Lezen

Workshop creatief schrijven voor zakelijke schrijvers

  Beginsituatie: Deelnemers kunnen vlot en helder formuleren. Deelnemers kunnen doelgericht schrijven. Deelnemers weten wat lezersgericht schrijven inhoudt. Leerdoelen: Deelnemers leren hoe ze hun teksten kunnen verlevendigen door: hun schrijfproces creatiever aan te pakken; zintuiglijk en beeldend te schrijven; de schrijffase uit te stellen en (meer) tijd te nemen voor de transformatiefase. Deelnemers krijgen vooraf de vraag om een zelfgeschreven zakelijke tekst (max 1 A4) mee te brengen.   SESSIE Kennismaking Namenrij alfabetisch (5 min) “Ik ook” Deelnemers staan recht. Om de beurt vertelt een deelnemer iets over zichzelf. Bv.: “Ik ben Karen en ik heb twee kinderen.” Als een andere deelnemer ook twee kinderen heeft, zegt die ‘ik ook’ en is hij/zij aan de beurt om iets te vertellen. Als een deelnemer iets over zichzelf vertelt waar niemand ‘ik ook’ kan op antwoorden, mag ze gaan zitten. Het spel is afgelopen als iedereen zit. (10 min) Eerste, korte oefening op zintuiglijk schrijven Denk aan je laatste vakantie. Waar was je? Met wie? Wat deed je? Beschrijf wat je zag, hoorde, proefde, voelde, rook. Schrijf in de tegenwoordige tijd. Max 10 lijnen. (10 min) Enkele vrijwilligers lezen hun tekst voor. De groep geeft feedback: wat deed deze tekst met jou? Wat raakte jou? Hoe kwam dat? (10 min) Deelnemers even laten reflecteren op de vraag: Is er een verschil met de zakelijke teksten die je schrijft? Hoe komt dat? Wie wil, mag zijn antwoord delen met de groep. (5 min) Overzicht van de workshop en inzicht in het creatief schrijfproces Elke deelnemer noteert voor zichzelf de acties die hij/zij onderneemt tijdens het schrijfproces van een tekst. Om het concreet te maken, kan de tekst die ze mee hebben als voorbeeld dienen. Een actie per post-it (5 min) Moderator plakt de post-its in het schema: 9 fasen van een creatief schrijfproces. Moderator geeft mee dat de verschillende fasen best niet door elkaar lopen, maar dat het proces niet lineair hoeft te verlopen. In deze workshop ligt de focus op de transformatiefase en de eerste schrijffase. (10 min)   Enkele technieken om input te genereren door associaties Deelnemers vormen groepjes van 4. (1) Deelnemers krijgen de opdracht om in hun eigen tekst 2 kernwoorden te omcirkelen (moeten zn zijn). Ze geven een woord aan hun linkerbuur en het andere woord aan hun rechterbuur. Deze krijgen de opdracht om binnen 1 min een kettingassociatie te maken van minstens 10 woorden. Het laatste woord van de ketting geven ze terug aan degene die hen het beginwoord gaf. Deze krijgt de opdracht om een woord te bedenken dat de twee woorden verbindt. (10 min) (2) Deelnemers omschrijven in max. 1 zin het onderwerp van hun tekst en schrijven dit in het midden van een A4. Dit blad geven ze aan het groepslid dat nog geen woord van hen kreeg. Deze krijgt 10 minuten om minstens 50 woorden te bedenken die hij/zij associeert met het onderwerp. Hij/zij noteert ze op de A4 en geeft de A4 terug aan de eigenaar. (15 min) (pauze)   Beelden en/of metaforen bedenken Deelnemers krijgen 10 min om op basis van het verzamelde materiaal een beeld of metafoor te bedenken dat hij/zij kan gebruiken in zijn/haar tekst. (10 min) Korte feedbackronde: enkele deelnemers vertellen wat dit hen heeft opgeleverd (5 min). Op zoek naar originele invalshoeken Deelnemers zoeken een partner waar ze nog niet mee samenwerkten vandaag. De partner stelt zoveel mogelijk vragen over het onderwerp van de tekst. Wat zou hij/zij te weten willen komen over dat onderwerp? De ‘bevraagde’ beantwoordt de vragen indien mogelijk. Na 10 min. even tijd nemen om kort de vragen te noteren waar de schrijver zelf nog niet aan gedacht had. Wisselen. (25 min) Free writing (10 min) Deelnemers starten aan een nieuwe versie van hun tekst. 10 minuten doorschrijven. Afsluiter: wat neem je mee? Deelnemers schrijven met dikke stift een woord op een A5 en tonen dit aan de groep. Kort ingaan op deelnemers op hun blad geschreven hebben. (10 min)

KarenC
0 0

Billy Sønderland (5)

Het is de eerste keer dat ze in mijn armen wakker wordt, op een zondag. We liggen in een bedkast, in een hofstede in Remboudsdorp, op het eiland Wulpen voor de Vlaamsche kust. Het is zaterdag 20 juli 1334 en ik heb de godganse dag vlas getrokken op de velden van de Vanderbilts. Mijn pollen zijn stijf. Zij heeft honderden handenvollen samengebonden, na zonsondergang mijn rug gemasseerd, met die jonge handen en wat zeehondenvet.   In de namiddag zullen we de Sincfal overzwemmen, onze kleren in de takken van een duindoorn hangen, om puur op het strand te liggen, tureluurs te volgen in hun vlucht. Dat er iets op komst is, zegt Doesjka, het meisje dat enkele weken geleden als een Russische regenboog uit de wolken kwam gevallen. Een openbaring was het geweest, die verschijning van fris en betoverend poollicht boven een hete zomerduin en hier op dit strand van Cadzand, voelen haar tienertietjes gezwollen aan. We hebben karakollen leeggepeuterd, mosselen op de tong gevoeld en oesters leeggelikt. Ik denk dat ze gaat overgeven.     Lang mag dit sprookje echter niet duren, omdat ze mijn neus dichtknijpt, ik de mond openen moet. Ik voel een ijsblok tegen mijn verhemelte, word wakker, open mijn linker oog en haar lach hangt boven mijn twijfelaar. Haar borstjes kruipen haast uit het witte XXL T-shirt dat haar deze nacht omhullen mocht en ze draagt het zwarte opblaaskroontje weer.   Ben ik iets vergeten? Haar verjaardag blijkbaar. Er knalt een kurk en een scheut champagne vloeit over mijn borst en dartele aardbeien liggen in een tupperwarepotje, te wachten op wat slagroom of een eerste beet.   “Ik neem je mee,” zeg ik haar, “over zeeën en oceanen, naar de monding van de Amazone, om er kleurrijke parkieten, kaketoes te vangen, om ze te pluimen en met hun veren een indianenjurkje voor je te maken, het over die fijne schouders van je te hangen, er je schoonheid, je onschuld mee te verbergen voor mijn dierlijke inborst.”   Ze lacht en ik geef toe dat ik lieg, “gewoon naar Heist, een avondwandeling over het mijnenstrand en dan naar The Old Steamer.”   “Ik wil hem best eens ontmoeten, die Billy,” zegt ze en met een scherp mes snijdt ze het groen van een aardbei, alsof ze een koning scalpeert en hem dan tussen haar tanden de kop leegzuigt.         Aardbeien vóór de storm deel 5 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
1 0

Blauwe pen

Blauwe pen Rineke Dijkstra – Kolobrzeg, Polen, 26 juli 1992   De pubertijd is een periode van grote veranderingen, zowel emotioneel als fysiek. Puberjongens en –meisjes voelen zich kwetsbaar, zelfbewust en ongemakkelijk. Rineke Dijkstra weet met haar reeks pubermeisjes in badpak precies de vinger te leggen op dat ongemak. Het Poolse meisje op dit portret poseert houterig in een stijve contraposto. Maar als kijker maakt het beeld je ook ongemakkelijk. Het meisje kijkt je recht aan en je kunt niet anders dan haar ook aankijken. Het voyeuristische gevoel wordt benadrukt door de hoge graad van realisme van de foto en het levensgrote formaat. Het realisme is een gevolg van de fotografische techniek die Dijkstra toepaste. Door een frontale flits te gebruiken wordt het meisje sterk uitgelicht ten opzichte van de achtergrond. Alle imperfecties zijn zomaar voor iedereen te zien.   Sergey Brakov: Sasha Kinderportretten zijn van alle tijden. Al in de zeventiende-eeuw werden kinderen geportretteerd als kleine volwassenen. Op 17de-eeuwse portretten zie je ze afgebeeld tegen een effen achtergrond. Hun pose is meestal een beetje stijf, ze hebben hun zondagse outfit aan en er is geen spoor van een glimlach te bespeuren. In die zin sluit Brakov met dit portret aan bij een kunsthistorische traditie. Sasha’s leeftijd stemt duidelijk niet overeen met de volwassen uitstraling van haar pose. Maar Brakov gaat nog een stap verder. De jonge Sasha poseert hier niet als een statige volwassene, maar wel als een femme fatale, een 21ste-eeuwse Lolita. Ze houdt zelfs een sigaret aan haar gestifte lippen. Brakovs portret moet je wellicht lezen als een sociale aanklacht. Hij portretteerde namelijk kinderen van Russische ouders die hun kinderen naar een modellenbureau hadden gebracht. Met zijn foto’s projecteerde hij letterlijk en figuurlijk de verwachtingen van de ouders op de kinderen in de portretten.

Marthy
0 0

Billy Sønderland (4)

Het is namiddag, rond drieën, op deze black Friday 28 november 2016 en de zon schijnt zowaar weder, zelfs op de gevel van het hoekhuis aan het begin van de Garenmarkt. Dit is het huis waar vorige generaties Vanderbilt woonden; nu ik. Er is een bistro aan de overkant van dit huis, Bistro Christophe, van Christophe, met kleine tafeltjes op het trottoir, waar ik een plaatsje vind naast enkele toeristische reizigers.   De trein heeft mij teruggebracht, de zak met de zilveren muizen die naast mijn voordeur stond, is verdwenen, ook geen Doesjka achter het raam. Onderweg lag hij voor me, op het oranje tafeltje in mijn wagon, de hartenkoning. “Heeft U ook een geldig vervoersbewijs?” vroeg de conducteur, die zijn rechter wijsvinger tegen zijn rechterslaap hield en daarbij een duim omhoog stak, alsof hij zichzelf door de kop ging schieten.   Ik toonde mijn railpass en stak de hartenkoning in mijn binnenzak, waar hij nu rust terwijl ik een Westmalle Dubbel bestel en onderweg tuurde ik in de richting van het westen, omdat die nietsvermoedende zon daar stond, boven grijze gedrochten, loodsen in de Zeebrugse achterhaven. Als mechanische everzwijnen waren ze daar in de grond aan het wroeten, kranen, bulldozers en werfwagens, die Dudzele en Lissewege onder het gras proberen te rijden, om er bredere bruggen en wegen aan te leggen, waarover ze zullen denderen, vrachtwagens met containers vol brol en biezonderheden, koelwagens met één miljoen kortharige groene kiwi’s, gele neven en nichten, ook uit Nieuw-Zeeland, of tonnen tilapia's, pangasiusvissen en lieve kleine piranha's, morsdood, onder strakgespannen folie en in weer andere dozen steken sinterklaasplastiek, hardhouten fallussen met een metalen onderkant, om flessen te openen, altijd grappig. Hier, in Brugse souvenirwinkels hangen ze, naast valse chocoladetieten en eindelijk verschijnt ze achter mijn raam op de eerste verdieping van de Garenmarkt nummer één.   Doesjka! Ik maak een scholbeweging met mijn glas en kijk toe, hoe ze de beide wreven van beide handen in beide heupen legt, trots haar jonge heupen heen en weer wiegt, een pirouetje draait. Een zwarte opblaaskroon prijkt op het hoofd van mijn teenage queen of spades, Pallas, godin van reine maagdelijkheid. Ze draagt een slobbertrui gebreid door de engelen van de wellust, horizontale strepen, paars, oranje, rood. Het zijn de kleuren van de vlag die prijken zal op ons eigenste eiland, ons nieuwe paradijs ergens in de Noordzee en haar adem blaast damp op het enkele glas. Ze tekent een hartje en ik voel. Ja, hij zit er nog! In mijn binnenzak. Met een zwaard door zijn kop.   De bodem, een slok door mijn strot en dan mijn trap op. Doesjka vleit zich neder in de sofa. Met een duimspijker bevestig ik de kaart die Natascha me toestak, aan de keukendeur. Als Doejska een hand op mijn sleutelbeen legt, een wijsvinger tegen mijn nek wrijft, zeg ik haar dat ik een zakje verse garnalen meegebracht heb, dat ik ze voor haar pellen zal, voorzichtig opbaren zal in de buik van een leeggelepelde tomaat, met wat mayonnaise, peterselie, en dat ik slechts een zoen van haar wil, alvorens ik mezelf vanavond, later, vannacht, onder een milde maan te slapen leg.         Teenage Queen of Spades deel 4 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Verdiend geluk

Ik opende mijn ogen voor het eerst in een koude, vochtige stal. Het was er schemerig; het enige, grijze licht was afkomstig van de slordig met hout dichtgespijkerde ramen. Ik lag op een versleten, muffe handdoek met een onbestemde kleur in een hoek van de grote, tochtige ruimte. Ik rilde; een ijzige wind waaide door de kieren in de deur en de ramen en af en toe streek een kille tocht langs mijn magere lijf. Onder de deur lag een plas water, die alsmaar groter werd door de grote sneeuwvlokken die door de stevige novemberwind naar binnen geblazen werden. Ik hoorde muizen rondscharrelen in het hooi dat in een andere hoek bijeengeveegd was. Ik raakte niet gewend aan het duister en merkte ­- eerder door te voelen dan te zien -­ dat ik niet alleen op de handdoek lag. Overal om me heen voelde ik beweging en hoorde ik de piepende ademhaling van lotgenoten, die zich in dezelfde onaangename situatie bevonden als ik.   Een streep winterlicht gleed over de handdoek en piepende scharnieren van een slecht geoliede deur deden me angstig in elkaar krimpen. Ik huilde zachtjes. Ik hoorde opgewonden kinderstemmen en een sussende vrouwenstem. Een jonge vrouw kwam de stal binnen met een emmer in haar hand. Toen ze de emmer neerzette, bewoog een van mijn lotgenoten naar haar toe en begon gulzig te drinken van het frisse water, waarmee de emmer tot de rand toe gevuld was.   Na een tijdje doezelen, tilde iemand me op en duwde me in een container. De ruimte was veel te klein en al snel hoorde ik gehuil en jachtige ademhalingen. Ik dook weg in een hoekje en kroop tegen één van mijn lotgenoten aan. Mijn instinct zei dat het mijn zusje was. Toen de container plots in beweging kwam, zochten we trillend steun bij elkaar. Ik hoorde geschuifel en het leek of er een gevecht losbarstte in het midden van de trein. Tot mijn ontsteltenis eindigde het voor een van de vechtersbazen niet goed. Ik hoorde een reutelende ademhaling, die alsmaar onregelmatiger werd en uiteindelijk niet meer te horen was. Na wat een eeuwigheid van indommelen en wakker schrikken leek, ging de deur van de container een klein beetje open. Drie grote, stevige mannen schoven een gigantische bak met water naar binnen en gooiden droge broodkorsten de wagon in. Onmiddellijk draaide het uit op een nieuw gevecht, waarbij ook hier weer een aantal van mijn reisgezellen het niet overleefden. Mijn maag rammelde en ik kroop zo stil mogelijk over de vloer van de trein, terwijl ik probeerde zo laag mogelijk bij de grond te blijven en tegen niemand op te botsen. Een aantal keren moest ik noodgedwongen flink van me afbijten. Ik grabbelde wat broodkorsten bij elkaar en kroop, op dezelfde manier als ik gekomen was, terug naar mijn zusje in de hoek van de vieze, donkere container.   Dagen, weken of misschien zelfs maanden later, waarbij één keer per dag water en broodkorsten de trein ingeduwd werden, werd de deur van de container volledig opengegooid. Ik kneep mijn ogen dicht tegen het felle zonlicht dat de trein binnenstroomde. Toen ik om me heen keek, zag ik een ware veldslag. Er waren niet veel overlevenden.   Alles was nieuw: de geuren, de kleuren, de geluiden. Ik werd bij mijn zusje geplaatst. Ze zat te trillen van angst. Ik ging naast haar zitten en leunde tegen haar aan, hopend dat ik haar zo kon zeggen dat alles in orde kwam. Ik was een optimistisch iemand. Ik zag overal het goede in. Zo zag ik dat de zon stralend door de ramen scheen en de ruimte in een zomerse gloed liet baden. Ik zag een straat met vrolijk babbelende mensen en kinderen, die dubbel zoveel afstand aflegden als hun ouders door een eind voor hen uit te rennen en dan zo snel mogelijk terug te sprinten. Van plezier kraaiende baby's werden voortgeduwd in wandelwagentje, terwijl ze met hun tot knuistjes gebalde handen in de lucht zwaaiden, grijpend naar loom voorbijvliegende hommels en sierlijk voorbijfladderende vlinders. Honden snuffelden aan alles wat hun pad kruiste en bekeken iedere voorbijganger van top tot teen. Zo donker de koude winter in Slovenië was geweest, zo vrolijk en warm was de zomer in mijn nieuwe wereld.   De lichte, glazen deur, die uitgaf op de drukke winkelstraat, werd opengeduwd en een vrouw en drie kinderen kwamen de ruimte binnen. Aan de balie werden ze begroet door een dikke man, met vettig haar. Hij sprak ons altijd heel vriendelijk toe en liefkoosde ons, maar stuurde ook regelmatig een vrouw in een witte jas op ons af. Ze had dingen die ons prikten en een koude dop waar -­ zo leek het tenminste -­ een koptelefoon aan verbonden was. Na een bezoek van de lieve mevrouw voelde ik me altijd ziek en uitgeput. Het duurde dan een aantal dagen voor ik mijn aangeboren optimisme terugvond en terug aan het raam kon gaan zitten om naar de eeuwig interessante voorbijgangers te kijken. Telkens wanneer een kind opgewonden naar me wees en zwaaide, aan de mouw van zijn moeder of vader trekkend, sprong ik juichend in het rond en zwaaide even enthousiast terug, hen in gedachten overtuigend -­ soms zelfs smekend -­ mijn zusje en mij in hun gezinnetje op te nemen. De vrouw, die net binnengekomen was, vroeg of ze even mochten rondkijken. Na een bevestigende knik van de baas liepen ze de ruimte door. Ze begroetten ons allemaal even hartelijk en bleven een tijdje vertederd naar de kleinsten onder ons staan kijken. Langzaam maar zeker kwamen ze dichterbij. Na veel "Oh"'s en "Ah'"s bij andere lotgenoten zag ik de kleine jongen zijn moeder aanstoten en naar ons wijzen. Hij praatte opgewonden, maar zijn moeder kwam maar aarzelend dichterbij. Toen ze ons zag, verzachtten haar ogen echter en ze gaf me een lieve aai. Ik voelde het: dit was ons moment. Ze zouden Zusje en mij meenemen; het was voorbestemd! Veel te snel draaiden ze zich om en verlieten mijn tijdelijke huis.
Toen ik een teleurgestelde blik naar buiten wierp, zag ik de kleine jongen met een zielig gezicht naar me kijken.
 Ik zuchtte, draaide me om en viel in slaap.   Ik schrok op toen de deur openging. "Kom, jongen," zei de vriendelijke, maar kordate stem van de baas, "Ik heb voor jou een thuis gevonden." Ik kon mijn oren niet geloven! We hadden een thuis; een echte thuis! De baas tilde me op en legde me in de armen van de vrouw die eerder op de dag naar ons was komen kijken. Er was nu een man bij, die met een glimlach om zijn lippen zijn hoofd schudde en ons naar buiten leidde.
 Maar toen ik over de schouder van mijn nieuwe mama keek, brak mijn hart. Zusje bleef eenzaam en alleen achter en keek me bedroefd na. Ik worstelde om los te komen, maar de vrouw was te sterk. Ze fluisterde me kalmerende woordjes toe en aaide me over mijn rug. Toen de deur achter ons dichtviel, begon ik zachtjes te huilen. "Vaarwel, Zusje, morgen zal ook jij een nieuwe thuis vinden," zond ik haar in gedachten toe.   Mijn nieuwe gezin bracht me naar een gezellig huis met een grote tuin. Ik genoot van het groene gras, de trampoline en de schommel. Ik maakte kennis met mijn nieuwe zusjes en broers en met mijn nieuwe leven. Ik kreeg een eigen plek om te slapen, met schone en zachte lakens. Kortom, ik kreeg de liefde, waar ik zo hopeloos naar verlangd had en die ik zo hard verdiend had. Met heel mijn hart wenste ik voor Zusje hetzelfde. Terwijl ik tevreden zuchtend rondkeek op de plek waar ik terechtgekomen was, wist ik eindelijk wie ik was: ik was Thor, hond en trouwe viervoeter van een eigen gezin!  

L.C.
0 0

Billy Sønderland (3)

De vuilniszak staat buiten en ik zelf ook. Gelukkig is er geen kat, geen kat die op de loer ligt om de zak open te scheuren, alsof er zilveren muizen zouden wonen achter het Gulden Vlies van de Heilige Maagd, en ook geen kat die weet wat er allemaal wél in steekt.   Alles wordt verbrand, bananenschillen, piep- en scheerschuim, flacons met restjes heimweewater, nageboortes van een schommelveulen, van een babydraakje, haakwerkjes, met liefde werden ze gemaakt om er een bierglas op te zetten en ze zwaait naar me, Doesjka, door het raam, onvoorzichtig, met een losse hand.   Op perron één zal hij op me wachten, de trein naar Zeebrugge-Dorp en na een kwartiertje stappen zal ik er zijn, in café The Old Steamer. Het zal een modern vehikel zijn, dat minder kabaal maakt dan de blauwe blokkentrein die even oud is als ik en van Hamburg via Basel helemaal tot in Genua kan rijden.     Als ik het etablissement achter de donkerrode gordijnen binnenstap, zie ik slechts één man zitten. Dat Marvin Gaye ooit in Oostende woonde, weet zowat iedereen, maar de kerel aan dit tafeltje daar, die woont in Zeebrugge en hij moet het zijn: B.B. King!   “Bernd Vanderbilt." Ik stel me voor, geef hem een hand, waarna hij een gebaar maakt, dat ik aan de andere kant van het tafeltje kan plaatsnemen. De dame die achter de toog twee fluitjesglazen droogde, staat intussen aan onze tafel: “Wat zal het zijn?”   Een Safir wil Billy en ik bestel een gueuze, terwijl ik met beide handen over de zachte flanelle van de zetel wrijf en wat te lang toekijk hoe ze haar boezem wat omhoogdrukt in de zwarte beha onder een spannend, synthetisch pulltje.   “Dat het geen hoerenborsten zijn,” zegt ze terwijl ze twee bierviltjes klaarlegt en een spel kaarten op tafel legt, “met de kaarten wordt hier soms gespeeld.” “Manillen,” zegt Billy, “enkel met een Engels kaartspel."   B.B. King, Billy Bagger King of Hearts, deelt de kaarten uit terwijl voor die twee onbetaalbare borsten van Natascha een kraag schuim op een glas bier verschijnt, een gueuze ingeschonken wordt. Billy vertelt over zijn grootvader, Nils Sønderland, een Deense matroos die in Zeebrugge was blijven plakken, aan het vel van Louise De Wachter, die bij de vismijn werkte en dat hij nu de derde generatie is die baggert bij Decloedt, dat het dankzij hem is dat die Chinese containerchepen binnengeraken in de haven.   Ik zie het zo voor me: Chinese mastodonten die de havengleuf zoeken en Louise, die elke avond weer zich de garnaalpelhandjes, het ganse lijf, zorgvuldig waste met citroenwater, want Nils kon elk moment thuiskomen van het ruime sop om in haar een halve aardling, de vader van Billy te verwekken.   “Dat is mijn job,” zo gaat hij verder, “elke dag weer, baggeren, in de haven, en ook buiten de haven, de vaargeul vrijhouden want op de Noordzee staat een sterke stroming, die zand meesleurt en weer afzet. Dat baggeren kost de staat jaarlijks 70 miljoen en wie gaan daar mee lopen: DEME, Decloedt, De Nul.”   Als ik hem uitleg dat ik meer te weten wil komen over het bommenkerkhof voor het strand van Heist, kijkt hij in zijn glas. “Piques troef”, zegt hij. We spelen, we drinken en telkens als hij als eerste aan slag is, legt hij, als hij kan, steevast de hartenkoning, die hij dan telkens aan mijn aas of harten tien verliest. “Merci, drie punten kado,” dank ik hem in het begin nog. Daarna zwijg ik en zegt hij dat een mens soms gewoonweg verliest, terwijl hij de mouwen van zijn hemd oprolt en ik niet vragen durf naar de littekens op zijn polsen.   Van doorvragen over die duizenden tonnen bommen komt niet veel in huis. “Wat interesseert jou dat,” is zijn antwoord en als ik hem probeer gerust te stellen, dat ik geen journalist ben, vraagt hij me: “Wat zijt ge dan wel, of leef je van de ziekenkas? Zoek toch een deftige job! Slijkspuiter of broldumper,” zegt hij smalend en staat dan recht. “Ik moet ervandoor, morgen vroeg op, weer aan de slag op de Vlaanderen Twintig,” en hij verdwijnt in het deurgat.   Ik blijf nog even zitten, raap de kaarten samen. Natascha komt afruimen, ik betaal het gelag en zij haalt de hartenkoning uit het pakje kaarten. “Neem hem mee,” zegt ze met een knipoog, “Slaap er eens over. Vergeet het niet. Engels kaarten, nooit Franse!”       King of Hearts deel 3 van het historische kortverhaal ‘Billy Sonderland’ uit de reeks  ‘Waanhoop’

Bernd Vanderbilt
1 0

Stemrecht vs. stemplicht

De samenleving is een kluwen. De wereld is een grote bol wol en iedereen lijkt de draad kwijt te zijn. Grijpen mensen daardoor naar een houvast? Ik denk het wel. Mensen gaan in onzekere tijden op zoek naar het herkenbare, de gewoonte. Zo stemmen veel mensen steeds op dezelfde partij, vaak uit traditie of ‘omdat de meerderheid erop stemt’. Waarom denk ik dat? Maak kennis met de 18 – jarige Sara. Ze is net meerderjarig en kan vanaf nu dus ook gestraft worden als volwassene wanneer ze iets mispeutert. Ze mag alcohol en sigaretten kopen. Sara mag ook zelf beslissen of ze nog wil studeren. En nog iets: bij de volgende verkiezingen moet ze naar het stemhokje. Eigenlijk wilt ze dat niet. Ze weet niets van politiek, dus ze stemt dan maar voor dezelfde politieke partij als haar ouders. Dat zal wel een veilige en goede keuze zijn. Of toch niet? We zijn vijf jaar later en ik stoor mij mateloos aan mensen die stemmen op een politieke partij, zonder te weten waarvoor de partij staat. Ik heb de kans gekregen om verder te studeren. Op 18 – jarige leeftijd koos ik voor de opleiding ‘Sociologie’. Dankzij die opleiding kreeg ik meer kennis over onze maatschappij en de politiek. Veel vragen en onduidelijkheden kregen een antwoord. Wanneer ik vandaag de dag in mijn omgeving rondvraag hoeveel mensen het partijprogramma hebben gelezen van de partij waarop ze gestemd hebben bij de vorige verkiezingen, is het antwoord vaak “daar ga ik mij niet mee bezighouden”. Kost dit dan zoveel moeite? Begrijp me niet verkeerd. Niet iedereen hoeft dezelfde ideologie te hebben. Meningsverschillen mogen en moeten bestaan, maar ze moeten wel gegrond zijn. In welke mate heeft democratie nog een waarde als de mens een angstig gewoontedier blijkt te zijn? Bestaat er een draagvlak om eens na te denken over het voorstel om stemrecht te reduceren tot stemplicht? Dit systeem bestaat trouwens al in veel landen. Op die manier zullen misschien enkel mensen gaan stemmen die een bewuste politieke keuze hebben.

Sara Bossers
0 0

Heaven and Hell for Gerard

While mister and misses Clementine were waiting in the faintly yellow waiting room, the man started to scratch heavily behind his ear. He turned his head to the left so he would get the right spot. “Stop it Gerard, you’re making me nervous”, his wife said. Miss Clementine was a small woman, with a hair fool of dense curls. Along with her sharp nose, her hair made her look like a grey poodle.   When the doctor called out their name, the couple walked into his office. “You sit down here Gerard”, the wife said pointing to the second chair. The doctor knew the couple all too well. They had come to him ever since they got married, some 40 years ago. The man, of quite a size but with a remarkable small head, smiled at Gerard. “So, what can I do for you?” Mister Clementine opened up his mouth, but it was his wife who spoke first. “Hush now Gerard, don’t tire yourself. I’ll explain it to the good doctor.” She bent over a bit, keeping her hand seated on her lap. “You see doctor, our daughter just bought a house. Right in the middle of James Street. Yes, such a lovely place!” “Well, that’s nice to hear, kids grow up so fast”, the doctor smiled. “Yes, very fast. But there was still some work to be done in the house, so Gerard offered to help. He’s such a handy man, you know that.” Gerard smiled gently, tilting his head a bit sideways. “During his work, he had to get up the roof, but while he was getting up a ladder, he fell down! Right on his head!” The woman touched her soft curls. “Ouch”, said the doctor and looked at Gerard’s head with an investigative frown. “No, you won’t see a thing doctor, it’s his mind that got hurt.” Miss Clementine started to whisper, “I fear he’s broken.”   “What do you mean with broken? He seems fine to me.” “Yes, he seems fine, but there’s just one thing doctor…” The woman paused, staring at her wriggling hands. “What is it?”, the doctor asked. “Well, … Sometimes… Oh my, It’s quite embarrassing.” “Now, don’t you worry miss Clementine. Everything said here is in complete confidence and without judgement.”, the doctor reassured her. The wife looked at her husband and back at her hands. “Sometimes he… starts to shake his buttocks…” “You mean like in a dance?”, the doctor asked surprised. “No, that’s just it, Gerard never dances. I mean, take yesterday for example. I was cooking when he came home from work. Normally he would give me a kiss and watch the telly. But now, he gave me a kiss and stood behind me shaking him behind!”. “Mmmh I see”, the doctor looked at Gerard who was still smiling gently with his head slightly tilted sideways. “Maybe he’s just looking for attention?”, the man suggested. “Unless he hit and damaged a nerve during his fall of course.” Miss Clementine shifted on her chair. “That’s not all doctor… He also makes this noise. When someone’s at the door, the postman for example. Instead of just opening up, he simply stands there making this growling noise.” The doctor sat back, and started to list up all the mental illnesses in his mind.   “But that’s still not all doctor.” “Oh no?”, the doctor lifted his left eyebrow. “This morning, when I got out of the shower, Gerard was shaving himself at the sink. When he saw me in the shower, he fell on hand and knees and came crawling to me…” “Now miss Clementine,” the doctor held up his hand. “Uhm, I’m just a regular doctor, not one of those fancy new sex therapists.” “Oh no doctor! No, it was nothing sexual, I assure you. He simply licked my wet legs and started waving his buttocks again!” The woman shifted in her chair again. “However, there is one thing though…”   Hearing her tone drop, Gerard dropped his head and stared at his shoes. The doctor became weary. “You see, sometimes when I’m walking through the house, Gerard does this thing.” “This thing?” Gerard’s head was sinking deeper and deeper. “Yes, when I’m walking through the house, he comes standing beside me, and falls on his knees.” “Uhu”, the doctor nodded slowly. “And then he grabs my leg and clinches onto it, but he also makes this upwards and downwards movement. “How do you mean?” Miss Clementine looked at the doctor and whispered, “He humps on my leg doctor.” “he humps?”, the doctor asked. “Like a…” “Like a dog yes, like a dog in heat who needs a bitch. And it’s disgusting doctor. You should see the look on his face when he does it.” The woman took out her handkerchief, and dipped her forehead softly. “It’s unbearable. The noise, the licking, the humping. I can’t stand it anymore! I want my nice little Gerard back.” The doctor thought about it for a while. Gerard looked at his wife like he had just taken a beating.   “I might have a solution.” “You do doctor?”, miss Clementine leaned forward with big eyes. “Yes, we simply have to neuter him.” “Neuter him? What does that mean?” “Well, simply pluck the seeds, cut off the bollocks, remove the bricks if you will.” “I see”, the wife wondered about it. “And how will he be afterwards?” “Oh, he’ll be a lot quieter. Maybe he’ll sleep a bit more, gain a few pounds. But the humping will stop for sure. “Oh, that’s good news, isn’t it Gerard?”   The man, who had kept quiet all that time, finally jumped up. “Now wait a minute”, he yelled. “Sit down Gerard, be a good boy now”, Missed Clementine waved her finger sternly at her husband. He sat back down, staring at the ground. His wife looked back at the doctor. “How will we proceed?” “Well, we can operate tomorrow morning if you will. “The doctor started to write down the appointment in his agenda. “But might I suggest you give him some nice treats tonight? It will keep him calm.” He stood up and opened the door for the couple. “That’s a very good idea doctor. Come now Gerard, follow me.” They stood up, and Miss Clementine shook the doctor’s hand. When Gerard passed him, the doctor stroke the poor man’s hair. “Tomorrow it will all be over, don’t you worry”, he said with the most sadistic smile.

Simon Sileghem
0 0

Billy Sønderland (2)

  Ze moet 's avonds in een bestiaal hoofdstukje van Mieke Maaike’s Obscene Jeugd hebben liggen lezen, daar in haar nest in slaap gevallen zijn nadat de hond naarstig gelikt had, en een droom van jewelste gehad hebben.   De wind is geluwd en ze komt mijn slaap- en schrijfkamer binnen, gaat op de rand van mijn twijfelaar zitten. Zoals altijd is haar jonge lichaam bij nacht en ochtendgloren slechts in een XXL T-shirt gehuld en hangt het katoen tot net onder haar lentetuin.   Of ik het erg vind, dat ze alle potjes chocomoes alleen heeft zitten opeten? Dat er nu enkele bruine vlekken zitten op Boons bladzijden. De antwoorden kent ze. Ik zwijg eerst en vraag haar dan om de vuilnis buiten te zetten. “Vandaag ook PMD, karton en papier,” zeg ik, “maar doe het boek nog niet weg.” Aan haar blik zie ik dat er een voor-wat-hoort-wat-spel zit aan te komen.   “Alleen als ik eens warm paardenzaad, van een Arabisch volbloed mag voelen,” zegt ze zonder op haar lip te bijten, “hoe het over mijn buikje loopt en mijn kerststalletje vult.”   “Dan moet ik je teleurstellen,” antwoord ik, dat in de kelder van dit huis geen bokalen met paardenspul staan heb, dat de gleuf in de voordeur voor mensenpost is en ik niet meedoe aan dat kerstgelul.   “Kijk wat je kunt doen,” en op haar tenen stapt ze over de lege flesjes lambiek die naast mijn bed liggen, trekt haar T-shirt wat naar beneden. “Ik zet alvast koffie.”   Voor het verhaal en na lang goede-huisvader-gegoogel vindt hij die zocht: 8000 EUR voor een scheut Arabisch zaad van Quail Ridge Marc “de mooiste van Dubai”, verkrijgbaar in de stoeterij Knocke Arabians van Paul Gheysen, was in 1980 nog tuinaannemer en heeft nu een vermogen van 650 miljoen EUR, vergaard via Ghelamco, met de bouw van immense hangars in Polen, Rusland en Oekraïne. Nu richt hij zich meer op de Belgische markt, voetbalstadions, louche deals met burgemeesters, financieringen via Optima Bank en watermaatschappijen, Charleroi-aan-de-Leie, blablabla...   “Zuiver van bloed, die hengst, zoon van de merrie Sweet Dreams,” zeg ik haar. Ze is naast me komen staan. Met haar handen rond de tas geslagen, leest ze mee van mijn scherm. “Meer bonen waren er niet,” zegt ze en bladert door die Knack van 22 november, probeert nog wat stront van Daniëls knikker te krabben.   Ik klik op afsluiten, sta op, trek mijn pyjamabroek recht. Het zijn die rustige strepen, die barcode van een zebra, die mij rechthouden. Ik moest maar eens een koud bad nemen, er fris gaan uitzien als een noordzeegarnaal in februari.   “Doesjka, laat ons wachten op de winter.” “Ik weet het,” zegt ze, “dan graast hij stilletjes, hier in de tuin, ruikt hij de klokjes.” “Ja, dat ezeltje, met roze laarsjes, en sokken van een geit.”         Knikkerstront en paardenzaad deel 2 van het historische kortverhaal 'Billy Sønderland' uit de reeks  'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0

Gewoon....te.... Liefde

GEWOON………………………………TE………………………LIEFDE    ik zie je                                                                                    ik vertel het je  herkende je bijna niet                                                             die ontmoeting  jij ziet mij                                                                                die ongemakkelijk was  Ik zwaai, uit gewoonte, waarom?                                            ik moet het vertellen    Ik zwaai, uit gewoonte, waarom?                                            ik moet het vertellen  je komt naar me toe                                                                hopelijk doet het geen   niet doen                                                                                 pijn, mijn pijn te zien  ik kan niet glimlachen                                                            vanwege iemand anders    ik kan niet glimlachen                                                            vanwege iemand anders  het doet pijn                                                                           tranen in mijn ogen  om wat je deed                                                                       je ziet het, beetje kwaad  nog steeds                                                                              vanwege hem of mij    nog steeds                                                                              vanwege hem of mij  sta je daar                                                                              "Hij is niet over je"   paar beleefde zinnen                                                              ik wel over hem  meer lukt niet                                                                         en toch die pijn    meer lukt niet                                                                         en toch die pijn  ongemak, zo veel ongemak                                                    maar ook geluk  jij voelt het ook                                                                      geluk vanwege jou  je gaat weg                                                                            die me steunt    je gaat weg                                                                            die me steunt  met datzelfde ongemak                                                        die me liefheeft  ik zie het, ik voel het                                                             die ik liefheb  Toch zwaai ik, uit gewoonte, waarom?                                  samen gelukkig                                                                                                  samen gelukkig                                                                                                ondanks af en toe                                                                                                een beetje pijn                                                                                                vertel ik het je   

Dana's plakboek
0 1

Billy Sønderland (1)

Doesjka woont er nog altijd, in het zonnige achterhuis. Een hersenchirurg zou haar logeerkamer, dat bed met spiralen, dons en overtrek met oermotieven omschrijven als “een broeinest, ergens achter het gebied van Broca, een nest met kraaienkuikens, boven in de vezels van de achterhoofdskwab, waar zij te veel ziet maar zelf niet gezien wordt”, en ze roept naar me dat ik naar de Spar moet, "om drank en drugs!”   Ik zeg haar dat ze mij nooit aan de nicotine of marokkanenhennep zal krijgen en zeker niet op deze quade saterdach, want het stormt, stormwinden heersen over het land, stormschade zal er zijn, een overbelaste noodcentrale, en een eik zal ongelukkig vallen, op een krijsend wijf dat loopt te vechtscheiden in het bos. Haar man zal met zachte hand de schors, het mos en het bloed van haar gezicht vegen, haar optillen, op de achterbank van zijn leasingwagen leggen en naar een ziekenhuis voeren. Hoe het zal aflopen weet ik niet, maar Frank had gewaarschuwd: blijf binnen!   Fuck Frank!  Tegen de wind in ga ik. Bladeren, meeuwen, brokken PUR-isolatie van een in aanbouw zijnde residentie vliegen door de lucht, maar ik geraak er voorbij, voorbij de kraan en de nieuwe blok, die nog grijs is, vanbinnen en langsbuiten. Alles wacht behalve ik, rode pakken baksteen op een metser, kalende mensen op de oplevering, op die eerste druppel water uit de sproeikop van de inloopdouche met handgrepen voor wilde rimpelseks en ik hoor haar naroepen, als een echo die op een grassprietje fluit, dat ik bier moet meebrengen, spekkelbrood, kip curry, chips met paprika. “En chocomoes!”   Het moet jaren geleden zijn dat ik ze nog kocht: een flesje Piraat Tripel Hop en een tijdschrift omwille van de kop. Doch vandaag, nu al dat kwaad dreigt onder een grauwe hemel, laat ik me vangen en koop ik de Knack. Vijf euro vijftig cent voor enkele Russische callgirls. “Dat hij daar nooit voor uitgenodigd werd,” houdt de kop vol. Hij kijkt streng, de lippen op elkaar en boven zijn voorhoofd, staat het, dat Trump een fascist is, over de revolutie van de blanke merderheid, dat De Winter het weer eens gaat uitleggen waarom in een hogedrukgebied de windhozen altijd naar rechts, met de klok meedraaien.   “Het waren beschouwingen over populisme, Piet Piraat, het zwakke vlees op pagina 35 en de malse blik van de kassierster die mij aanzetten tot de aankoop van dit tijdschrift,” leg ik uit aan Doesjka, die op het aanrecht gekropen is, de benen niet stil kan houden terwijl ik het bier, de kip, curry, choco, moes in de frigo steek.   Frank heeft gelijk: binnen blijven, cocooning is in. Straks met Doesjka het bad in, schuimbellen blazen en nadat ze zich afgedroogd zal hebben, zal ze zich de mond roden, met de lippenstift een neerwaartse pijl op haar buik tekenen. Daarna en met dezelfde kleine lepel zullen we proeven uit hetzelfde potje, komen er bruine vlekken op haar warme tong, van de chochomoes.   Met haar wil ik immer, blijven leven, uit dezelfde pot eten, zoals weleer, gewoon, pap van twee broden, bouillabaisse van vijf vissen en hij kijkt toe vanuit zijn kader, de grootvader van mijn grootvader, Victor Vanderbilt, wiens foto niet vergelen wil en die me eraan herinnert: vrijdag is het zover, de ontmoeting met B.B. King te Zeebrugge.       Fuck Frank! deel 1 van het historisch kortverhaal "Billy Sønderland' uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
0 0