Lezen

FAF Kitona (6)

                                                       Live long and prosper       Wij eten mals, mager en magisch lekker. Ik ruik het al. Elf uur is het en varkenswangen zwemmen in een milde saus. Aardappelen worden geschild.   Ik hoor enkel patatteschillen vallen, aardappelen in water plonsen. Op het vliegveld van Kitona is het muisstil. Alle zielen lijken geëvacueerd en ook Fats zal de ganse dag in zijn hoezen slapen. Er zal geen When my dreamboat comes home klinken.   Jim weigert vandaag zijn middageten en ik zit naast moeder aan de keukentafel. Haar portie aardappelen heeft ze niet gewogen, maar ze weet dat het ongeveer driehonderd gram is en dat ze dan 12ml insuline dient te spuiten. Ze lijdt aan diabetes type 1, al jaren. Ze leeft en eet precies. Als een hamster die van wiskunde houdt, in een Zwitserse klok woont, de valse koekoek verjoeg. De hamster telt elk etmaal zijn nootjes, verorbert er elke dag even veel, niet te veel, precies genoeg om een ganse winter te kunnen overleven.   Mama roos wil niet dat iets of iemand lijdt. Dat voel je. Dat zie je. Aan de manier waarop ze aardappelen schilt, waarop ze vlees snijdt, borden afwast en zich de vingers inwrijft met crème.   In denk dat er stilaan een dikke laag ijs op het dak ligt. De kristallen woekeren als een winterziekte. Straks zijn er geen uitwegen meer in opwaartse richting, moeten alle Harvards aan de grond blijven, al is er weer eentje minder vliegklaar, want ook de H-210 is intussen gecrasht. Luitenant Baudoin de Changy is niet meer.   Het is het trauma van vele Congopiloten, de angst neergeschoten te worden en dan gekeeld, verminkt te worden door wreedaardige zwarten. Het lot van Luitenant de Changy wordt gelukkig niet dat van mijn grootvader Jim Kilroy maar het is te voelen, dat ook zijn einde nadert.   Een stille week zal nog passeren. Opa eet niet meer, weigert water en pillen, ijlt veel minder en zijn geest lijkt beetje bij beetje te verdwijnen, in het Kivumeer, langzaam, als de licht romp van een koppige Harvard die niet zinken wil maar toch moet, omdat er natuurwetten zijn.       Ik weet niet of moeder hem een overdosis insuline toediende die nacht. Feit is dat hij niet meer leefde de morgen van 6 januari 2005.   Een dichte mist hing over de velden achter het huis en mama Roos zei dat hij niet geleden had, wel meer dan normaal gezweet, dat hij een fel licht moet gezien hebben en dan niets meer.        

Bernd Vanderbilt
0 0

FAF Kitona (5)

                                        How do I feel? I feel old — worn out.                            Then let me show you something that will make you feel…                                         young — as when the world was new.       Zoals het is en het doet pijn. Er wordt heftig gelezen in de levende bibliotheek maar de staat van de boeken lijdt eronder. Er is geen sprake van ezelsoren maar van doorweekte alinea’s.   Mama Marie-Rose heeft de gordijnen geopend en mij naar de keuken gestuurd. De chocoladebeer heeft de ochtend niet gehaald. Hij werd gisterenavond met zorg onthoofd en we hebben geproefd. De kop is intussen op. Er is niet één beer meer over om broodje te smeren. Jim Kilroy is niet een man die als beer aanzien wil worden en zelf probeer ik het ook, om een man te worden.   Naar het schijnt wordt men pas man, als men iemand vermoord heeft. Er ligt een mes op de keukentafel, in de kast wacht het brood, staat een pot confituur voor de zure momenten. Rabarber met winterfruit, vers en nieuw, van mama, niet van Materne.   Margarine laat zich gewillig smeren op drie helften en drie boterhammen plooien zonder weerstand, één voor Jim en twee voor mezelf. Terwijl ik ze op een bord schik, hoor ik hem overvliegen. Luitenant Baudoin de Changy est un homme d’honneur en over de VHF klinkt een zwarte muiter, ik hoor het aan zijn Frans : “Avions au dessus de Matadi, sur ordre du gouvernement Congolais, vour devez atterir!” en dan weer de mayday van Eerste Sergeant Guy Depypere.   Ik ken de afloop. Daarom kan ik met een gerust hart het bord naar de voutekamer brengen. Baudoin heeft intussen de H-202 van Guy gelocaliseerd en vliegt nog een tweede keer over om een geschikte landingsplaats te zoeken, dan duikt hij eerst als een aalscholver om dan te landen als een vliegende hond.   Zijn wingman leeft nog. Geradbraakt is zijn rug door de crash. Dat is alles. Hij is niet gelyncht door een bende losgeslagen Hutu’s of Tutsi’s. Zware kneuzingen allicht, dat wel, maar ze kregen de kans niet om zijn lichaam volledig te mutuleren, dat stelletje ongeregeld en dan volgt mijn vaste frase : “Je l’ai, je l’ai pris, il est dans mon backseat!”   Waarmee onze Guy alweer gered is en ik de boterham voor Jim in twee kan snijden. Een ochtendzon moedigt altijd alles aan, planten om zich klaar te maken voor de groei, dagvlinders om te verschijnen en motten om te verdwijnen.   Fats moet in zijn hoes. Een langzame kant met daarop My Blue Heaven is de ganse nacht in zijn laatste groef blijven draaien en een wolfspin zoekt zijn weg omhoog over de zuidelijke muur.   Een rilling gaat over mijn rug als ik zie hoe bleek Jim geworden is. De boterham rust in zijn hand en een hap schuift richting maag.        

Bernd Vanderbilt
0 0

FAF Kitona (4)

                                                             Admiral?                                                          All my hopes.                                 ...The men shimmer into light and then vanish...         Bartje is altijd zeer duidelijk, als hij tegen zichzelf spreekt, en als het van hem afging, zou er geen sprake zijn van FAF : “Wa’s me dat… Fire Assistance Flights?” Van Appui Feu Aérien nog minder, “Vuursteunvluchten, mijn jongen !” en hij zou me aan de oren trekken, zeggen dat men in der Vlaemschen literatuur ook gewoon Vlaemsch zout moeten spreecken.   In ieder geval -en Bartje vergist zich doorgaans- is het beter dat men het gangbare taalgebruik aanhoudt : Mayday is mayday en geen meidag!       Het is vandaag 11 juli 1960. Grootvader Jim is net zoals de andere piloten altijd vroeg uit de veren, want je weet hoe dat is, elke nacht op een veldbed slapen, een evacuatie aanhoren die dag en nacht doorgaat, een luchthaven die ronkt, nooit slaapt en er zijn de vele voetstappen, van ontzette blanke mannen die aan je tent passeren terwijl ze hun verkrachte vrouwen proberen te kalmeren, hun kinderen aan de arm meesleuren.   Het maakt de job van een FAF-piloot er niet gemakkelijker op en Jim zegt dat bevelhebber te Kitona, Majoor Bruneau met zijn 4de Bataljon Commando, niet goed wijs bij zijn hoofd was.   “De opdracht is om bij onlusten, tussen blanken en zwarte muiters, tussen Hutu’s en Tutsi’s, vlaag over te vliegen, te intimideren en in het slechtse geval een schijnaanval uit te voeren. De menigte zal wel uiteen vlieden.”   Majoor Bruneau heeft gesproken met de stembanden van mijn grootvader Jim, die er niet in slagen streng genoeg te klinken. Ze haperen als een sprekende kolanoot die niet barsten wil, die nooit meer bitter wil zijn.   “Majoor... in een kist die nog geen 120 knopen vliegt, zijn we als vogels voor de kat!”   Ik was heel even Flight Commander Jo D’Hert die Bruneau vigoreus reposteerde en we keren hem de rug toe, samen met de andere drie piloten van ons squadron, maar veel verder dan de bedrand geraken we niet. Mama Roos komt binnen, zegt dat ik in de keuken boterhammen moet smeren, voor opa en mezelf, terwijl daar niet eens tijd voor is want een mayday mag in geen geval genegeerd worden. De H-202 is down en als we niet snel zijn, wordt Guy straks gelyncht door die negers.      

Bernd Vanderbilt
0 0

Time Management

‘Vierentwintig uren in een dag vind ik toch écht te weinig. Ik kom er alleszins niet mee toe.’ Ze kijkt me aan alsof ik de minuten-fee ben die haar tekort aan tijd voorgoed uit de wereld kan helpen. Anastasia, ik ken ze al van toen ze nog Staasje was. ‘Dàt is lang geleden,’ kirde ze toen ik net de koffiebar binnenwandelde. De tijd waar zij steeds te weinig van heeft, heeft weinig vat op haar gehad, want ze is nog niets veranderd. ‘Waarmee ben jij tegenwoordig allemaal bezig?’ Staasje kijkt me oprecht geïnteresseerd aan met haar grote, zwart omlijnde ogen.‘Ik werk in de media en in mijn vrije tijd schrijf ik zo een beetje.’ zeg ik met enige fierheid.‘Wat leuk! Ik ben zelf ook echt een creatieve duizendpoot. Organiseren, filosoferen, acteren en creëren: ik combineer het het liefst allemaal.’ kraait ze net iets te luid.Normaal heb ik een hekel aan dit soort immer opgewekte mensen, maar om de één of andere reden intrigeert dit exemplaar me. Ik ben zelfs een beetje jaloers op haar tomeloze energie. Ze geeft me het vreemde gevoel dat het licht iets feller gaat schijnen wanneer ze praat. ‘Sinds drie jaar heb ik een blog,’ ratelt ze ongestoord verder. ‘Het loopt goed hoor! Al twijfel ik tegenwoordig of ik nog wel op het juiste spoor zit. Een blog is dat nu niet echt iets uit 2013? Misschien moet ik wel iets met tutorials gaan doen? Of vloggen? Maar ja, daar kruipt allemaal ook weer zo veel tijd in.’ Er valt een stilte, iets wat ongewoon is in haar aanwezigheid. Ze bijt op haar lip en begint nonchalant door het trendy magazine dat voor haar ligt te bladeren. ‘Ja, dat ga ik doen!’ zegt ze dan ineens beslist. ‘Ik start een vlog en dan interview ik elke week een inspirerend iemand. Dat is toch een goed idee?’Staasje verwacht geen antwoord op die laatste vraag. In haar hoofd maakt ze al een lijst van BV’s die ze wil strikken voor haar nieuwe plan. Ze tokkelt genadeloos met haar gelnagels tegen haar koffiemok en tuit haar lippen even. Ik zit haar gebiologeerd aan te staren, overweldigd door haar aanstekelijk enthousiasme. ‘Heb je al eens iets gelezen op mijn pagina?’ vraagt ze dan ineens. Helaas wacht ze deze keer wel op mijn antwoord.‘Nog niet, maar ik ben het zeker wel van plan.’‘Het is wel iets voor jou denk ik! Ik richt me vooral op jonge, hippe vogels die het graag op hun manier doen. Zoals ik in feite. Ik bewandel ook nooit de platgetreden paden. Een ordinair geschenk uit de winkel dat is bij mij uit den boze! Neen, ik geef altijd iets zelfgemaakt en origineel.’‘Klinkt leuk allemaal!’ glimlach ik schaapachtig. ‘Als ik straks thuis ben, ga ik zeker eens snuisteren op die blog van jou.’ Dat laatste lieg ik. Ik heb wel degelijk de intentie om haar blog te lezen, maar helaas zijn mijn dagen met hun vierentwintig uur soms ook gewoon te kort.

Ans DB
0 0

Vogelverhaal

Beduusd staren we met zijn twee naar het natgeregende terras.‘Zielig hé,’ zegt mijn vriendin. Ze laat haar vingers pathetisch langs het raam naar beneden glijden. Ik tuur meewarig naar de dode witte duif op de donkerblauwe tegels voor ons. Ze ligt er vredig bij, met haar oogjes dicht en haar beide pootjes in de lucht. ‘Hoe is ze daar terechtgekomen?’ vraag ik.Mijn vriendin trekt haar schouders op en loopt naar de bank waar ze neerploft.‘Tegen het raam gevlogen denk ik. Ze lag er al toen we vanmiddag van het boodschappen doen thuiskwamen.’‘Een tragische dood,’ zeg ik en duw mijn neus tegen het raam.‘Sht!’ sist mijn vriendin en wijst naar haar twee peuters die ongestoord op de mat aan het spelen zijn. ‘Ik heb hen verteld dat ze vast een vredesduif is, die moe is van al het vrede brengen in de wereld. Dat ze gewoon even een dutje doet en morgen wel weer vertrokken zal zijn om haar zware taak verder te zetten.’Ik kijk mijn vriendin met grote ogen aan. Fascinerend hoe ze steeds weer de meest van de pot gerukte verhalen aan haar kinderen wijsmaakt om hen het leed des levens te besparen. ‘Tegen morgenochtend moet ik dat ding dus op de één of andere manier weg zien te krijgen.’ fluistert ze samenzweerderig in mijn richting. ‘Zo lang het er ligt, mogen de kinderen niet buiten. Stel je voor dat ze het vieze ding zouden aaien, ik moet er niet aan denken.’Ik knik begrijpend. Wat doe je in godsnaam met een dode duif die je terras bezoedeld? ‘Misschien kan je ze in de tuin begraven?’ probeer ik.‘Ben je gek? Ik kom daar niet aan hoor! Dat beest zit vast vol met enge bacteriën.’Mijn vriendin zwijgt even en zegt dan beslist: ‘Ik weet wat ik ga doen! Ik ga ze met een schop over de haag gooien bij de buren, dan kunnen zij er maar een oplossing voor vinden.’‘Ga je daar geen last mee krijgen?’ frons ik mijn wenkbrauwen.Mijn vriendin grijnst. ‘De tuin van die marginalen hiernaast is sowieso een stort, een dode vogel meer of minder zal heus het verschil niet maken.’ Tevreden met haar plan staat mijn vriendin op en loopt naar het aanrecht.‘Koffie?’ vraagt ze vrolijk.‘Ja graag,’ knik ik. Ik denk even na over het net gesmede plan, mijn blik nog steeds op de dode vogel gericht. ‘Misschien is het nog zo geen gek idee,’ zeg ik dan en trek kort mijn schouders op. Ik draai me om en ga aan de keukentafel zitten, klaar voor mijn kop koffie. Mijn vriendin leunt glunderend tegen het aanrecht en zet tevreden haar handen in haar zij. ‘Vanavond, als het donker is, dan ga ik de tuin in en dan sodemieter ik dat dooie ding met een schop over de haag. Dan ben ik er vanaf en de kinderen kunnen weer buiten. Probleem opgelost!’‘Ideaal!’ beaam ik met een glimlach.‘Er is wel één probleem,’ zegt mijn vriendin dan ineens zacht, ‘we hebben geen schop.’

Ans DB
0 0

FAF Kitona (3)

                              What am I, a doctor or a moon-shuttle conductor?       Hij komt, hij komt… “Be serious!” maant Nyota. “Your grandfather is very ill. There is no cure for this kind of traumas.”   Ik heb enkel wat chocolade gekocht. Niet eens in de vorm van een vliegtuigje. Het is een beer en mijn grootvader wijst naar het mes. Ik snijd zijn kop er af en hij wijst nog een keer. Het stuk met de berenlach is nog te groot, ik zet het mes dwars, scheid linker- van rechteroog. Jim opent de mond, ik stop er een deel van de kop in en hij knipoogt, hij knabbelt.   Straks komt hij wel degelijk en dokter McCoy is het niet. Wel een man van de oude leer, die niet snel beslissen zal over leven en dood. Hij zal geen extracten van de Horta toedienen. “Tot het zure eind dan”, zegt mama stil.     Buiten vriest het. De winter wil de nieuwe knoppen testen, maar de hortensia’s weten het : de laagste knoppen zijn het dapperst en moeder legt een blok hout op het haardvuur. Dokter X schrijft intussen een voorschrift uit, voor Xanax, tabletten van 2mg, zoals gewoonlijk. “In te nemen vóór het slapen.” Dat weten we en mama betaalt hem. “Bedankt voor de visite”, zegt ze en hij verdwijnt in de nacht.   Ik zet drie stappen op drie treden, open de deur van de voutekamer. Water schenk ik in en druk een Xanax uit haar blistertje, leg de pil op zijn tong en bied mijn grootvader het glas aan. Hij is recht komen zitten, neemt het doosje vast en zegt : “Wist je dat er aluminium in zit?”   Mijn hoofd schudt van neen en ik spreek stil : “Vliegeniers weten dat ze op hun aluminium kunnen vertrouwen.” Hij glimlacht, houdt nu het blistertje in de hand en zegt dat de kogels er zo door vlogen.   “Beter plakband dan pleisters. Toe drink nu”, fluister ik. Ik trek mijn pilotenoverall uit en kies een pyama die past bij koude sterren.        

Bernd Vanderbilt
0 0

FAF Kitona (2)

                               You knew enough — to tell Lieutenant Saavik                                                 that how we face death                                  is at least as important as how we face life.     Er zijn geen vaste dagen, maar vandaag ben ik geen luitenant en ik luister niet naar de naam Saavik. Als “Shoot to kill” klinkt, dan ben ik Kolonel Nithelet, dan sta ik op een landingsbaan in Ndjili en fluister ik, tussen de tanden, want het is geen officieel bevel.   Ik kan me inleven als een kameleon in zijn kleuren en daarom ken ik de volle betekenis van die drie woorden. Als je muiters beschiet die optrekken in de richting van Belgische troepen of landgenoten, zorg dan dat ze niet kunnen wegvluchten, anders verspreid het nieuws van onze aanval zich als een lopend vuurtje en staat binnen de kortste keren gans Neder-Congo in de fik.   Mijn grootvader Jim herinnert het zich maar al te goed. De para’s hadden het luchthavengebouw van Ndjili in handen gekregen en samen met Baudoin vloog hij patrouille in de omgeving, Baudoin in de H-35 en Jim in de H-23. Een camion met zwarte muiters reed in de richting van het vliegveld en als deze scene zich voordoet, zwijgen we allebei. We horen de mitrailleurs van de beide Harvards, maar ze missen doel en de vijand kan vluchten.   We landen en inspecteren onze toestellen. Dan is het altijd enkele seconden wachten. Grootvader kruipt in zijn schelp en ik word de razende Brigadier Generaal Gheysen die ons vuren hoorde. Schreeuwen doe ik niet, maar ik leg de nodige colère in mijn stem en zeg : “Espèces de couillons, vous allez mettre le Bas-Congo en feu et flammes.”   Die nachten slaapt Jim niet goed, niet de nacht 13 juli 1960 en ook niet deze nacht, die van 4 december 2004. We dromen allebei, maar mijn grootvader zweet daarbij aanzienlijk meer, en Bartje, die denkt het te weten waarvan ik droom : luitenant Saavik ontmoet haar. Eindelijk. Het is een buitenaardse wezen en heeft twee benen, drie schroeven.      

Bernd Vanderbilt
0 0

FAF Kitona (1)

Als er ergens een rode draad loopt, dan is hij meer dan vijftig meter lang, blauw als een veld met baby-ogen en met wat geluk keert de rust terug, komt er een einde aan de zoveelste oorlog.   Het is pas When The Saints Go Marchin’ In dat er echt te veel stof aan de naald hangt en ik blazen moet. Ik dep daarna de zweetdruppels die op zijn voorhoofd staan en ik vraag of hij recht wilt zitten, of ik water inschenken mag, maar hij reageert niet en het zal pas tien minuten later zijn, bij I Want To Walk You Home, dat hij zijn hoofd naar links beweegt, de ogen opent, dat hij een hand op mijn onderarm legt en uitputting een zucht vindt.   Fats Domino is geen piloot van een T-6A en weegt, voor hij een noot speelt, niet eerst af welk geschut hij zal inzetten, mitrailleurs met kaliber punt driehonderdendrie, één of meerdere van de zes rockets of de general purpose bommen. Zijn vingertoppen glijden over de onschuldige toetsen. Tonen komen uit zijn hart gestroomd, noten met een drive vol vrolijkheid. Zijn muziek heelt, probeert het tenminste. Ik ken vele frases uit het hoofd en dan bedoel ik die van mijn grootvader, Jim Kilroy. Zegt hij : “Diving sixty degrees, standing on the rudder pedals, pointing the nose on the target and...”, dan vul ik altijd aan met : “Shoot to kill!”   Nochtans heeft hij geen van deze woorden zelf uitgesproken, toen in 1960. De technische uitleg betrof het gebruik van de raketten en kwam uit de mond van Etienne, een ancien van de Tweede Wereldoorlog. De kortere citaten laat hij meestal aan mij over en soms gebruik ik zelfs afkortingen, zeg ik enkel “S-T-K!”. We hebben een taal ontwikkeld die enkel wij twee volledig begrijpen. “Yes! S-T-K!” herhaalt hij en als ik op een dwaze dinsdag zeg dat het niet staat voor Steve Kirsch of Satellite Tool Kit, dan glimlacht hij voorzichtig, dan verwijt hij mij geen gebrek aan respect. Hij sluit de ogen en probeert in te slapen.   De lakens waarin hij ligt zijn lichtgrijs omdat er weinig licht is in de kamer. Ik weet dat ze het proberen, om wit te zijn, maar de rode draad is dus blauw! Zoals het hoort. Hij loopt door twee levens, die van mijn grootvader, Jim en van mijzelf, Jonathan Van Hyfte. Door het het leven van mijn vader, Franky Van Hyfte, loopt de draad niet. Dat was niet zo en dat kan nu ook niet meer. Mijn moeder Marie-Rose Kilroy kent de draad wel maar hij loopt over haar buik. Ze weet hoe de garens voelen, maar kent niet de vele frases, noch de vele details van alle nare dromen, want mama slaapt in een kamer boven de living. Ik daarentegen slaap in grootvaders kamer, in onze kamer, een voutekamer boven een kruipkelder.   Zelf zal ik nooit alleen slapen, en piloot worden, dat wil ik niet, maar ik weet hoe het voelt, om een vliegend doelwit te zijn, om na de landing het aantal gaten in de romp te tellen. Ik weet precies hoe veel er zijn en ik ken zelfs het geluid dat het aluminium maakt als ik met de onderkant van de linkervuist onze Harvard T-6A een klopje geef, uit dank. Hij heeft ons teruggebracht en we leven nog.        

Bernd Vanderbilt
0 0

Herfstweer

Herfstweer   Elk jaar op 11november doen wij onze KLJ reünie. Iedereen kijkt hier naar uit, de dagen worden afgevinkt en de drang om elkaar weer te zien groter en groter. Wij (oud-leiding van Molenbeek-Wersbeek) zijn met een 14 tal mensen. Allemaal mensen uit hetzelfde kleine plattelandsdorpje. We hebben destijds een jeugd gehad waarvan er velen van dromen. Spel, plezier, sport, fietsen, we hebben er allen ten volle van genoten. Zomervakantie was Kamptijd. De voorbereidingen als leiding waren al een bonte-avond op zich: fantasieën en spelen uitdokteren, dorpen gaan verkennen voor het dorpsspel en mensen inhuren voor nachtspelen. De verkleedkoffer werd meegenomen, boerenbroeken tot maat 56 en trouwjurken van onze ouders, pyjama’s in zuivere flanel en nachtkleden van overgrootouders in fijngeweven bio katoen,  vintage modellen van getallonteerde (vrouwenschoenen met steile hakken) schoenen, alles ging mee , 10 dagen lang feesten tot we niet meer konden. Als je ons in groep zou zien zijn we zo al een geweldige klucht op zich. De meeste onder ons hebben een zijlijn in hun haar met bles naar rechts maar dan is er een uitzondering met bles naar links. Onze leeftijd varieert tussen de 51-61 jaar maar rimpels zijn niet aan ons besteed. Dankzij onze zeer gezonde levenswijze van natuurvoeding eten en natuurproducten smeren, geen poriën vullen met bruintinten en niet roken zien wij er dus gewoonweg geweldig uit. Vandaar dat onze reünie steeds start met een prachtige groepsfoto om up to date te blijven en daarna doen we meestal een wandelingetje van een 20 tal km door bossen. Buiten wat gehijg van hellingen voelen we ons top: onze gewrichten kraken zelfs niet meer na zulke prestatie, geen rugklachten, niks. Halverwege houden we een tussenstop om kleurrijke blaren bij elkaar te zoeken en staan we steeds versteld van het prachtige kleurenpallet. Dit jaar een 20tal verschillende kleuren gaande van vuilgeel tot wijnrood. Daarna wordt er getoast met dikke volwaardige erwtensoep uit grootmoederstijd, voor een verder gezond- en gelukkig leven voor ieder van ons en voor de ganse  gemeenschap. Thuisgekomen scheuren onze magen en proppen we ons vol aan zelfgemaakte dikke gistpannenkoeken van bio meel. Alle natuursuikers staan rijk gevuld op de tafel, agave siropen , een gamma van bio honingsoorten enz. Ondertussen hebben we allerlei verhalen bovengehaald en lagen we meerdere keren strike van het lachen. Er werd per ongeluk hete koffie op iemand gemorst en er werd appelstamppot gemaakt van eerlijk gevonden appelen. Bovendien likt iemand het  ferket(=vork) af van  iemand anders . In de bos stond iemand  zijn haar zo stroef en dik  dat het een broeinest was voor overvliegende valken. Je moet je het als lezer voorstellen. Neem de blijde boodschap hier uit en geniet van elke dag lieve lezers. Soms is het dik balen maar probeer dagelijks een leuke gedachte naar boven te halen of een leuk tekstje te lezen!!!   Chrissy

CHRISSY
0 0

Zwart gat weg geknikkerd (fantastisch verhaal) (*)

 Al volgt hij tegenwoordig het nieuws meestal online, toch heeft hij het abonnement op zijn geprefereerde papieren dagblad nog niet opgezegd. Op zijn werktafel ligt naast hem de opengevouwen ochtendeditie van de krant van vandaag en hij leest terloops:   ‘Met behulp van de Amerikaanse röntgentelescoop Chandra is een superzwaar zwart gat ontdekt dat met hoge snelheid uit het centrum van een sterrenstelsel werd weggeslingerd…….’   Zijn gedachten dwalen af. Hij heeft niet de pretentie zichzelf een heuse schrijver, laat staan journalist te noemen, maar hij houdt ervan zijn mening te geven en te verkondigen door ze aan het papier of aan het computerscherm toe te vertrouwen. Zo nu en dan reageert hij wel eens op artikels van anderen en hij is er reeds in geslaagd zijn teksten te laten publiceren op een recent opgerichte online nieuwssite. Die bijdragen worden af en toe op twitter en facebook geshared en bovendien geliked of soms van commentaar voorzien.   Bij het schrijven valt hij niet over genres.  Zowel poëzie, proza, autobiografische stukjes, ja zelfs kinder- en jeugdliteratuur liggen hem. Na een vijftigtal bijdragen aan een populair schrijversplatform, waartoe zelfs liedteksten en een heus scenario voor een kortfilm behoren en niettegenstaande een serie artikels en columns op de inmiddels bekend geraakte nieuwssite,  breekt hem vandaag het angstzweet uit. Sinds vanmorgen krijgt hij immers geen letter meer op papier gezet, noch op het scherm. Het water staat hem tot aan de lippen. Zal hij nog ooit iets kunnen schrijven of is dit dan het beruchte  writers’block?   Hij heeft er al veel over gelezen, dit plotse onvermogen om tot schrijven te komen. Over de conflicterende gevoelens, het precies weten wat je zelf weet maar niet weten wat je lezers weten. Beseffen hoe iets moet klinken bij het inlossen van de verwachtingen van zijn lezers, maar niet over alle feiten beschikken. Zijn notieboekje puilt nochtans letterlijk uit van allerlei gebeurtenissen en van alternatieve woorden en zinnen.   Altijd en overal streeft hij perfectionisme na alvorens tevreden te zijn met zijn pennenvruchten. Uit alle mogelijke bronnen put hij inspiratie.  Het zien van een foto kan volstaan om hem aan het werk te zetten. Termen als 'freewriting' en 'brainstorming' zijn hem niet onbekend. Maar welke technieken en hulpmiddelen hij ook aanwendt, vandaag lukt het hem niet! De ganse dag blijft hij tobben.  Hij komt zelfs niet tot eten toe, enkel de drank brengt even soelaas. Uitgeput, sluit hij tegen valavond wanhopig zijn laptop en doet ten einde raad hetzelfde met zijn notitieboekje. Dan stapt hij totaal terneergeslagen naar buiten.   Er is geen mens te bespeuren.  De straten zijn onheilspellend leeg en er heerst een beklemmende stilte. Compleet verward kijkt hij om zich heen en dààr ziet hij het.  Iets verderop  ontwaart hij een donkerte. Stap voor stap waagt hij zich voorzichtig dichterbij en staat aan de grond genageld als hij merkt wat het is. De obscure vlek is niets anders dan een gat, een enorm zwart gat. Snel keert hij op zijn passen terug. Een hevig aanzwellend geluid achter hem doet hem opschrikken.  Nog net kan hij wegspringen voor de enorme vrachtwagen met laadbak en takel die hem rakelings voorbij raast.   Op zijn beurt kan de onbezonnen chauffeur even verder nog amper het gat ontwijken. Plotsklaps merkt hij tot zijn stomme verbazing hoe de vrachtwagen abrupt afremt en met knarsende remmen tot stilstand komt.  Hij hoort het kraken van de versnellingsbak en ziet hoe het gevaarte achteruit rijdt tot pal aan de rand van de put. Uit de cabine van het monstertuig springen twee duistere gedaanten en stellen de takel in werking.  Zij laden warempel het gat op de laadbak. Even later stuiven ze ervan door met hun bizarre vracht.   Op de een of andere manier lucht dit voorval hem op.  Stel je voor dat hij in het zwarte gat was gevallen! Iets minder bedrukt keert hij mijmerend huiswaarts.   De dag nadien leest hij in de krant over het ongeval in zijn buurt: een abnormaal zware vrachtwagen met laadbak en takel is in een gat gereden. Twee niet identificeerbare individuen werden levenloos teruggevonden in de stuurcabine. Eerst bedenkt hij dat het wel eens om dezelfde vrachtwagen kan gaan die hij gisteren heeft  voorbij zien stormen en die hem bijna van de weg maaide.     Daarna beseft hij dat alleen hij zag hoe het gat werd getakeld en meegenomen. Dan bedenkt hij dat de twee figuren met hun roekeloze rijden hoogst waarschijnlijk hun lading verloren en toen ze dit merkten bij het bruusk achteruitrijden in het gat terecht zijn gekomen.   Hij zoekt en vindt de gazet van gisteren die van zijn werktafel op de grond is gevallen en leest, iets meer geboeid, er het krantenbericht op na over Chandra, de Amerikaanse supertelescoop.  Aansluitend opent hij zijn laptop en zoekt online in alle andere kranten van de dag naar de berichtgeving over het fameuze verkeersongeval. Slechts een viertal bladen brengen er in het lokale nieuws een zeer kort verslag over. In geen van de artikels wordt enig verband gelegd met het zwarte gat dat uit de ruimte werd weg geknikkerd, maar hij weet wel beter.    Het voorval op zich, ook al gaat het om een ongeluk, stemt hem niet echt treurig want hij stelt opgelucht vast dat zijn angst voor het writers’ block volledig verdwenen is. Prompt zet hij zich aan het werk. Op internet vindt hij zowaar een afbeelding van een zwart gat. Amper een half uur later stuurt hij tekst en foto naar het onvolprezen schrijversplatform en nog dezelfde dag volgt een beklijvende column op de gretig gelezen online nieuwssite.  Onderaan plaatst hij zijn emailadres.   Twee dagen later vindt hij een bericht in zijn mailbox.  Hij twijfelt om het te openen.  Dit is geen bekend mailadres en toch werd het niet tegengehouden door zijn performante antivirusprogramma. Het adres van de afzender luidt :  forbidlongid.deephole@brunswick.hr . Een zoekopdracht met het adres geeft geen resultaat. Zijn nieuwsgierigheid haalt de bovenhand.  Hij opent de mail en leest: ‘Budite hrabri otvoriti privitak’ Hij kopieert de tekst en geeft hem in als vertaalopdracht.   Het blijkt een zin te zijn in het Kroatisch die betekent : 'Wees moedig en open de bijlage'.   Er staan te veel belangrijke zaken op zijn computer, dus besluit hij te wachten.  Hij start een programma dat zijn volledige harde schijf op een externe schijf kopieert.  Dat kan even duren.   Frisse lucht heeft hij nodig en dus gaat hij naar buiten.  Alsof hij van op afstand geleid wordt stapt hij naar de plaats waar hij eerder het gat zag.  Er is niets meer te bespeuren.  Of toch?  Het is amper zichtbaar maar het is net of er een dun zwartgeblakerd spoor loopt  dat een cirkel beschrijft, de omtrek van het gat? Dan bedenkt hij dat er in de berichtgeving van het ongeluk totaal geen vragen waren gerezen bij het feit dat er plots een groot gat was ontstaan.  Hij moet uitvissen waar het precies gebeurde en ter plekke gaan.    Terug voor zijn computer wil hij eerst de geheimzinnige bijlage bekijken.  De reservekopij van al zijn gegevens is inmiddels klaar. Zonder  dralen opent hij de bewuste mail en drukt op de bijlage. Meteen is een blauw scherm zichtbaar dat meldt : 'U heeft opdracht gegeven om alle gegevens van uw computer te verwijderen – druk op de startknop om verder te gaan – druk op de stopknop om uw mening te herzien'. Niettegenstaande zijn reservekopie drukt hij toch op de stopknop.  Nu kleurt het scherm rood en meldt:  'Gelukkig was u wijs genoeg om uw ondoordachte beslissing ongedaan te maken.  Weest gerust. Er is niets gewist maar wij hebben nu wel even de controle van uw computer overgenomen.  U hoort nog van ons. Tot later!'   Dan verdwijnt het rode scherm en lijkt zijn computer normaal te functioneren.  Zijn mailprogramma staat nog open en zonder dat hij zelf iets doet, ziet hij hoe in zijn in-box de laatste mail met de bijlage oplicht en verdwijnt.   Hij wil meteen aan de slag gaan en een aantal opzoekingen doen maar bedenkt zich net op tijd.  Indien zijn computer gehackt is, kan hij hem beter voorlopig niet meer gebruiken.  Hij neemt zijn reservekopie en stapt resoluut naar de stadsbibliotheek waar gelukkig een computer vrij is. In het emailadres levert de naam Brunswick  als enig noemenswaardig resultaat de bedrijfsnaam op van een wereldwijd adviesbedrijf gespecializeerd in communicatie en crisissituaties.  De landcode .hr  is wel degelijk die van Hrvatska of Kroatië.     Wanneer hij op de zoekmachine Kroatie intikt stuit hij op een artikel van enkele jaren geleden onder de titel: 'In Kroatie breekt men zich het hoofd over 28 perfect gevormde circkels die voor de kust verschenen' Uit het artikel blijkt dat de cirkels een diameter van 50 meter hebben en zich op 300 meter van elkaar bevinden.  Na ernstig onderzoek kan men nog steeds  geen logische verklaring vinden voor deze cirkels.  Er gaan steeds meer stemmen op die beweren dat het niet alleen aardbewoners zijn die genieten van de mooie Kroatische kusten. Dit laatste zinnetje doet hem twijfelen.  Dit ruikt verdacht veel naar een promotiecampagne voor de inderdaad prachtige kusten van Kroatie.  Wil men hiermee toeristen lokken?  De foto die bij het artikel staat toont een prachtig wit strand en een groot aantal cirkels die net onder het azuurblauwe water zichtbaar zijn.  Hij blijft nuchter en bedenkt dat tegenwoordig met fotoshopping veel mogelijk is.    Dan merkt hij dat het artikel één van de vele is die verschenen op een nieuwssite over  Ufowaarnemingen.  Dus toch?   Bij zijn terugkeer in zijn flat merkt hij dat er een nieuw bericht is toegekomen. Het bericht is opgesteld in een vreemde taal maar na elke zin staat er een vertaling.  Het is een gebrekkige vertaling die waarschijnlijk door een computerprogramma werd uitgevoerd.   Hij leest: 'Na doorzoeking van uw computer wij hebben niet gevonden informatie dat is gevaarlijk voor ons.  Wij denken wij kunnen vertrouwen u. Wij willen te ontmoeten u.  Kom naar  de Grote Park deze nacht om 23:00. Zien u.'   Hij was van plan zijn computer volledig te herinstalleren, maar laat dit voorlopig zo. Op een stadsplannetje zoekt hij waar het Grote Park precies gelegen is.  Hij kent het van naam maar herinnert zich niet er ooit geweest te zijn.  Met een lijnbus in de buurt kan hij er op een kwartiertje geraken maar hij besluit er een fikse wandeling van te maken.  Om 22:00 u sluit hij de deur van zijn flat en gaat op stap.    Reeds om 22:46 staat hij aan de ingang van het park. Slechts hier en daar merkt hij een late jogger en iemand die de hond uitlaat.  Verder ligt het park er verlaten bij.  Hij weet niet waar hij juist naar toe moet en stapt over een aardeweg in de richting van een grote kiosk.   Plots duiken van achter een bosje twee gedaanten op.  Ze dragen lange donkere overjassen en hebben een zwarte kap over het hoofd.  In het donker kan hij geen gezichten onderscheiden. De twee nemen hem ieder bij een arm en leiden hem verder in de richting van de kiosk.  „Volgen“, zegt een van de gedaanten.  Het klinkt als een computerstem.   Voor de kiosk is een groot grasplein.  Hij kijkt rond om te zien of er nog andere personen in het park zijn maar alles lijkt verlaten. Alleen op de wandelwegen en aan de trap van de kiosk is er verlichting.  Hij ziet dan ook amper dat ze bij een groot zwart gat in het grasveld  zijn aanbeland. De drie stappen tot aan de rand van het gat en zien dat een smalle trap naar beneden leidt.  „Na u“, zegt de computerstem en de beide gedaanten strekken respektievelijk de linker- en rechterarm uitnodigend naar voren.   Langzaam daalt hij de treden af en telkens hij een stap zet licht de volgende trede op.  Hij kijkt achterom  en merkt dat ook de twee gedaanten  de trap afkomen. Net als hij met het hoofd volledig onder de rand van het gat verdwijnt kijkt hij nog even op naar de kiosk en vraagt zich af of hij wel de juiste beslissing genomen heeft. Wat hij niet heeft gemerkt is dat een man die zijn zwarte pittbull uitlaat, verscholen achter de kiosk het  hele toneel  heeft gadegeslagen.  Het dier draagt een muilkorf en kan dus niet blaffen.  De man verlaat langzaam zijn schuilplaats  om te zien waar de drie gedaantes verdwenen zijn.   Dan is het of een tweede kiosk als een wervelende vuurbol uit de grond opstijgt en met razende vaart de ruimte invliegt en uit het zicht verdwijnt.   De man kijkt verbouwereerd naar zijn hond maar het beest blijft totaal onbewogen. Is dit een droom?  De man besluit hierover te zwijgen. De kans is groot dat ze hem anders weer interneren zoals die vorige keer toen hij overal had rond gebazuind dat hij een grote vrachtwagen achterwaarts in een enorm zwart gat had zien rijden.   (*) : terug na herwerkte versie voor deelname aan wedstrijd kortverhalen  

Vic de Bourg
29 1