Lezen

33 GRADEN WEG VAN MEKKA

Als er nu één plaats ter wereld is, waar een gelovige denkt dat hij volkomen veilig is, dan is dat toch in een kerk, een moskee of in een synagoge. Als je om de zoveel uren, alle dagen of minstens één keer per week gaat bidden om je tweede leven in het hiernamaals veilig te stellen, dan is dat toch de plaats waar je veronderstelt dat de goden een oogje in het zeil zouden houden. Niet dus. Een geschifte Jodenhater kon in Pittsburgh ongestoord 11 mensen neerschieten en geen God die deze dolle schutter tegenhield. Eventjes een onoplettendheidje van het opperwezen en je was sneller in de hemel dan verwacht.  Nu, zelf zou ik niet meer zo gerust zijn in mijn persoonlijke Jahweh, als je weet wat hij allemaal tijdens de wereldoorlog met het Joodse volk liet gebeuren. Hij zag toch maar mooi de andere kant op toen er zo’n zes miljoen van je voorvaderen uitgehongerd, vergast en iets te snel gecremeerd werden. Raar dat zo’n geïndoctrineerde gelovige mensen er dan nog steeds op vertrouwen dat die hemelbewoner almachtig is, alles ziet en hoort en dat die wel één van de dagen de nieuwe Messias naar beneden gaat sturen. Maar blijven hopen natuurlijk.. Wat ging er door die Turkse hoofden heen, toen ze vernamen dat ze al zo’n kleine 40 jaar in de verkeerde richting zaten te bidden? Een moskee in het Turkse stadje Sugoren staat niet richting Mekka! Hebben ze daar nu schrik dat hun gesmeek niet in de Mekkahemel aangekomen is?  Een roedel religiedeskundigen breekt zijn hoofd nu over het feit of al die gebeden nu ongeldig zijn. Zit je daar al 37 jaar, vijf keer per dag, dat is met de schrikkeljaren erbij zo’n kleine 13550 keer, met het zicht op de kont van je buurman, gebeden te prevelen en dan komt zo’n nieuw aangestelde 24 jarige snotneusimam je plots vertellen dat Mekka een 33 graden de andere kant opligt. Hebben ze ondertussen al uitgevogeld welke God er op die verkeerde plaats in dat stukje hemel bivakkeert? Denk niet dat die zich bezighoudt met het doorsturen van al die smeekbedes. Eigenlijk ben ik er bijna van overtuigd dat de God van de getuigen van Jehova daar zijn stekje heeft. Vandaag zag ik die muffe straatschuimers weer ineens, twee aan twee, richting de sociale woningen stappen. Misschien dat hun Jehova wel gezegd heeft, dat hij door de jaren heen zoveel leuke gebedjes vanuit de moskee ontvangen heeft, dat hij denkt dat daar zijn achterban nog wel wat zieltjes zouden kunnen overtuigen.  Maar een docent islamstudie gooit roet in het religieuze eten, de Koran staat plots een bidrichting- afwijkingsfoutmarge van 45 graden naar Mekka toe.  Ja voor alles is een uitleg… Bij ons mag een Kerstmarkt,  plots geen Kerstmarkt meer heten om andere geloofsovertuigingen niet te schofferen. Het moet nu wintermarkt zijn. Hebben onze kinderen wegens de neutraliteit dan ook ineens geen kerstvakantie meer?  Moet dit dan niet de wintersveertiendaagse worden?  Nu ben ik zelf een atheïst en ze mogen van mij alle religieuze namen en tekens verbannen. Ik heb daar totaal geen probleem mee. Maar dan ook consequent alle religie tekens. Geen Christelijke kruisen in openbare gebouwen, scholen, banken en bij de bakker naast de kerktoren. En om de atheïsten onder ons niet te schofferen geen tulbanden, keppels, hoofddoeken en alles wat maar enigszins naar het geloof verwijst uit het straatbeeld elimineren en tenslotte iedereen voor zijn eigen religie flink laten betalen . En dan moet de VTM kokkin Dumont, als ze op televisie kookt, ook haar Katholieke kruisjes-oorbellen eventjes uitdoen.   Sim, 30 oktober 2019

Sim
0 0

IEDER ZIJN HOBBY

Moesten jullie ook zo lachen toen dat koddige voetbalmakelaarsadvocaatje kwam vertellen dat zijn cliënt een vurige verzamelaar was van luxe uurwerkverpakkingen?  Geestig hé? Nu verwacht je inderdaad niet van zo’n maffiamakelaartje dat hij postzegels verzamelt, maar je vermoedt dat er minstens een collectie Porches, Ferrari’s of Lamborghini’s in zijn garage zouden staan. Dat zo’n spelersmakelaar een verzameling lege doosjes zou bezitten,waar voorheen voor zo’n kleine 8 miljoen euro aan super de luxe uurwerken zouden ingezeten hebben, dat gelooft toch niemand. Natuurlijk ieder zijn hobby, maar toch… Is er iemand in dit voetbalschandaal al aan de pols gevoeld? Gaan ze de omkoopuurwerken uit de scheidsmouwen schudden? Loert het supportersvolkje vanaf nu naar de polsen van voetballers, scheidsrechters en clubmanagers, kortom naar iedereen die zich met transfers bezighoudt? Of roepen ze vanaf nu, bij elke mogelijk verloren partij, dat de wedstrijd getrukeerd werd?  Operatie Propere Handen ging van start en een aantal witwas-, fraude- en matchfixing- corruptiefiguren werden voor ondervraging opgepakt. Nog diezelfde avond kwam dezelfde roedel ‘rijke- criminele- mensen- verdedigingsadvocaten’ weer met hun aan aandacht verslaafde kop op de televisie blaten dat hun cliënten onschuldig waren. Dat ze alleen maar een beetje zwart geld met Dixan hadden wit gewassen of ze links of rechts misschien vergeten hadden een centje aan de fiscus door te geven. Enfin dat ganse miljoenentransferzaakje gelijkt meer en meer op een corrupte winstgevende mensenhandel.   Gepetto begrijpt het helemaal niet meer. Hoe kon zijn houten pop zijn leugen-dna nog zo kwistig aan advocaten en politici ronddelen? Hebben jullie je ook zo geërgerd aan al die politieke pulp en beleidsbagger? In allerlei kakelprogramma’s lulden alle politici de afgelopen weken elkaar de verdoemenis in. Leuk om te horen dat sommige draaikonten plots aan een soort chronische dementie leden als er met de vinger gewezen werd naar de tijd dat ze het zelf voor het zeggen hadden. Gaan we na de verkiezingen nu eindelijk gezonde, frisse en propere lucht krijgen of blijft het allemaal bij gebakken lucht? Links, rechts kattenvitesse, voetbal en politici in de tutterfles… Ik ben al lang blij dat al die lijsttrekkersdebatten nu eindelijk voorbij zijn, dan kunnen we nu eindelijk opnieuw over belangrijker dingen, zoals Zwarte Piet beginnen kwekken…   Sim, Edegem 17 oktober 2019

Sim
0 0

Slechts de intentie telt

Het verhaal van de architect over de recente demonstraties aan hotel Mariposa liet Port niet los en hij besloot zelf polshoogte te gaan nemen. Hij nam de kustweg, een route die hij meestal vermeed. Die autoweg liep wel meer dan honderd kilometer parallel met de zee, maar slingerde hier noodgedwongen het binnenland in, in een wijde boog om de uitstekende klif met het megalomane bouwproject Mariposa heen. Menig toerist wierp er een vertwijfelde blik op de wegenkaart, en vreesde een foute afslag te hebben genomen om nu onverbiddelijk mijlenver het dorre binnenland in te moeten. Omkeren was op de smalle, bochtige weg immers uitgesloten. Wanneer in de verte weer de blauwe glinstering van het zeeoppervlak opdook, zetten de vakantiegangers hun auto opgelucht even aan de kant. Op de daarvoor voorziene wegverbreding legden ze slaafs het panorama vast waartoe een verkeersbord met afbeelding van een fototoestel hen aanspoorde. Port reed zo ver niet door. Op het punt waar de kustweg zich onderdanig om de berg heen moest kronkelen, als een slang rond de troon van de witmarmeren vorstin Mariposa, kende hij een steile, maar goed berijdbare grindweg die aftakte richting zee. Na vijfhonderd meter versmalde die weg tot een jaagpad tussen de toegang naar het hotel en het strand. Port parkeerde tussen een hoop bouwpuin en een stapel houten palletboxen, zodat de Mercedes Sprinter zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken was. Het heldere schijnsel van een grote witte maan verlichtte het hele terrein, dat met roestige nadarhekken afgesloten was. Hij keek omhoog en zag dat de architect gelijk had: de zwarte schandvlek die zij destijds, samen met de activisten van Greenpeace, hadden aangebracht op de voorgevel van het hotel, was enkele vierkante meter groter geworden. De verticale witte uitsparing van terrassen en portieken die de letter I, van ILEGAL, had gevormd, was nu ook zwartgeverfd. De protestslogan was alzo veranderd van HOTEL ILEGAL in HOTEL LEGAL. Op de lage betonnen omwallingsmuur vochten hun groene graffitiletters van weleer “Recuperemos la Playa” en “Demolición Ya” om een plaatsje met kladwerk van recentere datum: “HOTEL SI”. Vertwijfeld volgde Port het traliewerk verder in de richting van hun vroegere uitvalsbasis, het huis van Rogelio. Hij haalde opgelucht adem toen hij zag dat de meterslange muurschildering van Emily intact was gebleven. Enkel de kleuren waren vervaagd door de jarenlange blootstelling aan zout en zon. Wat was het toch een sterk werk en hoe goed kwam het tot zijn recht in de natuurlijke verlichting van het bleke maanlicht! De gehurkte hoogzwangere vrouw met de benen wijd gespreid en de knieën gebogen, als stond ze op het punt al zittend te bevallen, riep hem als een sirene. Het was volgens Port de eerste en enige keer dat Emily een realistisch zelfportret had gemaakt. Meestal beeldde ze zichzelf af als een van de hologige schreeuwende spookverschijningen uit haar nachtmerries. Port kon niet weerstaan aan haar lokroep en kroop over het hek. Die inspanning deed hem duizelen, hij struikelde en schaafde zijn scheenbeen. De toch al dun geworden stof van zijn jeans scheurde ter hoogte van zijn knie. Hij hoorde de demonische lach van de lelijke, gehoornde kobold, aan het andere uiteinde van het schilderij – het goede tegenover het kwade-, schallen door de nacht. Toen hij opkeek naar het hem bekende tafereel van de duivel, die aanzat aan een feesttafel, gedekt met diverse wereldse verlokkingen: een magnumfles champagne, een aangesneden slagroomtaart en een schatkist die uitpuilde van de bankbiljetten, herinnerde hij zich de droom van enkele maanden geleden. Waarom had de babypop van zijn zusje na zoveel jaren gezind op wraak? Het zweet brak hem uit. Plots begreep hij het. Hij keek verdorie in een spiegel, hij zag zichzelf! Hij had zijn ziel verkocht aan deze duivel die de naakte, arme donders aan de andere kant van de tafel vierkant uitlachte. Wat had hij toch gedaan? Wat had hem bezield om het op een akkoordje met Fernandez te willen gooien? Port probeerde zijn onregelmatige ademhaling te kalmeren door hardop te tellen: twee tellen in, één tel uit. Hij hield zich nu vast aan het stuk rechte muur, het middelste paneel van Emily’s drieluik, met de afbeelding van de kennisboom van goed en kwaad. Met één arm gestrekt tegen de muur schuifelde hij verder in de richting van de opengesperde muil van de walvis. Het zoogdier stond symbool voor familie, voor harmonie, en Emily had dat nog verduidelijkt door een kinderlijk hartje te schilderen boven de fontein waterdamp, die uit het spuitgat waaide. Maar tegelijkertijd kon je niet naast de pront rechtopstaande, stevige staart van het dier kijken, die nog martiaal leek na te trillen van zijn arbeid tussen de gladde dijen van de zwangere vrouw. Port wreef over de snuit van de kolossale vis en liet zich toen zakken in de schoot van de betonnen Emily. Hij liet zijn hoofd rusten tegen haar harde, dikke stenen buik en fluisterde: “Ik heb het toch alleen voor onze zoon gedaan, schat. Wat verwijt je me nu?” Toen gaf hij zichzelf twee klappen in het gezicht om zijn hoofd weer helder te krijgen. Hij moest de dingen dringend op een rij zetten.

esther wilderjans
0 0

Slechts de intentie telt

Het verhaal van de architect over de recente demonstraties aan hotel Mariposa liet Port niet los en hij besloot zelf polshoogte te gaan nemen. Hij nam de kustweg, een route die hij meestal vermeed. Die autoweg liep wel meer dan honderd kilometer parallel met de zee, maar slingerde hier noodgedwongen het binnenland in, in een wijde boog om de uitstekende klif met het megalomane bouwproject Mariposa heen. Menig toerist wierp er een vertwijfelde blik op de wegenkaart, en vreesde een foute afslag te hebben genomen om nu onverbiddelijk mijlenver het dorre binnenland in te moeten. Omkeren was op de smalle, bochtige weg immers uitgesloten. Wanneer in de verte weer de blauwe glinstering van het zeeoppervlak opdook, zetten de vakantiegangers hun auto opgelucht even aan de kant. Op de daarvoor voorziene wegverbreding legden ze slaafs het panorama vast waartoe een verkeersbord met afbeelding van een fototoestel hen aanspoorde. Port reed zo ver niet door. Op het punt waar de kustweg zich onderdanig om de berg heen moest kronkelen, als een slang rond de troon van de witmarmeren vorstin Mariposa, kende hij een steile, maar goed berijdbare grindweg die aftakte richting zee. Na vijfhonderd meter versmalde die weg tot een jaagpad tussen de toegang naar het hotel en het strand. Port parkeerde tussen een hoop bouwpuin en een stapel houten palletboxen, zodat de Mercedes Sprinter zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken was. Het heldere schijnsel van een grote witte maan verlichtte het hele terrein, dat met roestige nadarhekken afgesloten was. Hij keek omhoog en zag dat de architect gelijk had: de zwarte schandvlek die zij destijds, samen met de activisten van Greenpeace, hadden aangebracht op de voorgevel van het hotel, was enkele vierkante meter groter geworden. De verticale witte uitsparing van terrassen en portieken die de letter I, van ILEGAL, had gevormd, was nu ook zwartgeverfd. De protestslogan was alzo veranderd van HOTEL ILEGAL in HOTEL LEGAL. Op de lage betonnen omwallingsmuur vochten hun groene graffitiletters van weleer “Recuperemos la Playa” en “Demolición Ya” om een plaatsje met kladwerk van recentere datum: “HOTEL SI”. Vertwijfeld volgde Port het traliewerk verder in de richting van hun vroegere uitvalsbasis, het huis van Rogelio. Hij haalde opgelucht adem toen hij zag dat de meterslange muurschildering van Emily intact was gebleven. Enkel de kleuren waren vervaagd door de jarenlange blootstelling aan zout en zon. Wat was het toch een sterk werk en hoe goed kwam het tot zijn recht in de natuurlijke verlichting van het bleke maanlicht! De gehurkte hoogzwangere vrouw met de benen wijd gespreid en de knieën gebogen, als stond ze op het punt al zittend te bevallen, riep hem als een sirene. Het was volgens Port de eerste en enige keer dat Emily een realistisch zelfportret had gemaakt. Meestal beeldde ze zichzelf af als een van de hologige schreeuwende spookverschijningen uit haar nachtmerries. Port kon niet weerstaan aan haar lokroep en kroop over het hek. Die inspanning deed hem duizelen, hij struikelde en schaafde zijn scheenbeen. De toch al dun geworden stof van zijn jeans scheurde ter hoogte van zijn knie. Hij hoorde de demonische lach van de lelijke, gehoornde kobold, aan het andere uiteinde van het schilderij – het goede tegenover het kwade-, schallen door de nacht. Toen hij opkeek naar het hem bekende tafereel van de duivel, die aanzat aan een feesttafel, gedekt met diverse wereldse verlokkingen: een magnumfles champagne, een aangesneden slagroomtaart en een schatkist die uitpuilde van de bankbiljetten, herinnerde hij zich de droom van enkele maanden geleden. Waarom had de babypop van zijn zusje na zoveel jaren gezind op wraak? Het zweet brak hem uit. Plots begreep hij het. Hij keek verdorie in een spiegel, hij zag zichzelf! Hij had zijn ziel verkocht aan deze duivel die de naakte, arme donders aan de andere kant van de tafel vierkant uitlachte. Wat had hij toch gedaan? Wat had hem bezield om het op een akkoordje met Fernandez te willen gooien? Port probeerde zijn onregelmatige ademhaling te kalmeren door hardop te tellen: twee tellen in, één tel uit. Hij hield zich nu vast aan het stuk rechte muur, het middelste paneel van Emily’s drieluik, met de afbeelding van de kennisboom van goed en kwaad. Met één arm gestrekt tegen de muur schuifelde hij verder in de richting van de opengesperde muil van de walvis. Het zoogdier stond symbool voor familie, voor harmonie, en Emily had dat nog verduidelijkt door een kinderlijk hartje te schilderen boven de fontein waterdamp, die uit het spuitgat waaide. Maar tegelijkertijd kon je niet naast de pront rechtopstaande, stevige staart van het dier kijken, die nog martiaal leek na te trillen van zijn arbeid tussen de gladde dijen van de zwangere vrouw. Port wreef over de snuit van de kolossale vis en liet zich toen zakken in de schoot van de betonnen Emily. Hij liet zijn hoofd rusten tegen haar harde, dikke stenen buik en fluisterde: “Ik heb het toch alleen voor onze zoon gedaan, schat. Wat verwijt je me nu?” Toen gaf hij zichzelf twee klappen in het gezicht om zijn hoofd weer helder te krijgen. Hij moest de dingen dringend op een rij zetten.

esther wilderjans
0 0