Het Verdwaalde Schaap

Gebruikersnaam Het Verdwaalde Schaap

Teksten

Huid van as

’s Avonds laat, wanneer de kinderen dromen van kaboutertjes die in onze schuiven rommelen, en mijn vrouw zich van onze laatste omhelzing van de dag losrukt om op haar rug in slaap te vallen, dan glijd ik het bed uit en sjok ik blindelings door het duister naar ons terras. In het holst van de nacht rook ik mijn laatste sigaret, met enkel het gloeiende topje als krachteloze lichtbron. Ik luister naar de ademhaling van iets wat me vanuit het duister bespiedt. Een zachte stem fluistert me toe: ‘Als het stof in je broekzak goud of zilver zou zijn, dan nog zou je het spenderen aan niks.’ ’s Avonds laat, wanneer ik mijn peuk in de asbak uitduw, hoor ik nog steeds dat obscure stemgeluid, dat me met een handvol zingende stembuigingen en klagerige toon laat weten dat ik me alles herinner van wat ik niet ben vergeten. Daar put ik dan enigszins wel wat kracht uit, maak ik mezelf wijs. Soms strijkt de drager van de stem neer op mijn schouder: een engeltje, met gele katachtige ogen en een donkergrijze huid van as. Haar vleugels gebroken door wat de wereld haar liet zien. Trillend en bevend en angstig als een gekwetste vogel druppelt ze tranen van zwavel in de cocktail die ik mijn inborst durf noemen. ’s Avonds laat, wanneer het engeltje haar klaagzang heeft afgerond, krijg ik de kans om vragen te stellen. ‘Wat wil je eigenlijk?’ sist het schepsel. Dan antwoord ik dat ik het geluk aan het einde van de regenboog wil vinden. ‘Maar beste vriend toch, een regenboog is een kegel. Niets meer dan een illusie van licht dat vanuit elke windrichting een centraal punt op je netvlies vindt. Als het geluk aan het einde van de regenboog ergens te vinden is, dan is het in jezelf.’ Na een poosje, wanneer het creatuur op mijn schouder is uitgehuild, wil het weten of ik alle leed zou vergeten als ik dat kon. ‘Natuurlijk.’, moet ik dan toegeven. En toch… Wanneer het me uiteindelijk vraagt wat ik echt wil, dan vraag ik niet om de kans om alles te vergeten. Dan droom ik. ’s Avonds laat, droom ik dat ik kan leren vliegen. Echte vrijheid kennen, net zoals het lugubere beest op mijn schouder. ‘Dat kan,’ laat het ding me weten. ‘Maar vergeet niet dat je daar een verschrikkelijke prijs voor moet betalen.’ En terwijl die woorden worden uitgesproken, verpulvert het wezentje tot een hoopje grijs stof in de asbak en terwijl de rook oplost in de atmostfeer, word ik wakker met het besef dat ik eigenlijk niet rook en staar ik naar de foto van mijn vrouw en kinderen op het nachtkastje.

Het Verdwaalde Schaap
0 0

Onder mijn pergola

Onder de pergola dwalen mijn gedachten af. Ik mijmer er over het leven en tuur ik dromerig naar de kuiflavendel die dansend van de aanraking van de wind geniet. Dan denk ik aan jou en hoe ik op jouw tenen stond zodat ook wij samen konden dansen. Jij was mijn wind. Soms, als de zon het hoogst staat, zo rond het middaguur, verblindt me plots het beeld van hoe ik naar je opkeek in elke mogelijke interpretatie en herinner ik me hoe jouw glimlach helderder en feller scheen dan welke zon ooit zal kunnen. Ik herinner me weinig van jou. Te weinig. Maar als het windstil is, en de sereniteit in mijn achtertuin me omarmt, dan kan een zonnige zomerdag me in een paradoxale zweem me terugbrengen naar die regenachtige woensdagnamiddagen. Ik hing gekluisterd aan de televisie, waar de leukste cartoons me entertainden, terwijl jij in de immer beheerste wipstoel een trui voor me breidde. De merel in haar nest in de appelaar voedt haar jongen. Ik houdt het dier vanonder mijn pergola in de gaten. Jij bent dat vogeltje. En ik ben dat weerloze jong. Dan begrijp ik hoe je jezelf wegcijferde wanneer ik ziek was, wanneer ik me niet goed voelde en me voedde met jouw eindeloze kracht. Vanonder de pergola zie ik ook de zieke plant. Net als jou, het uiterlijk nog fris en groen, maar binnenin woedt een brandende chaos die je uiteindelijk helemaal zal verteren. Dan zie ik je in bed liggen, de buisjes in je arm, het gezoem en gepiep van de toestellen die je in leven moeten houden. Ik aarzel. Ik durf niet dichterbij komen. Je werpt me een glimlach, nog steeds zo helder als de zon, dat ene plekje groen op een verder dorre plant. Jouw hoofd glanst in een groen-witte licht en ik vraag me af waar jouw prachtige blonde krullen zijn gebleven. Dan zie ik de donkere kringen rond je ogen. Het bewijs dat je moe bent, dat je bladeren slaphangen. Terwijl ik onverschillig de veranderde realiteit opslorp, weet jij al hoe het verhaal zal eindigen. Ik zit onder de pergola en de kinderen wensen me een goedenacht net voor ze naar bed gaan. De jongste sleept zijn favoriete knuffel achter zich aan. In dat ziekenhuisbed gaf jij me net zo’n knuffel. Nu begrijp ik dat je zo zwak moet zijn geweest, dat je iemand had moeten vragen om jouw laatste cadeau aan mij mee te brengen uit de kiosk aan de ingang. Ik huil te vaak, maar nooit wanneer het moet. Onder mijn pergola huil ik, wanneer ik denk aan mijn kinderen die jij nooit zal ontmoeten. Als ik onder mijn pergola zit, regent het. De kwelling sijpelt langs de dakrand naar beneden en doet zich vooral voor wanneer ik me je probeer te herinneren. Dan prevel ik wat in mezelf – vaak op zoek naar woorden die nog moeten worden uitgevonden, of ik sla mezelf afkeurend op de borst, in de hoop dat ik erin slaag mijn pijn te verplaatsen. Emotioneel is iedereen sterker dan fysiek, dat weet ik zeker. Toch voelt het alsof ik onder dwang een baksteen doorslik, elke keer ik me jouw gezicht niet meer voor de geest kan halen. Daar denk ik aan, onder mijn pergola, wanneer de kimme voor het eerst de zon kust, en daarna meedogenloos in twee snijdt, tot er niets anders meer is dan gewoonweg niets.

Het Verdwaalde Schaap
0 1

Dag vreemdeling

De stoelen stonden reeds op de tafels. Ondanks dat de bar pas binnen een uurtje de laatste pint zou tappen, verried het ongeneigde gelaat van het meisje achter de toog dat ze zich in gedachten al in de armen van haar vriendje nestelde. In één teug liet ik het bodempje Chardonnay door mijn keel glijden en wenkte haar de rekening te brengen. De avond kenmerkte zich door het gebrek aan originaliteit van flirtende mannen op leeftijd die me tussen hun lakens probeerden te praten. Ik gleed met mijn vingertoppen over de weke plek die mijn trouwring na twaalf jaar op mijn ringvinger had achtergelaten, duwde mijn borsten hoger in mijn decolleté en stapte op de hengst af, die me al de hele avond zonder scrupules aanstaarde, maar - in tegenstelling tot de horde geile vijftigers met hun beperkte catalogus aan banale versiertrucs – niet de moed had gevonden om me aan te spreken. ‘Hey.’, zei ik voorzichtig. Zijn blik haakte zich meteen op het bleke kringetje op mijn vinger, dat zich enkele uren geleden openbaarde toen ik mijn trouwring in de wagen achterliet. Ik bedekte mijn hand met het andere. ‘Ben je getrouwd?’, vroeg hij. Zijn directe aanpak maakte hem zo mogelijk nog aantrekkelijker dan daarnet. Het verlangen hem in me te voelen overmeesterde me. ‘Ongelukkig.’, antwoordde ik schuchter. Hij knikte en draaide zich naar me toe. Zijn ogen dwaalden over mijn gelaat. Langzaam daalde zijn blik naar mijn nek, over mijn borsten, die voor de gelegenheid in een push-up waren geperst, naar mijn heup en benen. Hij likte onbewust over zijn volle lippen. Op meer voortekens wilde ik niet wachten. ‘Zoë.’, zei ik en ik bood mijn hand aan, die hij stevig omklemde ter begroeting. Ik bracht mijn lippen naar zijn oor en fluisterde: ‘Kamer 103, twintig minuten.’ Ik draaide hem mijn rug toe en wandelde de bar uit, begeleid door het hypnotiserend gewieg van mijn glooiende heupen. Ik voelde zijn blik als naalden in mijn ontblote rug prikken, terwijl ik sensueel wegwandelde. ‘Aaron.’, riep hij nog. Niet belangrijk, dacht ik.     Aarons hunkerende expressie vergrendelde zich in mijn pistachegroene ogen. Seconden, minuten, uren, ik zou me niet herinneren hoelang we elkaar in de deuropening aanstaarden. Aaron nam zonder iets te zeggen een stap naar voor en streelde met zijn rechterhand een losgekomen koperen lok achter mijn oor. Een begerige kriebel trok als elektriciteit vanuit mijn lies door mijn lichaam. Ik legde mijn handen achter op zijn hoofd en streek zijn donkere haren, waar de eerste zilveren strepen reeds door flitsten, tussen mijn vingers. Ik drukte mijn violet gestifte lippen op de zijne. Zijn tong voelde warm aan en smaakte naar gin-tonic en muntkauwgom. Aaron duwde me tegen de muur en mijn rug krulde zich naar binnen door de koude die me plots bestreek. Ik kneep in zijn gespierde armen en beet zachtjes op zijn lippen, terwijl hij me aan mijn kont van de grond tilde en ik mijn benen rond zijn middel haakte. Mijn pumps bungelden los aan mijn voeten. Ik probeerde me te herinneren wanneer ik de laatste keer zo nat was geweest. In de slaapkamer zette Aaron me voorzichtig weer op de grond. Zijn handen en lippen waren overal tegelijk. Ik plaatste een voet tegen zijn borst en duwde hem op het bed. Zijn jeans en hemd gooide ik naast me neer. Ik liet mijn jurk over mijn schouders zakken, wrong ze over mijn heup. Op blote voeten stapte ik uit het hoopje stof dat nu als een afgeworpen huid op de vloer lag. Naakt ging ik op Aaron zitten, mijn lendenen rakelings langs zijn erectie, die ik zachtjes liefkoosde. Ik masseerde zijn balzak en boog voorover, duwde mijn borstjes in zijn gezicht en liet zijn lippen mijn tepels verkennen. Onze ademhaling stierf weg in de geluiden van onze vurige hartstocht. Ik vergat wie of waar ik was. Aaron draaide me met de intensiteit van een bronstig oerinstinct op mijn rug. Met een uitnodigend gebaar opende ik mijn benen, waartussen de wellust langs mijn dijen weg druppelde. ‘Dag vreemdeling.’, grijnsde ik. Zijn tong vond die speciale plek tussen mijn benen en ik kantelde mijn hoofd ver naar achter, onderworpen aan een bloedstollende passie. Ik groef me diep in de lakens en liet onze bezwete lichamen versmelten in een parallel universum dat enkel voor ons werd geopend. Pas wanneer het ochtendgloren de nacht wegduwde, werd onze zinderende honger vervangen door de stilte na de storm.     ‘Ongelukkig getrouwd?’, vroeg Aaron, wanneer hij de wagen startte. Ik bracht de mascara aan in de spiegel van de zonneklep en glimlachte. ‘Spannend, niet?’ Aaron knikte. Gniffelend schoven we onze trouwringen weer over elkaars vingers. ‘Doen we dit meer?’, vroeg ik. Aaron glunderde enthousiast en reed de auto de parking af. Hij stuurde ons huiswaarts, maar niet vooraleer we goedgeluimd en voldaan de kinderen bij de babysit ophaalden.

Het Verdwaalde Schaap
0 0

Afwastherapie

“Ik vind het heus niet erg dat je naar porno kijkt, maar wees alsjeblieft toch iets discreter. De kinderen gebruiken deze I-pad ook, weet je.” Een netjes afgedroogd bord glipte ei zo na uit mijn handen. We hadden deze gesprekken tijdens de afwas, mijn vrouw en ik, en ik meende haar goed genoeg te kennen om overdag al aan te voelen waarover het ’s avonds zou gaan. Een onverwachte rekening, onaangeroerde koffietassen die ik overal in huis vergeetachtig achterliet of – als de maan ondersteboven hing – een intrigerend seksstandje dat haar aandacht had getrokken. De noodzaak van deze gesprekken werden haar toegefluisterd door relatietherapeut Flair en kregen de stempel ‘essentieel in een gezonde relatie’. We hielden het al enkele maanden vol: buikjes gevuld, tafel afgeruimd, samen afwassen – we hebben een vaatwasmachine, maar dat terzijde – en ons door de woorden dichter bij elkaar laten brengen. Het gaf ons de kans om van de draaimolen van de dagelijkse sleur te stappen en even op adem te komen, onze tollende hoofden weer in balans te brengen. Ik genoot van deze gesprekken, ongeacht het onderwerp. Deze keer echter, viel ik helemaal uit de lucht. “Wat bedoel je?’ “De porno op de I-pad, viespeuk.” “Ik heb geen idee waarover je het hebt, lieverd.”, hield ik vol. “Luister, schat, anderen zien neuken is niets voor mij, maar ik begrijp dat jij er soms nood aan hebt.”, ging ze verder. “Ok?” Ik plaatste het bord in de keukenkast. “Maar niet op de tablet die ook wordt gebruikt door de kinderen. Stel je voor dat zij op de beelden waren gestuit en niet ik…Nee, schat, dat bord hoort bij het andere servies, in het dressoir in de woonkamer.” Ik gehoorzaamde en overwoog mijn opties voor de woordenstrijd die zich in de keuken ontketende. Ontkennen had geen zin meer en ik besloot het over een andere boeg te gooien. “Ok, ik geef het toe. Ik kijk graag naar porno. Soms kan ik me zelfs niet in toom houden en trek ik me terug in onze slaapkamer, terwijl jij de strijk doet. Maar ik garandeer je dat ik nog nooit in mijn leven de I-pad van de kinderen heb bedoezeld met mijn onkuis karakter.” “Wie was het dan wel?”, zuchtte ze vol ongeloof. Onze disharmonie bereikte een impasse en in stilte werkten we de vaat af. Ik zette het laatste glas in de kast, toen onze jongste binnenkwam en verlegen vroeg: “Mama, wat is porno?” Ontsteld haakten onze blikken met die van onze zoon. “Waar heb je dat nu weer gehoord?”, vroeg ik. “Op school, veel kinderen praten erover.” “Heb je dat woord al opgezocht op de I-pad?”, wilde mijn vrouw weten. Hij knikte verlegen, de puberale stakker. “Je moet met hem praten.”, suggereerde mijn vrouw. Ik zuchtte, louter omdat ik wist dat ze gelijk had. “Kom, zoon.”, zei ik toen ik hem naar boven begeleidde. “Het wordt tijd dat wij eens een gesprek houden van man tot man. Het wordt tijd dat je eindelijk leert hoe je de zoekgeschiedenis wist.”

Het Verdwaalde Schaap
16 2

Koningshuis

Er zijn kosten aan onze koning. Daar. Het is eruit. Het is gezegd. Soms kaats je een kei over het water met als doel de tegenoverliggende oever te bereiken. Soms moet je genoegen nemen met de rimpels op het water die de zinkende kei achterlaat en hopen dat de waterkringen ver genoeg zullen reiken. Ik heb het natuurlijk niet over de vorst der Belgen zijn mentale gezondheid, al durf ik er prat op gaan wanneer je geboren wordt in weelde die als water uit de kraan loopt en je hele leven al is gedirigeerd nog voor je eerste luier is volgescheten, er vroeg of laat een tandwieltje zal knarsen. Komt daar nog eens bij dat minstens 7 op 10 Belgen niet achter je staan. Het zal je maar overkomen. Met oog op dramatisch effect rond ik hiernavolgende cijfers af naar boven. In 2020 ontving Koning Filip ruim 12,5 miljoen euro. De Koningshuis Group sloot het boekjaar af met net geen 37 miljoen euro op de teller. Een besparing, zo werd het genoemd. Nu ja, besparing in de meest pragmatische functie van het woord. Wat men daar eigenlijk mee bedoelt, is dat er werd bespaard op de verhoging van de dotatie. De stakkers in Laken verdienden amper 5% meer in 2021. Het coronavirus maakt duidelijk geen onderscheid tussen rood of blauw bloed. Dat ons koningshuis meer dan 10 keer meer opslag krijgt, dan de zich in het zweet werkende bevolking, is natuurlijk eenvoudig te verklaren. Heb jij ooit al gehoord van een verpleegster die een kasteel moet onderhouden? Een blote-bilnaad-bouwvakker die onze bevolking in het buitenland vertegenwoordigd? Een kleine vzw die politieke partijen financieel ondersteunt? Oh. Wacht even… Onze koning en zijn familie moeten ook leven, toch? Zij zijn ook mensen. Zij hebben hun leven niet gekozen, net zomin als wij het onze hebben gekozen. Toch moeten we ons luidop durven afvragen: wat als? Wat als koningin Mathilde eens een jaartje zelf de pakken en emblemen van haar man strijkt? Wat als Koning Filip zijn laarzen – hij mag die van mij gerust even lenen, als hij geen paar heeft staan – aantrekt om het gras af te rijden. Wat als ze de exploitatie van al hun eigendommen voor een jaartje vergeten en hopen dat de klimop niet tot in de dakgoot staat? Zouden ze dan niet heel wat budget kunnen vrijmaken om de bevolking weer het patriottisch schip op te helpen? Zouden er niet heel wat gezinnen worden geholpen? Heel wat Belgen weer gelukkig gemaakt, in plaats van de slag in het gezicht die die 0,4% is. Het is een mening die scherp door de bocht gaat, dat besef ik ook. Deze kei zal zinken, maar zolang we de rimpels op het water in leven houden, is er misschien hoop. Hoop voor het steeds verder uiteenrafelende land dat binnen enkele jaren in de schoot zal worden geworpen van een onbevangen, doch gedreven Prinses Elizabeth. Puntje bij paaltje: zij heeft daar ook niet om gevraagd. Het arme schaap krijgt nog niet eens een dotatie. Nog niet.  

Het Verdwaalde Schaap
5 0

Politiek opinie

Een pen hoeft niet altijd een wapen te zijn. Ik schrijf liever of zaken die me ontroeren, die me laten lachen en gelukkig maken. Regelmatig vloeien er ook sombere woorden op het papier, maar mogelijk ben ik een van de weinigen die troost en vertedering vindt in melancholie. Anyway, deze week besloot ik een ander pad in te slaan en mijn mening over het wanbeleid in de politiek neer te pennen. Daar was nood aan, vond ik. “Hoe wil je daaraan beginnen?’, vroeg mijn vrouw met die wrange ondertoon die ze zich in tien jaar huwelijk meester heeft gemaakt. “Want met alle respect, op politiek vlak ben jij een groentje.” Daarmee doelde ze natuurlijk niet op een partijkleur, maar op mijn onwetendheid wat betreft staatkundige kennis. “Ik weet wat.”, spartelde ik tegen. “Ik sla een krant open. Daarin vind ik vast en zeker voldoende inspiratie.” Aan de slag! Met bliksem in de vingers en vuur in mijn hart vloog ik in het schrijven. Eens kijken. Milieuvervuiling? Politici die goed gevulde, bruine enveloppen ontvangen van multinationals en ten koste van de gezondheid van hun eigen bevolking de ogen toeknijpen? Nee, dat zou ons te ver leiden. Wat nog? Miljoenenfraude in het subsidiebeleid? Jonge, veelbelovende politici die zich publiekelijk opstellen als het gezicht van de naar steun en vertrouwen zoekende minderheden, maar een alternatieve opportuniteit vinden het verwezenlijken van andere dromen, zoals kookvlogs vanuit hun spiksplinternieuwe keukens? Pfff, dat lijkt me wat vergezocht, niet? Aha, hier heb ik het. Regering negeert de democratie door verkiezingsuitslag te negeren door ongeacht wat de bevolking wilde hun eigen machtsbeluste plekjes in te vullen. “Dat is oud nieuws, schat.” Ok lieverd, deze ook niet dan. “Mensenhandel, misbruik, verkrachting in de politiek?” Te donker, te veel horror. “Zeg, misschien kan je schrijven over die burgemeester die tot ontslag werd gedwongen, nadat hij zich had verreikt met gelden die voor daklozen waren bedoeld.”, klonk het vanuit de keuken. “Maar nee, die arme man was louter het slachtoffer van een publieke lynchpartij, de duts.” Misschien schrijf ik wel iets over de torenhoge belastingen in ons land en hoe die gigantische budgetten erin slagen om een opwaartse stroming te trotseren, in plaats van het daarvoor bestemde reservoir te bereiken. Of ga ik daarmee op menig lange tenen staan? Weet je wat? Laat ik me als een Belg gedragen en mijn meningen over politiek achter slot en grendel bewaren om ze pas op café, na een pint of vijf, met dubbele tong los te laten op wie luisteren wil. Ja, laat ik dat doen. En hier schrijf ik dan liever iets neer waarmee ik vertrouwd ben. Zoals mijn zoon van acht die zichzelf Spaans aanleert via een koddige app op mijn mobieltje. Dat is schattig en iets om trots op te zijn. Die kleine rakker schopt het ongetwijfeld nog ver als hij aan dit tempo kennis blijft vergaren. Misschien wordt hij nog minister, stel je voor. ¿Qué pasa, papá? ¿Qué estás escribiendo? Enkel mooie dingen, jongen. Enkel mooie dingen.

Het Verdwaalde Schaap
0 0