Lezen

Verbleekt rood

Rood haar zelf geknipt valt over haar zorgvuldig omlijnde ogen. Wanneer ze me aankijkt als ik binnenkom met mijn bagage van de dag knapt mijn overspannen hart.   Piercings wilt ze niet, een tattoo misschien en ze verbaast zich over zoveel onbegrip. Bijna vijftien is ze nu, nog altijd speurend naar verjaardag bezoek. Instagram is haar portaal, haar make up haar verhaal. Ze is het kind van een alcoholist, een kind uit het elfjesbos.   Ze flirt de godganse dag met haar eigen spiegelbeeld, maar vreest de marges tussen de omlijsting en haar kamer. Haar kaders zijn de muren van onze sociale huurwoning en haar overgebleven data.   Zomervakantie is voor haar een straf gevuld met lege dagen. Vriendinnen maken kan ze niet, vrienden zijn nog minder.   Ze is een dochter van een sterke vrouw zelfvoorzienend en alleen. Alleen zij kent de uitgegumde wazen over de lijnen van mijn verhaal.    Ze lijdt, ik zie het en alles wat ik haar bieden kan zijn mijn verstramde pogingen tot kalmte.   Ze plooit zich naar mijn humeur en naar mijn tijden van aankomst en vertrek. Ik duw, ik trek, ze trekt futloos terug.   Haar kont is van een jonge vrouw, haar duim nat van haar mond. Haar knuffel klampt zich vast aan haar wuivende kindertijd. Het heeft enkel nog een kopje, zijn lijf hangt aan elkaar van 15 jaar verdriet en eenzaamheid.   Ik wil haar dragen weg van hier naar stroomopwaarts. Naar een thuis waar een vader is, een zus en fijne buren en vrienden die spontaan binnenvallen en allen blijven eten.   In het weekend maakt ze plaats voor mijn opgebloeide liefde. Ze weet van zijn bedrog. Wanneer ik mijn lach lach zie ik haar schouders dalen, wanneer ik vloek zie ik haar rug, wanneer ze zachtjes de kamer verlaat.   Ze is mijn kind gegroeid in het beste van wat ik had, het beste van twee kwaden.  Ik wil haar geven alles wat ik kan maar ik kan niet meer.  

Susanna
26 0

Thuishaven: gedichten op, over en onder plekken - 2 delig gedicht

1 Want waar je je graag bewust bent maar je uitzweten in bestaan wil terugverdienen (dubbel en dik: in emotie, spanwijdte: genoeg) Daar: een ijzeren wil, over dit staren zegt ze ‘Jij daar met mij, jij weet wel?’   Waar ik voor sta? Maar ik gedraag me ernaar. Bijgevolg ik die is wie ik wil zijn, niet wie ik kan. Als een unieke metropool van je bosje huistoeristen. (Iedereen is hier altijd thuis)   Polshoogte nemen, maar, geen zorgen, het is hier dat ik nog zitten zal. En liefst alles transparant houden, niet vergeten denken aan morgen en staren tot je erin zou kunnen verdrinken. Woorden rollend bijschaven als een amorfe taal waarin iets in steekt: namelijk een boodschap die mijn taken in zich opneemt. ‘Ziet u me hier nu zitten’ (dit was mijn antwoord)   Doorlopen om er onderdoor te kunnen gaan en orde te scheppen, het kan alleen maar hier, waar gewenning een pars pro toto zou kunnen zijn.   Het zit me ook zo lekker dit laagje voedsel voor kwatongen. Vandaar, er kan nooit genoeg van zijn, een nooit genoeg is zeker op zijn plaats en luistert nooit genoeg.   Subliem wordt pas gezien als de dagen vormen wat ze zijn. Noemen bij naam en liefst vandaag, omdat wij je goed genoeg kunnen zijn voor wie je zou willen zijn.       2 Schrijven wat ik al ben zou me gezond kunnen houden. Mijn plaats ver weg of lang geleden. Nu ben ik ontheemd geraakt.   Gent? Ze zou kunnen dienen. Tussen mij en dat verre oord enkel dat rondvliegende gevaarte Teleurstelling, die krachtpatser, maar waar van aard.   Zwaarte. Hefboom. Daar ga ik. Schrijven waar? Niet weer, het is een kwestie van geduld en geloof in se.   Een essayist met een doel willen worden en dan dat grote doel najagen: geloofwaardigheid.   Bezig nu het nog kan en daar werd ik geboren. Madensuyu de oren in, Gent de wereld uit, het had gekund. Ook mogelijk: Madensuyu te hoog inschatten (nooit!), en mezelf vrijpleiten van het dwangschrijven. Tot ongeloof van de lezer, bedankt consument.   Grote woorden in steden die zich als dorp vermommen maar met een nog grotere rol te vervullen: staan voor wat ze zijn. Zwaaien want: de tijd valt als een persoon. Daartussen komt alles dat we denken dat we schrijven.   (Eronder een stukje tekst: niet aanraken, bijna gevaarlijk!) Tabula rasa, gelukkig!   Gezellige betwetersfeer onder de radeloze uitgevers die ook geen ander leven zouden willen, het heeft niet veel gescheeld.    

Dries Verhaegen
15 0
Tip

Het is Robert Anker - Mechelen

Het is Robert Ankers stem die me wakker schudde. Wakker worden deed ik in de vertrekhal, is ook maar een woord. Zo blijven we bezig. De gesprekken die al in je drijven nog onuitgesproken, zo blijven we bezig. Leonie moet al op de toppen van haar tenen gaan staan voor een glimp van de zaal met taal, of noemde ze Justine, zo blijven we bezig. Maar het is een bewijs dat niets zeker is, alleen maar beter dan ervoor, want nu is nu en straks is dan nu. Meer hebben we niet in deze vondst. Dus verzinnen maar.   Ik zie wat taal niet ziet en ben het alweer vergeten. Sporen van handschrift zijn het, eerste mail van mijn emotie die in me gedrukt stond en nu verzonden naar de tong. Kijk uit, hij is geletterd.   Lezen is a) ontdekken b) verwekken   c) leuk want ik woon te Mechelen. Taal vormt het netje dat de buitensporigheden van empathie zou kunnen filteren, maar dit vervolgens niet doet en zegt: in mijn potentieel verveel ik me nooit. En wij maar luisteren. Dat ik vergeet hoe ik heet in de weifelachtig warme literatuur. Waarna ik opsta en mezelf voorstel. Ik ben mijn boek omdat ik heet wie ik denk. Ik denk dat ik groot ben maar daarmee verzet ik nog geen bakens en ben ik al helemaal niet onsterfelijk, want wat zouden we meer willen dan willen? Het lezen blijkt het wezen.   Dan belt moeder: zo is ze nog net geen schrijver. Moeder belt want ik ben een zoon en of ik er niet ben als ze niet belt. Zegt: hoi lust je vanavond alles want als kind wat je nu krijgt. Wat je zoals leest als je nee zegt: Vestdijk en Joyce want je vindt ze waar je zoekt. Neenee moeder, zo werkt dat niet. Ik ken de verkoper door er weer te komen en altijd. Hij kent me want heeft geen keuze en dit is Mechelen     Of de apotheek en de bib in één want dit pakje boeken staat me. Happy days, jij ook moeder. Zie je in de dagen dat ik nee zeg. Haha daar heb je me.   Moeder die ophangt. Ik die de dag in de volgende zin nestel: Ook morgen kan vandaag zijn als je de telefoondraad je hoofd in altijd maar bellen. Kan ik nu nooit eens.   Boek is al uit, next up: Het boek alfa of een Hellevaart. Niet geleerd, wel verknocht als tast op beenmerg. Harder fietsen Dora! Iloveyou maar je bent mijn hier en nu al. Harder fietsen als je me maar vastpakt ach zonder gemaar.   Ik heb niet gehuild toen je niet nee zei en ook niet zei. Doodnormale vriendin wat heb ik je. Dat we zonder elkaar enkel maar alleen net woord.   Nu is nergens maar op het lezen na vertel ik je de wereld in die om onze kant en klare verbinding draait. Dora die belt:   Slik ik de gesloten woorden in komen ze en zo weer de telefoon weg de weg uit naar jou. You but I’m always blue.Nergens zou ik de woorden weer onderuit kunnen halen maar erg gevat - zucht - roep ik haar weer tot leven.   Ze zwijgt me tot mijn naam vergeten maar ik zie de verkoper ook graag omdat ik er altijd.   Harder fietsen. Nu is toen toen er straks dan weer meer is. Dat we elkaar steeds weer naast elkaar zullen lopen en liefst nog draai ik mijn hand rond je naam en draag ik je ook nog eens terug de dag in. (Ik die de dag in de vorige zin in nestel)  

Dries Verhaegen
68 0