Lezen

Ode aan

Bij het ontwaken denk ik meteen aan jou. Ook op de weg naar het werk laat je me niet los. Tijdens de koffiepauze zoek ik je op en aan mijn bureau breng je me momenten van ontspannend genot.Zelfs in mijn dromen speel je zelden een bijrol. Als je er niet bent, denk ik aan jou. Als je er wél bent, denk ik eigenlijk ook aan jou. Aan jouw nooit kleurloos te noemen smaak. Je geur en je smeltende textuur. Zo tastbaar, zo aanwezig en toch ook zo snel weer weg.Je bestaan is er één van duizend variaties. Je bent de uitvinder van bitterzoet, van indringende subtiliteit en ruwe zachtheid. Combineerbaar met alles, maar ook in je eentje een niet te onderschatten plezier. Een sensatie die moeilijk niet te beschrijven valt. Je intensiteit is onevenaarbaar en altijd veel te kort van duur. Ik ontdoe je voorzichtig met wijsvinger en duim van je flinterdunne emballage, frivool als ogenschijnlijk onschuldige lingerie. Daarna aanschouw ik jouw unieke structuur. Je gave ebbenhouten naaktheid.Je bent puur, je vaak Afrikaanse herkomst nooit verloochenend. Je bezit een fractie van koppigheid en een overvloed aan liefde.Iedereen verklaart me gek, maar ik blijf erbij: ‘Zwart is wél een kleur!’ Met jou verwerk ik. Met jou vergeet ik.Een drug in moeilijke tijden Een drug in makkelijke tijden.Mijn eerste hulp bij stress, mijn grote troost bij verdriet. Voor de gelegenheid en nog vaker zonder gelegenheid.Met jou deel ik, maar zelden of nooit deel ik jou.Van te veel van jou word ik ziek, van te weinig van jou word ik nog zieker.Ik zoek je overal, zie je overal en neem je het liefst altijd mee voor het geval dat.Ik klamp ik me vast aan jou, aanbid jou.Ik ben verslaafd aan jou.

Ans DB
0 0

Deel 1 De zandstorm

  Sven zit op een bankje.En kijkt in de lucht.Hij ziet de zon hoog boven zich staan.Zijn broer komt naast hem zitten.Hij zag er wel een beetje haastig uit.Hij zweete en had een tulband aan.Met een geel randje.Een donker-donker blauw hemd met een leren riem over zijn schouders geslagen.Met een lange licht-grijze broek droeg hij.Grappig,vond hij.Dat de mode niets veranderd.     'Is er iets?' Vroeg Sven. 'Ja,zeker! Er is zotezien een zandstorm opkomst.We moeten zorgen dat we wegwezen!' Zij hij wijzend naar de rode horizon. Sven zij niks.En zette zijn ogen voor zijn ogen.Inderdaad,verderop,heel ver-kon je duidelijk een lichte zwarte lijn zien.En die bedekte heel het zuiden. En die lijn,kwam dichter en dichterbij.Sven stond op en gebaarde Ev om weg te wezen.Snel ging Sven nog naar binnen.Het zou niet lang duren of de storm zou uitbreken.Hij grabbelde snel nog naar een deken,een fles water,en een houte geluksbrenger beeldje.Dat had hij namelijk eens van zijn opa gekregen.En hou zou het voor geen geld ter wereld verkopen.Gelukkig stonden zijn spullen altijd op z'n plaats.Sven rende naar buiten met Ev achternagevolgd.De groep mensen, een kleine groep,was al vaak testen gedaan wat ze zouden doen als er een zandstorm aankwam.   De mensen verzmelden zich op een lange rij midden op de weg.Sven en zijn broer Ev waren niet als laatste aan gekomen.Raar,legde Ev snel zijn spullen op die van zijn broer.Waardoor Sven bijna vloekte.'Wat doe je toch?!' Zei Sven.Maar Ev was al ver weg.En kon hem niet meer horen.Hij ging in de richting van het huis.Maar waarom toch?! 'Haast je dan!' Schreeuwde hij nog.De groep begon langsaan te wandelen. Daar kwam Ev aangelopen met een ezel.En om de ezel bengelde een paar zakken.   Sven hoorde iets.Wat was dat? Hij luisterde nog eens goed.Oei! Hij hoorde iets verschrikkeljks als hij dat arme ding achter zou laten dan.... Hij gooide snel zijn spullen aan zijn kameraad en snelde met een bezorde blik  richting de huizen.Snel ging hij één van de huizen binnen.En onder een tafel,zag hij een baby.Wat kwam dat daar doen? Snel pakte hij de baby op en maakte dat hij weg kwam.Hij kon hun nog net bijhouden. hij wegkwam.Hij snelde vooruit want de groep was al een hele sprong vooruit. Hij versnelde en versnelde en stopte de baby in zijn jas.Het zand onder zijn zolen waren zwaar.Omdat hij over los zand liep.Nu was hij al achteraan de rij.Maar waar was zijn vriend? Hij had een ezel   Daar stond zijn vriend te zwaaien.Hij glicmlachte  en ging tussen zijn vriend staan.'Wat heb je daar?' Vroeg hij. Hij had vanaf de verte al gezien hoe zijn vriend iets had in zijn jas gestopt. Maar wat, had hij niet gezien.   Sven opende een klein stukje van zijn jas.Ev stond met open ogen te staren. 'Waarvan heb je dat?!' Zij hij snel. ''Gevonden.' 'Waar?' 'Bij het huis van Utmiss Middelsteen.' 'Breng haar of hij terug!' Snel liep hij roepend naar Utmiss Middelsteen. 'Ja?' Zei iemand in de groep. 'Ik heb dit onder jouw tafel gevonden.' Hij toonde het kleintje. 'Maar dat is niet van mij!' Zei ze snel. Dus Sven liep zonder antwoord naar Ev. 'En?' Vroeg hij. 'Het is niet van haar.' Zij hij zuchtend. 'Dan is het van jouw.' Zij Ev plagend. 'Wat?!' Nee helemaal niet.' 'Wie iets gevonden hebt mag het bijhouden.' Luid het spreekwoord. 'Maar..Maar..' 'Nee, wie moet er dan andrs voor zorgen? De zandstorm messchien? Nee, we nemen het mee.Anders zijn wij moordennaars!' Bij de zin ''Moordennaars'' Begon Sven een lelijk gezicht te trekken.Bij die gedachte wou hij niets tegen doen. 'ok dan.' Zij hij en keek naar de baby die in slaap was gevallen. 'Maar we moeten hem wel een naam geven.' Darr had hij wel gelijk.Een baby zonder naam was geen baby meer.Maar niemand. Sven wachte totdat hij een antwoorde zou krijgen.Maar Ev zweeg. Sven zuchte en zei toen, 'We noemen hem    Arne     .' Zei Sven twijfelend in één zin. 'Dat is een mooie naam.' Glicmlachte Ev.      Er steeg geroep op.kreten,en mensen die begonnen te lopen. Hij keek naar voren.Wat was da...Hé er botste iemand op Sven.Ze waren aan het lopen! Hij keek om.De zandstorm was niet ver weer. Ze begonnen te lopen en te lopen. Al snel zagen ze niets meer voor ogen.Maar gelukkig had Sven de hand snel beet gepakt van Ev.Hij kreeg het warm.En al snel begon hij tranen te krijgen in zijn ogen. Het zand waaide van alle kanten op.Snel deed hij de ritssluiting van zijn jas nog extra dicht.De baby begon te huilen.Het zand waaide tegen zijn blote onderbenen. Met zo'n druk.Het deed hem pijn tot in zijn tenen. Maar hij wist dat hij de baby moest beschermen. één hand plakte stevig vast aan zijn kameraad.De andere bij de baby. Heel even wou Sven iets zeggen,maar het stopte in zijn keel.Weer kreeg hij een grote vloed zand binnen.En hij snakte naar adem.Gelukkig krijsde de baby nog.   Ev keek in zijn richting.Al snel kon hij alleen nog de hand zien,waarmee hij met zijn vriend vastgehouden werd.Sven kon zelfs zijn voeten niet meer zien.En de ezel was hij ook kwijt.Hij dacht dat Ev de ezel verloren had,maar hij hoorde zacht gehinik.   Omdat hij niet kon praten of kijken,gaf hij een ruk aan zijn hand.En ze vielen allebij op de grond.Ev verstond het gebaar en ze bleven liggen.Snel pakte Hij nog een paar dekens.Of het er nu twee of drie waren.Of helemaal geen,hij sloeg het toch,met veel hoop over hun beiden.   De storm leek wel uren te duren.Ze zagen niks en bewogen niet.Bang dat er dan een grote lading zand naar binnen kwam.En de ezel zat naast hun met z'n kont naar de wind toe.Na zoveel tijd verstreken Opende Sven zijn ogen. Zijn hele lijf zat met zand bedekt.Hij probeerd zich te bewegen.Het lukte een beetje. Maar hoe zou hij eruit geraken? Hij draaide zich om.Om de rand van Ev ogen,zat een rode korst. Zou hij er ook zo uit zien? Hij kon niet spreken.Met al dat zand in zijn mond. Hij knipoogde.En in één beweging ging hij opzijn hurkje zitten.Het zand ging binnen.En Ev deed hetzelfde.Daarna maakte ze zo een hoge sprong.En ze zagen het daglicht weer.Maar om zich heen .Zagen ze niemand.         '    

ixix pret met een website
137 0

Zomerschoonmaak

Met een dikke buik is het lastig heffen, al helemaal op een broeierige dag, maar nestdrang hou je niet tegen.   Van zodra hij deze morgen de deur uit was, begon ik de laatste rommelkast in de babykamer leeg te maken. Sjaals, oude magazines en zelfs een paar schaatsen. De stofexplosie die ik veroorzaakte door ze schoon te vegen, danste in het zonlicht en kriebelde in mijn neus. Ik stak alles in de vuilniszak.   En daarachter zat de doos. Ik wist wel dat hij daar zat. Ik moest op handen en knieën om hem eruit te halen en kwam zuchtend amper recht. Voorzichtig zette ik hem op het kleine houten bureautje en ging zitten. Mijn vingertoppen volgden de nerven van het bureaublad tot ze de weg gememoriseerd hadden. dan lichtte ik, heel voorzichtig, het deksel op. Het gaf een knakje, en de baby gaf een venijnig schop tegen mijn ribbenkast. Daar lag de plattegrond van Utrecht en het sleuteltje van het kluisje dat bij het kruis op de plattegrond hoorde. Op de rand van de plattegrond stond het telefoonnummer dat ik ook nu nog soms op een aangedampte spiegel schrijf.   Hoe vaak heb ik getwijfeld? Heen of weer? Hij of hij? België of Nederland? Bij elke heen had hij gejuicht en mij ontvangen in een warmte die verslavend is. bij elke weer had ik zijn hart gebroken, maar de vrijheid gekregen om uit te zoeken wat ik wilde.   Toen ik tien jaar geleden terug kwam van het zwembad waar ik was gaan bezinnen omdat de twijfel weer had toegeslagen, vond ik op on hotelbed enkel dit kistje met een post-it. Zijn spullen waren weg. Hij was weg.  In zijn kriebelige handschrift: “Open mij over tien jaar.” In het kistje lag het stadsplan, het kruis en de sleutel. Een parallel universum.   Ik kieperde alles in de vuilniszak, en voelde de baby draaien.

Tine Tytgat
0 0

De zomerhoed

Je moet er mee staan. Met een hoed. Ik maakte me deze bedenking toen we op een terras tijdens één van die eerste versmachtende hondsdagen wat verkoeling en schaduw zochten en we de man zagen passeren die we vaagweg kenden. Al had ik hem in eerste instantie niet herkend. Gewoon omdat hij plots een zomerhoed op zijn hoofd had staan. Vestimentair kan de zomer soms rare beslissingen nemen voor een man als hij voor de kleerkast staat, dacht ik nog. Het was zo'n klassieke en blijkbaar opnieuw terug modieuze strohoed. Zo eentje die vader vroeger in de loop van juni uit de kleerkast tevoorschijn haalde en die hij tot de nazomerdagen van september op zijn hoofd hield. Overdag dan toch. Nee, het was eerder een witte maffia hoed met een zwarte band zoals we die Michael Jackson zagen dragen in de jaren ’80. Ik zag hem in mijn hoofd in het midden van de straat al een Michael Jackson danspasje ten beste geven. Maar hij stapte gelukkig gewoon verder. Het viel me ook op dat hij in combinatie met die zomerse hoed - het was echt bloedheet - een lang geklede broek droeg. “Kijk”, zei ik tegen mijn vrouw. “Een lang geklede broek dragen en dan een zomerhoed op je hoofd. Dat staat toch als een tang op een varken. Als het zo warm is dat een hoed voor schaduw op je bol moet zorgen, is een korte broek bijna een verplichting, niet?” “Misschien moet hij wel naar een feest”, antwoordde ze. Dat zou inderdaad kunnen. De zweetdruppels op mijn hoofd zochten ondertussen een weg naar beneden. Tot mijn zakdoek ze tegenhield. “Zou het trouwens iets voor mij zijn? Een hoed?”, vroeg ik nog, al vegend mijn met zakdoek. “Nee, je moet er mee staan”, antwoordde ik maar meteen zelf.   

Rudi Lavreysen
0 0

Er zijn vast concretere zaken dan poëzie die mijn aandacht verdienen

Ze werd geboren in de gesublimeerde uitdrukking van een kind aan de borst. Haar lippen krulden als een prinsessenboon naar de staak. Zweetdruppels parelden, morgendauw op haar voorhoofd. Twee erwten werden op dit ogenblik ingelegd.   Ooit wierp het haar vruchten af. Ik trok met een aardewerk onder de arm naar het gemeentehuis en noemde het ‘Poëzie’.   Ze nam de duisternis in zich op als een plant die het licht extraheert, sporadisch in een flits van grootmoeders fototoestel verstoord.   Dorst liep over, haar tong dronk de afscheiding van een brandnetelblad. Ze leek in niet meer dan een prinsessenboon op haar vader.   Thuis bleek het al middag te zijn.   Ik deed mijn best om mijn dochter de zorgen te geven die ze verdiende. Ze rustte op de versnipperde resten van een filosofisch handboek en haar wortels drenkten in de inkt.   Natuurlijk mistte het kind een moeder. Het buurmeisje behandelde haar stiefmoederlijk. Vaders goede intenties werden in de kiem gesmoord.   Ze verdroogde bij de vensterbank. Ik borg haar in een sigarendoosje en kroop in bed als een bloem onder wimpers van meeldraden. Straks droegen die de sporen van een diepe slaap.   Poëzie woekerde tussen groeven aan mijn voorhoofd, ontgroeide de geborgenheid van haar staart, werd een onuitroeibaar kruid.   Voor vader werd het harken om stro.   Hij probeerde haar taal bij te brengen. Schrijven werd een even onmogelijke opgave als het neerleggen van de pen. De wind van inspiratie ging liggen als een vermoeid blad op het water.   Poëzie begon te puberen. Enkel grootmoeders foto-album herinnerde aan hoe ik haar zag opgroeien. Hoe het speelde in de voortuin van mijn gedachten. Hoe onschuldig het was, hoe het zelden meer vroeg dan het nodig had.   Het was een braaf kind geweest.   Haar wortels dartelden als een ruimtevaartster over het maanoppervlak. Toen vestigde mijn dochter haar in de grond, een bij die even verpozing nodig had.   Nog voor de morgen was Poëzie volgroeid.   Ik droeg een gedicht op aan haar moeder en keerde de rug naar het papier als naar een witte muur.   Mijn ruggegraat prikte als de tandenstoker die mijn oogleden openhield, ik stond in het leven als een arbeider in de wachtrij.   Er waren vast concretere zaken dan poëzie die mijn aandacht verdienden.   Ik mistte mijn trein omdat ik bleef staren naar een jongedame op het perron. Hoe zij nu in mijn hoofdkussen geborgen lag en de deur zou uitwaaien als een struik haar vrucht afwierp.   Had ik dit alles niet als een streek van mijn pen beschouwd, waren er mogelijk echt kinderen van gekomen.   Het schoolwerk op mijn nachtkast bleef opgevouwen als een moeder die de strijk tot morgen uitstelt.     Ik had dit alles zeer serieus genomen, was het geen streek van mijn pen geweest, was het geen gril van poëzie, een valse nagel aan een vrouwenhand.

Robijn Bodijn
8 0

De Morgen en De Zalm.

Zware onweders hebben gisteren de Franse hoofdstad Parijs geteisterd. Verschillende straten stonden daardoor blank. Na de hittegolf volgden de onweersbuien en die hebben lelijk huisgehouden. Zo werden bomen ontworteld, en liepen straten en metrostations onder water. Dit is een berichtgeving op de website van De Morgen, in samenwerking met VTM : https://www.demorgen.be/buitenland/parijse-straten-blank-na-zwaar-onweer-b28472b2/   Wanneer ik de volgende woorden uit het artikel haal, krijgen we dit : ‘Zware onweders’, ‘Parijs geteisterd’, ‘lelijk huisgehouden’, ‘bomen ontworteld’ en ‘straten en metrostations liepen onder water’.   Apocalyps in de lichtstad. Parijs in staat van ontbinding. Dit artikel is een typisch voorbeeld van hoe je feiten kan verdraaien, hoe je dingen zoveel maal erger kan maken dan dat ze eigenlijk zijn.   Ik ben op dit ogenblik in Parijs, al 10 dagen en ik blijf hier nog 2 weken. Het artikel dateert van zaterdag 28 juli. Vandaag is het zondag 29 juli, is het op het middaguur alweer 20 graden en wordt het alsmaar warmer en warmer. De hittegolf was hier te voelen vanaf woensdag. De temperaturen bleven stijgen en de piek was op vrijdag bereikt.   Op vrijdagavond begon het inderdaad te regenen en te hagelen, afgewisseld met bliksemflitsen en wat gerommel in de hemel. Er was geen sprake van knallen die je van hier tot in Keulen kon horen, eerder een urenlang gebrom vanuit de wolken dat zich buiten de grenzen van het ‘75’ afspeelde.   Op de video zie je geen ontwortelde bomen en onderwater gelopen straten en metrostations. We zien overigens geen enkel metrostation, laat staan een ondergelopen metrostation. En geteisterd… ja, dat is wel zware woordenschat voor wat eigenlijk heet een heftige regenval met hagel.   Ik weet dat het komkommertijd is, de wereld lijkt stil te staan en er is inderdaad een pak regen en hagel gevallen, ook hier in hartje Parijs. Maar het afdoen als een geteisterd rampgebied vind ik persoonlijk er wel wat over. Het is hier helemaal zo niet gebeurd. Ook die banale video van een riolering die zoveel wateroverlast niet kan houden doet niet veel terzake. Tenzij je de hele opzet van het artikel verandert en iets wil schrijven over een overgelopen straatje in Parijs.   Met alle respect voor de auteur van het artikel, Rob Van herck.   Ik mag hopen dat De Morgen in de nabije toekomst, vol uitdagingen door verkiezingen (lokaal, nationaal en Europees), met Bannon en gevaarlijk populisme dat aan onze voordeuren staat, niet alleen serieuzere berichtgeving verschaft maar ook kritischer schrijft en informatie tiendubbel checkt.   En dat de zalm niet met de stroom meezwemt. Prettige zomer!   http://erwinabbeloos.over-blog.com/  

Erwin Abbeloos
201 0
Tip

Over tijd

‘Wanneer komt de bus?’ De vrouw klemt haar knalrode handtas tegen haar trui, die te dun lijkt voor deze tijd van het jaar.  ‘Binnen een kwartier!’ roept een jongeman in witte kleren haar toe voor hij de deur achter zich dichttrekt. Zwaar knalt ze in het slot. Het raam, dat uitkijkt op het buitenplein, trilt. Het tandeloze kereltje in de sofa ernaast lacht schel. ‘Zo staat ze daar de hele dag! Altijd met die handtas! Te wachten op de bus!’ gilt de vrouw naast me op de bank. Zulma heet ze. Dat heeft ze me daarnet toegeschreeuwd. Een meisje van een jaar of twintig komt uit de keuken. Ze glimlacht naar me en geeft de tandeloze man een potje vanillepudding en een lepel. ‘Ho, ho, ho’, doet hij en al snel dumpt hij een lillende brok in zijn donkere krater. ‘Wanneer komt de bus?’ ‘Nog een halfuur!’ antwoordt het meisje en ze komt naar me toe. Shana staat er op haar naamkaartje. Zulma stoot me aan. ‘Zie maar eens goed, die daar, die heeft een neusbel! Kijk! Ziet ge het!’ Het meisje lacht. Het fonkelende steentje op haar neusvleugel beweegt mee. ‘Jij komt zeker voor je oma, niet?’ vraagt ze me. Ze legt een hand op mijn schouder. Ik knik en wijs naar het doosje pralines op mijn schoot. ‘Ze verjaart vandaag.’ ‘Maar kind toch!’ roept Zulma. ‘Die zijn veel te hard voor haar! Dat kan ze niet meer bijten, hoor!’ ‘Wanneer komt de bus?’ klinkt het aan de andere kant van de kamer. Shana loopt naar de gang. ‘Ik zal ze gaan halen.’ Plets. De pantoffels van Mister Toothless zitten onder de gele smurrie. Hij laat zich echter niet ontmoedigen en lebbert rustig verder. Zulma kruipt dichter naar me toe. Ze houdt haar hand voor haar mond. ‘Ik weet waar ze zit’, zegt ze in een vergeefse poging tot geheimzinnig gefluister. ‘Ik weet waar jouw moemoe zit! Op de wc!’ Ze duwt haar kin naar voren en spert haar ogen open. ‘Op de wc! De hele dag!’ Ik schuifel naar rechts, tot het geraamte van het bankstel pijnlijk tegen mijn heup duwt. Het helpt niet: Zulma kruipt dichterbij en tokkelt met kromme vingers op het doosje pralines. ‘Dat kan ze niet eten, hoor!’ Mijn neus incasseert een stoot halfverteerde boterhammen-met-kaasgeur, een gewaagde aanvulling op de walm detergent die in deze muren huist. Een monotoon geratel klinkt uit de gang. Shana komt om het hoekje en duwt een rolstoel naar me toe. Het ijzeren geval houdt krampachtig een in elkaar gezakte vrouw samen. Haar benen slingeren slordig heen en weer. Het kost moeite haar te herkennen. Deze slechtste versie van mijn grootmoeder went niet. ‘Hier is ze’, zegt Shana en ik vraag me af of ze zich oefent in overbodige zinnen. ‘Vooruit Zulma, jij gaat nu in bad. Dan kan Fien hier bij haar kleindochter zitten.’ Ze rijdt de rolstoel zo dicht mogelijk bij de bank. Zulma staat mopperend op en stort zich op haar looprek. Er hangen belletjes aan. Langzaam slokt de gang haar onder een luid geklingel op. ‘Je zult zien dat ze weer moet gaan pissen!’ roept Zulma me nog na. Mijn grootmoeder staart naar de tv aan de wand. Er is een zwart-witfilm bezig. Ik klop voorzichtig op haar arm. ‘Moe, ken je me nog? Ik kom jou bezoeken.’ Haar ogen draaien naar me toe. ‘Uw gezicht komt me bekend voor’, fluistert ze. Ze klinkt alsof ze gisteren een zwaar feestje heeft gehad. ‘Ik ben je kleindochter. Zeg, jij verjaart vandaag! Wist je dat nog?’ Ze kijkt weer naar het plafond. ‘Ikke? Vandaag? Hoe oud word ik dan?’ ‘Wanneer komt de bus?’ Dit keer wordt de vraag gesteld aan een man die zijn vader komt bezoeken. Hij antwoordt niet. ‘He, he, he’, doet de man zonder tanden. Zijn lege puddingpotje ligt op de grond. Ik klop weer op de arm van mijn grootmoeder en lok haar ogen mijn richting uit. ‘Je wordt 93 vandaag!’ '93?' herhaalt ze. 'Ik dacht 39.' Ze bedoelt het serieus. Ik houd het doosje pralines in de lucht. Haar handen reageren niet. Snel leg ik het doosje op haar schoot. 'Proficiat hè moe.'  Ze zucht. 'Is hier ergens een wc?' ‘Je hebt daarnet een halfuur op het toilet gezeten, moe. Je hoeft nu toch niet opnieuw?' 'Verdomme, moet een mens hier in zijn broek pissen misschien?' Haar stem klinkt onverwacht scherp. ‘Waar zijn die meiskes hier?’ Er komt een struise verzorgster uit het koffiekamertje. 'Ik moet naar de wc!' herhaalt mijn grootmoeder. ‘Dan zal ik je eens helpen, Fientje’, zegt de vrouw, die bij nader inzien een snor blijkt te hebben, maar geen naamkaartje. ‘Zal ik jou eens helpen? Natuurlijk help ik jou.' Haar zware stem doet me vermoeden dat ze ooit een man is geweest. ‘Wanneer komt de bus?' Mevrouw Snor draait de rolstoel van me weg en kijkt me aan. ‘De kleindochter, zeker? Niet persoonlijk nemen, hoor. Zo gaat het altijd met Fien.’ Ik sta op en loop hen een eindje achterna. Voor de deur van grootmoeders kamer blijf ik staan. Mevrouw Snor rijdt de rolstoel naar binnen. Ze tilt mijn grootmoeder zonder moeite op. 'Zo, dan zet ik jou weer op het toilet.'  'Dag moe. Tot binnenkort', roep ik, terwijl de deur van de badkamer dichtklapt. ‘Ze is weer gaan pissen! Zie je wel!’ hoor ik Zulma roepen uit een naburige kamer. Geen idee waarom ze zo schreeuwt, want met haar gehoor schijnt er niets mis te zijn. Ik wandel door de leefruimte en merk dat de tandeloze rakker zijn puddingpotje heeft opgeraapt. Haast acrobatisch schraapt zijn tong de laatste gele restjes van het plastic. Zou het voor die overschotjes een verlossing zijn om in het niets te verdwijnen? De vrouw met de rode handtas staat voor de toegangsdeur. Er hangt een papiertje op met een code. Ik toets de cijfertjes in op het paneeltje aan de muur. ‘Wanneer komt de bus?’ Ik kijk de vrouw aan. Nu pas zie ik dat haar ogen nat zijn. In het zijvakje van haar handtas zit een knuffelkonijn gepropt. ‘Wanneer komt de bus?’ Ik schraap mijn keel. ‘Ze heeft vertraging’, antwoord ik.

Gitta VR
0 0

Madonna Woman of the Year 2016 (Billboard).

Wat weten we over Madonna ? Wat weten we over Madonna de zangeres en wat weten we over Madonna de vrouw achter de zangeres? Ik laat het aan het internet over om een beknopte geschiedenis van haar carrière te lezen. Wat we wél weten is dat Madonna volgende maand 60 wordt en wat we misschien niet weten : Madonna was Billboard’s Woman of the Year 2016. Who cares hoor ik het al. Woman of the year, dat klinkt een beetje als de werknemer van de maand. En wat met al die andere werknemers… of artiesten? Een Youtube filmpje wakkerde mijn nieuwsgierigheid aan. Zoals bij iedereen afgelopen nacht kreunden de muren van mijn slaapkamer onder de hitte en was in slaap vallen totaal niet mogelijk. Ik keek naar wat live performances van haar. Het mag gezegd worden dat haar shows puur amusement en genieten is. Na drie keer verschillende dansversies van ‘Vogue’ gestreamd te hebben, zonder me te hebben verveeld of te hebben gegeeuwd, was de volgende video : “Madonna Woman of the Year 2016”. Het begon een beetje als business as usual. Queen Madonna wordt op het podium gevraagd, krijgt een denderend applaus, krijgt een beeldje. En dan vraagt ze om stilte. Haar eerste woorden waren niet echt origineel : ‘I always feel better with something hard between my legs’, refererend naar haar award en heel even dacht ik : oké, gaan we die toer weer op, een druk op ‘next’ en zo naar een volgende versie van ‘Vogue’. Maar dan veranderde alles. Ondanks de lelijke facelift die ze sinds enkele jaren heeft ondergaan (het resultaat van haar MDNA Skincare?), verscheen een streng kijkende Madonna op de scène. Voor het eerst sinds 1982 – sinds 1982! – zag ik een Madonna die, figuurlijk naakt, open en bloot haar verhaal kwam vertellen. Over die jonge Madonna eind jaren ’70 tot de vrouw van vandaag. ‘I stand before you as a doormat. Oh, I mean, as a female entertainer. Thank you for acknowledging my ability to continue my career for 34 years in the face of blatant sexism and misogyny and constant bullying and relentless abuse’. De toon was gezet. De beginjaren in New York waren niet zo romantisch als sommige biografieën laten doorschijnen. Maar al deze ervaringen hebben haar ook gesterkt en ‘ (…) it also reminded me that I am vulnerable’. Sterk! ‘There are no rules — if you’re a boy. If you’re a girl, you have to play the game. (…) Be what men want you to be. (…) I was called a whore and a witch. One headline compared me to Satan. I said, ‘Wait a minute, isn’t Prince running around with fishnets and high heels and lipstick with his butt hanging out?’ Yes, he was. But he was a man. This was the first time I truly understood women do not have the same freedom as men’. Madonna werd emotioneel : ‘It’s not so much about receiving this award as it is having this opportunity to stand before you and say thank you. Not only to the people who have loved and supported me along the way, you have no idea…you have no idea how much your support means’.   En dan kon ik met verbazing alweer gaan slapen. Verbaasd omdat ik geen zelfbeklag heb gehoord, omdat ze niet in het hokje van 60-jarige vrouw wil geduwd worden door feministen die haar pathetisch vinden. They just don’t get it. Madonna is zeker niet de perfectie en dat zegt ze ook niet. Natuurlijk zijn er artistieke misstappen en persoonlijk vind ik de ‘MDNA skin care’ er ver over maar hey, it’s business and you’re adult enough if you want to buy that shit. De dagcrème uit de Lidl doet ook wonderen (if not even more..). Wat een man mag, mag een vrouw ook. Een constante in haar songs en haar carrière. Something t oremember.   Link :  https://www.youtube.com/watch?v=c6Xgbh2E0NM&t=64s http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 0