Lezen

Misverstand omtrent het recept ‘Konijn met pruimen, bananen en gebakken peren’

Geachte Mevrouw De Kringwinkelverantwoordelijke,   Enkele dagen geleden heb ik, Dimitri Je-Weet-Wel, U één van mijn konijnen gestuurd met een zak peren. Ik moet wel toegeven dat ik het domste van al mijn konijnen naar U zond en dat was misschien geen verstandige beslissing. Ik had het konijn tijdig wakker gemaakt en gezegd dat hij zich goed moest wassen, omdat hij nu eenmaal naar de echte wereld ging en men daar de geur van zijn lijf allicht niet gewend was. Gelukkig is het een braaf en naïef konijn dat alles doet wat ik zeg, maar het is ook een beetje een raar konijn, dat saladehoop heeft en bang is van karotten. Nu, het beestje stond klaar om te vertrekken en ik zei : 'Pas maar op in die groentenwinkel want daar staat een heksenketel!' 'Wat?” vroeg het naïve beest, “Een heksenwinkel met een groentenketel?' 'Gij dompie', antwoordde ik. 'Het was maar een grapje.' Achteraf vertelde het konijn me alles, dat hij de weg gemakkelijk gevonden had en dat hij daar stond met zijn zak peren. Aan de eerste de beste die hij tegenkwam, vroeg hij : 'Is het hier?'. 'Wat zoek je?' vroeg de vreemde. 'Een groentenwinkel', zei het konijn. 'Hahaha… ja ‘t is hier', antwoordde de vriendelijke vreemde. Toen hij binnenkwam, zag hij eerst enkel bananen en pruimen rondlopen. 'Oei, dacht het konijn. Ik ben verkeerd', maar wat verder stonden enkele bakken witloof en salade. 'Komt goed uit', dacht het konijn dat leed aan die rare saladehoopziekte. 'Wat heb jij meegebracht?' vroeg één van de rondlopende pruimen. 'Een zak peren,' antwoordde het konijn. 'Peren? Wa is da?', vroeg de pruim. 'Steek ze maar in een locker.' De zak was echter vrij groot en mijn konijn stak de peren dan maar in een bananendoos. 'Peren in een bananendoos?' prevelde het konijn en hij kon aanvankelijk nog lachen bij zo’n banale gedachte, maar toen hij wat verder kwam, zag hij de heksenketel en toen werd mijn konijn stil. 'Wat is dat voor iets?' vroeg hij aan één van de bananen. 'Een gigantische jacuzzi,' zei de banaan, 'en tijdens de pauze kruipen alle pruimen en alle bananen daar in. Het is echt supergezellig.' 'Zal wel', sprak mijn konijn, 'die het zaakje niet helemaal vertrouwde', en hij begon wat rond te neuzen. Hij zag de pruimen en bananen druk doen en bezig zijn. Ze zongen allemaal verschillende liedjes, haalden allerhande voorwerpen uit de bananendozen. De oorsprong van al die wereldse marchandise was hem een raadsel en in de verte hoorde hij hoe de heksenketel stilaan op stoom kwam. Het was een bizar toestel, met een deksel, daarop allerhande stoomfluitjes. Het ding begon te pruttelen en de fluitjes schoten in gang. Het klonk als een hels kerkorgel en echt waar : mijn konijn vertrouwde het boeltje niet meer. Hij werd er helemaal tureluurs van en het deed pijn aan zijn oren. 'Straks, dan splijt mijn kop nog… verwachten ze dat ik ook in die mega-jacuzzi kruip.' Mijn konijn heeft toen voorzichtig zijn zak peren uit die bananendoos getilt en heeft het hazenpad gekozen. Tot overmaat van ramp hield een haas hem tegen, maar het langoorbeest glimlachte en mijn konijn kon weer op adem komen. De haas wilde enkel weten wat mijn konijn op zijn pad deed. 'Weglopen,' zei mijn konijn. 'Dan is het goed', zei de haas, 'maar ben je wel zeker dat je in de juiste richting loopt?' 'Jaja', antwoordde mijn konijn, 'de weg naar mijn veilig hol, dat ken ik als de beste.' Toen mijn konijn weer thuis was, vroeg ik waarom hij de peren terug meegebracht had, want we hadden niet eens een pan om ze te bakken. 'Tant pis!' -Frans, niet uit te spreken als ‘tandpis’ - zei ik en ik stak die schone peren weer in de frigo. Om het konijn weer volledig kalm te krijgen, heb ik het dier naast mij gezet, in bed. Het beestje heeft zich deze morgen toch deftig gewassen, zo dacht ik. Daarna nam ik het fameuze boekje van mijn grootvader. Het is een boekje van het jaar stilletjes. Ik heb het ooit meegenomen uit zijn naar sigarenrook riekende bureau en het nooit meer teruggegeven. Dat kon na vele jaren ook niet meer, omdat men hem onder de zoden had gestoken. U kent het boekje ongetwijfeld ook, 'Les Fables de la Fontaine' en achterin steken intussen al vele kleine papiertjes met daarop zelfverzonnen verhaaltjes, maar mijn konijn wil alleen the real stuff horen en ik sloeg het boekje open op een willekeurige bladzijde. Het was iets met een wolf, een uil en een ezel. Ik begon te lezen en keek opzij. Het konijn lag al te slapen, was allicht doodmoe.   Met vriendelijke groet,     Dimitri Je-Weet-Wel                                         Bachten De Kupe , 23 november 2015     uit de reeks  'Duim voor Dimitri'

Bernd Vanderbilt
0 0

Blowjob

how low are you willing to see me go are you willing to watch me, pain your eyes with me   when I cling to you with knees the colour of the gravel I drag them through for you will you be disgusted yet?   when full earth turns my golden hair to brown to soil, to grow and root within this earth will you be appalled yet?   my nails, broken, filled up with pieces of granite and obsidian now more resembling of talons than hands will you hold them still?   when I have dug for oil, and it is seeping from my eyes will you can it and sell it? when I finally sit among diamonds, will you think now she is low enough to stop complaining I never give her anything   will you tell me about the riches growing underground and send me down to mine for you to yours for you   until I finally can’t manage to crawl back into bed with you? I’ll keep myself warm on the marble floor  with your love letter words that wrote me into an inferno once with your love song tongue   is this all the love I get to have?   you’ll say yes yes, you’ll say this is all the love I have to spare   you’re a railing without stairs but I still tumble down for you take your hands and bruise them purple kisses on the wall love too frail to punch clear through   tangle my hair around all the broken promises that silently line the empty sides of your ring finger and see if my heart fits through the space between your legs   it doesn’t   you contemplate the paradox, but not for long   and I’ll say yes yes I’ll say this is all the love I get to have

bgoof
0 0

FAF Kitona (slot)

                          To the boldly, go where no man has gone before…       Een kist hoort te blinken en vier Harvards staan keurig opgesteld op het vliegveld van Kitona, alle zijn ze shine and bright, de H-23, H-35, H-202 en de H-210. De piloten staan rond een vijfde kist, een kist van hout, gelakt, wit met een blauwe glans.   Twee dagen voordien hebben wij, dat zijn mama Roos en ik, Jim in de kist gelegd. Zijn pilotenoverall zit nog steeds als gegoten, en wie zijn vader, zijn grootvader eert, die schrikt er niet voor terug om hem zelf klaar te maken voor die laatste vlucht.   Met liefde hebben we Jim gewassen en gekleed. Tiptop is hij nu, al is dat nu niet meer te zien. De lijkkist is gesloten en het deksel zal geen vin meer van zijn plaats verroeren.   Jim vloog meestal met de H-23, het oudste toestel. De beide stoelen zijn nu uit deze Harvard T-6A verwijderd en één canopy section* is er afgehaald.   Foto’s worden levend en ik herken de vier mannen, één voor één, Baudouin Carpentier de Changy, Guy Depypere, Jo D’Hert en Wif De Brouwer. Het is juli 1960 en ze staan in correcte, serene houding. Stil. Zoals de tijd is blijven staan. De mannen tillen de kist op en hijsen mijn grootvader, Jim Kilroy, in de Harvard.   Etienne, de ancien van Wereldoorlog II vijst de canopy weer dicht en stapt van de vleugel, geeft eerst Baudouin een schouderklopje en schudt dan de hand van een zwarte gedaante.   Een te warme luchtstroom, een kleine wervelwind raast voorbij. Heel even zien we niets en wanneer het stof opklaart, zien we de zwarte schaduw, aan de controls van de H-23.   De vier mannen salueren. Etienne is naast mij komen staan. Wij groeten ook. De top van de rechter wijsvinger tegen de rechterslaap, terwijl Marie-Rose een zakdoek drenkt. In tranen. Intussen taxiet hij. Jim stijgt op en verdwijnt, naar oorden zonder angst.           *canopy section = deel van de glazen beschermkamp van de cockpit ____________________________________ Bronvermelding : Dit kortverhaal is gebaseerd op 'Dagboek van een FAF piloot', Wilfried De Brouwer, 2007 Foto's : belgian-wings.be  

Bernd Vanderbilt
38 0

FAF Kitona (6)

                                                       Live long and prosper       Wij eten mals, mager en magisch lekker. Ik ruik het al. Elf uur is het en varkenswangen zwemmen in een milde saus. Aardappelen worden geschild.   Ik hoor enkel patatteschillen vallen, aardappelen in water plonsen. Op het vliegveld van Kitona is het muisstil. Alle zielen lijken geëvacueerd en ook Fats zal de ganse dag in zijn hoezen slapen. Er zal geen When my dreamboat comes home klinken.   Jim weigert vandaag zijn middageten en ik zit naast moeder aan de keukentafel. Haar portie aardappelen heeft ze niet gewogen, maar ze weet dat het ongeveer driehonderd gram is en dat ze dan 12ml insuline dient te spuiten. Ze lijdt aan diabetes type 1, al jaren. Ze leeft en eet precies. Als een hamster die van wiskunde houdt, in een Zwitserse klok woont, de valse koekoek verjoeg. De hamster telt elk etmaal zijn nootjes, verorbert er elke dag even veel, niet te veel, precies genoeg om een ganse winter te kunnen overleven.   Mama roos wil niet dat iets of iemand lijdt. Dat voel je. Dat zie je. Aan de manier waarop ze aardappelen schilt, waarop ze vlees snijdt, borden afwast en zich de vingers inwrijft met crème.   In denk dat er stilaan een dikke laag ijs op het dak ligt. De kristallen woekeren als een winterziekte. Straks zijn er geen uitwegen meer in opwaartse richting, moeten alle Harvards aan de grond blijven, al is er weer eentje minder vliegklaar, want ook de H-210 is intussen gecrasht. Luitenant Baudoin de Changy is niet meer.   Het is het trauma van vele Congopiloten, de angst neergeschoten te worden en dan gekeeld, verminkt te worden door wreedaardige zwarten. Het lot van Luitenant de Changy wordt gelukkig niet dat van mijn grootvader Jim Kilroy maar het is te voelen, dat ook zijn einde nadert.   Een stille week zal nog passeren. Opa eet niet meer, weigert water en pillen, ijlt veel minder en zijn geest lijkt beetje bij beetje te verdwijnen, in het Kivumeer, langzaam, als de licht romp van een koppige Harvard die niet zinken wil maar toch moet, omdat er natuurwetten zijn.       Ik weet niet of moeder hem een overdosis insuline toediende die nacht. Feit is dat hij niet meer leefde de morgen van 6 januari 2005.   Een dichte mist hing over de velden achter het huis en mama Roos zei dat hij niet geleden had, wel meer dan normaal gezweet, dat hij een fel licht moet gezien hebben en dan niets meer.        

Bernd Vanderbilt
0 0

FAF Kitona (5)

                                        How do I feel? I feel old — worn out.                            Then let me show you something that will make you feel…                                         young — as when the world was new.       Zoals het is en het doet pijn. Er wordt heftig gelezen in de levende bibliotheek maar de staat van de boeken lijdt eronder. Er is geen sprake van ezelsoren maar van doorweekte alinea’s.   Mama Marie-Rose heeft de gordijnen geopend en mij naar de keuken gestuurd. De chocoladebeer heeft de ochtend niet gehaald. Hij werd gisterenavond met zorg onthoofd en we hebben geproefd. De kop is intussen op. Er is niet één beer meer over om broodje te smeren. Jim Kilroy is niet een man die als beer aanzien wil worden en zelf probeer ik het ook, om een man te worden.   Naar het schijnt wordt men pas man, als men iemand vermoord heeft. Er ligt een mes op de keukentafel, in de kast wacht het brood, staat een pot confituur voor de zure momenten. Rabarber met winterfruit, vers en nieuw, van mama, niet van Materne.   Margarine laat zich gewillig smeren op drie helften en drie boterhammen plooien zonder weerstand, één voor Jim en twee voor mezelf. Terwijl ik ze op een bord schik, hoor ik hem overvliegen. Luitenant Baudoin de Changy est un homme d’honneur en over de VHF klinkt een zwarte muiter, ik hoor het aan zijn Frans : “Avions au dessus de Matadi, sur ordre du gouvernement Congolais, vour devez atterir!” en dan weer de mayday van Eerste Sergeant Guy Depypere.   Ik ken de afloop. Daarom kan ik met een gerust hart het bord naar de voutekamer brengen. Baudoin heeft intussen de H-202 van Guy gelocaliseerd en vliegt nog een tweede keer over om een geschikte landingsplaats te zoeken, dan duikt hij eerst als een aalscholver om dan te landen als een vliegende hond.   Zijn wingman leeft nog. Geradbraakt is zijn rug door de crash. Dat is alles. Hij is niet gelyncht door een bende losgeslagen Hutu’s of Tutsi’s. Zware kneuzingen allicht, dat wel, maar ze kregen de kans niet om zijn lichaam volledig te mutuleren, dat stelletje ongeregeld en dan volgt mijn vaste frase : “Je l’ai, je l’ai pris, il est dans mon backseat!”   Waarmee onze Guy alweer gered is en ik de boterham voor Jim in twee kan snijden. Een ochtendzon moedigt altijd alles aan, planten om zich klaar te maken voor de groei, dagvlinders om te verschijnen en motten om te verdwijnen.   Fats moet in zijn hoes. Een langzame kant met daarop My Blue Heaven is de ganse nacht in zijn laatste groef blijven draaien en een wolfspin zoekt zijn weg omhoog over de zuidelijke muur.   Een rilling gaat over mijn rug als ik zie hoe bleek Jim geworden is. De boterham rust in zijn hand en een hap schuift richting maag.        

Bernd Vanderbilt
0 0

FAF Kitona (4)

                                                             Admiral?                                                          All my hopes.                                 ...The men shimmer into light and then vanish...         Bartje is altijd zeer duidelijk, als hij tegen zichzelf spreekt, en als het van hem afging, zou er geen sprake zijn van FAF : “Wa’s me dat… Fire Assistance Flights?” Van Appui Feu Aérien nog minder, “Vuursteunvluchten, mijn jongen !” en hij zou me aan de oren trekken, zeggen dat men in der Vlaemschen literatuur ook gewoon Vlaemsch zout moeten spreecken.   In ieder geval -en Bartje vergist zich doorgaans- is het beter dat men het gangbare taalgebruik aanhoudt : Mayday is mayday en geen meidag!       Het is vandaag 11 juli 1960. Grootvader Jim is net zoals de andere piloten altijd vroeg uit de veren, want je weet hoe dat is, elke nacht op een veldbed slapen, een evacuatie aanhoren die dag en nacht doorgaat, een luchthaven die ronkt, nooit slaapt en er zijn de vele voetstappen, van ontzette blanke mannen die aan je tent passeren terwijl ze hun verkrachte vrouwen proberen te kalmeren, hun kinderen aan de arm meesleuren.   Het maakt de job van een FAF-piloot er niet gemakkelijker op en Jim zegt dat bevelhebber te Kitona, Majoor Bruneau met zijn 4de Bataljon Commando, niet goed wijs bij zijn hoofd was.   “De opdracht is om bij onlusten, tussen blanken en zwarte muiters, tussen Hutu’s en Tutsi’s, vlaag over te vliegen, te intimideren en in het slechtse geval een schijnaanval uit te voeren. De menigte zal wel uiteen vlieden.”   Majoor Bruneau heeft gesproken met de stembanden van mijn grootvader Jim, die er niet in slagen streng genoeg te klinken. Ze haperen als een sprekende kolanoot die niet barsten wil, die nooit meer bitter wil zijn.   “Majoor... in een kist die nog geen 120 knopen vliegt, zijn we als vogels voor de kat!”   Ik was heel even Flight Commander Jo D’Hert die Bruneau vigoreus reposteerde en we keren hem de rug toe, samen met de andere drie piloten van ons squadron, maar veel verder dan de bedrand geraken we niet. Mama Roos komt binnen, zegt dat ik in de keuken boterhammen moet smeren, voor opa en mezelf, terwijl daar niet eens tijd voor is want een mayday mag in geen geval genegeerd worden. De H-202 is down en als we niet snel zijn, wordt Guy straks gelyncht door die negers.      

Bernd Vanderbilt
0 0

Time Management

‘Vierentwintig uren in een dag vind ik toch écht te weinig. Ik kom er alleszins niet mee toe.’ Ze kijkt me aan alsof ik de minuten-fee ben die haar tekort aan tijd voorgoed uit de wereld kan helpen. Anastasia, ik ken ze al van toen ze nog Staasje was. ‘Dàt is lang geleden,’ kirde ze toen ik net de koffiebar binnenwandelde. De tijd waar zij steeds te weinig van heeft, heeft weinig vat op haar gehad, want ze is nog niets veranderd. ‘Waarmee ben jij tegenwoordig allemaal bezig?’ Staasje kijkt me oprecht geïnteresseerd aan met haar grote, zwart omlijnde ogen.‘Ik werk in de media en in mijn vrije tijd schrijf ik zo een beetje.’ zeg ik met enige fierheid.‘Wat leuk! Ik ben zelf ook echt een creatieve duizendpoot. Organiseren, filosoferen, acteren en creëren: ik combineer het het liefst allemaal.’ kraait ze net iets te luid.Normaal heb ik een hekel aan dit soort immer opgewekte mensen, maar om de één of andere reden intrigeert dit exemplaar me. Ik ben zelfs een beetje jaloers op haar tomeloze energie. Ze geeft me het vreemde gevoel dat het licht iets feller gaat schijnen wanneer ze praat. ‘Sinds drie jaar heb ik een blog,’ ratelt ze ongestoord verder. ‘Het loopt goed hoor! Al twijfel ik tegenwoordig of ik nog wel op het juiste spoor zit. Een blog is dat nu niet echt iets uit 2013? Misschien moet ik wel iets met tutorials gaan doen? Of vloggen? Maar ja, daar kruipt allemaal ook weer zo veel tijd in.’ Er valt een stilte, iets wat ongewoon is in haar aanwezigheid. Ze bijt op haar lip en begint nonchalant door het trendy magazine dat voor haar ligt te bladeren. ‘Ja, dat ga ik doen!’ zegt ze dan ineens beslist. ‘Ik start een vlog en dan interview ik elke week een inspirerend iemand. Dat is toch een goed idee?’Staasje verwacht geen antwoord op die laatste vraag. In haar hoofd maakt ze al een lijst van BV’s die ze wil strikken voor haar nieuwe plan. Ze tokkelt genadeloos met haar gelnagels tegen haar koffiemok en tuit haar lippen even. Ik zit haar gebiologeerd aan te staren, overweldigd door haar aanstekelijk enthousiasme. ‘Heb je al eens iets gelezen op mijn pagina?’ vraagt ze dan ineens. Helaas wacht ze deze keer wel op mijn antwoord.‘Nog niet, maar ik ben het zeker wel van plan.’‘Het is wel iets voor jou denk ik! Ik richt me vooral op jonge, hippe vogels die het graag op hun manier doen. Zoals ik in feite. Ik bewandel ook nooit de platgetreden paden. Een ordinair geschenk uit de winkel dat is bij mij uit den boze! Neen, ik geef altijd iets zelfgemaakt en origineel.’‘Klinkt leuk allemaal!’ glimlach ik schaapachtig. ‘Als ik straks thuis ben, ga ik zeker eens snuisteren op die blog van jou.’ Dat laatste lieg ik. Ik heb wel degelijk de intentie om haar blog te lezen, maar helaas zijn mijn dagen met hun vierentwintig uur soms ook gewoon te kort.

Ans DB
0 0

Vogelverhaal

Beduusd staren we met zijn twee naar het natgeregende terras.‘Zielig hé,’ zegt mijn vriendin. Ze laat haar vingers pathetisch langs het raam naar beneden glijden. Ik tuur meewarig naar de dode witte duif op de donkerblauwe tegels voor ons. Ze ligt er vredig bij, met haar oogjes dicht en haar beide pootjes in de lucht. ‘Hoe is ze daar terechtgekomen?’ vraag ik.Mijn vriendin trekt haar schouders op en loopt naar de bank waar ze neerploft.‘Tegen het raam gevlogen denk ik. Ze lag er al toen we vanmiddag van het boodschappen doen thuiskwamen.’‘Een tragische dood,’ zeg ik en duw mijn neus tegen het raam.‘Sht!’ sist mijn vriendin en wijst naar haar twee peuters die ongestoord op de mat aan het spelen zijn. ‘Ik heb hen verteld dat ze vast een vredesduif is, die moe is van al het vrede brengen in de wereld. Dat ze gewoon even een dutje doet en morgen wel weer vertrokken zal zijn om haar zware taak verder te zetten.’Ik kijk mijn vriendin met grote ogen aan. Fascinerend hoe ze steeds weer de meest van de pot gerukte verhalen aan haar kinderen wijsmaakt om hen het leed des levens te besparen. ‘Tegen morgenochtend moet ik dat ding dus op de één of andere manier weg zien te krijgen.’ fluistert ze samenzweerderig in mijn richting. ‘Zo lang het er ligt, mogen de kinderen niet buiten. Stel je voor dat ze het vieze ding zouden aaien, ik moet er niet aan denken.’Ik knik begrijpend. Wat doe je in godsnaam met een dode duif die je terras bezoedeld? ‘Misschien kan je ze in de tuin begraven?’ probeer ik.‘Ben je gek? Ik kom daar niet aan hoor! Dat beest zit vast vol met enge bacteriën.’Mijn vriendin zwijgt even en zegt dan beslist: ‘Ik weet wat ik ga doen! Ik ga ze met een schop over de haag gooien bij de buren, dan kunnen zij er maar een oplossing voor vinden.’‘Ga je daar geen last mee krijgen?’ frons ik mijn wenkbrauwen.Mijn vriendin grijnst. ‘De tuin van die marginalen hiernaast is sowieso een stort, een dode vogel meer of minder zal heus het verschil niet maken.’ Tevreden met haar plan staat mijn vriendin op en loopt naar het aanrecht.‘Koffie?’ vraagt ze vrolijk.‘Ja graag,’ knik ik. Ik denk even na over het net gesmede plan, mijn blik nog steeds op de dode vogel gericht. ‘Misschien is het nog zo geen gek idee,’ zeg ik dan en trek kort mijn schouders op. Ik draai me om en ga aan de keukentafel zitten, klaar voor mijn kop koffie. Mijn vriendin leunt glunderend tegen het aanrecht en zet tevreden haar handen in haar zij. ‘Vanavond, als het donker is, dan ga ik de tuin in en dan sodemieter ik dat dooie ding met een schop over de haag. Dan ben ik er vanaf en de kinderen kunnen weer buiten. Probleem opgelost!’‘Ideaal!’ beaam ik met een glimlach.‘Er is wel één probleem,’ zegt mijn vriendin dan ineens zacht, ‘we hebben geen schop.’

Ans DB
0 0

FAF Kitona (3)

                              What am I, a doctor or a moon-shuttle conductor?       Hij komt, hij komt… “Be serious!” maant Nyota. “Your grandfather is very ill. There is no cure for this kind of traumas.”   Ik heb enkel wat chocolade gekocht. Niet eens in de vorm van een vliegtuigje. Het is een beer en mijn grootvader wijst naar het mes. Ik snijd zijn kop er af en hij wijst nog een keer. Het stuk met de berenlach is nog te groot, ik zet het mes dwars, scheid linker- van rechteroog. Jim opent de mond, ik stop er een deel van de kop in en hij knipoogt, hij knabbelt.   Straks komt hij wel degelijk en dokter McCoy is het niet. Wel een man van de oude leer, die niet snel beslissen zal over leven en dood. Hij zal geen extracten van de Horta toedienen. “Tot het zure eind dan”, zegt mama stil.     Buiten vriest het. De winter wil de nieuwe knoppen testen, maar de hortensia’s weten het : de laagste knoppen zijn het dapperst en moeder legt een blok hout op het haardvuur. Dokter X schrijft intussen een voorschrift uit, voor Xanax, tabletten van 2mg, zoals gewoonlijk. “In te nemen vóór het slapen.” Dat weten we en mama betaalt hem. “Bedankt voor de visite”, zegt ze en hij verdwijnt in de nacht.   Ik zet drie stappen op drie treden, open de deur van de voutekamer. Water schenk ik in en druk een Xanax uit haar blistertje, leg de pil op zijn tong en bied mijn grootvader het glas aan. Hij is recht komen zitten, neemt het doosje vast en zegt : “Wist je dat er aluminium in zit?”   Mijn hoofd schudt van neen en ik spreek stil : “Vliegeniers weten dat ze op hun aluminium kunnen vertrouwen.” Hij glimlacht, houdt nu het blistertje in de hand en zegt dat de kogels er zo door vlogen.   “Beter plakband dan pleisters. Toe drink nu”, fluister ik. Ik trek mijn pilotenoverall uit en kies een pyama die past bij koude sterren.        

Bernd Vanderbilt
0 0