Lezen

De kruisweg

‘Geef me de beits eens aan?’ Carmen veegt snel haar handen schoon, zoekt de juiste pot en schuifelt dociel op hem af. De combinatie van de verzengende hitte van de lampen waaronder ze werken, de penetrante geur van het goedje, de mufheid van de kerk: het doet haar duizelen. Instinctief grijpt ze zijn arm. Hij gromt, maar draait zich niet om. Met haar vingers om zijn getaande pols realiseert ze zich dat ze hem best aantrekkelijk vindt. Ze had een oude, bestofte eenzaat verwacht, toen ze solliciteerde voor een stageplek. Deze conservator was evenwel allesbehalve oud of bestoft. Hij was misschien geen grote prater, hij had haar wel van de allereerste dag gecharmeerd met het buitenlandse accent waarmee hij haar op tijd en stond van instructies voorzag. Na een korte dwaling hervindt ze haar balans, lost haar greep en focust terug op de reeks schilderijen naast hem. Al brengt de stijl van de tableaus haar niet echt in bekoring, de thematiek van de reeks intrigeert haar wel. In gedachten verzonken overloopt ze de Via Dolorosa en houdt gefascineerd halt bij de elfde kruiswegstatie, waar Jezus aan het kruis wordt genageld. ‘Heb je je ooit afgevraagd hoe dat moet hebben gevoeld, gekruisigd worden?’ Een warme adem doet haar nekhaartjes trillen. Zijn stem kraakt, zoals de treden van de trap die ze gisteren namen om het kerkorgel in de was te zetten. In een opwelling draait ze zich om en repliceert vrank dat ze nog nooit die eer heeft gehad. ‘Mag ik?’ Ze huivert, vraagt zich af of hij weet dat zijn ogen haar aan smeulend hellevuur doen denken. Toch knikt ze, legt gedwee haar hand in de zijne en volgt hem naar het manshoge, vergulde kruisbeeld dat prominent de holle ruimte siert. Zwijgend posteert hij haar ervoor, strekt zorgvuldig haar armen uit. Uit het niets tovert hij een set snelbinders tevoorschijn waarmee hij haar polsen vastbindt. Hij gromt opnieuw wanneer ze schrikt, doch de plotse twinkeling in zijn ogen stelt haar gerust. ‘Jezus werd ontdaan van zijn kleren ...’ Hij haakt zijn ogen in de hare, opent zijn lippen en begint zwijgend aan de lange weg knoopjes die haar knielange jurk samenbinden. Opgelucht juicht ze haar beslissing van deze ochtend, om het nieuwe setje aan te trekken, toe. Dan stokt ergens halverwege haar adem. Haar geheim! In paniek spant ze haar vuisten. Hij had haar tot dat moment nog steeds niet aangeraakt, maar nu voelt ze zijn hand door het dal van haar borsten glijden. Wat als hij afdwaalt naar haar heupen? En hij daalt af. Richting het plekje op haar lichaam dat ze altijd angstvallig voor de buitenwereld verborgen hield. Ze zet zich schrap, haar ogen verdrinken in angst. Het blijft echter stil. Nieuwsgierig opent ze één oog en ziet hem gebiologeerd het bordgrote litteken bestuderen. Met de grootste eerbied verkennen zijn vingers de perkamenten restanten van de brandwonde, alsof het een geschrift in braille was. Dan glijden ze verlangend verder naar haar slip. Ze slikt wanneer hij gulzig de kanten stof bevoelt en bidt vurig dat hij de zweetgeur tussen haar benen niet opmerkt. ‘Je bent nat,’ lispelt hij. Met haar vocht nog op zijn vingertoppen schrijdt hij terug omhoog en exploreert het bloemetjespatroon van haar beha, waarop haar tepels instinctief in het gelid gaan staan. Hij is nu vlakbij, ze voelt hoe zijn adem een geruststelling in haar nek blaast. Alsof hij hele dagen niets anders doet, frunnikt hij de randen van de stof naar beneden, waardoor haar jonge borstjes pront tevoorschijn springen. Ze likt aan haar lippen, het frambozenaroma van de lipgloss is helemaal weg. Haar hart bonkt nu zo hard in haar keel dat ze zich nauwelijks bewust is van de klok die drie keer slaat, wanneer hij met twee vingers de laatste verhulling van haar lendenen wegneemt. Ze siddert en trilt over haar hele, verhitte lijf maar wil, nee eist, dat hij verder gaat. Blijkbaar ziet hij het anders. Hij stapt achteruit, waardoor ze iets blinkend voor haar neus ziet flitsen. Wat? Een judas? Heeft ze hem zo fout ingeschat? Ze blokkeert wanneer hij dichterbij komt en haar met glinsterende kooltjes aankijkt. Het koude lemmet beroert haar hals, haar borsten, glijdt langs haar navel en over haar venusheuvel. Dit is het, denkt ze, dit is het moment waarop Jezus aan het kruist sterft. Ze zakt in elkaar, wetend dat niets of niemand haar nu nog kan helpen. En dan voelt ze hoe hij haar polsen lossnijdt. Wanneer hij vervolgens wegloopt, draait hij zich nog eenmaal om – zijn broek is nat – voor hij de sacristie induikt. Vliegensvlug knoopt ze haar schaamte dicht, grijpt haar tas en snelt naar buiten. Het was haar laatste dag, ze zal hem nooit meer zien, doch zal ook nooit meer een kerk kunnen binnenwandelen zonder terug te denken aan deze heiligschennis.  

Vlechtenmeisje
9 1

Herkenning in het collectieve proces

Het gevoel van onmacht en frustratie dat mij het laatste jaar soms bekruipt, herken ik van in de tijd toen ik wanhopig door ziekenhuizen dwaalde. Zoekend naar antwoorden en verlossing liep ik verloren ten midden de absurditeiten, tunnelvisie en grootheidswaanzin van de medische wereld. Ik zei het al eerder en wil het nogmaals benadrukken: alle respect voor het medisch personeel dat zich uit de naad werkt om mensen te helpen. Want naast kafkaiaanse toestanden heb ik ook veel oprecht medeleven en hartverwarmende intenties ervaren. Maar het blijft een feit dat het medische systeem barst van de blinde vlekken en daardoor soms meer kwaad dan goed doet. Weet dat dit niet de frustratie is die spreekt, hier spreekt diepgaande, langdurige ervaring. Hier spreekt iemand die, van zolang ik mij kan herinneren, het leven probeert te begrijpen. Iemand die, volgens sommigen teveel, nadenkt, analyseert en actief verbanden legt. En al dat zoeken, zelfs naar existentiële antwoorden die als eeuwige mysteries worden beschouwd, heeft mij geen windeieren gelegd. In essentie gaat het niet om ontdekken, maar om herinneren. Want in het hart van onze ziel weten we alles al. Het idee, soms verpakt als advies, dat ik moest leren leven met een chronische ziekte heb ik telkens opnieuw naast mij neergelegd. Daarvoor heb ik teveel vuur in mij. Het willoos aanvaarden van een chronische aandoening is exact hetzelfde als het aanvaarden van emotionele blokkades, beperkende overtuigingen en een laag zelfbeeld. Het ene is dan ook rechtstreeks verbonden met het andere. Verander hoe je denkt en je lichaam zal volgen. Het klinkt simpel, maar ik heb er bijna twintig jaar over gedaan om het tij te keren. Ik ben er nog steeds mee bezig. Het is een understatement als ik zeg dat ingeprente overtuigingen en onbewuste zelfbeschermingsmechanismen hardnekkige dingen zijn. Het onderbewustzijn is dan ook erg gelaagd, met veel hoekjes en onverwachte bochten. Mensen die dicht bij mij stonden, waren er getuige van hoe ik vaak emotioneel verward en uitgeput thuiskwam van een ziekenhuisbezoek. Terwijl ik wanhopig elk noodzakelijk protocol en onderzoek onderging, schreeuwden mijn gevoel en verstand dat er van alles niet klopte. Met de operatie die ik in 2009 onderging als kers op de toxische taart. Het hele verhaal over een auto-immuunziekte was de duisternis die mij gevormd heeft tot wie ik vandaag ben. Het moeilijke pad dat mij leidde naar alle waardevolle antwoorden die ik reeds als klein meisje trachtte te herinneren. De angst omtrent de ziekte werd mij grotendeels aangepraat. Mensen die ik als deskundigen beschouwde, vertelden met regelmaat een verhaal waaruit bleek dat mijn opties beperkt waren. Ik ben jarenlang meegegaan in de mallemolen van onderzoeken, studies en therapieën. En toen kwam er een breekpunt, een pikzwart moment waarin ik niets meer te verliezen had. Dat schepte ruimte voor verandering. Ik herinnerde mij dat ik mezelf kon vertrouwen. Dat ik mezelf van binnenuit kon helen en niet langer op externe verlossing moest wachten. Dit is mijn persoonlijk verhaal. Ik zie nu hoe wij collectief een gelijkaardig verhaal aan het beleven zijn. Hoe wij alles inzetten op externe verlossing. Mensen laten zich massaal  injecteren met een onbekende substantie omdat ze vrij willen zijn. Net zoals ik destijds, leggen ze hun leven met blind vertrouwen in de handen van de wetenschap. Uiteraard had ik angsten en twijfels toen ik op de operatietafel werd gelegd. Maar ik keek er ook reikhalzend en enthousiast naar uit, ervan uitgaande dat ik daarna weer normaal zou kunnen leven. Met hetzelfde soort enthousiasme zie ik mensen nu in de wachtrij van het vaccinatiecentrum staan. Ik herken de medische starheid die oplossingen opdringt voor problemen die ze zelf maar half begrijpt. De resem specialisten die ik zag, bevestigden dat de precieze oorzaak van een auto-immuunziekte niet gekend was. Ze deden enkel aan symptoombestrijding. Dit gapende gat in de informatie waarnaar ze handelden, waar mensenlevens vanaf hingen, bleek geen motivator om zich te verdiepen in andere, meer holistische, visies omtrent gezondheid. Er heerste eerder de trend om zulke ideeën weg te lachen. Ik besef anderzijds ook wel dat het niet evident is om de heersende wetenschappelijke denkpatronen te verbreden of om te buigen. Het huidige systeem is zoals een op hol geslagen machine die enkel nog met een brute zelfdestructieve kracht tot stilstand kan komen. Het heeft veel tijd en werk gekost om mij te ontdoen van de ingeprente en aangeprate ideeën over mijn gezondheid. En ook collectief zullen wij tijd nodig hebben om het hele virusverhaal te boven te komen. Ik kijk elke dag met lede ogen toe hoe de angst voor virussen en besmetting naarstig levendig wordt gehouden. Net zoals vroeger in het ziekenhuis kan ik mijn bedenkingen en vaststellingen niet voor mezelf houden. Net zoals toen voel ik onmacht en frustratie bij het zien van de waanzin die zich rond mij afspeelt. Maar ik kan alles ook vanuit een goddelijk standpunt observeren; vanuit een perspectief dat niet oordeelt en elke ervaring, visie en handeling evenwaardig liefheeft. Ten bate van de collectieve vibratie en mijn eigen welzijn, probeer ik mijn licht fel te houden. Ik wil mezelf ankeren in mijn kracht, vol vertrouwen, en me niet laten beïnvloeden door de angstvibratie die de ronde doet. En ik verbind mij met anderen die hetzelfde licht verspreiden. Dat geeft steun, want mijn ervaring zegt dat het vaak eerst erger moet worden alvorens het kan beteren.

KarolienDeman
7 0

De realiteit is een spiegel

De realiteit is subjectief en persoonlijk, voor iedereen iets anders. We kunnen naar hetzelfde kijken en elk totaal iets anders ervaren. En geen van beide interpretaties is ‘juister’ dan de ander, het zijn gewoon verschillende perspectieven. Iedereen creëert zijn eigen perspectief op het leven. Sommigen zijn zich daar erg bewust van, maar er zijn ook veel mensen die ervan uit gaan dat de realiteit hen overvalt, overmeestert zelfs, en dat ze er totaal geen vat op hebben. Zij ontkennen dan ook iedere verantwoordelijkheid voor wat hen overkomt of tegengaat. De grens tussen intern (ik) en extern (iets/iemand anders) is een illusie. Alles wat ik rondom mij ervaar, is een weerspiegeling van wie ik ben. Van processen in mezelf, dingen waarmee ik bezig ben. Als je zo naar de wereld kijkt, dan krijgt alles een symbolische betekenis. Zo ben ik bijvoorbeeld al een tijdje bewust bezig met het thema grensafbakening. Het is een werkpunt dat zich in verschillende gedaantes in mijn realiteit voordoet. Ik kom in allerlei situaties terecht waarbij ik de kans krijg om te kiezen tussen wat goed voelt voor mij (= mijn grenzen) en wat ik denk dat hoort of verwacht wordt. Stuk voor stuk mooie oefeningen, wat niet wegneemt dat ze soms voor spanning en stress zorgen. Ik heb het eigenlijk gehad met mezelf, of beter gezegd met dat deel van mezelf dat niet authentiek durft handelen uit angst voor afwijzing. Echt iets kotsbeu zijn, is vaak het beste dat je kan overkomen. Want dan ga je iets veranderen. De laatste weken voel ik dat er zoveel beweegt, dat ik flink aan het groeien ben. Blokkades die ik mezelf had opgelegd, zijn aan het oplossen. Mijn voornaamste intentie is om steeds vanuit eigenliefde te handelen en wees er maar zeker van dat zulke intentie aangename resultaten genereert. De vibratie die ik daarbij uitzend werkt magnetisch op voorspoed en inspirerende ontmoetingen. Want zo zit het natuurlijk in elkaar: wat we voelen en denken reflecteert in onze werkelijkheid. Een problematiek die zich blijft herhalen nodigt uit tot dieper zelfonderzoek. Vaak herkennen we ons eigen spiegelbeeld niet meteen. Het leven ervaren en daarbij onszelf leren kennen, dat noem ik de zin van het leven. Dat grenzen mijn aandacht krijgen, uit zich niet alleen in het op afstand houden van bepaalde mensen en tijdig neen zeggen. Maar zo vind ik het ook belangrijk dat het bosje, dat ik momenteel aan het inrichten ben tot een heilige ontmoetingsplaats, volledig omheind en afgeschermd is voor nieuwsgierige passanten. Net zoals bij mijn persoonlijke energetische grenzen, is dit iets van lange duur. Er zijn veel fases en stappen aan vooraf gegaan om te komen waar we nu staan, het is dan ook een flinke lengte. De wilgenmatten die tegen de omheining hangen, lieten twee maand op zich wachten. Het was na een tijdje  zelfs niet meer duidelijk of ze überhaupt zouden geleverd worden. En plots daagde het mij: mijn grenzen komen niet toe! Zowel letterlijk als figuurlijk kwamen ze niet toe. Ik zei het nog tegen mijn liefje: ‘je zal zien, van het moment dat ik mijn persoonlijke grenzen respecteer, dan zullen mijn wilgenmatten geleverd worden.’ Het viel me daarna op hoeveel kansen ik kreeg voorgeschoteld om te ‘bewijzen’ dat ik wel degelijk enkel nog keuzes maak vanuit eigenliefde. Ik was ontzettend vastberaden. Het gaf mij zelfs een beetje een kick om het lieve meisje in mij opzij te schuiven en vriendelijk maar kordaat mijn ruimte en rust op te eisen. Zonder schuldgevoel of twijfel. Voor een doorwinterde empaat vraagt dit om oefening. En dan kwam het verlossende telefoontje: de wilgenmatten werden geleverd! Mijn dankbaarheid en blijheid kon niet op! Het voelde als een beloning. Het zijn maar een hoop bij elkaar gebonden takken, maar ik had hier enorm naar uitgekeken. Ze stonden symbool voor zelfbescherming, voor het afschermen van mezelf. De blokkade die voorkwam dat ze geleverd konden worden, werd opgelost. In de wereld en andere mensen lees ik mezelf. Soms is het confronterend, voelt het vervelend, en wil ik ervan weglopen. Soms vel ik harde oordelen over wat ik zie. Maar steeds herinner ik mij dat ik in wezen naar mezelf aan het kijken ben. En wat zegt mijn reactie op bepaalde dingen over mezelf? Onlangs zat ik op een terrasje in Gent aan het water, genietend van een ijskoude roze mocktail, mensen te kijken. Levend ten midden van de natuur, was dit voor mij een occasionele feestelijke weelde van indrukken en energieën. Enorm fascinerend om te observeren, doch voor mijn welzijn vermijd ik het meest van de tijd zulke drukke plekken. Wat ik zag was een oneindigheid aan mogelijkheden. Een massa mensen, allemaal met hun unieke perspectief op het leven. Stuk voor stuk creators van het collectieve decor waarin we leven. Diversiteit is de voedingsbodem voor bewustzijn. Alles wat we niet denken te zijn, bakent af wat we wel zijn. In de collectieve dualistische realiteit heeft alles zijn tegengestelde nodig om te kunnen bestaan. En dat vind ik geruststellend.

KarolienDeman
174 1

Spiritualiteit is geen hobby

Ik heb me voorgenomen om geen blad meer voor de mond te nemen. Mijn woorden werden steeds gewikt en gewogen zodanig ze bij een groot publiek ingang zouden vinden. Maar ik wil mijn waarheid niet langer nuanceren of verzachten. Tot mijn opluchting merk ik dat ik steeds beter kan loslaten. Wat een ander eventueel denkt over mij heeft geen invloed meer op mijn schrijven. Op mijn creaties in het algemeen. We zijn met verdomd veel mensen op deze aardkloot. Mensen die zich distantiëren van mij maken alleen maar ruimte voor anderen die meer op dezelfde golflengte zitten. Alleen zal ik nooit zijn. Ik heb niets te verliezen en kies resoluut voor mijn authenticiteit. Mijn intentie is liefdevol en ik spreek vanuit het hart. Uiteraard zal ik altijd zelfkritisch blijven, doch zonder mezelf neer te halen of te beperken. Alles is altijd in beweging, maar de laatste tijd voel ik het feller dan anders. Het voelt alsof ik een grote sprong aan het maken ben in mijn ontwikkeling. En ik ben zeker niet de enige, het COVID-verhaal houdt een globale shift in. Dit is een periode van bewustwording. Spiritualiteit is in feite een synoniem voor bewustwording. Er is doorheen de geschiedenis veel geschreven over de verschillende stadia van geestelijke ontwikkeling. Zo vond ik het model van Dr. Clare W. Graves genaamd Spiral Dynamics ontzettend interessant. Mensen zijn natuurlijk niet in hokjes te categoriseren, maar het kan wel handig zijn om te kunnen inschatten in wel stadium van ontwikkeling iemand zich bevindt, zo weet je ook meteen wat die persoon belangrijk vindt in het leven. En kun je daar eventueel op inspelen. Zelfs als je geen weet hebt van de verschillende modellen van ontwikkeling, kun je iemand gemakkelijk inschatten. Het stadium van bewustzijn laat zich onder andere lezen in iemands woordenschat en persoonlijke keuzes. Spiritualiteit is geen hobby, het is een wezenlijk onderdeel in het ontwikkelingsproces. Op een gegeven moment bereik je het stadium waarin spiritualiteit een rol speelt. En dan is er geen weg meer terug. Evolutie beweegt slechts in één richting. Ja, ik doe hier bewust de ogenschijnlijk pretentieuze uitspraak dat mensen die niet met spiritualiteit bezig zijn, zo ‘ver’ nog niet staan in hun ontwikkeling. Waarmee ik niet zeg dat deze mensen dommer zouden zijn, intelligentie verschijnt immers in veel gedaantes. Intelligentie is nog iets anders dan bewustzijn. Iemand kan bijvoorbeeld een hoogbegaafde wiskundige zijn, maar zich anderzijds niet bewust zijn van het feit dat hij de creator van zijn werkelijkheid is. Ieder van ons zal het stadium bereiken waarin we ons herinneren wie we in essentie zijn. Iedereen wordt zich ooit eens bewust van de kracht die uitgaat van gedachten en gevoelens. Beseffend dat die kracht bewust te hanteren is. En om er nog een schepje bovenop te doen, althans in de ogen van mensen die het spirituele stadium nog niet hebben bereikt: als dit bewustzijn in dit leven niet plaatsvindt, dan zal het voor een volgend leven zijn. Er is geen wet die zegt dat je moet lijden om bewust te worden, maar ikzelf en zoveel anderen hebben het wel op die manier ervaren. Extreme duisternis, ellende en wanhoop kunnen dat extra zetje geven om over te gaan naar een volgend stadium. Ik wil nog even verduidelijken dat spiritualiteit en religie twee verschillende dingen zijn. In moeilijke tijden kunnen mensen troost en kracht halen uit het geloof in een ‘hogere kracht’ die ze dan eventueel God noemen. Spiritualiteit haalt troost en kracht uit een weten dat wijzelf die goddelijke kracht zijn. De oppervlakkige connotaties die met spiritualiteit verbonden zijn (zoals kristallen, wierrook, tarotkaarten, helderzienden, …) wekken de illusie dat spiritualiteit een bezigheid is voor een bepaald soort mensen. De stereotypen die bestaan over een spiritueel persoon suggereren dat het gaat om een subcategorie, zoals er bijvoorbeeld ook bikers, hippies of punkers bestaan. Maar het spirituele bewustzijn kan veel vormen aannemen en maakt geen onderscheid in wat voor type persoon iemand is. Het gaat hier niet over een subcategorie, noch is het een tijdelijke fase. Spiritualiteit is iets waar je langzaam ingroeit. De aanvang van het bewustzijn kan gepaard gaan met een enorm enthousiasme. Het is ook gewoon heerlijk om je te herinneren dat je God bent. Maar het is een valkuil om te denken dat dit weten het leven gemakkelijker zal maken. Integendeel, want spiritueel bewuste mensen zijn nog steeds in de minderheid. Het is niet gemakkelijk om je authentiek te bewegen ten midden van zoveel onbewustzijn, wat de huidige crisis enorm accentueert. Het vraagt moed en vooral zelfzekerheid om voluit en authentiek te durven spreken over spiritualiteit in een cultuur die hier ietwat lacherig mee omspringt. We leven in een rationele wereld waarin wetenschap steeds het laatste woord krijgt en de regels dicteert. We vergeten echter dat diezelfde wetenschap slechts enkel decennia oud is terwijl spiritualiteit letterlijk zo oud als de mensheid is.

KarolienDeman
4 0

Sociaal contact en grensafbakening: nog steeds een uitdagend werkpunt

Er zijn van die dagen dat alles en iedereen als ‘teveel’ voelt. Ik heb geleerd om dit gevoel samen te vatten met de zin ‘ik ben overprikkeld’, in de hoop dat anderen dan begrijpen wat ik bedoel en afstand nemen. Of anderen mij al dan niet begrijpen, is anderzijds iets waar ik niet meer mee bezig wil zijn. Het is vermoeiend om mezelf te moeten verklaren. Volgens mij is het comfortabeler leven als ik me alleen nog zou omringen met mensen die mij verstaan met weinig of zonder woorden. Er zijn zoveel mensen die ik ‘lief’ vind, waarvan ik weet dat ze een goede inborst hebben. Dit neemt helaas niet weg dat ik weerstand voel om met hen om te gaan. Met al hun liefheid en goede bedoelingen gaan ze vaak los over mijn grenzen. Dat doen ze geheel onbewust, ik kan hen niets verwijten. Mijn grenzen liggen soms in rare kronkels, ik kan het ook niet laten om ze van tijd tot tijd te overschrijden. Toch wil/moet ik ze respecteren, voor mijn welzijn. Want zoals ik al zei en zal blijven herhalen: eigenliefde is het ultieme medicijn. Wanneer ik afspreek met mensen, dan wil ik ook ongeveer kunnen inschatten wanneer de tijd om mezelf alleen terug te trekken weer zal aanbreken. En als dat moment te lang op zich laat wachten, kan ik daar ontzettend verstoord van raken. Ik vind het ook belangrijk dat elk contact een meerwaarde heeft, dat het mij iets op- of bijbrengt. Dat ik er mij op z’n minst aan kan opladen. Ik heb me natuurlijk al afgevraagd of ik veeleisend, hautain en/of opportunistisch ben. Maar dat strookt dan niet met het genoegen dat ik haal uit het geven van liefde. Er is geen gulden middenweg, ik kan geen toegevingen doen naar anderen zonder mezelf te schaden. Het is alles of niets. Volledig met hart en ziel connecteren of geen connectie. Het zijn de halfslachtige connecties die mij leegzuigen. Als mijn relativeringsvermogen op volle toeren draait, dan is dat het signaal dat het niet goed zit. Dat relativeren kan zo klinken: “ Ik begrijp haar standpunt zeer goed, eigenlijk doe ik gewoon moeilijk met al mijn regeltjes.” “ Zijn grove reactie stamt voort uit een moeilijke jeugd, hij wil zichzelf alleen maar beschermen.” “ Ik zou die afspraak liever afzeggen, maar kom, het is slechts voor een paar uurtjes.” Er zijn tal van situaties waarbij ik de kans heb om te kiezen voor mijn gevoel, voor mezelf, maar toch handel naar verwachtingen. Niet alleen anderen, maar vooral ikzelf construeer die verwachtingen. Ik wil een goede gastvrouw, organisator, schrijfster, vriendin, zuster, dochter en geliefde zijn en ga ervan uit dat daar bepaalde prestaties aan vasthangen. Dat ik dingen moet doen, in plaats van gewoon mezelf te zijn. Ik kan mijn grenzen weg relativeren om dan niet veel later emotioneel in te storten. Alle kleine, op het eerste zicht onbenullige, dingetjes bij elkaar klitten uiteindelijk samen tot een verstikkende bal. Soms kan ik er zelfs niet echt de vinger op leggen wat mij precies van streek maakt. Mijn weelderig vloeiend empathisch vermogen zorgt er ook voor dat het onderscheid tussen mijn eigen gevoelens en de gevoelens van anderen onduidelijk kan zijn. Ik heb al vaak het vermoeden gehad dat mijn gemoed meedeint op de golven van het collectieve bewustzijn. Dat de collectieve onrust ook mijn persoonlijke bubbel binnendringt. Als ik dan huil, zijn mijn tranen niet alleen de mijne. De hele covid crisis, nu in het bijzonder de kwestie om je al dan niet te laten vaccineren, zet mensen en relaties onder druk. Om mezelf te beschermen, voor mijn gezondheid, zou het goed zijn om mij volledig af te sluiten voor het onderwerp. Ik doe mezelf al een groot plezier door geen televisie in huis te hebben. Maar het is een realiteit die ik niet kan ontlopen. Het heeft invloed op mijn relaties en persoonlijke keuzes. Met angst als voornaamste drijfkracht achter dit hele gebeuren is het niet abnormaal dat ik soms even de pedalen verlies. De angstvibratie die collectief opgewekt wordt, houdt geen rekening met tijd en ruimte. Ze dringt mijn ruimte binnen en overmeestert mij. Ik voel dat het moment is aangebroken om mijn spirituele vermogens actief te gebruiken en ontplooien. De oefenperiode is voorbij, nu moet ik al mijn kennis en kunde praktisch toepassen. Er is ook geen ruimte meer voor twijfel: dit is mijn pad. Ik ga mijn woorden niet langer wikken en wegen om zo weinig mogelijk mensen tegen de borst te stuiten, maar spreek vanuit volle overtuiging. En ik besef dat er daardoor mensen zullen afhaken, het contact met mij verbreken. Maar ook daar ben ik klaar voor. Ik heb er vertrouwen in dat ik nooit alleen zal zijn en steeds overvloedig liefde zal kunnen uitwisselen. Ook als ik er consequent voor kies om alleen nog vanuit eigenliefde te handelen. Dat is geen paradox.

KarolienDeman
29 1

Het onthardingsproces

Ik weet heel goed wat ik wil, maar kamp soms met het gevoel dat ik me ervoor moet verantwoorden. Dat gevoel is natuurlijk geheel van eigen makelij en onnodige ballast. Het is de prijs die ik denk te moeten betalen voor het doordrijven van mijn zin. De strengheid in mezelf zegt dat ik normaal moet doen. Dat mijn noden en verlangens niets dan tierlantijntjes zijn. Dat ik beter zou kunnen. Dit is echter een fase in mijn leven waarin ik bewust mijn strengheid aan het verzachten ben. Ik wil er niet meer in meegaan. Want ondertussen is het doorgedrongen dat ik meer dan goed genoeg ben. Dat het lijden pas stopt als ik mezelf liefheb en aanvaard. Ik wil zonder oordeel mijn noden en verlangens accepteren. En zonder schaamte of schuld handelen naar mijn gevoel. De hardheid voor mezelf zit wel goed ingebakken. Ergens in mijn pubertijd ben ik tot de conclusie gekomen dat ik niet deug. In essentie draait alles om overleven of zelfbehoud, dus ik veronderstel dat ik wel goede redenen moet gehad hebben om mezelf met een harde hand te leiden. Zo was ik ervan overtuigd dat ik moest afzien als ik snel wou evolueren. Dat leed een onlosmakelijk onderdeel van schoonheid en succes was. Het vloeit nu allemaal als vanzelfsprekend uit mijn pen, maar weet dat ik een erg kronkelige weg heb moeten afleggen alvorens ik dit strenge deel van mezelf kon linken aan mijn ellende. Of alvorens ik het überhaupt kon benoemen. Jarenlang opereerde het heimelijk op de achtergrond van mijn gedachten en handelingen. En was ik er niet bewust van hoe ik mezelf in een keurslijf dwong. Als ik niet luister naar mijn noden en verlangens, dan beperk ik mezelf. Dat gevoel van beperking woog een hele tijd zwaar door in mijn leven. Het vertaalde zich in fysieke beperking. Er ging ook weer een hele tijd overheen voor ik erachter kwam dat dit gevoel een gevolg was van het inbinden van mijn authenticiteit. Authentieke keuzes maken zonder schuldgevoel is gewoon een elementaire behoefte om gezond te kunnen leven. Het begint allemaal met weten wie je bent en wat jouw specifieke verlangens zijn. En vervolgens constateren of je daarmee in het reine bent. Of je daar naar handelt. Authentiek handelen vraagt om het afbakenen van grenzen. Die grenzen bepalen waar de persoonlijkheid begint en eindigt. Zoals onze huid ook de grens tussen binnen en buiten vormt en ons afbakent, definieert. Van tijd tot tijd neig ik mijn grenzen te overschrijden. Mensen die mij goed kennen, wijzen mij daar dan op. Zowel zij als ik weten in welke situaties ik de gewoonte heb om mezelf voorbij te lopen. En als zo’n moment aanbreekt, dan probeer ik bewust te vertragen en mezelf gade te slaan. Ik pas dan alle zelfhulptechnieken toe die ik ken om te voorkomen dat ik in oude gedragspatronen verval. Maar het blijft een valkuil om mezelf gedreven en kordaat buiten mijn grenzen te duwen. Want ik vind dan bijvoorbeeld dat ik nog niet genoeg gepresteerd heb. Of ik vergelijk mijn grenzen met die van een ander en denk dat ik tekort schiet. Het ontharden gaat met vallen en opstaan. Het is een proces van zelfaanvaarding. Mijn eigenliefde weerspiegelt zich in mijn woonplaats, dieet, vriendenkeuze en activiteiten, alsook in mijn zelfbeeld. Vooral dit laatste vraagt, vermoedelijk omdat het iets ontastbaar en abstract is, om geduld en vertrouwen bij bewuste transformatie. Er gaat tijd overheen. Het is een intern gebeuren dat zich sowieso in de externe realiteit ontvouwt, al is dat niet altijd meteen zichtbaar. Maar er is wel degelijk één en ander in beweging. Ik voel hoe ik naar mezelf toe groei.  

KarolienDeman
15 2

Dag vreemdeling

De stoelen stonden reeds op de tafels. Ondanks dat de bar pas binnen een uurtje de laatste pint zou tappen, verried het ongeneigde gelaat van het meisje achter de toog dat ze zich in gedachten al in de armen van haar vriendje nestelde. In één teug liet ik het bodempje Chardonnay door mijn keel glijden en wenkte haar de rekening te brengen. De avond kenmerkte zich door het gebrek aan originaliteit van flirtende mannen op leeftijd die me tussen hun lakens probeerden te praten. Ik gleed met mijn vingertoppen over de weke plek die mijn trouwring na twaalf jaar op mijn ringvinger had achtergelaten, duwde mijn borsten hoger in mijn decolleté en stapte op de hengst af, die me al de hele avond zonder scrupules aanstaarde, maar - in tegenstelling tot de horde geile vijftigers met hun beperkte catalogus aan banale versiertrucs – niet de moed had gevonden om me aan te spreken. ‘Hey.’, zei ik voorzichtig. Zijn blik haakte zich meteen op het bleke kringetje op mijn vinger, dat zich enkele uren geleden openbaarde toen ik mijn trouwring in de wagen achterliet. Ik bedekte mijn hand met het andere. ‘Ben je getrouwd?’, vroeg hij. Zijn directe aanpak maakte hem zo mogelijk nog aantrekkelijker dan daarnet. Het verlangen hem in me te voelen overmeesterde me. ‘Ongelukkig.’, antwoordde ik schuchter. Hij knikte en draaide zich naar me toe. Zijn ogen dwaalden over mijn gelaat. Langzaam daalde zijn blik naar mijn nek, over mijn borsten, die voor de gelegenheid in een push-up waren geperst, naar mijn heup en benen. Hij likte onbewust over zijn volle lippen. Op meer voortekens wilde ik niet wachten. ‘Zoë.’, zei ik en ik bood mijn hand aan, die hij stevig omklemde ter begroeting. Ik bracht mijn lippen naar zijn oor en fluisterde: ‘Kamer 103, twintig minuten.’ Ik draaide hem mijn rug toe en wandelde de bar uit, begeleid door het hypnotiserend gewieg van mijn glooiende heupen. Ik voelde zijn blik als naalden in mijn ontblote rug prikken, terwijl ik sensueel wegwandelde. ‘Aaron.’, riep hij nog. Niet belangrijk, dacht ik.     Aarons hunkerende expressie vergrendelde zich in mijn pistachegroene ogen. Seconden, minuten, uren, ik zou me niet herinneren hoelang we elkaar in de deuropening aanstaarden. Aaron nam zonder iets te zeggen een stap naar voor en streelde met zijn rechterhand een losgekomen koperen lok achter mijn oor. Een begerige kriebel trok als elektriciteit vanuit mijn lies door mijn lichaam. Ik legde mijn handen achter op zijn hoofd en streek zijn donkere haren, waar de eerste zilveren strepen reeds door flitsten, tussen mijn vingers. Ik drukte mijn violet gestifte lippen op de zijne. Zijn tong voelde warm aan en smaakte naar gin-tonic en muntkauwgom. Aaron duwde me tegen de muur en mijn rug krulde zich naar binnen door de koude die me plots bestreek. Ik kneep in zijn gespierde armen en beet zachtjes op zijn lippen, terwijl hij me aan mijn kont van de grond tilde en ik mijn benen rond zijn middel haakte. Mijn pumps bungelden los aan mijn voeten. Ik probeerde me te herinneren wanneer ik de laatste keer zo nat was geweest. In de slaapkamer zette Aaron me voorzichtig weer op de grond. Zijn handen en lippen waren overal tegelijk. Ik plaatste een voet tegen zijn borst en duwde hem op het bed. Zijn jeans en hemd gooide ik naast me neer. Ik liet mijn jurk over mijn schouders zakken, wrong ze over mijn heup. Op blote voeten stapte ik uit het hoopje stof dat nu als een afgeworpen huid op de vloer lag. Naakt ging ik op Aaron zitten, mijn lendenen rakelings langs zijn erectie, die ik zachtjes liefkoosde. Ik masseerde zijn balzak en boog voorover, duwde mijn borstjes in zijn gezicht en liet zijn lippen mijn tepels verkennen. Onze ademhaling stierf weg in de geluiden van onze vurige hartstocht. Ik vergat wie of waar ik was. Aaron draaide me met de intensiteit van een bronstig oerinstinct op mijn rug. Met een uitnodigend gebaar opende ik mijn benen, waartussen de wellust langs mijn dijen weg druppelde. ‘Dag vreemdeling.’, grijnsde ik. Zijn tong vond die speciale plek tussen mijn benen en ik kantelde mijn hoofd ver naar achter, onderworpen aan een bloedstollende passie. Ik groef me diep in de lakens en liet onze bezwete lichamen versmelten in een parallel universum dat enkel voor ons werd geopend. Pas wanneer het ochtendgloren de nacht wegduwde, werd onze zinderende honger vervangen door de stilte na de storm.     ‘Ongelukkig getrouwd?’, vroeg Aaron, wanneer hij de wagen startte. Ik bracht de mascara aan in de spiegel van de zonneklep en glimlachte. ‘Spannend, niet?’ Aaron knikte. Gniffelend schoven we onze trouwringen weer over elkaars vingers. ‘Doen we dit meer?’, vroeg ik. Aaron glunderde enthousiast en reed de auto de parking af. Hij stuurde ons huiswaarts, maar niet vooraleer we goedgeluimd en voldaan de kinderen bij de babysit ophaalden.

Het Verdwaalde Schaap
24 0

De knikker

Met zongebarste lippen en het prairiestof aangekoekt op zijn voorhoofd wachtte John McBill tot zijn secondanten in positie stonden. Na twee weken rijden waren ze gereed voor de laatste acte. Schuin boven hem, op het dak van de smederij, stak Frankie ‘Fastfinger’ Gruber zijn hand op, de Winchester nonchalant gericht op de ramen en zijkant van de scheefgezakte saloon.    John, rochelde een dikke fluim op zijn zakdoek en poetste zijn US Marshallster blinkend. Om twee uur in de middag, de zon recht boven het hoofd, liep hij rustig en vastberaden, met de zelfverzekerde, licht wijdbeense tred van een geoefend ruiter, naar de klapdeuren. Hij was klaar om de bende van Wild Boy Richardson in te rekenen. Hij pakte zijn Colt, klapte deze open en gaf een draai aan de ronde patroonhouder. Ingespannen luisterde hij naar het soepele raderwerk. Dagelijks schoonmaken en smeren betaalde elke keer uit: zijn handijzer liet hem nooit in de steek. Hij schoof met zijn duim over elke patroon, klikte de houder dicht en spande de haan. Hij ademde diep in en liet de lucht in opperste concentratie langzaam tussen zijn lippen fluiten. Na drie passen in het zand wipte hij met een jeugdige stap over de eerste tree direct op de veranda.   Daar gleed hij uit over een glazen knikker die Benjamin, de jongste zoon van de barbier aan de overkant, die ochtend had laten liggen toen hij thuis moest komen voor de boterham. John brak zijn val door soepel een koprol te maken, helaas botste zijn hand tegen de deurpost en de Colt ging af, een .45 patroon schoot de helft van zijn kaak tegen de onderkant van de pilaren naast de klapdeuren. Om 14.34 verklaarde de snel opgetrommelde dorpsarts (tevens uitbater van de General Store) hem overleden. De barman plensde met emmers water de prut door de spleten in de veranda op het zand, waar Bullie de slagershond verlekkerd de harde stukjes wegsnoepte. De schrijver Ernst van Dealenmaete keek vol ongeloof van zijn scherm naar zijn toetsenbord en weer terug. Waarom rolde dat klotejoch zijn knikker tussen de regels? Hij baalde als een stekker, hij wilde nog niet stoppen. Een glorieuze toekomst had Ernst voor John in gedachten. Deze toekomst hing uitgetekend, met gekleurde verhaallijnen op meerdere A3 vellen, tegen zijn muur geprikt:- John zou namelijk, na een intens vuurgevecht, de bende inrekenen.- Hij zou uitgroeien tot een dappere heroïsche revolverheld.- Hij zou het Wilde Westen veilig houden van gespuis.- Hij zou op goede voet met de Indianen leven en vele wijsheden leren.- Hij zou trouwen met Jeanny, de lelijke maar lieve en breedgeheupte dochter van veeboer Miller, waar hij lang en gelukkig mee zou leven.- Jeanny zou hem elf kinderen schenken waarvan twee de kindertijd niet overleefden, maar de oudste zoon zou in de voetsporen van zijn vader treden.- Zou…. Dit joch verziekte alles. Ernst (tevens schrijver van Lady Lovelove’s Poolboy deel 1 t/m 17) liet de barbier, met de leren riem waar hij zijn scheermessen op aanzette, zijn zoontje die middag zo ongenadig afrossen, dat de verhalenverpester twee weken gedwongen was op een kussentje te zitten en op zijn buik te slapen. Het was een schrale troost en maakte het verliezen van zijn John niet goed. Na iets over de driehonderd woorden was John uitgeavontuurd. Weg alle kloeke en onversaagde achtervolgingen in de succesvolle serie van vele boeken waar Ernst de laatste vier maanden van droomde.   Wat moest hij nu weer verzinnen? Dan maar Lady Lovelove’s Poolboy nummer 18 t/m 21 schrijven. En wat zou zijn uitgever zeggen?

MCH
20 2

Rouw-Rauw

Wanneer je konijn sterft dan kan je hem nog zoveel strelen als je wil. Je legt hem in een doosje, schikt zijn pootjes en zijn oren netjes, aait zijn vacht en doet het doosje dicht. Je graaft een put, legt de doos voorzichtig neer, staat recht en vouwt plechtig je handen. Je denkt nog eens aan je konijntje, ziet hem nog huppelen in het gras. De gedachte aan zijn snuffelend neusje toveren een glimlach op je gezicht. Je bedekt de doos met aarde en plaatst op het bergje zand een paar mooie keien, een houten kruis en strooit wat bloemetjes in het rond. Je schildert de naam van je konijn op het kruis. Af en toe kniel je nog wel eens neer bij het graf en druppen je tranen als regen op het gras. Een andere keer vertel je enthousiast dat je die dag tot in de top van de boom durfde klimmen. Wanneer je opa sterft is alles anders; en toch ook weer hetzelfde. Er is een kist, een put in het zand en er zijn bloemen. Maar je krijgt je opa niet meer te zien en een aai over zijn kale hoofd, of nog eens op zoek gaan in zijn vestzak naar snoep, kan niet meer. In de kerk is het koud, er is rook en het ruikt raar. Iedereen kijkt treurig naar de grond en er is niemand die naar je grap over opa wil luisteren. De glimlach rond je mond sterft snel weg en je maakt je zo klein mogelijk. Straks zal je je konijn nog eens bezoeken en hem vertellen hoe erg je opa mist. Je zet het kruis terug recht en schildert de letters opa erbij. Wanneer je dan in de bomen klimt zal hij je ook kunnen zien en zal je naar hem wuiven.  

jessy hamvas
2 0