Lezen

Refugee walk, ontoereikend cynisme en dikke duimen

Met één oog check ik whatsapp op mijn telefoon: ‘nieuwe groep aangemaakt: Refugee walk’. Meteen daarna volgt de vraag naar voorstellen voor een groepsnaam voor ons team. Ik zie ‘solitaire mieren’ verschijnen. Wie dit bedacht heeft? De andere leden van mijn gezin. Dit wekt bij mij vragen op: ‘Wiens voorstel? Of komt dit uit de groep? Is dat wel mogelijk bij solitaire mieren?’. Ik krijg een antwoord terug: ‘Het is het resultaat van een gezamenlijke brainstorm. We zijn solidaire mieren, geen solitaire’. Ziehier de reden waarom je beter niet met één oog naar je telefoon kijkt. Samen met 1869 anderen wandelden we als solidaire mieren de Refugee walk, georganiseerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Door de samenstelling van ons wandelgezelschap – de helft van onze groep gaat nog naar de lagere school – kozen we voor de 10 kilometer. De andere optie was de volle 40 kilometer en laat ons eerlijk zijn: geen enkele 8-, 9- of 10- jarige zit daarop te wachten. Ofte: hoe je je kinderen schaamteloos kan inschakelen om je eigen mankerende conditie te maskeren. Elk ingeschreven team voor de Refugee walk krijgt een goodiebox met shirts voor alle deelnemers, een boekje met verhalen van vluchtelingen en een drankje. Na de wandeling vraagt mijn oudste dochter of ze haar Refugee walk shirt de volgende dag mag aandoen voor school. ‘Dit is mijn nieuwe lievelingsshirt, ik wil die tonen aan mijn klasgenoten. Ik wil hen ook graag vertellen over onze sponsorwandeling. Misschien willen zij volgend jaar ook allemaal meedoen!’. Het is gebeurd. De kinderlijke onschuld is verdwijnen, die heeft plaatsgemaakt voor een moreel reagerende mens. Ik mag dan wel eens cynisch uit de hoek komen, in deze context smelt mijn cynische zelf. Weet u wat het is: cynisme is een theorie van alles: het klopt altijd. Maar wat is het omgekeerde van cynisme? Naïviteit? Is het naïef dat u idealen heeft, dat een kind idealen heeft? In dit geval vind ik het noodzakelijk om totale relativering te weigeren, om te weigeren om bepaalde waarden af te geven. Het toeval wil dat ik diezelfde avond naar Becoming keek, de documentaire van Michelle Obama. De voormalige First Lady praat met iedereen, van de Queen of England tot tienermeisjes uit achtergestelde Amerikaanse buurten. Ze motiveert en inspireert en geeft de jonge – vooral vrouwelijke - generatie mee dat ze, net als hen, zoekende is in het leven. Dat ze moeten geloven in zichzelf. Dat zij ook een heel lange weg heeft afgelegd. Michelle Obama heeft heel goed begrepen dat de anderen maar zo dom zijn als jij ze maakt. In die zin behoort ze tot de beperkte groep Grote Empathische Leiders: ze predikt verbondenheid in plaats van tegenstellingen. Daar kan geen cynicus tegen op.   Dochter: Geef eens je hand. Moeder: Waarom? Dochter: Ik ga je duim meten. Moeder: Euh… Ok… Mag ik ook weten waarom? Dochter: Als je me een duim geeft, wil ik weten of het ook een dikke duim is. Moeder: Fair enough.

Lore Dewulf
12 0

Zeeduivels en duikerslood

  Jeuk krijg ik daarvan, als ik in een Hebtalon verdwaal. Het is slechts milde rabiës, een zachte schurft waaraan lammetjes bij tijde lijden en engelen zich niet om kommeren. Ze slapen soms tussen de ezeltjes van het ongeloof die hemelgeestjes. Als ze te veel gefladderd hebben, te lichte voetjes kregen. Vanuit de hoogte beginnen bergpaden vaak kronkelloos te lijken, ongezond recht, maar de ezeltjes weten beter. Zij verdragen meer dan engeltjes. Ze dulden vlooien, bochten, zeer onzuiver water, vuiligheid en strontvliegen. Zelfs wipjes van de zweep. Het is een treurwilgtak. Het helpt altijd. Als ik me opsluit in een pashokje, gedachten wissel met een leeg paneel. Ladies first en mannen mogen hier niet binnen met hun nieuwe Lada. Dit stond er al, op die wand. Verdenk mij niet. Het moet van een imbeciel zijn, van een Rus die twee woorden Engels kent. Ik weet het eigenlijk niet, waarom ik die Hebtalon aan de Blauwe Toren binnengestapt ben. Zocht ik een nieuwe adem, duikbrilletjes voor zoutgevoelige zeepaardjes, sandalen voor twee slakken in het mulle zand?  De houten klompjes waren uitverkocht. Ik vond er geen gewone sokken voor de gnoe, chot, ik ben zo dom, ik zoek altijd een doel en kocht uiteindelijk dan toch iets. Een setje duikerslood. Het grijs leek eerlijk mat. De prijs was nog te doen. Ik heb betaald met centen, briefjes die in valsheid niet geloven en het is voor een illusie, want ik heb haar gezien deze ochtend, haar naam is Chimaera, een meisjesfantoom met kleine borstjes, blauwe lippen en ze droeg een boxershort . Ze dreef daar in een opblaasbootje. Tussen en over golven, niet al te wild. De wind kwam uit het oosten. Landafwaarts blies die bries, al de ganse voormiddag en voor onwaarheden is het nooit te laat om overboord te springen. Chimaera bleef echter zitten. Ze klappertande. Ze schepte met haar palmen water uit dat schuitje van plastiek. Onzinnig en dwaas. Het is nooit verstandig om op een kille maandag rust en kalme zee te zoeken voor Oostende. Boven de Binnenstroombank mag er dan wel minder stroming zijn, het zand wordt er des te meer omgewoeld door strubbelingen. Het moet er danig troebel zijn, onder water, uitzichtloos, en ik ben naar Brugge teruggekeerd langs de Oude Baan, langs Houtave, langs Zuienkerke om aan de Blauwe Toren dus die Hebtalon binnen te gaan, ik de oen, de holbewoner die van bloementorens houdt, op mijn blote voeten, met zand tussen de tenen, resten potgrond onder de vingernagels en meel in een deel van mijn varkenskop. Kabouters hebben mijn hoofd ooit zo omschreven in een open brief. Ik probeerde, te vergeten, me te laten loodsen door dat fluogeel temidden blauw en grijs. Ik schets nog snel een Noordzeetafereel, zou je denken, maar dat is het niet. Het is geen boei die drijft aan de rand van een zandbank. Het is daar binnen, in die winkel met zijn sportieve fratsen. Alles kunststof, synthetische weefsel en ik herinner me een tengere figuur die een warme parka koos voor een tocht door een natuurpark in Peru. Een kind stond bij een ander rek en ging voor een oranje impermeabel. Garnaalvissen is ook een sport en ik zag er schier de ganse battaklang, een immens arsenaal aan gerief voor fitte mensenkuren. Absoluut een misser van me, om daar binnen te stappen, want de geur van plastiek maakt me ziek. Daarom heb ik voor lood gekozen, verschillende blokjes, in diverse grammages. Duikgordels lagen op een schapje hoger, maar ik heb er geen gekocht. Te lang. Allicht voor dikzakken met drijvend vet. Niet dat lood iets redden zal. Ik wilde gewoon iets zwaars voor deze wereld met haar wufte bling-bling, met haar heidense lichtheid, haar roze balletten onder regenbogen die indigo verkopen aan bleke vlegels. Werd ik maar blind en doof. De vogels zwijgen reeds. Ze houden niet van vederloos gezang, en is er die reclame, voor een vierde veranda. Op de radio. Zonder nestkastje is het aanbouwsel en alle liedjes klinken me in de oren als ambulancedeuntjes. Er circuleren ook lijstjes. Hits, ziektes, de ergste en een overzicht met soorten lijken, naargelang de doodsoorzaak. De tabellen staan weer tjokvol pronostiekjes over kansen op herstel. Ik bel je wel. Als ik de instelling mag verlaten, wanneer je gewonnen hebt, want de kans daarop werd gisteren berekend door een aap met éénenveertig balletjes. Ik denk terug aan de zee, aan de vissen zonder zwembroek van de Hebtalon en ze liggen er nog altijd. Op het strand. De schelpen, scherpe randjes, aangespoelde handjes van wel duizend lieve mensen heel ver weg. Ze waren tennisrokjes aan het naaien, vele schoentjes aan het maken voor een duizendpoot. Ik heb met ze meegevoeld en toen, plots, begon alles te scheuren. Niet alleen in mijn hoofd. Het is veel groter. Meer dan enkel diep in die kwabben. Er is iets mits en ik voel een opblaasbootje in mijn onderbuik. Ga gewoon plassen. Denk aan mij. Vorm met die straal urinedruppels hartjes in het zand. Het is die echo weer, de stem van Katja moet het zijn en ik ben teruggeraakt in de compound, in een kamer die veiligheid probeert te zijn. Af en toe lukt dat, provisorisch en de rust wordt meestal verstoord. Prudence is mijn kamer binnengekomen. Zoute haring, ajuin, een stukje brood. Of paté van haas met twee augurken op azijn en een sandwich? Ik kan kiezen, zegt ze en ik vertel haar over die gebroken einder, dat alles begon te scheuren aan het strand en dat ik ervan droomde. Ik zag het voor me hoe hij viel. Het zwaard van Damocles kliefde eerste een vliegend hert, daarna een kokosnoot en dan die kop, de bakkes van Tanguy. Pats. Rats middendoor en ze waren me al opgevallen, toen ik door de rozentuin liep, er het zeezand uit mijn zolen stampte. De verlaten driewieler, de lege morteltrog. Prudence knikt. Ik wil haas noch haring en ze zegt dat ik het voor waarheid mag aannemen. Tanguy is niet meer. Hij is definitief dood. Na die zondvloed op maandag woont er één demoon minder in de compound. De kreupele is naast haar komen staan. Hij wil niet vergaan en die zieke farizeeër weet van mijn bezoek aan de Decathlon. Hij zegt dat ik beter aan het AZ Sint-Jan gestopt was, om mijn vader nog snel een bezoek te brengen. Na al die jaren. Want hij ligt op sterven, op verdieping zes, zeventien treden boven de afdeling psychiatrie. Prudence wilt verder. Haring en haas moeten voort, maar de kreupele houdt haar tegen. Hij trekt de voorkant van haar witte schort volledig open, begint over de buik van Prudence te wrijven. Hij is des duivels en ik zie het, dat haar tepeltjes iets groter zijn dan haar beha doorgaans verraadt. Omdat ze zwanger is, spreekt de kreupele. Ik word de vader van een kind dat vrij en wild kan dansen, springen over golven van de ruige lust. Het wordt een jongen voor de woestenij, een droes die overal, voor elke kust sirenes vangt en aan zijn degen rijgt. Ik twijfel enkel nog over de naam. Misschien wordt het Zoutekiet, misschien Tanguy.     uit de reeks 'Residu'

Bernd Vanderbilt
6 1

Mijn brief aan Vlaanderen

Lief, eigenwijs Vlaanderen, Waar zal ik beginnen? Hoe overwin ik mijn angst voor het kale, witte en lege blad? Genoeg stof om over te schrijven denk ik dan, al verkies ik een kaal, wit, leeg blad boven een blad dat langs beide kanten omhoog krult, omdat het het gewicht van de melige coronawoorden of het coronageklaag niet langer kan dragen. Alsof het blad zich niet langer recht en overeind kan houden en noodgedwongen een andere vorm moet aannemen om verder door het leven te gaan. Een voorbode? Wordt het niet eens tijd dat we écht met elkaar gaan praten? Verbinding maken, zo heet dat dan. Connecteren. Luisteren. Elkaar diep in de ogen kijken. Waar we elkaar vroeger tegenkwamen op straat en elkaar steevast aanspraken over hoe koud, warm of regenachtig het wel niet was en dat het in Vlaanderen wel altijd iets was qua weer, nemen we nu een grote bocht om elkaar niet te moeten aanspreken. Wanneer we beiden onze bocht te klein hebben ingeschat (lees: risicoalarm!) laten we maar al te graag het codewoord ‘corona’ vallen om het ijs te breken. Het codewoord ‘weer’ is immers niet langer in de mode. Maar wat weten we echt over elkaar? We hangen witte doeken buiten uit solidariteit voor alle zorgende mensen. We komen om 20 uur dagelijks op de stoep staan voor een hartverwarmend applaus en kijken naar het nieuws, want iedereen kijkt tegenwoordig. Tijdens het weekend lezen we massaal boeken (want dat is opnieuw hip!) of trekken we massaal de natuur in om te genieten, want hé besef jij eigenlijk wel hoe prachtig die is? Onze zintuigen krijgen een ongelofelijke boost: de geur van de lente was nog nooit zo lekker fris, de smaak van een kopje zelf gezette kruidenthee was nooit eerder zo puur, hoewel iedereen in zijn kot blijft, zag ik nooit zo veel mensen als nu. Misschien sta ik het mezelf toe om mensen te zien, want ik heb tijd. Tijd om te ont-moeten. Wanneer ik mijn buurvrouw zie, kijk ik haar ook effectief aan met doortastende ogen; ik hoor opnieuw vogels fluiten of heb opnieuw oor voor vragen in de gesprekjes met mijn collega’s. Plots hebben we zeeën van tijd: geen gehaast meer om ’s avonds te gaan zweten in de fitness, geen files op onze snelwegen, een ongestoorde nachtrust aangezien er amper gerij op de baan is, tijd om er voor elkaar te zijn. Net op een moment dat je niet bij elkaar mag zijn. Hoe ironisch is dat? We beseffen pas wat we hebben eens we het niet meer hebben, zo gaat dat in het leven. Even geloof ik dat de wereld er ‘na corona’ helemaal anders zal uitzien. Tot de files hervatten en mensen opnieuw claxonneren, omdat ze schijnbaar haast hebben en hun leven belangrijker is dan het jouwe. Tot mensen opnieuw al te graag in hun auto springen om in het weekend naar een Vlaams bos te rijden en daar de hele namiddag te jammeren over de sterk toegenomen milieuverontreiniging en de teloorgang van de bossen uit de buurt. Tot mensen bij de heropstart van de horeca juichend zoals gekken cafés bestormen om toch een van de eerste tien Duvels te kunnen consumeren en met al hun niet-bubbel-vrienden al gsm’end rond de tafel te zitten. ’s Avonds komen ze dronken thuis, waar hun wit (of intussen beigegrauw) doek natgewapperd aan hun voordeur kleeft. Een solidariteitsteken. Om te tonen dat we om anderen geven. Tot het nieuws over de vluchtelingencrisis wordt weggefilterd. Gezinnen in bootjes op zee, hongersnood door oorlog. Deze thema’s bevatten het codewoord ‘corona’ niet, dus komen ze amper aan bod. Tot een nieuwe weg naar ‘poenpakker’ wordt blootgelegd, een nieuwe business wordt opgetrokken. Mondmaskers of alcoholgel verkopen is dé nieuwe goudmijn voor dummies. Vergeet het opstarten van jouw eigen frituur ‘de gouden saté’, maar bedruk mondmaskers en troef hiermee je concurrent af. Hoe alles in se weer vanuit de kapitalistische hoek bekeken kan worden. Al 491 dagen leven we zonder regering en maken we meerdere crisissen door. Hebben we intussen dan al geleerd om écht met elkaar te praten? Wie zijn wij? Ik wil niet negatief klinken, want negativisme is net een deel van het traag doorsijpelende vergif in Vlaanderen. Daar we vroeger negatief waren over het weer, zijn we het nu over corona. Trends veranderen, de aard van het beestje blijft. Toch ben ik er van overtuigd dat we van Vlaanderen geen grote verandering mogen verwachten. Alle verandering begint bij onszelf. Wij zijn Vlaanderen, Vlaanderen heeft ons nodig. Kleine beetjes maken een groot verschil: onze zintuigen naar waarde leren schatten en hun werk laten doen, genieten van de o-zo-kleine dingen in het leven, elke dag een held zijn voor je medemens door een kleine banale actie, een luisterend oor, een helpende hand of een bemoedigend schouderklopje. Het zijn die zaken, waar Vlaanderen nood aan heeft. Het blad papier raakt niet vanzelf ontkruld van de coronaplooien, noch zijn er grote, nieuwe, ingenieuze ideeën nodig om het papier te ontkrullen. Wanneer iedereen het met zijn eigen talent, zijn eigen kijk met zin voor diversiteit en zijn positieve blik aandurft om het papier met beide ogen aan te kijken en langs de zijlijn te helpen trekken, wordt het papier zo weer strak. Of we beslissen met z’n allen om het papier gekruld te laten en voortaan met gekruld papier door het leven te gaan. Een nieuwe standaard. Een eigenwijs Vlaanderen waar iedereen van droomt. Een warme, niet-virtuele knuffel, Hanne  

Mela H.
0 0

De weegschaal

Het fragment is hier niet verder dan de socialemediakanalen geraakt. Een Nederlands parlementslid haalde onlangs vanop de politieke banken in het Binnenhof een citaat van Willem Elsschot aan, meer bepaald uit het gedicht Het huwelijk. Maar de context zat niethelemaal juist. Een collega verbeterde hem op magistrale wijze. Tot verbazing van de eerste. We zijn het hier niet gewoon. Nochtans is Elsschot onze nationale literaire trots. Als u het mij vraagt, tenminste. Mij schoot een stukje uit het gedicht te binnen toen ik bij de dokter op de weegschaal stond en we allemaal de slappe lach kregen. “Weemoedigheid die niemand kan verklaren”, zo luidt het zinnetje dat bij me opkwam. Het volgt op de beroemde woorden die de Nederlandse politicus aanhaalde: “Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.”Maar laat me u uitleggen waarom ik aan de woorden dacht bij onze huisdokter, meer bepaald op haar weegschaal. Vader had het trouwens altijd over een bascule. Een uit het Frans geleend correct Nederlands woord, maar je hoort het nog zelden. Mijn vrouw en ik hebben de gewoonte om samen naar de dokter te gaan voor een medische check-up. We kunnen de kwaaltjes voorlopig nog binnen de perken houden, maar ik worstel al een tijdje met de cijfers die 's morgens vroeg op de weegschaal verschijnen. 's Avonds begin ik er niet aan, of ik lig de hele nacht te woelen. Mijn bibliotheek is ondertussen de trotse (als je het zo mag noemen) eigenaar van enkele dieetboeken, al komen komen ze literair gezien niet tot aan de enkels van Willem Elsschot, laat staan dat ze de cijfers op de weegschaal doen zakken. Maar ik sta daar dus op de weegschaal en alles wat er op het display verschijnt is het woord error. Tot driemaal toe. “Voilà, het is zover”, zeg ik. “De weegschaal is kapot. Ze kan het niet aan.” Onze huisdokter, die ons zeer genegen is, krijgt de slappe lach. Net als mijn vrouw. Zelf begin ik ook te schuddebuiken van het lachen. Afijn, u kan er zich iets bij voorstellen. Voor onze dokter zit er niets anders op dan in het kabinet een andere grote weegschaal tevoorschijn te toveren die de cijfers wel kan verdragen. Het is er eentje op wieltjes. Ik kan me de blikken van de andere personen in de wachtzaal al voor de geest halen terwijl ze de grinnikende dokter met de weegschaal op wieltjes zien voorbij komen. Terwijl ik daar dus sta, valt me het zinnetje van Elsschot te binnen. “Weemoedigheid die niemand kan verklaren.” Hier gaan we nog ooit mee lachen, dacht ik. Op de een of andere manier werd ik er zelfs wat weemoedig van. Verklaren kan ik het niet. Maar dat moetwellicht ook niet.

Rudi Lavreysen
2 0

Gele limonade en spa bruis

“Thuis hadden we vroeger alleen gele limonade en spa bruis. En tafelbier. Cola kwam pas later. Toen we erover bleven zagen.” Ik vertelde het thuis aan mijn vrouw nadat ik van de drankenhandel terugkwam. Ze had me gevraagd om enkele flesjes Perrier mee te brengen. Maar ik kon ze niet vinden en ik was al enkele keren op goed geluk met een lege winkelkar de winkel rondgereden. Zoals een wielertoerist die de weg kwijt is, want ik kon niet meer op de naam van het Franse bruiswater komen. Voor de man aan de kassa was het duidelijk dat ik niet vond wat ik zocht. “Wat zoekt ge?”, vroeg hij toen ik er opnieuw passeerde. “Tja, het klinkt onnozel, maar ik kan niet op de naam komen van hetgeen ik moet meebrengen”, zei ik. “Het is iets Frans.” Man, veel onnozeler kan je het niet zeggen, besefte ik meteen. Iets Frans. “Frans bier? Of Franse wijn?” “Nee, Frans water. Sorry, dat had ik niet gezegd.” “Ah, Evian natuurlijk”, zei de man met kennis van zaken, maar dat was het niet. “Het zijn groene flesjes. Bolvormige flesjes.” “Ah, Perrier. Nee sorry, dat hebben we niet”, zei de man. “Maar lust ge dan geen spa bruis?”, vroeg hij meteen daarop. “Jawel, maar het is niet voor mezelf. Perrier is best lekker.” Het was bijna een vraag zoals naar een kind dat zijn groenten niet opeet. “Denk je dat snoep gezonder is?” In de supermarkt hadden ze het Franse bruiswater gelukkig wel, zodat ik het gevraagde bij me had. Ik vertelde mijn vrouw het hele verhaal. Gevolgd door “thuis hadden we vroeger alleen gele limonade en spa bruis. En tafelbier. Cola kwam pas later. Toen we erover bleven zagen.” Het werd bovendien allemaal aan huis geleverd door de brouwer, maar dat zei ik niet.

Rudi Lavreysen
36 1

Een hoop gezeik en naakte feiten.

Een hoop gezeik en naakte feiten   Ik wou haar nog een tas koffie aanbieden alsof ik die verschuldigd was na die sekspartij van gisterenavond, maar ze was al weg. Ik liep in mijn ondergoed naar het terras toe terwijl ik een sigaret uit mijn pakje haalde en die aanstak. De zon op mijn gezicht zette me aan het denken. Ik zoog aan mijn sigaret. Misschien ga ik vandaag wel eens wat schrijven. Katers zijn perfecte bronnen tot inspiratie. Ze onderdrukken alle onnodige prikkels waardoor je enkel op een iets gefocust kan blijven. Ik besloot mijn laptop erbij te nemen. Het duurde een eeuwigheid vooraleer de machine op gang kwam. Ik verloor mijn geduld en smakte de pc tegen de muur. Mijn gitaar viel om waardoor de hals brak. Fuck! Die gitaar kostte evenveel als de auto waarin ik rij. Ik veranderde mijn plannen voor vandaag en besloot de gitaar’s leven te gaan redden. Ik sprong mijn oude Chevrolet in en reed naar mijn vaste muziekwinkel. De man van de muziekwinkel kon zijn ogen niet geloven. Dit was pure verkrachting voor hem. Zijn ziel brak en zo snel als hij kon begon hij het muziekinstrument te opereren. Het duurde eventjes vooraleer de uitslag bekend gemaakt werd. Ik wachtte al ijsberend in de zaak en verloor daarbij de helft van twee vingernagels. Ik bijt m’n vingernagels af ten gevolge van stress. De muziekdokter kwam de zaak terug binnen en keek me recht in de ogen aan. Ik vroeg of het hem gelukt was. Hij antwoordde met een simpele knik en een grijns. Van het opwinding kreeg ik een flinke paal in mijn broek die zo ongeveer tien seconden hard bleef daarna zakte hij terug. Oordeel niet te snel, ik kan er ook niets aan doen. Ik reed terug naar mijn appartement en besloot dit alles neer te schrijven, tot ik oog in oog stond met de naakte feiten. Mijn laptop is aan brokken gesmeten. Ik schonk mezelf een bruine rum in en rolde een joint. Geen grote hoeveelheden, maar net genoeg om de roes te voelen. Ik nam mijn oude typemachine, plaatste het papier erin en begon te typen. Dit zou wel eens een verhaal kunnen zijn.

Colin
0 0