Lezen

Proloog

De cava bijt zich een weg door onze tanden,omarm me, geef me nog zo'n tapenadezoen.Als eerste betreden we de dansvloer,de rest propt zich nog vol met excuses en kippenboutjes,maar ons lijf is al lang van de massa afgekolfd, afgestorven.Ben jij mijn ballerina, dan zal ik jouw dansende derwisj zijn.We wringen schaamte uit onze belegen botten, en de cava baart beloftendie ooit wel ergens in zullen worden gekerfd,in een heilige steen of in onze verdoemde zielen.Als jij stopt met Tinder, dan zal ik niet meer masturberenvoor een foto van Hitler. Fair enough, deze deal.Je maakt me uit voor randdebiel,ik zeg je kan vierkant mijn nazikloten kussen.Je baas gebaart ongeduldig, misschien weet hij weer een grap,of is hij zat genoeg om je een loonopslag voor te schotelen.Hopelijk is die dan pittiger dan zowat alle hapjes en grapjesdie vanavond de revue zijn gepasseerd.Ik heb trek in dat gebrek aan een slipje waar enkel ik,als ingewijde minnaar, weet van heb.Een voorschot op wat komen zal, de knellende ellendein mijn broek voor onbepaalde duur verlengd.Personeelsfeestjes als wachten op het perron,een trein met vertraging, maar eens hij komt,blijkt hij een buitenproportionele lading dynamiet te vervoeren,die niet enkel het station, maar gans het dorp wegvaagt.Achterin een taxidartelen en spartelen,grijpen en begrijpen:het zaad van de passagiers voor ons is nog lang niet opgedroogd.Stoom uit onze oren,een schurkend kruis,smeltende gletsjers,gruyère, stokstaartjes,rake klappen en slechte grappen,de kegelvormige moedervlek op de kont van je baas,en wat met kinderarmoede,en wat als de terreur ook ons op een dag zal treffen,een wilde staccato collage,messcherpe montage,preoccupatie met alles wat niets met jou heeft te maken.Focus.Focus.Focus.Stem je zender af op de bedenking:geen slipje. Géén slipje.Al heel de avond niet.En on repeat.Géén slipje.Al heel de avond niet.En on repeat.Géén slipje.Al heel de avond niet.Een kruisraket in positie gezet.Klaar voor lancering.Geen slipje.Een heldere hemel.Onbelemmerd door de nuance van textieldie tussen jouw graal en mijn queeste kleeft. En begin maar al te krommen.En begin maar al te trillen en te beven.Ik breng de zoden aan jouw dijk,haal je imago door mijn slijk,net als een zwijn met dat gewroet,jij de geul en ik de vloed.De taxi braakt ons uit op straat,een vuurbal stuitert, botst en kaatst.Een wildwaterbaan van aandacht en noodzakelijk kwaad.Want we schaden elkaars reputatiesneller dan we aan het praten geraken.Zie ons hier op de stoep,de goesting bevrijd uit de broek.Klauwen en kaken tot alles in staat,spraakmakend, tot op de tanden gewapend.Bloemen noch kransen noch confetti noch stomende lakensvoor hoe het verder gaat wanneer de voordeur dichtslaat.De sleutel in het slot is de enige vorm van penetratie.Alle cliffhangers en achtervolgingsscènes en ontknopingen en apotheosenzaten al in de proloog; in de feature film valt niets meer te rapen.We gaan slapen.

Gert Vanlerberghe
0 0

KUDDEGEESTSYNDROOM

Het was begin mei en stralend weer toen we in Colmar tussen de peperkoekenhuisjes, als in een Anton Pieck tekening, rondliepen. De terrasjes en restaurantjes waren overvol en iedereen genoot van het voorjaarszonnetje. Aan de brug over de Ill weerkaatste de zon op een eenzaam vastgeklonken hangslotje. Het verliefde paartje, dat dit slotje hier in Colmar opgehangen had, had vermoedelijk niet genoeg gespaard om tot aan de bruggen van Parijs, Rome of Praag te geraken. Dan vraag ik me af, wie was er als allereerste op het idee gekomen om hangsloten, als teken van eeuwige liefde, aan bruggen op te hangen? Was het de dochter van de slotenmaker die wel eens wat anders wou dan zo’n blinkende ring? Of wou zij gewoon kijken of de jongeman in kwestie bereid was de romanticus uit te hangen alvorens de beloofde wip erachter zou volgen? Was het de zoon van de ijzerhandelaar die vergeten was om voor zijn lief een bos bloemen te kopen en besloot om op het allerlaatste moment zo’n hangslot mee te graaien? Is hij erin geslaagd om zijn lief wijs te maken, dat een slot vastklinken op een brug over een rivier het summum van romantisch liefde was? Vertelde hij haar dan ook dat, wou de liefde eeuwig duren, zij de twee sleuteltjes in de rivier moesten gooien? Of hielden zij elk een sleuteltje bij zich, in geval van? Moesten, vanaf dat moment, alle vrijers in plaats van met ringen, bloemen en pralines met een hangslot over de brug..of nog beter aan de brug komen? Enkele jaren geleden nam het hangsloten kuddegevoel zo’n vaart dat men de idiote brugwildgroei in Parijs moest verwijderen. Daar dreigde de reling van de brug het te gaan begeven door het gewicht van de eeuwige liefdesijzerwinkel. Als dan zo’n hangslot, door een arbeider met een tang doorgeknipt werd, voelden de partners dan een soort elektrische schok? Ging de relatie vanaf dan bergafwaarts? Werd er dan bij een mogelijke breuk niet alleen over de verdeling van de inboedel, het huis, de bankrekening, de kinderen en de hond geruzied maar ook over wie van beiden nu die reis terug moest ondernemen om dat hangslotje terug te vinden en het opnieuw te openen, de vrijheid tegemoet? Dus beste verliefden, als jullie nog steeds de drang voelen, zoek geen plaatsje meer aan de bruggen in Parijs, Rome en Praag want die hangen al overvol, maar over de brug van de Ill in Colmar is er nog plek zat. Als er één van mijn lezers binnen afzienbare tijd richting Colmar moest reizen, laat mij dan vooral weten of de kuddegeest hier  al heeft toegeslagen en of de hangslotenverkoop ook hier in stijgende lijn gaat.   Het was het lange weekeinde van Hemelvaartsdag en de zon bleef nog steeds van de partij. Vermits wij op de camping te Colmar constant, aan de overkant van de rivier, het lawaai van de autostrade hoorden, besloten wij nog enkele dagen te blijven rondhangen in de overweldigende natuur van de Vogezen. De camping in Xonrupt-Longemer, lag lichtglooiend tegen de helling, direct aan het meer en beloofde volledige rust. Maar door het warme weer ontwaakten niet alleen de insecten, maar tevens de kudde motorrijders. Met honderden hadden deze midlifecrisismannetjes zich in lederen outfits gehesen. Het waren merendeel Duitse dikke mannen met stoere jassen met doodshoofden en bezweringstekens  op de rug. Op hun kale en grijze hoofden droegen ze een soort leger pothelmen.  Onder de helmen zwiepten niet alleen hun lange Vikingbaarden maar ook minuscule paardenstaartjes of lange vlechten heen en weer. Ze waren lekker met de mannen alleen de hort op.  Daar gingen ze dan. Niet alleen of met zijn tweeën, maar met minstens tien tot twintigen achter elkaar aan. Eerst hoorden wij ze achter de camping doorschetteren, vervolgens bromden ze met een hels lawaai langs de overkant van het meer, om dan al racend de berg op te gaan. Het lawaai van de ene groep motoren was nog niet volledig uitgestorven of je hoorde de volgende motorbende al als een gigantische hommel dichterbij zoemen en langs de camping denderen. Eventjes hoorden wij de vogeltjes fluiten en dan kwam daar weer zo’n troep penopauzers voorbij knetteren. Het ganse lange weekeinde leek het of we onze caravan op de weide van Francochamps gezet hadden.  De zware motorjongens hadden de tijd van hun leven, berg op, berg af  en natuurlijk de kick van hun helse motorgebrul. Leve de natuur! Zondag in de late namiddag werden de periodes van stilte langer en langer. Het lawaaizootje bromde terug richting heimat en moeder de vrouw. Nu heb ik zo’n paar dikke Duitse Schweinefleisch motards eens van wat dichterbij bekeken en ik vrees dat geen enkele normaal denkende vrouw zo’n soort man ook maar één blik zou gunnen. Dus is het best te begrijpen dat al hun affectie wel eens alleen naar hun zware blinkende motor uitgaat. En dan heb je nog die kudde bontgekleurde weekendfietsers. Rond het meer van Longemer, maakte men een fietspad dat qua breedte niets moest onderdoen met een volwaardig auto rijvak. Als jullie nu denken dat die opgefokte peletonfietsers hiervan gebruik maakten, heeft het duidelijk niet begrepen. Met zijn vijven op één rij, denkend dat ze in de Tour de France of in de Giro d’Italia reden, trapten ze zich zigzaggend een ongeluk op de rijbaan. Ze lieten een trein van sputterend wachtende auto’s achter zich aanschuiven. Als er dan een auto of  een vrachtwagen luid toeterend wou voorbijsteken en hun teken deed dat er voor hen een speciaal fietspad aangelegd was, joelden ze van verontwaardiging, waaierden nog breder uit en gaven de automobilisten het vingertje. Een kudde koeien is blijkbaar nog intelligenter dan een roedel wielerterroristen. Maandag hadden wij eindelijk het fluiten van de vogeltjes, het kabbelen van het meertje en de immens mooie natuur terug voor ons alleen. Maandagavond, beau temp pour les canards, het regende pijpenstelen. Tijd om zuidelijker te trekken, de kudde gepensioneerde voorjaarvakantiegangers achterna.   Sim, 13 mei Sahune Drôme Provençale

Sim
31 0

WHY WHY WHY DELILAH

Vanmorgen liet ik op Kapaza, Marktplaats.be/nl en Tweedehands.be/nl volgende advertentie zetten: Te huur of te leen, voor minstens drie weken, chaotische (oude) grijze Tom Jones. Voor al diegenen die nu hun wenkbrauwen lichtjes optrekken, ik heb manlief echt niet ingeruild om met Tom Jones Frankrijk te doorkruisen hoor.  Ik zal jullie vlug eventjes het laatste deel van mijn advertentie , ‘Tom Jones’, verklaren. Toen we hier op 1 mei aan de camping te Strasbourg aankwamen, bleek het beheer van de kampeerplaats weer in handen te zijn van een troep stadsambtenaren. Deze hadden blijkbaar geen van allen ooit met een tent, caravan of een camper rondgereden, want dan zouden ze wel geweten hebben dat kamperende mensen, die uit alle uithoeken van Europa via allerlei filegevoelige snelwegen kwamen, nooit getimed op een bepaald uur op een camping konden aankomen. De receptie bleek gesloten van 12 tot 14 uur, de ambtenaar moest opgestoord zijn boterhammetje kunnen opeten. Wij stonden dus als eerste voor de gesloten slagboom met achter ons een Nederlandse caravan en een lange rij met een tiental Duitse, Zwitserse en Franse campers. Om beurten zag je de echtparen aan de gesloten deuren van de receptie duwen, op hun uurwerk kijken en mompelen dat dit niet meer van deze tijd was. Soit, wij hielden dan maar een parkinglunch in de caravan, drentelden wat op de camping rond tot het tijd was om ons aan te melden. Een breed glimlachend Nederlands echtpaar stapte op ons toe. Zei Mijnheer Noorderbuur: “Weet U, wat wij zojuist tegen elkaar zeiden?” Nee, dat wisten wij niet..maar wij hadden de indruk, aan Mevrouw’s  lachende ja- knikkende aangezicht te zien, dat we dit snel te weten zouden komen. “Mijnheer, U gelijkt als twee druppels water op Tom Jones!” Nu hadden ze manlief zijn stemgeluid als eens met de vibrato van Urbanus vergeleken, maar deze vergelijking was nog nooit eerder gemaakt. Ik bekeek manlief en vond dat hij net zo veel op Tom Jones geleek als mijn gat op een peperkoek en zingen kon hij ook al niet. Het echtpaar glunderde, het leken zo’n twee oprechte lieve vakantie- Hollanders te zijn.  U herkent ze wel, die rondreizende identieke tweelingen, allebei met hetzelfde lekker makkelijk kort grijs kapseltje, met identiek dezelfde regenjack, identiek dezelfde rugzakjes, identiek dezelfde wandelschoenen en blijkbaar een identiek ver gevorderde vorm van cataract. “Ach”, zei ik, “altijd die aandacht in Las Vegas gaat ook ons tegensteken, altijd die hordes vrouwen achter mijn man aan gaat vervelen, dus we dachten, laat ons maar eens lekker gewoon doen en met de caravan in Frankrijk gaan rondtoeren. Zingen kan altijd nog!” Nou, dat was nou hartstikke leuk gezegd. Ik wou onze lieve noorderburen echter niet laten gaan zonder nog een goede raad mee te geven. Zo snel mogelijk in Nederland eventjes beiden een bezoekje aan Hans Anders of  Pearl  inplannen.  Om twee uur stipt gingen de lichten in het receptiegebouw aan, de deuren werden ontgrendeld en twee bediendejuffrouwtjes kropen achter de computer. Wij waren als eerste aan de beurt. Toen de receptioniste ons inschreef, zei manlief ineens: “Wat prettig, dat U wat eender aan het werk ging, toen U zag dat er zoveel mensen voor de gesloten deur stonden.” “Hoezo?, antwoordde het onthaaldametje terwijl de mondhoeken van haar geforceerde klantvriendelijke glimlach al iets omlaag gingen: “Twee uur is twee uur, stipt,  pil!” Ik dacht eventjes: “wat staat mijn Tom Jones daar nu allemaal te bazelen?” Vermits ik gewoon ben aan zijn soms sarcastische opmerkingen, duwde ik de ‘It’s not unusual’ neuriënde Tiger de deur uit vooraleer de zaak kon escaleren. Ik begreep er niets meer van. De roem was hem nu al naar het hoofd gestegen? Toen onze rijdende villa wat later op de ‘green green grass of the camping stond,  leverde manlief plots een gevecht met het wc- blok van de caravan. Het sanitair onderdeel wou er plots niet meer in. De godverdommes en miljaardes begeleiden het in- en uitgeschuif van het pipi- opvangelement. Dit zijn nu juist de dingen die je uittest vooraleer je met je caravan vertrekt, niet? Mijn adrenaline stress piekte op een gegeven moment zo erg, dat ik Tom Jones met alle plezier een ‘sex bomb’ onder zijn gat wou verkopen! Manlief had gewoon constant een knop verkeerd gedraaid!! Nadat hij zelfs een dutje van een drie kwartier gedaan had, stelde hij tevreden vast, dat het amper kwart voor twee was en we wel heel snel met alles klaar waren. Het was dus helemaal geen schimpscheut naar het receptiejuffrouwtje geweest. Zijn uurwerk was gewoon stilgevallen en zijn herseninhoud die de tijd bijhield vermoedelijk ook, want ieder normaaldenkend mens zou zich afvragen… Tot daar het verhaal over Tom Jones. Om het verslag over het begin van de advertentie : Te huur of te leen ‘chaotisch (oude) grijze…te vertellen, moeten we eventjes een paar dagen terug in de tijd gaan, met name naar de donderdag, vrijdag en zaterdag voor 1 mei. We schrijven donderdagavond toen ik plots, zonder verdere aanwijsbare verwittigingsymptomen, 38 graden koorts bleek te hebben. Hete golven sloegen uit mijn oren en mijn neus en tenen leken om beurten hete worstjes om dan na een paar minuten rillend in ijsblokjes te veranderen. In mijn hersenpan ramden nu en dan, 100 kleine mannetjes gelijktijdig op een trommel. Mijn hoofd voelde aan als een voetbal die balanceerde op een luciferstokje. Volledig gedrogeerd kroop ik in bed, zweette een nachtje overdadig en vrijdagochtend leek het koortsduiveltje verslagen. Wat niet wou zeggen dat ik al helemaal normaal reageerde. Het was zo’n beetje een slow motion action movie. Zouden we dan toch de caravan maar uit de stalling halen? Eens met de caravan voor onze deur, duwde manlief de mover tegen de wielen om ons rijdend huis op onze oprit te plaatsen. Voor al diegenen die geen caravan met mover hebben zal het volgende verslag compleet idioot klinken, maar geloof me, diegene die wel met zo’n gemoverde sleurhut rondtrekken, zullen onmiddellijk met dit verhaal mee zijn. Voor ons huis bleek het kastje waarmee we de mover van de caravan telegeleid konden besturen niet te functioneren. Het rode lichtje brandde niet, dus geen contact. Nieuwe batterij werd in het kastje gestoken. Dan ging het lichtje in het mover- kastje plots aan, snok, manlief had de handrem van de caravan vergeten af te zetten. Mover terug af de wielen gehaald. Misschien de boel geblokkeerd. Mover terug op de wielen geplaatst. Contactlichtje terug uit. Opnieuw andere nieuwe batterij in het kastje, lichtje eventjes aan, lichtje uit. Lichtje aan, lichtje uit. Om gek van te worden maar het kon mij allemaal niet veel schelen want de koorts kroop letterlijk sneller bij mij binnen dan dat de caravan ooit op de oprit zou komen te staan. Na veel chaotisch geknoei stond de caravan dan toch na een uur eindelijk op zijn plaats. En toen is manlief eventjes in de handleiding van het mover- kastje gaan lezen. Bleek dat je, identiek zoals vorig jaar en alle  jaren daarvoor het geval geweest was, tweemaal kort op het moverkast-knopje diende te drukken om contact te maken. Poepsimpel, alleen had Vercauteren het eventjes vergeten…grrr. Als jullie nu denken dat dit het enige verwarde voorval was, waarom ik manlief nu eventjes op een tweedehands- site aanbood, heeft het volgende nog niet gelezen! Op zondag 1 mei reden wij dus richting Strasbourg. Wat denken jullie van een man die zelfs zijn GPS dame niet verstond. Als ze zei: “Opgepast versmalde rijstroken”, hoorde hij “opgepast maalderijspoken”, alsof dit de normale GPS- taal zou zijn.  Bij het betalen aan het benzinestation in Luxemburg vond hij plots bij het ingeven van onze creditcode aan de terminal, de nul niet meer op het pin- betaalkastje staan. “Ou est le zero?” De kassierster riep vanachter haar glazen stulpje waar de nul zich bevond, maar na driemaal wablief? en wat zegt U? (in het Frans natuurlijk) geroepen te hebben, kwam de kassadame uit haar hok gevlogen en duidde, met een zucht, de nul aan. De inktaanduiding was inderdaad weggeveegd, maar volgens mij staat die nul al jaren op zo’n pinautomaat nog steeds op dezelfde plaats. Na alle wabliefs, wattes en wat zeg je, is het leuk om weten dat je man hoorapparaten bij zich had, alleen staken ze niet in zijn oren maar lagen die in het kastje van de caravan. Ach dit is nog steeds niet de enige echte rede waarom ik manlief in de aanbieding zette, luister en huiver! Zoals steeds schoven wij bij de tolstations steeds aan de verkeerde rij aan. Alle auto’s bumperden door het tolstation, alleen onze rij draaide weer een hele tijd stationair. Reden te meer om manlief te horen sakkeren: “Verdomme, dat duurt nogal! Weer nen ouwe sassa daar van voor zeker, die niet weet hoe hij met een bankkaart moet betalen?” Dus toen wij voor de bareel van de péage kwamen,ging het zoals al duizend keer daarvoor, kaartje erin, bankkaart erin, betaald, poortje open en hop erdoor. Zo’n tien kilometer verder, juist na de affiche “Welkom in Strasbourg, het centrum van Europa, opnieuw een tolstation. Kaartje erin, bankkaart erin, bankkaart bleef erin, bankkaart kwam niet meer terug te voorschijn. Vervolgens, manlief uit de auto en met een schuldige blik begon hij op alle knoppen te duwen.. Mijn superchaoot had de creditkaart in het gleufje gestoken waar normaal de cash euro biljetten moesten ingestoken worden en het ‘tolbetalingsmechanisme’ had het lekker doorgeslikt. Inderdaad weer zo’n oude sassa, die niet wist hoe hij met een creditkaart moest betalen…Gelukkig is er bij al die onbemande tolgeld- inslikkers een hulpknop aanwezig. Aan het lief mevrouwtje dat ons ter hulp kwam, bekende manlief schaapachtig grinnikend dat hij een stommiteit gedaan had. De betaalunit werd geopend en de tol- hulpdame moest  bijna de ganse binnenkant afbreken om aan onze creditkaart te geraken. Na een minuut of tien was mijn stresslimiet volledig bereikt toen manlief smalend en lachend met zijn bankkaart in de hand  zei: “Voilà geen paniek,  alles was weeral opgelost.” Het was niet zijn stomme fout, maar gewoon omdat ik hem zenuwachtig maakte,  had hij de kaart in het verkeerde gaatje gestoken. Wat een onrecht! Why, why, why Delilah…Ik had nota bene, met mijn gedrogeerde koortskop, nog nooit zo stil geweest en zo weinig commentaar gegeven! En toen zei mijn verstrooide professor nog als glunderend hoogtepunt: “Wij beleven nogal avonturen hé!” Ik kon alleen maar reageren met: “Hoe noem je dit, een avontuur? Een aflevering van Falty towers zeker, met als titel : Onder mijn man zijn grijze haardos wordt het één verwarde chaos! Ik hoor jullie al denken, hou toch eens rekening met manlief zijn leeftijd! Wel manlief is als een chaoot geboren vermoed ik, het kan dus alleen maar erger worden.  En toen moest het verwarrende campinggebeuren er nog bovenop. Dus bij deze, al wie mijn Tom Jones wil huren of lenen en hem voor een tijdje uit mijn atmosfeer wil komen halen, tot mijn koorts en mijn adrenaline opnieuw tot nulpunt gezakt zijn,  be my guest! Ook moet ik jullie van manlief zeker laten weten dat ook ik wel eens volledig de mist in ga. Toen we eind september de caravan in de stalling achterlieten, vergat ik het knopje van onze ijskast uit te zetten. Om de mover- batterij op te laden blijft de elektriciteit van de caravan in de stalling aangesloten en deed ons ijskastje dus overuren.  Nog voor ik alles in onze rijdende villa kon inladen, mocht ik dus met mijn Neurofen- hoofd, mijn verschuivende mayonaisehersens en mijn verkrampte nek en schouders, met de haardroger op maximum warmte, eerst de iglo in onze ijskast ontdooien. Ach nobody is perfect en we zijn elkaar waard. Eventjes denken, welke man kleurt de haren van zijn echtgenote zoals een volleerde kapper? Wie raspt het eelt van haar voetjes? Wie kneedde met Voltaren het griepvirusje uit de verharde schouders? Ja zeker! Jullie zijn nu allemaal stikjaloers zeker? Hopelijk is het nog niet te laat? Onmiddellijk mijn advertentie op Kapaza, Marktplaats en Tweedehands annuleren. Niemand krijgt mijn blunderende grijze Las Vegas- ster! Toen we ’s anderdaags hand in hand door het zonovergoten gezellige Strasbourg wandelden, kwam er plots een mooie jongedame, met een papier en pen in de hand, onze kant op. De vrijwilligster van Artsen zonder grenzen  bekeek ons met een vragende glimlach. Ze begreep helemaal niet waarom wij beiden ineens als twee idioten begonnen te schaterden. Zij had natuurlijk niet verstaan wat ik juist tegen manlief gezegd had: “Kijk uit Tom Jones, watch out Pussycat, hou je foto gereed, ze komen om je handtekening!”   Sim,  Strasbourg, 4 mei 2016  

Sim
0 0

Genoeg water

Ethan gooit de voordeur achter zich dicht. Hij kan er niet meer tegen. Zijn moeder en haar kuismanie! Om de drie dagen dweilt ze de vier kamers van hun kleine flat. Overal maakt ze het overdreven nat met haar over de vloeren slepende doordrenkte zwabber. Haar kijvende stem galmt door al zijn cellen. ‘Ethan in de gang blijven jongen, het is nat in de keuken! Ethan kijk nou wat je doet! Wat een smurrie maak je nu toch in de badkamer!’ Ethan jongen, Ethan jongen, Ethan jongen! Hij geeft een harde ruk aan de deurknop en loopt dan naar de ondergrondse parking. Zijn statige zwarte 4x4 staat op hem te wachten. Hij kruipt in de wagen en rijdt naar boven, Camden Town Street op. Ethan knippert enkele keren met zijn ogen. Dit kan niet waar zijn! Een plensbui heeft de straat zowat onder water gezet. Overal plassen, mensen die te snel door deze plassen rennen en al het water doen opspatten Aan het eind van de straat, bij de kruising met Market Highstreet, ziet hij een vrouw in bontjas met vier kleine hondjes over de stoep trippelen. Ze trekt haar beestjes rond de plassen. Ze doet het zo ruw dat eentje zijn evenwicht verliest en op zijn buikje met zijn pootjes in de lucht wordt meegesleurd. Ethan kan het gejammer van het kleintje tot in zijn binnenste voelen. Hij trapt de gaspedaal in en raast naar de vrouw met haar keffertjes. De voorbanden scheren door een diepe plas naast de borduur en grijpen al het water de lucht in. Het volgende wat Ethan ziet, is dat de vrouw doornat op haar kont ligt. Drie hondjes springen jankend rond haar heen. Het vierde zet het op een lopen, zijn leibandje achter zich aan trekkend. Een voorbijgaande man struikelt over het diertje en valt naar voren op zijn gezicht in de plas. Ethan voelt zijn auto onder zich brommen. Hij ziet dat de vrouw wordt recht geholpen door de vrouw van de bakker. Ethan knippert weer met zijn ogen, rukt aan zijn stuur en rijdt Markt Highstreet in.

't Achterlicht
6 0

Je goed in je hersenen voelen.

   Het begint en eindigt met onze grijze massa. We beginnen allemaal ons leven als vrouw, dankzij een extra Y-chromosoom evolueren de bezitters er van tot een mannelijk exemplaar. Met baard, een heleboel testosteron en een verlenging die zijn nut bewijst in de voortplanting. Ons lichaam is een enorme fabriek waarin hormonen een grote rol spelen en bepalen of de hersenen worden gevormd voor een mannelijk of vrouwelijk exemplaar. Dus enerzijds hebben we de hersenen en anderzijds dat Y-chromosoom dat wel dan niet aanwezig is. Als alles goed gaat gaan deze twee harmonieus door het leven. Het gevormde lichaam één met de geest. Als dit echter niet het geval is, komt het in een situatie vergelijkbaar met de scheurtjes in de mantel van een kernreactor. De kernreactor wordt tijdens de puberteit gebombardeerd door hormoon-terroristen en niets is meer hetzelfde. Net als een koppige puber komen de hersenen in opstand. Ze zijn écht niet tevreden met de verpakking. Die dualiteit levert dan weer brood op de plank van menig chirurg. Resultaat een gelukkige transgender. We onthouden de plastische chirurgen en nemen ditmaal iemand met ernstige brandwonden aan het gelaat. De persoon in kwestie krijgt het gezicht van iemand anders die het tijdelijke voor het eeuwige heeft ingewisseld. Dan komt het dramatisch moment dat de verbanden worden verwijderd, de patiënt in de spiegel kijkt en… zichzelf niet meer herkend. Terug dualiteit. De hersenen kunnen moeilijk het nieuwe gezicht aanvaarden. Op het eerste zicht is het verband misschien ver te zoeken, toch is het probleem hetzelfde. De hersenen hebben het laatste woord.  

Fanny Vercammen
0 0

Anekdote

Schrijf een anekdote Let op het volgende: - een anekdote is een grappig en kort  verhaal over iets dat echt gebeurd is met jou of met iemand die je goed kent of zelfs met een beroemd persoon - zorg er altijd voor dat je niet teveel beschrijft en dat je verhaal levendig blijft, met – indien mogelijk – een grappig/ onverwacht/ spannend/ ontroerend slot.   Dit is de opdracht, maar die gaan we in stukjes voorbereiden. Fase 1: Docent leest een aantal (historische én alledaagse) anekdotes voor. Cursisten trachten kenmerken te distilleren uit deze gelijkaardige verhaaltjes.     James Bond De man die zich voor kon stellen met "Bond, James Bond" was James Bond, maar hij droeg nooit een vuurwapen en dronk nimmer een Martini. James Bond was een Amerikaan die leefde van 1900 tot 1989. Deze Bond bespioneerde ook, maar dan vogels. Hij was namelijk een vermaard ornitholoog. Ian Fleming, de schrijver van de James Bond boeken ontleende de naam van zijn hoofdpersoon aan deze vogelkenner. Fleming was zelf een groot vogelliefhebber en had één van Bonds boeken in handen gekregen. Hij vond de naam James Bond lekker kort, onromantisch, zeer Angelsaksisch en mannelijk, en daarom bijzonder geschikt voor zijn hoofdfiguur. Fleming schreef aan de vrouw van Bond: "Als wederdienst bied ik u aan, voor welk doel ook, ongelimiteerd gebruik te maken van de naam Ian Fleming. Misschien ontdekt uw man wel eens een weerzinwekkende vogel, die hij dan naar mij kan noemen." Voorzover bekend heeft James Bond nooit bezwaar gemaakt.   Zomertijd De zomertijd hebben we te danken aan een oorlog. Namelijk de Eerste Wereldoorlog die van 1914 tot 1918 duurde. Duitsland was genoodzaakt om zuinig met energie om te gaan. Daarom verzetten ze de klok 1 uur vooruit. Mensen hoeven dan 's avonds pas een uur later hun lampen aan te doen en als miljoenen mensen dat doen, scheelt dat een heleboel energie. Op 30 april 1916 ging deze regeling in Duitsland in en niet veel later volgden ook de andere landen van Europa.   Columbus In 1492 ontdekte Columbus Amerika. Later zijn daar heel wat schilderijen en tekeningen van gemaakt. Op de meeste van deze tekeningen zie je Columbus door een verrekijker turen om zo het eerste stukje land te kunnen zien. Maar helaas is dit toch onmogelijk, omdat die verrekijker pas in 1609 is uitgevonden. De schilders en de tekenaars hebben die verrekijker er gewoon bij verzonnen! Maar een verschil van meer dan honderd jaar is wel veel.     Geen dienst Op een dag moest ik van Brugge naar Antwerpen gaan. Ik had niet voldoende geld bij om met de trein te reizen. Daarom besloot ik om met de bus te gaan.    Eerst nam ik de bus van Brugge naar Gent. Van Gent reed ik naar Dendermonde. Van Dendermonde reisde ik verder naar Sint-Niklaas en ten slotte reed ik van Sint-Niklaas naar Antwerpen.    In elk station zag ik bussen met de tekst ‘Geen Dienst’. Ik dacht dat ‘Geen Dienst’ de naam van een heel grote en belangrijke stad in België was, want alle bussen reden daarnaartoe. Later vertelde mijn man me dat die bussen op dat moment nergens naartoe reden. ‘Geen dienst’ was dus geen stad, maar betekende dat die bus op dat moment niet werkte.    Altantuya Sandag    Waar is de pauze?     Toen ik mijn eerste Nederlands les volgde, sprak de lerares alleen Nederlands. Ik was bang omdat ik geen Nederlands begreep. Ik kende alleen het woord “nachtwinkel” en enkele slechte woorden.   In de les zei onze lerares dat we konden eten, drinken, roken… “in de pauze”. Ik was zenuwachtig, want ik wist niet waar deze plaats was. Ik besliste dat ik de andere cursisten moest volgen om "de pauze" te vinden.   Toen iedereen aan het drinken, eten en roken was, besefte ik dat "de pauze" geen plaats was!    Magdelane    Ik zie je graag!   Ik had een probleem op het werk en ik wist niet hoe ik het moest oplossen. Op dat moment kwam mijn baas binnen. Ik was zo blij om hem te zien dat ik riep “Oh, ik zie je graag”. Mijn baas werd helemaal rood en mijn collega’s begonnen te giechelen. Toen ze me achteraf vroegen of ik verliefd was op de baas, begreep ik dat ik iets fout had gezegd. Ze legden me uit dat “ik zie je graag” hetzelfde is als “ik hou van jou”. Ik had moeten zeggen: “ik ben blij om je te zien!” Ik zal die fout nooit meer maken.    Svetlana    Heb je een wapen?   Ik was pas aangekomen in Brussel en het was al laat. Samen met Omar, een vluchteling uit Benin, ging ik op zoek naar een slaapplaats. We vroegen aan een politieagent waar we konden slapen. De agent vroeg ons in het Nederlands: “Zijn jullie rijk of arm?” Omar antwoordde verontwaardigd: “Ik heb geen wapen, ik ben geen terrorist!” De politieagent herhaalde in het Frans: “Vous êtes riches ou pauvres?” We moesten lachen. We begrepen toen nog geen Nederlands en we dachten dat de agent met “arm”, het Franse woord “arme” had bedoeld. Dat betekent “wapen”.    Yao Kossi Perezi    Fase 2:   Fantasie stimuleren.   In een grote kring gaan zitten en vrij associëren op woorden: eerste kus, eerste schooldag, oma, appelcake, ... (10 minuten)   Voorwerp doorgeven, bv. balpen en zeggen: dit is geen koelkast met ijsjes. Dit is ook geen nachtwinkel met Cara pils. Dit is geen olifant met complexen. Dit is geen kip in limoensaus met citroengras en gember.   In kleine kringen gaan zitten en iedere cursist vertelt 5 minuten over - een herinnering aan een mooie plek of - je eerste kus, de eerste sneeuw, de eerste schooldag, de eerste dag in België…, - een emotioneel verhaal met een dier/ familielid/ vriend - een vreemde maaltijd of - droom of nachtmerrie, -iets dat je verloren/ gewonnen hebt, - iets dat je gedaan hebt wat niet mocht, - een vervulde wens, - een gekoesterd voorwerp, - iets waar je beschaamd over bent of waar je al lang bang voor bent, - een verhaal dat je als kind hebt horen vertellen over je grootvader/ grootmoeder en dat steeds opnieuw verteld wordt in de familie, - een heldhaftig moment waarop je iets of iemand hebt gered,  …   Trek de cursisten hun aandacht op de vijf W's: bv bij de beschrijving van een mooie plek - Waar is die plek? Natuur of stad? Zee of bergen? Druk of rustig? - Wat kan je er zien: 5 zintuigen: Hoe voelen de dinger er? Hoe ruiken ze? .. - Wie zie je op de plek? Was je er alleen? - Wanneer was je er? In welk seizoen? Was jer 's morgens, 's middagd, 's nachts? - Waarom was je er? Wat bracht je op die plek?   Na 20 minuten wordt er een plek, wens, voorwerp, .. én een verteller gekozen die het verhaal in een ander groepje gaat vertellen.   Fase 3:   Huiswerk: bedenk thuis een verhaal over lekker eten of een vreemde maaltijd waar een andere cursist de volgende les een storyboard bij kan maken, zoals bv. promo Ringland https://www.youtube.com/watch?v=CTZgf8qjK0I   Laat het promofilmpje in de klas zien zodat de cursisten weten wat er bedoeld wordt met een storyboard. De tekening wordt op het bord gemaakt en zal uiteraard veel eenvoudiger zijn dan in het promofilmpje voor Ringland.   Fase 4:   Laat 1 cursist het storyboard tekenen en de overigen de vijf W's opschrijven: wie, wat (=plot), waar, wanneer, waarom (=drijfveer).   Fase 5:   Laat de cursisten een anekdote schrijven over een onderwerp: vrije keuze (zie hierboven fase 2).          

Sigrid
0 0

Schrijfworkshop (Sharmila)

  Doelgroep:        open, 11 deelnemers Doestelling:      1- het stimuleren van de creativiteit 2- al enkele aanzetten geven ivm het kortverhaal (dit is de eerste sessie van een reeks inzake kortverhalen schrijven) Duur:                    2,5 uur     Intro (10 m) Mezelf voorstellen Duidelijk maken waarover deze sessie zal gaan: het stimuleren van de creativiteit, ruw materiaal creëren om in de volgende sessies eventueel mee verder te werken, kennismaken met elkaar, al enkele aanzetten ivm genre ‘kortverhaal’ Kortverhaal: vergelijking met foto (naar Tom Rozeman), werken met suggestie, juiste balans vinden tussen tonen en weglaten   Kennismaken (10m) Iedereen stelt zichzelf voor aan de hand van: Naam Dagbezigheid Verwachtingen workshop 1 bizar element (zelf starten)   Doorschrijfoefening (20m) 1             Iedereen krijgt een klein geel blaadje, en een groot beige. 2             Op het geel blaadje schrijf je 3 woorden die je gebruikt hebt bij het voorstellen van jezelf. Zelfstandige naamwoorden, betekenisdragers, ook 1 werkwoord. 3             Je geeft het geel blaadje naar rechts door. 4             Op het beige blad schrijf je één regel waarin de drie woorden die je zonet kreeg voorkomen.  Je krijgt daarvoor 30 seconden. Laat het intuïtief komen. 5             Na 30 seconden geef je het beige blad door naar rechts. De volgende schrijft een regel, geassocieerd op de regel die er al staat. Er moet één woord gebruikt worden uit de vorige regel. 6             Zo verder tot er 6 regels staan. Dan beige blad doorgeven tot het weer aankomt bij de persoon die er de eerste regel op schreef. Deze persoon schrijft ook de laatste regel, waarin zowel een woord uit de eerste als uit de voorlaatste voorkomt. 7             7 minuten om alles bij te schaven en tot een tekstje te komen dat je kan voorlezen     Feedbackronde doorschrijfoefening (10m) Feedback geven aan de hand van smaak, geur, muziek, gevoel, kleur)   Woordje uitleg over creativiteit (5m)   Rondje inzake inspiratie (10m) Wat inspireert je? Wanneer krijg je de beste ideeën?   Pauze (10m)   Observatieoefening (20m) Kopijs van kunstwerken uitdelen. Kies elk een kopij. Schrijf 3 woorden op die je bij deze kopij associeert. Geef blad door naar rechts. De volgende schrijft er 3 woorden bij, op basis van zijn eigen kunstwerk. Geeft blad terug. Nu heeft iedereen een blaadje met 6 woorden erop. Opdracht: inspireer je op die woorden om een personage te omschrijven, in 5 regels. Geef het personage een naam. Schrijf in de tegenwoordige tijd, en gebruik de ik-vorm. Er hoeft geen actie in het stukje te zitten, het enige doel is duidelijk maken over wie het gaat.   Gevolgd door ervaringsfeedback: ieder leest zijn stukje voor, en we bespreken hoe het op de anderen overkwam.   Voorlezen (10m) Fragment uit verhaal boek Ton Rozeman voorlezen, om daarmee te illustreren hoe belangrijk het is om sommige info net wel of niet mee te geven.   Geleide fantasie - oefening (20m)   Kies allen een voorwerp uit en loop ermee rond in de ruimte. Ik stel een aantal vragen over dit voorwerp. Deze vragen leiden tot een personage. Schrijf een scène waarin dit personage dit voorwerp gebruikt. Tien regels.   Feedback (20m) Feedback op de vorige oefening aan de hand van de vier windrichtingen-associatie   Afronding (5m)      

Sharmila Madhvani
6 0

1. Huisnummer 3 - Thuis

Ik zit zat op mijn gat. Mijn zicht staat nog op krek dezelfde plek als waar ik het gisteren heb achtergelaten. Op de muur boven de nepmarmeren schouw, boven de al even fake oplichtende ‘houtblokken’ die een haardvuur moeten veronderstellen. Zij vormen – buiten een niet ontstoken kroonluchter - de enige lichtbron in deze hoog opgetrokken ruimte. Door de weerspiegeling ervan in de matte, gebrandschilderde ramen van een tussendeur, lijkt het alsof dat de toegangspoort richting hel is. Door de gesloten gordijnen schijnt het het holst van de nacht. Hoewel al overdag. De waas die over mijn ogen sluiert, maakt het moeilijk de woorden te ontwarren die ik er gisteren aanbracht met het bloed van een valpartij. Elleboogbloed. Gück mal, Ich bin wieder abwesend. Het had erger gekund.   Dit pand buiten beschouwen gelaten is het best mooi wonen in dit niet onooglijk dorpje. Een pittoresk vissersdorpje dat grenst aan zee. Eens zo handig voor vissers. Het dorp heeft één kerk, één vishandel, één taverne, één café, één slagerij en twee warme bakkers. Voor het overige zijn de inwoners aangewezen op omliggende gemeentes. Er wordt tussen de handelaars van aangrenzende dorpen gratis vervoer geregeld in de hoop op die wijze meer klandizie te kunnen slijten. Niet concurrerende middenstand vrijt elkander op.   Zo’n jaar en een half geleden heb ik deze woning betrokken, uit noodzaak. Voor mezelf, voor mijn gezondheid, voor mijn omgeving. Waar ik zou belanden was van weinig belang. Zolang het maar ergens anders was. Van tijd tot stond is het nodig om andere oorden op te zoeken. Nieuwe omgevingen. Dus hier zitten we dan. In het hol van Satan.   Als je de voorzijde van dit gebouw aanschouwt, merk je meteen dat het geen hoogvlieger is in vergelijking met de andere huizen in de straat. Er is zelfs niet getracht de vaalgrijze, betonnen muur te verbergen. De betonkorrel die erop hangt steekt je bijna de ogen uit als je er te lang op durft staren. Om de structuur van dichtbij te bewonderen draag je best een veiligheidsbril.   Om de hoek vreet de zwarte aarde het huis langs achteren op. Met een oerwoud van onkruid op zijn kruin. De natuur heeft zich hier de vrijheid toegeëigend, heeft zijn lot in eigen handen genomen. En consumeert zonder weerga. Brokken land, kluiten aarde, vierkante meters grond. Tot juist daar waar het eerste cement gegoten is. Want daar durft het niet aan boord te gaan. Daar trekt het zijn schouders voor op. Het weet wat het kan, het kent zijn zwaktes.   De straat zelf is niet zo heel lang en biedt ruimte aan zes huizen en het enige dorpscafé. Ieder huis is behoorlijk verschillend van zijn buur. Statig wordt afgewisseld met rustiek. Modern met klassiek. Kleurschakeringen volop. Mijn straat is een kleurpotlodendoos van een chaotisch kind. Want daar heeft dit fictieve kind absoluut geen boodschap aan: sorteren van kleurpotloden. Het zal wel weten welke kleur het nodig heeft. Daar hoeft geen structuur in. Ook het slijpen van de potloden gebeurt in dienst van gebruik, waardoor ze onderling verschillen in lengte. Hier en daar zonder punt erop. En ook dat zijn de huizen in deze straat.   Wandel vanuit mijn voordeur naar het midden van de straat, draai een kwartslag naar links, en je ziet in de verte de zee. Wat je vanaf daar niet ziet, is dat ze afgebakend is door een rotsstrand. Ook niet zichtbaar in het midden van mijn straat is de moederklif waartegen het rotsstrand is geboren. Je ziet de straat overgaan in de blauwe zee. Als één rechte lijn. Een streep naar niets.   Enige tijd terug heb ik het huis gekocht. Stellen dat er zich toen een minimiem aantal kopers opdrong, is een understatement. Ik zat - samen met mijn ouders - als enige kandidaat koper in het dorpscafé. De rest van de aanwezigen kwam om zich te verkneukelen aan de loser die een som geld voor dit pand overhad. Maar ooit in het leven moét een mens iets. Et voila. We zitten ermee.   Het wordt nu toch stilaan tijd om de gordijnen open te trekken. De lichtstraal die zich daarbij een weg doorheen de muur lijkt te branden, bewijst dat het al ergens overdag is. Mijn besef van tijd is volledig verdwenen. Nu eerst de opgedane hoeveelheid alcohol uit dit tengere lijf verwijderen. Beneveld hijs ik mezelf op aan het boekenrek boven me en zwalp richting pispot. Hellepoort open.   De lichtschakelaar staat aan de zijkant van de lavabo in de badkamer. Ze klikt aan. De lamp heeft enkele schijnbewegingen in petto. Geflikker, een keer of vijf. LICHT. De spiegel boven de lavabo hangt vol met uitgespuwde tandpastavlekken en tandvleesbloed. Ik staar mezelf aan: uitgemergeld en lijkbleek. Ik merk dat ik geen kleren aanheb. Ach ja, het is ook geen zondag. Denk ik. De pompbak ligt bezaaid met baardhaar. De afgeschoren angels die mijn gezicht bedekten, verspreid over het witte porselein.   Het deksel van de toiletpot slaat open. De achterrand van de pot hangt vol. Door het absorberen van de lauwe zeikstraal weekt de vastgekoekte stront en kots gedeeltelijk los. Het schuift zachtjes naar benee om één te kunnen worden met het wc-water en de goudgele, onwelriekende urine. Het geeft me al bij al geen onaardig gevoel. Een gevoel dat ik toch nog in staat ben iéts op te lossen.   En geloof het of niet, maar daarmee slaat de euforie ook toe. Als ik ergens aanleg voor heb, is het in het vieren van nutteloze verwezenlijkingen. Veel heb ik al mogen vieren in mijn leven. En het wordt tijd voor de volgende uitspatting: er is iets opgelost. Niet het levensraadsel, maar toch … Ik verheug me er zo hard op dat ik te snel beslis dat ik uitgeplast ben. Een vlek verkleurt de tegels van de badkamervloer en sijpelt tergend langzaam tussen mijn tenen.   Een vochtspoor nalatend wandel ik terug naar de woonkamer. De drankkast naast de schouw is vervaardigd uit een oude, disfunctionele platenspeler met daaronder een kastje. Het is - naast de stoel - het enige meubelstuk in deze kamer. Teveel meubels scheppen verwarring. Verwarring en valse verwachtingen. De televisie plakt tegen de grond, stereo eveneens. De drankkast gaat open en ik kies de eerste de beste fles die zich aanbiedt. Absint, niet mis. Lieve Heer, laat deze vredevolle dag aanvangen!  

Bluyke
3 0

Once upon a time in the East

Gent, wo bist du bleiben ?   Ode, Poezieke en verhoalijnkskes   Woar es da Gent na ? Van de Frithoer op ‘t Zuid Dé stoverij Van ’t Keetje Duvel,  ongefilterd van ’t vat Van Den Amber Nachtvlinders nooit daglicht Van ‘t Kelderke Spaghetti early in the morning Van De Rialto en den Bèr Copie conforme van Fernandel Van zijn juke box Drie plaakskes voor vijf frank       Woar es maan Gent na ? De Vrijdagmarkt, verdwaasd Ontmoeting, onverwacht Liefde, levenslang Stad, stoet Stoepen, straat van glas Boten, bruggen Torens, telkens terug Verlaten, verloren Verkocht     Op de Kuiperskaai rond ten elve tsoavends             Zij :  Azijnzieker, achterwoarstige blageur! Een passant tegen hem : Wadest Tsiepmuile, zit uw koeketiene in ’t slameur? Zij weer : Bruudruuster, Blaffetuure, Bloedsossietse! Nu hij : Pekelteeve met uw tsoepen en tsoesplekke! De passant tegen hem : Lot ze zitten met heur eerweten en petoaters Hij tegen haar : Ge keun mijn uure kusse Hij tegen de passant :  Kom, we goan ziere tuuptegoare een peintse pakke!     Van ’t stroate upgeroapt …(*)     In het herenhuis in Gent was ons kot een druk bezochte plaats.   Er waren nog andere koten in huis, maar op de derde verdieping stak het onze boven alles uit, omdat men er van de derde verdieping haast de complete Sint Pieters-nieuwstraat kon overzien: van café “het Hoeveke” tot aan het wereldvermaarde “Keetje”.   Zelf afkomstig uit het al te bronsgroene Limburg en het dorpsleven grondig beu, bleef ik tijdens het weekeinde meestal in de stad. Mijn kotmaten, voor het merendeel Westvlamingen (les extrêmes se touchent) gingen wél huiswaarts. Ze moesten er dan meestal de stallen kuisen, wat ik ooit tijdens een uitnodiging ergens "ten huize van" aan den lijve mocht ondervinden en vooral ruiken !!   ’s Maandags werd het kot dan volgestouwd met vers gewassen ondergoed én vers gebakken wafels van “moedere”. Deze wafels werden al eens vergeten in de kast en als ze inmiddels beenhard werden teruggevonden, werd er een wedstrijd georganiseerd.   De wafels dienden als projectiel en de wedstrijd bestond er in ze drie verdiepingen lager in de stadsvuilbak aan de overkant van de straat te mikken.   Als menig wafel in brokken nààst de vuilbak was beland, werd besloten het boeltje beneden te gaan opruimen (wij waren écolo’s avant-la-lettre).  Maar, wie daagde dan plots op? Onze straatclochard die glunderend al de wafels (zowel deze in als naast de vuilbak) gretig in zijn plastic graaizak deponeerde.   Wij namen ons voor om hem bij de eerstvolgende gelegenheid een pak verse wafels aan te bieden maar zagen van ons plan af toen wij later merkten dat hij ook niet leeggegeten frietzakjes uit de vuilbak opviste.   ( * gepost in 2007 op DS online  onder de titel “Wafels en frieten” - studentenkotverhalen)          

Vic de Bourg
45 1

Gezichtsexpressie is voor mij de toon van je stem

Onderweg naar Mechelen, waar ik Stefan Van den Bergh en Heidi Algoedt ga interviewen voor Lont, vraag ik me af hoe het interview zal verlopen. Ik ken namelijk geen woord gebarentaal. Ik kom Heidi en Stefan op de gang tegen terwijl ze in gebarentaal praten. Ik voel me eventjes een analfabeet en zelfs een buitenstaander, omdat ik er niets van begrijp. Zo moet iemand die doof is zich dus constant voelen in een wereld vol klanken, muziek, gesproken taal. Maar dit gevoel duurt maar even. Stefan en Heidi stellen me direct op mijn gemak en wat er volgt is een interessante babbel om naar te luisteren én kijken.   Heidi, vertel eens over je interesse in gebarentaal. Hoe is die er gekomen? Heidi: Goh, ik was een beetje curieus eigenlijk. Je leert de Franse en Engelse taal op school. Maar daarnaast zie je nog zoveel mensen waarmee ik ook wil kunnen communiceren. Aan het loket heb ik enkele keren contact gehad met doven en als je dan alles moet opschrijven is dat wel moeilijk. Dus het is vooral uit interesse. Ik volg één avond per week les in het CVO Crescendo in Mechelen. Zijn er veel plaatsen in Vlaanderen waar je gebarentaal kunt leren? Heidi: In Mechelen kun je de vrije cursus gebarentaal volgen en de tolkenopleiding. Verder kun je het volgen in Gent, Antwerpen, Leuven, Turnhout,… Op de website van Fevlado kun je de cursussen raadplegen. Het is verspreid over Vlaanderen. Stefan: Ze zoeken dove personen om les te geven. Ik heb vroeger nog lesgegeven op veel plaatsen. Heidi: Mijn leerkracht dit jaar is een tolk. Vorig jaar had ik een dove leraar en dan leer je veel meer omdat je gebaren moet gebruiken. Ik zit nu op het einde van de cursus, die duurt drie jaar. Hoe wordt de gebarentaal aangeleerd? Leer je eerst het alfabet? Heidi: Het begint heel simpel met vormen, gemakkelijke gebaren zoals mama, papa, feest, ouders,… Je leert tijdens de eerste lessen ook al vingerspellen en geleidelijk aan komen er gebaren bij. Je oefent die dan ook in. Het is eigenlijk zoals je een andere taal leert. Stefan: Het is een heel visuele taal en je moet echt naar elkaar kijken. En wat ga je na je opleiding doen? Heidi: Ik ben aan het nadenken of ik nog aan de opleiding voor tolk zou beginnen. Je moet dan twee dagen in de week gaan of 1 dag en twee avonden. Dat is veel intensiever. Ik heb vier kinderen dus ik weet nog niet of dat ik ga kunnen combineren. Maar op het werk ga ik blijven communiceren met Stefan. Ook in de dovenclubs ga ik vaak mee gaan wandelen enzo. Voor de avondschool deed ik dat al als opdracht maar ook na de opleiding ga ik dat blijven doen. Gebarentaal kom je overal tegen. Een paar weken geleden waren wij op vakantie in Engeland en ik zag in een klein stadje twee vrouwen gebaren maken. Je komt het dus overal tegen. Vorig jaar ging ik mee als technische ploeg van een Kazoukamp. Er was een camping naast het logement en daar waren dove mannen aan het kamperen. Het was wel leuk om een praatje met hen te doen. Die mannen hebben mij toen ook geholpen met het dragen van een heel zware gasfles (lacht), dat was wel leuk. Als je een beetje moeite doet bij dove personen, kun je wel communice-ren. Velen kunnen ook liplezen. Dove personen zijn niet raar, ze maken wel veel gestes en hebben veel mimiek maar het is gewoon hun taal. Ik las dat Vlaamse gebarentaal nog maar 10 jaar erkend is. Is gebarentaal dan niet universeel? Heidi: Overal vind je gebarentaal maar er zijn wel verschillende gebarentalen. In België heb je ook gewoon de Vlaamse en Waalse gebarentaal. De Vlaamse gebarentaal is nu 10 jaar erkend. In het Vlaams heb je dan ook nog eens vijf regio’s en dus dialecten. Naargelang de dovenschool verschilt dit. Een West-Vlaming gebaart dus helemaal anders dan een Limburger. De Vlaamse gebarentaal is dus nog altijd geen officiële taal zoals het Nederlands, Frans en Duits in België. Maar het is wel erkend voor het parlement. Een andere gebarentaal moet je dus ook gewoon leren? Stefan: Je kunt wel heel wat gebaren oppikken van een ander maar je moet een mix zoeken van woorden die je allebei kent van elkaars taal. Via alle filmpjes op de sociale media pik je wel snel gebaren op van andere talen. Net zoals bij de gesproken taal. Er bestaat wel een internationale gebarentaal maar die ken ik niet omdat ik weinig buitenlandse contacten heb. Stefan, jij bent helemaal doof? Zie je het zitten om te vertellen of dit aangeboren is of door een letsel dat je opliep? Stefan: Mijn mama had rode hond zes maanden voor ze zwanger werd en daardoor ben ik doof geboren. Het is niet erfelijk, mijn broers en zussen horen. Ik ben de oudste van vier kinderen. Welk werk doe je juist op CM? Welke invloed heeft dit op je werk? Ik werk op Gezonheidszorg, verificatie. Ik ben verantwoordelijk voor de groepmailbox. Ik ben ook verantwoordelijk voor het archief, dus het opzoeken van gevraagde stukken. Ik heb twee schouders en twee verantwoordelijkheden. Ik doe dit werk nu veertien jaar. Er komt wel altijd maar werk bij (lacht). Ik werkte vroeger bij Fevlado. Ik was heel gedreven om mensen doofbewust te maken en vertelde veel over de dovencultuur. Nu ik hier werk, is dat natuurlijk minder. Hoe communiceer jij met directe collega’s? Veel via liplezen, niemand van hen kent gebarentaal. Als collega’s goed articuleren, traag praten, dan kan ik hen wel verstaan. Maar collega’s die niet goed kunnen articuleren, mijd ik wel eens omdat het contact moeilijk is. Sommigen durven mij precies ook niet aanspreken. Het is niet zo moeilijk om te praten. Als iemand mij wil aanspreken, dan moet je mij even langs voor benaderen of aantikken zodat er oogcontact is. Dan pas kunnen we communiceren. Heidi: Soms is het beter om slechts enkele belangrijke woorden uit een zin duidelijk te zeggen, zo kan Stefan het wel begrijpen. Want een lange zin, is voor hem heel moeilijk. Heb je problemen met dialecten? Stefan: Ik hoor niet of het Nederlands is of een andere taal die je praat, ik hoor geen tonen. Maar ik kijk wel goed naar je mimiek en zo zie ik veel. Aan het uiterlijk zie ik natuurlijk soms ook al iets. Heidi: Zo ziet Stefan als eerste aan mij dat ik een mindere dag heb. Hij komt rapper vragen wat er scheelt omdat hij iets merkt. Een directe collega van mij heeft dan soms nog niets in de gaten. De expressies van het gezicht zijn voor Stefan de tonen. Welke hulpmiddeltjes heb jij in het dagelijkse leven? Stefan: Thuis heb ik een flitswekker om wakker te worden en ook een flitsbel. Ik communiceer veel via de computer en sms. Vroeger moest ik heel vaak aan mijn mama vragen om voor mij naar de dokter of tandarts te bellen. Door de technologische evolutie ben ik nu veel zelfstandiger geworden. Er is ook een speciaal noodnummer bij de politie voor doven en ook een apart nummer bij een gasgeur. Ik heb dat al eens gebeld toen ik een gasgeur rook. Ze zijn direct gekomen. Alle communicatie gebeurt dan verder via sms. Heidi: Dove personen kunnen een tolk inschakelen via het CAB (Communicatie Assistentie Bureau voor Doven, n.v.d.r.). Twee weken op voorhand moet je een tolk aanvragen. Er zijn niet genoeg tolken dus het is altijd hopen dat er een tolk mee kan naar de dokter of naar een vergadering bijvoorbeeld. Er zijn veel meer mensen nodig die tolk willen worden. Het is een beroep met werkzekerheid, dat is zeker. Als tolk help je andere mensen dus je haalt er voldoening uit. De technologische vooruitgang helpt doven vooruit? De technologie evolueert en dat komt de doven echt ten goede. Ook op het werk komen we door de technologie op hetzelfde niveau als horenden te staan. Dove kinderen presteren ook beter op school dankzij de moderne technologie. Vroeger werden dove kinderen altijd in ambachtsrichtingen zoals bakker, timmerman e.d. gestoken. Nu is dat niet meer het geval. Er zijn nu heel veel kinderen met een cochleair implantaat (na een cochleaire implantatie wordt de gehoorzenuw elektrisch gestimuleerd bij personen met doofheid, n.v.d.r.). Een CI is niet altijd de beste oplossing. Er zijn voor-en tegenstanders. Er zijn veel kinderen die een CI dragen maar ook nog de gebarentaal blijven praten. Het CI is een hulpmiddel maar geen mirakel. Ik ben van mening dat je beter gebarentaal blijft gebruiken dan afhankelijk te zijn van een CI. Is je partner doof of horend? Stefan: Ik heb een horende vriend en die kan perfect gebarentaal. Mijn vriend heeft heel snel gebarentaal geleerd omdat hij gevoel heeft voor taal. Hij spreekt acht talen. Wij begrijpen elkaar heel goed, zelfs zonder gebarentaal. Bij andere mensen is het soms veel moeilijker. Het is echt uniek. Hoe beleef jij muziek? Stefan: Ik voel geen muziek en heb er ook geen feeling mee. Ik voel wel trillingen en bassen. Heidi: Vorig jaar ging ik met vriendinnen naar een voorstelling van de muziek van Queen in gebarentaal. Ik ben Stefan daar toevallig tegengekomen. Dat was een heel mooie voorstelling. Heb je hobby’s? Stefan: Ja, genealogie. Ik ben eraan verslaafd. Ik ging ondertussen al heel ver terug via de stamboom van mijn grootouders en vond al een heel gamma aan voorouders. Heb je veel dove vrienden? Stefan: De dovenwereld is heel klein, op Facebook heb ik vooral dove vrienden. Vroeger ging ik vaak naar de dovenclub in Antwerpen en Mechelen, nu al wat minder. Waar stoor je je aan? Dat het liplezen soms niet zo vlot gaat. Toen ik hier begon te werken, was er niet aan de collega’s meegedeeld dat ik doof was. Dat zorgde toen toch wel voor misverstanden. Mensen vonden mij arrogant of dachten dat ik deed alsof mijn neus bloedde. Ze hadden de collega’s toen beter moeten inlichten. Nieuwe medewerkers weten het natuurlijk ook niet maar dit interview verhelpt dat wel. Op de Find it staat dat ik geen telefoons kan opnemen maar de collega’s kunnen mij natuurlijk wel e-mailen. Via e-mail heb ik de meeste contacten met collega’s. De communicatie is met de tijd sterker geworden. Een voordeel is dat ik geen telefonische permanentie moet doen (lacht). Bedankt voor deze interessante babbel Stefan en Heidi!    

Annelies Vervoort
0 0

Samen op weg naar de toekomst

Zoals elke zes jaar organiseren we ook in 2016 onze mutualisti­sche verkiezingen. Hierbij geven we onze leden een kans om hun vertegenwoordigers in de ver­schillende beleidsinstanties van CM aan te duiden. Als CM Sint-Michielsbond betrekken we onze leden sterk bij de werking en het beleid. CM organiseert deze verkiezingen om alle vrijwilligers en bestuurders de nodige inspraak te geven. Alleen samen kunnen we bouwen aan de toekomst! We dragen samen de missie en visie uit Iedereen, jong of minder jong, ziek of gezond, kan bij CM Sint-Michielsbond terecht voor informatie, advies en onder­steuning op vlak van gezondheid en zorg in alle fases van het leven. Als sociale organisatie, dienstverlener en beweging zijn respect en solidariteit voor ons essentieel. Hier gaan we samen voor Bij elk engagement horen een aantal verwachtingen, zowel van de vrijwilliger als van de organisatie. Je wilt natuurlijk graag weten wat dit engagement als lid van de algemene vergadering inhoudt. We zetten de wederzijdse verwachtingen graag even op een rijtje: Wat mag je verwachten? Duidelijke en open communicatie over het engage­ment en de bevoegdheden die je opneemt als lid van de algemene vergadering De juiste ondersteuning en briefing bij het bespreken van dossiers Opleidings- en vormingsmomenten Democratische besluitvorming Inbreng van eigen ervaringen en deskundigheid Wisselwerking en erkenning Doorgroeimogelijkheden naar de raad van bestuur De kans om deel te nemen aan bewegingsprojecten en de ruimte om zelf projecten aan te brengen Eén maal per jaar een exclusieve kijk op gezondheids-thema’s, interessante ontmoetingen met specialisten uit de sector of een bezoek aan een gezondheidsinstel­ling Wat mag CM Sint-Michielsbond van jou verwachten?   CM ambassadeur zijn. Je draagt de missie en visie van CM Sint-Michielsbond mee uit Een kijk hebben op de behoeften van alle leden Actief aanwezig zijn op formele vergader- en vormingsmo­menten Signaalfunctie over gezondheidsgerelateerde situaties Over teamspirit beschikken In de praktijk Als vrijwilliger bepaal je natuurlijk zelf hoever je engagement en tijdsbesteding gaat. Maar stel, je bent verkozen en krijgt voortaan een zitje in de algemene vergadering… Wat dan? Je neemt jaarlijks deel aan de twee algemene vergade­ringen: Je keurt de begroting en jaarrekeningen formeel goed; Je bekrachtigt de aanpassingen van de diensten en voordelen die CM haar leden biedt. Je neemt bij voorkeur één keer deel aan de regiovergade­ring in jouw buurt waar we samen de algemene vergade­ring voorbereiden. Je neemt actief deel aan gedachtewisselingen en bespre­kingen binnen de algemene vergadering. Je krijgt de kans om deel te nemen aan projecten die bij jou passen. Je kan zelf projecten aanbrengen. Je bent een klankbord voor wat leeft in de ruime omgeving. Veelgestelde vragen Nieuwe vrijwilligers zitten vaak met heel wat twijfels en vragen. Graag geven we je hier al enkele antwoorden. Ik wil wel, maar kan ik dat? Heb je wel zin om mee te besturen, maar aarzel je nog? Je hoeft geen jurist of expert te zijn om in een CM-bestuur te zetelen, opleiding speelt geen enkele rol. Het enige wat we verwachten is motivatie en belangstelling voor gezondheid en welzijn. Je krijgt van ook de nodige informatie en vorming, zodat je meer vertrouwt geraakt met de materie. Ik wil wel, maar ik heb geen tijd Heb je wel zin, maar heb je weinig tijd? Geen nood! Je bepaalt zelf hoeveel tijd je investeert in je engagement. Het enige wat we van jou verwachten is dat je twee maal per jaar aanwezig bent op de algemene vergadering en bij voorkeur één maal op een regiovergadering. Ik wil wel, maar ik ken niemand Wil je graag deelnemen, maar je kent niemand bij CM? Twijfel dan niet! Er zijn heel wat momenten waarin je de kans hebt gelijkgezinden te leren kennen. Zo bieden we je de kans om deel te nemen aan vormingsmomenten, projecten,... Mogelijk­heden genoeg dus!- CM Sint-Michielsbond heet je van harte welkom! Ben je overtuigd? Heb je nog vragen of wens je graag meer informatie? Neem dan contact op met Sofie Debognies via sofie.debognies@cm.be of 02 240 85 02 - Patricia Baert via patricia.baert@cm.be of 02 240 87 12         TEKST 2    Heerlijk Helder: Krijg jij de kriebels van teksten in nodeloos onbegrijpelijke taal? Wil jij graag klare taal te schenken? Dan ben jij de persoon die we zoeken want ook CM Sint-Michielsbond gaat voor duidelijke en verstaanbare taal. Als vrijwilliger verwelkomen we je graag in de werkgroep Heerlijk helder. De werkgroep is verantwoordelijk voor het nalezen van brieven, flyers en brochures op duidelijke en verstaanbare taal. Vier maal per jaar komen we samen om te spelen met taal!        

Sofie Debognies
0 0

Als het ons overkomt

“Intussen zagen ze dat telkens men eruit schepte, het wijnvat zichzelf opvulde en de wijn steeg.” Uit Ovidius’ Metamorphoses; Philemoon en Baukis, vers 679-680 Via IV Novembre, Rome “Mille domos adiere locum requiemque petentes, mille domos clausere serae.”Hij zei het op een elegante manier. Een specifieke combinatie van korte en lange klinkers die hij golvend uitsprak.Jelle vond dat de man een prachtige manier van spreken had, nochtans was de rest van hem niet even vleiend.De storm was verschrikkelijk; heel zijn planning was in de war. Normaal stond hij nu in de supermarkt, de tweede gang van links. Het goedkoopste pak melk stond op de onderste plank en kostte 55 cent, dus veel meer geld had hij dan ook nooit op zak. Hij vond de melk van 55 cent niet te drinken, maar hij moest het kopen, van Eline. Zij was de dominante van het koppel. Te dominant.Nu zat Jelle in een of ander café dat hij nog nooit gezien had. In de ene hand had hij een glas water en in de andere zijn fietssleutel, zodat hij op het moment dat de storm ging liggen, kon ontsnappen.Gezellige muurlampjes verlichtten de kleine ruimte. Alles was van hout: de vloer, plafond, toog. Soms had hij het idee dat de mensen ook van hout waren. Ze mochten geen vuur bezitten, geen gloeiende levenslust, geen brandend verlangen naar vrijheid; want anders zouden ze opbranden en hun warmte zou gebruikt, misbruikt worden door andere mensen. Links van de voordeur van het café was een breed raam. Op de achtergrond was het geroezemoes van pratende mensen te horen. Dat werd telkens verstoord door regendruppels die op het raam kletterden.De barkruk waarop Jelle zat leek het elk moment te kunnen begeven. Maar hij maakte zich meer zorgen om de kruk waarop de andere man zat. Zijn kruk kon elk moment imploderen met dat gewicht. De vetbol heette Pietro, dat had hij gezegd.“Wat betekent die zin?” vroeg Jelle. Meer uit verplichting dan interesse.Hij kon gewoonweg niet opstaan en wegstappen. Dat was de regel.“Ze gingen naar wel duizend huizen om een rustplaats te vragen, maar de huizen bleven vergrendeld.” vertaalde Pietro de Latijnse zin.De man had een nonchalant voorkomen; kroezige baard, gescheurde jeans, rond de veertig. Hij leek het type dat een familiepak frieten in zijn eentje zou opvreten terwijl hij een dieet van Weightwatchers op z’n computer opzoekt. Kwestie van gezond te blijven. “Die tekst, vanwaar komt die?” vroeg Jelle met een ongeïnteresseerde ondertoon.“Metamorphoses, van Ovidius.” Jelle was verbaasd door het feit dat de man meer wist dan het aantal sigaretten dat hij sowieso op zak had.“Jupiter en Mercurius hadden zich veranderd in arme mensen die een slaapplaats zochten. Niemand deed open, behalve het oude koppeltje: Philemoon en zijn echtgenote Baukis. Ze gaven alles wat ze hadden om het de goden zo comfortabel mogelijk te maken. Zoals hun wijn die ze al jaren bewaard hadden.Telkens men ervan dronk, lieten de goden de wijn weer stijgen.Ze mochten een wens doen en beiden wilden ze op hetzelfde moment sterven. Toen hun tijd kwam, veranderden ze beiden tegelijk in bomen. Dat was de metamorfose.”Er viel een stilte waardoor hun gesprek werd gevuld met dat van andere mensen.Buiten waren er nog enkelingen die doorweekt en uitgewaaid vluchtten. Hij beeldde zich in dat hij één van die mensen was, vluchtend van de storm. Die storm had zacht, blond haar dat ruikt naar munt, een schoonheidsvlekje net boven de lippen en stijlvolle schoenen. De storm overrompelde hem, blies hem overhoop, bliksemde hem dood. Daarvoor had hij weinig inbeeldingsvermogen nodig.Hij dacht aan Eline, ze zou zich vast zorgen makenom de melk.Jelles hand zweefde door de lucht naar zijn gsm. Hij moest haar bellen. Plots joeg de wind regen naar binnen tot de voordeur weer dichtsloeg. De vrouw die net binnenstrompelde was helemaal weggespoeld, verloren. Afwezig liet ze een spoor van water achter op de vloer terwijl ze naar een leeg tafeltje slenterde. Haar kap bedekte haar gezicht als een gordijn. Ze staarde met gebogen hoofd naar een zwarte plek in de houten tafel.Telkens ze haar ogen knipperde, zakte ze zachtjes dieper weg. Zweven. Dat was het beste woord om te beschrijven wat ze deed.   Maar zij wist dat ze in die zwarte vlek duikelde; ze werd in de zwarte vlek gezogen en viel steeds naar beneden en staarde versuft naar een bodemloze leegte terwijl ze tolde in een wind gemaakt van niets.   Jelle was ook zo. Hij verstopte het gewoon met blauwe plekken en lichte kneuzingen bedekt door kleren die Eline voor hem kocht.Jelle keek naar Pietro die een babbeltje sloeg met de barvrouw. Gehuld in dat vet en die tabak geur bevond zich toch een gelukkig man. Op een of andere manier was Pietro heel zichtbaar. Niet enkel door zijn buik, maar ook door het geluk dat op zijn gezicht te lezen stond. Jelles gsm trilde, maar hij pakte het niet op. Terwijl hij haar oproep negeerde, beende hij vertwijfeld de storm in. De regen hagelde harder op hem neer bij elke stap die hij zette. Het was een waarschuwing die zijn kleren doorweekte.Er kwam een bus aan die voortgestuwd leek door de wind. De deuren kwamen krakend tot leven en lieten Jelle binnen. Alle stoelen waren leeg, maar hij nam bewust een plaatsje dicht tegen de deur. Dan kon hij nog beslissen of hij zou uitstappen om melk te kopen. Haar melk.Een schim glipte nog tussen de sluitende deuren van de bus en nam plaats tegenover hem.Misschien moest ze ook verplicht melk kopen, misschien was zij ook een gevangene.De bus begon te rijden, zijn fiets stond nog bij het café. Dat wist hij.De bus was onmiddellijk in een andere straat. Via del Plebiscito “Ik zou me omkleden als je thuis bent. Straks vat je kou.” Een vrouwenstem recht tegenover hem klonk in de lucht.Ze deed haar kap uit en liet haar gezicht zien. Rimpelige huid als boomschors. Kastanjebruin haar dat leek te gloeien.“Oh, ik ga niet naar huis,” antwoordde Jelle met een dubbel gevoel. Hij was niet zeker. Ze keek verbaasd.“Ik ook niet. Niet meer.”“Waarom?”“Ik wil niet dat hij het weet,” zei ze verward.“Mijn man,” vulde ze aan.   Een druppel bungelde aan haar haar net boven haar voorhoofd, zonk in de lucht op haar wang, rolde net onder haar ogen, gaf de indruk dat ze huilde.   Ze antwoordde op een vraag die niet gesteld werd. “Mijn dochter…” Ze huilde niet. Er waren geen tranen meer om gehuild te worden. De storm deed dat nu voor haar. Ze had haar verlorenIemand niet te verliezenZe keek met angstHoe de schimmen kwamen   Ze verhulden haar dochterIn een donkere stofZe namen haar meeHaar alles naar niets Hij was sprakeloos geworden door haar verdriet. Jelle besefte dat hij moest ontsnappen uit de gevangenis die Eline had gecreëerd. Pietro, hij zou even gelukkig kunnen zijn als Pietro. De vrouw tegenover hem was al te ver meegezogen in het leed. Jelle kon nog ontkomen aan Eline's geweld.Corso Vittorio Emanuele II“Het spijt me.” Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij wel iets aan zijn pijn kon doen, en zij niets aan de hare.Hier was een halte, ongeveer tien meter van de supermarkt waar hij de melk altijd kocht. De vrouw deed haar kap terug over haar hoofd. Ze had te veel van haar leven blootgegeven. De bus remde af en stopte. Jelle stond intussen weer in de wind, nu recht voor de winkel.Zijn benen leidden hem naar binnen, tweede gang van links, onderste plank.Daar stond de melk. Hij pakte het vast en klemde zijn vingers om de dop. Philemoon liet zijn vuur vlammenZodat de boom langzaam verdampte De melk vloeide over de betonnen vloer. Zodat Baukis’ bladeren nooit inPhilemoons verfrissende schaduw zouden staan Het brik was nooit leeg, het vulde zichzelf op; net als Eline's woede. Zodat hun band via wortels-Verschroeid, verzengd, verbrand- ontbonden was. Jelle liet zijn vuur branden en Eline kon dat niet blussen.Alleen de storm kon dat.    

Etlir Xharra
0 0