe ster in de schouder van de Jager heel even kan zien knipogen.   Kijk zelf ook maar eens vanavond. Misschien, als je heel goed kijkt, zie jij het ook.

Bregtje Van Bockstaele
0 0

Lieve Eliane

Lieve Eliane, Kan jij het snappen dat goede raad geven werkt als een rode lap op een stier? Je komt naar me toe met je swiffer, cif-créme, sodakristallen en een onuitputtelijke doe-modus. Maar ik zie wel dat je moe bent, dat je mijn scheiding moeilijker kan dragen dan ikzelf. Kon ik je maar ontslaan uit jouw rol van redder-in-nood. De vraag is of je dat wel wil? Iedereen wil zich nuttig voelen, zeker als je oud wordt. Liefs,Vanessa   Lieve Eliane, Bingewatchen. Dat woord zegt je vast niets. Je zou het vast afkeuren als je wist dat dít mijn nieuwe hobby is. Ik hou mezelf voor dat het me inspiratie geeft voor mijn verhalen. Fantasy-series zijn mijn favorieten. In de scène die ik gisteren zag, rukt de boze koningin in één haal het hart van de stalknecht uit zijn lijf, omdat hij de ware liefde van haar dochter is. "Moeder weet best" is haar laconieke antwoord op de wanhoop van haar dochter.  Soms hebben moeders last van waanideeën. Liefs,Vanessa   Lieve Eliane, Kan je een mens écht kennen? Kan je begrijpen wat belangrijk is in haar leven?En kan ik ooit met de juiste ogen naar je kijken en je zien zoals je werkelijk bent? Ogen die niet vertroebeld zijn door de rollen die het leven ons toebedeelde? Cuba, dat was de vakantie waar je al je hele leven naar uit keek. Bij je terugkeer vertelde je niet over Havana, lekkere mojito's of de Museo de la Revolución. Je haalde een fait-divers aan over je man die, heel eventjes, iets te lang oogde naar een vrouwelijke gids.  Daarna hoorde ik nooit meer iets over Cuba.   Was het eigenlijk een droomvakantie voor je? Liefs,Vanessa   Lieve Eliane, We bedoelen het zo niet maar toch kwetsen we elkaar, heel vaak. Maar toon me zwart op wit de regel die zegt dat moeder en dochter voor elkaars geluk moeten zorgen? Liefs,je Vanessa

Zinderen
1 0