Lezen

Ineens

  Ineens zit je daar voor me. Alsof ik je niet zag. Alsof ik de andere kant op keek. Alsof het ’s nachts gebeurde, ineens….   Ineens zie je er anders uit dan je was. Je klinkt anders. Je voelt verschillend aan en ik heb het verschil niet zien komen, het stond daar opeens. Ook je geur is veranderd. Het is alsof ik je voor het eerst tegen kom, alsof al die verschillen en veranderingen me nu van op een afstand laten kijken, doen bekijken, een apart en nieuw geheel laten zien dat voorheen zo vertrouwd was, misschien te dicht bij stond om echt te kunnen zien.   Lieve jongste zoon van mij, er zit een man in jou te groeien. Het is verrassend dat te zien en te zien wat het doet met jou. En ook met mij. Hoe wij een ander wij zijn nu jij meer jij wordt. Ik dacht zelfs even dat er bezoek was toen ik op het nippertje werd tegengehouden door de weerklank van een onbekende stem. Anders was ik zo maar sportief geslipt door de huiskamer gehuppeld. Jij was het. Ik had je stem niet herkend.   Jij hebt jezelf uitgenodigd in mijn leven. Er was geen plan. Maar je kwam. Onze eerste nacht samen… ik weet er nog alles van. Mijn lijf was uitgeput. Je lag in een glazen bedje naast me. Mijn ogen wilden zich niet sluiten, al schreeuwde mijn lichaam om slaap. Ze moesten zien wie je was. Het leek er zelfs op dat jij al kon zien, zo alert en toch rustig lag je daar, oogjes open en op je hoofdje duizenden haarfijne potloodlijntjes. En ik die zo vaak had gefantaseerd wat ik allemaal met jou zou doen…. waar ik nooit aan dacht is wat jij met mij zou doen. Hoe je mij zou impregneren met liefde en zorg en verantwoordelijkheid, met onwerkelijk grote vreugde, intensiteit en trots. Het begon al daar, die eerste nacht, dat we er waren met elkaar.   De tijd bracht je naar volwassenheid. Wij zijn samen door het leven gegroeid. We hebben elkaar leren kennen, opgevoed, bijgeschaafd, meegemaakt. Je klamme kinderhand zal de mijne niet meer zoeken, je zal me niet meer roepen als het onweert. Je zal me, zittend op het aanrecht in de keuken, niet meer omhelzen en zeggen dat ik naar zomer ruik. ‘Hoe ruikt dat dan?’ ‘Goed’ We maken geen sneeuwmannen meer en verzinnen niet langer verhalen terwijl we voor de wasmachinetrommel wachten tot je knuffel is uitgezwierd. We hebben samen geruzied en gereisd, in dubbele sprakeloosheid Auschwitz bezocht. Ik heb je hart zien breken toen zij het uitmaakte en het aan jou moeten overlaten om het te helen. Ik zie wat het leven met jou doet en jij met het leven.   Jij zal morgen komen, jij zal er zijn. Het is moeder’s dag. Ik zal naar je opkijken en beseffen hoe ik me kleiner voel en ouder en de jeugd van jou is en jij groter en sterker en bijna slimmer (grapjeuh!) bent dan ik. Jij zal een kadootje meebrengen. Al ben je dat zelf.            

BERLIOZ
0 0

Schrijven is ook praten

Bij onze eerste ontmoeting waren we jong en vooral naïef. Ik was er eerst. Jij volgde enkele maanden later. Samen werkten we op de aankoopafdeling van een firma gespecialiseerd in gereedschappen en hijsapparatuur. Wat klinkt dat lekker sexy en uitermate vrouwelijk ;-) Die smileys mogen nu in een geschreven tekst, naar heb ik vernomen.   Zoals je wel weet, heerste er op ons werk een schoolse mentaliteit. Soms ging het er zowaar aan toe als in een kostschool. We zaten in rijen van vier achter elkaar. De slimmeriken en degenen die niet goed zagen, zoals Erik, vooraan, het gepeupel achteraan. Jij zat aan de deur van de grote baas, de Fernand. Een strategische plek, zo wist je wie er wanneer op appel moest komen.   Onze vriendschap sloeg over tijdens onze middagpauze. Op de Sint-Jacobsmarkt in Antwerpen ontmoetten we elkaar. Elke middag kon je me vinden op een bank aan het basketbalplein. Ik steevast met als middagmaal enkel een appel. Ik weet niet wat jij at, want jij kwam pas na je middagmaal naar me toe. In die buurt was veel te beleven. We zaten midden de “rosse buurt”, maar tijdens de dag was daar weinig van te merken. De Groenplaats was op wandelafstand met toen nog de Innovation.   Onze vriendschap bloeide en groeide. We staken de draak met iedereen op het bedrijf en verzonnen bijnamen. Den Bernard noemden we “den titser”, omdat hij het niet kon laten om af en toe de achterste ronde vormen van vrouwen te betasten. In deze tijd zou het zeker voer zijn voor “ongewenst seksueel gedrag”, maar toen werd dat meer getolereerd.   Tijdens de werkuren was het verboden om te praten. We deden dat dus in onze middagpauze op het gekende plein tot een nieuw medium zijn intrede deed. Vanaf dan was het ook mogelijk om te communiceren via onze computer. Niemand die het zou opmerken of zouden onze razendsnelle vingers en opzwepend getokkel ons verraden ?   Ik zei het al, we waren nog wat ongekunsteld. Op een dag bemerkte Véronique, mijn vriendin dus, een vacature voor haar eigen functie in de krant. Op maandagochtend vroeg ze onmiddellijk een gesprek aan met de grote baas. Het was inderdaad zo, beaamde hij. Ik zat mee in het complot. Hij vond dat we teveel praatten. Als twee onschuldige schaapjes zaten we nu naast elkaar over hem. Hij schuifelde met de houten lade van zijn bureau. Zijn pezige handen haalden een pak A4 pagina’s uit de schuif en hij zei kordaat : ‘hier dat is wat jullie de laatste weken allemaal hebben geschreven’.   Véronique liet haar ogen al snel op haar schoot zakken en ik kreeg een stevige blos, zeker omdat we wisten dat we iedereen uit het bedrijf een mouw hadden gepast en niet in het minste onze hogeren. Met als climax de uitspraak van Véronique dat de jongste van het trio, ook twee zonen van Fernand werkten mee in het bedrijf, haar wel zou kunnen krijgen. We werken al lang niet meer op dat bedrijf, maar zijn nog wel nog steeds vriendinnen. Praten doen we nu nog altijd ofwel met messenger, ééns een chatter, altijd een chatter of life met een lekker hapje en drankje.          

Elise Legrande
0 0

Mijn vader is soldaat kameraad

Mijn vader is soldaat kameraad. Vannacht heb ik gedroomd dat ik een soldaat was. Nu vind ik aan soldaat zijn niet echt iets grappig. Toch ben ik blijgezind wakker geworden.  Het zit zo.  Ik werd uitgeloot om te gaan vechten aan het front bij Madonna.  Je kan slechter terecht komen dan bij Madonna.  Holiday, celebrate.  “Neen, je begrijpt het niet,” zei de luitenant.   Niet naar de zangeres Madonna, maar naar een boerengat ergens aan het front in West-Vlaanderen, daar moesten we naartoe. Te voet.  Reken maar da’s al gauw een dikke honderd kilometers.  Er werd verzameling geblazen op een mij totaal onbekende plek.  Zoals in de Aldi stond het plein vol met grote bakken gevuld met soldatenkledij.  Daar mochten we in grabbelen tot we de gepaste outfit vonden.  Omdat niet iedereen zin had om in een soldatenuniform rond te lopen, was het enthousiasme wat lauwtjes.  Ik wachtte af en stelde me tevreden met wat anderen lieten liggen.  Het resultaat was, dat ik er eerder als een wansmakelijke clown dan als een stoere soldaat uitzag. Bij welke leger hoorde ik? De korporaal wist het niet.  Ikzelf vond dat nog wel iets hebben. Met een Duitse punthelm op mijn hoofd, ABL boots aan mijn voeten en een scharlaken broek aan, paste ik inderdaad bij geen enkel regiment.  Ik behoorde zowel tot de vijand als tot de patriotten.  De luitenant bekeek me van kop tot teen en riep toen niet echt op zijn zachts : “aansluiten, aansluiten achteraan.”  Wat er toen verder gebeurde kan ik me niet meer voor de geest halen.  Ik weet nog dat er plots een café opdoemde met de- in onze situatie- bizarre naam ‘In de Vrede’.  Ik ben gestopt. Hoeveel kilometers we in de benen hadden? Geen idee.  Hoeveel glazen Rodenbach ik er gedronken heb? Geen idee.  Dat er leuker gezelschap was dan soldaten, dat weet ik wel nog. In Madonna ben ik nooit geraakt.

Lus Colpin
6 0

Hier en nu

Hier en nu     Liefste Lies,   Ik heb wat zitten neuzen in oude foto albums uit onze jeugdreizen. De foto is genomen in Zinal in augustus 73 van de vorige eeuw.  Voor een berghut. Alleen meisjes. Zongebruind kijken we allemaal vrolijk in de lens. We waren 17. Het lijkt een eeuwigheid geleden en toch herinner mij die vakantie nog altijd zoals al onze vakanties trouwens. We hebben samen mooie momenten beleefd.  Door het werk van onze vaders konden we elk jaar goedkoop een stukje van de wereld zien.  We schreven toen al jaren naar mekaar. Thuis hadden we allebei geen auto en geen telefoon.  We woonden op dertig kilometer van elkaar maar in die tijd was zo’n afstand bijna onoverbrugbaar. We schreven dan maar brieven. Brieven schrijven was toen meer dan een hobby. Wekelijks zat er wel eentje in de bus.  Ik bewaar ze nog altijd op zolder. Op de foto herken ik bijna niemand meer.  Alleen Annie. Zij was de dochter van een directeur, had chiquere kledij en reisde eerste klasse.  Onze vaders waren mekaniekers in Schaarbeek. Wij reden in tweede klasse met de paarse ‘coupons’ zoals dat toen gebruikelijk was. Ik herinner mij nog dat ze vertelde over de Olympische Spelen van München.  Haar oudere zus was daar in 1972 hostess geweest.  Maar eigenlijk was het wel een toffe, ze was ook altijd in voor een grapje. Natuurlijk zit daar ook Hendrika (te pronken in haar bikini).  Die woonde in een naburig dorp.  Ze heeft na de vakantie mijn lief ingepikt en is er mee getrouwd . Gelukkig is ze nooit geweest.  Zeven jaren en een zoon later is hij bij haar weggegaan. Zo vertelde ze me onlangs op een feest waar we toevallig samen waren.  Ik herkende haar (na twee keer kijken).  Zij kende mij niet meer en wist ook niet meer wie jij was. Op de foto staan we met onze onafscheidelijke zelf gehaakte mutsjes met pompon.  Hoeveel jaren hebben we die niet gedragen.  Elk jaar in een andere kleur.  Wij waren ook altijd aan het zingen. Onze favoriete liedjes waren protestliederen.  Nu nog ken ik de woorden uit het hoofd.  Koop een geweer  en Donna Donna.  We zouden de wereld gaan verbeteren.  Nog één jaar zijn we samen op reis geweest.  Jij ging niet verder studeren en zou snel trouwen met je jeugdliefde. Nog twee jaar hebben we brieven geschreven. Daarna is onze vriendschap verwatert.  We hadden dan wel een auto en een telefoon maar de magie van op reis zijn was er niet meer.  Onze mannen konden het ook niet echt met elkaar vinden. Jij maakte een bekende chocoladefabriek aan het Zuid station rijker en ik verruilde mijn dromen voor een baan bij de bank.  De wereld hebben we misschien niet echt verbeterd maar als ik nu met het wereldkoor Donna zing, ben ik weer zeventien.   Vele groetjes van je copine   How the winds are laughing They laugh with  all their might  

Lus Colpin
0 0

Zweefteef

Met ferme passen stapt ze op me af.“Ben jij de eigenares?” Met een staalharde blik scant ze mijn gezicht. “Ja” antwoord ik glimlachend, “Ik ben Noortje en dit is mijn paard Qua”.Ze bekijkt me alsof ze me levend gaat opeten, grommelt iets, en begint vervolgens mijn paard te betasten.“Ja, ons Qua heeft iets, maar we weten niet goed wat.” Ik hoor iemand een scheet laten. Ik kijk naar mijn man Jan. We trekken allebei grote ogen en gebaren stil “Was zij dat???”.Ik herpak me en vervolg mijn verhaal.“Qua is altijd zo vreselijk zuur en boos. Het moet wel pijn zijn. We hebben al zoveel dingen geprobeerd.”Nog een scheet. Een hele lange en luide deze keer.“Het komt los” zegt ze terwijl ze boven de billen van ons Qua met pendels en kristallen jongleert.“We hebben al zoveel dierenartsen laten komen, maar die stellen allemaal verschillende diagnoses.”Scheet, en nu komt er ook een kokhals bij. Ik bijt intussen op mijn lippen. Jan draait zich om.“Je zou kunnen stellen dat we een beetje ten einde raad zijn.”Ze loopt weg van het paard terwijl ze scheten produceert aan de lopende band. Het kokhalzen wordt erger en luider.“Mijn instructrice raadde me daarom jou aan, om eens iets alternatiefs te proberen.”“Dit paard heeft totaal geen band met jou” bijt ze me bitchy toe. Ze bukt voorover, tracht te braken, en laat nog een lange, laatste scheet.“Zo”, zegt ze, “het is eruit. De spirituele balans is hersteld. Dat is dan 120 Euro.”Ik heb mijn instructrice ook aan de deur gezet. Zweefteven !

Namol
18 0

Zonder titel

Meneer Flies,   Ik spreek je nog steeds aan zoals ik dat altijd heb gedaan. Ik heb je nooit bij je voornaam durven noemen, dat deed niemand. Ik ga dat ook nu niet doen. Ik heb nooit overwogen om jou nog eens een brief te schrijven, de tweede nog maar in al die jaren dat we mekaar kennen. Tot nu, toen ik de opdracht kreeg van de VZW Creatief Schrijven om een brief te schrijven over een ontmoeting die mijn levensweg mee heeft bepaald. Ondertussen moet het al meer dan tien jaar geleden zijn dat we mekaar nog gehoord hebben. Het is niet zo dat er nooit meer over jou gesproken wordt. Af en toe duikt jouw naam nog op in een gesprek. We noemen je dan Flies, niet meneer Flies of gewoon Louis.   Mijn eerste brief was een sollicitatiebrief. Ik was danig onder de indruk bij onze eerste ontmoeting. Je imposante figuur, het enorme bureaumeubel waarachter je had plaatsgenomen, de rust en de wijsheid die je uitstraalde, het was genoeg om een jonge schoolverlater nerveus te maken. Bovendien waren er de verhalen dat zowat iedereen bij jou te rade kwam voor financiëel advies. Ik herinner me nog dat je mij op het einde van mijn eerste werkdag letterlijk bij de mouw hebt getrokken opdat ik "meneer Maes", jouw adjunct-directeur, een goede avond zou wensen. Dat hoorde zo, dat was jouw manier van respect betonen.   Dat van die jonge schoolverlater is niet helemaal correct. Driemaal per week spoorde ik 's avonds van Zele naar Brussel om les te volgen aan de Fiscale Hogeschool. Ik werkte overdag, vond het niet erg om over te werken, kwam pas om halfelf 's avonds thuis van de les en tijdens het weekend studeerde ik. Ik ben gek geweest, dat moest vroeg of laat wel eens slecht aflopen. Toen mijn grootvader, die bij ons inwoonde, overleed, is de veer gebroken. Je moet weten dat enkele van zijn zes kinderen amper konden wachten op zijn dood zodat ze hun deel van de erfenis konden opstrijken. Mijn grootvader besefte dat. Hoe zou het aanvoelen om te weten dat je eigen kind op je dood zit te wachten? Voor het geld? Klootzakken!! Zes maanden heeft het geduurd vooraleer ik weer enigszins de oude was. De term burn-out bestond nog niet, het woord depressie een taboe. Je begreep het niet. Je begreep niet dat iemand ziek kon worden van teveel te werken, zelfs niet als de grens van iemands draagkracht ruim werd overschreden: "Van te werken is nog niemand gestorven." Je begreep niet dat het overlijden van mijn grootvader een invloed kon hebben, hij was "immers al een paar maanden dood". Ik begreep niet dat jij dat niet begreep.   Ondanks het feit dat je er niets van snapte, wou je mij wel nog een kans geven. Ik kreeg een andere functie en ik had nog steeds uitzicht op "een mooie carrière als ik meewerkte". Ik had, achteraf bekeken, niet door wat je daar op dat moment precies mee bedoelde. Dat werd me pas later duidelijk. Jouw strategie bestond er namelijk in om werknemers tegen mekaar op te zetten. Ik zou details van iemands doen en laten aan jou komen vertellen die jij op jouw beurt tegen die man of vrouw kon gebruiken. Verdeel en heers. Een paar mensen zijn in jouw verhaal meegestapt, je had er ook maar enkele nodig om je doel te bereiken en die beloonde je met een promotie of een loonsopslag. Voor mij was dat het moment om definitief af te haken, om geestelijk met jou te breken. Het feit dat je de schoonbroer van een aangetrouwde tante was, kon mij niet van gedacht doen veranderen. Het viel niet altijd mee om tegen de stroom in te varen, voor de familie en de buitenwereld bleef je immers de succesvolle zakenman, voor sommigen een soort van halfgod die altijd gehoor vond. Het was een gevecht dat ik nooit kon winnen maar niettemin een strijd die ik voor mezelf moest leveren. Een mens mag zichzelf niet verloochenen.   Je hebt me laten zien en voelen hoe ik niet wil behandeld worden, en dus ook hoe ikzelf andere mensen niet wil behandelen. Het is een principe dat ik steeds in mijn achterhoofd probeer te houden. Ik vergelijk je nu wel eens met een Partijlid in de oude Sovjetrepubliek. Begrijp je nu waarom ik je nog steeds met meneer Flies wens aan te spreken? Ik wil de afstand bewaren die er letterlijk en figuurlijk tussen ons is ontstaan. Dat doe ik om mezelf te beschermen. Met die loopbaan van mij is het toch nog goed gekomen. Goed genoeg. Ik heb een aversie voor het woord carrière ontwikkeld als dat ten koste gaat van andere mensen. En ik word het liefst met mijn voornaam aangesproken.   Met vriendelijke groeten.

Dirk Jacobs
0 0

Fan

                                                                                                         Dorp, 12 mei ,2018 Hallo Leonie, Maak je er een punt van dat mijn brief waarschijnlijk niet echt aan de opdracht voldoet? De hele week heb ik dapper in mijn verre en recente verleden gewoeld op zoek naar een toepasselijke ontmoeting , die ik dan in een boeiende en interessante brief naar jou kon verwoorden. De reeds binnengelopen opdrachten deden me de moed verder in de schoenen zinken. Daar kan ik niet aan tippen , zulke diepliggende en mooie ervaringen heb ik blijkbaar niet in mijn leven. Of toch, maar wil of kan ik ze liever nog niet kwijt ? Misschien bekijk ik het woord ‘ontmoeting ‘ nogal strikt. Zo bepalen je ouders een stuk van je leven ,maar dat noem ik geen ‘ontmoeting. Kinderen beïnvloeden ook een mensenleven , maar voor mij hoort dat zeker niet tot de categorie ‘ontmoeting’. De ontmoeting met mijn ex was uiteraard een mijlpaal in mijn leven. Twintig jaren  hebben we samen geweest en twee prachtige dochters hebben die opgeleverd. Het opgeleefde huwelijk ging uiteindelijk ten onder en de ontmoeting met  een nieuwe , veel jongere collega gaf mijn leven een andere richting. Zo kwam ik door hem van een grootstad op het platteland terecht en werd op mijn veertigste terug moeder , dit keer van een lieve zoon. Meer  dan twintig jaar later pendel ik al zo’n zeven jaar alleen naar Antwerpen met de trein . De vader van mijn zoon liet het leven bij een operatie . Op dat moment deed ik enkele verbijsterende ontdekkingen over hem. Deze feiten maakten dat ik niet echt getreurd heb om zijn heengaan. Natuurlijk zijn de dingen niet zo rechtlijnig verlopen als je hier leest. Als je jong bent is je levensverhaal overzichtelijk en niet zo gecompliceerd. Nu op mijn tweeënzestigste besef ik dat sommige dingen aan mezelf lagen , maar dat wegens aard en karakter ze waarschijnlijk met andere personen evengoed hadden misgelopen. Bovenstaande twee ontmoetingen beïnvloedden mijn leven vooral fysiek. Een werkende vrouw met kinderen  en veelal afwezige vaders heeft niet veel ademruimte. Gelukkig was er de derde ‘ontmoeting’ , in zoverre een tijdschriftartikel als     'ontmoeting’ telt. Begin jaren tachtig las ik in een vrouwenblad een column die uiteindelijk een groot deel van mijn leven  (vooral in mijn hoofd) heeft bepaald. De auteur  beschreef zijn liefde voor Engeland en mijn toen pas ontwaakte hartstocht voor dat land maakte dat ik de tekst niet kon loslaten. In die tijd was er natuurlijk geen internet en het duurde een poosje eer ik kon achterhalen hoe ik deze magische persoon kon contacteren . Mijn eerste brief aan hem was waarschijnlijk enthousiast , hartstochtelijk maar tegelijkertijd ook beleefd , voorzichtig en bewonderend. Zijn antwoord werd onderschept door mijn toenmalige man en heb ik echt nooit te lezen gekregen. Toch slaagde ik er in om een correspondentie op poten te zetten langs  enkele listige omwegen. Zo’n ruime dertig jaren later corresponderen we nog altijd , maar nu vrij en ongedwongen langs het internet. We hebben elkaar al verschillende keren ontmoet en ik gedraag me dan als een gibberige tiener. Corresponderen is duidelijk comfortabeler. Nu de liefdeschemicaliën uit mijn lichaam zijn verdwenen bezie ik hem als broer, onzichtbare vriend en vooral goeroe. Als productief en gedisciplineerde schrijver is hij mijn motor die me aan het schrijven houd. Hij is de rode draad in mijn leven en ik hoop dat hij me nog lang kan blijven inspireren. Vandaag is het een ‘red letter day’ voor mij! Zo dadelijk ga ik zijn nieuwste boek ophalen bij de plaatselijke boekhandel. Het is deze week pas verschenen. Als rechtgeaarde fan keek ik daar  al maanden naar uit! Hartelijke groeten, Myriam    

Myriam
0 0

Gele ziel

Hallo Winnie,   Ik ben Leona en ik ben bij de A.A. – de Anonieme (of beter Actieve) Atheïsten. Geestig ben ik, geestelijk niet. I am a sinner, met zin in zinnen. Ik geloof in… jou als mens die mij kan motiveren – als ik dat wens. Niettemin is er zuster Bernadette die zielsveel voor mij betekend heeft. Ze is een non met zeer klassieke kleding en een duidelijk zichtbaar kruisje, maar zonder habijt. Ze woont in een klooster in Gent, maar werkt op de pastorale dienst van de Sint-Jans-kliniek in Brussel. Ik schrijf dit in de tegenwoordige tijd omdat ze in mijn gedachten altijd aanwezig zal blijven. Ze is mijn “gele ziel,” zoals in de wereldberoemde roman van Albert Espinosa.   Toen mijn man op jonge leeftijd de strijd verloor tegen kanker moest ik zijn begrafenis organiseren. In Brussel had ik op dit vlak geen ervaring en aangezien ik geen zin had om op goed geluk een dienst uit het telefoonboek te plukken, leek het mij beter om eens te informeren bij de pastorale dienst van het ziekenhuis. Toen ik daar later op afspraak verscheen ontmoette ik zuster Bernadette. Telefonisch had ik slechts een algemeen verhaal gedaan, dus ik ontdekte dat ze eerdere een oudere mevrouw had verwacht, absoluut geen jongedame met een baby van een jaar op de arm. Niettemin was er op de een of andere manier een ongelooflijke klik, ondanks het feit dat we in 2 totaal verschillende werelden verbleven. Zij hielp mij met de praktische organisatie van het afscheid dat ik omwille van de maatschappelijke traditie die weinig alternatieven biedt, in religieuze sfeer liet plaats vinden. Er was meer dan dat, we leken elkaar te begrijpen zonder woorden. Ze heeft mij nooit over god gesproken of mij trachten te stimuleren in hem te geloven. Ze was simpelweg menselijk. Ik ben vaak bij haar op bezoek geweest. Ik voelde de warmte van haar hart om mij te verwelkomen met koffie en een grote lading koekjes, waar ik toen dol op was. We babbelden over van alles en nog wat; altijd met die bijzondere verstandhouding. Ze was er gewoon voor mij. Een therapeut om mijn trauma te verwerken en mijn nieuwe bestaan als alleenstaande moeder van 2 dochters te bespreken, heb ik nooit nodig gehad. Zuster Bernadette hielp mij geloven in mijzelf. Toen ik later een drukke job kreeg en niet zomaar bij haar langs kon komen belde ze mij regelmatig op. Het contact is uiteindelijk verwaterd omdat ik verhuisde naar Leuven en mijn telefoonnummer ook verdween. Het was goed zo. Gele zielen zijn zeldzaam, maar ze komen en gaan in je leven zonder dat er slechte gevoelens zijn en dat was ook zo met mij en zuster Bernadette.   Soms kom ik nog wel eens in Brussel, maar het ziekenhuis is helemaal verbouwd en ik weet niet of zuster Bernadette er nog zal zijn. Ik laat het zo. Ik weet echter dat ik haar bestaan altijd zal koesteren omwille van de bovenaardse verstandhouding. Ze was een geel zonnetje bij mijn sombere buien. Ze zorgde voor kleur zodat ik kon stralen en aan het einde van die regenboog ontdekte ik een schat; mijn hernieuwde geloof in de wereld. Laat ik dat vooral be-AMEN.   Ik ben benieuwd, beste onbekende Winnie, of jij ook een gele ziel bent. Groetjes, Leona

Leona
0 0

Appelijs

Ik ben bang. Ik voel al dagen dat er iets zit, iets dat me zorgen geeft, iets dat ik weg wil. Ik ben vooral bang omdat ik er geen verklaring voor vind. Alles is nog steeds hetzelfde als het een week geleden was, en toch voelt het zo anders.    Ik zal het gevoel onder woorden proberen te brengen. Telkens als ik bij Nick ben, word ik onzeker. Niet bepaald onzeker of hij me graag ziet, daar vertrouw ik nu wel op, maar onzeker of het wel zal blijven duren zoals het nu is. Onze relatie is sinds het officieel is al bijna perfect geweest. Dat is nu al een jaar zo. Hoe het kan dat het al zo lang zo goed gaat, verbaast me al. Hoe kan het dan nog zo verder blijven gaan? Wanneer zal hij me beu worden? Wanneer begin ik hem te irriteren? Wanneer begint hij aan onze relatie te twijfelen? Het kan toch niet lang meer duren tot er iets verandert? Snap je wat ik bedoel?   Ik kan ook niet verbergen dat ik me zo voel (daar ben ik trouwens nooit goed in geweest).  Hij merkt dat ik niet altijd volledig mezelf ben, dat ik te hard mijn best probeer te doen om het perfecte liefje te zijn. Ik weet echt niet of ik er hem iets van moet zeggen. Zou ik? Nee, want ik ben zo bang voor het antwoord. Wat als hij al twijfels heeft? Als hij die benoemt, dan weet ik dat ik instort. Sinds ik met Nick iets begon, ben ik al onzeker en bang om gekwetst te worden. Die angst mindert soms maar is nog nooit verdwenen. Ik weet dat hij me graag ziet, maar dat is niet genoeg. Zal het dan ooit wel genoeg zijn?   Ik vraag me ook af of het wel normaal is dat ik nog altijd niet honderd procent mezelf kan zijn bij hem. Ik hou me nog zo vaak in. Neem het niet verkeerd op, dat valt niet elke keer voor en het is niet dat ik er constant actief mee bezig ben. Ik kan zo geweldig genieten van gewoon bij hem te zijn.  Maar elke keer als ik me daar bewust van word, dan denk ik: onthou dit, hou dit nu even vast want het kan zo voorbij zijn.   Nick heeft duidelijk de bovenhand in onze relatie. Als iemand het ooit gedaan maakt, dan is hij dat. Ik denk dat we dat allebei weten.    Ik moet eerlijker beginnen zijn met mezelf en met Nick. Ik zal gewoon helemaal mezelf moeten zijn en zien wat hij daarvan vindt. Als het hem niet bevalt, dan moet ik daar mee leven want ik kan het niet blijven uitstellen.    Ik hoop gewoon dat ik gelukkig kan blijven zijn, zoals nu. Nick maakt me een leuker persoon, hij maakt me echt wel gelukkig. Ik hoop dat hij dat weet. Ik denk het wel.

Layla Clarke
4 0
Tip

Oma

Mijn oma heeft een rode Citroën. Ze appt me of ik thuis ben. Niet of ik tijd heb.          “Heb je zoetjes?” Vraagt ze.         “Anders heb ik ze zelf ook wel in mijn tas.”   Mijn oma neemt nooit zomaar iets aan. Mijn opa vaak haar jas.         “De wereld is daadwerkelijk rond!” Zeiden de astronauten van de Apollo 8. 1968. Ze konden iedereen zien van bovenaf.         “We zijn maar tijdelijk op deze bol. We zitten samen in hetzelfde schuitje.” Zei de verslaggever. Mijn oma zat met statische haren voor de TV.         “Vrouwen willen te veel!” Stond er de dag daarna in de krant. Mijn oma sloeg hem dicht. Ze haalde haar rijbewijs en reed het pad af. Haar moeder wist niet waar ze moest kijken.   Ik heb in het buitenland gewoond. Ik had een vriend, kat, ligbad en balkon. Ik ging altijd op de fiets. Ik vroeg niemand om geld, voor een rijbewijs bijvoorbeeld.         “Maar het is meer vanuit ecologisch aspect”, zei ik.         “We zijn maar tijdelijk op deze bol.”         “Vrouwen weten niet wat ze willen!” Stond er op  social media. Ik bleef lezen.   Toen ik ziek werd, moest ik dat zomaar aannemen. Ik schudde de dokters lachend de hand. Ik maakte dat zelf wel uit. Mijn vriend daarna ook, met mij. Ik maakte mijn studie niet af en mijn spaargeld op.    Ik doe het zoetje in de thee. Oma legt vijfhonderd euro op de keukentafel van mijn ouders.         “Dit is een begin”, zegt ze. “Voor je rijbewijs.” Ik moet huilen.         “Ik heb het altijd heel goed gehad.”         “Ik ook”, zeg ik. Ik wil in haar hand knijpen.         “Dus” - zegt ze, ik heb niets gevraagd  - “dan kan je zelf bepalen wanneer je weer gaat.”   En vastberaden rijdt ze het pad af.

Julia Dobber
75 0