Lezen

#novembervers2023 naar vrije insteek dag28

Een nest Eens in een nest andere veren duiken, lijkt me erg  verkwikkend. Alhoewel. Welke blikken willen  vreemde pluimage daadwerkelijk kennen leren?   Inzage van vederdos vraagt naar schuldige antwoord, het liefste een eerlijk, op de waaromvraag. Ik weet,  niemand bereid. Blijken dan toch lucide gedachten.  Uitborstelen eigen nest, wil ik hoegenaamd zelf niet;  laat staan dat van, voor of door vreemde blikken.   Wat ik binnenin niet najagen wil, wordt buitenbeeld. Stelling is meteen dichtslaand voor deuren,  die ik zelf niet openen wil.    Wat kan op nestkasten en meermaals overwogen?  Om idem dito blikken, de mijne om mee te beginnen,  dan toch doorheen vreemde sprieten, blad en tak  naar bouwtrucs te doen hengelen willen?   Niet begrijp ik wat erin als verpletterend klinkt?  Misschien, een aangeleerd gedragspatroon? Geconditioneerde zorgzaamheid kan omslaan, in geweld en haat, als omstandigheden veranderen.   Duiken in een ander stel veren, is niet zonder risico.  Kan niets zich dan naar open houding voltrekken?   Wordt bij nestbouw ongekend materiaal ingezet?  Of blijkt de zoveelste vreemde blik, ik incluis, allergisch voor al te donzige nesttuigen?  Ik beken meteen schuld. Of was ik neststelling weg,  zoals de regen het stof van een plant wegwast?  Misschien wacht ik beter op een vreemde bloem?  Inzage zal ook dan naar schuldige antwoord verzoeken. Ik beloof mijn nest. Het wordt een eerlijk.   @linde20231128 #novembervers2023#dag28

de jutte acrobate
0 0

Het spinnetje dat ze niet ving.

Hopelijk ben je niet bang voor spinnen. Want dit verhaal gaat over een lief klein spinnetje. Jawel, spinnen kunnen ook lief zijn. Ze vangen bijvoorbeeld die lastpakken van muggen voor je. En wie weet eet jij wel eens graag een stuk van een varkentje of schaapje maar ben je ook lief. In ieder geval deed het spinnetje heel erg zijn best om goed te zijn. Maar wat is goed? Wat de één goed vind, vind de ander misschien weer slecht … Muggen vangen zodat we lekker kunnen slapen vinden we goed. Veel poten hebben en er griezelig uitzien vinden we dan weer niet zo leuk. Hoe dan ook, ik had als kind een vreselijke angst voor spinnen. Maar als ik dit spinnetje zie, vind ik het vooral schattig.  Het spinnetje woonde in een bos. Laten we hem Sjarel noemen. Sjarel kon niet goed webben weven en dat vond hij een groot probleem. Ze waren zo belabberd dat hij er geen mugjes en vliegjes, laat staan grotere beestjes, mee kon vangen. Zijn webben namen de meest vreemde en onhandige vormen aan. Terwijl het web van een spin op zich al een kunstwerk is, voelde hij het verlangen dit te overstijgen. Maar als hij zag dat het bijna zo ‘n kunstwerk werd, probeerde hij het weer praktisch te maken. In een poging bij de andere spinnen te horen en in de hoop zo zijn eigen eten te kunnen vangen.  Hij was zo schattig en lief dat sommige andere spinnen, ondanks hun oordelen over zijn onkunde, hem verwelkomden in hun statige web en van hun overvloedige vangst lieten smullen. Daarvoor was hij hen heel dankbaar. Maar Sjarel was best wel trots. Hij wou graag zijn eigen eten kunnen vangen.  Dus ondernam hij eindeloos veel pogingen om een deftig web te maken. Volgde ook lessen daarin. Sommige onderwijzers hadden veel geduld met hem. Anderen vonden hem reeds op het eerste gezicht een hopeloos geval. Wat hij ook probeerde: het lukte hem niet.  Af en toe ving hij wel een draaierige vlieg of verdwaasde hommel, maar dat was dan eerder een toevalstreffer. Toch was hij dan enorm trots op zijn vangst en pronkte ermee.  Het ontbrak hem volkomen aan gevoel voor symmetrie en praktische infrastructuur. En als het hem al eens lukte een aanvaardbaar stukje web te maken, werd hij plots heel moe. Of kreeg een onweerstaanbare drang iets anders te gaan doen. Iets dat hij veel leuker vond, zoals zonder doel op stap gaan of het web van een buur als trampoline gebruiken. Of hij stopte zijn werkzaamheden omdat hij wegdroomde bij wat voor reusachtig, indrukwekkend en uiterst functioneel web hij zou maken waar de andere spinnen jaloers op zouden zijn.  Van dat alles kon hij boos worden. Boos op zichzelf. Boos op de andere spinnen die met hun web en hun vangst pronkten, boos op de insecten die hem uitlachten, boos op de wereld. Dan was hij niet meer zo schattig en lief. Maar gelukkig duurde dat nooit lang. Dan had hij weer een leuke ontmoeting of kreeg een lekker dikke vlieg van een barmhartige buur.  Soms viel het hem op dat sommige van zijn buren ervan konden genieten hem te zien weven. Ze nieuwsgierig waren naar welke gekke vormen hij nu weer uit zijn hoedje toverde. Ondanks dat ze hun web piekfijn op orde hadden, waren ze vaak verveeld, gespannen of moe door het vele en routineuze werk dat het onderhoud ervan vergt. En als hij weer eens een glinstering in de talrijke ogen die een spin heeft had gespot of een stiekeme glimlach bij een vermoeide buur deed ontluiken, kreeg hij vaak een extra grote hap van hen.  Maar daarna voelde hij zich weer eenzaam in zijn onverbeterlijke klunzigheid. Vaak viel hij zelfs op de grond omdat hij niet meer aan zijn eigen web uit kon. Werd zo een gemakkelijke prooi voor een vogel. Spinnen zijn enorm kwetsbaar, dat mag je vooral niet vergeten als je er schrik van zou hebben en daar mag je bovendien zeker geen misbruik van maken.  Tijdens zijn dooltochten ontmoette hij spinnen die net zoals hem waren. Maar hadden opgegeven en ergens in een hoekje lagen weg te kwijnen. En vaak allesbehalve lief en schattig maar boos op alles en iedereen waren. Ergens kon hij hen volkomen begrijpen. Maar dat vertelde hij niemand. Zijn lieve, begripvolle blik deed hen goed.  Af en toe moest hij op zoek vriendelijker buren. Omdat sommige buren zijn gedrag soms gewoonweg niet meer konden verdragen of hem te hard uitlachten.  Op een dag was Sjarel het allemaal zo beu dat hij zomaar, zonder enig plan of doel, een web begon te weven. Het was echt allesbehalve een poging er iets fatsoenlijks van te maken. Hij kreeg plots heel veel energie en weefde en weefde heel de dag door. Van de hoogste toppen van bomen tot aan de laagste plantjes en paddenstoelen. Hij besefte het niet eens dat de nacht viel. Misschien schonk de maan hem wel veel licht.  Toen de eerste zonnestralen de dauw op zijn web deed glinsteren, bekroop het ongelooflijke gevoel hem dat het af was.  Hij zette zich op een afstandje ervan en genoot van de meest onmogelijke vormen die hij tevoorschijn had getoverd. Zoiets had hij nooit eerder gezien. Bovendien zag het er ook grappig uit, waardoor hij luidkeels begon te lachen. Daardoor werden de hem omringende spinnen wakker. Ze keken eerst verstoord en fronsten met al hun ogen tegelijkertijd, maar toen begonnen ook zij, bij het overweldigende aangezicht van Sjarel’s te gekke web, het op een lachen te zetten. Schaterlachen deden ze. Heel het bos vulde zich met het gelach van spinnen. Ook de vogels, een vos en een paar konijnen voegden zich bij het orkest van verwondering en gelach. Door dat alles had Sjarel de indruk dat hij aan het dromen was. Hij werd plots heel moe en viel in een diepe slaap.  Een tijdje later werd hij wakker door gelach en dacht dat hij nog steeds aan het dromen was. Talrijke zoemende insecten omringden zijn web en schaterden het uit. Sommigen onder hen vielen door overmaat aan verwondering flauw of lachten zich dood.  Zijn web deed nog steeds allesbehalve wat een spinnenweb hoort te doen, maar insecten vielen neer op de weinige functionele stukjes van zijn web of op de blaadjes en takken van de bomen waartussen het hing. Zo kon Sjarel ze gemakkelijk overmeesteren en nuttigen als hapje. Het was de allerleukste dood die een insect zich kan toewensen.  Sindsdien maakt Sjarel alleen nog prachtige knotsgekke webben.         

Delacre
28 1

#novembervers2023 schrijven is lezen dag26

Basisgedicht: Op zondag schaatsen we over clichés van Vanessa Daniëls, de bezieler van het project novembervers. Op zondag schaatsen we over clichés Uiteindelijk is dit de hele kunst:aan het oppervlak blijven als op een ijslaag. Als je geluk hebt, plavijt de zekerheid van vrieseen dikke laag als een glinsterende loper vanbegin tot einde. Je kan je afscheiden van je voeten en geen benulhebben waarop je loopt. Op kristalheldere plekken grijnzen starre lijvenvanonder het dunne ijsvlies over het wak.Die kan je negeren. Je kan ontdekken hoe natte enkels voelen.En het is niet het doorzakken dat het meesteschrijnt, het is het langzame ontdooien;het lange herinneren hoe scheurend ijs klinkt. In het beste geval leer je omzichtigvoortbewegen; je gewicht impactloosoverdragen van je ene naar je andere been.En ik denk dat het dat is. Het is het schuifelenmet zwier verheffen tot kunst. Mijn creatie: Maar laat me nu net niet ontdooien willen. In schuifelen zie ik geen kunst. Het is als zwieren uit je jurk en net dan niet  in je netste onderbroek prijken.   Negeer me vandaag dan liever. Ik blijf wel aan het oppervlak. Als op een dunne ijslaag. Iemand moet starre lijven in de gaten houden en sneller herinneren hoe scheurend ijs klinkt.   Ik heb geen benul, hoe en waar de loper voor je glinstert. Begin tot eind.  Niets schrijnt, niets plavijt. Vries kan ik je niet verzekeren.   Je kan je afscheiden, maar sta me terwijl toe. Grijnzen is voor me als voortbewegen;  van mijn ene naar mijn andere been. Enkel met mijn muts op, verandert er iets.   Iets te gewichtig wordt het voor je nu wellicht; natte enkels woelen en zwier verheft. Dunne ijsvlies  ontdekt op kristalheldere plekken onzekerheden.   Ik denk dat het daar is. Daar, over het wak, waar je me negeren kan.   @linde20231126#novembervers2023#dag26

de jutte acrobate
0 0

Proloog thriller met als titel Omerta

PROLOOG       Bram zijn vriendin, Laura Vermeulen, stierf kort na middernacht op een regenachtige avond in maart.             Hij zag hoe ze haar wagenparkeerde en naar de ingang van zijn favoriete restaurant 't Galgenhuis aan de Groentenmarkt liep. Bram, een pastakenner vond de pasta in 't Galgenhuis de allerbeste van Gent en omstreken en ze moest toegeven dat hij gelijk had.              Hij was al blij dat ze na een lange tijd nog eens samen weg konden. De drukte op het werk en de thuissituatie zorgden ervoor dat er slijtage in zijn relatie met Laura kwam.              Niet dat het zo een gezellige avond was. Ze was er nauwelijks met haar gedachten bij. Laura was een flapuit, haar mond stond op een avond als deze nooit stil en meestal hing hij aan haar lippen. Letterlijk en figuurlijk. Het was pas toen hij vroeg wat er scheelde en ze had geantwoord dat er niets was en dreigde om op te stappen dat hij het gesprek over een andere boeg gooide. Hij begon over het werk, maar blijkbaar was dit ook niet het juiste moment.              'Zwijg me over het werk, Bram!'             Haar reactie was op zich vreemd. Natuurlijk konden vrouwen geprikkeld lopen, maar dit had Bram nog nooit gezien bij Laura.             'Vertel me liever eens of je het al aan je vrouw verteld hebt.'             Bram was vijf jaar getrouwd met Véronique, een klasse dame die hij had leren kennen op een receptie van zijn werk. Het was liefde op het eerste gezicht. Na een week waren ze officieel een stel. Ze kochten cadeautjes aan elkaar en ook op seksueel vlak was hun relatie als een vulkaanuitbarsting. Vijf jaar later stond hun relatie op een laag pitje. Laura was een jaar geleden in zijn leven gekomen. Wat was begonnen met een onenightstand na een avondje stappen, resulteerde in een passionele relatie dat nu een jaar aan de gang was. Drie weken geleden had hij haar beloofd dat hij zijn vrouw alles zou opbiechten over hun relatie en van plan was om bij haar weg te gaan.             'Ik kan het niet over mijn hart krijgen,' vertelde Bram.             'Hoelang beloof je het me nu al niet,' antwoordde Laura.             'Ik zie je graag, dat weet je toch. Stel u eens in de plaats van mijn vrouw. Die gaat kapot zijn van het nieuws.'             'Als je me echt graag ziet, had je het haar verteld. Of durf je niet misschien, broekschijter?'             De discussie duurde welgeteld een kwartier. Het was op het moment dat de ober het dessert kwam brengen, een overheerlijke moelleux, dat Laura haar handtas van de grond griste en met slaande deur het restaurant verliet.                          Het duurde een paar seconden tot de werkelijkheid bij Bram doordrong. Wat scheelde er toch met haar? Hij stond recht, schaamde zich tegenover de andere klanten in het restaurant, betaalde de rekening en verliet het restaurant op zoek naar Laura. Hij vond haar nergens.   Ter hoogte van Het Gravensteen hield Bram even halt. Hij riep haar naam, maar ze antwoordde niet. Op een bankje iets verderop ging hij zitten. Waar kon ze nu toch zijn? Wat scheelde er toch met haar? Voor de derde keer in een kwartier probeerde hij haar te bellen. Voor de derde keer was het haar antwoordapparaat die vertelde dat je een boodschap mocht inspreken na de bieptoon. Bram zocht nog een kwartier lang naar Laura, maar ze was nergens te vinden. Ongerust keerde hij terug naar zijn wagen. Haar wagen stond nog naast die van hem. Ver kon ze dus niet zijn, maar waarom vond hij haar dan niet? Op het moment dat hij de wagen wou starten, werd hij gebeld door een ongekend nummer. Wat moet ik nu doen? dacht hij. Normaal neem ik nooit op als een onbekende mij contacteert. De gedachte dat er iets met Laura gebeurd was besloot hem op te nemen.             'Hallo, met Bram,' zei hij met een trillende stem.             Bram hoorde een paar seconden niets, daarna enkel een oppervlakkige ademhaling.              'Hallo, met wie spreek ik?'             Het woord dat hij te horen kreeg van de onbekende beller, tartte elke verbeelding.             'Hallo! Hallo!' riep Bram. Niets meer. Hij hoorde enkel nog de kiestoon. Wie was die flauwe plezante? Het was jammer dat hij niet kon opmaken of de beller een man of een vrouw was. De vervormde stem bezorgde hem kippenvel.   

Angelo
23 0

Ik stap waar ik wil en geniet met volle teugen.

Ik trek mijn stoute schoenen aan.Met veel moed ga ik op stap.Waarheen? Daarheen waar mijn ogen mijn voeten leiden.Onbezonnen maar vastberaden om een goed stuk te wandelen.Let’s walk. Romp rechtop, rasse tred, armen slingeren.Stilaan vind ik mijn cadans.Zonnestralen strelen mijn huid, een blauwe lucht stemt mij vrolijk, een fris briesje waait.Huizen, tuintjes, weiden, bosjes passeren mijn perifere gezichtsveld.De vrouw die haar ramen poetst, de man die zijn gras maait, de postbode die van postbus tot postbus bromt, bouwvakkers en een draaiende betonmolen… zijn waarneembare activiteiten. Vogeltjes die fluiten, in de verte een balkende ezel, kikkers die in een poel kwaken dat het een lust is, een koppel wilde eenden vliegen voor mijn neus, wat verder in de wei… een fazant. Door de kleine afstand en het mooie licht komt het prachtige verenkleed super mooi uit, wat een kleurenpracht.Ter hoogte van een boerderij honden die blaffen, spelende katten, geitjes die bleiten.Ik vervolg mijn weg, haastig steekt een eekhoorntje de weg over. Snel verdwijnt hij achter het groene bladerdek.De natuur leeft! De man die met zijn hond gaat wandelen, de jogger die mij kruist, auto’s die te vlug rijden, wielertoeristen die zich alleen op de weg wanen, de moeder die met een kinderbuggy op stap is… iedereen heeft een doel.Op de grond voor mijn voeten… mieren die naarstig aan het werken zijn, platgereden slakken. Ik kijk op mijn activity tracker… reeds 12.000 stappen… nog 10.000 wil ik gaan.Deze weg lijkt mij leuk… OK… ik voel mij goed.. we vervolgen onze weg… daarheen.“Goedendag” zeg ik tegen de passant, de ene zegt “dag” en de andere… kijkt stug voor zich uit.Een veld vol met gele boterbloemen… prachtig… even stoppen om een fotootje te nemen.Terwijl ik stap mijmer ik nog even na... over van alles en nog wat.Aan de kant van de weg, een koppel zittend op een bank… zij rusten uit. Of is het een leuke en romantische date?De zon staat al hoger en het is warmer… ik begin te zweten… doch af en toe zorgt een frisse wind voor afkoeling. Gelukkig maar! Bekend terrein is in zicht, plots stopt een cabrio… “deze gaat toch niet de weg vragen?” … neen, het is Luc die mij herkent heeft en een praatje doet. Dat is leuk.Nog een paar meter en ik ben thuis… 22.356 stappen duidt de activity tracker aan.Well done, een zalig gevoel.Morgen gaan we weer op stap!

Guy Van Damme
16 0

Een verboden mapje vol

Hij had me de kleren van het lijf kunnen scheuren, maar dat deed hij niet. Omzichtig maakte hij mijn jurk knoopje voor knoopje los, de minuscule knopen als kostbare munten in zijn hand. Toen ik hem zei dat ik ze nu wel over mijn hoofd kon trekken en daartoe aanstalte maakte, legde hij zijn handen op de mijne. Hij zou zijn tijd nemen, zoals hij in de chat al had beloofd. Hij pakte mij uit als een cadeautje, net zo zorgvuldig als ik mij die morgen had aangekleed. De transparante stof van mijn bh had nog weinig te verbergen. Terwijl ik een ruk gaf aan zijn broeksriem, voelde ik zijn handen nieuwsgierig bewegen over mijn lijf, van mijn onderrug naar mijn billen en weer omhoog naar de sluiting ter hoogte van mijn rug. Mijn jurk gleed van me af, terwijl mijn borstjes gans verdwenen in zijn warme handen. Ik knoopte zijn broek los en ging gehurkt voor hem zitten. Terwijl hij mijn haar nog uit mijn gezicht haalde, nam ik hem zo gretig dat de tranen meteen in mijn ogen sprongen. Ik kokhalsde zacht, eenstemmig met zijn gesteun. Met een ziltige smaak nog in mijn mond maakte ik me van hem los. Edgen, net niet. Ik voelde hem feilloos aan.  Hij beet zachtjes in mijn onderlip en ademde zoete tabak in mijn nog zoutige mond. Ik proefde met mijn ogen toe, was verrast toen hij me op het matras duwde en hij op zijn knieën naast de bedrand ging zitten, zijn hoofd tussen mijn dijen. De warme vochtigheid van zijn mond beroerde me, eerst ongeregeld en gulzig, daarna gericht en gedoseerd. Met zijn haar in de war, zijn baard morsig en snakkend naar adem, keek hij op, op zoek naar bevestiging. Een zuchtende "nog" was alles wat ik nodig had. Toen hij bij me naar binnen ging, trilden mijn benen nog na. Een voor een had hij ze op zijn schouders gelegd. Hij was groot en bonkte hard, pijnlijk en zaligmakend hard. Ik kreunde luid en instemmend. Zijn ogen zochten de mijne en even hielden ze elkaar vast. Het ritme was verstoord, nog enkele keren ging hij ver uit en met een snelle stoot terug in. Ik moest ervan lachen en hij van mijn lach. Nonchalant plofte hij zich naast me neer. Dat het de beste seks ooit was, dat we dit niet konden maken, dat het ondeugend was maar niet legitiem. Ik veerde recht en ging schrijlings op hem zitten. Als een amazone bereed ik hem. Ik zou hem temmen, hij zou haar vergeten. Mijn beide handen hadden stevig grip op zijn onderarmen, ik duwde mijn bekken naar voren en gooide mijn hoofd naar achteren. Zijn boventanden beten in zijn onderlip. Ik herkende het van zijn filmpjes, een verboden mapje vol. Dat het die dagen van de maand waren, dat hij moest oppassen, maar te laat. Een zalige, ietwat koddige glimlach verraadde het. Onze liefde was bezegeld, een pact met de duivel, de prijs altijd te hoog. 

Véronique Scheyvaerts
148 3

De gouden oorbel

Fuck, ook dat nog. Tomas gromde. Stomme Veerle. Wie gaat nu in het bos wandelen met dure juwelen? Had ze toch wel een gouden oorbel van haar overleden oma verloren. Nu kon hij die gaan zoeken. Door de invallende duisternis zag hij nauwelijks een hand voor ogen. Hij trok zijn laars los uit de modder en rilde.  Liever was hij onder een dekentje in de zetel gekropen met een grote mok warme chocolademelk en enkele speculaasjes. De gedachte daaraan maakte hem nog kwader. Op Veerle maar ook op zichzelf. Was deze zoektocht echt nodig? Waarom moet ik per se bewijzen dat ik geen minnares heb? Dat die sms’jes aan Tamara niets betekenen? Een fijn contact met je ex is toch juist goed? Wie checkt trouwens de telefoon van zijn partner?   Hij probeerde zich te herinneren hoe ze waren gelopen. Waarom hebben we niet gewoon het betonnen wandelpad gevolgd? Hij stak de lamp van zijn oude Nokia 3010 aan. Dat kon die baksteen gelukkig nog net. Hier zijn we naar rechts gegaan, dan daar naar links, hier weer een beetje naar rechts. Plots stond Tomas stil. Hoorde ik nu net geritsel? Hij draaide zich om. Niets te zien. Ik zal het me wel verbeeld hebben. Hij zette enkele stappen. Dat geritsel weer. Word ik nu gevolgd? Tomas besloot het te negeren. Straks word ik nog paranoïde. Hij stapte koppig verder. Tot hier zijn we gelopen, daarna zijn we teruggedraaid.  Zag ik nu net een flits? Hij voelde een lichte paniek opkomen en versnelde zijn pas. We liepen hier naar links, dan bogen we af en daarna terug een beetje naar rechts. Alweer een lichtstraal. Nu was hij er zeker van. Hij begon te lopen. Die oorbel kan me gestolen worden. Ik koop wel een nieuwe. Aan het pad kwam maar geen einde. Dit klopt niet. Hier zijn we nooit geweest. Die lage struikjes heb ik nog nooit gezien.                                                                                                          Tomas besloot een eindje terug te keren in de hoop een herkenningspunt te vinden. Waarom wilde ik ook alweer geen smartphone? Ik had nu wel een GPS kunnen gebruiken.                      Dat licht weer. Plots zag hij een soort kleine vuurtoren naast de weg. Het leek wel het huisje uit Hans en Grietje maar dan in steen, niet in peperkoek. Daar komt dat licht dus vandaan. Nieuwsgierig sloop Tomas dichterbij. Hij keek rond. Niemand te bespeuren.                               Is dat de deur? Hij duwde er voorzichtig tegen. Kleren en een slaapzak. Een nachttafeltje en een opengeslagen boek. Hier woont iemand. Dat kan toch niet? Tomas kon zich niet bedwingen en stapte naar binnen. Een gasstelletje en enkele blikken witte bonen in tomatensaus. Een half opgegeten stuk brood. Twee paar Dr Martens en een verscheurde foto. Wat ruikt het hier raar.                                                                                Tomas zag nog een deurtje en duwde het open. De geur werd sterker, indringender, haast niet te houden. Hij bedekte zijn mond met zijn sjaal. Is dat een lichaam, onder dat doek?  Behoedzaam ging hij dichterbij. Hij schoof het doek een beetje weg, schrok van de plotse aanblik van het bleke vrouwengezicht met wijd open ogen en deinsde achteruit. Hij draaide zich om, wilde het op een lopen zetten en zag nog net iets blinken bij het oor van de vrouw.

Melanie Huyghe
33 1