Lezen

Ontmoeting in de winter

                                                                                         foto: Michael Krahn De Gaume is een kleine gastvrije streek in het uiterste zuiden van Belgisch Luxemburg. De inwoners zijn er bijzonder hartelijk en hun karakters zijn zacht, net als het uitzonderlijke microklimaat. Hoelang is het geleden dat  ik hier voor het laatst kwam? Ik durf er niet aan denken. Met een groep vrienden verbleven wij in een hotelletje in het dorpje La Cuisine. Op wandelingen door de velden en bossen hoorden en zagen wij krekels, bergcicades en bidsprinkhanen en allerlei planten die normaal veel zuidelijker te vinden zijn. Veertig jaar later, ben ik in de herfst van mijn leven beland en kom ik hier op mijn eentje de kerstdagen doorbrengen. Hoe zacht ook de zomer is, zo koud kan de winter hier toeslaan, maar nooit hard. Al ligt over woud en akkers een sneeuwdekbed, de wind is hier nooit ijzig. Hoe heerlijk ook het vertoeven is bij de ronkende houtkachel, de witte pracht buiten het raam noopt mij tot een fikse wandeling in de natuur. “Om ter eerst bij die houtstapel”, hoor ik achter mij roepen. Een groep jongelui stuift mij voorbij op het besneeuwde bospad. Eén stoot mij aan, ik schuif weg maar net voor ik val voel ik dat zijn stevige armen mij vastklemmen en recht helpen.“Sorry”, zegt hij. Ik kijk in twee bezorgde ogen. Ze hebben een kleur die ik nog nooit zag, of komt het omdat ik voor het eerst zo diep in iemands ogen kijk? Ze zijn groen, blauw en bruin tegelijk en ze stralen.“Niet erg”, zeg ik: “ik heb het overleefd, dank zij jouw stevige armen.”Ik merk dat hij bloost. Hij lost zijn greep en even verlang ik dat hij mij vast zou houden, mij niet meer loslaten.“Bent u zeker dat alles ok is?”Zijn stem is laag maar jong en fluweelachtig, de perfecte radiostem. Waarom denk ik dit en waarom kan ik mij niet inhouden en zeg: “Weet u dat uw stemgeluid heel radiofonisch klinkt?”Hij glimlacht breed. Zijn tanden glinsteren in de zonnestralen die nu door de wolken breken en de witte sneeuwvacht rondom ons doet fonkelen.Er komt een wolkje adem uit zijn mond wanneer hij “Dank u.” zegt. Zijn vrienden roepen hem toe: “Jonathan, waar blijf je?”Met een “Nog een prettige wandeling”, rent hij naar zijn kameraden. Zij lopen verder. In hun gejoel hoor ik in de verte: “Jawel, een radiofonische stem…” Emoties overmannen mij, mijn hart bonkt, toch besef ik dat het niet van de inspanning is. Was het de confrontatie met deze jeugdige kracht, de siddering, niet van onbehagen maar van puur genot, die door mijn lijf voer? Waren het de stoere armen die mij opvingen en als in een omhelzing om mij sloten en mij staande hielden? Waren het die kleurrijke ogen, die mij zo zachtzinnig aankeken? Een laatste eekhoorn dropt een dennenappel uit een zilverspar. Onmerkbaar glijdt de winterzon naar de horizon en daalt in mij de stilte, die plots doorbroken wordt door geroezemoes. Uit een diepte naast het bospad duiken gedaantes op. Het is de bende jongelieden die net als ik op de terugweg zijn van hun wandeltocht. Ze lopen weer naast mij door en dan zie ik hem. Ik stop en enkele meters voor mij houdt ook hij halt, net of hij zich even wil verwijderen van het kabaal van zijn vrienden. Traag draait hij zich om en kijkt me strak in de ogen. Hij straalt rust uit. Dan hoor ik het fluweelzachte geluid: “Hebt u genoten? Heerlijk toch deze natuur. Nog een rustige nacht.” Hij stapt snel door. Ik kijk hem na en stamel binnensmonds: “Goede nacht, Jonathan.”

Vic de Bourg
49 5

De definities der dingen

De juiste woorden vinden om sensaties zo accuraat mogelijk te omschrijven, is één van mijn passies. Wie zich herkent in de liefde voor taal, weet ook dat ze haar beperkingen relatief snel blootgeeft. Het is vaak cirkelen omheen de essentie. Creatief taalgebruik is als het creëren van een mal van een vorm die nooit gezien kan worden. De inhoud van de mal kan enkel gevoeld worden, afgaande op de contouren. Ik hou ervan om de contouren van hetgeen ik wil overbrengen zorgvuldig te sculpteren en polijsten. Om de boodschap esthetisch te verpakken en tegelijkertijd de kern zo dicht mogelijk te benaderen. Eenmaal mijn creatie de wereld is ingestuurd, is ze onderhevig aan interpretatie. Interpretatie kan mijn mal doen oxideren of blutsen. Wat soms een interessant effect geeft. Veel woorden worden achteloos uitgewisseld, met een schijnbaar vanzelfsprekende consensus omtrent hun inhoud. De tijdsgeest kleurt de betekenis van woorden. Elke definitie is onderhevig aan haar tijd, aan omgevingsfactoren. Niets is absoluut of een vaststaand feit, maar voor het gemak doen we alsof dat wel zo is. We doen bijvoorbeeld alsof we unaniem weten wat er wordt bedoeld met woorden zoals realiteit, gevoelens, vibratie, waarheid of God. Ik neem deze woorden als voorbeeld omdat ik een sterke tegenstelling ervaar tussen mijn persoonlijke definitie en de collectief aanvaarde en gedeelde visie. En ik besef ook dat het woord God in het rijtje zodanig zwaar beladen is met hardnekkige connotaties dat het heel deze tekst kleurt. Misschien boetseer ik wel eens een mal rond dat woord in een volgende tekst, voorlopig hou ik het bij het omschrijven van een fenomeen dat de authentieke betekenis van mijn woorden aantast. En definities vast laat roesten. Het educatief systeem houdt zich ook niet bezig met het uitdiepen van definities. Alleen al aan het woord realiteit zouden ze een hele kluif hebben. Het contempleren over zulke zaken draagt bij aan een verbreding van het bewustzijn. Onze cultuur heeft deze activiteit filosofie genoemd en gelinkt aan mannen met baarden. Ik vat het nu erg kort door de bocht samen, maar ik denk dat het onze samenleving zou verrijken indien we onze kinderen hierover spelenderwijs leerden nadenken. In de huidige door ratio gedreven samenleving staat wetenschap voor waarheid.  Het erkennen dat we het merendeel van het leven niet begrijpen is een taboe. Het is moeilijk om toe te geven dat we de essentie vaak niet kunnen vatten en klampen ons daarom vast aan alles dat op een hard feit lijkt. Abstract denken en voelen zijn onderschatte vormen van intelligentie, simpelweg omdat ze niet kunnen ‘bewezen’ kunnen worden volgens de wetten van de wetenschap. Contempleren over de subjectiviteit van de realiteitservaring leidt bijvoorbeeld niet tot sluitende conclusies en wordt daarom als zinloos tijdverdrijf afgedaan. De meest basale onderwerpen kunnen een diepe poel aan inspiratie en inzichten vormen, als je bereid bent om alle aangeleerde en voorgeprogrammeerde veronderstellingen los te laten. Woorden zijn collectief geladen met zulke veronderstellingen. Het in vraag stellen van geruisloos aangenomen definities is een verrijking voor de geest. Je kunt door de mal van woorden breken door meesterlijk te leren voelen. En definities van woorden weer authentiek te maken. Alleen zo kan de essentie aangeraakt worden.

KarolienDeman
47 1

't Leven begint bij 40...

Het gesprek wordt gevoerd tussen A een dame van 66 jaar en B een jonge man, leeftijd onbepaald.De dame zit op een kant  van een bank te genieten van het mooie weer. De jongeman komt aangereden met de fiets, stopt en komt op de andere kant van de bank zitten om wat te rusten en iets te drinken en eten. De dame heeft al wat levenservaring achter de rug, ze is eerder gevoelig van aard. De jongeman daarentegen is duidelijk rationeel ingesteld. Ze vertelt hem haar levensverhaal en hij reageert erop met  zijn eigen nuchtere kijk. A             Goeiemiddag !B             Goeiemiddag... A             Een 'goeie' middag, ja ! Want ik ben gelukkig ! Dat was niet 'altijd' zo, maar nu wel...B             Dat ken ik niet... 'Hoe komt het dat sommige mensen zo ongelukkig kunnen zijn?'  vraag ik      me wel eens af..A             Dat zit tussen je 2 oren hé.B             Dat zeggen ze ja.A             Ja, ik kan dat weten, ik heb een evolutie meegemaakt, dat kan ik je wel vertellen !B             Wil ik dat horen ?... Wil ik dat weten ?... (glimlachend)A             Toen ik nog jonger was, had ik de neiging om in depressie te gaan. Ik was véél te serieus, ik    wilde altijd alles weten 'waaróm ?'.  Ik maakte me over alles zorgen, altijd dubben en   denken... Ik was enorm verlegen ook... pfwoe... dát wil je niet weten !B             Wat dan wél ? A             Toen ik 35 was had ik een' totale inzinking'... B             Inzinking ?...A             Ja, nu noemen ze dat een 'burn-out'..                Ja, dat was het ! Een burn-out... helemaal uitgeput... geestelijk én lichamelijk...  B             Hoe kom je daar dan aan ? A             Overwerkt. Ik werkte 5 à 6 dagen in de week en deed nog overuren ook. Om mijn verdriet en              mijn miserie niet onder ogen te moeten zien. Ik was alleen met 2 jongens van 13 en 11 en                 mijn 2e relatie was ook al stukgelopen... B             Dan ga je toch gewoon verder ? Het leven gaat voort...A             Tja, maar dat was voor mij moeilijk hoor !... Ik heb maanden aan een stuk geslapen,.. en          geweend... slapen en wenen, dat was alles wat ik nog kon... B             Dat ken ik niet...A             Ik was ongelukkig, en ik dacht: "Ik ben nu onderweg naar mijn 40, ik zit zowat in de helft van mijn leven, en zie me nu hier liggen... " weet je ?...B             Euh, niet echt nee. Je had toch nog een heel nieuw leven te gaan ? .. zo zie ik het althans !A             Inderdaad, zo zie ik het nu ook. B             Waarom dan nu wél en toen niet ? A             Een nichtje van me belde en ze gaf me een 'gouden' tip ! Ze raadde me aan het boek van        Louise Hay te lezen, ken je dat ? "Je kunt je leven helen". En dat deed ik...  in één keer        uitgelezen, en meteen  aan de slag ermee ! Ik was zó enthousiast !...B             Zo maar, ineens ?A             Já ! Zóveel wijsheden stonden er in dat boek. Ik heb me toen zóveel gerealiseerd ! Ik ben veel             dingen helemaal anders gaan bekijken en begrijpen ! Een openbáring was het !B             Ik ken dat boek niet.A             Nee, jij zal dat ook niet nodig gehad hebben.B             Als jij het zegt.A             Ik dacht toen aan mijn grootvader, die zei vroeger dikwijls: 'Het is maar hoe je het bekijkt: je glas is half vol of het is half leeg !". Daar denk ik nog geregeld aan.B             Oh ja, het mijne half vol en het jouwe half leeg dan... A             Inderdaad ! En toen heb ik die klik gemaakt: positief denken ! En ik zei tegen mezelf:  "'Het     leven begint bij 40', zeggen ze. Dús, wat zit ik hier nu te mokken en te wenen en te zeuren en        ongelukkig te zijn ?... Het mooiste moet nog komen !"B             Oh ja ? en was dat zo ?...A             Ja, 't was waar ! Ik kreeg een nieuwe vriendenkring, nieuwe job, nieuwe man...  ik sloeg een                 nieuwe weg in en ik kwam tot leven !...B             Goed voor jou !A             Ja ! Enkele jaren daarna volgde ik nog een opleiding NLP en toen bloeide ik helemaal open,    zálig was dat !... B             Dat ken ik ja, mijn zus volgde die ook, die zag ik toen ook veranderen... open bloeien, ja.A             Ja ja... En toen werd ik 60...B             Oh, 60 al ?...A             Ja.  En toen kwam onze personeelsdirecteur binnen op kantoor, onverwacht en met een        ontroerende, héél warme verrassing... hmmm :-))) ... met een chique grote bloemekee !! "Jij      bent jarig vandaag ?!" zei hij en overhandigde mij die mooie bloemekee ! "Carolina, het leven              begint bij 60 hé, en ik kan het weten hoor ! Proficiat!" ...B             Hij kon dat weten ... ?A             Ja,... hij was 2 jaar eerder al 60 geworden... :-)B             Uiteraard ! (lachend)A             Hihi !... en ik dacht: 'Oké ! laat maar komen dan !...  :-)'B             En ?... A             Ik kan niet zeggen dat hij ongelijk heeft gehad. Ondertussen is er inderdaad nog wel een en ander op mijn pad gekomen... weer een nieuw weg ingeslagen !...                En toen werd ik 65... met pensioen, 1 januari 2020 ... !?...B             2020... jaja, dat was me het jaar wel...A             Ja, ......... ho !... wat een jaar !...                En dan kom je na een tijdje mensen tegen, weinig persoonlijk natuurlijk, meestal via                 Whatsapp, Facebook, of langs de telefoon... "Lang geleden hé.. en, hoe bevalt het je, met   pensioen zijn ? "... B             Ja, hoe bevalt het ?...A             Euh... ik zou het niet echt weten, eerlijk gezegd... Ja, nog niet goed en wel gestart en corona                 staat voor de deur...B             Tja, ..... A             ...en hier zit ik nu hé, wachtend,  ... op een bankje..........  ja...... (glimlachend)                Vól blijde verwachting ! Want het komt eraan, ik weet het !!!... haha...                Ik ben een laatbloeier, zei Jean-Pierre !.. ;-))

carolinaantonissen@hotmail.com
17 0

De draaischijf

"We moesten geluiden raden tijdens de quiz", vertel ik aan de ontbijttafel. "Bijvoorbeeld het geluid van een draaischijf op een telefoon. De quizmaster moest het uitleggen voor de jonge mensen. Het was ook een miserie. Bijna alsof je een fietsband moest oppompen door in het ventiel te blazen. Je moest op tijd je vingers eruit halen, of het liep fout. Onze pa had nogal dikke vingers. Hij gebruikte een potlood om in die gaten te kunnen en te draaien. De toetsen op onze volgende telefoon was een revolutie. We bleven maar bellen." "En het geluid van een speelgoedtelefoon op wieltjes. Zo eentje met een touwtje en een lachend gezicht. Hij vertelde dat de fabrikant op een gegeven moment de draaischijf verving door toetsen. Om mee te zijn met de tijd. Hij kreeg er klachten over. Geweldig toch. Stel je voor, een smartphone op wieltjes, dat slaat nergens op." Terwijl ik mijn toast met gelei besmeer, vertel ik verder. "Zo zei ik bij ons ma ooit tegen onze jongste dat hij iets uit het telefoonkastje moest nemen. ‘Uit het wat?’, zei hij. Ik vertelde dat er vroeger een telefoon op stond. Dat is zoiets als een hoedenplank in de auto. Daar liggen al lang geen hoeden meer op. En dat in het kastje de telefoonboeken lagen. ‘De wat?’, zei hij. Waarna ik moest uitleggen dat daar alle telefoonnummers in stonden. Hij zei me dat we vroeger gek waren.” "Je bent weer over vroeger bezig", zegt mijn vrouw. "Tja", zeg ik. "Ik heb er ook veel van. Meer vroeger dan later." "Hou het gezellig", zegt ze. "Heb ik je ooit verteld dat ons ma vroeger wel eens de boterhammen van onze pa smeerde", zeg ik, terwijl ik een boterham in haar richting schuif. "Gingen we het niet gezellig houden", lacht ze.  

Rudi Lavreysen
10 0
Tip

Torenperspectief

’11 maanden, zeven dagen, vier uur en acht minuten.’Otto’s blik dwaalt over de daken van Brugge. Een rood, wit en grijs gevlekte lappendeken besprenkeld met torenspitsen en schoorstenen. Hij hoort het raderwerk van de klok verspringen.’11 maanden, zeven dagen, vier uur en negen minuten.’Zijn handen rusten op de stenen balustrade. Vingers in de groeven van de uitgekerfde letters. De uitgehouwen pijltjes tonen hem in welke richting hij moet kijken om Oostkamp te zien. Of Ingelmunster. Maar Otto kijkt naar boven. Altijd. Elke zondagmiddag beklimt hij de trappen van het Belfort. De eerste maal met schrijnende longen en zware benen. Hij moest weg van het verdriet dat zijn voeten loodzwaar maakte. Daar hoog boven de stad voelde hij zich een paar gram lichter. Voor het eerst sinds de teller in zijn hoofd begon te lopen. Otto telt alles.‘Mijn persoonlijke chronometer’, grapte ze altijd.Negen minuten en elf seconden van de voordeur tot aan L’Estaminet. Veertien minuten en 32 seconden. Heen en weer naar de bakker voor een groot, rond, gesneden bruin brood. Zijn hoofd meet het onwillekeurig. Als een stopwatch die keer op keer gestart en afgedrukt werd. Het minste was goed genoeg om de seconden te laten wegtikken in zijn hoofd.‘Hoe lang deze keer?’, vroeg ze soms plagend terwijl ze hand in de zijne liet glijden. Ze wachtte zijn antwoord niet af en schudde lachend haar hoofd. ‘Gekke vent van me’, fluisterde ze en plantte een kus net onder zijn oor. Otto liet haar glimlachend begaan en telde. Elf seconden van plagen naar kussen. Daar boven in het Belfort telt de chronometer altijd luider. Hij voelt de seconden als hartslagen door zijn lijf dreunen. Een klein jaar geleden bleef de teller steken en sindsdien is er slechts ruimte voor één gedachte: ‘Kom terug, lief!’ Heel af en toe mag hij van zichzelf nog even denken aan die septembermaand. De nazomer lag loom en warm over de dagen heen. Otto zou het gras maaien. Een lam excuus om de hangmat te spannen tussen de tuinafsluiting en de boom. Hij lag gewichtloos te wiegen toen diep in huis een dof gerommel klonk. Het was de gil die hem uit de hangmat joeg. Hij vond haar onder aan de trap. Een stil en roerloos hoopje. Ogenschijnlijk intact, maar - zo vertelde de ambulancier geduldig - hopeloos vernield binnenin.Als mensen sterven, moet de dag zich in grijs hullen. Zij stierf in zijn armen terwijl de zon iedereen de pleinen en tuinen in lokte. Ze was zijn alles. Toen ze fluisterde ‘laat los, lieverd!’, liet ze hem alleen. Met die drie woorden nam ze al hun later met zich mee en plaatste een loodzware steen op zijn hart. In hem kolkte iets zwarts. Iets dat tegen woede aanschurkt en dat hem sindsdien trouw vergezelt bij elke stap. Een duif landt vlak naast zijn handen op de balustrade. De vogel hipt over de uitgekapte letters. Van Kortrijk naar Roubaix. Otto scheurt zijn blik los van de wolken en kijkt naar de groene glans die over de veren ligt. Zijn blik glijdt verder naar beneden. Op het marktplein wemelen mensen door elkaar.Op de bank zit een figuur in een rode jas. Een knalrode jas met zwart/witte strepen in de kap. Net zoals die jas die al meer dan elf maanden onaangeroerd aan de kapstok hangt. Hij leunt over de balustrade. Het figuurtje in de rode jas zwaait naar boven. Wappert onvermoeibaar met iets wits. De duif koert en vliegt op. Ze zeilt in een duikvlucht naar het standbeeld in het midden van de Markt en landt op Jan Breydels hoofd. Otto zijn voeten bewegen voor hij kan denken. Ze denderden de stenen trappen af. Met zijn linkerhand tegen de muur draait hij eindeloze rondjes die hem naar beneden brengen. Zijn voeten roffelen op de grijze uitgesleten stenen.‘Dat kan niet.’ herhaalt hij op het ritme van zijn stappen, maar tegelijkertijd verhoogt hij het tempo. Hij draait en draait. Verwilderd tuimelt hij het trapgat uit en rent naar de markt. Hij schiet voor de neus van paard en koets en slalomt tussen de toeristen het plein op.Zijn blik jaagt langs alle silhouetten, maar de rode jas is verdwenen. Al wat rest is een zee van grijze lijven met een bungelende camera rond de nek. Net voor hij zich wil omdraaien, springt iets wits in het oog. Op de zitbank wappert een papier. Het wit steekt fel af tegen het verroeste groen. Een steentje verhindert de wind om met het velletje aan de haal te gaan.Zonder vaart te minderen, knalt hij tegen de bank. Zijn hand beschermend over het stukje papier. De zwarte letters dwarrelen door elkaar. In de rechterbovenhoek is een klein hartje getekend. Hij knippert, haalt diep adem en concentreert zich op de drie woorden. ‘Laat los, lieverd.’ Er klikt iets in zijn borstkas. Een steen die tot stof verpulverd wordt. ‘Eén, twee, drie, vier seconden’ telt de stopwatch in zijn hoofd.

KiM
148 1

Narcissen

NARCISSEN A         Euh, goede middag mevrouw            …            Dag mevrouw...            Hallo B         Oh hallo, dag meneer, mooie dag, is het niet? A         Ja het is een mooie dag.            Ik vroeg me af of u soms een chocolaatje wenst, hier, neem maar. B         Oh, oh ja, leuk, dank u wel.            U bent al helemaal in de paassfeer zie ik. A         Hoe bedoelt u?            Oh ja, natuurlijk, paaseieren. B         Ja, inderdaad.            ...            Oei, is er iets? A         Neen neen, het gaat wel, ik… B         Wenst u soms een zakdoekje? A         Neen dank u vriendelijk.            ...            De narcissen bloeien vroeg dit jaar. B         Ja inderdaad ze bloeien vroeg.            Ik hou enorm van narcissen.            Als hun bloemen ontluiken, hoor je de vogels terug zingen en de zon                           schijnt ook meer.            Mijn tuin staat er vol van.            Ik vind ze zo mooi, ze bloeien heel lang en ruiken zo heerlijk en...            Sorry meneer dat ik zo doordraaf over narcissen, bent u zeker dat u geen zakdoek               wenst? A         Neen neen dank u, let u maar niet op mij.            … B         Komt u hier vaak? A         Neen, dit is mijn eerste keer sinds…            Wenst u soms nog een chocolaatje? B         U bent werkelijk te vriendelijk meneer. A         Ik deel ze graag met u, toe, neem maar.            …            Komt u hier vaak? B         Wel, ik kom hier dagelijks op dit bankje zitten in dit park.            Al vele jaren.            Iedere middag kijk ik met plezier naar Jeanette en haar trolley vol met broodzakken.            Kijk daar in de verte, daar komt ze aan.            A         Is dat die oude vrouw waarvan men zegt dat zij met de dieren kan praten? B         Ja, dat is ze, ze voert ganse gesprekken met de eenden.            Ik denk dat ze een soort dierenfluisteraar is of zo.            Alhoewel, dieren worden onderschat, misschien zijn ze wel slimmer zijn dan mensen.            Kijk, ziet u? De eenden komen al aangevlogen.            Ze weten dat Jeanette hier dagelijks op dit uur komt.            A         Ze ziet er mij in ieder geval een kwiek eendje uit die Jeanette. B         Haha u bent grappig meneer, ja ze is inderdaad een flink eendje. A         Wat weet u nog meer over het vrouwtje? B         Eerlijk gezegd weet ik niet zo veel over haar, ik ken haar niet persoonlijk.            Ik weet dat alle bakkers in de stad de kruimels van de snijmachine in zakken            bewaren voor haar.            Daar hoor ik vertellen dat ze veel tegenslagen kende.            Ze is het meest getekend door het verlies van haar grote jeugdliefde. A         Ja, narcissen ruiken inderdaad lekker.            Kon ze maar...            Kon ik ze maar...            Sorry, u zei? B         Wel, toen Jeanette weduwe werd, kwam ze dagelijks zien naar de eenden.            En het lijkt alsof zij haar verdriet aanvoelen.            De eenden zijn voor haar de kinderen die ze nooit had. A         Wij hebben ook geen kinderen.            Wij hadden geen kinderen.            Ik... B         Ik heb ook geen kinderen…            A         Mevrouw, gaat het? B         Ja hoor, dank u.            Ik moet straks terug naar het werk. A         Wat doet u van werk? B         Ik ben onthaalbediende op de dienst oncologie in het ziekenhuis hier achterom.            Ik hou van mijn job maar ik lunch niet zo graag samen met mijn collega’s. A         Oh, hoe toevallig, ik werk in de school aan de overkant als sportleraar.            Weet u, ik kwam vaak in het ziekenhuis.            Voor mijn vrouw, toen ze nog leefde            ...            Wat spijtig dat u niet graag uw pauze doorbrengt met de collega’s. B         Ja, het is niet dat mijn collega’s niet meevallen hoor, helemaal niet.            Maar ik heb het soms moeilijk met de gesprekken.            Vooral als ze stoom afblazen over de stress met de kinderen.            Mijn man en ik, …            Ziet u, we hebben jaren geprobeerd.            En toen verloor ik hem, de vader van mijn toekomstige kinderen. A         Het spijt me te horen wat u meemaakte.            Ik voel met u mee, ik ben mijn vrouw vorige herfst verloren aan een slepende ziekte.            Kijk, dit is haar ring om mijn pink, zo blijft ze voor eeuwig bij me. B         Ik draag de ring van mijn man rond mijn nek, dichtbij mijn hart.            Ik zal altijd van hem blijven houden, hij is altijd aanwezig. A         Zo voelt het bij mij ook, ze kijkt altijd toe, ook nu op dit moment.            Ze was zo... ja ze was mijn alles.            Ik zal altijd van mijn Rosie blijven houden. B         Heet uw vrouw Rosie? A         Ja inderdaad, mijn vrouw heet Rosie. B         Het zal wel toeval zijn, maar mijn man had op de palliatieve afdeling veel steun             aan een Rosie.            Ik weet niet of dat haar echte naam was, Rosie is niet echt een naam die je veel             hoort.             MIjn man had het dikwijls over haar, hij was er vol lof over.            Hoe zij met haar kale kop gekscheerde over haar vroegere zwarte krullen.            Hoe groot haar liefde voor haar man was en hoe zij zich nog steeds zijn prinses             voelde. Hoe hij haar bleef herhalen dat haar glinstering vele harten verwarmde, maar             vooral het zijne.            Ik was stiekem jaloers op zo’n grote liefde. A         Rosie…            Rosie mijn prinses…             Weet u, ze heeft me nooit verteld dat zij dit deelde met anderen.            Zij sprak me wel dikwijls over iemand op de afdeling, een zekere Hugo, een man             vol liefde voor zijn vrouw.            Hoe hij haar beschreef als een ster aan de hemel, die fonkelt als een diamant die             iedereen om zijn vinger wil dragen. B         Hugo            …            Maar dan bent u Dirk. A         Ja, ik ben Dirk.            U bent de vrouw van Hugo? B         Ja, ik heet Katleen.            ...             De narcissen bloeien écht vroeg dit jaar.

christinebogaert
21 1

Het is iets, maar geen gedicht meer

Zomaar het gedicht opnieuw beginnen, alleen maar omdat het daardoor niet meer hierom draait: het gedicht opnieuw beginnen. 'Niemand herinnert zich jouw zelfopgestelde criteria die leidden tot het moment waarop je stopte met fataal veel te schrijven', zei het wannabe analystje in je eigen beleving.  Maar het was fataal veel omdat het eindig was, dat leek je wel te begrijpen. Ik zie mezelf als een totaal overbodige verslaving. Is het mogelijk dit soort toestanden nog te vermijden? Het is 4u 's nachts en ik ben in verval en bloei tegelijk. Het betekenis negerende mannetje op mijn schouder staat me wel aan. Het is roekeloos jezelf op te delen. Ik laat mezelf aan mezelf over. Er is genoeg tijd voor iedereen om hetzelfde te doen. Je wil niet dat je niet geprobeerd hebt maar je handelt alles af vanop een afstand. Zonder toewijding. Er is iets mis - in iedere ruimte die je betreedt. Ik zie de verplaatsing van ruimte naar tijd, wat problematisch is want hoe beoog je progressie zonder kader? Je wil schreeuwen omdat er té veel tegelijk herkend wordt. Je kan passief zijn als je dat écht wil, maar je kan niet lachen met algemene onzekerheden die je samen met anderen moet ervaren. Door de toename van verveling was er even hoop.  Ik wilde vragende partij zijn maar dan anders.Ik wilde de situatie serieus in me opnemen maar vergat de onderverdeling van de ruimte. De fases waarin ik me bevind vorderen zich, respectvol, maar met opzet.  Ik wil dat het gedicht gaat over het gedicht, omdat het gedicht gezichtsverlies lijdt.Het gedicht lijdt gezichtsverlies, en dat moet je er zelf van maken.  De nieuwe methode is zonder het gedicht, opnieuw beginnen. Wat ga je nog doen zonder dergelijke vorm van vroomheid? Laat het gedicht zichzelf tackelen, maar daar is een eigen versie van mezelf al, luid en vragend om een ervaring die de moeite waard is. Verwoed geluid willen maken, alleen maar om er vanaf te zijn,maar dan gebeurt de de impasse toch weer opnieuw.

Dries Verhaegen
23 0