Lezen

Vandaag is het feest

Ik land voor het computerscherm en voel hoeveel slaap er ankert. Zijn. Bewust zijn. Geduldig meevaren op het ritme dat mijn lichaam aangeeft. Mijn verhaal, een eigen tempo. Luisteren naar de verschillende klanken die hierin schuilgaan.   Doel: een overtuigende motivatiebrief schrijven in het kader van een sollicitatie. Ik rek, strek en geeuw. Twee opties: Plan A: ochtenduren kan ik maar beter optimaal benutten. Van meet af aan 100% focussen is de boodschap. Het maakt niet uit hoe ik me voel. Komaan Joke, kruip in je pen! NU! Plan B: ik kijk naar m’n dampende tas thee, omarm ze en sluit mijn ogen. Ik voel hoe het ochtendzonnetje mijn gezicht verwarmt.   Mensen die mij goed kennen, zien in A én B waarschijnlijk een stukje van wie ik ben. Naast me hoor ik het woord genietertje vallen. Uit de mond van Hannes, m’n lief. Onbewust, bijna automatisch zo lijkt het, heb ik voor plan B gekozen.   Ik kan goed luisteren. Naar anderen. Dat hebben mensen met een fijngevoelige persoonlijkheid (Highly Sensitive Person) met elkaar gemeen. Fijn. Gevoelig. Weloverwogen benader ik het positief, want voor mij is het - pas sinds kort -  een krachtbron. Niet uit te putten. “Mag ik nu écht geen paar minuutjes van je aandacht?” M’n eigen lichaam schreeuwt. Brult, omdat ik niet luister.   Tandje bij. Zo dacht ik de slimste te zijn van ons twee. Net dat ietsje harder lopen, dat wilde ik òòk kunnen. Ik wilde de race uitlopen. Mezelf op-offeren was mijn sport, want ik wilde geen op-gever zijn. Als het hen lukt, mij toch ook?   Remmen én op de gaspedaal duwen. In één beweging, zo hard ik kon. “Amai, sleetig voor den otto”, hoor ik je denken. Hier en nu besef ik dat ik toen eigenlijk de doelen van iemand anders leefde. Met ‘boempatat’ een burn-out tot gevolg. “Mensen die hooggevoelig zijn, zijn daar nu eenmaal gevoeliger voor” weet ik van Ine, loopbaancoach bij The Wellbeing Company.   In de verte m’n doel zien. Datzelfde ogenblik op pauze drukken. Twee wegen, kilometers uit elkaar. Wendi, de psychotherapeut die naast me staat op mijn pad, ziet in deze twee wegen twee verschillende systemen: het jaagsysteem en het zorgsysteem. Het jaagsysteem zorgt ervoor dat we ‘s ochtends ‘ons bed uit komen.’ Het geeft een bepaald doel aan onze dag. Jagen verliest echter zijn positieve kracht wanneer we geen of onvoldoende herstelmomenten inbouwen.   Drive wordt over-drive. Een pauze nemen daarentegen, geeft je toegang tot je eigen zorgsysteem. Het is een systeem dat doet relativeren, eerdere succeservaringen opgraaft enzovoort. Blijf jij in het jaagsysteem hangen? Dan word je een kip. Wel eentje met de kop eraf. Je hoofd staat niet langer in verbinding met je voeten, dus helder denken lukt niet meer. Een gevaarlijk beestje. Ik, voelen en luisteren naar mezelf niet binnen handbereik.   Rust en herstel voeden onze innerlijke batterij. Cruciaal voor zo’n fijngevoelig mevrouwtje als ik. Bij fijngevoelige mensen lekt die batterij wat vaker. Dankzij psychotherapie weet ik nu dat dit te maken heeft met de neurologie van ons brein. Hoe zit het bij jou? Op welke grond staat jouw boom? Eén van de eerste vragen die Wendi op m’n bord smeet. En of ik haar daar dankbaar voor ben.    Doelen stellen. Voor mezelf zorgen. Het één staat het ander niet in de weg. Dat hoeft ook niet, leert psychotherapie me. Een doorbraak. “Ik heb van de natuur te véél doelgerichtheid meegekregen, waardoor ik moeilijker kan doseren.” Daar was ik nu eens écht van overtuigd, zie! Nu, terwijl ik vol goeie moed herstel van mijn burn-out, mag ik daarin groeien.   Als een wonder is het, merken hoe ik doseren de laatste tijd ervaar als een keuze. Ik selecteer activiteiten met mijn energieniveau als leidraad. “Het lukt me niet, ik voel dat ik vandaag te moe ben, maar ik spreek heel graag een andere keer af.” Heb ik een drukke week voor de boeg? Als voorloper zorg ik voor vééééél momenten die mijn ogen doen blinken. Yin en Yang. Balanceren, zoals m’n goede vriendin Katleen alles mooi samenvat. Een oefening, ook voor haar. Maar wij kunnen dat, samen. Onze innerlijke batterij opladen. Niet enkel na maar vooral ook vóór de drukte.   Van mijn huisarts krijg ik de ruimte om me dit patroon eigen te maken alvorens ze me arbeidsgeschikt verklaart. Het was ijzersterk, mijn sociaal vangnet. Ikzelf voelde me allerminst zo. Klein. Bang. En dat notabene van mijn eigen hoofd. Dus ga maar. Maak van de consultatieruimte van je huisarts een veilige plek waar je met je zwarte gedachten altijd heen kan. Moed, niet langer over-moed. Dat vier ik vandaag. Kleuren, lezen, wandelen, theetjes slurpen, yoga, koken, wolken kijken. Ondergesneeuwd en diep bevroren, zo voelde dit alles al lange tijd aan. Stuk voor stuk heb mezelf àl die dingen opnieuw aangeleerd de afgelopen maanden. Ze voeden mij vanbinnen, weet ik nu. Belangrijk, want zo loopt mijn batterij minder snel leeg. Een plekje in onze living doopte ik om tot de zelfzorghoek. Omdat je mag zijn wie je bent. Slaperig? Vol energie? Alles is oké. Welkom.   Geen feest zonder muziek, toch? De fijngevoelige ik geniet daar intens van. “It makes my heart sing” zo beschreef Eva mij dit gevoel onlangs. Ik pluk er het ingetogen ‘Indigo Night’ uit van Tamino. Het is één van de fundamenten van theaterstuk ‘Sue me modderfokker’, waarin Mathijs Scheepers een eigen versie zingt. Een aangrijpend stuk over een véél te vroeg geboren jongetje.   Kort na het zien, voelen of horen van iets wat me raakt, komt een gruwelijk monster uit zijn kooi. Een hamer op mijn hoofd en schouders. Een verdovende prik. Mijn hele lijf lam. Pijn. Bijna niet te dragen. Niet één, maar twee dagen lang. Elke keer wanneer ik me over-prikkeld voel, voelt het zo. Dit keer loopt het anders. Ik merk hoe mijn volledige gestel rustig achterover leunt, als observator. Zijn verhaal, niet langer automatisch ook het mijne. Niet vanzelf overnemen, wel toekijken. Afstand. Wonderlijk. Iets om te vieren.   En jij, wat vier jij vandaag?   Waarom ik je schrijf en waar de naam âtma precies vandaan komt, lees je binnenkort.   Heel veel liefs Namasté (een groet uit het Sanskriet: ‘ik buig voor jou’)

âtma
0 0
Tip

Het interview

Zij mocht als eerste naar binnen, een ongewone toegeving op vaders trots en moeders bemoeizuchtigheid. Of ze blij moest zijn met die plotse aanvaarding van haar meerderjarigheid wist ze niet. Ze probeerde een vaste tred aan te houden terwijl ze door de gang liep. De naaldhakken waarop ze zich voortbewoog maakten het er niet bepaald gemakkelijk op. Had ze toch voor die zwarte bottines moeten kiezen? Nee, die hadden iets militairs, dat kon een verkeerde indruk wekken. Hakken waren de juiste keuze geweest. Toen het tweedehandswinkeltje van het opvangcentrum het rode paar etaleerde, had ze zich de schoenen zonder aarzelen toegeëigend. Ze hadden haar doen denken aan een paar dat ze een blanke vrouw had zien dragen op een filmposter vlakbij het centrum. De assistent die haar begeleidde had breed gegrijnsd toen hij haar ernaar zag staren. In het rode schoeisel zag ze de bevestiging van haar integratie, van de mogelijke rol die ze zou kunnen opnemen in deze samenleving.   Klikklak, klikklak, klikklak.   De geur van oud gebouw had zich vermengd met die van het okselzweet van haar voorganger. Aan de andere kant van een grijsgroen bureau dat zijn gloriedagen vermoedelijk omstreeks de jaren zeventig had gekend, nam de dossierbehandelaar plaats. Rechts van hem zat een vrouw die vriendelijk glimlachte. Zij droeg geen hakken. Had ze zelf toch ook niet voor onopvallender schoeisel moeten gaan? De idee dat die rode stiletto’s haar zouden neerzetten als een te zelfzeker, ja zelfs obsceen schepsel, deed haar opeens toch in angstzweet uitbreken. In haar zomerjurk, daar op die plastieken stoel tegenover haar blauw  gekostumeerde ondervrager, voelde ze zich een overdaad aan kwetsbaar, zwetend vlees: te veel been, te veel borst, te veel voet gemurwd in felrode schoen.    “Wat is uw naam, juffrouw?”   Zei hij nu iets?    “Uw naam, alstublieft.” zei de man opnieuw, het eenlettergrepige substantief overdreven articulerend.   Sherine schrok op.   “Sherine Abd el-Tawfiq Habbal”   “Nationaliteit?”   “Van Syrië, meneer.”    “Waar in Syrië woonden jij en je familie precies?”   “In Damascus, meneer, de hoofdstad van mijn land.”   “In Damascus? En wat denkt u dat er zal gebeuren als u zou moeten terugkeren naar uw thuisstad?”   Een druppel zweet gleed nu uit haar knieholte langs haar kuit naar beneden. Haar keel voelde droog aan. De man in het pak scheen niet te zweten. Hij leek wel een sprekend uniform, standvastig en kalm. Sherine sloeg haar klamme armen over elkaar.     De man herhaalde de vraag    “Ik weet het niet, meneer. Elke dag hoorden wij bommen in de buurt. Wij zouden in gevaar zijn, meneer.”   “Vertel me eens hoe jullie naar België zijn gekomen, Sherine.”   “Mijn ouders, mijn broer en ik namen samen de bus naar Beiroet. Beiroet is in Libanon, niet ver van onze stad. Daar namen wij de bus naar Turkije. We kwamen in een dorp, het was aan zee. Daar moesten we een kleine boot op. Mijn broer wou niet...” Haar stem stokte.   “Hebben jullie nog enig bewijs van die busritten, een ticket bijvoorbeeld?”   “Nee, meneer. De bus in Syrië heeft geen tickets. Mijn vader betaalde gewoon bij de chauffeur vooraan toen wij opstapten.”   “Ok, dus jullie namen die boot?”   Ze knikte kort. Haar oren suisden, iets wat de laatste tijd wel vaker gebeurde. In een poging zich erover te zetten focuste ze haar blik op een schroeivlek in de balatum vloerbedekking.   “Naar de Griekse eilanden, neem ik aan?”   “Naar Kos, meneer.”   Het ruisen zwol aan. Ze werd misselijk bij het vooruitzicht op de rest van het verhaal.   “En wat gebeurde er daar?”   “Daar stierf mijn broer meneer.”   “Wat was de naam van je broer?”   “…” Ze slikte moeizaam.   “Hoe lang bleven jullie in Kos?”   “Een  maand, misschien twee. Ik weet het niet goed, ik had koorts.”   “En daarna?”   “We namen een boot, een grotere deze keer, opnieuw was het donker. Ik was bang, meneer. We waren met veel. We waren met heel veel en we reisden naar Athene. Daar ontmoette mijn vader Jamaal. Hij kende veel mensen. Hij heeft ons geholpen.”   Het suizen was intussen zo luid geworden dat ze moeite had om de dossierbehandelaar te horen. Ze had erop aangestuurd dat een tolk niet nodig was om te tonen dat haar Nederlands al een behoorlijk niveau had bereikt. Nu wou ze dat ze de vragen op zijn minst een tweede keer had kunnen horen, in welke taal dan ook.   “En daarvoor vroeg hij geld in de plaats neem ik aan?”   “Mijn moeder betaalde, meneer. Hij was een goede man.”   “En waar bracht hij jullie?”   “...”    “Jullie kwamen niet in een keer naar België, neem ik aan? Via welke landen zijn jullie gereisd?”   Zwarte cirkels dansten voor haar ogen terwijl er in haar hersenen nerveus naar de schakels voor haar spraak werd gezocht. Alle bloed dat daarvoor nodig was liet haar gezicht bleek en bezweet achter.   “Mijn broer is in Griekenland.”   “Sherine, kan je me vertellen via welke landen jullie zijn gevlucht?”   “Nee, meneer.”   Haar bewustzijn capituleerde en het plakkerige, zwetende lijf dat haar net nog zo in de weg had gezeten zeeg neer bij de schroeiplek op de grijsgroene vloer.

Fien
71 1

Fee

Die dag werd Fee voor het eerst geboren. Met wakkere oogjes keek ze de wereld in. Het was een heldere winterdag, binnen snorde de houtkachel.   Zo stond het beschreven in het eerste van een eindeloze reeks schriften die haar moeder had volgeschreven. Maar zo vredig als haar fantasie, was het leven van Fee niet.   Het pesten begon toen alle kinderen allang spijkerbroeken en T-shirts droegen en Fee nog steeds poezelige jurkjes. Ze moest vechten om te overleven. Haar jurkje rafelde en zat vol winkelhaken. Haar moeder noemde haar Fee Forza en nam naald en borduurgaren ter hand om de littekens dicht te stoppen met kleurige bloemetjes. Fee zelf voelde geen enkele kracht. Ja, ze won altijd, ze kon iedereen aan. Ze had simpelweg geen andere keus. Maar van binnen was ze niet meer dan een lusteloze lintworm.   Haar moeder schreef en schreef, maar vergat te kijken hoe de geliefde dochter opgroeide tot een puberende punk. Fee vocht verder. Ze vond haar weg in de wereld van harddrugs en dacht dat dit het was, het leven. De donkere kringen onder haar ogen camoufleerde ze met zwarte schmink. Piercings verhulden de verminkingen. Ze liet zich Eef noemen door haar vrienden die geen vrienden waren. Haar moeder beschreef haar liefelijk als Zwarte Fee. Eef zwierf door het leven waarvan de dagen korter en de nachten langer werden. Haar moeder bevorderde haar tot Koningin van de Nacht, en vroeg zich nooit af waarom er altijd een waas om Fee’s maan hing.   Op de kortste dag van het jaar, drijft er een lijk in het donkere water van de sluis. Eef haalt de stapel schriften tevoorschijn. Ergens moet iets staan dat haar een klein beetje hoop kan geven. Een zinnetje, één woord desnoods. Een detail waaruit blijkt dat haar moeder toch iets begrepen heeft van de werkelijkheid waarin Eef leefde. Schrift na schrift, geen enkele aanwijzing. Wel schrijft zich tussen de regels door een andere werkelijkheid. Die van haar moeder. Als een ontveld serpent, scheurt Eef de blaadjes uit de schriften en stopt ze in het apparaat. Buiten hangt een lage mist. De shredder schrokt. 

Lien van Horen
0 0

Bilal heeft een wens

Het is al ochtend en Bilal ligt nog te slapen."Rrrrrrrrrrrrrrrrriiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiinnnnnnnnngggggg". Plots loopt de wekker af. Hij schrikt en gaat onmiddellijk door het venster kijken.'Staat Fielien daar al?', vraagt hij.Bilal gaat op zijn tenen staan, maar hij ziet niemand. Wat jammer voor Bilal maar Fielien is niet te zien.'Waarom komt mijn wens nu niet uit?''Mama heeft het mij toch goed geleerd?' Bilal is verdrietig en gaat terug op bed zitten.'Zou ik mijn wens nog eens herhalen?'Hij staat recht, neemt een rode stift en een kladbok uit zijn boekentas.'Hoe had ik dit nu geschreven?' 'Ik weet het!', roept hij plots. En hij gaat aan het schrijven. Aan Moeder Natuur, Ik heb je gisteren al geschreven. Ik ben verliefd op een meisje uit mijn klas.Help mij alstublieft, ik wou dat ze morgen mijn liefje was.Haar naam is Fielien, zorg dat ik haar snel kan zien.Dikke zoen, Bilal.XXX Bilal stopt het briefje in een envelop en tekent er rode hartjes op.Op de achterkant schrijft hij, 'Ik zie je graag, dikke zoen, Bilal.' Op zijn blote voeten loopt hij naar de badkamer. Hij neemt papa's parfum en spuit enkele geurwolkjes op de envelop. Daarna trekt hij verse kleren aan en loopt hij snel de trap af. Veel te snel, hij zou haast struikelen.Bilal is gehaast, want hij wil Fielien zo snel mogelijk zien!En net daarom vraagt hij Moeder Natuur om zijn wens te vervullen. Moeder Natuur, is een heel lieve vrouw. 'Ik heb ze nog nooit gezien hoor', lacht Bilal. 'Maar toch is het een hele lieve, ze helpt mama altijd'. 'En telkens komen al haar wensen uit! Eens hij beneden is, opent hij de deur en wandelt hij tot bij de visvijver.Bilal gooit de envelop in het water. 'Alstublieft Moeder Natuur, laat deze wens snel in vervulling gaan. Zodat mijn liefje naast mij kan staan.'Bilal ziet de envelop wegdrijven. 'Zo, die komt goed!' ... Bilal gaat terug naar huis.'Ik ga nog een beetje slapen, dromen van Fielien', zegt hij.Bilal valt in slaap. Maar niet veel later: "Toe-toet!", gaat het luid. Bilal schrikt. Hij springt uit bed en kijkt weer door het venster. 'Joehoe!', hoort Bilal roepen. 'Het is Fielien!' Felien zwaait met haar armen heen en weer in de lucht. Bilal rendt de trap af, hij opent de deur, en Fielien geeft hem een dikke zoen. 'Dag Bilal, dit is voor jouw', zegt Felien. Ze geeft hem een pakje af.'Oh, dat is straf'. Ik heb net van je gedroomd', zegt hij.'Haha, ik ook!', lacht Fielien. 'Ik heb net een nieuwe trein, gaan we spelen?', vraagt Bilal.'Leuk, dan toon ik je mijn nieuwe pop', antwoord Fielien. 'Dan kunnen pop en wij samen reizen met de trein.' 'Leuk, dat samen zijn!', lacht Bilal 'Bedankt Moeder Natuur dit wordt vast een leuk avontuur.'    

Severien Algoet
53 0

Bilal wil geen broer

Bilal is op de mat aan het spelen.Met zijn auto gaat hij te keer. 'Vroem, vroem, tuut-tuut.'Plost hoort hij mama en papa roepen. Ze vragen hem om bij hen in de zetel te zitten want ze hebben hem iets te vertellen. Bilal kijkt op, legt zijn auto opzij en gaat tussen hen zitten. 'Hebben jullie een verrassing voor mij?' vraagt hij. 'Ja, en je zal het vast heel fijn vinden,' lacht zijn mama.'Is het iets leuk?' 'En waar heb je het verstopt?', vraagt hij verbaast.Zijn mama kijkt naar Bilal terwijl zijn papa over haar buik wrijft. 'Mama, je hebt zo'n dikke buik! Heb je een stuk speelgoed opgegeten?' 'Dat mag niet hoor! Daar wordt je ziek van!' Bilal is stil. Hij houdt zijn vinger op zijn mond en denkt heel diep na. 'Wat zou dat toch zijn?', vraagt hij in zichzelf. 'Maar mama, ... heb je dan mijn verrassing in je buik verstopt?' 'Hoe kan ik die daar dan uithalen?' Dat is heus veel te moeilijk voor een kleine jongen zoals ik.Even later wordt het Bilal te veel en springt hij uit de zetel. 'Nu wil ik het weten!''Mama, wat zit er in je buik?' Zijn papa schrikt zo hard dat zijn kaken er rood van zien. 'Oh je mag mama niet zo laten schrikken. Dit vind de baby niet leuk', geeft zijn papa mee. 'Wat?! Een baby?', vraagt Bilal. 'Maar dat mag helemaal niet!''Hoe is die baby daar in gekomen?' 'En hoe geraakt die baby daar dan uit?' Bilal blijft maar vragen stellen. En de zweetdruppels lopen van hem af. 'Ik dacht dat jullie mij een hond beloofd hadden!' Haha, lacht zijn mama. 'Neen jongen, jouw mama en papa zijn allebei klaar om je nog een broertje te schenken.' 'Een broertje?', vraagt Bilal verbaast. 'Maar ik wil helemaal geen broertje, Ik heb het goed alleen.'Zijn mama begrijpt Bilal niet en krijgt er tranen in de ogen van. 'Niet huilen schat, Bilal is nog klein en moet het allemaal nog laten bezinken', geeft zijn papa mee. 'Hij zal het heus wel aanvaarden eens de baby er is.' 'Niets van papa, ik aanvaard geen baby!' Hij kruist zijn armen en gaat terug met zijn auto op de mat spelen. 'Je hebt geen keuze', antwoord zijn mama vanuit de zetel.' 'Eens de baby er is, zal je er heel veel plezier aan beleven.' 'Nee! Nee en nog eens nee!', roept Bilal. 'Ik wil het niet meer horen!' Bilal gaat verder spelen en doet alsof hij niets meer hoort. Tuut-tuut. Berg op, berg af, tuut-tuut. Hij heeft veel plezier. Maar Bilal blijft boos en wil nog steeds geen broer!Terwijl mama met een zakdoek haar tranen afveegt, vraagt ze aan Bilal wat hij zal doen als zijn broertje er binnen enkele maanden is.''Ik ga het weggeven!' 'Aan ouders die geen kindjes kunnen krijgen.'Zijn mama steekt haar schouders op en zegt dat dit zomaar niet kan.'Je broer is heel hard welkom!' 'Net zoals jij hier welkom bent!', reageert zijn mama. Bilal blijft spelen met zijn auto. Hij begrijpt het nog steeds niet. En plots gaat hij rechtstaan.'Het is goed mama, je mag de baby houden', wijst hij met de vinger. 'Maar van mijn auto's blijft hij af!''Superrrrrrrrr!', roepen zijn mama en papa samen.'Berg dan straks al je speelgoed op en binnen enkele maanden verwelkomen we je kleine broer.''Zal ik doen!', roept Bilal terug. 'Maar kleine broer zal goed moeten luisteren hoor', lacht hij.'Hihi', net zoals jij dus!', lacht zijn papa. ... Enkele maanden later, ... Kleine broer is geboren. Hij heet Khaled. Bilal kijkt over het wiegje heen.'Oh, wat een mooie jongen, ik zie precies mezelf', lacht hij.'En omdat hij zo mooi is mag hij later toch met mijn auto's spelen!''Tof van mij hé!', lacht Bilal. Bilal kijkt nog eens naar zijn kleine pasgeboren broertje.Hij zwaait naar hem.'Welkom lieve broer.''We gaan samen de wereld verkennen hé.''En morgen toon ik mijn speelgoedkamer.'  

Severien Algoet
0 0