Lezen

Zelfstudie

p16 De voorwaarden voor de verzekering die je krijgt als je niet kan werken.  De commissie voor de bestrijding van armoede.  De dienst bij de gemeente die het systeem voor het reinigen van de vuilkarren begeleidt.  Neem je geldig paspoort mee, dat is verplicht / anders kom je het land niet in.    p17 Overheden hebben het moeilijk om diversiteit een plaats te geven in hun beleid. Hoe bereik je minderheden? Wat met een aangepaste dienstverlening, inspraak en participatie? Een echte uitdaging dus.    Naamwoordstijl en nominalisering vermijden draagt bij tot leesbaarder schrijven.    p18 Op vraag van bewoners, plaatste het stadsbestuur verkeersborden om te grote vrachtwagens te weren. Als er nu schade wordt aangebracht, worden de kosten op de bestuurders verhaalt.    U voerde op 1/10 werken uit aan het fietspad in de Abdijlaan. Ze voldoen niet aan de voorwaarden in het contract.    p19 Pas deze tips om te scoren bij je lezer nu maar eens toe.    p27 Iedereen weet dat fruit eten gezond is, het geeft je de nodige vitamines en vezels. Uit recent onderzoek blijkt nu dat er niet genoeg fruit wordt gegeten. Om dit te promoten, wordt er door de overheid een campagne opgestart met de slagzin 'Snoep verstandig. Eet een appel.'   p28 In de eerste plaats zou ik voor iets anders kiezen. Het bestuur voelt er nu niets voor.  We doen er alles aan om het niet meer te laten gebeuren. De inhoud van de reclameboodschappen is echter niet onze verantwoordelijkheid. 

eLs
1 0

Aan alle zondagsrijders op de trein: het begint bij de tegel en eindigt bij de roltrap…

Een ochtend als een andere. Vlot aangekomen aan het treinstation. Ook vandaag dienen dezelfde ochtendrituelen zich aan. Zal het vandaag lukken? Ik besef: strategie is belangrijk. Daar is hij “mijn tegel”. En ik heb geluk, vandaag is hij vrij. Mijn gelukstegel op perron 10. De tegel waar de trein netjes met dubbele deur stopt. Ik zet me in positie. Rug recht. Boekentas in de ene hand, kranten in de andere. Gsm in aanslag. De trein rolt raspend binnen. Nog enkele meters en ik zie dat ook vandaag mijn tegel geluk brengt. Een warm gevoel maakt zich meester van me. Yes. De deuren openen zich pal voor mij. Die eerste kleine overwinning is belangrijk. Ok, maar niet te snel euforisch worden.   Op naar de volgende stap. Rustig denk ik. Rustig. Laat eerst de mensen afstappen. Hallo !!!!???? Een paar gehaaste vogels wringen zich naar binnen zodra de deuren zich openen. Kennen jullie de ongeschreven regel niet? Mensen springen, botsen, glijden van de trein het drukke perron op in een trappelende mensenzee van ongeduld. Yes. Ook deze fase is voorbij en al bij al vlot verlopen. Vink.   Ik neem energiek twee treden en sta in mijn favoriete dubbeldekker meteen voor een nieuwe tweesprong. Deur naar boven of deur naar beneden? Als ik een arendsoog had kon ik instant inschatten waar de beste plaatsen zich bevinden. Bovenaan of onderaan. Maar het arendsoog ontbreekt. Met mijn korte lijfje, aangedampte bril en te veel bagage moet ik op goed geluk een gokje wagen. Boven? onder? In een milliseconde kies ik want ervaring leert dat ik anders de zware boekentassen, plooifietsen of andere zaken in de rug geduwd krijg. En ja, ook deze beslissing blijkt vandaag de goede te zijn. Ik zie in het midden van de wagon enkele lege plekjes. Perfect. Wie zit er? Toch even goed observeren welke vogels ik in de kuip heb? Lawaaierige muziekluisteraars? Krantenlezers, snurkers, zuurtjes (lees: mensen die ruiken naar het zweet) ... Ook hier opnieuw een keuze die snel moet gemaakt worden want ondertussen stromen in het gangpad andere strategische reizigers toe.    Plof. Ik ga zitten. Boekentas op schoot. Handtas er netjes bovenop. Als ervaren treinreiziger is nu het moment aangebroken om jezelf een klein schouderklopje te geven. Even op adem te komen. Vooraleer de volgende hectische fase aanbreekt, kan ik kiezen uit een aantal fijne alternatieven: krantje lezen, muziek beluisteren of wegdromen en misschien wel indommelen.   De tijd gaat snel. De trein iets minder. Met een schok ontwaak ik uit mijn dagdroom. Actie, giert het door mijn hoofd. Want opnieuw heb ik er alle belang bij om de handelingen correct en secuur af te handelen. Wie vlot wil treinreizen weet dit als geen ander.   Even wroeten bij het afstappen. En dan, het laatste huzarenstukje overleven. De trechter, die de voorhoede vormt van de roltrap, zuigt de mensenmassa aan. Een laatste ergernis maakt zich meester van me. Ook op de roltrap bestaat er een wegcode. Keep right! Ik verlang naar de discipline van de metroreizigers in Londen. Ach, voor ik het weet sta ik met beide voeten op de grond.   Missie geslaagd.   Als “ervaren observerende treinuil” heb ik een boodschap aan alle zondagsrijders: hou je aan de ongeschreven regels maar volg ook je eigen strategie. Want het begint bij de tegel en eindigt bij de roltrap…      

Katrien De Weirdt
6 0

CcBe een cultuurcentrum enkel voor de Blanke Vlaming? Zever, gezever!

Berchem is een diverse wijk waar verschillende culturen, origines en generaties zich thuisvoelen. Het is een plek waar diverse gemeenschappen samen een charmant dorp vormen vol kleuren en geuren. Cultuurcentrum Berchem wil de plek zijn waar jij, ik en iedereen ongeacht kleur en afkomst thuiskomt. Een grote familie die samen naar het theater gaat, een concert of een film meepikt waarover nadien gezellig in de foyer wordt gekeuveld.   Elk huisje heeft echter zijn kruisje en helaas is ons publiek geen weerspiegeling van de buurt. Onze deur staat voor iedereen open maar het zijn vaak de blanke middenklassers die de weg vinden naar ons huis. Terwijl de “Welkom” op onze deurmat niet enkel voor hen daar staat gedrukt. Voor onze gekleurde buren is de weg naar ons cultuurcentrum vaak een zoektocht met drempels en hindernissen. De innerlijke GPS van de blanke Vlaming vindt blijkbaar beter de weg naar ons aanbod. We zien dit graag anders, extra inspanningen dringen zich op.   In eerste instantie zorgen we voor een kwalitatief aanbod, een afspiegeling van de culturele diversiteit die Berchem rijk is, zowel op het podium als in de wijken. Aangepaste communicatie is een must als we alle lagen van de bevolking willen bereiken, veel beelden en begrijpbare taal. Het haalt niets uit om onze deuren wagenwijd te openen als de mensen die we willen bereiken ze niet vinden. Het is een weg met putten en valkuilen maar plaveien zullen we hem! Onze vingers jeuken om deze uitdaging aan te gaan want ’t stad is van A en ccBe is van iedereen. “Salam aleikum” en tot op één van onze voorstellingen!

Kim Rombauts
1 0

persbericht: sluiting asielcentrum

Vzw Belle Vue PERSBERICHT   Besparingsmaatregelen bij FEDASIL noodzaken VZW Belle Vue om opvangplaatsen voor asielzoekers af te bouwen. Barvaux, 8 januari 2015 - Asielcentrum Belle Vue kreeg eind december 2014 bericht van Fedasil dat het aantal opvangplaatsen sterk dient te worden afgebouwd. Deze afbouw heeft ook impact op de personeelsbezetting van het centrum. Vandaag werd het personeel van het centrum hierover geïnformeerd door de directie.   In opdracht van de federale regering dient Fedasil budgettaire maatregelen te treffen. Fedasil kreeg de opdracht van de federale regering om budgettaire maatregelen te treffen en over te gaan tot de afbouw van het aantal opvangplaatsen voor asielzoekers in België.   Sterke afbouw van het aantal opvangplaatsen Voor vzw Belle Vue heeft dit als gevolg dat 80 opvangplaatsen worden stopgezet op 31 januari 2015. Van de 127 opvangplaatsen blijven 47 opvangplaatsen behouden.   Impact op personeelsbezetting De afbouw van opvangplaatsen heeft ook impact op de huidige personeelsbezetting. Van de 21 tewerkstellingsplaatsen blijven er waarschijnlijk 10 behouden.   Sociaal plan en begeleiding De directie heeft vandaag haar werknemers ingelicht en benadrukt dat zij alles in het werk zal stellen om een optimale begeleiding en sociaal plan te voorzien.   Contacteer voor meer informatie: xxxxxx xxxxxx Gedelegeerd bestuurder Belle Vue       Over VZW Belle Vue - asielcentrum VZW Belle Vue, biedt sinds 2008 plaats aan 127 asielzoekers en is gelokaliseerd op 2 sites met name in Erezée en Barvaux.   Over Fedasil Fedasil, het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, is een instelling van openbaar nut die werd opgericht door de programmawet van 19 juli 2001 en operationeel is sinds mei 2002. Sinds oktober 2014 staat Fedasil onder het toezicht van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken.                                                                                                                                                    

Katrien De Weirdt
1 0

Weg met het papieren dossier (rode pen)

De scansoftware evolueert razendsnel. Daardoor is ook de digitalisering van het notariaat niet te stoppen. Gelukkig maar, want kiezen voor digitaal dossierbeheer is kiezen voor de toekomst. Steeds meer kantoren zien er de voordelen van in. Ook notaris Tom Bogaert uit Wilrijk is fan. Wij lieten ons in zijn knusse kantoorzetels zakken en vuurden enkele vragen op hem af.   Waarom bent u zo’n groot voorstander van digitaal dossierbeheer?   Bogaert: Digitaal dossierbeheer is mijn eerste grote liefde, en eerste liefdes vergeet je niet. Tien jaar geleden opende ik mijn eigen kantoor. Toen heb ik zonder aarzelen voluit voor digitalisering gekozen. Je bespaart er plaats, tijd en geld mee. Je moet wel gek zijn om nog uitsluitend op papieren dossiers te vertrouwen.   U kan niet meer zonder digitaal dossierbeheer?   Bogaert: Inderdaad. Als ik sommige van mijn collega’s tussen hun torenhoge stapels papieren dossiers zie zitten, dan breekt mijn hart. Brand, waterschade, diefstal… Stel je voor dat je al je dossiers in één klap kwijtraakt! Ik mag er niet aan denken.   Hoe werkt digitaal dossierbeheer in de praktijk?   Bogaert: In het begin waren we wat te braaf. Pas als het dossier afgehandeld was, scande de beheerder de belangrijkste documenten in. Intussen hebben we veel bijgeleerd. Digitalisering gebeurt nu al bij de opening van het dossier. Elk inkomend document wordt gescand, gecodeerd en toegewezen aan een digitaal dossier. We bewaren alle digitale dossiers op een eigen server, zodat ze ook heel makkelijk raadpleegbaar zijn.   Mogen alle papieren dossiers dan in de prullenmand?   Bogaert: Op termijn is dat zeker de bedoeling. Helaas zijn mijn medewerkers erg gehecht aan hun papieren dossiers. Ik heb dan ook besloten om de overgang van de papieren naar de digitale wereld in stappen door te voeren. Zo krijgt iedereen genoeg tijd om eraan te wennen. Bovendien kan het nooit kwaad om een back-up te hebben. Toch blijven digitale dossiers zonder twijfel mijn eerste keus.

Gwen Muylaert
0 0

Opdracht 1.3.2

KU Leuven opnieuw bekroond als Top Employer Succesformule onthuld   Ook in 2015 behaalde de KU Leuven opnieuw de fel begeerde titel van Top Employer. Wat is het geheim achter dat grote succes? We leggen ons oor te luisteren bij de HR-manager.   Waarom is het zo fijn om aan de KU Leuven te werken?“Werken aan de KU Leuven is één groot avontuur. Wie bij ons begint te werken staat geen vlakke loopbaan te wachten, maar een spannende bergtocht vol uitdagingen. Alleen besten halen de top. Voor de kandidaat-proffen bijvoorbeeld hebben we de tenure track ontworpen. Vijf jaar lang moeten ze tien opdrachten uitvoeren. Ze moeten bijvoorbeeld zes maanden in het buitenland verblijven, tien internationale peer reviewed artikels bijeenschrijven, zoveel mogelijk doctorandi begeleiden en ondertussen ook nog de studenten nuttig bezig houden. Een soort van Expeditie Robinson voor academici. Alleen de meest gemotiveerde kandidaten krijgen uiteindelijk de felbegeerde titel van professor. We zijn niet voor niets een topuniversiteit.”   Welke voordelen staan er tegenover al die inspanningen?“Om te beginnen beschikt iedere medewerker die minstens 50% in dienst is over een eigen telefoon op kantoor. We hebben nog getwijfeld om iedereen zo’n telefoon te geven, maar dat zou ons te duur uitkomen. We moeten ergens op besparen hè. Verder kan iedere medewerker jaarlijks een gratis griepvaccin krijgen. Het is een win-winsituatie: onze medewerkers hoeven niet zinloos te lijden en wij zijn zeker dat ze in de winter komen werken. Ook niet te versmaden is onze jaarlijkse kerstreceptie. Die houden we bewust sober: wat fruitsap, een beetje wijn, meer moet dat niet zijn. Zo dragen we meteen ook ons steentje bij aan de preventie van obesitas.”   En hoe zit het met de werkzekerheid aan de KU Leuven, want daar hoor je sommigen wel eens over klagen?“Het klopt inderdaad dat we voor sommige personeelscategorieën het K3-principe hanteren: wie te oud en te duur wordt, vervangen we door jongere exemplaren. Maar je kan altijd nog vrijwillig medewerker worden, en dat onbeperkt in de tijd. Van werkzekerheid gesproken! We hebben dat statuut een paar jaar geleden ingevoerd. De beste uitvinding sinds de slavernij. Het idee is simpel: je geeft de mensen een paar kleine voordelen, in ons geval een e-mailadres van de KU Leuven, en in ruil daarvoor werken ze gratis voor jou. Geef toe, dan moet je toch echt een goede werkgever zijn, als mensen daartoe bereid zijn.   Dus de werknemers van de KU Leuven zijn over het algemeen tevreden volgens u? “Hebt u al eens een prof zien staken? Ik dacht het niet. Het zijn echt gedroomde werknemers. Ze maken overuren zonder dat je ze moet betalen. Ze klagen nooit, zelfs niet over het eten in de Alma. En ze eisen niet om de haverklap loonsopslag. De NMBS mag er jaloers op zijn.”

Karen Deschamps
1 0

Groene en blauwe tekst

Groene tekst   BREAKING : Notarissen gaan digitaal   Het is gebeurd. Na de media, het bedrijfsleven, de overheid, het onderwijs, ja zelfs mijn grootvader, schakelen nu ook notarissen massaal over op de computer. In plaats van hun dossiers op papier te bewaren in vuistdikke kaften, houden meer en meer notarissen hun dossiers tegenwoordig bij in digitale vorm. In een beroep waar sinds mensenheugenis pen en papier de plak zwaaien, is dat niet minder dan een aardverschuiving. De naschokken zijn op het terrein dan ook duidelijk voelbaar.   Veel notariële medewerkers zijn het noorden helemaal kwijt. Jarenlang vonden ze blindelings elk dossier in hun schier eindeloze archieven. Nu staren sommigen wezenloos naar hun schermen, hunkerend naar de vertrouwde geur van papier. “Ik besef dat deze verandering voor sommigen choquerend kan zijn”, vertelt notaris Tom Bogaerts uit Wilrijk. “Daarom raad ik alle notarissen die hiermee wil beginnen aan om in een eerste fase alles ook nog op papier te bewaren, eerst binnen het kantoor en vervolgens extern. Zo kunnen de medewerkers rustig wennen aan het idee en vermijd je een tsunami aan depressies en burn-outs.”   Ondertussen zitten ook de papierleveranciers in zak en as. “Het notariaat was één van onze trouwste klanten”, klinkt het. “Als het hun menens is met die digitalisering, komen we in zwaar weer terecht. Enkel met noodhulp van de overheid zullen we dan nog het hoofd boven water kunnen houden.”   Blauwe tekst   Het zijn barre tijden voor handelaars in papier. Kranten en tijdschriften gaan tegenwoordig massaal digitaal. De gevreesde bruine enveloppen van de FOD Financiën zijn al een hele tijd vervangen door Tax-on-web. En vandaag kreeg ik van mijn werkgever het bericht dat ik volgende maand mijn laatste papieren loonfiche ontvang. Het enige dat tegenwoordig nog per papieren brief in mijn brievenbus toekomt, zijn facturen en reclame. En zelfs die verschijnen meer en meer in de vorm van e-mail of zelfs sms.   Ook binnen het notariaat heeft de digitalisering nu haar intrede gedaan. Meer en meer notariaten schakelen tegenwoordig immers over op digitaal dossierbeheer. Exit papieren dossiers in kartonnen archiefdozen. Enter scanners, pdf-files en servers. In een wereld waar pen en papier sinds mensenheugenis dé werkinstrumenten zijn, gaat die verandering niet zonder slag of stoot.   Ik ga langs bij Tom Bogaert, notaris in Wilrijk, die als een pionier beschouwd kan worden in deze digitale revolutie. Hij pakte hij dit aan? Wegen de kosten op tegen de baten? Hoe zit het met de veiligheid van de gegevens, in deze tijden van spionage door de NSA en consoorten? En last but not least: zal het papier ooit volledig verdwijnen binnen het notariaat? Zullen we binnenkort onze aktes thuis op de pc kunnen downloaden en ondertekenen met een digitale handtekening?   In de wachtzaal valt het meteen op dat deze notaris mee is met zijn tijd. Hier geen antieken meubelen, maar witte kuipstoelen van een Deens designmerk. Ook geen tijdschriften om de bezoeker tijdens het wachten mee te diverteren, wel de code van de WIFI aan de muur.

Karen Deschamps
1 0

Kameleon is koning

“Een broodje met kaas, alstublieft,” zeg je tegen de vrouw aan de andere kant van de toonbank. Hoewel de toonbank tot de nok gevuld is met broodjes met kaas, kijkt de vrouw je niet-begrijpend aan. Misschien heeft ze je niet verstaan. Het is tenslotte lawaaierig in de broodjeszaak. Dus herhaal je je bestelling, ditmaal luid en duidelijk. Daarbij wijs je bemoedigend naar de stapel broodjes achter de glazen wand. Het kan niet anders dan dat ze je nu begrepen heeft. Dan glimlacht de vrouw alsof ze net iets vies ingeslikt heeft, wijst eindelijk het broodje met kaas aan waar jij je zinnen op gezet hebt, en stamelt: “With cheese?”.   Opgelucht en verbluft haal je adem. Opgelucht, omdat het broodje intussen jouw richting uitkomt en je eindelijk kan afrekenen. Verbluft, omdat het je een raadsel is waarom de vrouw je Nederlandse bestelling in het Engels beantwoordt. Je bevindt je in centrum Brussel, een stad met twee officiële talen: Frans en Nederlands.   Het is niet de eerste keer dat je je in zo’n situatie bevindt. Je woont immers al je hele leven in Brussel. Je werkt, slaapt, eet, leeft in die stad. Je bent ook al je hele leven Nederlandstalig in Brussel. Dat betekent dat je bij elk contact met een onbekende een aartsmoeilijke beslissing moet nemen: in welke taal open je het gesprek? En, nog moeilijker: in welke taal antwoord je als iemand je in het Frans aanspreekt?   Of je het nu wil of niet, die taalkeuze maak je elke dag, verschillende keren per dag. Aan de kassa van de supermarkt, in de apotheek, op café of aan het loket van het treinstation. Je maakt een afweging die een risico inhoudt. Als je Frans spreekt, dan is de kans het grootst dat je begrepen wordt. Maar dan ontken je ook jezelf, je eigen identiteit en de hele Brusselse talenrijkdom. Als je Nederlands spreekt, dan bevestig je dat er meer dan één officiële taal in Brussel leeft. Je geeft je gesprekspartner de kans om Nederlands te oefenen als die dat wil, want je weet dat die nood er is. Maar je wordt ook meer dan eens raar bekeken.   Dus ben je een kameleon. De kleur van je huid past zich aan het exotische Brussel aan. Nederlands is dan wel de huid die je als gegoten zit, ook Frans en Engels zitten best comfortabel. In noodsituaties kan je huid zowaar Duits kleuren. In de milliseconde tussen de “bonjour” van je gesprekspartner en jouw reactie, doorloop je daarom onbewust je hoogst persoonlijke flowchart die bepaalt welke taal je zal spreken.   Je hebt één basisprincipe: klant is koning. De dienstverlener past zich aan. Naargelang de situatie ben jij klant of dienstverlener. Als een verdwaalde voorbijganger je naar de weg vraagt, dan spreek je de taal van de verdwaalde voorbijganger. Maar in het postkantoor vraag jij je velletje postzegels graag in het Nederlands. Ook de grootte van de organisatie waarmee je in contact komt beïnvloedt je taalkeuze. Tegen de bakker om de hoek spreek je Frans, maar tegen de medewerker van de MIVB spreek je Nederlands. Tot slot spelen ook de context, de gemeente waar je je bevindt, de vriendelijkheid van je gesprekspartner en je eigen humeur van het moment een rol. En dan kun je nog niet eens zelf altijd verklaren waarom je voor de ene of de andere taal kiest.   Je bent en blijft een kameleon. Je hebt de natuurlijke neiging om je aan je omgeving aan te passen, maar je aanpassen is niet altijd de beste keuze. Je moet hoe dan ook kleur bekennen. Soms beken je kleur zonder dat je het goed en wel beseft. Of soms mis je al eens wat pigment in je huid. Je bent een kameleon. Je bent zo trots op dat brede kleurenpalet van je huid, maar soms wou je dat je een doodgewone hagedis was.

Gwen Muylaert
1 0

Dans maar!

Hoe zou het zijn als je elke dag even danst alsof je leven ervan afhangt? Even stoppen met wat je moet en de benen nemen.     Achter raamloze muren doen we het allemaal wel eens stiekem, zoals zingen. Ik heb het over onverwacht dansen in het openbaar, onder de spot van de zon en tussen priemende blikken. Het mag ook regenen, zoals je wil.   Ga je m’n uitdaging aan? Verwacht je aan lachsalvo’s en snikkende tranen. Loodzware gordijnen gevuld met emoties zullen afvallen, zomaar op straat. Ogen worden terug zichtbaar. Want klanken doen dromen, maar ook ontwaken.   Muziek vind je overal, gratis te plukken. Ze komt uit hoge torens waar een eenzame beiaardier deuntjes de stad inspeelt, in de soep van het verkeer, maar ook uit dat café waar je nooit zou binnenstappen.   Zet je oren op, werp de oortjes af en luister. Maak je eigen melodie, en deel je dans. Dans met de Grote Markt als met je partner, inspireer je zittend publiek. Verborgen achter een blinkend raam, of al nippend van een te duur drankje – m’as-tu-vu? Vreemde blikken van ‘goe zot’ zullen ooit wel veranderen in jaloerse benen. Want jij durft.   En als we lang genoeg doordansen, verschijnen er her en der nieuwe ‘hier mag je’-borden. Die met het juiste licht kleur brengen en snakken naar nog meer. Net als een kerker snakt naar een verlicht glasraam.   Trouwens, het doet geen pijn. Wel even oppassen met hoge hakken en kasseien.   Doe gewoon mee gek. Ongepland en zonder verwachtingen, beloofd.

eLs
1 0

Wat je wilt, duurt nooit voor altijd

Wat je wilt, duurt nooit voor altijd Het is middag. Dertien uur twee-en-veertig om precies te zijn. Het is een doordeweekse dinsdagmiddag. Zo’n dinsdag die ik haat. Want dinsdag ligt al te ver van het weekend om stil en gniffelend na te genieten, en nog te vroeg in de week om al uit te kijken naar het volgende weekend. Wel, op zo’n dinsdag neem ik graag verlof. En dan doe ik graag niets. Want iets, dat doe je al meer dan genoeg op alle andere dagen. Dus zit ik op een terras en aanschouw ik de Mensheid. Daar, voor mij. Een dame zit op een stoel. Ze draagt een salopette en een witte blouse met zwarte strepen. Ze draagt een zonnebril. Daardoor kan ik haar blik niet zien. Ze staart voor zich uit, onbeweeglijk. Dat zie ik wel. Er is iets triest aan de manier waarop ze daar zit. Als een treurwilg waarvan enkel de takken rustig wiegen van links naar rechts. Haast onbeweeglijk. Ze draagt sandaaltjes. Niet van die lompe, uit de kluiten gewassen sandalen met grote metalen sluitingen en een zool waarmee je iemand naar het hoofd kan gooien. Maar fijne sandalen, met smalle riempjes en afgewerkte voeringen. ‘Wat zit je zo te kijken?’, zegt ze. ‘Ik kijk naar je schoenen’, zeg ik. ‘Die zijn mooi’, voeg ik er nog aan toe. Zelf vind ik het verschrikkelijk als mensen iets gezien hebben, zonder hun mening kenbaar te maken. ‘Oh, je bent naar de kapper geweest zie ik. Wat kort!’. ‘Ja’, zeg ik, wat zeg je anders. En dan wacht je. Op een aanvulling. Voor mijn kop niet zal ik vragen ‘En, vind je’t mooi?’. Dus dan blijft het maar stil. En dan weet je het ook wel. De dame met de salopette reageert niet op het compliment over de schoenen. Trut. Gelukkig zijn er rond mij massa’s andere interessante mensen om te observeren. Het is een aangename lentedag. En dan zijn de terrasjes goed gevuld. Naast mij zit een oud koppel. Van leeftijd, want oud, dat mag je niet meer zeggen. Zij, ruikt naar een zolder waar al lang niemand meer is geweest. Hij, ziet eruit alsof hij sport. Niet dagelijks, maar toch vaak. En zo gebeurt dat met mij. De beelden komen vanzelf. Bonzend en wild tekeergaand in een te spannende wielerbroek op zijn hometrainer. Het zweet gutst van zijn verrimpelde lijf. Ik probeer dwangmatig aan iets anders te denken. Want het beeld van een overactieve zeventiger, dat is nu niet meteen het beeld dat ik associeer met een terrasje in de lentezon. Ik zie een jongen. Hij moet zeventien zijn. Misschien iets ouder. Hij houdt een meisje vast. Ze zitten samen op een bankje. Ze praten, giechelen, fluisteren iets. Zoals jonggeliefden dat kunnen als geen ander, samen op een eiland, nooit nog naar het vasteland. Zij ziet er jonger uit, veertien misschien. Hoe ze daar samen zitten, zo samenzweerderig. Het lijkt alsof niemand het mag weten. Elke blik, geheimzinnig en vol codetaal. Ik ben ooit zelf weggelopen van huis, om bij mijn Grote Liefde te kunnen zijn. Uren treinen, om te zijn waar ik wilde zijn. ‘Ik wou dat we hier voor altijd konden blijven’, zei ik tegen mijn Grote Liefde. Toen de deurbel ging, en mijn stiefvader met zijn gloeiend rode kop voor de deur stond. Mijn geheime uitstap was uitgekomen, en ik moest mee naar huis. ‘Ik wou dat we hier voor altijd konden blijven’. Wat je wilt, duurt nooit voor altijd.

Julie Minnaert
1 0

Falen als entertainment

Herschrijven met rode pen: De kunst van het falen   Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik hou mijn tegenslagen het liefst voor mezelf. Slechts af en toe deel ik m’n mislukkingen met mijn lief of beste vriendin. Ik was dan ook stomverbaasd dat er zoiets bestond als de Fuck Up Nights, waarbij persoonlijke fiasco’s met een publiek, met de hele wereld, zelfs met collega’s en schoonouders gedeeld worden. Zelf vind ik het nog erger dan ‘uit bed praten’, maar de organisatoren denken er duidelijk anders over. Zij willen ‘falen’ – ik krijg het woord amper over m’n lippen – ‘uit de taboesfeer’ halen. Alsof we het nodig hebben om onze diepste gêne met anderen te delen…   Het verbaast me weliswaar niet dat het concept bedacht is in Mexico Stad, wellicht tijdens een lange tequila-avond. Ik denk zelfs precies te weten hoe het die nacht in z’n werk ging. De bedenkers van de Fuck Up Nights, een bedronken trio, zocht een manier om hun eigen failures aan de aandacht te onttrekken. Om hun eigen dronkenschap te camoufleren, spoorden ze andere tooggangers aan om hun dronken fratsen aan het hele café, de hele barrio, te vertellen. En uiteraard voelde dat extreem goed. Wie houdt er niet van zijn eigen onaangename excessen te verdoezelen onder de miseria van andere tequila-drinkers? Ik snap dus wel enigszins dat het trio de volgende ochtend tijdens het uitkateren een heus business plan bedacht. Ze verhuisden het concept van de Mexicaanse bar naar  elitaire cultuurcentra. Uiteraard, want ik denk niet dat arme tequila-drinkers willen betalen om naar andermans fiasco’s te luisteren. In culturele centra, daarentegen, wordt het tegenwoordig als kunst beschouwd om een avond lang ‘avant-gardistische’ miserie te aanhoren. Kortom: in culturele centra viel er geld te rapen. De tequila’s werden vervangen door frisse pinten en hup, de eerste Fuck Up Night was een feit.   Ik moet toegeven dat ook ik erbij was… Veel te nieuwsgierig was ik om dit bizarre evenement aan me te laten voorbij gaan. Al snel had ik door dat de drie initiatiefnemers zelf the fuck gingen vertellen over hun mislukkingen. Ze hadden drie andere losers gevonden – die ze eufemistisch fuckupreneurs noemden – om in hún plaats hun meest gênante tegenslagen uit de doeken te doen. Na eenentwintig lange minuten kenden we de ergste mislukkingen van drie wildvreemden. Maar nog erger was dat we achteraf extra vragen konden stellen. Die drie losers hadden net hun meest smaakloze ontboezemingen verteld, en we konden nóg meer te weten komen. Als hongerige leeuwen graaiden de toeschouwers naar de meest sappige details en grootste stommiteiten. De drie fuckupreneurs stonden figuurlijk in hun blootje en de toeschouwers genoten met volle teugen. Ik keek ernaar en zweeg, bang dat het losgeslagen publiek de mislukkingen kon aflezen aan m’n ogen.   Natuurlijk werden deze Fuck Up Nights een groot succes. Hoewel gladiatorengevechten reeds lang als mensonterend bestempeld worden, is het nog steeds niet illegaal om losers figuurlijk voor publiek te verscheuren. Intussen vinden deze avonden zelfs al plaats in 100 steden over de hele wereld, onder de dekmantel dat de organisatoren ‘een lans willen breken voor falen’. Omdat het ‘leerrijk is en doodnormaal’. Of het daarentegen zo normaal is om losers –excuseer: fuckupreneurs – met spreekwoordelijke lansen te doorboren, laten ze natuurlijk buiten beschouwing. Integendeel, ze creëren er zelfs een podium voor. Hoe dan ook, van Fuck Up Nights naar de afkorting F.U.N. – of FUN –  het blijkt slechts een korte lijdensweg.

Flor Naranja
0 0

Overstapkoffie

Ga je met de trein naar het werk? Dan schakelen jouw zintuigen wellicht ook een standje hoger als je denkt aan een overstap die je in zeven minuten moet halen. Als je vertraging hebt, is je hele ochtendschema naar de vaantjes. Elke morgen staan dan ook duizenden treinreizigers als gekooide aapjes ongeduldig heen en weer te springen voor de treindeuren openen. Want als de conducteur de deuren niet tijdig opent, stijgt de kans op een gemiste ochtendkoffie exponentieel.   Ook ik sta elke ochtend zenuwachtig heen en weer te trappelen tot de rijdende kooi ons bevrijdt.  Intussen zie ik de troep ongeduldigen op het perron samendrommen. Allen verlangen ze naar een rustig zitplaatsje. Míjn gedachten dwalen daarentegen af naar de ochtendlijke koffie die me in het station te wachten staat. Eindelijk. De deuren schenken ons de vrijheid. Het liefst klauter ik over de meute heen, maar jammer genoeg geldt de wet van de sterkste enkel in de dierentuin. Ik slinger mezelf dan maar de trein uit richting trap. Behendig klim ik langs de balustrade naar beneden, richting espresso macchiato.  In de koffiebar springen mijn ogen wispelturig van de display met de vertrekkende treinen, via mijn polshorloge naar de espressomachine en de rij wachtenden voor mij. Zeven minuten heb ik om het lekkers te bemachtigen. In gedachten slinger ik me als een grijpstaartaapje naar voren, van de linkerschouder voor me naar de rechterschouder van de bebaarde man die net een koffie krijgt aangereikt. Met m’n lange staart grijp ik de koffiebeker uit z’n rechterhand. Via de hanglampen slinger ik mezelf snel de koffiebar uit.   De felle verlichting brengt me weer naar de werkelijke situatie: nog drie wachtenden voor mij, nog vier minuten voor mijn trein vertrekt.  Wispelturig verspring ik van de ene naar de andere voet. Een snel rekensommetje doet me twijfelen. Ik spring opzij en klauter tussen de mensenmassa het perron weer op. Ik hoor de conducteur fluiten en zet het op een lopen – even ben ik weer die grijpstaartaap en katapulteert mijn stevige staart mij net op tijd naar de laatste open wagon. Op een lege zitplaats ga ik uithijgen. Met een smachtende blik kijk ik naar de vrouw rechtover mij die net geniet van een koffie uit mijn favoriete bar.

Flor Naranja
2 0

“Te” is teveel

Tweedehands, rommelmarkt, recycleren… je bent op slag hip, wanneer je deze woorden in je mond neemt. Ik hou ervan: garageverkopen, ruilavonden, kringloopwinkels… Waarom nieuw kopen als je het ook tweedehands kunt krijgen? “Nieuw? Weggesmeten geld”, roepen de fanatiekelingen in koor. Maar wat als je af en toe eens zondigt?   Ik woon in een klein dorpje in de Kempen. Ofwel doe je mee, ofwel doe je niet mee… Iets ertussenin bestaat niet. Zo moet je blijkbaar niet schrikken, wanneer er plots een reeds gebruikte, maar nog volledige kinderkamer op je oprit staat als cadeau. Natuurlijk ben je dan verplicht die kamer te gebruiken, want twee weken later komen ze al kijken hoe mooi hij in de kamer staat. Ze niet gebruiken is een schande, ze naar het containerpark doen een doodzonde. Ik begin dus vol goede moed de kast en nachtkastjes te verven, zodat de meubels toch enigszins naar mijn zin zijn. Maar wat is verf duur! Als je dat maar eens tweedehands zou kunnen kopen… Niet veel later rijden mijn man en ik naar Ikea. Wat blijkt… We hebben meer geld uitgegeven aan verf dan dat we een nieuwe kast gekocht zouden hebben. Maar nu zijn we natuurlijk hip! Een magere troost…   Of die ene keer, wanneer ik zakken vol kledij kreeg van een vrouwtje dat net overleden was. Ik mocht alles hebben, want we hadden dezelfde maat. Als je fan bent van flanellen pyjama’s en huispakken, dan sprong je wellicht een gat in de lucht. Weigeren is in die situatie moeilijk. Gevolg: twee zakken vol kledij op de zolder, niet durven toegeven dat je er niet blij mee bent en hopen dat je de familie niet tegenkomt, zodat ze er niet naar vragen.   Op zo’n momenten voel ik me als een kartonnen doos in mijn eigen huis. Regelmatig word ik verplaatst, zonder dat ik er iets aan kan doen. Iemand anders beslist over mijn inhoud. Eigen beslissingsrecht heb ik niet.   Ik ben helemaal niet consequent in het gebruik van gerecycleerd materiaal. Zo koop ik nooit tweedehandskledij. En ja, ons toilet boven hebben we ook nieuw gekocht. Ik beschouw me dus als een wannebee, die haar best doet wanneer het haar uitkomt. En ik ben daar perfect tevreden mee. Toch kunnen de fanatiekelingen het verpesten voor de gematigde liefhebber van rommelmarkten als ik door je een schuldgevoel te geven bij elke (in hun ogen) miskoop die je doet. Verschrikkelijk vind ik het: de ogen op je gericht, wanneer je fier aan het vertellen bent dat je een nieuwe brievenbus in je voortuin hebt gezet. Zo moet een vegetariër zich voelen, wanneer hij toch één keer, misschien zelfs per ongeluk, vlees eet. Waarom kunnen mensen op dat moment zo bekrompen zijn, terwijl ze eigenlijk net heel ruimdenkend zijn door in te zitten over alle verspilling op aarde?   Kon ik maar een kartonnen doos zijn in de huizen van de fanatieke recycleerders! Wat verstoppen zij in hun dozen? Door een kijkgat kan ik dan zien wat zij ‘verkeerd’ doen. Nagelbijten of neuspeuteren is ook niet gezond, nietwaar?

Ruth2407
1 0

Meus versus de buffaloworm

Zelf ben ik sinds enkele jaren overtuigd flexitariër, eet dus overwegend vegetarisch, maar lust nu en dan een sappig stuk vlees . Door bewust mijn vleesconsumptie te minderen, probeer ik mijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Wat hierbij helpt, is dat ik tegenwoordig niet alleen bij de natuurwinkel vleesvervangende producten in de etalage vind.  Supermarkten bieden meer en meer vegetarische alternatieven en dat verlaagt de drempel.  Het wordt stilaan een vertrouwd beeld, het aparte vak in de koeltoog voor quorngehaktballen, seitanschnitzels, tofu-nuggets en aanverwanten. Groot was mijn verbazing echter toen ik in de lokale buurtsupermarkt hamburgers met als opschrift ‘Insecta’ zag liggen. Mooi verpakt in cellofaan, broederlijk naast de vegetarische alternatieven, en in dezelfde toog als de varkenslapjes en het rundergehakt. Hamburgers gemaakt van buffalowormen, stond er op de verpakking, maar voor de rest zagen het er verdacht normale vleesvervangers uit. Geen wormoogjes die komen piepen door de verpakking heen, of kronkelende lijfjes die om mijn aandacht schreeuwden. Gerustgesteld door het ontbreken van insectenpoten en de vertrouwde luchtdichte verpakking, stak ik het kleinood in mijn winkelmand om aan een smaaktest te onderwerpen. Terug thuis bracht ik mijn familieleden niet op de hoogte van het hoofdbestanddeel van de maaltijd die ik voor hen met zorg had klaargemaakt. De hamburger proefde een beetje naar noten, en de zachte textuur maakte dat ook mijn kleinste dochter zonder verpinken haar bord leeg at. Het ontbreken van enig uiterlijk kenmerk van de buffaloworm en de aangename smaak,  maakte natuurlijk dat het moeilijk was om in walging uit te barsten. Test geslaagd dus.   Kiwi’s van Mars Toen mijn grootmoeder in de jaren vijftig naar de lokale markt ging, zou ze dan met eenzelfde verwondering naar de langwerpige ovalen vorm van een kiwi gekeken hebben?  Eenzelfde wantrouwen gehad hebben over die harige schil, en het felgroene vruchtvlees met witte kern omgeven door een ring van zwarte pitjes? Waarschijnlijk lagen die kiwi’s tussen de appels en peren te pronken alsof het exotische schepsels waren. Ingevoerd uit Nieuw-Zeeland dan nog, een land dat toen verder van hun bed leek dan Mars nu. Vandaag is de kiwi niet meer weg te denken uit ons dagelijkse fruitaanbod. Zou de insectenhamburger deel uit gaan maken van ons weekmenu? Moeten we onze weerzin voor kruipende zespotige vrienden overwinnen? Of zijn er genoeg vleesvervangende alternatieven op de markt? De kiwi zal destijds meerdere wenkbrauwen hebben doen fronsen, ook die van mijn grootmoeder, maar eiste na verloop van tijd haar plaats in de fruitmand op. Geen idee of de buffaloworm binnenkort de kookboeken van Jeroen Meus haalt, mijn dochter is in ieder geval fan.

Mathias Onzia
0 0

Zeetongen en bakvissen

‘Het neusje van de zalm aan de Turkse Rivièra’. Zo stond het er. In megalomane letters boven een foto van een idyllisch mediterraans landschap. Aircoblazers wuiven ons koelte toe wanneer we binnenstruinen in het onderwaterpaleis, onze biotoop voor de volgende paar dagen. Het hele gebouw bestaat uit glas, waardoor je je in een bokaal waant. Alles lijkt hier ook besprenkeld met een vleugje onechtheid: de marmeren zuilen in de gang, het bladgoud aan de muur, de vriendelijkheid van de receptionisten,... Het is duidelijk niet al goud wat blinkt. 12 uur. Tijd voor ons allereerste all-in vreetfestijn. Something smells fishy. Als hongerige haaien cirkelen we boven een neonkleurig koraalrif van gebak. Iedereen hapt in het wilde weg. Het schuldgevoel knaagt en ik voel me zo opgeblazen als een luchtmatras. Op naar het zwembad dan maar. Na een tijdje zoeken vind ik een ligstoel die geen handdoekenreservatie draagt. Om m’n indigestie te verwerken besluit ik een dutje te doen. Opgeschrikt door een dictatoriale animator schiet ik wakker. Aquagym voor mevrouw? Bingo voor meneer? Wat een kwal. Op naar het strand dan maar. Als haringen in een ton liggen mensen bijeengepropt op wat een strand moet zijn. Naast me ligt een vrouw te frituren. De rode kreeft die naast haar ligt heeft overduidelijk zijn kookpunt al bereikt. Op naar de zee dan maar. Met de ingebeelde elegantie van een zeemeermin waag ik me aan een poging tot onderwaterschoolslag. Ik blub. Ik blub tot ik niet meer kan. Ik blub recht in een buurtzwemmer zijn blubberbuik. Ik slaak een kreet als een sirene en maak hem uit voor rotte vis. Tijd om naar huis te gaan. We worden iets te enthousiast uitgecheckt. ‘Hebben jullie van jullie verblijf genoten?’, vraagt de receptionist. ‘Ja hoor, als een vis op het droge.’

Tülin Erkan
1 0