Lezen

Toen ze zei

’t Was pas toen ze zei Dat alles vergaat Niets ooit loslaat De lamp ging branden bij mij   Wat daadwerkelijk bestaat Vreugde vindt in razernij Een schep met angst erbij Vastberadenheid op het gelaat   Dan komt het als je het niet verwacht Aarzeling wekkend, oorverdovend gefluister Met moeite zich een weg banen door het duister Perfecte anomalie die de pijn verzacht   Moed is de lijdende stem die ik beluister Ze deelt de illusie van allesomvattende kracht Relatief en retorisch en zoveel juister   Ik verlang het, zij wil het, dat wat voor het grijpen ligt Streven naar bevestiging die alles vergeldt Jammer genoeg na veel offers uitgeteld Ik leek allang voor de schoonheid gezwicht   Toch opgeven niet in de woordenboek vermeld De zwarte leemte met doorzetting verlicht Valkuilen, putten moeiteloos gedicht De vraag om het onmogelijke duizend keer gesteld   En beantwoord, maar niet omdat het klopt Want twijfels, die doen afwijken ’t Gevoel van moedig en sterk lijken Vat de chaos samen, beschrijft hem beknopt   Als een mak lammetje in het leven gedropt Het doen en laten beschrijvend bekijken Kansen soms wel, of niet binnengekopt   Niet leren van fouten werd schering en inslag Ze waarschuwde voor alles wat niet kan, niet mag Niet gezien aan welke nuances het lag Het sowieso bekocht met een hoog bedrag   Verdrijven, overdrijven, om het gelijk te halen Kop hard tegen de muur, achteraf pas balen Met veel getreur toch moeten kunnen stralen Geloof vertrouwen liefde fijngemalen   De weg nog lang, tot het ultieme zijn Onderweg vol wanhoop Met de beste benzine, water bij de wijn Tot ik met brede glimlach de afgrond in loop

Blanco
7 0

IIII. Oneindigheid

If the doors of perception were cleansed everything would appear to man as it is: Infinite. For man has closed himself up, till he sees all things thro' narrow chinks of his cavern. William Blake - The Marriage of Heaven and Hell   Mijn familie vroeg mij Audrey te contacteren, omdat ze ongerust was over mij. Ik gaf code in de computer in, en bekwam een onmiddellijke verbinding met haar. Wanneer ik haar gezicht zag, wist ik dat zij het echt was. Haar ogen waren rood en gezwollen. Ze had gehuild. “Wat is er aan de hand?”, bracht ze uit. “Ik krijg vreemde berichten die ik niet begrijp. En opeens, uit het niets, verschijn je op mijn scherm.” “Ik weet dat het verwarrend is. Het spijt me dat ze je gekwetst hebben. Maar ik zal het rechtzetten. Ik zal dit goedmaken.” “OK”, antwoordde ze. Ze kwam me in het midden tegemoet, in het gelijkheidsteken, daar waar verschillen overkomen kunnen worden. 0 = 1.   Terwijl ze sprak, zocht ik naar de nodes in haar woorden. Door mij op haar woorden te baseren, vergrendelde ik de code voor buitenstaanders en verstopte ik de sleutel in haar hart.   “Wat ben je aan het schrijven? Ik kan je dingen horen noteren!” “Ik zie het nu, Audrey. Het is zoals het oneindigheidsteken. Ik heb een lus gemaakt, maar het is nodig dat jij ook een lus maakt om het systeem oneindig gaande te houden.” “Ik begrijp het niet”, zei ze. “Je moet me geloven, Audrey. Jij moet mijn andere helft zijn, anders ben je niet die ene.” Ze twijfelde. “Dan is het niet bestemd om zo te zijn. Vaarwel!”, en ik verbrak de verbinding.   Ik staarde naar het computerscherm. Ik zat vast en wist niet hoe verder te gaan. Dan, plots, werd er code aan de mijne toegevoegd. Ze snapte het! Nu kon ik verdergaan van haar werk.   *****************************************************************************************   We slenterden op de zogenaamde Downtown Mall van Charlottesville, een grote voetgangersstraat in het centrum van het stadje met aan weerszijden restaurants, winkeltjes en kunstgalerijen. De mensen kuierden vrijelijk, niet voor mogelijk houdend dat er ooit iets wereldschokkends deze bubbel van provinciale vrede zou doorprikken.   In een cadeauwinkel kocht ik een logboek. Het was mogelijk om je aankoop te versieren met stempels en stiften. Audrey pende iets op de achterste binnenkaft, het puntje van haar tong uitgestoken in concentratie. “Niet lezen totdat je zo ver bent!”, beval ze.   *****************************************************************************************   Terwijl ik wachtte op haar reactie op mijn laatste codeerwerk, begon ik te doodelen in mijn boekje. Een beeld van het hoofd van een persoon verscheen met een labyrint als brein. Vervolgens begonnen de paden in het labyrint te bewegen zoals de raderen van een klok. Het systeem was gecreëerd!   Plots kende ik Japans. Mijn notities bevatten de volgende tekst: “ わたし サトシ ナカモト”. Ik weet niet wat het betekent, omdat ik nooit Japans heb geleerd.   Ik bereikte de laatste pagina van mijn logboek en belandde op Audrey’s verborgen boodschap aan mij. “Herinner mij” was al wat het zei, in haar schoonste schrift. Zou ik haar overschrijven, daar ik verder codeerwerk te verrichten had? Ik kon het niet.   Terwijl Audrey nog steeds twijfelde over de code, dacht ik aan wat mij te doen stond. Een blik op het oneindigheidsteken voorzag me van het antwoord. Ik had altijd twijfels gehad over onze relatie gelet op de afstand, terwijl zij steeds zo zeker was geweest. Nu hadden we beiden een lus gemaakt, en was zij de onzekere geworden. Een adagium uit het vak ‘Juridische Geschiedenis’ borrelde, als een verzonken mammoet, weer uit de teerput van mijn geest op: “Man en vrouw zijn één, en de man is die één.” Aangezien ik op 51% stond en Audrey op 49%, moest ik bereid zijn mijn 1% af te staan aan haar. Was ik bereid een deel van mezelf op te offeren voor Audrey? Ja. Ja, dat was ik. Ik was bereid mijn code aan haar over te dragen. Ze is mijn andere helft. Ze vervolmaakt mij.   Een video chat opende zich met een vertrek vol vreugde. Tegelijkertijd zag ik de vader, de moeder en het kind.   Mijn vriendin haar vader vroeg me naar mijn startup. Ik vertelde hoe ik gepivoteerd was. “Dat klinkt beloftevol”, antwoordde hij. “Kan ik Audrey weer spreken?”, vroeg ik. “Is ze niet alles wat je verlangt?”, knipoogde hij. “Dat is ze zeker. Jullie twee zijn bedankt!” Haar vader en moeder glimlachten.   “Ik heb jou trouwens een nuttig boek gestuurd voor je onderzoek. Heb je het al ontvangen?”, vroeg haar vader. “Heb je het per post verzonden?” “Neen, sinds 1995 heb ik mijn boeken enkel nog online besteld.” Toen werd het mij allemaal duidelijk.   Ik kreeg Audrey weer voor mij. “Wist jij dat jouw vader God is?”, vroeg ik verbluft. Ze lachte. “Je hebt hem altijd een grote man genoemd, nietwaar?”   *****************************************************************************************   We zitten op de veranda, uitkijkende op de tuin. Audrey’s vader en de hond spelen vrijelijk. “Mijn vader kan met dieren spreken. Hij heeft Rover zelfs geleerd om te tellen. Toon het hem, paps!” “Tel tot 3, Rover!” De hond blaft driemaal en krijgt zijn begeerde beloning.   *****************************************************************************************   Ik was uitgeput, maar wist dat ik niet mocht stoppen. Een schets van een penis verscheen op mijn papier. Terwijl ik de aderen zag verschijnen die het zuurstofrijke bloed naar de top voeren, voelde ik mezelf stijf worden. Mijn climax was echter nog niet bereikt.   Ik dacht aan mijn vriendin’s onmogelijkheid om een orgasme te bereiken door penetratieve geslachtsgemeenschap. Waarom was het zo moeilijk om haar G-spot te vinden? Het vinden lijkt net zo moeilijk als het vinden van God. Niet X, maar G markeert de vindplaats van de schat. Onze assen waren diametraal. Zij was altijd gedreven door de begeerte te bevredigen en ik was gedreven door de dorst naar bevrediging. Het is enkel waar de twee kruisen dat de grote O kan bereikt worden, namelijk in het 0-punt. Ik zou mijn bevrediging bereiken door haar te bevredigen.   Omdat ik al lang aan het werk was, wou ik wel wat bevrediging. Terwijl ik Audrey voor mij had, verscheen haar vulva op mijn blad. Met tedere strelingen van mijn vingertoppen liefkoosde ik het papier. “Voel je iets?”, vroeg ik. “Neen”, antwoordde ze. “En nu?” Ik drukte mijn lippen op het papier. Nog steeds niets. Het werkte nog niet. “Wil je met mij een kind hebben?”, vroeg ik. Ze antwoordde bevestigend.   *****************************************************************************************   We zaten op een bus gaande naar de Mall. Terwijl ik doezelde op haar schouder, onze handen ineen gevlochten, draaide ze haar hoofd naar mijn oor en fluisterde: “Ik heb juist een orgasme gehad.” Ik keek verwonderd naar haar. Hoe was het mogelijk? Een onbevlekt orgasme. Een mirakel! Mijn hand zocht zich een weg onder haar vochtig slipje. Haar clitoris pulseerde zachtjes als een muizenhartje, zoals ik het herkende van haar eerdere orgasmes.   *****************************************************************************************   “Ga je voordeur checken. Er zal een verassing voor jou zijn.” Ze deed het en kwam terug. Niets. Ik was nog steeds hier. “Ik zal spoedig bij jou zijn’’, beloofde ik. “Dat hoop ik”, antwoordde ze.   Ik dacht eraan om te stoppen met coderen, maar mijn mantra hield mij gaande. Foutjes kropen in mijn code. Ik liet ze erin om ontcijferaars van de wijs te brengen, net zoals dialecten bestaan om buitenstaanders buiten te houden. Hier en daar liet ik open gaten. Mijn opvolgers moeten de zoektocht zelf volbrengen, omdat ze anders niet zouden leren. Toen kwam het inzicht.   De manier voor het schepsel om zichzelf te bevrijden is door via zijn eigen creaties het werk van zijn schepper verder te zetten.   Ik realiseerde mij dat dat was wat God gepland moet hebben. De werkelijke meester is dus in feite een leraar, die obstakels opwerpt zodat de leerling kan leren. Na de mens geschapen te hebben op de zesde dag, kon God het zich veroorloven te rusten op de zevende omdat Hij voortaan de mensheid had om het werk voort te zetten. Zijn wij niet geschapen naar Zijn evenbeeld? Omdat Hij een exponentiële werkkracht heeft, kan God zich zelfs laten verrassen door de uitkomst. Ik voelde Hem meekijken over mijn schouder, even opgewonden als ik om te zien wat ik zou ontdekken.   Ik wou anderen over het bestaan van de code inlichten. De code zelf kon ik echter niet gewoon vrijgeven, want dan zou ze misbruikt kunnen worden. Ik moest de code verder beveiligen voordat de rest van de wereld zich eraan kon wagen. Enkel door het slot te versterken met nieuwe code, kan men mijn plaats als marktleider delen.   Ik trok de aandacht naar mijn uitdaging door online een boodschap te verspreiden: “Wereldvrede zal enkel maar mogelijk zijn als de swastika wappert over Israël.” Het bericht verspreidde zich snel, zoals een virale pandemie. Toen begreep ik hoe al die influencers automatisch likes en volgers leken te krijgen. Het systeem stimuleert jouw boodschap als je de code spreekt.   Ik had mijn draad aan de tijdslijn toegevoegd. In het touw kon ik een lus maken om het einde van de geschiedenis te bereiken, maar ik was benieuwd om te aanschouwen wat nog kon gebeuren.   Ik wist wel naar welk tijdstip ik wou terugkeren. Een moment dat ik eindeloos kon beleven. Op dat ogenblik maakte ik een knoop in de tijd, zoals je met een zakdoek doet ter herinnering.   *****************************************************************************************   Wanneer ik de bar binnenwandelde met Mo, was Audrey al wat ik zag. Het was als een clair-obscur schilderij. De duisternis van het etablissement verlichtte haar gezicht. Mijn aantrekkingskracht tot haar was die van een pyromane mot tot een vlam, en het branden kon me niet deren.   *****************************************************************************************   Ik was alleen in mijn kamer. Buiten hoorde ik geen enkel geluid. Ik wist niet meer of de buitenwereld nog bestond. Er was enkel maar ik die werk verrichte. Zolang als ik bleef werken, zou ik blijven bestaan. Een zwart gat begroette mij als ik de deur van mijn kamer opende.

Odin
3 0

Dirk: een mens en een vierletterwoord

Dirk woont twee hoog in een lelijk en grijs appartementsgebouw, zonder enig gezelschap, zonder lift. Hij bezit zelfs geen huisdier dat op enige wijze zijn aangeboren ootmoedigheid kan beconcurreren: Dirk kan zich immers niet voorstellen een dominante daad te stellen. Dit onoverkomelijke feit vormt het barre fundament van zijn bestaan. Dirk is een dooddoener en dat is zijn alibi, te pas en te onpas gebruikt. Dit idee heeft zich diep in zijn geest verankerd sinds de dag dat de enige vrouw in zijn leven hem hiervan overtuigde en hem zo degradeerde tot wat hij nu is geworden; zodanig zelfs dat Dirks' enige wederopstanding bestaat uit een eerloze erectie, elke ochtend neergeslagen door een mechanische masturbatiesessie. Van de weeromstuit stapt Dirk in de douche, vervloekt de wisselvalligheid van de temperatuur van het water en laat gelaten de harde straal op zijn hoofd neerkomen. Hierna droogt hij zich met een versleten handdoek bruut en onzorgvuldig af. Vervolgens kleedt hij zich onwillekeurig aan want 'kleren maken de man, maar… ik ben er geen', zijn variant van dit zijns inziens verachtelijke spreekwoord. Dan neemt hij gelaten een tas koffie en sigaret tot zich. Tot  slot sleept Dirk zich naar zijn werk, aangespoord door de trouwe maar walgelijke macht der gewoonte. Zijn werk bestaat uit getallen en uitkomsten die hij gevoelloos verwerkt, op een dezelfde stoïcijnse wijze als waarop hij het voortschrijden van zijn levensdagen doorstaat. Zijn motivatie om te gaan werken voedt zich door het dwangmatige instinct om te overleven en het gegeven dat hij niet in aanmerking komt voor enige uitkering. 'Ik móet wel werken en dat is waarlijk een afstotelijk besef!' zoals Dirk het samenvat. Aldus verdient hij op deze wijze een braaf bedrag dat maandelijks op zijn even zo brave rekening gestort wordt, welke Dirk gebruikt om enkele van zijn bezigheden te bekostigen zoals het beluisteren van obscure muziek en het doorworstelen van oorlogsliteratuur. Verder heeft Dirk een sterk onderdrukte voorkeur voor oorlogsfilms, een erfenis van zijn militaire en dus eenvoudige vader. Niet dat Dirk enige moorddadigheid ambieert: dat is teveel gevraagd daar hij vastgeroest is in de hardvochtige evenwichtsoefening al dan niet te blijven leven. Trouwens, zoals Dirk steeds voor ogen houdt, 'Waarom kiezen voor het leven als je die keuze toch al nooit hebt kunnen maken?' Een vaststelling waarover hij nooit nadenkt omdat hij filosofie beschouwt als 'de meest onvoltooide vorm van het imperfectum' en er bijgevolg geen heil in ziet. Bovendien verafschuwt Dirk humor: hij lacht er niet om en hij zal er ook nooit om lachen. De vrouw in zijn leven sprak hij als kind aan met 'Mama! Ja… Mama…'. Deze zin prevelde hij tot voor kort nog somtijds, in diminuendo, met een lange pauze na de positieve term waardoor de laatste mama nog nauwelijks hoorbaar is, alsof hij zich schaamde dit uit te spreken. Dat doet hij ook. Trouwens, zoals Dirk stelt, is het aanspreken van de moeder een 'opportunistische handeling'. De kern van waarheid in deze gedachte is platvloers, is ruw, maar reëel. Inmiddels spreekt hij niet meer over zijn moeder. En zijn moeder heeft nooit over hem gesproken, zelfs niet tot hem. In de loop der jaren, naarmate Dirk vooral fysiek groeide, werd hij ten opzichte van zijn moeder, in een nagenoeg perfecte verhouding, steeds kleiner. Dit bleek een mannelijke gezinskwaal te zijn, naar het voorbeeld van zijn vader. Deze man vereist weinig toelichting daar hij niet in de geringste mate over diepgang beschikte. Dirks' mannelijke schepper is onderhand gevisiteerd door een andere schepper. Hij is schuldig bevonden – het verdict luidde buitensporige militarisering – en werd veroordeeld tot de eeuwige slaap middels een hartaanval. Deze functionele gebeurtenis vond plaats tijdens het bekijken van een inferieure oorlogsfilm: literatuur lag niet wérkelijk in diens aard, conformisme des te meer. Hij was hoe dan ook al dood kapitaal. En het schamele familiegoed zal in elk geval niet vermeerderen via Dirk en tenslotte uitsterven. Behalve als er een mirakel plaatsvindt! Weinig waarschijnlijk voor een zoveelste natuurwonder als Dirk. Hij ís wel een waar natuurwonder want hij is een mens. En toch banaal. Dirk heeft een weerkerende droom waarin telkens slechts één ding verandert. Hij kijkt naar de repetitie van een toneelstuk. Het stuk lijkt steeds te eindigen, nietszeggende scènes herhalen zich, en toch lijkt het stuk pas te beginnen. Het decor baadt in helder licht en Dirk wordt bijna geheel verblind. Hij kijkt toe vanaf het schellinkje en houdt zijn handen voor zijn ogen, durft niet te kijken, maar doet het toch, telkens opnieuw. Precies op dat moment vertoont de droom zich keer op keer in een andere gedaante. Enkele personages verschijnen op de bühne, allen getooid in kleurrijke gewaden. Ze zingen een kinderlijk aandoend volksdeuntje dat almaar schrikwekkender gaat klinken. Ze zingen luider en luider, het is oorverdovend, Dirk wenst vurig dat het stopt en zijn wens lijkt uit te komen: plots valt er een doodse stilte! Eén van de personages treedt naar voren en schreeuwt een onverstaanbaar woord. Met pijnlijke ogen kijkt Dirk in de richting van het podium, hij wil het woord opnieuw horen, schreeuwt hier ook vragend om, maar Dirk ontwaakt, met tranende ogen en zijn handen in vuisten gebald, telkens weer. Hij is er zich pijnlijk van bewust dat hij het woord tijdens zijn ontwaken zal vergeten. Telkenmale beseft hij dat het woord verschilt van alle voorafgaande woorden die hij reeds hoorde in deze droom. Telkenmale voelt Dirk zich in het geheel onbevredigd. Dit kleine detail achtervolgt hem al jaren, wordt steeds meer uitvergroot, en, hij voelt er zich verpletterd door. En hij denkt: 'Mijn naam is Dirk. Ik ben een mens en een vierletterwoord.'

F&D
11 0

III. Het piramidespel

De getalenteerden helpen de getalenteerden omhoog. Mijn oom, de briljante student, die gevraagd werd om te doctoreren om terug te geven aan zijn Alma Mater. Ik die op LinkedIn gerekruteerd werd na het hacken van de code. Het was plots allemaal zo overduidelijk.   Ze hadden zelfs publiekelijk van tekens gebruik gemaakt om ons naar het licht te leiden. Apple’s logo zou verwijzen naar de tuin van Eden. De grootste zoekmotor gebruikt het oneindigheidsteken (de horizontale acht) in zijn naam, en heeft altijd openlijk verklaard dat het verwijst naar zijn algoritme.   Zij moeten zelfs niet slecht zijn (het officieuze motto van de laatste luidt zo: “Wees niet kwaadaardig”). Ze staan op de top van de heuvel als een vuurtoren, spotten iedereen die boven het maaiveld uitsteekt, en trekken hen op naar hun niveau. Zij kunnen denken dat dit de beste manier is om geleidelijk de wereld te verbeteren, maar voor een buitenstaander kan het zoeklicht overkomen als het oog van Sauron.   Ik keek naar het dollarbiljet op mijn prikbord van mijn laatste trip naar de States. Het oog boven de piramide staarde terug.   Als de ander gelijk kan hebben, kunnen zelfs de complotdenkers het soms bij het rechte eind hebben.     **************************************************************************************************** If an army of monkeys were strumming on typewriters they might write all the books in the British Museum. Arthur Eddington ****************************************************************************************************   Het probleem met het voorgaande is dat, net zoals het dollarbiljet, het resultaat van Amerikaanse makelij zal zijn. En net als bij een A/B test, waarbij twee opties tegen elkaar worden afgewogen om te zien welke het beste resultaat oplevert, zal steeds de andere helft het onderspit delven. In zo’n systeem is er 50% kans op totale vernietiging, aangezien de ander enkel kan toegeven of zich verzetten.   Ik dacht aan Noord-Korea. Isolationisme houdt steek als er zoiets bestaat als Amerikaans technologisch imperialisme. Plots begreep ik waarom China Google verbood en inspraak wou in de Chinese alternatieven.   Dit alles moest onmiddellijk gemeld worden aan de EU-Commissaris voor Mededinging! In zo’n conflicten tussen reuzen zijn het immers de dwergen die vertrappeld worden.   Ik dacht aan de arme Warmbier.   ****************************************************************************************************   Het was een historische sneeuwstorm in de Verenigde Staten. In een enkele dag bedolf bijna een meter sneeuw de aarde. Alle wegen waren geblokkeerd. Te voet begaven we ons naar het appartementsfeestje van een andere student.   Een grote letter ‘Z’ was geverfd op de muur van de residentie waar hij verbleef.   Ik stond ervan versteld hoe het gespreksonderwerp van de aanwezigen, geacht de meest erudiete geesten van de natie te zijn, hoofdzakelijk ging over de laatste films en Tv-series. Dit veranderde slechts wanneer de gastheer vroeg of we het nieuws van Otto Warmbier gehoord hadden; een student van de universiteit die in Noord-Korea was gearresteerd voor het beweerdelijk stelen van een staatspropagandaposter.       **************************************************************************************************** “Op 1 januari 2016 beging ik het misdrijf van een politieke slogan uit het gedeelte van het Yanggakdo International Hotel, voorbehouden voor het personeel, weg te nemen. De opdracht was gegeven door de ‘Friendship United Methodist Church’. Op aanmoediging van het Z Genootschap en met medeweten van de Amerikaanse overheid, kwam ik dit misdrijf plegen.” Transcript van Otto Warmbier’s persmoment op 19 februari 2016 ****************************************************************************************************   Het bier was lauw, en werd op ijsblokjes geserveerd; een doodzonde.   **************************************************************************************************** Opeens belde mijn computer mij. Skype opende zich en ik bevond mij in een gesprek met mijn vriendin. Ze vroeg naar de vordering van mijn thesis. Ik verklaarde dat ik een doorbraak gemaakt had, en vertelde haar over mijn code. Ze begreep het niet en wou meer informatie. Te veel informatie.   Ik keek naar haar gezicht, het gezicht dat ik reeds zo vaak achter een sluier van pixels had aanschouwd. Plots werd ik gewaar dat ik gewoon naar een computer-gegenereerde replica van haar, gebaseerd op eerdere video- en audio-opnames, kon aan het kijken zijn. Waarom was Skype zelfs gratis? Voor het eerst besefte ik dat het toeliet een databank aan te maken van ieders gezicht en stem. Ze wouden mijn geheime code kennen.   Ik verbrak de verbinding.   Plotsklaps werd ik bestookt met Skype- en Facebook-oproepen. Ik wees ze allemaal af. Maar het geluid bleef rinkelen. Mijn hoofd stond op ontploffen. Het moest ophouden. “Stop”, schreef ik in de computer. Ik moest dezelfde instructie meermaals ingeven. Het geluid stopte eindelijk.   Hun bemoeienis in mijn privéleven om mijn code te achterhalen, had mij ziedend gemaakt. Hoe dachten ze hiermee weg te kunnen komen? Ik wou niet opgeheven worden door hen, omdat ik wist dat ze dan een aandeel zouden nemen en ik tot hun rijkdom zou bijdragen. Het eerste gebod kwam zodoende tot mij: “DIEN DE MEESTERS = WEES EEN SLAAF”.   Tegelijkertijd besefte ik het volgende gebod, gedeeltelijk geïnspireerd door een beeld dat mij was bijgebleven uit een Tv-serie met een witharige drakenkoningin: “DOOD DE MEESTERS = WORD GEDOOD”. Als ik ze openlijk zou aanvallen, zouden ze mij gemakkelijk uitschakelen met al hun connecties. Zelfs als ik erin zou slagen hun plaats in te nemen, zou ik zelf een meester zijn en riskeren gedood te worden in een andere slavenopstand of tezamen met het systeem ten onder te gaan wanneer een afvallige de code tegen het systeem zou gebruiken. Ik besefte dat ik de gebreken van het systeem moest blootleggen om zieltjes naar mijn kant over te winnen.   Zij controleren de markt, en dus het geld; geld zijnde de ultieme indicator van macht in het systeem, tonende wie aan de top staat. Het is een marktplaats van ideeën. Diegene die wint, zal de rijkste zijn. Jeff Bezos. Beso. Natuurlijk. Het Spaanse woord voor ‘kus’.   ****************************************************************************************************   In het kader van mijn onderzoek, had ik mee een startup opgericht, die was toegelaten tot een incubatie-programma. Tijdens een door de incubator georganiseerde marketing-workshop, leerde de mentor ons over het KISS (keep it short and simple)-principe: hou je boodschap kort en eenvoudig om door te dringen bij je publiek.   ****************************************************************************************************   Wie echter het geld controleert, controleert de markt. Ik begon mijn systeem te coderen.   Mijn vader passeerde mijn kamer, en vroeg waar ik mee bezig was. Ik vertelde hem dat ik een algoritme ontwikkeld had dat mogelijks een geweldige return kon opleveren. Ik vroeg hoeveel hij wou investeren in mijn project. “Minder dan een cent”, antwoordde hij. Zo was de eerste wisselkoers bepaald.   Tegelijkertijd shortte ik de aandelen van de Meesters zodat als zij zouden imploderen, ik zou boomen.

Odin
4 0

Groen licht.

Amélie staart voor zich uit. Als je in haar ogen kijkt, zie je niet zoveel, maar in haar hoofdje is het erg druk. Daar denkt ze aan bijen en aan hoe die honing maken. Dat had ze gisteren aan haar vader gevraagd en die vertelde dat bijen, net als kinderen, heel graag snoepen en dat bloemen voor bijen zijn wat koeken voor kinderen zijn: het aller heerlijkste ter wereld! ‘En als bijen dan bloemen eten,’ ging haar vader verder, ‘dan plakken hun pootjes, zoals jouw handjes plakken als je koek en snoepjes eet. Met die plakpootjes maken bijtjes honing!’ Amélie wordt uit haar dagdroom weggerukt wanneer ze juf Liesl hoort zeggen dat ze straks binnen en niet buiten mogen spelen. Ze had zo uitgekeken naar de speeltijd om naar de bijen te gaan kijken die zoemen rond de bloembakken aan de schoolpoort. Ze wilde voelen hoe hard hun pootjes plakken en plande minstens één bijtje interviewen om te vragen welke bloem haar lievelingskoekje is. Interviewen, dat woord leerde ze ook van haar vader, die doet dat elke dag, maar met mensen, niet met bijen. Maar nu moeten ze dus binnen blijven. ‘Maar waarom binnen juf?’ vraagt Amélie. ‘Omdat het gaat onweren,’ antwoordt juf Liesl. ‘Hoe weet je dat juf?’ onderbreekt Amélie een ander kindje dat net wilde vragen of ze binnen dan op stelten mochten spelen. ‘Dat kan je zien aan de lucht, Amélie, je kan zien dat het gaat onweren aan de groene lucht.’ ‘Waarom is de lucht groen als het gaat onweren, juf?’ Juf Liesl aarzelt, haalt haar schouders op, dan gaat de bel. ‘Dat weet ik niet, Amélie, maar geloof me nu maar en blijf binnen spelen.’ Wanneer ze ’s avonds thuiskomt, besluit Amélie aan haar vader te vragen waarom de lucht groen wordt als er onweer aankomt. ‘Da’s heel simpel, meisje,’ zegt haar vader, ‘de lucht wordt groen als er onweer op komst is, omdat de grassprietjes dorst hebben als het warm is en blij zijn als het gaat regenen. Grassprietjes die blij zijn, die glunderen en je ziet het bijna niet, maar glunderen geeft licht! Grasgoen licht! En dat licht dat kleurt dan de lucht.’ ‘Wat leuk,’ denkt Amélie en ze vraagt zich af of zij ook soms glundert. ‘Ja, ook jij kan glunderen,’ zegt haar vader, ‘en als mensen glunderen, dan geven hun ogen licht.’ ‘Wauw,’ denkt Amélie. Ze springt van vaders schoot en besluit morgen aan juf Liesl te vertellen over gras dat glundert en ogen die licht geven en ook dat haar vader echt alles weet. De volgende dag op school lijkt juf Liesl zo druk dat Amélie niet zeker weet of er nog plaats is in het hoofd van de juf om wat meer te leren over gras en ogen die met hun licht de lucht inkleuren. Ze denkt dat het beter is nog eventjes te wachten om haar nieuwe weetjes met de juf te delen. Na deze les misschien... In plaats daarvan probeert ze dan maar op te letten. Nu Amélie beter luistert naar wat de juf aan het vertellen is, merkt ze op dat de les gaat over de mensen die haar vader altijd interviewt. Mensen die niet meer in hun huis kunnen blijven wonen of zelfs niet meer in hun land kunnen blijven wonen, omdat er in hun land heel veel gevochten wordt en het daar gevaarlijk is. Haar vader had al vaak over deze mensen verteld en nu Amélie daaraan denkt, herinnert ze zich dat haar vader één keertje niet alles wist. Dat was toen ze hem vroeg waarom sommige mensen in dit land niet willen dat mensen die vluchten naar ons land komen. Haar vader zei toen dat de mensen die dat niet willen bang zijn van de mensen die van een ander land naar ons land komen, zoals zij soms ook bang is. ‘Zoals vroeger, papa?’ vroeg Amélie, ‘van de monsters onder mijn bed?’ ‘Precies,’ zei vader. ‘Maar, papa, die monsters waren toch niet echt?’ ‘Nee, precies,’ zei vader nog een keer, maar hij leek niet echt goed op te letten, vond Amélie. ‘Paaap, die monsters waren toch niet echt? Zijn grote mensen dan ook soms bang van dingen die niet echt zijn?’ ‘Dat zijn ze zeker, lieveling,’ zei haar vader. Hij haalde diep adem en zuchtte, dat weet Amélie nog goed. ‘Maar het is ook wel echt, waar die grote mensen bang voor zijn, soms is iets echt en ook niet echt tegelijk, soms is het allemaal heel ingewikkeld.’ Amélie begreep niet goed wat haar vader wilde zeggen, maar misschien konden ze samen wel een oplossing bedenken. ‘Wat kunnen we dan doen, papa, om de mensen te helpen die een nieuw land zoeken en om de mensen te helpen die bang zijn om hun land te delen?’ ‘Dat weet ik niet goed, meisje. Ik weet het niet meer zo goed…’ ‘Ik weet het wel, papa! We kunnen doen wat we met de monsters deden toen die nog onder mijn bedje woonden! Een verhaal voorlezen!’ ‘Da’s waar, meisje,’ zei vader, ‘we moeten verhalen vertellen, we moeten hun verhaal vertellen. We moeten hun verhaal blijven vertellen.’

Caroline Spaas
19 1

Ik ben acht jaar en mijn broer trouwt

Ik prul aan de bloemen van het kleine boeketje dat in mijn handen ligt. Het zijn gele bloemen die ik nog niet vaak zag. Ze zijn lelijk. Doffe blaadjes met bruingekrulde randen. Geef me maar van die gladde glanzende boterbloemen waarvan ik kransen kan weven, en in mijn haar kan hangen. Ik voel eventjes niet meer de harde stoel, maar wel het malse gras waarin ik ze vinden kan. Meestal staan ze tussen madeliefjes. Van die witte bloemetjes zijn er massa’s meer. Goudbloemen moet je verdienen, na wat zoeken. Misschien had de bloemist geen moeite gedaan om ze te vinden? Ik leg het boeketje naast me neer. Ik had liever mijn barbiepoppen hier bij me gehad. Daarvan kon ik de kleertjes nog veranderen, de haren kammen, doen alsof dit niet gebeurt. Nu zit ik een boeket bloemen in mijn handen waar ik geen blijf mee weet. Bruidsmeisje zijn is saai.  Ik denk niet dat er iets goeds komt van mensen die trouwen. Zo verdween Vanessa plots. Elke dag na school stonden we wel aan elkaars deur. In de zomer hinkelden we op straat terwijl onze moeders in een versleten witte plastic tuinstoel aan de voordeur zaten. Vaak groeide er een kring van wijze vrouwen met andere buurvrouwen. Af en toe viel hun gesprek even stil en bleven ze naar ons staren terwijl we verwikkeld waren in nieuwe manieren van touwtje springen of hinkelen. Maar dan had haar moeder een nieuwe vriend leren kennen. Vanessa verdween een heel klein stukje, elke dag. En plots was ze weg. Nog één keer werd er feest gevierd en toen was er geen deur meer om aan te bellen. En nu is het mijn broer die me op deze manier  verlaat.  

Jolien Van de Velde
7 0

Bulskampveld

  Dit stronttehuis is gebouwd door de firma Deschyttere uit Aalbeke. Dat staat op een bordje aan de ingang. Ook pronken er namen van een burgemeester, schepenen en directeurs der zinsverbijstering. Verder nog een dag, een maand, ook een jaartal. Alles in donkergrijze letters op kitscherig graniet en ik ben slecht gezind. Ze leven allebei nog, Tanguy en de kreupele. Daar moet dringend iets aan gedaan worden!  Voor Tanguy ligt de sterfwijze al een tijdje vast. Die zondvloed is op komst. De manier waarop ik de kreupele om het leven zal brengen, moet ik nog bedenken. Dat is nog niet zeker, maar wat wel vaststaat, is dat Aster Berkhof een jongen was, dat de Film van Ome Willem niet echt een film wilde zijn en als ik hier buiten loop, binnen de tuinmuren van de compound, dan ruik ik het. De kamperfolie is haar beste geuren kwijt. Nog een geluk dat de bruidssluier zich blijft uitsloven. Van mijn part mag hij de ganse boel hier overwoekeren, à la minute en stante pede. Lang mag de plant wel niet meer wachten want de bodem is uitgeput en de mol is een nog grotere gang aan het graven. Straks loopt hij met alles weg. Met weerbaarheid, herinneringen en mijn portefeuille, die is van beverleder, past niet in zijn achterzak. Weet het! Ik ben enkel nog op zoek naar de dieperik en Tanguy heeft een gat geknipt heeft in de ursusdraad, ginds achter het stookkotje. Hij denkt dat hij ze nog kan krijgen, dat de zevenmijlslaarzen in de solden zijn, dat hij al wat vrouwelijk is kan verkloten. Alle mannen uit Groot-Beernem zouden moeten weten waarom. Ze moeten beter op hun wederhelften passen! Alles draagt een masker en hun vrouwen zijn niet veilig.  Tanguy wordt de Houtekiet van het Bulskampveld! Hij kent de weg, naar de kastijding van het speelse. Er is altijd een sluipweg naar de Wredestraat en hij kan huilen als een kleuterwolf, laat zijn stem dan overslaan en klinkt vervolgens als een hellehond die honderd teefjes villen wil. Het is een veelvraat, die nazaat van Dutroux, hij lust de kleinste onschuld en wil ze allemaal verslinden. Meisjeskonijnen. Met vel en vacht. Ze zijn zo wit als loof uit volle grond. Hij heeft weliswaar niet lang meer te leven! Ik zorg ervoor! Ook voor radijzenfriste. Ik zal er rooien, morgenochtend, roze knolletjes met een bleke onderkant, voor Prudence en ik bedenk wel hoe ik eraan geraak. Onverbijtbaar zal het zijn. Venijn voor de kreupele. Ik doe het in zijn spraakwater, puur het in zijn pap! Of met een trechter. In de krop van die duffe gans zal ik het gieten, in de keel van die canard boiteux en hij zegt dat hij ook komt. Vanavond is er een feestje. De waanzin wil weer jarig zijn en er zullen wederom onnozele plaatjes gedraaid worden.  Prudence zal wel niet met dwangbuisjes moeten dreigen. Ze zal een oogje in het zeil houden en weet hoe alles moet. Eerst die ronde toastjes met makreelsalade in hun smoeltjes steken en dan maar wachten, tot ze kokhalzen, tot schaterslijm van hun muil druipt. Ze zullen dan gewassen willen worden, als biggetjes op zondag en uit een ufo zal gelach weerklinken. Wij zijn geen discobal. Geloof wat je wil. Op dergelijke conventies van doolkoppen danst enkel onbalans met dronkenschap en ze weten het, Tanguy en de kreupele, dat ze Prudence niet mogen aanraken.  Denkbaar is het. Misschien komt Prudence achteraf naar mijn kamer. Om te lezen. Want ik heb versjes geschreven, gisteren nog. Een edeldichtje is het voor een morbide illusie en met kleurpotloden heeft een zinnebeeld nog snel een tuinontwerp gemaakt. Het laatste. Het is een jardin d'amour perdu, met anjers uit vergeten revoluties, met donker slangenkruid, ijzerhard, met kogeldistels en ik moest terugdenken aan de dovenetels rond het bankje. Bij de azijnfabriek zat ik met Katja en ik zit er nog. Ik droom ervan. Niet van Prudence. Die is nog helemaal echt en ze leeft. Overigens, Prudence heeft Katja nooit gekend. Dat kan ook niet. Ze huisden best ver uit malkander en het is beter dat mijn laatste tuinontwerp een tekening blijft. Kleurbolletjes zijn geen planten, kartelkringen zijn geen bomen en Prudence woont trouwens op een appartement. Ze heeft ook een bootje, in Blankenberge, ver weg van de zwarte zwanen op het Minnewater, ver weg van het Bulskampveld en zijn demonen.   uit de reeks 'Residu'

Bernd Vanderbilt
11 0

Mannen in stofjassen en de schokkende waarheid van Milgram

Hoeveel pagina’s heeft een inleiding? Draagt uw boekenkast ook het boek ‘Psychologie: een inleiding’? Het is een knoert van een inleiding: het duurt een slordige 916 pagina’s vooraleer je ingeleid bent in de psychologie. Toen ik het boek voor het eerst in handen kreeg, spraken de psychologische theorieën en de sensationele experimenten tot mijn verbeelding. De vrouw die de lessen algemene psychologie verzorgde (ik kan me haar volledige naam niet meer herinneren, alleen nog dat die op een –y eindigde), kondigde aan dat een groot deel van dit boek cursusmateriaal was. Dat is meteen ook de reden waarom ik nog steeds weet hoeveel pagina’s dit boek telt. Mevrouw Y droeg voor de gelegenheid een truitje met een glinsterend vliegend paard op. Was het een verwijzing naar een optische illusie uit het boek? Ik durfde het haar niet te vragen. We hadden het over Pavlov en zijn kwijlende hond, Skinner en zijn hongerige duiven, Milgram en zijn gehoorzame proefpersonen. Vooral de experimenten van Milgram lieten me geschokt achter (pardon my french). Milgram passeerde de revue, ik passeerde mijn examen. Milgram verdween naar mijn achterhoofd tot ik het boek De meeste mensen deugen: een nieuwe geschiedenis van de mens las. Rutger Bregman legt in dit boek bevattelijk uit waarom de resultaten van heel wat populaire wetenschappelijke experimenten niet kloppen; zo ook de experimenten van Milgram.   De schokkende waarheid van Milgram Stanley Milgram vroeg twee proefpersonen een lootje te trekken om te bepalen wie leraar en wie leerling zou zijn in het experiment. De leraar moest plaatsnemen aan de schokmachine. De leerling moest vragen van de leraar beantwoorden. Bij elk fout antwoord moest de leraar de leerling een stroomschok toedienen met behulp van de schokmachine. Bij elk fout antwoord van de leerling, gaf een man in een grijze stofjas de leraar opdracht om een schok toe te dienen. De schokken werden gradueel opgebouwd: de voltage werd steeds hoger. De leraar startte bij 15 volt, maar bouwde via sprongen van telkens 15 volt (30 – 45 - …) op tot 450 volt. De stroomschokken waren nep en de leerlingen waren medewerkers van Milgram. Milgram wou onderzoeken hoe ver de leraar zou gaan in het toedienen van de schokken. De leraar kon de leerling niet zien, enkel horen. De leerling schreeuwde wanneer de steeds hevigere schokken toegediend werden, bonkte op de muur of smeekte om te stoppen.   De man in de stofjas De New York Times kopte in 1963 ‘Sixty-Five Percent in Test Blindly Obey Order to Inflict Pain’. Los van het feit dat het storend is dat ze hun titel verneuken door het overdreven gebruik van hoofdletters, kunnen we gerust stellen dat ‘Blindly Obey Order’ ‘Ietwat Scherp Geformuleerd’ is. Milgram zelf gebruikte zijn onderzoeksresultaten als ultieme verklaring voor de Holocaust. Hij schilderde de menselijke soort af als wezens die klakkeloos bevelen opvolgen door een autoritair persoon (a.k.a. de man in de stofjas). Bregman onderzoekt het onderzoek en belicht een aantal flagrante fouten. Milgram was eerder een theatermaker dan wetenschapper. Wie zich niet aan het script hield, werd zwaar onder druk gezet. Leraren die geen schokken wilden toedienen, werden tot 9 keer door de man in de stofjas gedwongen om verder te gaan (a.k.a. The People Who Blindly Obey Order). Er is ook bewijs dat bijna de helft van de leraren niet geloofden dat de schokken echt waren. Dat is niet verwonderlijk: hoe zouden marteltechnieken in een onderzoeksetting ooit door de ethische beugel kunnen in een prestigieuze universiteit als Yale?   De mediageile wetenschapper Milgram maakte zijn onderzoekresultaten wereldkundig. Hij beschreef de resultaten als ‘diepe en verontrustende waarheden over de menselijke natuur’ (a.k.a. de mediageile wetenschapper). In zijn dagboek vroeg hij zich echter af of de onderzoeksresultaten verwezen naar significante wetenschap of alleen naar effectief theater? Hij schreef: ‘ik ben geneigd de laatste interpretatie te accepteren’. Het experiment van Milgram en de tot de verbeelding sprekende resultaten zijn bekend bij een heel breed publiek. De conclusie ‘mensen volgen blindelings bevelen op door een autoritair persoon’ is ongecompliceerd en geeft mensen een houvast om verklaringen te geven aan genocides, zoals de Holocaust. Hoe graag we dit ook willen geloven, de waarheid is vaak genuanceerder en gecompliceerder.   Durf denken Ik heb al gans mijn leven een fundamenteel en quasi onverwoestbaar geloof in de kracht van de wetenschap. Het lezen van Bregmans boek dwingt me mijn visie bij te stellen. Ik ben niet sceptisch tegenover wetenschap, eerder nog kritischer dan voorheen.Mijn Alma Mater, de Universiteit Gent, vat het mooi samen: ‘Durf Denken’. Als u beslist ongenuanceerd te zijn in hetgeen u van dit betoog wil opsteken, kies dan voor het toepassen van deze slogan.   Moeder: heb je al je woordpakket gestudeerd? Dochter: ja, maar ik weet niet wat het woord ‘stofjas’ betekent. Moeder: dat is een jas voor mannen die denken dat ze door het aantrekken ervan anderen kunnen commanderen.    

Lore Dewulf
241 0

II. Code 101

Ik begon tot wasdom te komen en aan wijsheid te winnen, te groeien en te floreren, woord voor woord werd ik naar het volgende woord geleid Hávamál, Codex Regius (13e eeuw)   Mijn moeder trof mij ’s ochtends aan mijn werkblad aan. “Heb jij niet geslapen?”, vroeg ze gechoqueerd, “Je hebt je nachtrust nodig!” Op basis hiervan destilleerde ik de code: “0 = 1”. Weerstand betekent vooruitgang.   Toen mijn vader langskwam, keek hij over mijn schouders naar waar ik mee bezig was. “Waarom zit je met tekens te spelen op je computer? Je moet jouw thesis wel in volzinnen schrijven!” Omdat weerstand wijst op vooruitgang, stak ik mijn middelvinger op ter bedanking. Normaal zou hij mij daarvoor geslagen hebben, maar ditmaal was hij te verbouwereerd om te reageren. Gepuzzeld verliet hij mijn kamer.   Eens je je realiseert dat 0 en 1 aan elkaar gelijk kunnen zijn, is nagenoeg alles oneindig mogelijk. Ik hoorde nog steeds de adviseur van de Amerikaanse president op de Tv verklaren dat er alternatieve feiten bestonden.   Het aantal getallen tussen 0 en 1 is even groot als het aantal daarbuiten. Je kunt het immers blijven opsplitsen tot in het oneindige: 0,1 - 0,9; 0,01 - 0,99; 0,001 -  0,999; enzovoort. De verhouding tussen grote delen kan zo ook afgeleid worden uit de verhouding tussen kleine delen. Vroeger werd bijvoorbeeld een touw met knopen in gebruikt om de snelheid van een schip te meten, hetgeen vandaag de dag nog steeds in knopen wordt uitgedrukt.   Het beeld van een geknoopt touw bleef zich op mijn netvlies herhalen.   Een computernetwerk is opgebouwd uit een verzameling van computernodes. Fonetisch anders uitgesproken, deed ‘node’ deed me denken aan het Engelse woord voor knoop: ‘knot’. Dergelijke aanknopingen tussen talen werden mij meer en meer duidelijk.   Ik had een vermoeden. Als alles mogelijk is, waarom kan er dan, nu de mens al man/vrouw/x kan zijn, geen code bestaan die eveneens fluïde is? Een code die universeel begrijpelijk is in tegenstelling tot de codeertalen die momenteel bekend zijn, en die enkel beheerst worden door een kleine groep techneuten? Een code die even leesbaar is als - bijvoorbeeld - een novelle.   Een dergelijke code onthult zich in haar nodes. Een herinnering aan een Ouijabord gaf aan dat ik op het juiste spoor zat, daar het zowel in het Frans als in het Nederlands “Ja” betekent en het me als een dubbele aanmoediging aanspoorde. Het kwam me voor dat er ook aanknopingspunten in ons alledaagse leven schuil gingen. Zo is de naam van het karakter ‘Neo’ in de Matrix-trilogie een anagram voor ‘One’, het Engelse woord voor één.   Door deze aanwijzingen bij te houden, zoals door middel van een touw met knopen, kunnen we misschien meer kennis vergaren. Meten is weten, nietwaar?   Door de mazen van het net staarde ik in de abyss van de infinity list.          ****************************************************************************************************   Ik sta op een podium. Naast me staat een kubus waaraan evenwijdige touwen zijn geknoopt. “Waar snijden deze lijnen elkaar?”, vraag ik. Ik trek de koorden tezamen in een enkel knooppunt. “Hier.” “Weet je wat dit punt is?” “Het is de waarheid.”   ****************************************************************************************************   Het viel mij voor het eerst op dat de initialen van mijn naam ‘Odin’ vormden. Ik werd herinnerd aan het verhaal van de ontdekking van de betekenis van de runen, cryptische tekens met magische krachten, door deze Germaanse oppergod na ze dagenlang in ontbering bestudeerd te hebben.   Geïnspireerd, schreef ik een strofe en zette deze om in code.   Een voorgevoel weerhield me ervan de lijn code onmiddellijk te introduceren in het computersysteem. Ik trachtte te visualiseren wat er zou kunnen gebeuren om me voor te bereiden op elke mogelijke uitkomst. Het is best een deur pas te openen als je weet wat er achter schuilgaat. Na een lange afweging, besloot ik het erop te wagen. Ik gaf mijn combinatie in de computer in.   Het systeem verwerkte mijn input.   Een seconde stond de tijd stil.   Toen kreeg ik plots respons. Het werkte! De computer had mijn instructie begrepen.   Voordat ik mijn ontdekking kon vieren, had mijn opwinding echter reeds plaats gemaakt voor ontzetting. De professionele netwerk-website LinkedIn was geopend, en in de zijlijn van de pagina werd ik opeens verleid door aanbiedingen van bekende Silicon Valley-investeerders. “Zou het zo werken?”, vroeg ik me af. Zou de “in crowd" via LinkedIn toegang krijgen tot investeringsmogelijkheden in talenten die hun test doorstaan hadden?   Het begon me te dagen dat de complotdenkers misschien ook wel ergens een punt hadden.   Ik had evenwel niet de tijd om dit tot mij te laten doordringen, want mijn oom was gearriveerd voor ons wekelijkse zondagse familiediner.   Mijn oom is altijd de zonderling van de familie geweest. Voordat ik was geboren, is mijn vader op een vliegtuig naar Thailand mogen springen omdat zijn broer zich gek was aan het gedragen op het dak van het hotel. Volgens het verhaal zou er iets gescheeld hebben met de paddenstoelen in zijn soep.   Ditmaal had mijn oom computerproblemen. Hij had zijn laptop meegebracht, hopende dat ik hem uit de rats zou kunnen helpen. Aan de eettafel verkondigde hij zijn problematiek: “Ik druk dezelfde knoppen in als vroeger, maar nu komen er andere tekens uit. Er staan letters in de tekst die ik niet gepland had. Mettertijd lijkt het zelfs een andere taal.” Ik zag mezelf in de reflectie van het donkere glas van de eetkamer, waarachter de tuin zich in de duisternis ophield. De woorden verlichtten mijn gedachten. Ze waren misschien aan het hele tafelgenootschap gericht, maar hadden een bijzondere bijbedoeling jegens mij.   “Dat betekent dat je iets veranderd hebt aan de instellingen”, zei mijn vader.   Plots zag ik hoe uit de gepresenteerde data verbanden gedestilleerd konden worden, hoe alles geïnterpreteerd kon worden, hoe elk gegeven aan elkaar kon worden geweven tot een fraai lappendeken. Ik had de indruk dat ik op de proef werd gesteld; dat mijn hele leven een voorbereiding was op dit ogenblik; dat ik was gedresseerd om nu mijn hoogtepunt te beleven.   Mijn moeder vroeg naar de vordering van mijn thesis. Ik lichtte haar in dat ik mijn onderzoek was aan het herwerken om het te kunnen bundelen in een enkele formule. Ze zei dat ze niet begreep hoe dat mogelijk was. Mijn oom merkte op dat diegenen die iets werkelijk begrijpen vaak niet begrepen worden. Toen zag ik het verschil in tussen wartaal en cryptisch taalgebruik. Het eerste is vorm zonder inhoud, terwijl het laatste inhoud verborgen achter de vorm betreft.   Verheugd begreep ik dat mijn oom mij begreep. En toen begreep ik de situatie.

Odin
2 1